zaterdag 22 juni 2013

Integreren? Ik kap ermee

Onder deze titel stond vanochtend een opinieartikel van Laila Ezzerolli in De Volkskrant. Zij beschrijft haar leven in ons land in drie stadia: 
- haar basisschool, waar zij door de Nederlandse "onderklasse" als buitenlander werd gezien;
- haar middelbare school, waar zij als hulpbehoevende door de middenklasse werd gezien en geholpen;
- haar universitaire opleiding, waar zij door de bovenklasse als een interessant exotisch exemplaar werd gezien.

Haar conclusie: "als een witte Nederlander analfabeet, homofoob, seksistisch, antisemitisch, of werkloos is, staat zijn burgerschap nog steeds buiten kijf. Maar ben je bruin of zwart en bezit je één of meer van voornoemde eigenschappen, dan ben je 'niet geïntegreerd'."

en: "Ik kap er dus mee, met integreren. Ik wil een gelijkwaardig burgerschap en zonder schaamte of ongemak 'ons land' kunnen zeggen. Ik wil een inclusief burgerschap, geen exclusief. En zeker niet als die exclusiviteit meer samenhangt met kleur dan met cultuur."

Hoe hard dit ook klinkt, ik onderschrijf haar conclusies. Zelfs mijn eigen kinderen, afkomstig van een geboren Nederlander en een goed geïntegreerde, vanaf vijf jaar in Nederland wonende, Indo, worden vaker aangesproken door politieagenten op straat. Rijdt een blanke Nederlander naast hen, dan worden zij aangesproken en niet de blanke (want hoe weet je dat dit een Nederlander is? Het kan ook een Deen, Duitser of Amerikaan zijn).

In vergelijking met de gemiddelde bewoner van een krachtwijk zijn veel "buitenlanders" veel meer aangepast en geïntegreerd. Aangepast waaraan? Aan wat de algemene normen en leefregels in Nederland heten te zijn. De "Nederlandse" cultuur. Ezzerolli beschrijft tekenend hoe haar moeder lang heeft gedacht dat de onderklassecultuur dé Nederlandse cultuur was. "Te pas en te onpas een krat bier naar buiten slepen en met zijn allen dronken worden in de speeltuin.... Tienerzwangerschappen, werkloosheid, criminaliteit, huiselijk geweld en elk weekend met de caravan naar de camping..."

Ja, ook dit is Nederland. De cultuur die de midden- en bovenklasse liefst wegstoppen. In aparte wijken, zodat zij er geen last van hebben. Maar het is ook Nederland en het hoort bij het Nederlandse erfgoed, misschien zelfs meer dan de cultuur van de midden- en bovenklasse. Wanneer hoor je erbij? Als je voldoet aan de normen die in de hogere cultuur gewoon zijn: individualisme, rationalisme, alles met mate, streven naar het beste in jezelf. Is dat misschien een van de redenen dat de emancipatie van de krachtwijken keer op keer mislukt? Want de volkscultuur is niet individualistisch, maar collectivistisch. Het beste uit jezelf halen is daar geen norm. Want je bent onderdeel van het geheel van de wijk.

Maxima kwam ooit tot de concusie dat dé Nederlandse cultuur niet bestaat. En gelijk heeft ze. Maar de midden- en vooral bovenklasse viel over haar heen. Die cultuur bestaat toch wel? Ja, in hun eigen hogere klasse gedachten. In het eigen kringetje waar zij verkeren. Met zoveel mogelijk activiteiten voor je kinderen, dat zowel jouw kinderen als jij er van stress er bij neervallen. Met verplichte theaterbezoeken. De schrijfster wilde er zo graag bij horen. Zij kon niet veel doen aan haar "beperkte mogelijkheden voor statusverhogende merkkleding en dure vrijetijdsbesteding. Oililly, Kipling, hockey en wintersport: een ver-van-mijn-bedshow."

