Posts tonen met het label geestelijke groei. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geestelijke groei. Alle posts tonen

zaterdag 8 oktober 2011

Het verhaal van de gouden Boeddha

Zo af en toe hoor ik een verhaal dat me erg aanspreekt. Dat geldt ook voor het verhaal van de gouden Boeddha. Net gehoord op een cursus coaching 1-op-1 van de School voor Coaching. Aansprekend, omdat het mij aan het nadenken zet over mijzelf. Het spreekt verder voor zichzelf.

In 1957 moest een klooster in Thailand verhuizen. Een groep monniken kreeg de taak een reusachtige Boeddha, die gemaakt was van klei, te verplaatsen. Terwijl ze daarmee bezig waren, zag één van de monniken plotseling een scheur in het Boeddhabeeld. De monniken waren bang dat ze het Boeddhabeeld zouden beschadigen en besloten daarom een dag te wachten alvorens verder te gaan met hun taak. Toen de nacht viel liep één van de monniken naar het reusachtige beeld om te kijken of alles goed was. Hij scheen met zijn lantaren over de gehele Boeddha. Op het moment dat het licht op de scheur viel, zag hij iets weerspiegelen.

De monnik werd nieuwsgierig, pakte de hamer en de beitel en begon stukjes klei van het Boeddhabeeld af te slaan. Naarmate hij meer klei wegsloeg werd de Boeddha helderder. Nadat de monnik uren had gewerkt, keek hij in verbazing op en zag hij een prachtige, puur gouden Boeddha voor hem staan. Historici denken dat de Boeddha enkele honderden jaren daarvoor door de Thaise monniken was bedekt met klei toen Birmese leger hen aanvielen. Zij bedekten de Boeddha met klei zodat hij niet zou worden gestolen. Tijdens de overval op het klooster werden alle monniken gedood. Pas in 1957, toen monniken het beeld verplaatst werd de grote schat ontdekt.

Net als de Boeddha beschermt onze buitenschil ons tegen de wereld; onze echte schat ligt binnen in ons verborgen onder een laag klei. We hoeven alleen de moed op te brengen om onze buitenste schil stukje bij beetje weg te slaan zodat onze ware kern naar buiten kan treden.

zaterdag 9 oktober 2010

Keuzes maken

Soms word je door het moment van de tijd genoodzaakt keuzes te maken. Dat geldt wat mij betreft zeker voor de afgelopen tijd. Ik vind het leuk om te schrijven en te bloggen. Ik vind het heerlijk om eens rustig te studeren en na te denken.

Soms worden die vrijetijdsbezigheden ondergesneeuwd door belangrijkere dingen. Dan moet je pas op de plaats maken. Een verplichte blog-, schrijf- en studiestop instellen.

Dat is dan jammer, maar als ik dan moet kiezen, kies ik voor wat belangrijker is. Wie mijn blog en columns wat volgt, valt op dat mijn gedachten en vrije tijd de afgelopen periode helemaal in het teken stonden van het thema gemeenschap. In juli ben ik samen met twee anderen aangesteld als leidinggevende van de nieuwe christelijke gemeenschap Villa Klarendal. Een van de anderen ging direct na de aanstelling over tot een welverdiende zwangerschapsverlof, waar ze pas op 1 november van terug zal komen. De eindverantwoordelijkheid voor de Villa lag daardoor de afgelopen tijd bij de andere leidinggevende en ikzelf. Daarnaast hebben we gelukkig nog onze drie echtgenoten en twee anderen met wie we samen het kernteam vormen.

Gezamenlijk zijn we bezig geweest met de verdere vorming van onze gemeenschap. Waar een gemeenschap spontaan uit een project is ontstaan, moet nagedacht worden hoe de gemeenschap in goede banen kan worden geleid. Bij een kerkgemeenschap horen dan ook nog de nieuwe aspecten die daarbij gepaard gaan. En de vragen die daarmee gepaard gaan.

Denk daarbij aan:

Lidmaatschap
Hoe kun je ervoor zorgen dat de gemeenschap aantrekkelijk blijft voor iedereen (inclusief), zodat iedereen die komt zich thuis mag voelen. Tegelijkertijd willen we mensen die verder willen groeien gestimuleerd worden om zich ook daadwerkelijk kunnen aansluiten bij de christelijke gemeenschap. Het is een dilemma om de open gemeenschap te kunnen combineren met een kleinere groep die deel uitmaakt van de christelijke gemeenschap en zich daaraan toewijdt.

