Vanmorgen las ik in het Nederlands Dagblad het vervolg op een discussie die al sinds donderdag plaatsvindt over "De randloze kerk". Dit naar aanleiding van een artikel van Harmen van Wijnen in Idea, het blad van de EA.
Veel mensen in de kerk denken namelijk in kaders van binnen of buiten de kerk. En wie daar tussenvalt is de "randkerkelijke", degene die zich bevindt aan de randen van de kerk en veel vaker daar al overheen is gestapt.
Ik vind dit een heel interessante vraag, omdat wij ons met Villa Klarendal aan of over de randen van de kerk begeven in een poging naast mensen te staan die niets meer met de kerk te maken (willen) hebben.
"De randen van de kerk". In de artikelen die ik vandaag las, ging het vooral over de noodzaak van het benoemen en maken van randen van de kerk. Zonder die randen is er geen kerk, las ik. "Een randloze kerk loopt het gevaar om alles kerk te noemen" aldus een van de koppen. Dit raakt allerlei vraagstukken. Wanneer is een kerk een kerk? Hoe staat een kerk in de samenleving? Met welke blik kijken wij naar kerk en samenleving?
Het meest opvallende vind ik, dat de schrijvers kerk definiëren langs organisatorische lijnen. Een keuze voor Jezus is niet vrijblijvend, aldus Peter Kos, voorganger van Bapistengemeente De Rank in Utrecht. Een keuze voor het lichaam van Christus een gelovige neemt vertaalt hij in "het bezoeken van de bijeenkomsten, het lidmaatschap van een huiskring en het vervullen van tenminste één taak". Een andere geïnterviewde, Hans Maat van het Evangelisch Werkverband, vraagt zich af hoe vloeibaar de geloofsgemeenschap mag zijn. Want de bijbel spreekt over "burgers van het koninkrijk der hemelen, die vreemdelingen en gasten op aarde zijn, die vanuit de duisternis zijn overgegaan in het licht."
Hoe is dat nu als je jezelf als kerkplanter begeeft midden in de wereld? Wij hebben er voor gekozen midden in de wijksamenleving te staan. Wij begeven ons in het wijkcentrum, helpen mee met activiteiten die door anderen worden georganiseerd, denken mee over verbeteringen in de wijk en proberen daar zelf actief in deel te nemen. We komen mensen tegen die geïnteresseerd zijn in het geloof. Met hen trekken wij op een ander niveau op. Met hen gaan we naar een viering. Hebben we regelmatig geloofsgesprekken. En denken na over de plek die het geloof in het leven van mensen, maar ook in de wijk mag innemen.
Wij zijn een tijd bezig geweest met toewerken naar lidmaatschap. Jezelf toewijden aan de Heer en daarmee ook aan het werk van Villa Klarendal. Dat bleek voor iedereen een brug te ver. Wekelijks kwamen mensen naar de viering. Samen spraken ze over het geloof en de uitwerking daarvan in het eigen leven. Samen waren ze bereid zich in te zetten. Maar om nu lid te worden???
Ik vraag me inmiddels af of het nodig is. Hebben we een formeel lidmaatschap nodig om te bereiken wat eigenlijk al was gebeurd? Vanuit de wijksamenleving trekken we op met mensen. Daarin maken we geen onderscheid tussen gelovig, ongelovig, randkerkelijk of andersgelovig. Want voor ons is iedereen even belangrijk. In die contacten zijn een aantal mensen voortgekomen die meer over het geloof wilden weten. En daarmee zijn we nog meer gaan optrekken. Zo is de christelijke wijkgemeenschap Villa Klarendal ontstaan. Een gemengd gezelschap van gelovigen, nog-niet-zo gelovigen en zelfs een aantal ongelovigen die zich aangetrokken voelen tot de combinatie geloof en werken die we hebben uitgeleefd. Daarbinnen functioneert het lichaam van Christus zichtbaar als organisch geheel. Mensen zorgen voor elkaar, helpen elkaar, bidden voor elkaar. En tegelijkertijd is de scheiding tussen gelovige en ongelovige zo klein dat er ook andere, die bijbels gezien niet tot het Lichaam behoort, binnen onze gemeenschap de noodzakelijke hulp en aandacht krijgt.
Da
Blog van Rick Jansen over leven en werken als kerkelijk pionier in een achterstandswijk
zaterdag 18 mei 2013
Column Friesch Dagblad 57: afscheid van Villa Klarendal en ook weer niet
In september 2004 kregen we goedkeuring van het bestuur van Youth for Christ om in Klarendal van start te gaan met een nieuw wijkproject. Met verve gingen we aan de slag. Samen bidden. Met onze dochters een bijbelmeidenclub starten. Het werk stagneerde, omdat we geen gebouw hadden. We deden wel veel, maar we hadden geen plek om vanuit te kunnen werken. En dat vonden we toch wel belangrijk.Groot was dan ook onze vreugde toen we in juni 2005 te horen kregen dat we een gebouw aan de Klarendalseweg konden huren. Nu konden we echt van start gaan. Oktober 2005 was Villa Klarendal een feit. We begonnen met een kleine huiskamer, een kleine bijzaal en een kantoortje.
Daar werden wekelijks onze brunch en viering gehouden. Samen eten aan vier, later vijf, nog later zes tafels. En aan het einde van de maaltijd de tafels aan de kant schuiven en de stoelen in een kring zetten voor de viering. En prachtige plek. Een warm bad om te zijn. Ook voor het team van Youth for Christ dat er vier dagen per week aanwezig was.
Van daaruit werd gevoetbald, werden naschoolse activiteiten gehouden. En binnen werden meidenclubs, een eetclub, koffieochtenden, Bijbelstudies, gebedsavonden en teamavonden gehouden.
Alles ging zo mooi dat we voor onze brunch en viering moesten uitwijken. We konden wat zalen in het wijkcentrum huren. En vrijwel gelijktijdig werd de christelijke wijkgemeenschap met dezelfde naam van de grond getild.
De parttime medewerkers van Youth for Christ maakten plaats voor de vele vrijwilligers van de wijkgemeenschap. Die konden het vele werk van de werkers niet overnemen. Maar de kern van het werk ging wel door. Mensen in de wijk werden geholpen en namen zondags deel aan de maaltijdvieringen.
Het was een moeilijke afweging. Een duur gebouw met die geschiedenis aanhouden voor het gebruik van twee of drie dagdelen? Met veel pijn in het hart werd afgelopen maand afscheid genomen van het pandje van Villa Klarendal, dat precies zeven jaar en zeven maanden had dienstgedaan.
De vraag kwam veel langs. Hebben we wel een gebouw nodig? Standaard is het antwoord bevestigend. Want hoe kun je anders werken en vieren? Terwijl we momenteel gebruik maken van twee gebouwen en een huiskamer, blijft het voor ons een vraag. De kerk, dat zijn de mensen. Waar wij zijn, daar is Villa Klarendal. Waar wij komen, ervaren mensen iets van wie wij zijn en wat we bedoelen.
Dat neemt niet weg dat we uitzien naar een eigen plek waar we weer al onze activiteiten kunnen doen. Waar dat is, weten we op dit moment niet. We voelen ons als Abraham. We zijn uit ons kerkelijk thuisland weggetrokken naar ons Haran aan de Klarendalseweg. Zonder te weten waar we naar toe moeten, laten we dat weer achter, op weg naar het nieuwe gebouw van melk en honing. Onze beloofde villa die wij nu nog niet kennen.
Daar werden wekelijks onze brunch en viering gehouden. Samen eten aan vier, later vijf, nog later zes tafels. En aan het einde van de maaltijd de tafels aan de kant schuiven en de stoelen in een kring zetten voor de viering. En prachtige plek. Een warm bad om te zijn. Ook voor het team van Youth for Christ dat er vier dagen per week aanwezig was.
Van daaruit werd gevoetbald, werden naschoolse activiteiten gehouden. En binnen werden meidenclubs, een eetclub, koffieochtenden, Bijbelstudies, gebedsavonden en teamavonden gehouden.
Alles ging zo mooi dat we voor onze brunch en viering moesten uitwijken. We konden wat zalen in het wijkcentrum huren. En vrijwel gelijktijdig werd de christelijke wijkgemeenschap met dezelfde naam van de grond getild.
De parttime medewerkers van Youth for Christ maakten plaats voor de vele vrijwilligers van de wijkgemeenschap. Die konden het vele werk van de werkers niet overnemen. Maar de kern van het werk ging wel door. Mensen in de wijk werden geholpen en namen zondags deel aan de maaltijdvieringen.
Het was een moeilijke afweging. Een duur gebouw met die geschiedenis aanhouden voor het gebruik van twee of drie dagdelen? Met veel pijn in het hart werd afgelopen maand afscheid genomen van het pandje van Villa Klarendal, dat precies zeven jaar en zeven maanden had dienstgedaan.
De vraag kwam veel langs. Hebben we wel een gebouw nodig? Standaard is het antwoord bevestigend. Want hoe kun je anders werken en vieren? Terwijl we momenteel gebruik maken van twee gebouwen en een huiskamer, blijft het voor ons een vraag. De kerk, dat zijn de mensen. Waar wij zijn, daar is Villa Klarendal. Waar wij komen, ervaren mensen iets van wie wij zijn en wat we bedoelen.
Dat neemt niet weg dat we uitzien naar een eigen plek waar we weer al onze activiteiten kunnen doen. Waar dat is, weten we op dit moment niet. We voelen ons als Abraham. We zijn uit ons kerkelijk thuisland weggetrokken naar ons Haran aan de Klarendalseweg. Zonder te weten waar we naar toe moeten, laten we dat weer achter, op weg naar het nieuwe gebouw van melk en honing. Onze beloofde villa die wij nu nog niet kennen.
vrijdag 19 april 2013
Column Friesch Dagblad 56: zijn zoals je bent
Je mag zijn zoals je bent. Een van de zinnen die we veel uitspreken in Villa Klarendal. En die we ook proberen uit te leven. Wat dat kan betekenen zag ik de afgelopen periode.
Een van de activiteiten waaraan ik als vrijwilliger deelneem in de wijk is een landenkookgroep. Samen afwassen, samen koken, samen eten. Een van de vrijwilligers is een typische ‘Ernemse’: altijd wat te klagen, nooit is het goed. De borden zijn vies en het eten niet lekker.
In de loop van de jaren heb ik toch een klik gekregen met deze ‘nuiler’ (zeurkous). Elke keer als ik binnenkom, roept ze keihard door de zaal ‘Rick’ en wijst een plek naast haar aan, waar ik vooral moet gaan zitten. ,,Het es wear nèks”, is het eerste wat ze zegt, waarna ze een bord volschept. Met een knipoog zeg ik tegen haar: ,,Het es wear nèks, hè, maar wel lekker...” Waarna ik een stomp krijg en een glimlach.
