Blog van Rick Jansen over leven en werken als kerkelijk pionier in een achterstandswijk
dinsdag 5 juni 2018
Pleidooi voor scheefwonen
Het tij kan keren. De wet is ingegaan. En nu dreigen mooie wijken zoals het Arnhemse Malburgen, net gerenoveerd en helemaal mooi geworden, ten prooi te vallen aan gettovorming, doordat “armen” bij elkaar geplaatst worden. En wat blijkt: er is nu een “Pleidooi voor scheefwonen”. Helemaal mee eens. Jammer dat beleidsmakers soms zo kortzichtig zijn in de gevolgen van het beleid dat zij uitzetten.
Ik ben gebleven en heb het voor lief genomen dat ik extra geld betaalde om hier te blijven wonen. Maar goed, deze scheefwoner (alhoewel dat dit jaar wellicht weer wordt rechtgetrokken door minder inkomen) is blijven wonen om de kennis en ervaring te delen met de rest van de wijk.
vrijdag 18 mei 2018
Kerk met beide benen in de buurt
Hieronder een uitgebreide versie van het artikel.
_____________________________
BINNEN- EN BUITENSTAANDERS
Maar ook de manier van samenkomen in evangelische en pinksterkerken staat ver weg van de beleving van de gemiddelde Nederlander. Veel van dergelijke gemeentes werken op eigen wijze de muziek en woordverkondiging uit, zonder daarbij na te denken over het leven, denken en gevoel van mensen die niet gelovig zijn en dat van huis uit niet geweest zijn. Over het algemeen is er weinig contact of vriendschap met mensen “van buiten”. O, ja, er zijn evangelisatieacties. Op allerlei manieren. En o, ja, daar bereiken ze een bepaald deel van de buitenstaanders mee. Maar meestal na zo’n evangelisatieactie zoeken de evangelisten de bereikten als een speld in een hooiberg tussen alle gelovigen die op zondag bijeenkomen. En als ze er een ontdekken, dan is het vreugde, want iemand van de straat is op de uitnodiging van de evangelist afgekomen om de gemeentelijke samenkomst te bezoeken.
VILLA KLARENDAL
Hoe bereik je dan de geseculariseerde Nederlanders? Door onderdeel te worden van hun cultuur. 12 jaar geleden startten wij in de Arnhemse wijk Klarendal wat nu “christelijke wijkgemeenschap Villa Klarendal” heet. We werden volledig onderdeel van de wijk. Zochten met medewijkgenoten naar wat het beste voor de wijk was. We doken onder in de cultuur van de wijk. Sprak alles ons aan? Zeker niet. Ik hoorde volksliedjes door de straat schallen. Niet echt mijn ding. Maar als ik vroeg waarom ze dat zo hard zetten en het zo keihard meezongen, was het antwoord dat de zanger precies vertolkte wat hij of zij voelde, maar met woorden niet kon uitspreken. Vanuit die culturele wetenschap zijn we toen volksliedjes gaan hervertalen met christelijke tekst. En wie er nu komt, voelt zich vanuit de wijk op zijn gemak, omdat we mensen nemen zoals ze zijn en niet van ze eisen dat ze hoog Nederlands gaan spreken.
SUCCES?
maandag 4 december 2017
Balinese ervaringen
Daarom maar eens wat gedachten over de afgelopen periode.
Te beginnen met Bali. Een prachtig eiland in de Indonesische archipel. Het enige eiland in Indonesië dat overwegend hindoeïstisch is. En dat merk je, ruik je, ervaar je aan den lijve.
Wie op Bali komt en oog heeft voor meer dan de stranden of de mooie natuur, ziet dat het hindoeïsme het leven in zijn greep houdt. Zodra mensen op staan is het eerste wat ze doen een offer brengen voor hun huis, winkel, bedrijf of wat dan ook voor hen van toepassing is. Een klein doosje met daarin bloemen, groenten, fruit en vooral een wierookstokje. Dat leggen ze neer op straat, in een klein tempeltje of op een andere plek die zij geschikt vinden. Een kort gebed wordt opgezegd en dan gaan ze weer met het gewone werk aan de slag. Het offer is voor de goden, maar ook voor de voorouders. Om hen goedgezind te laten zijn. Zodat het goed gaat met het bedrijf of het gezin. Op straat vind je veel verkopers van deze offertjes, die ze zelf samenstellen en waarvan ze de inhoud kopen op de lokale markt. Zodra de offertjes uitgerookt zijn, of vertrapt zijn door onoplettende toeristen, worden ze weer vervangen door nieuwe offertjes, met weer hetzelfde gebedsritueel. Zo kan het soms wel drie of vier keer per dag zijn dat de offertjes worden vervangen.
Je begrijpt dat een deel van het inkomen hieraan wordt besteed. In gesprek met lokale hindoeïstische Balinezen werd weleens verzucht dat het geloof toch wel veel van hen vroeg. Want of je nu rijk bent of arm. Er moet worden gegeven aan de offers. En dat niet alleen. Balinezen kennen heel veel hindoeïstische feesten. Daarin worden ze weer gezegend voor hun leven. Maar voor die zegeningen moeten ze wel geld neerleggen. Geld voor het eten van iedereen. Voor het onderhoud van de eigen tempel. Voor het reizen naar de eigen tempel, waar ze toch vooral bij moeten zijn.
We kwamen mensen tegen die graag een eigen huis wilden kopen. Ze woonden in een klein onderkomen met een gezamenlijke leefruimte (buiten) met een slaapruimte en een speciale ruimte voor de oudere dochter. Waarom hadden ze geen huis gekocht? Vooral omdat het geloof veel geld van ze eiste. En toen zich een mogelijkheid aandiende was de eerste vraag van familie aan hen: zul je nog wel genoeg aan het geloof en de tempel bij kunnen dragen? Waarop werd besloten toch maar geen huis te kopen, want ja, dat geloof hè....
Hindoeïsme wordt in Nederland als redelijk alternatieve levensfilosofie gezien voor het leven. Dat lijkt een logische gezien ons inkomen en ons redelijke levensniveau. Dan kun je dat er wel bij doen. Maar in Bali lijkt dit geloof veeleer een last dan een bron van blijdschap. O, zeker, wie je er ook over sprak was mateloos enthousiast over het geloof. Het betekent zoveel voor hen. Het biedt duidelijkheid en zekerheid. Maar ja, al die verplichtingen en vooral ongeschreven regels... Gingen we op reis door het eiland, was er een tempeltje aan de kant van de weg. De hindoereizigers stapten uit en lieten zich weer zegenen, met betaling en een offertje. Want zo zou de reis toch zeker gezegend worden....
Dat vonden we mooi! Het verhaal achter de façade tegenkomen. Niet de vrolijk lachende Balinees in het lekkere restaurant. Maar de Balinees in zijn eigen omgeving. Samen achterop de brommer naar de dichtstbijzijnde stad rijden en daar ervaren hoe zij zelf leefden. Opmerken met hoe weinig ze tevreden zijn. Maar ook merken dat de ongeschreven culturele regels voorschrijven dat je tenminste als werkend echtpaar twee brommers nodig hebt om je te vervoeren. Waarvoor? Voor het werk. Dat een kilometer verderop ligt. Een kilometer lopen? Nee, dat doe je niet! Dan ga je liever met de brommer, die je op aanbetaling duur aanschaft naar je werk. Want daarmee heb je een statussymbool te pakken dat voor de gemiddelde Balinees toch wel erg belangrijk is. Zonder brommer? Nee, dat kan niet! Ze keken dan ook hun ogen uit, toen wij die kilometer zomaar liepen of mountainbiketen. Rare jongens, die Nederlanders....
