Afgelopen donderdag was het 1 juli. Voor sommigen de overgang naar een mooie zomermaand. Wij hebben jaren toegewerkt naar deze datum. In allerlei gesprekken kwam de datum het afgelopen jaar steeds ter sprake. Wat moest er niet allemaal gebeuren voor die datum. Af en toe werd het ons bang te moede. Zou alles wel lukken?
Statuten werden gemaakt. Aanvragen gedaan voor een stichting en een kerkgenootschap. Afspraken over financiën. Aanvraag voor een bankrekening die je vervolgens niet vertrouwen en wel tien keer een uitdraai van de papieren moet krijgen (ze zullen denken: een nieuwe kerk, dat geloof je toch niet?). Overdrachtsafspraken met Youth for Christ. Doordenken van lidmaatschap, doop, avondmaal. Gesprekken met bezoekers die moeten worden duidelijk gemaakt dat het komende vertrek van Susanne per 1 januari niet het einde van de wereld is. Gesprekken onderling over het leiderschap van Villa Klarendal. De pers die weer op de stoep staat als Youth for Christ bericht dat er vanuit die organisatie een nieuwe kerk los komt.
Af en toe vroeg ik me af of ik nu nog alleen bezig was met besturen of met de mensen in de wijk. Overigens was en is dat besturen heerlijk. Een goede sfeer met veel humor waar we van alles werd gedeeld, de makkelijke en moeilijke dingen. Tijdens deze gesprekken waren we daadwerkelijk bezig op leiderschapsniveau een vriendschap te bouwen tussen Villa Klarendal en de Koepelkerk in Arnhem.
Dus was het ook afgelopen zondag weer feest. Zonder logo, maar wel met een kaartje op de muur werd duidelijk gemaakt dat we nu dezelfde naam hebben, maar met een andere bijnaam. "Youth for Christ project" is nu "christelijke wijkgemeenschap" geworden. Een wijkgemeenschap op weg. Een samen opgaan van allerlei mensen die samen Jezus willen volgen in deze wijk. En die er voor deze wijk willen zijn om de wijk te dienen.
Als dat geen feest is?
Blog van Rick Jansen over leven en werken als kerkelijk pionier in een achterstandswijk
dinsdag 6 juli 2010
Wijkfeest 2
Het werd dus een leuke en gezellige dag nu bijna twee weken geleden. Lekker eten. Gezellig kletsen tijdens het ontbijten. Tussendoor gein trappen met iedereen die we kennen. Kleine gesprekjes met politici die ik natuurlijk net weer anders moest aanspreken, zij het dat ik op mijn zonnige vrijetijdskloffie liep en zij op hun volksvertegenwoordigende outfit (sommigen met pak aan bij dertig graden in de zon!!!).
En daarna moest ik snel naar het wijkcentrum om daar een deel van de hapjes te halen die een van de wijkbewoners had gemaakt. Tenminste... dat hadden we afgesproken. Hij zou het ter plekke koken en bakken. Hadden we daarvoor een keukentje gehuurd voor vijfhonderd euro. Telefoontje van meneer. Hij was ziek geworden. Wist hij de dag daarvoor ook al, maar toen had hij geen puf om te bellen of zo.
Fijn, leuk, driekwart van het eten niet aanwezig. Snel terug naar de stand om daar te improoviseren. Met ut otootje van een van de teamleden naar de zieke man om de ingredienten van pannenkoeken te halen. Dan zouden we naast de Iraanse en Afghaanse hapjes en broodjes maar snel pannenkoeken bakken. Dure pannenkoeken, dat wel met zo'n enorme keuken. Maar goed, al met al voor 35 euro verkocht aan hapjes. Jammer dat de tafel precies naast het grote podium stond. Lekker praten met mensen dus. En niemand durfde met die grote boxen over te steken. De pannenkoekactie was dus een goede zet, want ineens kwam er een stroom, vooral jonge, mensen onze kant op.
Wijkfeest. Deel zijn van het geheel. Een keer per jaar. Maar in de rest van het jaar zijn we ook in die wijk. Ook als het net even minder gaat. We kijken terug op een leuk feest. Kijk en geniet mee hieronder met een filmpje van het feest. En kijk maar of je bekenden ziet. Af en toe worden wij of andere mensen van de Villa gespot tijdens het eten. En de muziek op het podium speelde zich echt af op vijf meter naast onze stand!
En daarna moest ik snel naar het wijkcentrum om daar een deel van de hapjes te halen die een van de wijkbewoners had gemaakt. Tenminste... dat hadden we afgesproken. Hij zou het ter plekke koken en bakken. Hadden we daarvoor een keukentje gehuurd voor vijfhonderd euro. Telefoontje van meneer. Hij was ziek geworden. Wist hij de dag daarvoor ook al, maar toen had hij geen puf om te bellen of zo.
Fijn, leuk, driekwart van het eten niet aanwezig. Snel terug naar de stand om daar te improoviseren. Met ut otootje van een van de teamleden naar de zieke man om de ingredienten van pannenkoeken te halen. Dan zouden we naast de Iraanse en Afghaanse hapjes en broodjes maar snel pannenkoeken bakken. Dure pannenkoeken, dat wel met zo'n enorme keuken. Maar goed, al met al voor 35 euro verkocht aan hapjes. Jammer dat de tafel precies naast het grote podium stond. Lekker praten met mensen dus. En niemand durfde met die grote boxen over te steken. De pannenkoekactie was dus een goede zet, want ineens kwam er een stroom, vooral jonge, mensen onze kant op.
Wijkfeest. Deel zijn van het geheel. Een keer per jaar. Maar in de rest van het jaar zijn we ook in die wijk. Ook als het net even minder gaat. We kijken terug op een leuk feest. Kijk en geniet mee hieronder met een filmpje van het feest. En kijk maar of je bekenden ziet. Af en toe worden wij of andere mensen van de Villa gespot tijdens het eten. En de muziek op het podium speelde zich echt af op vijf meter naast onze stand!
zaterdag 26 juni 2010
Wijkfeest
Vandaag zijn we in de ban van een jaarlijks terugkerend feestmoment. Om 10.00 uur vanochtend begint het ontbijt op de speeltuin in de wijk waar alle wijkbewoners voor uitgenodigd zijn.
Wij laten daar ook ons gezicht zien en zullen ons lichaam laten versterken door wat de speeltuin heeft ingekocht.
De rest van de dag deel ik lekkere hapjes uit die leden van de Landen Kookgroep heeft gemaakt.
Het wordt weer een gezellige dag met veel gesprekjes, veel lol en ongetwijfeld ontmoeten van veel wijkbewoners, waarvan Villa Klarendal een steeds belangrijker onderdeel van uitmaakt.
Wij laten daar ook ons gezicht zien en zullen ons lichaam laten versterken door wat de speeltuin heeft ingekocht.
De rest van de dag deel ik lekkere hapjes uit die leden van de Landen Kookgroep heeft gemaakt.
Het wordt weer een gezellige dag met veel gesprekjes, veel lol en ongetwijfeld ontmoeten van veel wijkbewoners, waarvan Villa Klarendal een steeds belangrijker onderdeel van uitmaakt.
dinsdag 15 juni 2010
Column Friesch Dagblad 20: Wonen met andere culturen is soms lastig
Ik ga op Wilders stemmen’’, zei ze met een twinkeling in de ogen, ,,die zegt tenminste waar het op staat’’. Een uitspraak van een van onze vaste bezoekers tijdens een gesprekje voorafgaand aan de verkiezingen van 9 juni. Wij waren sprakeloos. Een Surinaamse met een dergelijke uitspraak. Of ze dan wel de gevolgen besefte. Voor haar geen probleem, ze was in Nederland geboren (in het Nederlands Koninkrijk begreep ik later, want ze is van voor 1974 en daarmee geboren in Nederlands-Suriname). Nog wat vragen en antwoorden later staakten we onze pogingen. Ze was er al van overtuigd. Ze zou haar proteststem uitbrengen op de man met het gebleekte haar.
Verbaasd
Voordat ik in deze wijk woonde, zou ik me daarover hebben verbaasd. Elk weldenkend mens, laat staan iemand die zich laat voorstaan op het christelijk geloof, kan toch niet op iemand stemmen met dergelijke radicale uitgangspunten? Sinds ik in onze wijk woon, begrijp ik steeds meer hoe mensen tot zo’n keuze komen.
Op de grachtengordel kom je geen Turkse of Marokkaanse mensen tegen bij wie je culturele verschillen aan den lijve ervaart. Hier wel. Spelen onze, toen nog kleine, kinderen met een stel Turkse meisjes. Het gaat heel leuk en gezellig. Na verloop van tijd komen ze huilend thuis. Ze waren uitgejouwd en gepest. Waarom? Omdat twee andere Turkse kinderen erbij kwamen, gezellig met de anderen Turks begonnen te praten en in het Turks onze kinderen gezellig wegwerkten. Wat doe je dan? Spreken met de ouders. Helaas, nul op het rekest: ach, dat is toch maar kinderspel. Maak je niet zo druk, er is niets aan de hand. Einde verhaal.
Een andere keer is mijn zoon met zijn vrienden aan het voetballen op straat. Komt een (Turks-Nederlandse) buurjongen aangereden met een glimmende auto waarvan afstraalt dat ’ie wel heel duur is. De buurjongen parkeert de bak illegaal op de stoep, stapt uit, loopt op mijn zoon af (terwijl er drie andere Turks-Nederlandse jongeren meespelen) en zegt hem vooral geen bal op zijn auto te schieten, omdat hij anders wel weet wie hij moet aanpakken (en ik zeg het nu in nette bewoordingen).
Mijn zoon, niet op zijn mondje gevallen, zegt hem dat hij geen recht heeft zo te spreken, omdat hijzelf verkeerd geparkeerd staat. Dat valt in het verkeerde Turks-Nederlandse keelgat. De buurjongen zet een sprint in tegen mijn zoon, die hij wel heel erg brutaal vindt. Gelukkig is onze achterpoort open, waar onze zoon in kan vluchten. Nog geen halve minuut later staat de buurjongen aan onze voordeur. Waar die brutale vlegel van onze zoon wel niet is. Dat hij hem niet op zo’n toon mag aanspreken. Wij hebben het verhaal al gehoord van onze zoon. En we vertellen hem dat het wel heel erg lastig is dat iemand die illegaal parkeert, op die manier iemand anders aanspreekt.
Nu richt de woede van de buurjongen zich tot ons. Hij zal ons wel even. Mijn vrouw, met karateachtergrond, niet voor een kleintje vervaard loopt op hem toe met een ‘kom maar op’. Bijna komt het tot een handgemeen, als de vader van de buurjongen tussenbeiden komt en onverstaanbaar (want Turks) de jongen zegt vooral niet te gaan slaan. Wij hebben ineens geen ruzie meer met een persoon, maar met een hele familie. Gelukkig kan het worden gesust. Later horen we uit andere Turkse monden dat dit een ‘rare Turkse familie’ is. Maar wel vreemd dat niemand tussenbeiden komt en ons maar laat begaan.
Nuchter
Twee kleine gebeurtenissen waardoor ik een nuchterder kijk heb gekregen op mijn houding jegens medelanders. Het is soms lastig. Ik kan meevoelen met mijn Nederlandse wijkbewoners. Maar wil niet worden meegesleept met de anti-buitenlanders-sentimenten. Laat niemand zeggen dat wonen met andere culturen makkelijk is. Maar de weg van de minste weerstand is volgens mij niet de juiste weg. Dan zou ook ik uitkomen bij die man met het gebleekte haar.
Verbaasd
Voordat ik in deze wijk woonde, zou ik me daarover hebben verbaasd. Elk weldenkend mens, laat staan iemand die zich laat voorstaan op het christelijk geloof, kan toch niet op iemand stemmen met dergelijke radicale uitgangspunten? Sinds ik in onze wijk woon, begrijp ik steeds meer hoe mensen tot zo’n keuze komen.
Op de grachtengordel kom je geen Turkse of Marokkaanse mensen tegen bij wie je culturele verschillen aan den lijve ervaart. Hier wel. Spelen onze, toen nog kleine, kinderen met een stel Turkse meisjes. Het gaat heel leuk en gezellig. Na verloop van tijd komen ze huilend thuis. Ze waren uitgejouwd en gepest. Waarom? Omdat twee andere Turkse kinderen erbij kwamen, gezellig met de anderen Turks begonnen te praten en in het Turks onze kinderen gezellig wegwerkten. Wat doe je dan? Spreken met de ouders. Helaas, nul op het rekest: ach, dat is toch maar kinderspel. Maak je niet zo druk, er is niets aan de hand. Einde verhaal.
Een andere keer is mijn zoon met zijn vrienden aan het voetballen op straat. Komt een (Turks-Nederlandse) buurjongen aangereden met een glimmende auto waarvan afstraalt dat ’ie wel heel duur is. De buurjongen parkeert de bak illegaal op de stoep, stapt uit, loopt op mijn zoon af (terwijl er drie andere Turks-Nederlandse jongeren meespelen) en zegt hem vooral geen bal op zijn auto te schieten, omdat hij anders wel weet wie hij moet aanpakken (en ik zeg het nu in nette bewoordingen).
Mijn zoon, niet op zijn mondje gevallen, zegt hem dat hij geen recht heeft zo te spreken, omdat hijzelf verkeerd geparkeerd staat. Dat valt in het verkeerde Turks-Nederlandse keelgat. De buurjongen zet een sprint in tegen mijn zoon, die hij wel heel erg brutaal vindt. Gelukkig is onze achterpoort open, waar onze zoon in kan vluchten. Nog geen halve minuut later staat de buurjongen aan onze voordeur. Waar die brutale vlegel van onze zoon wel niet is. Dat hij hem niet op zo’n toon mag aanspreken. Wij hebben het verhaal al gehoord van onze zoon. En we vertellen hem dat het wel heel erg lastig is dat iemand die illegaal parkeert, op die manier iemand anders aanspreekt.
Nu richt de woede van de buurjongen zich tot ons. Hij zal ons wel even. Mijn vrouw, met karateachtergrond, niet voor een kleintje vervaard loopt op hem toe met een ‘kom maar op’. Bijna komt het tot een handgemeen, als de vader van de buurjongen tussenbeiden komt en onverstaanbaar (want Turks) de jongen zegt vooral niet te gaan slaan. Wij hebben ineens geen ruzie meer met een persoon, maar met een hele familie. Gelukkig kan het worden gesust. Later horen we uit andere Turkse monden dat dit een ‘rare Turkse familie’ is. Maar wel vreemd dat niemand tussenbeiden komt en ons maar laat begaan.
