Posts tonen met het label ervaringen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ervaringen. Alle posts tonen

maandag 4 december 2017

Balinese ervaringen


Ja, en toen was hij even uit beeld en uitgeblogd. Vakantie van vier weken in Bali, een begrafenis van mijn schoonmoeder waar ik de uitvaartdienst bij mocht leiden. En daarna allerlei mooie projecten die ineens van de grond kwamen en waar ik mij met hart en ziel in stortte. Zonder in te storten.

Daarom maar eens wat gedachten over de afgelopen periode.



Te beginnen met Bali. Een prachtig eiland in de Indonesische archipel. Het enige eiland in Indonesië dat overwegend hindoeïstisch is. En dat merk je, ruik je, ervaar je aan den lijve.

Wie op Bali komt en oog heeft voor meer dan de stranden of de mooie natuur, ziet dat het hindoeïsme het leven in zijn greep houdt. Zodra mensen op staan is het eerste wat ze doen een offer brengen voor hun huis, winkel, bedrijf of wat dan ook voor hen van toepassing is. Een klein doosje met daarin bloemen, groenten, fruit en vooral een wierookstokje. Dat leggen ze neer op straat, in een klein tempeltje of op een andere plek die zij geschikt vinden. Een kort gebed wordt opgezegd en dan gaan ze weer met het gewone werk aan de slag. Het offer is voor de goden, maar ook voor de voorouders. Om hen goedgezind te laten zijn. Zodat het goed gaat met het bedrijf of het gezin. Op straat vind je veel verkopers van deze offertjes, die ze zelf samenstellen en waarvan ze de inhoud kopen op de lokale markt. Zodra de offertjes uitgerookt zijn, of vertrapt zijn door onoplettende toeristen, worden ze weer vervangen door nieuwe offertjes, met weer hetzelfde gebedsritueel. Zo kan het soms wel drie of vier keer per dag zijn dat de offertjes worden vervangen.

Je begrijpt dat een deel van het inkomen hieraan wordt besteed. In gesprek met lokale hindoeïstische Balinezen werd weleens verzucht dat het geloof toch wel veel van hen vroeg. Want of je nu rijk bent of arm. Er moet worden gegeven aan de offers. En dat niet alleen. Balinezen kennen heel veel hindoeïstische feesten. Daarin worden ze weer gezegend voor hun leven. Maar voor die zegeningen moeten ze wel geld neerleggen. Geld voor het eten van iedereen. Voor het onderhoud van de eigen tempel. Voor het reizen naar de eigen tempel, waar ze toch vooral bij moeten zijn.

We kwamen mensen tegen die graag een eigen huis wilden kopen. Ze woonden in een klein onderkomen met een gezamenlijke leefruimte (buiten) met een slaapruimte en een speciale ruimte voor de oudere dochter. Waarom hadden ze geen huis gekocht? Vooral omdat het geloof veel geld van ze eiste. En toen zich een mogelijkheid aandiende was de eerste vraag van familie aan hen: zul je nog wel genoeg aan het geloof en de tempel bij kunnen dragen? Waarop werd besloten toch maar geen huis te kopen, want ja, dat geloof hè....

Hindoeïsme wordt in Nederland als redelijk alternatieve levensfilosofie gezien voor het leven. Dat lijkt een logische gezien ons inkomen en ons redelijke levensniveau. Dan kun je dat er wel bij doen. Maar in Bali lijkt dit geloof veeleer een last dan een bron van blijdschap. O, zeker, wie je er ook over sprak was mateloos enthousiast over het geloof. Het betekent zoveel voor hen. Het biedt duidelijkheid en zekerheid. Maar ja, al die verplichtingen en vooral ongeschreven regels... Gingen we op reis door het eiland, was er een tempeltje aan de kant van de weg. De hindoereizigers stapten uit en lieten zich weer zegenen, met betaling en een offertje. Want zo zou de reis toch zeker gezegend worden....

Dat vonden we mooi! Het verhaal achter de façade tegenkomen. Niet de vrolijk lachende Balinees in het lekkere restaurant. Maar de Balinees in zijn eigen omgeving. Samen achterop de brommer naar de dichtstbijzijnde stad rijden en daar ervaren hoe zij zelf leefden. Opmerken met hoe weinig ze tevreden zijn. Maar ook merken dat de ongeschreven culturele regels voorschrijven dat je tenminste als werkend echtpaar twee brommers nodig hebt om je te vervoeren. Waarvoor? Voor het werk. Dat een kilometer verderop ligt. Een kilometer lopen? Nee, dat doe je niet! Dan ga je liever met de brommer, die je op aanbetaling duur aanschaft naar je werk. Want daarmee heb je een statussymbool te pakken dat voor de gemiddelde Balinees toch wel erg belangrijk is. Zonder brommer? Nee, dat kan niet! Ze keken dan ook hun ogen uit, toen wij die kilometer zomaar liepen of mountainbiketen. Rare jongens, die Nederlanders....

Verzekeringen. Een ander punt op dat eiland. Welnee, dat kan echt niet. Geen geld voor. Rij maar liever voorzichtig (op zijn Balinees, 120 kilometer p/u op een brommer, met twee, drie of vier mensen samen, kriskras langs de auto's heen). En als je dan een ongeluk hebt, dan heb je pech gehad. Geen verzekering, zelf je brommer oplappen en ook jezelf oplappen. Een verhaal hoorden we van iemand die een brommerongeluk had gehad (frontaal aangereden door een brommerrijder van 12 jaar - regels zijn er ook wat dat betreft niet...). Ze hadden een verzekering. Genoeg om geopereerd te worden en een week verpleegd te worden. Na een week was de zware hersenschudding nog niet voorbij, maar het geld van de verzekering op, dus werd hij ontslagen. Gelukkig was er een verpleegster in de omgeving die voor een redelijk bedrag de zorg op zich nam. Maar het ziekenhuis was onverbiddelijk: geen geld, geen zorg.

Tja, als je dat hoort, denk je terug aan hoe goed (of hoe slecht zo je wilt) wij het hier in Nederland hebben. Qua zorg, qua financiën, qua sociale opvang. Want hier is de armste nog in staat om zich goed in leven te houden. Er is voldoende voor een goed dak boven het hoofd, het huis goed te verwarmen (is op Bali niet nodig, eerder om het te verkoelen), de tv en radio en andere randapparatuur aan te schaffen en zelfs voor de meesten een goede internetverbinding te hebben en te houden.