Verzekeringen. Een ander punt op dat eiland. Welnee, dat kan echt niet. Geen geld voor. Rij maar liever voorzichtig (op zijn Balinees, 120 kilometer p/u op een brommer, met twee, drie of vier mensen samen, kriskras langs de auto's heen). En als je dan een ongeluk hebt, dan heb je pech gehad. Geen verzekering, zelf je brommer oplappen en ook jezelf oplappen. Een verhaal hoorden we van iemand die een brommerongeluk had gehad (frontaal aangereden door een brommerrijder van 12 jaar - regels zijn er ook wat dat betreft niet...). Ze hadden een verzekering. Genoeg om geopereerd te worden en een week verpleegd te worden. Na een week was de zware hersenschudding nog niet voorbij, maar het geld van de verzekering op, dus werd hij ontslagen. Gelukkig was er een verpleegster in de omgeving die voor een redelijk bedrag de zorg op zich nam. Maar het ziekenhuis was onverbiddelijk: geen geld, geen zorg.
Tja, als je dat hoort, denk je terug aan hoe goed (of hoe slecht zo je wilt) wij het hier in Nederland hebben. Qua zorg, qua financiën, qua sociale opvang. Want hier is de armste nog in staat om zich goed in leven te houden. Er is voldoende voor een goed dak boven het hoofd, het huis goed te verwarmen (is op Bali niet nodig, eerder om het te verkoelen), de tv en radio en andere randapparatuur aan te schaffen en zelfs voor de meesten een goede internetverbinding te hebben en te houden.
Leven. Je kunt het eigenlijk niet vergelijken. Twee verschillende werelden. Mooi om het tegen te komen en het een tegen het ander af te wegen. Ik geniet dan daar van het andere. Om hier weer te genieten van wat wij gewoon vinden. En te weten dat wij het echt nog niet zo slecht getroffen hebben. Om ook weer door te geven aan anderen om ons heen. Geniet van wat je hebt en deel daarvan. Let niet op wat je niet hebt, geniet van wat je wèl hebt!
donderdag 10 augustus 2017
Bruggenbouwer in een nieuwe tijd
Ik heb geconcludeerd dat we in christelijk Nederland nog erg sterk denken in groepen. We zijn blij om samen te komen in onze kerk. Waar van alles gebeurt en waar we ons echt thuis voelen. In die kerkelijke club, de bubbel, vinden we mensen die gelijkgezind zijn, die hetzelfde geloven als wij. Waarbij we ons veilig voelen. Het is toch fijn om met gelijkgezinden om te gaan en te ervaren dat jij niet de enige bent die gelooft! Dat geeft een diep gevoel van saamhorigheid, want je kunt ervan uitgaan dat degene die naast je zit hetzelfde gelooft en denkt als jij. In de sociale wetenschap is hiervoor een woord gevonden. Het Engelse "bonding": we voelen ons verbonden met elkaar.
Toch kan die bonding gevaren met zich meebrengen. Als de groep teveel in elkaar opgaat en als er interne verplichtende regels worden gehanteerd. Dan kan een dergelijke groep je niet alleen binden, maar ook gaan beknellen. Er kunnen onuitgesproken sociale verwachtingen gelden. Het lastige daarvan is dat de meeste groepsleden dat niet door hebben. Want als je ergens in bent opgegroeid, of als je ergens al lang in verkeert, weet je niet meer beter. Dan is het toch gewoon dat de groep of de leiding van de groep regels stelt en verwachtingen uit? Het kan ervaren worden als je aan de rand van de groep bent of als je af en toe over de rand van de groep kijkt. Als je dingen zegt of activiteiten uitvoert, die niet passen binnen het denkraam van de groep.
Is bonding daarom verkeerd? O, helemaal niet. In de literatuur wordt het dan ook als heel normaal beschreven dat mensen zich ergens toe aangetrokken voelen. Hoe sterker ze zich ergens aan verbonden voelen, hoe meer ze bereid zijn om zich daarvoor te geven. Sterker nog, er is onderzoek gedaan waaruit blijkt dat een samenleving gezond is, als er voldoende bonding is. Maar wil een samenleving sterk blijven, dan moeten mensen zich niet alleen ophouden in de eigen groep, maar dan moeten er ook onderlinge relaties ontstaan met mensen van andere groepen. Bruggen worden gebouwd tussen diverse groepen die "bonding" zijn. Dit wordt "bridging" genoemd: bruggen bouwen.
Maar een samenleving waarin geen bruggen worden gebouwd is niet gezond. Daarin verkeren mensen alleen in de eigen groep en hebben geen relatie met andere groepen. In dergelijke samenlevingen is de eigen groep de norm en is de onderlinge verbondenheid in de totale samenleving heel laag.
Voor kerken is er nog een andere reden om niet alleen te "bonden", maar ook te "bridgen" (niet kaarten, hoor!): je wilt toch de boodschap waarin je gelooft, de redding door Jezus die bestemd is voor ieder mens en niet alleen voor leden van de groep. doorvertellen. En daar ontstaat het probleem. Want de groep is zozeer bekend met de eigen groep en zozeer onbekend met de rest, dat de boodschap niet meer overkomt. De manier van leven staat haaks op de groep die we willen bereiken (en we veroordelen dat ook nog). De taal is weliswaar dezelfde, maar we spreken een eigen dialect, die door de ander niet wordt begrepen. We spreken een eigen taal met eigen uitdrukkingen die vreemd, raar of onbegrijpelijk zijn voor anderen. We hebben het over het "bloed van Jezus dat reinigt van alle zonde", waarbij de hoorder het woord "Jezus" misschien alleen nog als stopwoord in de mond neemt en de oorsprong van de persoon niet meer kent. Laat staan dat hij begrijpt dat zijn bloed reinigt (het maakt toch alleen maar vies?). En de term zonde kent hij wellicht alleen als een mooi voorwerp op de grond kapot valt.
Zo gaan we van "binnen" (onze kerk met onze gewoonten en eigen taal) naar "buiten" (de boze wereld met eigenaardigheden die ons niet begrijpt en die daarom zo moeilijk te bereiken is) en zijn weer blij als we terugkeren in onze veilige binnenwereld waarin we wellicht bidden voor die buitenwereld en overgaan tot de ons bekende worship waarin we op onze eigen veilige manier weer de Here God kunnen eren.
De literatuur laat ons ook zien dat "bridging" het beste werkt tussen mensen uit groepen die allebei "bonding" zijn. Kan dit de reden zijn dat we zo moeilijk de brug kunnen leggen: we zijn zelf een sterke groep, terwijl de groep die we benaderen uit de groep is gestapt, of er zover van af staat dat het ze niets meer zegt en zelf niet een eigen nieuwe groep heeft gevonden waar zij zichzelf aan verbonden voelen? Veel mensen in onze westerse wereld binden zich niet meer zo snel en langdurig aan een groep. Contacten en relaties zijn vluchtiger geworden. Ze zijn totaal anders dan "wij", zijn van ons vervreemd (en wij van hen), waardoor een wij-zij denken in ons is ontstaan. Zij: de andere, enge groep, waar we eigenlijk niets van willen weten en die we ook niet begrijpen. En wij: de veilige groep, waar het goed toeven is en waar het fijn en vertrouwd is.
