Posts tonen met het label Column Friesch Dagblad. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Column Friesch Dagblad. Alle posts tonen

donderdag 31 maart 2016

Column Friesch Dagblad 87 (de laatste): einde van een nieuw begin

Afgelopen jaar vierden we met Villa Klarendal ons 10-jarig bestaan. Tijd om terug te blikken. Is er in die tijd iets veranderd, of is alles hetzelfde gebleven?

We begonnen experimenteel met nauwelijks een voorbeeld in Nederland. En ook nog gemengd: met een team van Youth for Christ doordeweeks en een vrijwilligersteam in de avonduren en in de weekenden.

We begonnen in onze wijk de plannen bekend te maken.“Helemaal geen behoefte aan” was de reactie. “Dergelijke zeepkistenchristenen die de wijk wel even zouden bekeren en daarna weer snel doortrekken, pasten niet in hun werkwijze.” Dus gingen we zonder toestemming van de wijk aan de slag.

Met vele jongeren kwamen we in contact tijdens de Youth for Christ tijd. Een deel daarvan kwam ook naar de vieringen. Toch waren die vieringen vrij vaak eenrichtingsverkeer. Wij werkten en vertelden. De bezoekers consumeerden en ontvingen. En vonden het prachtig wat wij allemaal deden. Een restaurant met bediening met daarna vrijwillige pastores die je ook nog geestelijk bedienden. Heerlijk in een woord. Voor de bezoekers.

Maar voor ons was het pezen. ’s Morgens vroeg op zondag klaar staan en als echtpaar om en om het praktische deel dan wel de vieringen verzorgen. Mooi pionieren. Waarbij ik denk aan de momenten dat we voor het eerst werden geconfronteerd met de waterleiding die buiten de deur de hoofdkraan had. Waardoor we tijdens de eerste strenge winter prompt een bevroren waterleiding hadden. Dat werd geïmproviseerd door met jerrycans water vanuit ons huis naar het pandje te sjouwen. En toen we dat eenmaal wisten, lieten we de kraan tijdens vorstmomenten zachtjes druppelen.

Alle tijd werd in die eerste periode opgeslokt door het nieuwe werk. Doordeweeks naast het werk met mensen bezig en voorbereiding voor de praatjes. In het weekend de voorbereidingen voor de zondag en de vieringen. En niet te vergeten de afruiming met het schoonmaken van de wc, die niet altijd erg schoon werd achtergelaten, en het zuigen van de zwarte vloerbedekking die altijd was bedekt met eierresten, wat het zuigen zo heerlijk makkelijk maakte.

Vijf jaar geleden kwam de grote ommekeer. Het project van Youth for Christ werd doorgestart als christelijke wijkgemeenschap, een lokale kerkgemeenschap. We moesten gaan nadenken over echt gemeente-zijn: doop, avondmaal (maaltijd van Jezus), lidmaatschap. Allerlei vragen kwamen boven waar we ons nog nooit over hadden gebogen.

Terugkijkend is er veel ten goede veranderd. Het eerste pionieren onder de vlag van Youth for Christ is voorbij. We hebben er een supervisiegroep naast gekregen om te sparren over het werk. Dat was in die eerste periode niet mogelijk, waardoor we op elkaar als teamleden waren aangewezen. En dat was zeker niet altijd makkelijk.

Verder zien we dat onze plek in de wijk is verdiept. Vroeger moesten we leuren om onszelf bekend te maken en om te kunnen meedoen met activiteiten. Nu merken we steeds vaker dat we bij activiteiten gevraagd worden. “Want jullie zijn belangrijk in de wijk”. Wat een verschil met die eerste periode. We hebben nauw contact met welzijnsorganisaties en met het inloopcentrum van de katholieke kerk. Wat ook komt doordat we midden in de wijk zitten, in het multifunctionele centrum, waar de anderen ook verblijven.

Binnen de gemeenschap zien we ook groei. We hoeven het niet meer alleen te doen. Rondom ons is een “leidersschaps-plus” groep ontstaan van ongeveer tien mensen die zich medeverantwoordelijk voelen voor het werk van Villa Klarendal. Niet alleen meer consumenten, maar steeds meer mensen die op allerlei niveaus meedenken over het wel en wee van onze gemeenschap. Er is eigenaarschap gekomen bij die tien extra.

Zo kom ik tot de conclusie dat er een einde is gekomen aan het nieuwe begin. De eerste periode van puur pionieren is afgelopen. De pioniersgemeenschap heeft plaatsgemaakt voor een continue gemeenschap van ongeveer vijftig mensen die wekelijks bij elkaar komt. Dat is ook de reden dat de redactie heeft gemeend dat aan deze column een einde kan komen. Er komen andere vragen, die horen bij een reguliere kerk of gemeente. Dat wil niet zeggen dat we niet meer pionieren. O, zeker niet. We zien nog heel veel nieuwe uitdagingen. Op gebied van multiculturele contacten. Bij de yuppen in de wijk. Bij de culturele modemensen in de wijk. Allemaal groepen in de wijk die we nog niet bereiken.

En dan spreken we nog niet over nieuwe wijken waar we inmiddels ook een bruggenhoofd in hebben en waar zo maar een nieuwe Villa van start zou kunnen gaan. Wilt u daarover blijvend worden geïnformeerd, surf dan naar mijn blog http://missionairarnhem.blogspot.com of naar http://www.villaklarendal.nl.

Villa Klarendal is ook op facebook en twitter te vinden.

Dus ik neem hier als columnist afscheid van u. Maar blijf gewoon doorgaan in het werk dat ooit is gestart. God verandert niet. Hij staat aan de basis van het werk. Hij zal het ook voortzetten. Met mij. En straks ook zonder mij.