Doop
Gaat de nieuwe gemeenschap uit van de kinderdoop of van de volwassenendoop (beter gezegd: doop op geloof). Lastige vragen, omdat we als team uit kerken afkomstig zijn die een van beide dooppraktijken aanhangen met de achterliggende theologie. Het was dan ook als team en als nadenkers gevaarlijk om terecht te komen in de jarenlang durende polemiek die tussen beide groepen aan de gang was. We zijn uiteindelijk samen uit de theologische loopgraven gekropen om te zoeken naar wat werkbaar zou zijn in missionaire situatie waarin Villa Klarendal zich bevindt. Dat we zijn uitgekomen bij de kinderdoop is voor sommigen uit mijn achtergrond lastig te begrijpen, maar wij zien er wegen voor. Op die basis hebben we afgelopen zondag een kinderdoopdienst gehouden. Maar inmiddels zijn er ook verzoeken gekomen voor een volwassenendoop van mensen die geen kerkelijke achtergrond hebben.

Avondmaal
Een van de basispraktijken van een christelijke gemeente is het herdenken van Jezus' lijden en sterven door de tekenen van brood en wijn. Vanaf het begin stond voor ons vast dat dit sacrament ook binnen Villa Klarendal ingevoerd moest worden. Ook hiervoor geldt weer dat het gezamenlijk vieren als gelovigen van Christus' heilsdaad een uitsluitend fenomeen kan zijn. Grote vraag voor ons was hoe we dit konden invoeren binnen onze viering zonder de zoekers, die niet-gelovigen of de anders-gelovigen die zich bij ons thuis voelen een gevoel van vervreemding krijgen. Het laatste is er nog niet over gezegd. Daarom hou ik de uitkomst van dit gesprek hier nog even onder ons.

De nieuwe gemeenschap lijkt vorm te krijgen. Hoe dan ook moeten we keuzes maken om als gemeenschap te kunnen groeien. Met het grote feest op 25 september en de eerste doopdienst op 3 oktober hebben we ons voor het eerst in het openbaar gemanifesteerd. Alle andere aspecten zullen nu langzamerhand worden ingevoerd. En dat terwijl het oude vertrouwde blijft bestaan.

De reactie van bezoekers is tot nu toe alleen maar positief en enthousiast. Het startfeest en de doopdienst werden met open armen en harten ontvangen. Het mooiste wat ik deze week uit de mond van een van hen hoorde was een eigen vertaling van een gesprek met mijn dochter. Toen die op de vraag van de bezoeker of zij nog wel naar een kerk ging wat weifelend antwoordde, reageerde de bezoeker dat de gemeenschap binnen de kerk zo nodig is, omdat het zo moeilijk is om alleen te geloven. Zo, dat drong diep naar binnen. Ik ben benieuwd hoe dit inzicht verder uitwerkt. In zowel het leven van mijn dochter als in dat van de bezoeker.

Kortom, de moraal van dit hele epistel. We worden hoe dan ook voor keuzes gesteld. Zowel persoonlijk als gemeenschappelijk.

woensdag 24 maart 2010

Column Friesch Dagblad 17: Langzame en gestage groei

Een halfjaar geleden kochten we op de markt een avocado. Een mooie en lekkere vrucht met een joekel van een pit. Nadat we de vrucht hadden opgegeten, besloten we de pit te bewaren in water. Om eens te kijken wat er mee zou gebeuren. In vier kanten staken we er stokjes in, zodat de pit zou worden gestimuleerd om te gaan groeien. Een aantal maanden gebeurde er zichtbaar niets. Om de andere dag verversten we het water. De pit bleef dicht en vertoonde geen groei. Onze kinderen vroegen ons waarom we die pit toch water bleven geven. Er gebeurde toch niets. Dan konden we toch beter die vieze pit weggooien.