Om maar met de metafoor door te gaan. We zijn een eiland geworden in de woeste baren van deze tijd. We zien over die woeste zee wel een ander eiland liggen, maar daar weten we niets van. En het is ook anders. Dus blijven we maar liever op ons eigen eiland. Het beste om het andere eiland te bereiken is een brug te bouwen. Want dan heb je geen last meer van die zee. Maar daarvoor moet je wel weten hoe het andere eiland eruit ziet. Welke grond daar is. Zodat de brug het houdt. En je moet de bereidheid hebt om daadwerkelijk te gaan bouwen. Als je daarvoor geen reden ziet, moet je er niet aan beginnen.
Met Villa Klarendal zijn we ooit begonnen om uit te stappen. Dat ging eigenlijk organisch, omdat we in de wijk gingen wonen. Wij hadden natuurlijk ook veel over de wijk gehoord en over het algemeen niet zoveel positiefs. Niet uit de reguliere kranten en nieuwsmedia. Maar zeker niet vanuit de kerkelijke kringen, waar al diverse kerken hadden geprobeerd om relaties te leggen. Het lukte hen niet. Dus was de conclusie: "harde grond". Onmogelijk om iets op te bouwen. Niet aan beginnen.
We hebben het niet gepland om er iets te beginnen. We kregen gewoon contact met mensen. Stonden naast hen doordat we samen vrijwilligerswerk deden of doordat we hen doceerden als computerdeskundigen. Zo leerden we de Klarendallers kennen. Een hartelijke bevolking, die je eerst moet leren kennen. Waardoor waren wij in staat om op die zogenaamde harde grond wel iets te bouwen? Doordat we oprechte belangstelling in hen hadden. We zwommen als het ware over naar het eiland en vestigden ons daar. Met de gewoonten en kennis van het eiland waar we vandaan kwamen, vestigden we ons op het nieuwe eiland en begonnen het van binnenuit te leren kennen. We waren geen dagjesmensen zoals zo veel andere kerken tot dan toe hadden gedaan, die na gedane arbeid weer terug keerden naar het eigen eiland. We emigreerden naar dat nieuwe eiland en maakten ons de gebruiken, gewoonten en dialect van het "Klarendalse eiland" eigen. En vestigden zo op een organische manier een consulaat van het andere (christelijke) eiland. We veronachtzaamden niet waar we vandaan kwamen. Bleven vasthouden aan ons geloof. Maar waren in staat om het "te verpakken", "over te brengen" in een taal en een manier die door Klarendal werd begrepen en aanvaard.
Bij het bouwen van een brug moet altijd rekening gehouden moet worden met de omstandigheden. Daarmee is elke brug weer anders. Rekening houden met de omstandigheden. Die goed leren kennen en begrijpen. Dat allemaal doorrekenen. Rekening houden met de 'context". Daarom is "contextualisering" als christelijke bruggenbouwer zo belangrijk. Luister naar de omgeving en leer die kennen. Wat vinden mensen belangrijk in de nieuwe omgeving? Wat is hun geschiedenis? Hoe gaan ze met elkaar om? Als we die andere cultuur leren accepteren en waarderen, kan de brug naar de ander geslagen worden. Waardoor je van buitenstaander deel van het geheel wordt. En een nieuw "binnen" ontstaat: die van de christelijke gemeenschap die deel uitmaakt van het leven van alledag.
maandag 31 juli 2017
Wanneer is het geloof nog heel gewoon?
In het omroepblad van de EO Visie las ik een kort gesprek met Andries Knevel over dit programma "Toen was het geloof nog heel gewoon". Aan het begin van de EO, in 1967, was het geloof nog heel gewoon en gingen hele volksstammen nog naar de kerk. De nostalgie spat van het artikel, en van het programma, af. Het gevoel dat het geloof van vroeger er niet meer is, dat mensenmassa's de kerk hebben verlaten. Dat kerken zijn doorverkocht naar hopelijk eerbare opvolgers, maar soms ook aan onheilige kinderparadijzen.
Een opmerking van Knevel in het omroepblad vind ik opmerkelijk: "Misschien moeten we samenklonteren om te overleven...". In een artikel over de Biblebelt in De Gelderlander lees ik dat veel Reformatorische christenen verdwijnen uit de steden in de Randstad om zich veilig te vestigen op de Biblebelt. Want daar kun je nog van harte christen zijn.
De ontzuiling en de daaropvolgende ontkerkelijking. De welvaart die de noodzaak van kerken heeft verkleind. Wat deden de orthodoxe kerken en evangelische gemeentes als reactie daarop? Ze startten gewoon een nieuwe zuil. Dachten daarmee de ontkerkelijking te kunnen tegengaan. Die zuilen lijken nu ook af te brokkelen en eenzelfde verandering lijkt in die kringen op te treden: mensen verlaten de kerk of gemeente om niet meer terug te keren.
Samenklontering... Wat doet dat met zout? Niet veel goeds vrees ik. Het gaat aan elkaar plakken en heeft een tegengestelde werking. Het zorgt ervoor dat het vies wordt en niet meer gebruikt kan worden. Waarom dan toch daarvoor kiezen? Wellicht uit angst voor het onbekende. Want wat je niet kent, is bedreigend. Als je een kleine minderheid in een grote seculiere meerderheid bent, komen vragen op je af over de zin van je geloof en wat het daar nog allemaal waard is. Maar wat is het geloof nog waard, als het niets meer betekent op de plaatsen waar het nog weinig wordt verkondigd?
Kan het zijn dat juist de verzuiling uiteindelijk de ontkerkelijking heeft veroorzaakt? Binnen de zuil leven is prettig en veilig. Maar het leert je niet om als gelovige midden in het leven te staan. Om te geloven in een wereld waarin de meerderheid niet gelooft, het niets interesseert en zich van God noch gebod iets aantrekt. Kom je buiten de zuil, dan merk je hoe veilig je altijd hebt gelooft en geleefd. En voor velen is de stap uit het geloof makkelijker, omdat het geloof voor hen niets meer betekent in die ongelovige wereld, die net zo gelukkig leeft als jijzelf.
Wij hebben zelf geleerd hoe het ook heel anders kan. Een geloof behouden te midden van een wereld die zich daar niets van aantrekt. Geloof dat niet gebonden is aan een plek, maar dat zich verbindt aan mensen en Degene die er aan de basis staat. Een geloof dat zich verbindt aan de wereld rondom, zonder dat de kern verloren gaat. Toen ik eens geïnterviewd werd door een studente die zelf niet meer naar de kerk ging en vertelde hoe we leefden en werkten, hoe Villa Klarendal zich wil verbinden aan de wijk en het leven van alledag, zei ze spontaan dat ze graag zo'n kerk dichtbij had. Want dan had ze het wel geweten. Dan had ze zich weer aangesloten aan zo'n kerk.
