Posts tonen met het label christen zijn in deze wereld. Alle posts tonen
Posts tonen met het label christen zijn in deze wereld. Alle posts tonen

vrijdag 18 mei 2018

Kerk met beide benen in de buurt

Op 18 mei is een opinieartikel van mij verschenen in het Nederlands Dagblad. Als ambassadeur van Umoja Nederland heb ik daarvoor de titel "Kerk met beide benen in de buurt" gebruikt, de slogan van Umoja Nederland.

Hieronder een uitgebreide versie van het artikel.

_____________________________


Een nieuwe Mozaïekgemeente in Bunschoten-Spakenburg. De kritiek was de afgelopen periode niet mals. Waarom daar een gemeente en niet in de grote steden of in het zuiden, in Noord-Brabant of Limburg. Ik las afgelopen zaterdag het genuanceerde artikel van onderzoekster Miranda Klaver hierover. Vooral dit artikel deed me in de pen klimmen om ook een ander gezichtspunt te geven.
Ik ben niet degene die zonder meer nieuwe kerken afkeurt die waar dan ook worden gesticht. Ook al vindt dat plaats midden op de Bible-Belt, er zullen toch wel nieuwe mensen gevonden worden die interesse hebben om van zo’n nieuwe gemeente lid te worden. Ook al hebben ze een kerkelijke achtergrond. Zelf kom ik uit een kerkelijke achtergrond, maar heb ik mijn bewustwording en bekering meegemaakt door de activiteiten van Youth for Christ in mijn woonplaats. Iets nieuws kan dus zeker voor kerkelijk opgevoeden een eyeopener dan wel een trekker zijn om een werkelijke relatie met Jezus te krijgen. God gebruikt dat dus zeker voor die doelgroep.

VER AF
Mijn pleidooi in dit artikel richt zich niet op acties en initiatieven die zich richten op mensen die al een kerkelijke achtergrond hebben, maar op de groep die daar heel ver van af staat. Er is namelijk een grote groep onbereikten in ons land. Ondanks de vele kerken die ons land rijk is, zijn er velen in ons land die niet of nauwelijks een kerk van binnen hebben gezien. En als dat wel is gebeurd, is dat vanwege de historische of culturele waarde van dat gebouw. De kans dat zo’n persoon een viering van een christelijke gemeente van binnen mee maakt is vrijwel nihil.

VER WEG
Waar heeft dat mee te maken? Onder andere door de manier van samenkomen en de woorden die we daarin spreken. Maar ook de mate waarin christenen die in die kerken komen in contact staan met de samenleving. Ik denk dan aan de manier van samenkomen in protestantse kerken, waar een statische liturgie wordt afgewerkt, met muziek die ver af staat van het levensgevoel van de gemiddelde niet-kerkelijke Nederlander. Met woorden die doorspekt zijn van christelijke taal en uitdrukkingen. Waar vaak het orgel nog de bovenhand voert in de muzikale omlijsting, een muziekinstrument dat in nog maar weinig niet-christelijke huizen populair is.

BINNEN- EN BUITENSTAANDERS
Maar ook de manier van samenkomen in evangelische en pinksterkerken staat ver weg van de beleving van de gemiddelde Nederlander. Veel van dergelijke gemeentes werken op eigen wijze de muziek en woordverkondiging uit, zonder daarbij na te denken over het leven, denken en gevoel van mensen die niet gelovig zijn en dat van huis uit niet geweest zijn. Over het algemeen is er weinig contact of vriendschap met mensen “van buiten”. O, ja, er zijn evangelisatieacties. Op allerlei manieren. En o, ja, daar bereiken ze een bepaald deel van de buitenstaanders mee. Maar meestal na zo’n evangelisatieactie zoeken de evangelisten de bereikten als een speld in een hooiberg tussen alle gelovigen die op zondag bijeenkomen. En als ze er een ontdekken, dan is het vreugde, want iemand van de straat is op de uitnodiging van de evangelist afgekomen om de gemeentelijke samenkomst te bezoeken.
De vraag is dan of zo iemand wordt geraakt door de manier van zingen, aanbidden en preken. De luidkeelse aanbidding in sommige gemeentes, de tongentaal, die iedereen door elkaar heen en in een soort trance uitspreekt, zal menigeen van buitenaf verbazen of zelfs verdwazen. Voor dergelijke mensen kan zo’n samenkomst vervreemdend werken. Ze worden wellicht getrokken door de warmte van de gemeente, maar of ze worden getrokken door de uitingen?

DICHTBIJ KOMEN
Er is dus een groep in ons land die maar moeilijk wordt bereikt door christelijk Nederland, of het nu protestantse -, orthodox-protestantse -, evangelische - of pinkstergemeentes zijn. Hoe bereiken we die groep? Daarvoor moeten we terug naar de zendingswetenschappen, de missiologie. Een van de belangrijke onderdelen van mensen die naar de zending gaan, is dat ze de cultuur leren kennen. En die gaan waarderen. Die cultuur moeten ze zich eigen maken. Dat alles naast het leren van de taal. En als ze die cultuur hebben leren kennen, wordt van pioniers gevraagd, om het evangelie te brengen op een manier die aansluit bij de cultuur van het desbetreffende land of de desbetreffende bevolkingsgroep. Het grote probleem van Nederland is dat we jarenlang werkten en woonden in een christelijke cultuur. Waarin het land was doorspekt met christelijke culturele uitingen, waardoor cultuur en geloof sterk met elkaar verbonden waren. De afgelopen 50 jaar is daar een kentering in gekomen. Ons land is geseculariseerd, ontkerkelijkt. Maar de christenen  in ons land zijn blijven hangen in hun eigen bubbel, in hun eigen christelijke subcultuur. Doordat het zo fijn was en is in die subcultuur, hadden deze christenen niet veel weet van de veranderingen buiten die cultuur. Ze lazen er wel over, maar hadden weinig echte contacten met mensen die dat hadden meegemaakt, dus dachten nog steeds dat ons land christelijk is.

VILLA KLARENDAL
Hoe bereik je dan de geseculariseerde Nederlanders? Door onderdeel te worden van hun cultuur. 12 jaar geleden startten wij in de Arnhemse wijk Klarendal wat nu “christelijke wijkgemeenschap Villa Klarendal” heet. We werden volledig onderdeel van de wijk. Zochten met medewijkgenoten naar wat het beste voor de wijk was. We doken onder in de cultuur van de wijk. Sprak alles ons aan? Zeker niet. Ik hoorde volksliedjes door de straat schallen. Niet echt mijn ding. Maar als ik vroeg waarom ze dat zo hard zetten en het zo keihard meezongen, was het antwoord dat de zanger precies vertolkte wat hij of zij voelde, maar met woorden niet kon uitspreken. Vanuit die culturele wetenschap zijn we toen volksliedjes gaan hervertalen met christelijke tekst. En wie er nu komt, voelt zich vanuit de wijk op zijn gemak, omdat we mensen nemen zoals ze zijn en niet van ze eisen dat ze hoog Nederlands gaan spreken.

URBAN EXPRESSION
Samen met een groep andere pioniers zijn we verbonden aan de beweging Urban Expression die al tastende en zoekende probeert om in volkswijken in ons land (de voormalige Vogelaarwijken) gemeenschappen te stichten die dichtbij mensen staan en die onderdeel uitmaken van de wijksamenleving. Groei of succes is daarbij niet het eerste waarop wordt ingezet. Er wordt ingezet op authentieke gemeentes die aansluiten bij het levensgevoel van de mensen die in die wijken wonen. Dat gaat gepaard met succesjes, maar ook vaak met falen. Met projecten die weer stoppen, nadat er behoorlijk veel tijd in is gestoken. Op alle niveaus van het leven wordt geprobeerd aansluiting te vinden bij het leven. Bij Villa Klarendal betekent dat bijvoorbeeld dat we een heel kort praatje houden van maximaal 10 minuten, die zo interactief mogelijk is en meestal ook daarna nog een creatieve verwerking kent. En een praatje moet zo verhalend mogelijk zijn, om te voorkomen dat vanwege de abstractie van het praatje, mensen na 1 minuut al afhaken en onrustig om zich heen kijken op zoek naar iets anders dat hun aandacht trekt.

SUCCES?
En: wat bij ons “werkt” of “succes” heeft, hoeft dat niet per se te werken in een andere stad of wijk. Het adagium van deze manier van werken is samen te zoeken naar wat goed is in deze wijk (wat is de behoefte en nood in deze wijk), te kijken naar wat de teamleden zelf hebben (welke talenten heeft iedereen en welke absoluut niet) en samen God te zoeken en te vragen wat Hij van het team wil. Door zo te werken is nu een team van Urban Expression elke week aan het spelen in de speeltuin, waarbij ook een verhaal uit de bijbel wordt verteld. In een ander team is een lid vrijwilliger van het reguliere jongerenwerk en organiseren anderen een maandelijkse eetclub.

DE BLOEI VAN DE STAD
In je wijk zoeken naar het welzijn van die wijk. Als een Jeremia die de Israëlieten in ballingschap oproept zich in te zetten voor de bloei van de stad, het beste voor te hebben met de wijk waarin we wonen. Dat gaat verder dan een wekelijkse, mooie, schitterende aanbiddingsdienst met mooie liederen en dito preek. Maar een intensief zoeken naar waar de wijk daadwerkelijk van tot bloei kan komen. Een gemeente wordt op die manier niet alleen een plek waar je op zondag innerlijk wordt opgebouwd, maar een plek van waaruit de rest van het leven wordt geleefd in al zijn rijke schakeringen. Een gemeente die oog heeft voor het spirituele, maar ook voor de leefbaarheid, het sociale, het financiële, het politiek-maatschappelijke, kortom: voor het hele leven van de wijk waarin men leeft en samenkomt.

