Posts tonen met het label gemeenschap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gemeenschap. Alle posts tonen

vrijdag 21 juli 2017

Kerkproeverij 2017 - Eet smakelijk...?


Laatst las ik het de laatste editie van het blad Ideaz (Praktijkblad van MissieNederland). Ik werd aan het nadenken gezet door het thema van deze editie: "Een cultuur van uitnodiging".

Naar aanleiding van het in Groot-Brittannië ontstane initiatief Back to Church Sunday organiseren Raad van Kerken, IZB en MissieNederland in samenwerking met mediapartners KRO-NCRV en EO een weekend waarin kerkgangers worden gestimuleerd gewoon iemand uit te nodigen om mee te gaan naar de kerk.

De website Kerkproeverij verduidelijkt de reden om iemand uit te nodigen "Om het geloof te 'proeven'. Want waarom zou je datgene wat voor jou waardevol is alleen voor jezelf houden? Maar het hangt van jou af, of jij het durft. Om op je collega, buurman, vriend, of familielid af te stappen en te zeggen: “Hé, ga je met me mee?” Gewoon voor een keertje. Wie weet welke uitwerking het gaat hebben. Het gaat om het uitnodigen, dat we dat weer leren. En inderdaad, misschien zegt diegene: ik kom niet. Maar dan hebben we de uitnodiging wel gedaan. En dat telt."

Waarom komen mensen niet naar onze kerkdiensten?
Het idee is ontsproten uit het gedachtengoed van Michael Harvey, die begon met de vraag: "Waarom komen mensen niet naar onze kerkdiensten toe? Misschien wel omdat er niemand is die hen daarvoor
uitnodigt. Elke zondag bieden kerken een programma aan met weldoordachte toespraken over geloof en leven en muzikale bijdragen waar je ook nog eens zelf actief aan mag deelnemen. Voor dit alles wordt slechts een vrijwillige bijdrage van de bezoekers gevraagd. Vaak kun je na afloop gezellig bijpraten met een kopje koffie of thee. Waarom vinden we het zo moeilijk om daar mensen voor uit te nodigen?"

Met een uitnodiging om eens deel te nemen aan een kerkdienst komt er "verbinding van binnen naar buiten. Sommige mensen zijn door God al voorbereid, ze hebben alleen nog iemand nodig die hen uitnodigt. We doen alsof God niet buiten de kerk actief is, maar daar werkt Hij ook en wij mogen meewerken."

Goed idee...
Laat ik beginnen met dat ik dit aan de ene kant een prachtig plan vind. Waarom? Omdat veel kerkgangers heel sterk in hun eigen kerkelijke bubbel zitten. Ze zijn bezig met wat er binnen de kerk en de christelijke muren gebeurt en hebben geen enkel zicht op wat zich buiten die kerkmuren afspeelt. En als dat wel het geval is, scheiden ze vaak de kerkelijke bubbel van het leven daarbuiten. De kerk is "binnen". De wereld is "buiten". Door mee te doen aan een uitnodiging om eens een kerkdienst bij te wonen, worden kerkleden gestimuleerd om er zelf op uit te gaan. Om over de muren van de kerk te kijken naar wat zij daar aan relaties hebben en zich af te vragen of die relaties wellicht geïnteresseerd zijn om een kerkdienst (of een andere bijeenkomst die verbonden is met de kerk) bij te wonen.

Het restaurant als metafoor
Ja, natuurlijk heb ik er ook mijn vragen bij. Het gevoel dat dit bij mij oproept is die van het restaurant. Er zijn restaurants, die je moet zoeken, die niet uitnodigend zijn, die geen reclame maken, die de houding hebben "een klant... wat interessant". Je komt er binnen, kijkt rond. Niemand die je aanspreekt. Je gaat naar een tafeltje met je gasten. Gaat zitten. Je ziet dat de bedienden heel druk zijn om vooral met elkaar te praten en te lachen. Op een gegeven moment komt een van hen ongeïnteresseerd naar je toe, gooit het menu op tafel en snauwt of je wel wat te drinken wilt hebben. Bij zo'n restaurant wil je zo snel mogelijk weg zijn, ook al is het eten er op en top. De gastvrijheid is abominabel, dus je voelt je er heel erg onprettig bij. Wegwezen!!!

Laatst liep ik in een vreemde stad in een vreemd land waar ze toch onze eigen taal spreken. We waren hongerig en zochten een restaurant. We werden aangesproken door een jonge dame, die ons vriendelijk te woord stond. "Wat leuk dat jullie hier zijn. Op zoek naar een restaurant? Natuurlijk! Wij hebben enkele lekkere gerechten op het menu staan. Wilt u ze zien? We hebben tafeltjes buiten, maar ook binnen. Zal ik even plaats voor u maken op deze gezellige plek? Goed! Wat wilt u alvast drinken?"
Kijk, dat is al heel anders binnenkomen. Wat een welkom! Wat een style. Wat een gastvrijheid. Daar voel je je gelijk op je gemak.

Toch blijft er iets bij mij hangen van "ik ga op bezoek" of "ik ga uit eten". Je komt er en je gaat weer weg. Je bent vooral te gast. Naar een restaurant ga je als je iets speciaals wilt doen. Om een verjaardag te vieren. Of als je op vakantie bent. Dan bezoek je het restaurant.

Thuis komen
Dan denk ik verder aan wat ik nou graag zou willen. Dat heeft te maken met thuis komen. Om de metafoor van het restaurant te verbreden naar eten: ik wil dat mensen zich thuis voelen. Dat ze thuis zijn. Dat ze het gevoel krijgen volledig zichzelf te mogen zijn. Deel uit te maken van een groter gezin. Waar je niet alleen wordt uitgenodigd en bediend. Maar waar je met een gerust hart (bij wijze van spreken) met de voeten op tafel kunt zitten. Waar levens worden gedeeld, lief en leed. Waar niet altijd een diep gesprek is, maar een voortgaand gesprek omdat je elkaar regelmatig ziet. Waar soms gezeur is, omdat je elkaar beu bent. Waar gehuild wordt, omdat je van elkaar houdt, maar elkaar toch pijn doet. Waar je samen kunt lachen om de mooie dingen van het leven die je samen deelt.

Kerk-zijn als huisgezin van God. Waar ook "buitenstaanders" deel van uitmaken.  Samen gezin, een familie vormen. Saamhorigheid, maar ook ruimte om vooral je zelf te zijn.

Lees het vervolg op deze blog.

donderdag 31 maart 2016

Column Friesch Dagblad 87 (de laatste): einde van een nieuw begin

Afgelopen jaar vierden we met Villa Klarendal ons 10-jarig bestaan. Tijd om terug te blikken. Is er in die tijd iets veranderd, of is alles hetzelfde gebleven?

We begonnen experimenteel met nauwelijks een voorbeeld in Nederland. En ook nog gemengd: met een team van Youth for Christ doordeweeks en een vrijwilligersteam in de avonduren en in de weekenden.

We begonnen in onze wijk de plannen bekend te maken.“Helemaal geen behoefte aan” was de reactie. “Dergelijke zeepkistenchristenen die de wijk wel even zouden bekeren en daarna weer snel doortrekken, pasten niet in hun werkwijze.” Dus gingen we zonder toestemming van de wijk aan de slag.

Met vele jongeren kwamen we in contact tijdens de Youth for Christ tijd. Een deel daarvan kwam ook naar de vieringen. Toch waren die vieringen vrij vaak eenrichtingsverkeer. Wij werkten en vertelden. De bezoekers consumeerden en ontvingen. En vonden het prachtig wat wij allemaal deden. Een restaurant met bediening met daarna vrijwillige pastores die je ook nog geestelijk bedienden. Heerlijk in een woord. Voor de bezoekers.

Maar voor ons was het pezen. ’s Morgens vroeg op zondag klaar staan en als echtpaar om en om het praktische deel dan wel de vieringen verzorgen. Mooi pionieren. Waarbij ik denk aan de momenten dat we voor het eerst werden geconfronteerd met de waterleiding die buiten de deur de hoofdkraan had. Waardoor we tijdens de eerste strenge winter prompt een bevroren waterleiding hadden. Dat werd geïmproviseerd door met jerrycans water vanuit ons huis naar het pandje te sjouwen. En toen we dat eenmaal wisten, lieten we de kraan tijdens vorstmomenten zachtjes druppelen.

Alle tijd werd in die eerste periode opgeslokt door het nieuwe werk. Doordeweeks naast het werk met mensen bezig en voorbereiding voor de praatjes. In het weekend de voorbereidingen voor de zondag en de vieringen. En niet te vergeten de afruiming met het schoonmaken van de wc, die niet altijd erg schoon werd achtergelaten, en het zuigen van de zwarte vloerbedekking die altijd was bedekt met eierresten, wat het zuigen zo heerlijk makkelijk maakte.

