Posts tonen met het label missionair samenleven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label missionair samenleven. Alle posts tonen

maandag 10 juli 2017

Uit je bubbel - mijn weg uit de bubbel


Hoe ik uit de bubbel stapte
Was het bij mij anders? Zeker niet. Ook ik verkeerde jarenlang in de christelijke bubbel. Maar altijd wel met de vraag hoe het anders kan. Met name de vraag hoe we aansluiting krijgen bij de wereld rondom ons. 
Ik zat in de christelijke pinksterbubbel (een deelbubbel). Wekelijkse diensten op zondag. Wekelijkse bijbelstudies. Veel onderlinge overleggen. Waardoor de tijd ontbrak om eens om ons heen te kijken. We waren druk om de eigen gemeente draaiende te houden.

De eerste stap  uit de bubbel
Halverwege de jaren negentig was ik lid en oudste van de pinkstergemeente. Als evangelisatiecommissie vroegen we ons af wat we konden betekenen voor de wijk om ons heen. Dat was toen nog een beruchte wijk, het Spijkerkwartier waarin de raamprostitutie was gevestigd. We hadden al veel acties op touw gezet. Een jaarlijkse fakkeltocht door de wijk op kerstavond, waarin we op pleisterplaatsen kerstliedjes zongen. Mooi maar eenmalig. Met zeer kortstondige gesprekken, die soms resulteerden in het bezoek van enkele wijkbewoners aan de kerstdienst (wat ons verheugde: er zat zowaar een ongelovige in de dienst...). Dat het tot die enkele acties en contacten bleef, zorgde bij ons voor onrust. Kon het niet anders? We gingen op zoek naar wat er in de wijk gebeurde. Wellicht konden we in de wijk als kerk iets betekenen.
En zowaar: we kwamen terecht bij de werkgroep Spijkerkwartier. Die tot doel had om acties te organiseren om de prostitutie uit deze woonwijk te laten verdwijnen. Daar hadden we als kerkleden (om een andere reden) wel oren naar. Dus we besloten om ons met twee mensen aan te sluiten bij deze werkgroep.
Wat we kwamen doen en waarom we ons aansloten? Was de vraag van de andere groepsleden. We moesten met de billen bloot. We wilden als wijkgebruiker ons graag aansluiten bij dat wat er al was. En waren ook tegen prostitutie in de wijk. Zo begonnen we mee te werken. Mee te denken om acties te organiseren. Mee te lopen in een demonstratie naar de gemeenteraad om daar onze visie te laten horen.
In die eerste stap stond ik verbaasd. Buiten de bubbel was het goed verkeren. Na afloop van de vergadering een gratis biertje. En vaak al snel een gesprek over het eigen leven en wat daarin verkeerde. Geen boos woord over geloof of de pinkstergemeente, terwijl binnen de pinksterbubbel wel erg angstig naar de buitenwereld werd gekeken, want die moesten niets van ons weten. De eerste stap was gezet. Het was goed verkeren buiten de bubbel. Maar voor 90% was ik nog onderdeel van de bubbel.

Een vervolgstap uit de bubbel
Na enkele jaren leiding te geven aan de pinkstergemeente vonden we de tijd rijp om daarmee te stoppen. Ik kreeg ander werk. En we waren verhuisd naar een wijk waar we langzamerhand meer wilden gaan doen. Waar we het begin mee maakten van gesprekken met mensen buiten onze bubbel tijdens computerlessen die we waren gaan geven.
De computerlessen waren ook bedoeld om de sociale cohesie in de wijk te versterken, dus het eerste halfuur ging op aan gesprekken die over het eigen leven, de wereld om ons heen en onze eigen wereldbeelden. We merkten dat als we open zijn voor de mening van onze cursisten, zij ook geïnteresseerd waren in wat wij dachten. Niet als tactiek, maar als een open gesprek tussen gelijkwaardige gespreksgenoten (ook al waren zij de cursisten en wij de docenten).
Zo werden we voorzichtig al wat meer losgezongen uit onze christelijke bubbel en ingezogen in de bubbel die de wijk Klarendal heette en die heel andere mooie denkbeelden met zich mee bracht. 
Een mooi voorbeeld was dat we werden geconfronteerd met volksliedjes. De Nederlandse volksmuziek schalde door de straten. Van 'het kleine café aan de haven' tot 'Je loog tegen mij'. Van 'Geef mij nu je angst' tot 'De meeste dromen zijn bedrog'. Als we dan vroegen waarom ze dat zo mooi vonden, was het antwoord: "ze geven met hun tekst uitdrukking aan wat ik voel". In mijn gedachten werd de overstap van de bubbel met Opwekkingsliederen naar die van de volksliedjes voorzichtig gemaakt. 

Weg uit de bubbel in een andere bubbel
De computerlessen en andere activiteiten brachten ons tot de gedachten dat onze wijk wellicht een eigen plek nodig had waar ze op een ongedwongen manier konden praten over het geloof. Samen met een ander stel (later echtpaar) gingen we met Youth for Christ in zee om een wijkproject te starten, waarvan een wekelijkse brunch en viering op zondag deel uitmaakte. Dat betekende dat we afscheid namen van de pinksterbubbel en volledig overgingen naar Klarendal. 
Alhoewel... We waren nog steeds in gedachten behoorlijk onderdeel van de bubbel waarin we verkeerden. Immers, wij als christenen zouden wel mee gaan werken om de leefbaarheid in de wijk te bevorderen. Christenen die iets aanboden aan deze wijk. Een soort christelijk ontwikkelingswerk dichtbij. Al doende leert men en werden we soms geconfronteerd met de clash tussen onze bubbel en die van wijkbewoners. Zoals de man die na de brunch vrolijk weg liep en haastig werd ingehaald door een teamgenoot. Waarom hij wegging, want er volgde nog een mooie viering? "Ik mag toch bij jullie mijzelf zijn? Waarom moet ik dan worden verplicht aan die viering mee te doen, als ik het niet wil?" was zijn antwoord. Onderdeel van de nieuwe bubbel was dat iedereen volledig zichzelf mocht zijn zoals hij was. Maar blijkbaar was in ons hoofd de viering net iets belangrijker dan de brunch.

Een keer per maand kwamen we weer terug in de pinksterbubbel. Die we niet verloren hadden, want onze kinderen zaten er nog volop in. Toch bemerkten we dat we vervreemden van die bubbel. En soms namen we bezoekers van de brunch en viering mee (we wilden - Youth for Christ eigen - een brug naar de kerken vormen). Prachtige maar pijnlijke confrontaties tussen bubbels. "Waarom heeft die man een pak aan en een koffer bij zich? O..., dat is de voorganger!"... "Je zit daar in rijtjes achter elkaar. Je groet wel de buurman, maar of je hem kent? Wanneer kun je daar met elkaar praten?"... 

Dieper de bubbel in
Na verloop van tijd trok Youth for Christ zich terug. Wij wilden een zelfstandige christelijke wijkgemeenschap worden. Waar mensen nog meer kerk-zijn op wijkniveau konden ervaren. Samen praten over wat het betekent om kerk in de wijk te zijn. Waar we in de periode van Youth for Christ nog wel eens de christelijke bubbel in werden getrokken doordat we als pioniers door de christelijke media werden bestookt, besloten we tot een mediastilte. Nu was het tijd om nog dieper de wijk in te trekken en de los-vast gemeenschap die op zondag onder de vlag van Youth for Christ was ontstaan, verder uit te bouwen tot een stabielere en hechte gemeenschap die in de wijk van betekenis moest zijn. We trokken al onze vrije tijd uit om dit mogelijk te maken. We namen ook formeel afscheid van de pinksterbubbel door ons uit te schrijven en in een kerkdienst afscheid te nemen. Frappante opmerking van de voorganger: "jullie moesten altijd langs de kantjes lopen en stelden lastige vragen. We vroegen ons af waarom jullie niet gewoon mee deden". Met andere woorden: we begrepen niet dat wij in een bubbel zaten en dat jullie al lang deel uitmaakten van een andere bubbel die veel dichter bij het leven van alledag stond.

In die zoektocht in de wijkbubbel kwamen we tot de conclusie dat samenwerken werkte. In een open, gelijkwaardige relatie samen optrekken met andere wijkbewoners en -organisaties om samen het welzijn van de wijk te zoeken. Dat was natuurlijk waar ik al eerder mee was geconfronteerd in het Spijkerkwartier, maar nu werd dit een werkwijze en cultuur die door ons werd uitgedragen en gesteund. Het betekende dat we een gerespecteerde partner binnen de bubbel van Klarendal werden. 

Ook binnen de gemeenschap werd de tijd die we erin staken beloond. Het kwam niet alleen meer uit ons, onze verlangens en visie werd deel van het geheel. De gemeenschap werd Klarendals. No nonsense. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. En ook als gewoon wel gek is, kijken we daar niet gek van op. Geen eisen vooraf. Kom maar zoals je bent. Praat maar zoals je gewoon doet. Je hoeft je niet beter voor te doen dan je bent. Je bent mooi zoals je nu bent. En wie weet wil God je nog mooier maken.