Een inclusief burgerschap. Klinkt goed. Erbij mogen horen, omdat je er woont en er bent opgegroeid. Geen blik meer op uiterlijk. Maar mensen accepteren zoals ze zijn. Het andere als onderdeel van de Nederlandse cultuur. Helemaal Nederlander en toch anders. Zoals een Limburger volbloed Nederlander kan zijn en voluit Carnaval kan vieren, waar de Nederlander-boven-de-rivieren niets mee heeft. Zoals de Nederlander op pakweg de Veluwe op zondag de zwarte kousen aantrekt, het hoedje opzet of het zwarte pak aantrekt om twee keer per zondag zich onder te dompelen in de voor buitenstaanders onverstaanbare tale Kanaäns. Waarom mogen onze islamitische Nederlanders dan niet hun hoofddoek aantrekken en ter plekke hun schoenen uitdoen om voor buitenstaanders onverstaanbare tale Imaëls te reciteren en zich onder te dompelen in een ritueel gebed op vrijdag?

dinsdag 18 juni 2013

Natuur in Klarendal? Jazeker! Loop maar mee komende vrijdag

Net gekregen in mijn mail. Dat wil ik je wel laten weten!

Natuurwandeling
door Klarendal en Sint Marten
In de wijken geen natuur?

Wandel mee en zie hoeveel soorten vogels nestelenen insecten er leven in uw wijk….
Ontmoet ‘langs deze weg’ wijkbewoners met en zonder en beperking, vrouwen van Oase en andere geïnteresseerden.

Wanneer:Vrijdag 21 juni
Start:13.00 uur start vanaf  WijkcentrumKlarendal Rappardstraat 30.
Terug:Uiterlijk 14.30 uur op het Wijkcentrum.

We worden ontvangen met een soepje en iets erbij….

Kosten:geen

Organisatie:
Oase - Siza - Kwartiermaken Rijnstad

maandag 17 juni 2013

Jeugdkamp Klarendal: een update

Woensdag kreeg ik een telefoontje van de manager van Albert Heijn in Klarendal. Of we wat overgebleven spullen die zij niet meer konden verkopen konden ophalen. Om weg te geven aan mensen in de wijk.

Zaterdag stonden we bij de Albert Heijn. Er stonden tien kratten vol met spullen klaar. Frisdrank, repen snoepgoed van het kaliber Mars en Bounty, WC-papier. Dat laadden we over in onze auto.

Van het een komt het ander. Het krantenbericht van zaterdag zorgde ervoor dat we een dooschuifactie konden organiseren. De auto volgeladen met de inhoud van tien kratten werd zondag vroeg voorgereden bij het wijkcentrum en daar uitgeladen. Tegelijkertijd kwamen mensen van het Jeugdkamp Klarendal om de inhoud weer over te laden naar hun auto. Het lekkers, de frisdrank en het noodzakelijke papier om de restanten van het lekkers uiteindelijk mee af te vegen werden overgedragen aan het jeugdkamp.

Waardoor zij weer minder kosten hebben aan inkopen en dat geld kunnen gebruiken voor leuke uitjes en extra's.

Kijk, dat is ook missionair werk. Gewoon meedenken en -werken in de wijk. En doorgeven wat wij ook weer gekregen hebben.

zaterdag 15 juni 2013

Jeugdkamp Klarendal: "Ik moet lullen voor spullen"



Zo af en toe lees ik in De Gelderlander artikelen die mij aanspreken. Zo ook het artikel waar ik bijgevoegde foto van heb gemaakt (klik hierop om het volledig te kunnen lezen). Betrokken Arnhemmers Brigitte en Mario Hogerhorst, ook nog collega's van mij, organiseren als geboren en getogen Klarendallers jaarlijks een kinderkamp. Ze doen het voor de kinderen uit de wijk: "Ze hebben vaak een 'rugzakje', en dan is zo'n week echt een uitlaatklep. Even weg van de zorgen thuis".