Leven. Je kunt het eigenlijk niet vergelijken. Twee verschillende werelden. Mooi om het tegen te komen en het een tegen het ander af te wegen. Ik geniet dan daar van het andere. Om hier weer te genieten van wat wij gewoon vinden. En te weten dat wij het echt nog niet zo slecht getroffen hebben. Om ook weer door te geven aan anderen om ons heen. Geniet van wat je hebt en deel daarvan.  Let niet op wat je niet hebt, geniet van wat je wèl hebt!


donderdag 31 maart 2016

Column Friesch Dagblad 87 (de laatste): einde van een nieuw begin

Afgelopen jaar vierden we met Villa Klarendal ons 10-jarig bestaan. Tijd om terug te blikken. Is er in die tijd iets veranderd, of is alles hetzelfde gebleven?

We begonnen experimenteel met nauwelijks een voorbeeld in Nederland. En ook nog gemengd: met een team van Youth for Christ doordeweeks en een vrijwilligersteam in de avonduren en in de weekenden.

We begonnen in onze wijk de plannen bekend te maken.“Helemaal geen behoefte aan” was de reactie. “Dergelijke zeepkistenchristenen die de wijk wel even zouden bekeren en daarna weer snel doortrekken, pasten niet in hun werkwijze.” Dus gingen we zonder toestemming van de wijk aan de slag.

Met vele jongeren kwamen we in contact tijdens de Youth for Christ tijd. Een deel daarvan kwam ook naar de vieringen. Toch waren die vieringen vrij vaak eenrichtingsverkeer. Wij werkten en vertelden. De bezoekers consumeerden en ontvingen. En vonden het prachtig wat wij allemaal deden. Een restaurant met bediening met daarna vrijwillige pastores die je ook nog geestelijk bedienden. Heerlijk in een woord. Voor de bezoekers.

Maar voor ons was het pezen. ’s Morgens vroeg op zondag klaar staan en als echtpaar om en om het praktische deel dan wel de vieringen verzorgen. Mooi pionieren. Waarbij ik denk aan de momenten dat we voor het eerst werden geconfronteerd met de waterleiding die buiten de deur de hoofdkraan had. Waardoor we tijdens de eerste strenge winter prompt een bevroren waterleiding hadden. Dat werd geïmproviseerd door met jerrycans water vanuit ons huis naar het pandje te sjouwen. En toen we dat eenmaal wisten, lieten we de kraan tijdens vorstmomenten zachtjes druppelen.

Alle tijd werd in die eerste periode opgeslokt door het nieuwe werk. Doordeweeks naast het werk met mensen bezig en voorbereiding voor de praatjes. In het weekend de voorbereidingen voor de zondag en de vieringen. En niet te vergeten de afruiming met het schoonmaken van de wc, die niet altijd erg schoon werd achtergelaten, en het zuigen van de zwarte vloerbedekking die altijd was bedekt met eierresten, wat het zuigen zo heerlijk makkelijk maakte.

Vijf jaar geleden kwam de grote ommekeer. Het project van Youth for Christ werd doorgestart als christelijke wijkgemeenschap, een lokale kerkgemeenschap. We moesten gaan nadenken over echt gemeente-zijn: doop, avondmaal (maaltijd van Jezus), lidmaatschap. Allerlei vragen kwamen boven waar we ons nog nooit over hadden gebogen.

Terugkijkend is er veel ten goede veranderd. Het eerste pionieren onder de vlag van Youth for Christ is voorbij. We hebben er een supervisiegroep naast gekregen om te sparren over het werk. Dat was in die eerste periode niet mogelijk, waardoor we op elkaar als teamleden waren aangewezen. En dat was zeker niet altijd makkelijk.

Verder zien we dat onze plek in de wijk is verdiept. Vroeger moesten we leuren om onszelf bekend te maken en om te kunnen meedoen met activiteiten. Nu merken we steeds vaker dat we bij activiteiten gevraagd worden. “Want jullie zijn belangrijk in de wijk”. Wat een verschil met die eerste periode. We hebben nauw contact met welzijnsorganisaties en met het inloopcentrum van de katholieke kerk. Wat ook komt doordat we midden in de wijk zitten, in het multifunctionele centrum, waar de anderen ook verblijven.

Binnen de gemeenschap zien we ook groei. We hoeven het niet meer alleen te doen. Rondom ons is een “leidersschaps-plus” groep ontstaan van ongeveer tien mensen die zich medeverantwoordelijk voelen voor het werk van Villa Klarendal. Niet alleen meer consumenten, maar steeds meer mensen die op allerlei niveaus meedenken over het wel en wee van onze gemeenschap. Er is eigenaarschap gekomen bij die tien extra.

Zo kom ik tot de conclusie dat er een einde is gekomen aan het nieuwe begin. De eerste periode van puur pionieren is afgelopen. De pioniersgemeenschap heeft plaatsgemaakt voor een continue gemeenschap van ongeveer vijftig mensen die wekelijks bij elkaar komt. Dat is ook de reden dat de redactie heeft gemeend dat aan deze column een einde kan komen. Er komen andere vragen, die horen bij een reguliere kerk of gemeente. Dat wil niet zeggen dat we niet meer pionieren. O, zeker niet. We zien nog heel veel nieuwe uitdagingen. Op gebied van multiculturele contacten. Bij de yuppen in de wijk. Bij de culturele modemensen in de wijk. Allemaal groepen in de wijk die we nog niet bereiken.

En dan spreken we nog niet over nieuwe wijken waar we inmiddels ook een bruggenhoofd in hebben en waar zo maar een nieuwe Villa van start zou kunnen gaan. Wilt u daarover blijvend worden geïnformeerd, surf dan naar mijn blog http://missionairarnhem.blogspot.com of naar http://www.villaklarendal.nl.

Villa Klarendal is ook op facebook en twitter te vinden.