Volledig thuis in de nieuwe bubbel
Zo voel ik mij nu helemaal thuis in mijn nieuwe bubbel. Anderen komen wel eens onze Villa Klarendal bubbel binnen en krijgen een vervreemdende ervaring. Christenen komen en zeggen tegen ons dat ze ervaren dat ze hier "naakt" komen. Ze hoeven zich niet aan regels (geschreven of ongeschreven) te voldoen. Ze mogen komen als zichzelf. Dat is soms confronterend. Want het christelijke masker (in de ene sub christelijke bubbel vrolijk en blij, in de andere ernstig en stil) of welk ander je gewend bent op te zetten mag af en mensen vragen naar je persoonlijke omstandigheden. Voor sommigen tè confronterend. Voor anderen een verademing. Voor mensen in Klarendal geldt het laatste. En we zien erop toe dat dit niet verandert. 

Die vervreemding kom ik steeds meer bij mezelf tegen als ik weer eens de christelijke bubbel in stap. Na een dag ben ik toch weer blij als ik de grens van Klarendal over stap. Hoe die ervaring is, leg ik in een volgende blog uit.

Uit je bubbel - wat bedoel je?


22 juni werd het aangekondigd. Een congres van de landelijke christelijke organisatie Missie Nederland. Met als titel "Stap uit je bubbel". Dat leek mij een leuk congres om eens naar toe te gaan en om vanuit mijn wijkbubbel weer eens de christelijke bubbel in te stappen.

Bubbel?
Het congres ging uit van de inmiddels geaccepteerde visie dat iedereen in ons land in een bubbel verkeert. Wat bedoelen we daarmee? Op Psyblog.nl lees ik dat het gaat om "meer aandacht geven aan informatie die klopt met hun denkbeeld". Dit wordt versterkt door sociale media waar je langzamerhand je eigen nieuws kunt samenstellen en liken. "Zo verzeker je jezelf ervan dat je alleen met informatie geconfronteerd wordt die klopt met jouw wereldbeeld". Wat niet klopt met jouw wereldbeeld wordt weggezet als "nepnieuws", wat met President Trump nu een hot item is geworden.

Een christelijke bubbel?
Bestaat er zoiets als een christelijke bubbel? Jazeker. Die houdt zich op in allerlei christelijke bladen, tijdschriften en online magazines. EO Visie, de herstart van Uitdaging, Zoeklicht, Oogst, CIP. In omroepen als de EO en Family7. En in Goed Nieuws Radio. Daarin wordt nieuws verspreid, dat christenen interesseert en waar christenen graag meer over weten. Met christelijke conferenties, nieuws uit de christelijke wereld. En met nieuws uit "de wereld" waar christenen graag meer over weten, zoals wat er op medisch-ethisch gebied zich afspeelt in de wereld. 

Onbewust van de bubbel
Wie in een bubbel zit is veelal niet bewust dat hij zich ophoudt in zo'n bubbel. Je voelt je immers prettig en geniet van de dingen die om je heen gebeuren. Maar dat dit "om je heen" maar heel beperkt is, heb je niet door. De wereld om je heen bekijk je door de bril van de bubbel waar je in verkeert. En dat wordt bevestigt door wat je in de media hoort, ziet en leest. Christenen zijn zich dus ook niet bewust dat zij in een bepaalde bubbel verkeren. Ze denken er niet over na. Ze zijn niet gewend om over de muren van hun opgetrokken bubbel te kijken. Verder te kijken dan hun eigen bubbel. 

Uit de bubbel
Wie uit de bubbel stapt, wordt geconfronteerd met veel vraagtekens. Zoals Stefan Paas die in "Vreemdelingen en priesters" beschrijft: "Studenten die uit een van de plaatsen in de bijbelgordel komen, nog een tijdje het geloof weten te behouden in de bubbel van een christelijke studentenvereniging, en dan eindelijk het christelijk collectief moeten verlaten. Niet zelden zijn zij binnen de kortste keren het geloof kwijt. Hun geloof was in hoge mate sociaal ingebed". 


vrijdag 2 september 2016

Interview Rick in EO's Visie: "Het contact met mensen ontstaat spontaan"

Zo af en toe dan vangt een tijdschrift op wat wij in Villa Klarendal aan het doen zijn. In het programmablad Visie van de EO deze week een artikel over hoe wij in de wijk zijn komen wonen en hoe Villa Klarendal is ontstaan.
 
Veel leesplezier hier.
 

donderdag 28 april 2016

Een inclusieve gemeenschap

Ìk werd een tijd geleden getroffen door een woord. INCLUSIEF. Iemand zei tegen mij: "jullie zijn een inclusieve gemeenschap". Ik moest daar even over nadenken. En heb het in het digitale woordenboek opgezocht.

En het klopt. We zijn niet exclusief. Het tegenovergestelde. Waarin mensen worden uitgesloten. Waarin voorwaarden worden gesteld om ergens bij te horen. "Jij mag bij ons horen als je hier en daar aan voldoet". En als je er niet bij hoort, hoor je er niet bij.

Wij denken en doen anders. Iedereen die erbij wil horen, mag erbij komen. En sterker nog: wij kijken over gemeenschapsgrenzen heen. Zo was er eens een kennis die bij ons vrijwilligerswerk wilde doen. Zijn ervaring vanwege opleiding lag op het terrein van groen en jongerenwerk. Hadden we daar nu juist heel weinig werk voor binnen Villa Klarendal. Maar er was wel een plek bij de groengroep van een andere wijkorganisatie. Dus hadden we hem in contact gebracht met die organisatie. En ja hoor: een maand later was hij heel enthousiast aan het werk in het groen van de wijk.

Inclusief werken, dat is dus: niet alleen denken aan jezelf, maar ook aan anderen. Dat is: leven met iedereen die je tegenkomt. Meedenken met wie het moeilijk heeft, ongeacht zijn afkomst, geloof of wat voor geaardheid dan ook.

Als mensen ons vragen van wat voor geloof we zijn, denken ze snel in denominatie. En verwachten ook zo'n antwoord: protestants of katholiek of misschien zelfs pinkstergemeente of baptistengemeente. Maar ik zeg dan steevast: we zijn een WIJKgemeenschap. Als er dan echt iets exclusiefs aan onze gemeenschap is, is dat het een gemeente voor de wijk is. Pastoraat of diaconaat of welke andere religieuze -aat dan ook is niet gericht op de eigen geloofsgemeenschap, maar op de wijk als geheel.

Inclusief. Iedereen mag er bij horen. "Iedereen mag komen zoals hij is", zeggen we altijd tegen elkaar. Met zijn of haar leuke kanten, maar ook met zijn of haar moeilijke kanten. En dan komt de moeilijke kanten van inclusiviteit naar voren. Want je verwelkomt wel makkelijk mensen die makkelijk zijn in de omgang. Maar wat als die ander heel vervelend is, niet doet wat jij normaal vindt, zich heel vreemd opstelt of dingen zegt of doet die helemaal tegen jouw eigen opvoeding of normen ingaan. Dan wordt inclusiviteit moeilijk. Dan is er toch weer de neiging om de ander te corrigeren. Wat op zich niet verkeerd is, want als het slecht gaat met iemand die dat niet door heeft is het juist goed om te corrigeren. Maar mag die ander ook de ruimte krijgen om te veranderen? De tijd krijgen om het anders te gaan aanpakken?

Dan komt de werkelijke waarde van gemeenschap naar voren. Want in een grote exclusieve gemeenschap kun je de ander makkelijk ontlopen. Die mijd je gewoon. Daar heb je toch niets mee? Maar in een kleinere groep is dat moeilijker. Daar kom je die ander toch telkens tegen. Kun je die ander dan toch liefdevol benaderen? Om zelf moeite te doen die ander te aanvaarden zoals hij is?