MET BEIDE BENEN IN DE BUURT
Mozaïek en De Doorbrekers: ze komen in het nieuws door de grote getallen van mensen die naar de samenkomst komen. Prachtig! Ik bid dat God ze gebruikt en zegent. Maar laten we ook oog hebben voor de pioniers die ploeterend door het oerwoud van moderne steden lopen en nieuwe wegen banen op plekken waar anderen nog niet zijn gekomen. Gemeentestichting: prachtig! Een nieuwe gemeente. Ambassadeur van Christus. Die zoekt naar de bloei van de wijk waarin zij is geplaatst. In alle facetten van het leven. En voor een ieder die dit leest: zoek ook zelf hoe uw eigen wijk tot bloei kan komen doordat u erin woont en leeft. In de woorden van Umoja Nederland, “kerk met beide benen in de buurt”.


donderdag 10 augustus 2017

Bruggenbouwer in een nieuwe tijd

De afgelopen tijd heb ik wat nagedacht over "In je bubbel zitten", eruit komen en de gedachte dat de verzuiling wellicht de ontkerkelijking in Nederland in de hand heeft gewerkt.

Ik heb geconcludeerd dat we in christelijk Nederland nog erg sterk denken in groepen. We zijn blij om samen te komen in onze kerk. Waar van alles gebeurt en waar we ons echt thuis voelen. In die kerkelijke club, de bubbel, vinden we mensen die gelijkgezind zijn, die hetzelfde geloven als wij. Waarbij we ons veilig voelen. Het is toch fijn om met gelijkgezinden om te gaan en te ervaren dat jij niet de enige bent die gelooft! Dat geeft een diep gevoel van saamhorigheid, want je kunt ervan uitgaan dat degene die naast je zit hetzelfde gelooft en denkt als jij. In de sociale wetenschap is hiervoor een woord gevonden. Het Engelse "bonding": we voelen ons verbonden met elkaar.

Toch kan die bonding gevaren met zich meebrengen. Als de groep teveel in elkaar opgaat en als er interne verplichtende regels worden gehanteerd. Dan kan een dergelijke groep je niet alleen binden, maar ook gaan beknellen. Er kunnen onuitgesproken sociale verwachtingen gelden. Het lastige daarvan is dat de meeste groepsleden dat niet door hebben. Want als je ergens in bent opgegroeid, of als je ergens al lang in verkeert, weet je niet meer beter. Dan is het toch gewoon dat de groep of de leiding van de groep regels stelt en verwachtingen uit? Het kan ervaren worden als je aan de rand van de groep bent of als je af en toe over de rand van de groep kijkt. Als je dingen zegt of activiteiten uitvoert, die niet passen binnen het denkraam van de groep.

Is bonding daarom verkeerd? O, helemaal niet. In de literatuur wordt het dan ook als heel normaal beschreven dat mensen zich ergens toe aangetrokken voelen. Hoe sterker ze zich ergens aan verbonden voelen, hoe meer ze bereid zijn om zich daarvoor te geven. Sterker nog, er is onderzoek gedaan waaruit blijkt dat een samenleving gezond is, als er voldoende bonding is. Maar wil een samenleving sterk blijven, dan moeten mensen zich niet alleen ophouden in de eigen groep, maar dan moeten er ook onderlinge relaties ontstaan met mensen van andere groepen. Bruggen worden gebouwd tussen diverse groepen die "bonding" zijn. Dit wordt "bridging" genoemd: bruggen bouwen.

Maar een samenleving waarin geen bruggen worden gebouwd is niet gezond. Daarin verkeren mensen alleen in de eigen groep en hebben geen relatie met andere groepen. In dergelijke samenlevingen is de eigen groep de norm en is de onderlinge verbondenheid in de totale samenleving heel laag.

Voor kerken is er nog een andere reden om niet alleen te "bonden", maar ook te "bridgen" (niet kaarten, hoor!): je wilt toch de boodschap waarin je gelooft, de redding door Jezus die bestemd is voor ieder mens en niet alleen voor leden van de groep. doorvertellen. En daar ontstaat het probleem. Want de groep is zozeer bekend met de eigen groep en zozeer onbekend met de rest, dat de boodschap niet meer overkomt. De manier van leven staat haaks op de groep die we willen bereiken (en we veroordelen dat ook nog). De taal is weliswaar dezelfde, maar we spreken een eigen dialect, die door de ander niet wordt begrepen. We spreken een eigen taal met eigen uitdrukkingen die vreemd, raar of onbegrijpelijk zijn voor anderen. We hebben het over het "bloed van Jezus dat reinigt van alle zonde", waarbij de hoorder het woord "Jezus" misschien alleen nog als stopwoord in de mond neemt en de oorsprong van de persoon niet meer kent. Laat staan dat hij begrijpt dat zijn bloed reinigt (het maakt toch alleen maar vies?). En de term zonde kent hij wellicht alleen als een mooi voorwerp op de grond kapot valt.

Zo gaan we van "binnen" (onze kerk met onze gewoonten en eigen taal) naar "buiten" (de boze wereld met eigenaardigheden die ons niet begrijpt en die daarom zo moeilijk te bereiken is) en zijn weer blij als we terugkeren in onze veilige binnenwereld waarin we wellicht bidden voor die buitenwereld en overgaan tot de ons bekende worship waarin we op onze eigen veilige manier weer de Here God kunnen eren.

De literatuur laat ons ook zien dat "bridging" het beste werkt tussen mensen uit groepen die allebei "bonding" zijn. Kan dit de reden zijn dat we zo moeilijk de brug kunnen leggen: we zijn zelf een sterke groep, terwijl de groep die we benaderen uit de groep is gestapt, of er zover van af staat dat het ze niets meer zegt en zelf niet een eigen nieuwe groep heeft gevonden waar zij zichzelf aan verbonden voelen? Veel mensen in onze westerse wereld binden zich niet meer zo snel en langdurig aan een groep. Contacten en relaties zijn vluchtiger geworden. Ze zijn totaal anders dan "wij", zijn van ons vervreemd (en wij van hen), waardoor een wij-zij denken in ons is ontstaan. Zij: de andere, enge groep, waar we eigenlijk niets van willen weten en die we ook niet begrijpen. En wij: de veilige groep, waar het goed toeven is en waar het fijn en vertrouwd is.

Om maar met de metafoor door te gaan. We zijn een eiland geworden in de woeste baren van deze tijd. We zien over die woeste zee wel een ander eiland liggen, maar daar weten we niets van. En het is ook anders. Dus blijven we maar liever op ons eigen eiland. Het beste om het andere eiland te bereiken is een brug te bouwen. Want dan heb je geen last meer van die zee. Maar daarvoor moet je wel weten hoe het andere eiland eruit ziet. Welke grond daar is. Zodat de brug het houdt. En je moet de bereidheid hebt om daadwerkelijk te gaan bouwen. Als je daarvoor geen reden ziet, moet je er niet aan beginnen.

Met Villa Klarendal zijn we ooit begonnen om uit te stappen. Dat ging eigenlijk organisch, omdat we in de wijk gingen wonen. Wij hadden natuurlijk ook veel over de wijk gehoord en over het algemeen niet zoveel positiefs. Niet uit de reguliere kranten en nieuwsmedia. Maar zeker niet vanuit de kerkelijke kringen, waar al diverse kerken hadden geprobeerd om relaties te leggen. Het lukte hen niet. Dus was de conclusie: "harde grond". Onmogelijk om iets op te bouwen. Niet aan beginnen.

We hebben het niet gepland om er iets te beginnen. We kregen gewoon contact met mensen. Stonden naast hen doordat we samen vrijwilligerswerk deden of doordat we hen doceerden als computerdeskundigen. Zo leerden we de Klarendallers kennen. Een hartelijke bevolking, die je eerst moet leren kennen. Waardoor waren wij in staat om op die zogenaamde harde grond wel iets te bouwen? Doordat we oprechte belangstelling in hen hadden. We zwommen als het ware over naar het eiland en vestigden ons daar. Met de gewoonten en kennis van het eiland waar we vandaan kwamen, vestigden we ons op het nieuwe eiland en begonnen het van binnenuit te leren kennen. We waren geen dagjesmensen zoals zo veel andere kerken tot dan toe hadden gedaan, die na gedane arbeid weer terug keerden naar het eigen eiland. We emigreerden naar dat nieuwe eiland en maakten ons de gebruiken, gewoonten en dialect van het "Klarendalse eiland" eigen. En vestigden zo op een organische manier een consulaat van het andere (christelijke) eiland. We veronachtzaamden niet waar we vandaan kwamen. Bleven vasthouden aan ons geloof. Maar waren in staat om het "te verpakken", "over te brengen" in een taal en een manier die door Klarendal werd begrepen en aanvaard.

Bij het bouwen van een brug moet altijd rekening gehouden moet worden met de omstandigheden. Daarmee is elke brug weer anders. Rekening houden met de omstandigheden. Die goed leren kennen en begrijpen. Dat allemaal doorrekenen. Rekening houden met de 'context". Daarom is "contextualisering" als christelijke bruggenbouwer zo belangrijk. Luister naar de omgeving en leer die kennen. Wat vinden mensen belangrijk in de nieuwe omgeving? Wat is hun geschiedenis? Hoe gaan ze met elkaar om? Als we die andere cultuur leren accepteren en waarderen, kan de brug naar de ander geslagen worden. Waardoor je van buitenstaander deel van het geheel wordt. En een nieuw "binnen" ontstaat: die van de christelijke gemeenschap die deel uitmaakt van het leven van alledag.


maandag 10 juli 2017

Uit je bubbel - wat bedoel je?


22 juni werd het aangekondigd. Een congres van de landelijke christelijke organisatie Missie Nederland. Met als titel "Stap uit je bubbel". Dat leek mij een leuk congres om eens naar toe te gaan en om vanuit mijn wijkbubbel weer eens de christelijke bubbel in te stappen.