Dus ik neem hier als columnist afscheid van u. Maar blijf gewoon doorgaan in het werk dat ooit is gestart. God verandert niet. Hij staat aan de basis van het werk. Hij zal het ook voortzetten. Met mij. En straks ook zonder mij.

woensdag 30 maart 2016

Interview in Friesch Dagblad vandaag: Pionieren, blijf steeds bij jemissie

Vandaag is een interview met mij, samen met mijn laatste column, verschenen in Friesch Dagblad (http://www.frieschdagblad.nl/index.asp?artID=71046). Lees hieronder de tekst ervan.
Ruim zeven jaar schreef missionair gemeentestichter en buurtpastor Rick Jansen in het Friesch Dagblad over het gemeentestichtingsproject Villa Klarendal in Arnhem. Inmiddels is het een zelfstandige kerkgemeenschap geworden. In zijn laatste column blikt Jansen terug op de afgelopen tien jaar in de Arnhemse achterstandswijk. 
Toen hij met zijn vrouw in Klarendal begon, bestond er nog weinig op dit gebied. ,,Er waren een paar initiatieven van gemeentestichting in Nederland, maar die deden dat op de 'oude manier’: plaats leden van je gemeente in een andere wijk, en begin daar als kerk opnieuw", vertelt Jansen. ,,Er werd vooral van binnen de kerk naar buiten gedacht, in plaats van te beginnen bij de wijk zelf."
Jansen kwam in die tijd twee mensen tegen die op een geheel andere wijze bezig waren: Matthijs Vlaardingerbroek die een christelijke gemeente was begonnen in een volkswijk in Den Haag en Daniel de Wolf die een gemeenschap stichtte in een achterstandswijk in Rotterdam. ,,Bij hen zag ik wat het betekent om kerk en christen in de wijk te zijn. Deel uit te maken van de wijk, en aan te sluiten bij de behoeften die daar leven."
Jansen verdiepte zich ook in de Fresh Expressions in Groot-Brittannië en de emerging church-beweging uit de Verenigde Staten, die beide experimenteerden met nieuwe kerkvormen. Hij was erbij betrokken toen de emerging church-beweging begin 2000 ook overwaaide naar Nederland. ,,Er werd een begin gemaakt van het omploegen van de aarde in christelijk Nederland. Er kwamen mensen op af die interesse hadden om nieuwe vormen van kerk-zijn op te zetten, maar niet wisten hoe ze moesten beginnen. Daar heeft deze beweging een rol in gespeeld. Het motto was: doe het zoveel mogelijk met de gevestigde kerken, maar wacht niet langer, begin met experimenteren."
In de afgelopen tien jaar is de term missionaire gemeente een veelgehoord begrip geworden. In 2012 bestempelde de Protestantse Kerk in Nederland pionieren tot een van haar speerpunten. ,,Na een eerste lichting van pioniers zag je meer initiatieven ontstaan. Naast de PKN zien ook andere kerkverbanden en organisaties missionaire gemeentes niet meer als iets vreemds, maar hebben ook zij dit 'binnengehaald’."
Geen geld
Jansen is blij met de toegenomen aandacht voor pionieren en missionair gemeente-zijn. Wel signaleert hij dat er in het algemeen bij pioniersgemeenten vrij veel geld gaat naar de aanstelling van pioniers. Dat draagt vaak niet bij aan de continuïteit van een nieuw initiatief, ziet hij. ,,Een punt van discussie is hoe snel zo’n nieuwe gemeente zelfstandig is. De PKN ging bij de eerste pioniersplekken uit van een termijn van drie jaar. Al snel was duidelijk dat dat absoluut niet lukte. Ik heb elders gezien dat sommige pioniersplekken weer verdwenen omdat er geen geld meer was voor de aanstelling van de pionier. Een fulltime kracht die de kar trekt is wat mij betreft geen goede ontwikkeling."
Jansens advies is: zorg ervoor dat je met een team verantwoordelijk bent voor een kerkplanting. ,,Eventueel met een parttime betaalde pionier. Juist wanneer je met vrijwilligers werkt, vraag je sneller mensen uit de wijk om mee te helpen, waardoor je doelgroep eerder participeert in de (kerk)gemeenschap."
Bovendien moet je voorkomen dat alleen afgestudeerde theologen in het kerkplantingswerk terecht komen, meent Rick Jansen. ,,Onze ervaring is dat je wel twee jaar nodig hebt om zelf een denkverandering mee te maken. Om niet vanuit je eigen achtergrond in de wijk te werken, maar om echt vanuit de wijk te leren denken. Je moet als het ware je eigen achtergrond vergeten en je helemaal identificeren met de mensen in de wijk. Voor net afgestudeerde theologen, die vooral theoretische scholing hebben gehad, is dat vaak niet gemakkelijk. Het gevaar bestaat dat je toch weer met vieringen begint die te hoog gegrepen zijn, of dat je te veel verwacht van mensen."
Jansen pleit daarom voor een combinatie van theologen en mensen die een baan in de samenleving hebben. Cruciaal is wat hem betreft: wonen in de wijk. ,,Anders ben je geen deel van het geheel, maar een professional die de wijk even binnenkomt, maar ook weer verlaat." 
Geen vreemde
Begin niet zelf met het organiseren van allerlei activiteiten, maar probeer zoveel mogelijk op plekken in de wijk te zijn waar mensen al zijn, adviseert Jansen. ,,Dat scheelt tijd, en het zorgt ervoor dat je op een natuurlijke manier contact krijgt met mensen." Zo werd hij zelf jaren geleden computerdocent in het wijkcentrum in Klarendal. ,,Dat was een bestaande activiteit van een welzijnsorganisatie. Je leert mensen kennen en bent niet meer een vreemde van buitenaf, maar een bekende van binnenuit. Je ontmoet hen. Het gaat over ditjes en datjes, over de dingen uit het dagelijks leven. Van daaruit kom je ook tot diepere gesprekken en raken mensen soms geïnteresseerd om naar Villa Klarendal te komen voor een viering. 
Een valkuil voor elke kerkplanting of pioniersplek is dat die zich na verloop van tijd toch weer meer naar binnen richt. ,,Wij hebben in Villa Klarendal drie speerpunten: de wijk, gemeenschap en leven met God. Geregeld zie je de neiging ontstaan om meer gericht te zijn op gemeenschap en pastoraat, dan op de wijk. Natuurlijk zijn die twee belangrijk, maar je moet niet vergeten dat de wijk net zo belangrijk blijft. Want daar ligt uiteindelijk je missie."

dinsdag 9 juli 2013

Column Friesch Dagblad 59: Doe toch eens normaal!

