Posts tonen met het label liefde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label liefde. Alle posts tonen

donderdag 24 maart 2011

Column Friesch Dagblad 30: Wijk 2.0

Een beetje lezer komt het de laatste tijd tegen. De ambtenaar die nieuw moet werken en al het oude moet afleggen. De school die niet meer ouderwets in de schoolbanken moet zitten met schoolboeken waaruit nog gelezen wordt en schriften waarin nog geschreven wordt. Het werk dat op een andere manier moet worden ingericht aan de normen van de huidige eenentwintigste eeuw. De overheid moet het totaal anders aanpakken en veranderen. Weg met het oude. Op naar het nieuwe. Op naar de toekomst. Op naar 2.0.

Het idealisme van 2010. Alles over naar web 2.0. Weg met oude wegen en structuren. Weg met oude relatievormen. Laat alles nieuw zijn. Laat alles anders zijn. Laat het 2.0 zijn. Het nieuwe leven verbindt mensen langs lijnen van de techniek. Ging het vroeger nog om kennis delen, nu gaat het om relaties. Sociale netwerken. Sociale media. Niet meer het eenrichtingsverkeer van oude media als tv en radio. Op naar de interactiviteit van het nieuwe.

Nieuwe kansen, nieuwe mogelijkheden. Ons ideaal van gelijkheid ingeleid door de kansen van de techniek. Als iedereen toegang heeft tot het web, kan iedereen op gelijke wijze daar gebruik van maken. Nu is het de tijd. Facebook, Hyves. Twitter of Yammer. Ze zorgen voor een nieuw elan dat degenen die ermee werken dolenthousiast maakt. Allerlei toepassingen worden naast elkaar gebruikt om het ons maar zo makkelijk mogelijk te maken. De echte man of vrouw die 2.0 is, is te herkennen aan het smartphoontje dat bijna constant in de hand is en waar constant mee wordt getypt. Niet meer aan het oor, maar aan het scherm.

Alles wordt nieuw. Een bijna utopisch vooruitzicht. Er komt een betere tijd. Die is 2.0. Daar moeten we vooral aan meedoen. Eenzaamheid opgelost. Iedereen achter de interactieve tv waar men de ander kan ontmoeten. Een prachtig voorbeeld zag ik in een zorgprogramma. De verpleegster in het verpleeghuis komt niet meer langs, maar zit in de een studio, waar ze contact onderhoudt met de cliënt. De cliënt heeft een vraag, zet de tv aan op een bepaald kanaal en heeft direct contact met de verpleegster. Met een beweegbare camera kan zij de situatie verkennen en zien hoe de patiënt er bij zit of ligt. Prachtige kansen in een nieuwe tijd.

Ook voor werken in de wijk zijn er nieuwe 2.0 kansen. Glasvezel in de hele wijk en iedereen kan met iedereen contacten. Iedereen zijn eigen website. Hyves gebruiken om met elkaar in contact te komen en zo de sociale cohesie te verbeteren. Een nieuwe manier van leven waarbij je onafhankelijk van tijd of plaats met elkaar in contact bent.

Ik ben er lange tijd enthousiast over geweest. Maar de laatste tijd zie ik ook andere kanten. Wie in een wijk woont en werkt, maakt er van alles mee. Zeker als het om een volksbuurt gaat. Wat drijft mensen om met ons in contact te komen, vroegen wat studenten aan mensen in onze wijk. De wijkbewoners die ons kenden spraken over gezelligheid, warmte en als persoon gerespecteerd worden. Onlangs had ik een eindevaluatie van een stagiaire. Wat hem was opgevallen, was de vraag. Vooral dat er ruimte en respect is. Er wordt gezegd dat je niet hoeft te geloven. En dat wordt in de praktijk gebracht. Dat werd ook bevestigd door een regelmatige bezoeker. Dat spreekt blijkbaar aan. Dat mensen zich gewaardeerd voelen voor wie ze op dat moment zijn. Kan dat ook met moderne middelen? Voor een deel wel. Je kunt uit wat je schrijft, blogt of chat duidelijk maken dat je de ander waardeert.

