dinsdag 15 juni 2010

Column Friesch Dagblad 20: Wonen met andere culturen is soms lastig

Ik ga op Wilders stemmen’’, zei ze met een twinkeling in de ogen, ,,die zegt tenminste waar het op staat’’. Een uitspraak van een van onze vaste bezoekers tijdens een gesprekje voorafgaand aan de verkiezingen van 9 juni. Wij waren sprakeloos. Een Surinaamse met een dergelijke uitspraak. Of ze dan wel de gevolgen besefte. Voor haar geen probleem, ze was in Nederland geboren (in het Nederlands Koninkrijk begreep ik later, want ze is van voor 1974 en daarmee geboren in Nederlands-Suriname). Nog wat vragen en antwoorden later staakten we onze pogingen. Ze was er al van overtuigd. Ze zou haar proteststem uitbrengen op de man met het gebleekte haar.

Verbaasd
Voordat ik in deze wijk woonde, zou ik me daarover hebben verbaasd. Elk weldenkend mens, laat staan iemand die zich laat voorstaan op het christelijk geloof, kan toch niet op iemand stemmen met dergelijke radicale uitgangspunten? Sinds ik in onze wijk woon, begrijp ik steeds meer hoe mensen tot zo’n keuze komen.
Op de grachtengordel kom je geen Turkse of Marokkaanse mensen tegen bij wie je culturele verschillen aan den lijve ervaart. Hier wel. Spelen onze, toen nog kleine, kinderen met een stel Turkse meisjes. Het gaat heel leuk en gezellig. Na verloop van tijd komen ze huilend thuis. Ze waren uitgejouwd en gepest. Waarom? Omdat twee andere Turkse kinderen erbij kwamen, gezellig met de anderen Turks begonnen te praten en in het Turks onze kinderen gezellig wegwerkten. Wat doe je dan? Spreken met de ouders. Helaas, nul op het rekest: ach, dat is toch maar kinderspel. Maak je niet zo druk, er is niets aan de hand. Einde verhaal.

Een andere keer is mijn zoon met zijn vrienden aan het voetballen op straat. Komt een (Turks-Nederlandse) buurjongen aangereden met een glimmende auto waarvan afstraalt dat ’ie wel heel duur is. De buurjongen parkeert de bak illegaal op de stoep, stapt uit, loopt op mijn zoon af (terwijl er drie andere Turks-Nederlandse jongeren meespelen) en zegt hem vooral geen bal op zijn auto te schieten, omdat hij anders wel weet wie hij moet aanpakken (en ik zeg het nu in nette bewoordingen).

Mijn zoon, niet op zijn mondje gevallen, zegt hem dat hij geen recht heeft zo te spreken, omdat hijzelf verkeerd geparkeerd staat. Dat valt in het verkeerde Turks-Nederlandse keelgat. De buurjongen zet een sprint in tegen mijn zoon, die hij wel heel erg brutaal vindt. Gelukkig is onze achterpoort open, waar onze zoon in kan vluchten. Nog geen halve minuut later staat de buurjongen aan onze voordeur. Waar die brutale vlegel van onze zoon wel niet is. Dat hij hem niet op zo’n toon mag aanspreken. Wij hebben het verhaal al gehoord van onze zoon. En we vertellen hem dat het wel heel erg lastig is dat iemand die illegaal parkeert, op die manier iemand anders aanspreekt.

Nu richt de woede van de buurjongen zich tot ons. Hij zal ons wel even. Mijn vrouw, met karateachtergrond, niet voor een kleintje vervaard loopt op hem toe met een ‘kom maar op’. Bijna komt het tot een handgemeen, als de vader van de buurjongen tussenbeiden komt en onverstaanbaar (want Turks) de jongen zegt vooral niet te gaan slaan. Wij hebben ineens geen ruzie meer met een persoon, maar met een hele familie. Gelukkig kan het worden gesust. Later horen we uit andere Turkse monden dat dit een ‘rare Turkse familie’ is. Maar wel vreemd dat niemand tussenbeiden komt en ons maar laat begaan.

Nuchter
Twee kleine gebeurtenissen waardoor ik een nuchterder kijk heb gekregen op mijn houding jegens medelanders. Het is soms lastig. Ik kan meevoelen met mijn Nederlandse wijkbewoners. Maar wil niet worden meegesleept met de anti-buitenlanders-sentimenten. Laat niemand zeggen dat wonen met andere culturen makkelijk is. Maar de weg van de minste weerstand is volgens mij niet de juiste weg. Dan zou ook ik uitkomen bij die man met het gebleekte haar.

Geen opmerkingen: