donderdag 22 oktober 2015

Over de grens

In de zomer heb ik meegedaan aan een essaywedstrijd voor het tijdschrift Volzin. Thema was "Over de grens.

Helaas, ik ben niet geselecteerd. Toch wil ik jullie de tekst niet onthouden. Vandaar hieronder het hele essay.

"Over de grens" is voor mij een van mijn levensmotto's. Voor zover ik kan nagaan ben ik altijd geïnteresseerd geweest in grenzen en vooral in hoe het aan de andere kant van die grens aan toe ging.

De eerste grens was die van mijn moeder. Ik ging naar de lagere school en mijn moeder was met mij meegelopen om mij de kortste route te laten zien. Nadat zij dat een aantal dagen had gedaan, mocht ik de route zelf lopen. Mijn moeder, stipt als ze was, wist precies hoeveel minuten deze korte en veilige route duurde. Na enkele weken kwam ik later thuis. Ik trof een bijna hyperventilerende moeder aan die in alle paniek aan me vroeg waar ik toch was gebleven. Ik antwoordde stoïcijns "ik heb een andere weg genomen, die andere werd mij te saai".

Ik kan me als de dag van gisteren herinneren hoe we vijf jaar geleden afscheid namen van de kerk waar we meer dan vijftien jaar lid van waren geweest. De voorganger van de pinkstergemeente haalde enkele anekdotes aan om ons als echtpaar te beschrijven. Een opmerking zal ik nooit vergeten: "jullie moesten gangbare wegen altijd bevragen. Jullie liepen altijd langs de grens van het toelaatbare. En als jullie dat goed vonden, staken jullie die grens ook nog over. Ik heb me vaak afgevraagd waarom jullie dit deden en waarom jullie niet gewoon in de pas liepen met dat wat normaal wordt gevonden in onze gemeente."

Grenzen. Ze worden getrokken. Door wie? Door anderen. Het grootste deel van de mensheid is tevreden met die grenzen, kan ermee leven, heeft er geen moeite mee. Waarom zou je die grenzen bevragen? Ik ben toch tevreden met hoe het nu is? Toch zijn er altijd mensen die de grenzen wel bevragen. Die graag aan de grens staan. Die graag willen ontdekken wat er achter die grens nog meer is. Onze geschiedenis staat juist bol van mensen die grensoverschrijdend gedrag vertoonden. Alleen heten ze tegenwoordig niet probleemgevallen maar helden. De grote ontdekkingsreizigers gingen op pad in de verwachting dat ze nieuwe landen zouden ontdekken. En dat deden ze!

We zijn er met zijn allen veel beter op geworden. Zij baanden wegen, letterlijk en figuurlijk door ze op kaarten aan te geven, waar anderen gebruik van konden maken. De uitvinders en wetenschappers gingen grenzen over waar niet iedereen blij mee was. Ze kwamen tot conclusies die de grens overschreed van de religieuze machthebbers van hun tijd. Met gevangenisstraf of zelfs de dood tot gevolg. Maar door dat grensoverschrijdend gedrag weten we nu meer van de wereld dan 1000 jaar geleden.

Grenzen zijn getrokken. En we ervaren nog steeds de gevolgen ervan. De grenzen van het huidige Midden-Oosten zijn door de toenmalige westerse mogendheden getrokken zonder enige rekening te houden met bevolkingsgroepen die zich achter die landen waren gehuisvest. Tot op de dag van vandaag hebben we last van die onnatuurlijke grenzen. De oorlogen volgen elkaar op. De oplossing van de wereld (en vooral van het westen) voor dat fenomeen is om de grenzen over te trekken en bevolkingsgroepen die volgens ons grensoverschrijdend gedrag vertonen te bestoken met onze bommen.

We willen maar wat graag laten zien waar wat ons betreft de grens ligt. Het zijn meestal de machthebbers die de grenzen trekken. Op politiek vlak de letterlijke grens tussen landen. Maar ook op moreel niveau door wetten in te voeren. Op religieus vlak door de spreekbuis van God te zijn op aarde. Door naast de wetten die in de heilige boeken zijn opgetekend, eigen sociale wetten op te leggen die men nodig acht om de gemeente ordelijk te houden. Op de werkvloer door leidinggevenden die een cultuur invoeren die men wenselijk acht. Soms door een bureaucratisch stelsel in te voeren, waarbinnen de werknemer de grenzen in acht moet nemen. En wee je gebeente als je als werknemer de procedure omzeilt of veronachtzaamd. Dan wacht je een sanctie of op zijn slechtst ontslag.

Ik zie een paradox in de grenzen. We trekken grenzen waarachter wij ons veilig voelen. We willen uit veilig bestuur grenzen trekken, zodat we goed weten wat er onder ons bestuur gebeurt. Toch brengt vernieuwing verbetering. Zonder de ontdekkers leefden we nog steeds in de Middeleeuwen. Zonder de ontdekkingsreizigers hadden we geen Gouden Eeuw gekend en waren we nu niet zo rijk geweest. Toch worden pioniers, ontdekkers en uitvinders over het algemeen niet op handen gedragen, maar wordt met afgrijzen gekeken naar het grensoverschrijdend gedrag dat ze vertonen. Dat geldt zeker voor Nederland waarin een overdreven gelijkheidsideaal heerst en waarin iedereen die zich onderscheidt zo snel mogelijk tot gewoon mens moet worden gekleineerd. Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg. Maar wat als "gek" (lees: de grenzen zoeken) voor mij "normaal" is? Met de kennis van nu worden al die gekken van toen onze geschiedkundige helden.

Over de normale mensen van toen lees je geen woord meer. Voor de hedendaagse ontdekkingsreiziger heeft de westerse wereld een nieuw woord uitgevonden: "economische vluchteling". Zoals vroeger ontdekkingsreizigers met pijn en moeite geld uit eigen omgeving bijeen kon sprokkelen, zo krijgt de hedendaagse ontdekkingsreiziger een zak met geld mee van de eigen omgeving (waar ze vaak jaren voor gespaard hebben) om op ontdekkingsreis te gaan naar een land dat hen voorspoed en rijkdom zal geven. Alleen: de rollen lijken omgekeerd. Waar de ontdekkingsreiziger uit het verleden vaak met open armen werd ontvangen, wordt de hedendaagse versie benaderd als een crimineel, die zo snel mogelijk weer moet worden teruggestuurd. En waar onze geschiedenisboeken ons leren dat de vroegere ontdekkingsreiziger soms terecht oorlog moest voeren tegen de wilde bevolking die zij wilden overmeesteren, worden we nu met blijkbaar het tegenovergestelde beeld geconfronteerd. De ontdekkingsreiziger is de gehate man en het is zeer terecht dat het ontvangende land er alles aan doet om de grenzen voor hem te sluiten.

Weer zo'n paradox. De ontdekkingsreiziger van toen werd gevolgd door een koloniale machthebber die het land van ontdekking ontdeed van zijn rijkdom om er zelf rijk van te worden. De Gouden Eeuw hebben we te danken aan de ontdekkingsreiziger, maar ook aan de landen waar hij naar toe ging. Of hij nu met open armen of met wapens werd begroet. De rijkdommen van het land werden door ons meegenomen. Wij werden er rijk van. Nu komen nieuwe ontdekkingsreizigers uit de landen die wij ontdekt en geëxploiteerd hebben naar ons toe. Weinig open armen, nog net geen wapens, maar zeker geen gastvrijheid. Want die "economische vluchtelingen" komen teren op onze rijkdom.

"Onze" rijkdom? De economische ontdekkingsreiziger, die werd gevolgd door de economische machthebber, die werd gevolgd door de economische vluchteling. De grensbewaker en de ontdekkingsreiziger. Het waren vaak elkaars tegengestelden. De een kon niet leven met de ander. En omgekeerd. Nieuwe dingen waren verkeerd, fout, eng, gevaarlijk, zondig, kwaad voor de grensbewaker naar gelang zijn herkomst. Die grenzen moesten worden overschreden voor de ontdekkingsreiziger.

Hier sta ik, ik kan niet anders, aldus ontdekkingsreiziger Luther ten overstaan van zijn Rooms-Katholieke grensbewaker. Een zwart-wit tegenstelling werd geponeerd. Of je gaat de grens over, of je blijft binnen de veilige grens. Het kan ook anders. Maar daar heb je wel iets voor nodig. Moedige mensen. De grensbewaker die over zijn eigen grenzen heen gaat. Die beseft welke voordelen de ontdekkingsreiziger met zich mee brengt. De ontdekkingsreiziger die beseft dat niet iedereen een behoefte aan nieuwe dingen heeft als hij. Een kerk die zijn vernieuwers niet vraagt binnen de grenzen te blijven, maar ze stimuleert en ondersteunt in het vinden van nieuwe wegen. De politiek die moed heeft de angst van zijn burgers te weerstaan en de ontdekkingsreizigers niet aan de grens laat staan, maar ze ruimte geeft binnen de eigen grenzen.

Samen over de grens naar een wereld die wij nu nog niet kennen. Samen op zoek naar het nieuwe dat de vernieuwers ons zullen bieden. Op weg naar een nieuwe wereld waarin grensbewakers en ontdekkingsreizigers samen over de grens gaan. Misschien is het gras achter die grens wel groener dan het hier en nu is.

woensdag 14 oktober 2015

Column Friesch Dagblad 82: Islam en zwarte piet

Afgelopen vrijdag was ik met een groep moslims, christenen en humanisten, veelal wijkbewoners, op bezoek bij de plaatselijke moskee. In prachtige, in tale Mekkaans verwoorde, bewoordingen, vertelde de tot de islam bekeerde van oorsprong katholieke Surinaams-Nederlandse spreker over de kernwaarden van de islam. Wat me vooral is bijgebleven is dat de islam probeert los te komen van de eigen culturele waarden om op zoek te gaan naar universele waarden die voor iedereen gelden.

Een interessant gegeven. Want iedereen is onbewust bevangen door de eigen culturele waarden. Ik denk aan de hele Zwarte Piet discussie. De inleider vertelde over zijn eigen culturele achtergrond, die de koloniale geschiedenis bekijkt door de ogen van de slavernij. Nog steeds voelen Surinaamse en Antilliaanse medeburgers zich tweederangs, omdat die geschiedenis door de koloniale heerser nog steeds niet is herschreven. En bekijken Zwarte Piet door die zwarte geschiedenis heen.

De Nederlanders, opgegroeid met Sint en Piet, zien een andere waarde. Dan neem ik mijn eigen interpretatie als basis. Voor mij is het een feest geweest van beide personen. Geen Sinterklaasfeest zonder Zwarte Piet. Sinterklaas was voor mij de equivalent van het formele gezag, in mijn geval de protestants-christelijke godsdienst. Die vertelt zoals het hoort. Zwarte Piet was degene die anders durft te zijn. Die niet langs gebaande paden gaat. Die over daken durft te klimmen, die acrobatische toeren uitprobeert. Die de presentator aller presentatoren in mijn kindertijd "Vrouwtje Bouw" durfde te noemen. Een verademing. Sint die Piet tot de orde roept, maar op zo'n manier dat hij dingen toch door de vingers ziet. Zwarte Piet die gekke dingen doet waar wij van droomden en daar geen straf voor kreeg.

Twee culturen die elkaar ontmoeten in het Nederland van vandaag vinden het moeilijk om elkaar te vinden. Waarom? Omdat ze die andere cultuur niet van binnen kennen. Het is wezensvreemd. Ze zijn er niet mee opgegroeid. Dus roept de niet in Nederland opgegroeide, maar met Keti-Koti, de jaarlijks op 1 juli terugkerende feestdag van bevrijding van de slavernij, Surinaamse Nederlander de "gewone" Nederlander op terug te keren van die discriminerende Zwarte Piet. Waarop die Nederlander tot in het diepst van zijn wezen wordt verwond, want die Piet heeft hij nooit als discriminerend bedoeld. Die was immers zijn hulp van kinds af aan om weg te komen van de formele verstikkende, structuren. Vanuit die gedachte riep hij als klein kind op straat donkergekleurde mensen weleens na met "Zwarte Piet". Een positief gekleurde insteek, die door de ander heel anders werd ervaren.