Hoe triest is het om te lezen dat een dergelijke activiteit op losse schroeven dreigt te komen door gebrek aan sponsors. Een dagje zwembad voor in totaal 150 euro dreigt dit jaar niet door te gaan.

Dit is nou zo'n activiteit die mij raakt en waar ik voor wil gaan. Jij ook? Laat het me weten.

woensdag 12 juni 2013

Column Friesch Dagblad 58: leren van ontwikkelingswerk voor wijkwerk

Afgelopen weekend was ik bij een weekend van Urban Expression, het netwerk van gemeentestichtende projecten in Nederlandse achterstandswijken, waar ook Villa Klarendal bij is aangesloten. Een geweldige kans om weer eens van elkaar te horen waar iedereen mee bezig is. En zodoende betrokken te blijven bij wat God aan het doen is in het land. Een van die gesprekken had ik met Oeds Blok, landelijk coördinator van  Urban Expression Nederland. Hij vertelde dat hij op uitnodiging van christelijke ontwikkelingshulporganisatie TEAR ruim een week op bezoek gaat in Oeganda. Doel is vooral te leren van hoe lokale christelijke gemeentes omgaan met de armoedeproblematiek. Hij vroeg mij of ik nog wat vragen voor hem had. Die had ik zeker!

Ik zie namelijk een parallel tussen de manier waarop regeringen via ontwikkelingshulp ontwikkelingslanden heeft geholpen en hoe onze regering en gemeentes omgaan met achterstandswijken. Er lijkt een basisdenken te zijn dat geld de oplossing is voor alle ontstane problemen. Geef het land of de wijk maar geld en de problemen lossen zich wel op. Dat gaat over het algemeen gepaard met projectdenken.

Geef het land of de wijk tijdelijk geld om een project op te zetten dat in potentie succesvol kan zijn. Na verloop van tijd heeft het project zijn succes bewezen en trekt men de stekker uit de geldstroom. Met helaas het vervelende gevolg dat het project een zachte dood sterft, omdat de achterblijvers niet de kracht of de middelen hebben om het project structureel voort te zetten.

Door de constante geldstroom waarbij ook steeds weer nieuwe professionals worden ingevlogen, is een afhankelijkheidsrelatie van ontvangers ontstaan naar zowel het projectgeld als de projectmedewerkers. Terwijl je juist zo graag zou willen dat mensen in zowel ontwikkelingslanden als achterstandswijken onafhankelijk van die gelden en werkers zelf hun problemen gaan aanpakken en eigen oplossingen bedenken.

Ik ben benieuwd of christelijke gemeentes in Afrika erin zijn geslaagd om onafhankelijk te worden van de geldstromen die lieve christenen uit het Westen zo graag aan hun zwarte medegelovigen schenken. Hoe is ze dat gelukt en welke principes kunnen we daarvan overnemen in ons werk in de armere gebieden in ons land?

Ik vraag me ook af op welke manier christenen in Afrika zelf leiding zijn gaan geven aan hun mensen. Hoe ze zijn uitgestapt uit de afhankelijkheidsrelatie waarin ze alleen hun hand hoeven op te houden. En op welke manier hebben ze de dure projecten en westerse denkwijze over inrichting van een organisatie omgezet in werkbare structuren, die voor hun mensen zowel cultureel als financieel behapbaar zijn?

Kijk, dat is de omgekeerde ontwikkelingssamenwerking waar ik van houd. Wij gaan naar de landen toe om in de samenwerking vooral van hen te leren. Hen advies vragen over hoe wij door hun geleerde lessen in onze situatie kunnen toepassen.