Maar er is een menselijk aspect dat computers niet kunnen vervangen. Warmte en intimiteit. Een knipoog, een glimlach, een klop op de schouder of een knuffel (een hug). Geen emoticon kan het gevoel daarvan vervangen.

2.0 zal er komen. Als hulpmiddel voor het sociale leven. Techniek kan de sociale verbanden niet vervangen. Anders wordt het uit het scherm, uit het hart.

donderdag 24 februari 2011

Column Friesch Dagblad 29: Waar doe ik het voor?

Waar doe ik het voor?
 
Vrijdagavond tien voor acht loop ik mijn huis uit. Ik neem het boodschappenwagentje mee van de grootgrutter dat bij mijn buurvrouw staat. Met kar en al loop ik richting de supermarkt. Ondertussen kom ik wat mensen tegen die me meewarig dan wel verbaasd aankijken. Bij de supermarkt hoor ik de cassiere aankondigen dat de zaak gaat sluiten. Ik plaats de kar bij het overgebleven brood. De brooddame knikt dat ik het brood kan overhevelen naar mijn kar. Elke week is de lading weer anders. Ditmaal een volledig volle kar. Met die kar vol loop ik al slingerend door de straten. Hij wil niet altijd doen wat ik wil, waardoor ik behoorlijk moet bijsturen. Zo kom ik bij de plaats waar ik een deel van het brood aflever. Voor de zondag is ons kostje gekocht (of beter gezegd: ontvangen). Het brood voor de brunch is binnen. De rest wordt verdeeld onder bekenden in de wijk. Prachtige momenten met zo’n volle kar. Maar er zijn van die momenten dat het anders is. Als er zoals in december volop sneeuw ligt en de kar met geen mogelijkheid door de sneeuw en gladheid komt. Als de ophaaldienst gelijk loopt met de finale van al die talentenshows die de afgelopen vijfeneenhalf jaar het licht zagen aanbreekt. Als het grote pijpenstelen regent en ikzelf met het brood behoorlijk nat regen. Op dat soort momenten schiet er een zinnetje door mijn hoofd: “Waar doe ik het voor?”
 
Eens in de zoveel weken sta ik in de keuken van Villa Klarendal. Dan is het mijn beurt voor het praktisch werk. ’s Ochtends om kwart voor tien paraat om samen de ochtend te beginnen. Daarna is het aanpoten om alles gereed te krijgen. Tafels sjouwen. Borden en bestek plaatsen. Brood klaarzetten. Beleg uit de (koel)kast halen en op tafel zetten. Koffie en thee zetten. De zaal inrichten voor de viering. Meestal is het werk stipt om elf uur klaar en zijn de bezoekers inmiddels al binnengestroomd. De gastheer verwelkomt de gasten, vertelt wie de praktische mensen zijn en gaat voor in een maaltijdgebed. Iedereen valt aan op het lekkers dat op tafel staat. Ik haal de pan eieren die inmiddels al lang zijn gekookt van het vuur en deel ze stuk voor stuk uit. Over het algemeen tevredenheid. Maar na verloop van tijd wil de ene tafel graag wat meer brood. De andere tafel heeft te weinig kaas (wat wil je als je dat driedubbeldik op je boterham doet). Van de honger gaat men over op de dorst, dus is het ook bijschenken zodat men ook van het natje is voorzien (wat gelukkig in ons nieuwe gebouw selfsevice is geworden). Dan volgt de tijd van de afruiming. De borden wordt gestapeld. Ik sta in de spoelkeuken om de vele borden en het bestek te herplaatsen in de bakken voor de afwasmachine. De eerste bak gaat in de machine en terwijl die zijn noodzakelijke werk doet, gaat de volgende lading in de volgende bak. Gelukkig is de machine zo heet dat het na afloop van de afwas twee minuten wachten is voordat de borden en het bestek al weer droog kunnen worden teruggeplaatst. Ik sta daar samen met een ander te zwoegen. Er lopen mensen langs die wat minder van het werken zijn. Ze maken een ‘lollige’ opmerking. Of ik wel even oppas met die lading borden. Op dat soort momenten schiet het even door me heen: “Waar doe ik het voor?”
 
