Posts tonen met het label multiculturele samenleving. Alle posts tonen
Posts tonen met het label multiculturele samenleving. Alle posts tonen

vrijdag 21 juli 2017

Kerkproeverij 2017 - Gedachten over binnen en buiten



Terugkomend op de kerkproeverij 2017 en de gedachten die ik daarover in mijn vorige blog heb geschreven, wil ik nu een verdiepingsslag maken.

Kerkproeverij klinkt, zoals ik in mijn vorige blog beschreef, als een restaurant. Daar kom je van buiten. Je bent er onbekend. Je wordt er aangesproken. Je wordt er bediend. Je krijgt er lekker eten. Je voelt je er al dan niet thuis.

Maar het blijft een restaurant wat niet van jezelf is. Je gaat er weer uit weg. Je gaat weer van binnen naar buiten. En uiteindelijk ga je weer naar huis, waar je echt thuis bent.

De meeste kerkgangers (en hun voorgangers, dominees of pastoors) denken nog steeds in termen van binnen en buiten. Binnen de kerk, daar is het veilig. Daar is het ook heilig. Je bent er thuis. Je bent er bij de Here God. Je bent er samen. Je voelt je er een met je geloofsgenoten.
Buiten daar zijn de ongelovigen. Die niets met God te maken willen hebben (denken wij). Die de kerk (binnen) links laten liggen. Waar het seculiere (het God-loze) plaatsvindt. Daar is het dus onveilig. Daar moet je maar snel uit weg gaan. Zodat je weer snel veilig binnen bent.

Die tegenstelling binnen - buiten zit heel erg diep van binnen. Je maakt deel uit van de kerk en zonder dat je het door hebt, denk je in termen van buiten - binnen. Ik ben het veel tegen gekomen in evangelisatie acties. "We gaan naar buiten om mensen aan te spreken. We willen met mensen in contact komen. Zodat de mensen bij ons binnen komen. En na de actie gaan we weer snel naar binnen om af te wachten hoeveel mensen we van buiten mogen verwelkomen in onze kerkdienst.

Bij Villa Klarendal zeggen we tegenwoordig dat het ons opvalt dat ons denken daarin zo sterk is verandert. We denken niet meer in termen van binnen-buiten of gelovig-ongelovig. Iedereen die bij ons komt is welkom. En ook in ons hoofd is iedereen welkom, zelfs als hij of zij niet komt. We zijn wijkbewoners onder de wijkbewoners. Zeker, wij zijn gelovig. Maar dat vormt geen barrière meer naar onze ongelovige mede Villa Klarendallers.

Hoe werkt dan de sfeer van uitnodiging bij ons? Dat gaat heel natuurlijk. Wijkbewoners komen op onze brunch op zondagochtend (om 11:00 uur, volgens de meeste bezoekers een "christelijke" tijd). Komen ze voor het eerst, dan begroeten we ze. Maar niet overdreven: we wijzen ze waar ze kunnen zitten, geven hen wat de rest ook krijgt en voor de rest kunnen ze zelf al dan niet in gesprek gaan. Doen ze dan niet, dan is de sfeer zo ongedwongen, dat ze rustig kunnen eten zonder lastig gevallen te worden door vervelende vragen.

Die ongedwongenheid en ontspannenheid geeft een sfeer van uitnodiging. Geen dwang. Geen verwachtingen. Je mag komen zoals je bent. Veel gasten die voor het eerst komen, willen graag blijven komen. En vertellen vervolgens aan hun buren, vrienden, kennissen en familieleden waar ze zijn geweest. En nodigen hen ook uit om een keer te komen. Op een heel natuurlijke, organische manier gaat het vuurtje rond.

Als het dan geen restaurant is, waar kun je het dan beter mee vergelijken? Ik denk veeleer aan een vriendengroep of nog meer aan een familie. Aan een vriendengroep, omdat je er voor kiest je erbij aan te sluiten. Maar ook aan een familie, omdat je niet met iedereen bevriend bent, maar de ander wel in zijn waarde laat. Ruimte geeft om zichzelf te zijn en eventueel te blijven waar hij of zij op dat moment is. Niet eisend dat de ander moet veranderen. Maar eerst en vooral vrijblijvend, ontspannen, relaxed en - toch ook - uitnodigend in de zin dat die ander er ook echt mag zijn.

Voor sommige mensen is het uitnodigend om gelikte folders in handen te krijgen en terecht te komen in samenkomsten, waarin de viering lijkt op een popconcert of een theateroptreden. Maar in dergelijke vieringen ben je toeschouwer. Je nodigt anderen wel uit, maar veeleer omdat de entourage zo goed concurreert met wat je gewoon bent. Je bent een gast en je blijft het. Na een tijdje sta je toch weer buiten, opgeladen door de mooie sfeer.