Niemand is beter, omdat hij meer geld heeft. Niemand is achtergesteld vanwege tekort aan geld. Een gelijkwaardige relatie gebaseerd op wederzijds respect. Zo werk ik in de wijk. Zo hoop ik iets te mogen leren van broeders en zusters in Afrika.

zaterdag 18 mei 2013

De randen van de kerk

Vanmorgen las ik in het Nederlands Dagblad het vervolg op een discussie die al sinds donderdag plaatsvindt over "De randloze kerk". Dit naar aanleiding van een artikel van Harmen van Wijnen in Idea, het blad van de EA.

Veel mensen in de kerk denken namelijk in kaders van binnen of buiten de kerk. En wie daar tussenvalt is de "randkerkelijke", degene die zich bevindt aan de randen van de kerk en veel vaker daar al overheen is gestapt.

Ik vind dit een heel interessante vraag, omdat wij ons met Villa Klarendal aan of over de randen van de kerk begeven in een poging naast mensen te staan die niets meer met de kerk te maken (willen) hebben.

"De randen van de kerk". In de artikelen die ik vandaag las, ging het vooral over de noodzaak van het benoemen en maken van randen van de kerk. Zonder die randen is er geen kerk, las ik. "Een randloze kerk loopt het gevaar om alles kerk te noemen" aldus een van de koppen. Dit raakt allerlei vraagstukken. Wanneer is een kerk een kerk? Hoe staat een kerk in de samenleving? Met welke blik kijken wij naar kerk en samenleving?

Het meest opvallende vind ik, dat de schrijvers kerk definiëren langs organisatorische lijnen. Een keuze voor Jezus is niet vrijblijvend, aldus Peter Kos, voorganger van Bapistengemeente De Rank in Utrecht. Een keuze voor het lichaam van Christus een gelovige neemt vertaalt hij in "het bezoeken van de bijeenkomsten, het lidmaatschap van een huiskring en het vervullen van tenminste één taak".  Een andere geïnterviewde, Hans Maat van het Evangelisch Werkverband, vraagt zich af hoe vloeibaar de geloofsgemeenschap mag zijn. Want de bijbel spreekt over "burgers van het koninkrijk der hemelen, die vreemdelingen en gasten op aarde zijn, die vanuit de duisternis zijn overgegaan in het licht."

Hoe is dat nu als je jezelf als kerkplanter begeeft midden in de wereld? Wij hebben er voor gekozen midden in de wijksamenleving te staan. Wij begeven ons in het wijkcentrum, helpen mee met activiteiten die door anderen worden georganiseerd, denken mee over verbeteringen in de wijk en proberen daar zelf actief in deel te nemen. We komen mensen tegen die geïnteresseerd zijn in het geloof. Met hen trekken wij op een ander niveau op. Met hen gaan we naar een viering. Hebben we regelmatig geloofsgesprekken. En denken na over de plek die het geloof in het leven van mensen, maar ook in de wijk mag innemen.

Wij zijn een tijd bezig geweest met toewerken naar lidmaatschap. Jezelf toewijden aan de Heer en daarmee ook aan het werk van Villa Klarendal. Dat bleek voor iedereen een brug te ver. Wekelijks kwamen mensen naar de viering. Samen spraken ze over het geloof en de uitwerking daarvan in het eigen leven. Samen waren ze bereid zich in te zetten. Maar om nu lid te worden???

Ik vraag me inmiddels af of het nodig is. Hebben we een formeel lidmaatschap nodig om te bereiken wat eigenlijk al was gebeurd? Vanuit de wijksamenleving trekken we op met mensen. Daarin maken we geen onderscheid tussen gelovig, ongelovig, randkerkelijk of andersgelovig. Want voor ons is iedereen even belangrijk. In die contacten zijn een aantal mensen voortgekomen die meer over het geloof wilden weten. En daarmee zijn we nog meer gaan optrekken. Zo is de christelijke wijkgemeenschap Villa Klarendal ontstaan. Een gemengd gezelschap van gelovigen, nog-niet-zo gelovigen en zelfs een aantal ongelovigen die zich aangetrokken voelen tot de combinatie geloof en werken die we hebben uitgeleefd. Daarbinnen functioneert het lichaam van Christus zichtbaar als organisch geheel. Mensen zorgen voor elkaar, helpen elkaar, bidden voor elkaar. En tegelijkertijd is de scheiding tussen gelovige en ongelovige zo klein dat er ook andere, die bijbels gezien niet tot het Lichaam behoort, binnen onze gemeenschap de noodzakelijke hulp en aandacht krijgt.

