We kijken met zijn allen met grote ogen naar het huis in Den Haag. Zes onderhandelaars spreken samen over bezuinigingen en hervormingen en spreken zelfs met een gedoogde gedoger om het beleid er doorheen te krijgen.
Wat gaat het worden daar in Den Haag? We weten het niet, maar als we de geruchten horen wordt het weer een grote bezuinigingsslag aan de onderkant van de samenleving.
Deze regering lijkt maar een motto te hebben. Dat is 'eigen verantwoordelijkheid eerst'. We zijn als burgers allereerst zelf verantwoordelijk voor ons leven. Of het nu gaat om sociale zekerheid, zorg, werkgelegenheid of welzijnswerk, je bent er vooral zelf verantwoordelijk voor.
Er valt wat voor te zeggen. Ik zie de mensen om ons heen die het jaren in de pamperverzorgingsstaat lekker warm hebben gehad. Ze spreken me aan. Of ik werk weet voor ze. O ja, ga schoonmaken of brieven rondbrengen. Hoeveel levert dat dan op? Als ik het uurloon noem, zie ik ze rekenen. Antwoord: daar doe ik het niet voor. Dat is evenveel als de uitkering. Dat klopt. Maar als je werkt, ben je veel waardiger. Je werkt voor je eten en houdt niet het handje op.
Maar er zijn ook mensen die het niet kunnen. Die niet in staat zijn eigen verantwoordelijkheid te nemen voor hun leven. Waarom niet? Omdat ze de kennis missen die daarvoor nodig is. Die niet weten welke instanties er zijn. Ik ben ze soms met de handen in het haar tegengekomen. Wat moet ik nu? Ik verwees ze naar een instantie waar ze direct geholpen werden. En blij dat ze waren! En dat regelden ze zelf.
Er zijn mensen die de kracht missen om hun leven zelf ter hand te nemen. Ze hebben te lang aan de kant gestaan. Hebben om wat voor reden dan ook een achterstand op de arbeidsmarkt. Ze willen wel, maar kunnen niet. En dan zegt de samenleving: doe het maar. Lekker makkelijk.
Mijn oplossing? Mensen helpen hun kracht te vinden. Om het maar in echt Nederlands te zeggen 'hen empoweren'. Naast ze staan en hen helpen zelf kracht te vinden hun leven op poten te zetten. Door hun talenten te ontdekken.
Christenen zullen snel reageren met 'ja, maar je mag geen dingen uit eigen kracht doen'. Dat klopt. Maar dat gaat over ons leven met God. In ons geestelijke leven roept Hij ons op van Hem afhankelijk te zijn. Door de Geest worden 'empowered'. Maar maatschappelijk hebben we wel degelijk de opdracht ons leven op te pakken. Te werken in het zweet des aanschijns.
Ik wil er aan werken krachtige mensen te zien ontstaan die hun zwakheid achter zich laten en waardig door het leven te gaan. En zie dat als een opdracht van God.
Blog van Rick Jansen over leven en werken als kerkelijk pionier in een achterstandswijk
Posts tonen met het label empowerment. Alle posts tonen
Posts tonen met het label empowerment. Alle posts tonen
dinsdag 17 april 2012
dinsdag 6 januari 2009
Empowerment en het volgen van Jezus
Dat wij mensen in onze wijk tegenkomen die door onze houding kracht krijgen om hun leven op te pakken, is prachtig. Waarschijnlijk worden ze ook nog eens extra aangetrokken door het licht dat straalt.
Mijn verlangen is echter dat mensen de Man achter ons leren kennen. Dat hun leven nog een dimensie extra wordt verdiept. Het leven van alledag is belangrijk. Dat leven wil ik niet tegenover het leven met God stellen. Een leven met God doorspekt als het goed is het leven van alledag. Mijn doel in onze wijk is niet om mensen alleen maar bij God te brengen. Mijn doel is dat mensen alle aspecten van het leven met God gaan zien door ons heen. Dat is niet alleen maar bidden, bijbel lezen, kennis hebben van de waarheid van de bijbel, of alle theologische waarheden kunnen opdreunen.
Het betekent ook dat mensen zien dat een christen een ander leven heeft, terwijl hij het leven zelf niet afwijst. Ik verlang er niet naar mij uit het leven terug te trekken in mijn eigen kleine hoekje, maar er midden tussenin te staan.
Geloven is een levensstijl. Een leven dat in al zijn aspecten is doorspekt met de relatie en het geloof in God. Christen zijn in de wijk kan mensen helpen om te verlangen ook zo'n leven te gaan leiden. We nemen ze mee op pad, helpen ze in hun leven en ondersteunen ze waar dat mogelijk is. Het volgen van Jezus begint dan ook niet op het moment dat zij een keuze voor Jezus hebben gemaakt, maar op het moment dat ze ons leren kennen en verlangen om daar meer van af te weten.
Daardoor kan het gebeuren dat mensen in het samen volgen van Jezus krachtiger worden. Wellicht in eerste instantie niet doordat ze daadwerkelijk Jezus volgen, maar doordat ze een volgeling van Jezus volgen. Die volgeling stimuleert ze, ondersteunt ze en helpt ze in hun leven. Daardoor worden ze bekrachtigd om hun eigen leven op te pakken. In de groei naar een relatie ontstaat dan langzaam maar zeker een verlangen om meer te weten en te leren van "de leraar van de leraar". Dan willen mensen direct van Jezus leren en worden van een volgeling van de volgeling, een volgeling van de Meester zelf. In de relatie met die Meester worden mensen nog meer krachtig, doordat ze niet met een schepsel te maken hebben die hen bemoedigt, maar met de Maker die hen zelf vertelt dat Hij ze een waardig schepsel vindt die Hij van zoveel waarde vond, dat Hij ze eigenhandig op deze wereld boetseerde.
Veel christenen maken een tegenstelling tussen de relatie met God en de relatie met vrienden van God. Volgens mij is die tegenstelling onnatuurlijk. Ook door de relatie die mensen hebben met een vriend van God, kunnen ze al kracht ontvangen. In de relatie met God zelf (die voor iedereen weer anders is!) vinden mensen echter een nieuwe dimensie die een slag dieper gaat. Daarom accepteer ik dat mensen de eerste periode veel met mij omgaan en, zo je wilt, mij volgen. Maar ik verlang er wel naar dat ze hun Maker zelf leren kennen. Zodat ze die diepere dimensie leren kennen en daardoor empowered worden. Een Geestvervuld leven betekent een empowering in je leven waar je "U" tegen zegt. Dat leven biedt kracht om anderen te bekrachtigen en te stimuleren die Geest niet uit de tweede hand, maar uit de eerste hand te leren kennen.
