Posts tonen met het label inclusief. Alle posts tonen
Posts tonen met het label inclusief. Alle posts tonen

maandag 4 december 2017

Balinese ervaringen


Ja, en toen was hij even uit beeld en uitgeblogd. Vakantie van vier weken in Bali, een begrafenis van mijn schoonmoeder waar ik de uitvaartdienst bij mocht leiden. En daarna allerlei mooie projecten die ineens van de grond kwamen en waar ik mij met hart en ziel in stortte. Zonder in te storten.

Daarom maar eens wat gedachten over de afgelopen periode.



Te beginnen met Bali. Een prachtig eiland in de Indonesische archipel. Het enige eiland in Indonesië dat overwegend hindoeïstisch is. En dat merk je, ruik je, ervaar je aan den lijve.

Wie op Bali komt en oog heeft voor meer dan de stranden of de mooie natuur, ziet dat het hindoeïsme het leven in zijn greep houdt. Zodra mensen op staan is het eerste wat ze doen een offer brengen voor hun huis, winkel, bedrijf of wat dan ook voor hen van toepassing is. Een klein doosje met daarin bloemen, groenten, fruit en vooral een wierookstokje. Dat leggen ze neer op straat, in een klein tempeltje of op een andere plek die zij geschikt vinden. Een kort gebed wordt opgezegd en dan gaan ze weer met het gewone werk aan de slag. Het offer is voor de goden, maar ook voor de voorouders. Om hen goedgezind te laten zijn. Zodat het goed gaat met het bedrijf of het gezin. Op straat vind je veel verkopers van deze offertjes, die ze zelf samenstellen en waarvan ze de inhoud kopen op de lokale markt. Zodra de offertjes uitgerookt zijn, of vertrapt zijn door onoplettende toeristen, worden ze weer vervangen door nieuwe offertjes, met weer hetzelfde gebedsritueel. Zo kan het soms wel drie of vier keer per dag zijn dat de offertjes worden vervangen.

Je begrijpt dat een deel van het inkomen hieraan wordt besteed. In gesprek met lokale hindoeïstische Balinezen werd weleens verzucht dat het geloof toch wel veel van hen vroeg. Want of je nu rijk bent of arm. Er moet worden gegeven aan de offers. En dat niet alleen. Balinezen kennen heel veel hindoeïstische feesten. Daarin worden ze weer gezegend voor hun leven. Maar voor die zegeningen moeten ze wel geld neerleggen. Geld voor het eten van iedereen. Voor het onderhoud van de eigen tempel. Voor het reizen naar de eigen tempel, waar ze toch vooral bij moeten zijn.

We kwamen mensen tegen die graag een eigen huis wilden kopen. Ze woonden in een klein onderkomen met een gezamenlijke leefruimte (buiten) met een slaapruimte en een speciale ruimte voor de oudere dochter. Waarom hadden ze geen huis gekocht? Vooral omdat het geloof veel geld van ze eiste. En toen zich een mogelijkheid aandiende was de eerste vraag van familie aan hen: zul je nog wel genoeg aan het geloof en de tempel bij kunnen dragen? Waarop werd besloten toch maar geen huis te kopen, want ja, dat geloof hè....

Hindoeïsme wordt in Nederland als redelijk alternatieve levensfilosofie gezien voor het leven. Dat lijkt een logische gezien ons inkomen en ons redelijke levensniveau. Dan kun je dat er wel bij doen. Maar in Bali lijkt dit geloof veeleer een last dan een bron van blijdschap. O, zeker, wie je er ook over sprak was mateloos enthousiast over het geloof. Het betekent zoveel voor hen. Het biedt duidelijkheid en zekerheid. Maar ja, al die verplichtingen en vooral ongeschreven regels... Gingen we op reis door het eiland, was er een tempeltje aan de kant van de weg. De hindoereizigers stapten uit en lieten zich weer zegenen, met betaling en een offertje. Want zo zou de reis toch zeker gezegend worden....