We sluiten met haar standaard af met een afterparty met koude thee met een schuimkop erop. Laatst moest ik in hetzelfde gebouw iets anders doen. Aan het einde van de activiteit werd ik gebeld. Of ik nog kwam drinken. Want ze wilden toch nog even doorkletsen.
Wij vierden dit jaar voor het eerst Goede Vrijdag. Halverwege werd ik door een man gebeld, die ik ken als afnemer van een voedselpakket. Ik zette mijn telefoon uit, want we waren midden in een viering.
Bijna aan het einde van de viering belde hij aan en kwam binnen. Hij wilde met ons meevieren. En bracht een Arabische versie van de Matthäus Passion als geschenk mee, waarvan we een verzoeknummer draaiden. Zo vierden we samen met hem Goede Vrijdag.
Aan het einde van de viering kwamen we in een dieper gesprek terecht over het lijden en sterven van Jezus. Hij had hier andere gedachten over. Hij sprak over God die moslims Allah noemen.
Een andere vierder sneerde terug: ,,Geloof jij dan dat Allah en de God van de Bijbel dezelfde zijn?” ,,Jij niet dan?”, vroeg de man terug. Waarop de gelovige een hele verhandeling hield waarmee hij bijbels aantoonde dat dit niet zo was. Het gesprek werd ongemakkelijker. De hart-tot-hart relatie met de man werd verstoord door de kille bewijslast van mijn medevierder.
Nog steeds kijk ik met blijdschap naar de relaties die ik met mensen heb. Ik vraag me daarbij af of mijn medegelovigen bereid zijn de ander echt te accepteren zoals hij is, met alle rare gewoontes en gedachten die hij er op na houdt.
Een van de activiteiten waaraan ik als vrijwilliger deelneem in de wijk is een landenkookgroep. Samen afwassen, samen koken, samen eten. Een van de vrijwilligers is een typische ‘Ernemse’: altijd wat te klagen, nooit is het goed. De borden zijn vies en het eten niet lekker.
In de loop van de jaren heb ik toch een klik gekregen met deze ‘nuiler’ (zeurkous). Elke keer als ik binnenkom, roept ze keihard door de zaal ‘Rick’ en wijst een plek naast haar aan, waar ik vooral moet gaan zitten. ,,Het es wear nèks”, is het eerste wat ze zegt, waarna ze een bord volschept. Met een knipoog zeg ik tegen haar: ,,Het es wear nèks, hè, maar wel lekker...” Waarna ik een stomp krijg en een glimlach.
We sluiten met haar standaard af met een afterparty met koude thee met een schuimkop erop. Laatst moest ik in hetzelfde gebouw iets anders doen. Aan het einde van de activiteit werd ik gebeld. Of ik nog kwam drinken. Want ze wilden toch nog even doorkletsen.
Wij vierden dit jaar voor het eerst Goede Vrijdag. Halverwege werd ik door een man gebeld, die ik ken als afnemer van een voedselpakket. Ik zette mijn telefoon uit, want we waren midden in een viering.
Bijna aan het einde van de viering belde hij aan en kwam binnen. Hij wilde met ons meevieren. En bracht een Arabische versie van de Matthäus Passion als geschenk mee, waarvan we een verzoeknummer draaiden. Zo vierden we samen met hem Goede Vrijdag.
Aan het einde van de viering kwamen we in een dieper gesprek terecht over het lijden en sterven van Jezus. Hij had hier andere gedachten over. Hij sprak over God die moslims Allah noemen.
Een andere vierder sneerde terug: ,,Geloof jij dan dat Allah en de God van de Bijbel dezelfde zijn?” ,,Jij niet dan?”, vroeg de man terug. Waarop de gelovige een hele verhandeling hield waarmee hij bijbels aantoonde dat dit niet zo was. Het gesprek werd ongemakkelijker. De hart-tot-hart relatie met de man werd verstoord door de kille bewijslast van mijn medevierder.
Nog steeds kijk ik met blijdschap naar de relaties die ik met mensen heb. Ik vraag me daarbij af of mijn medegelovigen bereid zijn de ander echt te accepteren zoals hij is, met alle rare gewoontes en gedachten die hij er op na houdt.
woensdag 20 maart 2013
Column Friesch Dagblad 55: Een team in goede tijden en slechte tijden
Wie mijn columns leest kan wel eens het idee krijgen dat ik dit werk helemaal in mijn uppie doe, of samen met mijn vrouw. Ik schrijf deze column natuurlijk vanuit mijn persoonlijke perspectief. En wie iets van de grond aan af opbouwt, geeft aan anderen al snel het gevoel dat hij het helemaal alleen heeft gedaan.
Laat ik u snel uit de droom helpen. Bij Villa Klarendal werken we namelijk vanaf het begin in een team. Toen we begonnen als wijkproject van Youth for Christ, rond september 2004, werd één persoon door Youth for Christ vrijgesteld om het werk van de grond te tillen. Samen bepaalden we de richting die het werk op zou gaan. Het Youth for Christ team werd al snel uitgebreid en in zijn hoogtijdagen werkten er vijf mensen parttime in de wijk.
Bijna drie jaar geleden werd het wijkproject een Christelijke Wijkgemeenschap. Drie echtparen vormden de basis voor het werk, waaruit drie personen werden ingezegend als leidinggevenden van de nieuwgevormde wijkgemeenschap.
Werken in een team betekent dat iedereen meedenkt en dat we gezamenlijk tot besluiten komen. Wij willen consequent een leidinggevend team zijn, waardoor er niet een is die een belangrijker stem heeft dan de ander.
Basis daarvoor is een harmonieuze relatie, waarin ieder elkaar volledig vertrouwt. Nu is geen enkel werk volmaakt, en zeker niet elk persoon (laat staan dat ik dat ben). Door allerlei omstandigheden moesten we daarom onlangs flink met elkaar aan de slag in een teamcoaching om weer eens tot elkaar te komen.
Want werken in een team is niet altijd harmonieus. Als je jaren met elkaar bezig bent, leer je elkaar steeds beter kennen. Wat niet altijd prettig is. Want die ander blijkt niet altijd zo leuk te zijn als hij of zij in het begin leek te zijn. Nee, we maken elkaar goede tijden mee, maar ook in mindere of slechte tijden. En in die laatste tijden heeft niet iedereen de neus in de goede richting staan. En kan er teleurstelling optreden bij de andere teamleden.
Ja, dat is ook onderdeel van het werken in een mooi werk als Villa Klarendal. En dat ligt echt niet alleen aan de anderen. Nee, ikzelf moet soms ook weer eens bij mezelf en bij God te rade gaan of ik het nu allemaal wel zo goed en zo zuiver bedoel. En op die momenten kom ik mezelf weer eens flink tegen.
Pijnlijke momenten, omdat ik met mezelf wordt geconfronteerd. Mooie momenten, omdat het team en het werk er uiteindelijk weer beter van worden. Ik ben dankbaar voor wat wij als team samen, met vallen en opstaan, hebben bereikt in onze wijk.
Laat ik u snel uit de droom helpen. Bij Villa Klarendal werken we namelijk vanaf het begin in een team. Toen we begonnen als wijkproject van Youth for Christ, rond september 2004, werd één persoon door Youth for Christ vrijgesteld om het werk van de grond te tillen. Samen bepaalden we de richting die het werk op zou gaan. Het Youth for Christ team werd al snel uitgebreid en in zijn hoogtijdagen werkten er vijf mensen parttime in de wijk.
Bijna drie jaar geleden werd het wijkproject een Christelijke Wijkgemeenschap. Drie echtparen vormden de basis voor het werk, waaruit drie personen werden ingezegend als leidinggevenden van de nieuwgevormde wijkgemeenschap.
Werken in een team betekent dat iedereen meedenkt en dat we gezamenlijk tot besluiten komen. Wij willen consequent een leidinggevend team zijn, waardoor er niet een is die een belangrijker stem heeft dan de ander.
Basis daarvoor is een harmonieuze relatie, waarin ieder elkaar volledig vertrouwt. Nu is geen enkel werk volmaakt, en zeker niet elk persoon (laat staan dat ik dat ben). Door allerlei omstandigheden moesten we daarom onlangs flink met elkaar aan de slag in een teamcoaching om weer eens tot elkaar te komen.
Want werken in een team is niet altijd harmonieus. Als je jaren met elkaar bezig bent, leer je elkaar steeds beter kennen. Wat niet altijd prettig is. Want die ander blijkt niet altijd zo leuk te zijn als hij of zij in het begin leek te zijn. Nee, we maken elkaar goede tijden mee, maar ook in mindere of slechte tijden. En in die laatste tijden heeft niet iedereen de neus in de goede richting staan. En kan er teleurstelling optreden bij de andere teamleden.
Ja, dat is ook onderdeel van het werken in een mooi werk als Villa Klarendal. En dat ligt echt niet alleen aan de anderen. Nee, ikzelf moet soms ook weer eens bij mezelf en bij God te rade gaan of ik het nu allemaal wel zo goed en zo zuiver bedoel. En op die momenten kom ik mezelf weer eens flink tegen.
Pijnlijke momenten, omdat ik met mezelf wordt geconfronteerd. Mooie momenten, omdat het team en het werk er uiteindelijk weer beter van worden. Ik ben dankbaar voor wat wij als team samen, met vallen en opstaan, hebben bereikt in onze wijk.
dinsdag 19 februari 2013
Column Friesch Dagblad 54: Als God in Klarendal
Een mail van een vrouw die en passant meldt dat ze is gaan samenwonen met haar vriendin. Een bezoeker die belt om te vertellen dat zijn oma is overleden, die lid is van de Jehovah’s getuigen waar hij uit is gestapt. Een bezoekster die vertelt dat haar zoon weer tijdelijk bij haar woont vanwege de lastige thuissituatie en de financiële gevolgen die dat voor haar heeft.Zomaar wat situaties uit de praktijk van alledag die we bij Villa Klarendal tegenkomen. En dan zijn dit de gebeurtenissen die bij iedereen bekend zijn. Want in evenveel situaties worden we betrokken die wij niet aan de grote klok hangen.
Vandaag las ik een artikel over hoe belangrijk het is dat de kerk nauw betrokken is bij de samenleving. De schrijver, Robert Mazier op de website Hetgoedeleven.com, constateert dat er in de reguliere kerken een sterke scheiding bestaat tussen ‘binnen’ en ‘buiten’. De schapen en de bokken, het kaf en het koren.
Zo maken mensen in de kerk een scheiding tussen kerk en niet-kerk. Hij pleit voor kerkvormen waarin de kerk buiten komt en contact maakt met wat ‘werelds’ is.
Bij Villa Klarendal is dit dagelijkse kost. We vieren bijvoorbeeld met mensen die nog helemaal niet zo geloven. Of met mensen die islamitisch zijn.