Vijf jaar geleden kwam de grote ommekeer. Het project van Youth for Christ werd doorgestart als christelijke wijkgemeenschap, een lokale kerkgemeenschap. We moesten gaan nadenken over echt gemeente-zijn: doop, avondmaal (maaltijd van Jezus), lidmaatschap. Allerlei vragen kwamen boven waar we ons nog nooit over hadden gebogen.

Terugkijkend is er veel ten goede veranderd. Het eerste pionieren onder de vlag van Youth for Christ is voorbij. We hebben er een supervisiegroep naast gekregen om te sparren over het werk. Dat was in die eerste periode niet mogelijk, waardoor we op elkaar als teamleden waren aangewezen. En dat was zeker niet altijd makkelijk.

Verder zien we dat onze plek in de wijk is verdiept. Vroeger moesten we leuren om onszelf bekend te maken en om te kunnen meedoen met activiteiten. Nu merken we steeds vaker dat we bij activiteiten gevraagd worden. “Want jullie zijn belangrijk in de wijk”. Wat een verschil met die eerste periode. We hebben nauw contact met welzijnsorganisaties en met het inloopcentrum van de katholieke kerk. Wat ook komt doordat we midden in de wijk zitten, in het multifunctionele centrum, waar de anderen ook verblijven.

Binnen de gemeenschap zien we ook groei. We hoeven het niet meer alleen te doen. Rondom ons is een “leidersschaps-plus” groep ontstaan van ongeveer tien mensen die zich medeverantwoordelijk voelen voor het werk van Villa Klarendal. Niet alleen meer consumenten, maar steeds meer mensen die op allerlei niveaus meedenken over het wel en wee van onze gemeenschap. Er is eigenaarschap gekomen bij die tien extra.

Zo kom ik tot de conclusie dat er een einde is gekomen aan het nieuwe begin. De eerste periode van puur pionieren is afgelopen. De pioniersgemeenschap heeft plaatsgemaakt voor een continue gemeenschap van ongeveer vijftig mensen die wekelijks bij elkaar komt. Dat is ook de reden dat de redactie heeft gemeend dat aan deze column een einde kan komen. Er komen andere vragen, die horen bij een reguliere kerk of gemeente. Dat wil niet zeggen dat we niet meer pionieren. O, zeker niet. We zien nog heel veel nieuwe uitdagingen. Op gebied van multiculturele contacten. Bij de yuppen in de wijk. Bij de culturele modemensen in de wijk. Allemaal groepen in de wijk die we nog niet bereiken.

En dan spreken we nog niet over nieuwe wijken waar we inmiddels ook een bruggenhoofd in hebben en waar zo maar een nieuwe Villa van start zou kunnen gaan. Wilt u daarover blijvend worden geïnformeerd, surf dan naar mijn blog http://missionairarnhem.blogspot.com of naar http://www.villaklarendal.nl.

Villa Klarendal is ook op facebook en twitter te vinden.

Dus ik neem hier als columnist afscheid van u. Maar blijf gewoon doorgaan in het werk dat ooit is gestart. God verandert niet. Hij staat aan de basis van het werk. Hij zal het ook voortzetten. Met mij. En straks ook zonder mij.

woensdag 24 februari 2016

Column Friesch Dagblad 86: De naakte waarheid: eng of bevrijdend?

"Op zijn zondags gekleed". "Er paasbest uitzien". "Je zondagse gezicht opzetten". Zomaar wat uitdrukkingen over onze eerste dag van de week, waar wij als christenen zoveel waarde aan hechten.

"Er heerst hier geen code zoals in andere kerken". "Het lijkt wel of iedereen maar wat doet". "Ik voel dat ik helemaal mezelf mag zijn. Gewoon, zoals ik praat, als ik een keer baal, als ik lol wil maken". "Ik voel me hier naakt. Mag hier helemaal mezelf zijn". Zomaar wat uitspraken die we de afgelopen jaren bij Villa Klarendal te horen kregen.

Het geeft te denken. De gedragscodes die veel kerken kennen, zijn onderdeel van de cultuur. Niet opgelegd, maar onbewust doe je eraan mee. Want "zo hoort het toch?" Wie naar de kerk gaat, gaat toch mooi gekleed? Want je gaat toch voor de Heer(e)? En Die mag je toch eren met het beste wat je hebt? Maar het beste wat je hebt, wordt blijkbaar materieel ingevuld. En met die mooie buitenkant ontstaat vanzelf een bekleding van jezelf, waardoor je jezelf niet meer laat zien.

"Ik voel mij naakt". Een prachtige uitspraak van een van de bezoekers. Als een Eva die na de zondeval zichzelf en haar man Adam bekijkt en tot haar schrik de naakte waarheid met andere ogen bekijkt. Mooi is dat. Wie bij ons komt, mag zonder poespas of opsmuk zichzelf laten zien. "En wie ben jij?" lijkt de vraag te zijn die onderhuids gesteld wordt. En dat ben je helaas niet gewend als je uit een gemiddelde Nederlandse kerk of gemeente komt.

Daar gaat het meer over vragen als "ben je wel bekeerd", "doe je wel de goede dingen", "zie je er goed uit", "ben je wel vervuld of gedoopt in de Geest". Vragen die de buitenkant en voor een deel de binnenkant raken. Maar die blijkbaar niet het gevoel geven dat je er bij mag horen of totaal jezelf mag zijn. Er is toch vaak sprake van bedekking. Zoals Adam en Eva hun naakte lichaam bedekten met vijgenbladeren, bedekken wij ons met regels en wensen, waardoor wij de naakte waarheid van onszelf niet hoeven te laten zien. In onze wijk komen we veel "probleem"mensen tegen. Die komen ook bij ons. Zij voelen zich vaak in het hokje van "probleem" gezet. Waar zij bij ons zich weer "mens" voelen. Een mens met een probleem.

Ik had het daar deze zondag nog over met mijn mee etende buurtgenoot. Welk mens heeft geen problemen? Iedereen heeft ze. Alleen hebben hoger opgeleiden geleerd ze een plek te geven. Of ze netjes te verstoppen. In die zin is iedereen een "probleem mens". Wat blijkt als je mensen voorstelt een coach te nemen? Hun eerste reactie is: ik heb toch geen probleem? Hoe vaak heb ik in christelijke kerken niet meegemaakt dat iemand geen problemen had, totdat hij ineens verkondigde te gaan scheiden, in zware financiële problemen bleek te zitten of zonder vooraankondiging zich van het leven beroofde.

Wat zou het heerlijk zijn om eens geen masker op te hoeven doen. Te komen zoals je bent. Eng. Maar na verloop van tijd bevrijdend. Met Jezus als voorbeeld: “Kom tot Mij allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal je rust geven.”

woensdag 15 oktober 2014

Column Friesch Dagblad 72: waar groot en klein leed samenkomen

We zijn de afgelopen tijd erg opgeschrikt door de verhalen van christenen in Irak die voor de terreurgroep Islamitische Staat (IS), voorheen ISIS, op de vlucht sloegen. De gelovigen konden niet anders. Of ze moesten moslims worden, óf ze moesten weggaan, óf hen wachtte massale onthoofding.

Zoals bij de Exodus bloed van een geslacht lam aan de de deur zorgde voor uitredding voor de oudste zoon, zo werd met een rode Arabische letter ن (N voor Nasrani, het woord voor christen) op de deur aangegeven dat achter deze deur een christen was gehuisvest. Velen moesten terugdenken aan de verschrikkingen uit de Tweede Wereldoorlog, waarin bepaalde bevolkingsgroepen werden gebrandmerkt als uitschot.
De wereld stond erbij en keek erna. Verbaasde zich. En net toen de genocide dreigde, kwamen de VS met de eerste luchtaanvallen op ISIS. Maar ondertussen was het grootste leed al geschied. Christenen, yezidi's en moslims vluchtten uit hun huizen, steden en streek waar ze al duizenden jaren vreedzaam met elkaar samenleefden. Christelijke cultuur dreigt met harde hand te worden verwijderd uit het land dat we nog kennen uit de bijbel.