Bubbel?
Het congres ging uit van de inmiddels geaccepteerde visie dat iedereen in ons land in een bubbel verkeert. Wat bedoelen we daarmee? Op Psyblog.nl lees ik dat het gaat om "meer aandacht geven aan informatie die klopt met hun denkbeeld". Dit wordt versterkt door sociale media waar je langzamerhand je eigen nieuws kunt samenstellen en liken. "Zo verzeker je jezelf ervan dat je alleen met informatie geconfronteerd wordt die klopt met jouw wereldbeeld". Wat niet klopt met jouw wereldbeeld wordt weggezet als "nepnieuws", wat met President Trump nu een hot item is geworden.

Een christelijke bubbel?
Bestaat er zoiets als een christelijke bubbel? Jazeker. Die houdt zich op in allerlei christelijke bladen, tijdschriften en online magazines. EO Visie, de herstart van Uitdaging, Zoeklicht, Oogst, CIP. In omroepen als de EO en Family7. En in Goed Nieuws Radio. Daarin wordt nieuws verspreid, dat christenen interesseert en waar christenen graag meer over weten. Met christelijke conferenties, nieuws uit de christelijke wereld. En met nieuws uit "de wereld" waar christenen graag meer over weten, zoals wat er op medisch-ethisch gebied zich afspeelt in de wereld. 

Onbewust van de bubbel
Wie in een bubbel zit is veelal niet bewust dat hij zich ophoudt in zo'n bubbel. Je voelt je immers prettig en geniet van de dingen die om je heen gebeuren. Maar dat dit "om je heen" maar heel beperkt is, heb je niet door. De wereld om je heen bekijk je door de bril van de bubbel waar je in verkeert. En dat wordt bevestigt door wat je in de media hoort, ziet en leest. Christenen zijn zich dus ook niet bewust dat zij in een bepaalde bubbel verkeren. Ze denken er niet over na. Ze zijn niet gewend om over de muren van hun opgetrokken bubbel te kijken. Verder te kijken dan hun eigen bubbel. 

Uit de bubbel
Wie uit de bubbel stapt, wordt geconfronteerd met veel vraagtekens. Zoals Stefan Paas die in "Vreemdelingen en priesters" beschrijft: "Studenten die uit een van de plaatsen in de bijbelgordel komen, nog een tijdje het geloof weten te behouden in de bubbel van een christelijke studentenvereniging, en dan eindelijk het christelijk collectief moeten verlaten. Niet zelden zijn zij binnen de kortste keren het geloof kwijt. Hun geloof was in hoge mate sociaal ingebed". 


vrijdag 2 september 2016

Interview Rick in EO's Visie: "Het contact met mensen ontstaat spontaan"

Zo af en toe dan vangt een tijdschrift op wat wij in Villa Klarendal aan het doen zijn. In het programmablad Visie van de EO deze week een artikel over hoe wij in de wijk zijn komen wonen en hoe Villa Klarendal is ontstaan.
 
Veel leesplezier hier.
 

donderdag 31 maart 2016

Column Friesch Dagblad 87 (de laatste): einde van een nieuw begin

Afgelopen jaar vierden we met Villa Klarendal ons 10-jarig bestaan. Tijd om terug te blikken. Is er in die tijd iets veranderd, of is alles hetzelfde gebleven?

We begonnen experimenteel met nauwelijks een voorbeeld in Nederland. En ook nog gemengd: met een team van Youth for Christ doordeweeks en een vrijwilligersteam in de avonduren en in de weekenden.

We begonnen in onze wijk de plannen bekend te maken.“Helemaal geen behoefte aan” was de reactie. “Dergelijke zeepkistenchristenen die de wijk wel even zouden bekeren en daarna weer snel doortrekken, pasten niet in hun werkwijze.” Dus gingen we zonder toestemming van de wijk aan de slag.

Met vele jongeren kwamen we in contact tijdens de Youth for Christ tijd. Een deel daarvan kwam ook naar de vieringen. Toch waren die vieringen vrij vaak eenrichtingsverkeer. Wij werkten en vertelden. De bezoekers consumeerden en ontvingen. En vonden het prachtig wat wij allemaal deden. Een restaurant met bediening met daarna vrijwillige pastores die je ook nog geestelijk bedienden. Heerlijk in een woord. Voor de bezoekers.

Maar voor ons was het pezen. ’s Morgens vroeg op zondag klaar staan en als echtpaar om en om het praktische deel dan wel de vieringen verzorgen. Mooi pionieren. Waarbij ik denk aan de momenten dat we voor het eerst werden geconfronteerd met de waterleiding die buiten de deur de hoofdkraan had. Waardoor we tijdens de eerste strenge winter prompt een bevroren waterleiding hadden. Dat werd geïmproviseerd door met jerrycans water vanuit ons huis naar het pandje te sjouwen. En toen we dat eenmaal wisten, lieten we de kraan tijdens vorstmomenten zachtjes druppelen.

Alle tijd werd in die eerste periode opgeslokt door het nieuwe werk. Doordeweeks naast het werk met mensen bezig en voorbereiding voor de praatjes. In het weekend de voorbereidingen voor de zondag en de vieringen. En niet te vergeten de afruiming met het schoonmaken van de wc, die niet altijd erg schoon werd achtergelaten, en het zuigen van de zwarte vloerbedekking die altijd was bedekt met eierresten, wat het zuigen zo heerlijk makkelijk maakte.

Vijf jaar geleden kwam de grote ommekeer. Het project van Youth for Christ werd doorgestart als christelijke wijkgemeenschap, een lokale kerkgemeenschap. We moesten gaan nadenken over echt gemeente-zijn: doop, avondmaal (maaltijd van Jezus), lidmaatschap. Allerlei vragen kwamen boven waar we ons nog nooit over hadden gebogen.

Terugkijkend is er veel ten goede veranderd. Het eerste pionieren onder de vlag van Youth for Christ is voorbij. We hebben er een supervisiegroep naast gekregen om te sparren over het werk. Dat was in die eerste periode niet mogelijk, waardoor we op elkaar als teamleden waren aangewezen. En dat was zeker niet altijd makkelijk.

Verder zien we dat onze plek in de wijk is verdiept. Vroeger moesten we leuren om onszelf bekend te maken en om te kunnen meedoen met activiteiten. Nu merken we steeds vaker dat we bij activiteiten gevraagd worden. “Want jullie zijn belangrijk in de wijk”. Wat een verschil met die eerste periode. We hebben nauw contact met welzijnsorganisaties en met het inloopcentrum van de katholieke kerk. Wat ook komt doordat we midden in de wijk zitten, in het multifunctionele centrum, waar de anderen ook verblijven.

Binnen de gemeenschap zien we ook groei. We hoeven het niet meer alleen te doen. Rondom ons is een “leidersschaps-plus” groep ontstaan van ongeveer tien mensen die zich medeverantwoordelijk voelen voor het werk van Villa Klarendal. Niet alleen meer consumenten, maar steeds meer mensen die op allerlei niveaus meedenken over het wel en wee van onze gemeenschap. Er is eigenaarschap gekomen bij die tien extra.

Zo kom ik tot de conclusie dat er een einde is gekomen aan het nieuwe begin. De eerste periode van puur pionieren is afgelopen. De pioniersgemeenschap heeft plaatsgemaakt voor een continue gemeenschap van ongeveer vijftig mensen die wekelijks bij elkaar komt. Dat is ook de reden dat de redactie heeft gemeend dat aan deze column een einde kan komen. Er komen andere vragen, die horen bij een reguliere kerk of gemeente. Dat wil niet zeggen dat we niet meer pionieren. O, zeker niet. We zien nog heel veel nieuwe uitdagingen. Op gebied van multiculturele contacten. Bij de yuppen in de wijk. Bij de culturele modemensen in de wijk. Allemaal groepen in de wijk die we nog niet bereiken.

En dan spreken we nog niet over nieuwe wijken waar we inmiddels ook een bruggenhoofd in hebben en waar zo maar een nieuwe Villa van start zou kunnen gaan. Wilt u daarover blijvend worden geïnformeerd, surf dan naar mijn blog http://missionairarnhem.blogspot.com of naar http://www.villaklarendal.nl.

Villa Klarendal is ook op facebook en twitter te vinden.

Dus ik neem hier als columnist afscheid van u. Maar blijf gewoon doorgaan in het werk dat ooit is gestart. God verandert niet. Hij staat aan de basis van het werk. Hij zal het ook voortzetten. Met mij. En straks ook zonder mij.