In de omgang met bezoekers maken we geen verschil. Iedereen mag komen zoals hij is. En mag ook weer gaan wanneer hij wil. Alleen als we de ‘maaltijd van Jezus’ vieren, vragen we onze niet-gelovige bezoekers uit respect voor het geloof niet deel te nemen. Maar zeggen er gelijk bij dat ze zich volledig welkom mogen weten in ons midden.
Wat gebeurt er als het kaf en het koren niet gescheiden wordt? Als het onkruid opgroeit met de tarwe, om maar te spreken in een van de gelijkenissen van Jezus. Dan groeien tarwe en onkruid samen op. Met het gevaar dat het onkruid de tarwe overwoekert. Maar ook met de mogelijkheid dat de tarwe het onkruid verwijdert.
En hier gaat de vergelijking natuurlijk mis. Want wij merken dat onkruid ook tarwe kan worden. Mensen die komen als onkruid. Voor de wereld en misschien ook in de ogen van christenen rijp om te worden weggegooid. Maar ze worden geaccepteerd en gewaardeerd. Waardoor ze meer oog krijgen voor waar we voor staan.
Door samen ‘buiten’ te zijn en ons met hen te vereenzelvigen, groeit het vertrouwen met die ‘andere’ mensen. De wereld is niet eng meer. Het is onze woon- en werkplaats waar we met anderen mogen optrekken en waarin zij iets van God mogen proeven. En door met hen op te trekken, ontdekken wij ook zelf iets van God in hen.
Zoals een lezing van onze rooms-katholieke buurtpastor komende woensdag aankondigt: ‘God in Klarendal’. Over Godsbeelden en sporen van God die hij in zijn buurtpastoraat tegenkomt.
Vandaag las ik een artikel over hoe belangrijk het is dat de kerk nauw betrokken is bij de samenleving. De schrijver, Robert Mazier op de website Hetgoedeleven.com, constateert dat er in de reguliere kerken een sterke scheiding bestaat tussen ‘binnen’ en ‘buiten’. De schapen en de bokken, het kaf en het koren.
Zo maken mensen in de kerk een scheiding tussen kerk en niet-kerk. Hij pleit voor kerkvormen waarin de kerk buiten komt en contact maakt met wat ‘werelds’ is.
Bij Villa Klarendal is dit dagelijkse kost. We vieren bijvoorbeeld met mensen die nog helemaal niet zo geloven. Of met mensen die islamitisch zijn.
In de omgang met bezoekers maken we geen verschil. Iedereen mag komen zoals hij is. En mag ook weer gaan wanneer hij wil. Alleen als we de ‘maaltijd van Jezus’ vieren, vragen we onze niet-gelovige bezoekers uit respect voor het geloof niet deel te nemen. Maar zeggen er gelijk bij dat ze zich volledig welkom mogen weten in ons midden.
Wat gebeurt er als het kaf en het koren niet gescheiden wordt? Als het onkruid opgroeit met de tarwe, om maar te spreken in een van de gelijkenissen van Jezus. Dan groeien tarwe en onkruid samen op. Met het gevaar dat het onkruid de tarwe overwoekert. Maar ook met de mogelijkheid dat de tarwe het onkruid verwijdert.
En hier gaat de vergelijking natuurlijk mis. Want wij merken dat onkruid ook tarwe kan worden. Mensen die komen als onkruid. Voor de wereld en misschien ook in de ogen van christenen rijp om te worden weggegooid. Maar ze worden geaccepteerd en gewaardeerd. Waardoor ze meer oog krijgen voor waar we voor staan.
Door samen ‘buiten’ te zijn en ons met hen te vereenzelvigen, groeit het vertrouwen met die ‘andere’ mensen. De wereld is niet eng meer. Het is onze woon- en werkplaats waar we met anderen mogen optrekken en waarin zij iets van God mogen proeven. En door met hen op te trekken, ontdekken wij ook zelf iets van God in hen.
Zoals een lezing van onze rooms-katholieke buurtpastor komende woensdag aankondigt: ‘God in Klarendal’. Over Godsbeelden en sporen van God die hij in zijn buurtpastoraat tegenkomt.
woensdag 30 januari 2013
Column Friesch Dagblad 53: Monnik of missionaris?
Vorige week was op initiatief van Andries Radio een symposium rondom het thema ‘Monnik of missionaris?’. Een leuk onderwerp om eens dieper over door te praten.
Diverse kranten berichtten erover: Friesch Dagblad en Reformatorisch Dagblad 19 januari , 22 januari en 29 januari.
Het zette mij aan het denken. Allereerst zal het congres speciaal voor die beroepsgroepen bedoeld zijn, want wie in het normale leven is in staat om dinsdagmiddag af te reizen om eens gezellig met elkaar te confereren?
Nu gebeurt het me vaker dat ik van mijn werk vrij neem om naar een conferentie toe te gaan. En dan zie en hoor ik om me heen heel veel mensen die van het voorgangerschap, domineeschap of gemeentestichterschap hun beroep hebben gemaakt. Ze zijn betaald vader van een gemeenschap geworden.
Maar goed, terug naar het thema. Er wordt een tegenstelling neergelegd tussen twee soorten ambten binnen de Rooms-Katholieke Kerk die elk hun taak hebben. De monnik die afgesloten van de wereld ver weg in een klooster bezig is met God, de Bijbel bestudeert, Gods lof zingt en bidt.
Aan de andere kant is daar de missionaris die wordt uitgezonden naar een ver en vreemd land om daar deel te worden van de cultuur en zo probeert het evangelie uit te dragen. Mooie mensen, mooie taken. En daar moest de confereerder dan tussen kiezen. De kerk die teruggetrokken is in de samenleving. Een rustplaats voor vermoeide mensen. Waar als vanouds het evangelie wordt gepredikt. Of de relevante kerk die dichtbij de mensen staat, zich volledig aanpast aan de omringende cultuur en zo probeert het evangelie aannemelijk te maken in de hedendaagse samenleving.
Dan ben jij zeker de missionaris, zal de lezer uitroepen als ze voor mij mogen kiezen. Dat is slechts voor een deel waar. Het klopt. Wij willen dicht bij mensen komen. Als het ware in hun huid kruipen, zodat het evangelie niet van tweeduizend jaar geleden is, maar ook van deze tijd. Maar in mijn gesprekken met mensen bemerk ik de behoefte aan monniken. In het jachtige leven van alledag is een roep te horen naar autenticiteit, rust en tot jezelf komen.
Daarom spreekt mij het idee van een stadsklooster aan. Dichtbij de wijkbewoners is een plek waar mensen even tot rust kunnen komen. En mijn voorbeeld van hoe het ook kan is de film Sister Act. Een groep kloosterlingen komt uit het klooster om de buurt te dienen. Met muziek aangepast aan deze tijd. Maar ook werkzaam in en voor de buurt. Het klooster wordt niet opgeheven. Het stelt zich ten dienste aan de samenleving.
De tegenstelling is niet zo groot. Een kerk die als monniken dag aan dag bidt en zingt voor de buurt om hen heen en daarin God groot maakt. Die bereid is het veilige plekje te verlaten om vuile handen te maken in de wereld om hen heen. Op zoek naar een missionaris die bereid is het monnikenwerk in het leven van alledag te integreren. Naar een monnik met een missie
Diverse kranten berichtten erover: Friesch Dagblad en Reformatorisch Dagblad 19 januari , 22 januari en 29 januari.
Het zette mij aan het denken. Allereerst zal het congres speciaal voor die beroepsgroepen bedoeld zijn, want wie in het normale leven is in staat om dinsdagmiddag af te reizen om eens gezellig met elkaar te confereren?
Nu gebeurt het me vaker dat ik van mijn werk vrij neem om naar een conferentie toe te gaan. En dan zie en hoor ik om me heen heel veel mensen die van het voorgangerschap, domineeschap of gemeentestichterschap hun beroep hebben gemaakt. Ze zijn betaald vader van een gemeenschap geworden.
Maar goed, terug naar het thema. Er wordt een tegenstelling neergelegd tussen twee soorten ambten binnen de Rooms-Katholieke Kerk die elk hun taak hebben. De monnik die afgesloten van de wereld ver weg in een klooster bezig is met God, de Bijbel bestudeert, Gods lof zingt en bidt.
Aan de andere kant is daar de missionaris die wordt uitgezonden naar een ver en vreemd land om daar deel te worden van de cultuur en zo probeert het evangelie uit te dragen. Mooie mensen, mooie taken. En daar moest de confereerder dan tussen kiezen. De kerk die teruggetrokken is in de samenleving. Een rustplaats voor vermoeide mensen. Waar als vanouds het evangelie wordt gepredikt. Of de relevante kerk die dichtbij de mensen staat, zich volledig aanpast aan de omringende cultuur en zo probeert het evangelie aannemelijk te maken in de hedendaagse samenleving.
Dan ben jij zeker de missionaris, zal de lezer uitroepen als ze voor mij mogen kiezen. Dat is slechts voor een deel waar. Het klopt. Wij willen dicht bij mensen komen. Als het ware in hun huid kruipen, zodat het evangelie niet van tweeduizend jaar geleden is, maar ook van deze tijd. Maar in mijn gesprekken met mensen bemerk ik de behoefte aan monniken. In het jachtige leven van alledag is een roep te horen naar autenticiteit, rust en tot jezelf komen.
Daarom spreekt mij het idee van een stadsklooster aan. Dichtbij de wijkbewoners is een plek waar mensen even tot rust kunnen komen. En mijn voorbeeld van hoe het ook kan is de film Sister Act. Een groep kloosterlingen komt uit het klooster om de buurt te dienen. Met muziek aangepast aan deze tijd. Maar ook werkzaam in en voor de buurt. Het klooster wordt niet opgeheven. Het stelt zich ten dienste aan de samenleving.
De tegenstelling is niet zo groot. Een kerk die als monniken dag aan dag bidt en zingt voor de buurt om hen heen en daarin God groot maakt. Die bereid is het veilige plekje te verlaten om vuile handen te maken in de wereld om hen heen. Op zoek naar een missionaris die bereid is het monnikenwerk in het leven van alledag te integreren. Naar een monnik met een missie
zondag 20 januari 2013
Na de kerst
December. Tijd van mooie woorden. Tijd van mooie daden. Warme gevoelens voor alles en iedereen. Want dan moet iedereen toch een goed gevoel krijgen.
Dat ervoeren ook wij in die maand. Iedereen bereid bij te dragen voor 150 kerstpakketten. De ontvangers onder de indruk van al het moois en lekkers. En tijdens de kerstdienst en voorafgaande kerstnachtdienst wilde iedereen dat niemand ontbrak. Iedereen hoort erbij. Hartverwarmend.
Maar ja, de tijd gaat door. Het wordt zo weer oud en nieuw en voor je het weet zitten we alweer in half januari. Maar daarin houdt de armoede, de dakloosheid, de eindeloze schulden en de onduidelijke toekomst gewoon aan. Even een opleving van medemenselijkheid. En dan gaan we weer verder waar we mee bezig waren.