Het is zo’n mooi zinnetje waar je zoveel mee zegt. Je hele doen en laten wordt er even door stil gezet. Alles gerelativeerd waar je mee bezig bent. Het zinnetje dat door je heen schiet als je na een hele avond kijken om elf uur de presentatoren van The Voice of Holland hoort afkondigen dat het weer een geweldige avond was en tot volgende week. Het is het gevoel van de man die op mijn sportschool na afloop van de zware krachttraining nog even voor de spiegel staat uit te hijgen om te zien of er al iets aan spieren is aangegroeid. Het is ook voor mijzelf op die sportschool de gedachte die door mij heen gaat als ik na zware weken weer eens op de weegschaal ga staan om te concluderen dat er niets is veranderd.
 
De relativering maakt soms plaats voor bemoediging. Een vrouw die naar me toe komt om te laten weten hoe zeer ze het waardeert dat ze wekelijks dat brood in handen krijgt. De buurman die laat weten hoe blij hij is met mijn aanwezigheid als ik weer een tijdje bij hem langs ben geweest. De vrouw die na een avond praten over de bijbel zegt te genieten van deze avond. Hoezeer God haar die avond heeft aangeraakt.
 
Als het me zo aanvliegt denk dan aan onze Grote Herder hangend aan het kruis. Hij hoorde zeker het zinnetje in zijn hoofd toen hij bespot en beschimpt werd. Maar hij ging onvermoeibaar door. Hij had momenten waarop het duister werd om hem heen. Hij liet zich niet van de wijs brengen. Die leidsman wil ik volgen. Ja, daar doe ik het voor!

maandag 17 augustus 2009

Vakantiestress

Ik zit buiten op het terras van het restaurant waar ik zojuist een driegangenmenu heb verorberd. Met de laatste restjes van een liter wijn die mijn zoon en ik erbij hebben besteld ben ik naar buiten gegaan om het menu eens rustig op me te laten inwerken met een prettige nadronk en een klein sigaartje erbij.
Ik ben alleen achtergebleven op het terras, omdat mijn zoon, moe van de wandeling en de grotere hoeveelheid alcohol, al naar de kamer is gegaan.

Uit de bus naast het hotel stappen vier mensen uit. Twee stellen die met elkaar op vakantie zijn. Ze zetten zich naast mij op het terras. Er ontstaat een gesprek, waarvan ik maar flarden versta. “Jij verdedigde die kok”… “Hoe kon ik ook anders”… “Ik vond het niet leuk…”… “dat doe je altijd…”…
Na enkele minuten schuift de vrouw van het ruzie makende stel haar stoel achteruit en loopt met een opmerking “…zo hoeft het niet meer voor mij…” snelbenend het terras af, de anderen verbijsterd achter latend.

De man van het andere stel loopt de vrouw achterna. Na enkele minuten komt hij terug en vraagt de andere man naar haar toe te gaan, omdat ze met hem wil spreken. Het tweede stel zit alleen op het terras. Ze wisselen blikken uit en fluisteren over wat er is gebeurd. Net vandaag aangekomen, was dit wel het laatste wat ze hadden verwacht. Ze halen nog wat drank voor de noodzakelijke dorstlessing na zo’n mentaal en lichamelijk inspannende gebeurtenis.

Ze zitten al een tijdje op het terras als de andere twee weer terug komen. Uit non-verbale communicatie merk ik op dat het probleem nog bij lange na niet is opgelost. De anderen bestellen voor hen een drankje erbij. De spanning is in de stilte sterk voelbaar. De anderen proberen met een verluchtigend ditje of datje het gesprek weer ergens anders op te brengen. Het lukt niet en de vrouw van het ruzie makend stel opent het gesprek weer over het onderwerp. Nu spreekt zij niet tot haar vriend, maar tot de anderen. Hoezeer hij het toch allemaal verkeerd heeft gedaan. Dat dit niet de eerste keer is. Dat het een opeenstapeling is van gebeurtenissen. Het voorwerp van gesprek zit er enkele minuten sprakeloos bij en laat het over zich heen komen. Totdat hij niet meer kan en zichzelf wel moet verdedigen. Dat de ander ook schuld heeft en dingen heeft gedaan waar hij pijn van heeft.