Da

Column Friesch Dagblad 57: afscheid van Villa Klarendal en ook weer niet

In september 2004 kregen we goedkeuring van het bestuur van Youth for Christ om in Klarendal van start te gaan met een nieuw wijkproject. Met verve gingen we aan de slag. Samen bidden. Met onze dochters een bijbelmeidenclub starten. Het werk stagneerde, omdat we geen gebouw hadden. We deden wel veel, maar we hadden geen plek om vanuit te kunnen werken. En dat vonden we toch wel belangrijk.Groot was dan ook onze vreugde toen we in juni 2005 te horen kregen dat we een gebouw aan de Klarendalseweg konden huren. Nu konden we echt van start gaan. Oktober 2005 was Villa Klarendal een feit. We begonnen met een kleine huiskamer, een kleine bijzaal en een kantoortje.

Daar werden wekelijks onze brunch en viering gehouden. Samen eten aan vier, later vijf, nog later zes tafels. En aan het einde van de maaltijd de tafels aan de kant schuiven en de stoelen in een kring zetten voor de viering. En prachtige plek. Een warm bad om te zijn. Ook voor het team van Youth for Christ dat er vier dagen per week aanwezig was.

Van daaruit werd gevoetbald, werden naschoolse activiteiten gehouden. En binnen werden meidenclubs, een eetclub, koffieochtenden, Bijbelstudies, gebedsavonden en teamavonden gehouden.

Alles ging zo mooi dat we voor onze brunch en viering moesten uitwijken. We konden wat zalen in het wijkcentrum huren. En vrijwel gelijktijdig werd de christelijke wijkgemeenschap met dezelfde naam van de grond getild.

De parttime medewerkers van Youth for Christ maakten plaats voor de vele vrijwilligers van de wijkgemeenschap. Die konden het vele werk van de werkers niet overnemen. Maar de kern van het werk ging wel door. Mensen in de wijk werden geholpen en namen zondags deel aan de maaltijdvieringen.

Het was een moeilijke afweging. Een duur gebouw met die geschiedenis aanhouden voor het gebruik van twee of drie dagdelen? Met veel pijn in het hart werd afgelopen maand afscheid genomen van het pandje van Villa Klarendal, dat precies zeven jaar en zeven maanden had dienstgedaan.

De vraag kwam veel langs. Hebben we wel een gebouw nodig? Standaard is het antwoord bevestigend. Want hoe kun je anders werken en vieren? Terwijl we momenteel gebruik maken van twee gebouwen en een huiskamer, blijft het voor ons een vraag. De kerk, dat zijn de mensen. Waar wij zijn, daar is Villa Klarendal. Waar wij komen, ervaren mensen iets van wie wij zijn en wat we bedoelen.

Dat neemt niet weg dat we uitzien naar een eigen plek waar we weer al onze activiteiten kunnen doen. Waar dat is, weten we op dit moment niet. We voelen ons als Abraham. We zijn uit ons kerkelijk thuisland weggetrokken naar ons Haran aan de Klarendalseweg. Zonder te weten waar we naar toe moeten, laten we dat weer achter, op weg naar het nieuwe gebouw van melk en honing. Onze beloofde villa die wij nu nog niet kennen.

vrijdag 19 april 2013

Column Friesch Dagblad 56: zijn zoals je bent

Je mag zijn zoals je bent. Een van de zinnen die we veel uitspreken in Villa Klarendal. En die we ook proberen uit te leven. Wat dat kan betekenen zag ik de afgelopen periode.

