Het kan verkeren... Enkele jaren geleden was er een pleidooi tegen scheefwonen. Belachelijk dat al die rijke mensen bleven wonen in die goedkope huurhuizen waardoor de doorstroming niet mogelijk was. In die tijd schreef ik een blog “Een rechtgeaarde scheefwoner”, waarin ik pleitte voor het behoud van scheefwonen, zodat bevolking zou blijven mengen, rijk en arm door elkaar heen zouden wonen en niet uit elkaar getrokken zouden worden.
Het tij kan keren. De wet is ingegaan. En nu dreigen mooie wijken zoals het Arnhemse Malburgen, net gerenoveerd en helemaal mooi geworden, ten prooi te vallen aan gettovorming, doordat “armen” bij elkaar geplaatst worden. En wat blijkt: er is nu een “Pleidooi voor scheefwonen”. Helemaal mee eens. Jammer dat beleidsmakers soms zo kortzichtig zijn in de gevolgen van het beleid dat zij uitzetten.
Ik ben gebleven en heb het voor lief genomen dat ik extra geld betaalde om hier te blijven wonen. Maar goed, deze scheefwoner (alhoewel dat dit jaar wellicht weer wordt rechtgetrokken door minder inkomen) is blijven wonen om de kennis en ervaring te delen met de rest van de wijk.
Blog van Rick Jansen over leven en werken als kerkelijk pionier in een achterstandswijk
Posts tonen met het label kerk in de wijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kerk in de wijk. Alle posts tonen
dinsdag 5 juni 2018
vrijdag 18 mei 2018
Kerk met beide benen in de buurt
Op 18 mei is een opinieartikel van mij verschenen in het Nederlands Dagblad. Als ambassadeur van Umoja Nederland heb ik daarvoor de titel "Kerk met beide benen in de buurt" gebruikt, de slogan van Umoja Nederland.
Hieronder een uitgebreide versie van het artikel.
_____________________________
BINNEN- EN BUITENSTAANDERS
Maar ook de manier van samenkomen in evangelische en pinksterkerken staat ver weg van de beleving van de gemiddelde Nederlander. Veel van dergelijke gemeentes werken op eigen wijze de muziek en woordverkondiging uit, zonder daarbij na te denken over het leven, denken en gevoel van mensen die niet gelovig zijn en dat van huis uit niet geweest zijn. Over het algemeen is er weinig contact of vriendschap met mensen “van buiten”. O, ja, er zijn evangelisatieacties. Op allerlei manieren. En o, ja, daar bereiken ze een bepaald deel van de buitenstaanders mee. Maar meestal na zo’n evangelisatieactie zoeken de evangelisten de bereikten als een speld in een hooiberg tussen alle gelovigen die op zondag bijeenkomen. En als ze er een ontdekken, dan is het vreugde, want iemand van de straat is op de uitnodiging van de evangelist afgekomen om de gemeentelijke samenkomst te bezoeken.
VILLA KLARENDAL
Hoe bereik je dan de geseculariseerde Nederlanders? Door onderdeel te worden van hun cultuur. 12 jaar geleden startten wij in de Arnhemse wijk Klarendal wat nu “christelijke wijkgemeenschap Villa Klarendal” heet. We werden volledig onderdeel van de wijk. Zochten met medewijkgenoten naar wat het beste voor de wijk was. We doken onder in de cultuur van de wijk. Sprak alles ons aan? Zeker niet. Ik hoorde volksliedjes door de straat schallen. Niet echt mijn ding. Maar als ik vroeg waarom ze dat zo hard zetten en het zo keihard meezongen, was het antwoord dat de zanger precies vertolkte wat hij of zij voelde, maar met woorden niet kon uitspreken. Vanuit die culturele wetenschap zijn we toen volksliedjes gaan hervertalen met christelijke tekst. En wie er nu komt, voelt zich vanuit de wijk op zijn gemak, omdat we mensen nemen zoals ze zijn en niet van ze eisen dat ze hoog Nederlands gaan spreken.
Hieronder een uitgebreide versie van het artikel.
_____________________________
Een nieuwe Mozaïekgemeente in Bunschoten-Spakenburg. De
kritiek was de afgelopen periode niet mals. Waarom daar een gemeente en niet in
de grote steden of in het zuiden, in Noord-Brabant of Limburg. Ik las afgelopen
zaterdag het genuanceerde artikel van onderzoekster Miranda Klaver hierover.
Vooral dit artikel deed me in de pen klimmen om ook een ander gezichtspunt te
geven.
Ik ben niet degene die zonder meer nieuwe kerken afkeurt die
waar dan ook worden gesticht. Ook al vindt dat plaats midden op de Bible-Belt,
er zullen toch wel nieuwe mensen gevonden worden die interesse hebben om van
zo’n nieuwe gemeente lid te worden. Ook al hebben ze een kerkelijke
achtergrond. Zelf kom ik uit een kerkelijke achtergrond, maar heb ik mijn
bewustwording en bekering meegemaakt door de activiteiten van Youth for Christ
in mijn woonplaats. Iets nieuws kan dus zeker voor kerkelijk opgevoeden een
eyeopener dan wel een trekker zijn om een werkelijke relatie met Jezus te krijgen.
God gebruikt dat dus zeker voor die doelgroep.
VER AF
Mijn pleidooi in dit artikel richt zich niet op acties en
initiatieven die zich richten op mensen die al een kerkelijke achtergrond
hebben, maar op de groep die daar heel ver van af staat. Er is namelijk een
grote groep onbereikten in ons land. Ondanks de vele kerken die ons land rijk
is, zijn er velen in ons land die niet of nauwelijks een kerk van binnen hebben
gezien. En als dat wel is gebeurd, is dat vanwege de historische of culturele
waarde van dat gebouw. De kans dat zo’n persoon een viering van een
christelijke gemeente van binnen mee maakt is vrijwel nihil.
VER WEG
Waar heeft dat mee te maken? Onder andere door de manier van
samenkomen en de woorden die we daarin spreken. Maar ook de mate waarin
christenen die in die kerken komen in contact staan met de samenleving. Ik denk
dan aan de manier van samenkomen in protestantse kerken, waar een statische
liturgie wordt afgewerkt, met muziek die ver af staat van het levensgevoel van
de gemiddelde niet-kerkelijke Nederlander. Met woorden die doorspekt zijn van
christelijke taal en uitdrukkingen. Waar vaak het orgel nog de bovenhand voert
in de muzikale omlijsting, een muziekinstrument dat in nog maar weinig
niet-christelijke huizen populair is.
BINNEN- EN BUITENSTAANDERS
Maar ook de manier van samenkomen in evangelische en pinksterkerken staat ver weg van de beleving van de gemiddelde Nederlander. Veel van dergelijke gemeentes werken op eigen wijze de muziek en woordverkondiging uit, zonder daarbij na te denken over het leven, denken en gevoel van mensen die niet gelovig zijn en dat van huis uit niet geweest zijn. Over het algemeen is er weinig contact of vriendschap met mensen “van buiten”. O, ja, er zijn evangelisatieacties. Op allerlei manieren. En o, ja, daar bereiken ze een bepaald deel van de buitenstaanders mee. Maar meestal na zo’n evangelisatieactie zoeken de evangelisten de bereikten als een speld in een hooiberg tussen alle gelovigen die op zondag bijeenkomen. En als ze er een ontdekken, dan is het vreugde, want iemand van de straat is op de uitnodiging van de evangelist afgekomen om de gemeentelijke samenkomst te bezoeken.
De vraag is dan of zo iemand wordt geraakt door de manier
van zingen, aanbidden en preken. De luidkeelse aanbidding in sommige gemeentes,
de tongentaal, die iedereen door elkaar heen en in een soort trance uitspreekt,
zal menigeen van buitenaf verbazen of zelfs verdwazen. Voor dergelijke mensen
kan zo’n samenkomst vervreemdend werken. Ze worden wellicht getrokken door de
warmte van de gemeente, maar of ze worden getrokken door de uitingen?
DICHTBIJ KOMEN
Er is dus een groep in ons land die maar moeilijk wordt
bereikt door christelijk Nederland, of het nu protestantse -,
orthodox-protestantse -, evangelische - of pinkstergemeentes zijn. Hoe bereiken
we die groep? Daarvoor moeten we terug naar de zendingswetenschappen, de
missiologie. Een van de belangrijke onderdelen van mensen die naar de zending
gaan, is dat ze de cultuur leren kennen. En die gaan waarderen. Die cultuur
moeten ze zich eigen maken. Dat alles naast het leren van de taal. En als ze
die cultuur hebben leren kennen, wordt van pioniers gevraagd, om het evangelie
te brengen op een manier die aansluit bij de cultuur van het desbetreffende
land of de desbetreffende bevolkingsgroep. Het grote probleem van Nederland is
dat we jarenlang werkten en woonden in een christelijke cultuur. Waarin het
land was doorspekt met christelijke culturele uitingen, waardoor cultuur en
geloof sterk met elkaar verbonden waren. De afgelopen 50 jaar is daar een
kentering in gekomen. Ons land is geseculariseerd, ontkerkelijkt. Maar de
christenen in ons land zijn blijven
hangen in hun eigen bubbel, in hun eigen christelijke subcultuur. Doordat het
zo fijn was en is in die subcultuur, hadden deze christenen niet veel weet van
de veranderingen buiten die cultuur. Ze lazen er wel over, maar hadden weinig
echte contacten met mensen die dat hadden meegemaakt, dus dachten nog steeds
dat ons land christelijk is.
VILLA KLARENDAL
Hoe bereik je dan de geseculariseerde Nederlanders? Door onderdeel te worden van hun cultuur. 12 jaar geleden startten wij in de Arnhemse wijk Klarendal wat nu “christelijke wijkgemeenschap Villa Klarendal” heet. We werden volledig onderdeel van de wijk. Zochten met medewijkgenoten naar wat het beste voor de wijk was. We doken onder in de cultuur van de wijk. Sprak alles ons aan? Zeker niet. Ik hoorde volksliedjes door de straat schallen. Niet echt mijn ding. Maar als ik vroeg waarom ze dat zo hard zetten en het zo keihard meezongen, was het antwoord dat de zanger precies vertolkte wat hij of zij voelde, maar met woorden niet kon uitspreken. Vanuit die culturele wetenschap zijn we toen volksliedjes gaan hervertalen met christelijke tekst. En wie er nu komt, voelt zich vanuit de wijk op zijn gemak, omdat we mensen nemen zoals ze zijn en niet van ze eisen dat ze hoog Nederlands gaan spreken.
URBAN EXPRESSION
Samen met een groep andere pioniers zijn we verbonden aan de
beweging Urban Expression die al tastende en zoekende probeert om in
volkswijken in ons land (de voormalige Vogelaarwijken) gemeenschappen te
stichten die dichtbij mensen staan en die onderdeel uitmaken van de
wijksamenleving. Groei of succes is daarbij niet het eerste waarop wordt
ingezet. Er wordt ingezet op authentieke gemeentes die aansluiten bij het
levensgevoel van de mensen die in die wijken wonen. Dat gaat gepaard met
succesjes, maar ook vaak met falen. Met projecten die weer stoppen, nadat er
behoorlijk veel tijd in is gestoken. Op alle niveaus van het leven wordt
geprobeerd aansluiting te vinden bij het leven. Bij Villa Klarendal betekent
dat bijvoorbeeld dat we een heel kort praatje houden van maximaal 10 minuten,
die zo interactief mogelijk is en meestal ook daarna nog een creatieve
verwerking kent. En een praatje moet zo verhalend mogelijk zijn, om te
voorkomen dat vanwege de abstractie van het praatje, mensen na 1 minuut al
afhaken en onrustig om zich heen kijken op zoek naar iets anders dat hun
aandacht trekt.
SUCCES?
SUCCES?
En: wat bij ons “werkt” of “succes” heeft, hoeft dat niet
per se te werken in een andere stad of wijk. Het adagium van deze manier van
werken is samen te zoeken naar wat goed is in deze wijk (wat is de behoefte en
nood in deze wijk), te kijken naar wat de teamleden zelf hebben (welke talenten
heeft iedereen en welke absoluut niet) en samen God te zoeken en te vragen wat
Hij van het team wil. Door zo te werken is nu een team van Urban Expression elke
week aan het spelen in de speeltuin, waarbij ook een verhaal uit de bijbel
wordt verteld. In een ander team is een lid vrijwilliger van het reguliere
jongerenwerk en organiseren anderen een maandelijkse eetclub.
DE BLOEI VAN DE STAD
In je wijk zoeken naar het welzijn van die wijk. Als een
Jeremia die de Israëlieten in ballingschap oproept zich in te zetten voor de
bloei van de stad, het beste voor te hebben met de wijk waarin we wonen. Dat
gaat verder dan een wekelijkse, mooie, schitterende aanbiddingsdienst met mooie
liederen en dito preek. Maar een intensief zoeken naar waar de wijk
daadwerkelijk van tot bloei kan komen. Een gemeente wordt op die manier niet
alleen een plek waar je op zondag innerlijk wordt opgebouwd, maar een plek van
waaruit de rest van het leven wordt geleefd in al zijn rijke schakeringen. Een
gemeente die oog heeft voor het spirituele, maar ook voor de leefbaarheid, het
sociale, het financiële, het politiek-maatschappelijke, kortom: voor het hele leven
van de wijk waarin men leeft en samenkomt.
MET BEIDE BENEN IN DE BUURT
Mozaïek en De Doorbrekers: ze komen in het nieuws door de
grote getallen van mensen die naar de samenkomst komen. Prachtig! Ik bid dat
God ze gebruikt en zegent. Maar laten we ook oog hebben voor de pioniers die
ploeterend door het oerwoud van moderne steden lopen en nieuwe wegen banen op
plekken waar anderen nog niet zijn gekomen. Gemeentestichting: prachtig! Een
nieuwe gemeente. Ambassadeur van Christus. Die zoekt naar de bloei van de wijk
waarin zij is geplaatst. In alle facetten van het leven. En voor een ieder die
dit leest: zoek ook zelf hoe uw eigen wijk tot bloei kan komen doordat u erin
woont en leeft. In de woorden van Umoja Nederland, “kerk met beide benen in de
buurt”.
donderdag 10 augustus 2017
Bruggenbouwer in een nieuwe tijd
De afgelopen tijd heb ik wat nagedacht over "In je bubbel zitten", eruit komen en de gedachte dat de verzuiling wellicht de ontkerkelijking in Nederland in de hand heeft gewerkt.