Dan verandert het gesprek in de derde persoonsvorm ineens in de tweede persoonsvorm. De twee spreken elkaar aan. Althans, zo lijkt het. Maar al gauw wordt er niet meer geluisterd, maar door elkaar heen gesproken. Het lijkt een discussie zoals ik die wel eens heb bekeken tijdens een politiek praatprogramma. Geen van beiden stopt en heeft geen oor meer voor de mening van de ander. In dit geval is er ook geen discussieleider die het gesprek in banen leidt.

Na verloop van tijd is alles gezegd en valt de stilte weer. De vrouw van het stel doorbreekt de stilte met de mededeling dat wat haar betreft de vakantie is afgelopen en dat zij morgen huiswaarts keert. De anderen kijken verschrikt en zien zichtbaar hun geplande gezellige vakantie met zijn viertjes in duigen vallen. Ach, proberen ze nog, het zijn maar drie dagen. Zou ze er niet een nachtje over slapen. Na een tijd gaan ze naborrelen en spreken af dat ze het morgen weer bespreken.

Ik blijf alleen op het terras over. De wijn is bijna op. Zeer tegen mijn gewoonte heb ik inmiddels al meer dan een sigaartje gerookt. Ik laat het op mij inwerken. Hier is een stel dat zijn problemen niet heeft uitgepraat. Dat alles maar verstopt onder de deken van de lieve vrede. Totdat onder die deken van lieve vrede en nauwelijks meer vrede te vinden is en een afschuwelijke stank boven komt drijven. Ik besef getuige te zijn geweest van wat men ook wel vakantiestress noemt. Er wordt vakantie gehouden. Mensen komen tot rust. Men is uit zijn gewone doen. En men gaat langer dan te doen gebruikelijk met de ander om. Dan komt plotseling boven wat zolang verstopt is geweest. Ik ben benieuwd hoe het zal eindigen.

De volgende dagen zie ik de twee stellen tijdens het ontbijt zitten en eten alsof er niets aan de hand is geweest. De lieve vrede is nu in een deken van de driedaagse vakantie verpakt. Onderhuids is voor de goede observator noch steeds de spanning zichtbaar die op die avond in het donker zo sterk aan de oppervlakte tot ontbranding kwam. Die ontploffing leek een storm in een glas water. Maar ja, net zoals bij een brand kan het onder de oppervlakte blijven smeulen, totdat het ineens weer met zuurstof in aanraking komt.

Hoe lang het duurt voordat het hier op een alles ontwrichtende bosbrand zal uitlopen weet ik niet en zal ik ook niet te weten komen. Ik was alleen maar een observant van een tijdelijke oprisping van het smeulend vuurtje, dat met een deken van de korte vakantie tijdelijk weer onder de oppervlakte werd geduwd.

zondag 27 januari 2008

Motivatie voor het werk

Als reactie op mijn laatste blog schreef Johannes: Ik mis nog een label voor het stukje; liefde! Waarschijnlijk zit dat in al je stukjes, maar in deze proef ik het heel sterk.

Tja, die liefde. Die is er zeker. Toch denk ik dat lezers gemakkelijk het gevoel kunnen krijgen dat het ons wel heel gemakkelijk afgaat. Dat alles bij ons op rolletjes loopt en dat er helemaal niets mis gaat.