Mijn verlangen is echter dat mensen de Man achter ons leren kennen. Dat hun leven nog een dimensie extra wordt verdiept. Het leven van alledag is belangrijk. Dat leven wil ik niet tegenover het leven met God stellen. Een leven met God doorspekt als het goed is het leven van alledag. Mijn doel in onze wijk is niet om mensen alleen maar bij God te brengen. Mijn doel is dat mensen alle aspecten van het leven met God gaan zien door ons heen. Dat is niet alleen maar bidden, bijbel lezen, kennis hebben van de waarheid van de bijbel, of alle theologische waarheden kunnen opdreunen.
Het betekent ook dat mensen zien dat een christen een ander leven heeft, terwijl hij het leven zelf niet afwijst. Ik verlang er niet naar mij uit het leven terug te trekken in mijn eigen kleine hoekje, maar er midden tussenin te staan.
Geloven is een levensstijl. Een leven dat in al zijn aspecten is doorspekt met de relatie en het geloof in God. Christen zijn in de wijk kan mensen helpen om te verlangen ook zo'n leven te gaan leiden. We nemen ze mee op pad, helpen ze in hun leven en ondersteunen ze waar dat mogelijk is. Het volgen van Jezus begint dan ook niet op het moment dat zij een keuze voor Jezus hebben gemaakt, maar op het moment dat ze ons leren kennen en verlangen om daar meer van af te weten.
Daardoor kan het gebeuren dat mensen in het samen volgen van Jezus krachtiger worden. Wellicht in eerste instantie niet doordat ze daadwerkelijk Jezus volgen, maar doordat ze een volgeling van Jezus volgen. Die volgeling stimuleert ze, ondersteunt ze en helpt ze in hun leven. Daardoor worden ze bekrachtigd om hun eigen leven op te pakken. In de groei naar een relatie ontstaat dan langzaam maar zeker een verlangen om meer te weten en te leren van "de leraar van de leraar". Dan willen mensen direct van Jezus leren en worden van een volgeling van de volgeling, een volgeling van de Meester zelf. In de relatie met die Meester worden mensen nog meer krachtig, doordat ze niet met een schepsel te maken hebben die hen bemoedigt, maar met de Maker die hen zelf vertelt dat Hij ze een waardig schepsel vindt die Hij van zoveel waarde vond, dat Hij ze eigenhandig op deze wereld boetseerde.
Veel christenen maken een tegenstelling tussen de relatie met God en de relatie met vrienden van God. Volgens mij is die tegenstelling onnatuurlijk. Ook door de relatie die mensen hebben met een vriend van God, kunnen ze al kracht ontvangen. In de relatie met God zelf (die voor iedereen weer anders is!) vinden mensen echter een nieuwe dimensie die een slag dieper gaat. Daarom accepteer ik dat mensen de eerste periode veel met mij omgaan en, zo je wilt, mij volgen. Maar ik verlang er wel naar dat ze hun Maker zelf leren kennen. Zodat ze die diepere dimensie leren kennen en daardoor empowered worden. Een Geestvervuld leven betekent een empowering in je leven waar je "U" tegen zegt. Dat leven biedt kracht om anderen te bekrachtigen en te stimuleren die Geest niet uit de tweede hand, maar uit de eerste hand te leren kennen.
Empowerment: de praktijk tot nu toe
Vanuit de theorie die ik de vorige posts heb beschreven naar de praktijk van alledag. Ik verlang in ons werk mensen dusdanig te bekrachtigen dat zij zelf hun leven kunnen oppakken. Van daaruit kunnen ze ook gezamenlijk leren om iets voor hun eigen omgeving te betekenen.
Wij hebben tot nu toe geen bewuste strategie daarvoor opgezet, maar mensen "organisch" ondersteund zonder dat we er erg in hadden. Door hun reacties begon me iets te dagen en werd ik mij bewust van het belang van "empowerment".
Een buurvrouw vertelde dat haar leven bestond uit werken-boodschappen doen-thuis zijn. Op straat sprak ze niemand aan. Als we haar tegenkwamen, keek ze alleen maar naar de grond. Ze durfde niemand aan te spreken. Na verloop van tijd begonnen we op straat met haar te praten. Eerst over hoe het met haar ging. Later steeds meer over persoonlijke dingen. Toen we uiteindelijk Villa Klarendal startte, was ze een van de eersten die voor aan de rij stond om mee te doen. Nu is ze bijna niet meer thuis, omdat ze zoveel wil doen voor de omgeving. Wat is het veranderend motief geweest waardoor ze kracht heeft gekregen? Doordat wij haar als mens behandelden, kreeg zij haar eigenwaarde weer terug. Doordat wij haar serieus namen en met haar meedachten, kreeg ze kracht om zelf plannen te gaan bedenken.
Een vrouw op de computerles had een vraag. Voorafgaan aan die vraag zei ze "het zal wel dom zijn, maar ik heb een vraag". Dat ritueel herhaalde zich in een les nog een aantal keren. Totdat we haar vertelden dat wat ons betreft geen vraag te dom is. Dat sowieso niemand dom is. Dat de een goed is in het een en de ander in iets anders. Dat de computer te vergelijken is met een auto of een naaimachine: een instrument waarin je vaardigheid moet krijgen. De een kent het in tien lessen, de ander is nog bang na veertig lessen. De week erna kwam ze vrolijk bij de les en stelde vragen tot en met. Ze vertelde dat ze tegen haar man en kinderen had gezegd dat ze hier helemaal zichzelf mocht zijn. Dat ze geen domme vrouw of moeder was.
