maandag 25 mei 2015

Diversiteit

Ik ga nog even verder op wat ik eerder in mijn laatste column beschreef.

 

Met de studente kwam ik aan de praat over allerlei zaken die te maken hadden met de diversiteit in de wijk. En over hoe mooi het was dat bij Villa Klarendal veel verschillende groepen bij elkaar kwamen. Het probleem in de wijk is namelijk dat er wel veel verschillende soorten culturele en religieuze groepen wonen, maar dat ze naast elkaar leven en niet met elkaar. Ze zien elkaar wel, maar er is geen echt contact onderling. 

 

In de wijk weet men inmiddels dat bij Villa Klarendal de segregatie, het naast elkaar leven van groepen, wordt doorbroken. Daarom werd de studente naar mij doorverwezen. Zij was ook zelf al enkele keren bij onze brunch en viering geweest. Ik vroeg haar naar haar ervaring daarmee. Wat ze antwoordde vond ik opmerkelijk. “Jullie kennen geen codes”. Dat vroeg natuurlijk om verheldering. Ze vertelde dat in andere kerken waar zij kwam een ongeschreven code gold, waar iedereen zich aan moest houden om enigszins geaccepteerd te worden. Een set van normen en waarden die in die gemeente als normaal werd gezien. Waaraan je je hield en waarnaar je je gedraagt. Als je in zo’n kerk komt, pas je jezelf aan aan die code. Maar bij ons was geen code. Iedereen deed maar wat. Was zichzelf. Dat was confronterend. Je word op jezelf terug geworpen: wie ben ik dan?

 

Ik vond het mooi. Wat wij altijd willen en hebben voorgeleefd, blijkt onze ongeschreven regel: er is geen regel. Iedereen mag zijn zoals hij is. Iedereen mag komen zoals zij is. Geen vooroordeel. Geen stempel. Gewoon: jij mag er zijn!

 

Diversiteit: het kan eng zijn. Je moet je eigen zekerheden opgeven. Je ontmoet mensen die je van nature niet echt spreekt. De moslim, de verstokte coffeeshopbezoekee, de lesbiënne, de volksbuurter: ze worden niet op hun plaats gezet, maar vinden hun plekje. Zij mogen zelf weten hoe het hoort, dat bepalen wij niet voor ze. Net zoals Jezus mensen niet op hun plaats zette, maar hielp hun plekje te vinden. Daarom ging Hij in de ogen van anderen met van die vreemde mensen om. Daarom willen wij ook met die mensen om.

zondag 24 mei 2015

Column Friesch Dagblad 78: samen eten om elkaars cultuur te waarderen

Een gesprek vorige week. Een masterstudente doet in onze wijk onderzoek naar diversiteit: hoe verschillende groepen van allerlei culturele en religieuze achtergronden met elkaar samenleven. Het onderwerp leeft in de wijk, maar ook in onze samenleving. Steeds meer opinieleiders vinden dat de multiculturele samenleving is mislukt. Daarom moeten allochtonen zich maar aanpassen en is er geen ruimte meer voor de waarde en pracht van andere culturen.

In onze wijk is zichtbaar, dat er veel verschillende soorten culturele en religieuze groepen wonen. Maar ze leven naast elkaar, niet met elkaar. Ze zien elkaar wel, maar er is geen echt contact onderling. Wat landelijk aan de orde is, geldt ook op wijkniveau: veel wijkbewoners vinden dat niet-Nederlandse groepen zich maar moeten aanpassen. Een kleiner aantal wil juist verbinding leggen tussen de verschillende groepen.

Groepen zijn wel zichtbaar is de wijk. Zo is er een Turkse vrouwengroep. En een crea-groep met vooral autochtone, echte Klarendallers. Ieder heeft zijn eigen plek in de wijk. Ze voelen zich daar thuis. Het blijkt lastiger om die georganiseerde groepen uit hun schulp te halen om met elkaar in contact te komen. Voor velen hoeft dat ook niet, want die zijn van de landelijke trend "ze passen zich maar aan".