Nou, nee dus. Als ik zo terugkijk, is onze motivatie voor dit werk heel vaak op de proef gesteld. In onze relatie met bezoekers, tussen bezoekers onderling, tussen leden van het kernteam, met andere vrijwilligers, maar ook in praktische aangelegenheden. Onduidelijkheden en slechte afspraken onderling, waardoor er wrijving en irritatie ontstond; vrijwilligers die meer kwamen om te eten dat om te helpen terwijl wij als kernteamleden het vuur uit de sloffen liepen; bezoekers die na twee jaar nog steeds aan ons vroegen of we ze thee of koffie konden inschenken; een ruzie tussen twee bezoekers die zeer hoog opliep (gelukkig niet in de Villa zelf gebeurd); de waterleiding die bevroor, waardoor we met jerrycans en thermoskannen water uit ons eigen huis moesten sjouwen; kinderen die zeer irriterend waren en eerder kwamen om te keten dan om leuk mee te doen; moeheid, ziekte of lamlendigheid voorafgaand aan een brunch of diner waardoor we uitgeteld aan een zondag begonnen; kortom: we hebben alle vormen van problemen hebben we meegemaakt, waardoor een goed lopend project menselijkerwijs uiteen kan spatten.

Dan word je teruggeworpen op je motivatie. En komt de vraag naar boven waarvoor je het doet. Is het om eigen eer te behalen? Naar anderen te kunnen vertellen hoe goed het gaat? Of is er Iemand anders die ons tot dit werk heeft geroepen? Na verloop van tijd kwamen we op dat laatste uit.

Ik kan me herinneren dat ik heel vaak geen zin had om te beginnen. Dan sleepte ik me toch maar weer naar het gebouw toe. En vertelde de anderen hoe ik mezelf voelde. We baden vervolgens dat we kracht en nieuwe motivatie mochten krijgen. De ene keer was de lamlendigheid na afloop omgeslagen in vreugde. Mensen die allerlei vragen over het geloof stelden. Die het zo heerlijk gezellig vonden. En letterlijk zeiden dat ze "Gods rust ervaarden". Dan konden we alleen God maar danken dat Hij het opnieuw in ons mogelijk had gemaakt. En keerden we diep tevreden terug naar huis. Andere keren maakten we echter dingen mee, waardoor ons de moed nog verder in de schoenen zonk. Dat we moedeloos waren door allerlei situaties die we meemaakten. Dan legden we die situaties opnieuw terug bij de Here God. En gingen, teleurgesteld, weer terug naar huis. Ik heb daarvan geleerd, dat we niet alles in de hand hebben. Uiteindelijk is God degene die situaties en mensen kan veranderen. Soms werden we dan pas na maanden weer bemoedigd door veranderingen in die situaties of mensen. Maar in andere gevallen moesten we het ook bij God achterlaten zonder resultaat te zien.

In gevallen waarin we als team onderlinge irritaties ervoeren, hadden we de neiging die hard tegenover elkaar uit te spreken. Ook dan kwam weer de motivatievraag naar boven: "waar doe je dit voor...?" En leerden we de ander te respecteren met de eigen gaven, talenten en onzekerheden. We kozen dan voor het team en niet voor onze eigen wensen en gevoelens. Onze stelregel is daarom nu: "We zoeken als team gezamenlijk Gods weg. Als een van de teamleden zich niet kan verenigen met een bepaalde richting, zal dat (nog) niet de weg zijn waarop God ons leidt."

De motivatie moest dus telkens bij God vandaan worden gehaald. Hoezeer enthousiast we ook vaak zijn over ons werk, er blijven toch momenten waarop het enthousiasme ("geestdrift") tot op het nulpunt is gedaald. Dan hebben we een andere, diepere, Geestdrift nodig, die niet uit onszelf komt. Die alleen door die ene Geest kan worden aangewakkerd. Maar als die er is, merken mensen de echtheid van ons geloof. En zullen ze God door ons heen gaan ervaren. Al is dat voor ons gevoel door vallen en opstaan heen.

vrijdag 25 januari 2008

Missionair en diaconaal

Missionair. Dat wordt vaak gelijkgesteld met mensen die het geloof verkondigen. Die de straat op gaan en daar hun geloof uitdragen.

Diaconaal. Dat wordt vaak gelijkgesteld aan mensen die helpen en naast mensen staan. Die de straat op gaan om daar de medemens te ondersteunen.

