In de zomer heb ik meegedaan aan een essaywedstrijd voor het tijdschrift Volzin. Thema was "Over de grens.
Helaas, ik ben niet geselecteerd. Toch wil ik jullie de tekst niet onthouden. Vandaar hieronder het hele essay.
"Over de grens" is voor mij een van mijn levensmotto's. Voor zover ik kan nagaan ben ik altijd geïnteresseerd geweest in grenzen en vooral in hoe het aan de andere kant van die grens aan toe ging.
De eerste grens was die van mijn moeder. Ik ging naar de lagere school en mijn moeder was met mij meegelopen om mij de kortste route te laten zien. Nadat zij dat een aantal dagen had gedaan, mocht ik de route zelf lopen. Mijn moeder, stipt als ze was, wist precies hoeveel minuten deze korte en veilige route duurde. Na enkele weken kwam ik later thuis. Ik trof een bijna hyperventilerende moeder aan die in alle paniek aan me vroeg waar ik toch was gebleven. Ik antwoordde stoïcijns "ik heb een andere weg genomen, die andere werd mij te saai".
Ik kan me als de dag van gisteren herinneren hoe we vijf jaar geleden afscheid namen van de kerk waar we meer dan vijftien jaar lid van waren geweest. De voorganger van de pinkstergemeente haalde enkele anekdotes aan om ons als echtpaar te beschrijven. Een opmerking zal ik nooit vergeten: "jullie moesten gangbare wegen altijd bevragen. Jullie liepen altijd langs de grens van het toelaatbare. En als jullie dat goed vonden, staken jullie die grens ook nog over. Ik heb me vaak afgevraagd waarom jullie dit deden en waarom jullie niet gewoon in de pas liepen met dat wat normaal wordt gevonden in onze gemeente."
Grenzen. Ze worden getrokken. Door wie? Door anderen. Het grootste deel van de mensheid is tevreden met die grenzen, kan ermee leven, heeft er geen moeite mee. Waarom zou je die grenzen bevragen? Ik ben toch tevreden met hoe het nu is? Toch zijn er altijd mensen die de grenzen wel bevragen. Die graag aan de grens staan. Die graag willen ontdekken wat er achter die grens nog meer is. Onze geschiedenis staat juist bol van mensen die grensoverschrijdend gedrag vertoonden. Alleen heten ze tegenwoordig niet probleemgevallen maar helden. De grote ontdekkingsreizigers gingen op pad in de verwachting dat ze nieuwe landen zouden ontdekken. En dat deden ze!
We zijn er met zijn allen veel beter op geworden. Zij baanden wegen, letterlijk en figuurlijk door ze op kaarten aan te geven, waar anderen gebruik van konden maken. De uitvinders en wetenschappers gingen grenzen over waar niet iedereen blij mee was. Ze kwamen tot conclusies die de grens overschreed van de religieuze machthebbers van hun tijd. Met gevangenisstraf of zelfs de dood tot gevolg. Maar door dat grensoverschrijdend gedrag weten we nu meer van de wereld dan 1000 jaar geleden.
Grenzen zijn getrokken. En we ervaren nog steeds de gevolgen ervan. De grenzen van het huidige Midden-Oosten zijn door de toenmalige westerse mogendheden getrokken zonder enige rekening te houden met bevolkingsgroepen die zich achter die landen waren gehuisvest. Tot op de dag van vandaag hebben we last van die onnatuurlijke grenzen. De oorlogen volgen elkaar op. De oplossing van de wereld (en vooral van het westen) voor dat fenomeen is om de grenzen over te trekken en bevolkingsgroepen die volgens ons grensoverschrijdend gedrag vertonen te bestoken met onze bommen.
We willen maar wat graag laten zien waar wat ons betreft de grens ligt.
Het zijn meestal de machthebbers die de grenzen trekken. Op politiek vlak de letterlijke grens tussen landen. Maar ook op moreel niveau door wetten in te voeren. Op religieus vlak door de spreekbuis van God te zijn op aarde. Door naast de wetten die in de heilige boeken zijn opgetekend, eigen sociale wetten op te leggen die men nodig acht om de gemeente ordelijk te houden. Op de werkvloer door leidinggevenden die een cultuur invoeren die men wenselijk acht. Soms door een bureaucratisch stelsel in te voeren, waarbinnen de werknemer de grenzen in acht moet nemen. En wee je gebeente als je als werknemer de procedure omzeilt of veronachtzaamd. Dan wacht je een sanctie of op zijn slechtst ontslag.
