Posts tonen met het label zending. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zending. Alle posts tonen

donderdag 21 januari 2016

Column Friesch Dagblad 85: Geloof gericht op heel het leven

Wij willen holistisch leven". Dit is nog steeds een van de hoofdwaarden van de christelijke wijkgemeenschap VillaKlarendal. Een term die een beetje ‘eng’ klinkt voor de gemiddelde christen, die het al snel associeert met de New Agebeweging die aan dit begrip een eigen invulling heeft gegeven. ‘Integral mission’ heet het in de zendingswetenschappen en dat komt dichtbij wat wij bedoelen. Het leven in zijn totaliteit als christen leven en elk aspect daarvan als waardevol accepteren. Niet het geestelijke staat centraal, maar alle aspecten van het leven zijn even belangrijk, waarbij het geloof natuurlijk een belangrijke basisvoorwaarde is.

Zo kan het zijn dat mensen bij ons komen met financiële vraagstukken, met moeite op sociaal gebied, met huisvestingsvraagstukken. We vinden het belangrijk, wuiven het niet weg met een geestelijk sausje als ‘we zullen ervoor bidden’. Nee, we bidden ervoor en kijken met mensen hoe de vraagstukken het beste opgelost kunnen worden. En meestal hebben wij niet de oplossing, maar wel een van de instanties met wie we samenwerken.

Ik zie een nieuwe beweging ontstaan die het omgekeerde lijkt te zeggen. Aanbid God met heel je hart (wat betekent: zing liederen en kom in een bepaalde sfeer), laat Hem je leven leiden. En bid Hem voor alles en het zal ook gebeuren. Mooi, prachtig, geweldig dat men zo radicaal wil leven. Maar ook eenzijdig en alleen gericht op het geestelijk/spirituele deel van het leven.

Zo had mijn vrouw last van hevige spierpijn. Een vriend van onze zoons hoorde het en opperde ervoor te bidden. Want dan zou de spierpijn wel weggaan. Tja, maar God heeft het lichaam gemaakt om te werken én te rusten. En spierpijn is een manier van het lichaam om ons te melden dat er even rust moet worden ingebouwd. Door God ingegeven waarschuwingsmechanismen die we niet te vuur en te zwaard als geestelijke strijd met gebed te lijf moeten gaan.

Ik vind dit altijd lastig. Want ik gun mensen een radicale omgang met onze hemelse Vader. En ik zal de laatste zijn om te oordelen over het geloofsleven van anderen. Toch vind ik het jammer dat een nuchtere kijk op het leven van alledag en het besef dat God alles heeft gemaakt tot zijn eer daardoor soms teniet wordt gedaan.

Zo zie ik soms vreemde mengelingen ontstaan. Milieu lijkt voor sommige christenen een tweederangs aangelegenheid. Want God zorgt toch wel voor ons, waarom zouden wij dan nog voor die omgeving moeten zorgen? We ‘praisen’ erop los in onze zondagse samenkomst, terwijl de wijk waar de kerk samenkomt op overlevingsstand staat. En dan bidden we dat ‘die mensen’ snel bij ons binnen mogen komen. Het enige wat de wijk van ons ziet en hoort zijn de zondagse wekkerdiensten waar niet iedereen blij mee is en de auto’s die her en der geparkeerd staan in de toch al overvolle wijk.

Holistisch, integraal leven. Dat is mét mensen leven. Niet naast hen. Oog hebben voor de pijn en moeite van alledag. Dat niet weg praisen en worshippen. Maar samen de pijn ervaren, beleven en kijken hoe het beste hulp kan worden geboden.

vrijdag 20 september 2013

Wie doet niet mee?

Vandaag in De Volkskrant, op de voorpagina een artikel met de kop "Arme wijk doet niet mee". Dat moet ik lezen, want mijn nekharen gaan direct omhoog bij het lezen van dergelijke berichten. Terwijl ik het lees, hoor ik op de achtergrond dat het journaal het artikel citeert. De arme wijken zullen niet meedoen met de participatiemaatschappij.

Het artikel bevestigt de kop. Ik lees dat er een groep is "armere passieven", mensen met weinig geld die vaak in flats wonen waar ze hun buren nauwelijks kennen.