Geloof dat zich compromisloos aansluit bij het leven van mensen. Daar is blijkbaar veel behoefte aan. Dat merken we ook in onze wijk. Mensen blijven toch wekelijks komen en voelen zich verbonden. Door wekelijks te komen, is een spontane gemeenschap ontstaan. Die geen pretenties heeft. Die heel gewoon is. Ook al weten we en beseffen we dat het geloof toen maar ook nu helemaal niet zo gewoon is. De kerk op de heuvel, ver weg van het gepeupel. Of de kerk midden in de wijk, niet herkenbaar door het gebouw, maar door de mensen die zich daaraan verbinden/
maandag 24 juli 2017
Binnen en buiten: stop met het starten van een kerk
Ik vond laatst een leuk filmpje over het kerkdenken rond "binnen" en "buiten", van Church from Scratch een kerk in Southend, Engeland (Engels gesproken).
Om je even aan het nadenken te zetten.
Bekijk het hieronder.
vrijdag 21 juli 2017
Kerkproeverij 2017 - Gedachten over binnen en buiten
Kerkproeverij klinkt, zoals ik in mijn vorige blog beschreef, als een restaurant. Daar kom je van buiten. Je bent er onbekend. Je wordt er aangesproken. Je wordt er bediend. Je krijgt er lekker eten. Je voelt je er al dan niet thuis.
Maar het blijft een restaurant wat niet van jezelf is. Je gaat er weer uit weg. Je gaat weer van binnen naar buiten. En uiteindelijk ga je weer naar huis, waar je echt thuis bent.
De meeste kerkgangers (en hun voorgangers, dominees of pastoors) denken nog steeds in termen van binnen en buiten. Binnen de kerk, daar is het veilig. Daar is het ook heilig. Je bent er thuis. Je bent er bij de Here God. Je bent er samen. Je voelt je er een met je geloofsgenoten.
Buiten daar zijn de ongelovigen. Die niets met God te maken willen hebben (denken wij). Die de kerk (binnen) links laten liggen. Waar het seculiere (het God-loze) plaatsvindt. Daar is het dus onveilig. Daar moet je maar snel uit weg gaan. Zodat je weer snel veilig binnen bent.
Die tegenstelling binnen - buiten zit heel erg diep van binnen. Je maakt deel uit van de kerk en zonder dat je het door hebt, denk je in termen van buiten - binnen. Ik ben het veel tegen gekomen in evangelisatie acties. "We gaan naar buiten om mensen aan te spreken. We willen met mensen in contact komen. Zodat de mensen bij ons binnen komen. En na de actie gaan we weer snel naar binnen om af te wachten hoeveel mensen we van buiten mogen verwelkomen in onze kerkdienst.
Bij Villa Klarendal zeggen we tegenwoordig dat het ons opvalt dat ons denken daarin zo sterk is verandert. We denken niet meer in termen van binnen-buiten of gelovig-ongelovig. Iedereen die bij ons komt is welkom. En ook in ons hoofd is iedereen welkom, zelfs als hij of zij niet komt. We zijn wijkbewoners onder de wijkbewoners. Zeker, wij zijn gelovig. Maar dat vormt geen barrière meer naar onze ongelovige mede Villa Klarendallers.
Hoe werkt dan de sfeer van uitnodiging bij ons? Dat gaat heel natuurlijk. Wijkbewoners komen op onze brunch op zondagochtend (om 11:00 uur, volgens de meeste bezoekers een "christelijke" tijd). Komen ze voor het eerst, dan begroeten we ze. Maar niet overdreven: we wijzen ze waar ze kunnen zitten, geven hen wat de rest ook krijgt en voor de rest kunnen ze zelf al dan niet in gesprek gaan. Doen ze dan niet, dan is de sfeer zo ongedwongen, dat ze rustig kunnen eten zonder lastig gevallen te worden door vervelende vragen.
Die ongedwongenheid en ontspannenheid geeft een sfeer van uitnodiging. Geen dwang. Geen verwachtingen. Je mag komen zoals je bent. Veel gasten die voor het eerst komen, willen graag blijven komen. En vertellen vervolgens aan hun buren, vrienden, kennissen en familieleden waar ze zijn geweest. En nodigen hen ook uit om een keer te komen. Op een heel natuurlijke, organische manier gaat het vuurtje rond.
Als het dan geen restaurant is, waar kun je het dan beter mee vergelijken? Ik denk veeleer aan een vriendengroep of nog meer aan een familie. Aan een vriendengroep, omdat je er voor kiest je erbij aan te sluiten. Maar ook aan een familie, omdat je niet met iedereen bevriend bent, maar de ander wel in zijn waarde laat. Ruimte geeft om zichzelf te zijn en eventueel te blijven waar hij of zij op dat moment is. Niet eisend dat de ander moet veranderen. Maar eerst en vooral vrijblijvend, ontspannen, relaxed en - toch ook - uitnodigend in de zin dat die ander er ook echt mag zijn.
Voor sommige mensen is het uitnodigend om gelikte folders in handen te krijgen en terecht te komen in samenkomsten, waarin de viering lijkt op een popconcert of een theateroptreden. Maar in dergelijke vieringen ben je toeschouwer. Je nodigt anderen wel uit, maar veeleer omdat de entourage zo goed concurreert met wat je gewoon bent. Je bent een gast en je blijft het. Na een tijdje sta je toch weer buiten, opgeladen door de mooie sfeer.
Ik denk dat de reden dat Villa Klarendal aantrekkelijk is voor wijkbewoners, vooral te maken heeft dat het ook onderdeel van de wijk uitmaakt. Doordeweeks zien we elkaar ook. Komen we elkaar op straat tegen of bij andere activiteiten. En in de manier van werken en denken zijn we aangepast aan de wijk: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Geen poespas. Gewoon. Zonder opsmuk. Daar moet je doordeweeks vaak al aan voldoen. Dan moet je goed Nederlands spreken, omdat je anders als tweederangs (want Klarendals) wordt aangezien. En vooral geen schunnige grappen vertellen. In de wereld rondom ons moet je toch een bepaald masker opzetten om begrepen te worden. Maar wie begrijpt en aanvaardt jou nu zoals je bent? Waar mag jij jezelf zijn? Waar kun jij je 'shit' uitspreken zonder dat mensen er al gelijk een oordeel of vooroordeel over uitspreken of je in een hokje stoppen (zoals: de verslaafde, de Surinamer, de Turk, de lesbo, de zwakke, de uitkeringstrekker, de typische Klarendaller met geverfd haar).
Mensen niet in een hokje stoppen, dus. Ook niet in het hokje gelovig - ongelovig (heilig - heiden). De benadering van mens tot mens. Van hart tot hart. En vooral ook de uitnodiging om mee te doen. Want we zoeken al snel naar wederkerigheid. Iedereen heeft talent en mag dat gebruiken en inzetten voor de Villa, maar ook voor Klarendal. Typerend vond ik een christen die bij mij kwam en vroeg of hij bij 'ons' (lees: Villa Klarendal) vrijwilligerswerk kon doen. Ik legde hem uit dat bij 'ons' wat ons betreft breder was dan alleen 'binnen' Villa Klarendal. 'Ons' en 'binnen' geldt voor Villa Klarendal als: 'heel Klarendal'. Dus al pratend bleek hij een 'groene' achtergrond te hebben. Wetend dat een wijkpartner net bezig was met het starten van een 'Green Team' heb ik hem daar naar door verwezen en binnen twee weken was hij met zijn handen en kennis bezig om met het Green Team bomen en planten in de wijk te verzorgen.