Wij proberen mensen 365 dagen in het jaar ten dienst te zijn. In de warme winterdagen, maar ook in die ijskoude aftermonth januari. Leven gaat door. Medemenselijkheid hopelijk ook. Ik blijf ervoor gaan.
Dat ervoeren ook wij in die maand. Iedereen bereid bij te dragen voor 150 kerstpakketten. De ontvangers onder de indruk van al het moois en lekkers. En tijdens de kerstdienst en voorafgaande kerstnachtdienst wilde iedereen dat niemand ontbrak. Iedereen hoort erbij. Hartverwarmend.
Maar ja, de tijd gaat door. Het wordt zo weer oud en nieuw en voor je het weet zitten we alweer in half januari. Maar daarin houdt de armoede, de dakloosheid, de eindeloze schulden en de onduidelijke toekomst gewoon aan. Even een opleving van medemenselijkheid. En dan gaan we weer verder waar we mee bezig waren.
Wij proberen mensen 365 dagen in het jaar ten dienst te zijn. In de warme winterdagen, maar ook in die ijskoude aftermonth januari. Leven gaat door. Medemenselijkheid hopelijk ook. Ik blijf ervoor gaan.
zondag 2 december 2012
Reactie essay Letter & Geest "Gooi open die kerk"
Nog een mooi Artikel van Monique Samuel gisteren in Letter & Geest in Trouw. De titel zegt genoeg: Gooi open die kerk. Daarin pleit zij voor christen 2.0. Lees het artikel door op de link te klikken.
Hieronder mijn reactie op haar essay.
Mooi geschreven, Monique. Een duidelijke hartenkreet met liefde voor de kerk. Ik herken sommige ervaringen van jou. Ik heb zo mijn bedenkingen over uitingen binnen charismatische kringen, ook al ben ik op en top pinksterchristen. Opgegroeid in de toenmalige Gereformeerde kerk herken ik de moeite en het zoeken dat in die kerk gaande is.
Zelf ben ik nu jaren bezig in onze wijk om daar iets nieuws te doen met Villa Klarendal – http://www.villaklarendal.nl. Maar ook als je van onderop een nieuwe kerk begint, merk je hoe snel je al weer in exclusiviteit -wie hoort erbij en wie niet- terecht komt. Wij willen inclusief werken en leven. We werken in en voor onze wijk -Klarendal Arnhem-. Maken geen onderscheid tussen mensen. Hebben als basisgedachte “je mag komen zoals je bent”, wat ook betekent dat je mag weggaan zoals je bent en wanneer je wilt. Wekelijks hebben wij een “brunch en viering” (op de 1e zondag van de maand een diner). Ook daar weer: mensen mogen komen naar de brunch, maar moeten niet blijven bij de viering. Toch zijn sommigen daar zo enthousiast over, dat ze anderen willen overhalen te blijven. Dat voelt dan weer als dwingen.
Een open kerk waar iedereen welkom is ongeacht afkomst, religie of geaardheid blijft in de praktijk heel lastig. Veel hangt af van ons geloof in God. Hij is immers degene die mensen verandert, niet wij.
Hieronder mijn reactie op haar essay.
Mooi geschreven, Monique. Een duidelijke hartenkreet met liefde voor de kerk. Ik herken sommige ervaringen van jou. Ik heb zo mijn bedenkingen over uitingen binnen charismatische kringen, ook al ben ik op en top pinksterchristen. Opgegroeid in de toenmalige Gereformeerde kerk herken ik de moeite en het zoeken dat in die kerk gaande is.
Zelf ben ik nu jaren bezig in onze wijk om daar iets nieuws te doen met Villa Klarendal – http://www.villaklarendal.nl. Maar ook als je van onderop een nieuwe kerk begint, merk je hoe snel je al weer in exclusiviteit -wie hoort erbij en wie niet- terecht komt. Wij willen inclusief werken en leven. We werken in en voor onze wijk -Klarendal Arnhem-. Maken geen onderscheid tussen mensen. Hebben als basisgedachte “je mag komen zoals je bent”, wat ook betekent dat je mag weggaan zoals je bent en wanneer je wilt. Wekelijks hebben wij een “brunch en viering” (op de 1e zondag van de maand een diner). Ook daar weer: mensen mogen komen naar de brunch, maar moeten niet blijven bij de viering. Toch zijn sommigen daar zo enthousiast over, dat ze anderen willen overhalen te blijven. Dat voelt dan weer als dwingen.
Een open kerk waar iedereen welkom is ongeacht afkomst, religie of geaardheid blijft in de praktijk heel lastig. Veel hangt af van ons geloof in God. Hij is immers degene die mensen verandert, niet wij.
Op zoek naar samenhang die zuilen overstijgt
Afgelopen week ben ik op diverse manieren geconfronteerd met uitspraken van Monique Samuel. Bekend geworden als politicologe met een half-Egyptische achtergrond schaamde zij zich de afgelopen jaren niet zich ook overtuigd christen te noemen.
Enkele weken geleden publiceerde het dagblad Trouw een bijlage "Nederland in 2030" waarin diverse mensen hun visie gaven op de toekomst van ons land, gericht op dat richtjaar. Daarin ook een artikel van Monique met als kop "Mensen zijn hun morele kompas kwijtgeraakt".
Zij ziet de huidige crisis als een maatschappelijke crisis die voortkomt uit de ontzuiling, waarvoor niets in de plaats is gekomen. Daarom pleit zij voor eeb zoektocht naar samenhang die de zuilen overstijgt. Mooi is, dat zij de kerk niet afschrijft, maar wel richting geeft geeft aan de hand van 3 basisprincipes.
- God heeft ons gemaakt en is met ons
- hij heeft een doel met ons leven
- wij zijn hier om elkaar lief te hebben
Zij pleit voor een inclusief christendom, waar iedereen zich thuis mag voelen.
Ik vind het zo mooi te zien hoe allerlei christenen in ons land op een andere manier christen en kerk willen zijn. Dat wordt niet altijd herkend door de grote gemene christelijke deler. Omdat ze tot andere keuzes komen. Arie Boomsma in de Linda voor homo's. Monique Samuel door haar keuze uit haar heterohuwelijk te stappen en een lesbische relatie aan te gaan.
Maar ook veel vernieuwende bewegingen zijn op zoek naar andere wegen waarop God kan werken in deze tijd. Het pleidooi voor samenhang die de zuilen ontstijgt spreekt mij aan. We zitten bewust of onbewust toch in ons eigen kleine hokje. En daar is de evangelische zuil geen uitzondering op.
Ik ben sinds kort secretaris van een oecumenisch platform in onze stad. Als ik dan activiteiten aankondig bij het evangelische Hart voor Arnhem, worden die daar voor kennisgeving aangenomen en naast zich neergelegd. Want uit de oecumenische hoek...
De vriendschap die wij zijn aangegaan met de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt werd in bepaalde kringen met argusogen bekeken. Het paste niet in hun hokje. Maar wat kunnen we veel van elkaar leren. Dat geldt ook voor het gesprek dat we afgelopen dinsdag hadden met het team van de RK kerk in de stad. De pastoor voor de hele parochie en de buurtpastor voor de wijk. Eerst aftastend, kwamen we al snel tot een gesprek van hart tot hart. Want alhoewel verschillend, kunnen we elkaar toch vinden in de basis van het geloof. De een kampend met krimp en veroudering. De ander zoekend naar de weg in deze wereld en wijk.
Ik wil heel graag mensen helpen hun morele kompas terug te vinden. Niet meer top-down, maar door naast de ander te staan. Als een vriend wegwijzer te zijn door samen te ontdekken hoe God in en door de ander wil werken.
Monique Samuel, ik blijf je volgen. En wellicht kunnen we samen eens onze visie op geloven uitwisselen.
Enkele weken geleden publiceerde het dagblad Trouw een bijlage "Nederland in 2030" waarin diverse mensen hun visie gaven op de toekomst van ons land, gericht op dat richtjaar. Daarin ook een artikel van Monique met als kop "Mensen zijn hun morele kompas kwijtgeraakt".
Zij ziet de huidige crisis als een maatschappelijke crisis die voortkomt uit de ontzuiling, waarvoor niets in de plaats is gekomen. Daarom pleit zij voor eeb zoektocht naar samenhang die de zuilen overstijgt. Mooi is, dat zij de kerk niet afschrijft, maar wel richting geeft geeft aan de hand van 3 basisprincipes.
- God heeft ons gemaakt en is met ons
- hij heeft een doel met ons leven
- wij zijn hier om elkaar lief te hebben
Zij pleit voor een inclusief christendom, waar iedereen zich thuis mag voelen.
Ik vind het zo mooi te zien hoe allerlei christenen in ons land op een andere manier christen en kerk willen zijn. Dat wordt niet altijd herkend door de grote gemene christelijke deler. Omdat ze tot andere keuzes komen. Arie Boomsma in de Linda voor homo's. Monique Samuel door haar keuze uit haar heterohuwelijk te stappen en een lesbische relatie aan te gaan.
Maar ook veel vernieuwende bewegingen zijn op zoek naar andere wegen waarop God kan werken in deze tijd. Het pleidooi voor samenhang die de zuilen ontstijgt spreekt mij aan. We zitten bewust of onbewust toch in ons eigen kleine hokje. En daar is de evangelische zuil geen uitzondering op.
Ik ben sinds kort secretaris van een oecumenisch platform in onze stad. Als ik dan activiteiten aankondig bij het evangelische Hart voor Arnhem, worden die daar voor kennisgeving aangenomen en naast zich neergelegd. Want uit de oecumenische hoek...
De vriendschap die wij zijn aangegaan met de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt werd in bepaalde kringen met argusogen bekeken. Het paste niet in hun hokje. Maar wat kunnen we veel van elkaar leren. Dat geldt ook voor het gesprek dat we afgelopen dinsdag hadden met het team van de RK kerk in de stad. De pastoor voor de hele parochie en de buurtpastor voor de wijk. Eerst aftastend, kwamen we al snel tot een gesprek van hart tot hart. Want alhoewel verschillend, kunnen we elkaar toch vinden in de basis van het geloof. De een kampend met krimp en veroudering. De ander zoekend naar de weg in deze wereld en wijk.
Ik wil heel graag mensen helpen hun morele kompas terug te vinden. Niet meer top-down, maar door naast de ander te staan. Als een vriend wegwijzer te zijn door samen te ontdekken hoe God in en door de ander wil werken.
Monique Samuel, ik blijf je volgen. En wellicht kunnen we samen eens onze visie op geloven uitwisselen.
dinsdag 27 november 2012
Column Friesch Dagblad 52: Terugtrekken of dienen?