Een van de activiteiten waaraan ik als vrijwilliger deelneem in de wijk is een landenkookgroep. Samen afwassen, samen koken, samen eten. Een van de vrijwilligers is een typische ‘Ernemse’: altijd wat te klagen, nooit is het goed. De borden zijn vies en het eten niet lekker.

In de loop van de jaren heb ik toch een klik gekregen met deze ‘nuiler’ (zeurkous). Elke keer als ik binnenkom, roept ze keihard door de zaal ‘Rick’ en wijst een plek naast haar aan, waar ik vooral moet gaan zitten. ,,Het es wear nèks”, is het eerste wat ze zegt, waarna ze een bord volschept. Met een knipoog zeg ik tegen haar: ,,Het es wear nèks, hè, maar wel lekker...” Waarna ik een stomp krijg en een glimlach.

We sluiten met haar standaard af met een afterparty met koude thee met een schuimkop erop. Laatst moest ik in hetzelfde gebouw iets anders doen. Aan het einde van de activiteit werd ik gebeld. Of ik nog kwam drinken. Want ze wilden toch nog even doorkletsen.

Wij vierden dit jaar voor het eerst Goede Vrijdag. Halverwege werd ik door een man gebeld, die ik ken als afnemer van een voedselpakket. Ik zette mijn telefoon uit, want we waren midden in een viering.

Bijna aan het einde van de viering belde hij aan en kwam binnen. Hij wilde met ons meevieren. En bracht een Arabische versie van de Matthäus Passion als geschenk mee, waarvan we een verzoeknummer draaiden. Zo vierden we samen met hem Goede Vrijdag.

Aan het einde van de viering kwamen we in een dieper gesprek terecht over het lijden en sterven van Jezus. Hij had hier andere gedachten over. Hij sprak over God die moslims Allah noemen.

Een andere vierder sneerde terug: ,,Geloof jij dan dat Allah en de God van de Bijbel dezelfde zijn?” ,,Jij niet dan?”, vroeg de man terug. Waarop de gelovige een hele verhandeling hield waarmee hij bijbels aantoonde dat dit niet zo was. Het gesprek werd ongemakkelijker. De hart-tot-hart relatie met de man werd verstoord door de kille bewijslast van mijn medevierder.

Nog steeds kijk ik met blijdschap naar de relaties die ik met mensen heb. Ik vraag me daarbij af of mijn medegelovigen bereid zijn de ander echt te accepteren zoals hij is, met alle rare gewoontes en gedachten die hij er op na houdt.

woensdag 20 maart 2013

Column Friesch Dagblad 55: Een team in goede tijden en slechte tijden

Wie mijn columns leest kan wel eens het idee krijgen dat ik dit werk helemaal in mijn uppie doe, of samen met mijn vrouw. Ik schrijf deze column natuurlijk vanuit mijn persoonlijke perspectief. En wie iets van de grond aan af opbouwt, geeft aan anderen al snel het gevoel dat hij het helemaal alleen heeft gedaan.

Laat ik u snel uit de droom helpen. Bij Villa Klarendal werken we namelijk vanaf het begin in een team. Toen we begonnen als wijkproject van Youth for Christ, rond september 2004, werd één persoon door Youth for Christ vrijgesteld om het werk van de grond te tillen. Samen bepaalden we de richting die het werk op zou gaan. Het Youth for Christ team werd al snel uitgebreid en in zijn hoogtijdagen werkten er vijf mensen parttime in de wijk.


Bijna drie jaar geleden werd het wijkproject een Christelijke Wijkgemeenschap. Drie echtparen vormden de basis voor het werk, waaruit drie personen werden ingezegend als leidinggevenden van de nieuwgevormde wijkgemeenschap.

Werken in een team betekent dat iedereen meedenkt en dat we gezamenlijk tot besluiten komen. Wij willen consequent een leidinggevend team zijn, waardoor er niet een is die een belangrijker stem heeft dan de ander.