Doe toch eens normaal, man!’ Het begin van een van de meest bekende dialogen die de afgelopen jaren plaatsvonden in het Nederlands parlement. Gevolgd door de reactie ‘Doe zelf eens normaal!’ Twee mannen uit hetzelfde politieke nest en zo’n beetje dezelfde achtergrond en opvoeding. Maar uit elkaar gegroeid en inmiddels elkaars politieke opponent geworden. Normaal. Wat is dat? Een vraag die meer mensen stellen. De Volkskrant wijdde er afgelopen zaterdag zelfs een heel katern aan onder de titel ‘het normale nummer’.

Hieruit bleek dat er verschillende opvattingen bestaan over wat normaal is. Wat in een truckerscafé heel normaal is, is op een vrijdagmiddagborrel op de Amsterdamse Zuidas not done en omgekeerd. ‘Dat kan écht niet!’ staat boven een artikel vol algemeen aanvaarde abnormaliteiten.

Loop ik met witte sokken, krijgen mijn dochters de slappe lach. Kom ik op mijn werk met een korte broek, kan ik weer terug naar huis, al komen vrouwelijke collega’s, mooie benen of niet, er wél mee weg. Heeft mijn vrouw geen zin om te koop te lopen met haar zwangerschap, hoort ze in de kerk dat ze niet goed bezig is.

Zit ik in mijn doorzonwoningwijk in de voortuin, verraden blikken dat ik toch wel heel asociaal ben. Vertel ik dat ik verhuis naar de zwaarste achterstandswijk, wordt het me vooral door christenen ten strengste afgeraden (mijn kinderen zullen afglijden). Ga ik een weekendje op pad met een goede vriendin, word ik op het matje geroepen door de oudsten die mijn gedrag onverantwoordelijk en onethisch vinden.

Doe toch eens normaal! Ook anderen horen het. De homo die uit de kast komt. De vrouw met een verse tattoo op haar arm. Het gezin dat ver weg of dichtbij missionair werk wil gaan doen. En als je doorgaat en je niets ervan aantrekt, hoor je het des te sterker: doe toch eens normaal! Het spijt me, ik blijf, als een tweejarig kind, halsstarrig vragen: waarom? En als ik geen beter antwoord krijg dan ‘zo hoort het nou eenmaal’, ga ik door op de weg van het niet-alledaagse.

Want uiteindelijk blijkt achter de grens van het normale de verademing te liggen. Het kan toch anders. De vriendin opent haar hart en niet haar broek. Eenmaal uit de kast staan ook open armen klaar. De tatoeage wordt door anderen wel gewaardeerd. Die moeilijke wijk sluit de kinderen én de ontstane kleine christelijke gemeenschap in haar hart.

donderdag 20 maart 2008

Dodelijk vermoeiend enerverend leven

Wie mij kent weet dat ik niet erg graag dagelijks hetzelfde doe in hetzelfde stramien. Sterker nog, zodra iets een routine of een sleur wordt, ben ik weg of begin ik me te vervelen. Soms kan het ook wel eens iets teveel van het goede zijn (voor mijn gevoel dan).

Zondag
Het begon op de eerste dag van de week die wij in gristelijk Nederland zo mooi de dag des Heren noemen. Dan houden we een brunch en viering in Villa Klarendal. Meestal is dat fijn, leuke gesprekken en samen gaan voor een goed verhaal. Dat was deze week ook wel zo, maar er werd een streep doorheen gehaald door allerlei stapelingen van irritaties op die dag. Omdat anderen er bij betrokken zijn, wil ik niet in detail treden over het optreden van hen. Wij waren geïrriteerd en moesten dat met onze teamleden uitspreken. Voor je het weet ben je dan zomaar een uur later klaar met de afsluiting van het programma. Dodelijk vermoeiend is het om irritaties uit te spreken op een manier die niet bijtend overkomt op de ander. Dat is het ook omdat we zo met hart en ziel bezig zijn in dit werk. Als er dan dingen niet goed gaan, lijkt het alsof je weer eens met jezelf wordt geconfronteerd. Je zet jezelf voor de spiegel en vraagt je af of het aan jezelf ligt of aan de ander. Zo'n situatie is na zo'n gesprek niet gelijk uit het hoofd, laat staan uit het gevoel. Dus was er nog een hele dag waarbij hoofd en gevoel met andere dingen bezig waren dan de gewoonlijke zondagmiddagbezigheden.

Maandag
Na een wat onrustige nacht stond ik met letterlijke en figuurlijke pijn in de buik op. Om negen uur werd ik verwacht in een cursus projectmanagement die ik voor mijn werk mag volgen. Aangezien ik altijd een slow-starter ben op de dag, was het met buikpijn en al even weer mezelf erin gooien. Een dodelijk vermoeiend begin dus van de maandagochtend. Gelukkig hadden we vantevoren een leercurve ingevuld waaruit bleek dat er maar weinig studiebollen bij de cursus zitten die er van genieten om vier uur achtereen achter de tafel te zitten om de theorie tot zich te nemen. We werden al snel in de praktijk gegooid om zelf dingen uit te zoeken. Na een maaltijd en een iets langere theoriezit, kregen we huiswerk op voor de volgende keer en mochten we naar huis.