Na ongeveer drie maanden begon het wonder. Aan de kant waarin de pit onder water stond, barstte een puntje van de pit open. Enkele dagen later begon er uit die opening iets kleins te groeien. Na enkele weken bereikte dit kleine dingetje de bodem van het glas waarin we de pit onder water hadden gezet. De eerste wortel was een feit. Niet lang daarna kwam een tweede wortel tevoorschijn en begonnen uit de eerste wortel zijworteltjes te komen. Dit proces ging nog enkele weken verder. De twee worteltjes vulden langzaam maar zeker het hele glas aan de onderkant van de pit. Niet veel later begon er ook aan de bovenkant van de pit iets tevoorschijn te komen. Een klein puntje kwam uit de pit omhoog. Dit begon een kleine week geleden. In die week is het kleine puntje al vijf centimeter gegroeid en wordt het eerste groen zichtbaar.

Onlangs werd ik langdurig bevraagd over ons werk in Klarendal. Ik vertelde dat we twaalf jaar in de wijk wonen, dat we bijna vijf jaar geleden begonnen met de eerste brunch en viering in Villa Klarendal en dat er tegenwoordig 20 tot 35 mensen op onze wekelijkse bijeenkomsten komen. De interviewer vroeg me of ik dan niet beter een andere methode van gemeentestichting kon beginnen, omdat die meer succes heeft.
In dezelfde tijd is daar een kerk van driehonderd mensen ontstaan. Een vraag, die me liet nadenken over mijn eigen beweegredenen. Het duurde dan ook even voordat ik mijn antwoord goed kon verwoorden.

Ik ben opgegroeid in een tijd waarin cijfers, meetbare resultaten en zichtbare groei van het grootste belang werd gezien. Deze visie heeft enige tijd de bovenhand gehad in de zogenaamde gemeentegroeibeweging. We moesten vooral zoeken naar de succesvolle methode. Als we die aan de hand van modellen, gebaseerd op succesvolle voorbeelden, zouden toepassen, konden we ook datzelfde succes in ons werk tegemoet zien.

Mijn antwoord aan de vragensteller was dat wat mij betreft relaties boven methodes gaan. Relaties moeten ontwikkelen en dat gaat niet snel. Ik wil met mensen optrekken, zodat ze door mij heen zien wat er in en met mij gebeurt. Door al lange tijd met mensen in onze wijk op te trekken, zijn er vriendschappen en hartsrelaties ontstaan.

Zij waren niet zo erg gelovig en soms cynisch over mijn geloof. Door hen niet in de steek te laten bij de eerste negatieve of cynische opmerking, maar hen te blijven ontmoeten, ontstond een band. Diversen vonden de weg naar de brunch en viering. Daar hoorden ze meer over het geloof, waar ik ze al eens iets over had verteld. Sommigen zeiden na verloop van tijd uit zichzelf dat ze niet meer alleen voor het brood kwamen. Een kleine groep komt nu bijeen in een huisgroep, waarin nog diepgaander en persoonlijker over het geloof en de gevolgen daarvan voor het leven wordt gesproken.
Er begint iets zichtbaar te worden van groei in de levens van onze mensen. Het groeit zichtbaar nog nauwelijks. Maar zo af en toe geven mensen mij een klein inkijkje in wat God diep van binnen bij hen aan het vestigen is. Dan verbaas ik mij over hoe diep de wortels al zijn uitgeschoten. Ik mag ervoor zorgen dat de omstandigheden goed zijn. Dat er regelmatig vers water is.

De groei wordt diep van binnen door God bewerkt. Ik zie er naar uit om nog meer groen te zien opschieten dat in de jaren daarvoor langzaam maar gestaag wortel heeft geschoten.

zaterdag 17 oktober 2009

Huisgroep in Klarendal

Een week geleden begonnen we in Villa Klarendal met een tweede seizoen huisgroepen. Geen bijbelstudiegroep, geen celgroep, maar een groep bij iemand aan huis. Met een stel mensen bij elkaar komen die samen op zoek gaan om Jezus te volgen.

Het was spannend. In een ander huis, omdat dat van ons "under construction" is. Een huis ook op een heuvel (dat kan in deze omgeving). En op deze avond regende het pijpenstelen. Ik liep naar onze buurvrouw met wie ik had afgesproken om mee te lopen. Ze stond al vol verwachting en met alles erop en eraan klaar om weg te gaan. Met paraplu's en regenkleding slopen we de heuvel op.

Daar aangekomen bleken er al wat mensen te zijn aangekomen, die al langer met de huiseigenaren hadden gegeten. Na ons ging nog een aantal keren de bel. Iedereen die we verwachtten was gekomen! Een avond met tien mensen.