Ik zie een paradox in de grenzen. We trekken grenzen waarachter wij ons veilig voelen. We willen uit veilig bestuur grenzen trekken, zodat we goed weten wat er onder ons bestuur gebeurt. Toch brengt vernieuwing verbetering. Zonder de ontdekkers leefden we nog steeds in de Middeleeuwen. Zonder de ontdekkingsreizigers hadden we geen Gouden Eeuw gekend en waren we nu niet zo rijk geweest. Toch worden pioniers, ontdekkers en uitvinders over het algemeen niet op handen gedragen, maar wordt met afgrijzen gekeken naar het grensoverschrijdend gedrag dat ze vertonen. Dat geldt zeker voor Nederland waarin een overdreven gelijkheidsideaal heerst en waarin iedereen die zich onderscheidt zo snel mogelijk tot gewoon mens moet worden gekleineerd. Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg. Maar wat als "gek" (lees: de grenzen zoeken) voor mij "normaal" is? Met de kennis van nu worden al die gekken van toen onze geschiedkundige helden.
Over de normale mensen van toen lees je geen woord meer.
Voor de hedendaagse ontdekkingsreiziger heeft de westerse wereld een nieuw woord uitgevonden: "economische vluchteling". Zoals vroeger ontdekkingsreizigers met pijn en moeite geld uit eigen omgeving bijeen kon sprokkelen, zo krijgt de hedendaagse ontdekkingsreiziger een zak met geld mee van de eigen omgeving (waar ze vaak jaren voor gespaard hebben) om op ontdekkingsreis te gaan naar een land dat hen voorspoed en rijkdom zal geven. Alleen: de rollen lijken omgekeerd. Waar de ontdekkingsreiziger uit het verleden vaak met open armen werd ontvangen, wordt de hedendaagse versie benaderd als een crimineel, die zo snel mogelijk weer moet worden teruggestuurd. En waar onze geschiedenisboeken ons leren dat de vroegere ontdekkingsreiziger soms terecht oorlog moest voeren tegen de wilde bevolking die zij wilden overmeesteren, worden we nu met blijkbaar het tegenovergestelde beeld geconfronteerd. De ontdekkingsreiziger is de gehate man en het is zeer terecht dat het ontvangende land er alles aan doet om de grenzen voor hem te sluiten.
Weer zo'n paradox. De ontdekkingsreiziger van toen werd gevolgd door een koloniale machthebber die het land van ontdekking ontdeed van zijn rijkdom om er zelf rijk van te worden. De Gouden Eeuw hebben we te danken aan de ontdekkingsreiziger, maar ook aan de landen waar hij naar toe ging. Of hij nu met open armen of met wapens werd begroet. De rijkdommen van het land werden door ons meegenomen. Wij werden er rijk van. Nu komen nieuwe ontdekkingsreizigers uit de landen die wij ontdekt en geëxploiteerd hebben naar ons toe. Weinig open armen, nog net geen wapens, maar zeker geen gastvrijheid. Want die "economische vluchtelingen" komen teren op onze rijkdom.
"Onze" rijkdom? De economische ontdekkingsreiziger, die werd gevolgd door de economische machthebber, die werd gevolgd door de economische vluchteling.
De grensbewaker en de ontdekkingsreiziger. Het waren vaak elkaars tegengestelden. De een kon niet leven met de ander. En omgekeerd. Nieuwe dingen waren verkeerd, fout, eng, gevaarlijk, zondig, kwaad voor de grensbewaker naar gelang zijn herkomst. Die grenzen moesten worden overschreden voor de ontdekkingsreiziger.
Hier sta ik, ik kan niet anders, aldus ontdekkingsreiziger Luther ten overstaan van zijn Rooms-Katholieke grensbewaker. Een zwart-wit tegenstelling werd geponeerd. Of je gaat de grens over, of je blijft binnen de veilige grens.