Wat moeten we daarmee doen, vroegen we ons af in Arnhem. Wij hebben pijn aan de pijn die onze medebroeders en -zusters wordt aangedaan. Waar veel andere gelovigen zich als medestrijders aansluiten bij hun medestrijders, wilden we dat op een andere manier naar voren brengen. Met een nieuwe Syrisch-Katholieke kerk binnen de grenzen was de oplossing dichtbij. Dus was daar afgelopen vrijdag een unieke gebedsdienst. Een dienst van christenen uit de Syrisch-Katholieke parochie en de Armeens Apostolische parochie van Arnhem, ondersteund door christen Arnhemmers van Rooms-katholieke, Oud-katholieke, Anglicaanse en PKN-huize. Tijdens de viering mochten 36 geestelijk leiders uit alle christelijke geledingen (ook uit de pinkster- en evangelische achtergrond) een kaars mochten neerleggen waardoor de Arabische ن werd gevormd, maar het puntje erboven vervangen werd door een kruis.

Samen zongen we "blijf mij nabij, als straks de avond daalt" en gaven daarmee onze pijn aan onze Heer weer. Samen luisterden naar liederen die de kerkkoren zongen in het Arabisch en Armeens. Waar je machteloos bent, is er een uitweg, door samen in gebed te gaan.

Ik denk aan wat we deze weken in onze wijk tegenkwamen. Een vrouw met een uitkeringskorting van 60%. Een vrouw die thuis met huiselijk geweld te maken kreeg. Een man die zijn kinderen in pleegzorg zag terechtkomen doordat zijn ex-vriendin met drugs was opgepakt. Het kind waarvan het lievelingskonijntje was overleden. Wat ben je dan machteloos. De wereld stort in. Net zoals bij christenen ver weg. Elke zondagse viering hebben we daarom ruimte voor gebed. Waar de afgelopen weken deze noden werden gedeeld en voor de Here God in gebed gebracht. Maar ook de wereldwijde problemen kwamen naar voren. Kijk, zo komen groot en "klein" leed samen op een plek en wat ons betreft waar het hoort: bij Degene die hoort en verhoort. En waar dat kan zoeken we naar een oplossing.

dinsdag 11 maart 2014

Column Friesch Dagblad 67: Komen zoals je bent

'We mogen weer gaan stemmen.’ ‘Politiek, het is allemaal helemaal niets! We hebben een slechte regering!’ ‘Ik weet niet wat ik moet stemmen.’

Een paar uitspraken tijdens de brunch bij Villa Klarendal zondag. En echt: ik had het niet aangezwengeld. Aan mijn tafel ging het gesprek er ook over. Over de moeite en last van de politiek. En van de onduidelijkheid over wat te kiezen. De een weet het echt niet meer. De ander vindt de regering helemaal niets. Als ik hem vraag wat hij landelijk heeft gestemd, antwoordt hij ‘PvdA’. Waarop ik antwoord dat hij het dus aan zichzelf heeft te danken, deze regering. Het gesprek gaat verder. Is het echt zo dat hij de regering te danken heeft aan zijn stem? Hij had op de PvdA gestemd vanwege de mooie linkse beloften.

Kan hij er wat aan doen dat die partij het na de verkiezingen over een andere boeg gooide door in zee te gaan met de partij die tijdens de campagne nog de grootste tegenstander was? ,,Dan doe ik maar niets en stem ik niet meer”, reageert weer een ander. Maar ja, is dat een oplossing? Dan heb je zelf helemaal niets ingebracht en laat je de regering helemaal over aan wie wel de moeite heeft genomen te stemmen.

'Wat stem jij dan op 19 maart?', is een logische vervolgvraag aan mij, als ik kritisch al deze bekende stemmen pareer. Tja, nu moet ik met de billen bloot. Maar gelukkig heb ik een objectief gegeven. De dame op wie ik heb gestemd, van de partij die met een C begint, is door de lokale krant uitgeroepen tot het beste gemeenteraadslid van de stad. Daarom stem ik op kwaliteit.

‘Je mag komen zoals je bent’, is onze Villa Klarendal-cultuurleus. Maar tot hoever gaat dat? In een van de activiteiten komen we wekelijks in contact met een dame die zich actief verkiesbaar heeft gesteld voor de Gelderse Centrumdemocraten. Ik ben het niet eens met de standpunten van deze partij en persoon. Maar met de mens achter de te verkiezen politicus wil ik contact hebben. Daarom gaat de politiek over tafel. Want dat hoort bij het leven van alledag. In dat leven moeten mensen allerlei keuzes maken. En ik vind het geweldig als mensen de moeite van die keuze zo open op tafel leggen. Mensen durven inderdaad zichzelf te zijn.

Een gebedsverzoek van een bezoeker tijdens de viering bevestigt dat. Hij zal de gemeenteraad komende maandag toespreken. Ik bid voor hem, terwijl ik niet weet of ik zijn standpunt ondersteun.

woensdag 15 januari 2014

Column Friesch Dagblad 65: Leven als broers en zussen

Je hoort het soms van echtparen. We leven als broer en zus. Wat bedoelen ze? Ze leven nauw met elkaar onder een dak. Ze kennen elkaar door en door. Ze vormen een familie en hebben daardoor een band. Maar de passie is verdwenen. De seksuele aantrekkingskracht is er niet meer.

Leven in een christelijke gemeenschap kan worden vergeleken met de manier waarop mensen in een huwelijk met elkaar omgaan. In Villa Klarendal zoeken we er naar dat mensen elkaar als broer en zus aanvaarden. Daarom gaan we verder dan alleen een samenkomst en eten we met elkaar.
 
Een gezinsrelatie is prachtig, maar kan ook flink schuren. Dicht bij elkaar leven en elkaar daardoor leren kennen, betekent ook dat je elkaars nare kanten leert kennen. Daardoor ontstaan soms irritaties die tot behoorlijke ruzies kunnen leiden.
 
Afgelopen zondag kwam ik terecht in zo’n irritatiezone tussen twee vrouwen in onze gemeenschap. Het ging over het koken van eten voor de maandelijkse maaltijd. De een, van Antilliaanse afkomst, vertelde hoe ze natuurlijk veel eten maakt, zodat iedereen genoeg heeft. Dat is toch normaal! De ander, van Nederlandse afkomst, vertelde dat ze zoveel meeneemt als zij gezinsleden heeft. Meer hoeft niet, want iedereen neemt toch iets mee. Dat is toch normaal! Er ontstond een geïrriteerd gesprek tussen de twee. Kern daarvan was wat in de eigen ogen ‘normaal’ is. Normaal in de ogen van de een was, dat je zoveel mogelijk mensen laat genieten van jouw kookkunst. Normaal in de ogen van de ander was, dat je niet meer meeneemt dan wat nodig is. Het gesprek eindigde met de constatering van een van de twee dat wat de ander deed ‘niet normaal’ was.
 
Ik vond het een prachtig voorbeeld van christelijk gezin zijn. We zijn elkaar zo dicht genaderd, dat we elkaars gewoonten en manieren leren kennen. Waar dat gebeurt, worden we gevraagd verder te gaan dan langs elkaar te leven. We moeten leren mét elkaar te leven. Met de goede kanten van de ander. Maar ook met de kanten waar we meer moeite mee hebben.
 
In plaats van zwart-wit te denken in goed en verkeerd, is er een derde weg. Zoals ik van een zendeling hoorde: ‘Het is niet goed, het is niet slecht, het is anders.’ De vraag is dan, of we echt willen kiezen voor gemeenschap. De ander aanvaarden zoals hij of zij is. In gesprek gaan en de liefde van Vader God voor de ander voorrang geven boven onze eigen gewoonten. Daadwerkelijk missionair in verdraagzaamheid met elkaar leven.

dinsdag 19 november 2013

Column Friesch Dagblad 63: de brede en smalle weg

Ik kan me nog heel goed dat overbekende schilderij herinneren waarop de brede en smalle weg worden uitgebeeld. De brede weg liep langs allerlei moois en lekkers naar de hel. De smalle weg langs allerlei moeiten uiteindelijk naar de hemel.

Als ik nadenk over gemeente-stichting, denk ik soms ook aan de brede weg. Niet als eeuwig levensbedreigend. Maar wel een met grote gevolgen. Die brede weg is de eenvoudige weg. Je hoeft er niet zo over na te denken. Je doet het gewoon. Je gaat met een club mensen uit de moederkerk naar een nieuw gebied en begint daar met samenkomsten.

De samenkomsten zijn in vorm gelijk aan die van de moederkerk. Natuurlijk zal de entourage anders zijn: het gebouw, de omgeving, de aanbiddingsband. Maar voor de rest is het voor de kerkgangers in de nieuwe gemeente herkenbaar. Over het algemeen zal door de brede-weg-nieuwe-gemeente folders worden uitgedeeld in de nieuwe wijk om mensen te enthousiasmeren naar de nieuwe kerk te komen. Want daar is het zo fijn.