Basis daarvoor is een harmonieuze relatie, waarin ieder elkaar volledig vertrouwt. Nu is geen enkel werk volmaakt, en zeker niet elk persoon (laat staan dat ik dat ben). Door allerlei omstandigheden moesten we daarom onlangs flink met elkaar aan de slag in een teamcoaching om weer eens tot elkaar te komen.

Want werken in een team is niet altijd harmonieus. Als je jaren met elkaar bezig bent, leer je elkaar steeds beter kennen. Wat niet altijd prettig is. Want die ander blijkt niet altijd zo leuk te zijn als hij of zij in het begin leek te zijn. Nee, we maken elkaar goede tijden mee, maar ook in mindere of slechte tijden. En in die laatste tijden heeft niet iedereen de neus in de goede richting staan. En kan er teleurstelling optreden bij de andere teamleden.

Ja, dat is ook onderdeel van het werken in een mooi werk als Villa Klarendal. En dat ligt echt niet alleen aan de anderen. Nee, ikzelf moet soms ook weer eens bij mezelf en bij God te rade gaan of ik het nu allemaal wel zo goed en zo zuiver bedoel. En op die momenten kom ik mezelf weer eens flink tegen.

Pijnlijke momenten, omdat ik met mezelf wordt geconfronteerd. Mooie momenten, omdat het team en het werk er uiteindelijk weer beter van worden. Ik ben dankbaar voor wat wij als team samen, met vallen en opstaan, hebben bereikt in onze wijk.

dinsdag 19 februari 2013

Column Friesch Dagblad 54: Als God in Klarendal

Een mail van een vrouw die en passant meldt dat ze is gaan samenwonen met haar vriendin. Een bezoeker die belt om te vertellen dat zijn oma is overleden, die lid is van de Jehovah’s getuigen waar hij uit is gestapt. Een bezoekster die vertelt dat haar zoon weer tijdelijk bij haar woont vanwege de lastige thuissituatie en de financiële gevolgen die dat voor haar heeft.Zomaar wat situaties uit de praktijk van alledag die we bij Villa Klarendal tegenkomen. En dan zijn dit de gebeurtenissen die bij iedereen bekend zijn. Want in evenveel situaties worden we betrokken die wij niet aan de grote klok hangen.


Vandaag las ik een artikel over hoe belangrijk het is dat de kerk nauw betrokken is bij de samenleving. De schrijver, Robert Mazier op de website Hetgoedeleven.com, constateert dat er in de reguliere kerken een sterke scheiding bestaat tussen ‘binnen’ en ‘buiten’. De schapen en de bokken, het kaf en het koren.

Zo maken mensen in de kerk een scheiding tussen kerk en niet-kerk. Hij pleit voor kerkvormen waarin de kerk buiten komt en contact maakt met wat ‘werelds’ is.

Bij Villa Klarendal is dit dagelijkse kost. We vieren bijvoorbeeld met mensen die nog helemaal niet zo geloven. Of met mensen die islamitisch zijn.

In de omgang met bezoekers maken we geen verschil. Iedereen mag komen zoals hij is. En mag ook weer gaan wanneer hij wil. Alleen als we de ‘maaltijd van Jezus’ vieren, vragen we onze niet-gelovige bezoekers uit respect voor het geloof niet deel te nemen. Maar zeggen er gelijk bij dat ze zich volledig welkom mogen weten in ons midden.

Wat gebeurt er als het kaf en het koren niet gescheiden wordt? Als het onkruid opgroeit met de tarwe, om maar te spreken in een van de gelijkenissen van Jezus. Dan groeien tarwe en onkruid samen op. Met het gevaar dat het onkruid de tarwe overwoekert. Maar ook met de mogelijkheid dat de tarwe het onkruid verwijdert.

