Posts tonen met het label aansluiten bij deze wereld. Alle posts tonen
Posts tonen met het label aansluiten bij deze wereld. Alle posts tonen

vrijdag 18 mei 2018

Kerk met beide benen in de buurt

Op 18 mei is een opinieartikel van mij verschenen in het Nederlands Dagblad. Als ambassadeur van Umoja Nederland heb ik daarvoor de titel "Kerk met beide benen in de buurt" gebruikt, de slogan van Umoja Nederland.

Hieronder een uitgebreide versie van het artikel.

_____________________________


Een nieuwe Mozaïekgemeente in Bunschoten-Spakenburg. De kritiek was de afgelopen periode niet mals. Waarom daar een gemeente en niet in de grote steden of in het zuiden, in Noord-Brabant of Limburg. Ik las afgelopen zaterdag het genuanceerde artikel van onderzoekster Miranda Klaver hierover. Vooral dit artikel deed me in de pen klimmen om ook een ander gezichtspunt te geven.
Ik ben niet degene die zonder meer nieuwe kerken afkeurt die waar dan ook worden gesticht. Ook al vindt dat plaats midden op de Bible-Belt, er zullen toch wel nieuwe mensen gevonden worden die interesse hebben om van zo’n nieuwe gemeente lid te worden. Ook al hebben ze een kerkelijke achtergrond. Zelf kom ik uit een kerkelijke achtergrond, maar heb ik mijn bewustwording en bekering meegemaakt door de activiteiten van Youth for Christ in mijn woonplaats. Iets nieuws kan dus zeker voor kerkelijk opgevoeden een eyeopener dan wel een trekker zijn om een werkelijke relatie met Jezus te krijgen. God gebruikt dat dus zeker voor die doelgroep.

VER AF
Mijn pleidooi in dit artikel richt zich niet op acties en initiatieven die zich richten op mensen die al een kerkelijke achtergrond hebben, maar op de groep die daar heel ver van af staat. Er is namelijk een grote groep onbereikten in ons land. Ondanks de vele kerken die ons land rijk is, zijn er velen in ons land die niet of nauwelijks een kerk van binnen hebben gezien. En als dat wel is gebeurd, is dat vanwege de historische of culturele waarde van dat gebouw. De kans dat zo’n persoon een viering van een christelijke gemeente van binnen mee maakt is vrijwel nihil.

VER WEG
Waar heeft dat mee te maken? Onder andere door de manier van samenkomen en de woorden die we daarin spreken. Maar ook de mate waarin christenen die in die kerken komen in contact staan met de samenleving. Ik denk dan aan de manier van samenkomen in protestantse kerken, waar een statische liturgie wordt afgewerkt, met muziek die ver af staat van het levensgevoel van de gemiddelde niet-kerkelijke Nederlander. Met woorden die doorspekt zijn van christelijke taal en uitdrukkingen. Waar vaak het orgel nog de bovenhand voert in de muzikale omlijsting, een muziekinstrument dat in nog maar weinig niet-christelijke huizen populair is.

BINNEN- EN BUITENSTAANDERS
Maar ook de manier van samenkomen in evangelische en pinksterkerken staat ver weg van de beleving van de gemiddelde Nederlander. Veel van dergelijke gemeentes werken op eigen wijze de muziek en woordverkondiging uit, zonder daarbij na te denken over het leven, denken en gevoel van mensen die niet gelovig zijn en dat van huis uit niet geweest zijn. Over het algemeen is er weinig contact of vriendschap met mensen “van buiten”. O, ja, er zijn evangelisatieacties. Op allerlei manieren. En o, ja, daar bereiken ze een bepaald deel van de buitenstaanders mee. Maar meestal na zo’n evangelisatieactie zoeken de evangelisten de bereikten als een speld in een hooiberg tussen alle gelovigen die op zondag bijeenkomen. En als ze er een ontdekken, dan is het vreugde, want iemand van de straat is op de uitnodiging van de evangelist afgekomen om de gemeentelijke samenkomst te bezoeken.
De vraag is dan of zo iemand wordt geraakt door de manier van zingen, aanbidden en preken. De luidkeelse aanbidding in sommige gemeentes, de tongentaal, die iedereen door elkaar heen en in een soort trance uitspreekt, zal menigeen van buitenaf verbazen of zelfs verdwazen. Voor dergelijke mensen kan zo’n samenkomst vervreemdend werken. Ze worden wellicht getrokken door de warmte van de gemeente, maar of ze worden getrokken door de uitingen?

DICHTBIJ KOMEN
Er is dus een groep in ons land die maar moeilijk wordt bereikt door christelijk Nederland, of het nu protestantse -, orthodox-protestantse -, evangelische - of pinkstergemeentes zijn. Hoe bereiken we die groep? Daarvoor moeten we terug naar de zendingswetenschappen, de missiologie. Een van de belangrijke onderdelen van mensen die naar de zending gaan, is dat ze de cultuur leren kennen. En die gaan waarderen. Die cultuur moeten ze zich eigen maken. Dat alles naast het leren van de taal. En als ze die cultuur hebben leren kennen, wordt van pioniers gevraagd, om het evangelie te brengen op een manier die aansluit bij de cultuur van het desbetreffende land of de desbetreffende bevolkingsgroep. Het grote probleem van Nederland is dat we jarenlang werkten en woonden in een christelijke cultuur. Waarin het land was doorspekt met christelijke culturele uitingen, waardoor cultuur en geloof sterk met elkaar verbonden waren. De afgelopen 50 jaar is daar een kentering in gekomen. Ons land is geseculariseerd, ontkerkelijkt. Maar de christenen  in ons land zijn blijven hangen in hun eigen bubbel, in hun eigen christelijke subcultuur. Doordat het zo fijn was en is in die subcultuur, hadden deze christenen niet veel weet van de veranderingen buiten die cultuur. Ze lazen er wel over, maar hadden weinig echte contacten met mensen die dat hadden meegemaakt, dus dachten nog steeds dat ons land christelijk is.

VILLA KLARENDAL
Hoe bereik je dan de geseculariseerde Nederlanders? Door onderdeel te worden van hun cultuur. 12 jaar geleden startten wij in de Arnhemse wijk Klarendal wat nu “christelijke wijkgemeenschap Villa Klarendal” heet. We werden volledig onderdeel van de wijk. Zochten met medewijkgenoten naar wat het beste voor de wijk was. We doken onder in de cultuur van de wijk. Sprak alles ons aan? Zeker niet. Ik hoorde volksliedjes door de straat schallen. Niet echt mijn ding. Maar als ik vroeg waarom ze dat zo hard zetten en het zo keihard meezongen, was het antwoord dat de zanger precies vertolkte wat hij of zij voelde, maar met woorden niet kon uitspreken. Vanuit die culturele wetenschap zijn we toen volksliedjes gaan hervertalen met christelijke tekst. En wie er nu komt, voelt zich vanuit de wijk op zijn gemak, omdat we mensen nemen zoals ze zijn en niet van ze eisen dat ze hoog Nederlands gaan spreken.

URBAN EXPRESSION
Samen met een groep andere pioniers zijn we verbonden aan de beweging Urban Expression die al tastende en zoekende probeert om in volkswijken in ons land (de voormalige Vogelaarwijken) gemeenschappen te stichten die dichtbij mensen staan en die onderdeel uitmaken van de wijksamenleving. Groei of succes is daarbij niet het eerste waarop wordt ingezet. Er wordt ingezet op authentieke gemeentes die aansluiten bij het levensgevoel van de mensen die in die wijken wonen. Dat gaat gepaard met succesjes, maar ook vaak met falen. Met projecten die weer stoppen, nadat er behoorlijk veel tijd in is gestoken. Op alle niveaus van het leven wordt geprobeerd aansluiting te vinden bij het leven. Bij Villa Klarendal betekent dat bijvoorbeeld dat we een heel kort praatje houden van maximaal 10 minuten, die zo interactief mogelijk is en meestal ook daarna nog een creatieve verwerking kent. En een praatje moet zo verhalend mogelijk zijn, om te voorkomen dat vanwege de abstractie van het praatje, mensen na 1 minuut al afhaken en onrustig om zich heen kijken op zoek naar iets anders dat hun aandacht trekt.

SUCCES?
En: wat bij ons “werkt” of “succes” heeft, hoeft dat niet per se te werken in een andere stad of wijk. Het adagium van deze manier van werken is samen te zoeken naar wat goed is in deze wijk (wat is de behoefte en nood in deze wijk), te kijken naar wat de teamleden zelf hebben (welke talenten heeft iedereen en welke absoluut niet) en samen God te zoeken en te vragen wat Hij van het team wil. Door zo te werken is nu een team van Urban Expression elke week aan het spelen in de speeltuin, waarbij ook een verhaal uit de bijbel wordt verteld. In een ander team is een lid vrijwilliger van het reguliere jongerenwerk en organiseren anderen een maandelijkse eetclub.

DE BLOEI VAN DE STAD
In je wijk zoeken naar het welzijn van die wijk. Als een Jeremia die de Israëlieten in ballingschap oproept zich in te zetten voor de bloei van de stad, het beste voor te hebben met de wijk waarin we wonen. Dat gaat verder dan een wekelijkse, mooie, schitterende aanbiddingsdienst met mooie liederen en dito preek. Maar een intensief zoeken naar waar de wijk daadwerkelijk van tot bloei kan komen. Een gemeente wordt op die manier niet alleen een plek waar je op zondag innerlijk wordt opgebouwd, maar een plek van waaruit de rest van het leven wordt geleefd in al zijn rijke schakeringen. Een gemeente die oog heeft voor het spirituele, maar ook voor de leefbaarheid, het sociale, het financiële, het politiek-maatschappelijke, kortom: voor het hele leven van de wijk waarin men leeft en samenkomt.

MET BEIDE BENEN IN DE BUURT
Mozaïek en De Doorbrekers: ze komen in het nieuws door de grote getallen van mensen die naar de samenkomst komen. Prachtig! Ik bid dat God ze gebruikt en zegent. Maar laten we ook oog hebben voor de pioniers die ploeterend door het oerwoud van moderne steden lopen en nieuwe wegen banen op plekken waar anderen nog niet zijn gekomen. Gemeentestichting: prachtig! Een nieuwe gemeente. Ambassadeur van Christus. Die zoekt naar de bloei van de wijk waarin zij is geplaatst. In alle facetten van het leven. En voor een ieder die dit leest: zoek ook zelf hoe uw eigen wijk tot bloei kan komen doordat u erin woont en leeft. In de woorden van Umoja Nederland, “kerk met beide benen in de buurt”.


donderdag 10 augustus 2017

Bruggenbouwer in een nieuwe tijd

De afgelopen tijd heb ik wat nagedacht over "In je bubbel zitten", eruit komen en de gedachte dat de verzuiling wellicht de ontkerkelijking in Nederland in de hand heeft gewerkt.