woensdag 30 maart 2016

Interview in Friesch Dagblad vandaag: Pionieren, blijf steeds bij jemissie

Vandaag is een interview met mij, samen met mijn laatste column, verschenen in Friesch Dagblad (http://www.frieschdagblad.nl/index.asp?artID=71046). Lees hieronder de tekst ervan.
Ruim zeven jaar schreef missionair gemeentestichter en buurtpastor Rick Jansen in het Friesch Dagblad over het gemeentestichtingsproject Villa Klarendal in Arnhem. Inmiddels is het een zelfstandige kerkgemeenschap geworden. In zijn laatste column blikt Jansen terug op de afgelopen tien jaar in de Arnhemse achterstandswijk. 
Toen hij met zijn vrouw in Klarendal begon, bestond er nog weinig op dit gebied. ,,Er waren een paar initiatieven van gemeentestichting in Nederland, maar die deden dat op de 'oude manier’: plaats leden van je gemeente in een andere wijk, en begin daar als kerk opnieuw", vertelt Jansen. ,,Er werd vooral van binnen de kerk naar buiten gedacht, in plaats van te beginnen bij de wijk zelf."
Jansen kwam in die tijd twee mensen tegen die op een geheel andere wijze bezig waren: Matthijs Vlaardingerbroek die een christelijke gemeente was begonnen in een volkswijk in Den Haag en Daniel de Wolf die een gemeenschap stichtte in een achterstandswijk in Rotterdam. ,,Bij hen zag ik wat het betekent om kerk en christen in de wijk te zijn. Deel uit te maken van de wijk, en aan te sluiten bij de behoeften die daar leven."
Jansen verdiepte zich ook in de Fresh Expressions in Groot-Brittannië en de emerging church-beweging uit de Verenigde Staten, die beide experimenteerden met nieuwe kerkvormen. Hij was erbij betrokken toen de emerging church-beweging begin 2000 ook overwaaide naar Nederland. ,,Er werd een begin gemaakt van het omploegen van de aarde in christelijk Nederland. Er kwamen mensen op af die interesse hadden om nieuwe vormen van kerk-zijn op te zetten, maar niet wisten hoe ze moesten beginnen. Daar heeft deze beweging een rol in gespeeld. Het motto was: doe het zoveel mogelijk met de gevestigde kerken, maar wacht niet langer, begin met experimenteren."
In de afgelopen tien jaar is de term missionaire gemeente een veelgehoord begrip geworden. In 2012 bestempelde de Protestantse Kerk in Nederland pionieren tot een van haar speerpunten. ,,Na een eerste lichting van pioniers zag je meer initiatieven ontstaan. Naast de PKN zien ook andere kerkverbanden en organisaties missionaire gemeentes niet meer als iets vreemds, maar hebben ook zij dit 'binnengehaald’."
Geen geld
Jansen is blij met de toegenomen aandacht voor pionieren en missionair gemeente-zijn. Wel signaleert hij dat er in het algemeen bij pioniersgemeenten vrij veel geld gaat naar de aanstelling van pioniers. Dat draagt vaak niet bij aan de continuïteit van een nieuw initiatief, ziet hij. ,,Een punt van discussie is hoe snel zo’n nieuwe gemeente zelfstandig is. De PKN ging bij de eerste pioniersplekken uit van een termijn van drie jaar. Al snel was duidelijk dat dat absoluut niet lukte. Ik heb elders gezien dat sommige pioniersplekken weer verdwenen omdat er geen geld meer was voor de aanstelling van de pionier. Een fulltime kracht die de kar trekt is wat mij betreft geen goede ontwikkeling."
Jansens advies is: zorg ervoor dat je met een team verantwoordelijk bent voor een kerkplanting. ,,Eventueel met een parttime betaalde pionier. Juist wanneer je met vrijwilligers werkt, vraag je sneller mensen uit de wijk om mee te helpen, waardoor je doelgroep eerder participeert in de (kerk)gemeenschap."
Bovendien moet je voorkomen dat alleen afgestudeerde theologen in het kerkplantingswerk terecht komen, meent Rick Jansen. ,,Onze ervaring is dat je wel twee jaar nodig hebt om zelf een denkverandering mee te maken. Om niet vanuit je eigen achtergrond in de wijk te werken, maar om echt vanuit de wijk te leren denken. Je moet als het ware je eigen achtergrond vergeten en je helemaal identificeren met de mensen in de wijk. Voor net afgestudeerde theologen, die vooral theoretische scholing hebben gehad, is dat vaak niet gemakkelijk. Het gevaar bestaat dat je toch weer met vieringen begint die te hoog gegrepen zijn, of dat je te veel verwacht van mensen."
Jansen pleit daarom voor een combinatie van theologen en mensen die een baan in de samenleving hebben. Cruciaal is wat hem betreft: wonen in de wijk. ,,Anders ben je geen deel van het geheel, maar een professional die de wijk even binnenkomt, maar ook weer verlaat." 
Geen vreemde
Begin niet zelf met het organiseren van allerlei activiteiten, maar probeer zoveel mogelijk op plekken in de wijk te zijn waar mensen al zijn, adviseert Jansen. ,,Dat scheelt tijd, en het zorgt ervoor dat je op een natuurlijke manier contact krijgt met mensen." Zo werd hij zelf jaren geleden computerdocent in het wijkcentrum in Klarendal. ,,Dat was een bestaande activiteit van een welzijnsorganisatie. Je leert mensen kennen en bent niet meer een vreemde van buitenaf, maar een bekende van binnenuit. Je ontmoet hen. Het gaat over ditjes en datjes, over de dingen uit het dagelijks leven. Van daaruit kom je ook tot diepere gesprekken en raken mensen soms geïnteresseerd om naar Villa Klarendal te komen voor een viering. 
Een valkuil voor elke kerkplanting of pioniersplek is dat die zich na verloop van tijd toch weer meer naar binnen richt. ,,Wij hebben in Villa Klarendal drie speerpunten: de wijk, gemeenschap en leven met God. Geregeld zie je de neiging ontstaan om meer gericht te zijn op gemeenschap en pastoraat, dan op de wijk. Natuurlijk zijn die twee belangrijk, maar je moet niet vergeten dat de wijk net zo belangrijk blijft. Want daar ligt uiteindelijk je missie."

woensdag 24 februari 2016

Column Friesch Dagblad 86: De naakte waarheid: eng of bevrijdend?

"Op zijn zondags gekleed". "Er paasbest uitzien". "Je zondagse gezicht opzetten". Zomaar wat uitdrukkingen over onze eerste dag van de week, waar wij als christenen zoveel waarde aan hechten.

"Er heerst hier geen code zoals in andere kerken". "Het lijkt wel of iedereen maar wat doet". "Ik voel dat ik helemaal mezelf mag zijn. Gewoon, zoals ik praat, als ik een keer baal, als ik lol wil maken". "Ik voel me hier naakt. Mag hier helemaal mezelf zijn". Zomaar wat uitspraken die we de afgelopen jaren bij Villa Klarendal te horen kregen.

Het geeft te denken. De gedragscodes die veel kerken kennen, zijn onderdeel van de cultuur. Niet opgelegd, maar onbewust doe je eraan mee. Want "zo hoort het toch?" Wie naar de kerk gaat, gaat toch mooi gekleed? Want je gaat toch voor de Heer(e)? En Die mag je toch eren met het beste wat je hebt? Maar het beste wat je hebt, wordt blijkbaar materieel ingevuld. En met die mooie buitenkant ontstaat vanzelf een bekleding van jezelf, waardoor je jezelf niet meer laat zien.

"Ik voel mij naakt". Een prachtige uitspraak van een van de bezoekers. Als een Eva die na de zondeval zichzelf en haar man Adam bekijkt en tot haar schrik de naakte waarheid met andere ogen bekijkt. Mooi is dat. Wie bij ons komt, mag zonder poespas of opsmuk zichzelf laten zien. "En wie ben jij?" lijkt de vraag te zijn die onderhuids gesteld wordt. En dat ben je helaas niet gewend als je uit een gemiddelde Nederlandse kerk of gemeente komt.

Daar gaat het meer over vragen als "ben je wel bekeerd", "doe je wel de goede dingen", "zie je er goed uit", "ben je wel vervuld of gedoopt in de Geest". Vragen die de buitenkant en voor een deel de binnenkant raken. Maar die blijkbaar niet het gevoel geven dat je er bij mag horen of totaal jezelf mag zijn. Er is toch vaak sprake van bedekking. Zoals Adam en Eva hun naakte lichaam bedekten met vijgenbladeren, bedekken wij ons met regels en wensen, waardoor wij de naakte waarheid van onszelf niet hoeven te laten zien. In onze wijk komen we veel "probleem"mensen tegen. Die komen ook bij ons. Zij voelen zich vaak in het hokje van "probleem" gezet. Waar zij bij ons zich weer "mens" voelen. Een mens met een probleem.

Ik had het daar deze zondag nog over met mijn mee etende buurtgenoot. Welk mens heeft geen problemen? Iedereen heeft ze. Alleen hebben hoger opgeleiden geleerd ze een plek te geven. Of ze netjes te verstoppen. In die zin is iedereen een "probleem mens". Wat blijkt als je mensen voorstelt een coach te nemen? Hun eerste reactie is: ik heb toch geen probleem? Hoe vaak heb ik in christelijke kerken niet meegemaakt dat iemand geen problemen had, totdat hij ineens verkondigde te gaan scheiden, in zware financiële problemen bleek te zitten of zonder vooraankondiging zich van het leven beroofde.

Wat zou het heerlijk zijn om eens geen masker op te hoeven doen. Te komen zoals je bent. Eng. Maar na verloop van tijd bevrijdend. Met Jezus als voorbeeld: “Kom tot Mij allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal je rust geven.”

donderdag 18 juni 2015

Column Friesch Dagblad 79: Samen Jezus volgen in de ondertussenheid

De afgelopen tijd heeft op internet een discussie gewoed, dat voorlopig een hoogtepunt heeft gekend in een congres van MissieNederland (voorheen EA/EZA) over "de evangelische beweging in deondertussenheid". Dit klinkt vaag en verdient uitleg. In de Trendrede 2015 kwam de term 'Ondertussenheid’ voor het eerst naar voren. Het "duidt op de periode van verandering waarin we ons bevinden. Het gaat om een overgang tussen twee systemen of tijdsgewrichten. Veel vaste verhoudingen en zekerheden staan op losse schroeven, terwijl we nog niet kunnen zien hoe het nieuwe plaatje er precies uit zal zien."

In de discussies die op internet werden gevoerd was sprake van enkele christenen die de zekerheden van de evangelische beweging ter discussie stelden. Zo vergelijkt Matthijs Vlaardingerbroek de situatie met de reis van Israël door de woestijn. Vlak voor de Jordaan staat de evangelische beweging voor de keuze: de onzekere toekomst in of niet overgaan en iets anders doen. Zij besloten tot het laatste: het bouwen van een evangelisch Jericho  "met hoge, sterke muren van onze eigen gelijk, bekleed met vaandels die proclameerden: “Dit is Gods, enige Bijbelse, geopenbaarde Waarheid!” Evangelisch Jericho met een populatie van zwerfvogels, die om de zoveel jaar van de ene grote zaal naar de andere grote zaal fladderen, altijd op zoek naar de lekkerste wormen en de grootste vetballen."

