Posts tonen met het label leiderschap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label leiderschap. Alle posts tonen

dinsdag 3 januari 2012

Transformationeel leiderschap heeft de toekomst

In een artikel van Sam Rainer III waarin hij 10 trends voor de toekomst van de
kerk beschrijft, lees ik het volgende.

Charismatic leadership is based on the personality and charisma of a senior leader. Transformational leadership is based on the collective vision of an entire group. Both have their place, even in the church. A popular teacher should not lessen his or her charisma to detract followers. When the entire ministry structure is in place to elevate the leader, however, is when major problems arise.Charismatic teachers and leaders will always exist, but transformational leadership will become more popular in the coming decade.

Transformational leaders inspire people to reach for a common goal. They develop, train, and mentor future talent. They empower people to accomplish tasks. Creativity, transparency and authenticity are valued. Leaders and followers alike know what the goal is and how to achieve it. These leaders show everyone the big picture and why it’s important. The next 10 years will bring a fresh focus on local pastors leading local churches to become focused on a local mission.


Vrij vertaald: de behoefte aan charismatische leiders neemt af. Die aan transformationele leiders neemt toe. Transformationele leiders zijn leiders die oog hebben voor de ontwikkeling van hun mensen. Ze willen hen 'empoweren', zodat ze de juiste plek kunnen innemen.

Dat spreekt mij aan! Nog teveel worden wij in christelijk Nederland geconfronteerd met de vraag naar charismatische leiders. Ook in gemeentestichtingsland heerst nog steeds de gedachte dat we het niet kunnen zonder die leider die iedereen op sleeptouw neemt. En ben je niet zo'n leider, dan ben je niet geschikt voor gemeentestichting.

Ik heb daar altijd mijn vraagtekens bij gehad. Het probleem van een dergelijk model is de focus op 1 persoon. En wat gebeurt er dan als die persoon een mindere tijd heeft of zelfs een scheve schaats rijdt? Juist! Dan valt het hele werk in duigen.

Ik geloof daarom veel meer in een combinatie van transformationeel leiderschap en teamleiderschap. De nadruk op het ontwikkelen van mensen en het verbreden van het leiderschap over meerdere personen. Natuurlijk moet je voor het laatste wel goede afspraken maken en uitgaan van gezonde taakverantwoordelijkheid. Maar als dat er is, is dit een veel gezondere basis voor gemeentestichting, -vorming en -zijn, dan het oude afhankelijkheidsmodel van de Grote Geestelijke Leider. De christelijke Kim Yung Il. Dat laatste zeg ik cynisch, maar laat tegelijkertijd het gevaar van dat model zien, waarin alleen jaknikkers worden toegelaten tot de happy few rond het leiderschap.

zondag 11 oktober 2009

Column Friesch Dagblad 12: kerkelijke landschapsontwikkeling

Afgelopen week waren mijn vrouw en ik voor het eerst sinds 25 jaar weer op het waddeneiland Vlieland om ons zilveren jubileum te vieren met een tweede huwelijksreis.

Wie naar zo’n eiland gaat, gaat daar vooral om de natuur naar toe. Een beetje eilandganger verdiept zich ook een beetje in de achtergrond van het eiland. Zo kwam ik erachter dat pas begin vorige eeuw een begin is gemaakt met de aanleg van bossen. Daarvoor was het eiland volledig natuurlijk (organisch) ontstaan en ontwikkeld tot hoe het er op dat moment uitzag. Het was een eiland midden in zee, temidden van de natuur van wind, zee en regen en overgeleverd aan die schepping. Het eiland werd regelmatig overspoeld door de zee tijdens zware stormen. Zelfs een heel dorp werd opgeslokt door de zee.

Om het eiland te redden en een toekomst te geven, werd besloten menselijk in te grijpen. Bomen werden geplant om het eiland houvast tegeven, dammen en ribben werden aangelegd om de zee tegen te houden, verharde wegen en fietspaden werden aangelegd om vervoer op het eiland te verbeteren.