Mensen voelen en weten als je meent wat je zegt. Als wij zeggen dat iedereen mag komen zoals hij is, proeven ze ook dat het zo is. Als wij zeggen dat wij er voor heel Klarendal zijn, ervaren zij het door onze houding en manier van werken. Daarom is de barrière tussen binnen en buiten bij ons volledig opgeheven. Daarom verbazen gasten (de mensen die voor het eerst komen) zich over dat wij een kerk zijn. "Dit voelt niet als een kerk". Dat klopt, we willen ook veel meer een gemeenschap zijn. Wat natuurlijk ooit de bedoeling van een kerk was. Een gemeenschap waar iedereen zich thuis mag voelen. Binnen en buiten is binnenstebuiten.
Kerkproeverij 2017 - Eet smakelijk...?
Laatst las ik het de laatste editie van het blad Ideaz (Praktijkblad van MissieNederland). Ik werd aan het nadenken gezet door het thema van deze editie: "Een cultuur van uitnodiging".
Naar aanleiding van het in Groot-Brittannië ontstane initiatief Back to Church Sunday organiseren Raad van Kerken, IZB en MissieNederland in samenwerking met mediapartners KRO-NCRV en EO een weekend waarin kerkgangers worden gestimuleerd gewoon iemand uit te nodigen om mee te gaan naar de kerk.
De website Kerkproeverij verduidelijkt de reden om iemand uit te nodigen "Om het geloof te 'proeven'. Want waarom zou je datgene wat voor jou waardevol is alleen voor jezelf houden? Maar het hangt van jou af, of jij het durft. Om op je collega, buurman, vriend, of familielid af te stappen en te zeggen: “Hé, ga je met me mee?” Gewoon voor een keertje. Wie weet welke uitwerking het gaat hebben. Het gaat om het uitnodigen, dat we dat weer leren. En inderdaad, misschien zegt diegene: ik kom niet. Maar dan hebben we de uitnodiging wel gedaan. En dat telt."
Waarom komen mensen niet naar onze kerkdiensten?
Het idee is ontsproten uit het gedachtengoed van Michael Harvey, die begon met de vraag: "Waarom komen mensen niet naar onze kerkdiensten toe? Misschien wel omdat er niemand is die hen daarvoor
uitnodigt. Elke zondag bieden kerken een programma aan met weldoordachte toespraken over geloof en leven en muzikale bijdragen waar je ook nog eens zelf actief aan mag deelnemen. Voor dit alles wordt slechts een vrijwillige bijdrage van de bezoekers gevraagd. Vaak kun je na afloop gezellig bijpraten met een kopje koffie of thee. Waarom vinden we het zo moeilijk om daar mensen voor uit te nodigen?"
Met een uitnodiging om eens deel te nemen aan een kerkdienst komt er "verbinding van binnen naar buiten. Sommige mensen zijn door God al voorbereid, ze hebben alleen nog iemand nodig die hen uitnodigt. We doen alsof God niet buiten de kerk actief is, maar daar werkt Hij ook en wij mogen meewerken."
Goed idee...
Laat ik beginnen met dat ik dit aan de ene kant een prachtig plan vind. Waarom? Omdat veel kerkgangers heel sterk in hun eigen kerkelijke bubbel zitten. Ze zijn bezig met wat er binnen de kerk en de christelijke muren gebeurt en hebben geen enkel zicht op wat zich buiten die kerkmuren afspeelt. En als dat wel het geval is, scheiden ze vaak de kerkelijke bubbel van het leven daarbuiten. De kerk is "binnen". De wereld is "buiten". Door mee te doen aan een uitnodiging om eens een kerkdienst bij te wonen, worden kerkleden gestimuleerd om er zelf op uit te gaan. Om over de muren van de kerk te kijken naar wat zij daar aan relaties hebben en zich af te vragen of die relaties wellicht geïnteresseerd zijn om een kerkdienst (of een andere bijeenkomst die verbonden is met de kerk) bij te wonen.
Het restaurant als metafoor
Ja, natuurlijk heb ik er ook mijn vragen bij. Het gevoel dat dit bij mij oproept is die van het restaurant. Er zijn restaurants, die je moet zoeken, die niet uitnodigend zijn, die geen reclame maken, die de houding hebben "een klant... wat interessant". Je komt er binnen, kijkt rond. Niemand die je aanspreekt. Je gaat naar een tafeltje met je gasten. Gaat zitten. Je ziet dat de bedienden heel druk zijn om vooral met elkaar te praten en te lachen. Op een gegeven moment komt een van hen ongeïnteresseerd naar je toe, gooit het menu op tafel en snauwt of je wel wat te drinken wilt hebben. Bij zo'n restaurant wil je zo snel mogelijk weg zijn, ook al is het eten er op en top. De gastvrijheid is abominabel, dus je voelt je er heel erg onprettig bij. Wegwezen!!!
Laatst liep ik in een vreemde stad in een vreemd land waar ze toch onze eigen taal spreken. We waren hongerig en zochten een restaurant. We werden aangesproken door een jonge dame, die ons vriendelijk te woord stond. "Wat leuk dat jullie hier zijn. Op zoek naar een restaurant? Natuurlijk! Wij hebben enkele lekkere gerechten op het menu staan. Wilt u ze zien? We hebben tafeltjes buiten, maar ook binnen. Zal ik even plaats voor u maken op deze gezellige plek? Goed! Wat wilt u alvast drinken?"
Kijk, dat is al heel anders binnenkomen. Wat een welkom! Wat een style. Wat een gastvrijheid. Daar voel je je gelijk op je gemak.
Toch blijft er iets bij mij hangen van "ik ga op bezoek" of "ik ga uit eten". Je komt er en je gaat weer weg. Je bent vooral te gast. Naar een restaurant ga je als je iets speciaals wilt doen. Om een verjaardag te vieren. Of als je op vakantie bent. Dan bezoek je het restaurant.
Thuis komen
Dan denk ik verder aan wat ik nou graag zou willen. Dat heeft te maken met thuis komen. Om de metafoor van het restaurant te verbreden naar eten: ik wil dat mensen zich thuis voelen. Dat ze thuis zijn. Dat ze het gevoel krijgen volledig zichzelf te mogen zijn. Deel uit te maken van een groter gezin. Waar je niet alleen wordt uitgenodigd en bediend. Maar waar je met een gerust hart (bij wijze van spreken) met de voeten op tafel kunt zitten. Waar levens worden gedeeld, lief en leed. Waar niet altijd een diep gesprek is, maar een voortgaand gesprek omdat je elkaar regelmatig ziet. Waar soms gezeur is, omdat je elkaar beu bent. Waar gehuild wordt, omdat je van elkaar houdt, maar elkaar toch pijn doet. Waar je samen kunt lachen om de mooie dingen van het leven die je samen deelt.
Kerk-zijn als huisgezin van God. Waar ook "buitenstaanders" deel van uitmaken. Samen gezin, een familie vormen. Saamhorigheid, maar ook ruimte om vooral je zelf te zijn.
Lees het vervolg op deze blog.
dinsdag 18 juli 2017
Multicultureel samenleven: Yes we can!
"De multiculturele samenleving is mislukt!". Hoe vaak horen we dit via tv, radio of social media verkondigen. De inwoners van andere culturele achtergronden moeten zich maar aanpassen. Wij doen het niet meer, hebben er geen zin meer in.
Ik heb altijd gezegd dat het ook anders kan. Afgelopen vrijdag had ik een bijeenkomst waarin dit werd bevestigd. Samen met vijf vrouwen van Nederlandse, Hongaarse en Turkse komaf gingen we uit eten in een Iraans restaurant. Samen op pad dus naar een restaurant met een culturele kleur dat geen van ons allen (ikzelf uitgezonderd) kenden.