Ik heb geconcludeerd dat we in christelijk Nederland nog erg sterk denken in groepen. We zijn blij om samen te komen in onze kerk. Waar van alles gebeurt en waar we ons echt thuis voelen. In die kerkelijke club, de bubbel, vinden we mensen die gelijkgezind zijn, die hetzelfde geloven als wij. Waarbij we ons veilig voelen. Het is toch fijn om met gelijkgezinden om te gaan en te ervaren dat jij niet de enige bent die gelooft! Dat geeft een diep gevoel van saamhorigheid, want je kunt ervan uitgaan dat degene die naast je zit hetzelfde gelooft en denkt als jij. In de sociale wetenschap is hiervoor een woord gevonden. Het Engelse "bonding": we voelen ons verbonden met elkaar.
Toch kan die bonding gevaren met zich meebrengen. Als de groep teveel in elkaar opgaat en als er interne verplichtende regels worden gehanteerd. Dan kan een dergelijke groep je niet alleen binden, maar ook gaan beknellen. Er kunnen onuitgesproken sociale verwachtingen gelden. Het lastige daarvan is dat de meeste groepsleden dat niet door hebben. Want als je ergens in bent opgegroeid, of als je ergens al lang in verkeert, weet je niet meer beter. Dan is het toch gewoon dat de groep of de leiding van de groep regels stelt en verwachtingen uit? Het kan ervaren worden als je aan de rand van de groep bent of als je af en toe over de rand van de groep kijkt. Als je dingen zegt of activiteiten uitvoert, die niet passen binnen het denkraam van de groep.
Is bonding daarom verkeerd? O, helemaal niet. In de literatuur wordt het dan ook als heel normaal beschreven dat mensen zich ergens toe aangetrokken voelen. Hoe sterker ze zich ergens aan verbonden voelen, hoe meer ze bereid zijn om zich daarvoor te geven. Sterker nog, er is onderzoek gedaan waaruit blijkt dat een samenleving gezond is, als er voldoende bonding is. Maar wil een samenleving sterk blijven, dan moeten mensen zich niet alleen ophouden in de eigen groep, maar dan moeten er ook onderlinge relaties ontstaan met mensen van andere groepen. Bruggen worden gebouwd tussen diverse groepen die "bonding" zijn. Dit wordt "bridging" genoemd: bruggen bouwen.
Maar een samenleving waarin geen bruggen worden gebouwd is niet gezond. Daarin verkeren mensen alleen in de eigen groep en hebben geen relatie met andere groepen. In dergelijke samenlevingen is de eigen groep de norm en is de onderlinge verbondenheid in de totale samenleving heel laag.
Voor kerken is er nog een andere reden om niet alleen te "bonden", maar ook te "bridgen" (niet kaarten, hoor!): je wilt toch de boodschap waarin je gelooft, de redding door Jezus die bestemd is voor ieder mens en niet alleen voor leden van de groep. doorvertellen. En daar ontstaat het probleem. Want de groep is zozeer bekend met de eigen groep en zozeer onbekend met de rest, dat de boodschap niet meer overkomt. De manier van leven staat haaks op de groep die we willen bereiken (en we veroordelen dat ook nog). De taal is weliswaar dezelfde, maar we spreken een eigen dialect, die door de ander niet wordt begrepen. We spreken een eigen taal met eigen uitdrukkingen die vreemd, raar of onbegrijpelijk zijn voor anderen. We hebben het over het "bloed van Jezus dat reinigt van alle zonde", waarbij de hoorder het woord "Jezus" misschien alleen nog als stopwoord in de mond neemt en de oorsprong van de persoon niet meer kent. Laat staan dat hij begrijpt dat zijn bloed reinigt (het maakt toch alleen maar vies?). En de term zonde kent hij wellicht alleen als een mooi voorwerp op de grond kapot valt.
Zo gaan we van "binnen" (onze kerk met onze gewoonten en eigen taal) naar "buiten" (de boze wereld met eigenaardigheden die ons niet begrijpt en die daarom zo moeilijk te bereiken is) en zijn weer blij als we terugkeren in onze veilige binnenwereld waarin we wellicht bidden voor die buitenwereld en overgaan tot de ons bekende worship waarin we op onze eigen veilige manier weer de Here God kunnen eren.
De literatuur laat ons ook zien dat "bridging" het beste werkt tussen mensen uit groepen die allebei "bonding" zijn. Kan dit de reden zijn dat we zo moeilijk de brug kunnen leggen: we zijn zelf een sterke groep, terwijl de groep die we benaderen uit de groep is gestapt, of er zover van af staat dat het ze niets meer zegt en zelf niet een eigen nieuwe groep heeft gevonden waar zij zichzelf aan verbonden voelen? Veel mensen in onze westerse wereld binden zich niet meer zo snel en langdurig aan een groep. Contacten en relaties zijn vluchtiger geworden. Ze zijn totaal anders dan "wij", zijn van ons vervreemd (en wij van hen), waardoor een wij-zij denken in ons is ontstaan. Zij: de andere, enge groep, waar we eigenlijk niets van willen weten en die we ook niet begrijpen. En wij: de veilige groep, waar het goed toeven is en waar het fijn en vertrouwd is.
Om maar met de metafoor door te gaan. We zijn een eiland geworden in de woeste baren van deze tijd. We zien over die woeste zee wel een ander eiland liggen, maar daar weten we niets van. En het is ook anders. Dus blijven we maar liever op ons eigen eiland. Het beste om het andere eiland te bereiken is een brug te bouwen. Want dan heb je geen last meer van die zee. Maar daarvoor moet je wel weten hoe het andere eiland eruit ziet. Welke grond daar is. Zodat de brug het houdt. En je moet de bereidheid hebt om daadwerkelijk te gaan bouwen. Als je daarvoor geen reden ziet, moet je er niet aan beginnen.
Met Villa Klarendal zijn we ooit begonnen om uit te stappen. Dat ging eigenlijk organisch, omdat we in de wijk gingen wonen. Wij hadden natuurlijk ook veel over de wijk gehoord en over het algemeen niet zoveel positiefs. Niet uit de reguliere kranten en nieuwsmedia. Maar zeker niet vanuit de kerkelijke kringen, waar al diverse kerken hadden geprobeerd om relaties te leggen. Het lukte hen niet. Dus was de conclusie: "harde grond". Onmogelijk om iets op te bouwen. Niet aan beginnen.
We hebben het niet gepland om er iets te beginnen. We kregen gewoon contact met mensen. Stonden naast hen doordat we samen vrijwilligerswerk deden of doordat we hen doceerden als computerdeskundigen. Zo leerden we de Klarendallers kennen. Een hartelijke bevolking, die je eerst moet leren kennen. Waardoor waren wij in staat om op die zogenaamde harde grond wel iets te bouwen? Doordat we oprechte belangstelling in hen hadden. We zwommen als het ware over naar het eiland en vestigden ons daar. Met de gewoonten en kennis van het eiland waar we vandaan kwamen, vestigden we ons op het nieuwe eiland en begonnen het van binnenuit te leren kennen. We waren geen dagjesmensen zoals zo veel andere kerken tot dan toe hadden gedaan, die na gedane arbeid weer terug keerden naar het eigen eiland. We emigreerden naar dat nieuwe eiland en maakten ons de gebruiken, gewoonten en dialect van het "Klarendalse eiland" eigen. En vestigden zo op een organische manier een consulaat van het andere (christelijke) eiland. We veronachtzaamden niet waar we vandaan kwamen. Bleven vasthouden aan ons geloof. Maar waren in staat om het "te verpakken", "over te brengen" in een taal en een manier die door Klarendal werd begrepen en aanvaard.
Bij het bouwen van een brug moet altijd rekening gehouden moet worden met de omstandigheden. Daarmee is elke brug weer anders. Rekening houden met de omstandigheden. Die goed leren kennen en begrijpen. Dat allemaal doorrekenen. Rekening houden met de 'context". Daarom is "contextualisering" als christelijke bruggenbouwer zo belangrijk. Luister naar de omgeving en leer die kennen. Wat vinden mensen belangrijk in de nieuwe omgeving? Wat is hun geschiedenis? Hoe gaan ze met elkaar om? Als we die andere cultuur leren accepteren en waarderen, kan de brug naar de ander geslagen worden. Waardoor je van buitenstaander deel van het geheel wordt. En een nieuw "binnen" ontstaat: die van de christelijke gemeenschap die deel uitmaakt van het leven van alledag.
Ik heb geconcludeerd dat we in christelijk Nederland nog erg sterk denken in groepen. We zijn blij om samen te komen in onze kerk. Waar van alles gebeurt en waar we ons echt thuis voelen. In die kerkelijke club, de bubbel, vinden we mensen die gelijkgezind zijn, die hetzelfde geloven als wij. Waarbij we ons veilig voelen. Het is toch fijn om met gelijkgezinden om te gaan en te ervaren dat jij niet de enige bent die gelooft! Dat geeft een diep gevoel van saamhorigheid, want je kunt ervan uitgaan dat degene die naast je zit hetzelfde gelooft en denkt als jij. In de sociale wetenschap is hiervoor een woord gevonden. Het Engelse "bonding": we voelen ons verbonden met elkaar.
Toch kan die bonding gevaren met zich meebrengen. Als de groep teveel in elkaar opgaat en als er interne verplichtende regels worden gehanteerd. Dan kan een dergelijke groep je niet alleen binden, maar ook gaan beknellen. Er kunnen onuitgesproken sociale verwachtingen gelden. Het lastige daarvan is dat de meeste groepsleden dat niet door hebben. Want als je ergens in bent opgegroeid, of als je ergens al lang in verkeert, weet je niet meer beter. Dan is het toch gewoon dat de groep of de leiding van de groep regels stelt en verwachtingen uit? Het kan ervaren worden als je aan de rand van de groep bent of als je af en toe over de rand van de groep kijkt. Als je dingen zegt of activiteiten uitvoert, die niet passen binnen het denkraam van de groep.
Is bonding daarom verkeerd? O, helemaal niet. In de literatuur wordt het dan ook als heel normaal beschreven dat mensen zich ergens toe aangetrokken voelen. Hoe sterker ze zich ergens aan verbonden voelen, hoe meer ze bereid zijn om zich daarvoor te geven. Sterker nog, er is onderzoek gedaan waaruit blijkt dat een samenleving gezond is, als er voldoende bonding is. Maar wil een samenleving sterk blijven, dan moeten mensen zich niet alleen ophouden in de eigen groep, maar dan moeten er ook onderlinge relaties ontstaan met mensen van andere groepen. Bruggen worden gebouwd tussen diverse groepen die "bonding" zijn. Dit wordt "bridging" genoemd: bruggen bouwen.
Maar een samenleving waarin geen bruggen worden gebouwd is niet gezond. Daarin verkeren mensen alleen in de eigen groep en hebben geen relatie met andere groepen. In dergelijke samenlevingen is de eigen groep de norm en is de onderlinge verbondenheid in de totale samenleving heel laag.
Voor kerken is er nog een andere reden om niet alleen te "bonden", maar ook te "bridgen" (niet kaarten, hoor!): je wilt toch de boodschap waarin je gelooft, de redding door Jezus die bestemd is voor ieder mens en niet alleen voor leden van de groep. doorvertellen. En daar ontstaat het probleem. Want de groep is zozeer bekend met de eigen groep en zozeer onbekend met de rest, dat de boodschap niet meer overkomt. De manier van leven staat haaks op de groep die we willen bereiken (en we veroordelen dat ook nog). De taal is weliswaar dezelfde, maar we spreken een eigen dialect, die door de ander niet wordt begrepen. We spreken een eigen taal met eigen uitdrukkingen die vreemd, raar of onbegrijpelijk zijn voor anderen. We hebben het over het "bloed van Jezus dat reinigt van alle zonde", waarbij de hoorder het woord "Jezus" misschien alleen nog als stopwoord in de mond neemt en de oorsprong van de persoon niet meer kent. Laat staan dat hij begrijpt dat zijn bloed reinigt (het maakt toch alleen maar vies?). En de term zonde kent hij wellicht alleen als een mooi voorwerp op de grond kapot valt.
Zo gaan we van "binnen" (onze kerk met onze gewoonten en eigen taal) naar "buiten" (de boze wereld met eigenaardigheden die ons niet begrijpt en die daarom zo moeilijk te bereiken is) en zijn weer blij als we terugkeren in onze veilige binnenwereld waarin we wellicht bidden voor die buitenwereld en overgaan tot de ons bekende worship waarin we op onze eigen veilige manier weer de Here God kunnen eren.
De literatuur laat ons ook zien dat "bridging" het beste werkt tussen mensen uit groepen die allebei "bonding" zijn. Kan dit de reden zijn dat we zo moeilijk de brug kunnen leggen: we zijn zelf een sterke groep, terwijl de groep die we benaderen uit de groep is gestapt, of er zover van af staat dat het ze niets meer zegt en zelf niet een eigen nieuwe groep heeft gevonden waar zij zichzelf aan verbonden voelen? Veel mensen in onze westerse wereld binden zich niet meer zo snel en langdurig aan een groep. Contacten en relaties zijn vluchtiger geworden. Ze zijn totaal anders dan "wij", zijn van ons vervreemd (en wij van hen), waardoor een wij-zij denken in ons is ontstaan. Zij: de andere, enge groep, waar we eigenlijk niets van willen weten en die we ook niet begrijpen. En wij: de veilige groep, waar het goed toeven is en waar het fijn en vertrouwd is.
Om maar met de metafoor door te gaan. We zijn een eiland geworden in de woeste baren van deze tijd. We zien over die woeste zee wel een ander eiland liggen, maar daar weten we niets van. En het is ook anders. Dus blijven we maar liever op ons eigen eiland. Het beste om het andere eiland te bereiken is een brug te bouwen. Want dan heb je geen last meer van die zee. Maar daarvoor moet je wel weten hoe het andere eiland eruit ziet. Welke grond daar is. Zodat de brug het houdt. En je moet de bereidheid hebt om daadwerkelijk te gaan bouwen. Als je daarvoor geen reden ziet, moet je er niet aan beginnen.
Met Villa Klarendal zijn we ooit begonnen om uit te stappen. Dat ging eigenlijk organisch, omdat we in de wijk gingen wonen. Wij hadden natuurlijk ook veel over de wijk gehoord en over het algemeen niet zoveel positiefs. Niet uit de reguliere kranten en nieuwsmedia. Maar zeker niet vanuit de kerkelijke kringen, waar al diverse kerken hadden geprobeerd om relaties te leggen. Het lukte hen niet. Dus was de conclusie: "harde grond". Onmogelijk om iets op te bouwen. Niet aan beginnen.