Voor mij niet dus, want mijn werk voor de gemeenteraad brengt soms met zich mee dat ik kan worden opgeroepen om stand-by te staan als er speciale vergaderingen zijn. Die was er dus maandagavond: de gemeenteraad van Arnhem moest een besluit nemen of er wel of niet moest worden ingestemd met een dwangakkoord om Arnhems trots Vitesse een schuld van ruim 12 miljoen euro kwijt te schelden. Goed, ik was er die avond, die al goed begon doordat mijn collega's pizza hadden besteld, maar mij daarbij voor het gemak waren vergeten. De jas die ik net had uitgedaan moest ik weer snel aandoen om zelf even mijn maaltijd bij elkaar te sprokkelen (op kosten van de baas, dat wel). Een halfuur later zat ik in pizzageuren een Thaise afhaalmaaltijd te verorberen. Terwijl ik dat deed kreeg ik mijn instructies voor die avond. Of ik de computer dichtbij de raadzaal kon bedienen. Bij die zaal was het een drukte van jewelste. Vanaf 18.00 uur kwamen de gasten binnen die bij de ingang als kaf van het koren werden gescheiden. Supporters en andere lieden die zich niet van tevoren hadden opgegeven door de deuren naar de hal. Bobo's, ambtenaren en andere hoogwaardigheidsbekleders met de lift naar de zaal of de publieke tribune voor de elite. Twee gescheiden werelden met twee verschillende redenen om te komen. De supporters met de bekende spreekkoren om hun cluppie een hart onder de riem te steken. De raadzaal en de publieke tribune om het vuur van het debat over het onderwerp mee te maken of om te horen hoe de Arnhemse Tweede Kamer zich zou uitspreken over het dilemma "spuiten of slikken" (of zoals een raadslid later in het openbaar verklaarde "in dit besluit moesten we een keuze maken tussen wurgen of verdrinken"). Drie uur later, waarbinnen ik tot wel tweemaal toe mijn taak mocht verrichten en voor de rest betaald rondliep om de sfeer op te snuiven, was de klus geklaard. De ruiten sneuvelden niet, de spreekkoren werden vervangen door lofliederen op het cluppie en haar redders, de redder der redders wuifde het voetvolk als een Ceauscescu toe. Dodelijk vermoeid sloften mijn collega en ik naar de kelder waar we nog mochten nagenieten van wat zo mooi "een hapje en een drankje" wordt genoemd. Net zomin als ik een oordeel vel over teamleden, zal ik een oordeel vellen over de besluitvorming van die avond. De entourage was prachtig. Over de uitkomst mag ieder het zijne zeggen.
Na zo'n avond leg ik niet direct mijn hoofd in het kussen en moest er even onthaast worden. Aneta geeft elke maandagavond een computerles in de wijk, waar ik haar in ondersteun als ik geen avondwerk heb. Dus praatten we even na over haar belevenissen en die van mij. Nog een drankje wordt dan ter hand genomen en door de keel gegoten, waarna de aangename rust toch de overhand nam.

Dinsdag
De slow-starter liet zich niet eerder dan tien uur op het stadhuis zien de volgende ochtend. Die dag stond natuurlijk in het teken van terugkijken op de vorige dag die door ons tot in de puntjes was georganiseerd. En over de consequenties van de besluitvorming die voor ons weer nieuw werk met zich meebracht, waardoor een collega al weer een hele dag zoet was om griffies in andere steden te bellen voor advies over de inrichting van een raadsonderzoek (een uitgeklede soort parlementaire enquete). Eigenlijk was de maandagavond gereserveerd voor een gewone politieke avond. Onder druk van het gevaar van een faillissement van ons lokale sportieve suffertje moest die avond op stel en sprong worden verplaatst naar de dinsdag. Dus werd de rest van de dag ingeruimd voor het organiseren en voorbereiden van de avond, tussen alle hectische gesprekken over voetbalperikelen door. Aneta had overdag ook nog een sollicitatiegesprek, dus werd er tussendoor ook nog eens op die manier contact gelegd met mijn thuisfront. De pizza en Thai werd die avond vervangen door een gezonde vegetarische maaltijd waarvoor we even buitengaats mochten gaan. De rest van de avond werd besteed met het aanhoren en gelijktijdig aan de laptop toevertrouwen van meningen en standpunten over zes verschillende onderwerpen variërend van de visie over cultuureducatie, de begroting van de lokale sociale werkplaats tot discussies over de opvang voor dak- en thuislozen. Interessant genoeg om mijn hoofd erbij te houden (wat toch wel nodig was, anders weet niemand over een paar weken meer wat erover gezegd is), maar, je raadt het al, dodelijk vermoeiend, omdat ik van zeven uur tot halfelf bijna aan een stuk door de concentratie vast moest houden, moest luisteren en moest schrijven. Na het bijeen harken van alle belangrijke overgebleven papieren, naambordjes, EHBO-dozen en mijn laptop, kon ik genieten van een rustig wandelingetje naar huis, alwaar ik neerzeeg en evenals de vorige dag met een hapje en drankje mijn ei kwijt kon en mocht horen hoe Aneta de dag met sollicitatie, boodschappen doen en de tweede computercursus van de week (weer zonder mij) was doorgekomen. Na zo'n supergeconcentreerde avond, voorafgegaan door een enerverende andere avond en een persoonlijk vermoeiende dag daarvoor, bemerkte ik terwijl ik probeerde te slapen dat mijn lichaam protesteerde tegen mijn enerverende leven. Met een gepiep in mijn hoofd probeerde mijn lichaam de dodelijke vermoeidheid kwijt te raken.

Woensdag
Gelukkig was de moeheid er de volgende ochtend al redelijk uit geslapen. Om ongeveer dezelfde tijd als de dag daarvoor tengevolge van een verplichte wandeling omdat dochterlief haar fiets nog bij de fietsdokter had staan en zij bijgevolg mijn fiets maar had meegenomen. De dagelijkse rituelen van computer aanzetten, inloggen, koffie halen en bijpraten waren er bijna niet bij, want ik zat nog maar net of een collega vroeg me om die dag wat brieven te versturen die van belang waren voor een bijeenkomst die we volgende week weer houden. Daardoor kon ik pas tegen twaalf uur een start maken met het uitwerken van de verslagen van de avond daarvoor. Dat doe ik het liefst direct de dag erna, omdat de inhoud van de vergaderingen dan nog vers in mijn hoofd zitten. Nog voor ik aan het einde van mijn eerste verslag was, werd ik gestoord door mijn chef die me vroeg welk drinken hij voor mij kon meenemen. Dat noopte mij ertoe op de klok te kijken, waardoor ik tot de ontdekking kwam dat het alweer tijd was voor een regelmatig een-op-een gesprek met hem. Verslag moest aan de kant en we konden driekwartier aan de klets over onszelf, het werk en alles wat daartussen zat. Daarna lonkte het verslag weer en zag ik in mijn tas mijn brooddoos nog liggen. Het gebeurt nogal eens dat de inhoud daarvan wordt opgegeten terwijl ik bezig ben met zo'n verslag en dat deed ik toen ook maar weer eens. Niet zo gezond voor lijf en leden, maar ik bedacht me dat ik mijn pauze op een andere keer wel weer zou inhalen. Om en nabij halfzes, later dan gepland, liep ik terug naar huis. Daar zat mijn wekelijkse woensdag-eet-vriend Michiel klaar om samen met mij aan te vallen. Aneta had al naar het werk gebeld op het moment dat ik al weg was en besefte dat de tijd tussen werk en thuiskomen langer zou duren omdat ik nog steeds niet de loopsnelheid van een fiets heb kunnen halen. Het is altijd genieten om met mijn eetvriend te dineren, want we spreken over van alles en nog wat: wat we meemaken, waar we over nadenken, frustraties, moeilijkheden of gewone leuke dingen. Om zeven uur vielen zijn ogen bijna dicht van al het lekkers en de intensieve gesprekken en moest hij snel opstappen om zijn volgende afspraak te halen. Niet lang daarna trok ik ook mijn jas weer aan om naar een kort overleg te gaan van de Voedselbank, waarvan ik in onze wijk de coördinator ben. Een prettig fietstochtje eindigde in een dorpje naast Arnhem waar ik met koffie en koek werd ontvangen. Gelukkig een kort overleg, want al vijf kwartier later kon ik de terugtocht alweer ondernemen. De bank was thuis gewillig, evenals de computer die ik gedurende een korte tijd mocht raadplegen. Nadat Aneta rond halftwaalf vertrok voor haar regelmatige vliegmeerdaagse, stapte ik iets na twaalven het bed in om snel in slaap te kunnen sukkelen.