Het kan ook anders. Maar daar heb je wel iets voor nodig. Moedige mensen. De grensbewaker die over zijn eigen grenzen heen gaat. Die beseft welke voordelen de ontdekkingsreiziger met zich mee brengt. De ontdekkingsreiziger die beseft dat niet iedereen een behoefte aan nieuwe dingen heeft als hij. Een kerk die zijn vernieuwers niet vraagt binnen de grenzen te blijven, maar ze stimuleert en ondersteunt in het vinden van nieuwe wegen. De politiek die moed heeft de angst van zijn burgers te weerstaan en de ontdekkingsreizigers niet aan de grens laat staan, maar ze ruimte geeft binnen de eigen grenzen.
Samen over de grens naar een wereld die wij nu nog niet kennen. Samen op zoek naar het nieuwe dat de vernieuwers ons zullen bieden. Op weg naar een nieuwe wereld waarin grensbewakers en ontdekkingsreizigers samen over de grens gaan. Misschien is het gras achter die grens wel groener dan het hier en nu is.
Blog van Rick Jansen over leven en werken als kerkelijk pionier in een achterstandswijk
donderdag 22 oktober 2015
woensdag 14 oktober 2015
Column Friesch Dagblad 82: Islam en zwarte piet
Afgelopen vrijdag was ik met een groep moslims, christenen en humanisten, veelal wijkbewoners, op bezoek bij de plaatselijke moskee. In prachtige, in tale Mekkaans verwoorde, bewoordingen, vertelde de tot de islam bekeerde van oorsprong katholieke Surinaams-Nederlandse spreker over de kernwaarden van de islam. Wat me vooral is bijgebleven is dat de islam probeert los te komen van de eigen culturele waarden om op zoek te gaan naar universele waarden die voor iedereen gelden.
Een interessant gegeven. Want iedereen is onbewust bevangen door de eigen culturele waarden. Ik denk aan de hele Zwarte Piet discussie. De inleider vertelde over zijn eigen culturele achtergrond, die de koloniale geschiedenis bekijkt door de ogen van de slavernij. Nog steeds voelen Surinaamse en Antilliaanse medeburgers zich tweederangs, omdat die geschiedenis door de koloniale heerser nog steeds niet is herschreven. En bekijken Zwarte Piet door die zwarte geschiedenis heen.
De Nederlanders, opgegroeid met Sint en Piet, zien een andere waarde. Dan neem ik mijn eigen interpretatie als basis. Voor mij is het een feest geweest van beide personen. Geen Sinterklaasfeest zonder Zwarte Piet. Sinterklaas was voor mij de equivalent van het formele gezag, in mijn geval de protestants-christelijke godsdienst. Die vertelt zoals het hoort. Zwarte Piet was degene die anders durft te zijn. Die niet langs gebaande paden gaat. Die over daken durft te klimmen, die acrobatische toeren uitprobeert. Die de presentator aller presentatoren in mijn kindertijd "Vrouwtje Bouw" durfde te noemen. Een verademing. Sint die Piet tot de orde roept, maar op zo'n manier dat hij dingen toch door de vingers ziet. Zwarte Piet die gekke dingen doet waar wij van droomden en daar geen straf voor kreeg.
Twee culturen die elkaar ontmoeten in het Nederland van vandaag vinden het moeilijk om elkaar te vinden. Waarom? Omdat ze die andere cultuur niet van binnen kennen. Het is wezensvreemd. Ze zijn er niet mee opgegroeid. Dus roept de niet in Nederland opgegroeide, maar met Keti-Koti, de jaarlijks op 1 juli terugkerende feestdag van bevrijding van de slavernij, Surinaamse Nederlander de "gewone" Nederlander op terug te keren van die discriminerende Zwarte Piet. Waarop die Nederlander tot in het diepst van zijn wezen wordt verwond, want die Piet heeft hij nooit als discriminerend bedoeld. Die was immers zijn hulp van kinds af aan om weg te komen van de formele verstikkende, structuren. Vanuit die gedachte riep hij als klein kind op straat donkergekleurde mensen weleens na met "Zwarte Piet". Een positief gekleurde insteek, die door de ander heel anders werd ervaren.