We hebben het niet gepland om er iets te beginnen. We kregen gewoon contact met mensen. Stonden naast hen doordat we samen vrijwilligerswerk deden of doordat we hen doceerden als computerdeskundigen. Zo leerden we de Klarendallers kennen. Een hartelijke bevolking, die je eerst moet leren kennen. Waardoor waren wij in staat om op die zogenaamde harde grond wel iets te bouwen? Doordat we oprechte belangstelling in hen hadden. We zwommen als het ware over naar het eiland en vestigden ons daar. Met de gewoonten en kennis van het eiland waar we vandaan kwamen, vestigden we ons op het nieuwe eiland en begonnen het van binnenuit te leren kennen. We waren geen dagjesmensen zoals zo veel andere kerken tot dan toe hadden gedaan, die na gedane arbeid weer terug keerden naar het eigen eiland. We emigreerden naar dat nieuwe eiland en maakten ons de gebruiken, gewoonten en dialect van het "Klarendalse eiland" eigen. En vestigden zo op een organische manier een consulaat van het andere (christelijke) eiland. We veronachtzaamden niet waar we vandaan kwamen. Bleven vasthouden aan ons geloof. Maar waren in staat om het "te verpakken", "over te brengen" in een taal en een manier die door Klarendal werd begrepen en aanvaard.
Bij het bouwen van een brug moet altijd rekening gehouden moet worden met de omstandigheden. Daarmee is elke brug weer anders. Rekening houden met de omstandigheden. Die goed leren kennen en begrijpen. Dat allemaal doorrekenen. Rekening houden met de 'context". Daarom is "contextualisering" als christelijke bruggenbouwer zo belangrijk. Luister naar de omgeving en leer die kennen. Wat vinden mensen belangrijk in de nieuwe omgeving? Wat is hun geschiedenis? Hoe gaan ze met elkaar om? Als we die andere cultuur leren accepteren en waarderen, kan de brug naar de ander geslagen worden. Waardoor je van buitenstaander deel van het geheel wordt. En een nieuw "binnen" ontstaat: die van de christelijke gemeenschap die deel uitmaakt van het leven van alledag.
maandag 31 juli 2017
Wanneer is het geloof nog heel gewoon?
In het omroepblad van de EO Visie las ik een kort gesprek met Andries Knevel over dit programma "Toen was het geloof nog heel gewoon". Aan het begin van de EO, in 1967, was het geloof nog heel gewoon en gingen hele volksstammen nog naar de kerk. De nostalgie spat van het artikel, en van het programma, af. Het gevoel dat het geloof van vroeger er niet meer is, dat mensenmassa's de kerk hebben verlaten. Dat kerken zijn doorverkocht naar hopelijk eerbare opvolgers, maar soms ook aan onheilige kinderparadijzen.
Een opmerking van Knevel in het omroepblad vind ik opmerkelijk: "Misschien moeten we samenklonteren om te overleven...". In een artikel over de Biblebelt in De Gelderlander lees ik dat veel Reformatorische christenen verdwijnen uit de steden in de Randstad om zich veilig te vestigen op de Biblebelt. Want daar kun je nog van harte christen zijn.
De ontzuiling en de daaropvolgende ontkerkelijking. De welvaart die de noodzaak van kerken heeft verkleind. Wat deden de orthodoxe kerken en evangelische gemeentes als reactie daarop? Ze startten gewoon een nieuwe zuil. Dachten daarmee de ontkerkelijking te kunnen tegengaan. Die zuilen lijken nu ook af te brokkelen en eenzelfde verandering lijkt in die kringen op te treden: mensen verlaten de kerk of gemeente om niet meer terug te keren.
Samenklontering... Wat doet dat met zout? Niet veel goeds vrees ik. Het gaat aan elkaar plakken en heeft een tegengestelde werking. Het zorgt ervoor dat het vies wordt en niet meer gebruikt kan worden. Waarom dan toch daarvoor kiezen? Wellicht uit angst voor het onbekende. Want wat je niet kent, is bedreigend. Als je een kleine minderheid in een grote seculiere meerderheid bent, komen vragen op je af over de zin van je geloof en wat het daar nog allemaal waard is. Maar wat is het geloof nog waard, als het niets meer betekent op de plaatsen waar het nog weinig wordt verkondigd?
Kan het zijn dat juist de verzuiling uiteindelijk de ontkerkelijking heeft veroorzaakt? Binnen de zuil leven is prettig en veilig. Maar het leert je niet om als gelovige midden in het leven te staan. Om te geloven in een wereld waarin de meerderheid niet gelooft, het niets interesseert en zich van God noch gebod iets aantrekt. Kom je buiten de zuil, dan merk je hoe veilig je altijd hebt gelooft en geleefd. En voor velen is de stap uit het geloof makkelijker, omdat het geloof voor hen niets meer betekent in die ongelovige wereld, die net zo gelukkig leeft als jijzelf.
Wij hebben zelf geleerd hoe het ook heel anders kan. Een geloof behouden te midden van een wereld die zich daar niets van aantrekt. Geloof dat niet gebonden is aan een plek, maar dat zich verbindt aan mensen en Degene die er aan de basis staat. Een geloof dat zich verbindt aan de wereld rondom, zonder dat de kern verloren gaat. Toen ik eens geïnterviewd werd door een studente die zelf niet meer naar de kerk ging en vertelde hoe we leefden en werkten, hoe Villa Klarendal zich wil verbinden aan de wijk en het leven van alledag, zei ze spontaan dat ze graag zo'n kerk dichtbij had. Want dan had ze het wel geweten. Dan had ze zich weer aangesloten aan zo'n kerk.
Geloof dat zich compromisloos aansluit bij het leven van mensen. Daar is blijkbaar veel behoefte aan. Dat merken we ook in onze wijk. Mensen blijven toch wekelijks komen en voelen zich verbonden. Door wekelijks te komen, is een spontane gemeenschap ontstaan. Die geen pretenties heeft. Die heel gewoon is. Ook al weten we en beseffen we dat het geloof toen maar ook nu helemaal niet zo gewoon is. De kerk op de heuvel, ver weg van het gepeupel. Of de kerk midden in de wijk, niet herkenbaar door het gebouw, maar door de mensen die zich daaraan verbinden/
maandag 24 juli 2017
Binnen en buiten: stop met het starten van een kerk
Ik vond laatst een leuk filmpje over het kerkdenken rond "binnen" en "buiten", van Church from Scratch een kerk in Southend, Engeland (Engels gesproken).
Om je even aan het nadenken te zetten.
Bekijk het hieronder.
vrijdag 21 juli 2017
Kerkproeverij 2017 - Gedachten over binnen en buiten
Kerkproeverij klinkt, zoals ik in mijn vorige blog beschreef, als een restaurant. Daar kom je van buiten. Je bent er onbekend. Je wordt er aangesproken. Je wordt er bediend. Je krijgt er lekker eten. Je voelt je er al dan niet thuis.
Maar het blijft een restaurant wat niet van jezelf is. Je gaat er weer uit weg. Je gaat weer van binnen naar buiten. En uiteindelijk ga je weer naar huis, waar je echt thuis bent.
De meeste kerkgangers (en hun voorgangers, dominees of pastoors) denken nog steeds in termen van binnen en buiten. Binnen de kerk, daar is het veilig. Daar is het ook heilig. Je bent er thuis. Je bent er bij de Here God. Je bent er samen. Je voelt je er een met je geloofsgenoten.
Buiten daar zijn de ongelovigen. Die niets met God te maken willen hebben (denken wij). Die de kerk (binnen) links laten liggen. Waar het seculiere (het God-loze) plaatsvindt. Daar is het dus onveilig. Daar moet je maar snel uit weg gaan. Zodat je weer snel veilig binnen bent.
Die tegenstelling binnen - buiten zit heel erg diep van binnen. Je maakt deel uit van de kerk en zonder dat je het door hebt, denk je in termen van buiten - binnen. Ik ben het veel tegen gekomen in evangelisatie acties. "We gaan naar buiten om mensen aan te spreken. We willen met mensen in contact komen. Zodat de mensen bij ons binnen komen. En na de actie gaan we weer snel naar binnen om af te wachten hoeveel mensen we van buiten mogen verwelkomen in onze kerkdienst.
Bij Villa Klarendal zeggen we tegenwoordig dat het ons opvalt dat ons denken daarin zo sterk is verandert. We denken niet meer in termen van binnen-buiten of gelovig-ongelovig. Iedereen die bij ons komt is welkom. En ook in ons hoofd is iedereen welkom, zelfs als hij of zij niet komt. We zijn wijkbewoners onder de wijkbewoners. Zeker, wij zijn gelovig. Maar dat vormt geen barrière meer naar onze ongelovige mede Villa Klarendallers.
Hoe werkt dan de sfeer van uitnodiging bij ons? Dat gaat heel natuurlijk. Wijkbewoners komen op onze brunch op zondagochtend (om 11:00 uur, volgens de meeste bezoekers een "christelijke" tijd). Komen ze voor het eerst, dan begroeten we ze. Maar niet overdreven: we wijzen ze waar ze kunnen zitten, geven hen wat de rest ook krijgt en voor de rest kunnen ze zelf al dan niet in gesprek gaan. Doen ze dan niet, dan is de sfeer zo ongedwongen, dat ze rustig kunnen eten zonder lastig gevallen te worden door vervelende vragen.
Die ongedwongenheid en ontspannenheid geeft een sfeer van uitnodiging. Geen dwang. Geen verwachtingen. Je mag komen zoals je bent. Veel gasten die voor het eerst komen, willen graag blijven komen. En vertellen vervolgens aan hun buren, vrienden, kennissen en familieleden waar ze zijn geweest. En nodigen hen ook uit om een keer te komen. Op een heel natuurlijke, organische manier gaat het vuurtje rond.
Als het dan geen restaurant is, waar kun je het dan beter mee vergelijken? Ik denk veeleer aan een vriendengroep of nog meer aan een familie. Aan een vriendengroep, omdat je er voor kiest je erbij aan te sluiten. Maar ook aan een familie, omdat je niet met iedereen bevriend bent, maar de ander wel in zijn waarde laat. Ruimte geeft om zichzelf te zijn en eventueel te blijven waar hij of zij op dat moment is. Niet eisend dat de ander moet veranderen. Maar eerst en vooral vrijblijvend, ontspannen, relaxed en - toch ook - uitnodigend in de zin dat die ander er ook echt mag zijn.
Voor sommige mensen is het uitnodigend om gelikte folders in handen te krijgen en terecht te komen in samenkomsten, waarin de viering lijkt op een popconcert of een theateroptreden. Maar in dergelijke vieringen ben je toeschouwer. Je nodigt anderen wel uit, maar veeleer omdat de entourage zo goed concurreert met wat je gewoon bent. Je bent een gast en je blijft het. Na een tijdje sta je toch weer buiten, opgeladen door de mooie sfeer.
Ik denk dat de reden dat Villa Klarendal aantrekkelijk is voor wijkbewoners, vooral te maken heeft dat het ook onderdeel van de wijk uitmaakt. Doordeweeks zien we elkaar ook. Komen we elkaar op straat tegen of bij andere activiteiten. En in de manier van werken en denken zijn we aangepast aan de wijk: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Geen poespas. Gewoon. Zonder opsmuk. Daar moet je doordeweeks vaak al aan voldoen. Dan moet je goed Nederlands spreken, omdat je anders als tweederangs (want Klarendals) wordt aangezien. En vooral geen schunnige grappen vertellen. In de wereld rondom ons moet je toch een bepaald masker opzetten om begrepen te worden. Maar wie begrijpt en aanvaardt jou nu zoals je bent? Waar mag jij jezelf zijn? Waar kun jij je 'shit' uitspreken zonder dat mensen er al gelijk een oordeel of vooroordeel over uitspreken of je in een hokje stoppen (zoals: de verslaafde, de Surinamer, de Turk, de lesbo, de zwakke, de uitkeringstrekker, de typische Klarendaller met geverfd haar).
Mensen niet in een hokje stoppen, dus. Ook niet in het hokje gelovig - ongelovig (heilig - heiden). De benadering van mens tot mens. Van hart tot hart. En vooral ook de uitnodiging om mee te doen. Want we zoeken al snel naar wederkerigheid. Iedereen heeft talent en mag dat gebruiken en inzetten voor de Villa, maar ook voor Klarendal. Typerend vond ik een christen die bij mij kwam en vroeg of hij bij 'ons' (lees: Villa Klarendal) vrijwilligerswerk kon doen. Ik legde hem uit dat bij 'ons' wat ons betreft breder was dan alleen 'binnen' Villa Klarendal. 'Ons' en 'binnen' geldt voor Villa Klarendal als: 'heel Klarendal'. Dus al pratend bleek hij een 'groene' achtergrond te hebben. Wetend dat een wijkpartner net bezig was met het starten van een 'Green Team' heb ik hem daar naar door verwezen en binnen twee weken was hij met zijn handen en kennis bezig om met het Green Team bomen en planten in de wijk te verzorgen.
Mensen voelen en weten als je meent wat je zegt. Als wij zeggen dat iedereen mag komen zoals hij is, proeven ze ook dat het zo is. Als wij zeggen dat wij er voor heel Klarendal zijn, ervaren zij het door onze houding en manier van werken. Daarom is de barrière tussen binnen en buiten bij ons volledig opgeheven. Daarom verbazen gasten (de mensen die voor het eerst komen) zich over dat wij een kerk zijn. "Dit voelt niet als een kerk". Dat klopt, we willen ook veel meer een gemeenschap zijn. Wat natuurlijk ooit de bedoeling van een kerk was. Een gemeenschap waar iedereen zich thuis mag voelen. Binnen en buiten is binnenstebuiten.
Kerkproeverij 2017 - Eet smakelijk...?
Laatst las ik het de laatste editie van het blad Ideaz (Praktijkblad van MissieNederland). Ik werd aan het nadenken gezet door het thema van deze editie: "Een cultuur van uitnodiging".
Naar aanleiding van het in Groot-Brittannië ontstane initiatief Back to Church Sunday organiseren Raad van Kerken, IZB en MissieNederland in samenwerking met mediapartners KRO-NCRV en EO een weekend waarin kerkgangers worden gestimuleerd gewoon iemand uit te nodigen om mee te gaan naar de kerk.