Dat vonden we mooi! Het verhaal achter de façade tegenkomen. Niet de vrolijk lachende Balinees in het lekkere restaurant. Maar de Balinees in zijn eigen omgeving. Samen achterop de brommer naar de dichtstbijzijnde stad rijden en daar ervaren hoe zij zelf leefden. Opmerken met hoe weinig ze tevreden zijn. Maar ook merken dat de ongeschreven culturele regels voorschrijven dat je tenminste als werkend echtpaar twee brommers nodig hebt om je te vervoeren. Waarvoor? Voor het werk. Dat een kilometer verderop ligt. Een kilometer lopen? Nee, dat doe je niet! Dan ga je liever met de brommer, die je op aanbetaling duur aanschaft naar je werk. Want daarmee heb je een statussymbool te pakken dat voor de gemiddelde Balinees toch wel erg belangrijk is. Zonder brommer? Nee, dat kan niet! Ze keken dan ook hun ogen uit, toen wij die kilometer zomaar liepen of mountainbiketen. Rare jongens, die Nederlanders....

Verzekeringen. Een ander punt op dat eiland. Welnee, dat kan echt niet. Geen geld voor. Rij maar liever voorzichtig (op zijn Balinees, 120 kilometer p/u op een brommer, met twee, drie of vier mensen samen, kriskras langs de auto's heen). En als je dan een ongeluk hebt, dan heb je pech gehad. Geen verzekering, zelf je brommer oplappen en ook jezelf oplappen. Een verhaal hoorden we van iemand die een brommerongeluk had gehad (frontaal aangereden door een brommerrijder van 12 jaar - regels zijn er ook wat dat betreft niet...). Ze hadden een verzekering. Genoeg om geopereerd te worden en een week verpleegd te worden. Na een week was de zware hersenschudding nog niet voorbij, maar het geld van de verzekering op, dus werd hij ontslagen. Gelukkig was er een verpleegster in de omgeving die voor een redelijk bedrag de zorg op zich nam. Maar het ziekenhuis was onverbiddelijk: geen geld, geen zorg.

Tja, als je dat hoort, denk je terug aan hoe goed (of hoe slecht zo je wilt) wij het hier in Nederland hebben. Qua zorg, qua financiën, qua sociale opvang. Want hier is de armste nog in staat om zich goed in leven te houden. Er is voldoende voor een goed dak boven het hoofd, het huis goed te verwarmen (is op Bali niet nodig, eerder om het te verkoelen), de tv en radio en andere randapparatuur aan te schaffen en zelfs voor de meesten een goede internetverbinding te hebben en te houden.

Leven. Je kunt het eigenlijk niet vergelijken. Twee verschillende werelden. Mooi om het tegen te komen en het een tegen het ander af te wegen. Ik geniet dan daar van het andere. Om hier weer te genieten van wat wij gewoon vinden. En te weten dat wij het echt nog niet zo slecht getroffen hebben. Om ook weer door te geven aan anderen om ons heen. Geniet van wat je hebt en deel daarvan.  Let niet op wat je niet hebt, geniet van wat je wèl hebt!


maandag 24 juli 2017

Binnen en buiten: stop met het starten van een kerk



Ik vond laatst een leuk filmpje over het kerkdenken rond "binnen" en "buiten", van Church from Scratch een kerk in Southend, Engeland (Engels gesproken).

Om je even aan het nadenken te zetten.

Bekijk het hieronder.




vrijdag 21 juli 2017

Kerkproeverij 2017 - Gedachten over binnen en buiten



Terugkomend op de kerkproeverij 2017 en de gedachten die ik daarover in mijn vorige blog heb geschreven, wil ik nu een verdiepingsslag maken.

Kerkproeverij klinkt, zoals ik in mijn vorige blog beschreef, als een restaurant. Daar kom je van buiten. Je bent er onbekend. Je wordt er aangesproken. Je wordt er bediend. Je krijgt er lekker eten. Je voelt je er al dan niet thuis.

Maar het blijft een restaurant wat niet van jezelf is. Je gaat er weer uit weg. Je gaat weer van binnen naar buiten. En uiteindelijk ga je weer naar huis, waar je echt thuis bent.

De meeste kerkgangers (en hun voorgangers, dominees of pastoors) denken nog steeds in termen van binnen en buiten. Binnen de kerk, daar is het veilig. Daar is het ook heilig. Je bent er thuis. Je bent er bij de Here God. Je bent er samen. Je voelt je er een met je geloofsgenoten.
Buiten daar zijn de ongelovigen. Die niets met God te maken willen hebben (denken wij). Die de kerk (binnen) links laten liggen. Waar het seculiere (het God-loze) plaatsvindt. Daar is het dus onveilig. Daar moet je maar snel uit weg gaan. Zodat je weer snel veilig binnen bent.