Tussen neus en lippen wordt kond gemaakt van de groep "welgestelde passieven", vaak relatief jong met goedbetaalde banen. "In alle drukte en ambitie zijn ze opvallend weinig bereid iets te doen voor anderen" aldus de onderzoekers.

Aha. De kop had dus net zo goed anders kunnen zijn. "Yuppen doen niet mee", Toekomstige leiders doen niet mee" of "Jonge ambitieuzen willen niet participeren". Maar nee. Het gaat, weer, om de arme wijk. Dat een groep welgestelden fijn voor zichzelf gaat, vind ik veel bedreigender. Dat worden onze toekomstige leiders, die onze toekomstige wetten zullen samenstellen. Als die nu al alleen voor zichzelf gaan, belooft weinig goeds voor de solidariteit in de toekomst.

Maar het blijkt geen probleem. Als bij de egoïstische welgestelden de nood aan de man komt, hebben ze wel geld om iemand in te huren. Ik ben benieuwd of ze bereid zijn om hun portemonnee te trekken om hun buren in nood te helpen. Want dat is ware participatie. Dat je jezelf belangeloos inzet voor de ander. Maar ik vrees dat dit soort ambitieuzen hun ambitie in alles laten doorklinken en wonen in villabuurten waar ze hun buren nauwelijks kennen (want ook die zijn alleen bezig met zichzelf)...

Ik woon in een arme wijk. Maar de participatie is er rijk. Buren helpen en zorgen voor elkaar. Hoe anders dan die middenklassewijk waar ik vroeger woonde, waar je elkaar alleen kende vanachter de gordijntjes waar je werd bekeken. Als ik mensen die daar wonen vertel over onze arme wijk, komen we vaak tot de conclusie dat een arme wijk soms heel rijk kan zijn en een rijke wijk soms heel arm.

donderdag 27 oktober 2011

Werken voor God

Gisteren spraken we tijdens een vergadering kort over een tekst in Marcus 4, waarin Jezus diverse vergelijkingen maakt over het koninkrijk van God.

En hij zei: ‘Het is met het koninkrijk van God als met een mens die zaad uitstrooit op de aarde: hij slaapt en staat weer op, dag in dag uit, terwijl het zaad ontkiemt en opschiet, ook al weet hij niet hoe. De aarde brengt uit zichzelf vrucht voort, eerst de halm, dan de aar, en dan het rijpe graan in de aar. Maar zo gauw het graan het toelaat, slaat hij er de sikkel in, omdat het tijd is voor de oogst.’

In een cultuur waarin werken het hoogste goed is, is dit een vreemde tekst. Wat moet ik dan nog doen? Het belangrijste: het ontkiemen, groeien en vrucht voort brengen gebeurt vanzelf.

In veel literatuur over gemeentegroei en gemeentestichting gaat het om methodes om mensen tot geloof te brengen, om groei te geven. De gemeentegroeibeweging uit de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw keek naar principes die groei bevorderden en brachten die aan de man als groeipotenties voor de kerk.

Als ik de tekst lees, zie ik daar niets van. Alles wat te maken heeft met groei, komt vanzelf. Je kunt er niets aan doen. Ineens is het er. Ineens is er een groen puntje dat boven de aarde komt na een langer proces van groei onder de aarde.

Wat moeten wij dan nog doen, was onze vraag gisteren. Dat lijkt me duidelijk. Voorafgaand aan het proces van zaaien is dat het zorgen dat de aarde vruchtbaar wordt. In sommige plekken betrkent dat stenen weghalen. Ploegen hoort erbij. De aarde moet omgewoeld worden, zodat het zaad er goed in kan vallen. Zodat de aarde niet te hard is, waardoor het zaad op de aarde blijft liggen. En als het eenmaal is gezaaid, gooi je mest op de aarde. Die vreselijk geurende smurrie waar je van over je nek gaat. Maar het werkt wel.