De website Kerkproeverij verduidelijkt de reden om iemand uit te nodigen "Om het geloof te 'proeven'. Want waarom zou je datgene wat voor jou waardevol is alleen voor jezelf houden? Maar het hangt van jou af, of jij het durft. Om op je collega, buurman, vriend, of familielid af te stappen en te zeggen: “Hé, ga je met me mee?” Gewoon voor een keertje. Wie weet welke uitwerking het gaat hebben. Het gaat om het uitnodigen, dat we dat weer leren. En inderdaad, misschien zegt diegene: ik kom niet. Maar dan hebben we de uitnodiging wel gedaan. En dat telt."
Waarom komen mensen niet naar onze kerkdiensten?
Het idee is ontsproten uit het gedachtengoed van Michael Harvey, die begon met de vraag: "Waarom komen mensen niet naar onze kerkdiensten toe? Misschien wel omdat er niemand is die hen daarvoor
uitnodigt. Elke zondag bieden kerken een programma aan met weldoordachte toespraken over geloof en leven en muzikale bijdragen waar je ook nog eens zelf actief aan mag deelnemen. Voor dit alles wordt slechts een vrijwillige bijdrage van de bezoekers gevraagd. Vaak kun je na afloop gezellig bijpraten met een kopje koffie of thee. Waarom vinden we het zo moeilijk om daar mensen voor uit te nodigen?"
Met een uitnodiging om eens deel te nemen aan een kerkdienst komt er "verbinding van binnen naar buiten. Sommige mensen zijn door God al voorbereid, ze hebben alleen nog iemand nodig die hen uitnodigt. We doen alsof God niet buiten de kerk actief is, maar daar werkt Hij ook en wij mogen meewerken."
Goed idee...
Laat ik beginnen met dat ik dit aan de ene kant een prachtig plan vind. Waarom? Omdat veel kerkgangers heel sterk in hun eigen kerkelijke bubbel zitten. Ze zijn bezig met wat er binnen de kerk en de christelijke muren gebeurt en hebben geen enkel zicht op wat zich buiten die kerkmuren afspeelt. En als dat wel het geval is, scheiden ze vaak de kerkelijke bubbel van het leven daarbuiten. De kerk is "binnen". De wereld is "buiten". Door mee te doen aan een uitnodiging om eens een kerkdienst bij te wonen, worden kerkleden gestimuleerd om er zelf op uit te gaan. Om over de muren van de kerk te kijken naar wat zij daar aan relaties hebben en zich af te vragen of die relaties wellicht geïnteresseerd zijn om een kerkdienst (of een andere bijeenkomst die verbonden is met de kerk) bij te wonen.
Het restaurant als metafoor
Ja, natuurlijk heb ik er ook mijn vragen bij. Het gevoel dat dit bij mij oproept is die van het restaurant. Er zijn restaurants, die je moet zoeken, die niet uitnodigend zijn, die geen reclame maken, die de houding hebben "een klant... wat interessant". Je komt er binnen, kijkt rond. Niemand die je aanspreekt. Je gaat naar een tafeltje met je gasten. Gaat zitten. Je ziet dat de bedienden heel druk zijn om vooral met elkaar te praten en te lachen. Op een gegeven moment komt een van hen ongeïnteresseerd naar je toe, gooit het menu op tafel en snauwt of je wel wat te drinken wilt hebben. Bij zo'n restaurant wil je zo snel mogelijk weg zijn, ook al is het eten er op en top. De gastvrijheid is abominabel, dus je voelt je er heel erg onprettig bij. Wegwezen!!!
Laatst liep ik in een vreemde stad in een vreemd land waar ze toch onze eigen taal spreken. We waren hongerig en zochten een restaurant. We werden aangesproken door een jonge dame, die ons vriendelijk te woord stond. "Wat leuk dat jullie hier zijn. Op zoek naar een restaurant? Natuurlijk! Wij hebben enkele lekkere gerechten op het menu staan. Wilt u ze zien? We hebben tafeltjes buiten, maar ook binnen. Zal ik even plaats voor u maken op deze gezellige plek? Goed! Wat wilt u alvast drinken?"
Kijk, dat is al heel anders binnenkomen. Wat een welkom! Wat een style. Wat een gastvrijheid. Daar voel je je gelijk op je gemak.
Toch blijft er iets bij mij hangen van "ik ga op bezoek" of "ik ga uit eten". Je komt er en je gaat weer weg. Je bent vooral te gast. Naar een restaurant ga je als je iets speciaals wilt doen. Om een verjaardag te vieren. Of als je op vakantie bent. Dan bezoek je het restaurant.
Thuis komen
Dan denk ik verder aan wat ik nou graag zou willen. Dat heeft te maken met thuis komen. Om de metafoor van het restaurant te verbreden naar eten: ik wil dat mensen zich thuis voelen. Dat ze thuis zijn. Dat ze het gevoel krijgen volledig zichzelf te mogen zijn. Deel uit te maken van een groter gezin. Waar je niet alleen wordt uitgenodigd en bediend. Maar waar je met een gerust hart (bij wijze van spreken) met de voeten op tafel kunt zitten. Waar levens worden gedeeld, lief en leed. Waar niet altijd een diep gesprek is, maar een voortgaand gesprek omdat je elkaar regelmatig ziet. Waar soms gezeur is, omdat je elkaar beu bent. Waar gehuild wordt, omdat je van elkaar houdt, maar elkaar toch pijn doet. Waar je samen kunt lachen om de mooie dingen van het leven die je samen deelt.
Kerk-zijn als huisgezin van God. Waar ook "buitenstaanders" deel van uitmaken. Samen gezin, een familie vormen. Saamhorigheid, maar ook ruimte om vooral je zelf te zijn.
Lees het vervolg op deze blog.
donderdag 28 april 2016
Een inclusieve gemeenschap
Ìk werd een tijd geleden getroffen door een woord. INCLUSIEF. Iemand zei tegen mij: "jullie zijn een inclusieve gemeenschap". Ik moest daar even over nadenken. En heb het in het digitale woordenboek opgezocht.
En het klopt. We zijn niet exclusief. Het tegenovergestelde. Waarin mensen worden uitgesloten. Waarin voorwaarden worden gesteld om ergens bij te horen. "Jij mag bij ons horen als je hier en daar aan voldoet". En als je er niet bij hoort, hoor je er niet bij.
Wij denken en doen anders. Iedereen die erbij wil horen, mag erbij komen. En sterker nog: wij kijken over gemeenschapsgrenzen heen. Zo was er eens een kennis die bij ons vrijwilligerswerk wilde doen. Zijn ervaring vanwege opleiding lag op het terrein van groen en jongerenwerk. Hadden we daar nu juist heel weinig werk voor binnen Villa Klarendal. Maar er was wel een plek bij de groengroep van een andere wijkorganisatie. Dus hadden we hem in contact gebracht met die organisatie. En ja hoor: een maand later was hij heel enthousiast aan het werk in het groen van de wijk.
Inclusief werken, dat is dus: niet alleen denken aan jezelf, maar ook aan anderen. Dat is: leven met iedereen die je tegenkomt. Meedenken met wie het moeilijk heeft, ongeacht zijn afkomst, geloof of wat voor geaardheid dan ook.
Als mensen ons vragen van wat voor geloof we zijn, denken ze snel in denominatie. En verwachten ook zo'n antwoord: protestants of katholiek of misschien zelfs pinkstergemeente of baptistengemeente. Maar ik zeg dan steevast: we zijn een WIJKgemeenschap. Als er dan echt iets exclusiefs aan onze gemeenschap is, is dat het een gemeente voor de wijk is. Pastoraat of diaconaat of welke andere religieuze -aat dan ook is niet gericht op de eigen geloofsgemeenschap, maar op de wijk als geheel.
Inclusief. Iedereen mag er bij horen. "Iedereen mag komen zoals hij is", zeggen we altijd tegen elkaar. Met zijn of haar leuke kanten, maar ook met zijn of haar moeilijke kanten. En dan komt de moeilijke kanten van inclusiviteit naar voren. Want je verwelkomt wel makkelijk mensen die makkelijk zijn in de omgang. Maar wat als die ander heel vervelend is, niet doet wat jij normaal vindt, zich heel vreemd opstelt of dingen zegt of doet die helemaal tegen jouw eigen opvoeding of normen ingaan. Dan wordt inclusiviteit moeilijk. Dan is er toch weer de neiging om de ander te corrigeren. Wat op zich niet verkeerd is, want als het slecht gaat met iemand die dat niet door heeft is het juist goed om te corrigeren. Maar mag die ander ook de ruimte krijgen om te veranderen? De tijd krijgen om het anders te gaan aanpakken?
Dan komt de werkelijke waarde van gemeenschap naar voren. Want in een grote exclusieve gemeenschap kun je de ander makkelijk ontlopen. Die mijd je gewoon. Daar heb je toch niets mee? Maar in een kleinere groep is dat moeilijker. Daar kom je die ander toch telkens tegen. Kun je die ander dan toch liefdevol benaderen? Om zelf moeite te doen die ander te aanvaarden zoals hij is?
Leuk woord. Inclusief. Maar in de praktijk van alledag binnen een kleine groep soms heel erg moeilijk. Maar we blijven ervoor gaan.
En het klopt. We zijn niet exclusief. Het tegenovergestelde. Waarin mensen worden uitgesloten. Waarin voorwaarden worden gesteld om ergens bij te horen. "Jij mag bij ons horen als je hier en daar aan voldoet". En als je er niet bij hoort, hoor je er niet bij.
Wij denken en doen anders. Iedereen die erbij wil horen, mag erbij komen. En sterker nog: wij kijken over gemeenschapsgrenzen heen. Zo was er eens een kennis die bij ons vrijwilligerswerk wilde doen. Zijn ervaring vanwege opleiding lag op het terrein van groen en jongerenwerk. Hadden we daar nu juist heel weinig werk voor binnen Villa Klarendal. Maar er was wel een plek bij de groengroep van een andere wijkorganisatie. Dus hadden we hem in contact gebracht met die organisatie. En ja hoor: een maand later was hij heel enthousiast aan het werk in het groen van de wijk.
Inclusief werken, dat is dus: niet alleen denken aan jezelf, maar ook aan anderen. Dat is: leven met iedereen die je tegenkomt. Meedenken met wie het moeilijk heeft, ongeacht zijn afkomst, geloof of wat voor geaardheid dan ook.
Als mensen ons vragen van wat voor geloof we zijn, denken ze snel in denominatie. En verwachten ook zo'n antwoord: protestants of katholiek of misschien zelfs pinkstergemeente of baptistengemeente. Maar ik zeg dan steevast: we zijn een WIJKgemeenschap. Als er dan echt iets exclusiefs aan onze gemeenschap is, is dat het een gemeente voor de wijk is. Pastoraat of diaconaat of welke andere religieuze -aat dan ook is niet gericht op de eigen geloofsgemeenschap, maar op de wijk als geheel.
Inclusief. Iedereen mag er bij horen. "Iedereen mag komen zoals hij is", zeggen we altijd tegen elkaar. Met zijn of haar leuke kanten, maar ook met zijn of haar moeilijke kanten. En dan komt de moeilijke kanten van inclusiviteit naar voren. Want je verwelkomt wel makkelijk mensen die makkelijk zijn in de omgang. Maar wat als die ander heel vervelend is, niet doet wat jij normaal vindt, zich heel vreemd opstelt of dingen zegt of doet die helemaal tegen jouw eigen opvoeding of normen ingaan. Dan wordt inclusiviteit moeilijk. Dan is er toch weer de neiging om de ander te corrigeren. Wat op zich niet verkeerd is, want als het slecht gaat met iemand die dat niet door heeft is het juist goed om te corrigeren. Maar mag die ander ook de ruimte krijgen om te veranderen? De tijd krijgen om het anders te gaan aanpakken?
Dan komt de werkelijke waarde van gemeenschap naar voren. Want in een grote exclusieve gemeenschap kun je de ander makkelijk ontlopen. Die mijd je gewoon. Daar heb je toch niets mee? Maar in een kleinere groep is dat moeilijker. Daar kom je die ander toch telkens tegen. Kun je die ander dan toch liefdevol benaderen? Om zelf moeite te doen die ander te aanvaarden zoals hij is?
Leuk woord. Inclusief. Maar in de praktijk van alledag binnen een kleine groep soms heel erg moeilijk. Maar we blijven ervoor gaan.
zaterdag 23 april 2016
Nieuwe wegen in Villa Klarendal
Uit mijn laatste column in Friesch Dagblad blijkt wel dat er veel is veranderd in Villa Klarendal. De basis van de christelijke gemeenschap staat. Er is onderlinge verbondenheid. Er is het verlangen om God te zoeken. Er zijn relaties in de wijk waarin ook leden hun plekje hebben gevonden.
Als pionierende leidinggevenden worden we nu soms gewezen op vraagstukken waar we geen antwoord op hebben. Waar blijven de roosters voor de komende maanden? Hoe kunnen we mensen helpen verder door te groeien in discipelschap midden in het leven en de wijk? We zien een verlangen naar verdieping waar wij geen antwoord op kunnen geven.
Daarom zijn we nu een proces ingegaan om het leiderschap te vernieuwen en te verbreden. Dat stelt ons voor interessante vragen waar we eerder niet op waren gekomen. Leiderschap heeft immers invloed op de cultuur van de gemeenschap. We zijn nu een inclusieve gemeenschap. Verwacht je van nieuwe leiders dat ze zich ook zo opstellen, of mogen zij hun eigen visie daarop hebben?
Ook de vraag naar wat leiderschap nu wel of niet is, is interessant. Zijn mensen uit het eigen midden geschikt om leiding te nemen? En heeft een ontkennend antwoord te maken met onze eigen visie op leiderschap? Want veel christenen denken bij leiders aan hoogopgeleide mensen, die gewend zijn aan de vergadertijgerende cultuur in ons land. Kunnen hulpverlening ontvangende mensen geen leiders zijn?
Het zijn vragen waar we niet uit zijn en waar we op zijn Villa Klarendal's mee omgaan: zoekend en tastend gaan we door op de ingeslagen weg. We hebben mensen uit de gemeenschap onze zoektocht al voorgelegd en weten dat dit nu ook hun zoek(en vooral gebeds)tocht is geworden.
En binnenkort organiseren we een open avond om geïnteresseerden kennis te laten maken met Villa Klarendal. Interesse om deel te worden van Villa Klarendal? 2 Juni staat voorlopig gepland. Neem contact op.
woensdag 30 maart 2016
Interview in Friesch Dagblad vandaag: Pionieren, blijf steeds bij jemissie
Vandaag is een interview met mij, samen met mijn laatste column, verschenen in Friesch Dagblad (http://www.frieschdagblad.nl/index.asp?artID=71046). Lees hieronder de tekst ervan.