Leuk woord. Inclusief. Maar in de praktijk van alledag binnen een kleine groep soms heel erg moeilijk. Maar we blijven ervoor gaan.

woensdag 30 maart 2016

Interview in Friesch Dagblad vandaag: Pionieren, blijf steeds bij jemissie

Vandaag is een interview met mij, samen met mijn laatste column, verschenen in Friesch Dagblad (http://www.frieschdagblad.nl/index.asp?artID=71046). Lees hieronder de tekst ervan.
Ruim zeven jaar schreef missionair gemeentestichter en buurtpastor Rick Jansen in het Friesch Dagblad over het gemeentestichtingsproject Villa Klarendal in Arnhem. Inmiddels is het een zelfstandige kerkgemeenschap geworden. In zijn laatste column blikt Jansen terug op de afgelopen tien jaar in de Arnhemse achterstandswijk. 
Toen hij met zijn vrouw in Klarendal begon, bestond er nog weinig op dit gebied. ,,Er waren een paar initiatieven van gemeentestichting in Nederland, maar die deden dat op de 'oude manier’: plaats leden van je gemeente in een andere wijk, en begin daar als kerk opnieuw", vertelt Jansen. ,,Er werd vooral van binnen de kerk naar buiten gedacht, in plaats van te beginnen bij de wijk zelf."
Jansen kwam in die tijd twee mensen tegen die op een geheel andere wijze bezig waren: Matthijs Vlaardingerbroek die een christelijke gemeente was begonnen in een volkswijk in Den Haag en Daniel de Wolf die een gemeenschap stichtte in een achterstandswijk in Rotterdam. ,,Bij hen zag ik wat het betekent om kerk en christen in de wijk te zijn. Deel uit te maken van de wijk, en aan te sluiten bij de behoeften die daar leven."
Jansen verdiepte zich ook in de Fresh Expressions in Groot-Brittannië en de emerging church-beweging uit de Verenigde Staten, die beide experimenteerden met nieuwe kerkvormen. Hij was erbij betrokken toen de emerging church-beweging begin 2000 ook overwaaide naar Nederland. ,,Er werd een begin gemaakt van het omploegen van de aarde in christelijk Nederland. Er kwamen mensen op af die interesse hadden om nieuwe vormen van kerk-zijn op te zetten, maar niet wisten hoe ze moesten beginnen. Daar heeft deze beweging een rol in gespeeld. Het motto was: doe het zoveel mogelijk met de gevestigde kerken, maar wacht niet langer, begin met experimenteren."
In de afgelopen tien jaar is de term missionaire gemeente een veelgehoord begrip geworden. In 2012 bestempelde de Protestantse Kerk in Nederland pionieren tot een van haar speerpunten. ,,Na een eerste lichting van pioniers zag je meer initiatieven ontstaan. Naast de PKN zien ook andere kerkverbanden en organisaties missionaire gemeentes niet meer als iets vreemds, maar hebben ook zij dit 'binnengehaald’."
Geen geld
Jansen is blij met de toegenomen aandacht voor pionieren en missionair gemeente-zijn. Wel signaleert hij dat er in het algemeen bij pioniersgemeenten vrij veel geld gaat naar de aanstelling van pioniers. Dat draagt vaak niet bij aan de continuïteit van een nieuw initiatief, ziet hij. ,,Een punt van discussie is hoe snel zo’n nieuwe gemeente zelfstandig is. De PKN ging bij de eerste pioniersplekken uit van een termijn van drie jaar. Al snel was duidelijk dat dat absoluut niet lukte. Ik heb elders gezien dat sommige pioniersplekken weer verdwenen omdat er geen geld meer was voor de aanstelling van de pionier. Een fulltime kracht die de kar trekt is wat mij betreft geen goede ontwikkeling."
Jansens advies is: zorg ervoor dat je met een team verantwoordelijk bent voor een kerkplanting. ,,Eventueel met een parttime betaalde pionier. Juist wanneer je met vrijwilligers werkt, vraag je sneller mensen uit de wijk om mee te helpen, waardoor je doelgroep eerder participeert in de (kerk)gemeenschap."
Bovendien moet je voorkomen dat alleen afgestudeerde theologen in het kerkplantingswerk terecht komen, meent Rick Jansen. ,,Onze ervaring is dat je wel twee jaar nodig hebt om zelf een denkverandering mee te maken. Om niet vanuit je eigen achtergrond in de wijk te werken, maar om echt vanuit de wijk te leren denken. Je moet als het ware je eigen achtergrond vergeten en je helemaal identificeren met de mensen in de wijk. Voor net afgestudeerde theologen, die vooral theoretische scholing hebben gehad, is dat vaak niet gemakkelijk. Het gevaar bestaat dat je toch weer met vieringen begint die te hoog gegrepen zijn, of dat je te veel verwacht van mensen."
Jansen pleit daarom voor een combinatie van theologen en mensen die een baan in de samenleving hebben. Cruciaal is wat hem betreft: wonen in de wijk. ,,Anders ben je geen deel van het geheel, maar een professional die de wijk even binnenkomt, maar ook weer verlaat." 
Geen vreemde
Begin niet zelf met het organiseren van allerlei activiteiten, maar probeer zoveel mogelijk op plekken in de wijk te zijn waar mensen al zijn, adviseert Jansen. ,,Dat scheelt tijd, en het zorgt ervoor dat je op een natuurlijke manier contact krijgt met mensen." Zo werd hij zelf jaren geleden computerdocent in het wijkcentrum in Klarendal. ,,Dat was een bestaande activiteit van een welzijnsorganisatie. Je leert mensen kennen en bent niet meer een vreemde van buitenaf, maar een bekende van binnenuit. Je ontmoet hen. Het gaat over ditjes en datjes, over de dingen uit het dagelijks leven. Van daaruit kom je ook tot diepere gesprekken en raken mensen soms geïnteresseerd om naar Villa Klarendal te komen voor een viering. 
Een valkuil voor elke kerkplanting of pioniersplek is dat die zich na verloop van tijd toch weer meer naar binnen richt. ,,Wij hebben in Villa Klarendal drie speerpunten: de wijk, gemeenschap en leven met God. Geregeld zie je de neiging ontstaan om meer gericht te zijn op gemeenschap en pastoraat, dan op de wijk. Natuurlijk zijn die twee belangrijk, maar je moet niet vergeten dat de wijk net zo belangrijk blijft. Want daar ligt uiteindelijk je missie."

donderdag 21 januari 2016

Column Friesch Dagblad 85: Geloof gericht op heel het leven

Wij willen holistisch leven". Dit is nog steeds een van de hoofdwaarden van de christelijke wijkgemeenschap VillaKlarendal. Een term die een beetje ‘eng’ klinkt voor de gemiddelde christen, die het al snel associeert met de New Agebeweging die aan dit begrip een eigen invulling heeft gegeven. ‘Integral mission’ heet het in de zendingswetenschappen en dat komt dichtbij wat wij bedoelen. Het leven in zijn totaliteit als christen leven en elk aspect daarvan als waardevol accepteren. Niet het geestelijke staat centraal, maar alle aspecten van het leven zijn even belangrijk, waarbij het geloof natuurlijk een belangrijke basisvoorwaarde is.

Zo kan het zijn dat mensen bij ons komen met financiële vraagstukken, met moeite op sociaal gebied, met huisvestingsvraagstukken. We vinden het belangrijk, wuiven het niet weg met een geestelijk sausje als ‘we zullen ervoor bidden’. Nee, we bidden ervoor en kijken met mensen hoe de vraagstukken het beste opgelost kunnen worden. En meestal hebben wij niet de oplossing, maar wel een van de instanties met wie we samenwerken.

Ik zie een nieuwe beweging ontstaan die het omgekeerde lijkt te zeggen. Aanbid God met heel je hart (wat betekent: zing liederen en kom in een bepaalde sfeer), laat Hem je leven leiden. En bid Hem voor alles en het zal ook gebeuren. Mooi, prachtig, geweldig dat men zo radicaal wil leven. Maar ook eenzijdig en alleen gericht op het geestelijk/spirituele deel van het leven.

Zo had mijn vrouw last van hevige spierpijn. Een vriend van onze zoons hoorde het en opperde ervoor te bidden. Want dan zou de spierpijn wel weggaan. Tja, maar God heeft het lichaam gemaakt om te werken én te rusten. En spierpijn is een manier van het lichaam om ons te melden dat er even rust moet worden ingebouwd. Door God ingegeven waarschuwingsmechanismen die we niet te vuur en te zwaard als geestelijke strijd met gebed te lijf moeten gaan.

Ik vind dit altijd lastig. Want ik gun mensen een radicale omgang met onze hemelse Vader. En ik zal de laatste zijn om te oordelen over het geloofsleven van anderen. Toch vind ik het jammer dat een nuchtere kijk op het leven van alledag en het besef dat God alles heeft gemaakt tot zijn eer daardoor soms teniet wordt gedaan.

Zo zie ik soms vreemde mengelingen ontstaan. Milieu lijkt voor sommige christenen een tweederangs aangelegenheid. Want God zorgt toch wel voor ons, waarom zouden wij dan nog voor die omgeving moeten zorgen? We ‘praisen’ erop los in onze zondagse samenkomst, terwijl de wijk waar de kerk samenkomt op overlevingsstand staat. En dan bidden we dat ‘die mensen’ snel bij ons binnen mogen komen. Het enige wat de wijk van ons ziet en hoort zijn de zondagse wekkerdiensten waar niet iedereen blij mee is en de auto’s die her en der geparkeerd staan in de toch al overvolle wijk.

Holistisch, integraal leven. Dat is mét mensen leven. Niet naast hen. Oog hebben voor de pijn en moeite van alledag. Dat niet weg praisen en worshippen. Maar samen de pijn ervaren, beleven en kijken hoe het beste hulp kan worden geboden.

zondag 27 december 2015

Na de kerstgedachten

Kerst is een mooie periode om even te bezinnen en na te denken. Ook al zijn het wat mij betreft maar drie dagen.