De smalle weg kent meer beren op de weg; valkuilen en blokkades die moeten worden genomen. In die gemeentestichting gaat het startend team naar de nieuwe omgeving. Het probeert er alles aan te doen om de nieuwe wijk te leren kennen. Door erover te lezen. Maar vooral door mensen te leren kennen. Op die smalle weg verlaten de teamleden als Abram hun vertrouwde omgeving om in het onbekende land hun intrek te nemen. Om zo in alles het leven in de nieuwe wijk te kennen en te ervaren.

Meestal begint het team niet met samenkomsten of vieringen, maar gaat het luisteren en proeven hoe de sfeer van de wijk is om zo dicht mogelijk de bewoners te benaderen. En pas na verloop van tijd, als er relaties zijn gelegd en vertrouwen is gewonnen, beginnen de eerste stapjes naar een vorm van viering. Waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de cultuur van de nieuwe wijk.

Het is heel makkelijk van de smalle weg weer terecht te komen op de brede weg. Als men de visie laat verslappen, er niet veel over nadenkt of elkaar er niet op bevraagt, dan vervagen de contacten, wordt de nieuwe gemeente gezellig met elkaar en komt men weer terecht in een bekend, maar breed, spoor.

De smalle weg is duurzaam. In aantallen op het eerste gezicht minder succesvol. Maar ingrijpender in de levens van mensen die erbij betrokken zijn. Als een paar dat ja tegen elkaar zegt en na tien jaar terugkijkt op het feit dat er een mooi, hecht gezin is gesticht.

vrijdag 20 september 2013

Wie doet niet mee?

Vandaag in De Volkskrant, op de voorpagina een artikel met de kop "Arme wijk doet niet mee". Dat moet ik lezen, want mijn nekharen gaan direct omhoog bij het lezen van dergelijke berichten. Terwijl ik het lees, hoor ik op de achtergrond dat het journaal het artikel citeert. De arme wijken zullen niet meedoen met de participatiemaatschappij.

Het artikel bevestigt de kop. Ik lees dat er een groep is "armere passieven", mensen met weinig geld die vaak in flats wonen waar ze hun buren nauwelijks kennen.

Tussen neus en lippen wordt kond gemaakt van de groep "welgestelde passieven", vaak relatief jong met goedbetaalde banen. "In alle drukte en ambitie zijn ze opvallend weinig bereid iets te doen voor anderen" aldus de onderzoekers.

Aha. De kop had dus net zo goed anders kunnen zijn. "Yuppen doen niet mee", Toekomstige leiders doen niet mee" of "Jonge ambitieuzen willen niet participeren". Maar nee. Het gaat, weer, om de arme wijk. Dat een groep welgestelden fijn voor zichzelf gaat, vind ik veel bedreigender. Dat worden onze toekomstige leiders, die onze toekomstige wetten zullen samenstellen. Als die nu al alleen voor zichzelf gaan, belooft weinig goeds voor de solidariteit in de toekomst.

Maar het blijkt geen probleem. Als bij de egoïstische welgestelden de nood aan de man komt, hebben ze wel geld om iemand in te huren. Ik ben benieuwd of ze bereid zijn om hun portemonnee te trekken om hun buren in nood te helpen. Want dat is ware participatie. Dat je jezelf belangeloos inzet voor de ander. Maar ik vrees dat dit soort ambitieuzen hun ambitie in alles laten doorklinken en wonen in villabuurten waar ze hun buren nauwelijks kennen (want ook die zijn alleen bezig met zichzelf)...

Ik woon in een arme wijk. Maar de participatie is er rijk. Buren helpen en zorgen voor elkaar. Hoe anders dan die middenklassewijk waar ik vroeger woonde, waar je elkaar alleen kende vanachter de gordijntjes waar je werd bekeken. Als ik mensen die daar wonen vertel over onze arme wijk, komen we vaak tot de conclusie dat een arme wijk soms heel rijk kan zijn en een rijke wijk soms heel arm.

zaterdag 7 september 2013

Gerechtigheid in de kerken

Morgen spreek ik bij de baptistengemeente Arnhem Centrum over "zoek eerst Gods koninkrijk en zijn gerechtigheid".
Een gedicht dat ik tegenkwam en mij heel erg aansprak wil ik morgen laten zien en horen, maar ook hier met jullie delen.

Ik was hongerig
En u stelde een liefdadigheidsgroepje samen om mijn honger te bespreken
Ik zat in de gevangenis
En u liep rustig naar uw kapel om voor mijn vrijlating te bidden
Ik was naakt
En u vroeg zich af hoe het met mijn moraliteit gesteld was
Ik was ziek
En u knielde neer en dankte God voor uw gezondheid
Ik was dakloos
En u hield een preek voor mij over de geestelijke bescherming van de liefde van God
Ik was eenzaam
En u liet mij alleen om voor mij te bidden

U leek zo heilig, zo dicht bij God
Maar ik ben nog steeds hongerig – eenzaam – en koud

dinsdag 9 juli 2013

Column Friesch Dagblad 59: Doe toch eens normaal!

Doe toch eens normaal, man!’ Het begin van een van de meest bekende dialogen die de afgelopen jaren plaatsvonden in het Nederlands parlement. Gevolgd door de reactie ‘Doe zelf eens normaal!’ Twee mannen uit hetzelfde politieke nest en zo’n beetje dezelfde achtergrond en opvoeding. Maar uit elkaar gegroeid en inmiddels elkaars politieke opponent geworden. Normaal. Wat is dat? Een vraag die meer mensen stellen. De Volkskrant wijdde er afgelopen zaterdag zelfs een heel katern aan onder de titel ‘het normale nummer’.

Hieruit bleek dat er verschillende opvattingen bestaan over wat normaal is. Wat in een truckerscafé heel normaal is, is op een vrijdagmiddagborrel op de Amsterdamse Zuidas not done en omgekeerd. ‘Dat kan écht niet!’ staat boven een artikel vol algemeen aanvaarde abnormaliteiten.

Loop ik met witte sokken, krijgen mijn dochters de slappe lach. Kom ik op mijn werk met een korte broek, kan ik weer terug naar huis, al komen vrouwelijke collega’s, mooie benen of niet, er wél mee weg. Heeft mijn vrouw geen zin om te koop te lopen met haar zwangerschap, hoort ze in de kerk dat ze niet goed bezig is.

Zit ik in mijn doorzonwoningwijk in de voortuin, verraden blikken dat ik toch wel heel asociaal ben. Vertel ik dat ik verhuis naar de zwaarste achterstandswijk, wordt het me vooral door christenen ten strengste afgeraden (mijn kinderen zullen afglijden). Ga ik een weekendje op pad met een goede vriendin, word ik op het matje geroepen door de oudsten die mijn gedrag onverantwoordelijk en onethisch vinden.

Doe toch eens normaal! Ook anderen horen het. De homo die uit de kast komt. De vrouw met een verse tattoo op haar arm. Het gezin dat ver weg of dichtbij missionair werk wil gaan doen. En als je doorgaat en je niets ervan aantrekt, hoor je het des te sterker: doe toch eens normaal! Het spijt me, ik blijf, als een tweejarig kind, halsstarrig vragen: waarom? En als ik geen beter antwoord krijg dan ‘zo hoort het nou eenmaal’, ga ik door op de weg van het niet-alledaagse.

Want uiteindelijk blijkt achter de grens van het normale de verademing te liggen. Het kan toch anders. De vriendin opent haar hart en niet haar broek. Eenmaal uit de kast staan ook open armen klaar. De tatoeage wordt door anderen wel gewaardeerd. Die moeilijke wijk sluit de kinderen én de ontstane kleine christelijke gemeenschap in haar hart.

woensdag 12 juni 2013

Column Friesch Dagblad 58: leren van ontwikkelingswerk voor wijkwerk

Afgelopen weekend was ik bij een weekend van Urban Expression, het netwerk van gemeentestichtende projecten in Nederlandse achterstandswijken, waar ook Villa Klarendal bij is aangesloten. Een geweldige kans om weer eens van elkaar te horen waar iedereen mee bezig is. En zodoende betrokken te blijven bij wat God aan het doen is in het land. Een van die gesprekken had ik met Oeds Blok, landelijk coördinator van  Urban Expression Nederland. Hij vertelde dat hij op uitnodiging van christelijke ontwikkelingshulporganisatie TEAR ruim een week op bezoek gaat in Oeganda. Doel is vooral te leren van hoe lokale christelijke gemeentes omgaan met de armoedeproblematiek. Hij vroeg mij of ik nog wat vragen voor hem had. Die had ik zeker!