Daarom zijn we in onze wijk begonnen met bezoeken aan de monotheïstische gebedshuizen. In gesprek komen met de ander. Iets gaan begrijpen van wat die ander beweegt. Weg van de formele theologische discussies. Niet de ander de zwartepiet toespelen. Maar luisteren en eerlijke vragen stellen. Ook al is die andere godsdienst wezensvreemd aan onze eigen achtergrond. Over twee weken volgt een bezoek aan de synagoge, dat voor moslims waarschijnlijk weer cultureel wezensvreemd en daarmee schokkend zal gaan worden.

Klik hier voor de pagina van Friesch Dagblad waarin de column is verschenen (onderaan de pagina)

woensdag 9 september 2015

Column Friesch Dagblad 81: Waar is nu het plan van Europa?

Ze komen met grote groepen naar ons toe. Een tsunami van vluchtelingen komt onze kant op. Ze komen van heinde en ver om van onze rijkdom te profiteren. Wij hebben het ook niet makkelijk. En nu moeten we onze beperkte rijkdom ook nog delen met die anderen. Wij waren wijs om te sparen. Waardoor we nu voldoende hebben. En kijk: nu komen ze overal vandaan om te genieten van onze slimheid en rijkdom. Stuur ze toch gewoon terug. Hadden ze zelf maar slim moeten zijn. Niks geen compassie met de volkeren om ons heen! Eigen volk eerst. Wij hebben voorrang!

Het zou zo maar uit onze tijd kunnen komen. Maar het bovenstaande heb ik geschreven vanuit de denkwereld van Egyptenaren die in de tijd van Jozef hadden kunnen opstaan tegen de toenmalige minister-president toen bleek dat andere volken profiteerden van de graanvoorraden die Jozef had laten aanleggen. Met de kennis van nu weten we dat achter die wijsheid een andere Wijsheid zat die zijn plan volvoerde. Maar uit de reactie van de broers van Jozef bleek wel dat zij absoluut niet op de hoogte waren van dat grootse plan. En de Egyptenaren hadden die economische vluchtelingen van toen met gemak kunnen weigeren. Het waren geen vrienden, eenvoudige boeren, uit een ver land waar Egypte absoluut geen voordelen bij had.

Zo worden nu woorden en gedachten uitgestrooid over mensen die het in eigen land moeilijk hebben. Een tsunami van vluchtelingen komt over ons. Paniek in heel Europa. Erg overeenkomstig de situatie uit de tijd van Jozef. Alleen: hij had een plan. En Europa wordt verweten geen plan te hebben. Jozef wist van tevoren dat er een probleem aan zat te komen. Europa ook. Al vanaf jaren geleden keken we naar de vluchtelingenstromen uit Syrië en verbaasden ons over het gebrek aan organisatie in de omliggende landen.

Je kon op je vingers natellen dat die vluchtelingenstromen niet zouden ophouden bij de grenzen van de omliggende landen. Maar keken toe en zaten op onze handen. Na Lampedusa, Kos, Lesbos en Hongarije weten we beter. En groeit de stroom vluchtelingen ook ons boven het hoofd. Ik neig tot de groep die alle grenzen open stelt. Grenzen open voor Europeanen? Dan ook voor alle andere wereldburgers met minder mogelijkheden dan wij.

Maar het blijft moeilijk. Want wijkbewoners wijzen mij op hun jarenlange strijd om een ander huis te bemachtigen. Vrouw en tienerdochter in een bed, omdat zij geen ander huis kunnen krijgen. Die zien vluchtelingen aankomen in die krappe woningmarkt en zien hun eigen kansen op een ander huis met grote sprongen verkleinen. Die schreeuwen om voorrang voor eigen volk. Terecht. Die mensen moeten ook kansen krijgen.

Daaruit blijkt maar weer hoe moeilijk dit vraagstuk is. Ik kom er zelf ook niet uit. Puur politiek denk ik het ene. Maar word ingehaald door de dagelijkse situatie van mensen die ik tegenkom. Een menselijk bestaan: dat wens ik iedereen toe!