Ik denk dat de reden dat Villa Klarendal aantrekkelijk is voor wijkbewoners, vooral te maken heeft dat het ook onderdeel van de wijk uitmaakt. Doordeweeks zien we elkaar ook. Komen we elkaar op straat tegen of bij andere activiteiten. En in de manier van werken en denken zijn we aangepast aan de wijk: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Geen poespas. Gewoon. Zonder opsmuk. Daar moet je doordeweeks vaak al aan voldoen. Dan moet je goed Nederlands spreken, omdat je anders als tweederangs (want Klarendals) wordt aangezien. En vooral geen schunnige grappen vertellen. In de wereld rondom ons moet je toch een bepaald masker opzetten om begrepen te worden. Maar wie begrijpt en aanvaardt jou nu zoals je bent? Waar mag jij jezelf zijn? Waar kun jij je 'shit' uitspreken zonder dat mensen er al gelijk een oordeel of vooroordeel over uitspreken of je in een hokje stoppen (zoals: de verslaafde, de Surinamer, de Turk, de lesbo, de zwakke, de uitkeringstrekker, de typische Klarendaller met geverfd haar).

Mensen niet in een hokje stoppen, dus. Ook niet in het hokje gelovig - ongelovig (heilig - heiden). De benadering van mens tot mens. Van hart tot hart. En vooral ook de uitnodiging om mee te doen. Want we zoeken al snel naar wederkerigheid. Iedereen heeft talent en mag dat gebruiken en inzetten voor de Villa, maar ook voor Klarendal. Typerend vond ik een christen die bij mij kwam en vroeg of hij bij 'ons' (lees: Villa Klarendal) vrijwilligerswerk kon doen. Ik legde hem uit dat bij 'ons' wat ons betreft breder was dan alleen 'binnen' Villa Klarendal. 'Ons' en 'binnen' geldt voor Villa Klarendal als: 'heel Klarendal'. Dus al pratend bleek hij een 'groene' achtergrond te hebben. Wetend dat een wijkpartner net bezig was met het starten van een 'Green Team' heb ik hem daar naar door verwezen en binnen twee weken was hij met zijn handen en kennis bezig om met het Green Team bomen en planten in de wijk te verzorgen.

Mensen voelen en weten als je meent wat je zegt. Als wij zeggen dat iedereen mag komen zoals hij is, proeven ze ook dat het zo is. Als wij zeggen dat wij er voor heel Klarendal zijn, ervaren zij het door onze houding en manier van werken. Daarom is de barrière tussen binnen en buiten bij ons volledig opgeheven. Daarom verbazen gasten (de mensen die voor het eerst komen) zich over dat wij een kerk zijn. "Dit voelt niet als een kerk". Dat klopt, we willen ook veel meer een gemeenschap zijn. Wat natuurlijk ooit de bedoeling van een kerk was. Een gemeenschap waar iedereen zich thuis mag voelen. Binnen en buiten is binnenstebuiten.

dinsdag 18 juli 2017

Multicultureel samenleven: Yes we can!


"De multiculturele samenleving is mislukt!". Hoe vaak horen we dit via tv, radio of social media verkondigen. De inwoners van andere culturele achtergronden moeten zich maar aanpassen. Wij doen het niet meer, hebben er geen zin meer in.

Ik heb altijd gezegd dat het ook anders kan. Afgelopen vrijdag had ik een bijeenkomst waarin dit werd bevestigd. Samen met vijf vrouwen van Nederlandse, Hongaarse en Turkse komaf gingen we uit eten in een Iraans restaurant. Samen op pad dus naar een restaurant met een culturele kleur dat geen van ons allen (ikzelf uitgezonderd) kenden.

Gezellig aan tafel. Met een heel hartelijke gastheer. De drankjes werden aangerukt. En het eten, ja natuurlijk was dat halal. De vraag werd door de Turkse dames gesteld, naar bleek omdat hun eigen mensen nogal de neiging hadden om ook het goedkope varkensvlees te verkopen. De Iraanse ober vertelde dat die vraag in Iraanse omgeving eigenlijk enorm onbeleefd is, omdat dit niet hoort. Je moet ervan uitgaan dat de gastheer te vertrouwen is en daarom per definitie halal vlees voorzet. Leuk, het eerste culturele verschil.

We kregen een heerlijke mix van allerlei Iraanse hapjes voorgeschoteld. Voor een ongelofelijk lage prijs. Aan tafel werd het gesprek steeds leuker en interessanter. De ervaringen van vroeger. Wat we het afgelopen seizoen met elkaar hadden beleefd. Samen maaltijden organiseren. Samen op stap naar gebedshuizen. Samen op stap naar vier plekken buiten Arnhem. We dachten nog terug aan het bezoek aan de synagoge in Amsterdam dat zo ruw werd verstoord door de marechaussee die ons vanwege een ernstige terroristische dreiging niet toe liet tot de synagoge. De teleurstelling die dat met zich mee bracht. En het gevoel van afgewezen worden van met name de dames van Turkse afkomst die dachten dat zij de veroorzaker waren.

Het gesprek ging nog dieper. Over leven en vooral dood. Hoe ik als christen dacht dat het na de dood zou verder gaan. Enkele bijna-dood ervaringen van bekenden en van een van de Turkse dames werden gedeeld. Enorme diepe gesprekken die extra lastig waren, omdat ze voor sommigen niet in de moedertaal werden besproken. Na afloop zeiden we tegen elkaar hoe wonderlijk het toch was dat we als mensen van diverse achtergronden toch dergelijke gesprekken konden voeren. "Dat gaan we vaker doen en daarom moeten we doorgaan op de weg die we zijn  ingeslagen", was het gevoel en de conclusie die overheerste.