Dit deed mij denken aan de kerk van vroeger, van nu en in de toekomst. De kerk is organisch ontstaan. Door de Heilige Geest ontstond iets geheel nieuws. In het bijbelboek Handelingen zien we hoe die kerk zich organisch verder ontwikkelt. Er gebeuren dingen, de apostelen herkennen de hand van God, waarop zij verder kunnen werken. Tegelijkertijd is er sprake van menselijk ingrijpen. Als mensen in de eerste kerk klagen, wordt er door de leiders van die kerk ingegrepen en gezocht naar diakenen die een deel van de dienst van de apostelen kunnen overnemen.

In de kerk van tegenwoordig komen we dezelfde vragen tegen. In sommige kerken staat het menselijk ingrijpen centraal. Beslissingen worden genomen op basis van rationele en financiële afwegingen. De toekomst moet met beleid gemaakt worden. En zo af en toe wordt er ook nog wel gebeden daarvoor. In andere kerken voelt men veel meer voor de organische ontwikkeling. Er wordt tot God gebeden en gezocht naar Gods wil voor de eigen kerk. Er wordt geen beslissing genomen vooraleer men zeker weet dat die beslissing overeenkomt met die wil van God. Beleid en menselijk ingrijpen wordt in tegenstelling gezien met het geloof in God en het vertrouwen dat Hij ons leven leidt.

Wie door het kerkelijke landschap loopt, moet kunnen genieten van de prachtige wildernis die onder invloed van God zelf, maar ook van onvoorziene omstandigheden zijn ontstaan. Het werk van God zelf moet er te proeven zijn. De echtheid van het geloof moet er worden ervaren. Het ideaal van een dusdanig menselijk ingrijpen in de kerk, dat God wordt ervaren en er toch richting wordt gegeven aan de toekomst is prachtig, maar niet altijd haalbaar. Hier en daar zien we dat voorbij is gegaan aan de menselijke en goddelijke maat. Er is een landschap ontstaan dat is ontsierd door verbodsborden.

Geestelijke hoogbouw
In andere gevallen kan er niet meer van de natuurlijke werking worden genoten, omdat er allemaal geestelijke hoogbouw is gepleegd. Het moest het allemaal groots zijn en geweldig. Er zijn ook landschappen die worden overwoekerd door de natuur. De gedachte God alleen zijn werk te laten doen en zelf de handen ervan af te houden, zorgt voor een ongestructureerd kerklandschap. Wie de bijbel doorleest ziet, dat God te allen tijde wil samenwerken met zijn bouwmeesters aan de grond, zodat er iets moois wordt opgebouwd.

Kan er een landschap ontstaan waarin het mooie van Gods natuurlijk ingrijpen en kundig menselijk ingrijpen kan samengaan? Ik hoop het van harte. Niet door al die andere landschappen af te schaffen. Daarin voelen mensen zich thuis. Maar wellicht door nieuwe biotopen te laten ontwikkelen waar meer van die samenwerking kan ontstaan.

vrijdag 21 augustus 2009

Grote kerken - grote leiders - grote val 3

Hoe kunnen we nu voorkomen dat leiders van christelijke kerken vallen?

Ten eerste zal er een gezonde basis moeten worden gelegd voor een visie op de kerk. Als de kerk wordt gezien als een business die wordt geleid als een bedrijf, kan dat op problemen stuiten. Volgens mij wil God dat wij gemeenschappen stichten waarin mensen sterk op elkaar betrokken zijn. In die gemeenschap is iedereen betrokkenheid op elkaar. Binnen die gemeenschap is de een niet hoger dan de ander, maar zal vanaf het begin moeten worden geleerd dat iedereen een eigen plaats heeft. De voorganger heeft daarin een eigen plaats, maar die is niet hoger of beter dan een andere. Hierin is het belang van dienstbaar leiderschap zichtbaar. De gemeente ziet niet op tegen de dienstknecht, maar beseft dat hij er is om hen te dienen.