Nuchter
Twee kleine gebeurtenissen waardoor ik een nuchterder kijk heb gekregen op mijn houding jegens medelanders. Het is soms lastig. Ik kan meevoelen met mijn Nederlandse wijkbewoners. Maar wil niet worden meegesleept met de anti-buitenlanders-sentimenten. Laat niemand zeggen dat wonen met andere culturen makkelijk is. Maar de weg van de minste weerstand is volgens mij niet de juiste weg. Dan zou ook ik uitkomen bij die man met het gebleekte haar.
maandag 24 mei 2010
Opwekking
Ik zit in de tuin en luister naar de laatste geluiden uit Biddinghuizen. Niet vanwege die mooie grote speeltuin, maar vanwege een groot christelijk evenement dat jaarlijks wordt georganiseerd. Veertig jaar lang bestaat nu de Opwekkingsconferentie die tijdens de pinksterdagen wordt gehouden. Als we de getallen mogen geloven, is de benaming van de conferentie sprekend en zichtbaar. Tienduizenden kampeerders en even zoveel dagbezoekers. Wat een geweldig verhaal aan de wereld van deze tijd.
Ik kijk en luister er altijd met een dubbel gevoel naar. Opwekking. Een religieuze opleving van geestelijke vernieuwing binnen de kerk (Wikipedia). Ik kijk en luister naar de geluiden en beelden van de conferentie. En weet niet zeker of dit nu opwekking is. Is dit nu de lang verwachte verandering van onze samenleving? Christelijke kampeerders die samen komen, samen voor een lang weekend de hemel op aarde beleven. Met de bijgeleverde snacktentjes, vooraf gemaakte maaltijden dan wel zelf gekookte campingmaaltijden.
Na zoveel dagen gaan ze met zijn allen weer op weg naar huis, veroorzaken een tijdelijke file. En komen thuis... En dan? Wat is het effect van de samen gezongen liederen, de toespraken in de zovele tenten voor de even zovele leeftijden, de aanbidding en het gezamenlijke gebed? Wat zal ons land ervan merken behalve die tijdelijke files en de mooie beelden en geluiden op radio en tv? Waar begint opwekking? Ver weg of dichtbij?
Ik heb het altijd als een uitdaging gezien om de te beleven geneugten van zo'n conferentie naar mijn eigen omgeving toe te halen. Opwekking niet op de camping met z'n allen, maar tijdens het dagelijkse gangetje naar de supermarkt. Gezongen liederen niet alleen in de tenten met christenen samen, maar op de straten dichtbij huis of in onze tuin.
"Ben je ook op Opwekking geweest" wordt zo "heb je ook opwekking beleefd". Een opwekking die niet merkbaar is in de omgeving van alledag is geen opwekking. Dat is een geestelijk sfeertje van samen gezellig bij elkaar zijn. Dat gevoel kan ook beleefd worden bij een popconcert van allemaal fans die samen de geliefde liederen uitzingen. Of tijdens een jolig, vrolijk feestje thuis of in het café, als we samen die mooie liedjes zingen.
Ik verlang ook naar die opwekking waarin het feest wordt in alle huizen. Mensen letterlijk dansend de straat op gaan. Waarin het onrecht in onze samenleving, in mijn wijk daadwerkelijk buigt voor Jezus. Wanneer het volk weer massaal gaat bidden. Wanneer gebeurt dat? Niet als christenen samen komen om eenmaal per jaar massaal te zingen. Maar als christenen letterlijk uitleven wat ze in het Woord hebben gelezen. Het loflied moet overal klinken. Niet in die mooie gebouwen of die prachtige conferenties. In de stegen en krotten van ons land (ook al worden die krotten steeds mooier). Temidden van alle pijn en moeite zitten christenen niet meer voor hun luxueuze tv-toestellen van de laatste mode, in hun auto's van het mooiste merk of lopen christenen niet meer in merkkleding van honderden euro's. Maar zijn solidair met de mensen om hen heen en laten zien dat Jezus' leven uitleven anders is.
Als wij met onze krakkemikkige stemmen even niet meer zo melodieus de liederen zingen. Er geen band van heb ik jou daar ons begeleid. Maar de waarheid uitgezongen wordt uit het hart. De meest mooie vorm van aanbidding die God wil zien: het loflied diep uit het hart. Ontdaan van alle mooiheid. Maar wel in oprechtheid uitgesproken, uitgezongen of uitgeschreeuwd. Zal het onrecht wijken als wij in onze geestelijke ghetto's blijven hangen? Als wij alleen voor korte acties even de straat opgaan, glossy folders uitdelen (die even snel weer op de grond terecht komen) en zo instant onze boodschap over de schutting gooien?
Die opwekking begint bij onszelf. De opwekking van Jezus die huilde bij het zien van de stad. Die innerlijk bewogen was over de mensen die zonder herder zijn. Proeven mensen onze liefde? Ervaren mensen onze bewogenheid? Of is een conferentie alleen bedoeld om ons een hart onder de riem te steken, zodat we de rest van het jaar er weer tegen te kunnen om te laten zien hoe goed wij als christenen zijn en hoe slecht onze medemens is? Om hen weer even goed te laten weten hoezeer wij in de waarheid en zij in de leugen leven?
God, geef ons een opwekking die verder gaat dan een weekendje kamperen!!! Die ons laat zien hoezeer wijzelf kampeerders zijn op weg naar een ander land. Die zoveel mogelijk andere kampeerders die lijken te zijn vastgeroest op hun camping weer mee op weg kunnen nemen.
Ik kijk en luister er altijd met een dubbel gevoel naar. Opwekking. Een religieuze opleving van geestelijke vernieuwing binnen de kerk (Wikipedia). Ik kijk en luister naar de geluiden en beelden van de conferentie. En weet niet zeker of dit nu opwekking is. Is dit nu de lang verwachte verandering van onze samenleving? Christelijke kampeerders die samen komen, samen voor een lang weekend de hemel op aarde beleven. Met de bijgeleverde snacktentjes, vooraf gemaakte maaltijden dan wel zelf gekookte campingmaaltijden.
Na zoveel dagen gaan ze met zijn allen weer op weg naar huis, veroorzaken een tijdelijke file. En komen thuis... En dan? Wat is het effect van de samen gezongen liederen, de toespraken in de zovele tenten voor de even zovele leeftijden, de aanbidding en het gezamenlijke gebed? Wat zal ons land ervan merken behalve die tijdelijke files en de mooie beelden en geluiden op radio en tv? Waar begint opwekking? Ver weg of dichtbij?
Ik heb het altijd als een uitdaging gezien om de te beleven geneugten van zo'n conferentie naar mijn eigen omgeving toe te halen. Opwekking niet op de camping met z'n allen, maar tijdens het dagelijkse gangetje naar de supermarkt. Gezongen liederen niet alleen in de tenten met christenen samen, maar op de straten dichtbij huis of in onze tuin.
"Ben je ook op Opwekking geweest" wordt zo "heb je ook opwekking beleefd". Een opwekking die niet merkbaar is in de omgeving van alledag is geen opwekking. Dat is een geestelijk sfeertje van samen gezellig bij elkaar zijn. Dat gevoel kan ook beleefd worden bij een popconcert van allemaal fans die samen de geliefde liederen uitzingen. Of tijdens een jolig, vrolijk feestje thuis of in het café, als we samen die mooie liedjes zingen.
Ik verlang ook naar die opwekking waarin het feest wordt in alle huizen. Mensen letterlijk dansend de straat op gaan. Waarin het onrecht in onze samenleving, in mijn wijk daadwerkelijk buigt voor Jezus. Wanneer het volk weer massaal gaat bidden. Wanneer gebeurt dat? Niet als christenen samen komen om eenmaal per jaar massaal te zingen. Maar als christenen letterlijk uitleven wat ze in het Woord hebben gelezen. Het loflied moet overal klinken. Niet in die mooie gebouwen of die prachtige conferenties. In de stegen en krotten van ons land (ook al worden die krotten steeds mooier). Temidden van alle pijn en moeite zitten christenen niet meer voor hun luxueuze tv-toestellen van de laatste mode, in hun auto's van het mooiste merk of lopen christenen niet meer in merkkleding van honderden euro's. Maar zijn solidair met de mensen om hen heen en laten zien dat Jezus' leven uitleven anders is.
Als wij met onze krakkemikkige stemmen even niet meer zo melodieus de liederen zingen. Er geen band van heb ik jou daar ons begeleid. Maar de waarheid uitgezongen wordt uit het hart. De meest mooie vorm van aanbidding die God wil zien: het loflied diep uit het hart. Ontdaan van alle mooiheid. Maar wel in oprechtheid uitgesproken, uitgezongen of uitgeschreeuwd. Zal het onrecht wijken als wij in onze geestelijke ghetto's blijven hangen? Als wij alleen voor korte acties even de straat opgaan, glossy folders uitdelen (die even snel weer op de grond terecht komen) en zo instant onze boodschap over de schutting gooien?
Die opwekking begint bij onszelf. De opwekking van Jezus die huilde bij het zien van de stad. Die innerlijk bewogen was over de mensen die zonder herder zijn. Proeven mensen onze liefde? Ervaren mensen onze bewogenheid? Of is een conferentie alleen bedoeld om ons een hart onder de riem te steken, zodat we de rest van het jaar er weer tegen te kunnen om te laten zien hoe goed wij als christenen zijn en hoe slecht onze medemens is? Om hen weer even goed te laten weten hoezeer wij in de waarheid en zij in de leugen leven?
God, geef ons een opwekking die verder gaat dan een weekendje kamperen!!! Die ons laat zien hoezeer wijzelf kampeerders zijn op weg naar een ander land. Die zoveel mogelijk andere kampeerders die lijken te zijn vastgeroest op hun camping weer mee op weg kunnen nemen.
Waarom ik het ND (niet) lees
Een tijd geleden werd ik gebeld. Ik had mij nog niet opgegeven bij de site waar je tegenwoordig kunt melden dat je niet wilt worden gestoord door callcenters. Of ik een abonnement wilde hebben op het Nederlands Dagblad. Met allerlei adverterende praat erbij. Ik dacht even na. En ik meldde er nu even geen behoefte aan te hebben.
Veel christenen zullen daarbij vraagtekens hebben. Nieuws is namelijk altijd gekleurd. Daarom is het goed om nieuws te interpreteren vanuit een (orthodox-)christelijke levensbeschouwing.
Ik heb jaren zo gedacht. Was dus lid van allerlei christelijke bladen om mij te scherpen in het nieuws van alledag. EO's Visie in het wirwar van de omroepwereld en om een goede tegenhanger te hebben die goed zicht gaf op wat er in de media gebeurde. het blad van de Belgische CPC om na te denken over tal van vragen die op psychologisch terrein spelen. Denkwijzer van de ChristenUnie om politiek geslepen te worden in een goede richting. En zo las ik nog wel meer nieuws om bij te blijven en vooral het christelijk denken in mij te blijven aansporen.
Voor het ND heb ik mij toen niet als abonnee opgegeven. Ik heb namelijk een denkverandering meegemaakt. Als christen is het belangrijk mij op de hoogte te stellen van wat er in de wereld gebeurt. Te weten en te begrijpen hoe anderen denken. Als ik dat probeer te lezen in een christelijk blad, krijg ik geen objectieve informatie, maar krijg ik door de bril en traditie van de schrijver gekleurd nieuws waardoor mijn denken wordt beïnvloed.
Het kan zijn dat ik ben opgeschoven van jonge christen die het belangrijk vond om zijn denken aan de bijbel te toetsen naar een volwassen christen die daar al mee vertrouwd is en nu in staat is zelf de artikelen die hij leest te scherpen aan dat denken. In ieder geval geniet ik nu van doorwrochte artikelen in seculiere kranten en bladen als de Volkskrant, Elsevier, HP/De Tijd, De Groene Amsterdammer en Vrij Nederland die mij een inzicht verschaffen in de heersende cultuur. Al lezend denk ik hoe ik dat als christen moet interpreteren en hoe de reactie als christen moet zijn.
Lees ik dan helemaal geen christelijke lectuur meer? Jazeker, maar met een andere bril dan vroeger. Nu lees ik het met dezelfde reden als andere tijdschriften. Ik wil de trends zien en doorgronden, zodat ik mensen beter kan begrijpen. Alle bladen die we lezen spreken over een cultuur waarvan uit het is geschreven. Er wordt wel gesproken over 'objectieve journalistiek', maar in de praktijk is die er niet. Iedereen, ook de journalist heeft een denkwereld waarin hij leeft en waar hij zijn artikelen op baseert.
Het is dan ook leuk om vergelijkingen te trekken. Tien tot vijftien jaar geleden was de niet-christelijke pers (en een deel van de pers die dat wel beweerde te zijn) zeer cynisch over dat wat christelijk in ons land was. Zeker over dat wat de evangelische en orthodoxe richtingen betrof. Daardoor trokken die richtingen zich terug in eigen zuilen met eigen kranten, tijdschriften en omroepen. Inmiddels lees ik dat de kranten veel milder zijn over wat er in christelijk Nederland gebeurt. Tegelijkertijd merk ik dat in christelijke kringen nog steeds de angst voor het cynisme van het verleden heerst. Waardoor de maatschappij om ons heen nog steeds met argusogen wordt bekeken. De veranderingen bij de EO van de afgelopen jaren is daarom niet in goede aarde gevallen bij een deel van de achterban van deze omroep. Omdat de achterban niet is meegegroeid met de positieve veranderingen in onze samenleving.
Mijn vrouw werd laatst gebeld door een callcenter (ze was de website vergeten in te vullen). Of we een proefabonnement op het ND wilden. Het leek me een goed moment om me weer eens op de hoogte te stellen van de nieuwsfeiten binnen de kring waar deze krant zich van bedient. Dus zal ik vanaf maandag mij weer op de hoogte stellen van de nieuwsfeiten door de bril van orthodox-christelijk Nederland. Om mij daarnaast als vanouds op zaterdag te laten bijschaven door die grote van oorsprong katholiek-christelijke krant met een grote V.
Veel christenen zullen daarbij vraagtekens hebben. Nieuws is namelijk altijd gekleurd. Daarom is het goed om nieuws te interpreteren vanuit een (orthodox-)christelijke levensbeschouwing.
Ik heb jaren zo gedacht. Was dus lid van allerlei christelijke bladen om mij te scherpen in het nieuws van alledag. EO's Visie in het wirwar van de omroepwereld en om een goede tegenhanger te hebben die goed zicht gaf op wat er in de media gebeurde. het blad van de Belgische CPC om na te denken over tal van vragen die op psychologisch terrein spelen. Denkwijzer van de ChristenUnie om politiek geslepen te worden in een goede richting. En zo las ik nog wel meer nieuws om bij te blijven en vooral het christelijk denken in mij te blijven aansporen.
Voor het ND heb ik mij toen niet als abonnee opgegeven. Ik heb namelijk een denkverandering meegemaakt. Als christen is het belangrijk mij op de hoogte te stellen van wat er in de wereld gebeurt. Te weten en te begrijpen hoe anderen denken. Als ik dat probeer te lezen in een christelijk blad, krijg ik geen objectieve informatie, maar krijg ik door de bril en traditie van de schrijver gekleurd nieuws waardoor mijn denken wordt beïnvloed.
Het kan zijn dat ik ben opgeschoven van jonge christen die het belangrijk vond om zijn denken aan de bijbel te toetsen naar een volwassen christen die daar al mee vertrouwd is en nu in staat is zelf de artikelen die hij leest te scherpen aan dat denken. In ieder geval geniet ik nu van doorwrochte artikelen in seculiere kranten en bladen als de Volkskrant, Elsevier, HP/De Tijd, De Groene Amsterdammer en Vrij Nederland die mij een inzicht verschaffen in de heersende cultuur. Al lezend denk ik hoe ik dat als christen moet interpreteren en hoe de reactie als christen moet zijn.
Lees ik dan helemaal geen christelijke lectuur meer? Jazeker, maar met een andere bril dan vroeger. Nu lees ik het met dezelfde reden als andere tijdschriften. Ik wil de trends zien en doorgronden, zodat ik mensen beter kan begrijpen. Alle bladen die we lezen spreken over een cultuur waarvan uit het is geschreven. Er wordt wel gesproken over 'objectieve journalistiek', maar in de praktijk is die er niet. Iedereen, ook de journalist heeft een denkwereld waarin hij leeft en waar hij zijn artikelen op baseert.
Het is dan ook leuk om vergelijkingen te trekken. Tien tot vijftien jaar geleden was de niet-christelijke pers (en een deel van de pers die dat wel beweerde te zijn) zeer cynisch over dat wat christelijk in ons land was. Zeker over dat wat de evangelische en orthodoxe richtingen betrof. Daardoor trokken die richtingen zich terug in eigen zuilen met eigen kranten, tijdschriften en omroepen. Inmiddels lees ik dat de kranten veel milder zijn over wat er in christelijk Nederland gebeurt. Tegelijkertijd merk ik dat in christelijke kringen nog steeds de angst voor het cynisme van het verleden heerst. Waardoor de maatschappij om ons heen nog steeds met argusogen wordt bekeken. De veranderingen bij de EO van de afgelopen jaren is daarom niet in goede aarde gevallen bij een deel van de achterban van deze omroep. Omdat de achterban niet is meegegroeid met de positieve veranderingen in onze samenleving.
Mijn vrouw werd laatst gebeld door een callcenter (ze was de website vergeten in te vullen). Of we een proefabonnement op het ND wilden. Het leek me een goed moment om me weer eens op de hoogte te stellen van de nieuwsfeiten binnen de kring waar deze krant zich van bedient. Dus zal ik vanaf maandag mij weer op de hoogte stellen van de nieuwsfeiten door de bril van orthodox-christelijk Nederland. Om mij daarnaast als vanouds op zaterdag te laten bijschaven door die grote van oorsprong katholiek-christelijke krant met een grote V.
zondag 23 mei 2010
Pinksteren in Klarendal
Vanochtend vierden we feest. Het Pinksterfeest. Het meest vreemde feest uit de christelijke jaar. Zeker het minst bekende feest dat als nationale feestdag is aangemerkt.
Pinksteren, het feest waarin de krachtelozen kracht kregen. Het moment waarop verbaasd werd uitgeroepen hoe het toch mogelijk was dat ongeletterden ineens andere talen begonnen te spreken. Het feest waarin God het meest dichtbij ons is gekomen.
Vanochtend heb ik gesproken over de krachteloze mensen die uit zichzelf wegliepen voor de moeilijkheden. Maar die bekrachtigd door de Geest tot veel in staat waren. De moedeloze vrienden van Jezus stonden op en begonnen het goede nieuws in vele talen uit te spreken.
Daar bleef het niet bij. Dezelfde dag werden nog eens drieduizend anderen met diezelfde Geest bekrachtigd!
En zelfs daar blijft het niet bij. Ook wij omstanders horen de toespraak van Petrus en ook van ons wordt gevraagd ons om te keren en de Geest te ontvangen. Mijn gebed was en is dat mijn toehoorders met diezelfde Geest bekrachtigd worden. Dat heb ik ook uitgesproken. Nee, nu geen getallen erbij. Ik heb ze niet gehoord of gezien. Maar God doet zijn werk onherroepelijk in mensen. En zal ook deze vraag niet onbeantwoord laten.
De krachteloze mensen om ons heen worden opgeroepen hun krachteloze leven achter zich te laten en veranderd door de Geest krachtige mensen te worden. Opvoeding, gezin, wijk of stad doen daar niet aan toe of af. God ziet het hart aan. Groot nieuws voor die zwakkeren. God bouwt zijn gemeente. Door onze zwakheid heen.
Pinksteren, het feest waarin de krachtelozen kracht kregen. Het moment waarop verbaasd werd uitgeroepen hoe het toch mogelijk was dat ongeletterden ineens andere talen begonnen te spreken. Het feest waarin God het meest dichtbij ons is gekomen.
Vanochtend heb ik gesproken over de krachteloze mensen die uit zichzelf wegliepen voor de moeilijkheden. Maar die bekrachtigd door de Geest tot veel in staat waren. De moedeloze vrienden van Jezus stonden op en begonnen het goede nieuws in vele talen uit te spreken.
Daar bleef het niet bij. Dezelfde dag werden nog eens drieduizend anderen met diezelfde Geest bekrachtigd!
En zelfs daar blijft het niet bij. Ook wij omstanders horen de toespraak van Petrus en ook van ons wordt gevraagd ons om te keren en de Geest te ontvangen. Mijn gebed was en is dat mijn toehoorders met diezelfde Geest bekrachtigd worden. Dat heb ik ook uitgesproken. Nee, nu geen getallen erbij. Ik heb ze niet gehoord of gezien. Maar God doet zijn werk onherroepelijk in mensen. En zal ook deze vraag niet onbeantwoord laten.
De krachteloze mensen om ons heen worden opgeroepen hun krachteloze leven achter zich te laten en veranderd door de Geest krachtige mensen te worden. Opvoeding, gezin, wijk of stad doen daar niet aan toe of af. God ziet het hart aan. Groot nieuws voor die zwakkeren. God bouwt zijn gemeente. Door onze zwakheid heen.
dinsdag 4 mei 2010
Gedachten bij en na het afscheid
Daar stonden we dan rondom de kist. Even daarvoor hadden de kleindochters opa van zijn bed overgeplaatst naar de kist. De kleinzoons en achterkleinzoon hadden het deksel van de kist dichtgeschroefd. Zes mensen (een zoon, vier kleinzoons en een achterkleinzoon) hadden de kist gedragen van het verzorgingshuis naar de auto. Vanuit de auto naar de kerk en terug. Vanuit de auto naar de aula waar we nu zaten. Onder het meest favoriete lied van mijn schoonvader werd de kist naar binnengebracht en hield bijna niemand het droog. Vrijwel iedereen werd door een ander ondersteund bij een opwelling van intens verdriet.
Door allerlei omstandigheden die zo pijnlijk zijn dat ze niet aan een blog kunnen worden toevertrouwd was de diepste wens te worden begraven ingewisseld voor het moeilijke alternatief om hem te cremeren en de as op een andere manier te begraven. Vragen alom over hoe dat moet. Moeilijke familiebeslissingen op een pijnlijk en emotioneel moment.
Daar stonden we dan. Gearmd, omarmd, ondersteund. We moesten afscheid nemen. Het laatste afscheid was er een van kou en warmte tegelijkertijd. De warmte van de oven waar de kist in werd geschoven in een verder koud en kil gebouw. De geur van verbrande lijken bracht ons even terug naar de tijd die we dezer dagen herinneren. Dit keer was het gewild en min of meer weloverwogen. De koffie, thee, broodjes en snacks achteraf waren samen met de condoleances verwarmend.
Het meest verwarmend voor ons bleef de herdenkingsdienst. De dominee die op ons verzoek refereerde aan de hoop die een gelovig christen kan putten uit de weet dat Christus de opgestane is. Dat wij hem zullen volgen. Lees het zelf maar in 1 Corinthiers 15. Wijzelf mochten het Opwekkingslied "Ooit komt er een dag" zingen die diezelfde hoop uitspreekt.
Het overkomt ons allemaal een keer. Dat we een geliefde moeten wegdragen uit dit leven. Dat we pijn, verdriet, rouw en misschien zelfs schuldgevoelens hebben. Dan zijn de geliefden om ons heen de sterke kracht die ons door het lijden heen dragen. Broers, zussen, de overgebleven ouder, andere familieleden en hele goede vrienden. Ook de leden van de kerkelijke gemeenschap. Wij werden verrast door de komst van vier leden van onze Villa-gemeenschap bij wijze van condoleance. De reden van hun komst: om onszelf een hart onder de riem te steken! Bij de herdenkingsdienst kwamen nog eens twee Villa-leden -voor ons onverwacht- langs.
Allemaal de moeite genomen om de oversteek van het Arnhemse Klarendal naar Amersfoort te nemen. Daar werden we warm van. Ze lieten zien dat ze bij ons horen. Dat ze letterlijk meeleefden in goede en slechte dagen. De christelijke gemeenschap die zonder het te hebben uitgesproken de belofte van twee mensen aan het begin van een huwelijk naar elkaar uitleeft. Hartverwarmend. Waar we al jaren aan gewerkt hebben te zien functioneren op een moment dat wijzelf 'de klos' zijn. Op initiatief van mensen die wij tot nu toe onze 'bezoekers' noemden. De bezoekers zijn nabij gekomen. Ze zijn deel gaan uitmaken van ons leven. Ongeacht of dat nu binnen of buiten de wijk plaatsvindt.
Door allerlei omstandigheden die zo pijnlijk zijn dat ze niet aan een blog kunnen worden toevertrouwd was de diepste wens te worden begraven ingewisseld voor het moeilijke alternatief om hem te cremeren en de as op een andere manier te begraven. Vragen alom over hoe dat moet. Moeilijke familiebeslissingen op een pijnlijk en emotioneel moment.
Daar stonden we dan. Gearmd, omarmd, ondersteund. We moesten afscheid nemen. Het laatste afscheid was er een van kou en warmte tegelijkertijd. De warmte van de oven waar de kist in werd geschoven in een verder koud en kil gebouw. De geur van verbrande lijken bracht ons even terug naar de tijd die we dezer dagen herinneren. Dit keer was het gewild en min of meer weloverwogen. De koffie, thee, broodjes en snacks achteraf waren samen met de condoleances verwarmend.
Het meest verwarmend voor ons bleef de herdenkingsdienst. De dominee die op ons verzoek refereerde aan de hoop die een gelovig christen kan putten uit de weet dat Christus de opgestane is. Dat wij hem zullen volgen. Lees het zelf maar in 1 Corinthiers 15. Wijzelf mochten het Opwekkingslied "Ooit komt er een dag" zingen die diezelfde hoop uitspreekt.
Het overkomt ons allemaal een keer. Dat we een geliefde moeten wegdragen uit dit leven. Dat we pijn, verdriet, rouw en misschien zelfs schuldgevoelens hebben. Dan zijn de geliefden om ons heen de sterke kracht die ons door het lijden heen dragen. Broers, zussen, de overgebleven ouder, andere familieleden en hele goede vrienden. Ook de leden van de kerkelijke gemeenschap. Wij werden verrast door de komst van vier leden van onze Villa-gemeenschap bij wijze van condoleance. De reden van hun komst: om onszelf een hart onder de riem te steken! Bij de herdenkingsdienst kwamen nog eens twee Villa-leden -voor ons onverwacht- langs.
Allemaal de moeite genomen om de oversteek van het Arnhemse Klarendal naar Amersfoort te nemen. Daar werden we warm van. Ze lieten zien dat ze bij ons horen. Dat ze letterlijk meeleefden in goede en slechte dagen. De christelijke gemeenschap die zonder het te hebben uitgesproken de belofte van twee mensen aan het begin van een huwelijk naar elkaar uitleeft. Hartverwarmend. Waar we al jaren aan gewerkt hebben te zien functioneren op een moment dat wijzelf 'de klos' zijn. Op initiatief van mensen die wij tot nu toe onze 'bezoekers' noemden. De bezoekers zijn nabij gekomen. Ze zijn deel gaan uitmaken van ons leven. Ongeacht of dat nu binnen of buiten de wijk plaatsvindt.
woensdag 28 april 2010
Afscheid
Gisteren was ik een blog aan het typen. Toen kregen we het onvermijdelijke nieuws. We waren al twee dagen aan het waken bij mijn schoonvader die de laatste momenten van zijn leven meemaakte.
Even was er ruimte voor ontspanning bij mijn schoonzus. Prompt werden we gebeld. Mijn schoonvader is overleden. Rustig heengegaan terwijl even een paar seconden niemand om hem heen stond.
We hadden het gehoopt. De hele waakzame nacht zagen we hem lijden en snakken naar adem. Af en toe een schrapend en gorgelend geluid, alsof de adem niet meer doorkwam. Dan stonden we al snel weer aan zijn bed om te moeten constateren dat hij na enkele seconden weer rustig verder ademhaalde.
De periode rond het overlijden van zo'n dierbare is onwerkelijk. Hoe zal het zijn? Hoe zal hij heengaan? Vragen waar we geen antwoord op hadden. Vrijwel mijn hele familie had vrij gekregen om de laatste tijd met vader en opa door te maken.
Terwijl hij daar zo lag ging het leven gewoon verder. De tv verkondigde het nieuws van alledag. De kranten gaven het nieuws gewoon door. Op internet ging alles door alsof er niets aan de hand is. En dat geldt voor die miljoenen mensen op de wereld. Daar gaat het leven gewoon door. Voor ons wordt het leven even stilgezet. En voor een persoon zelfs helemaal stilgezet.
Mijn schoonvader ligt nu in zijn slaapkamer opgebaard. We moeten dingen gaan regelen rond de uitvaart en plechtigheid. Een mooie tijd. Een onwerkelijke tijd. Een treurige tijd. Een tijd van vragen zonder antwoorden. Een tijd van "hadden we maar". Een tijd van terugkijken en -denken. Voor alles is een tijd. Ook een tijd van rouwen en afscheid nemen. We nemen die tijd maar even. Met een vakantieperiode erna.