Ik heb geconcludeerd dat we in christelijk Nederland nog erg sterk denken in groepen. We zijn blij om samen te komen in onze kerk. Waar van alles gebeurt en waar we ons echt thuis voelen. In die kerkelijke club, de bubbel, vinden we mensen die gelijkgezind zijn, die hetzelfde geloven als wij. Waarbij we ons veilig voelen. Het is toch fijn om met gelijkgezinden om te gaan en te ervaren dat jij niet de enige bent die gelooft! Dat geeft een diep gevoel van saamhorigheid, want je kunt ervan uitgaan dat degene die naast je zit hetzelfde gelooft en denkt als jij. In de sociale wetenschap is hiervoor een woord gevonden. Het Engelse "bonding": we voelen ons verbonden met elkaar.

Toch kan die bonding gevaren met zich meebrengen. Als de groep teveel in elkaar opgaat en als er interne verplichtende regels worden gehanteerd. Dan kan een dergelijke groep je niet alleen binden, maar ook gaan beknellen. Er kunnen onuitgesproken sociale verwachtingen gelden. Het lastige daarvan is dat de meeste groepsleden dat niet door hebben. Want als je ergens in bent opgegroeid, of als je ergens al lang in verkeert, weet je niet meer beter. Dan is het toch gewoon dat de groep of de leiding van de groep regels stelt en verwachtingen uit? Het kan ervaren worden als je aan de rand van de groep bent of als je af en toe over de rand van de groep kijkt. Als je dingen zegt of activiteiten uitvoert, die niet passen binnen het denkraam van de groep.

Is bonding daarom verkeerd? O, helemaal niet. In de literatuur wordt het dan ook als heel normaal beschreven dat mensen zich ergens toe aangetrokken voelen. Hoe sterker ze zich ergens aan verbonden voelen, hoe meer ze bereid zijn om zich daarvoor te geven. Sterker nog, er is onderzoek gedaan waaruit blijkt dat een samenleving gezond is, als er voldoende bonding is. Maar wil een samenleving sterk blijven, dan moeten mensen zich niet alleen ophouden in de eigen groep, maar dan moeten er ook onderlinge relaties ontstaan met mensen van andere groepen. Bruggen worden gebouwd tussen diverse groepen die "bonding" zijn. Dit wordt "bridging" genoemd: bruggen bouwen.

Maar een samenleving waarin geen bruggen worden gebouwd is niet gezond. Daarin verkeren mensen alleen in de eigen groep en hebben geen relatie met andere groepen. In dergelijke samenlevingen is de eigen groep de norm en is de onderlinge verbondenheid in de totale samenleving heel laag.

Voor kerken is er nog een andere reden om niet alleen te "bonden", maar ook te "bridgen" (niet kaarten, hoor!): je wilt toch de boodschap waarin je gelooft, de redding door Jezus die bestemd is voor ieder mens en niet alleen voor leden van de groep. doorvertellen. En daar ontstaat het probleem. Want de groep is zozeer bekend met de eigen groep en zozeer onbekend met de rest, dat de boodschap niet meer overkomt. De manier van leven staat haaks op de groep die we willen bereiken (en we veroordelen dat ook nog). De taal is weliswaar dezelfde, maar we spreken een eigen dialect, die door de ander niet wordt begrepen. We spreken een eigen taal met eigen uitdrukkingen die vreemd, raar of onbegrijpelijk zijn voor anderen. We hebben het over het "bloed van Jezus dat reinigt van alle zonde", waarbij de hoorder het woord "Jezus" misschien alleen nog als stopwoord in de mond neemt en de oorsprong van de persoon niet meer kent. Laat staan dat hij begrijpt dat zijn bloed reinigt (het maakt toch alleen maar vies?). En de term zonde kent hij wellicht alleen als een mooi voorwerp op de grond kapot valt.

Zo gaan we van "binnen" (onze kerk met onze gewoonten en eigen taal) naar "buiten" (de boze wereld met eigenaardigheden die ons niet begrijpt en die daarom zo moeilijk te bereiken is) en zijn weer blij als we terugkeren in onze veilige binnenwereld waarin we wellicht bidden voor die buitenwereld en overgaan tot de ons bekende worship waarin we op onze eigen veilige manier weer de Here God kunnen eren.

De literatuur laat ons ook zien dat "bridging" het beste werkt tussen mensen uit groepen die allebei "bonding" zijn. Kan dit de reden zijn dat we zo moeilijk de brug kunnen leggen: we zijn zelf een sterke groep, terwijl de groep die we benaderen uit de groep is gestapt, of er zover van af staat dat het ze niets meer zegt en zelf niet een eigen nieuwe groep heeft gevonden waar zij zichzelf aan verbonden voelen? Veel mensen in onze westerse wereld binden zich niet meer zo snel en langdurig aan een groep. Contacten en relaties zijn vluchtiger geworden. Ze zijn totaal anders dan "wij", zijn van ons vervreemd (en wij van hen), waardoor een wij-zij denken in ons is ontstaan. Zij: de andere, enge groep, waar we eigenlijk niets van willen weten en die we ook niet begrijpen. En wij: de veilige groep, waar het goed toeven is en waar het fijn en vertrouwd is.

Om maar met de metafoor door te gaan. We zijn een eiland geworden in de woeste baren van deze tijd. We zien over die woeste zee wel een ander eiland liggen, maar daar weten we niets van. En het is ook anders. Dus blijven we maar liever op ons eigen eiland. Het beste om het andere eiland te bereiken is een brug te bouwen. Want dan heb je geen last meer van die zee. Maar daarvoor moet je wel weten hoe het andere eiland eruit ziet. Welke grond daar is. Zodat de brug het houdt. En je moet de bereidheid hebt om daadwerkelijk te gaan bouwen. Als je daarvoor geen reden ziet, moet je er niet aan beginnen.

Met Villa Klarendal zijn we ooit begonnen om uit te stappen. Dat ging eigenlijk organisch, omdat we in de wijk gingen wonen. Wij hadden natuurlijk ook veel over de wijk gehoord en over het algemeen niet zoveel positiefs. Niet uit de reguliere kranten en nieuwsmedia. Maar zeker niet vanuit de kerkelijke kringen, waar al diverse kerken hadden geprobeerd om relaties te leggen. Het lukte hen niet. Dus was de conclusie: "harde grond". Onmogelijk om iets op te bouwen. Niet aan beginnen.

We hebben het niet gepland om er iets te beginnen. We kregen gewoon contact met mensen. Stonden naast hen doordat we samen vrijwilligerswerk deden of doordat we hen doceerden als computerdeskundigen. Zo leerden we de Klarendallers kennen. Een hartelijke bevolking, die je eerst moet leren kennen. Waardoor waren wij in staat om op die zogenaamde harde grond wel iets te bouwen? Doordat we oprechte belangstelling in hen hadden. We zwommen als het ware over naar het eiland en vestigden ons daar. Met de gewoonten en kennis van het eiland waar we vandaan kwamen, vestigden we ons op het nieuwe eiland en begonnen het van binnenuit te leren kennen. We waren geen dagjesmensen zoals zo veel andere kerken tot dan toe hadden gedaan, die na gedane arbeid weer terug keerden naar het eigen eiland. We emigreerden naar dat nieuwe eiland en maakten ons de gebruiken, gewoonten en dialect van het "Klarendalse eiland" eigen. En vestigden zo op een organische manier een consulaat van het andere (christelijke) eiland. We veronachtzaamden niet waar we vandaan kwamen. Bleven vasthouden aan ons geloof. Maar waren in staat om het "te verpakken", "over te brengen" in een taal en een manier die door Klarendal werd begrepen en aanvaard.

Bij het bouwen van een brug moet altijd rekening gehouden moet worden met de omstandigheden. Daarmee is elke brug weer anders. Rekening houden met de omstandigheden. Die goed leren kennen en begrijpen. Dat allemaal doorrekenen. Rekening houden met de 'context". Daarom is "contextualisering" als christelijke bruggenbouwer zo belangrijk. Luister naar de omgeving en leer die kennen. Wat vinden mensen belangrijk in de nieuwe omgeving? Wat is hun geschiedenis? Hoe gaan ze met elkaar om? Als we die andere cultuur leren accepteren en waarderen, kan de brug naar de ander geslagen worden. Waardoor je van buitenstaander deel van het geheel wordt. En een nieuw "binnen" ontstaat: die van de christelijke gemeenschap die deel uitmaakt van het leven van alledag.


maandag 31 juli 2017

Wanneer is het geloof nog heel gewoon?


Afgelopen zaterdag was de eerste aflevering. Andries Knevel op zoek naar de tijd dat het geloof nog heel gewoon was. Met een lied dat riekt naar het nostalgische "Het Dorp" van Wim Sonneveld. Zoals het dorp er altijd was, was het geloof er ook altijd. Zoals het dorp veranderde, zo veranderde het geloof. Zoals het dorp van toen er niet meer was, zo was het geloof van toen er ook niet meer.

In het omroepblad van de EO Visie las ik een kort gesprek met Andries Knevel over dit programma "Toen was het geloof nog heel gewoon". Aan het begin van de EO, in 1967, was het geloof nog heel gewoon en gingen hele volksstammen nog naar de kerk. De nostalgie spat van het artikel, en van het programma, af. Het gevoel dat het geloof van vroeger er niet meer is, dat mensenmassa's de kerk hebben verlaten. Dat kerken zijn doorverkocht naar hopelijk eerbare opvolgers, maar soms ook aan onheilige kinderparadijzen.

Een opmerking van Knevel in het omroepblad vind ik opmerkelijk: "Misschien moeten we samenklonteren om te overleven...". In een artikel over de Biblebelt in De Gelderlander lees ik dat veel Reformatorische christenen verdwijnen uit de steden in de Randstad om zich veilig te vestigen op de Biblebelt. Want daar kun je nog van harte christen zijn.

De ontzuiling en de daaropvolgende ontkerkelijking. De welvaart die de noodzaak van kerken heeft verkleind. Wat deden de orthodoxe kerken en evangelische gemeentes als reactie daarop? Ze startten gewoon een nieuwe zuil. Dachten daarmee de ontkerkelijking te kunnen tegengaan. Die zuilen lijken nu ook af te brokkelen en eenzelfde verandering lijkt in die kringen op te treden: mensen verlaten de kerk of gemeente om niet meer terug te keren.

Samenklontering... Wat doet dat met zout? Niet veel goeds vrees ik. Het gaat aan elkaar plakken en heeft een tegengestelde werking. Het zorgt ervoor dat het vies wordt en niet meer gebruikt kan worden. Waarom dan toch daarvoor kiezen? Wellicht uit angst voor het onbekende. Want wat je niet kent, is bedreigend. Als je een kleine minderheid in een grote seculiere meerderheid bent, komen vragen op je af over de zin van je geloof en wat het daar nog allemaal waard is. Maar wat is het geloof nog waard, als het niets meer betekent op de plaatsen waar het nog weinig wordt verkondigd?

Kan het zijn dat juist de verzuiling uiteindelijk de ontkerkelijking heeft veroorzaakt? Binnen de zuil leven is prettig en veilig. Maar het leert je niet om als gelovige midden in het leven te staan. Om te geloven in een wereld waarin de meerderheid niet gelooft, het niets interesseert en zich van God noch gebod iets aantrekt. Kom je buiten de zuil, dan merk je hoe veilig je altijd hebt gelooft en geleefd. En voor velen is de stap uit het geloof makkelijker, omdat het geloof voor hen niets meer betekent in die ongelovige wereld, die net zo gelukkig leeft als jijzelf.