Ten tweede moet binnen die gemeenschap ruimte worden gecreëerd voor goed pastoraat. Dat betekent dat iedereen met zijn problemen bij een ander terecht moet kunnen, zonder dat geschokt gereageerd wordt op een bepaald probleem dat zich voordoet. Dat pastoraat moet worden opgezet voor iedereen, inclusief het leiderschap. Daarbij moet worden uitgegaan van de gedachte dat niemand volmaakt is, iedereen problemen heeft waarmee hij of zij kampt en dat dit bij iedereen op elk niveau kan gebeuren.
Door een dergelijke pastorale ruimte komt ook oplossing voor het probleem waar Haggard mee werd geconfronteerd. Na zijn val werd hij overal uitgestoten en werd hij door de Amerikaanse kerk als uitschot beschouwd. Hij was niet meer welkom in welke kerk dan ook.

Een pastorale ruimte moet zijn gebaseerd op daadwerkelijke genade. De diepe liefde die God had voor zijn schepselen dat hij Jezus liet sterven aan het kruis voor ons. Aan dat kruis zijn onze zonden genageld. Ook van die van voorgangers. Ik pleit er niet voor dat voorgangers zo maar mogen zondigen. Maar wel dat zij als gewone mensen worden beschouwd. Dat als preventie niet heeft gewerkt, er ruimte moet zijn om tot genezing te komen, zonder dat er nog een extra straf op volgt van volledige verbanning uit het kerkelijke leven.

Grote kerken - grote leiders - grote val 2

Wat kunnen we van het leven van Ted Haggard leren?

Ten eerste vraag ik mij af of het zoeken naar grote kerken met mega getallen aan leden wel zo belangrijk is. Is dit een bijbelse opdracht, of een menselijke, cultureel bepaalde, gedachte? Is the American dream, waarbij mensen met een kleine afkomst opstijgen tot zeer grote hoogte, ingeslopen in het kerkelijk leven? Ook de gemeentegroeibeweging is sterk beïnvloed door de gedachte dat als een kerk groot wordt, het gezegend is door God. Daarbij denk ik aan de aandacht die is gegeven aan de kerkgroei van Paul Yongghi Cho in Zuid-Korea, het gedachtengoed van de doelgerichte gemeente van Rick Warren of de seeker-friendly services van Bill Hybels' Willow Creek. Allemaal prachtige voorbeelden van hoe God werkt in de wereld, maar waarin die manier van werken op dat kleine stukje van de aarde als norm werd gehanteerd voor de groei van andere gemeenten in andere delen van de aarde. Wil God op die manier werken in deze wereld? Of wil hij dat we hoe dan ook het evangelie verkondigen, ongeacht de resultaten?

Ten tweede zie ik het gevaar van mensen op een voetstuk zetten ten opzichte van "gewone" gemeenteleden. De dominee, voorganger, predikant wordt grote gaven toegedicht die hem maken zoals hij nu is. Een groot deel daarvan is echter beeldvorming. Want de vraag is of die persoon ook in zijn persoonlijk leven daadwerkelijk zo groot is als hij wordt afgeschilderd.
Onbewust wordt een predikant in een dergelijk keurslijf gedrukt waar hij uiteindelijk niet meer uit zal kunnen. Dan krijg je wat ook artiesten langzamerhand gaan ervaren. Ze worden in een keurslijf van het door hen verzonnen personage gedrongen en daar moeten ze naar leven, of ze dat nu willen of niet. Dan krijgen die mensen te maken met twee personages in hun leven. Het personage van het openbare leven en het personage van het persoonlijk leven. Het personage van het openbare leven slokt het personage van het persoonlijk leven op, waardoor de persoon zelf niet meer weet wie hij is. In het geval van Haggard was het zelfs zo erg dat het personage van het persoonlijk leven zelfs niet door zijn vrouw werd gekend. Hij had zijn problemen zo ver weg gestopt, dat zijn vrouw niet wist waar hij mee streed.

Ten derde vraag ik mij af wat een gemeenschap betekent voor een voorganger. Als een voorganger niet in staat is zijn problemen voor te leggen aan de gemeenschap waar hij deel van uit maakt, vraag ik mij af of hij werkelijk deel van die gemeenschap uit maakt. Veel voorgangers vertellen dan ook dat zij hun problemen niet durven te delen binnen hun gemeenschap. Daarmee bouwen ze onbewust een muur rondom zich heen waardoor anderen denken dat ze een groot geestelijk leider zijn. De vraag is of er ruimte binnen de christelijke gemeenschap kan worden geschapen om pastoraat aan voorgangers te geven.