Ruim zeven jaar schreef missionair gemeentestichter en buurtpastor Rick Jansen in het Friesch Dagblad over het gemeentestichtingsproject Villa Klarendal in Arnhem. Inmiddels is het een zelfstandige kerkgemeenschap geworden. In zijn laatste column blikt Jansen terug op de afgelopen tien jaar in de Arnhemse achterstandswijk.
Toen hij met zijn vrouw in Klarendal begon, bestond er nog weinig op dit gebied. ,,Er waren een paar initiatieven van gemeentestichting in Nederland, maar die deden dat op de 'oude manier’: plaats leden van je gemeente in een andere wijk, en begin daar als kerk opnieuw", vertelt Jansen. ,,Er werd vooral van binnen de kerk naar buiten gedacht, in plaats van te beginnen bij de wijk zelf."
Jansen kwam in die tijd twee mensen tegen die op een geheel andere wijze bezig waren: Matthijs Vlaardingerbroek die een christelijke gemeente was begonnen in een volkswijk in Den Haag en Daniel de Wolf die een gemeenschap stichtte in een achterstandswijk in Rotterdam. ,,Bij hen zag ik wat het betekent om kerk en christen in de wijk te zijn. Deel uit te maken van de wijk, en aan te sluiten bij de behoeften die daar leven."
Jansen verdiepte zich ook in de Fresh Expressions in Groot-Brittannië en de emerging church-beweging uit de Verenigde Staten, die beide experimenteerden met nieuwe kerkvormen. Hij was erbij betrokken toen de emerging church-beweging begin 2000 ook overwaaide naar Nederland. ,,Er werd een begin gemaakt van het omploegen van de aarde in christelijk Nederland. Er kwamen mensen op af die interesse hadden om nieuwe vormen van kerk-zijn op te zetten, maar niet wisten hoe ze moesten beginnen. Daar heeft deze beweging een rol in gespeeld. Het motto was: doe het zoveel mogelijk met de gevestigde kerken, maar wacht niet langer, begin met experimenteren."
In de afgelopen tien jaar is de term missionaire gemeente een veelgehoord begrip geworden. In 2012 bestempelde de Protestantse Kerk in Nederland pionieren tot een van haar speerpunten. ,,Na een eerste lichting van pioniers zag je meer initiatieven ontstaan. Naast de PKN zien ook andere kerkverbanden en organisaties missionaire gemeentes niet meer als iets vreemds, maar hebben ook zij dit 'binnengehaald’."
Geen geld
Jansen is blij met de toegenomen aandacht voor pionieren en missionair gemeente-zijn. Wel signaleert hij dat er in het algemeen bij pioniersgemeenten vrij veel geld gaat naar de aanstelling van pioniers. Dat draagt vaak niet bij aan de continuïteit van een nieuw initiatief, ziet hij. ,,Een punt van discussie is hoe snel zo’n nieuwe gemeente zelfstandig is. De PKN ging bij de eerste pioniersplekken uit van een termijn van drie jaar. Al snel was duidelijk dat dat absoluut niet lukte. Ik heb elders gezien dat sommige pioniersplekken weer verdwenen omdat er geen geld meer was voor de aanstelling van de pionier. Een fulltime kracht die de kar trekt is wat mij betreft geen goede ontwikkeling."
Jansens advies is: zorg ervoor dat je met een team verantwoordelijk bent voor een kerkplanting. ,,Eventueel met een parttime betaalde pionier. Juist wanneer je met vrijwilligers werkt, vraag je sneller mensen uit de wijk om mee te helpen, waardoor je doelgroep eerder participeert in de (kerk)gemeenschap."
Bovendien moet je voorkomen dat alleen afgestudeerde theologen in het kerkplantingswerk terecht komen, meent Rick Jansen. ,,Onze ervaring is dat je wel twee jaar nodig hebt om zelf een denkverandering mee te maken. Om niet vanuit je eigen achtergrond in de wijk te werken, maar om echt vanuit de wijk te leren denken. Je moet als het ware je eigen achtergrond vergeten en je helemaal identificeren met de mensen in de wijk. Voor net afgestudeerde theologen, die vooral theoretische scholing hebben gehad, is dat vaak niet gemakkelijk. Het gevaar bestaat dat je toch weer met vieringen begint die te hoog gegrepen zijn, of dat je te veel verwacht van mensen."
Jansen pleit daarom voor een combinatie van theologen en mensen die een baan in de samenleving hebben. Cruciaal is wat hem betreft: wonen in de wijk. ,,Anders ben je geen deel van het geheel, maar een professional die de wijk even binnenkomt, maar ook weer verlaat."
Geen vreemde
Begin niet zelf met het organiseren van allerlei activiteiten, maar probeer zoveel mogelijk op plekken in de wijk te zijn waar mensen al zijn, adviseert Jansen. ,,Dat scheelt tijd, en het zorgt ervoor dat je op een natuurlijke manier contact krijgt met mensen." Zo werd hij zelf jaren geleden computerdocent in het wijkcentrum in Klarendal. ,,Dat was een bestaande activiteit van een welzijnsorganisatie. Je leert mensen kennen en bent niet meer een vreemde van buitenaf, maar een bekende van binnenuit. Je ontmoet hen. Het gaat over ditjes en datjes, over de dingen uit het dagelijks leven. Van daaruit kom je ook tot diepere gesprekken en raken mensen soms geïnteresseerd om naar Villa Klarendal te komen voor een viering.
Een valkuil voor elke kerkplanting of pioniersplek is dat die zich na verloop van tijd toch weer meer naar binnen richt. ,,Wij hebben in Villa Klarendal drie speerpunten: de wijk, gemeenschap en leven met God. Geregeld zie je de neiging ontstaan om meer gericht te zijn op gemeenschap en pastoraat, dan op de wijk. Natuurlijk zijn die twee belangrijk, maar je moet niet vergeten dat de wijk net zo belangrijk blijft. Want daar ligt uiteindelijk je missie."
woensdag 24 februari 2016
Column Friesch Dagblad 86: De naakte waarheid: eng of bevrijdend?
"Op zijn zondags gekleed". "Er paasbest uitzien". "Je zondagse gezicht opzetten". Zomaar wat uitdrukkingen over onze eerste dag van de week, waar wij als christenen zoveel
waarde aan hechten.
"Er heerst hier geen code zoals in andere kerken". "Het lijkt wel of iedereen maar wat doet". "Ik voel dat ik helemaal mezelf mag zijn. Gewoon, zoals ik praat, als ik een keer baal, als ik lol wil maken". "Ik voel me hier naakt. Mag hier helemaal mezelf zijn". Zomaar wat uitspraken die we de afgelopen jaren bij Villa Klarendal te horen kregen.
Het geeft te denken. De gedragscodes die veel kerken kennen, zijn onderdeel van de cultuur. Niet opgelegd, maar onbewust doe je eraan mee. Want "zo hoort het toch?" Wie naar de kerk gaat, gaat toch mooi gekleed? Want je gaat toch voor de Heer(e)? En Die mag je toch eren met het beste wat je hebt? Maar het beste wat je hebt, wordt blijkbaar materieel ingevuld. En met die mooie buitenkant ontstaat vanzelf een bekleding van jezelf, waardoor je jezelf niet meer laat zien.
"Ik voel mij naakt". Een prachtige uitspraak van een van de bezoekers. Als een Eva die na de zondeval zichzelf en haar man Adam bekijkt en tot haar schrik de naakte waarheid met andere ogen bekijkt. Mooi is dat. Wie bij ons komt, mag zonder poespas of opsmuk zichzelf laten zien. "En wie ben jij?" lijkt de vraag te zijn die onderhuids gesteld wordt. En dat ben je helaas niet gewend als je uit een gemiddelde Nederlandse kerk of gemeente komt.
Daar gaat het meer over vragen als "ben je wel bekeerd", "doe je wel de goede dingen", "zie je er goed uit", "ben je wel vervuld of gedoopt in de Geest". Vragen die de buitenkant en voor een deel de binnenkant raken. Maar die blijkbaar niet het gevoel geven dat je er bij mag horen of totaal jezelf mag zijn. Er is toch vaak sprake van bedekking. Zoals Adam en Eva hun naakte lichaam bedekten met vijgenbladeren, bedekken wij ons met regels en wensen, waardoor wij de naakte waarheid van onszelf niet hoeven te laten zien. In onze wijk komen we veel "probleem"mensen tegen. Die komen ook bij ons. Zij voelen zich vaak in het hokje van "probleem" gezet. Waar zij bij ons zich weer "mens" voelen. Een mens met een probleem.
Ik had het daar deze zondag nog over met mijn mee etende buurtgenoot. Welk mens heeft geen problemen? Iedereen heeft ze. Alleen hebben hoger opgeleiden geleerd ze een plek te geven. Of ze netjes te verstoppen. In die zin is iedereen een "probleem mens". Wat blijkt als je mensen voorstelt een coach te nemen? Hun eerste reactie is: ik heb toch geen probleem? Hoe vaak heb ik in christelijke kerken niet meegemaakt dat iemand geen problemen had, totdat hij ineens verkondigde te gaan scheiden, in zware financiële problemen bleek te zitten of zonder vooraankondiging zich van het leven beroofde.
Wat zou het heerlijk zijn om eens geen masker op te hoeven doen. Te komen zoals je bent. Eng. Maar na verloop van tijd bevrijdend. Met Jezus als voorbeeld: “Kom tot Mij allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal je rust geven.”
"Er heerst hier geen code zoals in andere kerken". "Het lijkt wel of iedereen maar wat doet". "Ik voel dat ik helemaal mezelf mag zijn. Gewoon, zoals ik praat, als ik een keer baal, als ik lol wil maken". "Ik voel me hier naakt. Mag hier helemaal mezelf zijn". Zomaar wat uitspraken die we de afgelopen jaren bij Villa Klarendal te horen kregen.
Het geeft te denken. De gedragscodes die veel kerken kennen, zijn onderdeel van de cultuur. Niet opgelegd, maar onbewust doe je eraan mee. Want "zo hoort het toch?" Wie naar de kerk gaat, gaat toch mooi gekleed? Want je gaat toch voor de Heer(e)? En Die mag je toch eren met het beste wat je hebt? Maar het beste wat je hebt, wordt blijkbaar materieel ingevuld. En met die mooie buitenkant ontstaat vanzelf een bekleding van jezelf, waardoor je jezelf niet meer laat zien.
"Ik voel mij naakt". Een prachtige uitspraak van een van de bezoekers. Als een Eva die na de zondeval zichzelf en haar man Adam bekijkt en tot haar schrik de naakte waarheid met andere ogen bekijkt. Mooi is dat. Wie bij ons komt, mag zonder poespas of opsmuk zichzelf laten zien. "En wie ben jij?" lijkt de vraag te zijn die onderhuids gesteld wordt. En dat ben je helaas niet gewend als je uit een gemiddelde Nederlandse kerk of gemeente komt.
Daar gaat het meer over vragen als "ben je wel bekeerd", "doe je wel de goede dingen", "zie je er goed uit", "ben je wel vervuld of gedoopt in de Geest". Vragen die de buitenkant en voor een deel de binnenkant raken. Maar die blijkbaar niet het gevoel geven dat je er bij mag horen of totaal jezelf mag zijn. Er is toch vaak sprake van bedekking. Zoals Adam en Eva hun naakte lichaam bedekten met vijgenbladeren, bedekken wij ons met regels en wensen, waardoor wij de naakte waarheid van onszelf niet hoeven te laten zien. In onze wijk komen we veel "probleem"mensen tegen. Die komen ook bij ons. Zij voelen zich vaak in het hokje van "probleem" gezet. Waar zij bij ons zich weer "mens" voelen. Een mens met een probleem.
Ik had het daar deze zondag nog over met mijn mee etende buurtgenoot. Welk mens heeft geen problemen? Iedereen heeft ze. Alleen hebben hoger opgeleiden geleerd ze een plek te geven. Of ze netjes te verstoppen. In die zin is iedereen een "probleem mens". Wat blijkt als je mensen voorstelt een coach te nemen? Hun eerste reactie is: ik heb toch geen probleem? Hoe vaak heb ik in christelijke kerken niet meegemaakt dat iemand geen problemen had, totdat hij ineens verkondigde te gaan scheiden, in zware financiële problemen bleek te zitten of zonder vooraankondiging zich van het leven beroofde.
Wat zou het heerlijk zijn om eens geen masker op te hoeven doen. Te komen zoals je bent. Eng. Maar na verloop van tijd bevrijdend. Met Jezus als voorbeeld: “Kom tot Mij allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal je rust geven.”
donderdag 21 januari 2016
Column Friesch Dagblad 85: Geloof gericht op heel het leven
Wij willen holistisch leven". Dit is
nog steeds een van de hoofdwaarden van de christelijke wijkgemeenschap VillaKlarendal. Een term die een beetje ‘eng’ klinkt voor de gemiddelde christen,
die het al snel associeert met de New Agebeweging die aan dit begrip een eigen
invulling heeft gegeven. ‘Integral mission’ heet het in de
zendingswetenschappen en dat komt dichtbij wat wij bedoelen. Het leven in zijn
totaliteit als christen leven en elk aspect daarvan als waardevol accepteren.
Niet het geestelijke staat centraal, maar alle aspecten van het leven zijn even
belangrijk, waarbij het geloof natuurlijk een belangrijke basisvoorwaarde is.
Zo kan het zijn dat mensen bij ons komen met financiële vraagstukken, met moeite op sociaal gebied, met huisvestingsvraagstukken. We vinden het belangrijk, wuiven het niet weg met een geestelijk sausje als ‘we zullen ervoor bidden’. Nee, we bidden ervoor en kijken met mensen hoe de vraagstukken het beste opgelost kunnen worden. En meestal hebben wij niet de oplossing, maar wel een van de instanties met wie we samenwerken.
Ik zie een nieuwe beweging ontstaan die het omgekeerde lijkt te zeggen. Aanbid God met heel je hart (wat betekent: zing liederen en kom in een bepaalde sfeer), laat Hem je leven leiden. En bid Hem voor alles en het zal ook gebeuren. Mooi, prachtig, geweldig dat men zo radicaal wil leven. Maar ook eenzijdig en alleen gericht op het geestelijk/spirituele deel van het leven.