Wij hebben zelf geleerd hoe het ook heel anders kan. Een geloof behouden te midden van een wereld die zich daar niets van aantrekt. Geloof dat niet gebonden is aan een plek, maar dat zich verbindt aan mensen en Degene die er aan de basis staat. Een geloof dat zich verbindt aan de wereld rondom, zonder dat de kern verloren gaat. Toen ik eens geïnterviewd werd door een studente die zelf niet meer naar de kerk ging en vertelde hoe we leefden en werkten, hoe Villa Klarendal zich wil verbinden aan de wijk en het leven van alledag, zei ze spontaan dat ze graag zo'n kerk dichtbij had. Want dan had ze het wel geweten. Dan had ze zich weer aangesloten aan zo'n kerk.

Geloof dat zich compromisloos aansluit bij het leven van mensen. Daar is blijkbaar veel behoefte aan. Dat merken we ook in onze wijk. Mensen blijven toch wekelijks komen en voelen zich verbonden. Door wekelijks te komen, is een spontane gemeenschap ontstaan. Die geen pretenties heeft. Die heel gewoon is. Ook al weten we en beseffen we dat het geloof toen maar ook nu helemaal niet zo gewoon is. De kerk op de heuvel, ver weg van het gepeupel. Of de kerk midden in de wijk, niet herkenbaar door het gebouw, maar door de mensen die zich daaraan verbinden/

maandag 24 juli 2017

Binnen en buiten: stop met het starten van een kerk



Ik vond laatst een leuk filmpje over het kerkdenken rond "binnen" en "buiten", van Church from Scratch een kerk in Southend, Engeland (Engels gesproken).

Om je even aan het nadenken te zetten.

Bekijk het hieronder.




vrijdag 21 juli 2017

Kerkproeverij 2017 - Eet smakelijk...?


Laatst las ik het de laatste editie van het blad Ideaz (Praktijkblad van MissieNederland). Ik werd aan het nadenken gezet door het thema van deze editie: "Een cultuur van uitnodiging".

Naar aanleiding van het in Groot-Brittannië ontstane initiatief Back to Church Sunday organiseren Raad van Kerken, IZB en MissieNederland in samenwerking met mediapartners KRO-NCRV en EO een weekend waarin kerkgangers worden gestimuleerd gewoon iemand uit te nodigen om mee te gaan naar de kerk.

De website Kerkproeverij verduidelijkt de reden om iemand uit te nodigen "Om het geloof te 'proeven'. Want waarom zou je datgene wat voor jou waardevol is alleen voor jezelf houden? Maar het hangt van jou af, of jij het durft. Om op je collega, buurman, vriend, of familielid af te stappen en te zeggen: “Hé, ga je met me mee?” Gewoon voor een keertje. Wie weet welke uitwerking het gaat hebben. Het gaat om het uitnodigen, dat we dat weer leren. En inderdaad, misschien zegt diegene: ik kom niet. Maar dan hebben we de uitnodiging wel gedaan. En dat telt."

Waarom komen mensen niet naar onze kerkdiensten?
Het idee is ontsproten uit het gedachtengoed van Michael Harvey, die begon met de vraag: "Waarom komen mensen niet naar onze kerkdiensten toe? Misschien wel omdat er niemand is die hen daarvoor
uitnodigt. Elke zondag bieden kerken een programma aan met weldoordachte toespraken over geloof en leven en muzikale bijdragen waar je ook nog eens zelf actief aan mag deelnemen. Voor dit alles wordt slechts een vrijwillige bijdrage van de bezoekers gevraagd. Vaak kun je na afloop gezellig bijpraten met een kopje koffie of thee. Waarom vinden we het zo moeilijk om daar mensen voor uit te nodigen?"

Met een uitnodiging om eens deel te nemen aan een kerkdienst komt er "verbinding van binnen naar buiten. Sommige mensen zijn door God al voorbereid, ze hebben alleen nog iemand nodig die hen uitnodigt. We doen alsof God niet buiten de kerk actief is, maar daar werkt Hij ook en wij mogen meewerken."

Goed idee...
Laat ik beginnen met dat ik dit aan de ene kant een prachtig plan vind. Waarom? Omdat veel kerkgangers heel sterk in hun eigen kerkelijke bubbel zitten. Ze zijn bezig met wat er binnen de kerk en de christelijke muren gebeurt en hebben geen enkel zicht op wat zich buiten die kerkmuren afspeelt. En als dat wel het geval is, scheiden ze vaak de kerkelijke bubbel van het leven daarbuiten. De kerk is "binnen". De wereld is "buiten". Door mee te doen aan een uitnodiging om eens een kerkdienst bij te wonen, worden kerkleden gestimuleerd om er zelf op uit te gaan. Om over de muren van de kerk te kijken naar wat zij daar aan relaties hebben en zich af te vragen of die relaties wellicht geïnteresseerd zijn om een kerkdienst (of een andere bijeenkomst die verbonden is met de kerk) bij te wonen.

Het restaurant als metafoor
Ja, natuurlijk heb ik er ook mijn vragen bij. Het gevoel dat dit bij mij oproept is die van het restaurant. Er zijn restaurants, die je moet zoeken, die niet uitnodigend zijn, die geen reclame maken, die de houding hebben "een klant... wat interessant". Je komt er binnen, kijkt rond. Niemand die je aanspreekt. Je gaat naar een tafeltje met je gasten. Gaat zitten. Je ziet dat de bedienden heel druk zijn om vooral met elkaar te praten en te lachen. Op een gegeven moment komt een van hen ongeïnteresseerd naar je toe, gooit het menu op tafel en snauwt of je wel wat te drinken wilt hebben. Bij zo'n restaurant wil je zo snel mogelijk weg zijn, ook al is het eten er op en top. De gastvrijheid is abominabel, dus je voelt je er heel erg onprettig bij. Wegwezen!!!

Laatst liep ik in een vreemde stad in een vreemd land waar ze toch onze eigen taal spreken. We waren hongerig en zochten een restaurant. We werden aangesproken door een jonge dame, die ons vriendelijk te woord stond. "Wat leuk dat jullie hier zijn. Op zoek naar een restaurant? Natuurlijk! Wij hebben enkele lekkere gerechten op het menu staan. Wilt u ze zien? We hebben tafeltjes buiten, maar ook binnen. Zal ik even plaats voor u maken op deze gezellige plek? Goed! Wat wilt u alvast drinken?"
Kijk, dat is al heel anders binnenkomen. Wat een welkom! Wat een style. Wat een gastvrijheid. Daar voel je je gelijk op je gemak.

Toch blijft er iets bij mij hangen van "ik ga op bezoek" of "ik ga uit eten". Je komt er en je gaat weer weg. Je bent vooral te gast. Naar een restaurant ga je als je iets speciaals wilt doen. Om een verjaardag te vieren. Of als je op vakantie bent. Dan bezoek je het restaurant.

Thuis komen
Dan denk ik verder aan wat ik nou graag zou willen. Dat heeft te maken met thuis komen. Om de metafoor van het restaurant te verbreden naar eten: ik wil dat mensen zich thuis voelen. Dat ze thuis zijn. Dat ze het gevoel krijgen volledig zichzelf te mogen zijn. Deel uit te maken van een groter gezin. Waar je niet alleen wordt uitgenodigd en bediend. Maar waar je met een gerust hart (bij wijze van spreken) met de voeten op tafel kunt zitten. Waar levens worden gedeeld, lief en leed. Waar niet altijd een diep gesprek is, maar een voortgaand gesprek omdat je elkaar regelmatig ziet. Waar soms gezeur is, omdat je elkaar beu bent. Waar gehuild wordt, omdat je van elkaar houdt, maar elkaar toch pijn doet. Waar je samen kunt lachen om de mooie dingen van het leven die je samen deelt.

Kerk-zijn als huisgezin van God. Waar ook "buitenstaanders" deel van uitmaken.  Samen gezin, een familie vormen. Saamhorigheid, maar ook ruimte om vooral je zelf te zijn.

Lees het vervolg op deze blog.

maandag 10 juli 2017

Uit je bubbel - mijn weg uit de bubbel


Hoe ik uit de bubbel stapte
Was het bij mij anders? Zeker niet. Ook ik verkeerde jarenlang in de christelijke bubbel. Maar altijd wel met de vraag hoe het anders kan. Met name de vraag hoe we aansluiting krijgen bij de wereld rondom ons. 
Ik zat in de christelijke pinksterbubbel (een deelbubbel). Wekelijkse diensten op zondag. Wekelijkse bijbelstudies. Veel onderlinge overleggen. Waardoor de tijd ontbrak om eens om ons heen te kijken. We waren druk om de eigen gemeente draaiende te houden.

De eerste stap  uit de bubbel
Halverwege de jaren negentig was ik lid en oudste van de pinkstergemeente. Als evangelisatiecommissie vroegen we ons af wat we konden betekenen voor de wijk om ons heen. Dat was toen nog een beruchte wijk, het Spijkerkwartier waarin de raamprostitutie was gevestigd. We hadden al veel acties op touw gezet. Een jaarlijkse fakkeltocht door de wijk op kerstavond, waarin we op pleisterplaatsen kerstliedjes zongen. Mooi maar eenmalig. Met zeer kortstondige gesprekken, die soms resulteerden in het bezoek van enkele wijkbewoners aan de kerstdienst (wat ons verheugde: er zat zowaar een ongelovige in de dienst...). Dat het tot die enkele acties en contacten bleef, zorgde bij ons voor onrust. Kon het niet anders? We gingen op zoek naar wat er in de wijk gebeurde. Wellicht konden we in de wijk als kerk iets betekenen.
En zowaar: we kwamen terecht bij de werkgroep Spijkerkwartier. Die tot doel had om acties te organiseren om de prostitutie uit deze woonwijk te laten verdwijnen. Daar hadden we als kerkleden (om een andere reden) wel oren naar. Dus we besloten om ons met twee mensen aan te sluiten bij deze werkgroep.
Wat we kwamen doen en waarom we ons aansloten? Was de vraag van de andere groepsleden. We moesten met de billen bloot. We wilden als wijkgebruiker ons graag aansluiten bij dat wat er al was. En waren ook tegen prostitutie in de wijk. Zo begonnen we mee te werken. Mee te denken om acties te organiseren. Mee te lopen in een demonstratie naar de gemeenteraad om daar onze visie te laten horen.
In die eerste stap stond ik verbaasd. Buiten de bubbel was het goed verkeren. Na afloop van de vergadering een gratis biertje. En vaak al snel een gesprek over het eigen leven en wat daarin verkeerde. Geen boos woord over geloof of de pinkstergemeente, terwijl binnen de pinksterbubbel wel erg angstig naar de buitenwereld werd gekeken, want die moesten niets van ons weten. De eerste stap was gezet. Het was goed verkeren buiten de bubbel. Maar voor 90% was ik nog onderdeel van de bubbel.