Donderdag
En zo zijn we aanbeland in de dag van vandaag die het uitwerken van de rest van de verslagen op het werk met zich meebracht. Daar had ik toch nog een groot deel van de dag voor nodig, naast allerlei kleine klusjes, telefoontjes en andere kleinigheden waardoor de dag vol loopt met zaken waardoor ik achteraf me afvraag wat ik nu zoal heb gedaan. Een verlate vraag van een collega over adressen uit het verleden en of ik mogelijk mensen ken die aan een activiteit over een paar weken mee kunnen doen zorgde n ervoor dat ik pas rond zes uur moest bellen naar Villa Klarendal dat ik later zou komen. Eens in de twee weken bidden we namelijk samen met wijkbewoners voor de wijk. En eenmaal per maand begint dat met een gezamenlijke maaltijd. Dus door wind en regen naar huis gereden, mijn tas en paasgeschenk van het werk daar achter gelaten, mijn dochter voorzien van een euro voor de meidenclub op het wijkcentrum en weer snel door naar Villa Klarendal. Het was weer een gezellige maaltijd, waarin we konden meeleven met het leven van een van de wijkbewoners die haar belevenissen van de afgelopen periode vertelde. Daarna baden we voor de activiteiten die we in de wijk mogen doen.

Heb je nog wel een leven?
Waarom schrijf ik dit nu? Misschien om een inkijkje te geven in mijn leven. De manier te laten zien waarop ik geniet van alles wat ik doe. De frustratie die ik soms heb om meer in de wijk te kunnen doen en te worden tegengehouden door de hectiek van alle dag. De vragen die soms door mijn hoofd heen spelen als "wat heeft het allemaal voor zin", "waar doe ik het allemaal toch voor". Ik raad niet iedereen aan te leven zoals wij dat doen. Ik ben bang dat ik in dit verhaaltje nog zeker een aantal dingen ben vergeten die tussendoor gebeuren. De moderne media zorgen ervoor dat je altijd overal bereikbaar bent. Waardoor het wijkcentrum telefonisch met een vraag komt. Waardoor we per mail het verslag van de computerlesvergadering krijgen. Waardoor een teamlid per mail of sms een vraag stelt die ik per ommegaande in enkele minuten beantwoord.

In dit soort weken mis ik mijn vrienden in de wijk. Het werk roept me en ik weet dat daar een deel van mijn taak ligt. Afgelopen maandag in de pauze tijdens de cursus liep ik naar de boekhandel om de "Waarom Pasen" DVD te kopen. Die gaan we uitdelen aan onze vrienden en vaste bezoekers van de Villa. Later sms'te een teamgenoot dat zij de DVD's al via internet had besteld. Ik was weer eens te snel geweest. Een dag later bedachten we dat de eigen gekochte DVD's als paaspresentje konden worden uitgedeeld aan collega's. Dat heb ik vandaag ook gedaan. Mooie reacties daarop. Geef mensen eens iets extra's en ze glunderen. Vooral degenen die op afdelingen werken waar ze alleen maar als voetveeg worden behandeld. Op het werk mis ik mijn wijk en al de dingen die ik daar zou kunnen doen of opzetten. Maar tegelijkertijd weet ik dat mijn werk ook weer een plek is waar mensen zijn die mij nodig hebben. En bij de Voedselbank, de computerles, het wijkcentrum....

De titel van de blog lijkt erg aanmatigend. Alsof het in het leven alleen maar gaat om veel werk te verzetten. Leuk als je ziek bent, door ouderdom niets meer kunt doen, of aan een chronische aandoening leidt. Het leven draait niet om het doen van veel werk. Ook wij zijn weleens ziek. Gelukkig kennen wij ook periodes waarin de druk allemaal ineens voorbij is. In mei, als de computerlessen stoppen, in juni als de laatste vergadering voorbij is. Dan is er het andere genieten van de rust...

Rust en drukte, ze horen beide bij het leven. Het enerverende leven dat we leiden doen we niet vanwege het enerverende aspect ervan. We doen het, omdat we de Here God willen dienen. De ene mag dat doen vanuit de studeerkamer in de boeken of achter de computer. Wij mogen dat doen in Villa Klarendal, computercursussen, Voedselbank, wijkcentrum, het gemeentehuis en in alle functies en vrijwilligerstaken die Aneta tot nu toe heeft uitgevoerd. De taak staat niet voorop: God staat voorop. Zoals Jezus bereid was te gaan. Zo mogen ook wij gaan.

...ook al is dat soms dodelijk vermoeiend. Maar ja, wat zei Jezus in Gethsemane en op Golgotha?

zondag 20 januari 2008

Emerging Church NL

Al een tijdlang broeit er iets onder de leden in christelijk Nederland. Er waait een nieuwe wind, die verfrissing, maar zoals altijd ook verwarring geeft. Een wind waardoor dorre takken kapot gaan, oud hout omwaait en die oude, prachtige bomen aan de wortels lijkt te raken.

Die wind heet Emerging Church. Overgewaaid uit het Angelsaksische deel van de wereld en nog maar net postgevat in ons koude kikkerland. Een beweging die in de Engelssprekende wereld veel stof heeft doen opwaaien. Die mensen in ons land enthousiast heeft gemaakt en aan het denken en werken heeft gezet.