Soms kan het lezen van kranten daarbij een hulp zijn. Afgelopen donderdag vielen drie kranten bij mij door de bus. De zaterdagkranten van kerst. Allen met kerstbijlagen. 

Het Nederlands Dagblad plaatste een prachtig essay van Rien van den Berg onder de cryptische titel "Midden in het kalifaat een kribbe".

Ik ga het essay niet herhalen, maar pak er wat uit om daar hier verder op door te gaan.

Hij komt tot de interessante conclusie 'ik heb nooit iets gehad met Kerst'. De eerlijkheid gebiedt dat dit niet altid voor mij heeft gegolden. Kerst was voor mij jaren het feest van licht, warmte, liefde, vrede en gezelligheid geweest. Toch begon er langzamerhand iets te knagen. Het uiterlijke vertoon. De koopwoede. De must om die twee dagen tot het meest gezellige van het jaar te maken. De opgelegde lieflijkheid en zoetigheid die ermee gepaard gaan. De overdreven aandacht voor het mindere, die we de rest van het jaar weer terug in de hoek gooien. 

Dus hebben wij als echtpaar besloten dit jaar geen tijd te besteden aan het extra verlichten en optuigen van het huis, wat we na twee weken weer hadden moeten aftuigen. We besloten als Villa Klarendal niets extra's te doen voor het mindere. De traditionele kerstpakkettenactie, met de gebruikelijke hebberigheid erbij, zetten we aan de kraak en ruilden we om voor een nieuwe traditie in de wijk, de herdertjestocht.

Iets doen voor de mindere, dat is een opdracht voor het hele leven, voor 365 dagen in het jaar. Niet voor slechts 2 dagen. Daar willen we graag voor gaan, ook het komend jaar. En liefst mèt de mensen die het minder hebben, niet vóór hen.

Nog een ander citaat uit het essay raakte me:

Een vrouw, niet-gelovig, bezocht in dit dorp (het dorp van de schrijver RJ) twee weken geleden een kerkdienst. Ze moest huilen van geluk omdat ze het gevoel had dat ze thuis kwam. Ze zocht op internet alle liederen bij elkaar die we gezongen hadden en zingt ze de hele dag. Ook bidt ze. Maar ze gelooft niet, zegt ze stellig. Want met God - een heerszuchtige, dominante Man immers - kan en wil ze niet door een deur.

Na een hele verhandeling concludeert van den Berg:

Ineens denk ik: ik hoop nu nog maar één ding. Dat ze in de wereld van leugenachtig licht en suikerwerkmuziek op een verloren moment een deur binnenstapt, zoals ze die twee weken geleden binnenstapte. En dat ze dan mensen bij elkaar ziet, en dat ze zich er thuis voelt, opnieuw. En dat zij dan een dominee tegenkomt die in de donkerte van de dagen de weg van Jezus durft te gaan, die het aandurft klein en weerloos voor de kudde te gaan staan, en maar gewoon vertelt.

Wat me hierin aanspreekt is, dat ik de reactie van de vrouw herken. Mensen voelen zich in deze tijd verweesd. Alleen, zonder zekerheden om hen heen. De kerk is zo vaak de plek waar mooie verhalen worden verteld, maar waar ook dogma's boven de liefde lijken te worden gesteld. Die komen hard over. Zonder liefde voor de persoon.

Liefde en warmte zijn er ineens weer tijdens de kerstdagen. Om vervolgens daarna weer te worden ingewisseld voor de dominantie van leiders, kerkenraden of andere mensen die menen de waarheid in pacht te hebben. 

De herkenning is dat we dit regelmatig terughoren. "Het is of ik hier thuis kom" als mensen de brunch van Villa Klarendal binnenstappen. En "ik vind het zo mooi en saamhorig hier, maar ik geloof er niets van". "Wat doe je hier dan?" is dan vaak de niet, en soms wel, uitgesproken reactie in kerken. Want wie hier komt, moet toch geloven? En kerkmensen die bij ons binnenstappen voelen zich onzeker. Er lijkt geen regel te heersen. Alleen "kom zoals je bent...", wat betekent dat je jezelf mag laten zien. En dat voelt, zoals iemand onlangs zei, alsof je naakt bent. Je mag jezelf tonen. Weg met de zelfgemaakte geestelijke bladeren. Terug naar je oorsprong. 

Ruimte om thuis te komen. Om tot rust te komen. Weg uit de drukte, pijn, onzekerheid, geweld van alledag. Luisterend naar de waarheid uit de bijbel. Iedereen mag ervan genieten. Zich openstellen voor de liefde die Jezus geeft. Met de houding van Jezus zitten we gelijkwaardig aan tafel. Allemaal naakte mensen met ieder de pijn die het leven hen heeft aangedaan. Jezus is mijn pijn binnengekomen en heeft hem van mij overgenomen. Wat niet wil zeggen dat ik die pijn niet meer voel. En vanuit die ervaring proberen we mensen tegemoet te treden. Ongekunsteld, zonder theater of podium. Soms moe van de week. Soms moe van de eigen zwakheden waar ruzie in het gezin, met de buren, of depressie uit voort komen. En daar dan maar gewoon voor uit komen. Sorry, nu even niet, nu ben ik moe. Geen gekunstelde lach, waar iedereen het leed doorheen ervaart.

Kom met je naakte zelf. Nu en alle andere 364 (en komend jaar zelfs 366) dagen.

woensdag 16 december 2015

Column Friesch Dagblad 84: De nare smaak van spreken over Parijs

13 november 2015 staat in ons geheugen gegrift. Opnieuw is er een toon toegevoegd aan het negatieve akkoord wat over de islam wordt uitgespeeld. Die moslims moeten zich nu maar eens uitspreken. Er wordt verantwoording gevraagd van mensen die hetzelfde geloof aanhangen als die terroristen die Parijs hebben aangevallen.

Ik heb met gemengde gevoelens gekeken naar de berichtgeving over Parijs. In het begin was ik nog geïnteresseerd, benieuwd naar de achtergronden. Maar toen mijn lokale dagblad al voor de zevende dag op rij met zwarte randen nieuws uit Parijs bracht, begon ik mij af te vragen wat voor nieuwsgaring dit nu was. Vrije nieuwsgaring of loutere propaganda? Want alles wat maar enigszins nuancerend was, werd geweerd of naar andere pagina’s gedirigeerd.

Het was duidelijk: die moslims, die moslims toch, wat deden ze ons aan? Waar hadden wij dit aan te danken? We hadden ze toch alle ruimte geboden, waarom maakten ze daar dan zo misbruik van?
Het bekende dubbele gevoel wat de goede lezer van mij kent bekroop mij weer. Want: vrij? Er lijkt zich een teneur af te tekenen waarin de moslim een tweederangs burger wordt. Iemand die bij de gratie van onze tolerantie hier mag wonen, maar voor de rest met heel veel argwaan wordt bekeken en benaderd. Enige tijd geleden organiseerde de gemeente Arnhem een gesprek over samen in Arnhem waarin groepen bewoners met elkaar in gesprek gingen over radicalisering. Met name de moslims spraken van de pijn die zij ervoeren over het tweederangs burger zijn. Goed opgeleid en enthousiast solliciterend naar een plekje op de arbeidsmarkt worden zij af geserveerd.

Een prachtig voorbeeld was een jongeman met lange baard en djellaba. Hij begon te spreken over zijn passies en liefde voor jongeren. Over zijn identificatie met moslims terwijl hij geen moslim is. Mar hij werd er wel vaak op straat over aangesproken. Hij ziet er toch uit als een moslim?
De hokjes doorbreken. Niet denken in termen van "jij bent zo en denkt zo, omdat je er zo anders uitziet, die andere achternaam draagt of dat andere geloof aanhangt". Ik was blij met die ene andere noot die tijdens de vele gesprekken werd gespeeld. Nationale knuffelmoslim Ali Bouali sprak zich uit als moslim en over het belachelijke daarvan. Want we hadden hem toch al aanvaard als rapper en nationaal humorist? Waarom dan nog verantwoording?

Gisteren kwamen de Nederlandse bisschoppen met de brief ‘Herbergzaam Nederland’, waar indringend werd ingegaan op de vluchtelingenvraagstuk dat voor sommigen direct verbonden is met de komst van ‘grote groepen moslims naar ons land’. De bisschoppen schrijven: ‘Goed samenleven is een verantwoordelijkheid van ons allemaal. Wij én de vluchtelingen hebben verplichtingen tegenover elkaar. Om in de vervulling van deze wederzijdse plichten vruchtbaar met elkaar op te trekken, dienen we de weg van de dialoog te bewandelen. Vanuit onze gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor zo’n dialoog kunnen we op zoek gaan naar goede oplossingen met respect voor iedere medemens’.