Een vervolgstap uit de bubbel
Na enkele jaren leiding te geven aan de pinkstergemeente vonden we de tijd rijp om daarmee te stoppen. Ik kreeg ander werk. En we waren verhuisd naar een wijk waar we langzamerhand meer wilden gaan doen. Waar we het begin mee maakten van gesprekken met mensen buiten onze bubbel tijdens computerlessen die we waren gaan geven.
De computerlessen waren ook bedoeld om de sociale cohesie in de wijk te versterken, dus het eerste halfuur ging op aan gesprekken die over het eigen leven, de wereld om ons heen en onze eigen wereldbeelden. We merkten dat als we open zijn voor de mening van onze cursisten, zij ook geïnteresseerd waren in wat wij dachten. Niet als tactiek, maar als een open gesprek tussen gelijkwaardige gespreksgenoten (ook al waren zij de cursisten en wij de docenten).
Zo werden we voorzichtig al wat meer losgezongen uit onze christelijke bubbel en ingezogen in de bubbel die de wijk Klarendal heette en die heel andere mooie denkbeelden met zich mee bracht. 
Een mooi voorbeeld was dat we werden geconfronteerd met volksliedjes. De Nederlandse volksmuziek schalde door de straten. Van 'het kleine café aan de haven' tot 'Je loog tegen mij'. Van 'Geef mij nu je angst' tot 'De meeste dromen zijn bedrog'. Als we dan vroegen waarom ze dat zo mooi vonden, was het antwoord: "ze geven met hun tekst uitdrukking aan wat ik voel". In mijn gedachten werd de overstap van de bubbel met Opwekkingsliederen naar die van de volksliedjes voorzichtig gemaakt. 

Weg uit de bubbel in een andere bubbel
De computerlessen en andere activiteiten brachten ons tot de gedachten dat onze wijk wellicht een eigen plek nodig had waar ze op een ongedwongen manier konden praten over het geloof. Samen met een ander stel (later echtpaar) gingen we met Youth for Christ in zee om een wijkproject te starten, waarvan een wekelijkse brunch en viering op zondag deel uitmaakte. Dat betekende dat we afscheid namen van de pinksterbubbel en volledig overgingen naar Klarendal. 
Alhoewel... We waren nog steeds in gedachten behoorlijk onderdeel van de bubbel waarin we verkeerden. Immers, wij als christenen zouden wel mee gaan werken om de leefbaarheid in de wijk te bevorderen. Christenen die iets aanboden aan deze wijk. Een soort christelijk ontwikkelingswerk dichtbij. Al doende leert men en werden we soms geconfronteerd met de clash tussen onze bubbel en die van wijkbewoners. Zoals de man die na de brunch vrolijk weg liep en haastig werd ingehaald door een teamgenoot. Waarom hij wegging, want er volgde nog een mooie viering? "Ik mag toch bij jullie mijzelf zijn? Waarom moet ik dan worden verplicht aan die viering mee te doen, als ik het niet wil?" was zijn antwoord. Onderdeel van de nieuwe bubbel was dat iedereen volledig zichzelf mocht zijn zoals hij was. Maar blijkbaar was in ons hoofd de viering net iets belangrijker dan de brunch.

Een keer per maand kwamen we weer terug in de pinksterbubbel. Die we niet verloren hadden, want onze kinderen zaten er nog volop in. Toch bemerkten we dat we vervreemden van die bubbel. En soms namen we bezoekers van de brunch en viering mee (we wilden - Youth for Christ eigen - een brug naar de kerken vormen). Prachtige maar pijnlijke confrontaties tussen bubbels. "Waarom heeft die man een pak aan en een koffer bij zich? O..., dat is de voorganger!"... "Je zit daar in rijtjes achter elkaar. Je groet wel de buurman, maar of je hem kent? Wanneer kun je daar met elkaar praten?"... 

Dieper de bubbel in
Na verloop van tijd trok Youth for Christ zich terug. Wij wilden een zelfstandige christelijke wijkgemeenschap worden. Waar mensen nog meer kerk-zijn op wijkniveau konden ervaren. Samen praten over wat het betekent om kerk in de wijk te zijn. Waar we in de periode van Youth for Christ nog wel eens de christelijke bubbel in werden getrokken doordat we als pioniers door de christelijke media werden bestookt, besloten we tot een mediastilte. Nu was het tijd om nog dieper de wijk in te trekken en de los-vast gemeenschap die op zondag onder de vlag van Youth for Christ was ontstaan, verder uit te bouwen tot een stabielere en hechte gemeenschap die in de wijk van betekenis moest zijn. We trokken al onze vrije tijd uit om dit mogelijk te maken. We namen ook formeel afscheid van de pinksterbubbel door ons uit te schrijven en in een kerkdienst afscheid te nemen. Frappante opmerking van de voorganger: "jullie moesten altijd langs de kantjes lopen en stelden lastige vragen. We vroegen ons af waarom jullie niet gewoon mee deden". Met andere woorden: we begrepen niet dat wij in een bubbel zaten en dat jullie al lang deel uitmaakten van een andere bubbel die veel dichter bij het leven van alledag stond.

In die zoektocht in de wijkbubbel kwamen we tot de conclusie dat samenwerken werkte. In een open, gelijkwaardige relatie samen optrekken met andere wijkbewoners en -organisaties om samen het welzijn van de wijk te zoeken. Dat was natuurlijk waar ik al eerder mee was geconfronteerd in het Spijkerkwartier, maar nu werd dit een werkwijze en cultuur die door ons werd uitgedragen en gesteund. Het betekende dat we een gerespecteerde partner binnen de bubbel van Klarendal werden. 

Ook binnen de gemeenschap werd de tijd die we erin staken beloond. Het kwam niet alleen meer uit ons, onze verlangens en visie werd deel van het geheel. De gemeenschap werd Klarendals. No nonsense. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. En ook als gewoon wel gek is, kijken we daar niet gek van op. Geen eisen vooraf. Kom maar zoals je bent. Praat maar zoals je gewoon doet. Je hoeft je niet beter voor te doen dan je bent. Je bent mooi zoals je nu bent. En wie weet wil God je nog mooier maken.

Volledig thuis in de nieuwe bubbel
Zo voel ik mij nu helemaal thuis in mijn nieuwe bubbel. Anderen komen wel eens onze Villa Klarendal bubbel binnen en krijgen een vervreemdende ervaring. Christenen komen en zeggen tegen ons dat ze ervaren dat ze hier "naakt" komen. Ze hoeven zich niet aan regels (geschreven of ongeschreven) te voldoen. Ze mogen komen als zichzelf. Dat is soms confronterend. Want het christelijke masker (in de ene sub christelijke bubbel vrolijk en blij, in de andere ernstig en stil) of welk ander je gewend bent op te zetten mag af en mensen vragen naar je persoonlijke omstandigheden. Voor sommigen tè confronterend. Voor anderen een verademing. Voor mensen in Klarendal geldt het laatste. En we zien erop toe dat dit niet verandert. 

Die vervreemding kom ik steeds meer bij mezelf tegen als ik weer eens de christelijke bubbel in stap. Na een dag ben ik toch weer blij als ik de grens van Klarendal over stap. Hoe die ervaring is, leg ik in een volgende blog uit.

woensdag 30 maart 2016

Interview in Friesch Dagblad vandaag: Pionieren, blijf steeds bij jemissie

Vandaag is een interview met mij, samen met mijn laatste column, verschenen in Friesch Dagblad (http://www.frieschdagblad.nl/index.asp?artID=71046). Lees hieronder de tekst ervan.
Ruim zeven jaar schreef missionair gemeentestichter en buurtpastor Rick Jansen in het Friesch Dagblad over het gemeentestichtingsproject Villa Klarendal in Arnhem. Inmiddels is het een zelfstandige kerkgemeenschap geworden. In zijn laatste column blikt Jansen terug op de afgelopen tien jaar in de Arnhemse achterstandswijk. 
Toen hij met zijn vrouw in Klarendal begon, bestond er nog weinig op dit gebied. ,,Er waren een paar initiatieven van gemeentestichting in Nederland, maar die deden dat op de 'oude manier’: plaats leden van je gemeente in een andere wijk, en begin daar als kerk opnieuw", vertelt Jansen. ,,Er werd vooral van binnen de kerk naar buiten gedacht, in plaats van te beginnen bij de wijk zelf."
Jansen kwam in die tijd twee mensen tegen die op een geheel andere wijze bezig waren: Matthijs Vlaardingerbroek die een christelijke gemeente was begonnen in een volkswijk in Den Haag en Daniel de Wolf die een gemeenschap stichtte in een achterstandswijk in Rotterdam. ,,Bij hen zag ik wat het betekent om kerk en christen in de wijk te zijn. Deel uit te maken van de wijk, en aan te sluiten bij de behoeften die daar leven."
Jansen verdiepte zich ook in de Fresh Expressions in Groot-Brittannië en de emerging church-beweging uit de Verenigde Staten, die beide experimenteerden met nieuwe kerkvormen. Hij was erbij betrokken toen de emerging church-beweging begin 2000 ook overwaaide naar Nederland. ,,Er werd een begin gemaakt van het omploegen van de aarde in christelijk Nederland. Er kwamen mensen op af die interesse hadden om nieuwe vormen van kerk-zijn op te zetten, maar niet wisten hoe ze moesten beginnen. Daar heeft deze beweging een rol in gespeeld. Het motto was: doe het zoveel mogelijk met de gevestigde kerken, maar wacht niet langer, begin met experimenteren."
In de afgelopen tien jaar is de term missionaire gemeente een veelgehoord begrip geworden. In 2012 bestempelde de Protestantse Kerk in Nederland pionieren tot een van haar speerpunten. ,,Na een eerste lichting van pioniers zag je meer initiatieven ontstaan. Naast de PKN zien ook andere kerkverbanden en organisaties missionaire gemeentes niet meer als iets vreemds, maar hebben ook zij dit 'binnengehaald’."
Geen geld
Jansen is blij met de toegenomen aandacht voor pionieren en missionair gemeente-zijn. Wel signaleert hij dat er in het algemeen bij pioniersgemeenten vrij veel geld gaat naar de aanstelling van pioniers. Dat draagt vaak niet bij aan de continuïteit van een nieuw initiatief, ziet hij. ,,Een punt van discussie is hoe snel zo’n nieuwe gemeente zelfstandig is. De PKN ging bij de eerste pioniersplekken uit van een termijn van drie jaar. Al snel was duidelijk dat dat absoluut niet lukte. Ik heb elders gezien dat sommige pioniersplekken weer verdwenen omdat er geen geld meer was voor de aanstelling van de pionier. Een fulltime kracht die de kar trekt is wat mij betreft geen goede ontwikkeling."
Jansens advies is: zorg ervoor dat je met een team verantwoordelijk bent voor een kerkplanting. ,,Eventueel met een parttime betaalde pionier. Juist wanneer je met vrijwilligers werkt, vraag je sneller mensen uit de wijk om mee te helpen, waardoor je doelgroep eerder participeert in de (kerk)gemeenschap."
Bovendien moet je voorkomen dat alleen afgestudeerde theologen in het kerkplantingswerk terecht komen, meent Rick Jansen. ,,Onze ervaring is dat je wel twee jaar nodig hebt om zelf een denkverandering mee te maken. Om niet vanuit je eigen achtergrond in de wijk te werken, maar om echt vanuit de wijk te leren denken. Je moet als het ware je eigen achtergrond vergeten en je helemaal identificeren met de mensen in de wijk. Voor net afgestudeerde theologen, die vooral theoretische scholing hebben gehad, is dat vaak niet gemakkelijk. Het gevaar bestaat dat je toch weer met vieringen begint die te hoog gegrepen zijn, of dat je te veel verwacht van mensen."
Jansen pleit daarom voor een combinatie van theologen en mensen die een baan in de samenleving hebben. Cruciaal is wat hem betreft: wonen in de wijk. ,,Anders ben je geen deel van het geheel, maar een professional die de wijk even binnenkomt, maar ook weer verlaat." 
Geen vreemde
Begin niet zelf met het organiseren van allerlei activiteiten, maar probeer zoveel mogelijk op plekken in de wijk te zijn waar mensen al zijn, adviseert Jansen. ,,Dat scheelt tijd, en het zorgt ervoor dat je op een natuurlijke manier contact krijgt met mensen." Zo werd hij zelf jaren geleden computerdocent in het wijkcentrum in Klarendal. ,,Dat was een bestaande activiteit van een welzijnsorganisatie. Je leert mensen kennen en bent niet meer een vreemde van buitenaf, maar een bekende van binnenuit. Je ontmoet hen. Het gaat over ditjes en datjes, over de dingen uit het dagelijks leven. Van daaruit kom je ook tot diepere gesprekken en raken mensen soms geïnteresseerd om naar Villa Klarendal te komen voor een viering. 
Een valkuil voor elke kerkplanting of pioniersplek is dat die zich na verloop van tijd toch weer meer naar binnen richt. ,,Wij hebben in Villa Klarendal drie speerpunten: de wijk, gemeenschap en leven met God. Geregeld zie je de neiging ontstaan om meer gericht te zijn op gemeenschap en pastoraat, dan op de wijk. Natuurlijk zijn die twee belangrijk, maar je moet niet vergeten dat de wijk net zo belangrijk blijft. Want daar ligt uiteindelijk je missie."