Afgelopen weekend heb ik eindelijk kunnen kijken naar de documentaire "Kamperen met God". Een voor de christelijke pers spraakmakende film over het wel en wee op de christelijke camping De Betteld. In de film zien we hoe de makers diverse mensen volgen die in de kampeerweek een rol hebben. De gezalfde spreker, een enthousiaste medewerker, de betrokken directeur, de beveiligende "guardian angels", bezoekers van de kampeerweek en een tweetal schoonmakers. Op de schoonmakers na zijn alle betrokkenen christen en beleven dat ieder op hun eigen manier.
De film geeft een prachtig sfeerbeeld van wat er zoal in een week op die camping gebeurt. De gelovigen zijn onder elkaar en kunnen ongeremd hun leven met God beleven. De film heeft in christelijke kringen voor veel commotie gezorgd, omdat er veel over genezing wordt gesproken. Dat wil ik daarom buiten beschouwing laten.
Wat ik interessant vind is de manier waarop de zichtbaar niet-gelovige schoonmakers het geheel ondergaan. Ze maken dus schoon. En terwijl op de achtergrond de preken en gebeden goed hoorbaar door de wc's heen klinken zijn de schoonmakers in gesprek over het leven van alledag. We zien ook hoe ze bij de start van de dag met bijbellezen en gebed zichtbaar ongemakkelijk het geestelijke vuur ondergaan. Daarna gaat ieder zijns weegs, ruimt de directeur de kopjes op en lopen de schoonmakers weg richting de schoon te maken faciliteiten.
De enige opmerking die ik tijdens de film uit de mond van de schoonmakers hoor over het hele gebeuren is, dat ze vinden dat 'hun' wel heel anders praten. De "tale pinksterens" die hoorbaar wordt gebezigd staat blijkbaar ver af van de taal van het leven van alledag.
De christenen hebben zichtbaar de week van hun leven. Ze zijn er eens uit. Ze komen tot God. Weg van de boze wereld, in een stukje hemel op aarde. Dat ontlokte bij mij de vraag wat de gelovigen in beeld in de rest van hun leven doen. In hoeverre wordt wat ze hebben gehoord in die week verwerkt in het "gewone" leven in die "boze wereld". Ik ben bang dat een onderzoek dat onlangs van de persen is gerold ons daarop een antwoord geeft. "Christenen onderscheiden zich niet in onze samenleving" is de eindconclusie.
Het lijkt erop alsof christenen zich terugtrekken in hun christelijke getto's waar ze zich veilig voelen, om maar zo weinig mogelijk te hoeven doen in die wereld daar buiten. En daar durven we niet uit te komen voor dat wereldveranderende evangelie, waardoor de wereld blijft zoals hij is. Blijft voor mij de vraag: worden wij in onze kerken en christelijke conferenties toegerust om ons terug te trekken uit de wereld of tot dienstbetoon daaraan?
zaterdag 17 november 2012
Onderscheiden christenen zich in onze samenleving (2)
Wat zou het mooi zijn als kerk en maatschappij meer worden gezien als een eenheid. Als het jaarlijkse gebed voor de gemeentewerkers zich niet alleen beperkt tot oudsten, zondagschoolwerkers of kosters, maar ook voor gemeenteleden die belangrijk werk doen in de samenleving, zoals in de politiek, bij de overheid, in de zorg, in het bedrijfsleven. In hoeverre wordt in die kringen in gebedsbijeenkomsten gebeden voor de problemen die mensen op deze plekken tegenkomen? En in hoeverre is er in het pastoraat en op bijbelstudiekringen aandacht voor een christelijke doordenking van vragen die gemeenteleden tegenkomen in hun werk van alledag?
Ik pleit dus voor christenen die meer zichtbaar worden. Die leven en leer met elkaar in relatie brengen, zodat anderen in de samenleving dat ervaren. Het zal nog wel een tijd duren, maar ik heb hoop dat de evangelische/charismatische evenzoveel aandacht krijgen voor de problemen en vragen in de samenleving als de grote, van oorsprong vrijzinnige kerken, oog krijgen voor de noodzaak van leer in de kerk.
Onderscheiden christenen zich in onze samenleving?
Vanavond op TV bij Andries Knevel. Ik vind het zelf een interessant onderwerp, waar ik al veel met mensen over heb gesproken.
Mijn eerste reactie op deze vraag is ontkennend. Kijk ik om me heen, in onze wijk, dan zie ik maar weinig christenen die zich onderscheiden. Je moet ze zoeken met een vergrootglas. Stedelijk kom ik wel een paar christenen tegen die zich onderscheiden. In de politiek en in organisaties. Maar ze zijn eigenlijk maar op een of hooguit twee handen te tellen.
Kijk je dan landelijk, dan is ook daar de "invloed" laat staan "macht" van christenen nauwelijks zichtbaar. Ik heb het dan niet over oude manieren van leven waarin christenen samenliepen met machthebbers en het hele leven bepaalden. Maar over mensen die opinieleiders zijn of invloedrijk.
Vandaag is de top 200 van invloedrijke mensen in ons land verschenen. Lees ik die lijst door, dan is ook daar slechts een handvol mensen te vinden waarvan bekend is dat zij zich onderscheiden als mensen die uitkomen voor hun christelijk geloof. Dat geldt ook voor de mensen die in diezelfde krant worden benoemd als invloedrijke opinieleiders.
Hoe komt dat nu, dat christenen zich maar zo moeilijk onderscheiden in onze samenleving. Ik zie een aantal redenen.
Volksaard
De Nederlandse volksaard kenmerkt zich door de uitspraak "doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg". Wie zijn hoofd boven het maaiveld uitsteekt wordt gewantrouwd. Christenen doen daar onbewust aan mee. Christenen die veelvuldig op tv verschijnen of verder willen reiken dan wat "gewoon" is in hun kerkelijke gemeente, worden gewantrouwd. Loop maar liever mee in het gewone gemeenteleven.
Scheiding kerk en wereld
Met name in evangelische en charismatische/pinkster kringen is lange tijd een wereldmijding gepredikt. Politiek was "heulen met de vijand" of "compromissen sluiten met de duivel". Zelfs stemmen was in een deel van die christelijke groep not done. Of het moest zijn dat je stemde op een "getuigenispartij" die niet echt serieus werd genomen in de "grote" politiek.
Kerk was in die kringen de basis van het leven. Er werd heel duaal gedacht over het leven in de wereld. Daardoor trokken christenen zich terug in hun vertrouwde gemeente en kwamen daar alleen uit om de wereld in te trekken met de boodschap van het evangelie, verkondigd vanaf een zeepkist of met liedjes zingende gelovigen.
Een gemiddeld duaal denkende groep zal zich niet zo snel willen inlaten met nadenken over jezelf onderscheiden in deze samenleving. De enige vorm van onderscheiding is die van het preken tegen de ander. Dat dergelijke vormen van communicatie weinig effect hebben en zelfs een antireactie teweeg brengt, hebben we de afgelopen weken gezien in de media.
Vorige week sprak in met een christen die net zoals ik lid is van de vereniging van pinkstergemeenten en die vanuit dat geloof gemeenteraadslid is geworden. Een prachtig mens die zich wel onderscheidt. Maar vreemd genoeg krijgt zij geen voet aan de grond bij de voorganger van haar pinkstergemeente. Want "wij moeten kerk en staat gescheiden houden". Kerk en leven zijn in de gedachten van deze voorganger blijkbaar gescheiden. Deze seculiere gedachten kom ik veel tegen in deze kringen. Met als gevolg dat gemeenteleden weer vertrekken, omdat ze geen preken horen die aansluiten op het dagelijks leven. En dat de rest genoegen neemt met leerstellige preken die van belang zijn, maar ver weg staan van het leven van alledag.
Wat zou het mooi zijn als kerk en maatschappij meer worden gezien als een eenheid. Als het jaarlijkse gebed voor de gemeentewerkers zich niet alleen beperkt tot oudsten, zondagschoolwerkers of kosters, maar
Mijn eerste reactie op deze vraag is ontkennend. Kijk ik om me heen, in onze wijk, dan zie ik maar weinig christenen die zich onderscheiden. Je moet ze zoeken met een vergrootglas. Stedelijk kom ik wel een paar christenen tegen die zich onderscheiden. In de politiek en in organisaties. Maar ze zijn eigenlijk maar op een of hooguit twee handen te tellen.
Kijk je dan landelijk, dan is ook daar de "invloed" laat staan "macht" van christenen nauwelijks zichtbaar. Ik heb het dan niet over oude manieren van leven waarin christenen samenliepen met machthebbers en het hele leven bepaalden. Maar over mensen die opinieleiders zijn of invloedrijk.
Vandaag is de top 200 van invloedrijke mensen in ons land verschenen. Lees ik die lijst door, dan is ook daar slechts een handvol mensen te vinden waarvan bekend is dat zij zich onderscheiden als mensen die uitkomen voor hun christelijk geloof. Dat geldt ook voor de mensen die in diezelfde krant worden benoemd als invloedrijke opinieleiders.
Hoe komt dat nu, dat christenen zich maar zo moeilijk onderscheiden in onze samenleving. Ik zie een aantal redenen.
Volksaard
De Nederlandse volksaard kenmerkt zich door de uitspraak "doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg". Wie zijn hoofd boven het maaiveld uitsteekt wordt gewantrouwd. Christenen doen daar onbewust aan mee. Christenen die veelvuldig op tv verschijnen of verder willen reiken dan wat "gewoon" is in hun kerkelijke gemeente, worden gewantrouwd. Loop maar liever mee in het gewone gemeenteleven.
Scheiding kerk en wereld
Met name in evangelische en charismatische/pinkster kringen is lange tijd een wereldmijding gepredikt. Politiek was "heulen met de vijand" of "compromissen sluiten met de duivel". Zelfs stemmen was in een deel van die christelijke groep not done. Of het moest zijn dat je stemde op een "getuigenispartij" die niet echt serieus werd genomen in de "grote" politiek.
Kerk was in die kringen de basis van het leven. Er werd heel duaal gedacht over het leven in de wereld. Daardoor trokken christenen zich terug in hun vertrouwde gemeente en kwamen daar alleen uit om de wereld in te trekken met de boodschap van het evangelie, verkondigd vanaf een zeepkist of met liedjes zingende gelovigen.
Een gemiddeld duaal denkende groep zal zich niet zo snel willen inlaten met nadenken over jezelf onderscheiden in deze samenleving. De enige vorm van onderscheiding is die van het preken tegen de ander. Dat dergelijke vormen van communicatie weinig effect hebben en zelfs een antireactie teweeg brengt, hebben we de afgelopen weken gezien in de media.