woensdag 30 maart 2016

Interview in Friesch Dagblad vandaag: Pionieren, blijf steeds bij jemissie

Vandaag is een interview met mij, samen met mijn laatste column, verschenen in Friesch Dagblad (http://www.frieschdagblad.nl/index.asp?artID=71046). Lees hieronder de tekst ervan.
Ruim zeven jaar schreef missionair gemeentestichter en buurtpastor Rick Jansen in het Friesch Dagblad over het gemeentestichtingsproject Villa Klarendal in Arnhem. Inmiddels is het een zelfstandige kerkgemeenschap geworden. In zijn laatste column blikt Jansen terug op de afgelopen tien jaar in de Arnhemse achterstandswijk. 
Toen hij met zijn vrouw in Klarendal begon, bestond er nog weinig op dit gebied. ,,Er waren een paar initiatieven van gemeentestichting in Nederland, maar die deden dat op de 'oude manier’: plaats leden van je gemeente in een andere wijk, en begin daar als kerk opnieuw", vertelt Jansen. ,,Er werd vooral van binnen de kerk naar buiten gedacht, in plaats van te beginnen bij de wijk zelf."
Jansen kwam in die tijd twee mensen tegen die op een geheel andere wijze bezig waren: Matthijs Vlaardingerbroek die een christelijke gemeente was begonnen in een volkswijk in Den Haag en Daniel de Wolf die een gemeenschap stichtte in een achterstandswijk in Rotterdam. ,,Bij hen zag ik wat het betekent om kerk en christen in de wijk te zijn. Deel uit te maken van de wijk, en aan te sluiten bij de behoeften die daar leven."
Jansen verdiepte zich ook in de Fresh Expressions in Groot-Brittannië en de emerging church-beweging uit de Verenigde Staten, die beide experimenteerden met nieuwe kerkvormen. Hij was erbij betrokken toen de emerging church-beweging begin 2000 ook overwaaide naar Nederland. ,,Er werd een begin gemaakt van het omploegen van de aarde in christelijk Nederland. Er kwamen mensen op af die interesse hadden om nieuwe vormen van kerk-zijn op te zetten, maar niet wisten hoe ze moesten beginnen. Daar heeft deze beweging een rol in gespeeld. Het motto was: doe het zoveel mogelijk met de gevestigde kerken, maar wacht niet langer, begin met experimenteren."
In de afgelopen tien jaar is de term missionaire gemeente een veelgehoord begrip geworden. In 2012 bestempelde de Protestantse Kerk in Nederland pionieren tot een van haar speerpunten. ,,Na een eerste lichting van pioniers zag je meer initiatieven ontstaan. Naast de PKN zien ook andere kerkverbanden en organisaties missionaire gemeentes niet meer als iets vreemds, maar hebben ook zij dit 'binnengehaald’."
Geen geld
Jansen is blij met de toegenomen aandacht voor pionieren en missionair gemeente-zijn. Wel signaleert hij dat er in het algemeen bij pioniersgemeenten vrij veel geld gaat naar de aanstelling van pioniers. Dat draagt vaak niet bij aan de continuïteit van een nieuw initiatief, ziet hij. ,,Een punt van discussie is hoe snel zo’n nieuwe gemeente zelfstandig is. De PKN ging bij de eerste pioniersplekken uit van een termijn van drie jaar. Al snel was duidelijk dat dat absoluut niet lukte. Ik heb elders gezien dat sommige pioniersplekken weer verdwenen omdat er geen geld meer was voor de aanstelling van de pionier. Een fulltime kracht die de kar trekt is wat mij betreft geen goede ontwikkeling."
Jansens advies is: zorg ervoor dat je met een team verantwoordelijk bent voor een kerkplanting. ,,Eventueel met een parttime betaalde pionier. Juist wanneer je met vrijwilligers werkt, vraag je sneller mensen uit de wijk om mee te helpen, waardoor je doelgroep eerder participeert in de (kerk)gemeenschap."
Bovendien moet je voorkomen dat alleen afgestudeerde theologen in het kerkplantingswerk terecht komen, meent Rick Jansen. ,,Onze ervaring is dat je wel twee jaar nodig hebt om zelf een denkverandering mee te maken. Om niet vanuit je eigen achtergrond in de wijk te werken, maar om echt vanuit de wijk te leren denken. Je moet als het ware je eigen achtergrond vergeten en je helemaal identificeren met de mensen in de wijk. Voor net afgestudeerde theologen, die vooral theoretische scholing hebben gehad, is dat vaak niet gemakkelijk. Het gevaar bestaat dat je toch weer met vieringen begint die te hoog gegrepen zijn, of dat je te veel verwacht van mensen."
Jansen pleit daarom voor een combinatie van theologen en mensen die een baan in de samenleving hebben. Cruciaal is wat hem betreft: wonen in de wijk. ,,Anders ben je geen deel van het geheel, maar een professional die de wijk even binnenkomt, maar ook weer verlaat." 
Geen vreemde
Begin niet zelf met het organiseren van allerlei activiteiten, maar probeer zoveel mogelijk op plekken in de wijk te zijn waar mensen al zijn, adviseert Jansen. ,,Dat scheelt tijd, en het zorgt ervoor dat je op een natuurlijke manier contact krijgt met mensen." Zo werd hij zelf jaren geleden computerdocent in het wijkcentrum in Klarendal. ,,Dat was een bestaande activiteit van een welzijnsorganisatie. Je leert mensen kennen en bent niet meer een vreemde van buitenaf, maar een bekende van binnenuit. Je ontmoet hen. Het gaat over ditjes en datjes, over de dingen uit het dagelijks leven. Van daaruit kom je ook tot diepere gesprekken en raken mensen soms geïnteresseerd om naar Villa Klarendal te komen voor een viering. 
Een valkuil voor elke kerkplanting of pioniersplek is dat die zich na verloop van tijd toch weer meer naar binnen richt. ,,Wij hebben in Villa Klarendal drie speerpunten: de wijk, gemeenschap en leven met God. Geregeld zie je de neiging ontstaan om meer gericht te zijn op gemeenschap en pastoraat, dan op de wijk. Natuurlijk zijn die twee belangrijk, maar je moet niet vergeten dat de wijk net zo belangrijk blijft. Want daar ligt uiteindelijk je missie."

woensdag 24 februari 2016

Column Friesch Dagblad 86: De naakte waarheid: eng of bevrijdend?

"Op zijn zondags gekleed". "Er paasbest uitzien". "Je zondagse gezicht opzetten". Zomaar wat uitdrukkingen over onze eerste dag van de week, waar wij als christenen zoveel waarde aan hechten.

"Er heerst hier geen code zoals in andere kerken". "Het lijkt wel of iedereen maar wat doet". "Ik voel dat ik helemaal mezelf mag zijn. Gewoon, zoals ik praat, als ik een keer baal, als ik lol wil maken". "Ik voel me hier naakt. Mag hier helemaal mezelf zijn". Zomaar wat uitspraken die we de afgelopen jaren bij Villa Klarendal te horen kregen.

Het geeft te denken. De gedragscodes die veel kerken kennen, zijn onderdeel van de cultuur. Niet opgelegd, maar onbewust doe je eraan mee. Want "zo hoort het toch?" Wie naar de kerk gaat, gaat toch mooi gekleed? Want je gaat toch voor de Heer(e)? En Die mag je toch eren met het beste wat je hebt? Maar het beste wat je hebt, wordt blijkbaar materieel ingevuld. En met die mooie buitenkant ontstaat vanzelf een bekleding van jezelf, waardoor je jezelf niet meer laat zien.

"Ik voel mij naakt". Een prachtige uitspraak van een van de bezoekers. Als een Eva die na de zondeval zichzelf en haar man Adam bekijkt en tot haar schrik de naakte waarheid met andere ogen bekijkt. Mooi is dat. Wie bij ons komt, mag zonder poespas of opsmuk zichzelf laten zien. "En wie ben jij?" lijkt de vraag te zijn die onderhuids gesteld wordt. En dat ben je helaas niet gewend als je uit een gemiddelde Nederlandse kerk of gemeente komt.

Daar gaat het meer over vragen als "ben je wel bekeerd", "doe je wel de goede dingen", "zie je er goed uit", "ben je wel vervuld of gedoopt in de Geest". Vragen die de buitenkant en voor een deel de binnenkant raken. Maar die blijkbaar niet het gevoel geven dat je er bij mag horen of totaal jezelf mag zijn. Er is toch vaak sprake van bedekking. Zoals Adam en Eva hun naakte lichaam bedekten met vijgenbladeren, bedekken wij ons met regels en wensen, waardoor wij de naakte waarheid van onszelf niet hoeven te laten zien. In onze wijk komen we veel "probleem"mensen tegen. Die komen ook bij ons. Zij voelen zich vaak in het hokje van "probleem" gezet. Waar zij bij ons zich weer "mens" voelen. Een mens met een probleem.

Ik had het daar deze zondag nog over met mijn mee etende buurtgenoot. Welk mens heeft geen problemen? Iedereen heeft ze. Alleen hebben hoger opgeleiden geleerd ze een plek te geven. Of ze netjes te verstoppen. In die zin is iedereen een "probleem mens". Wat blijkt als je mensen voorstelt een coach te nemen? Hun eerste reactie is: ik heb toch geen probleem? Hoe vaak heb ik in christelijke kerken niet meegemaakt dat iemand geen problemen had, totdat hij ineens verkondigde te gaan scheiden, in zware financiële problemen bleek te zitten of zonder vooraankondiging zich van het leven beroofde.

Wat zou het heerlijk zijn om eens geen masker op te hoeven doen. Te komen zoals je bent. Eng. Maar na verloop van tijd bevrijdend. Met Jezus als voorbeeld: “Kom tot Mij allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal je rust geven.”

donderdag 21 januari 2016

Column Friesch Dagblad 85: Geloof gericht op heel het leven

Wij willen holistisch leven". Dit is nog steeds een van de hoofdwaarden van de christelijke wijkgemeenschap VillaKlarendal. Een term die een beetje ‘eng’ klinkt voor de gemiddelde christen, die het al snel associeert met de New Agebeweging die aan dit begrip een eigen invulling heeft gegeven. ‘Integral mission’ heet het in de zendingswetenschappen en dat komt dichtbij wat wij bedoelen. Het leven in zijn totaliteit als christen leven en elk aspect daarvan als waardevol accepteren. Niet het geestelijke staat centraal, maar alle aspecten van het leven zijn even belangrijk, waarbij het geloof natuurlijk een belangrijke basisvoorwaarde is.

Zo kan het zijn dat mensen bij ons komen met financiële vraagstukken, met moeite op sociaal gebied, met huisvestingsvraagstukken. We vinden het belangrijk, wuiven het niet weg met een geestelijk sausje als ‘we zullen ervoor bidden’. Nee, we bidden ervoor en kijken met mensen hoe de vraagstukken het beste opgelost kunnen worden. En meestal hebben wij niet de oplossing, maar wel een van de instanties met wie we samenwerken.

Ik zie een nieuwe beweging ontstaan die het omgekeerde lijkt te zeggen. Aanbid God met heel je hart (wat betekent: zing liederen en kom in een bepaalde sfeer), laat Hem je leven leiden. En bid Hem voor alles en het zal ook gebeuren. Mooi, prachtig, geweldig dat men zo radicaal wil leven. Maar ook eenzijdig en alleen gericht op het geestelijk/spirituele deel van het leven.