Die tegenstelling binnen - buiten zit heel erg diep van binnen. Je maakt deel uit van de kerk en zonder dat je het door hebt, denk je in termen van buiten - binnen. Ik ben het veel tegen gekomen in evangelisatie acties. "We gaan naar buiten om mensen aan te spreken. We willen met mensen in contact komen. Zodat de mensen bij ons binnen komen. En na de actie gaan we weer snel naar binnen om af te wachten hoeveel mensen we van buiten mogen verwelkomen in onze kerkdienst.

Bij Villa Klarendal zeggen we tegenwoordig dat het ons opvalt dat ons denken daarin zo sterk is verandert. We denken niet meer in termen van binnen-buiten of gelovig-ongelovig. Iedereen die bij ons komt is welkom. En ook in ons hoofd is iedereen welkom, zelfs als hij of zij niet komt. We zijn wijkbewoners onder de wijkbewoners. Zeker, wij zijn gelovig. Maar dat vormt geen barrière meer naar onze ongelovige mede Villa Klarendallers.

Hoe werkt dan de sfeer van uitnodiging bij ons? Dat gaat heel natuurlijk. Wijkbewoners komen op onze brunch op zondagochtend (om 11:00 uur, volgens de meeste bezoekers een "christelijke" tijd). Komen ze voor het eerst, dan begroeten we ze. Maar niet overdreven: we wijzen ze waar ze kunnen zitten, geven hen wat de rest ook krijgt en voor de rest kunnen ze zelf al dan niet in gesprek gaan. Doen ze dan niet, dan is de sfeer zo ongedwongen, dat ze rustig kunnen eten zonder lastig gevallen te worden door vervelende vragen.

Die ongedwongenheid en ontspannenheid geeft een sfeer van uitnodiging. Geen dwang. Geen verwachtingen. Je mag komen zoals je bent. Veel gasten die voor het eerst komen, willen graag blijven komen. En vertellen vervolgens aan hun buren, vrienden, kennissen en familieleden waar ze zijn geweest. En nodigen hen ook uit om een keer te komen. Op een heel natuurlijke, organische manier gaat het vuurtje rond.

Als het dan geen restaurant is, waar kun je het dan beter mee vergelijken? Ik denk veeleer aan een vriendengroep of nog meer aan een familie. Aan een vriendengroep, omdat je er voor kiest je erbij aan te sluiten. Maar ook aan een familie, omdat je niet met iedereen bevriend bent, maar de ander wel in zijn waarde laat. Ruimte geeft om zichzelf te zijn en eventueel te blijven waar hij of zij op dat moment is. Niet eisend dat de ander moet veranderen. Maar eerst en vooral vrijblijvend, ontspannen, relaxed en - toch ook - uitnodigend in de zin dat die ander er ook echt mag zijn.

Voor sommige mensen is het uitnodigend om gelikte folders in handen te krijgen en terecht te komen in samenkomsten, waarin de viering lijkt op een popconcert of een theateroptreden. Maar in dergelijke vieringen ben je toeschouwer. Je nodigt anderen wel uit, maar veeleer omdat de entourage zo goed concurreert met wat je gewoon bent. Je bent een gast en je blijft het. Na een tijdje sta je toch weer buiten, opgeladen door de mooie sfeer.

Ik denk dat de reden dat Villa Klarendal aantrekkelijk is voor wijkbewoners, vooral te maken heeft dat het ook onderdeel van de wijk uitmaakt. Doordeweeks zien we elkaar ook. Komen we elkaar op straat tegen of bij andere activiteiten. En in de manier van werken en denken zijn we aangepast aan de wijk: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Geen poespas. Gewoon. Zonder opsmuk. Daar moet je doordeweeks vaak al aan voldoen. Dan moet je goed Nederlands spreken, omdat je anders als tweederangs (want Klarendals) wordt aangezien. En vooral geen schunnige grappen vertellen. In de wereld rondom ons moet je toch een bepaald masker opzetten om begrepen te worden. Maar wie begrijpt en aanvaardt jou nu zoals je bent? Waar mag jij jezelf zijn? Waar kun jij je 'shit' uitspreken zonder dat mensen er al gelijk een oordeel of vooroordeel over uitspreken of je in een hokje stoppen (zoals: de verslaafde, de Surinamer, de Turk, de lesbo, de zwakke, de uitkeringstrekker, de typische Klarendaller met geverfd haar).