Het een versterkt het ander. Toen ik al een tijdje bezig was met missionair werken, kwam ik op het pad van deze beweging. Toen ik er over begon te lezen en te denken, merkte ik dat het aansloot op de manier waarop ik al jaren bezig was. Jezus volgen is een van de credo's. Mensen opzoeken op de plek waar ze zijn. Maar ook: het doorbreken van de muur die door evangelischen is geplaatst tussen evangelisatie en diaconie.

Zo ben ik in deze wind mee gaan waaien, maar dan niet als iemand die met alle winden meewaait. Deze beweging sluit aan op mijn eigen weg met God in deze wereld. En daarom wil ik mijn eigen inbreng geven aan waar God mee bezig is.

Soms is dat lastig, omdat nieuwe bewegingen al snel geassocieerd worden met jonge honden, die alles nieuw willen hebben en de neiging hebben het kerkelijke kind met het door vastroesting vervuilde badwater weg te gooien. Termen die allemaal "post-" in zich bergen lopen mee met die beweging. We zijn het oude vertrouwde voorbij en op zoek naar iets nieuws. Daarom: post-christendom (niet te verwarren met post-christelijk), postmodern, maar ook: post-gereformeerd, post-evangelisch en zelfs post-liberaaltheologisch.

Ik zet deze termen bewust niet om in hyperlinks, omdat elk van deze onderdelen van de emerging church hun eigen zoektocht hebben door het christelijke wereldje, behoorlijk hun neus hebben gestoten tegen vastgeroeste waarden en normen in zowel reformatorische, gereformeerde als evangelische kringen. Dat respect voor die zoektocht wil ik hen gunnen en er geen waardeoordeel aan verbinden, zoals veel van mijn leeftijdsgenoten wel geneigd zijn te doen.

Tja, hoe "post-" ben ik dan, of hoe gaat mijn weg dan?

Het gereformeerd(-synodaal voor de vrijgemaakten onder ons) zijn heb ik afgelegd op het moment dat ik mijn dominee vroeg mij te willen ondersteunen in mijn verlangen om God te dienen onder moslims en hij antwoordde, dat ik dan beter een andere kerk moest zoeken.

Youth for Christ, zoals ik in een eerdere blog verwoordde mijn "moeder"beweging, dacht ik daarna te hebben afgelegd, omdat zij een veel te liberaal-theologisch karakter begon te krijgen en ik weer verder moest groeien, tijdelijk wortelen in de evangelische wereld.

Zo mocht ik een klein decennium verkeren in de kringen van de evangelische (toen Parousia) wereld en mij daaraan met hart en ziel verbinden. Ook daar was uiteindelijk het gebrek aan steun voor mijn verlangen moslims te helpen God te vinden de reden om afscheid te nemen van die wereld.

Om vervolgens een diepe gang te maken door de pinksterwereld van Broederschap en VPE. De ruimte die wij aanvankelijk binnen die gemeente kregen was hartverwarmend en verfrissend. Geen knellende regels en wetjes, maar doen wat je hart (en daarmee God) je ingaf te doen en dat na te streven. Binnen die ruimte heb ik mijn eerste stapjes gezet op de weg van kerk-zijn-in-de-wijk. En heb ik mogen experimenteren met de voorbereiding van de stichting van een nieuwe gemeente in onze woonplaats. Ook van die kerk moesten we in onze actieve dienst afscheid nemen, om vervolgens verder te gaan op de weg in onze wijk waarop we nu lopen.

Tussen al deze periodes in heb ik ook nog enkele post-(voor mijn gevoel toen traumatische) ervaringen gehad met enkele zendingsorganisaties.

Is deze "senior onder de emergers" (zoals sommigen me al benoemen) na een viertal "post-" en enkele andere vergelijkbare ervaringen nu een oude en verbitterde man (jongen nog, in mijn ogen), die alleen aantrapt tegen alles en iedereen die hem heeft dwarsgezeten? Ik durf geen hardop "nee" te zeggen, maar ik denk dat het die richting op gaat. De reden daarvan is dat ik (en als ik "ik" zeg is dat voor een deel ook de gezamenlijke ervaring met mijn vrouw) geleerd heb om Jezus' liefde voor zijn volk (zijn gemeente) te aanvaarden. Te leren vergeven en de minste te zijn in tijden dat men ons niet begreep. Niet voor eigen gelijk te gaan, maar de ander te respecteren, ook al was ik het hartgrondig met hem (of haar) oneens. Te beseffen dat we als christenen leven in een gebroken wereld, waardoor de manier waarop we leven met elkaar ook nogal eens gebroken kan zijn (ik zou zeggen: juist onder christenen).

Dat schrijf ik hier even makkelijk op, maar daar gingen telkens rouwperioden van enkele maanden overheen. Daardoor kan ik de pijn van sommigen die net weggescheurd zijn uit hun geboortekerk (soms letterlijk, soms geestelijk) zo goed begrijpen. De frustratie dat er niet wordt geluisterd, gegooid wordt met bijbelteksten of kerkelijke wetten. Maar houd ik mijn vrienden voor dat ze door dat rouwproces heen moeten gaan. Om daarna te leren die ander te vergeven. Zodat zij niet diezelfde fout jegens de ander maken.

Wat ben ik dan? Beschouw me maar als een christen op weg. Die veel heeft achtergelaten. Die (af en toe) terugkijkend ziet dat de pijn en moeite van als die ervaringen van het verleden er toe hebben bijgedragen dat hij nu is waar hij moet zijn. Die een hart heeft voor zijn Vader, die hem de ruimte heeft gegeven om verder te gaan, soms ver voor de troepen (kerken) uit.

Ik ben de Emerging Church beweging een warm hart toegedaan. Omdat ik nieuwe mogelijkheden zie, buiten alle kerkmuren om. Door wat ik in het verleden heb geleerd, ben ik blij met de (toen nog) gereformeerde kerk, YfC, de evangelische beweging en de pinksterbeweging. Die wil ik niet als afgedaan weggooien. Ik wil juist er tussenin staan. Ben ik daarom weer "teruggekomen" bij YfC, persoonlijk lid geworden van de VPE en nog steeds donateur van evangelische bewegingen? De ouderen in die bewegingen wil ik niet voor het hoofd stoten. Ik wil ze respecteren op de plek waar zij nu staan.