Gezellig aan tafel. Met een heel hartelijke gastheer. De drankjes werden aangerukt. En het eten, ja natuurlijk was dat halal. De vraag werd door de Turkse dames gesteld, naar bleek omdat hun eigen mensen nogal de neiging hadden om ook het goedkope varkensvlees te verkopen. De Iraanse ober vertelde dat die vraag in Iraanse omgeving eigenlijk enorm onbeleefd is, omdat dit niet hoort. Je moet ervan uitgaan dat de gastheer te vertrouwen is en daarom per definitie halal vlees voorzet. Leuk, het eerste culturele verschil.
We kregen een heerlijke mix van allerlei Iraanse hapjes voorgeschoteld. Voor een ongelofelijk lage prijs. Aan tafel werd het gesprek steeds leuker en interessanter. De ervaringen van vroeger. Wat we het afgelopen seizoen met elkaar hadden beleefd. Samen maaltijden organiseren. Samen op stap naar gebedshuizen. Samen op stap naar vier plekken buiten Arnhem. We dachten nog terug aan het bezoek aan de synagoge in Amsterdam dat zo ruw werd verstoord door de marechaussee die ons vanwege een ernstige terroristische dreiging niet toe liet tot de synagoge. De teleurstelling die dat met zich mee bracht. En het gevoel van afgewezen worden van met name de dames van Turkse afkomst die dachten dat zij de veroorzaker waren.
Het gesprek ging nog dieper. Over leven en vooral dood. Hoe ik als christen dacht dat het na de dood zou verder gaan. Enkele bijna-dood ervaringen van bekenden en van een van de Turkse dames werden gedeeld. Enorme diepe gesprekken die extra lastig waren, omdat ze voor sommigen niet in de moedertaal werden besproken. Na afloop zeiden we tegen elkaar hoe wonderlijk het toch was dat we als mensen van diverse achtergronden toch dergelijke gesprekken konden voeren. "Dat gaan we vaker doen en daarom moeten we doorgaan op de weg die we zijn ingeslagen", was het gevoel en de conclusie die overheerste.
Hoe komt het nu dat dit soort gesprekken blijkbaar wel mogelijk zijn, terwijl de meerderheid van Nederland denkt dat dit absoluut niet mogelijk is? Het heeft te maken met vertrouwen dat we in elkaar hebben gekregen. Twee jaar geleden zijn we begonnen met regelmatig activiteiten te organiseren. Met elkaar naar gebedshuizen gaan. En daar bovenop ook nog met elkaar op reis gaan. Samen werken en samen reizen schept een band. En in het afgelopen jaar hebben we ook een workshop gedaan om elkaar te leren kennen. Iedereen mocht een verhaal vertellen over zichzelf. Daar kwamen hele mooie, maar ook hele aangrijpende verhalen naar boven. Van de oma met veel kleinkinderen, tot de moeder van vier kinderen waarvan de man vroegtijdig was overleden. Door het delen van die verhalen - klein, maar ook groot, oppervlakkig, maar ook heel diepgaand - begon een band te ontstaan. Er werden mensen omhelsd, die moesten huilen om wat ze ervoeren en hadden meegemaakt.
Samenleven begint niet met politieke programma's. Niet met beleidsstukken die van bovenaf door de overheid worden opgelegd. Samenleven begint in het klein. Daar waar mensen elkaar tegenkomen en ontmoeten. In wijken als Klarendal kom je elkaar wel tegen op pleisterplaatsen als het winkelcentrum met de lokale Appie. Maar dan is het nog maar "die vrouw met de hoofddoek" of voorheen "die man met de paardenstaart en baard". Dat is tegenkomen, niet ontmoeten. Dan zie je elkaar, maar ken je elkaar niet. In het elkaar zien kan angst schuilen. Wat je niet begrijpt, maar wel ziet, kan beangstigen. Waarom dragen vrouwen hoofddoeken? Of waarom dragen vrouwen korte rokjes en smalle bloesjes? Dan hebben we al snel een oordeel over die ander. Zonder hem of haar te hebben gesproken.
Ga je met elkaar samenwerken en samen reizen, samen op ontdekkingstocht, dan ontstaat er iets nieuws. Dan moet je iets organiseren. Dan moet je plannen maken. Afspraken maken. En die nakomen. Samen erover praten waarom bepaalde afspraken niet werden nagekomen. Daar leer je van elkaar. Als je samen reist ontstaat een gezamenlijk geheugen. Je zegt tegen elkaar "weet je nog wel, toen we daar naar op reis gingen?" In ons geval denken we terug aan die synagoge en het gevoel dat we er allemaal bij hadden dat we tweederangs en niet gewild waren. Of aan de busreis terug van Museum Orientalis, toen enkele Turkse vrouwen een dolletje maakten met de buschauffeur en we met zijn allen de slappe lach kregen. Waar de buschauffeur waarschuwde dat er ook nog een man bij was, waarop een van de Turkse vrouwen antwoordde "o, maar dat is Rick, die kent ons wel...". Juist, dat is het dus. Doordat we op stap zijn en thuis aan het werk zijn, kennen we elkaar. En ontstaat er vertrouwen.
De tafelgenoten waren eigenlijk beginnende vriendinnen van me geworden. Toen een van de vrouwen verzuchtte dat het wel erg over de dood ging en ze dat niet leuk vond, begrepen we haar en snapten we ook waarom ze dat zei. Spontaan raakte ik haar arm aan en zei dat het niets uitmaakte en dat we het wel begrepen. Geen terugtrekkende beweging. Geen angst. We voelden ons een met elkaar. We zeiden ook tegen elkaar dat in dit soort gesprekken verschillen verdwenen. De persoon achter de culturele achtergrond kwam naar voren. We zagen niet meer de hoofddoek, de huidskleur, de moeite met de taal. Maar spraken met elkaar van hart tot hart.
Het begint klein en onooglijk. Het is nauwelijks zichtbaar. Het begint misschien met maximaal 20 mensen. Maar die mensen beginnen enthousiast te worden. Vertellen het thuis. Aan hun mannen. Kinderen. Vrienden. Kennissen, En we zien dat de groep zich uitbreidt. Dat weer anderen zich aansluiten bij kerk-moskee-en-synagoge-bezoek. Waarom? Ze hebben ervan gehoord. Zijn enthousiast gemaakt en nieuwsgierig geworden. En zo breidt het olievlekje langzamerhand uit.
De multiculturele samenleving is mislukt? Welnee, het begint langzaam maar zeker vorm te krijgen. We moeten met elkaar door. Niet naast elkaar, maar met elkaar. Samen werken, samen eten, samen spelen, samen reizen, samen op reis naar een nieuw Nederland waar iedereen deel van uitmaakt. Je moet het wel willen. Kan het? YES WE CAN!!!
maandag 10 juli 2017
Uit je bubbel - mijn weg uit de bubbel
Uit je bubbel - wat bedoel je?
Hè, hè, eindelijk weer een blog
Oorzaken? Veel werk die mijn tijd opslokten. Veel vrijetijdsbesteding die veel van mij vroegen. Tja, dan schiet er wel eens iets tussendoor. Zoals deze blog.
Inmiddels is er een verandering opgetreden in mijn werksituatie. Ik ben op weg naar het ZZP'er zijn. En krijg daarvoor fulltime de gelegenheid van mijn werkgever, de gemeente Arnhem.