In Arnhem zijn we al met die dialoog bezig. De afgelopen maanden zijn wij, christenen en moslims in onze wijk, begonnen met bezoeken aan de plaatselijke moskee, kerk en synagoge. Om in gesprek met elkaar te komen. Niet veroordelend of vingerwijzend. Maar open en eerlijk. Als een kind dat verwonderd kijkt naar die mooie zeepbel, keken wij naar al het moois dat deze wereld heeft voortgebracht. Met de verschillen ontdekten we veel overeenkomsten. Die boden aanleiding voor verder gesprek. Elkaar onbevooroordeeld tegemoet treden om open te horen wat die ander bezig houdt. Is dat niet veel mooier?

dinsdag 17 november 2015

Column Friesch Dagblad 83: De vreemde kerk

Deze periode zijn twee nieuwe boeken uitgekomen over kerk-zijn in deze tijd.

Vrijdag 13 november werd er een symposium gehouden naar aanleiding van het uitkomen van het boek "Vreemdelingen en priesters" van Stefan Paas die als ondertitel "Christelijke missie in een postchristelijke samenleving" mee kreeg.

Ook theoloog Erik Borgman heeft een boek uitgebracht onder de titel "Waar blijft de kerk?" met als ondertitel "Gedachten over opbouw in tijden van afbraak". Ik las onlangs een interview hierover met beide schrijvers. Interessant dat deze twee theologische kanten uitkomen bij ongeveer dezelfde noties.

Protestant Paas concludeert "Met streven naar succes hoeft de kerk zich niet bezig te houden" en "de kerk is altijd een minderheid geweest, en ik denk dat dit ook bijbels is." Christenen die zich bevinden in de zogenaamde Bible Belt merken dat nog niet zo erg, maar Paas merkte door te verhuizen naar Amsterdam "dat we in een bijna geheel geseculariseerde cultuur leven." De oplossing? Niet de droom om de hele cultuur te transformeren. Maar leven in ballingschap die de vrede voor de stad zoekt en God vertegenwoordigt in een seculiere context.

Katholiek Borgman ziet een kerk die in afbraak is. De opbouw van de nieuwe kerk moet los zijn van plannenmakerij, efficiency en denken in problemen en oplossingen. Niet meer denken in maakbaarheid. Hij wil leren van de kerk van de vluchtelingengemeenschap in Calais. Ze hebben niets. En in die omstandigheden ontstaat een kerk. Zij vragen zich niet af wat de zin van de kerk is, waar het goed voor is. Nee, het is goed. Hij noemt het mooie voorbeeld van de gelijkenis van het mosterdzaadje. Wij denken dat wij ervoor moeten zorgen dat het mosterdzaadje een boom wordt. Dat is het niet. Het koninkrijk van God is een struik waar de vogels nestelen. De ene keer zijn wij de struik, de andere keer de vogels die erin nestelen.
 
Kerk-zijn in deze nieuwe tijd. Het houdt mij ook bezig. Veel van wat deze twee theologen zeggen, komt mij bekend voor. Een succesloze kerk die oploopt met de mensen in de wijk. Waar succes niet gemeten wordt aan het aantal mensen dat een formuliergebedje heeft opgezegd of een keer kopje onder is gegaan. Pretentieloos aan de kant naast mensen die aan de kant staan. Niet "wij zullen dat wel even voor je doen", maar "zullen we samen eens kijken of het mogelijk is."

Het verbaast mij hoeveel moois er gebeurt als je de ogen opent voor wat er in de wijk gebeurt. Mensen met het hart op de juiste plaats. Niet gericht naar boven, maar wel op de medemens in nood. En niet alleen gericht op nood, maar op de medemens zelf die een nood heeft. Laatst nog een gesprek met een onderzoekster. Die zich verbaasde over deze kerk in de wijk. Ze vond het jammer dat zo'n kerk niet in haar dorp bestond. Dan zou ze het wel weten. Dan zou ze net zoals velen bij ons een niet-zo-gelovige kerkganger worden.

Lees hier het interview met Stefan Paas in De Nieuwe Koers

Recensie over het boek "Waar blijft de kerk?" van Erik Borgman in NieuwWij

woensdag 9 september 2015

Column Friesch Dagblad 81: Waar is nu het plan van Europa?

Ze komen met grote groepen naar ons toe. Een tsunami van vluchtelingen komt onze kant op. Ze komen van heinde en ver om van onze rijkdom te profiteren. Wij hebben het ook niet makkelijk. En nu moeten we onze beperkte rijkdom ook nog delen met die anderen. Wij waren wijs om te sparen. Waardoor we nu voldoende hebben. En kijk: nu komen ze overal vandaan om te genieten van onze slimheid en rijkdom. Stuur ze toch gewoon terug. Hadden ze zelf maar slim moeten zijn. Niks geen compassie met de volkeren om ons heen! Eigen volk eerst. Wij hebben voorrang!

Het zou zo maar uit onze tijd kunnen komen. Maar het bovenstaande heb ik geschreven vanuit de denkwereld van Egyptenaren die in de tijd van Jozef hadden kunnen opstaan tegen de toenmalige minister-president toen bleek dat andere volken profiteerden van de graanvoorraden die Jozef had laten aanleggen. Met de kennis van nu weten we dat achter die wijsheid een andere Wijsheid zat die zijn plan volvoerde. Maar uit de reactie van de broers van Jozef bleek wel dat zij absoluut niet op de hoogte waren van dat grootse plan. En de Egyptenaren hadden die economische vluchtelingen van toen met gemak kunnen weigeren. Het waren geen vrienden, eenvoudige boeren, uit een ver land waar Egypte absoluut geen voordelen bij had.

Zo worden nu woorden en gedachten uitgestrooid over mensen die het in eigen land moeilijk hebben. Een tsunami van vluchtelingen komt over ons. Paniek in heel Europa. Erg overeenkomstig de situatie uit de tijd van Jozef. Alleen: hij had een plan. En Europa wordt verweten geen plan te hebben. Jozef wist van tevoren dat er een probleem aan zat te komen. Europa ook. Al vanaf jaren geleden keken we naar de vluchtelingenstromen uit Syrië en verbaasden ons over het gebrek aan organisatie in de omliggende landen.

Je kon op je vingers natellen dat die vluchtelingenstromen niet zouden ophouden bij de grenzen van de omliggende landen. Maar keken toe en zaten op onze handen. Na Lampedusa, Kos, Lesbos en Hongarije weten we beter. En groeit de stroom vluchtelingen ook ons boven het hoofd. Ik neig tot de groep die alle grenzen open stelt. Grenzen open voor Europeanen? Dan ook voor alle andere wereldburgers met minder mogelijkheden dan wij.

Maar het blijft moeilijk. Want wijkbewoners wijzen mij op hun jarenlange strijd om een ander huis te bemachtigen. Vrouw en tienerdochter in een bed, omdat zij geen ander huis kunnen krijgen. Die zien vluchtelingen aankomen in die krappe woningmarkt en zien hun eigen kansen op een ander huis met grote sprongen verkleinen. Die schreeuwen om voorrang voor eigen volk. Terecht. Die mensen moeten ook kansen krijgen.

Daaruit blijkt maar weer hoe moeilijk dit vraagstuk is. Ik kom er zelf ook niet uit. Puur politiek denk ik het ene. Maar word ingehaald door de dagelijkse situatie van mensen die ik tegenkom. Een menselijk bestaan: dat wens ik iedereen toe!

Lees hier de column in Friesch Dagblad zoals hij is verschenen (onderaan de pagina)

donderdag 18 juni 2015

Column Friesch Dagblad 79: Samen Jezus volgen in de ondertussenheid

De afgelopen tijd heeft op internet een discussie gewoed, dat voorlopig een hoogtepunt heeft gekend in een congres van MissieNederland (voorheen EA/EZA) over "de evangelische beweging in deondertussenheid". Dit klinkt vaag en verdient uitleg. In de Trendrede 2015 kwam de term 'Ondertussenheid’ voor het eerst naar voren. Het "duidt op de periode van verandering waarin we ons bevinden. Het gaat om een overgang tussen twee systemen of tijdsgewrichten. Veel vaste verhoudingen en zekerheden staan op losse schroeven, terwijl we nog niet kunnen zien hoe het nieuwe plaatje er precies uit zal zien."

In de discussies die op internet werden gevoerd was sprake van enkele christenen die de zekerheden van de evangelische beweging ter discussie stelden. Zo vergelijkt Matthijs Vlaardingerbroek de situatie met de reis van Israël door de woestijn. Vlak voor de Jordaan staat de evangelische beweging voor de keuze: de onzekere toekomst in of niet overgaan en iets anders doen. Zij besloten tot het laatste: het bouwen van een evangelisch Jericho  "met hoge, sterke muren van onze eigen gelijk, bekleed met vaandels die proclameerden: “Dit is Gods, enige Bijbelse, geopenbaarde Waarheid!” Evangelisch Jericho met een populatie van zwerfvogels, die om de zoveel jaar van de ene grote zaal naar de andere grote zaal fladderen, altijd op zoek naar de lekkerste wormen en de grootste vetballen."