Daarom zijn we in onze wijk begonnen met bezoeken aan de monotheïstische gebedshuizen. In gesprek komen met de ander. Iets gaan begrijpen van wat die ander beweegt. Weg van de formele theologische discussies. Niet de ander de zwartepiet toespelen. Maar luisteren en eerlijke vragen stellen. Ook al is die andere godsdienst wezensvreemd aan onze eigen achtergrond. Over twee weken volgt een bezoek aan de synagoge, dat voor moslims waarschijnlijk weer cultureel wezensvreemd en daarmee schokkend zal gaan worden.
Klik hier voor de pagina van Friesch Dagblad waarin de column is verschenen (onderaan de pagina)
Een interessant gegeven. Want iedereen is onbewust bevangen door de eigen culturele waarden. Ik denk aan de hele Zwarte Piet discussie. De inleider vertelde over zijn eigen culturele achtergrond, die de koloniale geschiedenis bekijkt door de ogen van de slavernij. Nog steeds voelen Surinaamse en Antilliaanse medeburgers zich tweederangs, omdat die geschiedenis door de koloniale heerser nog steeds niet is herschreven. En bekijken Zwarte Piet door die zwarte geschiedenis heen.
De Nederlanders, opgegroeid met Sint en Piet, zien een andere waarde. Dan neem ik mijn eigen interpretatie als basis. Voor mij is het een feest geweest van beide personen. Geen Sinterklaasfeest zonder Zwarte Piet. Sinterklaas was voor mij de equivalent van het formele gezag, in mijn geval de protestants-christelijke godsdienst. Die vertelt zoals het hoort. Zwarte Piet was degene die anders durft te zijn. Die niet langs gebaande paden gaat. Die over daken durft te klimmen, die acrobatische toeren uitprobeert. Die de presentator aller presentatoren in mijn kindertijd "Vrouwtje Bouw" durfde te noemen. Een verademing. Sint die Piet tot de orde roept, maar op zo'n manier dat hij dingen toch door de vingers ziet. Zwarte Piet die gekke dingen doet waar wij van droomden en daar geen straf voor kreeg.
Twee culturen die elkaar ontmoeten in het Nederland van vandaag vinden het moeilijk om elkaar te vinden. Waarom? Omdat ze die andere cultuur niet van binnen kennen. Het is wezensvreemd. Ze zijn er niet mee opgegroeid. Dus roept de niet in Nederland opgegroeide, maar met Keti-Koti, de jaarlijks op 1 juli terugkerende feestdag van bevrijding van de slavernij, Surinaamse Nederlander de "gewone" Nederlander op terug te keren van die discriminerende Zwarte Piet. Waarop die Nederlander tot in het diepst van zijn wezen wordt verwond, want die Piet heeft hij nooit als discriminerend bedoeld. Die was immers zijn hulp van kinds af aan om weg te komen van de formele verstikkende, structuren. Vanuit die gedachte riep hij als klein kind op straat donkergekleurde mensen weleens na met "Zwarte Piet". Een positief gekleurde insteek, die door de ander heel anders werd ervaren.
Daarom zijn we in onze wijk begonnen met bezoeken aan de monotheïstische gebedshuizen. In gesprek komen met de ander. Iets gaan begrijpen van wat die ander beweegt. Weg van de formele theologische discussies. Niet de ander de zwartepiet toespelen. Maar luisteren en eerlijke vragen stellen. Ook al is die andere godsdienst wezensvreemd aan onze eigen achtergrond. Over twee weken volgt een bezoek aan de synagoge, dat voor moslims waarschijnlijk weer cultureel wezensvreemd en daarmee schokkend zal gaan worden.
Klik hier voor de pagina van Friesch Dagblad waarin de column is verschenen (onderaan de pagina)
woensdag 9 september 2015
Column Friesch Dagblad 81: Waar is nu het plan van Europa?
Ze komen met grote groepen naar ons toe. Een tsunami van vluchtelingen komt onze kant op. Ze komen van heinde en ver om van onze rijkdom te profiteren. Wij hebben het ook niet makkelijk. En nu moeten we onze beperkte rijkdom ook nog delen met die anderen. Wij waren wijs om te sparen. Waardoor we nu voldoende hebben. En kijk: nu komen ze overal vandaan om te genieten van onze slimheid en rijkdom. Stuur ze toch gewoon terug. Hadden ze zelf maar slim moeten zijn. Niks geen compassie met de volkeren om ons heen! Eigen volk eerst. Wij hebben voorrang!