Een interessante avond over stille tijd. Niet de tijd voor de kruisiging of tussen kruisiging en opstanding, zoals een enkeling opperde. Maar een tijd waarin je tot jezelf komt om het hoofd en hart omhoog te plaatsen. Het interessantste experiment van de avond was een opdracht om zelf het eerste deel van het evangelie van Johannes door te lezen en eigen gedachten erover op te schrijven. De eerste momenten waren giebelig en lacherig. Een enkeling merkte op dat zij geen lezer is. Een ander heeft zijn leesbril vergeten. We opperden de gastheer om de voorleesbijbel aan te zetten (een voorgelezen bijbel op internet). Na enkele minuten werd het stil als de bijbel via internet wordt voorgelezen. De minuten erna werden gebruikt door iedereen om te lezen en schrijven (behalve de brilloze).

Wat mooi om vervolgens te horen hoe iedereen weer wat anders uit de tekst haalt. Samen kom je verder. Ook in het lezen van de bijbel. De tips van de studie ervoor werden opgepakt.

Mensen groeien naar grotere hoogtes. Ze kwamen bij ons met nauwelijks tot geen kennis over wat dan ook over de bijbel of het geloof. Nu zaten ze hier en lieten zien hoezeer ze de afgelopen jaren waren gegroeid. God is aan het werk. Hij laat zijn werk niet in de steek. Op naar de volgende huisgroepavond komende woensdag!

maandag 1 juni 2009

belong-believe-behave

Ik ben langzamerhand de weg opgegaan waarin ik mensen van harte verwelkom die nog helemaal niet geloven en zich daar ook niet naar gedragen. We komen allerlei prachtige mensen tegen.

Soms wordt ons systeem echter mooi omgegooid door onverwachte omstandigheden. Mensen die zich nogal uitzonderlijk gedragen door bijvoorbeeld uitgesproken hebberigheid, of een alles-voor-zichzelf mentaliteit.

We zitten gezellig aan tafel en iemand neemt een brood. Vervolgens wordt de jampot gepakt en daaruit een behoorlijke klodder op het broodje gesmeerd waardoor het broodje wordt omgetoverd tot een fraai taartje. De mensen rondom kijken de ogen uit.
Tijdens een diner scheppen enkele mensen hun bord zodanig vol dat het eten er bijna van af valt.
Nog voordat de laatsten beginnen aan het opscheppen van de maaltijd, staan er al weer mensen in de rij die zich voordringen om hun tweede ronde op te scheppen.
Iemand komt om kwart voor elf met een zeer geërgerd gezicht binnen, schuift aan tafel, snauwt naar een ander waarom het eten nog niet begint en eist zijn koffie voor zich op. Als een ander iets zegt van de gedragingen voelt de persoon zich zeer gepikeerd, pakt brood en beleg en begint ongegeneerd met eten, terwijl de maaltijd nog niet is begonnen.

Zomaar een aantal voorbeelden van de afgelopen maanden van mensen die zich bij ons thuis voelen. Vraag is of dat thuis zijn gepaard mag gaan met een ongeregeld leven zonder enige regels, of dat we toch paal en perk mogen stellen aan de mensen die komen. Oftewel: mogen we van mensen die zich thuis voelen een bepaalde vorm van fatsoen verwachten?

Dat lijkt me wel. Anders kan iedereen maar aanmodderen en wordt een brunch en viering of welke activiteit dan ook wordt georganiseerd een ongeregeld zooitje. Daarmee loop ik wel tegen de driedeling belong-believe-behave aan. Want van sommigen die zich bij ons thuis voelen (= belong), maar nog niet geloven (= believe) vragen we wel zich te houden aan bepaalde fatsoensnormen of door ons opgestelde regels (= behave). Waardoor we de lijn krijgen dat van sommige mensen de driedeling belong-behave-believe mag worden verwacht. Doordat ze zich thuis voelen, mogen ze zich houden aan de regels die thuis hanteert. Voor sommigen zullen die regels de weg naar het geloof doorkruisen. Zeker als we mensen de wacht aanzeggen als ze zich moedwillig niet willen gedragen in gezelschap van andere huisgenoten.

Maar goed, dan geven we prioriteit aan die andere huisgenoten en hopen en bidden dat er een tijd komt dat diegene tot inkeer komt en toch terugkomt om zich aan te passen aan de regels van het huis.

woensdag 23 januari 2008

Gemeentestichting versus de kerk

Ik werd vannacht geraakt door wat Jos Douma schreef. Op zijn weblog. Ik las het overigens weer (dank daarvoor) op de weblog van Nico-Dirk van Loo.