Lees hier de column in Friesch Dagblad zoals hij is verschenen (onderaan de pagina)

maandag 17 augustus 2015

Column Friesch Dagblad 80: Niet alles is zoals het lijkt te zijn

Ik loop in de verzengende hitte van 40 graden warmte en 90 procent luchtvochtigheid door de nauwe straatjes van Antalya aan de zuidkust van Turkije. We zien een leuke souvenir en duiken een klein winkeltje binnen. We komen in gesprek met de verkoper. Het is dit jaar moeilijk met het toerisme. We verbazen ons daarover, want we zien veel toeristen. Nee, de Russen laten het dit jaar massaal afweten. Angst voor de oorlog die zich af-speelt aan de grens van Turkije. We kijken om ons heen. Geen enkele militair met wapen in het straatbeeld. Geen enkel gevoel van oorlogsdreiging. We kijken op de kaart en zien dat de bewuste grens ruim vijfhonderd kilometer verder-op is. Maar de Russen zijn bang en durven niet af te reizen naar ‘onveilig' Turkije. Ik besef: niet alles is, zoals het lijkt te zijn. 

We komen in de bus in gesprek met onze gids. Of Turkije onder Erdogan conservatiever is geworden, vragen we. Ach, antwoordt de gids, let op mijn woorden: als Erdogan en zijn AK-partij de macht verliest, zal de helft van de hoofd-doekjes uit het straatbeeld verdwijnen. Van alle meelopers. Niet alles is, zoals het lijkt te zijn. 

In ons hotel zie ik mensen die ik eerst aanzie voor Turken. Ze hebben wel anderkleurig haar en spreken een taal met heel veel rollende g-klanken. Ze zijn heel westers gekleed, in kleine jurkjes en ze drinken alcohol! Mijn verbazing is groot, als dit geen Turken blijken te zijn, maar Iraniërs! Blijkbaar gaat de economie daar zo goed, dat ze in groten getale naar de Turkse Rivièra afreizen. Om daar hun gewaden en hoofddoeken om te wisselen voor de prettiger, zonnige kleding. Weg onder de druk van de ayatollahs. Niet alles is, zoals het lijkt te zijn.

Die conclusie heb ik jaren geleden al getrokken. We maakten in onze kerk bekend dat we verhuis-den van de veilige buitenwijk naar een van de beruchtste achterstands-wijken in Arnhem. "Dat moet je niet doen”, waarschuwden diverse gemeenteleden. "Je kinderen gaan de criminaliteit in onder invloed van hun nieuwe vriendjes.” We deden het toch. En werden bevestigd dat het ook anders kan. Niet onze kinderen werden beïnvloed door hun vriendjes, onze kinderen beïnvloedden hun vriendjes. Ze kwamen bij ons over de vloer. Genoten van onze veilige omgeving. Niet alles is, zoals het lijkt te zijn.

Wij westerlingen zijn behept met het veiligheidsdenken. Het zekere boven het onzekere. Dat heeft ook christenen overmeesterd. Een belangrijk aspect van het christelijk leven is moed. Dat missen we. ‘Met mijn God spring ik over een muur', zegt de Spreuken-auteur. ‘Maar dan moet ik eerst wel weten of de muur veilig genoeg is', zeggen wij er achteraan. Dat is jammer. Want zonder moed, het onbekende met een open gemoed tegemoet treden, komen we er nooit achter dat niet alles is, zoals het lijkt te zijn.

donderdag 18 juni 2015

Column Friesch Dagblad 79: Samen Jezus volgen in de ondertussenheid

De afgelopen tijd heeft op internet een discussie gewoed, dat voorlopig een hoogtepunt heeft gekend in een congres van MissieNederland (voorheen EA/EZA) over "de evangelische beweging in deondertussenheid". Dit klinkt vaag en verdient uitleg. In de Trendrede 2015 kwam de term 'Ondertussenheid’ voor het eerst naar voren. Het "duidt op de periode van verandering waarin we ons bevinden. Het gaat om een overgang tussen twee systemen of tijdsgewrichten. Veel vaste verhoudingen en zekerheden staan op losse schroeven, terwijl we nog niet kunnen zien hoe het nieuwe plaatje er precies uit zal zien."