Het zou zo maar uit onze tijd kunnen komen. Maar het bovenstaande heb ik geschreven vanuit de denkwereld van Egyptenaren die in de tijd van Jozef hadden kunnen opstaan tegen de toenmalige minister-president toen bleek dat andere volken profiteerden van de graanvoorraden die Jozef had laten aanleggen. Met de kennis van nu weten we dat achter die wijsheid een andere Wijsheid zat die zijn plan volvoerde. Maar uit de reactie van de broers van Jozef bleek wel dat zij absoluut niet op de hoogte waren van dat grootse plan. En de Egyptenaren hadden die economische vluchtelingen van toen met gemak kunnen weigeren. Het waren geen vrienden, eenvoudige boeren, uit een ver land waar Egypte absoluut geen voordelen bij had.
Zo worden nu woorden en gedachten uitgestrooid over mensen die het in eigen land moeilijk hebben. Een tsunami van vluchtelingen komt over ons. Paniek in heel Europa. Erg overeenkomstig de situatie uit de tijd van Jozef. Alleen: hij had een plan. En Europa wordt verweten geen plan te hebben. Jozef wist van tevoren dat er een probleem aan zat te komen. Europa ook. Al vanaf jaren geleden keken we naar de vluchtelingenstromen uit Syrië en verbaasden ons over het gebrek aan organisatie in de omliggende landen.
Je kon op je vingers natellen dat die vluchtelingenstromen niet zouden ophouden bij de grenzen van de omliggende landen. Maar keken toe en zaten op onze handen. Na Lampedusa, Kos, Lesbos en Hongarije weten we beter. En groeit de stroom vluchtelingen ook ons boven het hoofd. Ik neig tot de groep die alle grenzen open stelt. Grenzen open voor Europeanen? Dan ook voor alle andere wereldburgers met minder mogelijkheden dan wij.
Maar het blijft moeilijk. Want wijkbewoners wijzen mij op hun jarenlange strijd om een ander huis te bemachtigen. Vrouw en tienerdochter in een bed, omdat zij geen ander huis kunnen krijgen. Die zien vluchtelingen aankomen in die krappe woningmarkt en zien hun eigen kansen op een ander huis met grote sprongen verkleinen. Die schreeuwen om voorrang voor eigen volk. Terecht. Die mensen moeten ook kansen krijgen.
Daaruit blijkt maar weer hoe moeilijk dit vraagstuk is. Ik kom er zelf ook niet uit. Puur politiek denk ik het ene. Maar word ingehaald door de dagelijkse situatie van mensen die ik tegenkom. Een menselijk bestaan: dat wens ik iedereen toe!
Lees hier de column in Friesch Dagblad zoals hij is verschenen (onderaan de pagina)
Het zou zo maar uit onze tijd kunnen komen. Maar het bovenstaande heb ik geschreven vanuit de denkwereld van Egyptenaren die in de tijd van Jozef hadden kunnen opstaan tegen de toenmalige minister-president toen bleek dat andere volken profiteerden van de graanvoorraden die Jozef had laten aanleggen. Met de kennis van nu weten we dat achter die wijsheid een andere Wijsheid zat die zijn plan volvoerde. Maar uit de reactie van de broers van Jozef bleek wel dat zij absoluut niet op de hoogte waren van dat grootse plan. En de Egyptenaren hadden die economische vluchtelingen van toen met gemak kunnen weigeren. Het waren geen vrienden, eenvoudige boeren, uit een ver land waar Egypte absoluut geen voordelen bij had.
Zo worden nu woorden en gedachten uitgestrooid over mensen die het in eigen land moeilijk hebben. Een tsunami van vluchtelingen komt over ons. Paniek in heel Europa. Erg overeenkomstig de situatie uit de tijd van Jozef. Alleen: hij had een plan. En Europa wordt verweten geen plan te hebben. Jozef wist van tevoren dat er een probleem aan zat te komen. Europa ook. Al vanaf jaren geleden keken we naar de vluchtelingenstromen uit Syrië en verbaasden ons over het gebrek aan organisatie in de omliggende landen.