Even was er ruimte voor ontspanning bij mijn schoonzus. Prompt werden we gebeld. Mijn schoonvader is overleden. Rustig heengegaan terwijl even een paar seconden niemand om hem heen stond.
We hadden het gehoopt. De hele waakzame nacht zagen we hem lijden en snakken naar adem. Af en toe een schrapend en gorgelend geluid, alsof de adem niet meer doorkwam. Dan stonden we al snel weer aan zijn bed om te moeten constateren dat hij na enkele seconden weer rustig verder ademhaalde.
De periode rond het overlijden van zo'n dierbare is onwerkelijk. Hoe zal het zijn? Hoe zal hij heengaan? Vragen waar we geen antwoord op hadden. Vrijwel mijn hele familie had vrij gekregen om de laatste tijd met vader en opa door te maken.
Terwijl hij daar zo lag ging het leven gewoon verder. De tv verkondigde het nieuws van alledag. De kranten gaven het nieuws gewoon door. Op internet ging alles door alsof er niets aan de hand is. En dat geldt voor die miljoenen mensen op de wereld. Daar gaat het leven gewoon door. Voor ons wordt het leven even stilgezet. En voor een persoon zelfs helemaal stilgezet.
Mijn schoonvader ligt nu in zijn slaapkamer opgebaard. We moeten dingen gaan regelen rond de uitvaart en plechtigheid. Een mooie tijd. Een onwerkelijke tijd. Een treurige tijd. Een tijd van vragen zonder antwoorden. Een tijd van "hadden we maar". Een tijd van terugkijken en -denken. Voor alles is een tijd. Ook een tijd van rouwen en afscheid nemen. We nemen die tijd maar even. Met een vakantieperiode erna.
dinsdag 27 april 2010
mooie nieuwe dingen
Soms moet je woekeren met de tijd. Is de tijd zo kostbaar dat er iets aan moet geloven. Dat gold de afgelopen tijd zeker voor deze blog. Geen desinteresse of te weinig nieuws te melden. Integendeel, teveel te doen en te beleven om nog tijd te vinden om eens stil achter de computer te worden.
Een greep uit de afgelopen tijd.
Brunch en Viering
Werkelijk een stortvloed aan mensen zijn ons de afgelopen maanden toegevallen. We beginnen al bijna op een kerk te lijken, met hoogtepunten tijdens Kerst en Pasen, toen we tussen de 45 en 50 mensen mochten ontmoeten. En dat in een zaaltje voor hooguit 35 mensen. Stoelen konden niet worden aangesleept. Tussendoor zien we ook een steeds grotere aanwas van bezoekers. Meestal voor de brunch, maar ook in toenemende mate voor de viering. Mensen geven terug het geweldig te vinden, alleen... een beetje klein. Dus kijken we concreet uit naar iets nieuws waar we in ieder geval de zondagen kunnen doorbrengen.
Voorbereidingen
Veel tijd is gegaan naar bijeenkomsten binnen het "koppelteam": een voorbereidingsteam dat de vriendschap tussen Villa Klarendal en de (Vrijgemaakte) Koepelkerk voorbereidde. Toen die vriendschap eind december werd beklonken, konden aan de uitwerking beginnen. Hoe kunnen we de Villa verder vormgeven en op welke manier speelt de vriendschap daarbij een rol. Een supervisiegroep is ingesteld, die facilitair gaat zorgen voor het werk (boekhouding, PR, nieuwsbrieven) en die de werkers gaat begeleiden. Daarnaast is een leiderschapsteam ingesteld van drie mensen (twee mannen, een vrouw) die de hoofdleiding over de Villa heeft. Verder hebben we gesproken over de meer concrete, alledaagse leiding. En wat de denken van de gevolgen van het loskomen van "moeder" Youth for Christ: het zelfstandig worden van een Villa Klarendal tot de "christelijke wijkgemeenschap Villa Klarendal", die als zodanig is ingeschreven in het register van kerkgenootschappen. En het starten van een stichting met de benodigde statuten. Deze stichting Villa Klarendal zal de welzijnsactiviteiten onder haar hoede nemen. Eind maart kregen we een geboortekaartje van de geboorte van een tweeling: de wijkgemeenschap en de stichting hadden het licht gezien. 1 juli is het formele moment van overdracht, maar (kerkelijke) wijkgemeenschap en stichting staan al klaar.
Bidden in een missionaire omgeving
Een prachtig onderdeel van Villa Klarendal is het regelmatig gebed voor elkaar. Wat zijn er de laatste maanden gebeden verhoord! Verhuizingen die uit de lucht kwamen vallen. Genezingen van mensen. Oplossingen voor geuite problemen. Visa's die plotseling vrijkwamen. Betaald werk na een tijd van werkloosheid. Als we vaste bezoekers vragen wat hen zo opvalt is een van de eerste opmerkingen: onze gebeden worden er verhoord. Daar geniet ik met volle teugen van. We willen voor de 100% gehoorzaam zijn en doen wat God van ons vraagt. We laten daar veel voor schieten. We bidden dat God mensen de ogen opent. Als dan de gebedsverhoren van bezoekers worden verhoord, zien ze concreet voor hun ogen gebeuren dat God een levende God is.
Een greep uit de afgelopen tijd.
Brunch en Viering
Werkelijk een stortvloed aan mensen zijn ons de afgelopen maanden toegevallen. We beginnen al bijna op een kerk te lijken, met hoogtepunten tijdens Kerst en Pasen, toen we tussen de 45 en 50 mensen mochten ontmoeten. En dat in een zaaltje voor hooguit 35 mensen. Stoelen konden niet worden aangesleept. Tussendoor zien we ook een steeds grotere aanwas van bezoekers. Meestal voor de brunch, maar ook in toenemende mate voor de viering. Mensen geven terug het geweldig te vinden, alleen... een beetje klein. Dus kijken we concreet uit naar iets nieuws waar we in ieder geval de zondagen kunnen doorbrengen.
Voorbereidingen
Veel tijd is gegaan naar bijeenkomsten binnen het "koppelteam": een voorbereidingsteam dat de vriendschap tussen Villa Klarendal en de (Vrijgemaakte) Koepelkerk voorbereidde. Toen die vriendschap eind december werd beklonken, konden aan de uitwerking beginnen. Hoe kunnen we de Villa verder vormgeven en op welke manier speelt de vriendschap daarbij een rol. Een supervisiegroep is ingesteld, die facilitair gaat zorgen voor het werk (boekhouding, PR, nieuwsbrieven) en die de werkers gaat begeleiden. Daarnaast is een leiderschapsteam ingesteld van drie mensen (twee mannen, een vrouw) die de hoofdleiding over de Villa heeft. Verder hebben we gesproken over de meer concrete, alledaagse leiding. En wat de denken van de gevolgen van het loskomen van "moeder" Youth for Christ: het zelfstandig worden van een Villa Klarendal tot de "christelijke wijkgemeenschap Villa Klarendal", die als zodanig is ingeschreven in het register van kerkgenootschappen. En het starten van een stichting met de benodigde statuten. Deze stichting Villa Klarendal zal de welzijnsactiviteiten onder haar hoede nemen. Eind maart kregen we een geboortekaartje van de geboorte van een tweeling: de wijkgemeenschap en de stichting hadden het licht gezien. 1 juli is het formele moment van overdracht, maar (kerkelijke) wijkgemeenschap en stichting staan al klaar.
Bidden in een missionaire omgeving
Een prachtig onderdeel van Villa Klarendal is het regelmatig gebed voor elkaar. Wat zijn er de laatste maanden gebeden verhoord! Verhuizingen die uit de lucht kwamen vallen. Genezingen van mensen. Oplossingen voor geuite problemen. Visa's die plotseling vrijkwamen. Betaald werk na een tijd van werkloosheid. Als we vaste bezoekers vragen wat hen zo opvalt is een van de eerste opmerkingen: onze gebeden worden er verhoord. Daar geniet ik met volle teugen van. We willen voor de 100% gehoorzaam zijn en doen wat God van ons vraagt. We laten daar veel voor schieten. We bidden dat God mensen de ogen opent. Als dan de gebedsverhoren van bezoekers worden verhoord, zien ze concreet voor hun ogen gebeuren dat God een levende God is.
dinsdag 20 april 2010
Column Friesch Dagblad 18: de missionaire gemeente
Er lijkt een nieuw modewoord in christelijk Nederland op te duiken. Hele artikelen worden eraan besteed. Boeken erover gaan als zoete broodjes over de toonbanken van de christelijke boekwinkels. Veel kerken storten er zich met noodzakelijke commissies bovenop. De grootste protestantse kerk is anderhalf jaar bezig om het in tachtig regio’s te promoten. De missionaire kerk, de missionaire gemeente, missionair werk.
Het missionaire werk van de PKN is blijkens een persbericht bedoeld om een einde te maken aan de leegloop van kerken. ‘Met een nieuwe campagne wil de PKN op verschillende manieren nieuwe gelovigen bereiken.’ Speciaal daarvoor is een boek uitgegeven met dertig kansrijke missionaire modellen.
Ik weet niet hoe u het vergaat, maar als ik dit lees krijg ik een tweeledig gevoel. Enerzijds ben ik verheugd dat de grootste protestantse kerk, waar mijn kerkelijke wortels in te vinden zijn, zich bezint op zijn positie in deze wereld. Het is verblijdend dat er nieuw elan wordt gegeven aan het nadenken over wat de eigen gemeente in deze wereld betekent en op welke manier die gemeente voldoet aan haar kernroeping om mensen discipelen te maken. Dat er in het spoor van deze kerk gelijktijdig in andere kerken, van vrijgemaakt tot pinksterbeweging, wordt opgeroepen om het gezellige clubhuisgevoel te verlaten en zich weer bezig te houden met wat er werkelijk toe doet. Wat dat betreft alleen maar lof voor die initiatieven en een verlangen dat dit een daadwerkelijke verandering teweeg brengt.
Dat brengt me tegelijkertijd tot wat twijfels. Want dit is niet de eerste keer dat van bovenaf is geprobeerd om verandering in ons vastgeroeste kerkelijke land te brengen. Ik heb ze helaas bijna allemaal meegemaakt, de programma’s die het heil zouden brengen aan de toekomstige generatie in ons land.
- Evangelism Explosion: dat moesten we doen.
- Discipling A Whole Nation (DAWN): een missionaire strategie om het doel van wereldevangelisatie te verwezenlijken.
- Willow Creek: zorg voor laagdrempelige diensten voor ongelovigen en ze zullen komen!
- Doelgericht leven: in 40 dagen verandert de gemeente en zullen velen zich bij de gemeente aansluiten.
Werkwijzen en methodes die over ons christelijke land werden uitgestrooid en waar we allemaal in volle vaart achteraan liepen. Met in het kielzog het aanschaffen van materiaal van de basisorganisatie en de kosten voor de meestal niet zo goedkope conferenties.
Zijn er veel mensen door tot geloof gekomen? Ik weet het niet, ik ken de cijfers niet. Feit is wel dat de officiële statistieken over kerk(gemeente)bezoek over de hele christelijke marge een daling en geen stijging laten zien. De beloften van al deze programma’s zijn dus niet terug te vinden in de statistieken.
Dan is er dus iets anders aan de hand. In de praktijk bleek slechts een klein deel van de kerk of gemeente enthousiast voor die programma’s. En zelfs als de hele gemeente enthousiast meedeed, zakte het elan in, omdat het programma geen nazorg bood. De 40 dagen waren voorbij. Het waren mooie dagen geweest. We hadden veel geleerd. We gingen weer over tot de orde van de dag.
De gedachtegang achter die programma’s is nog steeds de maakbaarheid van de samenleving. Bied een programma aan dat elders succes heeft en het zal ook in jouw omgeving de gewenste resultaten opleveren.
Bij al die succesverhalen werd vooral ingezoomd op de groei van het aantal bezoekers. De vraag is of die westerse aanname gelijk is aan die van God in de Bijbel. Welk kansrijk missionair model lag ten grondslag aan het ontstaan van de eerste gemeente nadat Petrus zijn toespraak had voltooid? Stelde Jezus een commissie in om de discipelen te laten nadenken over het discipelen te maken?
Ik wens de missionaire gemeente veel heil en zegen toe. Met niet alleen maar een nieuwe stroom van boeken, conferenties en denktanken, maar met een hernieuwd zoeken naar wat God in deze tijd wil gaan doen.
Het missionaire werk van de PKN is blijkens een persbericht bedoeld om een einde te maken aan de leegloop van kerken. ‘Met een nieuwe campagne wil de PKN op verschillende manieren nieuwe gelovigen bereiken.’ Speciaal daarvoor is een boek uitgegeven met dertig kansrijke missionaire modellen.
Ik weet niet hoe u het vergaat, maar als ik dit lees krijg ik een tweeledig gevoel. Enerzijds ben ik verheugd dat de grootste protestantse kerk, waar mijn kerkelijke wortels in te vinden zijn, zich bezint op zijn positie in deze wereld. Het is verblijdend dat er nieuw elan wordt gegeven aan het nadenken over wat de eigen gemeente in deze wereld betekent en op welke manier die gemeente voldoet aan haar kernroeping om mensen discipelen te maken. Dat er in het spoor van deze kerk gelijktijdig in andere kerken, van vrijgemaakt tot pinksterbeweging, wordt opgeroepen om het gezellige clubhuisgevoel te verlaten en zich weer bezig te houden met wat er werkelijk toe doet. Wat dat betreft alleen maar lof voor die initiatieven en een verlangen dat dit een daadwerkelijke verandering teweeg brengt.
Dat brengt me tegelijkertijd tot wat twijfels. Want dit is niet de eerste keer dat van bovenaf is geprobeerd om verandering in ons vastgeroeste kerkelijke land te brengen. Ik heb ze helaas bijna allemaal meegemaakt, de programma’s die het heil zouden brengen aan de toekomstige generatie in ons land.
- Evangelism Explosion: dat moesten we doen.
- Discipling A Whole Nation (DAWN): een missionaire strategie om het doel van wereldevangelisatie te verwezenlijken.
- Willow Creek: zorg voor laagdrempelige diensten voor ongelovigen en ze zullen komen!
- Doelgericht leven: in 40 dagen verandert de gemeente en zullen velen zich bij de gemeente aansluiten.
Werkwijzen en methodes die over ons christelijke land werden uitgestrooid en waar we allemaal in volle vaart achteraan liepen. Met in het kielzog het aanschaffen van materiaal van de basisorganisatie en de kosten voor de meestal niet zo goedkope conferenties.