In de discussies die op internet werden gevoerd was sprake van enkele christenen die de zekerheden van de evangelische beweging ter discussie stelden. Zo vergelijkt Matthijs Vlaardingerbroek de situatie met de reis van Israël door de woestijn. Vlak voor de Jordaan staat de evangelische beweging voor de keuze: de onzekere toekomst in of niet overgaan en iets anders doen. Zij besloten tot het laatste: het bouwen van een evangelisch Jericho  "met hoge, sterke muren van onze eigen gelijk, bekleed met vaandels die proclameerden: “Dit is Gods, enige Bijbelse, geopenbaarde Waarheid!” Evangelisch Jericho met een populatie van zwerfvogels, die om de zoveel jaar van de ene grote zaal naar de andere grote zaal fladderen, altijd op zoek naar de lekkerste wormen en de grootste vetballen."

Van daaruit gingen enkele verspieders op individuele basis naar de overkant van de Jordaan. Ze kwamen er niet zonder kleerscheuren doorheen. Maar merkten dat geloof daar mogelijk is. Met vallen en opstaan. Deze verspieders wijzen de evangelische beweging op de ondertussenheid. De tijd van de zekerheden is verdwenen. Maar hoe het wel moet, dat weten we nog niet. We zijn nog steeds verspieders.

Ikzelf zie deze situatie ook in mijn eigen omgeving. Als je het zekere verlaat om als verspieder in een ander gebied terecht te komen, moet je alles doordenken, ook je geloof. En kom je dan af en toe weer terug in het 'veilige nest' dan is er sprake van vervreemding. Ik vergelijk het met achter Jezus aan gaan. De volgelingen gaven hun veilige leven op voor het discipelschap. Enige zekerheid was dat ze met Jezus mee gingen. Al het andere was tweederangs. Zelfs de familie van Jezus begreep bij tijd en wijle niet wat Jezus deed. Dan probeerden ze hem tot de orde te roepen, in het gareel van wat normaal en algemeen aanvaardbaar was.

In de ondertussenheid zal voor sommige volgelingen zo weinig van het oude achterblijven, dat sommige andere volgelingen ze weer in het gareel willen brengen, vanuit de vraag of zij nog wel echte volgelingen zijn. Dat gebeurde bij tijd en wijle ook in de discussies op internet. Ook al weten we nog niet waar het naar toe gaat en blijven sommigen binnen de veilige muren van evangelisch Jericho, terwijl anderen daaruit wegzwermen het beloofde land in, een ding weet ik zeker: wie verlangt Jezus te volgen, moet daarin gestimuleerd worden en niet verketterd. We kunnen elkaar vinden in het samen volgen van Jezus. Samen met Hem op weg naar het onbekende beloofde land.

maandag 25 mei 2015

Diversiteit

Ik ga nog even verder op wat ik eerder in mijn laatste column beschreef.

Met de studente kwam ik aan de praat over allerlei zaken die te maken hadden met de diversiteit in de wijk. En over hoe mooi het was dat bij Villa Klarendal veel verschillende groepen bij elkaar kwamen. Het probleem in de wijk is namelijk dat er wel veel verschillende soorten culturele en religieuze groepen wonen, maar dat ze naast elkaar leven en niet met elkaar. Ze zien elkaar wel, maar er is geen echt contact onderling. 

In de wijk weet men inmiddels dat bij Villa Klarendal de segregatie, het naast elkaar leven van groepen, wordt doorbroken. Daarom werd de studente naar mij doorverwezen. Zij was ook zelf al enkele keren bij onze brunch en viering geweest. Ik vroeg haar naar haar ervaring daarmee. Wat ze antwoordde vond ik opmerkelijk. “Jullie kennen geen codes”. Dat vroeg natuurlijk om verheldering. Ze vertelde dat in andere kerken waar zij kwam een ongeschreven code gold, waar iedereen zich aan moest houden om enigszins geaccepteerd te worden. Een set van normen en waarden die in die gemeente als normaal werd gezien. Waaraan je je hield en waarnaar je je gedraagt. Als je in zo’n kerk komt, pas je jezelf aan aan die code. Maar bij ons was geen code. Iedereen deed maar wat. Was zichzelf. Dat was confronterend. Je word op jezelf terug geworpen: wie ben ik dan?