Je kon op je vingers natellen dat die vluchtelingenstromen niet zouden ophouden bij de grenzen van de omliggende landen. Maar keken toe en zaten op onze handen. Na Lampedusa, Kos, Lesbos en Hongarije weten we beter. En groeit de stroom vluchtelingen ook ons boven het hoofd. Ik neig tot de groep die alle grenzen open stelt. Grenzen open voor Europeanen? Dan ook voor alle andere wereldburgers met minder mogelijkheden dan wij.
Maar het blijft moeilijk. Want wijkbewoners wijzen mij op hun jarenlange strijd om een ander huis te bemachtigen. Vrouw en tienerdochter in een bed, omdat zij geen ander huis kunnen krijgen. Die zien vluchtelingen aankomen in die krappe woningmarkt en zien hun eigen kansen op een ander huis met grote sprongen verkleinen. Die schreeuwen om voorrang voor eigen volk. Terecht. Die mensen moeten ook kansen krijgen.
Daaruit blijkt maar weer hoe moeilijk dit vraagstuk is. Ik kom er zelf ook niet uit. Puur politiek denk ik het ene. Maar word ingehaald door de dagelijkse situatie van mensen die ik tegenkom. Een menselijk bestaan: dat wens ik iedereen toe!
Lees hier de column in Friesch Dagblad zoals hij is verschenen (onderaan de pagina)
maandag 17 augustus 2015
Column Friesch Dagblad 80: Niet alles is zoals het lijkt te zijn
Ik loop in de verzengende hitte van 40 graden warmte en 90 procent luchtvochtigheid door de nauwe straatjes van Antalya aan de zuidkust van Turkije. We zien een leuke souvenir en duiken een klein winkeltje binnen. We komen in gesprek met de verkoper. Het is dit jaar moeilijk met het toerisme. We verbazen ons daarover, want we zien veel toeristen. Nee, de Russen laten het dit jaar massaal afweten. Angst voor de oorlog die zich af-speelt aan de grens van Turkije. We kijken om ons heen. Geen enkele militair met wapen in het straatbeeld. Geen enkel gevoel van oorlogsdreiging. We kijken op de kaart en zien dat de bewuste grens ruim vijfhonderd kilometer verder-op is. Maar de Russen zijn bang en durven niet af te reizen naar ‘onveilig' Turkije. Ik besef: niet alles is, zoals het lijkt te zijn.
We komen in de bus in gesprek met onze gids. Of Turkije onder Erdogan conservatiever is geworden, vragen we. Ach, antwoordt de gids, let op mijn woorden: als Erdogan en zijn AK-partij de macht verliest, zal de helft van de hoofd-doekjes uit het straatbeeld verdwijnen. Van alle meelopers. Niet alles is, zoals het lijkt te zijn.
In ons hotel zie ik mensen die ik eerst aanzie voor Turken. Ze hebben wel anderkleurig haar en spreken een taal met heel veel rollende g-klanken. Ze zijn heel westers gekleed, in kleine jurkjes en ze drinken alcohol! Mijn verbazing is groot, als dit geen Turken blijken te zijn, maar Iraniërs! Blijkbaar gaat de economie daar zo goed, dat ze in groten getale naar de Turkse Rivièra afreizen. Om daar hun gewaden en hoofddoeken om te wisselen voor de prettiger, zonnige kleding. Weg onder de druk van de ayatollahs. Niet alles is, zoals het lijkt te zijn.
Die conclusie heb ik jaren geleden al getrokken. We maakten in onze kerk bekend dat we verhuis-den van de veilige buitenwijk naar een van de beruchtste achterstands-wijken in Arnhem. "Dat moet je niet doen”, waarschuwden diverse gemeenteleden. "Je kinderen gaan de criminaliteit in onder invloed van hun nieuwe vriendjes.” We deden het toch. En werden bevestigd dat het ook anders kan. Niet onze kinderen werden beïnvloed door hun vriendjes, onze kinderen beïnvloedden hun vriendjes. Ze kwamen bij ons over de vloer. Genoten van onze veilige omgeving. Niet alles is, zoals het lijkt te zijn.