Hoe komt het nu dat dit soort gesprekken blijkbaar wel mogelijk zijn, terwijl de meerderheid van Nederland denkt dat dit absoluut niet mogelijk is? Het heeft te maken met vertrouwen dat we in elkaar hebben gekregen. Twee jaar geleden zijn we begonnen met regelmatig activiteiten te organiseren. Met elkaar naar gebedshuizen gaan. En daar bovenop ook nog met elkaar op reis gaan. Samen werken en samen reizen schept een band. En in het afgelopen jaar hebben we ook een workshop gedaan om elkaar te leren kennen. Iedereen mocht een verhaal vertellen over zichzelf. Daar kwamen hele mooie, maar ook hele aangrijpende verhalen naar boven. Van de oma met veel kleinkinderen, tot de moeder van vier kinderen waarvan de man vroegtijdig was overleden. Door het delen van die verhalen - klein, maar ook groot, oppervlakkig, maar ook heel diepgaand - begon een band te ontstaan. Er werden mensen omhelsd, die moesten huilen om wat ze ervoeren en hadden meegemaakt.

Samenleven begint niet met politieke programma's. Niet met beleidsstukken die van bovenaf door de overheid worden opgelegd. Samenleven begint in het klein. Daar waar mensen elkaar tegenkomen en ontmoeten. In wijken als Klarendal kom je elkaar wel tegen op pleisterplaatsen als het winkelcentrum met de lokale Appie. Maar dan is het nog maar "die vrouw met de hoofddoek" of voorheen "die man met de paardenstaart en baard". Dat is tegenkomen, niet ontmoeten. Dan zie je elkaar, maar ken je elkaar niet. In het elkaar zien kan angst schuilen. Wat je niet begrijpt, maar wel ziet, kan beangstigen. Waarom dragen vrouwen hoofddoeken? Of waarom dragen vrouwen korte rokjes en smalle bloesjes? Dan hebben we al snel een oordeel over die ander. Zonder hem of haar te hebben gesproken.

Ga je met elkaar samenwerken en samen reizen, samen op ontdekkingstocht, dan ontstaat er iets nieuws. Dan moet je iets organiseren. Dan moet je plannen maken. Afspraken maken. En die nakomen. Samen erover praten waarom bepaalde afspraken niet werden nagekomen. Daar leer je van elkaar. Als je samen reist ontstaat een gezamenlijk geheugen. Je zegt tegen elkaar "weet je nog wel, toen we daar naar op reis gingen?" In ons geval denken we terug aan die synagoge en  het gevoel dat we er allemaal bij hadden dat we tweederangs en niet gewild waren. Of aan de busreis terug van Museum Orientalis, toen enkele Turkse vrouwen een dolletje maakten met de buschauffeur en we met zijn allen de slappe lach kregen. Waar de buschauffeur waarschuwde dat er ook nog een man bij was, waarop een van de Turkse vrouwen antwoordde "o, maar dat is Rick, die kent ons wel...". Juist, dat is het dus. Doordat we op stap zijn en thuis aan het werk zijn, kennen we elkaar. En ontstaat er vertrouwen.

De tafelgenoten waren eigenlijk beginnende vriendinnen van me geworden. Toen een van de vrouwen verzuchtte dat het wel erg over de dood ging en ze dat niet leuk vond, begrepen we haar en snapten we ook waarom ze dat zei. Spontaan raakte ik haar arm aan en zei dat het niets uitmaakte en dat we het wel begrepen. Geen terugtrekkende beweging. Geen angst. We voelden ons een met elkaar. We zeiden ook tegen elkaar dat in dit soort gesprekken verschillen verdwenen. De persoon achter de culturele achtergrond kwam naar voren. We zagen niet meer de hoofddoek, de huidskleur, de moeite met de taal. Maar spraken met elkaar van hart tot hart.

Het begint klein en onooglijk. Het is nauwelijks zichtbaar. Het begint misschien met maximaal 20 mensen. Maar die mensen beginnen enthousiast te worden. Vertellen het thuis. Aan hun mannen. Kinderen. Vrienden. Kennissen, En we zien dat de groep zich uitbreidt. Dat weer anderen zich aansluiten bij kerk-moskee-en-synagoge-bezoek. Waarom? Ze hebben ervan gehoord. Zijn enthousiast gemaakt en nieuwsgierig geworden. En zo breidt het olievlekje langzamerhand uit.

De multiculturele samenleving is mislukt? Welnee, het begint langzaam maar zeker vorm te krijgen. We moeten met elkaar door. Niet naast elkaar, maar met elkaar. Samen werken, samen eten, samen spelen, samen reizen, samen op reis naar een nieuw Nederland waar iedereen deel van uitmaakt. Je moet het wel willen. Kan het? YES WE CAN!!!