Een vrouw is van westers-allochtone afkomst. Ze woont al vijftien jaar in ons land. Ze had een probleem met de school van haar zoon en kwam niet meer uit de ingewikkeldheid binnen het onderwijssysteem. Toen haar zoon al bijna drie maanden niet op school was geweest, vroeg ze ons om hulp. Aangezien wij zelf ervaring hadden met speciaal onderwijs, hebben wij haar bemoedigd te zoeken naar een goede speciale school en raadden de school aan waar onze dochter op zat. Ik heb haar adressen en telefoonnummers gegeven en geadviseerd hoe ze het zou kunnen aanpakken. Maar haar wel aangeraden het zelf te doen. De zoon werd binnen twee weken aangenomen op de school. Aan het einde van de proefperiode was ze bang dat haar zoon weer van school af moest en vroeg me mee te gaan naar het gesprek, ter ondersteuning. De donkere wolken die ze voor zich zag verdwenen als sneeuw voor de zon. De school had zich met alle kracht ingespannen om de zoon op school te houden. We kregen een kerstkaartje waarin ze ons bedankte en aangaf hoeveel steun ze aan ons had gehad. De steun was belangrijk. De belangrijkste stappen zette ze zelf.
Een vrouw was een come-and-go klant bij onze voedselbank. Ze kwam, haalde haar pakket en rende weer weg. Duidelijk beschaamd voor de noodzaak deel te nemen aan een dergelijke bank. Op een dag waren er teveel dingen in haar leven gebeurd. Ze moest haar ei kwijt. Ze praatte honderduit over wat ze had meegemaakt. Ik mocht een luisterend oor zijn voor haar. Daarna bleef ze af en toe praten en vertelde over haar leven. Af en toe mocht ik haar iets adviseren. Ze deed op het wijkcentrum een cursus "leven met weinig geld". Na verloop van tijd deed ze een prachtige uitspraak: "bij jullie voel ik me geen nummer". Die mensgerichtheid van ons gaf haar moed om haar leven weer op te pakken. Het is inmiddels al een jaar geleden dat ze voor het laatst haar pakket heeft opgehaald. Haar leven staat weer in de steigers.
Voorbeelden waarin we mensen mochten helpen om zelf weer op te staan en hun leven op te pakken. Voor veel christenen is dit wezensvreemd. Voor hen is het leven zonder God waardeloos en een niet-christen zal met zijn zonde niet in staat zijn tot enig goed. Laat staan zijn leven weer te kunnen oppakken. De bovenstaande voorbeelden geven aan dat wij als christenen zowel medegelovigen als anders-gelovigen een steun en hand kunnen zijn. Niet met als doel om hen van ons afhankelijk te maken, maar juist om ze te helpen hun leven zelfstandig te leren oppakken.
De negatieve kant van het leven bestaat zeker. Mensen lopen tegen instanties op. Zijn verwond door het leven. Zien geen uitweg meer. De vraag is of de juiste houding hierop degene is die lange tijd heeft geheerst: pamperen, er lief mee om te gaan, ervoor te zorgen. Dan zijn we als ouders die omgaan met hun babies. De mensen die we tegenkomen zijn echter geen babies meer. Die hebben al een leven opgebouwd. Veel mensen om hen heen en veel instanties zijn gewend te bemoederen, zich met alles te bemoeien en als een bemoeizuchtige moeder alles uit handen te nemen zodat het goed met het kind gaat. Uit ervaring weet ik hoe moeilijk het is van de bemoeizuchtige (lief bedoelde) zorg en een eigen weg in te slaan. Door teveel te bemoederen ontnemen we mensen hun waardigheid. Van bemoeizucht naar ondersteuning. Het kind moet snel uit de luiers, moet leren lopen, moet de samenleving leren kennen, moet daarin kunnen leven, moet eigenstandig beslissingen kunnen nemen (ook de foute!) en moet leren als een zelfstandige volwassene door het leven te gaan.
Die groei van kind naar volwassenheid, moet de normale manier van doen worden in hulpverlening en welzijnsland. Weg met de pampers. Ondersteun ze met zelfstandige beslissingen en help ze de consequenties te zien van hun daden. Heb ze lief als een ouder, maar wel als een ouder die zijn kindje kan loslaten en ruimte kan geven om een eigen leven op te bouwen.
Wij hebben tot nu toe geen bewuste strategie daarvoor opgezet, maar mensen "organisch" ondersteund zonder dat we er erg in hadden. Door hun reacties begon me iets te dagen en werd ik mij bewust van het belang van "empowerment".
Een buurvrouw vertelde dat haar leven bestond uit werken-boodschappen doen-thuis zijn. Op straat sprak ze niemand aan. Als we haar tegenkwamen, keek ze alleen maar naar de grond. Ze durfde niemand aan te spreken. Na verloop van tijd begonnen we op straat met haar te praten. Eerst over hoe het met haar ging. Later steeds meer over persoonlijke dingen. Toen we uiteindelijk Villa Klarendal startte, was ze een van de eersten die voor aan de rij stond om mee te doen. Nu is ze bijna niet meer thuis, omdat ze zoveel wil doen voor de omgeving. Wat is het veranderend motief geweest waardoor ze kracht heeft gekregen? Doordat wij haar als mens behandelden, kreeg zij haar eigenwaarde weer terug. Doordat wij haar serieus namen en met haar meedachten, kreeg ze kracht om zelf plannen te gaan bedenken.
Een vrouw op de computerles had een vraag. Voorafgaan aan die vraag zei ze "het zal wel dom zijn, maar ik heb een vraag". Dat ritueel herhaalde zich in een les nog een aantal keren. Totdat we haar vertelden dat wat ons betreft geen vraag te dom is. Dat sowieso niemand dom is. Dat de een goed is in het een en de ander in iets anders. Dat de computer te vergelijken is met een auto of een naaimachine: een instrument waarin je vaardigheid moet krijgen. De een kent het in tien lessen, de ander is nog bang na veertig lessen. De week erna kwam ze vrolijk bij de les en stelde vragen tot en met. Ze vertelde dat ze tegen haar man en kinderen had gezegd dat ze hier helemaal zichzelf mocht zijn. Dat ze geen domme vrouw of moeder was.