zondag 20 maart 2016

God in Nederland: ervaring met present zijn in de wereld

Ik las vandaag een interview op NieuwWij over het rapport "God in Nederland". Een interessant interview. Een interessant rapport.

Er blijkt in Nederland veel onzekerheid te zijn rondom religie. Daarover zegt de geïnterviewde:
Ik denk niet dat je onzekerheid kunt repareren met een mooie boodschap. Wel kun je mensen laten zien dat jouw traditie, jouw verhalen, heel veel diepgang hebben. Zonder dat je er op uit bent om ze met waarheden te overspoelen. Belangrijker nog is dat kerken gaan doen, present zijn in de wereld. Voordoen heeft meer invloed dan voorschrijven. De pioniersplekken zijn wat dat betreft goed op weg denk ik.

Villa Klarendal bestaat al 10 jaar en kan als zo'n pioniersplek worden gezien die al iets verder op weg is. Midden in de wereld zijn en daar als kerkelijke gemeenschap aanwezig (present) zijn. En nog steeds leren we bij.

Present zijn betekent wat ons betreft: samenwerken met wijkorganisaties. Geen pretenties hebben dat wij het wel even vertellen en doen. Luisteren naar anderen met meer ervaring in de wijk. Ruimte geven aan mensen om ons te leren kennen en met ons te eten. Ruimte geven aan wijkbewoners om alleen met ons te eten en hen niet verplichten om deel te nemen aan onze vieringen. Vieringen die zijn aangepast aan de leef- en denkwereld van wijkbewoners. 

Die ervaringen wil ik graag delen. En heb daar nu ook meer tijd voor. Neem rustig contact op als je er eens iets meer over wilt weten. Ik kom graag iets vertellen. Of laat je graag onze mooie wijk zien!

woensdag 18 maart 2015

Column Friesch Dagblad 75: Bericht uit carnavalvierend Ernem

Hét weekeinde is weer aangebroken. Vier dagen aaneen met elkaar optrekken. Gezellige geluiden en dito muziek. Eindelijk mag je eens gewoon gek doen, zonder dat anderen er raar van opkijken. Juist: het is carnaval. Ook in Arnhem, ook in onze wijk Klarendal.

Onze Limburgse, katholieke burgemeester heeft ervoor gezorgd dat onze stad er sinds vorig jaar een nieuwe traditie bij heeft. Op vrijdagavond wordt de sleutel van de stad overgedragen aan de carnavalsverenigingen. Voor vier dagen is Arnhem Ernem.

Arnhem, op de grens tussen protestants en katholiek Nederland. Begrensd door het katholieke Achterhoek, het protestantse Ede en de grotendeels katholieke dorpen in de Betuwe.

Klarendal is een katholieke enclave in Arnhem-Noord, omdat in de negentiende eeuw Achterhoekse arbeiders massaal in deze nieuwe wijk werden gehuisvest. Dus is carnaval een van de hoogtijdagen in de wijk. Na elf november gonst het van de activiteiten in de carnavalsverenigingen, uitmondend in de vier carnavalsdagen en met name de zondagse optocht met praalwagens waar men al die maanden aan heeft gewerkt.

Het lokale, landelijke en internationale nieuws wordt creatief op de hak genomen. Afgelopen zondag stonden we in het zonnetje te kijken naar al die leuke en mooie creaties. En naar al die mensen die zo grappig waren uitgedost.

Ik hoorde vanuit de boxen op een van de praalwagens 'en ook... voedselbank is van de partij'. Ik had het eerst niet door (concentratie of beginnende doofheid?), maar zag wat afnemers van ons voedselbankuitdeelpunt op de wagen naar mij zwaaien, en begreep dat ze mij op het oog hadden. Ik wuifde iets harder naar de carnavaleske voedselbankafnemers en zij gaven een extra handje snoepgoed voor in de tas van mijn kleinzoon.

We moesten wel even nadenken over dit feest toen we negen jaar geleden met Villa Klarendal naar de centrale optochtstraat verhuisden. Want de meningen in niet-katholiek christelijk Nederland zijn nogal verdeeld over dit feest. Van liberaal ermee omgaan tot er fel tegen zijn, vanwege de nadruk op drank en seks. Wij constateerden dat onze wijkbewoners er vooral veel vreugde aan beleefden. Dus wilden wij die vreugde niet met de botte Bijbelse bijl neerslaan, maar positief benaderen.

Onze oplossing was om de carnavalsvierders tegemoet te treden met warme koffie en thee. Een welkome afwisseling in de vaak koude februarimaand, maar ook een positieve geste aan alle alcoholdrinkers. Het werd positief ontvangen. Vaak een duim omhoog of een ferme Œhug¹ van een ontvanger. Met de verhuizing naar een nieuwe plek is deze traditie verdwenen. We denken nu na over een vorm van aansluiting bij de carnavalstraditie. Een eigen Villa Klarendal carnavalsvereniging, of aansluiten bij de bestaande? We hebben nog tot 11 november om daar eens onze gedachten over te laten gaan.

woensdag 12 november 2014

Column Friesch Dagblad 73: Kom zoals je bent, verbreek het hokjesdenken

Afgelopen zondag werd ik geprikkeld door een uitspraak van iemand die vaak bij de brunch en viering van Villa Klarendal komt. Hij zei tegen me dat hij helemaal niet gelovig is, maar dat hij heel graag bij ons komt. Het is er warm en mensen denken aan elkaar. Die sfeer spreekt hem aan en daarom ziet hij er naar uit om weer te kunnen komen. Het is frappant dat ik die reactie de afgelopen tijd uit diverse monden heb gehoord. Zij zijn zeker niet kerkgaand of kerkminded, maar ze vinden het hier goed toeven en daarom komen ze.

Waardoor komen en blijven mensen bij Villa Klarendal? Dat heeft te maken met de driedeling ‘believe – behave – belong’ (geloven – gedragen - erbij horen). Veel kerken beginnen met de verwachting dat mensen die komen moeten geloven. Van daaruit ga je naar discipelschap (het volgen van Jezus), waarbij je christelijk gedrag aanleert. En dan mag je erbij horen, word je lid. Soms worden de laatste twee omgekeerd, maar het begint meestal bij geloven. ,,Je gaat toch naar de kerk, omdat je gelooft.”

De laatste tijd is er een kentering zichtbaar. Nieuwe kerken zoeken naar wegen om ‘erbij horen’ voorop te zetten. Mensen verlangen naar relaties met anderen. Een groep waarbij ze mogen horen, waar ze thuis zijn. Wij hebben dat in Villa Klarendal geprobeerd, door onderdeel uit te maken van de grotere wijkgemeenschap. De vieringen zijn alleen voor Klarendallers en moeten zo zijn vormgegeven dat het voor hen aansprekend en herkenbaar is.

Ik zie in veel kerken hokjesdenken. Een onbekend persoon komt binnen. De aanwezigen kijken en denken ‘wat is dat voor persoon?’ De bezoeker wordt in een hokje gezet. Wij willen mensen als individu blijven zien. Oog hebben voor de menselijke kant van de persoon. Door respect te hebben voor de mens tegenover ons. De persoon is niet in eerste instantie probleemgeval, verslaafde, psychiatrisch patiënt, zorgmijder, alcoholist, homoseksueel, moslim, new age-aanhanger; of welk ander hokje je ook maar kunt bedenken. Ongeacht zijn of haar achtergrond mag die persoon bij ons komen zoals hij of zij is.

Door deze insteek en houding is Villa Klarendal een mooie mix van mensen geworden. Aan tafel zitten mensen met al deze achtergronden en spreken met elkaar. Ze praten met elkaar, van hart tot hart. Ze krijgen waardering voor de persoon achter de hoofddoek, de verslaving of de seksuele geaardheid. God heeft iedereen gemaakt die bij ons komt. Mensen mogen daarom bij ons komen zoals ze zijn. Wij leren mensen te accepteren. En laten het oordeel over aan een Ander.

vrijdag 12 september 2014

Column Friesch Dagblad 71: een kommervolle zomer

Het was me het zomertje wel! Wie de krant leest weet wel dat het in de zomer doorgaans komkommertijd is. Deze zomer was het ont-kom tijd, een periode vol met kommer.

De wereld leek in brand te staan. Een burgeroorlog in Oekraïne, aangezet door buurland Rusland. Een vliegramp die eigenlijk een terroristische daad was van een van de strijdende partijen, waarschijnlijk de separatisten. De opgelaaide oorlog tussen Israël en Gaza.

De verschrikkingen van ISIS of IS die eerst christenen, daarna yezidi’s en daarna Turkmenen opjoeg en ruw uitmoordde. Dan de luchtaanvallen door Amerika ter ondersteuning van de Koerden om de opmars van ISIS, die inmiddels IS, de Islamitische Staat, had uitgeroepen. En toen nog de onthoofdingen van Amerikaanse journalisten. Te wreed voor woorden. En tussendoor de kleinere rampen en oorlogen die alleen de goede lezer of luisteraar opmerkte. Een burgeroorlog in Libië. Een vliegramp in Zuid-Korea en een in Mali (88 Fransen lieten het leven, niets meer van gehoord).

Wat sta je daar als mens machteloos bij te kijken. De politiek probeert een machtsvol antwoord te geven. We zagen pogingen van de OVSE en de Nederlandse regering om naar de rampplek te komen en daar te werken.