Van daaruit gingen enkele verspieders op individuele basis naar de overkant van de Jordaan. Ze kwamen er niet zonder kleerscheuren doorheen. Maar merkten dat geloof daar mogelijk is. Met vallen en opstaan. Deze verspieders wijzen de evangelische beweging op de ondertussenheid. De tijd van de zekerheden is verdwenen. Maar hoe het wel moet, dat weten we nog niet. We zijn nog steeds verspieders.

Ikzelf zie deze situatie ook in mijn eigen omgeving. Als je het zekere verlaat om als verspieder in een ander gebied terecht te komen, moet je alles doordenken, ook je geloof. En kom je dan af en toe weer terug in het 'veilige nest' dan is er sprake van vervreemding. Ik vergelijk het met achter Jezus aan gaan. De volgelingen gaven hun veilige leven op voor het discipelschap. Enige zekerheid was dat ze met Jezus mee gingen. Al het andere was tweederangs. Zelfs de familie van Jezus begreep bij tijd en wijle niet wat Jezus deed. Dan probeerden ze hem tot de orde te roepen, in het gareel van wat normaal en algemeen aanvaardbaar was.

In de ondertussenheid zal voor sommige volgelingen zo weinig van het oude achterblijven, dat sommige andere volgelingen ze weer in het gareel willen brengen, vanuit de vraag of zij nog wel echte volgelingen zijn. Dat gebeurde bij tijd en wijle ook in de discussies op internet. Ook al weten we nog niet waar het naar toe gaat en blijven sommigen binnen de veilige muren van evangelisch Jericho, terwijl anderen daaruit wegzwermen het beloofde land in, een ding weet ik zeker: wie verlangt Jezus te volgen, moet daarin gestimuleerd worden en niet verketterd. We kunnen elkaar vinden in het samen volgen van Jezus. Samen met Hem op weg naar het onbekende beloofde land.

woensdag 18 maart 2015

Column Friesch Dagblad 76: Strooi ook eens wat goudstof rond voor een betere wereld

Boven een artikel in De Volkskrant stond afgelopen zaterdag 'Strooi zelf ook eens wat goudstof in het rond'. Ik werd geraakt door de inhoud die ging over het moderne levensgevoel. Schrijfster en juriste Alexa Gratama beschrijft de drukke levens die we als moderne mens menen te moeten leven. Zowel in ons werkende leven als in onze drukke vrije tijd. Ze komt tot de conclusie: ,,Net als elektrische auto's moeten we regelmatig worden bijgetankt, maar er zijn veel te weinig oplaadpunten. Voor je het weet komen we met een ruk tot stilstand.”

Als gevolg daarvan lijdt inmiddels meer dan een miljoen volwassenen en kinderen in ons land aan 'somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten'. Waarvoor we vervolgens ,,massaal aan de running-therapie, mindfulness en voedingsinterventie moeten”. De hele stresscultuur zorgt er voor dat er miljarden in de zorgsector aan worden uitgegeven om mensen weer op de rails te krijgen. Gratama ziet de oplossing in het opruimen.

,,Opruimen van onze kasten, onze agenda, ons hoofd, ons leven.” Hoe doe je dat? Daarvoor citeert ze de Japanse Marie Kondo die bij zich bij elk voorwerp afvraagt: ,,Does it spark Joy?” Ervaar ik hierbij nog een vonkje vreugde? Die spark of Joy is voor Gratama als de goudstof uit de staf van de fee van Assepoester. Zoek in je leven naar goudstof waar je blijdschap uit put en geef dat als je kunt ook nog aan anderen door.

Wie dit artikel als christen leest, kan twee kanten op. De traditionele, primaire reactie zal zijn: wat een slap aftreksel van de vreugde die God in Christus geeft! Tevreden zijn met een slap aftreksel van het ware en pure goud dat van en door Hem komt. Laat haar dat zoeken en ze wordt overweldigd door de heerlijke rijkdom van het 'in Christus-zijn'.

Dat was ook mijn eerste reactie. Maar toen ik er verder over na ging denken, besefte ik, dat onze samenleving heel ver van de God van de Bijbel af staat. Men is niet meer met Hem bezig, laat staan dat ze Hem kennen. Ik begon terug te denken aan hoe wij met Villa Klarendal proberen aan te sluiten bij het leven van alledag. En kwam tot de conclusie dat wij niet anders deden dan wat goudstof rond te delen.

Af en toe een schouderklopje of een vriendelijke knipoog. Een dieper gesprek. Een moment van medeleven. God werkt vaak door kleine dingen. Dat kleine werkt door bij mensen. Het goudstof is een klein zaadje dat in hun harten wordt geplant. De glimlach maakt nieuwsgierig naar wat er achter zit. Bevangen door goudkoorts gaan mensen op zoek naar de oorsprong van het goud. Heb dus oog voor de kleine dingen. Je weet nooit wat er uit voort komt.

woensdag 15 oktober 2014

Column Friesch Dagblad 72: waar groot en klein leed samenkomen

We zijn de afgelopen tijd erg opgeschrikt door de verhalen van christenen in Irak die voor de terreurgroep Islamitische Staat (IS), voorheen ISIS, op de vlucht sloegen. De gelovigen konden niet anders. Of ze moesten moslims worden, óf ze moesten weggaan, óf hen wachtte massale onthoofding.

Zoals bij de Exodus bloed van een geslacht lam aan de de deur zorgde voor uitredding voor de oudste zoon, zo werd met een rode Arabische letter ن (N voor Nasrani, het woord voor christen) op de deur aangegeven dat achter deze deur een christen was gehuisvest. Velen moesten terugdenken aan de verschrikkingen uit de Tweede Wereldoorlog, waarin bepaalde bevolkingsgroepen werden gebrandmerkt als uitschot.
De wereld stond erbij en keek erna. Verbaasde zich. En net toen de genocide dreigde, kwamen de VS met de eerste luchtaanvallen op ISIS. Maar ondertussen was het grootste leed al geschied. Christenen, yezidi's en moslims vluchtten uit hun huizen, steden en streek waar ze al duizenden jaren vreedzaam met elkaar samenleefden. Christelijke cultuur dreigt met harde hand te worden verwijderd uit het land dat we nog kennen uit de bijbel.

Wat moeten we daarmee doen, vroegen we ons af in Arnhem. Wij hebben pijn aan de pijn die onze medebroeders en -zusters wordt aangedaan. Waar veel andere gelovigen zich als medestrijders aansluiten bij hun medestrijders, wilden we dat op een andere manier naar voren brengen. Met een nieuwe Syrisch-Katholieke kerk binnen de grenzen was de oplossing dichtbij. Dus was daar afgelopen vrijdag een unieke gebedsdienst. Een dienst van christenen uit de Syrisch-Katholieke parochie en de Armeens Apostolische parochie van Arnhem, ondersteund door christen Arnhemmers van Rooms-katholieke, Oud-katholieke, Anglicaanse en PKN-huize. Tijdens de viering mochten 36 geestelijk leiders uit alle christelijke geledingen (ook uit de pinkster- en evangelische achtergrond) een kaars mochten neerleggen waardoor de Arabische ن werd gevormd, maar het puntje erboven vervangen werd door een kruis.

Samen zongen we "blijf mij nabij, als straks de avond daalt" en gaven daarmee onze pijn aan onze Heer weer. Samen luisterden naar liederen die de kerkkoren zongen in het Arabisch en Armeens. Waar je machteloos bent, is er een uitweg, door samen in gebed te gaan.

Ik denk aan wat we deze weken in onze wijk tegenkwamen. Een vrouw met een uitkeringskorting van 60%. Een vrouw die thuis met huiselijk geweld te maken kreeg. Een man die zijn kinderen in pleegzorg zag terechtkomen doordat zijn ex-vriendin met drugs was opgepakt. Het kind waarvan het lievelingskonijntje was overleden. Wat ben je dan machteloos. De wereld stort in. Net zoals bij christenen ver weg. Elke zondagse viering hebben we daarom ruimte voor gebed. Waar de afgelopen weken deze noden werden gedeeld en voor de Here God in gebed gebracht. Maar ook de wereldwijde problemen kwamen naar voren. Kijk, zo komen groot en "klein" leed samen op een plek en wat ons betreft waar het hoort: bij Degene die hoort en verhoort. En waar dat kan zoeken we naar een oplossing.

donderdag 12 juni 2014

Column Friesch Dagblad 70: Leren van Afrika

Kan ontwikkelingswerk ons iets leren dat we kunnen toepassen in ‘achterstandswijken’ zoals Klarendal in Arnhem? Dat is een vraag die mij al langer bezighoudt en waarover ik in juni vorig jaar ook al een column schreef.


Een van de punten die mij opvallen is dat zowel in ontwikkelingswerk als wijkwerk een constante geldstroom bestaat, waarbij steeds weer nieuwe professionals worden ingevlogen. Daardoor ontstaat een afhankelijkheidsrelatie van ontvangers naar zowel het projectgeld als de projectmedewerkers. Terwijl je juist zo graag zou willen dat mensen in zowel ontwikkelingslanden als in achterstandswijken onafhankelijk van die gelden en werkers zelf hun problemen gaan aanpakken en eigen oplossingen bedenken.


Inmiddels zijn wij al verder op weg met het uitwerken van deze gedachte. In overleg met ontwikkelingsorganisatie Tear werken we met een Nederlandse versie van ‘Umoja’. Umoja betekent in het Swahili: saamhorigheid, eenwording en eenheid. Het is een van oorsprong in Afrika ontwikkeld programma dat lokale kerken helpt om ‘intensief contact te onderhouden met de gemeenschap waarin zij staan op een heel praktisch niveau, door middel van Bijbelstudies en andere activiteiten’.