Zo had mijn vrouw last van hevige spierpijn. Een vriend van onze zoons hoorde het en opperde ervoor te bidden. Want dan zou de spierpijn wel weggaan. Tja, maar God heeft het lichaam gemaakt om te werken én te rusten. En spierpijn is een manier van het lichaam om ons te melden dat er even rust moet worden ingebouwd. Door God ingegeven waarschuwingsmechanismen die we niet te vuur en te zwaard als geestelijke strijd met gebed te lijf moeten gaan.

Ik vind dit altijd lastig. Want ik gun mensen een radicale omgang met onze hemelse Vader. En ik zal de laatste zijn om te oordelen over het geloofsleven van anderen. Toch vind ik het jammer dat een nuchtere kijk op het leven van alledag en het besef dat God alles heeft gemaakt tot zijn eer daardoor soms teniet wordt gedaan.

Zo zie ik soms vreemde mengelingen ontstaan. Milieu lijkt voor sommige christenen een tweederangs aangelegenheid. Want God zorgt toch wel voor ons, waarom zouden wij dan nog voor die omgeving moeten zorgen? We ‘praisen’ erop los in onze zondagse samenkomst, terwijl de wijk waar de kerk samenkomt op overlevingsstand staat. En dan bidden we dat ‘die mensen’ snel bij ons binnen mogen komen. Het enige wat de wijk van ons ziet en hoort zijn de zondagse wekkerdiensten waar niet iedereen blij mee is en de auto’s die her en der geparkeerd staan in de toch al overvolle wijk.

Holistisch, integraal leven. Dat is mét mensen leven. Niet naast hen. Oog hebben voor de pijn en moeite van alledag. Dat niet weg praisen en worshippen. Maar samen de pijn ervaren, beleven en kijken hoe het beste hulp kan worden geboden.

woensdag 16 december 2015

Column Friesch Dagblad 84: De nare smaak van spreken over Parijs

13 november 2015 staat in ons geheugen gegrift. Opnieuw is er een toon toegevoegd aan het negatieve akkoord wat over de islam wordt uitgespeeld. Die moslims moeten zich nu maar eens uitspreken. Er wordt verantwoording gevraagd van mensen die hetzelfde geloof aanhangen als die terroristen die Parijs hebben aangevallen.

Ik heb met gemengde gevoelens gekeken naar de berichtgeving over Parijs. In het begin was ik nog geïnteresseerd, benieuwd naar de achtergronden. Maar toen mijn lokale dagblad al voor de zevende dag op rij met zwarte randen nieuws uit Parijs bracht, begon ik mij af te vragen wat voor nieuwsgaring dit nu was. Vrije nieuwsgaring of loutere propaganda? Want alles wat maar enigszins nuancerend was, werd geweerd of naar andere pagina’s gedirigeerd.

Het was duidelijk: die moslims, die moslims toch, wat deden ze ons aan? Waar hadden wij dit aan te danken? We hadden ze toch alle ruimte geboden, waarom maakten ze daar dan zo misbruik van?
Het bekende dubbele gevoel wat de goede lezer van mij kent bekroop mij weer. Want: vrij? Er lijkt zich een teneur af te tekenen waarin de moslim een tweederangs burger wordt. Iemand die bij de gratie van onze tolerantie hier mag wonen, maar voor de rest met heel veel argwaan wordt bekeken en benaderd. Enige tijd geleden organiseerde de gemeente Arnhem een gesprek over samen in Arnhem waarin groepen bewoners met elkaar in gesprek gingen over radicalisering. Met name de moslims spraken van de pijn die zij ervoeren over het tweederangs burger zijn. Goed opgeleid en enthousiast solliciterend naar een plekje op de arbeidsmarkt worden zij af geserveerd.

Een prachtig voorbeeld was een jongeman met lange baard en djellaba. Hij begon te spreken over zijn passies en liefde voor jongeren. Over zijn identificatie met moslims terwijl hij geen moslim is. Mar hij werd er wel vaak op straat over aangesproken. Hij ziet er toch uit als een moslim?
De hokjes doorbreken. Niet denken in termen van "jij bent zo en denkt zo, omdat je er zo anders uitziet, die andere achternaam draagt of dat andere geloof aanhangt". Ik was blij met die ene andere noot die tijdens de vele gesprekken werd gespeeld. Nationale knuffelmoslim Ali Bouali sprak zich uit als moslim en over het belachelijke daarvan. Want we hadden hem toch al aanvaard als rapper en nationaal humorist? Waarom dan nog verantwoording?

Gisteren kwamen de Nederlandse bisschoppen met de brief ‘Herbergzaam Nederland’, waar indringend werd ingegaan op de vluchtelingenvraagstuk dat voor sommigen direct verbonden is met de komst van ‘grote groepen moslims naar ons land’. De bisschoppen schrijven: ‘Goed samenleven is een verantwoordelijkheid van ons allemaal. Wij én de vluchtelingen hebben verplichtingen tegenover elkaar. Om in de vervulling van deze wederzijdse plichten vruchtbaar met elkaar op te trekken, dienen we de weg van de dialoog te bewandelen. Vanuit onze gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor zo’n dialoog kunnen we op zoek gaan naar goede oplossingen met respect voor iedere medemens’.

In Arnhem zijn we al met die dialoog bezig. De afgelopen maanden zijn wij, christenen en moslims in onze wijk, begonnen met bezoeken aan de plaatselijke moskee, kerk en synagoge. Om in gesprek met elkaar te komen. Niet veroordelend of vingerwijzend. Maar open en eerlijk. Als een kind dat verwonderd kijkt naar die mooie zeepbel, keken wij naar al het moois dat deze wereld heeft voortgebracht. Met de verschillen ontdekten we veel overeenkomsten. Die boden aanleiding voor verder gesprek. Elkaar onbevooroordeeld tegemoet treden om open te horen wat die ander bezig houdt. Is dat niet veel mooier?

dinsdag 17 november 2015

Column Friesch Dagblad 83: De vreemde kerk

Deze periode zijn twee nieuwe boeken uitgekomen over kerk-zijn in deze tijd.

Vrijdag 13 november werd er een symposium gehouden naar aanleiding van het uitkomen van het boek "Vreemdelingen en priesters" van Stefan Paas die als ondertitel "Christelijke missie in een postchristelijke samenleving" mee kreeg.

Ook theoloog Erik Borgman heeft een boek uitgebracht onder de titel "Waar blijft de kerk?" met als ondertitel "Gedachten over opbouw in tijden van afbraak". Ik las onlangs een interview hierover met beide schrijvers. Interessant dat deze twee theologische kanten uitkomen bij ongeveer dezelfde noties.

Protestant Paas concludeert "Met streven naar succes hoeft de kerk zich niet bezig te houden" en "de kerk is altijd een minderheid geweest, en ik denk dat dit ook bijbels is." Christenen die zich bevinden in de zogenaamde Bible Belt merken dat nog niet zo erg, maar Paas merkte door te verhuizen naar Amsterdam "dat we in een bijna geheel geseculariseerde cultuur leven." De oplossing? Niet de droom om de hele cultuur te transformeren. Maar leven in ballingschap die de vrede voor de stad zoekt en God vertegenwoordigt in een seculiere context.

Katholiek Borgman ziet een kerk die in afbraak is. De opbouw van de nieuwe kerk moet los zijn van plannenmakerij, efficiency en denken in problemen en oplossingen. Niet meer denken in maakbaarheid. Hij wil leren van de kerk van de vluchtelingengemeenschap in Calais. Ze hebben niets. En in die omstandigheden ontstaat een kerk. Zij vragen zich niet af wat de zin van de kerk is, waar het goed voor is. Nee, het is goed. Hij noemt het mooie voorbeeld van de gelijkenis van het mosterdzaadje. Wij denken dat wij ervoor moeten zorgen dat het mosterdzaadje een boom wordt. Dat is het niet. Het koninkrijk van God is een struik waar de vogels nestelen. De ene keer zijn wij de struik, de andere keer de vogels die erin nestelen.
 
Kerk-zijn in deze nieuwe tijd. Het houdt mij ook bezig. Veel van wat deze twee theologen zeggen, komt mij bekend voor. Een succesloze kerk die oploopt met de mensen in de wijk. Waar succes niet gemeten wordt aan het aantal mensen dat een formuliergebedje heeft opgezegd of een keer kopje onder is gegaan. Pretentieloos aan de kant naast mensen die aan de kant staan. Niet "wij zullen dat wel even voor je doen", maar "zullen we samen eens kijken of het mogelijk is."