Vorige week sprak in met een christen die net zoals ik lid is van de vereniging van pinkstergemeenten en die vanuit dat geloof gemeenteraadslid is geworden. Een prachtig mens die zich wel onderscheidt. Maar vreemd genoeg krijgt zij geen voet aan de grond bij de voorganger van haar pinkstergemeente. Want "wij moeten kerk en staat gescheiden houden". Kerk en leven zijn in de gedachten van deze voorganger blijkbaar gescheiden. Deze seculiere gedachten kom ik veel tegen in deze kringen. Met als gevolg dat gemeenteleden weer vertrekken, omdat ze geen preken horen die aansluiten op het dagelijks leven. En dat de rest genoegen neemt met leerstellige preken die van belang zijn, maar ver weg staan van het leven van alledag.
Wat zou het mooi zijn als kerk en maatschappij meer worden gezien als een eenheid. Als het jaarlijkse gebed voor de gemeentewerkers zich niet alleen beperkt tot oudsten, zondagschoolwerkers of kosters, maar
Urban Expression op TV over "zijn christenen zichtbaar"
Villa Klarendal is onder andere lid van Urban Expression Nederland.
Coördinator Oeds Blok zal op Zaterdag 17 november in het programma "Door de wereld" (18.30u Nederland 2) met Andries Knevel spreken over de uitkomst van een EO-onderzoek over de vraag of christenen zichtbaar zijn in de samenleving. En over hoe zij zich kunnen onderscheiden.
Kijken dus, of later kijken naar Uitzending gemist.
Meer informatie Kijk op de site van Door de Wereld
Coördinator Oeds Blok zal op Zaterdag 17 november in het programma "Door de wereld" (18.30u Nederland 2) met Andries Knevel spreken over de uitkomst van een EO-onderzoek over de vraag of christenen zichtbaar zijn in de samenleving. En over hoe zij zich kunnen onderscheiden.
Kijken dus, of later kijken naar Uitzending gemist.
Meer informatie Kijk op de site van Door de Wereld
Youtube filmpje samenwerken of zelf werken
Oeds Blok, coördinator vanUrban Expression Nederland was afgelopen donderdag bij mij om samen door te praten over het werk van deze beweging die in alle 40 "Vogelaar-"wijken gemeentes te stichten.
na afloop vroeg hij me om kort iets in zijn camera te vertellen over mijn ervaringen. Dat is een verhaaltje geworden over samenwerken met anderen in de wijk of zelf iets opzetten.
Kijk hier naar het Youtube filmpje
Vertel me gerust wat je ervan vindt.
na afloop vroeg hij me om kort iets in zijn camera te vertellen over mijn ervaringen. Dat is een verhaaltje geworden over samenwerken met anderen in de wijk of zelf iets opzetten.
Kijk hier naar het Youtube filmpje
Vertel me gerust wat je ervan vindt.
dinsdag 30 oktober 2012
Column Friesch Dagblad 51: een leven van compassie
Politiek”, zegt mijn buurvrouw smalend, ,,ik heb er niets mee. Ik ga niet stemmen. Het zijn allemaal zakkenvullers”. Mijn democratische hart bloedt. Ik zit aan tafel met wat buurtgenoten tijdens onze wekelijkse brunch van Villa Klarendal. Hier ontmoeten twee werelden elkaar. De wereld van mijn werk, waar ik dag in dag uit bezig ben met politiek en ik veel politici keihard voor weinig zie werken. En de wereld van de wijk, die te maken heeft met de gevolgen van politieke besluiten, die niet altijd gunstig uitvallen voor het persoonlijke leven van alledag van wijkbewoners.
De verkiezingen zijn geweest. Veel mensen hebben landelijk wel gestemd. En met vuur, want twee tegenstanders zijn als grootste partijen uit de bus gekomen. Geen regering met die ander leken de veelal strategische kiezers te willen zeggen. Nu is het tijd voor een regering met onze standpunten zeiden de winnaars na afloop. Om vervolgens de dag erna doodleuk tot de conclusie te komen dat er maar een coalitie mogelijk is: die tussen twee gedoodverfde tegenstanders. Ineens prachtige woorden van politieke leiders naar elkaar die tot de dag ervoor elkaar nog in de haren vlogen. Wie begrijpt dat nog? Vind je het vreemd dat de gewone man cynisch wordt over het politieke gebeuren.
Nee, van mij zul je hierover geen waardeoordeel horen. Het is tijd voor een tegengeluid. Nu het regeringsakkoord op tafel ligt, zien we een beleid komen dat enerzijds medemenselijk blijft, maar aan de andere kant het beleid voortzet van het vorige minderheidskabinet. Op veel punten is de menselijke maat ver te zoeken. Een beleid van ‘zoek het zelf maar uit’. Goed voor mensen die geleerd hebben om te gaan met verantwoordelijkheid. Lastig voor mensen die altijd in de pamperhoek hebben gezeten. Die moeten nu ineens op eigen benen staan, wat hen nooit is geleerd.
Begrijp me goed, ik geloof in mensen die hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Maar de nieuwe manier van denken slaat door. Getuigt van een hardvochtigheid waarin mensen verworden tot een nummer. Als je niet doet wat ik zeg, word je gekort of krijg je helemaal geen uitkering.
Een tijd geleden hoorde ik over het handvest van compassie. Dat sprak mij aan. Een oproep om mededogen centraal te zetten in ons denken van alledag. Om anderen en niet onszelf voor het voetlicht te zetten. De waardigheid van de ander voor ogen te hebben. Mooie woorden, die zo moeilijk in het leven tot uitvoering kunnen worden gebracht. Het woord prijkt groots op de vloer van de Arnhemse raadzaal. Ik hoop dat het niet bij woorden blijft. Dat die compassie zal doordringen in de Nederlandse samenleving. Samen optrekken. Niet tegen elkaar, maar met elkaar. Elkaar benaderend met respect en mededogen.
De verkiezingen zijn geweest. Veel mensen hebben landelijk wel gestemd. En met vuur, want twee tegenstanders zijn als grootste partijen uit de bus gekomen. Geen regering met die ander leken de veelal strategische kiezers te willen zeggen. Nu is het tijd voor een regering met onze standpunten zeiden de winnaars na afloop. Om vervolgens de dag erna doodleuk tot de conclusie te komen dat er maar een coalitie mogelijk is: die tussen twee gedoodverfde tegenstanders. Ineens prachtige woorden van politieke leiders naar elkaar die tot de dag ervoor elkaar nog in de haren vlogen. Wie begrijpt dat nog? Vind je het vreemd dat de gewone man cynisch wordt over het politieke gebeuren.
Nee, van mij zul je hierover geen waardeoordeel horen. Het is tijd voor een tegengeluid. Nu het regeringsakkoord op tafel ligt, zien we een beleid komen dat enerzijds medemenselijk blijft, maar aan de andere kant het beleid voortzet van het vorige minderheidskabinet. Op veel punten is de menselijke maat ver te zoeken. Een beleid van ‘zoek het zelf maar uit’. Goed voor mensen die geleerd hebben om te gaan met verantwoordelijkheid. Lastig voor mensen die altijd in de pamperhoek hebben gezeten. Die moeten nu ineens op eigen benen staan, wat hen nooit is geleerd.
Begrijp me goed, ik geloof in mensen die hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Maar de nieuwe manier van denken slaat door. Getuigt van een hardvochtigheid waarin mensen verworden tot een nummer. Als je niet doet wat ik zeg, word je gekort of krijg je helemaal geen uitkering.
Een tijd geleden hoorde ik over het handvest van compassie. Dat sprak mij aan. Een oproep om mededogen centraal te zetten in ons denken van alledag. Om anderen en niet onszelf voor het voetlicht te zetten. De waardigheid van de ander voor ogen te hebben. Mooie woorden, die zo moeilijk in het leven tot uitvoering kunnen worden gebracht. Het woord prijkt groots op de vloer van de Arnhemse raadzaal. Ik hoop dat het niet bij woorden blijft. Dat die compassie zal doordringen in de Nederlandse samenleving. Samen optrekken. Niet tegen elkaar, maar met elkaar. Elkaar benaderend met respect en mededogen.
woensdag 17 oktober 2012
Ik voel me thuis bij jullie
Een opmerking van iemand met wie we al een tijd optrekken. Ze was na veel wikken en wegen langsgekomen bij onze maandelijkse diner en viering. De week daarna kwam ik haar weer tegen. Ze verbaasde zich dat ze zich zo bij ons thuis voelde. Ze voelde zich geaccepteerd.
Mooi om te horen. Want we willen in Villa Klarendal ook dat mensen zichzelf kunnen voelen bij ons. 'Je mag komen zoals je bent' zeggen we altijd tegen elkaar en anderen.
Maar voor je het weet zit je weer in oude tradities waarin we anderen onze maat nemen. Afgelopen zondag weer zoiets. Een nieuwe bezoeker was nogal rusteloos. Om de minuut moest hij weer iets anders doen. Hoe reageer je daarop? Niet dus. Lekker rusteloos laten zijn. Wel lastig als anderen daar onrustig van worden.
Maar gisteren hoorde ik dat het zo mooi was dat ook zo iemand gewoon kan komen, terwijl hij zo rusteloos is.
Je mag komen zoals je bent. Als je bij ons komt, word je niet door ons gedwongen te veranderen. Dat zal God zelf wel in jou doen. Hem het werk laten doen. En alles doen om te voorkomen dat wij een barrière zijn om God niet te kunnen ontmoeten.
Bij Hem mag je echt thuis komen...
Mooi om te horen. Want we willen in Villa Klarendal ook dat mensen zichzelf kunnen voelen bij ons. 'Je mag komen zoals je bent' zeggen we altijd tegen elkaar en anderen.
Maar voor je het weet zit je weer in oude tradities waarin we anderen onze maat nemen. Afgelopen zondag weer zoiets. Een nieuwe bezoeker was nogal rusteloos. Om de minuut moest hij weer iets anders doen. Hoe reageer je daarop? Niet dus. Lekker rusteloos laten zijn. Wel lastig als anderen daar onrustig van worden.
Maar gisteren hoorde ik dat het zo mooi was dat ook zo iemand gewoon kan komen, terwijl hij zo rusteloos is.
Je mag komen zoals je bent. Als je bij ons komt, word je niet door ons gedwongen te veranderen. Dat zal God zelf wel in jou doen. Hem het werk laten doen. En alles doen om te voorkomen dat wij een barrière zijn om God niet te kunnen ontmoeten.
Bij Hem mag je echt thuis komen...
woensdag 3 oktober 2012
Column Friesch Dagblad 50: Christelijk leven als concert
Afgelopen weekend was ik voor het eerst sinds lange tijd weer eens bij een concert. Trijntje Oosterhuis trad op in Tivoli en daar moesten we bij zijn. Dus stonden we na een heerlijke pizza aan de Utrechtse grachten klaar om te gaan genieten. Voldoende tijd om een goede plek uit te kiezen. Bovenaan natuurlijk, want bij het podium zou vrouwlief haar nek wel heel erg moeten uitrekken om boven de gemiddelde Nederlandse lengte uit te kunnen komen.Een prachtige plek waar we alles goed konden zien. Staand aan een stalen rek. Vlak voor het begin van het concert kwam nog een stel jongere meiden die zich naast ons nestelde. Geen probleem. We zouden met elkaar gaan genieten van een van ’s lands mooiste stemmen. En dat gebeurde. Wat een geweldige stem die je direct raakt.