Zo had mijn vrouw last van hevige spierpijn. Een vriend van onze zoons hoorde het en opperde ervoor te bidden. Want dan zou de spierpijn wel weggaan. Tja, maar God heeft het lichaam gemaakt om te werken én te rusten. En spierpijn is een manier van het lichaam om ons te melden dat er even rust moet worden ingebouwd. Door God ingegeven waarschuwingsmechanismen die we niet te vuur en te zwaard als geestelijke strijd met gebed te lijf moeten gaan.
Ik vind dit altijd lastig. Want ik gun mensen een radicale omgang met onze hemelse Vader. En ik zal de laatste zijn om te oordelen over het geloofsleven van anderen. Toch vind ik het jammer dat een nuchtere kijk op het leven van alledag en het besef dat God alles heeft gemaakt tot zijn eer daardoor soms teniet wordt gedaan.
Zo zie ik soms vreemde mengelingen ontstaan. Milieu lijkt voor sommige christenen een tweederangs aangelegenheid. Want God zorgt toch wel voor ons, waarom zouden wij dan nog voor die omgeving moeten zorgen? We ‘praisen’ erop los in onze zondagse samenkomst, terwijl de wijk waar de kerk samenkomt op overlevingsstand staat. En dan bidden we dat ‘die mensen’ snel bij ons binnen mogen komen. Het enige wat de wijk van ons ziet en hoort zijn de zondagse wekkerdiensten waar niet iedereen blij mee is en de auto’s die her en der geparkeerd staan in de toch al overvolle wijk.
Holistisch, integraal leven. Dat is mét mensen leven. Niet naast hen. Oog hebben voor de pijn en moeite van alledag. Dat niet weg praisen en worshippen. Maar samen de pijn ervaren, beleven en kijken hoe het beste hulp kan worden geboden.
Zo kan het zijn dat mensen bij ons komen met financiële vraagstukken, met moeite op sociaal gebied, met huisvestingsvraagstukken. We vinden het belangrijk, wuiven het niet weg met een geestelijk sausje als ‘we zullen ervoor bidden’. Nee, we bidden ervoor en kijken met mensen hoe de vraagstukken het beste opgelost kunnen worden. En meestal hebben wij niet de oplossing, maar wel een van de instanties met wie we samenwerken.
Ik zie een nieuwe beweging ontstaan die het omgekeerde lijkt te zeggen. Aanbid God met heel je hart (wat betekent: zing liederen en kom in een bepaalde sfeer), laat Hem je leven leiden. En bid Hem voor alles en het zal ook gebeuren. Mooi, prachtig, geweldig dat men zo radicaal wil leven. Maar ook eenzijdig en alleen gericht op het geestelijk/spirituele deel van het leven.
Zo had mijn vrouw last van hevige spierpijn. Een vriend van onze zoons hoorde het en opperde ervoor te bidden. Want dan zou de spierpijn wel weggaan. Tja, maar God heeft het lichaam gemaakt om te werken én te rusten. En spierpijn is een manier van het lichaam om ons te melden dat er even rust moet worden ingebouwd. Door God ingegeven waarschuwingsmechanismen die we niet te vuur en te zwaard als geestelijke strijd met gebed te lijf moeten gaan.
Ik vind dit altijd lastig. Want ik gun mensen een radicale omgang met onze hemelse Vader. En ik zal de laatste zijn om te oordelen over het geloofsleven van anderen. Toch vind ik het jammer dat een nuchtere kijk op het leven van alledag en het besef dat God alles heeft gemaakt tot zijn eer daardoor soms teniet wordt gedaan.
Zo zie ik soms vreemde mengelingen ontstaan. Milieu lijkt voor sommige christenen een tweederangs aangelegenheid. Want God zorgt toch wel voor ons, waarom zouden wij dan nog voor die omgeving moeten zorgen? We ‘praisen’ erop los in onze zondagse samenkomst, terwijl de wijk waar de kerk samenkomt op overlevingsstand staat. En dan bidden we dat ‘die mensen’ snel bij ons binnen mogen komen. Het enige wat de wijk van ons ziet en hoort zijn de zondagse wekkerdiensten waar niet iedereen blij mee is en de auto’s die her en der geparkeerd staan in de toch al overvolle wijk.
Holistisch, integraal leven. Dat is mét mensen leven. Niet naast hen. Oog hebben voor de pijn en moeite van alledag. Dat niet weg praisen en worshippen. Maar samen de pijn ervaren, beleven en kijken hoe het beste hulp kan worden geboden.
zondag 27 december 2015
Na de kerstgedachten
Kerst is een mooie periode om even te bezinnen en na te denken. Ook al zijn het wat mij betreft maar drie dagen.
Soms kan het lezen van kranten daarbij een hulp zijn. Afgelopen donderdag vielen drie kranten bij mij door de bus. De zaterdagkranten van kerst. Allen met kerstbijlagen.
Het Nederlands Dagblad plaatste een prachtig essay van Rien van den Berg onder de cryptische titel "Midden in het kalifaat een kribbe".
Ik ga het essay niet herhalen, maar pak er wat uit om daar hier verder op door te gaan.
Hij komt tot de interessante conclusie 'ik heb nooit iets gehad met Kerst'. De eerlijkheid gebiedt dat dit niet altid voor mij heeft gegolden. Kerst was voor mij jaren het feest van licht, warmte, liefde, vrede en gezelligheid geweest. Toch begon er langzamerhand iets te knagen. Het uiterlijke vertoon. De koopwoede. De must om die twee dagen tot het meest gezellige van het jaar te maken. De opgelegde lieflijkheid en zoetigheid die ermee gepaard gaan. De overdreven aandacht voor het mindere, die we de rest van het jaar weer terug in de hoek gooien.
Dus hebben wij als echtpaar besloten dit jaar geen tijd te besteden aan het extra verlichten en optuigen van het huis, wat we na twee weken weer hadden moeten aftuigen. We besloten als Villa Klarendal niets extra's te doen voor het mindere. De traditionele kerstpakkettenactie, met de gebruikelijke hebberigheid erbij, zetten we aan de kraak en ruilden we om voor een nieuwe traditie in de wijk, de herdertjestocht.
Iets doen voor de mindere, dat is een opdracht voor het hele leven, voor 365 dagen in het jaar. Niet voor slechts 2 dagen. Daar willen we graag voor gaan, ook het komend jaar. En liefst mèt de mensen die het minder hebben, niet vóór hen.
Nog een ander citaat uit het essay raakte me:
Een vrouw, niet-gelovig, bezocht in dit dorp (het dorp van de schrijver RJ) twee weken geleden een kerkdienst. Ze moest huilen van geluk omdat ze het gevoel had dat ze thuis kwam. Ze zocht op internet alle liederen bij elkaar die we gezongen hadden en zingt ze de hele dag. Ook bidt ze. Maar ze gelooft niet, zegt ze stellig. Want met God - een heerszuchtige, dominante Man immers - kan en wil ze niet door een deur.
Na een hele verhandeling concludeert van den Berg:
Ineens denk ik: ik hoop nu nog maar één ding. Dat ze in de wereld van leugenachtig licht en suikerwerkmuziek op een verloren moment een deur binnenstapt, zoals ze die twee weken geleden binnenstapte. En dat ze dan mensen bij elkaar ziet, en dat ze zich er thuis voelt, opnieuw. En dat zij dan een dominee tegenkomt die in de donkerte van de dagen de weg van Jezus durft te gaan, die het aandurft klein en weerloos voor de kudde te gaan staan, en maar gewoon vertelt.
Wat me hierin aanspreekt is, dat ik de reactie van de vrouw herken. Mensen voelen zich in deze tijd verweesd. Alleen, zonder zekerheden om hen heen. De kerk is zo vaak de plek waar mooie verhalen worden verteld, maar waar ook dogma's boven de liefde lijken te worden gesteld. Die komen hard over. Zonder liefde voor de persoon.
Liefde en warmte zijn er ineens weer tijdens de kerstdagen. Om vervolgens daarna weer te worden ingewisseld voor de dominantie van leiders, kerkenraden of andere mensen die menen de waarheid in pacht te hebben.
De herkenning is dat we dit regelmatig terughoren. "Het is of ik hier thuis kom" als mensen de brunch van Villa Klarendal binnenstappen. En "ik vind het zo mooi en saamhorig hier, maar ik geloof er niets van". "Wat doe je hier dan?" is dan vaak de niet, en soms wel, uitgesproken reactie in kerken. Want wie hier komt, moet toch geloven? En kerkmensen die bij ons binnenstappen voelen zich onzeker. Er lijkt geen regel te heersen. Alleen "kom zoals je bent...", wat betekent dat je jezelf mag laten zien. En dat voelt, zoals iemand onlangs zei, alsof je naakt bent. Je mag jezelf tonen. Weg met de zelfgemaakte geestelijke bladeren. Terug naar je oorsprong.
Ruimte om thuis te komen. Om tot rust te komen. Weg uit de drukte, pijn, onzekerheid, geweld van alledag. Luisterend naar de waarheid uit de bijbel. Iedereen mag ervan genieten. Zich openstellen voor de liefde die Jezus geeft. Met de houding van Jezus zitten we gelijkwaardig aan tafel. Allemaal naakte mensen met ieder de pijn die het leven hen heeft aangedaan. Jezus is mijn pijn binnengekomen en heeft hem van mij overgenomen. Wat niet wil zeggen dat ik die pijn niet meer voel. En vanuit die ervaring proberen we mensen tegemoet te treden. Ongekunsteld, zonder theater of podium. Soms moe van de week. Soms moe van de eigen zwakheden waar ruzie in het gezin, met de buren, of depressie uit voort komen. En daar dan maar gewoon voor uit komen. Sorry, nu even niet, nu ben ik moe. Geen gekunstelde lach, waar iedereen het leed doorheen ervaart.
Kom met je naakte zelf. Nu en alle andere 364 (en komend jaar zelfs 366) dagen.
woensdag 18 maart 2015
Column Friesch Dagblad 76: Strooi ook eens wat goudstof rond voor een betere wereld
Boven een artikel in De Volkskrant stond afgelopen zaterdag 'Strooi zelf ook eens wat goudstof in het rond'. Ik werd geraakt door de inhoud die ging over het
moderne levensgevoel. Schrijfster en juriste Alexa Gratama beschrijft de drukke
levens die we als moderne mens menen te moeten leven. Zowel in ons werkende
leven als in onze drukke vrije tijd. Ze komt tot de conclusie: ,,Net als
elektrische auto's moeten we regelmatig worden bijgetankt, maar er zijn veel te
weinig oplaadpunten. Voor je het weet komen we met een ruk tot stilstand.”
Als gevolg daarvan lijdt inmiddels meer dan een miljoen volwassenen en kinderen in ons land aan 'somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten'. Waarvoor we vervolgens ,,massaal aan de running-therapie, mindfulness en voedingsinterventie moeten”. De hele stresscultuur zorgt er voor dat er miljarden in de zorgsector aan worden uitgegeven om mensen weer op de rails te krijgen. Gratama ziet de oplossing in het opruimen.
,,Opruimen van onze kasten, onze agenda, ons hoofd, ons leven.” Hoe doe je dat? Daarvoor citeert ze de Japanse Marie Kondo die bij zich bij elk voorwerp afvraagt: ,,Does it spark Joy?” Ervaar ik hierbij nog een vonkje vreugde? Die spark of Joy is voor Gratama als de goudstof uit de staf van de fee van Assepoester. Zoek in je leven naar goudstof waar je blijdschap uit put en geef dat als je kunt ook nog aan anderen door.
Wie dit artikel als christen leest, kan twee kanten op. De traditionele, primaire reactie zal zijn: wat een slap aftreksel van de vreugde die God in Christus geeft! Tevreden zijn met een slap aftreksel van het ware en pure goud dat van en door Hem komt. Laat haar dat zoeken en ze wordt overweldigd door de heerlijke rijkdom van het 'in Christus-zijn'.
Dat was ook mijn eerste reactie. Maar toen ik er verder over na ging denken, besefte ik, dat onze samenleving heel ver van de God van de Bijbel af staat. Men is niet meer met Hem bezig, laat staan dat ze Hem kennen. Ik begon terug te denken aan hoe wij met Villa Klarendal proberen aan te sluiten bij het leven van alledag. En kwam tot de conclusie dat wij niet anders deden dan wat goudstof rond te delen.
Af en toe een schouderklopje of een vriendelijke knipoog. Een dieper gesprek. Een moment van medeleven. God werkt vaak door kleine dingen. Dat kleine werkt door bij mensen. Het goudstof is een klein zaadje dat in hun harten wordt geplant. De glimlach maakt nieuwsgierig naar wat er achter zit. Bevangen door goudkoorts gaan mensen op zoek naar de oorsprong van het goud. Heb dus oog voor de kleine dingen. Je weet nooit wat er uit voort komt.
Als gevolg daarvan lijdt inmiddels meer dan een miljoen volwassenen en kinderen in ons land aan 'somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten'. Waarvoor we vervolgens ,,massaal aan de running-therapie, mindfulness en voedingsinterventie moeten”. De hele stresscultuur zorgt er voor dat er miljarden in de zorgsector aan worden uitgegeven om mensen weer op de rails te krijgen. Gratama ziet de oplossing in het opruimen.
,,Opruimen van onze kasten, onze agenda, ons hoofd, ons leven.” Hoe doe je dat? Daarvoor citeert ze de Japanse Marie Kondo die bij zich bij elk voorwerp afvraagt: ,,Does it spark Joy?” Ervaar ik hierbij nog een vonkje vreugde? Die spark of Joy is voor Gratama als de goudstof uit de staf van de fee van Assepoester. Zoek in je leven naar goudstof waar je blijdschap uit put en geef dat als je kunt ook nog aan anderen door.
Wie dit artikel als christen leest, kan twee kanten op. De traditionele, primaire reactie zal zijn: wat een slap aftreksel van de vreugde die God in Christus geeft! Tevreden zijn met een slap aftreksel van het ware en pure goud dat van en door Hem komt. Laat haar dat zoeken en ze wordt overweldigd door de heerlijke rijkdom van het 'in Christus-zijn'.
Dat was ook mijn eerste reactie. Maar toen ik er verder over na ging denken, besefte ik, dat onze samenleving heel ver van de God van de Bijbel af staat. Men is niet meer met Hem bezig, laat staan dat ze Hem kennen. Ik begon terug te denken aan hoe wij met Villa Klarendal proberen aan te sluiten bij het leven van alledag. En kwam tot de conclusie dat wij niet anders deden dan wat goudstof rond te delen.