Het verbaast mij hoeveel moois er gebeurt als je de ogen opent voor wat er in de wijk gebeurt. Mensen met het hart op de juiste plaats. Niet gericht naar boven, maar wel op de medemens in nood. En niet alleen gericht op nood, maar op de medemens zelf die een nood heeft. Laatst nog een gesprek met een onderzoekster. Die zich verbaasde over deze kerk in de wijk. Ze vond het jammer dat zo'n kerk niet in haar dorp bestond. Dan zou ze het wel weten. Dan zou ze net zoals velen bij ons een niet-zo-gelovige kerkganger worden.

Lees hier het interview met Stefan Paas in De Nieuwe Koers

Recensie over het boek "Waar blijft de kerk?" van Erik Borgman in NieuwWij

woensdag 14 oktober 2015

Column Friesch Dagblad 82: Islam en zwarte piet

Afgelopen vrijdag was ik met een groep moslims, christenen en humanisten, veelal wijkbewoners, op bezoek bij de plaatselijke moskee. In prachtige, in tale Mekkaans verwoorde, bewoordingen, vertelde de tot de islam bekeerde van oorsprong katholieke Surinaams-Nederlandse spreker over de kernwaarden van de islam. Wat me vooral is bijgebleven is dat de islam probeert los te komen van de eigen culturele waarden om op zoek te gaan naar universele waarden die voor iedereen gelden.

Een interessant gegeven. Want iedereen is onbewust bevangen door de eigen culturele waarden. Ik denk aan de hele Zwarte Piet discussie. De inleider vertelde over zijn eigen culturele achtergrond, die de koloniale geschiedenis bekijkt door de ogen van de slavernij. Nog steeds voelen Surinaamse en Antilliaanse medeburgers zich tweederangs, omdat die geschiedenis door de koloniale heerser nog steeds niet is herschreven. En bekijken Zwarte Piet door die zwarte geschiedenis heen.

De Nederlanders, opgegroeid met Sint en Piet, zien een andere waarde. Dan neem ik mijn eigen interpretatie als basis. Voor mij is het een feest geweest van beide personen. Geen Sinterklaasfeest zonder Zwarte Piet. Sinterklaas was voor mij de equivalent van het formele gezag, in mijn geval de protestants-christelijke godsdienst. Die vertelt zoals het hoort. Zwarte Piet was degene die anders durft te zijn. Die niet langs gebaande paden gaat. Die over daken durft te klimmen, die acrobatische toeren uitprobeert. Die de presentator aller presentatoren in mijn kindertijd "Vrouwtje Bouw" durfde te noemen. Een verademing. Sint die Piet tot de orde roept, maar op zo'n manier dat hij dingen toch door de vingers ziet. Zwarte Piet die gekke dingen doet waar wij van droomden en daar geen straf voor kreeg.

Twee culturen die elkaar ontmoeten in het Nederland van vandaag vinden het moeilijk om elkaar te vinden. Waarom? Omdat ze die andere cultuur niet van binnen kennen. Het is wezensvreemd. Ze zijn er niet mee opgegroeid. Dus roept de niet in Nederland opgegroeide, maar met Keti-Koti, de jaarlijks op 1 juli terugkerende feestdag van bevrijding van de slavernij, Surinaamse Nederlander de "gewone" Nederlander op terug te keren van die discriminerende Zwarte Piet. Waarop die Nederlander tot in het diepst van zijn wezen wordt verwond, want die Piet heeft hij nooit als discriminerend bedoeld. Die was immers zijn hulp van kinds af aan om weg te komen van de formele verstikkende, structuren. Vanuit die gedachte riep hij als klein kind op straat donkergekleurde mensen weleens na met "Zwarte Piet". Een positief gekleurde insteek, die door de ander heel anders werd ervaren.

Daarom zijn we in onze wijk begonnen met bezoeken aan de monotheïstische gebedshuizen. In gesprek komen met de ander. Iets gaan begrijpen van wat die ander beweegt. Weg van de formele theologische discussies. Niet de ander de zwartepiet toespelen. Maar luisteren en eerlijke vragen stellen. Ook al is die andere godsdienst wezensvreemd aan onze eigen achtergrond. Over twee weken volgt een bezoek aan de synagoge, dat voor moslims waarschijnlijk weer cultureel wezensvreemd en daarmee schokkend zal gaan worden.

Klik hier voor de pagina van Friesch Dagblad waarin de column is verschenen (onderaan de pagina)

woensdag 9 september 2015

Column Friesch Dagblad 81: Waar is nu het plan van Europa?

Ze komen met grote groepen naar ons toe. Een tsunami van vluchtelingen komt onze kant op. Ze komen van heinde en ver om van onze rijkdom te profiteren. Wij hebben het ook niet makkelijk. En nu moeten we onze beperkte rijkdom ook nog delen met die anderen. Wij waren wijs om te sparen. Waardoor we nu voldoende hebben. En kijk: nu komen ze overal vandaan om te genieten van onze slimheid en rijkdom. Stuur ze toch gewoon terug. Hadden ze zelf maar slim moeten zijn. Niks geen compassie met de volkeren om ons heen! Eigen volk eerst. Wij hebben voorrang!

Het zou zo maar uit onze tijd kunnen komen. Maar het bovenstaande heb ik geschreven vanuit de denkwereld van Egyptenaren die in de tijd van Jozef hadden kunnen opstaan tegen de toenmalige minister-president toen bleek dat andere volken profiteerden van de graanvoorraden die Jozef had laten aanleggen. Met de kennis van nu weten we dat achter die wijsheid een andere Wijsheid zat die zijn plan volvoerde. Maar uit de reactie van de broers van Jozef bleek wel dat zij absoluut niet op de hoogte waren van dat grootse plan. En de Egyptenaren hadden die economische vluchtelingen van toen met gemak kunnen weigeren. Het waren geen vrienden, eenvoudige boeren, uit een ver land waar Egypte absoluut geen voordelen bij had.

Zo worden nu woorden en gedachten uitgestrooid over mensen die het in eigen land moeilijk hebben. Een tsunami van vluchtelingen komt over ons. Paniek in heel Europa. Erg overeenkomstig de situatie uit de tijd van Jozef. Alleen: hij had een plan. En Europa wordt verweten geen plan te hebben. Jozef wist van tevoren dat er een probleem aan zat te komen. Europa ook. Al vanaf jaren geleden keken we naar de vluchtelingenstromen uit Syrië en verbaasden ons over het gebrek aan organisatie in de omliggende landen.

Je kon op je vingers natellen dat die vluchtelingenstromen niet zouden ophouden bij de grenzen van de omliggende landen. Maar keken toe en zaten op onze handen. Na Lampedusa, Kos, Lesbos en Hongarije weten we beter. En groeit de stroom vluchtelingen ook ons boven het hoofd. Ik neig tot de groep die alle grenzen open stelt. Grenzen open voor Europeanen? Dan ook voor alle andere wereldburgers met minder mogelijkheden dan wij.

Maar het blijft moeilijk. Want wijkbewoners wijzen mij op hun jarenlange strijd om een ander huis te bemachtigen. Vrouw en tienerdochter in een bed, omdat zij geen ander huis kunnen krijgen. Die zien vluchtelingen aankomen in die krappe woningmarkt en zien hun eigen kansen op een ander huis met grote sprongen verkleinen. Die schreeuwen om voorrang voor eigen volk. Terecht. Die mensen moeten ook kansen krijgen.

Daaruit blijkt maar weer hoe moeilijk dit vraagstuk is. Ik kom er zelf ook niet uit. Puur politiek denk ik het ene. Maar word ingehaald door de dagelijkse situatie van mensen die ik tegenkom. Een menselijk bestaan: dat wens ik iedereen toe!

Lees hier de column in Friesch Dagblad zoals hij is verschenen (onderaan de pagina)

maandag 17 augustus 2015

Column Friesch Dagblad 80: Niet alles is zoals het lijkt te zijn

Ik loop in de verzengende hitte van 40 graden warmte en 90 procent luchtvochtigheid door de nauwe straatjes van Antalya aan de zuidkust van Turkije. We zien een leuke souvenir en duiken een klein winkeltje binnen. We komen in gesprek met de verkoper. Het is dit jaar moeilijk met het toerisme. We verbazen ons daarover, want we zien veel toeristen. Nee, de Russen laten het dit jaar massaal afweten. Angst voor de oorlog die zich af-speelt aan de grens van Turkije. We kijken om ons heen. Geen enkele militair met wapen in het straatbeeld. Geen enkel gevoel van oorlogsdreiging. We kijken op de kaart en zien dat de bewuste grens ruim vijfhonderd kilometer verder-op is. Maar de Russen zijn bang en durven niet af te reizen naar ‘onveilig' Turkije. Ik besef: niet alles is, zoals het lijkt te zijn. 