Tussen die visies hebben wij een eigen richting gekozen. Dat betekent erkennen dat omgaan met andere culturen lastig is. Want als je zonder gesprek tegen een cultureel verschil aanloopt, is dat lastig. Als ik mij netjes hou aan de vuilnisophaalregels en ik zie dat mijn Turkse buurman het illegaal dumpt (en hij zeker niet de eerste is), dan verschijnen bij mij de vraagtekens in het voorhoofd dan wel de kriebels in de buik. Die kriebels zijn er en moet je zeker niet ontkennen. Maar toch moet er ook ruimte zijn voor kennismaken. 

Zo is er enkele jaren geleden, mede op ons initiatief, een landenkookgroep ontstaan. Om tenminste een cultureel verschil, samen eten, te gaan erkennen en waarderen. Is daar verschil zichtbaar? Zeker! Of je nou rijst droog kookt, zoals in Indonesie of Suriname, of er een flinke dot olie doorheen klotst, zoals in  Afghanistan, dat maakt nogal wat uit. Er zijn al kleine ruzietjes uitgevochten in de keuken over de culturele verschillen van de koks. "Dat hoort toch niet zo", hoorde ik dan iemand uitroepen. "Zeker wel", susten we dan, "dat hoort niet in jouw land, maar wel in dat andere land". Accepteer dat verschil. Soms vonden de Nederlanders het eten vies. Te scherp, te weinig smaak of zo zoet dat de tanden (als je die nog hebt) spontaan uit de mond vallen. Ook daar weer: accepteer dat anderen het wel lekker vinden en er van genieten (en het aan zijn tandarts overlaten of het wel gezond is).

Erken diversiteit: wat de een lekker vindt, vindt de ander vies. Meestal ontstond aan tafel verschil van mening tussen de tafelgenoten. Tussen Nederlanders bleek verschil van smaak. Over smaak valt niet te twisten, zegt een bekend Nederlands spreekwoord. Het is niet goed, het is niet fout, het is anders, zei een wijze leraar van me als het ging over culturele verschillen.  

Aan tafel leer je de ander kennen. Het is de kunst die ander niet met het rode potlood door te halen. Maar vanuit respect voor het andere met hem of haar in gesprek te gaan. Dan wordt die ander langzaam maar zeker: ons kent ons.

woensdag 15 april 2015

Column Friesch Dagblad 77: Kerk binnenstebuiten

Een aankondiging van een lokale kerk deze week: "We gaan deze week naar buiten". Na de dienst werd het geloofsgevoel voortgezet, met zang en muziek naar buiten gebracht op de trappen van onze plaatselijke muziektempel. Mooi, de kerk gaat naar buiten. Er wordt iets gedaan met het verlangen om het geloof uit te dragen. Wat dat betreft: chapeau voor de pogingen nieuwe dingen te doen uit liefde voor onze Heer.

Toch bekruipt mij bij dergelijke activiteiten een gevoel van onbehagen. Die heeft vooral te maken met de termen 'binnen' en 'buiten'. Binnen is dan de plek waar je samenkomt. Waar je samen het geloof deelt en opgebouwd wordt. Buiten is iedereen die niet het geloof aanhangt en daarom niet behoort bij binnen. Door dat zo te benadrukken is er weinig echte interactie met buiten. Wellicht wil men dat ook niet, want "wij moeten ons niet mengen met de wereld". Langzamerhand is onbewust en onbedoeld een subcultuur ontstaan, die door buitenstaanders niet meer begrepen wordt. Om binnen weer in contact te brengen met buiten, en vooral omgekeerd, worden specifieke, eenmalige, acties georgeniseerd. In de hoop dat we enkelingen van buiten naar binnen brengen.

Kan het anders? Kan de kerk binnenstebuiten gekeerd worden? Jazeker. In een bespreking over een conferentie over "missionaire spiritualiteit" citeerde blogger Henk Medema een spreker die 'binnen' en 'buiten' vergeleek met het Zuid-Afrikaanse openbaar vervoer: "je kunt je laten vervoeren door middel van [minibus]‘taxi’s’, voertuigen die gebouwd zijn voor bijvoorbeeld 12 personen, maar waar soms wel 20 mensen in worden gepropt. Als je zo’n taxi neemt, kom je letterlijk met de mensen in aanraking, met zweet- en knoflooklucht en al, maar ook met hun eigen verhalen, moeite en verdriet. Wil je dat, of hou je je daar liever buiten? - in dat laatste geval moet je maar liever een veel duurdere deur-tot-deur taxi laten komen."