Zijn er veel mensen door tot geloof gekomen? Ik weet het niet, ik ken de cijfers niet. Feit is wel dat de officiële statistieken over kerk(gemeente)bezoek over de hele christelijke marge een daling en geen stijging laten zien. De beloften van al deze programma’s zijn dus niet terug te vinden in de statistieken.
Dan is er dus iets anders aan de hand. In de praktijk bleek slechts een klein deel van de kerk of gemeente enthousiast voor die programma’s. En zelfs als de hele gemeente enthousiast meedeed, zakte het elan in, omdat het programma geen nazorg bood. De 40 dagen waren voorbij. Het waren mooie dagen geweest. We hadden veel geleerd. We gingen weer over tot de orde van de dag.
De gedachtegang achter die programma’s is nog steeds de maakbaarheid van de samenleving. Bied een programma aan dat elders succes heeft en het zal ook in jouw omgeving de gewenste resultaten opleveren.
Bij al die succesverhalen werd vooral ingezoomd op de groei van het aantal bezoekers. De vraag is of die westerse aanname gelijk is aan die van God in de Bijbel. Welk kansrijk missionair model lag ten grondslag aan het ontstaan van de eerste gemeente nadat Petrus zijn toespraak had voltooid? Stelde Jezus een commissie in om de discipelen te laten nadenken over het discipelen te maken?
Ik wens de missionaire gemeente veel heil en zegen toe. Met niet alleen maar een nieuwe stroom van boeken, conferenties en denktanken, maar met een hernieuwd zoeken naar wat God in deze tijd wil gaan doen.
zaterdag 10 april 2010
"Foutje moet kunnen, baas"
Een bekende uitspraak van een programma dat onze kinderen vroeger veel keken en waar wij mee keken. Een klungelige bommenmaker liet zijn bommen meestal iets te vroeg afgaan waardoor weer een deel van de boot of de plek waar hij was in rook opging. Waarna deze uitspraak kwam.
Een paar weken geleden was ik op een conferentie van Gemeentestichting.nl onder de titel Failing Forward.
In onze samenleving is het maken van fouten heel erg mis. Gebeurt dat, dan word je direct afgeserveerd. Dat geldt helaas ook binnen kerken en christelijke kringen. Alles wat gebeurt moet direct volmaakt zijn en perfect. Als we dan een fout maken, dan is het wel heel erg mis.
De conferentie wilde gemeentestichters een hart onder de riem steken om zich vooral niet te schamen voor het maken van fouten. Als we bang zijn om fouten te maken, durven we niet meer te experimenteren. Als dat niet gebeurt, zal gemeentestichten steeds minder gebeuren.
In de week voorafgaand aan de conferentie werd ik geconfronteerd met mijn eigen falen. We hadden een interne mailwisseling binnen het hele team. Een vraag van een van de teamleden prikkelde mij en mijn vrouw. Waardoor wij niet alleen op de vraag zelf reageerden, maar ook op het gevoel dat wijzelf kregen bij die mail. We lazen dingen in de mail en maakten daarbij onze eigen conclusies. Vervolgens reageerden wij vanuit onze conclusies in een antwoordmail aan iedereen. De vrijdag voor de conferentie kwamen we daarom bijeen met de hoofdpersonen. We kwamen tot de conclusie dat vanuit het eigen gevoel en vooroordeel reageren op mails zonder het principe van hoor en wederhoor toe te passen geen goede manier van werken is. In mail zie je niet hoe de ander non-verbaal reageert. Dus maakten we afspraken om als we een gevoel of vragen zouden krijgen bij een mail, niet vanuit dat gevoel zouden mailen. In plaats daarvan is het beter die vragen of dat gevoel telefonisch of in een persoonlijk gesprek aan de ander voor te leggen.
Op de conferentiedag zelf werd ik gevraagd voor het publiek iets te vertellen over mijn ervaringen met falen. Dat kun je hier beluisteren.
Ik kon niet anders dan mijn ervaringen van de week daarvoor voor ogen te nemen. "Wat zou je anders doen" was een van de vragen. Mijn antwoord daarop was om meer te investeren in de relatie met mensen met wie we werken. Toen we begonnen, was ons doel om er voor mensen in de wijk te zijn. Om die mensen te helpen iets te gaan begrijpen van ons geloof. We waren zozeer gericht op de mensen in de wijk, dat we ons eigen team vergaten. We waren een werkteam en niet zozeer tericht op de eigen onderlinge gemeenschap. Nu we de richting van gemeenschapsvorming (gemeentestichting) op gaan, wordt dat stees belangrijker. Dus heb ik mij voorgenomen meer te gaan investeren in de mensen met wie we nauw samenwerken.
Naar elkaar toe konden we zeggen dat we pijn hebben van de fouten. Tegelijkertijd mogen we tegen elkaar zeggen "foutje moet kunnen". En we mogen weten dat ook God dat zelf tegen ons zegt. Dat is vreemd in de cultuur onder Nederlandse protestantse christenen, die sterk zonde- en schuld gericht is. Dat God ruimte geeft aan fouten en missers is een eye opener. En geeft tegelijkertijd ruimte om te mogen werken en experimenteren.
Een paar weken geleden was ik op een conferentie van Gemeentestichting.nl onder de titel Failing Forward.
In onze samenleving is het maken van fouten heel erg mis. Gebeurt dat, dan word je direct afgeserveerd. Dat geldt helaas ook binnen kerken en christelijke kringen. Alles wat gebeurt moet direct volmaakt zijn en perfect. Als we dan een fout maken, dan is het wel heel erg mis.
De conferentie wilde gemeentestichters een hart onder de riem steken om zich vooral niet te schamen voor het maken van fouten. Als we bang zijn om fouten te maken, durven we niet meer te experimenteren. Als dat niet gebeurt, zal gemeentestichten steeds minder gebeuren.
In de week voorafgaand aan de conferentie werd ik geconfronteerd met mijn eigen falen. We hadden een interne mailwisseling binnen het hele team. Een vraag van een van de teamleden prikkelde mij en mijn vrouw. Waardoor wij niet alleen op de vraag zelf reageerden, maar ook op het gevoel dat wijzelf kregen bij die mail. We lazen dingen in de mail en maakten daarbij onze eigen conclusies. Vervolgens reageerden wij vanuit onze conclusies in een antwoordmail aan iedereen. De vrijdag voor de conferentie kwamen we daarom bijeen met de hoofdpersonen. We kwamen tot de conclusie dat vanuit het eigen gevoel en vooroordeel reageren op mails zonder het principe van hoor en wederhoor toe te passen geen goede manier van werken is. In mail zie je niet hoe de ander non-verbaal reageert. Dus maakten we afspraken om als we een gevoel of vragen zouden krijgen bij een mail, niet vanuit dat gevoel zouden mailen. In plaats daarvan is het beter die vragen of dat gevoel telefonisch of in een persoonlijk gesprek aan de ander voor te leggen.
Op de conferentiedag zelf werd ik gevraagd voor het publiek iets te vertellen over mijn ervaringen met falen. Dat kun je hier beluisteren.
Ik kon niet anders dan mijn ervaringen van de week daarvoor voor ogen te nemen. "Wat zou je anders doen" was een van de vragen. Mijn antwoord daarop was om meer te investeren in de relatie met mensen met wie we werken. Toen we begonnen, was ons doel om er voor mensen in de wijk te zijn. Om die mensen te helpen iets te gaan begrijpen van ons geloof. We waren zozeer gericht op de mensen in de wijk, dat we ons eigen team vergaten. We waren een werkteam en niet zozeer tericht op de eigen onderlinge gemeenschap. Nu we de richting van gemeenschapsvorming (gemeentestichting) op gaan, wordt dat stees belangrijker. Dus heb ik mij voorgenomen meer te gaan investeren in de mensen met wie we nauw samenwerken.
Naar elkaar toe konden we zeggen dat we pijn hebben van de fouten. Tegelijkertijd mogen we tegen elkaar zeggen "foutje moet kunnen". En we mogen weten dat ook God dat zelf tegen ons zegt. Dat is vreemd in de cultuur onder Nederlandse protestantse christenen, die sterk zonde- en schuld gericht is. Dat God ruimte geeft aan fouten en missers is een eye opener. En geeft tegelijkertijd ruimte om te mogen werken en experimenteren.
vrijdag 2 april 2010
Interview met een bezoekster
Een tijd geleden hielden we een interview met een bezoekster in Villa Klarendal. Dit interview is eerder gepubliceerd in de nieuwsbrief van november/december, maar is mooi om ook hier te delen.
Hoe oud ben je, en hoe lang woon je al in Klarendal?
Ik ben 40 jaar, en ik woon nu 16 jaar op Klarendal. Sinds de geboorte van mijn dochter.
Sinds wanneer kom je bij Villa Klarendal, en naar welke activiteiten?
Ik kom sinds 2 jaar naar Villa Klarendal. Ik bezoek de brunch & viering en de koffieochtend, en ik ga sinds maart ook naar de huisgroep. Mijn oudste dochter gaat naar de meideninloop, mijn twee andere kinderen nemen deel aan de bijbelclub. Eerst op dinsdag, nu op zondagochtend.
Waarom kom je juist bij die activiteiten?
Ik vind het gezellig, en ik vind het fijn om iets van de kerk te bezoeken. Voor de kinderen vind ik het belangrijk dat ze de verhalen uit de bijbel horen. Ik vind het fijn mensen te ontmoeten, en ergens bij te horen.
Wat vind je van Villa Klarendal?
Ik vind het gezellig, en ik ga met plezier. Voor de verhalen, om me met God bezig te houden. In een andere kerk is het vaak een beetje saai, en ingewikkeld. Hier voel ik me op mijn gemak,hoef ik niet zo lang stil te zitten, en duren de preken niet zo lang.
Wat zou van jou mogen veranderen?
Meer dagjes uit, en dat er niet zoveel nieuwe mensen komen. Het is wel leuk, maar straks is er geen plek meer. Meer activiteiten voor de kinderen zou ook leuk zijn.
Wat wens je Villa Klarendal toe?
Dat het blijft bestaan. Dat het goed draait, maar dat moeten we allemaal samen doen. Dat we veel subsidie krijgen van de gemeente.
Hoe oud ben je, en hoe lang woon je al in Klarendal?
Ik ben 40 jaar, en ik woon nu 16 jaar op Klarendal. Sinds de geboorte van mijn dochter.
Sinds wanneer kom je bij Villa Klarendal, en naar welke activiteiten?
Ik kom sinds 2 jaar naar Villa Klarendal. Ik bezoek de brunch & viering en de koffieochtend, en ik ga sinds maart ook naar de huisgroep. Mijn oudste dochter gaat naar de meideninloop, mijn twee andere kinderen nemen deel aan de bijbelclub. Eerst op dinsdag, nu op zondagochtend.
Waarom kom je juist bij die activiteiten?
Ik vind het gezellig, en ik vind het fijn om iets van de kerk te bezoeken. Voor de kinderen vind ik het belangrijk dat ze de verhalen uit de bijbel horen. Ik vind het fijn mensen te ontmoeten, en ergens bij te horen.
Wat vind je van Villa Klarendal?
Ik vind het gezellig, en ik ga met plezier. Voor de verhalen, om me met God bezig te houden. In een andere kerk is het vaak een beetje saai, en ingewikkeld. Hier voel ik me op mijn gemak,hoef ik niet zo lang stil te zitten, en duren de preken niet zo lang.
Wat zou van jou mogen veranderen?
Meer dagjes uit, en dat er niet zoveel nieuwe mensen komen. Het is wel leuk, maar straks is er geen plek meer. Meer activiteiten voor de kinderen zou ook leuk zijn.
Wat wens je Villa Klarendal toe?
Dat het blijft bestaan. Dat het goed draait, maar dat moeten we allemaal samen doen. Dat we veel subsidie krijgen van de gemeente.
dinsdag 30 maart 2010
De moderne ezel
De intocht in Jeruzalem. Hoe beschrijf ik dat in de denk- en leefwereld van de mensen in Klarendal. Dat was voor afgelopen zondag mijn hersenkraker.
Al snel kwam ik terecht bij het voertuig waarop Jezus zich vervoerde. Hij zat op een ezel. Voor ons een onvoorstelbaar vervoermiddel. Voor die tijd een geweldig lastdier. Nee, tegenwoordig willen we alles luxe en mooi hebben.
Dus kwam ik op het idee om de intocht in Jeruzalem te moderniseren. "Wat vind je van deze mooie kar", vroeg ik de aanwezigen. "Nou, daar wil ik wel gebruik van maken" zei een van de bezoekers. Prachtig aanknopingspunt. Stel je voor dat iemand naar je toe komt met deze kar en je wil vervoeren naar de hoofdstad? Je vrienden mogen ook mee. Al rijdend kom je aan op een van de invalswegen van de hoofdstad. Daar staat een menigte klaar. Je doet het raampje open en je hoort van verre dat ze jouw naam roepen. Ze vinden je geweldig. Je ben hun favoriet, hun idol. De limousine gaat, om hen te sparen, voetstaps de hoofdstad binnen.
Op mijn vraag hoe ze dit zouden vinden, antwoordde de hoofdrolspeler dat hij het wel geweldig vond. Zo'n rit en zo'n ontvangst. Dan voelde je jezelf wel belangrijk. En je vrienden met jou.
Het voorbeeld als een trekker. De rest van het verhaal was traditioneel. Met de vraag aan de aanwezigen de verschillen te zoeken.
Zo proberen we met moderne voorbeelden het leven van en met Jezus dichterbij de mensen te brengen.
woensdag 24 maart 2010
Column Friesch Dagblad 17: Langzame en gestage groei
Een halfjaar geleden kochten we op de markt een avocado. Een mooie en lekkere vrucht met een joekel van een pit. Nadat we de vrucht hadden opgegeten, besloten we de pit te bewaren in water. Om eens te kijken wat er mee zou gebeuren. In vier kanten staken we er stokjes in, zodat de pit zou worden gestimuleerd om te gaan groeien. Een aantal maanden gebeurde er zichtbaar niets. Om de andere dag verversten we het water. De pit bleef dicht en vertoonde geen groei. Onze kinderen vroegen ons waarom we die pit toch water bleven geven. Er gebeurde toch niets. Dan konden we toch beter die vieze pit weggooien.
Na ongeveer drie maanden begon het wonder. Aan de kant waarin de pit onder water stond, barstte een puntje van de pit open. Enkele dagen later begon er uit die opening iets kleins te groeien. Na enkele weken bereikte dit kleine dingetje de bodem van het glas waarin we de pit onder water hadden gezet. De eerste wortel was een feit. Niet lang daarna kwam een tweede wortel tevoorschijn en begonnen uit de eerste wortel zijworteltjes te komen. Dit proces ging nog enkele weken verder. De twee worteltjes vulden langzaam maar zeker het hele glas aan de onderkant van de pit. Niet veel later begon er ook aan de bovenkant van de pit iets tevoorschijn te komen. Een klein puntje kwam uit de pit omhoog. Dit begon een kleine week geleden. In die week is het kleine puntje al vijf centimeter gegroeid en wordt het eerste groen zichtbaar.