Van daaruit gingen enkele verspieders op individuele basis naar de overkant van de Jordaan. Ze kwamen er niet zonder kleerscheuren doorheen. Maar merkten dat geloof daar mogelijk is. Met vallen en opstaan. Deze verspieders wijzen de evangelische beweging op de ondertussenheid. De tijd van de zekerheden is verdwenen. Maar hoe het wel moet, dat weten we nog niet. We zijn nog steeds verspieders.

Ikzelf zie deze situatie ook in mijn eigen omgeving. Als je het zekere verlaat om als verspieder in een ander gebied terecht te komen, moet je alles doordenken, ook je geloof. En kom je dan af en toe weer terug in het 'veilige nest' dan is er sprake van vervreemding. Ik vergelijk het met achter Jezus aan gaan. De volgelingen gaven hun veilige leven op voor het discipelschap. Enige zekerheid was dat ze met Jezus mee gingen. Al het andere was tweederangs. Zelfs de familie van Jezus begreep bij tijd en wijle niet wat Jezus deed. Dan probeerden ze hem tot de orde te roepen, in het gareel van wat normaal en algemeen aanvaardbaar was.

In de ondertussenheid zal voor sommige volgelingen zo weinig van het oude achterblijven, dat sommige andere volgelingen ze weer in het gareel willen brengen, vanuit de vraag of zij nog wel echte volgelingen zijn. Dat gebeurde bij tijd en wijle ook in de discussies op internet. Ook al weten we nog niet waar het naar toe gaat en blijven sommigen binnen de veilige muren van evangelisch Jericho, terwijl anderen daaruit wegzwermen het beloofde land in, een ding weet ik zeker: wie verlangt Jezus te volgen, moet daarin gestimuleerd worden en niet verketterd. We kunnen elkaar vinden in het samen volgen van Jezus. Samen met Hem op weg naar het onbekende beloofde land.

woensdag 15 april 2015

Column Friesch Dagblad 77: Kerk binnenstebuiten

Een aankondiging van een lokale kerk deze week: "We gaan deze week naar buiten". Na de dienst werd het geloofsgevoel voortgezet, met zang en muziek naar buiten gebracht op de trappen van onze plaatselijke muziektempel. Mooi, de kerk gaat naar buiten. Er wordt iets gedaan met het verlangen om het geloof uit te dragen. Wat dat betreft: chapeau voor de pogingen nieuwe dingen te doen uit liefde voor onze Heer.

Toch bekruipt mij bij dergelijke activiteiten een gevoel van onbehagen. Die heeft vooral te maken met de termen 'binnen' en 'buiten'. Binnen is dan de plek waar je samenkomt. Waar je samen het geloof deelt en opgebouwd wordt. Buiten is iedereen die niet het geloof aanhangt en daarom niet behoort bij binnen. Door dat zo te benadrukken is er weinig echte interactie met buiten. Wellicht wil men dat ook niet, want "wij moeten ons niet mengen met de wereld". Langzamerhand is onbewust en onbedoeld een subcultuur ontstaan, die door buitenstaanders niet meer begrepen wordt. Om binnen weer in contact te brengen met buiten, en vooral omgekeerd, worden specifieke, eenmalige, acties georgeniseerd. In de hoop dat we enkelingen van buiten naar binnen brengen.

Kan het anders? Kan de kerk binnenstebuiten gekeerd worden? Jazeker. In een bespreking over een conferentie over "missionaire spiritualiteit" citeerde blogger Henk Medema een spreker die 'binnen' en 'buiten' vergeleek met het Zuid-Afrikaanse openbaar vervoer: "je kunt je laten vervoeren door middel van [minibus]‘taxi’s’, voertuigen die gebouwd zijn voor bijvoorbeeld 12 personen, maar waar soms wel 20 mensen in worden gepropt. Als je zo’n taxi neemt, kom je letterlijk met de mensen in aanraking, met zweet- en knoflooklucht en al, maar ook met hun eigen verhalen, moeite en verdriet. Wil je dat, of hou je je daar liever buiten? - in dat laatste geval moet je maar liever een veel duurdere deur-tot-deur taxi laten komen."

Het is als het verschil tussen de toerist die kiest voor een georganiseerde reis of de backpacker. De backpacker maakt gebruik van reismiddelen en hotels die de gewone man in het land ook gebruikt. Daardoor ontmoet hij mensen van hart tot hart en ontstaan er relaties. De georganiseerde reiziger bekijkt het land vanuit een veilige bus met airconditioning. Bij pleisterplaatsen stapt hij uit om in contact te komen met de gewone man, om daarna weer snel de bus in te stappen op weg naar het veilige hotel.
Is de Nederlandse kerk een georganiseerde busreis die veilig sightseeënd door de wereld reist op weg naar het beloofde land of een groep backpackers die nauwer in relatie staat tot de inwoner van het land en zo al zoekend en tastend dezelfde richting op gaat?

woensdag 18 maart 2015

Column Friesch Dagblad 76: Strooi ook eens wat goudstof rond voor een betere wereld

Boven een artikel in De Volkskrant stond afgelopen zaterdag 'Strooi zelf ook eens wat goudstof in het rond'. Ik werd geraakt door de inhoud die ging over het moderne levensgevoel. Schrijfster en juriste Alexa Gratama beschrijft de drukke levens die we als moderne mens menen te moeten leven. Zowel in ons werkende leven als in onze drukke vrije tijd. Ze komt tot de conclusie: ,,Net als elektrische auto's moeten we regelmatig worden bijgetankt, maar er zijn veel te weinig oplaadpunten. Voor je het weet komen we met een ruk tot stilstand.”

Als gevolg daarvan lijdt inmiddels meer dan een miljoen volwassenen en kinderen in ons land aan 'somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten'. Waarvoor we vervolgens ,,massaal aan de running-therapie, mindfulness en voedingsinterventie moeten”. De hele stresscultuur zorgt er voor dat er miljarden in de zorgsector aan worden uitgegeven om mensen weer op de rails te krijgen. Gratama ziet de oplossing in het opruimen.

,,Opruimen van onze kasten, onze agenda, ons hoofd, ons leven.” Hoe doe je dat? Daarvoor citeert ze de Japanse Marie Kondo die bij zich bij elk voorwerp afvraagt: ,,Does it spark Joy?” Ervaar ik hierbij nog een vonkje vreugde? Die spark of Joy is voor Gratama als de goudstof uit de staf van de fee van Assepoester. Zoek in je leven naar goudstof waar je blijdschap uit put en geef dat als je kunt ook nog aan anderen door.

Wie dit artikel als christen leest, kan twee kanten op. De traditionele, primaire reactie zal zijn: wat een slap aftreksel van de vreugde die God in Christus geeft! Tevreden zijn met een slap aftreksel van het ware en pure goud dat van en door Hem komt. Laat haar dat zoeken en ze wordt overweldigd door de heerlijke rijkdom van het 'in Christus-zijn'.

Dat was ook mijn eerste reactie. Maar toen ik er verder over na ging denken, besefte ik, dat onze samenleving heel ver van de God van de Bijbel af staat. Men is niet meer met Hem bezig, laat staan dat ze Hem kennen. Ik begon terug te denken aan hoe wij met Villa Klarendal proberen aan te sluiten bij het leven van alledag. En kwam tot de conclusie dat wij niet anders deden dan wat goudstof rond te delen.

Af en toe een schouderklopje of een vriendelijke knipoog. Een dieper gesprek. Een moment van medeleven. God werkt vaak door kleine dingen. Dat kleine werkt door bij mensen. Het goudstof is een klein zaadje dat in hun harten wordt geplant. De glimlach maakt nieuwsgierig naar wat er achter zit. Bevangen door goudkoorts gaan mensen op zoek naar de oorsprong van het goud. Heb dus oog voor de kleine dingen. Je weet nooit wat er uit voort komt.

Column Friesch Dagblad 75: Bericht uit carnavalvierend Ernem

Hét weekeinde is weer aangebroken. Vier dagen aaneen met elkaar optrekken. Gezellige geluiden en dito muziek. Eindelijk mag je eens gewoon gek doen, zonder dat anderen er raar van opkijken. Juist: het is carnaval. Ook in Arnhem, ook in onze wijk Klarendal.

Onze Limburgse, katholieke burgemeester heeft ervoor gezorgd dat onze stad er sinds vorig jaar een nieuwe traditie bij heeft. Op vrijdagavond wordt de sleutel van de stad overgedragen aan de carnavalsverenigingen. Voor vier dagen is Arnhem Ernem.

Arnhem, op de grens tussen protestants en katholiek Nederland. Begrensd door het katholieke Achterhoek, het protestantse Ede en de grotendeels katholieke dorpen in de Betuwe.