De post zegt:

Het is interessant dat Maris verwoordt wat er ook bij mij kriebelt: de hele gemeentestichtingsbeweging en het emerging church gebeuren heeft een geur om zich heen hangen van: 'dit is toch het eigenlijke werk, de gevestigde kerken doen niks anders dan voor zichzelf zorgen en de tuin een beetje bijhouden'. Nu is het ontegenzeggelijk waar dat er in de gevestigde kerken heel veel naarbinnengekeerdheid is die haaks staat op Jezus' verlangen dat nog velen hem zullen leren kennen. En dat wordt terecht pijnlijk aangeraakt door de dynamiek van gemeentestichting en emerging church. Maar andersom is er wel eens wat weinig oog, naar mijn indruk, voor de geestelijke nood en het geestelijke verlangen dat er ook binnen de gevestigde kerken is van gelovigen (maar ook on-gelovigen, bijna-gelovigen, bijna-niet-meer-gelovigen etc.) die verlangen naar een werkelijk kennen van Christus, die verlangen naar echt geestelijke zorg voor hun ziel.

Hier wordt volgens mij een tegenstelling gemaakt die er helemaal niet is. Er zijn mensen in de kerk die op zoek zijn en het moeilijk hebben. En er zijn mensen buiten waar een bepaalde groep ineens veel aandacht voor heeft.

De oplossing voor deze schijnbare tegenstelling ligt in de vergelijking met de medische wetenschap. Als we gemeente-zijn vergelijken met een lichaam, dan zien we in de gezondheidszorg allerlei ontwikkelingen op het gebied van het menselijk lichaam. Doordat veel moeders problemen kregen tijdens de zwangerschap, is er een aparte tak ontstaan binnen de gezondheidszorg die zich bezig ging houden met de situatie van moeder en ongeboren kind. Gelijktijdig met die ontwikkeling ging de ontwikkeling van de gewone gezondheidszorg door.

Ik beschouw de huidige aandacht voor gemeentestichting en Emerging Church als een gevolg van het feit dat de afgelopen jaren weinig is gedaan aan dat werkveld. Gemeentes en kerken lopen steeds meer leeg of vergrijzen. Dat komt omdat er wel veel aandacht is geweest voor de zorg voor de "gewone kerkleden", maar niet voor degenen die daar volledig buiten staan. Daardoor dreigt de kerk in haar zwangerschap dood te gaan. Sterker nog, veel kerken raken niet eens meer zwanger, zijn onvruchtbaar geworden, doordat ze niet meer weten hoe ze mensen zonder geloof moeten bereiken.

Daardoor is nu binnen en buiten de kerkelijke muren een nieuw specialisme aan het ontstaan dat zich richt op de buitenstaanders. Ik hoop dat door dit specialisme zowel de christenen binnen de kerken als zij die daarbuiten opereren kunnen leren hoe zij weer vrucht kunnen gaan dragen. Daar heb je nu eenmaal specialisten voor nodig.

Ik hoop dat de gemeentestichtingsbeweging en de Emerging Church zich niet gaat isoleren van de rest van kerkelijk Nederland. En ik hoop ook niet dat die bewegingen door de kerkelijke wereld wordt buitengezet. Ik hoop op een kruisbestuiving over en weer. Ik zie wel degelijk de nood die er binnen de kerken en vrije kringen in Nederland onder gemeenteleden bestaat. Er zijn weer andere specialisten voor nodig om die gemeenteleden op te vangen en te ondersteunen. Bepaalde onderdelen van het specialisme gemeentestichting zullen zeer bruikbaar blijken voor de andere specialisten. Vooral waar het de kennis van de cultuur buiten de kerkmuren betreft. Want veel gemeenteleden, hoezeer geïsoleerd van de samenleving wellicht, zullen toch door opleiding, werk en hobbies geïnfecteerd worden door het postmoderne denken. Daarom is het goed als de kerkelijk specialisten blijven luisteren naar wat zich in de gemeentestichtingsbeweging afspeelt.