Af en toe een schouderklopje of een vriendelijke knipoog. Een dieper gesprek. Een moment van medeleven. God werkt vaak door kleine dingen. Dat kleine werkt door bij mensen. Het goudstof is een klein zaadje dat in hun harten wordt geplant. De glimlach maakt nieuwsgierig naar wat er achter zit. Bevangen door goudkoorts gaan mensen op zoek naar de oorsprong van het goud. Heb dus oog voor de kleine dingen. Je weet nooit wat er uit voort komt.
Column Friesch Dagblad 75: Bericht uit carnavalvierend Ernem
Hét weekeinde is weer aangebroken. Vier dagen aaneen met elkaar optrekken.
Gezellige geluiden en dito muziek. Eindelijk mag je eens gewoon gek doen, zonder
dat anderen er raar van opkijken. Juist: het is carnaval. Ook in Arnhem, ook in
onze wijk Klarendal.
Onze Limburgse, katholieke burgemeester heeft ervoor gezorgd dat onze stad er sinds vorig jaar een nieuwe traditie bij heeft. Op vrijdagavond wordt de sleutel van de stad overgedragen aan de carnavalsverenigingen. Voor vier dagen is Arnhem Ernem.
Arnhem, op de grens tussen protestants en katholiek Nederland. Begrensd door het katholieke Achterhoek, het protestantse Ede en de grotendeels katholieke dorpen in de Betuwe.
Klarendal is een katholieke enclave in Arnhem-Noord, omdat in de negentiende eeuw Achterhoekse arbeiders massaal in deze nieuwe wijk werden gehuisvest. Dus is carnaval een van de hoogtijdagen in de wijk. Na elf november gonst het van de activiteiten in de carnavalsverenigingen, uitmondend in de vier carnavalsdagen en met name de zondagse optocht met praalwagens waar men al die maanden aan heeft gewerkt.
Het lokale, landelijke en internationale nieuws wordt creatief op de hak genomen. Afgelopen zondag stonden we in het zonnetje te kijken naar al die leuke en mooie creaties. En naar al die mensen die zo grappig waren uitgedost.
Ik hoorde vanuit de boxen op een van de praalwagens 'en ook... voedselbank is van de partij'. Ik had het eerst niet door (concentratie of beginnende doofheid?), maar zag wat afnemers van ons voedselbankuitdeelpunt op de wagen naar mij zwaaien, en begreep dat ze mij op het oog hadden. Ik wuifde iets harder naar de carnavaleske voedselbankafnemers en zij gaven een extra handje snoepgoed voor in de tas van mijn kleinzoon.
We moesten wel even nadenken over dit feest toen we negen jaar geleden met Villa Klarendal naar de centrale optochtstraat verhuisden. Want de meningen in niet-katholiek christelijk Nederland zijn nogal verdeeld over dit feest. Van liberaal ermee omgaan tot er fel tegen zijn, vanwege de nadruk op drank en seks. Wij constateerden dat onze wijkbewoners er vooral veel vreugde aan beleefden. Dus wilden wij die vreugde niet met de botte Bijbelse bijl neerslaan, maar positief benaderen.
Onze oplossing was om de carnavalsvierders tegemoet te treden met warme koffie en thee. Een welkome afwisseling in de vaak koude februarimaand, maar ook een positieve geste aan alle alcoholdrinkers. Het werd positief ontvangen. Vaak een duim omhoog of een ferme Œhug¹ van een ontvanger. Met de verhuizing naar een nieuwe plek is deze traditie verdwenen. We denken nu na over een vorm van aansluiting bij de carnavalstraditie. Een eigen Villa Klarendal carnavalsvereniging, of aansluiten bij de bestaande? We hebben nog tot 11 november om daar eens onze gedachten over te laten gaan.
Onze Limburgse, katholieke burgemeester heeft ervoor gezorgd dat onze stad er sinds vorig jaar een nieuwe traditie bij heeft. Op vrijdagavond wordt de sleutel van de stad overgedragen aan de carnavalsverenigingen. Voor vier dagen is Arnhem Ernem.
Arnhem, op de grens tussen protestants en katholiek Nederland. Begrensd door het katholieke Achterhoek, het protestantse Ede en de grotendeels katholieke dorpen in de Betuwe.
Klarendal is een katholieke enclave in Arnhem-Noord, omdat in de negentiende eeuw Achterhoekse arbeiders massaal in deze nieuwe wijk werden gehuisvest. Dus is carnaval een van de hoogtijdagen in de wijk. Na elf november gonst het van de activiteiten in de carnavalsverenigingen, uitmondend in de vier carnavalsdagen en met name de zondagse optocht met praalwagens waar men al die maanden aan heeft gewerkt.
Het lokale, landelijke en internationale nieuws wordt creatief op de hak genomen. Afgelopen zondag stonden we in het zonnetje te kijken naar al die leuke en mooie creaties. En naar al die mensen die zo grappig waren uitgedost.
Ik hoorde vanuit de boxen op een van de praalwagens 'en ook... voedselbank is van de partij'. Ik had het eerst niet door (concentratie of beginnende doofheid?), maar zag wat afnemers van ons voedselbankuitdeelpunt op de wagen naar mij zwaaien, en begreep dat ze mij op het oog hadden. Ik wuifde iets harder naar de carnavaleske voedselbankafnemers en zij gaven een extra handje snoepgoed voor in de tas van mijn kleinzoon.
We moesten wel even nadenken over dit feest toen we negen jaar geleden met Villa Klarendal naar de centrale optochtstraat verhuisden. Want de meningen in niet-katholiek christelijk Nederland zijn nogal verdeeld over dit feest. Van liberaal ermee omgaan tot er fel tegen zijn, vanwege de nadruk op drank en seks. Wij constateerden dat onze wijkbewoners er vooral veel vreugde aan beleefden. Dus wilden wij die vreugde niet met de botte Bijbelse bijl neerslaan, maar positief benaderen.
Onze oplossing was om de carnavalsvierders tegemoet te treden met warme koffie en thee. Een welkome afwisseling in de vaak koude februarimaand, maar ook een positieve geste aan alle alcoholdrinkers. Het werd positief ontvangen. Vaak een duim omhoog of een ferme Œhug¹ van een ontvanger. Met de verhuizing naar een nieuwe plek is deze traditie verdwenen. We denken nu na over een vorm van aansluiting bij de carnavalstraditie. Een eigen Villa Klarendal carnavalsvereniging, of aansluiten bij de bestaande? We hebben nog tot 11 november om daar eens onze gedachten over te laten gaan.
donderdag 11 december 2014
Column Friesch Dagblad 74: leven en dood, als een vlinder in de hand
Afgelopen weekend las ik een artikel in Royal Life Magazine van de hand van Matteüs van der Steen met als titel Over evangelisatie. Hij sprak over zijn motivatie om voor grote groepen mensen te staan en hen het evangelie te verkondigen.
Kern van zijn verhaal was de legende over een oude man van wie werd verteld dat hij nog nooit een fout advies of antwoord had gegeven. Een jongeman uit een van de dorpen waar deze man kwam, verzon een list om te bewijzen dat de oude man ten minste één fout antwoord in zijn leven had gegeven. Hij ving een vlinder en hield die in de palm van zijn hand. Hij hield zijn hand om de vlinder met ruimte voor de vlinder en voor zijn duim.
De jongeman zou de oude man vragen of de vlinder dood of levend was. Antwoordde de oude man 'levend', dan zou hij ongemerkt met zijn duim de vlinder dood drukken. Antwoordde de man 'dood' dan zou hij de vlinder laten wegvliegen. De oude man kwam en de jongeman stelde zijn vraag: ,,Is de vlinder in mijn hand dood of levend?” De oude man was even stil en antwoordde: ,,Jongeman, dat ligt helemaal in jouw hand.”
Een prachtige legende. Aan de hand daarvan concludeerde Van der Steen dat op die manier dood en leven, hemel en hel in onze handen ligt en dat het onze levensroeping is mensen te wijzen op het leven dat ze in hun handen hebben. Op zich geen verkeerde boodschap. Want Jezus heeft ons geroepen om mensen de blijde boodschap te vertellen.
Toch voelde ik mij er ongemakkelijk bij. Waarom? Vanwege de manier van denken die totaal niet past bij ons werken in de wijk.
Want deze redenering gaat ervan uit dat gelovigen over leven en dood gaan. Vertellen we de boodschap niet, dan gaan mensen voor eeuwig dood en worden wij ter verantwoording geroepen. Evangelieverkondiging wordt dan krampachtig. 'Je moet het wel vertellen, want stel je voor dat jij de enige christen bent die de ander ooit tegenkomt...'
In ons werk gaan wij ervan uit dat er maar Een is, die overtuigt van de waarheid. En dat wij met Hem mogen wandelen en anderen uitnodigen met ons mee te wandelen. Niet hemel of hel is het uitgangspunt, maar het leven in het hier en nu met Jezus. In die wandeling, midden in de wijk, met alle ups en downs van het leven, spreken we over Jezus. Spreken we met Jezus. Spreekt Hij met ons en onze medewandelaars. Hij heeft ons leven en dat van de medewandelaar in zijn hand.
Kern van zijn verhaal was de legende over een oude man van wie werd verteld dat hij nog nooit een fout advies of antwoord had gegeven. Een jongeman uit een van de dorpen waar deze man kwam, verzon een list om te bewijzen dat de oude man ten minste één fout antwoord in zijn leven had gegeven. Hij ving een vlinder en hield die in de palm van zijn hand. Hij hield zijn hand om de vlinder met ruimte voor de vlinder en voor zijn duim.
De jongeman zou de oude man vragen of de vlinder dood of levend was. Antwoordde de oude man 'levend', dan zou hij ongemerkt met zijn duim de vlinder dood drukken. Antwoordde de man 'dood' dan zou hij de vlinder laten wegvliegen. De oude man kwam en de jongeman stelde zijn vraag: ,,Is de vlinder in mijn hand dood of levend?” De oude man was even stil en antwoordde: ,,Jongeman, dat ligt helemaal in jouw hand.”
Een prachtige legende. Aan de hand daarvan concludeerde Van der Steen dat op die manier dood en leven, hemel en hel in onze handen ligt en dat het onze levensroeping is mensen te wijzen op het leven dat ze in hun handen hebben. Op zich geen verkeerde boodschap. Want Jezus heeft ons geroepen om mensen de blijde boodschap te vertellen.
Toch voelde ik mij er ongemakkelijk bij. Waarom? Vanwege de manier van denken die totaal niet past bij ons werken in de wijk.
Want deze redenering gaat ervan uit dat gelovigen over leven en dood gaan. Vertellen we de boodschap niet, dan gaan mensen voor eeuwig dood en worden wij ter verantwoording geroepen. Evangelieverkondiging wordt dan krampachtig. 'Je moet het wel vertellen, want stel je voor dat jij de enige christen bent die de ander ooit tegenkomt...'
In ons werk gaan wij ervan uit dat er maar Een is, die overtuigt van de waarheid. En dat wij met Hem mogen wandelen en anderen uitnodigen met ons mee te wandelen. Niet hemel of hel is het uitgangspunt, maar het leven in het hier en nu met Jezus. In die wandeling, midden in de wijk, met alle ups en downs van het leven, spreken we over Jezus. Spreken we met Jezus. Spreekt Hij met ons en onze medewandelaars. Hij heeft ons leven en dat van de medewandelaar in zijn hand.
woensdag 12 november 2014
Column Friesch Dagblad 73: Kom zoals je bent, verbreek het hokjesdenken
Afgelopen zondag werd ik geprikkeld door een uitspraak van iemand die vaak bij de brunch en viering van Villa Klarendal komt. Hij zei tegen me dat hij helemaal niet gelovig is, maar dat hij heel graag bij ons komt. Het is er warm en mensen denken aan elkaar. Die sfeer spreekt hem aan en daarom ziet hij er naar uit om weer te kunnen komen. Het is frappant dat ik die reactie de afgelopen tijd uit diverse monden heb gehoord. Zij zijn zeker niet kerkgaand of kerkminded, maar ze vinden het hier goed toeven en daarom komen ze.
Waardoor komen en blijven mensen bij Villa Klarendal? Dat heeft te maken met de driedeling ‘believe – behave – belong’ (geloven – gedragen - erbij horen). Veel kerken beginnen met de verwachting dat mensen die komen moeten geloven. Van daaruit ga je naar discipelschap (het volgen van Jezus), waarbij je christelijk gedrag aanleert. En dan mag je erbij horen, word je lid. Soms worden de laatste twee omgekeerd, maar het begint meestal bij geloven. ,,Je gaat toch naar de kerk, omdat je gelooft.”
De laatste tijd is er een kentering zichtbaar. Nieuwe kerken zoeken naar wegen om ‘erbij horen’ voorop te zetten. Mensen verlangen naar relaties met anderen. Een groep waarbij ze mogen horen, waar ze thuis zijn. Wij hebben dat in Villa Klarendal geprobeerd, door onderdeel uit te maken van de grotere wijkgemeenschap. De vieringen zijn alleen voor Klarendallers en moeten zo zijn vormgegeven dat het voor hen aansprekend en herkenbaar is.
Ik zie in veel kerken hokjesdenken. Een onbekend persoon komt binnen. De aanwezigen kijken en denken ‘wat is dat voor persoon?’ De bezoeker wordt in een hokje gezet. Wij willen mensen als individu blijven zien. Oog hebben voor de menselijke kant van de persoon. Door respect te hebben voor de mens tegenover ons. De persoon is niet in eerste instantie probleemgeval, verslaafde, psychiatrisch patiënt, zorgmijder, alcoholist, homoseksueel, moslim, new age-aanhanger; of welk ander hokje je ook maar kunt bedenken. Ongeacht zijn of haar achtergrond mag die persoon bij ons komen zoals hij of zij is.
Door deze insteek en houding is Villa Klarendal een mooie mix van mensen geworden. Aan tafel zitten mensen met al deze achtergronden en spreken met elkaar. Ze praten met elkaar, van hart tot hart. Ze krijgen waardering voor de persoon achter de hoofddoek, de verslaving of de seksuele geaardheid. God heeft iedereen gemaakt die bij ons komt. Mensen mogen daarom bij ons komen zoals ze zijn. Wij leren mensen te accepteren. En laten het oordeel over aan een Ander.