We komen in de bus in gesprek met onze gids. Of Turkije onder Erdogan conservatiever is geworden, vragen we. Ach, antwoordt de gids, let op mijn woorden: als Erdogan en zijn AK-partij de macht verliest, zal de helft van de hoofd-doekjes uit het straatbeeld verdwijnen. Van alle meelopers. Niet alles is, zoals het lijkt te zijn. 

In ons hotel zie ik mensen die ik eerst aanzie voor Turken. Ze hebben wel anderkleurig haar en spreken een taal met heel veel rollende g-klanken. Ze zijn heel westers gekleed, in kleine jurkjes en ze drinken alcohol! Mijn verbazing is groot, als dit geen Turken blijken te zijn, maar Iraniërs! Blijkbaar gaat de economie daar zo goed, dat ze in groten getale naar de Turkse Rivièra afreizen. Om daar hun gewaden en hoofddoeken om te wisselen voor de prettiger, zonnige kleding. Weg onder de druk van de ayatollahs. Niet alles is, zoals het lijkt te zijn.

Die conclusie heb ik jaren geleden al getrokken. We maakten in onze kerk bekend dat we verhuis-den van de veilige buitenwijk naar een van de beruchtste achterstands-wijken in Arnhem. "Dat moet je niet doen”, waarschuwden diverse gemeenteleden. "Je kinderen gaan de criminaliteit in onder invloed van hun nieuwe vriendjes.” We deden het toch. En werden bevestigd dat het ook anders kan. Niet onze kinderen werden beïnvloed door hun vriendjes, onze kinderen beïnvloedden hun vriendjes. Ze kwamen bij ons over de vloer. Genoten van onze veilige omgeving. Niet alles is, zoals het lijkt te zijn.

Wij westerlingen zijn behept met het veiligheidsdenken. Het zekere boven het onzekere. Dat heeft ook christenen overmeesterd. Een belangrijk aspect van het christelijk leven is moed. Dat missen we. ‘Met mijn God spring ik over een muur', zegt de Spreuken-auteur. ‘Maar dan moet ik eerst wel weten of de muur veilig genoeg is', zeggen wij er achteraan. Dat is jammer. Want zonder moed, het onbekende met een open gemoed tegemoet treden, komen we er nooit achter dat niet alles is, zoals het lijkt te zijn.

donderdag 18 juni 2015

Column Friesch Dagblad 79: Samen Jezus volgen in de ondertussenheid

De afgelopen tijd heeft op internet een discussie gewoed, dat voorlopig een hoogtepunt heeft gekend in een congres van MissieNederland (voorheen EA/EZA) over "de evangelische beweging in deondertussenheid". Dit klinkt vaag en verdient uitleg. In de Trendrede 2015 kwam de term 'Ondertussenheid’ voor het eerst naar voren. Het "duidt op de periode van verandering waarin we ons bevinden. Het gaat om een overgang tussen twee systemen of tijdsgewrichten. Veel vaste verhoudingen en zekerheden staan op losse schroeven, terwijl we nog niet kunnen zien hoe het nieuwe plaatje er precies uit zal zien."

In de discussies die op internet werden gevoerd was sprake van enkele christenen die de zekerheden van de evangelische beweging ter discussie stelden. Zo vergelijkt Matthijs Vlaardingerbroek de situatie met de reis van Israël door de woestijn. Vlak voor de Jordaan staat de evangelische beweging voor de keuze: de onzekere toekomst in of niet overgaan en iets anders doen. Zij besloten tot het laatste: het bouwen van een evangelisch Jericho  "met hoge, sterke muren van onze eigen gelijk, bekleed met vaandels die proclameerden: “Dit is Gods, enige Bijbelse, geopenbaarde Waarheid!” Evangelisch Jericho met een populatie van zwerfvogels, die om de zoveel jaar van de ene grote zaal naar de andere grote zaal fladderen, altijd op zoek naar de lekkerste wormen en de grootste vetballen."

Van daaruit gingen enkele verspieders op individuele basis naar de overkant van de Jordaan. Ze kwamen er niet zonder kleerscheuren doorheen. Maar merkten dat geloof daar mogelijk is. Met vallen en opstaan. Deze verspieders wijzen de evangelische beweging op de ondertussenheid. De tijd van de zekerheden is verdwenen. Maar hoe het wel moet, dat weten we nog niet. We zijn nog steeds verspieders.

Ikzelf zie deze situatie ook in mijn eigen omgeving. Als je het zekere verlaat om als verspieder in een ander gebied terecht te komen, moet je alles doordenken, ook je geloof. En kom je dan af en toe weer terug in het 'veilige nest' dan is er sprake van vervreemding. Ik vergelijk het met achter Jezus aan gaan. De volgelingen gaven hun veilige leven op voor het discipelschap. Enige zekerheid was dat ze met Jezus mee gingen. Al het andere was tweederangs. Zelfs de familie van Jezus begreep bij tijd en wijle niet wat Jezus deed. Dan probeerden ze hem tot de orde te roepen, in het gareel van wat normaal en algemeen aanvaardbaar was.

In de ondertussenheid zal voor sommige volgelingen zo weinig van het oude achterblijven, dat sommige andere volgelingen ze weer in het gareel willen brengen, vanuit de vraag of zij nog wel echte volgelingen zijn. Dat gebeurde bij tijd en wijle ook in de discussies op internet. Ook al weten we nog niet waar het naar toe gaat en blijven sommigen binnen de veilige muren van evangelisch Jericho, terwijl anderen daaruit wegzwermen het beloofde land in, een ding weet ik zeker: wie verlangt Jezus te volgen, moet daarin gestimuleerd worden en niet verketterd. We kunnen elkaar vinden in het samen volgen van Jezus. Samen met Hem op weg naar het onbekende beloofde land.

zondag 24 mei 2015

Column Friesch Dagblad 78: samen eten om elkaars cultuur te waarderen

Een gesprek vorige week. Een masterstudente doet in onze wijk onderzoek naar diversiteit: hoe verschillende groepen van allerlei culturele en religieuze achtergronden met elkaar samenleven. Het onderwerp leeft in de wijk, maar ook in onze samenleving. Steeds meer opinieleiders vinden dat de multiculturele samenleving is mislukt. Daarom moeten allochtonen zich maar aanpassen en is er geen ruimte meer voor de waarde en pracht van andere culturen.

In onze wijk is zichtbaar, dat er veel verschillende soorten culturele en religieuze groepen wonen. Maar ze leven naast elkaar, niet met elkaar. Ze zien elkaar wel, maar er is geen echt contact onderling. Wat landelijk aan de orde is, geldt ook op wijkniveau: veel wijkbewoners vinden dat niet-Nederlandse groepen zich maar moeten aanpassen. Een kleiner aantal wil juist verbinding leggen tussen de verschillende groepen.

Groepen zijn wel zichtbaar is de wijk. Zo is er een Turkse vrouwengroep. En een crea-groep met vooral autochtone, echte Klarendallers. Ieder heeft zijn eigen plek in de wijk. Ze voelen zich daar thuis. Het blijkt lastiger om die georganiseerde groepen uit hun schulp te halen om met elkaar in contact te komen. Voor velen hoeft dat ook niet, want die zijn van de landelijke trend "ze passen zich maar aan".

Tussen die visies hebben wij een eigen richting gekozen. Dat betekent erkennen dat omgaan met andere culturen lastig is. Want als je zonder gesprek tegen een cultureel verschil aanloopt, is dat lastig. Als ik mij netjes hou aan de vuilnisophaalregels en ik zie dat mijn Turkse buurman het illegaal dumpt (en hij zeker niet de eerste is), dan verschijnen bij mij de vraagtekens in het voorhoofd dan wel de kriebels in de buik. Die kriebels zijn er en moet je zeker niet ontkennen. Maar toch moet er ook ruimte zijn voor kennismaken. 

Zo is er enkele jaren geleden, mede op ons initiatief, een landenkookgroep ontstaan. Om tenminste een cultureel verschil, samen eten, te gaan erkennen en waarderen. Is daar verschil zichtbaar? Zeker! Of je nou rijst droog kookt, zoals in Indonesie of Suriname, of er een flinke dot olie doorheen klotst, zoals in  Afghanistan, dat maakt nogal wat uit. Er zijn al kleine ruzietjes uitgevochten in de keuken over de culturele verschillen van de koks. "Dat hoort toch niet zo", hoorde ik dan iemand uitroepen. "Zeker wel", susten we dan, "dat hoort niet in jouw land, maar wel in dat andere land". Accepteer dat verschil. Soms vonden de Nederlanders het eten vies. Te scherp, te weinig smaak of zo zoet dat de tanden (als je die nog hebt) spontaan uit de mond vallen. Ook daar weer: accepteer dat anderen het wel lekker vinden en er van genieten (en het aan zijn tandarts overlaten of het wel gezond is).