Dat het een samen kan gaan met het andere, was tot voor kort niet denkbaar. Wie diaconaal was, was er voor mensen en geen haar op zijn hoofd dacht eraan om iets te vertellen over zijn geloof. Wie missionair was, was er om te verkondigen en geen enkel celletje in zijn brein dacht eraan hoe belangrijk het is om naast mensen te staan die het moeilijk hebben.

Gelukkig begint er kentering te komen in die schijnbare tegenstellingen. Want dat zijn ze. Ik zie toch steeds weer hoe die twee onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Missionair betekent niet altijd verkondigen. Diaconaal betekent niet altijd alleen maar helpen.

Ik zag dat deze week weer. Woensdag werd ik gevraagd door een goede bekende uit de buurt om samen met haar een sollicitatiebrief te schrijven voor een vacature die ik haar zelf had opgestuurd. Dan ben je een avond bezig om iemand te helpen verder te komen in de samenleving, te leren een sollicitatiebrief te schrijven en zekerheid te krijgen in de vaardigheid om dat voortaan zelf te doen. Tussentijds en voorafgaand daaraan hadden we korte gesprekjes rondom de koffie. Het ging dan om het leven, maar ook over het geloof. Praktische daden gaan op een natuurlijke manier samen met een gesprekje over het geloof.

Vanmiddag werd ik opgebeld door een vrouw die een wekelijks voedselpakket van ons krijgt. Anderen deelden vandaag de voedselpakketten uit (ik ging naar een oudermiddag van mijn zoon die in opleiding is bij de landmacht in Assen...). Deze vrouw was vrij laat, daarom trok ik snel mijn jas aan en rende twee minuten verder naar de plek waar de voedselpakketten worden uitgedeeld om de anderen te vragen nog iets langer te blijven. Natuurlijk ging ik niet gelijk weg, hadden we een gesprekje over hoe het vandaag ging en wat er goed en fout was gegaan. De vrouw kwam toen ik er nog was en we raakten nog kort in gesprek. Niet over geloof of over God, maar wel over zaken die haar raakten. De geplande vijf minuten werden er twintig. Dan is het belangrijk om niet op de tijd te letten, maar oog te hebben voor degene met wie ik sprak.

Thuisgekomen ging de telefoon. Of we een bekende uit de wijk tien euro konden lenen. Dat wil ik graag eerst met mijn vrouw overleggen. Samen zeiden we dat het voor deze vrouw beter was om een voedselpakket ter waarde van tien euro samen te stellen, omdat zij de neiging heeft naar de fles te grijpen. Ik belde terug met die mededeling, ze was er blij mee en ze zou het morgen op komen halen. Moe van de hele dag plofte ik op de bank neer, wat een dutje tot gevolg had. Dat dutje werd ruw verstoord door geklop op de deur. De vrouw van het telefoongesprek stond voor de deur. Of we haar toch geen tien euro cash konden geven. Nee dus, legde ik uit, dat kan ik voor mijn geweten niet verantwoorden, ook al kon ze duizend keer roepen dat ze het niet aan drank zou uitgeven. Waarna ze zichtbaar teleurgesteld afdroop.

Missionair en diaconaal. Leuke combinatie en toch soms zo moeilijk. Je wilt mensen zoveel geven, maar met de weinige tijd die ons is gegeven, kunnen we maar zo weinig doen. Drie momenten waarop ik deze week op verschillende manieren een steentje kon bijdragen. Twee aanvaardden het in liefde. Voor de derde wachten we morgen af of ze nog komt voor het voedselpakket. Drie momenten waarop ik op verschillende manieren kon laten zien hoe de liefde die ik niet van mijzelf heb gekregen toch praktisch handen en voeten kan worden gegeven. Mensen zien en ervaren dat. En weten daardoor dat Degene die mij drijft niet een Heer is van alleen woorden en daarna "bekijk het maar", maar woord en daad onlosmakelijk aan elkaar verbindt.

Ik hoop dat ze hiermee iets hebben geproefd van onze Schepper die de daad bij het woord voegde en ons met woord en daad voor elkaar en voor de schepping om ons heen op deze aarde plaatste.