Ik vond het mooi. Wat wij altijd willen en hebben voorgeleefd, blijkt onze ongeschreven regel: er is geen regel. Iedereen mag zijn zoals hij is. Iedereen mag komen zoals zij is. Geen vooroordeel. Geen stempel. Gewoon: jij mag er zijn!

Diversiteit: het kan eng zijn. Je moet je eigen zekerheden opgeven. Je ontmoet mensen die je van nature niet echt spreekt. De moslim, de verstokte coffeeshopbezoekee, de lesbiënne, de volksbuurter: ze worden niet op hun plaats gezet, maar vinden hun plekje. Zij mogen zelf weten hoe het hoort, dat bepalen wij niet voor ze. Net zoals Jezus mensen niet op hun plaats zette, maar hielp hun plekje te vinden. Daarom ging Hij in de ogen van anderen met van die vreemde mensen om. Daarom willen wij ook met die mensen om.

zondag 24 mei 2015

Column Friesch Dagblad 78: samen eten om elkaars cultuur te waarderen

Een gesprek vorige week. Een masterstudente doet in onze wijk onderzoek naar diversiteit: hoe verschillende groepen van allerlei culturele en religieuze achtergronden met elkaar samenleven. Het onderwerp leeft in de wijk, maar ook in onze samenleving. Steeds meer opinieleiders vinden dat de multiculturele samenleving is mislukt. Daarom moeten allochtonen zich maar aanpassen en is er geen ruimte meer voor de waarde en pracht van andere culturen.

In onze wijk is zichtbaar, dat er veel verschillende soorten culturele en religieuze groepen wonen. Maar ze leven naast elkaar, niet met elkaar. Ze zien elkaar wel, maar er is geen echt contact onderling. Wat landelijk aan de orde is, geldt ook op wijkniveau: veel wijkbewoners vinden dat niet-Nederlandse groepen zich maar moeten aanpassen. Een kleiner aantal wil juist verbinding leggen tussen de verschillende groepen.

Groepen zijn wel zichtbaar is de wijk. Zo is er een Turkse vrouwengroep. En een crea-groep met vooral autochtone, echte Klarendallers. Ieder heeft zijn eigen plek in de wijk. Ze voelen zich daar thuis. Het blijkt lastiger om die georganiseerde groepen uit hun schulp te halen om met elkaar in contact te komen. Voor velen hoeft dat ook niet, want die zijn van de landelijke trend "ze passen zich maar aan".

Tussen die visies hebben wij een eigen richting gekozen. Dat betekent erkennen dat omgaan met andere culturen lastig is. Want als je zonder gesprek tegen een cultureel verschil aanloopt, is dat lastig. Als ik mij netjes hou aan de vuilnisophaalregels en ik zie dat mijn Turkse buurman het illegaal dumpt (en hij zeker niet de eerste is), dan verschijnen bij mij de vraagtekens in het voorhoofd dan wel de kriebels in de buik. Die kriebels zijn er en moet je zeker niet ontkennen. Maar toch moet er ook ruimte zijn voor kennismaken. 

Zo is er enkele jaren geleden, mede op ons initiatief, een landenkookgroep ontstaan. Om tenminste een cultureel verschil, samen eten, te gaan erkennen en waarderen. Is daar verschil zichtbaar? Zeker! Of je nou rijst droog kookt, zoals in Indonesie of Suriname, of er een flinke dot olie doorheen klotst, zoals in  Afghanistan, dat maakt nogal wat uit. Er zijn al kleine ruzietjes uitgevochten in de keuken over de culturele verschillen van de koks. "Dat hoort toch niet zo", hoorde ik dan iemand uitroepen. "Zeker wel", susten we dan, "dat hoort niet in jouw land, maar wel in dat andere land". Accepteer dat verschil. Soms vonden de Nederlanders het eten vies. Te scherp, te weinig smaak of zo zoet dat de tanden (als je die nog hebt) spontaan uit de mond vallen. Ook daar weer: accepteer dat anderen het wel lekker vinden en er van genieten (en het aan zijn tandarts overlaten of het wel gezond is).