Het lichaam hoort in zijn geheel bij elkaar. Daar hoort ook prenatale zorg bij. Ik mag toch hopen dat de kerken en gemeentes hun handen af houden van de eigen prenatale zorg. Abortussen of miskramen moeten op allerlei manieren worden voorkomen. Van beiden heb ik helaas de afgelopen jaren genoeg voorbeelden gezien en gehoord. Laten we gezamenlijk zorgen voor onze geestelijke kinderen, ook voor hen die nog op weg zijn en nog in de buik van het lichaam van Christus in Nederland aan het groeien zijn - of ze nu een klein net bevrucht eicelletje zijn of een bijna voldragen foetus.

Geef ze de kans te groeien

Een van de zaken die in mijn geest is blijven hangen naar aanleiding van de gemeentestichtersdag van afgelopen zaterdag, is het probleem van gemeentestichters in achterstandswijken om mensen op te leiden tot leiderschap.

Van meet af aan ben ik de mening toegedaan, dat mensen die bij ons komen niet "gepamperd" moeten worden, maar na verloop van tijd een duwtje in de rug nodig hebben om uit hun luie zitzak op te staan. Eind vorig seizoen hielden we daarom een speciale bijeenkomst met enkele vaste bezoekers. We vroegen ze na te denken over wat ze zoal hadden geleerd. En tegelijkertijd daagden we ze uit om in actie te komen, omdat we zagen dat ze veel meer potentie hebben dan zijzelf voor mogelijk hielden.
Enkelen hebben zich dat aangetrokken, geloof ik. Als we nu menskracht tekort komen en van tevoren vragen om mee te helpen met de brunch voor te bereiden, zijn zij bereidwillig om daaraan gehoor te geven.

Daarmee zijn ze nog niet van me af. Ik zei zaterdagavond, tijdens het ophalen van het niet-verkochte brood, maar eens tussen neus en lippen door dat ik graag eens met hen een zondags praatje wilde voorbereiden. Verbazing alom op hun gezichten. "Dat kan jij toch veel beter..." zei een van hen. Jawel, maar ik heb ook iemand gehad die mij voor het blok zette en mij positief wist te stimuleren.

Zondag vertelde ik enkele vaste bezoekers dat wij deze week in de stad een gebedsweek houden en of zij niet daaraan wilden meedoen. Enthousiasme was het antwoord op mijn vraag. Zij wilden wel. Het werd vanavond nog versterkt, doordat mijn vrouw Aneta nog niet helemaal is opgeknapt waardoor de vaste computeravond van een andere bezoekster uitviel. Ik moest haar daar toch over bellen en zei even tussendoor dat ik wel een goed alternatief had voor de computeravond.

Vanavond zaten ze in de zaal. Gedrieën. Nog nooit zo'n gebedsavond meegemaakt. Ze vonden het prachtig en werden uitgedaagd om ook zelf op zo'n nieuwe manier te praten met onze (en hun) Heer.

Dit zijn wat voorbeeldjes van hoe ik op mijn gebrekkige manier probeer de mensen die wij mogen bedienen te stimuleren verder te gaan.

Je kunt op twee manieren omgaan met plantjes. Je kunt ervan genieten, ze water geven, ze mooi voor het raam zetten, vol in de zon (als ze dat aankunnen) en af en toe vieze blaadjes weghalen. Die plantjes blijven leven, maar hebben het gevaar in zich dat ze zo lief, maar ook zo klein blijven. Je kunt ze ook verpotten. Af en toe stoppen in een grotere pot, met verse aarde. Waardoor ze weer de kans krijgen om verder door te groeien. Dat is niet leuk voor het plantje. Want het oude vertrouwde potje maakt plaats voor iets anders. Maar het van oorsprong rotte plantje zal verder doorgroeien door een combinatie van goede verzorging en de ruimte die wordt gegeven voor eigen groei.

Een deel van de groei ligt bij die plantjes zelf. Maar misschien gaan sommige klein gebleven plantjes dood, omdat ze niet meer verder kunnen groeien en ze niet in staat zijn zelf van pot te veranderen. Doordat de verzorger teveel gericht is op de verzorging van die lieve, kleine, breekbare plantjes.

Zijn wij planters die alleen bezig zijn met het in de goede pot plaatsen van de plantjes en die te verzorgen? Of kijken we verder naar mogelijkheden om onze plantjes de ruime te bieden zover te groeien, dat ze stevige bomen worden die ook weer zelf vruchten gaan voortbrengen?