Een vrouw is van westers-allochtone afkomst. Ze woont al vijftien jaar in ons land. Ze had een probleem met de school van haar zoon en kwam niet meer uit de ingewikkeldheid binnen het onderwijssysteem. Toen haar zoon al bijna drie maanden niet op school was geweest, vroeg ze ons om hulp. Aangezien wij zelf ervaring hadden met speciaal onderwijs, hebben wij haar bemoedigd te zoeken naar een goede speciale school en raadden de school aan waar onze dochter op zat. Ik heb haar adressen en telefoonnummers gegeven en geadviseerd hoe ze het zou kunnen aanpakken. Maar haar wel aangeraden het zelf te doen. De zoon werd binnen twee weken aangenomen op de school. Aan het einde van de proefperiode was ze bang dat haar zoon weer van school af moest en vroeg me mee te gaan naar het gesprek, ter ondersteuning. De donkere wolken die ze voor zich zag verdwenen als sneeuw voor de zon. De school had zich met alle kracht ingespannen om de zoon op school te houden. We kregen een kerstkaartje waarin ze ons bedankte en aangaf hoeveel steun ze aan ons had gehad. De steun was belangrijk. De belangrijkste stappen zette ze zelf.
Een vrouw was een come-and-go klant bij onze voedselbank. Ze kwam, haalde haar pakket en rende weer weg. Duidelijk beschaamd voor de noodzaak deel te nemen aan een dergelijke bank. Op een dag waren er teveel dingen in haar leven gebeurd. Ze moest haar ei kwijt. Ze praatte honderduit over wat ze had meegemaakt. Ik mocht een luisterend oor zijn voor haar. Daarna bleef ze af en toe praten en vertelde over haar leven. Af en toe mocht ik haar iets adviseren. Ze deed op het wijkcentrum een cursus "leven met weinig geld". Na verloop van tijd deed ze een prachtige uitspraak: "bij jullie voel ik me geen nummer". Die mensgerichtheid van ons gaf haar moed om haar leven weer op te pakken. Het is inmiddels al een jaar geleden dat ze voor het laatst haar pakket heeft opgehaald. Haar leven staat weer in de steigers.
Voorbeelden waarin we mensen mochten helpen om zelf weer op te staan en hun leven op te pakken. Voor veel christenen is dit wezensvreemd. Voor hen is het leven zonder God waardeloos en een niet-christen zal met zijn zonde niet in staat zijn tot enig goed. Laat staan zijn leven weer te kunnen oppakken. De bovenstaande voorbeelden geven aan dat wij als christenen zowel medegelovigen als anders-gelovigen een steun en hand kunnen zijn. Niet met als doel om hen van ons afhankelijk te maken, maar juist om ze te helpen hun leven zelfstandig te leren oppakken.
De negatieve kant van het leven bestaat zeker. Mensen lopen tegen instanties op. Zijn verwond door het leven. Zien geen uitweg meer. De vraag is of de juiste houding hierop degene is die lange tijd heeft geheerst: pamperen, er lief mee om te gaan, ervoor te zorgen. Dan zijn we als ouders die omgaan met hun babies. De mensen die we tegenkomen zijn echter geen babies meer. Die hebben al een leven opgebouwd. Veel mensen om hen heen en veel instanties zijn gewend te bemoederen, zich met alles te bemoeien en als een bemoeizuchtige moeder alles uit handen te nemen zodat het goed met het kind gaat. Uit ervaring weet ik hoe moeilijk het is van de bemoeizuchtige (lief bedoelde) zorg en een eigen weg in te slaan. Door teveel te bemoederen ontnemen we mensen hun waardigheid. Van bemoeizucht naar ondersteuning. Het kind moet snel uit de luiers, moet leren lopen, moet de samenleving leren kennen, moet daarin kunnen leven, moet eigenstandig beslissingen kunnen nemen (ook de foute!) en moet leren als een zelfstandige volwassene door het leven te gaan.
Die groei van kind naar volwassenheid, moet de normale manier van doen worden in hulpverlening en welzijnsland. Weg met de pampers. Ondersteun ze met zelfstandige beslissingen en help ze de consequenties te zien van hun daden. Heb ze lief als een ouder, maar wel als een ouder die zijn kindje kan loslaten en ruimte kan geven om een eigen leven op te bouwen.
zaterdag 3 januari 2009
Empowerment: wat zegt de bijbel?
Nu we enigszins hebben bekeken wat empowerment betekent, wil ik me richten op christenen. Is het, zoals christenen mij vertelden, dat dit niet in de bijbel voorkomt en dat je daarom niet met dergelijke termen moet inlaten?
In de bijbel zien we allereerst waar we vandaan komen: God is de schepper van hemel en aarde en specifiek ook van ons mensen. Wij worden beelddragers van Hem genoemd. Wij zijn geschapen naar zijn beeld.
Door onze wens om onze eigen weg te gaan is de directe relatie met God doorbroken. Daardoor zien we dat mensen geen goed beeld meer van zichzelf hebben. Zaken als minderwaardigheid zijn direct terug te voeren op het feit dat we ons teveel op onszelf hebben gericht en niet meer op de maker van ons leven.
Door Jezus is er ruimte gekomen om de relatie met God weer te herstellen. Door het herstel van die relatie komen wij ook weer in een goede verhouding tot onszelf. Op diverse plekken in het Nieuwe Testament komen we teksten tegen waardoor blijkt dat we door God te leren kennen, ook weer in die nieuwe verhouding tot onszelf komen te staan. Er is geen sprake van zelfverwerkelijking, maar we komen terug in de verhouding waartoe we bedoeld waren.
Als we in de bijbel lezen over "kracht" krijgen en onszelf verbeteren, is dat vrijwel altijd in relatie met God zelf. Zo geeft de bekende tekst uit Jesaja 40 weer: Hij geeft de vermoeide kracht, de machteloze geeft hij macht in overvloed. Jonge strijders worden moe en raken uitgeput, zelfs sterke helden struikelen, maar wie hoopt op de HEER krijgt nieuwe kracht: hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar,
hij loopt, maar wordt niet moe, hij rent, maar raakt niet uitgeput.
Christenen die lezen over empowerment zullen ook al snel terecht komen bij de opmerking dat wij uit onszelf niet in staat zijn om onszelf te verbeteren. Een bekende term in christelijk Nederland is dat je niet iets "uit eigen kracht" moet doen: als je iets doet zonder God daarbij te betrekken, zal dat krachteloos en nutteloos blijken. Ik geloof enerzijds dat op basis van het kennen van God mensen daadwerkelijk empowered kunnen worden. God leeft dichtbij ons en geeft ons nieuw leven om het niet allemaal meer zelf te hoeven doen, maar vanuit dat nieuwe leven te gaan leven.