Het is als het verschil tussen de toerist die kiest voor een georganiseerde reis of de backpacker. De backpacker maakt gebruik van reismiddelen en hotels die de gewone man in het land ook gebruikt. Daardoor ontmoet hij mensen van hart tot hart en ontstaan er relaties. De georganiseerde reiziger bekijkt het land vanuit een veilige bus met airconditioning. Bij pleisterplaatsen stapt hij uit om in contact te komen met de gewone man, om daarna weer snel de bus in te stappen op weg naar het veilige hotel.
Is de Nederlandse kerk een georganiseerde busreis die veilig sightseeënd door de wereld reist op weg naar het beloofde land of een groep backpackers die nauwer in relatie staat tot de inwoner van het land en zo al zoekend en tastend dezelfde richting op gaat?

woensdag 18 maart 2015

Column Friesch Dagblad 76: Strooi ook eens wat goudstof rond voor een betere wereld

Boven een artikel in De Volkskrant stond afgelopen zaterdag 'Strooi zelf ook eens wat goudstof in het rond'. Ik werd geraakt door de inhoud die ging over het moderne levensgevoel. Schrijfster en juriste Alexa Gratama beschrijft de drukke levens die we als moderne mens menen te moeten leven. Zowel in ons werkende leven als in onze drukke vrije tijd. Ze komt tot de conclusie: ,,Net als elektrische auto's moeten we regelmatig worden bijgetankt, maar er zijn veel te weinig oplaadpunten. Voor je het weet komen we met een ruk tot stilstand.”

Als gevolg daarvan lijdt inmiddels meer dan een miljoen volwassenen en kinderen in ons land aan 'somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten'. Waarvoor we vervolgens ,,massaal aan de running-therapie, mindfulness en voedingsinterventie moeten”. De hele stresscultuur zorgt er voor dat er miljarden in de zorgsector aan worden uitgegeven om mensen weer op de rails te krijgen. Gratama ziet de oplossing in het opruimen.

,,Opruimen van onze kasten, onze agenda, ons hoofd, ons leven.” Hoe doe je dat? Daarvoor citeert ze de Japanse Marie Kondo die bij zich bij elk voorwerp afvraagt: ,,Does it spark Joy?” Ervaar ik hierbij nog een vonkje vreugde? Die spark of Joy is voor Gratama als de goudstof uit de staf van de fee van Assepoester. Zoek in je leven naar goudstof waar je blijdschap uit put en geef dat als je kunt ook nog aan anderen door.

Wie dit artikel als christen leest, kan twee kanten op. De traditionele, primaire reactie zal zijn: wat een slap aftreksel van de vreugde die God in Christus geeft! Tevreden zijn met een slap aftreksel van het ware en pure goud dat van en door Hem komt. Laat haar dat zoeken en ze wordt overweldigd door de heerlijke rijkdom van het 'in Christus-zijn'.

Dat was ook mijn eerste reactie. Maar toen ik er verder over na ging denken, besefte ik, dat onze samenleving heel ver van de God van de Bijbel af staat. Men is niet meer met Hem bezig, laat staan dat ze Hem kennen. Ik begon terug te denken aan hoe wij met Villa Klarendal proberen aan te sluiten bij het leven van alledag. En kwam tot de conclusie dat wij niet anders deden dan wat goudstof rond te delen.

Af en toe een schouderklopje of een vriendelijke knipoog. Een dieper gesprek. Een moment van medeleven. God werkt vaak door kleine dingen. Dat kleine werkt door bij mensen. Het goudstof is een klein zaadje dat in hun harten wordt geplant. De glimlach maakt nieuwsgierig naar wat er achter zit. Bevangen door goudkoorts gaan mensen op zoek naar de oorsprong van het goud. Heb dus oog voor de kleine dingen. Je weet nooit wat er uit voort komt.

Column Friesch Dagblad 75: Bericht uit carnavalvierend Ernem

Hét weekeinde is weer aangebroken. Vier dagen aaneen met elkaar optrekken. Gezellige geluiden en dito muziek. Eindelijk mag je eens gewoon gek doen, zonder dat anderen er raar van opkijken. Juist: het is carnaval. Ook in Arnhem, ook in onze wijk Klarendal.