De groep naast ons wilde ook graag wat zien en begon wat tegen mij aan te leunen. Vriendelijk als ik ben schoof ik even op. Dat gebeurde met mijn vrouw ook. Die dat ook weer deed bij haar buurman. Maar dit werd een doorlopend proces.
Genietend van het optreden werd ik soms behoorlijk geduwd. Ik hield me vast aan de reling en kon zo tegengas geven. Op een gegeven moment was ik bijna een halve meter opgeschoven van de plek waar ik eerst stond, getuige mijn jas die daar nog lag. Ik moest uiteindelijk wat tegengas geven, want de buurman van mijn vrouw was het ook beu. Dus zette ik mij schrap en gaf een klein duwtje.
Het einde van het concert was nabij. Plotseling sprak mijn buurvrouw mij woedend aan. Of ik haar het concert niet gunde met al dat duwen. Verbouwereerd wees ik haar op de plek waar mijn jas lag en zei fijntjes dat daar mijn plek begon. Het concert eindigde. Geweldig. Een mooi concert met een zekere dissonant.
Het deed mij denken aan de plek die christenen hebben in onze samenleving. Van een prominente plek waar alles goed te zien is en sprake is van veel invloed, zijn we teruggeduwd naar de marge van de samenleving.
En als we schoorvoetend terugduwen door iets te zeggen wat ons op het hart ligt, komt het hoge woord eruit. Wie we wel niet zijn. Stelletje arrogante, hooghartige gelovigen die anderen hun wil op willen leggen. Terwijl christenen al naar de marge zijn geduwd.
Hoe daarmee omgaan? Een lastige vraag die ik niet zomaar kan beantwoorden. Ons laten wegduwen? Natuurlijk niet. Wel accepteren dat we niet meer als grote groep de duwkracht hebben om ieder ander weg te drukken. Leren leven als kleine minderheid aan de rand. Met voldoende kracht en incasseringsvermogen om ons niet over de rand te laten duwen.
De groep naast ons wilde ook graag wat zien en begon wat tegen mij aan te leunen. Vriendelijk als ik ben schoof ik even op. Dat gebeurde met mijn vrouw ook. Die dat ook weer deed bij haar buurman. Maar dit werd een doorlopend proces.
Genietend van het optreden werd ik soms behoorlijk geduwd. Ik hield me vast aan de reling en kon zo tegengas geven. Op een gegeven moment was ik bijna een halve meter opgeschoven van de plek waar ik eerst stond, getuige mijn jas die daar nog lag. Ik moest uiteindelijk wat tegengas geven, want de buurman van mijn vrouw was het ook beu. Dus zette ik mij schrap en gaf een klein duwtje.
Het einde van het concert was nabij. Plotseling sprak mijn buurvrouw mij woedend aan. Of ik haar het concert niet gunde met al dat duwen. Verbouwereerd wees ik haar op de plek waar mijn jas lag en zei fijntjes dat daar mijn plek begon. Het concert eindigde. Geweldig. Een mooi concert met een zekere dissonant.
Het deed mij denken aan de plek die christenen hebben in onze samenleving. Van een prominente plek waar alles goed te zien is en sprake is van veel invloed, zijn we teruggeduwd naar de marge van de samenleving.
En als we schoorvoetend terugduwen door iets te zeggen wat ons op het hart ligt, komt het hoge woord eruit. Wie we wel niet zijn. Stelletje arrogante, hooghartige gelovigen die anderen hun wil op willen leggen. Terwijl christenen al naar de marge zijn geduwd.
Hoe daarmee omgaan? Een lastige vraag die ik niet zomaar kan beantwoorden. Ons laten wegduwen? Natuurlijk niet. Wel accepteren dat we niet meer als grote groep de duwkracht hebben om ieder ander weg te drukken. Leren leven als kleine minderheid aan de rand. Met voldoende kracht en incasseringsvermogen om ons niet over de rand te laten duwen.
zaterdag 8 september 2012
Een rechtgeaarde scheefwoner
Vandaag heb ik eens tijd om weer eens wat gedachten aan het net toe tevertrouwen. De kranten staan bol van allerlei politieke gedachten en statements, waar ik liever niet mijn handen aan brand, omdat die te dicht liggen bij mijn gewone werk als ambtelijke ondersteuner voor de lokale gemeenteraad.
Maar nu is er toch een onderwerp waar ik mij eens over wil uitspreken. Het raakt me namelijk persoonlijk. Ik word door de politieke zegslieden in een hokje geplaatst. En zodra ik daarin zit, wil ik eruit breken.
Sinds jaar en dag woon ik in een sociale huurwoning. Die is bedoeld voor burgers die het niet al te goed hebben. Toen wij het huis huurden, vielen we in al zijn aspecten binnen dat hokje. Maar de afgelopen jaren hebben wij 'sociale stijging' meegemaakt. De markt trok aan. De jaren van grote werkloosheid waren voorbij. En ook wij profiteerden van de nieuwe kansen, waardoor wij ineens 'bovenmodaal' werden ingeschat. Tja, en met die nieuwe kansen werden ook nieuwe verwachtingen gewekt. Want de politiek vindt het niet eerlijk dat iemand met een dergelijk inkomen (gerelateerd aan het bruto inkomen) nog te vinden is in een huis met een relatief lage huur.
Ik kan me er ook wel in vinden. Hoeveel ken ik er niet, die zich met vrouwlief, kindje(s) en beestje en de rest van het boeltje opsluiten in het relatief goedkope huisje, waardoor zij het inkomen kunnen gebruiken voor hun zoveelste vakantie, auto of de nieuwste computer of ( al dan niet smart) tv. De buurt is voor hen alleen relevant als die een centimeter over de grens van het huisje komt of op een andere manier de schutting, voordeur of anderszins beveiligde deel van het privédomein overschrijdt.
Maar goed, er zijn ook andere soortem mensen. Zoals wij. Die hun hele vrijetijdsleven steken in het wel en wee van de omgeving. Die het beste voorhebben met de leefbaarheid van de wijk. Die hun privéleven niet hermetisch afsluiten voor de gevaarlijke buitenwereld, maar juist wagenwijd openzetten voor de hartelijke, maar vaak onbegrepen, buurtgenoten. Die een willen zijn met die buren door er voor hen te zijn. Niet alleen van 9 tot 5, maar ook van 5 tot 9. Soms door in de slaap gewekt te worden door ruwe geluiden van buitenaf. Soms ook door in die nachtelijke uren gewekt te worden door buren die hun raad juist op die momenten kunnen gebruiken, voordat ze naar andere, rigoreuze, middelen grijpen. Er is dus een slag mensen die hun leven wil inzetten en delen voor hun buurt, zodat die er beter door wordt.
Voor dat soort scheefwoners, waar ik toe behoor, wil ik een lans breken. Ik verdien misschien teveel bruto voor een dergelijke woning (ook al laat de bankrekening mijn hoofd fronsen als ik weer eens mijn inkomen op bijna bijstandniveau zie verschijnen door aftrek van allerlei eigen bijdragen van/aan mijn in de ogen van velen veel te grote en daarmee ook niet-modale gezin). Maar daar staat wat tegenover. Is het niet zo dat de investering in de wijksamenleving het scheefwonen compenseert? Ik kan het vrijwilligerswerk natuurlijk ook zoals anderen 'vermarkten' waardoor ik qua inkomen nog een tweede huis kan bijhuren. Maar dat zit niet in mijn systeem. Dan moet ik worden zoals al die andere bedrijfjes die de subsidies op wijkgebied aflopen om te kijken of er nog iets uit te halen valt.
Nee, ik blijf hier wonen. Geniet van de buurt en de mensen om mij heen. En hoop dat de politiek uitzonderingen vindt op regelingen, waarmee mijn slag mensen (en daarmee uiteindelijk ook miijn slag wijken) gediend zal zijn.
Maar nu is er toch een onderwerp waar ik mij eens over wil uitspreken. Het raakt me namelijk persoonlijk. Ik word door de politieke zegslieden in een hokje geplaatst. En zodra ik daarin zit, wil ik eruit breken.
Sinds jaar en dag woon ik in een sociale huurwoning. Die is bedoeld voor burgers die het niet al te goed hebben. Toen wij het huis huurden, vielen we in al zijn aspecten binnen dat hokje. Maar de afgelopen jaren hebben wij 'sociale stijging' meegemaakt. De markt trok aan. De jaren van grote werkloosheid waren voorbij. En ook wij profiteerden van de nieuwe kansen, waardoor wij ineens 'bovenmodaal' werden ingeschat. Tja, en met die nieuwe kansen werden ook nieuwe verwachtingen gewekt. Want de politiek vindt het niet eerlijk dat iemand met een dergelijk inkomen (gerelateerd aan het bruto inkomen) nog te vinden is in een huis met een relatief lage huur.
Ik kan me er ook wel in vinden. Hoeveel ken ik er niet, die zich met vrouwlief, kindje(s) en beestje en de rest van het boeltje opsluiten in het relatief goedkope huisje, waardoor zij het inkomen kunnen gebruiken voor hun zoveelste vakantie, auto of de nieuwste computer of ( al dan niet smart) tv. De buurt is voor hen alleen relevant als die een centimeter over de grens van het huisje komt of op een andere manier de schutting, voordeur of anderszins beveiligde deel van het privédomein overschrijdt.
Maar goed, er zijn ook andere soortem mensen. Zoals wij. Die hun hele vrijetijdsleven steken in het wel en wee van de omgeving. Die het beste voorhebben met de leefbaarheid van de wijk. Die hun privéleven niet hermetisch afsluiten voor de gevaarlijke buitenwereld, maar juist wagenwijd openzetten voor de hartelijke, maar vaak onbegrepen, buurtgenoten. Die een willen zijn met die buren door er voor hen te zijn. Niet alleen van 9 tot 5, maar ook van 5 tot 9. Soms door in de slaap gewekt te worden door ruwe geluiden van buitenaf. Soms ook door in die nachtelijke uren gewekt te worden door buren die hun raad juist op die momenten kunnen gebruiken, voordat ze naar andere, rigoreuze, middelen grijpen. Er is dus een slag mensen die hun leven wil inzetten en delen voor hun buurt, zodat die er beter door wordt.