Erken diversiteit: wat de een lekker vindt, vindt de ander vies. Meestal ontstond aan tafel verschil van mening tussen de tafelgenoten. Tussen Nederlanders bleek verschil van smaak. Over smaak valt niet te twisten, zegt een bekend Nederlands spreekwoord. Het is niet goed, het is niet fout, het is anders, zei een wijze leraar van me als het ging over culturele verschillen.  

Aan tafel leer je de ander kennen. Het is de kunst die ander niet met het rode potlood door te halen. Maar vanuit respect voor het andere met hem of haar in gesprek te gaan. Dan wordt die ander langzaam maar zeker: ons kent ons.

woensdag 15 april 2015

Column Friesch Dagblad 77: Kerk binnenstebuiten

Een aankondiging van een lokale kerk deze week: "We gaan deze week naar buiten". Na de dienst werd het geloofsgevoel voortgezet, met zang en muziek naar buiten gebracht op de trappen van onze plaatselijke muziektempel. Mooi, de kerk gaat naar buiten. Er wordt iets gedaan met het verlangen om het geloof uit te dragen. Wat dat betreft: chapeau voor de pogingen nieuwe dingen te doen uit liefde voor onze Heer.

Toch bekruipt mij bij dergelijke activiteiten een gevoel van onbehagen. Die heeft vooral te maken met de termen 'binnen' en 'buiten'. Binnen is dan de plek waar je samenkomt. Waar je samen het geloof deelt en opgebouwd wordt. Buiten is iedereen die niet het geloof aanhangt en daarom niet behoort bij binnen. Door dat zo te benadrukken is er weinig echte interactie met buiten. Wellicht wil men dat ook niet, want "wij moeten ons niet mengen met de wereld". Langzamerhand is onbewust en onbedoeld een subcultuur ontstaan, die door buitenstaanders niet meer begrepen wordt. Om binnen weer in contact te brengen met buiten, en vooral omgekeerd, worden specifieke, eenmalige, acties georgeniseerd. In de hoop dat we enkelingen van buiten naar binnen brengen.

Kan het anders? Kan de kerk binnenstebuiten gekeerd worden? Jazeker. In een bespreking over een conferentie over "missionaire spiritualiteit" citeerde blogger Henk Medema een spreker die 'binnen' en 'buiten' vergeleek met het Zuid-Afrikaanse openbaar vervoer: "je kunt je laten vervoeren door middel van [minibus]‘taxi’s’, voertuigen die gebouwd zijn voor bijvoorbeeld 12 personen, maar waar soms wel 20 mensen in worden gepropt. Als je zo’n taxi neemt, kom je letterlijk met de mensen in aanraking, met zweet- en knoflooklucht en al, maar ook met hun eigen verhalen, moeite en verdriet. Wil je dat, of hou je je daar liever buiten? - in dat laatste geval moet je maar liever een veel duurdere deur-tot-deur taxi laten komen."

Het is als het verschil tussen de toerist die kiest voor een georganiseerde reis of de backpacker. De backpacker maakt gebruik van reismiddelen en hotels die de gewone man in het land ook gebruikt. Daardoor ontmoet hij mensen van hart tot hart en ontstaan er relaties. De georganiseerde reiziger bekijkt het land vanuit een veilige bus met airconditioning. Bij pleisterplaatsen stapt hij uit om in contact te komen met de gewone man, om daarna weer snel de bus in te stappen op weg naar het veilige hotel.
Is de Nederlandse kerk een georganiseerde busreis die veilig sightseeënd door de wereld reist op weg naar het beloofde land of een groep backpackers die nauwer in relatie staat tot de inwoner van het land en zo al zoekend en tastend dezelfde richting op gaat?

woensdag 18 maart 2015

Column Friesch Dagblad 76: Strooi ook eens wat goudstof rond voor een betere wereld

Boven een artikel in De Volkskrant stond afgelopen zaterdag 'Strooi zelf ook eens wat goudstof in het rond'. Ik werd geraakt door de inhoud die ging over het moderne levensgevoel. Schrijfster en juriste Alexa Gratama beschrijft de drukke levens die we als moderne mens menen te moeten leven. Zowel in ons werkende leven als in onze drukke vrije tijd. Ze komt tot de conclusie: ,,Net als elektrische auto's moeten we regelmatig worden bijgetankt, maar er zijn veel te weinig oplaadpunten. Voor je het weet komen we met een ruk tot stilstand.”

Als gevolg daarvan lijdt inmiddels meer dan een miljoen volwassenen en kinderen in ons land aan 'somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten'. Waarvoor we vervolgens ,,massaal aan de running-therapie, mindfulness en voedingsinterventie moeten”. De hele stresscultuur zorgt er voor dat er miljarden in de zorgsector aan worden uitgegeven om mensen weer op de rails te krijgen. Gratama ziet de oplossing in het opruimen.

,,Opruimen van onze kasten, onze agenda, ons hoofd, ons leven.” Hoe doe je dat? Daarvoor citeert ze de Japanse Marie Kondo die bij zich bij elk voorwerp afvraagt: ,,Does it spark Joy?” Ervaar ik hierbij nog een vonkje vreugde? Die spark of Joy is voor Gratama als de goudstof uit de staf van de fee van Assepoester. Zoek in je leven naar goudstof waar je blijdschap uit put en geef dat als je kunt ook nog aan anderen door.

Wie dit artikel als christen leest, kan twee kanten op. De traditionele, primaire reactie zal zijn: wat een slap aftreksel van de vreugde die God in Christus geeft! Tevreden zijn met een slap aftreksel van het ware en pure goud dat van en door Hem komt. Laat haar dat zoeken en ze wordt overweldigd door de heerlijke rijkdom van het 'in Christus-zijn'.

Dat was ook mijn eerste reactie. Maar toen ik er verder over na ging denken, besefte ik, dat onze samenleving heel ver van de God van de Bijbel af staat. Men is niet meer met Hem bezig, laat staan dat ze Hem kennen. Ik begon terug te denken aan hoe wij met Villa Klarendal proberen aan te sluiten bij het leven van alledag. En kwam tot de conclusie dat wij niet anders deden dan wat goudstof rond te delen.

Af en toe een schouderklopje of een vriendelijke knipoog. Een dieper gesprek. Een moment van medeleven. God werkt vaak door kleine dingen. Dat kleine werkt door bij mensen. Het goudstof is een klein zaadje dat in hun harten wordt geplant. De glimlach maakt nieuwsgierig naar wat er achter zit. Bevangen door goudkoorts gaan mensen op zoek naar de oorsprong van het goud. Heb dus oog voor de kleine dingen. Je weet nooit wat er uit voort komt.

Column Friesch Dagblad 75: Bericht uit carnavalvierend Ernem

Hét weekeinde is weer aangebroken. Vier dagen aaneen met elkaar optrekken. Gezellige geluiden en dito muziek. Eindelijk mag je eens gewoon gek doen, zonder dat anderen er raar van opkijken. Juist: het is carnaval. Ook in Arnhem, ook in onze wijk Klarendal.

Onze Limburgse, katholieke burgemeester heeft ervoor gezorgd dat onze stad er sinds vorig jaar een nieuwe traditie bij heeft. Op vrijdagavond wordt de sleutel van de stad overgedragen aan de carnavalsverenigingen. Voor vier dagen is Arnhem Ernem.

Arnhem, op de grens tussen protestants en katholiek Nederland. Begrensd door het katholieke Achterhoek, het protestantse Ede en de grotendeels katholieke dorpen in de Betuwe.

Klarendal is een katholieke enclave in Arnhem-Noord, omdat in de negentiende eeuw Achterhoekse arbeiders massaal in deze nieuwe wijk werden gehuisvest. Dus is carnaval een van de hoogtijdagen in de wijk. Na elf november gonst het van de activiteiten in de carnavalsverenigingen, uitmondend in de vier carnavalsdagen en met name de zondagse optocht met praalwagens waar men al die maanden aan heeft gewerkt.

Het lokale, landelijke en internationale nieuws wordt creatief op de hak genomen. Afgelopen zondag stonden we in het zonnetje te kijken naar al die leuke en mooie creaties. En naar al die mensen die zo grappig waren uitgedost.