Ik zie namelijk een parallel tussen de manier waarop regeringen via ontwikkelingshulp ontwikkelingslanden heeft geholpen en hoe onze regering en gemeentes omgaan met achterstandswijken. Er lijkt een basisdenken te zijn dat geld de oplossing is voor alle ontstane problemen. Geef het land of de wijk maar geld en de problemen lossen zich wel op. Dat gaat over het algemeen gepaard met projectdenken.

Geef het land of de wijk tijdelijk geld om een project op te zetten dat in potentie succesvol kan zijn. Na verloop van tijd heeft het project zijn succes bewezen en trekt men de stekker uit de geldstroom. Met helaas het vervelende gevolg dat het project een zachte dood sterft, omdat de achterblijvers niet de kracht of de middelen hebben om het project structureel voort te zetten.

Door de constante geldstroom waarbij ook steeds weer nieuwe professionals worden ingevlogen, is een afhankelijkheidsrelatie van ontvangers ontstaan naar zowel het projectgeld als de projectmedewerkers. Terwijl je juist zo graag zou willen dat mensen in zowel ontwikkelingslanden als achterstandswijken onafhankelijk van die gelden en werkers zelf hun problemen gaan aanpakken en eigen oplossingen bedenken.

Ik ben benieuwd of christelijke gemeentes in Afrika erin zijn geslaagd om onafhankelijk te worden van de geldstromen die lieve christenen uit het Westen zo graag aan hun zwarte medegelovigen schenken. Hoe is ze dat gelukt en welke principes kunnen we daarvan overnemen in ons werk in de armere gebieden in ons land?

Ik vraag me ook af op welke manier christenen in Afrika zelf leiding zijn gaan geven aan hun mensen. Hoe ze zijn uitgestapt uit de afhankelijkheidsrelatie waarin ze alleen hun hand hoeven op te houden. En op welke manier hebben ze de dure projecten en westerse denkwijze over inrichting van een organisatie omgezet in werkbare structuren, die voor hun mensen zowel cultureel als financieel behapbaar zijn?

Kijk, dat is de omgekeerde ontwikkelingssamenwerking waar ik van houd. Wij gaan naar de landen toe om in de samenwerking vooral van hen te leren. Hen advies vragen over hoe wij door hun geleerde lessen in onze situatie kunnen toepassen.

Niemand is beter, omdat hij meer geld heeft. Niemand is achtergesteld vanwege tekort aan geld. Een gelijkwaardige relatie gebaseerd op wederzijds respect. Zo werk ik in de wijk. Zo hoop ik iets te mogen leren van broeders en zusters in Afrika.

woensdag 20 maart 2013

Column Friesch Dagblad 55: Een team in goede tijden en slechte tijden

Wie mijn columns leest kan wel eens het idee krijgen dat ik dit werk helemaal in mijn uppie doe, of samen met mijn vrouw. Ik schrijf deze column natuurlijk vanuit mijn persoonlijke perspectief. En wie iets van de grond aan af opbouwt, geeft aan anderen al snel het gevoel dat hij het helemaal alleen heeft gedaan.

Laat ik u snel uit de droom helpen. Bij Villa Klarendal werken we namelijk vanaf het begin in een team. Toen we begonnen als wijkproject van Youth for Christ, rond september 2004, werd één persoon door Youth for Christ vrijgesteld om het werk van de grond te tillen. Samen bepaalden we de richting die het werk op zou gaan. Het Youth for Christ team werd al snel uitgebreid en in zijn hoogtijdagen werkten er vijf mensen parttime in de wijk.


Bijna drie jaar geleden werd het wijkproject een Christelijke Wijkgemeenschap. Drie echtparen vormden de basis voor het werk, waaruit drie personen werden ingezegend als leidinggevenden van de nieuwgevormde wijkgemeenschap.

Werken in een team betekent dat iedereen meedenkt en dat we gezamenlijk tot besluiten komen. Wij willen consequent een leidinggevend team zijn, waardoor er niet een is die een belangrijker stem heeft dan de ander.

Basis daarvoor is een harmonieuze relatie, waarin ieder elkaar volledig vertrouwt. Nu is geen enkel werk volmaakt, en zeker niet elk persoon (laat staan dat ik dat ben). Door allerlei omstandigheden moesten we daarom onlangs flink met elkaar aan de slag in een teamcoaching om weer eens tot elkaar te komen.

Want werken in een team is niet altijd harmonieus. Als je jaren met elkaar bezig bent, leer je elkaar steeds beter kennen. Wat niet altijd prettig is. Want die ander blijkt niet altijd zo leuk te zijn als hij of zij in het begin leek te zijn. Nee, we maken elkaar goede tijden mee, maar ook in mindere of slechte tijden. En in die laatste tijden heeft niet iedereen de neus in de goede richting staan. En kan er teleurstelling optreden bij de andere teamleden.

Ja, dat is ook onderdeel van het werken in een mooi werk als Villa Klarendal. En dat ligt echt niet alleen aan de anderen. Nee, ikzelf moet soms ook weer eens bij mezelf en bij God te rade gaan of ik het nu allemaal wel zo goed en zo zuiver bedoel. En op die momenten kom ik mezelf weer eens flink tegen.

Pijnlijke momenten, omdat ik met mezelf wordt geconfronteerd. Mooie momenten, omdat het team en het werk er uiteindelijk weer beter van worden. Ik ben dankbaar voor wat wij als team samen, met vallen en opstaan, hebben bereikt in onze wijk.

woensdag 17 oktober 2012

Ik voel me thuis bij jullie

Een opmerking van iemand met wie we al een tijd optrekken. Ze was na veel wikken en wegen langsgekomen bij onze maandelijkse diner en viering. De week daarna kwam ik haar weer tegen. Ze verbaasde zich dat ze zich zo bij ons thuis voelde. Ze voelde zich geaccepteerd.

Mooi om te horen. Want we willen in Villa Klarendal ook dat mensen zichzelf kunnen voelen bij ons. 'Je mag komen zoals je bent' zeggen we altijd tegen elkaar en anderen.

Maar voor je het weet zit je weer in oude tradities waarin we anderen onze maat nemen. Afgelopen zondag weer zoiets. Een nieuwe bezoeker was nogal rusteloos. Om de minuut moest hij weer iets anders doen. Hoe reageer je daarop? Niet dus. Lekker rusteloos laten zijn. Wel lastig als anderen daar onrustig van worden.

Maar gisteren hoorde ik dat het zo mooi was dat ook zo iemand gewoon kan komen, terwijl hij zo rusteloos is.

Je mag komen zoals je bent. Als je bij ons komt, word je niet door ons gedwongen te veranderen. Dat zal God zelf wel in jou doen. Hem het werk laten doen. En alles doen om te voorkomen dat wij een barrière zijn om God niet te kunnen ontmoeten.

Bij Hem mag je echt thuis komen...

dinsdag 30 november 2010

Column Friesch Dagblad 26: Is de kerk stervende?

‘De kerk is dood, leve de Koning’. ‘Laten we zwijgen over de kerk en het weer over God hebben’. Onderzoeken laten de gestage teruggang zien van leden van de katholieke kerk en de grote protestantse fusiekerk, waarin men de PvdA-truc hanteert om minder verlies dan verwacht als winst te omarmen (‘Het ledenverlies neemt de afgelopen jaren licht af!’) Als ik kijk naar de kerkgebouwen die worden afgebroken of worden ingericht als kantoor, woonruimte of gezellige buurtruimte, dan bekruipt mij het gevoel dat ze gelijk hebben. Het loopt af met het geloof. Er zijn meer afhakers dan aanhakers.

Aan de andere kant zijn er prachtige diensten, geweldige samenkomsten, heerlijke grote, volle zalen, kampeermanifestaties met hoge bezoekerscijfers en bijbehorende juichende recensies. Wie dat ziet en meemaakt, krijgt niet het gevoel dat er iets ergs aan de hand is. Cijfers lijken erop te wijzen dat orthodox-gereformeerde kerken, de pinksterkerken en de evangelische gemeenten tegen de tijdgeest in blijven groeien. Daar zijn nog megakerken te vinden van honderden tot duizenden kerkleden. Wie er in zit wordt meegezogen met het positivisme dat de beweging, organisatie of kerk uitstraalt.

Toch ook hier een maar. Een boek dat is uitgekomen met interviews van gemeenteleden die de evangelische gemeenten via de achterdeur hebben verlaten. Mensen die ‘ooit evangelisch’ zijn, zich post-evangelisch noemen, traumatisch zijn van het evangelisch evangelie of uitgekotst zijn door het amateuristisch hogere management dat deze beweging kenmerkt. Bovendien is in de Geestvervulde beweging van geen statistiek sprake, waardoor cijfers slechts giswerk zijn. Daar waar ze wel zijn becijferd of onderzocht komen we een hoog overgangsgeloof tegen. Protestantse kerkleden lopen over naar het meer vrijere evangelie. Er is nauwelijks sprake van gelovigen die uit het niets zich bij de nieuwe kerken aansluiten.