Voor dat soort scheefwoners, waar ik toe behoor, wil ik een lans breken. Ik verdien misschien teveel bruto voor een dergelijke woning (ook al laat de bankrekening mijn hoofd fronsen als ik weer eens mijn inkomen op bijna bijstandniveau zie verschijnen door aftrek van allerlei eigen bijdragen van/aan mijn in de ogen van velen veel te grote en daarmee ook niet-modale gezin). Maar daar staat wat tegenover. Is het niet zo dat de investering in de wijksamenleving het scheefwonen compenseert? Ik kan het vrijwilligerswerk natuurlijk ook zoals anderen 'vermarkten' waardoor ik qua inkomen nog een tweede huis kan bijhuren. Maar dat zit niet in mijn systeem. Dan moet ik worden zoals al die andere bedrijfjes die de subsidies op wijkgebied aflopen om te kijken of er nog iets uit te halen valt.
Nee, ik blijf hier wonen. Geniet van de buurt en de mensen om mij heen. En hoop dat de politiek uitzonderingen vindt op regelingen, waarmee mijn slag mensen (en daarmee uiteindelijk ook miijn slag wijken) gediend zal zijn.
dinsdag 4 september 2012
Column Friesch Dagblad 49: Licht in de duisternis
Afgelopen zaterdag was ik in de radiostudio van Radio 5 in het gebouw van de gezamenlijke omroepen AVRO, KRO en NCRV.
Teruggaand liep ik langs een ruimte waar op een zuil een tekst was gedrukt: ‘het is beter samen een kaars aan te steken dan te klagen over de duisternis’. Naar later bleek een variant op een gezegde van de beroemde Chinese filosoof Lao Tse.
Maar de tekst had me te pakken. Ik moet denken aan al die mensen die me de afgelopen jaren vertelden hoe slecht het gaat. Met de wijk. Met de samenleving. Met het aantal mensen dat gelooft in God. Met de invloed die we als gelovigen nog hebben in deze wereld. Situaties die we al snel zien als duisternis. Het licht is eruit getrokken. Het oude vertrouwde is niet meer. We zien geen hand meer voor ogen. En gaan al tastend onze weg.
De situatie is een feit. De duisternis is er daadwerkelijk. Het gaat erom hoe we er mee omgaan. Voor velen is de enige reactie erover te klagen. Wat erg dat dit zo is. Wat vreselijk dat dit ons overkomt. Christenen reageren daar niet anders op. De duisternis overkomt ons. En wat doen we? We sluiten ons op achter de veilige kerkmuren waar we samen gezin van God kunnen zijn. Veilig in Jezus’ armen. Of zoals een lieve zuster ons waarschuwde toen we bewust verhuisden naar een achterstandswijk. Daar zouden onze kinderen worden omgeturnd tot criminelen. Het duister zou hen wel overmeesteren.
Het kan ook anders. Door een licht aan te steken in het duister. Door de duisternis niet tot onze focus te maken, maar ons te richten op het licht. Wie door de samenleving heen wandelt, vindt sporen van het geloof. Niet van een vervlogen geloof, maar van een levend geloof. Christenen hebben zich echter laten overmeesteren door de gedachtenwereld van deze tijd. Wie in een volkswijk woont, moet als hij kinderen krijgt vooral naar een buitenwijk verhuizen, want daar is het ‘veilig’. Dus komen we in die wijken relatief veel christenen tegen, terwijl de volkswijken ontkerstend worden.
Gaat het ons nu om veiligheid te zoeken of onze roeping na te volgen? Wat zou er gebeuren als elk huis waar christenen wonen een geestelijke kaars wordt die we samen opsteken? Toen wij verhuisden naar de achterstandswijk, kreeg de zuster al snel ongelijk. Niet het licht trok naar het duister, maar het duister naar ons licht. Ons huis werd een inval voor kinderen in onze buurt die het fijn vonden om bij ons langs te komen. Het licht scheen in de duisternis!
Teruggaand liep ik langs een ruimte waar op een zuil een tekst was gedrukt: ‘het is beter samen een kaars aan te steken dan te klagen over de duisternis’. Naar later bleek een variant op een gezegde van de beroemde Chinese filosoof Lao Tse.
Maar de tekst had me te pakken. Ik moet denken aan al die mensen die me de afgelopen jaren vertelden hoe slecht het gaat. Met de wijk. Met de samenleving. Met het aantal mensen dat gelooft in God. Met de invloed die we als gelovigen nog hebben in deze wereld. Situaties die we al snel zien als duisternis. Het licht is eruit getrokken. Het oude vertrouwde is niet meer. We zien geen hand meer voor ogen. En gaan al tastend onze weg.
De situatie is een feit. De duisternis is er daadwerkelijk. Het gaat erom hoe we er mee omgaan. Voor velen is de enige reactie erover te klagen. Wat erg dat dit zo is. Wat vreselijk dat dit ons overkomt. Christenen reageren daar niet anders op. De duisternis overkomt ons. En wat doen we? We sluiten ons op achter de veilige kerkmuren waar we samen gezin van God kunnen zijn. Veilig in Jezus’ armen. Of zoals een lieve zuster ons waarschuwde toen we bewust verhuisden naar een achterstandswijk. Daar zouden onze kinderen worden omgeturnd tot criminelen. Het duister zou hen wel overmeesteren.
Het kan ook anders. Door een licht aan te steken in het duister. Door de duisternis niet tot onze focus te maken, maar ons te richten op het licht. Wie door de samenleving heen wandelt, vindt sporen van het geloof. Niet van een vervlogen geloof, maar van een levend geloof. Christenen hebben zich echter laten overmeesteren door de gedachtenwereld van deze tijd. Wie in een volkswijk woont, moet als hij kinderen krijgt vooral naar een buitenwijk verhuizen, want daar is het ‘veilig’. Dus komen we in die wijken relatief veel christenen tegen, terwijl de volkswijken ontkerstend worden.
Gaat het ons nu om veiligheid te zoeken of onze roeping na te volgen? Wat zou er gebeuren als elk huis waar christenen wonen een geestelijke kaars wordt die we samen opsteken? Toen wij verhuisden naar de achterstandswijk, kreeg de zuster al snel ongelijk. Niet het licht trok naar het duister, maar het duister naar ons licht. Ons huis werd een inval voor kinderen in onze buurt die het fijn vonden om bij ons langs te komen. Het licht scheen in de duisternis!
vrijdag 10 augustus 2012
Column Friesch Dagblad 48: Ik zeg: doen!
De christenen roeren zich weer. Er is iets in het nieuws waarop zij niet anders kunnen dan reageren. Bespotting in een reclamefilmpje van de Nederlandse Energie Maatschappij . We zien het scheppingsverhaal voorbij komen waarin de zon wordt geschapen. Aan het einde horen we dat na zoveel miljoenen jaren de Energiemaatschappij zonne-energie voor iedereen creëert. Waarop het filmpje eindigt met een zware stem "Ik zeg: doen". Indirect voelt iedereen aan dat bedoeld is dat God dit zegt. "Televisiekijkers vinden de reclame in strijd met de goede smaak, nodeloos kwetsend voor gelovigen en misleidend" aldus de binnengekomen klachten bij de Reclame Code Commissie. Elsevier meldt: "de christelijke Bond tegen het Vloeken is ook boos en noemt het filmpje, waarin overigens niet wordt gevloekt, kwetsend en godslasterlijk".
Een voor christenen begrijpelijke reactie. Het christelijke geloof wordt belachelijk afgeschilderd. In een wat cynisch filmpje in de lijn van Monty Python uit de jaren zeventig wordt wat lachwekkend omgegaan met de basis voor het geloof. En dan eindigt het ook nog met God die de slogan van de NEM herhaalt. Je krijgt het gevoel dat je helemaal wordt uitgelachen. Dat de basis onder het geloof wordt weggehoond. Daar hebben we pijn van.
Aan de andere kant is het een reactie uit de marge. Weggescholen in onze veilige christelijke kerkhavens beschouwen we wat er op tv gebeurt en reageren daarop. Zonder na te gaan wat er wordt bedoeld of hoe anderen er op reageren. Typerend is de reactie op websites over de aanklacht van christenen. "Ze willen ons weer van hun geloof overtuigen", "moeten ze weer ons hun mening opdringen" of "wat een onzin, dat de protesten over een lokale folklore zoals geloof serieus worden genomen". De houding van christenen wordt als folkoristisch beschouwd. Relieken uit een ver vervlogen tijd. Weggestopt in een eigen wereldje.
Wat willen we als christenen dat anderen van ons vinden? Conservatieven die alles bij het oude willen houden? Over alles mag gelachen worden, behalve over uitingen van gelovigen? Zijn christenen of de Here God tegen vernieuwende initiatieven om Gods schepping te verbeteren? Zegt Hij daartegen: niet doen?
Omgaan met spot en humor. Het is lastig voor ons christenen. Wie de humor van Joden leest en hoort valt als christen soms van zijn heilige stoel. Want dat gaat soms zoveel verder dan het bewuste filmpje. Maar dat is krachtig, want dat gaat om zelfspot. Kijk eens in de spiegel en lach om wat we doen. Neem alles niet zo overserieus. En als we dat wel doen, neem dan de houding van Jezus aan: "Vader, vergeef het ze, want zij weten niet wat ze doen..."
Een voor christenen begrijpelijke reactie. Het christelijke geloof wordt belachelijk afgeschilderd. In een wat cynisch filmpje in de lijn van Monty Python uit de jaren zeventig wordt wat lachwekkend omgegaan met de basis voor het geloof. En dan eindigt het ook nog met God die de slogan van de NEM herhaalt. Je krijgt het gevoel dat je helemaal wordt uitgelachen. Dat de basis onder het geloof wordt weggehoond. Daar hebben we pijn van.
Aan de andere kant is het een reactie uit de marge. Weggescholen in onze veilige christelijke kerkhavens beschouwen we wat er op tv gebeurt en reageren daarop. Zonder na te gaan wat er wordt bedoeld of hoe anderen er op reageren. Typerend is de reactie op websites over de aanklacht van christenen. "Ze willen ons weer van hun geloof overtuigen", "moeten ze weer ons hun mening opdringen" of "wat een onzin, dat de protesten over een lokale folklore zoals geloof serieus worden genomen". De houding van christenen wordt als folkoristisch beschouwd. Relieken uit een ver vervlogen tijd. Weggestopt in een eigen wereldje.
Wat willen we als christenen dat anderen van ons vinden? Conservatieven die alles bij het oude willen houden? Over alles mag gelachen worden, behalve over uitingen van gelovigen? Zijn christenen of de Here God tegen vernieuwende initiatieven om Gods schepping te verbeteren? Zegt Hij daartegen: niet doen?
Omgaan met spot en humor. Het is lastig voor ons christenen. Wie de humor van Joden leest en hoort valt als christen soms van zijn heilige stoel. Want dat gaat soms zoveel verder dan het bewuste filmpje. Maar dat is krachtig, want dat gaat om zelfspot. Kijk eens in de spiegel en lach om wat we doen. Neem alles niet zo overserieus. En als we dat wel doen, neem dan de houding van Jezus aan: "Vader, vergeef het ze, want zij weten niet wat ze doen..."
Abonneren op:
Posts (Atom)