Klarendal is een katholieke enclave in Arnhem-Noord, omdat in de negentiende eeuw Achterhoekse arbeiders massaal in deze nieuwe wijk werden gehuisvest. Dus is carnaval een van de hoogtijdagen in de wijk. Na elf november gonst het van de activiteiten in de carnavalsverenigingen, uitmondend in de vier carnavalsdagen en met name de zondagse optocht met praalwagens waar men al die maanden aan heeft gewerkt.

Het lokale, landelijke en internationale nieuws wordt creatief op de hak genomen. Afgelopen zondag stonden we in het zonnetje te kijken naar al die leuke en mooie creaties. En naar al die mensen die zo grappig waren uitgedost.

Ik hoorde vanuit de boxen op een van de praalwagens 'en ook... voedselbank is van de partij'. Ik had het eerst niet door (concentratie of beginnende doofheid?), maar zag wat afnemers van ons voedselbankuitdeelpunt op de wagen naar mij zwaaien, en begreep dat ze mij op het oog hadden. Ik wuifde iets harder naar de carnavaleske voedselbankafnemers en zij gaven een extra handje snoepgoed voor in de tas van mijn kleinzoon.

We moesten wel even nadenken over dit feest toen we negen jaar geleden met Villa Klarendal naar de centrale optochtstraat verhuisden. Want de meningen in niet-katholiek christelijk Nederland zijn nogal verdeeld over dit feest. Van liberaal ermee omgaan tot er fel tegen zijn, vanwege de nadruk op drank en seks. Wij constateerden dat onze wijkbewoners er vooral veel vreugde aan beleefden. Dus wilden wij die vreugde niet met de botte Bijbelse bijl neerslaan, maar positief benaderen.

Onze oplossing was om de carnavalsvierders tegemoet te treden met warme koffie en thee. Een welkome afwisseling in de vaak koude februarimaand, maar ook een positieve geste aan alle alcoholdrinkers. Het werd positief ontvangen. Vaak een duim omhoog of een ferme Œhug¹ van een ontvanger. Met de verhuizing naar een nieuwe plek is deze traditie verdwenen. We denken nu na over een vorm van aansluiting bij de carnavalstraditie. Een eigen Villa Klarendal carnavalsvereniging, of aansluiten bij de bestaande? We hebben nog tot 11 november om daar eens onze gedachten over te laten gaan.

donderdag 11 december 2014

Column Friesch Dagblad 74: leven en dood, als een vlinder in de hand

Afgelopen weekend las ik een artikel in Royal Life Magazine van de hand van Matteüs van der Steen met als titel Over evangelisatie. Hij sprak over zijn motivatie om voor grote groepen mensen te staan en hen het evangelie te verkondigen.

Kern van zijn verhaal was de legende over een oude man van wie werd verteld dat hij nog nooit een fout advies of antwoord had gegeven. Een jongeman uit een van de dorpen waar deze man kwam, verzon een list om te bewijzen dat de oude man ten minste één fout antwoord in zijn leven had gegeven. Hij ving een vlinder en hield die in de palm van zijn hand. Hij hield zijn hand om de vlinder met ruimte voor de vlinder en voor zijn duim.

De jongeman zou de oude man vragen of de vlinder dood of levend was. Antwoordde de oude man 'levend', dan zou hij ongemerkt met zijn duim de vlinder dood drukken. Antwoordde de man 'dood' dan zou hij de vlinder laten wegvliegen. De oude man kwam en de jongeman stelde zijn vraag: ,,Is de vlinder in mijn hand dood of levend?” De oude man was even stil en antwoordde: ,,Jongeman, dat ligt helemaal in jouw hand.”

Een prachtige legende. Aan de hand daarvan concludeerde Van der Steen dat op die manier dood en leven, hemel en hel in onze handen ligt en dat het onze levensroeping is mensen te wijzen op het leven dat ze in hun handen hebben. Op zich geen verkeerde boodschap. Want Jezus heeft ons geroepen om mensen de blijde boodschap te vertellen.

Toch voelde ik mij er ongemakkelijk bij. Waarom? Vanwege de manier van denken die totaal niet past bij ons werken in de wijk.
Want deze redenering gaat ervan uit dat gelovigen over leven en dood gaan. Vertellen we de boodschap niet, dan gaan mensen voor eeuwig dood en worden wij ter verantwoording geroepen. Evangelieverkondiging wordt dan krampachtig. 'Je moet het wel vertellen, want stel je voor dat jij de enige christen bent die de ander ooit tegenkomt...'

 In ons werk gaan wij ervan uit dat er maar Een is, die overtuigt van de waarheid. En dat wij met Hem mogen wandelen en anderen uitnodigen met ons mee te wandelen. Niet hemel of hel is het uitgangspunt, maar het leven in het hier en nu met Jezus. In die wandeling, midden in de wijk, met alle ups en downs van het leven, spreken we over Jezus. Spreken we met Jezus. Spreekt Hij met ons en onze medewandelaars. Hij heeft ons leven en dat van de medewandelaar in zijn hand.

woensdag 14 mei 2014

Column Friesch Dagblad 69: kijk over je eigen muren

”Ik wil graag bij Villa Klarendal meehelpen als vrijwilliger. Kan dat?” Een vraag die we de laatste tijd vaker gesteld krijgen. Hoe gaan wij daarmee om als kerk in de wijk? Aan de hand van enkele voorbeelden zal ik duidelijk maken hoe wij de vraag beantwoorden.

Na een uitvoerig gesprek met een vrouw in haar kerk is ze enthousiast. Ze wil graag iets voor de wijk doen en vindt de werkwijze van Villa Klarendal geweldig. Ze komt een keer naar onze brunch en viering om de sfeer te proeven. Daarna nodig ik haar uit voor een bijeenkomst van de landenkookgroep (ook omdat zij Zimbabwaanse is). Ze komt daar en heeft contact met haar tafelgenoten. Na afloop breng ik haar in contact met de opbouwwerker en met een contactpersoon van het vrouwenwerk in de wijk.

Die contacten zijn hartelijk. Al snel is ze een vaste deelnemer aan het vrouwennetwerk. Onlangs heeft ze samen met andere Afrikaanse vrouwen voor het eerst Zimbabwaans en Ghanees gekookt.

Ander voorbeeld. Een man mailt mij over de mogelijkheden voor vrijwilligerswerk in de wijk. We maken een afspraak. Ik vertel hem welke mogelijkheden er zijn binnen Villa Klarendal. En dat we breder kijken dan alleen binnen onze eigen muren. Tijdens de afspraak komt een coördinator van een andere wijkorganisatie binnen. Ik laat de twee met elkaar kennismaken en ze maken een afspraak. De opleiding van de man in de landbouw matcht met een nieuw plan voor stadstuinbouw in de wijk.


Gewoonlijk, als iemand bij ons komt om als vrijwilliger ingezet te worden, denken we eerst binnen de grenzen van onze eigen organisatie of kerk. Daar komt een persoon het beste tot zijn recht, denken wij. Maar omdat Villa Klarendal zich inzet voor de bloei van de wijk denken wij ook verder; over onze eigen Villamuren heen. Voor ons is het belangrijk dat een vrijwilliger tot zijn recht komt maar ook dat de wijk er iets aan heeft. Daardoor kan het gebeuren dat een potentiële vrijwilliger van Villa Klarendal een plek gaat innemen in de wijk,zonder dat hij iets voor de Villa zelf doet.

Wij willen meehelpen de leefbaarheid van de wijk te bevorderen. Wij willen dat niet verengen tot de muren van de eigen organisatie. Kom bij ons en leer de wijk kennen. Leer de wijk kennen en kom in contact met andere organisaties. Ga met hen samenwerken zodat we over en weer waarderen wat er in de wijk gebeurt. Met Villa Klarendal. Maar ook zonder.

dinsdag 11 maart 2014

Column Friesch Dagblad 67: Komen zoals je bent

'We mogen weer gaan stemmen.’ ‘Politiek, het is allemaal helemaal niets! We hebben een slechte regering!’ ‘Ik weet niet wat ik moet stemmen.’

Een paar uitspraken tijdens de brunch bij Villa Klarendal zondag. En echt: ik had het niet aangezwengeld. Aan mijn tafel ging het gesprek er ook over. Over de moeite en last van de politiek. En van de onduidelijkheid over wat te kiezen. De een weet het echt niet meer. De ander vindt de regering helemaal niets. Als ik hem vraag wat hij landelijk heeft gestemd, antwoordt hij ‘PvdA’. Waarop ik antwoord dat hij het dus aan zichzelf heeft te danken, deze regering. Het gesprek gaat verder. Is het echt zo dat hij de regering te danken heeft aan zijn stem? Hij had op de PvdA gestemd vanwege de mooie linkse beloften.