Tegelijkertijd geloof ik dat God ons niet alleen maar met negatieve ogen bekijkt. De notie dat we allemaal zondaars zijn en daarom niet tot enig goeds in staat, is volgens mij maar voor een deel waar. Ik zie niet-gelovigen die vanuit een innerlijke kracht in staat zijn om heel veel te doen. Vanuit mijn geloof ga ik er van uit dat die kracht door God in hun is gelegd. Hij heeft iedereen geschapen naar zijn evenbeeld. Die innerlijke kracht heeft elk mens. Als ik dus als gelovige mensen probeer te helpen, dan hoop ik dat ik ze kan wijzen op het nieuwe leven dat ze in God kunnen vinden. Daardoor kunnen ze als veranderde mensen gaan leven. Tegelijkertijd merk ik dat ook mensen die nog niet zo ver zijn, al kracht krijgen doordat ik hen als mens benader en ondersteun. Door naast hen te staan en hen als mens te benaderen, krijgen ze kracht om hun mens-zijn te aanvaarden en van daaruit meer moed te putten om hun leven weer op te pakken.
Mijn eigen ervaring vanuit een leven van minderwaardigheid naar een leven vanuit kracht, is gebaseerd op de erkenning dat ik een nieuwe schepping ben en dat ik vanuit het leven met God nieuwe bronnen in mezelf mag aanboren. Ik hoef mezelf niet minderwaardig te voelen, omdat God mij heeft aanvaard zoals ik ben. Op basis van zijn liefde mag ik nu nieuwe kracht putten voor het leven dat ik nu leef.
In de bijbel zien we allereerst waar we vandaan komen: God is de schepper van hemel en aarde en specifiek ook van ons mensen. Wij worden beelddragers van Hem genoemd. Wij zijn geschapen naar zijn beeld.
Door onze wens om onze eigen weg te gaan is de directe relatie met God doorbroken. Daardoor zien we dat mensen geen goed beeld meer van zichzelf hebben. Zaken als minderwaardigheid zijn direct terug te voeren op het feit dat we ons teveel op onszelf hebben gericht en niet meer op de maker van ons leven.
Door Jezus is er ruimte gekomen om de relatie met God weer te herstellen. Door het herstel van die relatie komen wij ook weer in een goede verhouding tot onszelf. Op diverse plekken in het Nieuwe Testament komen we teksten tegen waardoor blijkt dat we door God te leren kennen, ook weer in die nieuwe verhouding tot onszelf komen te staan. Er is geen sprake van zelfverwerkelijking, maar we komen terug in de verhouding waartoe we bedoeld waren.
Als we in de bijbel lezen over "kracht" krijgen en onszelf verbeteren, is dat vrijwel altijd in relatie met God zelf. Zo geeft de bekende tekst uit Jesaja 40 weer: Hij geeft de vermoeide kracht, de machteloze geeft hij macht in overvloed. Jonge strijders worden moe en raken uitgeput, zelfs sterke helden struikelen, maar wie hoopt op de HEER krijgt nieuwe kracht: hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar,
hij loopt, maar wordt niet moe, hij rent, maar raakt niet uitgeput.
Christenen die lezen over empowerment zullen ook al snel terecht komen bij de opmerking dat wij uit onszelf niet in staat zijn om onszelf te verbeteren. Een bekende term in christelijk Nederland is dat je niet iets "uit eigen kracht" moet doen: als je iets doet zonder God daarbij te betrekken, zal dat krachteloos en nutteloos blijken. Ik geloof enerzijds dat op basis van het kennen van God mensen daadwerkelijk empowered kunnen worden. God leeft dichtbij ons en geeft ons nieuw leven om het niet allemaal meer zelf te hoeven doen, maar vanuit dat nieuwe leven te gaan leven.
Tegelijkertijd geloof ik dat God ons niet alleen maar met negatieve ogen bekijkt. De notie dat we allemaal zondaars zijn en daarom niet tot enig goeds in staat, is volgens mij maar voor een deel waar. Ik zie niet-gelovigen die vanuit een innerlijke kracht in staat zijn om heel veel te doen. Vanuit mijn geloof ga ik er van uit dat die kracht door God in hun is gelegd. Hij heeft iedereen geschapen naar zijn evenbeeld. Die innerlijke kracht heeft elk mens. Als ik dus als gelovige mensen probeer te helpen, dan hoop ik dat ik ze kan wijzen op het nieuwe leven dat ze in God kunnen vinden. Daardoor kunnen ze als veranderde mensen gaan leven. Tegelijkertijd merk ik dat ook mensen die nog niet zo ver zijn, al kracht krijgen doordat ik hen als mens benader en ondersteun. Door naast hen te staan en hen als mens te benaderen, krijgen ze kracht om hun mens-zijn te aanvaarden en van daaruit meer moed te putten om hun leven weer op te pakken.
Mijn eigen ervaring vanuit een leven van minderwaardigheid naar een leven vanuit kracht, is gebaseerd op de erkenning dat ik een nieuwe schepping ben en dat ik vanuit het leven met God nieuwe bronnen in mezelf mag aanboren. Ik hoef mezelf niet minderwaardig te voelen, omdat God mij heeft aanvaard zoals ik ben. Op basis van zijn liefde mag ik nu nieuwe kracht putten voor het leven dat ik nu leef.
woensdag 31 december 2008
Empowerment: verdere uitwerking
Gezien de eerder genoemde definitie is empowerment toe te passen in diverse sectoren in de samenleving. Dat blijkt ook uit de literatuur en de diverse websites die hierover gaan. Ik ben informatie tegengekomen waarin empowerment wordt ingezet in de personeelswetenschappen (zelfsturende teams, employability), volkshuisvesting (doordat corporaties hun sociale taak weer gaan opnemen), bestuurskunde (in relatie tot participatie van burgers) of de ontwikkelingssamenwerking (versterking van de lokale bevolking). Ik wil me hier richten op de buurt- en wijkontwikkeling.