Mensen niet in een hokje stoppen, dus. Ook niet in het hokje gelovig - ongelovig (heilig - heiden). De benadering van mens tot mens. Van hart tot hart. En vooral ook de uitnodiging om mee te doen. Want we zoeken al snel naar wederkerigheid. Iedereen heeft talent en mag dat gebruiken en inzetten voor de Villa, maar ook voor Klarendal. Typerend vond ik een christen die bij mij kwam en vroeg of hij bij 'ons' (lees: Villa Klarendal) vrijwilligerswerk kon doen. Ik legde hem uit dat bij 'ons' wat ons betreft breder was dan alleen 'binnen' Villa Klarendal. 'Ons' en 'binnen' geldt voor Villa Klarendal als: 'heel Klarendal'. Dus al pratend bleek hij een 'groene' achtergrond te hebben. Wetend dat een wijkpartner net bezig was met het starten van een 'Green Team' heb ik hem daar naar door verwezen en binnen twee weken was hij met zijn handen en kennis bezig om met het Green Team bomen en planten in de wijk te verzorgen.

Mensen voelen en weten als je meent wat je zegt. Als wij zeggen dat iedereen mag komen zoals hij is, proeven ze ook dat het zo is. Als wij zeggen dat wij er voor heel Klarendal zijn, ervaren zij het door onze houding en manier van werken. Daarom is de barrière tussen binnen en buiten bij ons volledig opgeheven. Daarom verbazen gasten (de mensen die voor het eerst komen) zich over dat wij een kerk zijn. "Dit voelt niet als een kerk". Dat klopt, we willen ook veel meer een gemeenschap zijn. Wat natuurlijk ooit de bedoeling van een kerk was. Een gemeenschap waar iedereen zich thuis mag voelen. Binnen en buiten is binnenstebuiten.

dinsdag 18 juli 2017

Multicultureel samenleven: Yes we can!


"De multiculturele samenleving is mislukt!". Hoe vaak horen we dit via tv, radio of social media verkondigen. De inwoners van andere culturele achtergronden moeten zich maar aanpassen. Wij doen het niet meer, hebben er geen zin meer in.

Ik heb altijd gezegd dat het ook anders kan. Afgelopen vrijdag had ik een bijeenkomst waarin dit werd bevestigd. Samen met vijf vrouwen van Nederlandse, Hongaarse en Turkse komaf gingen we uit eten in een Iraans restaurant. Samen op pad dus naar een restaurant met een culturele kleur dat geen van ons allen (ikzelf uitgezonderd) kenden.

Gezellig aan tafel. Met een heel hartelijke gastheer. De drankjes werden aangerukt. En het eten, ja natuurlijk was dat halal. De vraag werd door de Turkse dames gesteld, naar bleek omdat hun eigen mensen nogal de neiging hadden om ook het goedkope varkensvlees te verkopen. De Iraanse ober vertelde dat die vraag in Iraanse omgeving eigenlijk enorm onbeleefd is, omdat dit niet hoort. Je moet ervan uitgaan dat de gastheer te vertrouwen is en daarom per definitie halal vlees voorzet. Leuk, het eerste culturele verschil.

We kregen een heerlijke mix van allerlei Iraanse hapjes voorgeschoteld. Voor een ongelofelijk lage prijs. Aan tafel werd het gesprek steeds leuker en interessanter. De ervaringen van vroeger. Wat we het afgelopen seizoen met elkaar hadden beleefd. Samen maaltijden organiseren. Samen op stap naar gebedshuizen. Samen op stap naar vier plekken buiten Arnhem. We dachten nog terug aan het bezoek aan de synagoge in Amsterdam dat zo ruw werd verstoord door de marechaussee die ons vanwege een ernstige terroristische dreiging niet toe liet tot de synagoge. De teleurstelling die dat met zich mee bracht. En het gevoel van afgewezen worden van met name de dames van Turkse afkomst die dachten dat zij de veroorzaker waren.