Onlangs werd ik langdurig bevraagd over ons werk in Klarendal. Ik vertelde dat we twaalf jaar in de wijk wonen, dat we bijna vijf jaar geleden begonnen met de eerste brunch en viering in Villa Klarendal en dat er tegenwoordig 20 tot 35 mensen op onze wekelijkse bijeenkomsten komen. De interviewer vroeg me of ik dan niet beter een andere methode van gemeentestichting kon beginnen, omdat die meer succes heeft.
In dezelfde tijd is daar een kerk van driehonderd mensen ontstaan. Een vraag, die me liet nadenken over mijn eigen beweegredenen. Het duurde dan ook even voordat ik mijn antwoord goed kon verwoorden.
Ik ben opgegroeid in een tijd waarin cijfers, meetbare resultaten en zichtbare groei van het grootste belang werd gezien. Deze visie heeft enige tijd de bovenhand gehad in de zogenaamde gemeentegroeibeweging. We moesten vooral zoeken naar de succesvolle methode. Als we die aan de hand van modellen, gebaseerd op succesvolle voorbeelden, zouden toepassen, konden we ook datzelfde succes in ons werk tegemoet zien.
Mijn antwoord aan de vragensteller was dat wat mij betreft relaties boven methodes gaan. Relaties moeten ontwikkelen en dat gaat niet snel. Ik wil met mensen optrekken, zodat ze door mij heen zien wat er in en met mij gebeurt. Door al lange tijd met mensen in onze wijk op te trekken, zijn er vriendschappen en hartsrelaties ontstaan.
Zij waren niet zo erg gelovig en soms cynisch over mijn geloof. Door hen niet in de steek te laten bij de eerste negatieve of cynische opmerking, maar hen te blijven ontmoeten, ontstond een band. Diversen vonden de weg naar de brunch en viering. Daar hoorden ze meer over het geloof, waar ik ze al eens iets over had verteld. Sommigen zeiden na verloop van tijd uit zichzelf dat ze niet meer alleen voor het brood kwamen. Een kleine groep komt nu bijeen in een huisgroep, waarin nog diepgaander en persoonlijker over het geloof en de gevolgen daarvan voor het leven wordt gesproken.
Er begint iets zichtbaar te worden van groei in de levens van onze mensen. Het groeit zichtbaar nog nauwelijks. Maar zo af en toe geven mensen mij een klein inkijkje in wat God diep van binnen bij hen aan het vestigen is. Dan verbaas ik mij over hoe diep de wortels al zijn uitgeschoten. Ik mag ervoor zorgen dat de omstandigheden goed zijn. Dat er regelmatig vers water is.
De groei wordt diep van binnen door God bewerkt. Ik zie er naar uit om nog meer groen te zien opschieten dat in de jaren daarvoor langzaam maar gestaag wortel heeft geschoten.
Na ongeveer drie maanden begon het wonder. Aan de kant waarin de pit onder water stond, barstte een puntje van de pit open. Enkele dagen later begon er uit die opening iets kleins te groeien. Na enkele weken bereikte dit kleine dingetje de bodem van het glas waarin we de pit onder water hadden gezet. De eerste wortel was een feit. Niet lang daarna kwam een tweede wortel tevoorschijn en begonnen uit de eerste wortel zijworteltjes te komen. Dit proces ging nog enkele weken verder. De twee worteltjes vulden langzaam maar zeker het hele glas aan de onderkant van de pit. Niet veel later begon er ook aan de bovenkant van de pit iets tevoorschijn te komen. Een klein puntje kwam uit de pit omhoog. Dit begon een kleine week geleden. In die week is het kleine puntje al vijf centimeter gegroeid en wordt het eerste groen zichtbaar.
Onlangs werd ik langdurig bevraagd over ons werk in Klarendal. Ik vertelde dat we twaalf jaar in de wijk wonen, dat we bijna vijf jaar geleden begonnen met de eerste brunch en viering in Villa Klarendal en dat er tegenwoordig 20 tot 35 mensen op onze wekelijkse bijeenkomsten komen. De interviewer vroeg me of ik dan niet beter een andere methode van gemeentestichting kon beginnen, omdat die meer succes heeft.
In dezelfde tijd is daar een kerk van driehonderd mensen ontstaan. Een vraag, die me liet nadenken over mijn eigen beweegredenen. Het duurde dan ook even voordat ik mijn antwoord goed kon verwoorden.
Ik ben opgegroeid in een tijd waarin cijfers, meetbare resultaten en zichtbare groei van het grootste belang werd gezien. Deze visie heeft enige tijd de bovenhand gehad in de zogenaamde gemeentegroeibeweging. We moesten vooral zoeken naar de succesvolle methode. Als we die aan de hand van modellen, gebaseerd op succesvolle voorbeelden, zouden toepassen, konden we ook datzelfde succes in ons werk tegemoet zien.
Mijn antwoord aan de vragensteller was dat wat mij betreft relaties boven methodes gaan. Relaties moeten ontwikkelen en dat gaat niet snel. Ik wil met mensen optrekken, zodat ze door mij heen zien wat er in en met mij gebeurt. Door al lange tijd met mensen in onze wijk op te trekken, zijn er vriendschappen en hartsrelaties ontstaan.
Zij waren niet zo erg gelovig en soms cynisch over mijn geloof. Door hen niet in de steek te laten bij de eerste negatieve of cynische opmerking, maar hen te blijven ontmoeten, ontstond een band. Diversen vonden de weg naar de brunch en viering. Daar hoorden ze meer over het geloof, waar ik ze al eens iets over had verteld. Sommigen zeiden na verloop van tijd uit zichzelf dat ze niet meer alleen voor het brood kwamen. Een kleine groep komt nu bijeen in een huisgroep, waarin nog diepgaander en persoonlijker over het geloof en de gevolgen daarvan voor het leven wordt gesproken.
Er begint iets zichtbaar te worden van groei in de levens van onze mensen. Het groeit zichtbaar nog nauwelijks. Maar zo af en toe geven mensen mij een klein inkijkje in wat God diep van binnen bij hen aan het vestigen is. Dan verbaas ik mij over hoe diep de wortels al zijn uitgeschoten. Ik mag ervoor zorgen dat de omstandigheden goed zijn. Dat er regelmatig vers water is.
De groei wordt diep van binnen door God bewerkt. Ik zie er naar uit om nog meer groen te zien opschieten dat in de jaren daarvoor langzaam maar gestaag wortel heeft geschoten.
woensdag 24 februari 2010
Column Friesch Dagblad 16: Lekker belangrijk
Maandag geschreven, dinsdag in de krant. Als dat niet actueel is, weet ik het niet meer. Vandaag in het Friesch Dagblad verschenen.
De afgelopen weken schoot het geregeld door mijn hoofd heen. Een opmerking die zo heerlijk relativerend kan werken als je denkt dat je met gewichtige zaken bezig bent: lekker belangrijk.
Vorige week vrijdag kwam de opmerking bij mij op toen we alle rompslomp doornamen die nodig is om de omvorming van een project van Youth for Christ naar een zelfstandige christelijke wijkgemeenschap mogelijk te maken. Vorming van een stichting met alle statuten en huishoudelijke reglementen van dien. Uren overleg over randvoorwaardelijke kleinigheden die formeel en juridisch noodzakelijk worden geacht in onze overgeorganiseerde samenleving.
En wat te denken van alle publiciteit, waarbij ik moet uitleggen wat die omvorming betekent.
Afgelopen woensdag was fractievoorzitter Arie Slob van de ChristenUnie op bezoek in Arnhem. Als onderdeel daarvan bracht hij een bezoek aan Villa Klarendal. Daarvoor moest natuurlijk onze zaal worden heringericht, koffie en thee worden gezet, informatie worden neergelegd, een informatiemap worden samengesteld. Van tevoren had ik met een collega binnen Youth for Christ nagedacht hoe we het beste konden voldoen aan de vraag van het bezoek ‘hoe zijn christelijke organisaties betrokken in de wijk’. Al met al was ik enkele uren bezig met de voorbereidingen. Het moment suprème duurde alles bij elkaar twintig minuten, omdat de programmaonderdelen daarvóór iets waren uitgelopen. Een zeer kort programma waarin we snel konden vertellen wat we deden en hoe we daar in stonden.
De opmerking schoot me na afloop van het bezoek door het hoofd. Om de relatie weer te geven tussen voorbereiding, het moment zelf en mijn vraag of dit het nu allemaal wel waard was.
Donderdag had ik speciaal vrij gepland om te studeren op alle aspecten van het lidmaatschap. Temidden van die studie wordt er aangeklopt en staat (zit, eigenlijk, want hij komt met zijn scootmobiel) een vaste bezoeker van Villa Klarendal aan de deur. Hij heeft een mededeling over zijn aanstaande verhuizing en koppelt daar een bezoekje van anderhalf uur aan vast. De opmerking schoot door mijn hoofd tijdens dit gesprek. Het vloog van de ene activiteit naar de andere. Is die studie nu zo noodzakelijk, of moet ik voorrang geven aan het bezoek?
Uiteindelijk bleef de opmerking steken bij de studie. We hebben altijd aangegeven ‘relatie’ boven al het andere te stellen. Als deze man langskomt op een moment dat ik nooit thuis ben, is dat een uitgelezen moment om weer eens diepgaander de relatie aan te halen.
Vrijdagavond zat ik voor de televisie. Belangstelling voor de politiek is er bij mij met de paplepel ingegoten. Spanning alom. Beelden van de Trèveszaal. Vooral van journalisten die ervoor stonden. Commentaren van iedereen die door de uitzendende media als gezaghebbend kon worden beschouwd. Na een uur kijken naar een huis waar weinig gebeurde en deskundigen die hun zegje erover deden, kwam de opmerking weer bij me op: lekker belangrijk.
De volgende dag moest ik rond tien uur weer elders zijn. Daar was mijn aanwezigheid en helderheid gewenst. Dus werd de nacht langer en kon ik de volgende ochtend vroeg via het nieuws vernemen dat het kabinet om half vier die nacht was gevallen.
Het blijkt telkens een lastige afweging tussen urgent, noodzakelijk of wenselijk in mijn eigen leven, waarin de opmerking een rol speelt. Leuk hoor om al het mooie van ons werk aan nieuwsgierige muskieten met pen, microfoon of camera te verwoorden, maar als die ons hele programma in de war schoppen, is dat programma toch belangrijker dan het vluchtige nieuwsfeit. Ik neem de formele noodzakelijkheden maar even voor lief en beschouw ze als goede hulpmiddelen, om zo snel mogelijk daarna weer bezig te gaan met wat echt belangrijk is.
In een wereld waarin onderlinge relaties worden ondergesneeuwd door formaliteiten en afspraken, wil ik me vooral bezig houden met die relaties. Want juist die zijn zo enorm belangrijk.
De afgelopen weken schoot het geregeld door mijn hoofd heen. Een opmerking die zo heerlijk relativerend kan werken als je denkt dat je met gewichtige zaken bezig bent: lekker belangrijk.
Vorige week vrijdag kwam de opmerking bij mij op toen we alle rompslomp doornamen die nodig is om de omvorming van een project van Youth for Christ naar een zelfstandige christelijke wijkgemeenschap mogelijk te maken. Vorming van een stichting met alle statuten en huishoudelijke reglementen van dien. Uren overleg over randvoorwaardelijke kleinigheden die formeel en juridisch noodzakelijk worden geacht in onze overgeorganiseerde samenleving.
En wat te denken van alle publiciteit, waarbij ik moet uitleggen wat die omvorming betekent.
Afgelopen woensdag was fractievoorzitter Arie Slob van de ChristenUnie op bezoek in Arnhem. Als onderdeel daarvan bracht hij een bezoek aan Villa Klarendal. Daarvoor moest natuurlijk onze zaal worden heringericht, koffie en thee worden gezet, informatie worden neergelegd, een informatiemap worden samengesteld. Van tevoren had ik met een collega binnen Youth for Christ nagedacht hoe we het beste konden voldoen aan de vraag van het bezoek ‘hoe zijn christelijke organisaties betrokken in de wijk’. Al met al was ik enkele uren bezig met de voorbereidingen. Het moment suprème duurde alles bij elkaar twintig minuten, omdat de programmaonderdelen daarvóór iets waren uitgelopen. Een zeer kort programma waarin we snel konden vertellen wat we deden en hoe we daar in stonden.
De opmerking schoot me na afloop van het bezoek door het hoofd. Om de relatie weer te geven tussen voorbereiding, het moment zelf en mijn vraag of dit het nu allemaal wel waard was.
Donderdag had ik speciaal vrij gepland om te studeren op alle aspecten van het lidmaatschap. Temidden van die studie wordt er aangeklopt en staat (zit, eigenlijk, want hij komt met zijn scootmobiel) een vaste bezoeker van Villa Klarendal aan de deur. Hij heeft een mededeling over zijn aanstaande verhuizing en koppelt daar een bezoekje van anderhalf uur aan vast. De opmerking schoot door mijn hoofd tijdens dit gesprek. Het vloog van de ene activiteit naar de andere. Is die studie nu zo noodzakelijk, of moet ik voorrang geven aan het bezoek?
Uiteindelijk bleef de opmerking steken bij de studie. We hebben altijd aangegeven ‘relatie’ boven al het andere te stellen. Als deze man langskomt op een moment dat ik nooit thuis ben, is dat een uitgelezen moment om weer eens diepgaander de relatie aan te halen.
Vrijdagavond zat ik voor de televisie. Belangstelling voor de politiek is er bij mij met de paplepel ingegoten. Spanning alom. Beelden van de Trèveszaal. Vooral van journalisten die ervoor stonden. Commentaren van iedereen die door de uitzendende media als gezaghebbend kon worden beschouwd. Na een uur kijken naar een huis waar weinig gebeurde en deskundigen die hun zegje erover deden, kwam de opmerking weer bij me op: lekker belangrijk.
De volgende dag moest ik rond tien uur weer elders zijn. Daar was mijn aanwezigheid en helderheid gewenst. Dus werd de nacht langer en kon ik de volgende ochtend vroeg via het nieuws vernemen dat het kabinet om half vier die nacht was gevallen.