Dat geeft mij ruimte om minimaal een keer per week een blog op mijn beide blogpagina's plaatsen.
Veel leesplezier met mijn herstarte blog.
zondag 1 januari 2017
Villa Klarendal, 2016 een jaar christelijke wijkgemeenschap
Het jaar is voorbij. Een mooi en enerverend jaar wat mij betreft. Even een moment van terugkijken. Op weer een jaartje missionair in de wijk. Want voordat ik het weet, rijgen de jaren zich aaneen.
Dit jaar bestond Villa Klarendal al 11 jaar!!! Lang voor een pionierende plek. Dat bracht ons dan ook op de vraag of de Villa eigenlijk nog wel een pioniersplek is. De vraag stellen is die ook beantwoorden. Nee dus. En de volgende vraag: zitten wij als leidinggevenden dan nog wel op de juiste plaats. We kwamen tot de conclusie dat er nieuwe mensen nodig waren in de fase waarin het pionieren voorbij is en we op weg gaan naar meer stabiliteit en structuur. Of in ieder geval een andere manier van werken die minder bij ons past. In die verandering zitten we nog steeds. Mooie, spannende, nieuwe tijd.
Dit zijn allemaal vragen op een hoger abstractieniveau, waar we ons als leidinggevenden mee bezig hielden. Dus ikzelf ook. Maar daar was op de Villa werkvloer weinig van te merken. Dat is zo mooi van die nieuwe fase: er zijn zoveel meer mensen betrokken en werkzaam dat het gewone, dagelijkse leven gewoon doorgaat. Dat is: de wekelijkse brunch en viering.
Praktisch voor de brunch: boodschappen doen, tafels dekken, eten voorbereiden, schoonmaken, afruimen, afwassen. Voor 20 mensen vrij eenvoudig met 2 mensen te doen. Maar tot onze vreugde strijgt het aantal bezoekers van de brunch naar rond 50 per week. Dat vergde aanpassing. Meer structuur in de afwas, niet iedereen brengt meer zijn eigen bordje en kopje langs. We hebben gelukkig heel praktisch ingestelde mensen, die dit snel inzien en dingen kunnen veranderen. Daar hoef ik mij niet tot in detail mee bezig te houden.
De viering is een ander aspect. Waren we eerst met vier "praatjesmakers": mensen die de preek van 10 minuten voorbereidden en de viering deden. Daaarna werden het er drie en na de zomer bleven we met twee over. De eerste zondag van de maand is "viering-vrij": lekker eten en wellicht een andere activiteit daarna. Houden we nog drie vieringen over. Een viering per maand is de kinderviering, waarin kinderen centraal staan en die ook qua inhoud op hen is ingericht. En twee vieringen waarin de kinderen naar hun eigen kinderbijbelclub gaan en de volwassenen kijken, luisteren, nadenken en verwerken over hun eigen verhaal. Na de zomer zijn we begonnen met een gastspreker per maand, wat als mooi effect had dat een 'gastspreker' werd ingevuld door drie eigen mensen en het praatje door een onervaren Villa gemeentelid.
De vieringen worden ook altijd qua inhoud voorbereid. Wat doen we en wie doet wat. Een rooster maken is meestal niet zo interessant. Wat mooi om dan te zien dat voor de tweede helft van het jaar het rooster door een nieuw iemand vanuit de Villa werd gemaakt. De vaste roostermaker viel weg. Een nieuwe kwam er voor in de plaats. Dat geldt voor het nieuwe jaar ook voor de oninteressante, maar o zo belangrijke, taak van de boekhouding.
Een laatste aspect voor het intern gemeenschaps villa gebeuren is de bijbelstudie- en gebedsochtend. Jaren hebben we zonder succes geprobeerd zo'n activiteit op te zetten. Een aantal jaren geleden is het vanuit de wens van enkele mensen uit de villa alsnog van de grond gekomen. En nu komen wekelijks rond de 10 mensen op maandagochtend samen om de bijbel te lezen en samen te bidden voor Villa Klarendal en bepaalde aspecten uit de wijk. Mede door deze bijbelstudies, die geleid worden door mijn vrouw Aneta, zien we dat mensen geestelijk en persoonlijk tot groei komen. Ze leren bidden in het openbaar. Ze leren de bijbel beter kennen en toe te passen.
Toen we begonnen met de "christelijke gemeenschap Villa Klarendal" vroegen we ons af of dit echt een stabiele gemeenschap zou kunnen worden. Als ik zo terug kijk zie ik dat die stabiliteit er is. Er is een vaste groep. Er is onderlinge betrokkenheid. Mensen zorgen voor elkaar. Mensen nemen verantwoordelijkheid voor taken of zijn bereid taken uit te voeren. En we zien ook dat er een ander soort gemeenschap ontstaat, die we "gemengde christelijke gemeenschap" noemen. Een gemeenschap waar iedereen zich bij thuis mag voelen die dat wil. Dat betekent dat we een gemeenschap zijn van gelovigen en ongelovigen die met elkaar optrekken. De ongelovigen zijn niet minder dan de rest en worden geaccepteerd zoals ze zijn. We zullen nooit onder stoelen en banken steken dat voor ons het geloof in Jezus de basis is voor dit werk. Maar daar mogen ongelovigen bij aanwezig zijn en van genieten. We manipuleren of dwingen mensen niet tot het geloof. Mensen mogen komen zoals ze zijn en zich aansluiten als ze dat willen. Wij willen als volgelingen achter Jezus aan gaan en bij die zoektocht mogen ook anderen zich voegen. Samen ontdekken waar Hij ons naar toe leidt.
Ik ben heel erg benieuwd naar een nieuw jaar en wat dat allemaal binnen de Villa gaat brengen. En waar Jezus, waar wij achteraan willen gaan, ons dit jaar naar toe leidt.
vrijdag 2 september 2016
Interview Rick in EO's Visie: "Het contact met mensen ontstaat spontaan"
donderdag 28 april 2016
Een inclusieve gemeenschap
En het klopt. We zijn niet exclusief. Het tegenovergestelde. Waarin mensen worden uitgesloten. Waarin voorwaarden worden gesteld om ergens bij te horen. "Jij mag bij ons horen als je hier en daar aan voldoet". En als je er niet bij hoort, hoor je er niet bij.
Wij denken en doen anders. Iedereen die erbij wil horen, mag erbij komen. En sterker nog: wij kijken over gemeenschapsgrenzen heen. Zo was er eens een kennis die bij ons vrijwilligerswerk wilde doen. Zijn ervaring vanwege opleiding lag op het terrein van groen en jongerenwerk. Hadden we daar nu juist heel weinig werk voor binnen Villa Klarendal. Maar er was wel een plek bij de groengroep van een andere wijkorganisatie. Dus hadden we hem in contact gebracht met die organisatie. En ja hoor: een maand later was hij heel enthousiast aan het werk in het groen van de wijk.
Inclusief werken, dat is dus: niet alleen denken aan jezelf, maar ook aan anderen. Dat is: leven met iedereen die je tegenkomt. Meedenken met wie het moeilijk heeft, ongeacht zijn afkomst, geloof of wat voor geaardheid dan ook.