Ik hoorde vanuit de boxen op een van de praalwagens 'en ook... voedselbank is van de partij'. Ik had het eerst niet door (concentratie of beginnende doofheid?), maar zag wat afnemers van ons voedselbankuitdeelpunt op de wagen naar mij zwaaien, en begreep dat ze mij op het oog hadden. Ik wuifde iets harder naar de carnavaleske voedselbankafnemers en zij gaven een extra handje snoepgoed voor in de tas van mijn kleinzoon.

We moesten wel even nadenken over dit feest toen we negen jaar geleden met Villa Klarendal naar de centrale optochtstraat verhuisden. Want de meningen in niet-katholiek christelijk Nederland zijn nogal verdeeld over dit feest. Van liberaal ermee omgaan tot er fel tegen zijn, vanwege de nadruk op drank en seks. Wij constateerden dat onze wijkbewoners er vooral veel vreugde aan beleefden. Dus wilden wij die vreugde niet met de botte Bijbelse bijl neerslaan, maar positief benaderen.

Onze oplossing was om de carnavalsvierders tegemoet te treden met warme koffie en thee. Een welkome afwisseling in de vaak koude februarimaand, maar ook een positieve geste aan alle alcoholdrinkers. Het werd positief ontvangen. Vaak een duim omhoog of een ferme Œhug¹ van een ontvanger. Met de verhuizing naar een nieuwe plek is deze traditie verdwenen. We denken nu na over een vorm van aansluiting bij de carnavalstraditie. Een eigen Villa Klarendal carnavalsvereniging, of aansluiten bij de bestaande? We hebben nog tot 11 november om daar eens onze gedachten over te laten gaan.

donderdag 11 december 2014

Column Friesch Dagblad 74: leven en dood, als een vlinder in de hand

Afgelopen weekend las ik een artikel in Royal Life Magazine van de hand van Matteüs van der Steen met als titel Over evangelisatie. Hij sprak over zijn motivatie om voor grote groepen mensen te staan en hen het evangelie te verkondigen.

Kern van zijn verhaal was de legende over een oude man van wie werd verteld dat hij nog nooit een fout advies of antwoord had gegeven. Een jongeman uit een van de dorpen waar deze man kwam, verzon een list om te bewijzen dat de oude man ten minste één fout antwoord in zijn leven had gegeven. Hij ving een vlinder en hield die in de palm van zijn hand. Hij hield zijn hand om de vlinder met ruimte voor de vlinder en voor zijn duim.

De jongeman zou de oude man vragen of de vlinder dood of levend was. Antwoordde de oude man 'levend', dan zou hij ongemerkt met zijn duim de vlinder dood drukken. Antwoordde de man 'dood' dan zou hij de vlinder laten wegvliegen. De oude man kwam en de jongeman stelde zijn vraag: ,,Is de vlinder in mijn hand dood of levend?” De oude man was even stil en antwoordde: ,,Jongeman, dat ligt helemaal in jouw hand.”

Een prachtige legende. Aan de hand daarvan concludeerde Van der Steen dat op die manier dood en leven, hemel en hel in onze handen ligt en dat het onze levensroeping is mensen te wijzen op het leven dat ze in hun handen hebben. Op zich geen verkeerde boodschap. Want Jezus heeft ons geroepen om mensen de blijde boodschap te vertellen.

Toch voelde ik mij er ongemakkelijk bij. Waarom? Vanwege de manier van denken die totaal niet past bij ons werken in de wijk.
Want deze redenering gaat ervan uit dat gelovigen over leven en dood gaan. Vertellen we de boodschap niet, dan gaan mensen voor eeuwig dood en worden wij ter verantwoording geroepen. Evangelieverkondiging wordt dan krampachtig. 'Je moet het wel vertellen, want stel je voor dat jij de enige christen bent die de ander ooit tegenkomt...'

 In ons werk gaan wij ervan uit dat er maar Een is, die overtuigt van de waarheid. En dat wij met Hem mogen wandelen en anderen uitnodigen met ons mee te wandelen. Niet hemel of hel is het uitgangspunt, maar het leven in het hier en nu met Jezus. In die wandeling, midden in de wijk, met alle ups en downs van het leven, spreken we over Jezus. Spreken we met Jezus. Spreekt Hij met ons en onze medewandelaars. Hij heeft ons leven en dat van de medewandelaar in zijn hand.

woensdag 12 november 2014

Column Friesch Dagblad 73: Kom zoals je bent, verbreek het hokjesdenken

Afgelopen zondag werd ik geprikkeld door een uitspraak van iemand die vaak bij de brunch en viering van Villa Klarendal komt. Hij zei tegen me dat hij helemaal niet gelovig is, maar dat hij heel graag bij ons komt. Het is er warm en mensen denken aan elkaar. Die sfeer spreekt hem aan en daarom ziet hij er naar uit om weer te kunnen komen. Het is frappant dat ik die reactie de afgelopen tijd uit diverse monden heb gehoord. Zij zijn zeker niet kerkgaand of kerkminded, maar ze vinden het hier goed toeven en daarom komen ze.

Waardoor komen en blijven mensen bij Villa Klarendal? Dat heeft te maken met de driedeling ‘believe – behave – belong’ (geloven – gedragen - erbij horen). Veel kerken beginnen met de verwachting dat mensen die komen moeten geloven. Van daaruit ga je naar discipelschap (het volgen van Jezus), waarbij je christelijk gedrag aanleert. En dan mag je erbij horen, word je lid. Soms worden de laatste twee omgekeerd, maar het begint meestal bij geloven. ,,Je gaat toch naar de kerk, omdat je gelooft.”

De laatste tijd is er een kentering zichtbaar. Nieuwe kerken zoeken naar wegen om ‘erbij horen’ voorop te zetten. Mensen verlangen naar relaties met anderen. Een groep waarbij ze mogen horen, waar ze thuis zijn. Wij hebben dat in Villa Klarendal geprobeerd, door onderdeel uit te maken van de grotere wijkgemeenschap. De vieringen zijn alleen voor Klarendallers en moeten zo zijn vormgegeven dat het voor hen aansprekend en herkenbaar is.

Ik zie in veel kerken hokjesdenken. Een onbekend persoon komt binnen. De aanwezigen kijken en denken ‘wat is dat voor persoon?’ De bezoeker wordt in een hokje gezet. Wij willen mensen als individu blijven zien. Oog hebben voor de menselijke kant van de persoon. Door respect te hebben voor de mens tegenover ons. De persoon is niet in eerste instantie probleemgeval, verslaafde, psychiatrisch patiënt, zorgmijder, alcoholist, homoseksueel, moslim, new age-aanhanger; of welk ander hokje je ook maar kunt bedenken. Ongeacht zijn of haar achtergrond mag die persoon bij ons komen zoals hij of zij is.

Door deze insteek en houding is Villa Klarendal een mooie mix van mensen geworden. Aan tafel zitten mensen met al deze achtergronden en spreken met elkaar. Ze praten met elkaar, van hart tot hart. Ze krijgen waardering voor de persoon achter de hoofddoek, de verslaving of de seksuele geaardheid. God heeft iedereen gemaakt die bij ons komt. Mensen mogen daarom bij ons komen zoals ze zijn. Wij leren mensen te accepteren. En laten het oordeel over aan een Ander.

woensdag 15 oktober 2014

Column Friesch Dagblad 72: waar groot en klein leed samenkomen

We zijn de afgelopen tijd erg opgeschrikt door de verhalen van christenen in Irak die voor de terreurgroep Islamitische Staat (IS), voorheen ISIS, op de vlucht sloegen. De gelovigen konden niet anders. Of ze moesten moslims worden, óf ze moesten weggaan, óf hen wachtte massale onthoofding.

Zoals bij de Exodus bloed van een geslacht lam aan de de deur zorgde voor uitredding voor de oudste zoon, zo werd met een rode Arabische letter ن (N voor Nasrani, het woord voor christen) op de deur aangegeven dat achter deze deur een christen was gehuisvest. Velen moesten terugdenken aan de verschrikkingen uit de Tweede Wereldoorlog, waarin bepaalde bevolkingsgroepen werden gebrandmerkt als uitschot.
De wereld stond erbij en keek erna. Verbaasde zich. En net toen de genocide dreigde, kwamen de VS met de eerste luchtaanvallen op ISIS. Maar ondertussen was het grootste leed al geschied. Christenen, yezidi's en moslims vluchtten uit hun huizen, steden en streek waar ze al duizenden jaren vreedzaam met elkaar samenleefden. Christelijke cultuur dreigt met harde hand te worden verwijderd uit het land dat we nog kennen uit de bijbel.