Wat betreft de orthodoxe kerken is ’s lands Grootste Gereformeerde Krant (afgekort ND) zeer happig op verhalen van mensen die aanschoppen tegen de kerk van herkomst, zeker waar het de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt betreft. Deze week nog werden woorden getrokken uit de mond van een kritische, spraakmakende jonge dominee uit die kerk. ‘De Gereformeerde Kerken vrijgemaakt zijn ten dode opgeschreven’, horen we hem verklaren. Niet het geloof is ten dode opgeschreven, maar het systeem dat er van is gemaakt.

De kerk is dood. Het is een vervreemdende uitspraak voor wie midden op de Biblebelt zich bevindt tussen de duizenden gelovigen die dit smaldeel in Nederland kenmerkt. Het roept vraagtekens op voor de Drachtenaren of degene die tientallen kilometers rijden om zich te laten vermaken in de megakerk in het noorden des lands. Maar is het juist daar niet dat het sterven van de kerk zich ten volle openbaart? Ik hoor van kleine kerken die het hoofd nauwelijks boven het water kunnen houden. Leden besluiten het kleine kuddeke te verwisselen voor een grote moloch waar ze een half uur voor moeten rijden. Ze worden er meer opgebouwd, ze genieten van de mooie diensten, de geweldige toespraken. En rijden weer terug naar de plaats van herkomst, opgebouwd zodat ze er weer een week tegen kunnen.

De kerk als gemeenschap. Een boek dat prijkt in mijn boekenkast. Waar is die nog te vinden? Een kerk waar mensen om elkaar geven. Waar het budget niet grotendeels wordt opgeslokt door het mooie podium, de entourage, de filmcamera’s, de beamer of de techniek. Maar door armoedebestrijding, onderlinge zorg, cursussen om elkaar te ondersteunen. Waar het milieu niet wordt vervuild getuige de honderden auto’s die door goed opgeleide parkeerwachten professioneel worden binnengeleid. Maar waar mensen worden opgeleid om elkaar te ondersteunen in hun dagelijkse zorgen en noden.

De kerk is stervende. Maar is het een stervende zwaan of een achtergelaten graankorrel in de grond? De eerste is hopeloos verloren en kunnen we nog met een prachtig requiem, gezang ten grave brengen. Afgelopen. Voorbij. Einde verhaal. De tweede biedt hoop. Een stervende kerk die vrucht voortbrengt. Een kerk die bereid is zijn opgebouwde privileges af te leggen voor een hoopvolle toekomst. De schil van uiterlijkheden, knellende regels en wetten of prachtige diensten en grootse samenkomsten, afgelegd om weer tot de kern te komen van wat de werkelijke groei betekent. Leven uit de dood. De opstanding van de kerk.

zaterdag 9 oktober 2010

Keuzes maken

Soms word je door het moment van de tijd genoodzaakt keuzes te maken. Dat geldt wat mij betreft zeker voor de afgelopen tijd. Ik vind het leuk om te schrijven en te bloggen. Ik vind het heerlijk om eens rustig te studeren en na te denken.

Soms worden die vrijetijdsbezigheden ondergesneeuwd door belangrijkere dingen. Dan moet je pas op de plaats maken. Een verplichte blog-, schrijf- en studiestop instellen.

Dat is dan jammer, maar als ik dan moet kiezen, kies ik voor wat belangrijker is. Wie mijn blog en columns wat volgt, valt op dat mijn gedachten en vrije tijd de afgelopen periode helemaal in het teken stonden van het thema gemeenschap. In juli ben ik samen met twee anderen aangesteld als leidinggevende van de nieuwe christelijke gemeenschap Villa Klarendal. Een van de anderen ging direct na de aanstelling over tot een welverdiende zwangerschapsverlof, waar ze pas op 1 november van terug zal komen. De eindverantwoordelijkheid voor de Villa lag daardoor de afgelopen tijd bij de andere leidinggevende en ikzelf. Daarnaast hebben we gelukkig nog onze drie echtgenoten en twee anderen met wie we samen het kernteam vormen.

Gezamenlijk zijn we bezig geweest met de verdere vorming van onze gemeenschap. Waar een gemeenschap spontaan uit een project is ontstaan, moet nagedacht worden hoe de gemeenschap in goede banen kan worden geleid. Bij een kerkgemeenschap horen dan ook nog de nieuwe aspecten die daarbij gepaard gaan. En de vragen die daarmee gepaard gaan.

Denk daarbij aan:

Lidmaatschap
Hoe kun je ervoor zorgen dat de gemeenschap aantrekkelijk blijft voor iedereen (inclusief), zodat iedereen die komt zich thuis mag voelen. Tegelijkertijd willen we mensen die verder willen groeien gestimuleerd worden om zich ook daadwerkelijk kunnen aansluiten bij de christelijke gemeenschap. Het is een dilemma om de open gemeenschap te kunnen combineren met een kleinere groep die deel uitmaakt van de christelijke gemeenschap en zich daaraan toewijdt.

Doop
Gaat de nieuwe gemeenschap uit van de kinderdoop of van de volwassenendoop (beter gezegd: doop op geloof). Lastige vragen, omdat we als team uit kerken afkomstig zijn die een van beide dooppraktijken aanhangen met de achterliggende theologie. Het was dan ook als team en als nadenkers gevaarlijk om terecht te komen in de jarenlang durende polemiek die tussen beide groepen aan de gang was. We zijn uiteindelijk samen uit de theologische loopgraven gekropen om te zoeken naar wat werkbaar zou zijn in missionaire situatie waarin Villa Klarendal zich bevindt. Dat we zijn uitgekomen bij de kinderdoop is voor sommigen uit mijn achtergrond lastig te begrijpen, maar wij zien er wegen voor. Op die basis hebben we afgelopen zondag een kinderdoopdienst gehouden. Maar inmiddels zijn er ook verzoeken gekomen voor een volwassenendoop van mensen die geen kerkelijke achtergrond hebben.

Avondmaal
Een van de basispraktijken van een christelijke gemeente is het herdenken van Jezus' lijden en sterven door de tekenen van brood en wijn. Vanaf het begin stond voor ons vast dat dit sacrament ook binnen Villa Klarendal ingevoerd moest worden. Ook hiervoor geldt weer dat het gezamenlijk vieren als gelovigen van Christus' heilsdaad een uitsluitend fenomeen kan zijn. Grote vraag voor ons was hoe we dit konden invoeren binnen onze viering zonder de zoekers, die niet-gelovigen of de anders-gelovigen die zich bij ons thuis voelen een gevoel van vervreemding krijgen. Het laatste is er nog niet over gezegd. Daarom hou ik de uitkomst van dit gesprek hier nog even onder ons.

De nieuwe gemeenschap lijkt vorm te krijgen. Hoe dan ook moeten we keuzes maken om als gemeenschap te kunnen groeien. Met het grote feest op 25 september en de eerste doopdienst op 3 oktober hebben we ons voor het eerst in het openbaar gemanifesteerd. Alle andere aspecten zullen nu langzamerhand worden ingevoerd. En dat terwijl het oude vertrouwde blijft bestaan.

De reactie van bezoekers is tot nu toe alleen maar positief en enthousiast. Het startfeest en de doopdienst werden met open armen en harten ontvangen. Het mooiste wat ik deze week uit de mond van een van hen hoorde was een eigen vertaling van een gesprek met mijn dochter. Toen die op de vraag van de bezoeker of zij nog wel naar een kerk ging wat weifelend antwoordde, reageerde de bezoeker dat de gemeenschap binnen de kerk zo nodig is, omdat het zo moeilijk is om alleen te geloven. Zo, dat drong diep naar binnen. Ik ben benieuwd hoe dit inzicht verder uitwerkt. In zowel het leven van mijn dochter als in dat van de bezoeker.

Kortom, de moraal van dit hele epistel. We worden hoe dan ook voor keuzes gesteld. Zowel persoonlijk als gemeenschappelijk.

Column Friesch Dagblad 24: Groei van een gemeenschap

In juli vertelde ik over de start van de nieuwe christelijke wijkgemeenschap Villa Klarendal. Starten is het ene. Het daadwerkelijk opbouwen ervan is het andere. De afgelopen weken zijn we hard aan de slag gegaan om allerlei aspecten van die gemeenschap verder uit te bouwen.