Erken diversiteit: wat de een lekker vindt, vindt de ander vies. Meestal ontstond aan tafel verschil van mening tussen de tafelgenoten. Tussen Nederlanders bleek verschil van smaak. Over smaak valt niet te twisten, zegt een bekend Nederlands spreekwoord. Het is niet goed, het is niet fout, het is anders, zei een wijze leraar van me als het ging over culturele verschillen.  

Aan tafel leer je de ander kennen. Het is de kunst die ander niet met het rode potlood door te halen. Maar vanuit respect voor het andere met hem of haar in gesprek te gaan. Dan wordt die ander langzaam maar zeker: ons kent ons.

woensdag 15 april 2015

Column Friesch Dagblad 77: Kerk binnenstebuiten

Een aankondiging van een lokale kerk deze week: "We gaan deze week naar buiten". Na de dienst werd het geloofsgevoel voortgezet, met zang en muziek naar buiten gebracht op de trappen van onze plaatselijke muziektempel. Mooi, de kerk gaat naar buiten. Er wordt iets gedaan met het verlangen om het geloof uit te dragen. Wat dat betreft: chapeau voor de pogingen nieuwe dingen te doen uit liefde voor onze Heer.

Toch bekruipt mij bij dergelijke activiteiten een gevoel van onbehagen. Die heeft vooral te maken met de termen 'binnen' en 'buiten'. Binnen is dan de plek waar je samenkomt. Waar je samen het geloof deelt en opgebouwd wordt. Buiten is iedereen die niet het geloof aanhangt en daarom niet behoort bij binnen. Door dat zo te benadrukken is er weinig echte interactie met buiten. Wellicht wil men dat ook niet, want "wij moeten ons niet mengen met de wereld". Langzamerhand is onbewust en onbedoeld een subcultuur ontstaan, die door buitenstaanders niet meer begrepen wordt. Om binnen weer in contact te brengen met buiten, en vooral omgekeerd, worden specifieke, eenmalige, acties georgeniseerd. In de hoop dat we enkelingen van buiten naar binnen brengen.

Kan het anders? Kan de kerk binnenstebuiten gekeerd worden? Jazeker. In een bespreking over een conferentie over "missionaire spiritualiteit" citeerde blogger Henk Medema een spreker die 'binnen' en 'buiten' vergeleek met het Zuid-Afrikaanse openbaar vervoer: "je kunt je laten vervoeren door middel van [minibus]‘taxi’s’, voertuigen die gebouwd zijn voor bijvoorbeeld 12 personen, maar waar soms wel 20 mensen in worden gepropt. Als je zo’n taxi neemt, kom je letterlijk met de mensen in aanraking, met zweet- en knoflooklucht en al, maar ook met hun eigen verhalen, moeite en verdriet. Wil je dat, of hou je je daar liever buiten? - in dat laatste geval moet je maar liever een veel duurdere deur-tot-deur taxi laten komen."

Het is als het verschil tussen de toerist die kiest voor een georganiseerde reis of de backpacker. De backpacker maakt gebruik van reismiddelen en hotels die de gewone man in het land ook gebruikt. Daardoor ontmoet hij mensen van hart tot hart en ontstaan er relaties. De georganiseerde reiziger bekijkt het land vanuit een veilige bus met airconditioning. Bij pleisterplaatsen stapt hij uit om in contact te komen met de gewone man, om daarna weer snel de bus in te stappen op weg naar het veilige hotel.
Is de Nederlandse kerk een georganiseerde busreis die veilig sightseeënd door de wereld reist op weg naar het beloofde land of een groep backpackers die nauwer in relatie staat tot de inwoner van het land en zo al zoekend en tastend dezelfde richting op gaat?