Onze Limburgse, katholieke burgemeester heeft ervoor gezorgd dat onze stad er sinds vorig jaar een nieuwe traditie bij heeft. Op vrijdagavond wordt de sleutel van de stad overgedragen aan de carnavalsverenigingen. Voor vier dagen is Arnhem Ernem.

Arnhem, op de grens tussen protestants en katholiek Nederland. Begrensd door het katholieke Achterhoek, het protestantse Ede en de grotendeels katholieke dorpen in de Betuwe.

Klarendal is een katholieke enclave in Arnhem-Noord, omdat in de negentiende eeuw Achterhoekse arbeiders massaal in deze nieuwe wijk werden gehuisvest. Dus is carnaval een van de hoogtijdagen in de wijk. Na elf november gonst het van de activiteiten in de carnavalsverenigingen, uitmondend in de vier carnavalsdagen en met name de zondagse optocht met praalwagens waar men al die maanden aan heeft gewerkt.

Het lokale, landelijke en internationale nieuws wordt creatief op de hak genomen. Afgelopen zondag stonden we in het zonnetje te kijken naar al die leuke en mooie creaties. En naar al die mensen die zo grappig waren uitgedost.

Ik hoorde vanuit de boxen op een van de praalwagens 'en ook... voedselbank is van de partij'. Ik had het eerst niet door (concentratie of beginnende doofheid?), maar zag wat afnemers van ons voedselbankuitdeelpunt op de wagen naar mij zwaaien, en begreep dat ze mij op het oog hadden. Ik wuifde iets harder naar de carnavaleske voedselbankafnemers en zij gaven een extra handje snoepgoed voor in de tas van mijn kleinzoon.

We moesten wel even nadenken over dit feest toen we negen jaar geleden met Villa Klarendal naar de centrale optochtstraat verhuisden. Want de meningen in niet-katholiek christelijk Nederland zijn nogal verdeeld over dit feest. Van liberaal ermee omgaan tot er fel tegen zijn, vanwege de nadruk op drank en seks. Wij constateerden dat onze wijkbewoners er vooral veel vreugde aan beleefden. Dus wilden wij die vreugde niet met de botte Bijbelse bijl neerslaan, maar positief benaderen.

Onze oplossing was om de carnavalsvierders tegemoet te treden met warme koffie en thee. Een welkome afwisseling in de vaak koude februarimaand, maar ook een positieve geste aan alle alcoholdrinkers. Het werd positief ontvangen. Vaak een duim omhoog of een ferme Œhug¹ van een ontvanger. Met de verhuizing naar een nieuwe plek is deze traditie verdwenen. We denken nu na over een vorm van aansluiting bij de carnavalstraditie. Een eigen Villa Klarendal carnavalsvereniging, of aansluiten bij de bestaande? We hebben nog tot 11 november om daar eens onze gedachten over te laten gaan.

vrijdag 16 januari 2015

Wat van ver komt...

Wat van ver komt...

Het was me het weekje wel. Iedereen was er vol van. De tv, de kranten, de gesprekken bij het koffieapparaat, je kon er niet omheen. Iedereen was het mee eens. Wie zonder nieuws te hebben gezien terugkwam naar Europa, dacht aan een wederopstanding van filmheld Chaplin of het baasje van striphond Snoopy. Charlie Hebdo, netjes uitgesproken zonder h, was hot in hoofd, mond en gedrag. Je suis Charlie. Iedereen was het. Iedereen wilde er iets mee. Zo niet! In ons Europa zo'n afschuwelijke aanslag. En dat voor een stel satirische plaatjes! Vrijheid van meningsuiting. Dat vóór alles.

Frankrijk waar we een haat-liefde verhouding mee hebben. Arrogant. Nemen het niet zo nauw met de begrotingscijfers. Waar we zo graag op vakantie gaan. Vaak zonder de taal goed machtig te zijn. Ineens voelden wij ons een met hen. Net zoals velen in Europa..