Het blijkt telkens een lastige afweging tussen urgent, noodzakelijk of wenselijk in mijn eigen leven, waarin de opmerking een rol speelt. Leuk hoor om al het mooie van ons werk aan nieuwsgierige muskieten met pen, microfoon of camera te verwoorden, maar als die ons hele programma in de war schoppen, is dat programma toch belangrijker dan het vluchtige nieuwsfeit. Ik neem de formele noodzakelijkheden maar even voor lief en beschouw ze als goede hulpmiddelen, om zo snel mogelijk daarna weer bezig te gaan met wat echt belangrijk is.
In een wereld waarin onderlinge relaties worden ondergesneeuwd door formaliteiten en afspraken, wil ik me vooral bezig houden met die relaties. Want juist die zijn zo enorm belangrijk.
zaterdag 13 februari 2010
Een nieuwe weg als wijkgemeenschap
Vorige week heb ik het hier al gemeld via het persbericht van Youth for Christ (YfC). Villa Klarendal wordt een zelfstandige kerkgemeenschap. Over die laatste term hebben we tot gisteren nog allerlei termen de revue laten passeren. Uiteindelijk is het 'christelijke wijkgemeenschap Villa Klarendal' geworden.
Aan een proces van twee jaar bidden, denken, praten en schrijven komt dan een einde, of een nieuw begin. We nemen met pijn in het hart afscheid van 'moeder' YfC. Maar met vreugde gaan we richting een vervolg, waarin we de wijkgemeenschap verder vormgeven.
Voor een deel zijn we tot de conclusie gekomen dat we geen gemeenschap hoefden te stichten, omdat die eigenlijk de afgelopen jaren al is ontstaan. Maar de consequenties van de instelling van een daadwerkelijke christelijke gemeenschap zijn nu wel dat vragen als doop, lidmaatschap en avondmaal moesten of moeten worden beantwoord.
Nieuw in ons land is dat met de verzelfstandiging van Villa Klarendal een nieuwe vorm van samenwerking tussen een 'oude kerk' (de Gereformeerde Kerk 'Vrijgemaakt' - Koepelkerk) en een 'nieuwe kerk' (Villa Klarendal) ontstaat. Dat heeft veel hoofdbrekens gekost. Allereerst om de beweegredenen van de Koepelkerk te doorgronden. Waar nog geen enkele andere 'oude' kerk in ons land zich heeft verbonden aan een nieuwe gemeenteplant, wil juist een kerk uit een kerkverband dat zich altijd afzijdig van samenwerkingsverbanden heeft gehouden zich met ons verbinden. Na die vele gesprekken is de 'vriendschapsband' tussen beide gemeenschappen beklonken. Zoals vrienden vol respect met elkaar omgaan, willen wij met elkaar omgaan. Niet elkaar dwingen de eigen manier van werken en denken over te nemen, maar te leren van elkaar. Villa Klarendal wordt geen kloon van de Koepelkerk. De Koepelkerk wordt niet omgevormd tot een grote Villa Arnhem e.o.
Ik heb veel respect voor de manier waarop de Koepelkerk met dit proces is omgegaan. Rustig samen nadenkend op weg gegaan. Bereid te zijn de eigen cultuur te laten voor wat het is en ruimte te laten voor het nieuwe. In de visie op de vriendschap die we hebben geschreven is ons alle ruimte geboden onze theologie te beschrijven. Deze beschrijving hebben we daarom ook elders gepubliceerd. Er was bij de publicist die ons als eerste hierover wilde interviewen de neiging om juist onze doopvisie (kinderdoop als basis) naar voren te halen. In alle gesprekken is telkens van beide kanten aangegeven dat de doop voor ons niet principieel (vanuit loopgraven) zou worden benaderd, maar open en pragmatisch (hoe kan het sacrament in deze missionaire setting het beste worden ingevuld).
De eerste stap is gezet. Er moet nog veel worden geregeld voordat het 1 juli is. Als reactie op ons heugelijke bericht, kregen we enkele reacties. Een daarvan hoopte dat de Villa "ongemuurd ontmoeten" zal handhaafden. Daar refereerden we gisteren aan toen we bezig gingen met de noodzakelijke formaliteiten om een stichting mogelijk te maken (statuten en een huishoudelijk reglement). Dan loop je het gevaar toch weer terecht te komen in muren rondom een project. Ook hierin is onze visie mooi geformuleerd: "geef de keizer wat des keizers is". Waar dat wettelijk nodig is, worden zaken geformaliseerd. In de praktijk blijven we de open wijkgemeenschap die we nu zijn.
Aan een proces van twee jaar bidden, denken, praten en schrijven komt dan een einde, of een nieuw begin. We nemen met pijn in het hart afscheid van 'moeder' YfC. Maar met vreugde gaan we richting een vervolg, waarin we de wijkgemeenschap verder vormgeven.
Voor een deel zijn we tot de conclusie gekomen dat we geen gemeenschap hoefden te stichten, omdat die eigenlijk de afgelopen jaren al is ontstaan. Maar de consequenties van de instelling van een daadwerkelijke christelijke gemeenschap zijn nu wel dat vragen als doop, lidmaatschap en avondmaal moesten of moeten worden beantwoord.
Nieuw in ons land is dat met de verzelfstandiging van Villa Klarendal een nieuwe vorm van samenwerking tussen een 'oude kerk' (de Gereformeerde Kerk 'Vrijgemaakt' - Koepelkerk) en een 'nieuwe kerk' (Villa Klarendal) ontstaat. Dat heeft veel hoofdbrekens gekost. Allereerst om de beweegredenen van de Koepelkerk te doorgronden. Waar nog geen enkele andere 'oude' kerk in ons land zich heeft verbonden aan een nieuwe gemeenteplant, wil juist een kerk uit een kerkverband dat zich altijd afzijdig van samenwerkingsverbanden heeft gehouden zich met ons verbinden. Na die vele gesprekken is de 'vriendschapsband' tussen beide gemeenschappen beklonken. Zoals vrienden vol respect met elkaar omgaan, willen wij met elkaar omgaan. Niet elkaar dwingen de eigen manier van werken en denken over te nemen, maar te leren van elkaar. Villa Klarendal wordt geen kloon van de Koepelkerk. De Koepelkerk wordt niet omgevormd tot een grote Villa Arnhem e.o.
Ik heb veel respect voor de manier waarop de Koepelkerk met dit proces is omgegaan. Rustig samen nadenkend op weg gegaan. Bereid te zijn de eigen cultuur te laten voor wat het is en ruimte te laten voor het nieuwe. In de visie op de vriendschap die we hebben geschreven is ons alle ruimte geboden onze theologie te beschrijven. Deze beschrijving hebben we daarom ook elders gepubliceerd. Er was bij de publicist die ons als eerste hierover wilde interviewen de neiging om juist onze doopvisie (kinderdoop als basis) naar voren te halen. In alle gesprekken is telkens van beide kanten aangegeven dat de doop voor ons niet principieel (vanuit loopgraven) zou worden benaderd, maar open en pragmatisch (hoe kan het sacrament in deze missionaire setting het beste worden ingevuld).
De eerste stap is gezet. Er moet nog veel worden geregeld voordat het 1 juli is. Als reactie op ons heugelijke bericht, kregen we enkele reacties. Een daarvan hoopte dat de Villa "ongemuurd ontmoeten" zal handhaafden. Daar refereerden we gisteren aan toen we bezig gingen met de noodzakelijke formaliteiten om een stichting mogelijk te maken (statuten en een huishoudelijk reglement). Dan loop je het gevaar toch weer terecht te komen in muren rondom een project. Ook hierin is onze visie mooi geformuleerd: "geef de keizer wat des keizers is". Waar dat wettelijk nodig is, worden zaken geformaliseerd. In de praktijk blijven we de open wijkgemeenschap die we nu zijn.
donderdag 4 februari 2010
Villa Klarendal wordt "christelijke wijkgemeenschap"
Vandaag is vanuit Youth for Christ landelijk onderstaand persbericht uitgegaan naar de media in Nederland.
4 februari 2010
Tweede kerk ontstaan uit werk Youth for Christ
Arnhem – Vanuit Villa Klarendal, een wijkproject van Youth for Christ (YfC) in Arnhem, is een christelijke wijkgemeenschap ontstaan. Oorspronkelijk was het project alleen bedoeld als een brug naar de kerk. Maar langzamerhand begonnen bezoekers van de zondagse viering de Villa hun ‘kerk’ te noemen. De wijkgemeenschap gaat nu zelfstandig verder en knoopt een vriendschapsband aan met de Koepelkerk in Arnhem.
“Medio 2010 stapt YfC uit het project”, meldt teamleider Susanne Drop. Wel blijft Drop tot eind 2010 op de loonlijst van YfC staan. Villa Klarendal wordt dus zelfstandig, maar zal intensief gesteund worden door de Koepelkerk, de `Gereformeerde Kerk (Vrijgemaakt)´.
Oud en nieuw
De toekomst van de jonge 'kerk' in Arnhem ligt in de handen van de bezoekers uit de wijk. "Dat willen we ook zo houden," concludeert Susanne. In de viering zullen ze ongetwijfeld de gecoverde liederen van Frans Bauer en verwanten blijven zingen. Ook de praktische betrokkenheid doordeweeks, zoals het uitdelen van brood in de wijk zal blijven, ook al zullen er ook best dingen veranderen.”
Gemeentestichtend
Villa Klarendal is de tweede kerk die uit het werk van YfC voortkomt. Enkele jaren geleden is in Rotterdam al een kerk uit het werk van YfC aldaar ontstaan: Thugz Church. Vanaf begin 2009 is dit werk geen onderdeel meer van YfC en ondersteunen Rotterdamse kerken deze gemeenschap. YfC wil zich blijven richten op missionair jongerenwerk. Zodra er kerken uit dit soort initiatieven voortkomen wordt waar mogelijk aansluiting gezocht bij lokale kerken.
Gedreven
Binnen Youth for Christ (YfC) werken meer dan 4.000 vrijwilligers en 150 medewerkers gedreven aan de ontwikkeling van jongeren. Ongeacht huidskleur, geloof of achtergrond bouwt YfC aan relaties die groei mogelijk maken op sociaal, emotioneel, fysiek en geestelijk vlak. Dat doet YfC door multimediatheater op scholen, creatieve tienerprogramma’s voor kerken en jongerenwerkers in de wijk. In meer dan 30 wijken is YfC actief met YfC|The Mall jongerenwelzijnswerk, dat gesubsidieerde welzijnsactiviteiten uitvoert binnen de kaders van bijvoorbeeld de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).
Meer lezen
Meer informatie over de verzelfstandiging van Villa Klarendal is te vinden in een artikel op de website van de landelijke Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt
4 februari 2010
Tweede kerk ontstaan uit werk Youth for Christ
Arnhem – Vanuit Villa Klarendal, een wijkproject van Youth for Christ (YfC) in Arnhem, is een christelijke wijkgemeenschap ontstaan. Oorspronkelijk was het project alleen bedoeld als een brug naar de kerk. Maar langzamerhand begonnen bezoekers van de zondagse viering de Villa hun ‘kerk’ te noemen. De wijkgemeenschap gaat nu zelfstandig verder en knoopt een vriendschapsband aan met de Koepelkerk in Arnhem.
“Medio 2010 stapt YfC uit het project”, meldt teamleider Susanne Drop. Wel blijft Drop tot eind 2010 op de loonlijst van YfC staan. Villa Klarendal wordt dus zelfstandig, maar zal intensief gesteund worden door de Koepelkerk, de `Gereformeerde Kerk (Vrijgemaakt)´.
Oud en nieuw
De toekomst van de jonge 'kerk' in Arnhem ligt in de handen van de bezoekers uit de wijk. "Dat willen we ook zo houden," concludeert Susanne. In de viering zullen ze ongetwijfeld de gecoverde liederen van Frans Bauer en verwanten blijven zingen. Ook de praktische betrokkenheid doordeweeks, zoals het uitdelen van brood in de wijk zal blijven, ook al zullen er ook best dingen veranderen.”
Gemeentestichtend
Villa Klarendal is de tweede kerk die uit het werk van YfC voortkomt. Enkele jaren geleden is in Rotterdam al een kerk uit het werk van YfC aldaar ontstaan: Thugz Church. Vanaf begin 2009 is dit werk geen onderdeel meer van YfC en ondersteunen Rotterdamse kerken deze gemeenschap. YfC wil zich blijven richten op missionair jongerenwerk. Zodra er kerken uit dit soort initiatieven voortkomen wordt waar mogelijk aansluiting gezocht bij lokale kerken.
Gedreven
Binnen Youth for Christ (YfC) werken meer dan 4.000 vrijwilligers en 150 medewerkers gedreven aan de ontwikkeling van jongeren. Ongeacht huidskleur, geloof of achtergrond bouwt YfC aan relaties die groei mogelijk maken op sociaal, emotioneel, fysiek en geestelijk vlak. Dat doet YfC door multimediatheater op scholen, creatieve tienerprogramma’s voor kerken en jongerenwerkers in de wijk. In meer dan 30 wijken is YfC actief met YfC|The Mall jongerenwelzijnswerk, dat gesubsidieerde welzijnsactiviteiten uitvoert binnen de kaders van bijvoorbeeld de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).
Meer lezen
Meer informatie over de verzelfstandiging van Villa Klarendal is te vinden in een artikel op de website van de landelijke Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt
zaterdag 30 januari 2010
De kogel door de moskee
Afgelopen maandag is een voorlopig einde gekomen aan een langdurig proces om te komen tot de bouw van een wijkmoskee in onze wijk Klarendal. Ik was erbij om als gastheer de verwachte grote aanwas van wijkbewoners op te vangen. Hier zal ik geen relaas geven van de politieke aspecten ervan. Daarvoor ben ik als ambtenaar van de griffie, de directe ondersteuning van de gemeenteraad, teveel betrokken.
Het gaat me veeleer om het delen van een gevoel dat me bekroop terwijl ik bij de vergadering aanwezig was. Ik ontving bekende autochtone Klarendallers. Ze zouden het komen horen. Ze spraken met me en zeiden te hopen dat hun wens, geen moskee op die plek ik de wijk, zou worden gehonoreerd. Ik begroette islamitische Klarendallers. Ze hoopten van harte dat hun wens, een eigen mooie moskee op die plek, zou worden gehonoreerd. Ik ontmoette een professionele welzijnswerker van Turks-islamitische afkomst. Hij verhaalde over het onmogelijke dilemma waar deze zaak in terecht was gekomen. De sloop van de school waar diverse generaties wijkbewoners naar toe waren gegaan. Om daar een moskee voor in de plaats te bouwen. Het gevoel wint het van de ratio. Natuurlijk wel een moskee, maar niet op die plaats.