In alle vormen van empowerment gaat het er om dat wijkbewoners hun eigen capaciteiten ontdekken, gaan ontwikkelen en gaan inzetten ten behoeve van de wijk waarin ze wonen.
Dat is een geheel andere benadering dan tot voor kort werd gehanteerd. De hulpverlening en welzijnssector was altijd sterk gericht op de problemen van de wijk en de problemen waar mensen in die wijk mee te maken hadden. Door een te sterke gerichtheid op die problemen ontstond een afhankelijkheidsrelatie waardoor welzijnswerkers altijd aanwezig moesten blijven om het werk te doen.
In de benadering van empowerment wordt een geheel andere bril opgezet. In het onderzoek van het Verwey Jonker Instituut "Goud in de buurt" wordt van een van de meest gebruikte benaderingen, de Asset-Based Community Development (ABCD-benadering), gezegd: "niet de problemen, maar de mogelijkheden van bewoners staan centraal. De grondleggers van de methode... zijn ervan overtuigd dat je buurten en wijken opbouwt door je te richten op de positieve kwaliteiten en capaciteiten van mensen in de buurt... Je moet met andere woorden niet beginnen bij de problemen (het halflege glas), maar bij de potenties, bij de verborgen mogelijkheden die er onder buurtbewoners schuilgaan (het halfvolle glas) en zo werken aan in economisch, cultureel en sociaal opzicht vitale buurten."
In hetzelfde onderzoek wordt een drie stappen genoemd in de opbouw van een buurtbenadering op basis van empowerment:
* empowerment van individuele buurtbewoners (inventariseren en ontwikkelen van talent)
* versterken van onderlinge netwerken
* ontwikkelen en mobiliseren van steun voor gezamenlijke activiteiten die bijdragen aan bewonersdoelen
Dit maakt empowerment in mijn ogen zowel interessant als lastig. Het begint met een psychologische benadering, vervolgens komen sociologische en organisatiekundige aspecten aan de orde. In de uitwerking staat of valt daarom de rol van de professional in het geheel.
In sommige experimenten gingen opbouwwerkers met vragenlijsten langs de deuren om bewonerstalenten aan te boren. Daardoor hadden bewoners het gevoel dat die opbouwwerkers "van buiten naar binnen" probeerden te komen. Door angst voor instituties en professionals kwam dit niet van de grond. Conclusie was dat de "presentiebenadering" beter werkt: professionals bouwen rustig contacten op met buurtbewoners, waardoor die vanuit het opgebouwde vertrouwen zicht geven op hun eigen capaciteiten.
Een groot probleem daarbij is dat een groot deel van de welzijnssector in de wijken afhankelijk is van subsidie van de (veelal lokale) overheid. Die verwacht snelle en afrekenbare resultaten. Het opbouwen van relaties duurt over het algemeen enkele jaren. Binnen die periode is het lastig te meten of er iets veranderd is in de wijk door de aanwezigheid van de professional.
Wie weet, zijn andere, niet-gesubsidieerde, groepen zoals gemeentestichtende projecten beter in staat om mensen individueel te helpen in hun empowermentproces.
In alle vormen van empowerment gaat het er om dat wijkbewoners hun eigen capaciteiten ontdekken, gaan ontwikkelen en gaan inzetten ten behoeve van de wijk waarin ze wonen.
Dat is een geheel andere benadering dan tot voor kort werd gehanteerd. De hulpverlening en welzijnssector was altijd sterk gericht op de problemen van de wijk en de problemen waar mensen in die wijk mee te maken hadden. Door een te sterke gerichtheid op die problemen ontstond een afhankelijkheidsrelatie waardoor welzijnswerkers altijd aanwezig moesten blijven om het werk te doen.
In de benadering van empowerment wordt een geheel andere bril opgezet. In het onderzoek van het Verwey Jonker Instituut "Goud in de buurt" wordt van een van de meest gebruikte benaderingen, de Asset-Based Community Development (ABCD-benadering), gezegd: "niet de problemen, maar de mogelijkheden van bewoners staan centraal. De grondleggers van de methode... zijn ervan overtuigd dat je buurten en wijken opbouwt door je te richten op de positieve kwaliteiten en capaciteiten van mensen in de buurt... Je moet met andere woorden niet beginnen bij de problemen (het halflege glas), maar bij de potenties, bij de verborgen mogelijkheden die er onder buurtbewoners schuilgaan (het halfvolle glas) en zo werken aan in economisch, cultureel en sociaal opzicht vitale buurten."
In hetzelfde onderzoek wordt een drie stappen genoemd in de opbouw van een buurtbenadering op basis van empowerment:
* empowerment van individuele buurtbewoners (inventariseren en ontwikkelen van talent)
* versterken van onderlinge netwerken
* ontwikkelen en mobiliseren van steun voor gezamenlijke activiteiten die bijdragen aan bewonersdoelen
Dit maakt empowerment in mijn ogen zowel interessant als lastig. Het begint met een psychologische benadering, vervolgens komen sociologische en organisatiekundige aspecten aan de orde. In de uitwerking staat of valt daarom de rol van de professional in het geheel.
In sommige experimenten gingen opbouwwerkers met vragenlijsten langs de deuren om bewonerstalenten aan te boren. Daardoor hadden bewoners het gevoel dat die opbouwwerkers "van buiten naar binnen" probeerden te komen. Door angst voor instituties en professionals kwam dit niet van de grond. Conclusie was dat de "presentiebenadering" beter werkt: professionals bouwen rustig contacten op met buurtbewoners, waardoor die vanuit het opgebouwde vertrouwen zicht geven op hun eigen capaciteiten.
Een groot probleem daarbij is dat een groot deel van de welzijnssector in de wijken afhankelijk is van subsidie van de (veelal lokale) overheid. Die verwacht snelle en afrekenbare resultaten. Het opbouwen van relaties duurt over het algemeen enkele jaren. Binnen die periode is het lastig te meten of er iets veranderd is in de wijk door de aanwezigheid van de professional.
Wie weet, zijn andere, niet-gesubsidieerde, groepen zoals gemeentestichtende projecten beter in staat om mensen individueel te helpen in hun empowermentproces.
dinsdag 30 december 2008
Empowerment - wat is dat nu weer?