Doordat we nu met Tear samenwerken, heb ik kennisgemaakt met een van hun kernwaardes: integral mission (het uitleven van je geloof in Jezus in ieder aspect van het leven, waarbij woord en daad onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn). Kerken zijn niet alleen bezig met prediking, Bijbelstudie en evangelisatie (woord). En ook niet alleen met sociale aangelegenheden (daad). De twee gaan harmonieus met elkaar samen.

‘Ze gaan altijd hand in hand: de verkondiging van de boodschap heeft sociale consequenties omdat we mensen oproepen tot liefde en bekering in alle aspecten van hun leven. Tegelijkertijd heeft onze sociale betrokkenheid consequenties voor de verkondiging van het evangelie omdat we getuige zijn van de levensveranderende genade van Jezus Christus’, aldus een directielid van Tear in 2011.

Volgende week mag ik aan den lijve ervaren wat dit in Afrika betekent, want ik ben gevraagd van 16 tot 24 juni mee te gaan met een voorgangersreis van Tear naar Uganda. Een van mijn vragen is hoe de uitwerking van integral mission in Afrikaanse gemeentes en hun wijken plaatsvindt. En wat ik daarvan kan leren voor het leven en werken van Villa Klarendal in onze wijk. Voorop staat dat ik vooral wil leren van Ugandese christenen en samen met het in gesprek te zijn op basis van gelijkwaardigheid.


Van die reis zal ik op Het Goede Leven, in het Friesch Dagblad en op een nieuwe blog, Rick in Oeganda, verslag doen. Als de Ugandese internetverbinding en mijn conditie het toestaan nog tijdens de reis. Anders na afloop ervan.

woensdag 14 mei 2014

Column Friesch Dagblad 69: kijk over je eigen muren

”Ik wil graag bij Villa Klarendal meehelpen als vrijwilliger. Kan dat?” Een vraag die we de laatste tijd vaker gesteld krijgen. Hoe gaan wij daarmee om als kerk in de wijk? Aan de hand van enkele voorbeelden zal ik duidelijk maken hoe wij de vraag beantwoorden.

Na een uitvoerig gesprek met een vrouw in haar kerk is ze enthousiast. Ze wil graag iets voor de wijk doen en vindt de werkwijze van Villa Klarendal geweldig. Ze komt een keer naar onze brunch en viering om de sfeer te proeven. Daarna nodig ik haar uit voor een bijeenkomst van de landenkookgroep (ook omdat zij Zimbabwaanse is). Ze komt daar en heeft contact met haar tafelgenoten. Na afloop breng ik haar in contact met de opbouwwerker en met een contactpersoon van het vrouwenwerk in de wijk.

Die contacten zijn hartelijk. Al snel is ze een vaste deelnemer aan het vrouwennetwerk. Onlangs heeft ze samen met andere Afrikaanse vrouwen voor het eerst Zimbabwaans en Ghanees gekookt.

Ander voorbeeld. Een man mailt mij over de mogelijkheden voor vrijwilligerswerk in de wijk. We maken een afspraak. Ik vertel hem welke mogelijkheden er zijn binnen Villa Klarendal. En dat we breder kijken dan alleen binnen onze eigen muren. Tijdens de afspraak komt een coördinator van een andere wijkorganisatie binnen. Ik laat de twee met elkaar kennismaken en ze maken een afspraak. De opleiding van de man in de landbouw matcht met een nieuw plan voor stadstuinbouw in de wijk.


Gewoonlijk, als iemand bij ons komt om als vrijwilliger ingezet te worden, denken we eerst binnen de grenzen van onze eigen organisatie of kerk. Daar komt een persoon het beste tot zijn recht, denken wij. Maar omdat Villa Klarendal zich inzet voor de bloei van de wijk denken wij ook verder; over onze eigen Villamuren heen. Voor ons is het belangrijk dat een vrijwilliger tot zijn recht komt maar ook dat de wijk er iets aan heeft. Daardoor kan het gebeuren dat een potentiële vrijwilliger van Villa Klarendal een plek gaat innemen in de wijk,zonder dat hij iets voor de Villa zelf doet.

Wij willen meehelpen de leefbaarheid van de wijk te bevorderen. Wij willen dat niet verengen tot de muren van de eigen organisatie. Kom bij ons en leer de wijk kennen. Leer de wijk kennen en kom in contact met andere organisaties. Ga met hen samenwerken zodat we over en weer waarderen wat er in de wijk gebeurt. Met Villa Klarendal. Maar ook zonder.

zaterdag 19 april 2014

The Passion - de stille tocht in lijdenstijd

Lovende koppen. Enthousiaste reacties. Een wow-ervaring. Er keken 3,2 miljoen mensen naar. Zet die maar in een kerk!

The Passion heeft weer veel tongen losgemaakt. En evenzovele pennenvruchten opgeleverd. Van allerlei kanten. Verbazing vanuit de seculiere, zeker niet gelovige, media. Hoe kan het dat in een tijd van vergaande secularisering, waarbij religie naar de krochten van de samenleving is weggeduwd, zoveel mensen kijken en meedoen met een moderne passie? 

En vanuit de christelijke media kritiek. Een oppervlakkige vertolking van het diepe evangelie. Zet een stel bekende Nederlanders die over het algemeen niet gelovig zijn bij elkaar. Zoek mooie bekende Nederlandstalige popliedjes bij elkaar. En vermeng dat met het paasverhaal. En iedereen kan er iets uit halen.

De meeste christenen zullen de kritieken in christelijke media tot zich hebben kunnen nemen. Ik heb die uit de seculiere media gehoord. Meest duidelijke reactie was in De Volkskrant een recensent die The Passion zag als een moderne vorm van aflaat voor het gewone volk. De elite gaat in deze tijd naar de Matthäus Passion. Het gewone volk heeft zijn eigen Passion gevonden. Het komt op hetzelfde neer. We geloven niet meer zo. We weten niet wat we met Pasen aan moeten. En komen dan bij oude en nieuwe vormen van beleven, waarbij mensen het gezamenlijke en het massale als mooi beleven. Een event die je toch een keer in je leven moet meemaken. Dus loop je fysiek of virtueel mee.

Ikzelf heb er zo mijn bedenkingen bij. In zowel positieve als negatieve bewoordingen. De eerste Passion heb ik thuis gezien met wat mensen van Villa Klarendal. Na afloop zeiden we tegen elkaar "was dat alles?". De vertelling van het passieverhaal vanaf Gethsemane tot aan kruisiging. En daarna mogen mensen het zelf uitzoeken.
Aan de andere kant spelen EO en RKK goed in op het moderne levensgevoel en op nieuw ontstane rituelen. Wat gebeurt er als er iets heel ergs gebeurt in een stad of dorp? Dan organiseren nabestaanden en betrokkenen een stille tocht om de omgekomene(n) te herdenken. Uitmuntend in een herdenkingsplek op de plek waarop de gebeurtenis heeft plaatsgevonden. In die zin komen de uitzendgemachtigden dichtbij dat gevoel. Jezus stierf en wij willen uitdrukking geven aan ons gevoel daarover. Met het symbool dat daarin centraal staat, het kruis, als middelpunt.

Ik zie The Passion dan ook niet als middel om mensen de boodschap van het lijden en sterven van Jezus te verkondigen. Maar veeleer als een culturele uitdrukking van het geloof dat ons land eeuwenlang heeft verbonden. We voelen ons betrokken in de gezamenlijke treurnis over de gebeurtenis van zo lang geleden. En ieder heeft weer een eigen invulling. De een herdenkt het mooie verhaal als een symbool voor hedendaagse mensen. De ander ziet het als kern voor zijn persoonlijk beleefde geloof waaraan hij in grotere kring uitdrukking wil geven.

The Passion kan een aanleiding zijn voor mensen om eens dieper in te gaan op de boodschap van het evangelie. Een soort kerkdeur die je opent, waarna je de kerk of kerkdienst inkomt en ineens geraakt kunt worden door de boodschap die daarin gebracht wordt. De kerkdeur is hier de knop op de afstandsbediening. Geen zwaar houten deur met orgelklanken van ver vervlogen eeuwen. Maar een open programma met herkenbare riten en muziek die we direct kunnen meeneuriën en in de meeste gevallen kunnen meezingen.

"Een muziekfestival op het plein" vergeleek de recensent. Ik zou eerder zeggen een uiting van het geloof in die specifieke vorm. Zodat het geloof niet ver is weggestopt in voor ons vreemde beelden. Maar direct bij ons binnenkomt in beeld, geluid, muziek en gevoel.

Op dezelfde avond kreeg ik via Facebook een persoonlijk bericht van een bekende in de wijk of zij een bijbel van mij kon lenen. Zij wilde die eens lezen. Was er nieuwsgierig naar. Ik heb er niet naar gevraagd. Maar ik zou me niet verbazen als die nieuwsgierigheid is gewekt door The Passion. En zo komen het onpersoonlijke mediaspektakel en het ons-kent-ons in de wijk ineens in het verlengde van elkaar te liggen.

dinsdag 11 maart 2014

Column Friesch Dagblad 67: Komen zoals je bent

'We mogen weer gaan stemmen.’ ‘Politiek, het is allemaal helemaal niets! We hebben een slechte regering!’ ‘Ik weet niet wat ik moet stemmen.’

Een paar uitspraken tijdens de brunch bij Villa Klarendal zondag. En echt: ik had het niet aangezwengeld. Aan mijn tafel ging het gesprek er ook over. Over de moeite en last van de politiek. En van de onduidelijkheid over wat te kiezen. De een weet het echt niet meer. De ander vindt de regering helemaal niets. Als ik hem vraag wat hij landelijk heeft gestemd, antwoordt hij ‘PvdA’. Waarop ik antwoord dat hij het dus aan zichzelf heeft te danken, deze regering. Het gesprek gaat verder. Is het echt zo dat hij de regering te danken heeft aan zijn stem? Hij had op de PvdA gestemd vanwege de mooie linkse beloften.