Kan hij er wat aan doen dat die partij het na de verkiezingen over een andere boeg gooide door in zee te gaan met de partij die tijdens de campagne nog de grootste tegenstander was? ,,Dan doe ik maar niets en stem ik niet meer”, reageert weer een ander. Maar ja, is dat een oplossing? Dan heb je zelf helemaal niets ingebracht en laat je de regering helemaal over aan wie wel de moeite heeft genomen te stemmen.

'Wat stem jij dan op 19 maart?', is een logische vervolgvraag aan mij, als ik kritisch al deze bekende stemmen pareer. Tja, nu moet ik met de billen bloot. Maar gelukkig heb ik een objectief gegeven. De dame op wie ik heb gestemd, van de partij die met een C begint, is door de lokale krant uitgeroepen tot het beste gemeenteraadslid van de stad. Daarom stem ik op kwaliteit.

‘Je mag komen zoals je bent’, is onze Villa Klarendal-cultuurleus. Maar tot hoever gaat dat? In een van de activiteiten komen we wekelijks in contact met een dame die zich actief verkiesbaar heeft gesteld voor de Gelderse Centrumdemocraten. Ik ben het niet eens met de standpunten van deze partij en persoon. Maar met de mens achter de te verkiezen politicus wil ik contact hebben. Daarom gaat de politiek over tafel. Want dat hoort bij het leven van alledag. In dat leven moeten mensen allerlei keuzes maken. En ik vind het geweldig als mensen de moeite van die keuze zo open op tafel leggen. Mensen durven inderdaad zichzelf te zijn.

Een gebedsverzoek van een bezoeker tijdens de viering bevestigt dat. Hij zal de gemeenteraad komende maandag toespreken. Ik bid voor hem, terwijl ik niet weet of ik zijn standpunt ondersteun.

dinsdag 25 februari 2014

Column Friesch Dagblad 66: Kerk in het wijkgebouw

Ik loop het wijkplein op. Ik kijk tussen twee pilaren door, en zie een groot plein, waar ik een oude kazerne tegemoet loop, met aan de rechterkant een oud militair gebouwtje en aan de linkerkant een modern uitziend gebouw, drie hoog.

Enkele meters verder is de ingang van het grote gebouw. MFC Klarendal staat hoog bovenop de pui van het gebouw. MFC staat voor multifunctioneel centrum. En dat is het. De receptie bemenst door mannen en vrouwen van het wijkwerkpalet verzorgen de ontvangst en de faciliteiten van het centrum. Links zie ik achter een deur de grote sportzaal waar heel veel kinderen aan het sporten zijn en waar het Sportpunt Klarendal zijn intrek heeft genomen.

Daar moet ik niet zijn, dus ik loop de andere kant op. Voor mij zie ik twee ruimtes, de multifunctionele ruimtes, die door iedereen gebruikt kunnen worden, als je het maar van tevoren doorgeeft. Achter een van de ruimtes is een grote keuken met twaalf pitten en twee ovens. In het MFC wordt gekookt voor en met wijkbewoners, dus daar moet voldoende ruimte voor zijn.


Iets voorbij de multifunctionele ruimtes kom ik het consultatiebureau tegen. Links daarvan, veilig achter gesloten deuren en ramen zitten links de ruimtes van de peuterspeelzalen en rechts de gezellige ruimtes van de kinderopvang.

Speluitleen en flexplekken

Via een oranje trap ga ik naar de eerste etage, waar ik een rondje kan lopen. Ik ga rechtsaf en en zie aan mijn linkerhand een knutselruimte, waar iedereen die dat wil zich creatief kan uiten. Een ruimte verderop een glazen wand met daarachter zes kleinere ruimtes. Dit is de eerste verdieping van de wijkbasisschool. Die zit nog niet helemaal vol, daarom is één lokaal is ingenomen door de speluitleen en twee daarachter liggende lokalen door het hoofdkantoor van de ouderenwelzijnsorganisatie.

Ik loop op de gang verder door en kom de ruimtes tegen van de gehandicaptenorganisatie en die van de participatiecoaches. Iets verderop kom ik bij de ruimtes die voor het kinderwerk van de welzijnsorganisatie gebruikt worden. En tenslotte loop ik iets verderop tegen de flexplekken aan waar onder andere de buurtopbouwwerker en de wijkregisseur werken.

De trap op naar de tweede etage. De tweede etage van de basisschool. Daarnaast de ruimte voor de logopedisten. En helemaal achteraan de kickboxschool.

Waarom deze opsomming? In die wirwar van organisaties en mensen heeft ook Villa Klarendal zijn plek gekregen. Elke zondag komen we samen in de multifunctionele ruimte met gebruik van de keuken.

Elke vrijdag helpen Villa-vrijwilligers er bij het uitdeelpunt van de Voedselbank. Zo zijn er al afspraken gemaakt tussen een participatiecoach en een afnemer van de Voedselbank. En kunnen we een klaslokaal gebruiken voor een cursus Zoom in op je relatie. Door te ‘wonen’ in het mfc staan we dichter bij alles wat er in de wijk gebeurt. En maken we deel uit van het overleg van gebruikers. Geen eigen ruimte of kerkgebouw. Wél aanwezig en bereikbaar op de plek waar de hele wijk dagelijks komt.

zaterdag 15 juni 2013

Jeugdkamp Klarendal: "Ik moet lullen voor spullen"



Zo af en toe lees ik in De Gelderlander artikelen die mij aanspreken. Zo ook het artikel waar ik bijgevoegde foto van heb gemaakt (klik hierop om het volledig te kunnen lezen). Betrokken Arnhemmers Brigitte en Mario Hogerhorst, ook nog collega's van mij, organiseren als geboren en getogen Klarendallers jaarlijks een kinderkamp. Ze doen het voor de kinderen uit de wijk: "Ze hebben vaak een 'rugzakje', en dan is zo'n week echt een uitlaatklep. Even weg van de zorgen thuis".

Hoe triest is het om te lezen dat een dergelijke activiteit op losse schroeven dreigt te komen door gebrek aan sponsors. Een dagje zwembad voor in totaal 150 euro dreigt dit jaar niet door te gaan.

Dit is nou zo'n activiteit die mij raakt en waar ik voor wil gaan. Jij ook? Laat het me weten.

woensdag 20 maart 2013

Column Friesch Dagblad 55: Een team in goede tijden en slechte tijden

Wie mijn columns leest kan wel eens het idee krijgen dat ik dit werk helemaal in mijn uppie doe, of samen met mijn vrouw. Ik schrijf deze column natuurlijk vanuit mijn persoonlijke perspectief. En wie iets van de grond aan af opbouwt, geeft aan anderen al snel het gevoel dat hij het helemaal alleen heeft gedaan.

Laat ik u snel uit de droom helpen. Bij Villa Klarendal werken we namelijk vanaf het begin in een team. Toen we begonnen als wijkproject van Youth for Christ, rond september 2004, werd één persoon door Youth for Christ vrijgesteld om het werk van de grond te tillen. Samen bepaalden we de richting die het werk op zou gaan. Het Youth for Christ team werd al snel uitgebreid en in zijn hoogtijdagen werkten er vijf mensen parttime in de wijk.


Bijna drie jaar geleden werd het wijkproject een Christelijke Wijkgemeenschap. Drie echtparen vormden de basis voor het werk, waaruit drie personen werden ingezegend als leidinggevenden van de nieuwgevormde wijkgemeenschap.

Werken in een team betekent dat iedereen meedenkt en dat we gezamenlijk tot besluiten komen. Wij willen consequent een leidinggevend team zijn, waardoor er niet een is die een belangrijker stem heeft dan de ander.

Basis daarvoor is een harmonieuze relatie, waarin ieder elkaar volledig vertrouwt. Nu is geen enkel werk volmaakt, en zeker niet elk persoon (laat staan dat ik dat ben). Door allerlei omstandigheden moesten we daarom onlangs flink met elkaar aan de slag in een teamcoaching om weer eens tot elkaar te komen.

Want werken in een team is niet altijd harmonieus. Als je jaren met elkaar bezig bent, leer je elkaar steeds beter kennen. Wat niet altijd prettig is. Want die ander blijkt niet altijd zo leuk te zijn als hij of zij in het begin leek te zijn. Nee, we maken elkaar goede tijden mee, maar ook in mindere of slechte tijden. En in die laatste tijden heeft niet iedereen de neus in de goede richting staan. En kan er teleurstelling optreden bij de andere teamleden.

Ja, dat is ook onderdeel van het werken in een mooi werk als Villa Klarendal. En dat ligt echt niet alleen aan de anderen. Nee, ikzelf moet soms ook weer eens bij mezelf en bij God te rade gaan of ik het nu allemaal wel zo goed en zo zuiver bedoel. En op die momenten kom ik mezelf weer eens flink tegen.

Pijnlijke momenten, omdat ik met mezelf wordt geconfronteerd. Mooie momenten, omdat het team en het werk er uiteindelijk weer beter van worden. Ik ben dankbaar voor wat wij als team samen, met vallen en opstaan, hebben bereikt in onze wijk.