Ik zie een nieuwe tijd waarin jong en oud naast elkaar staan. Waarin onderling respect is voor wat men doet. Waarin christenen binnen de kerk- of gemeentemuren worden opgebouwd om God te dienen. Waarin ook buiten de kerk ruimte is om God te dienen, midden in de samenleving. Waarin de Emerging Church alle vrijheid krijgt om te experimenteren. Waarin de emergers die nu nog wel met hun oude leed kampen daarvan zijn verlost en met een verfrist hart, vol van vergeving samenwerken met de oude kerken die hen aanvankelijk hebben buitengezet.

Een sprookje of een fabeltje? Ik hoop dat Nederland leert om over de kerkmuren heen te kijken. Dat die typisch Nederlandse cultuur, waarin de eigen waarheid boven die van de ander wordt gesteld, doorbroken wordt. Waarin we niet meer bezig zijn met ieder zijn eigen kerkje te spelen, maar waarin we gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor Gods Volk in NL.

Die opkomende kerk, daar ga ik voor!

zondag 13 januari 2008

Voedsel voor de wijk

Kwart voor acht vanavond. Ik zit net aan een warme hap macaroni die mijn dochters met liefde hebben klaargemaakt. Er wordt gebeld. De buurvrouw staat aan de deur. Of ik niet met haar naar Albert Heijn kan gaan om het niet verkochte brood op te halen. De buurvrouw met wie ze altijd samen gaat, is niet thuis.

Twee seconden heb ik nodig om te beslissen. Ik leg mijn bord weg, pak mijn schoenen en trek ze aan. De buurvrouw zegt dat ze alvast op weg gaat. Twee minuten later roept ze of ik nog kom, anders gaat ze alvast. Ik roep terug dat ze alvast mag gaan, wetend hoe snel ze loopt.

Ik gris mijn jas van de kapstok, loop de deur uit en haal haar bij het winkelcentrum in. We lopen samen de winkel in. Die heeft goede zaken gedaan met het brood. We wachten tot de omroepster iedereen oproept met spoed de laatste boodschappen in te laden. Wij laden met toestemming van de verkoopster het weinig overgebleven brood over. De buurvrouw is zichtbaar teleurgesteld. Er is weinig en het is vooral niet zo voedzaam wit brood.

Met een boodschappenwagen en een boodschappentas lopen we terug naar huis. Twee broden of zakken broodjes kunnen we aan de gezinnen aanbieden. Die het met graagte ontvangen. Voor sommigen een welkome aanvulling. Voor anderen een enigszins voedzame aanwinst op hun nauwelijks voedzame weekmenu.

De buurvrouw en ik groeten elkaar. Morgen staat er nog een volle boodschappenkar klaar met overblijfselen van gisterenavond, waarvan de inhoud gebruikt wordt voor de wekelijkse brunch. Wat daar niet aan opgaat, zal worden uitgedeeld aan andere mensen die bij ons bekend zijn.

Ik ga aan de restanten van mijn inmiddels koud geworden macaronibord. Een luxe in vergelijking met het weinige dat sommigen deze zelfde avond hebben ontvangen (wat wellicht het enige is dat ze zullen verorberen).

De liefde en trouw waarmee mijn buurvrouw het brood ophaalt en nog zo laat uitdeelt is voor mij een voorbeeld van missionair bezig zijn. Het geloof, hoe pril dan ook, wordt handen en voeten gegeven en dat merkt deze buurt aan den lijve.

maandag 7 januari 2008

God werkt anders

Het is de week voor Kerstmis. We ontvangen 10 jongeren in een met kerstpakketten volgepakte kamer. Er is net ruimte voor vijf mensen om te zitten. De andere vijf hangen, staan of zitten bij elkaar op schoot. Ik zit op de tafel, omdat er geen plek meer is (mooie kerstgedachte). In die setting is een normale conversatie met de jongeren uit onze wijk nauwelijks te doen. De een donderjaagt met de ander. Er is geen rust in te vinden. We proberen zo goed en zo kwaad mogelijk te vertellen hoe Maria gebruikt werd door God om Jezus in haar lichaam te laten groeien. En de bereidheid had om daarin toe te staan. Na afloop heb ik een onbevredigend gevoel Alles was zo chaotisch. De jongeren zullen er niets van begrepen hebben.

Vandaag, twee weken na kerstmis. Ik vraag aan de bezoekers wat ze hebben geleerd over God. Zo ook een van de bezoekers van de jongerenbijeenkomst voor Kerst. Hij is nog maar een keer geweest. Dat was die ene keer. Ik denk bij mezelf dat hij nog niet veel heeft geleerd. Dus zeg hem dat hij ook mag opschrijven wat hij graag wil leren. Als we gaan delen wat er is opgeschreven, komen we bij hem uit. Hij heeft geleerd dat God hem kan gebruiken, net zoals Maria.

Ik ben stil. Mijn gedachten over chaos verdwijnen. God werkt ondanks al die omstandigheden heen en kan het binnenste bij iemand raken! God heeft mij gebruikt in al mijn machteloosheid om temidden van de chaos een jongere iets te leren over hoe Hij werkt. Hoe zwakker ik ben, des te sterker kan God werken. Dat geeft hoop voor al die andere momenten van chaos en verwarring in verleden en toekomst.

Dan denk ik terug aan de tekst waarin God zegt: "Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet Mijn wegen".

maandag 14 mei 2007

Beelden bijstellen

Vandaag hadden we zoals elke week een "brunch en viering": eerst samen eten, daarna zingen, een verhaal uit de bijbel vertellen en bidden. We zagen bepaalde kinderen binnenkomen en dachten bij onszelf dat het vandaag wel weer druk zou gaan worden. Inderdaad waren die kinderen tijdens het zingen, het verhaal en het bidden bijna niet stil te krijgen. Af en toe waren ze onder de indruk. Maar het volgende moment lagen ze weer in een slappe lach. In onze ogen was het vanochtend druk.

Vanochtend waren er wat nieuwe mensen. Na afloop vroegen we wat ze ervan vonden. Tot onze verbazing zeiden ze dat ze het zo fijn vonden, omdat het bij ons zo rustig was!

Wij concludeerden achteraf dat we allemaal een situatie door een bepaalde bril bekijken. Wij bekeken de ochtend door de bril van een gemiddeld middenklassepersoon die wil dat het doodstil is als er iets verteld wordt. De andere mensen stoorden zich niet aan de geluiden en de lachjes. Die waardeerden de geest (Geest?) die op de ochtend aanwezig was.