Wij westerlingen zijn behept met het veiligheidsdenken. Het zekere boven het onzekere. Dat heeft ook christenen overmeesterd. Een belangrijk aspect van het christelijk leven is moed. Dat missen we. ‘Met mijn God spring ik over een muur', zegt de Spreuken-auteur. ‘Maar dan moet ik eerst wel weten of de muur veilig genoeg is', zeggen wij er achteraan. Dat is jammer. Want zonder moed, het onbekende met een open gemoed tegemoet treden, komen we er nooit achter dat niet alles is, zoals het lijkt te zijn.
Wij westerlingen zijn behept met het veiligheidsdenken. Het zekere boven het onzekere. Dat heeft ook christenen overmeesterd. Een belangrijk aspect van het christelijk leven is moed. Dat missen we. ‘Met mijn God spring ik over een muur', zegt de Spreuken-auteur. ‘Maar dan moet ik eerst wel weten of de muur veilig genoeg is', zeggen wij er achteraan. Dat is jammer. Want zonder moed, het onbekende met een open gemoed tegemoet treden, komen we er nooit achter dat niet alles is, zoals het lijkt te zijn.
donderdag 18 juni 2015
Column Friesch Dagblad 79: Samen Jezus volgen in de ondertussenheid
De afgelopen tijd heeft op internet een discussie gewoed,
dat voorlopig een hoogtepunt heeft gekend in een congres van MissieNederland
(voorheen EA/EZA) over "de evangelische beweging in deondertussenheid". Dit klinkt vaag en verdient uitleg. In de Trendrede 2015
kwam de term 'Ondertussenheid’ voor het eerst naar voren. Het "duidt op de
periode van verandering waarin we ons bevinden. Het gaat om een overgang tussen
twee systemen of tijdsgewrichten. Veel vaste verhoudingen en zekerheden staan
op losse schroeven, terwijl we nog niet kunnen zien hoe het nieuwe plaatje er
precies uit zal zien."
In de discussies die op internet werden gevoerd was sprake
van enkele christenen die de zekerheden van de evangelische beweging ter
discussie stelden. Zo vergelijkt Matthijs Vlaardingerbroek de situatie met de
reis van Israël
door de woestijn. Vlak voor de Jordaan staat de evangelische beweging voor de
keuze: de onzekere toekomst in of niet overgaan en iets anders doen. Zij
besloten tot het laatste: het bouwen van een evangelisch Jericho "met hoge, sterke muren van onze eigen
gelijk, bekleed met vaandels die proclameerden: “Dit
is Gods, enige Bijbelse, geopenbaarde Waarheid!”
Evangelisch Jericho met een populatie van zwerfvogels, die om de zoveel
jaar van de ene grote zaal naar de andere grote zaal fladderen, altijd op zoek
naar de lekkerste wormen en de grootste vetballen."
Van daaruit gingen enkele verspieders op individuele basis
naar de overkant van de Jordaan. Ze kwamen er niet zonder kleerscheuren
doorheen. Maar merkten dat geloof daar mogelijk is. Met vallen en opstaan. Deze
verspieders wijzen de evangelische beweging op de ondertussenheid. De tijd van
de zekerheden is verdwenen. Maar hoe het wel moet, dat weten we nog niet. We
zijn nog steeds verspieders.
In de ondertussenheid zal voor sommige
volgelingen zo weinig van het oude achterblijven, dat sommige andere
volgelingen ze weer in het gareel willen brengen, vanuit de vraag of zij nog
wel echte volgelingen zijn. Dat gebeurde bij tijd en wijle ook in de discussies
op internet. Ook al weten we nog niet waar het naar toe gaat en blijven
sommigen binnen de veilige muren van evangelisch Jericho, terwijl anderen
daaruit wegzwermen het beloofde land in, een ding weet ik zeker: wie verlangt
Jezus te volgen, moet daarin gestimuleerd worden en niet verketterd. We kunnen
elkaar vinden in het samen volgen van Jezus. Samen met Hem op weg naar het
onbekende beloofde land.
Abonneren op:
Posts (Atom)