Het is prachtig om te zien dat we een vaste kern van bezoekers hebben, met wie we wekelijks of in ieder geval zeer regelmatig contact hebben. Zij voelen zich steeds meer betrokken bij onze gemeenschap. Dat uit zich doordat mensen zich spontaan aanmelden voor activiteiten.

Vorige week zaterdag vierden we het ‘startfeest’ Villa Klarendal als christelijke wijkgemeenschap. Dat was tegelijkertijd een lustrumviering, omdat het op 1 oktober alweer vijf jaar geleden is dat de Villa officieel het leven zag. Dat moest een feestelijk tintje krijgen. We een buurtfeest in een grote buurttuin. We nodigden ongeveer honderdtwintig mensen uit die op wat voor manier dan ook waren betrokken bij onze gemeenschap.

We bestelden barbecuevlees waar moslims en hindoes aan mee konden doen. We zorgden voor een vegetarische variant. Vaste bezoekers grepen onze vraag om ondersteuning van harte aan. Drie mensen stonden tussen elf en drie uur klaar om vier grote bakken groente te snijden voor de salades. Anderen hielpen mee met het versieren van de tuin. Weer anderen sjouwden zich een ongeluk aan stoelen, tafels, partytenten, een barbecue, statafels en vuilnisemmers die belangeloos door de lokale speeltuin ter beschikking werden gesteld.

Tijdens het feest, waar bijna negentig mensen op af kwamen, waren er dan nog de spontane barbecuemannen die behoorlijk werden uitgerookt, de schenkers die de bezoekers van een natje voorzagen en de opscheppers die er voor zorgden dat iedereen werd voorzien van de nodige salades en brood die bij het vlees konden worden genuttigd.

En dan niet te spreken van de noodzakelijke afbrekers die er weer voor zorgden dat alles op een goede manier werd afgebouwd, de rommel werd opgeruimd en de tuin weer in goede orde werd achtergelaten. En dan tenslotte de laatste sjouwers die de ontvangen benodigdheden weer terugbrachten naar de rechtmatige eigenaar.

Een organisatie van jewelste. Maar prachtig om te zien dat bij al die taken die spontaan werden ingevuld nauwelijks enige wanklank werd vernomen. Op het onrechtmatig meenemen van de kleine afscheidsgeschenkjes na, was er niets wat er grandioos mis ging. En dan is het te hopen dat die kleine lichtjes in de duisternis (glow in the dark) ook werkelijk iets gedaan hebben aan de donkerte van de, ongetwijfeld kleine, ontvreemdertjes.

De samenwerking tussen al die mensen heeft het gevoel van saamhorigheid versterkt. En nog voordat we het wisten, konden we hetzelfde huzarenstukje afgelopen zondag nog eens herhalen. Toen vierden we namelijk een (kinder)doop die voor het eerst in onze gemeenschap werd voltrokken. Weer veel mensen die zich spontaan aanboden en die bereid waren een deel van hun tijd te geven aan ‘hun’ Villa. De doopdienst zelf was een prachtige eerste uitwerking van onze wens om daadwerkelijke christelijke gemeenschap te worden, met alle sacramenten van dien.

De gemeenschap wordt versterkt. Het sacrament versterkt de gemeenschap. De groei van de gemeenschap wordt zichtbaar in getal, maar ook op een verdiepende manier. Het zal dan ook niet lang duren voordat we ook dat andere sacrament met brood en wijn (of druivensap) tot ons zullen nemen.

In die groei zien we een bevestiging dat we op een goede weg zijn. Samen met elkaar een gemeenschap worden. Gebaseerd op intermenselijke contacten. Waar iedereen welkom is. Waar de mogelijkheid is tot verdieping. Die niet indruist tegen de relaties in de wijk. Samen voor de wijk. Samen voor elkaar. Samen voor onze Heer. Een drie-in-een samenleving.

vrijdag 24 september 2010

Column Friesch Dagblad 23: Christelijke gemeenschap

De zomer is altijd weer een prachtig moment om mijn geest te scherpen door het lezen van boeken. Dit jaar heb ik mij volgelezen over alles wat ging over gemeenschap en gemeenschapsvorming. De nieuwe gemeenschap die Villa Klarendal wil zijn, moet namelijk worden vormgegeven. Dan is het wel zo handig te weten hoe dat handen en voeten te geven. Over gemeenschap-zijn is gelukkig veel geschreven, dus de boekenkast stond tijdelijk voller met boeken die uit de bibliotheek naar huis werden gesleept.

Niet alleen boeken zijn volgeschreven. Iedereen lijkt wel een mening te hebben wat christelijke gemeenschap, gemeente-zijn of kerk-zijn betekent. Hoe vaak heb ik niet in de dagelijkse praktijk als voormalig oudste van een pinkstergemeente gehoord dat de gemeente niet meer is wat het hoort te zijn. Men had een ideaal van de christelijke gemeenschap. En dat ideaal moest koste wat het kost worden doorgevoerd.

Tussen die gedachten met idealen en de talloze bladzijden waarop die idealen waren opgetekend, vond ik een schijnbaar onbeduidend en dun boekje met de titel ‘leven met elkander’ van de bekende schrijver Dittrich Bonhoeffer. Een boekje dat hij had opgetekend in 1937. Tamelijk uit de tijd zou je denken. Een dun boekje van ver voor deze tijd. Weg ermee! Ik heb het toch ter hand genomen en kwam tot de conclusie dat de schrijver enkele tijdloze noties schreef over het onderwerp, die zeker actueel te noemen zijn.

Temidden van alle hooggestemde idealen komt de schrijver tot de conclusie dat ‘christelijke gemeenschap (hij noemt het nog ouderwets ‘broederschap’) geen ideaal is, maar goddelijke werkelijkheid…’.

Mensen hebben een diep verlangen naar gemeenschap. Als ze in een gemeenschap terechtkomen, blijkt al snel dat die niet voldoet aan onze idealen. Wat gebeurt er dan? Er start een klaagzang over de slechte ervaringen of het gebrek aan gemeenschapszin. Gelovigen die zich meer dan gemiddeld hebben ingezet zullen het wel kennen. Waar we in echt gesprek en samenwerking met mensen komen, ontstaat teleurstelling, pijn, of onbegrip. We worden gefrustreerd, omdat de ander niet voldoet aan ons wensbeeld.

We lezen of horen Psalm 133: ‘Hoe goed is het, hoe heerlijk als broeders bijeen te wonen! Goed als olie op het hoofd die neervalt op de baard, de baard van Aäron, en neervalt op de hals van zijn gewaad, als de dauw van de Hermon die neervalt op de bergen van Sion. Daar geeft de HEER zijn zegen: leven voor altijd.’
En we komen tot een eigen vertaling van de psalm.
Hoe goed is het, hoe heerlijk als broeders bijeen te wonen? Ik betwijfel het. De olie op het hoofd die neervalt op de baard van Aäron en de hals van zijn gewaad lijkt in brand te zijn gestoken, met alle gevolgen van dien. De dauw op de Hermon lijkt zodanig te zijn verdampt dat er Russische branden op ontstaan die niet te blussen zijn. En de zegen van de HEER? Die lijkt te zijn vervangen voor een vloek. Als ik zo voor altijd moet leven, hoeft het niet meer voor mij….

De conclusie van Bonhoeffer is, dat de ware gemeenschap pas begint waar wij teleurgesteld, moegestreden, afgemat of gepijnigd zijn. En wij onze broeders of zusters die daarvoor hebben gezorgd leren te verdragen en te vergeven. Weg idealen. Weg allerlei romantische gedachten. Helemaal tot op de bodem van ons eigen kunnen de ander tegemoet treden en vergeven. Samen op de knieen of in ieder geval in gebed en daar elkaars hart uitstorten.

Om zijn woorden in eigen woorden te citeren: de zondige medegelovige is nog altijd degene met wie ik het geloof in het verlossingswerk van Christus deel. Danken dat wij samen mogen leven in de vergevende liefde van Jezus Christus. Leren dat wij nooit van eigen woorden en daden kunnen leven, omdat die alleen maar teleurstellen of pijn doen. Waar de ochtendmist van menselijke idealen verdwijnt, breekt de zon van de daadwerkelijke christelijke gemeenschap in al zijn felheid door.

dinsdag 13 juli 2010

Column Friesch Dagblad 21: het kind gaat zijn eigen weg

De leegloop, verkoop en sloop van kerken is hot nieuws in de media. De kerk verdwijnt uit het normale leven van alledag. Het lijkt alsof kerken alleen maar verdwijnen. Dat er op een andere manier ook mooie en nieuwe gemeenschappen ontstaan komt daardoor niet ter sprake. Gelukkig gebeurt het nog steeds. Dat er nieuwe christelijke gemeenschappen ontstaan in een tijd van kerkverlating. Soms gewild en van tevoren gepland. Soms spontaan als gevolg van activiteiten die christenen ondernemen in hun eigen omgeving.