Kan hij er wat aan doen dat die partij het na de verkiezingen over een andere boeg gooide door in zee te gaan met de partij die tijdens de campagne nog de grootste tegenstander was? ,,Dan doe ik maar niets en stem ik niet meer”, reageert weer een ander. Maar ja, is dat een oplossing? Dan heb je zelf helemaal niets ingebracht en laat je de regering helemaal over aan wie wel de moeite heeft genomen te stemmen.

'Wat stem jij dan op 19 maart?', is een logische vervolgvraag aan mij, als ik kritisch al deze bekende stemmen pareer. Tja, nu moet ik met de billen bloot. Maar gelukkig heb ik een objectief gegeven. De dame op wie ik heb gestemd, van de partij die met een C begint, is door de lokale krant uitgeroepen tot het beste gemeenteraadslid van de stad. Daarom stem ik op kwaliteit.

‘Je mag komen zoals je bent’, is onze Villa Klarendal-cultuurleus. Maar tot hoever gaat dat? In een van de activiteiten komen we wekelijks in contact met een dame die zich actief verkiesbaar heeft gesteld voor de Gelderse Centrumdemocraten. Ik ben het niet eens met de standpunten van deze partij en persoon. Maar met de mens achter de te verkiezen politicus wil ik contact hebben. Daarom gaat de politiek over tafel. Want dat hoort bij het leven van alledag. In dat leven moeten mensen allerlei keuzes maken. En ik vind het geweldig als mensen de moeite van die keuze zo open op tafel leggen. Mensen durven inderdaad zichzelf te zijn.

Een gebedsverzoek van een bezoeker tijdens de viering bevestigt dat. Hij zal de gemeenteraad komende maandag toespreken. Ik bid voor hem, terwijl ik niet weet of ik zijn standpunt ondersteun.

dinsdag 25 februari 2014

Column Friesch Dagblad 66: Kerk in het wijkgebouw

Ik loop het wijkplein op. Ik kijk tussen twee pilaren door, en zie een groot plein, waar ik een oude kazerne tegemoet loop, met aan de rechterkant een oud militair gebouwtje en aan de linkerkant een modern uitziend gebouw, drie hoog.

Enkele meters verder is de ingang van het grote gebouw. MFC Klarendal staat hoog bovenop de pui van het gebouw. MFC staat voor multifunctioneel centrum. En dat is het. De receptie bemenst door mannen en vrouwen van het wijkwerkpalet verzorgen de ontvangst en de faciliteiten van het centrum. Links zie ik achter een deur de grote sportzaal waar heel veel kinderen aan het sporten zijn en waar het Sportpunt Klarendal zijn intrek heeft genomen.

Daar moet ik niet zijn, dus ik loop de andere kant op. Voor mij zie ik twee ruimtes, de multifunctionele ruimtes, die door iedereen gebruikt kunnen worden, als je het maar van tevoren doorgeeft. Achter een van de ruimtes is een grote keuken met twaalf pitten en twee ovens. In het MFC wordt gekookt voor en met wijkbewoners, dus daar moet voldoende ruimte voor zijn.


Iets voorbij de multifunctionele ruimtes kom ik het consultatiebureau tegen. Links daarvan, veilig achter gesloten deuren en ramen zitten links de ruimtes van de peuterspeelzalen en rechts de gezellige ruimtes van de kinderopvang.

Speluitleen en flexplekken

Via een oranje trap ga ik naar de eerste etage, waar ik een rondje kan lopen. Ik ga rechtsaf en en zie aan mijn linkerhand een knutselruimte, waar iedereen die dat wil zich creatief kan uiten. Een ruimte verderop een glazen wand met daarachter zes kleinere ruimtes. Dit is de eerste verdieping van de wijkbasisschool. Die zit nog niet helemaal vol, daarom is één lokaal is ingenomen door de speluitleen en twee daarachter liggende lokalen door het hoofdkantoor van de ouderenwelzijnsorganisatie.

Ik loop op de gang verder door en kom de ruimtes tegen van de gehandicaptenorganisatie en die van de participatiecoaches. Iets verderop kom ik bij de ruimtes die voor het kinderwerk van de welzijnsorganisatie gebruikt worden. En tenslotte loop ik iets verderop tegen de flexplekken aan waar onder andere de buurtopbouwwerker en de wijkregisseur werken.

De trap op naar de tweede etage. De tweede etage van de basisschool. Daarnaast de ruimte voor de logopedisten. En helemaal achteraan de kickboxschool.

Waarom deze opsomming? In die wirwar van organisaties en mensen heeft ook Villa Klarendal zijn plek gekregen. Elke zondag komen we samen in de multifunctionele ruimte met gebruik van de keuken.

Elke vrijdag helpen Villa-vrijwilligers er bij het uitdeelpunt van de Voedselbank. Zo zijn er al afspraken gemaakt tussen een participatiecoach en een afnemer van de Voedselbank. En kunnen we een klaslokaal gebruiken voor een cursus Zoom in op je relatie. Door te ‘wonen’ in het mfc staan we dichter bij alles wat er in de wijk gebeurt. En maken we deel uit van het overleg van gebruikers. Geen eigen ruimte of kerkgebouw. Wél aanwezig en bereikbaar op de plek waar de hele wijk dagelijks komt.

dinsdag 10 december 2013

Column Friesch Dagblad 64: Gods vervanger op aarde?

Het nieuws kwam met golven over ons heen. Een 95-jarige was overleden. Altijd gewoond in een ver land op een ander continent. Jarenlang gestreden voor zijn goede doel. Aanvankelijk geweldloos. En toen dat niet door de tegenpartij werd opgepakt, pakte hij de wapens op.

Opgepakt. Vele jaren in de gevangenis doorgebracht. Met afgrijzen tegemoet getreden toen hij plotseling werd vrijgelaten. Nu zou het land worden uiteengereten in een bloedige burgeroorlog. Niets van dat alles. De bevrijde gevangene predikte vergeving en verzoening. Verbazing alom. Het werd de basis voor de ontmanteling van het apartheidsregime. Hij en zijn toenmalige partner in vrede Frederik de Klerk kregen de Nobelprijs voor de Vrede.

Een mooi mens. Nelson Mandela. Iemand die stond voor zijn overtuiging en zich daar niet van af liet brengen. Een groot voorbeeld voor de hele wereld. Een vredestichter. Een verzoener. Ja, zelfs de Volkskrant opende zaterdag de voorpagina groots met ‘Gods vervanger op aarde?’

Dat zet aan het denken. Mensen willen graag voorbeelden zien. Leiders waar zij zich aan op kunnen trekken. Die doen waar ze zelf niet aan toe komen. Wat ze niet durven te doen. Uitkomen waarvoor je staat, ook al brengt dat je tot gevangenschap. Je leven zozeer geven voor een ander waarbij je jezelf vergeet. We vinden het prachtig wat die ander doet. We zetten die ander op een voetstuk. Die zo groot wordt, dat het voor ons onbereikbaar wordt. Waardoor wij een reden hebben om ons te verontschuldigen waarom wij niet zo leven.

Schrijver Shaine Claiborne schreef dat wij helden nodig hebben om ons te vrijwaren voor een vergelijkbaar leven. Met hem wil ik stellen dat gelovigen vaak de weg van de minste weerstand kiezen. Wie de andere weg kiest, is aanvankelijk lastig en onbegrepen. En wordt later, als hij of zij laat zien dat de moeilijke weg tot zegen leidt, op het voetstuk van de held, de geweldige pionier of de unieke leider gehesen.

Had de voorpagina van de Volkskrant niet een foto van een grote groep gelovigen moeten tonen in plaats van die van een man? Gods vervanger op aarde. Er zijn mensen zoals hij, die leven naar hun overtuiging. Maar veel meer christenen willen geen moeilijke keuze maken. Ze leven liever veilig dan risicovol. Ze nemen hun kruis op en steken hem diep onder de grond. De held is zo groot dat hij en zijn leven onbereikbaar blijven. Haal het voetstuk van de held neer.

Iedereen kan zo’n leven leiden. Het Grootste Voorbeeld belooft u daarvoor Zijn kracht te geven.

zaterdag 7 september 2013

De betuttelende kerk of de kerk die ruimte biedt

Net gelezen in het Reformatorisch Dagblad, met dank aan Johan ter Beek voor de tip...

Onkerkelijken VS: Kerk is betuttelend


VENTURA. Amerikanen keren zich tegen de kerk omdat zij zich vaak door christenen betutteld voelen. Dat blijkt uit een deze week verschenen rapport gebaseerd op een langjarig onderzoek onder onkerkelijken, dat het instituut Barna samen met Lifeway uitvoerde.

  Van de niet-kerkelijk gebonden Amerikanen, de zogenoemde ”nones”, zegt 87 procent dat ze een afkeer hebben van kerken omdat deze snel een afkeurend oordeel vellen over hun gedrag, uiterlijk of standpunten. „De kerk heeft de reputatie op te treden als een rechter over andersdenkenden. Dat imago heeft zich inmiddels bij veel onkerkelijken bijna onwrikbaar vastgezet”, concludeert Thom Schulz, een van de leiders van het onderzoek.

Met deze afkeer van betutteling hangen ook de bezwaren tegen de vorm van communicatie tussen kerkelijken en niet-kerkelijken samen. Veel nones zeggen geen behoefte te hebben aan een preek waarin hun verteld wordt hoe zij zich op grond van de Bijbel moeten gedragen. Zij zitten vol met vragen en willen die kunnen stellen. Schulz: „Kerkdiensten zijn volgens hen te veel eenrichtingverkeer. De dominee spreekt, de kerkgangers moeten luisteren. Tegenspraak is niet mogelijk. Dat roept kennelijk verzet op.”