Ik merkte dat ik met mijn medewijkbewoners meeleefde. Ik voelde aan wat zij zo graag wilden. Ik kon meevoelen dat mijn autochtone wijkbewoners toch liever het schoolgebouw wilden behouden voor de wijk. Dat ze geen parkeeroverlast wilden als de moskee negen keer per jaar de deuren voor 500 bezoekers zou openstellen. Dat ze vreesden dat die 500 voor negen keer per jaar al snel zou worden verhoogd tot twee-en-vijftig keer per jaar. Ik kon meevoelen met mijn islamitische wijkbewoners dat ze zo graag een mooi onderkomen wilden hebben in plaats van het armlastige achterafplaatsje waar ze nu samenkomen. Dat ze de vrijheid van godsdienst aanspreken om toch ergens te mogen vieren en bidden. Dat ze al zoveel hadden ingeleverd dat er nu daarvoor gerespecteerd mochten worden. Ik kon meevoelen met mijn professionele welzijnswerker van Turks-islamitische afkomst, dat het een onmogelijke weg zou zijn. Wat er ook zou gebeuren, een van de twee zou die avond teleurgesteld zijn. Beide groepen staan bekend om hun emotionele karakter. Hoe zouden ze met de uitslag omgaan.
Ik voel met ze mee. Ik voel dat ik er tussenin sta. Ik kan, wil en mag (vanwege mijn werk) geen antwoord geven op wat ik ervan vind. Ik gun zowel de een als de ander zijn winst. Vanuit een persoonlijke betrokkenheid en niet vanuit een politieke stellingname. Na afloop leef ik mee met de vreugde van de winnaars die het behoud van hun school ten koste van de moskee voor ogen hadden. Maar leef ik ook mee met de verliezers die er beteuterd bij staan. Na jaren van onderhandelen is er nog niets.
Meeleven wil niet zeggen dat ik het met alles eens was. Zeker niet met de manier van reageren op de ander van mijn autochtone bewoners. Zeker een tijd geleden, toen de imam zijn visie voor het voetlicht bracht en regelmatig uit de zaal werd onderbroken door gehoon uit het publiek. Laat staan dat er zichtbaar contact was tussen beide groepen. Dat was ook deze avond zichtbaar. Beide groepen aan de andere kant van de zaal.
De kogel is door de moskee en niet door de school, zal ik maar zeggen. Het is en blijft een duivels dilemma. Een dilemma dat niet in de politieke arena van discussie en debat, van voor- en tegenstanders, kan worden opgelost. Want ook bij een nieuwe locatie zullen blokkades worden opgeworpen. Omdat mensen bang zijn voor het grote onbekende. Of gesprek iets oplevert weet ik niet. Omdat ik niet weet of beide groepen een open houding naar elkaar zullen hebben. Of de bereidheid de eigen muur jegens de ander neer te halen.
Ik ken en begrijp ze allebei. Maar op het moment dat ik ze iets laat zien van de kant van de ander, ontstaat er onbegrip. Of er een kans is om boven de loopgraven uit te komen tot een voor alle partijen aanvaardbaar alternatief is maar de vraag. De mensen begrijpen en met ze meevoelen betekent niet dat ik ze kan adviseren een bepaalde weg in te slaan. Want op dit moment is dat niet waar ik een weg voor mezelf zie. Maar het stelt me wel voor een lastig parket, omdat ik de persoonlijke relatie met vertegenwoordigers van beide groepen hoog acht. Als de een zich negatief over de ander uitlaat, wil ik een alternatief geluid laten horen. De mens laten zien en niet de collectieve vijand. Als het om dat wederzijdse vijandbeeld gaat, is relatie hoogstnoodzakelijk. Alleen als we mensen persoonlijk kennen, zullen muren vallen. Kan ik daar een rol in spelen? Wie weet...???
Het gaat me veeleer om het delen van een gevoel dat me bekroop terwijl ik bij de vergadering aanwezig was. Ik ontving bekende autochtone Klarendallers. Ze zouden het komen horen. Ze spraken met me en zeiden te hopen dat hun wens, geen moskee op die plek ik de wijk, zou worden gehonoreerd. Ik begroette islamitische Klarendallers. Ze hoopten van harte dat hun wens, een eigen mooie moskee op die plek, zou worden gehonoreerd. Ik ontmoette een professionele welzijnswerker van Turks-islamitische afkomst. Hij verhaalde over het onmogelijke dilemma waar deze zaak in terecht was gekomen. De sloop van de school waar diverse generaties wijkbewoners naar toe waren gegaan. Om daar een moskee voor in de plaats te bouwen. Het gevoel wint het van de ratio. Natuurlijk wel een moskee, maar niet op die plaats.
Ik merkte dat ik met mijn medewijkbewoners meeleefde. Ik voelde aan wat zij zo graag wilden. Ik kon meevoelen dat mijn autochtone wijkbewoners toch liever het schoolgebouw wilden behouden voor de wijk. Dat ze geen parkeeroverlast wilden als de moskee negen keer per jaar de deuren voor 500 bezoekers zou openstellen. Dat ze vreesden dat die 500 voor negen keer per jaar al snel zou worden verhoogd tot twee-en-vijftig keer per jaar. Ik kon meevoelen met mijn islamitische wijkbewoners dat ze zo graag een mooi onderkomen wilden hebben in plaats van het armlastige achterafplaatsje waar ze nu samenkomen. Dat ze de vrijheid van godsdienst aanspreken om toch ergens te mogen vieren en bidden. Dat ze al zoveel hadden ingeleverd dat er nu daarvoor gerespecteerd mochten worden. Ik kon meevoelen met mijn professionele welzijnswerker van Turks-islamitische afkomst, dat het een onmogelijke weg zou zijn. Wat er ook zou gebeuren, een van de twee zou die avond teleurgesteld zijn. Beide groepen staan bekend om hun emotionele karakter. Hoe zouden ze met de uitslag omgaan.
Ik voel met ze mee. Ik voel dat ik er tussenin sta. Ik kan, wil en mag (vanwege mijn werk) geen antwoord geven op wat ik ervan vind. Ik gun zowel de een als de ander zijn winst. Vanuit een persoonlijke betrokkenheid en niet vanuit een politieke stellingname. Na afloop leef ik mee met de vreugde van de winnaars die het behoud van hun school ten koste van de moskee voor ogen hadden. Maar leef ik ook mee met de verliezers die er beteuterd bij staan. Na jaren van onderhandelen is er nog niets.
Meeleven wil niet zeggen dat ik het met alles eens was. Zeker niet met de manier van reageren op de ander van mijn autochtone bewoners. Zeker een tijd geleden, toen de imam zijn visie voor het voetlicht bracht en regelmatig uit de zaal werd onderbroken door gehoon uit het publiek. Laat staan dat er zichtbaar contact was tussen beide groepen. Dat was ook deze avond zichtbaar. Beide groepen aan de andere kant van de zaal.
De kogel is door de moskee en niet door de school, zal ik maar zeggen. Het is en blijft een duivels dilemma. Een dilemma dat niet in de politieke arena van discussie en debat, van voor- en tegenstanders, kan worden opgelost. Want ook bij een nieuwe locatie zullen blokkades worden opgeworpen. Omdat mensen bang zijn voor het grote onbekende. Of gesprek iets oplevert weet ik niet. Omdat ik niet weet of beide groepen een open houding naar elkaar zullen hebben. Of de bereidheid de eigen muur jegens de ander neer te halen.
Ik ken en begrijp ze allebei. Maar op het moment dat ik ze iets laat zien van de kant van de ander, ontstaat er onbegrip. Of er een kans is om boven de loopgraven uit te komen tot een voor alle partijen aanvaardbaar alternatief is maar de vraag. De mensen begrijpen en met ze meevoelen betekent niet dat ik ze kan adviseren een bepaalde weg in te slaan. Want op dit moment is dat niet waar ik een weg voor mezelf zie. Maar het stelt me wel voor een lastig parket, omdat ik de persoonlijke relatie met vertegenwoordigers van beide groepen hoog acht. Als de een zich negatief over de ander uitlaat, wil ik een alternatief geluid laten horen. De mens laten zien en niet de collectieve vijand. Als het om dat wederzijdse vijandbeeld gaat, is relatie hoogstnoodzakelijk. Alleen als we mensen persoonlijk kennen, zullen muren vallen. Kan ik daar een rol in spelen? Wie weet...???
donderdag 28 januari 2010
Column Friesch Dagblad 15: Geen alle(zon)daagse dienst
Het heeft even geduurd, maar daar is 'ie dan weer. De volgende column die afgelopen dinsdag in het Friesch Dagblad is gepubliceerd.
Afgelopen zondag kwart voor tien. Ik open de deur van Villa Klarendal. De kinderclubleidster bereidt haar club van tien uur voor. Ik zet koffie en thee. Als de dagleidster en mijn medehelper aankomen, nemen we het dagprogramma door. We hopen op meer kinderen dan de nul of een van de afgelopen weken. De bel gaat. Drie kinderen voor de deur. Zonder bidden heeft God ons gebed al verhoord! Zij bidden met ons mee. ,,We gaan nu bidden, hoor”, zegt een van ons tegen hen, waarop een bij wijze van herkenning haar gevouwen handen laat zien. Weer gaat de bel. Nog twee kinderen staan klaar.
De kinderclub begint. Ik vervolg de verdere voorbereiding van de brunch. Beleg op tafel zetten. Brood netjes en gezellig over de tafels verdelen. De eieren koken. Ondertussen praten we ontspannen over de afgelopen tijd. Om half elf komt de eerste volwassen Iraanse bezoekster met haar dochtertje. Ze nestelt zich op een stoel in een hoekje. Weer de bel. Het is een autochtone bezoeker die zijn scootmobiel in de gang wil parkeren. Ik laat hem afstappen en rijd de gang in. Hij strompelt de Villa binnen. De ene na de andere bezoeker komt binnen, groet de anderen hartelijk en krijgt van ons koffie of thee.
Stipt om elf uur zit iedereen aan tafel. De kinderen van de kinderclub zitten aan een tafel die nog vrij is. De dagleidster verwelkomt iedereen. Na het uitgesproken gebed, werpt iedereen zich op de goedgevulde tafel. Met ei erbij. Een halfuur later zit iedereen voldaan onderuit. We ruimen de tafels van 31 bezoekers af. Even zoveel borden, messen en vorken, de overgebleven resten van ei, brood of beschuit verdwijnen in de afwasmachine of vuilnisbak.
Twaalf uur begint de viering in een kring met ons startlied De kleine villa in de straten. Nog twee liederen. De clubkinderen en crèchekinderen gaan weg of naar de andere ruimte. Tijd voor het ‘praatje’ over Jezus in Nazareth. Iedereen leeft zichtbaar mee. Getroffen door de mooie woorden. Een tijd van gebed volgt, waarin persoonlijke noden worden gedeeld met onze hemelse Papa. Een gezongen zegen als toetje.
Even napraten. De laatste ronde koffie of thee. De goed gebruikte wc krijgt een noodzakelijke schoonmaakbeurt. Een laatste groet en een goede week gewenst. We kijken terug op de brunch en viering. De vervijfvoudiging van de kinderclub. Het grote aantal brunchvierders. De mensen die bewust aan de viering meedoen. Een ruzietje tussen twee bezoekers. Na afloop hangt een jas niet meer op de kapstok. Vergeten de voordeur dicht te doen.
Het is geen alle(zon)daagse kerkdienst. Maar bezoekers die niet of nauwelijks kerkgaand waren, genieten nu van de warme gemeenschap. En ervaren daardoor God in hun leven. Zo mogen we met God meewerken op dit kleine stukje van deze aarde.
Afgelopen zondag kwart voor tien. Ik open de deur van Villa Klarendal. De kinderclubleidster bereidt haar club van tien uur voor. Ik zet koffie en thee. Als de dagleidster en mijn medehelper aankomen, nemen we het dagprogramma door. We hopen op meer kinderen dan de nul of een van de afgelopen weken. De bel gaat. Drie kinderen voor de deur. Zonder bidden heeft God ons gebed al verhoord! Zij bidden met ons mee. ,,We gaan nu bidden, hoor”, zegt een van ons tegen hen, waarop een bij wijze van herkenning haar gevouwen handen laat zien. Weer gaat de bel. Nog twee kinderen staan klaar.
De kinderclub begint. Ik vervolg de verdere voorbereiding van de brunch. Beleg op tafel zetten. Brood netjes en gezellig over de tafels verdelen. De eieren koken. Ondertussen praten we ontspannen over de afgelopen tijd. Om half elf komt de eerste volwassen Iraanse bezoekster met haar dochtertje. Ze nestelt zich op een stoel in een hoekje. Weer de bel. Het is een autochtone bezoeker die zijn scootmobiel in de gang wil parkeren. Ik laat hem afstappen en rijd de gang in. Hij strompelt de Villa binnen. De ene na de andere bezoeker komt binnen, groet de anderen hartelijk en krijgt van ons koffie of thee.
Stipt om elf uur zit iedereen aan tafel. De kinderen van de kinderclub zitten aan een tafel die nog vrij is. De dagleidster verwelkomt iedereen. Na het uitgesproken gebed, werpt iedereen zich op de goedgevulde tafel. Met ei erbij. Een halfuur later zit iedereen voldaan onderuit. We ruimen de tafels van 31 bezoekers af. Even zoveel borden, messen en vorken, de overgebleven resten van ei, brood of beschuit verdwijnen in de afwasmachine of vuilnisbak.
Twaalf uur begint de viering in een kring met ons startlied De kleine villa in de straten. Nog twee liederen. De clubkinderen en crèchekinderen gaan weg of naar de andere ruimte. Tijd voor het ‘praatje’ over Jezus in Nazareth. Iedereen leeft zichtbaar mee. Getroffen door de mooie woorden. Een tijd van gebed volgt, waarin persoonlijke noden worden gedeeld met onze hemelse Papa. Een gezongen zegen als toetje.
Even napraten. De laatste ronde koffie of thee. De goed gebruikte wc krijgt een noodzakelijke schoonmaakbeurt. Een laatste groet en een goede week gewenst. We kijken terug op de brunch en viering. De vervijfvoudiging van de kinderclub. Het grote aantal brunchvierders. De mensen die bewust aan de viering meedoen. Een ruzietje tussen twee bezoekers. Na afloop hangt een jas niet meer op de kapstok. Vergeten de voordeur dicht te doen.
Het is geen alle(zon)daagse kerkdienst. Maar bezoekers die niet of nauwelijks kerkgaand waren, genieten nu van de warme gemeenschap. En ervaren daardoor God in hun leven. Zo mogen we met God meewerken op dit kleine stukje van deze aarde.
Abonneren op:
Posts (Atom)