Ik moet denken aan een vergelijkbare actie. In het Engels. I am Nasrani. Ik ben christen in het Arabisch. Duizenden christenen werden door IS voor de keuze gesteld. Wordt moslim, vlucht of sterf! Steden en dorpen met een grote christelijke gemeenschap werden ontvolkt doordat christenen kozen voor geloof en vrijheid of alleen voor hun geloof. Wie niet snel verdween werd het hoofd afgehakt. We kwamen er pas echt achter toen in dezelfde streek een andere geloofsgroep, de Yezidi's, hetzelfde overkwam en een parlementariër in Irak een emotioneel pleidooi hield. De wereld was stil geweest. Had het niet opgemerkt. Keek de andere kant op. Deed er niets aan. Geen miljoenen de straat op. Geen emotionele reacties in Europa. Een veel grotere groep dan twaalf werd ongenadig afgeslacht. We stonden erbij en keken er naar. En pas toen duizenden door hongers- of dorstnood op een berg om het leven dreigden te komen kwam de Grote Broer in actie en werd een coalitie gesmeed. Voor velen veel te laat.

Wat van dichtbij komt, is van ons. Ligt na aan het hart. Wat van ver komt, wordt al snel overwoekerd door nieuws van dichtbij. Een satirische columnist van digitaal magazine De Correspondent schreef het kernachtig over de vreselijke aanslag op 3 januari in Nigeria door Boko Haram (volgens lokale berichten 2000 doden): "Een na grootste aanslag ooit, geen relevante doden".

Je suis Jesus. Ik ben Jezus. Zeiden we tijdens onze viering afgelopen zondag. Reageer zoals hij. Heb uw vijanden lief. Charlie òf IS. Ver weg of dichtbij. Iedereen relevant.

donderdag 11 december 2014

Column Friesch Dagblad 74: leven en dood, als een vlinder in de hand

Afgelopen weekend las ik een artikel in Royal Life Magazine van de hand van Matteüs van der Steen met als titel Over evangelisatie. Hij sprak over zijn motivatie om voor grote groepen mensen te staan en hen het evangelie te verkondigen.

Kern van zijn verhaal was de legende over een oude man van wie werd verteld dat hij nog nooit een fout advies of antwoord had gegeven. Een jongeman uit een van de dorpen waar deze man kwam, verzon een list om te bewijzen dat de oude man ten minste één fout antwoord in zijn leven had gegeven. Hij ving een vlinder en hield die in de palm van zijn hand. Hij hield zijn hand om de vlinder met ruimte voor de vlinder en voor zijn duim.

De jongeman zou de oude man vragen of de vlinder dood of levend was. Antwoordde de oude man 'levend', dan zou hij ongemerkt met zijn duim de vlinder dood drukken. Antwoordde de man 'dood' dan zou hij de vlinder laten wegvliegen. De oude man kwam en de jongeman stelde zijn vraag: ,,Is de vlinder in mijn hand dood of levend?” De oude man was even stil en antwoordde: ,,Jongeman, dat ligt helemaal in jouw hand.”

Een prachtige legende. Aan de hand daarvan concludeerde Van der Steen dat op die manier dood en leven, hemel en hel in onze handen ligt en dat het onze levensroeping is mensen te wijzen op het leven dat ze in hun handen hebben. Op zich geen verkeerde boodschap. Want Jezus heeft ons geroepen om mensen de blijde boodschap te vertellen.

Toch voelde ik mij er ongemakkelijk bij. Waarom? Vanwege de manier van denken die totaal niet past bij ons werken in de wijk.
Want deze redenering gaat ervan uit dat gelovigen over leven en dood gaan. Vertellen we de boodschap niet, dan gaan mensen voor eeuwig dood en worden wij ter verantwoording geroepen. Evangelieverkondiging wordt dan krampachtig. 'Je moet het wel vertellen, want stel je voor dat jij de enige christen bent die de ander ooit tegenkomt...'

 In ons werk gaan wij ervan uit dat er maar Een is, die overtuigt van de waarheid. En dat wij met Hem mogen wandelen en anderen uitnodigen met ons mee te wandelen. Niet hemel of hel is het uitgangspunt, maar het leven in het hier en nu met Jezus. In die wandeling, midden in de wijk, met alle ups en downs van het leven, spreken we over Jezus. Spreken we met Jezus. Spreekt Hij met ons en onze medewandelaars. Hij heeft ons leven en dat van de medewandelaar in zijn hand.