Na een paar weken werd dit weer afgelast door de oplaaiende strijd tussen Oekraïne en separatisten, ondanks herhaalde beloften van Oekraïne om doortocht te geven. We zagen pogingen van Egypte en daarachter VS en EU om Israël en Gaza aan het onderhandelen te krijgen. Sancties van Europa richting Rusland en de NAVO die versterking aan de oostgrenzen zoekt. Amerika die ten lange leste toch maar besluit IS te bombarderen om zo een genocide onder yezidi’s en christenen te voorkomen.

Wat moet je als individu met deze berichten? Je kunt er niets tegen doen. Je vraagt je af of het niet sneller kan. Je hoopt dat de politiek snelle beslissingen neemt. Maar we weten uit het verleden dat snelle beslissingen desastreuze gevolgen hebben, kijk maar naar de reactie op 9/11 die nu nog doordendert.

Vrienden van toen keren zich tegen het Westen als vijand, zoals IS. Vrienden? Daar lijkt het op. Financieel worden ze gesteund door bondgenoten van de VS, Koeweit, Qatar en Saoedi-Arabië. En uit betrouwbare bronnen blijkt dat sleutelfiguren van IS in 2012 in Jordanië zijn getraind door de CIA en Special Forces, zodat ze het regime van Syriës president Assad omver konden werpen.

Wanneer deze berichten bovenop een leven komen dat toch al niet zo florissant is, zoals voor veel mensen in onze wijk, slaat bij sommigen de wanhoop toe. Ze willen ontkomen aan deze kommertijd. In wat voor wereld leven we? Komen de Russen onze kant op? Is mijn buurman misschien jihadist?

In zo’n tijd het geluid van hoop laten weerklinken is lastig. Toch blijven we open voor onze Turkse en Marokkaanse buren. En eten sommigen met ons mee. We bidden samen voor de vrede voor nabestaanden van de slachtoffers in Oekraïne én onder de separatisten, voor Israël én Gaza, voor Syrië en Irak, voor de christenen daar, maar ook voor de yezidi’s, Turkmenen, Koerden én jihadgangers van IS. En voor de vrede dichtbij, in onze eigen wijk en omgeving.

woensdag 14 mei 2014

Column Friesch Dagblad 69: kijk over je eigen muren

”Ik wil graag bij Villa Klarendal meehelpen als vrijwilliger. Kan dat?” Een vraag die we de laatste tijd vaker gesteld krijgen. Hoe gaan wij daarmee om als kerk in de wijk? Aan de hand van enkele voorbeelden zal ik duidelijk maken hoe wij de vraag beantwoorden.

Na een uitvoerig gesprek met een vrouw in haar kerk is ze enthousiast. Ze wil graag iets voor de wijk doen en vindt de werkwijze van Villa Klarendal geweldig. Ze komt een keer naar onze brunch en viering om de sfeer te proeven. Daarna nodig ik haar uit voor een bijeenkomst van de landenkookgroep (ook omdat zij Zimbabwaanse is). Ze komt daar en heeft contact met haar tafelgenoten. Na afloop breng ik haar in contact met de opbouwwerker en met een contactpersoon van het vrouwenwerk in de wijk.

Die contacten zijn hartelijk. Al snel is ze een vaste deelnemer aan het vrouwennetwerk. Onlangs heeft ze samen met andere Afrikaanse vrouwen voor het eerst Zimbabwaans en Ghanees gekookt.

Ander voorbeeld. Een man mailt mij over de mogelijkheden voor vrijwilligerswerk in de wijk. We maken een afspraak. Ik vertel hem welke mogelijkheden er zijn binnen Villa Klarendal. En dat we breder kijken dan alleen binnen onze eigen muren. Tijdens de afspraak komt een coördinator van een andere wijkorganisatie binnen. Ik laat de twee met elkaar kennismaken en ze maken een afspraak. De opleiding van de man in de landbouw matcht met een nieuw plan voor stadstuinbouw in de wijk.


Gewoonlijk, als iemand bij ons komt om als vrijwilliger ingezet te worden, denken we eerst binnen de grenzen van onze eigen organisatie of kerk. Daar komt een persoon het beste tot zijn recht, denken wij. Maar omdat Villa Klarendal zich inzet voor de bloei van de wijk denken wij ook verder; over onze eigen Villamuren heen. Voor ons is het belangrijk dat een vrijwilliger tot zijn recht komt maar ook dat de wijk er iets aan heeft. Daardoor kan het gebeuren dat een potentiële vrijwilliger van Villa Klarendal een plek gaat innemen in de wijk,zonder dat hij iets voor de Villa zelf doet.

Wij willen meehelpen de leefbaarheid van de wijk te bevorderen. Wij willen dat niet verengen tot de muren van de eigen organisatie. Kom bij ons en leer de wijk kennen. Leer de wijk kennen en kom in contact met andere organisaties. Ga met hen samenwerken zodat we over en weer waarderen wat er in de wijk gebeurt. Met Villa Klarendal. Maar ook zonder.

zaterdag 19 april 2014

The Passion - de stille tocht in lijdenstijd

Lovende koppen. Enthousiaste reacties. Een wow-ervaring. Er keken 3,2 miljoen mensen naar. Zet die maar in een kerk!

The Passion heeft weer veel tongen losgemaakt. En evenzovele pennenvruchten opgeleverd. Van allerlei kanten. Verbazing vanuit de seculiere, zeker niet gelovige, media. Hoe kan het dat in een tijd van vergaande secularisering, waarbij religie naar de krochten van de samenleving is weggeduwd, zoveel mensen kijken en meedoen met een moderne passie? 

En vanuit de christelijke media kritiek. Een oppervlakkige vertolking van het diepe evangelie. Zet een stel bekende Nederlanders die over het algemeen niet gelovig zijn bij elkaar. Zoek mooie bekende Nederlandstalige popliedjes bij elkaar. En vermeng dat met het paasverhaal. En iedereen kan er iets uit halen.

De meeste christenen zullen de kritieken in christelijke media tot zich hebben kunnen nemen. Ik heb die uit de seculiere media gehoord. Meest duidelijke reactie was in De Volkskrant een recensent die The Passion zag als een moderne vorm van aflaat voor het gewone volk. De elite gaat in deze tijd naar de Matthäus Passion. Het gewone volk heeft zijn eigen Passion gevonden. Het komt op hetzelfde neer. We geloven niet meer zo. We weten niet wat we met Pasen aan moeten. En komen dan bij oude en nieuwe vormen van beleven, waarbij mensen het gezamenlijke en het massale als mooi beleven. Een event die je toch een keer in je leven moet meemaken. Dus loop je fysiek of virtueel mee.

Ikzelf heb er zo mijn bedenkingen bij. In zowel positieve als negatieve bewoordingen. De eerste Passion heb ik thuis gezien met wat mensen van Villa Klarendal. Na afloop zeiden we tegen elkaar "was dat alles?". De vertelling van het passieverhaal vanaf Gethsemane tot aan kruisiging. En daarna mogen mensen het zelf uitzoeken.
Aan de andere kant spelen EO en RKK goed in op het moderne levensgevoel en op nieuw ontstane rituelen. Wat gebeurt er als er iets heel ergs gebeurt in een stad of dorp? Dan organiseren nabestaanden en betrokkenen een stille tocht om de omgekomene(n) te herdenken. Uitmuntend in een herdenkingsplek op de plek waarop de gebeurtenis heeft plaatsgevonden. In die zin komen de uitzendgemachtigden dichtbij dat gevoel. Jezus stierf en wij willen uitdrukking geven aan ons gevoel daarover. Met het symbool dat daarin centraal staat, het kruis, als middelpunt.

Ik zie The Passion dan ook niet als middel om mensen de boodschap van het lijden en sterven van Jezus te verkondigen. Maar veeleer als een culturele uitdrukking van het geloof dat ons land eeuwenlang heeft verbonden. We voelen ons betrokken in de gezamenlijke treurnis over de gebeurtenis van zo lang geleden. En ieder heeft weer een eigen invulling. De een herdenkt het mooie verhaal als een symbool voor hedendaagse mensen. De ander ziet het als kern voor zijn persoonlijk beleefde geloof waaraan hij in grotere kring uitdrukking wil geven.

The Passion kan een aanleiding zijn voor mensen om eens dieper in te gaan op de boodschap van het evangelie. Een soort kerkdeur die je opent, waarna je de kerk of kerkdienst inkomt en ineens geraakt kunt worden door de boodschap die daarin gebracht wordt. De kerkdeur is hier de knop op de afstandsbediening. Geen zwaar houten deur met orgelklanken van ver vervlogen eeuwen. Maar een open programma met herkenbare riten en muziek die we direct kunnen meeneuriën en in de meeste gevallen kunnen meezingen.

"Een muziekfestival op het plein" vergeleek de recensent. Ik zou eerder zeggen een uiting van het geloof in die specifieke vorm. Zodat het geloof niet ver is weggestopt in voor ons vreemde beelden. Maar direct bij ons binnenkomt in beeld, geluid, muziek en gevoel.

Op dezelfde avond kreeg ik via Facebook een persoonlijk bericht van een bekende in de wijk of zij een bijbel van mij kon lenen. Zij wilde die eens lezen. Was er nieuwsgierig naar. Ik heb er niet naar gevraagd. Maar ik zou me niet verbazen als die nieuwsgierigheid is gewekt door The Passion. En zo komen het onpersoonlijke mediaspektakel en het ons-kent-ons in de wijk ineens in het verlengde van elkaar te liggen.

dinsdag 11 maart 2014

Column Friesch Dagblad 67: Komen zoals je bent

'We mogen weer gaan stemmen.’ ‘Politiek, het is allemaal helemaal niets! We hebben een slechte regering!’ ‘Ik weet niet wat ik moet stemmen.’

Een paar uitspraken tijdens de brunch bij Villa Klarendal zondag. En echt: ik had het niet aangezwengeld. Aan mijn tafel ging het gesprek er ook over. Over de moeite en last van de politiek. En van de onduidelijkheid over wat te kiezen. De een weet het echt niet meer. De ander vindt de regering helemaal niets. Als ik hem vraag wat hij landelijk heeft gestemd, antwoordt hij ‘PvdA’. Waarop ik antwoord dat hij het dus aan zichzelf heeft te danken, deze regering. Het gesprek gaat verder. Is het echt zo dat hij de regering te danken heeft aan zijn stem? Hij had op de PvdA gestemd vanwege de mooie linkse beloften.

Kan hij er wat aan doen dat die partij het na de verkiezingen over een andere boeg gooide door in zee te gaan met de partij die tijdens de campagne nog de grootste tegenstander was? ,,Dan doe ik maar niets en stem ik niet meer”, reageert weer een ander. Maar ja, is dat een oplossing? Dan heb je zelf helemaal niets ingebracht en laat je de regering helemaal over aan wie wel de moeite heeft genomen te stemmen.

'Wat stem jij dan op 19 maart?', is een logische vervolgvraag aan mij, als ik kritisch al deze bekende stemmen pareer. Tja, nu moet ik met de billen bloot. Maar gelukkig heb ik een objectief gegeven. De dame op wie ik heb gestemd, van de partij die met een C begint, is door de lokale krant uitgeroepen tot het beste gemeenteraadslid van de stad. Daarom stem ik op kwaliteit.