Waar de term empowerment precies vandaan komt is niet geheel duidelijk. Forum ziet in zijn dossier Empowerment vier mogelijke oorsprongen:
* geïntroduceerd door Freire in de jaren ’70 als onderdeel van de Zuid-Amerikaanse
bevrijdingsfilosofie
* de burgerrechtenbeweging van de jaren ’50-’60 in de Verenigde Staten
* de vrouwenbeweging van de jaren ’60 in de Verenigde Staten
* de ontwikkeling van het maatschappelijk werk in de Verenigde Staten aan het einde van de 19de eeuw.
Hoe het ook zij, de term heeft betrekking op de ontwikkeling van diegenen die zijn achtergesteld, zodat ze weer hun eigen heft in handen kunnen nemen. In die zin wordt door velen verbinding gelegd met de term emancipatie.
In het onderzoek "Empowerment in de volkshuisvesting, brandstof voor bewoners" wordt Prof. dr. D.J. van der Horst aangehaald, hoogleraar sociaal beleid en organisatie aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht die onderzoek doet naar ‘Burgerschap & Empowerment’. Hij beschrijft empowerment als volgt: ‘Het proces van zelfversterking (individueel en collectief) met de bedoeling ongewenste achterstelling in rechten, plichten en kansen ongedaan te maken en ruimte te scheppen voor het ontwikkelen en demonstreren van competenties en voor het beleven van een zinvol bestaan.’
Emancipatie wordt door Van Dale gedefinieerd als "De bevrijding van wettelijke, sociale, politieke, morele of intellectuele beperkingen, toekenning van gelijke rechten, gelijkstelling voor de wet". Emancipatie gaat uit van het instrument dat van bovenaf wordt opgelegd. Als je in wetten maar ruimte geeft om beperkingen tegen te gaan, zullen mensen ook daadwerkelijk gelijkgesteld worden. Voor mensen die daar toe in staat zijn en die vanuit hun opvoeding voldoende kracht hebben meegekregen om hun gelijk-zijn uit te werken is dit mogelijk. In onze maatschappij is echter geen sprake meer van achterstelling. In principe is iedereen gelijk en kan hij of zij voldoende ruimte krijgen om zichzelf een plaats te verwerven.
Toch zijn er mensen in de samenleving die in die zin niet emanciperen. Ze nemen hun rechten niet, omdat ze die niet kennen of niet weten hoe ze die moeten aanpakken. Er is een groep in onze samenleving die door opvoeding en de manier waarop ze worden behandeld toch achtergesteld blijven. Empowerment wil naast die mensen gaan staan om ze te helpen beter te begrijpen wie ze zijn, hun eigen kracht te leren kennen en van daaruit hun eigen leven te kunnen oppakken.
Op de website "Samen Meer" vond ik een prachtige beschrijving van empowerment:
"De beginsituatie van het proces van 'empowerment' is een situatie van onmacht, van vervreemding en hulpeloosheid. Het individu heeft het gevoel geen greep te hebben op zijn eigen leven. Zijn leven wordt door zijn omgeving bepaald, zijn sociale situatie is voor hem een onveranderlijk jets waar hij geen invloed op heeft. Hij berust in de gegevenheden van alledag en laat zijn stem niet (meer) horen omdat het allemaal toch niets uithaalt; hij is opgesloten in de 'cultuur van het zwijgen' (Paolo Freire).
Deze situatie van onmacht is maatschappelijk geconstrueerd. Ze ontstaat, grotendeels ongewild en onbewust, in de voortdurende interactie tussen het individu en zijn sociale omgeving. Ze is het resultaat van een proces waarin maatschappelijke instituties zoals onderwijs, gezondheidszorg, kerk, pers en lokale overheid een belangrijke rol spelen. Met andere woorden: het gaat om een situatie die is ingebed in en die versterkt wordt door het hele weefsel van maatschappelijke instituties.
'Empowerment' betekent: afscheid nemen van een leven in onmacht. Vanuit een situatie van machteloosheid, berusting en ontmoediging gaan mensen hun leven (weer) in eigen handen te nemen. In plaats van object, bepaald door zijn omgeving, wordt het individu een subject dat zijn leefwereld zelf actief vormt geeft. Het individu wordt niet langer bepaald door de sociale positie die hem ooit is 'toegewezen', maar gaat zelf zijn levensroute kiezen. Architect worden van het eigen leven is extra moeilijk voor mensen in een economisch kwetsbare positie, voor mensen voor wie economisch overleven een full-time bezigheid is."
* geïntroduceerd door Freire in de jaren ’70 als onderdeel van de Zuid-Amerikaanse
bevrijdingsfilosofie
* de burgerrechtenbeweging van de jaren ’50-’60 in de Verenigde Staten
* de vrouwenbeweging van de jaren ’60 in de Verenigde Staten
* de ontwikkeling van het maatschappelijk werk in de Verenigde Staten aan het einde van de 19de eeuw.
Hoe het ook zij, de term heeft betrekking op de ontwikkeling van diegenen die zijn achtergesteld, zodat ze weer hun eigen heft in handen kunnen nemen. In die zin wordt door velen verbinding gelegd met de term emancipatie.
In het onderzoek "Empowerment in de volkshuisvesting, brandstof voor bewoners" wordt Prof. dr. D.J. van der Horst aangehaald, hoogleraar sociaal beleid en organisatie aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht die onderzoek doet naar ‘Burgerschap & Empowerment’. Hij beschrijft empowerment als volgt: ‘Het proces van zelfversterking (individueel en collectief) met de bedoeling ongewenste achterstelling in rechten, plichten en kansen ongedaan te maken en ruimte te scheppen voor het ontwikkelen en demonstreren van competenties en voor het beleven van een zinvol bestaan.’
Emancipatie wordt door Van Dale gedefinieerd als "De bevrijding van wettelijke, sociale, politieke, morele of intellectuele beperkingen, toekenning van gelijke rechten, gelijkstelling voor de wet". Emancipatie gaat uit van het instrument dat van bovenaf wordt opgelegd. Als je in wetten maar ruimte geeft om beperkingen tegen te gaan, zullen mensen ook daadwerkelijk gelijkgesteld worden. Voor mensen die daar toe in staat zijn en die vanuit hun opvoeding voldoende kracht hebben meegekregen om hun gelijk-zijn uit te werken is dit mogelijk. In onze maatschappij is echter geen sprake meer van achterstelling. In principe is iedereen gelijk en kan hij of zij voldoende ruimte krijgen om zichzelf een plaats te verwerven.