Ons werk is te zorgen dat de voorwaarden goed zijn om het evangelie te verkondigen (het zaad te strooien). Mogelijke barrieres wegnemen: slechte ervaringen met christenen, verkeerde gedachten over het geloof. Maar daar ook positieve dingen voor in de plaats zetten: samenwerken op sociaal gebied, oprecht meeleven, met mensen meedenken om hun leven weer op de rails te krijgen. Maar het zaaien hoort er ook bij. Voor een deel vertellen over wat wij geloven. Voor een ander deel laten zien dat wat wij vertellen ook uitwerkt in ons eigen leven. Het geloof uitleven, maar ook voorleven.

De boer die nadat hij heeft gezaaid alleen maar op zijn lauweren rust is geen goede boer. Er moet ook geirrigeerd worden als er geen regen valt. Onkruid moet worden weggesneden. Kortom, het is geen proces dat zomaar komt. Je moet er veel voor doen om de voorwaarden goed te laten blijven. Dat geldt ook voor ons. Niet alleen maar: God doet het wel. Maar ook constant kijken en luisteren of alles nog goed gaat. Of we als medewerkers niet in een sleur terecht komen. Alleen maar voor de grote oogst gaan en geen zicht meer hebben voor de plantjes zelf.

Maar uiteindelijk zorgt God voor de groei. En dat zien wij zelf ook. In veel levens van mensen met wie we werken zien we dat het zaad ontkiemt, groeit, groot groeit. En hier en daar mochten we al oogsten. En samen kijken hoe we de vruchten weer verder mochten uitzaaien op andere plekken.

zaterdag 13 september 2008

Contextualisatie in Nederland

In de vorige blog sprak ik over "contextualisatie". Voor veel lezers een overduidelijk begrip. Voor anderen zal dit de oren doen klapperen.

Contextualisatie is een term die voortkomt uit de zendingswetenschap. Kortweg zou je kunnen zeggen dat we het in contextualisatie gaat om "manieren vinden om de boodschap van het evangelie te laten aansluiten bij de cultuur en gewoonten van de mensen die men wil bereiken" (aldus Tim Keller in CV Koers, september 2006).

Volgens Pater drs. P.J. van Winden, SMA in zijn Doctoraal Scriptie Theologie Over Inculturatie-mogelijkheden in de Romeinse Liturgie, sinds Vaticanum II, met name in Zaïre, Evangelisatie en Context houdt contextualisatie rekening met de veranderende natuur van een cultuur waarover wij zojuist gesproken hebben. In plaats van te spreken over een particuliere cultuur - hetzij modern, hetzij traditioneel -, spreekt het over de 'context' ofwel de situatie waarin het Evangelie moet worden opgenomen.
Contextualisatie is ontvankelijk voor alle veranderingen die plaatsvinden in een particuliere gemeenschap of cultuur, en voor de tussenpersonen die deze veranderingen te weeg brengen. Het begrip impliceert dat men nauwgezet de 'tekenen van de tijd' dient te onderzoeken, in elke gegeven situatie en dat bezien moet worden hoe het Evangelie relevant gemaakt kan worden voor die situatie. De verkondiging van het Evangelie moet 'gecontextualiseerd' worden.


Aangezien Nederland inmiddels als 'zendingsland' bestempeld kan worden, worden nu de eerste voorzichtige pogingen gedaan om ook in ons land te doen aan contextualisatie. In zijn afstudeerscriptie "Nieuwe kerken in een nieuwe context" besteedt Martijn Vellekoop aandacht aan dit onderwerp en komt tot de pijnlijke conclusie dat er wel veel nieuwe kerken zijn gesticht, maar dat er bij gemeentestichters wat betreft contextualisatie sprake is van een ietwat passieve praktijk en een conservatieve houding. Nico-Dirk van Loo concludeert daaruit "dat Martijn pijnlijk duidelijk heeft gemaakt dat er wel veel nieuwe kerken zijn maar weinig vernieuwende, ik zie dat als een serieus probleem."

In zijn onderzoek brengt Martijn Villa Klarendal naar voren als voorbeeld van hoe contextualisatie in de praktijk kan werken. Daarin wordt vooral gerefereerd naar de volksliedjes die zijn omgezet naar christelijke tekst.