Het gesprek ging nog dieper. Over leven en vooral dood. Hoe ik als christen dacht dat het na de dood zou verder gaan. Enkele bijna-dood ervaringen van bekenden en van een van de Turkse dames werden gedeeld. Enorme diepe gesprekken die extra lastig waren, omdat ze voor sommigen niet in de moedertaal werden besproken. Na afloop zeiden we tegen elkaar hoe wonderlijk het toch was dat we als mensen van diverse achtergronden toch dergelijke gesprekken konden voeren. "Dat gaan we vaker doen en daarom moeten we doorgaan op de weg die we zijn  ingeslagen", was het gevoel en de conclusie die overheerste.

Hoe komt het nu dat dit soort gesprekken blijkbaar wel mogelijk zijn, terwijl de meerderheid van Nederland denkt dat dit absoluut niet mogelijk is? Het heeft te maken met vertrouwen dat we in elkaar hebben gekregen. Twee jaar geleden zijn we begonnen met regelmatig activiteiten te organiseren. Met elkaar naar gebedshuizen gaan. En daar bovenop ook nog met elkaar op reis gaan. Samen werken en samen reizen schept een band. En in het afgelopen jaar hebben we ook een workshop gedaan om elkaar te leren kennen. Iedereen mocht een verhaal vertellen over zichzelf. Daar kwamen hele mooie, maar ook hele aangrijpende verhalen naar boven. Van de oma met veel kleinkinderen, tot de moeder van vier kinderen waarvan de man vroegtijdig was overleden. Door het delen van die verhalen - klein, maar ook groot, oppervlakkig, maar ook heel diepgaand - begon een band te ontstaan. Er werden mensen omhelsd, die moesten huilen om wat ze ervoeren en hadden meegemaakt.

Samenleven begint niet met politieke programma's. Niet met beleidsstukken die van bovenaf door de overheid worden opgelegd. Samenleven begint in het klein. Daar waar mensen elkaar tegenkomen en ontmoeten. In wijken als Klarendal kom je elkaar wel tegen op pleisterplaatsen als het winkelcentrum met de lokale Appie. Maar dan is het nog maar "die vrouw met de hoofddoek" of voorheen "die man met de paardenstaart en baard". Dat is tegenkomen, niet ontmoeten. Dan zie je elkaar, maar ken je elkaar niet. In het elkaar zien kan angst schuilen. Wat je niet begrijpt, maar wel ziet, kan beangstigen. Waarom dragen vrouwen hoofddoeken? Of waarom dragen vrouwen korte rokjes en smalle bloesjes? Dan hebben we al snel een oordeel over die ander. Zonder hem of haar te hebben gesproken.

Ga je met elkaar samenwerken en samen reizen, samen op ontdekkingstocht, dan ontstaat er iets nieuws. Dan moet je iets organiseren. Dan moet je plannen maken. Afspraken maken. En die nakomen. Samen erover praten waarom bepaalde afspraken niet werden nagekomen. Daar leer je van elkaar. Als je samen reist ontstaat een gezamenlijk geheugen. Je zegt tegen elkaar "weet je nog wel, toen we daar naar op reis gingen?" In ons geval denken we terug aan die synagoge en  het gevoel dat we er allemaal bij hadden dat we tweederangs en niet gewild waren. Of aan de busreis terug van Museum Orientalis, toen enkele Turkse vrouwen een dolletje maakten met de buschauffeur en we met zijn allen de slappe lach kregen. Waar de buschauffeur waarschuwde dat er ook nog een man bij was, waarop een van de Turkse vrouwen antwoordde "o, maar dat is Rick, die kent ons wel...". Juist, dat is het dus. Doordat we op stap zijn en thuis aan het werk zijn, kennen we elkaar. En ontstaat er vertrouwen.

De tafelgenoten waren eigenlijk beginnende vriendinnen van me geworden. Toen een van de vrouwen verzuchtte dat het wel erg over de dood ging en ze dat niet leuk vond, begrepen we haar en snapten we ook waarom ze dat zei. Spontaan raakte ik haar arm aan en zei dat het niets uitmaakte en dat we het wel begrepen. Geen terugtrekkende beweging. Geen angst. We voelden ons een met elkaar. We zeiden ook tegen elkaar dat in dit soort gesprekken verschillen verdwenen. De persoon achter de culturele achtergrond kwam naar voren. We zagen niet meer de hoofddoek, de huidskleur, de moeite met de taal. Maar spraken met elkaar van hart tot hart.