Ruim 85 procent van de onkerkelijken noemt de christenen „een verzameling hypocrieten.” Daarbij gaat het dan niet zozeer om het verschil in gedrag op zondag en door de week. Wat de nones vooral steekt is dat voorgangers en kerkmensen suggereren op alle levensvragen een helder antwoord te hebben „terwijl ze bol staan van de twijfel.”

Vierde reden voor onkerkelijkheid is dat het geloof in God en de Bijbel voor de nones niet relevant zijn voor hun leven. „Er is bij velen een hunkering naar een god die voor hen zorgt en liefdevol voor hen is. Overigens constateren de onderzoekers dat deze hunkering ook bij kerkelijken voorkomt. Slechts 44 procent van de kerkgangers zegt met regelmaat de nabijheid en bemoeienis van God in hun leven te ervaren.
___________________________________

Waarom spreekt mij dit nou zo aan? Omdat dit vaak is wat ook wij terughoren van mensen in onze wijk. Wij zullen ze niet in een hokje "non" zetten, maar ze zijn het vaak wel.

Zonder gelijk te zeggen dat wij de oplossing hebben, want dat is wel erg aanmatigend, willen wij met Villa Klarendal wijkbewoners de ruimte geven om God en christenen op een andere manier te leren kennen. Zonder de uitkomsten van bovenstaand onderzoek te kennen, hebben we geprobeerd met een aantal kenmerken dit soort, vaak helaas terechte, vooroordelen weg te nemen.

Het gaat veel nones erom dat christenen met een oordeel klaar staan over hun levenswijze, zonder dat ze een persoonlijke relatie hebben opgebouwd. Wij hebben ervoor gekozen om mensen van harte uit te nodigen voor onze activiteiten vanuit de grondhouding "je mag komen zoals je nu bent". We willen geen oordeel vellen over hun levensstijl. We willen in relatie met mensen komen. Ze leren kennen en waarderen. We beseffen dat er maar Een is die een echt oordeel kan vellen over hun èn mijn levensstijl. Laat Hem dat dan ook maar doen en laat ons als zijn ambassadeurs mensen van harte welkom heten in de kring.

Omdat veel mensen met vragen zitten, hebben we ervoor gekozen onze preken ("praatjes", want maar maximaal 10 minuten lang) zo interactief mogelijk te laten zijn. Er is ruimte voor gesprek, vragen of (on)zinvolle opmerkingen. Daardoor ontstaat ook op het niveau van de preek een relatie van hart tot hart waarin mensen hun hart kunnen luchten. Op het gevaar af dat de 10-minuten praatjes worden uitgerekt tot 30 minuten.

We willen zo eerlijk mogelijk met mensen omgaan. Dat lukt niet altijd. Maar ik heb wel zondagen gehad, waarin ik tegen andere bezoekers vertelde dat ik even een baaldag had, dus dat ze me even met rust moesten laten. Daarmee leren mensen ons niet alleen met ons vrome, opgepoetste smoelwerk kennen, maar is er ook ruimte om onze achterkant te leren kennen. We willen een dusdanige relatie met mensen op te bouwen dat ze ook iets kunnen zien achter de mens die wij zijn met al onze christelijkheid daardoorheen geweven.

Een belangrijk onderdeel in onze vieringen is de gebedstijd. We vragen mensen persoonlijk te vertellen waarvoor we kunnen bidden. Dat doen de meesten. Dat nemen we ook serieus. Soms gaat het over zware onderwerpen als levensbedreigende ziekte, de noodzaak te verhuizen of geboortes en overlijdens in de eigen omgeving. Soms over schijnbaar minder belangrijke dingen als het examen van de komende week, het hondje dat ziek is, of die ene vaste relatie waar ze zo naar hunkeren. Maar elke gebedsvraag nemen we serieus. Door er samen voor te bidden, laten wij zien dat wij erbij betrokken zijn, maar nog belangrijker: dat God erbij betrokken is. En... God verhoort de gebeden. Van de gelovigen. Maar ook van de "on"gelovigen, niet zo gelovigen of anders gelovigen. De moslimvrouw, de Antilliaanse, net tot bewuster geloof gekomen, gelovige en de verstokt katholieke maar in zijn hart zeer gelovige kregen heel snel een ander huis. De verslaafde niet-gelovige ervoer ondersteuning en kracht bij zijn afkickperiode (ook al viel hij snel daarna weer terug in een verslaving aan een ander product). En wij zagen onszelf niet als meer dan de ander, dus deelden in de gebedstijd door onze pijn en moeite te delen en daarvoor te laten bidden.

Dat bidden gaf ook ruimte aan een ander aspect. Want wekelijks werd gebeden voor bepaalde noden die niet werden verhoord, of althans: voor het oog nog niet. Moet je dan maar stoppen met bidden? Of gewoon ermee doorgaan? Af en toe vertelden we erbij dat dit nu de zoveelste keer was dat we ervoor baden. Dat we in bidden ons vertrouwen uitspreken dat God het hoort en verhoort. Maar dat wij als mensen niet Gods gedachten kunnen zien of raden. Dus dat het ook voor ons een raadsel is waarom het ene gebed al na een week wordt verhoord en het andere na een jaar nog steeds niet. Dat dit "we weten het niet" hoort bij ons leven. En dat ook wij daarmee worden geconfronteerd. En dat we het "we weten het niet" dat menselijkerwijs wordt tot "we begrijpen het niet" terug mogen leggen bij de liefdevolle God.

Geloven en leven met gelovige, niet-zo gelovige, niet-gelovige en andersgelovige buren is en blijft kortom een zoektocht waarin wij voor de mensen die wij nu zijn tegengekomen een, ongetwijfeld gebrekkig, antwoord op hebben gevonden dat voor nu werkbaar is. Zo zal ieder ander in zijn eigen buurt of sociale omgeving, met zijn eigen gaven, talenten en gebreken en met die van de mensen met wie hij werkt moeten proberen een antwoord te geven op de oproep van Jezus om zout en licht te zijn in deze wereld.

dinsdag 9 juli 2013

Column Friesch Dagblad 59: Doe toch eens normaal!

Doe toch eens normaal, man!’ Het begin van een van de meest bekende dialogen die de afgelopen jaren plaatsvonden in het Nederlands parlement. Gevolgd door de reactie ‘Doe zelf eens normaal!’ Twee mannen uit hetzelfde politieke nest en zo’n beetje dezelfde achtergrond en opvoeding. Maar uit elkaar gegroeid en inmiddels elkaars politieke opponent geworden. Normaal. Wat is dat? Een vraag die meer mensen stellen. De Volkskrant wijdde er afgelopen zaterdag zelfs een heel katern aan onder de titel ‘het normale nummer’.

Hieruit bleek dat er verschillende opvattingen bestaan over wat normaal is. Wat in een truckerscafé heel normaal is, is op een vrijdagmiddagborrel op de Amsterdamse Zuidas not done en omgekeerd. ‘Dat kan écht niet!’ staat boven een artikel vol algemeen aanvaarde abnormaliteiten.

Loop ik met witte sokken, krijgen mijn dochters de slappe lach. Kom ik op mijn werk met een korte broek, kan ik weer terug naar huis, al komen vrouwelijke collega’s, mooie benen of niet, er wél mee weg. Heeft mijn vrouw geen zin om te koop te lopen met haar zwangerschap, hoort ze in de kerk dat ze niet goed bezig is.

Zit ik in mijn doorzonwoningwijk in de voortuin, verraden blikken dat ik toch wel heel asociaal ben. Vertel ik dat ik verhuis naar de zwaarste achterstandswijk, wordt het me vooral door christenen ten strengste afgeraden (mijn kinderen zullen afglijden). Ga ik een weekendje op pad met een goede vriendin, word ik op het matje geroepen door de oudsten die mijn gedrag onverantwoordelijk en onethisch vinden.

Doe toch eens normaal! Ook anderen horen het. De homo die uit de kast komt. De vrouw met een verse tattoo op haar arm. Het gezin dat ver weg of dichtbij missionair werk wil gaan doen. En als je doorgaat en je niets ervan aantrekt, hoor je het des te sterker: doe toch eens normaal! Het spijt me, ik blijf, als een tweejarig kind, halsstarrig vragen: waarom? En als ik geen beter antwoord krijg dan ‘zo hoort het nou eenmaal’, ga ik door op de weg van het niet-alledaagse.

Want uiteindelijk blijkt achter de grens van het normale de verademing te liggen. Het kan toch anders. De vriendin opent haar hart en niet haar broek. Eenmaal uit de kast staan ook open armen klaar. De tatoeage wordt door anderen wel gewaardeerd. Die moeilijke wijk sluit de kinderen én de ontstane kleine christelijke gemeenschap in haar hart.

zaterdag 15 juni 2013

Jeugdkamp Klarendal: "Ik moet lullen voor spullen"



Zo af en toe lees ik in De Gelderlander artikelen die mij aanspreken. Zo ook het artikel waar ik bijgevoegde foto van heb gemaakt (klik hierop om het volledig te kunnen lezen). Betrokken Arnhemmers Brigitte en Mario Hogerhorst, ook nog collega's van mij, organiseren als geboren en getogen Klarendallers jaarlijks een kinderkamp. Ze doen het voor de kinderen uit de wijk: "Ze hebben vaak een 'rugzakje', en dan is zo'n week echt een uitlaatklep. Even weg van de zorgen thuis".

Hoe triest is het om te lezen dat een dergelijke activiteit op losse schroeven dreigt te komen door gebrek aan sponsors. Een dagje zwembad voor in totaal 150 euro dreigt dit jaar niet door te gaan.

Dit is nou zo'n activiteit die mij raakt en waar ik voor wil gaan. Jij ook? Laat het me weten.