Die aandacht is natuurlijk prachtig. Maar het gaat mij er uiteindelijk om dat mensen om ons heen geholpen worden dichter bij Jezus te komen. Contextualisatie kan helpen de spreekwoordelijke stenen en rotsblokken in de hoofden en harten van wijkbewoners weg te halen.

Op mijn andere blog heb ik (voordat ik deze blog begon) twee artikelen geschreven over dit onderwerp:

Contextualisatie in Nederland

Hoe kijken christenen naar hun ongelovige omgeving?

Wellicht interessant deze eens door te nemen.

zondag 27 mei 2007

Vrijwillig missionair werker of zendeling?

Vandaag waren we voor het eerst sinds drie maanden weer eens terug bij de kerk waar we jaren bij betrokken zijn geweest. Leuk om er weer even terug te zijn. Mensen reageren er altijd positief op als we er weer zijn. Dan kunnen we weer eens uitwisselen wat er bij ons gebeurt, maar ook om te horen hoe het met gemeenteleden gaat.

Vandaag was er ook een zendelinge die al een halfjaar niet in de gemeente was geweest. Zij werd gevraagd naar voren te komen om iets te vertellen over haar belevenissen in het land waar ze woont. Wat ze vertelde was ronduit bemoedigend. Mensen die gelovig worden, hun leven aan Jezus geven, ongeacht hun leeftijd.

Het feit dat die zendelinge naar voren werd gevraagd, gaf me wel wat vraagtekens. Want wanneer ben je nu een "zendeling"? Is dat pas het geval als je ver over de landgrenzen bent verhuisd naar een andere cultuur? Wat deze zendelinge meemaakte was geweldig, maar eigenlijk niet eens zoveel anders dan wat wij regelmatig meemaken. In de tijd dat we nu in Klarendal werken, zijn we, uitgezonderd tijdens spreekbeurten, nooit naar voren gevraagd om te vertellen hoe het met het zendingsveld dicht bij de deur gaat.

Och, hij is ook gewoon werkzaam in de samenleving. En in zijn vrije tijd doet hij het een en ander in zijn wijk. Dat is het gevoel dat ik daarvan krijg. Ik denk niet dat dit een juiste constatering is. Natuurlijk zijn er mensen die erg met ons meeleven. En weten dat het werk dat we in vrije tijd doen, van groot belang is. Waarom wordt dan toch de ene zendelinge wel naar voren gevraagd, en de andere nooit?

Ik denk dat dit ook te maken heeft met een onderwaardering van missionair werk in Nederland. Zolang je in eigen land blijft, blijf je deel uitmaken van de eigen cultuur en is het verhaal niet zo interessant. In feite kan iedereen het doen. Alleen... bijna niemand doet het. En als je het wel doet, is het alleen maar leuk dat jij het doet. Ik kan me nog goed de frustratie van werkers onder moslims in Nederland herinneren die met moeite hun hoofd boven water konden houden. Zendelingen in andere moslimlanden werden financieel ondersteund. Konden rustig hun werk doen. Voor de werkers in eigen land was geen geld.

Dit soort houdingen bevreemden mij. Want wat naast de deur gebeurt is net zozeer zendingswerk als ver weg. En ook al heb je een fulltime job in de samenleving, dat deed Paulus toch ook? Die was "tentenmaker" en in vrije tijd verkondigde hij de blijde boodschap. "Tentenmakers" zijn er niet meer in de letterlijke zin van het woord. In figuurlijke zin zij ze er zeker nog wel: mensen die uitgezonden worden, in hun eigen onderhoud voorzien en daarnaast in vrije tijd uitreiken naar de mensen in hun buurt. Dus mag ik me met een gerust hart een "tentenmaker" noemen. Mijn eigen werk bekijkend ben ik een "stukkenmaker" (nee, geen stuk-maker...).

Ach wat zegt het woord en de houding van anderen. Ik weet dat ik dingen doe die kloppen met wat God wil. Daarom kan ik rust en vrede ervaren met wat ik doe. Maar af en toe moeten bepaalde dingen me toch van het hart. In de hoop dat de lezer deze klaagzang op zijn juiste merites beschouwt.