Het begint klein en onooglijk. Het is nauwelijks zichtbaar. Het begint misschien met maximaal 20 mensen. Maar die mensen beginnen enthousiast te worden. Vertellen het thuis. Aan hun mannen. Kinderen. Vrienden. Kennissen, En we zien dat de groep zich uitbreidt. Dat weer anderen zich aansluiten bij kerk-moskee-en-synagoge-bezoek. Waarom? Ze hebben ervan gehoord. Zijn enthousiast gemaakt en nieuwsgierig geworden. En zo breidt het olievlekje langzamerhand uit.

De multiculturele samenleving is mislukt? Welnee, het begint langzaam maar zeker vorm te krijgen. We moeten met elkaar door. Niet naast elkaar, maar met elkaar. Samen werken, samen eten, samen spelen, samen reizen, samen op reis naar een nieuw Nederland waar iedereen deel van uitmaakt. Je moet het wel willen. Kan het? YES WE CAN!!!

donderdag 28 april 2016

Een inclusieve gemeenschap

Ìk werd een tijd geleden getroffen door een woord. INCLUSIEF. Iemand zei tegen mij: "jullie zijn een inclusieve gemeenschap". Ik moest daar even over nadenken. En heb het in het digitale woordenboek opgezocht.

En het klopt. We zijn niet exclusief. Het tegenovergestelde. Waarin mensen worden uitgesloten. Waarin voorwaarden worden gesteld om ergens bij te horen. "Jij mag bij ons horen als je hier en daar aan voldoet". En als je er niet bij hoort, hoor je er niet bij.

Wij denken en doen anders. Iedereen die erbij wil horen, mag erbij komen. En sterker nog: wij kijken over gemeenschapsgrenzen heen. Zo was er eens een kennis die bij ons vrijwilligerswerk wilde doen. Zijn ervaring vanwege opleiding lag op het terrein van groen en jongerenwerk. Hadden we daar nu juist heel weinig werk voor binnen Villa Klarendal. Maar er was wel een plek bij de groengroep van een andere wijkorganisatie. Dus hadden we hem in contact gebracht met die organisatie. En ja hoor: een maand later was hij heel enthousiast aan het werk in het groen van de wijk.

Inclusief werken, dat is dus: niet alleen denken aan jezelf, maar ook aan anderen. Dat is: leven met iedereen die je tegenkomt. Meedenken met wie het moeilijk heeft, ongeacht zijn afkomst, geloof of wat voor geaardheid dan ook.

Als mensen ons vragen van wat voor geloof we zijn, denken ze snel in denominatie. En verwachten ook zo'n antwoord: protestants of katholiek of misschien zelfs pinkstergemeente of baptistengemeente. Maar ik zeg dan steevast: we zijn een WIJKgemeenschap. Als er dan echt iets exclusiefs aan onze gemeenschap is, is dat het een gemeente voor de wijk is. Pastoraat of diaconaat of welke andere religieuze -aat dan ook is niet gericht op de eigen geloofsgemeenschap, maar op de wijk als geheel.

Inclusief. Iedereen mag er bij horen. "Iedereen mag komen zoals hij is", zeggen we altijd tegen elkaar. Met zijn of haar leuke kanten, maar ook met zijn of haar moeilijke kanten. En dan komt de moeilijke kanten van inclusiviteit naar voren. Want je verwelkomt wel makkelijk mensen die makkelijk zijn in de omgang. Maar wat als die ander heel vervelend is, niet doet wat jij normaal vindt, zich heel vreemd opstelt of dingen zegt of doet die helemaal tegen jouw eigen opvoeding of normen ingaan. Dan wordt inclusiviteit moeilijk. Dan is er toch weer de neiging om de ander te corrigeren. Wat op zich niet verkeerd is, want als het slecht gaat met iemand die dat niet door heeft is het juist goed om te corrigeren. Maar mag die ander ook de ruimte krijgen om te veranderen? De tijd krijgen om het anders te gaan aanpakken?

Dan komt de werkelijke waarde van gemeenschap naar voren. Want in een grote exclusieve gemeenschap kun je de ander makkelijk ontlopen. Die mijd je gewoon. Daar heb je toch niets mee? Maar in een kleinere groep is dat moeilijker. Daar kom je die ander toch telkens tegen. Kun je die ander dan toch liefdevol benaderen? Om zelf moeite te doen die ander te aanvaarden zoals hij is?

Leuk woord. Inclusief. Maar in de praktijk van alledag binnen een kleine groep soms heel erg moeilijk. Maar we blijven ervoor gaan.