Als mensen ons vragen van wat voor geloof we zijn, denken ze snel in denominatie. En verwachten ook zo'n antwoord: protestants of katholiek of misschien zelfs pinkstergemeente of baptistengemeente. Maar ik zeg dan steevast: we zijn een WIJKgemeenschap. Als er dan echt iets exclusiefs aan onze gemeenschap is, is dat het een gemeente voor de wijk is. Pastoraat of diaconaat of welke andere religieuze -aat dan ook is niet gericht op de eigen geloofsgemeenschap, maar op de wijk als geheel.
Inclusief. Iedereen mag er bij horen. "Iedereen mag komen zoals hij is", zeggen we altijd tegen elkaar. Met zijn of haar leuke kanten, maar ook met zijn of haar moeilijke kanten. En dan komt de moeilijke kanten van inclusiviteit naar voren. Want je verwelkomt wel makkelijk mensen die makkelijk zijn in de omgang. Maar wat als die ander heel vervelend is, niet doet wat jij normaal vindt, zich heel vreemd opstelt of dingen zegt of doet die helemaal tegen jouw eigen opvoeding of normen ingaan. Dan wordt inclusiviteit moeilijk. Dan is er toch weer de neiging om de ander te corrigeren. Wat op zich niet verkeerd is, want als het slecht gaat met iemand die dat niet door heeft is het juist goed om te corrigeren. Maar mag die ander ook de ruimte krijgen om te veranderen? De tijd krijgen om het anders te gaan aanpakken?
Dan komt de werkelijke waarde van gemeenschap naar voren. Want in een grote exclusieve gemeenschap kun je de ander makkelijk ontlopen. Die mijd je gewoon. Daar heb je toch niets mee? Maar in een kleinere groep is dat moeilijker. Daar kom je die ander toch telkens tegen. Kun je die ander dan toch liefdevol benaderen? Om zelf moeite te doen die ander te aanvaarden zoals hij is?
Leuk woord. Inclusief. Maar in de praktijk van alledag binnen een kleine groep soms heel erg moeilijk. Maar we blijven ervoor gaan.
zaterdag 23 april 2016
Nieuwe wegen in Villa Klarendal
donderdag 31 maart 2016
Column Friesch Dagblad 87 (de laatste): einde van een nieuw begin
We begonnen experimenteel met nauwelijks een voorbeeld in Nederland. En ook nog gemengd: met een team van Youth for Christ doordeweeks en een vrijwilligersteam in de avonduren en in de weekenden.
We begonnen in onze wijk de plannen bekend te maken.“Helemaal geen behoefte aan” was de reactie. “Dergelijke zeepkistenchristenen die de wijk wel even zouden bekeren en daarna weer snel doortrekken, pasten niet in hun werkwijze.” Dus gingen we zonder toestemming van de wijk aan de slag.
Met vele jongeren kwamen we in contact tijdens de Youth for Christ tijd. Een deel daarvan kwam ook naar de vieringen. Toch waren die vieringen vrij vaak eenrichtingsverkeer. Wij werkten en vertelden. De bezoekers consumeerden en ontvingen. En vonden het prachtig wat wij allemaal deden. Een restaurant met bediening met daarna vrijwillige pastores die je ook nog geestelijk bedienden. Heerlijk in een woord. Voor de bezoekers.
Maar voor ons was het pezen. ’s Morgens vroeg op zondag klaar staan en als echtpaar om en om het praktische deel dan wel de vieringen verzorgen. Mooi pionieren. Waarbij ik denk aan de momenten dat we voor het eerst werden geconfronteerd met de waterleiding die buiten de deur de hoofdkraan had. Waardoor we tijdens de eerste strenge winter prompt een bevroren waterleiding hadden. Dat werd geïmproviseerd door met jerrycans water vanuit ons huis naar het pandje te sjouwen. En toen we dat eenmaal wisten, lieten we de kraan tijdens vorstmomenten zachtjes druppelen.
Alle tijd werd in die eerste periode opgeslokt door het nieuwe werk. Doordeweeks naast het werk met mensen bezig en voorbereiding voor de praatjes. In het weekend de voorbereidingen voor de zondag en de vieringen. En niet te vergeten de afruiming met het schoonmaken van de wc, die niet altijd erg schoon werd achtergelaten, en het zuigen van de zwarte vloerbedekking die altijd was bedekt met eierresten, wat het zuigen zo heerlijk makkelijk maakte.
Vijf jaar geleden kwam de grote ommekeer. Het project van Youth for Christ werd doorgestart als christelijke wijkgemeenschap, een lokale kerkgemeenschap. We moesten gaan nadenken over echt gemeente-zijn: doop, avondmaal (maaltijd van Jezus), lidmaatschap. Allerlei vragen kwamen boven waar we ons nog nooit over hadden gebogen.
Terugkijkend is er veel ten goede veranderd. Het eerste pionieren onder de vlag van Youth for Christ is voorbij. We hebben er een supervisiegroep naast gekregen om te sparren over het werk. Dat was in die eerste periode niet mogelijk, waardoor we op elkaar als teamleden waren aangewezen. En dat was zeker niet altijd makkelijk.
Verder zien we dat onze plek in de wijk is verdiept. Vroeger moesten we leuren om onszelf bekend te maken en om te kunnen meedoen met activiteiten. Nu merken we steeds vaker dat we bij activiteiten gevraagd worden. “Want jullie zijn belangrijk in de wijk”. Wat een verschil met die eerste periode. We hebben nauw contact met welzijnsorganisaties en met het inloopcentrum van de katholieke kerk. Wat ook komt doordat we midden in de wijk zitten, in het multifunctionele centrum, waar de anderen ook verblijven.
Binnen de gemeenschap zien we ook groei. We hoeven het niet meer alleen te doen. Rondom ons is een “leidersschaps-plus” groep ontstaan van ongeveer tien mensen die zich medeverantwoordelijk voelen voor het werk van Villa Klarendal. Niet alleen meer consumenten, maar steeds meer mensen die op allerlei niveaus meedenken over het wel en wee van onze gemeenschap. Er is eigenaarschap gekomen bij die tien extra.
Zo kom ik tot de conclusie dat er een einde is gekomen aan het nieuwe begin. De eerste periode van puur pionieren is afgelopen. De pioniersgemeenschap heeft plaatsgemaakt voor een continue gemeenschap van ongeveer vijftig mensen die wekelijks bij elkaar komt. Dat is ook de reden dat de redactie heeft gemeend dat aan deze column een einde kan komen. Er komen andere vragen, die horen bij een reguliere kerk of gemeente. Dat wil niet zeggen dat we niet meer pionieren. O, zeker niet. We zien nog heel veel nieuwe uitdagingen. Op gebied van multiculturele contacten. Bij de yuppen in de wijk. Bij de culturele modemensen in de wijk. Allemaal groepen in de wijk die we nog niet bereiken.
En dan spreken we nog niet over nieuwe wijken waar we inmiddels ook een bruggenhoofd in hebben en waar zo maar een nieuwe Villa van start zou kunnen gaan. Wilt u daarover blijvend worden geïnformeerd, surf dan naar mijn blog http://missionairarnhem.blogspot.com of naar http://www.villaklarendal.nl.
Villa Klarendal is ook op facebook en twitter te vinden.
Dus ik neem hier als columnist afscheid van u. Maar blijf gewoon doorgaan in het werk dat ooit is gestart. God verandert niet. Hij staat aan de basis van het werk. Hij zal het ook voortzetten. Met mij. En straks ook zonder mij.