‘Je mag komen zoals je bent’, is onze Villa Klarendal-cultuurleus. Maar tot hoever gaat dat? In een van de activiteiten komen we wekelijks in contact met een dame die zich actief verkiesbaar heeft gesteld voor de Gelderse Centrumdemocraten. Ik ben het niet eens met de standpunten van deze partij en persoon. Maar met de mens achter de te verkiezen politicus wil ik contact hebben. Daarom gaat de politiek over tafel. Want dat hoort bij het leven van alledag. In dat leven moeten mensen allerlei keuzes maken. En ik vind het geweldig als mensen de moeite van die keuze zo open op tafel leggen. Mensen durven inderdaad zichzelf te zijn.

Een gebedsverzoek van een bezoeker tijdens de viering bevestigt dat. Hij zal de gemeenteraad komende maandag toespreken. Ik bid voor hem, terwijl ik niet weet of ik zijn standpunt ondersteun.

zaterdag 7 september 2013

De betuttelende kerk of de kerk die ruimte biedt

Net gelezen in het Reformatorisch Dagblad, met dank aan Johan ter Beek voor de tip...

Onkerkelijken VS: Kerk is betuttelend


VENTURA. Amerikanen keren zich tegen de kerk omdat zij zich vaak door christenen betutteld voelen. Dat blijkt uit een deze week verschenen rapport gebaseerd op een langjarig onderzoek onder onkerkelijken, dat het instituut Barna samen met Lifeway uitvoerde.

  Van de niet-kerkelijk gebonden Amerikanen, de zogenoemde ”nones”, zegt 87 procent dat ze een afkeer hebben van kerken omdat deze snel een afkeurend oordeel vellen over hun gedrag, uiterlijk of standpunten. „De kerk heeft de reputatie op te treden als een rechter over andersdenkenden. Dat imago heeft zich inmiddels bij veel onkerkelijken bijna onwrikbaar vastgezet”, concludeert Thom Schulz, een van de leiders van het onderzoek.

Met deze afkeer van betutteling hangen ook de bezwaren tegen de vorm van communicatie tussen kerkelijken en niet-kerkelijken samen. Veel nones zeggen geen behoefte te hebben aan een preek waarin hun verteld wordt hoe zij zich op grond van de Bijbel moeten gedragen. Zij zitten vol met vragen en willen die kunnen stellen. Schulz: „Kerkdiensten zijn volgens hen te veel eenrichtingverkeer. De dominee spreekt, de kerkgangers moeten luisteren. Tegenspraak is niet mogelijk. Dat roept kennelijk verzet op.”

Ruim 85 procent van de onkerkelijken noemt de christenen „een verzameling hypocrieten.” Daarbij gaat het dan niet zozeer om het verschil in gedrag op zondag en door de week. Wat de nones vooral steekt is dat voorgangers en kerkmensen suggereren op alle levensvragen een helder antwoord te hebben „terwijl ze bol staan van de twijfel.”

Vierde reden voor onkerkelijkheid is dat het geloof in God en de Bijbel voor de nones niet relevant zijn voor hun leven. „Er is bij velen een hunkering naar een god die voor hen zorgt en liefdevol voor hen is. Overigens constateren de onderzoekers dat deze hunkering ook bij kerkelijken voorkomt. Slechts 44 procent van de kerkgangers zegt met regelmaat de nabijheid en bemoeienis van God in hun leven te ervaren.
___________________________________

Waarom spreekt mij dit nou zo aan? Omdat dit vaak is wat ook wij terughoren van mensen in onze wijk. Wij zullen ze niet in een hokje "non" zetten, maar ze zijn het vaak wel.

Zonder gelijk te zeggen dat wij de oplossing hebben, want dat is wel erg aanmatigend, willen wij met Villa Klarendal wijkbewoners de ruimte geven om God en christenen op een andere manier te leren kennen. Zonder de uitkomsten van bovenstaand onderzoek te kennen, hebben we geprobeerd met een aantal kenmerken dit soort, vaak helaas terechte, vooroordelen weg te nemen.

Het gaat veel nones erom dat christenen met een oordeel klaar staan over hun levenswijze, zonder dat ze een persoonlijke relatie hebben opgebouwd. Wij hebben ervoor gekozen om mensen van harte uit te nodigen voor onze activiteiten vanuit de grondhouding "je mag komen zoals je nu bent". We willen geen oordeel vellen over hun levensstijl. We willen in relatie met mensen komen. Ze leren kennen en waarderen. We beseffen dat er maar Een is die een echt oordeel kan vellen over hun èn mijn levensstijl. Laat Hem dat dan ook maar doen en laat ons als zijn ambassadeurs mensen van harte welkom heten in de kring.

Omdat veel mensen met vragen zitten, hebben we ervoor gekozen onze preken ("praatjes", want maar maximaal 10 minuten lang) zo interactief mogelijk te laten zijn. Er is ruimte voor gesprek, vragen of (on)zinvolle opmerkingen. Daardoor ontstaat ook op het niveau van de preek een relatie van hart tot hart waarin mensen hun hart kunnen luchten. Op het gevaar af dat de 10-minuten praatjes worden uitgerekt tot 30 minuten.

We willen zo eerlijk mogelijk met mensen omgaan. Dat lukt niet altijd. Maar ik heb wel zondagen gehad, waarin ik tegen andere bezoekers vertelde dat ik even een baaldag had, dus dat ze me even met rust moesten laten. Daarmee leren mensen ons niet alleen met ons vrome, opgepoetste smoelwerk kennen, maar is er ook ruimte om onze achterkant te leren kennen. We willen een dusdanige relatie met mensen op te bouwen dat ze ook iets kunnen zien achter de mens die wij zijn met al onze christelijkheid daardoorheen geweven.

Een belangrijk onderdeel in onze vieringen is de gebedstijd. We vragen mensen persoonlijk te vertellen waarvoor we kunnen bidden. Dat doen de meesten. Dat nemen we ook serieus. Soms gaat het over zware onderwerpen als levensbedreigende ziekte, de noodzaak te verhuizen of geboortes en overlijdens in de eigen omgeving. Soms over schijnbaar minder belangrijke dingen als het examen van de komende week, het hondje dat ziek is, of die ene vaste relatie waar ze zo naar hunkeren. Maar elke gebedsvraag nemen we serieus. Door er samen voor te bidden, laten wij zien dat wij erbij betrokken zijn, maar nog belangrijker: dat God erbij betrokken is. En... God verhoort de gebeden. Van de gelovigen. Maar ook van de "on"gelovigen, niet zo gelovigen of anders gelovigen. De moslimvrouw, de Antilliaanse, net tot bewuster geloof gekomen, gelovige en de verstokt katholieke maar in zijn hart zeer gelovige kregen heel snel een ander huis. De verslaafde niet-gelovige ervoer ondersteuning en kracht bij zijn afkickperiode (ook al viel hij snel daarna weer terug in een verslaving aan een ander product). En wij zagen onszelf niet als meer dan de ander, dus deelden in de gebedstijd door onze pijn en moeite te delen en daarvoor te laten bidden.

Dat bidden gaf ook ruimte aan een ander aspect. Want wekelijks werd gebeden voor bepaalde noden die niet werden verhoord, of althans: voor het oog nog niet. Moet je dan maar stoppen met bidden? Of gewoon ermee doorgaan? Af en toe vertelden we erbij dat dit nu de zoveelste keer was dat we ervoor baden. Dat we in bidden ons vertrouwen uitspreken dat God het hoort en verhoort. Maar dat wij als mensen niet Gods gedachten kunnen zien of raden. Dus dat het ook voor ons een raadsel is waarom het ene gebed al na een week wordt verhoord en het andere na een jaar nog steeds niet. Dat dit "we weten het niet" hoort bij ons leven. En dat ook wij daarmee worden geconfronteerd. En dat we het "we weten het niet" dat menselijkerwijs wordt tot "we begrijpen het niet" terug mogen leggen bij de liefdevolle God.

Geloven en leven met gelovige, niet-zo gelovige, niet-gelovige en andersgelovige buren is en blijft kortom een zoektocht waarin wij voor de mensen die wij nu zijn tegengekomen een, ongetwijfeld gebrekkig, antwoord op hebben gevonden dat voor nu werkbaar is. Zo zal ieder ander in zijn eigen buurt of sociale omgeving, met zijn eigen gaven, talenten en gebreken en met die van de mensen met wie hij werkt moeten proberen een antwoord te geven op de oproep van Jezus om zout en licht te zijn in deze wereld.

maandag 17 juni 2013

Jeugdkamp Klarendal: een update

Woensdag kreeg ik een telefoontje van de manager van Albert Heijn in Klarendal. Of we wat overgebleven spullen die zij niet meer konden verkopen konden ophalen. Om weg te geven aan mensen in de wijk.

Zaterdag stonden we bij de Albert Heijn. Er stonden tien kratten vol met spullen klaar. Frisdrank, repen snoepgoed van het kaliber Mars en Bounty, WC-papier. Dat laadden we over in onze auto.

Van het een komt het ander. Het krantenbericht van zaterdag zorgde ervoor dat we een dooschuifactie konden organiseren. De auto volgeladen met de inhoud van tien kratten werd zondag vroeg voorgereden bij het wijkcentrum en daar uitgeladen. Tegelijkertijd kwamen mensen van het Jeugdkamp Klarendal om de inhoud weer over te laden naar hun auto. Het lekkers, de frisdrank en het noodzakelijke papier om de restanten van het lekkers uiteindelijk mee af te vegen werden overgedragen aan het jeugdkamp.

Waardoor zij weer minder kosten hebben aan inkopen en dat geld kunnen gebruiken voor leuke uitjes en extra's.

Kijk, dat is ook missionair werk. Gewoon meedenken en -werken in de wijk. En doorgeven wat wij ook weer gekregen hebben.

zaterdag 18 mei 2013

De randen van de kerk

Vanmorgen las ik in het Nederlands Dagblad het vervolg op een discussie die al sinds donderdag plaatsvindt over "De randloze kerk". Dit naar aanleiding van een artikel van Harmen van Wijnen in Idea, het blad van de EA.

Veel mensen in de kerk denken namelijk in kaders van binnen of buiten de kerk. En wie daar tussenvalt is de "randkerkelijke", degene die zich bevindt aan de randen van de kerk en veel vaker daar al overheen is gestapt.

Ik vind dit een heel interessante vraag, omdat wij ons met Villa Klarendal aan of over de randen van de kerk begeven in een poging naast mensen te staan die niets meer met de kerk te maken (willen) hebben.

"De randen van de kerk". In de artikelen die ik vandaag las, ging het vooral over de noodzaak van het benoemen en maken van randen van de kerk. Zonder die randen is er geen kerk, las ik. "Een randloze kerk loopt het gevaar om alles kerk te noemen" aldus een van de koppen. Dit raakt allerlei vraagstukken. Wanneer is een kerk een kerk? Hoe staat een kerk in de samenleving? Met welke blik kijken wij naar kerk en samenleving?