Wat moeten we daarmee doen, vroegen we ons af in Arnhem. Wij hebben pijn aan de pijn die onze medebroeders en -zusters wordt aangedaan. Waar veel andere gelovigen zich als medestrijders aansluiten bij hun medestrijders, wilden we dat op een andere manier naar voren brengen. Met een nieuwe Syrisch-Katholieke kerk binnen de grenzen was de oplossing dichtbij. Dus was daar afgelopen vrijdag een unieke gebedsdienst. Een dienst van christenen uit de Syrisch-Katholieke parochie en de Armeens Apostolische parochie van Arnhem, ondersteund door christen Arnhemmers van Rooms-katholieke, Oud-katholieke, Anglicaanse en PKN-huize. Tijdens de viering mochten 36 geestelijk leiders uit alle christelijke geledingen (ook uit de pinkster- en evangelische achtergrond) een kaars mochten neerleggen waardoor de Arabische ن werd gevormd, maar het puntje erboven vervangen werd door een kruis.

Samen zongen we "blijf mij nabij, als straks de avond daalt" en gaven daarmee onze pijn aan onze Heer weer. Samen luisterden naar liederen die de kerkkoren zongen in het Arabisch en Armeens. Waar je machteloos bent, is er een uitweg, door samen in gebed te gaan.

Ik denk aan wat we deze weken in onze wijk tegenkwamen. Een vrouw met een uitkeringskorting van 60%. Een vrouw die thuis met huiselijk geweld te maken kreeg. Een man die zijn kinderen in pleegzorg zag terechtkomen doordat zijn ex-vriendin met drugs was opgepakt. Het kind waarvan het lievelingskonijntje was overleden. Wat ben je dan machteloos. De wereld stort in. Net zoals bij christenen ver weg. Elke zondagse viering hebben we daarom ruimte voor gebed. Waar de afgelopen weken deze noden werden gedeeld en voor de Here God in gebed gebracht. Maar ook de wereldwijde problemen kwamen naar voren. Kijk, zo komen groot en "klein" leed samen op een plek en wat ons betreft waar het hoort: bij Degene die hoort en verhoort. En waar dat kan zoeken we naar een oplossing.

vrijdag 12 september 2014

Column Friesch Dagblad 71: een kommervolle zomer

Het was me het zomertje wel! Wie de krant leest weet wel dat het in de zomer doorgaans komkommertijd is. Deze zomer was het ont-kom tijd, een periode vol met kommer.

De wereld leek in brand te staan. Een burgeroorlog in Oekraïne, aangezet door buurland Rusland. Een vliegramp die eigenlijk een terroristische daad was van een van de strijdende partijen, waarschijnlijk de separatisten. De opgelaaide oorlog tussen Israël en Gaza.

De verschrikkingen van ISIS of IS die eerst christenen, daarna yezidi’s en daarna Turkmenen opjoeg en ruw uitmoordde. Dan de luchtaanvallen door Amerika ter ondersteuning van de Koerden om de opmars van ISIS, die inmiddels IS, de Islamitische Staat, had uitgeroepen. En toen nog de onthoofdingen van Amerikaanse journalisten. Te wreed voor woorden. En tussendoor de kleinere rampen en oorlogen die alleen de goede lezer of luisteraar opmerkte. Een burgeroorlog in Libië. Een vliegramp in Zuid-Korea en een in Mali (88 Fransen lieten het leven, niets meer van gehoord).

Wat sta je daar als mens machteloos bij te kijken. De politiek probeert een machtsvol antwoord te geven. We zagen pogingen van de OVSE en de Nederlandse regering om naar de rampplek te komen en daar te werken.

Na een paar weken werd dit weer afgelast door de oplaaiende strijd tussen Oekraïne en separatisten, ondanks herhaalde beloften van Oekraïne om doortocht te geven. We zagen pogingen van Egypte en daarachter VS en EU om Israël en Gaza aan het onderhandelen te krijgen. Sancties van Europa richting Rusland en de NAVO die versterking aan de oostgrenzen zoekt. Amerika die ten lange leste toch maar besluit IS te bombarderen om zo een genocide onder yezidi’s en christenen te voorkomen.

Wat moet je als individu met deze berichten? Je kunt er niets tegen doen. Je vraagt je af of het niet sneller kan. Je hoopt dat de politiek snelle beslissingen neemt. Maar we weten uit het verleden dat snelle beslissingen desastreuze gevolgen hebben, kijk maar naar de reactie op 9/11 die nu nog doordendert.

Vrienden van toen keren zich tegen het Westen als vijand, zoals IS. Vrienden? Daar lijkt het op. Financieel worden ze gesteund door bondgenoten van de VS, Koeweit, Qatar en Saoedi-Arabië. En uit betrouwbare bronnen blijkt dat sleutelfiguren van IS in 2012 in Jordanië zijn getraind door de CIA en Special Forces, zodat ze het regime van Syriës president Assad omver konden werpen.

Wanneer deze berichten bovenop een leven komen dat toch al niet zo florissant is, zoals voor veel mensen in onze wijk, slaat bij sommigen de wanhoop toe. Ze willen ontkomen aan deze kommertijd. In wat voor wereld leven we? Komen de Russen onze kant op? Is mijn buurman misschien jihadist?

In zo’n tijd het geluid van hoop laten weerklinken is lastig. Toch blijven we open voor onze Turkse en Marokkaanse buren. En eten sommigen met ons mee. We bidden samen voor de vrede voor nabestaanden van de slachtoffers in Oekraïne én onder de separatisten, voor Israël én Gaza, voor Syrië en Irak, voor de christenen daar, maar ook voor de yezidi’s, Turkmenen, Koerden én jihadgangers van IS. En voor de vrede dichtbij, in onze eigen wijk en omgeving.

donderdag 12 juni 2014

Column Friesch Dagblad 70: Leren van Afrika

Kan ontwikkelingswerk ons iets leren dat we kunnen toepassen in ‘achterstandswijken’ zoals Klarendal in Arnhem? Dat is een vraag die mij al langer bezighoudt en waarover ik in juni vorig jaar ook al een column schreef.


Een van de punten die mij opvallen is dat zowel in ontwikkelingswerk als wijkwerk een constante geldstroom bestaat, waarbij steeds weer nieuwe professionals worden ingevlogen. Daardoor ontstaat een afhankelijkheidsrelatie van ontvangers naar zowel het projectgeld als de projectmedewerkers. Terwijl je juist zo graag zou willen dat mensen in zowel ontwikkelingslanden als in achterstandswijken onafhankelijk van die gelden en werkers zelf hun problemen gaan aanpakken en eigen oplossingen bedenken.


Inmiddels zijn wij al verder op weg met het uitwerken van deze gedachte. In overleg met ontwikkelingsorganisatie Tear werken we met een Nederlandse versie van ‘Umoja’. Umoja betekent in het Swahili: saamhorigheid, eenwording en eenheid. Het is een van oorsprong in Afrika ontwikkeld programma dat lokale kerken helpt om ‘intensief contact te onderhouden met de gemeenschap waarin zij staan op een heel praktisch niveau, door middel van Bijbelstudies en andere activiteiten’.


Doordat we nu met Tear samenwerken, heb ik kennisgemaakt met een van hun kernwaardes: integral mission (het uitleven van je geloof in Jezus in ieder aspect van het leven, waarbij woord en daad onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn). Kerken zijn niet alleen bezig met prediking, Bijbelstudie en evangelisatie (woord). En ook niet alleen met sociale aangelegenheden (daad). De twee gaan harmonieus met elkaar samen.

‘Ze gaan altijd hand in hand: de verkondiging van de boodschap heeft sociale consequenties omdat we mensen oproepen tot liefde en bekering in alle aspecten van hun leven. Tegelijkertijd heeft onze sociale betrokkenheid consequenties voor de verkondiging van het evangelie omdat we getuige zijn van de levensveranderende genade van Jezus Christus’, aldus een directielid van Tear in 2011.

Volgende week mag ik aan den lijve ervaren wat dit in Afrika betekent, want ik ben gevraagd van 16 tot 24 juni mee te gaan met een voorgangersreis van Tear naar Uganda. Een van mijn vragen is hoe de uitwerking van integral mission in Afrikaanse gemeentes en hun wijken plaatsvindt. En wat ik daarvan kan leren voor het leven en werken van Villa Klarendal in onze wijk. Voorop staat dat ik vooral wil leren van Ugandese christenen en samen met het in gesprek te zijn op basis van gelijkwaardigheid.


Van die reis zal ik op Het Goede Leven, in het Friesch Dagblad en op een nieuwe blog, Rick in Oeganda, verslag doen. Als de Ugandese internetverbinding en mijn conditie het toestaan nog tijdens de reis. Anders na afloop ervan.