Toch zijn er mensen in de samenleving die in die zin niet emanciperen. Ze nemen hun rechten niet, omdat ze die niet kennen of niet weten hoe ze die moeten aanpakken. Er is een groep in onze samenleving die door opvoeding en de manier waarop ze worden behandeld toch achtergesteld blijven. Empowerment wil naast die mensen gaan staan om ze te helpen beter te begrijpen wie ze zijn, hun eigen kracht te leren kennen en van daaruit hun eigen leven te kunnen oppakken.
Op de website "Samen Meer" vond ik een prachtige beschrijving van empowerment:
"De beginsituatie van het proces van 'empowerment' is een situatie van onmacht, van vervreemding en hulpeloosheid. Het individu heeft het gevoel geen greep te hebben op zijn eigen leven. Zijn leven wordt door zijn omgeving bepaald, zijn sociale situatie is voor hem een onveranderlijk jets waar hij geen invloed op heeft. Hij berust in de gegevenheden van alledag en laat zijn stem niet (meer) horen omdat het allemaal toch niets uithaalt; hij is opgesloten in de 'cultuur van het zwijgen' (Paolo Freire).
Deze situatie van onmacht is maatschappelijk geconstrueerd. Ze ontstaat, grotendeels ongewild en onbewust, in de voortdurende interactie tussen het individu en zijn sociale omgeving. Ze is het resultaat van een proces waarin maatschappelijke instituties zoals onderwijs, gezondheidszorg, kerk, pers en lokale overheid een belangrijke rol spelen. Met andere woorden: het gaat om een situatie die is ingebed in en die versterkt wordt door het hele weefsel van maatschappelijke instituties.
'Empowerment' betekent: afscheid nemen van een leven in onmacht. Vanuit een situatie van machteloosheid, berusting en ontmoediging gaan mensen hun leven (weer) in eigen handen te nemen. In plaats van object, bepaald door zijn omgeving, wordt het individu een subject dat zijn leefwereld zelf actief vormt geeft. Het individu wordt niet langer bepaald door de sociale positie die hem ooit is 'toegewezen', maar gaat zelf zijn levensroute kiezen. Architect worden van het eigen leven is extra moeilijk voor mensen in een economisch kwetsbare positie, voor mensen voor wie economisch overleven een full-time bezigheid is."
Empowerment - een introductie
In ons wijkwerk willen wij contacten leggen en vriendschappen sluiten met mensen uit de eigen wijk. Daarmee kom je regelmatig voor problemen te staan. Mensen in dit soort wijken hebben een groot minderwaardigheidscomplex. Ze zijn bang, hebben nauwelijks zelfvertrouwen en durven geen nieuwe dingen te doen.
Hoe help je hen nu uit de cirkel die waarschijnlijk al teruggaat tot een of twee generaties voor hen?
De oplossing volgens sommigen is wat ik voor het gemak maar even "pamperen" noem. Koester deze mensen, huil met ze mee, geef ze goede pastorale begeleiding. Probleem bij deze benadering is, dat als het ene probleem is opgelost, het volgende probleem weer bovenkomt. Gericht zijn op de problemen en moeiten van mensen zorgt ervoor dat die mensen altijd in een afhankelijkheidsrelatie met ons blijven. We zijn als het ware een vader of moeder die voor de kinderen zorgt.
Terwijl ik hierover nadacht, schoot er een term door me heen die ik in een ver verleden al eens had horen vallen. Die term is "empowerment". Een term die vooral in de ontwikkelingssamenwerking is ontstaan. Toen ik daarop door-googelde bleek dat deze term inmiddels ook in het brede sociale wijkwerk is doorgedrongen.
Al lezend, leek mij dit een interessant onderwerp om eens uit te diepen voor een student GPW die aan ons vroeg of ze bij ons haar studie met een eindscriptie kon afronden. Ik bleek ver van de gedachtenwereld van mijn andere teamgenoten af te zitten. Het had geen relatie met discipelschap. Het kwam niet van een christelijke achtergrond. Ze zagen geen relatie met de studie GPW.
Ik heb het maar even gelaten voor wat het was. In deze periode heb ik even wat meer tijd om na te denken en door te studeren. Daarom zal ik de komende tijd eens wat langer stilstaan bij dit onderwerp en samen met de lezers nagaan in hoeverre deze methode toe te passen is op gemeentestichting in achterstandswijken.
Hoe help je hen nu uit de cirkel die waarschijnlijk al teruggaat tot een of twee generaties voor hen?
De oplossing volgens sommigen is wat ik voor het gemak maar even "pamperen" noem. Koester deze mensen, huil met ze mee, geef ze goede pastorale begeleiding. Probleem bij deze benadering is, dat als het ene probleem is opgelost, het volgende probleem weer bovenkomt. Gericht zijn op de problemen en moeiten van mensen zorgt ervoor dat die mensen altijd in een afhankelijkheidsrelatie met ons blijven. We zijn als het ware een vader of moeder die voor de kinderen zorgt.
Terwijl ik hierover nadacht, schoot er een term door me heen die ik in een ver verleden al eens had horen vallen. Die term is "empowerment". Een term die vooral in de ontwikkelingssamenwerking is ontstaan. Toen ik daarop door-googelde bleek dat deze term inmiddels ook in het brede sociale wijkwerk is doorgedrongen.
Al lezend, leek mij dit een interessant onderwerp om eens uit te diepen voor een student GPW die aan ons vroeg of ze bij ons haar studie met een eindscriptie kon afronden. Ik bleek ver van de gedachtenwereld van mijn andere teamgenoten af te zitten. Het had geen relatie met discipelschap. Het kwam niet van een christelijke achtergrond. Ze zagen geen relatie met de studie GPW.
Ik heb het maar even gelaten voor wat het was. In deze periode heb ik even wat meer tijd om na te denken en door te studeren. Daarom zal ik de komende tijd eens wat langer stilstaan bij dit onderwerp en samen met de lezers nagaan in hoeverre deze methode toe te passen is op gemeentestichting in achterstandswijken.
Abonneren op:
Posts (Atom)