Dat laatste is het geval bij Villa Klarendal, het project van Youth for Christ (YfC) dat ik in oktober vijf jaar geleden samen met drie anderen opzette. Een project bedoeld om als christenen van betekenis te zijn in de eigen omgeving. Samen zouden we optrekken om de wijk te dienen met alle gaven die we hadden. Met computerlessen, voedselbank, kinder- en jongerenwerk, samenwerking met andere organisaties in de wijk, een brunch en viering waar mensen meer over ons geloof zouden horen. De brunch en viering was de plek waar we mensen mee naar toenamen als ze in de andere activiteiten belangstelling toonden voor ons geloof. Al snel waren er tussen de tien en vijfentwintig mensen uit de wijk die de wekelijkse vieringen bezochten. Het was een gezellig gebeuren, een vrijblijvend onderzoek naar het geloof van die christenwijkbewoners. Die vrijblijvendheid bleek ook tijdens hoogtijdagen als Kerst en Pasen en tijdens de zomervakantie. Dan was er geen behoefte aan een groot feest of dunde het bezoekersaantal dusdanig uit dat je ze op twee handen kon tellen.

De bezoekers zouden we meenemen naar kerken in de stad om ze kennis te laten maken met ‘de kerk in Arnhem’. Na het bezoek aan enkele kerken, reageerden bezoekers steevast dat het wel leuk was, maar dat ze iets misten: ‘hun kerk’, de Villa.

Na drie jaar besloten we daarom toe te werken naar verzelfstandiging van Villa Klarendal. We zouden gaan werken aan gemeentestichting. We gingen op zoek naar een kerk waarmee we konden samenwerken en kwamen terecht bij de gereformeerd-vrijgemaakte Koepelkerk. In gesprekken die we daarna voerden, kwamen we tot interessante ontdekkingen. De eerste was dat we niet meer hoefden te werken aan gemeentestichting, omdat de gemeenschap al bestond. Een groep die voor elkaar zorgt, regelmatig rondom Gods woord bijeenkomt en maaltijden met elkaar houdt. We dachten ook na over wat bij een christelijke gemeenschap hoort: doop, lidmaatschap, avondmaal en structurele zorg voor elkaar.

Op 1 juli was het zover. De verzelfstandiging was een feit. De formaliteiten rond de inschrijving van een kerkgemeenschap en een daarnaast functionerende stichting zijn afgerond. Een driekoppig leiderschap is aangesteld. Een toezichthoudende groep is in functie. Een bankrekening is aangevraagd. Officieel is Villa Klarendal, wijkproject van YfC, omgevormd tot ‘christelijke wijkgemeenschap Villa Klarendal’. Het kind is groter geworden en gaat een nieuwe fase in. De moeder wordt bedankt. Het kind gaat zijn eigen weg. Met grote en kleine vrienden.

Ieders rol verandert. Bezoekers en teamleden worden leden. Kernteamleden, onder wie ikzelf, worden leidinggevende. En misschien worden lezers vrienden. Neem gerust contact op om meer betrokken te worden.

zondag 23 mei 2010

Pinksteren in Klarendal

Vanochtend vierden we feest. Het Pinksterfeest. Het meest vreemde feest uit de christelijke jaar. Zeker het minst bekende feest dat als nationale feestdag is aangemerkt.

Pinksteren, het feest waarin de krachtelozen kracht kregen. Het moment waarop verbaasd werd uitgeroepen hoe het toch mogelijk was dat ongeletterden ineens andere talen begonnen te spreken. Het feest waarin God het meest dichtbij ons is gekomen.

Vanochtend heb ik gesproken over de krachteloze mensen die uit zichzelf wegliepen voor de moeilijkheden. Maar die bekrachtigd door de Geest tot veel in staat waren. De moedeloze vrienden van Jezus stonden op en begonnen het goede nieuws in vele talen uit te spreken.

Daar bleef het niet bij. Dezelfde dag werden nog eens drieduizend anderen met diezelfde Geest bekrachtigd!

En zelfs daar blijft het niet bij. Ook wij omstanders horen de toespraak van Petrus en ook van ons wordt gevraagd ons om te keren en de Geest te ontvangen. Mijn gebed was en is dat mijn toehoorders met diezelfde Geest bekrachtigd worden. Dat heb ik ook uitgesproken. Nee, nu geen getallen erbij. Ik heb ze niet gehoord of gezien. Maar God doet zijn werk onherroepelijk in mensen. En zal ook deze vraag niet onbeantwoord laten.

De krachteloze mensen om ons heen worden opgeroepen hun krachteloze leven achter zich te laten en veranderd door de Geest krachtige mensen te worden. Opvoeding, gezin, wijk of stad doen daar niet aan toe of af. God ziet het hart aan. Groot nieuws voor die zwakkeren. God bouwt zijn gemeente. Door onze zwakheid heen.

dinsdag 4 mei 2010

Gedachten bij en na het afscheid

Daar stonden we dan rondom de kist. Even daarvoor hadden de kleindochters opa van zijn bed overgeplaatst naar de kist. De kleinzoons en achterkleinzoon hadden het deksel van de kist dichtgeschroefd. Zes mensen (een zoon, vier kleinzoons en een achterkleinzoon) hadden de kist gedragen van het verzorgingshuis naar de auto. Vanuit de auto naar de kerk en terug. Vanuit de auto naar de aula waar we nu zaten. Onder het meest favoriete lied van mijn schoonvader werd de kist naar binnengebracht en hield bijna niemand het droog. Vrijwel iedereen werd door een ander ondersteund bij een opwelling van intens verdriet.

Door allerlei omstandigheden die zo pijnlijk zijn dat ze niet aan een blog kunnen worden toevertrouwd was de diepste wens te worden begraven ingewisseld voor het moeilijke alternatief om hem te cremeren en de as op een andere manier te begraven. Vragen alom over hoe dat moet. Moeilijke familiebeslissingen op een pijnlijk en emotioneel moment.

Daar stonden we dan. Gearmd, omarmd, ondersteund. We moesten afscheid nemen. Het laatste afscheid was er een van kou en warmte tegelijkertijd. De warmte van de oven waar de kist in werd geschoven in een verder koud en kil gebouw. De geur van verbrande lijken bracht ons even terug naar de tijd die we dezer dagen herinneren. Dit keer was het gewild en min of meer weloverwogen. De koffie, thee, broodjes en snacks achteraf waren samen met de condoleances verwarmend.

Het meest verwarmend voor ons bleef de herdenkingsdienst. De dominee die op ons verzoek refereerde aan de hoop die een gelovig christen kan putten uit de weet dat Christus de opgestane is. Dat wij hem zullen volgen. Lees het zelf maar in 1 Corinthiers 15. Wijzelf mochten het Opwekkingslied "Ooit komt er een dag" zingen die diezelfde hoop uitspreekt.

Het overkomt ons allemaal een keer. Dat we een geliefde moeten wegdragen uit dit leven. Dat we pijn, verdriet, rouw en misschien zelfs schuldgevoelens hebben. Dan zijn de geliefden om ons heen de sterke kracht die ons door het lijden heen dragen. Broers, zussen, de overgebleven ouder, andere familieleden en hele goede vrienden. Ook de leden van de kerkelijke gemeenschap. Wij werden verrast door de komst van vier leden van onze Villa-gemeenschap bij wijze van condoleance. De reden van hun komst: om onszelf een hart onder de riem te steken! Bij de herdenkingsdienst kwamen nog eens twee Villa-leden -voor ons onverwacht- langs.

Allemaal de moeite genomen om de oversteek van het Arnhemse Klarendal naar Amersfoort te nemen. Daar werden we warm van. Ze lieten zien dat ze bij ons horen. Dat ze letterlijk meeleefden in goede en slechte dagen. De christelijke gemeenschap die zonder het te hebben uitgesproken de belofte van twee mensen aan het begin van een huwelijk naar elkaar uitleeft. Hartverwarmend. Waar we al jaren aan gewerkt hebben te zien functioneren op een moment dat wijzelf 'de klos' zijn. Op initiatief van mensen die wij tot nu toe onze 'bezoekers' noemden. De bezoekers zijn nabij gekomen. Ze zijn deel gaan uitmaken van ons leven. Ongeacht of dat nu binnen of buiten de wijk plaatsvindt.