Het meest opvallende vind ik, dat de schrijvers kerk definiëren langs organisatorische lijnen. Een keuze voor Jezus is niet vrijblijvend, aldus Peter Kos, voorganger van Bapistengemeente De Rank in Utrecht. Een keuze voor het lichaam van Christus een gelovige neemt vertaalt hij in "het bezoeken van de bijeenkomsten, het lidmaatschap van een huiskring en het vervullen van tenminste één taak".  Een andere geïnterviewde, Hans Maat van het Evangelisch Werkverband, vraagt zich af hoe vloeibaar de geloofsgemeenschap mag zijn. Want de bijbel spreekt over "burgers van het koninkrijk der hemelen, die vreemdelingen en gasten op aarde zijn, die vanuit de duisternis zijn overgegaan in het licht."

Hoe is dat nu als je jezelf als kerkplanter begeeft midden in de wereld? Wij hebben er voor gekozen midden in de wijksamenleving te staan. Wij begeven ons in het wijkcentrum, helpen mee met activiteiten die door anderen worden georganiseerd, denken mee over verbeteringen in de wijk en proberen daar zelf actief in deel te nemen. We komen mensen tegen die geïnteresseerd zijn in het geloof. Met hen trekken wij op een ander niveau op. Met hen gaan we naar een viering. Hebben we regelmatig geloofsgesprekken. En denken na over de plek die het geloof in het leven van mensen, maar ook in de wijk mag innemen.

Wij zijn een tijd bezig geweest met toewerken naar lidmaatschap. Jezelf toewijden aan de Heer en daarmee ook aan het werk van Villa Klarendal. Dat bleek voor iedereen een brug te ver. Wekelijks kwamen mensen naar de viering. Samen spraken ze over het geloof en de uitwerking daarvan in het eigen leven. Samen waren ze bereid zich in te zetten. Maar om nu lid te worden???

Ik vraag me inmiddels af of het nodig is. Hebben we een formeel lidmaatschap nodig om te bereiken wat eigenlijk al was gebeurd? Vanuit de wijksamenleving trekken we op met mensen. Daarin maken we geen onderscheid tussen gelovig, ongelovig, randkerkelijk of andersgelovig. Want voor ons is iedereen even belangrijk. In die contacten zijn een aantal mensen voortgekomen die meer over het geloof wilden weten. En daarmee zijn we nog meer gaan optrekken. Zo is de christelijke wijkgemeenschap Villa Klarendal ontstaan. Een gemengd gezelschap van gelovigen, nog-niet-zo gelovigen en zelfs een aantal ongelovigen die zich aangetrokken voelen tot de combinatie geloof en werken die we hebben uitgeleefd. Daarbinnen functioneert het lichaam van Christus zichtbaar als organisch geheel. Mensen zorgen voor elkaar, helpen elkaar, bidden voor elkaar. En tegelijkertijd is de scheiding tussen gelovige en ongelovige zo klein dat er ook andere, die bijbels gezien niet tot het Lichaam behoort, binnen onze gemeenschap de noodzakelijke hulp en aandacht krijgt.

Da

Column Friesch Dagblad 57: afscheid van Villa Klarendal en ook weer niet

In september 2004 kregen we goedkeuring van het bestuur van Youth for Christ om in Klarendal van start te gaan met een nieuw wijkproject. Met verve gingen we aan de slag. Samen bidden. Met onze dochters een bijbelmeidenclub starten. Het werk stagneerde, omdat we geen gebouw hadden. We deden wel veel, maar we hadden geen plek om vanuit te kunnen werken. En dat vonden we toch wel belangrijk.Groot was dan ook onze vreugde toen we in juni 2005 te horen kregen dat we een gebouw aan de Klarendalseweg konden huren. Nu konden we echt van start gaan. Oktober 2005 was Villa Klarendal een feit. We begonnen met een kleine huiskamer, een kleine bijzaal en een kantoortje.

Daar werden wekelijks onze brunch en viering gehouden. Samen eten aan vier, later vijf, nog later zes tafels. En aan het einde van de maaltijd de tafels aan de kant schuiven en de stoelen in een kring zetten voor de viering. En prachtige plek. Een warm bad om te zijn. Ook voor het team van Youth for Christ dat er vier dagen per week aanwezig was.

Van daaruit werd gevoetbald, werden naschoolse activiteiten gehouden. En binnen werden meidenclubs, een eetclub, koffieochtenden, Bijbelstudies, gebedsavonden en teamavonden gehouden.

Alles ging zo mooi dat we voor onze brunch en viering moesten uitwijken. We konden wat zalen in het wijkcentrum huren. En vrijwel gelijktijdig werd de christelijke wijkgemeenschap met dezelfde naam van de grond getild.

De parttime medewerkers van Youth for Christ maakten plaats voor de vele vrijwilligers van de wijkgemeenschap. Die konden het vele werk van de werkers niet overnemen. Maar de kern van het werk ging wel door. Mensen in de wijk werden geholpen en namen zondags deel aan de maaltijdvieringen.

Het was een moeilijke afweging. Een duur gebouw met die geschiedenis aanhouden voor het gebruik van twee of drie dagdelen? Met veel pijn in het hart werd afgelopen maand afscheid genomen van het pandje van Villa Klarendal, dat precies zeven jaar en zeven maanden had dienstgedaan.

De vraag kwam veel langs. Hebben we wel een gebouw nodig? Standaard is het antwoord bevestigend. Want hoe kun je anders werken en vieren? Terwijl we momenteel gebruik maken van twee gebouwen en een huiskamer, blijft het voor ons een vraag. De kerk, dat zijn de mensen. Waar wij zijn, daar is Villa Klarendal. Waar wij komen, ervaren mensen iets van wie wij zijn en wat we bedoelen.

Dat neemt niet weg dat we uitzien naar een eigen plek waar we weer al onze activiteiten kunnen doen. Waar dat is, weten we op dit moment niet. We voelen ons als Abraham. We zijn uit ons kerkelijk thuisland weggetrokken naar ons Haran aan de Klarendalseweg. Zonder te weten waar we naar toe moeten, laten we dat weer achter, op weg naar het nieuwe gebouw van melk en honing. Onze beloofde villa die wij nu nog niet kennen.

zaterdag 17 november 2012

Onderscheiden christenen zich in onze samenleving (2)

Wat zou het mooi zijn als kerk en maatschappij meer worden gezien als een eenheid. Als het jaarlijkse gebed voor de gemeentewerkers zich niet alleen beperkt tot oudsten, zondagschoolwerkers of kosters, maar ook voor gemeenteleden die belangrijk werk doen in de samenleving, zoals in de politiek, bij de overheid, in de zorg, in het bedrijfsleven. In hoeverre wordt in die kringen in gebedsbijeenkomsten gebeden voor de problemen die mensen op deze plekken tegenkomen? En in hoeverre is er in het pastoraat en op bijbelstudiekringen aandacht voor een christelijke doordenking van vragen die gemeenteleden tegenkomen in hun werk van alledag?

Ik pleit dus voor christenen die meer zichtbaar worden. Die leven en leer met elkaar in relatie brengen, zodat anderen in de samenleving dat ervaren. Het zal nog wel een tijd duren, maar ik heb hoop dat de evangelische/charismatische evenzoveel aandacht krijgen voor de problemen en vragen in de samenleving als de grote, van oorsprong vrijzinnige kerken, oog krijgen voor de noodzaak van leer in de kerk.

Onderscheiden christenen zich in onze samenleving?

Vanavond op TV bij Andries Knevel. Ik vind het zelf een interessant onderwerp, waar ik al veel met mensen over heb gesproken.

Mijn eerste reactie op deze vraag is ontkennend. Kijk ik om me heen, in onze wijk, dan zie ik maar weinig christenen die zich onderscheiden. Je moet ze zoeken met een vergrootglas. Stedelijk kom ik wel een paar christenen tegen die zich onderscheiden. In de politiek en in organisaties. Maar ze zijn eigenlijk maar op een of hooguit twee handen te tellen.

Kijk je dan landelijk, dan is ook daar de "invloed" laat staan "macht" van christenen nauwelijks zichtbaar. Ik heb het dan niet over oude manieren van leven waarin christenen samenliepen met machthebbers en het hele leven bepaalden. Maar over mensen die opinieleiders zijn of invloedrijk.

Vandaag is de top 200 van invloedrijke mensen in ons land verschenen. Lees ik die lijst door, dan is ook daar slechts een handvol mensen te vinden waarvan bekend is dat zij zich onderscheiden als mensen die uitkomen voor hun christelijk geloof. Dat geldt ook voor de mensen die in diezelfde krant worden benoemd als invloedrijke opinieleiders.

Hoe komt dat nu, dat christenen zich maar zo moeilijk onderscheiden in onze samenleving. Ik zie een aantal redenen.

Volksaard
De Nederlandse volksaard kenmerkt zich door de uitspraak "doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg". Wie zijn hoofd boven het maaiveld uitsteekt wordt gewantrouwd. Christenen doen daar onbewust aan mee. Christenen die veelvuldig op tv verschijnen of verder willen reiken dan wat "gewoon" is in hun kerkelijke gemeente, worden gewantrouwd. Loop maar liever mee in het gewone gemeenteleven.

Scheiding kerk en wereld
Met name in evangelische en charismatische/pinkster kringen is lange tijd een wereldmijding gepredikt. Politiek was "heulen met de vijand" of "compromissen sluiten met de duivel". Zelfs stemmen was in een deel van die christelijke groep not done. Of het moest zijn dat je stemde op een "getuigenispartij" die niet echt serieus werd genomen in de "grote" politiek.
Kerk was in die kringen de basis van het leven. Er werd heel duaal gedacht over het leven in de wereld. Daardoor trokken christenen zich terug in hun vertrouwde gemeente en kwamen daar alleen uit om de wereld in te trekken met de boodschap van het evangelie, verkondigd vanaf een zeepkist of met liedjes zingende gelovigen.
Een gemiddeld duaal denkende groep zal zich niet zo snel willen inlaten met nadenken over jezelf onderscheiden in deze samenleving. De enige vorm van onderscheiding is die van het preken tegen de ander. Dat dergelijke vormen van communicatie weinig effect hebben en zelfs een antireactie teweeg brengt, hebben we de afgelopen weken gezien in de media.

Vorige week sprak in met een christen die net zoals ik lid is van de vereniging van pinkstergemeenten en die vanuit dat geloof gemeenteraadslid is geworden. Een prachtig mens die zich wel onderscheidt. Maar vreemd genoeg krijgt zij geen voet aan de grond bij de voorganger van haar pinkstergemeente. Want "wij moeten kerk en staat gescheiden houden". Kerk en leven zijn in de gedachten van deze voorganger blijkbaar gescheiden. Deze seculiere gedachten kom ik veel tegen in deze kringen. Met als gevolg dat gemeenteleden weer vertrekken, omdat ze geen preken horen die aansluiten op het dagelijks leven. En dat de rest genoegen neemt met leerstellige preken die van belang zijn, maar ver weg staan van het leven van alledag.

Wat zou het mooi zijn als kerk en maatschappij meer worden gezien als een eenheid. Als het jaarlijkse gebed voor de gemeentewerkers zich niet alleen beperkt tot oudsten, zondagschoolwerkers of kosters, maar