Waardoor komen en blijven mensen bij Villa Klarendal? Dat heeft te maken met de driedeling ‘believe – behave – belong’ (geloven – gedragen - erbij horen). Veel kerken beginnen met de verwachting dat mensen die komen moeten geloven. Van daaruit ga je naar discipelschap (het volgen van Jezus), waarbij je christelijk gedrag aanleert. En dan mag je erbij horen, word je lid. Soms worden de laatste twee omgekeerd, maar het begint meestal bij geloven. ,,Je gaat toch naar de kerk, omdat je gelooft.”
De laatste tijd is er een kentering zichtbaar. Nieuwe kerken zoeken naar wegen om ‘erbij horen’ voorop te zetten. Mensen verlangen naar relaties met anderen. Een groep waarbij ze mogen horen, waar ze thuis zijn. Wij hebben dat in Villa Klarendal geprobeerd, door onderdeel uit te maken van de grotere wijkgemeenschap. De vieringen zijn alleen voor Klarendallers en moeten zo zijn vormgegeven dat het voor hen aansprekend en herkenbaar is.
Ik zie in veel kerken hokjesdenken. Een onbekend persoon komt binnen. De aanwezigen kijken en denken ‘wat is dat voor persoon?’ De bezoeker wordt in een hokje gezet. Wij willen mensen als individu blijven zien. Oog hebben voor de menselijke kant van de persoon. Door respect te hebben voor de mens tegenover ons. De persoon is niet in eerste instantie probleemgeval, verslaafde, psychiatrisch patiënt, zorgmijder, alcoholist, homoseksueel, moslim, new age-aanhanger; of welk ander hokje je ook maar kunt bedenken. Ongeacht zijn of haar achtergrond mag die persoon bij ons komen zoals hij of zij is.
Door deze insteek en houding is Villa Klarendal een mooie mix van mensen geworden. Aan tafel zitten mensen met al deze achtergronden en spreken met elkaar. Ze praten met elkaar, van hart tot hart. Ze krijgen waardering voor de persoon achter de hoofddoek, de verslaving of de seksuele geaardheid. God heeft iedereen gemaakt die bij ons komt. Mensen mogen daarom bij ons komen zoals ze zijn. Wij leren mensen te accepteren. En laten het oordeel over aan een Ander.
dinsdag 25 februari 2014
Column Friesch Dagblad 66: Kerk in het wijkgebouw
Ik loop het wijkplein op. Ik kijk tussen twee pilaren door, en zie een groot plein, waar ik een oude kazerne tegemoet loop, met aan de rechterkant een oud militair gebouwtje en aan de linkerkant een modern uitziend gebouw, drie hoog.
Enkele meters verder is de ingang van het grote gebouw. MFC Klarendal staat hoog bovenop de pui van het gebouw. MFC staat voor multifunctioneel centrum. En dat is het. De receptie bemenst door mannen en vrouwen van het wijkwerkpalet verzorgen de ontvangst en de faciliteiten van het centrum. Links zie ik achter een deur de grote sportzaal waar heel veel kinderen aan het sporten zijn en waar het Sportpunt Klarendal zijn intrek heeft genomen.
Daar moet ik niet zijn, dus ik loop de andere kant op. Voor mij zie ik twee ruimtes, de multifunctionele ruimtes, die door iedereen gebruikt kunnen worden, als je het maar van tevoren doorgeeft. Achter een van de ruimtes is een grote keuken met twaalf pitten en twee ovens. In het MFC wordt gekookt voor en met wijkbewoners, dus daar moet voldoende ruimte voor zijn.
Iets voorbij de multifunctionele ruimtes kom ik het consultatiebureau tegen. Links daarvan, veilig achter gesloten deuren en ramen zitten links de ruimtes van de peuterspeelzalen en rechts de gezellige ruimtes van de kinderopvang.
Speluitleen en flexplekken
Via een oranje trap ga ik naar de eerste etage, waar ik een rondje kan lopen. Ik ga rechtsaf en en zie aan mijn linkerhand een knutselruimte, waar iedereen die dat wil zich creatief kan uiten. Een ruimte verderop een glazen wand met daarachter zes kleinere ruimtes. Dit is de eerste verdieping van de wijkbasisschool. Die zit nog niet helemaal vol, daarom is één lokaal is ingenomen door de speluitleen en twee daarachter liggende lokalen door het hoofdkantoor van de ouderenwelzijnsorganisatie.
Ik loop op de gang verder door en kom de ruimtes tegen van de gehandicaptenorganisatie en die van de participatiecoaches. Iets verderop kom ik bij de ruimtes die voor het kinderwerk van de welzijnsorganisatie gebruikt worden. En tenslotte loop ik iets verderop tegen de flexplekken aan waar onder andere de buurtopbouwwerker en de wijkregisseur werken.
De trap op naar de tweede etage. De tweede etage van de basisschool. Daarnaast de ruimte voor de logopedisten. En helemaal achteraan de kickboxschool.
Waarom deze opsomming? In die wirwar van organisaties en mensen heeft ook Villa Klarendal zijn plek gekregen. Elke zondag komen we samen in de multifunctionele ruimte met gebruik van de keuken.
Elke vrijdag helpen Villa-vrijwilligers er bij het uitdeelpunt van de Voedselbank. Zo zijn er al afspraken gemaakt tussen een participatiecoach en een afnemer van de Voedselbank. En kunnen we een klaslokaal gebruiken voor een cursus Zoom in op je relatie. Door te ‘wonen’ in het mfc staan we dichter bij alles wat er in de wijk gebeurt. En maken we deel uit van het overleg van gebruikers. Geen eigen ruimte of kerkgebouw. Wél aanwezig en bereikbaar op de plek waar de hele wijk dagelijks komt.
Enkele meters verder is de ingang van het grote gebouw. MFC Klarendal staat hoog bovenop de pui van het gebouw. MFC staat voor multifunctioneel centrum. En dat is het. De receptie bemenst door mannen en vrouwen van het wijkwerkpalet verzorgen de ontvangst en de faciliteiten van het centrum. Links zie ik achter een deur de grote sportzaal waar heel veel kinderen aan het sporten zijn en waar het Sportpunt Klarendal zijn intrek heeft genomen.
Daar moet ik niet zijn, dus ik loop de andere kant op. Voor mij zie ik twee ruimtes, de multifunctionele ruimtes, die door iedereen gebruikt kunnen worden, als je het maar van tevoren doorgeeft. Achter een van de ruimtes is een grote keuken met twaalf pitten en twee ovens. In het MFC wordt gekookt voor en met wijkbewoners, dus daar moet voldoende ruimte voor zijn.
Iets voorbij de multifunctionele ruimtes kom ik het consultatiebureau tegen. Links daarvan, veilig achter gesloten deuren en ramen zitten links de ruimtes van de peuterspeelzalen en rechts de gezellige ruimtes van de kinderopvang.
Speluitleen en flexplekken
Via een oranje trap ga ik naar de eerste etage, waar ik een rondje kan lopen. Ik ga rechtsaf en en zie aan mijn linkerhand een knutselruimte, waar iedereen die dat wil zich creatief kan uiten. Een ruimte verderop een glazen wand met daarachter zes kleinere ruimtes. Dit is de eerste verdieping van de wijkbasisschool. Die zit nog niet helemaal vol, daarom is één lokaal is ingenomen door de speluitleen en twee daarachter liggende lokalen door het hoofdkantoor van de ouderenwelzijnsorganisatie.
Ik loop op de gang verder door en kom de ruimtes tegen van de gehandicaptenorganisatie en die van de participatiecoaches. Iets verderop kom ik bij de ruimtes die voor het kinderwerk van de welzijnsorganisatie gebruikt worden. En tenslotte loop ik iets verderop tegen de flexplekken aan waar onder andere de buurtopbouwwerker en de wijkregisseur werken.
De trap op naar de tweede etage. De tweede etage van de basisschool. Daarnaast de ruimte voor de logopedisten. En helemaal achteraan de kickboxschool.
Waarom deze opsomming? In die wirwar van organisaties en mensen heeft ook Villa Klarendal zijn plek gekregen. Elke zondag komen we samen in de multifunctionele ruimte met gebruik van de keuken.
Elke vrijdag helpen Villa-vrijwilligers er bij het uitdeelpunt van de Voedselbank. Zo zijn er al afspraken gemaakt tussen een participatiecoach en een afnemer van de Voedselbank. En kunnen we een klaslokaal gebruiken voor een cursus Zoom in op je relatie. Door te ‘wonen’ in het mfc staan we dichter bij alles wat er in de wijk gebeurt. En maken we deel uit van het overleg van gebruikers. Geen eigen ruimte of kerkgebouw. Wél aanwezig en bereikbaar op de plek waar de hele wijk dagelijks komt.
dinsdag 10 september 2013
Column Friesch Dagblad 61: kerksluiting en een geestelijk thuis
We gaan vandaag naar de kerk. Waar kerk jij? Tot voor kort uitdrukkingen die in het Nederlands spraakgebruik ingeburgerd waren. Wat bedoelden we? We gingen met zijn allen naar een gebouw dat speciaal bedoeld was voor mensen die lid waren van de groep om op die plek hun geloof te uiten en te vieren. Het ging samen. Het gebouw en de mensen die er samenkwamen.
Vaak was het gebouw nog belangrijker dan de mensen. Dat blijkt wel uit de opstelling van de meeste kerken. In rijen achter elkaar opgesteld luisterend en kijkend naar een podium of een eenmansplek.
Het enige moment dat je contact met de buren had, was om de meegekomen familie een standje te geven omdat ze niet stil waren of om de directe buren een pepermuntje te geven om de preek door te komen. En als je wegging knikte je beleefd naar de naaste buurman of -vrouw om snel naar de koffie thuis te gaan, waarvoor je wellicht wat kennissen, vrienden of familieleden na de kerk had uitgenodigd.
Toen kwam de tijd van de kerksluiting. Met veel verdriet moesten mensen toezien hoe de kerk waarin zij waren gedoopt, getrouwd en van waaruit zij welicht hun ouders naar hun laatste rustplaats hadden begeleid, werd gesloopt of overgenomen door een niet-kerkelijk gebeuren. Nooit meer zouden ze vieren op de plek waar zoveel herinneringen lagen.
Op sommige plekken ging de kleine kudde verder als gemeenschap. Ze huurden een schoolgebouw of een buurthuis en kwamen daar samen voor hun vieringen. Ze lieten veel gemeenteleden achter die de pijn van het verlies van het kerkgebouw niet te boven kwamen, en moesten in kleinere getalen samen uitvinden hoe het is kerk te zijn zonder de sfeer van een speciaal daarvoor ingericht gebouw.
Als ik deze ervaringen afzet tegen onze eigen ervaring met kerk-zijn in een wijkgerichte setting is dat heel anders.
We delen het gebouw momenteel met andere gebruikers. We richten het zondags speciaal in. Mensen komen samen in het gebouw waar ze als peuter op de peuterspeelzaal, als kind op de kinderclub en als volwassene op een van de wijkclubs zaten en zitten. Een vertrouwde omgeving dus. Zondag is het ‘Villadag’.
We delen niet alleen het gebouw met anderen. We delen ook de mensen. Diezelfde mensen gaan naar clubs in de wijk. Soms ook naar andere kerken. Daarmee wordt een christelijke gemeenschap diffuser. Want wie erbij hoort en wie niet, lijkt niet duidelijk. En toch ook weer wel. Wekelijks staan dezelfde mensen klaar om de handen uit de mouwen te steken en de woorden tot zich te nemen. Zij voelen zich bij ons thuis.
Het enige moment dat je contact met de buren had, was om de meegekomen familie een standje te geven omdat ze niet stil waren of om de directe buren een pepermuntje te geven om de preek door te komen. En als je wegging knikte je beleefd naar de naaste buurman of -vrouw om snel naar de koffie thuis te gaan, waarvoor je wellicht wat kennissen, vrienden of familieleden na de kerk had uitgenodigd.
Toen kwam de tijd van de kerksluiting. Met veel verdriet moesten mensen toezien hoe de kerk waarin zij waren gedoopt, getrouwd en van waaruit zij welicht hun ouders naar hun laatste rustplaats hadden begeleid, werd gesloopt of overgenomen door een niet-kerkelijk gebeuren. Nooit meer zouden ze vieren op de plek waar zoveel herinneringen lagen.
Op sommige plekken ging de kleine kudde verder als gemeenschap. Ze huurden een schoolgebouw of een buurthuis en kwamen daar samen voor hun vieringen. Ze lieten veel gemeenteleden achter die de pijn van het verlies van het kerkgebouw niet te boven kwamen, en moesten in kleinere getalen samen uitvinden hoe het is kerk te zijn zonder de sfeer van een speciaal daarvoor ingericht gebouw.
Als ik deze ervaringen afzet tegen onze eigen ervaring met kerk-zijn in een wijkgerichte setting is dat heel anders.
We delen het gebouw momenteel met andere gebruikers. We richten het zondags speciaal in. Mensen komen samen in het gebouw waar ze als peuter op de peuterspeelzaal, als kind op de kinderclub en als volwassene op een van de wijkclubs zaten en zitten. Een vertrouwde omgeving dus. Zondag is het ‘Villadag’.
We delen niet alleen het gebouw met anderen. We delen ook de mensen. Diezelfde mensen gaan naar clubs in de wijk. Soms ook naar andere kerken. Daarmee wordt een christelijke gemeenschap diffuser. Want wie erbij hoort en wie niet, lijkt niet duidelijk. En toch ook weer wel. Wekelijks staan dezelfde mensen klaar om de handen uit de mouwen te steken en de woorden tot zich te nemen. Zij voelen zich bij ons thuis.
zaterdag 7 september 2013
Gerechtigheid in de kerken
Morgen spreek ik bij de baptistengemeente Arnhem Centrum over "zoek eerst Gods koninkrijk en zijn gerechtigheid".
Een gedicht dat ik tegenkwam en mij heel erg aansprak wil ik morgen laten zien en horen, maar ook hier met jullie delen.
Ik was hongerig
En u stelde een liefdadigheidsgroepje samen om mijn honger te bespreken
Ik zat in de gevangenis
En u liep rustig naar uw kapel om voor mijn vrijlating te bidden
Ik was naakt
En u vroeg zich af hoe het met mijn moraliteit gesteld was
Ik was ziek
En u knielde neer en dankte God voor uw gezondheid
Ik was dakloos
En u hield een preek voor mij over de geestelijke bescherming van de liefde van God
Ik was eenzaam
En u liet mij alleen om voor mij te bidden
U leek zo heilig, zo dicht bij God
Maar ik ben nog steeds hongerig – eenzaam – en koud
Abonneren op:
Posts (Atom)