En hier gaat de vergelijking natuurlijk mis. Want wij merken dat onkruid ook tarwe kan worden. Mensen die komen als onkruid. Voor de wereld en misschien ook in de ogen van christenen rijp om te worden weggegooid. Maar ze worden geaccepteerd en gewaardeerd. Waardoor ze meer oog krijgen voor waar we voor staan.

Door samen ‘buiten’ te zijn en ons met hen te vereenzelvigen, groeit het vertrouwen met die ‘andere’ mensen. De wereld is niet eng meer. Het is onze woon- en werkplaats waar we met anderen mogen optrekken en waarin zij iets van God mogen proeven. En door met hen op te trekken, ontdekken wij ook zelf iets van God in hen.

Zoals een lezing van onze rooms-katholieke buurtpastor komende woensdag aankondigt: ‘God in Klarendal’. Over Godsbeelden en sporen van God die hij in zijn buurtpastoraat tegenkomt.

woensdag 30 januari 2013

Column Friesch Dagblad 53: Monnik of missionaris?

Vorige week was op initiatief van Andries Radio een symposium rondom het thema ‘Monnik of missionaris?’. Een leuk onderwerp om eens dieper over door te praten.

Diverse kranten berichtten erover: Friesch Dagblad en Reformatorisch Dagblad 19 januari , 22 januari en 29 januari.

Het zette mij aan het denken. Allereerst zal het congres speciaal voor die beroepsgroepen bedoeld zijn, want wie in het normale leven is in staat om dinsdagmiddag af te reizen om eens gezellig met elkaar te confereren?

Nu gebeurt het me vaker dat ik van mijn werk vrij neem om naar een conferentie toe te gaan. En dan zie en hoor ik om me heen heel veel mensen die van het voorgangerschap, domineeschap of gemeentestichterschap hun beroep hebben gemaakt. Ze zijn betaald vader van een gemeenschap geworden.

Maar goed, terug naar het thema. Er wordt een tegenstelling neergelegd tussen twee soorten ambten binnen de Rooms-Katholieke Kerk die elk hun taak hebben. De monnik die afgesloten van de wereld ver weg in een klooster bezig is met God, de Bijbel bestudeert, Gods lof zingt en bidt.

Aan de andere kant is daar de missionaris die wordt uitgezonden naar een ver en vreemd land om daar deel te worden van de cultuur en zo probeert het evangelie uit te dragen. Mooie mensen, mooie taken. En daar moest de confereerder dan tussen kiezen. De kerk die teruggetrokken is in de samenleving. Een rustplaats voor vermoeide mensen. Waar als vanouds het evangelie wordt gepredikt. Of de relevante kerk die dichtbij de mensen staat, zich volledig aanpast aan de omringende cultuur en zo probeert het evangelie aannemelijk te maken in de hedendaagse samenleving.

Dan ben jij zeker de missionaris, zal de lezer uitroepen als ze voor mij mogen kiezen. Dat is slechts voor een deel waar. Het klopt. Wij willen dicht bij mensen komen. Als het ware in hun huid kruipen, zodat het evangelie niet van tweeduizend jaar geleden is, maar ook van deze tijd. Maar in mijn gesprekken met mensen bemerk ik de behoefte aan monniken. In het jachtige leven van alledag is een roep te horen naar autenticiteit, rust en tot jezelf komen.

Daarom spreekt mij het idee van een stadsklooster aan. Dichtbij de wijkbewoners is een plek waar mensen even tot rust kunnen komen. En mijn voorbeeld van hoe het ook kan is de film Sister Act. Een groep kloosterlingen komt uit het klooster om de buurt te dienen. Met muziek aangepast aan deze tijd. Maar ook werkzaam in en voor de buurt. Het klooster wordt niet opgeheven. Het stelt zich ten dienste aan de samenleving.

De tegenstelling is niet zo groot. Een kerk die als monniken dag aan dag bidt en zingt voor de buurt om hen heen en daarin God groot maakt. Die bereid is het veilige plekje te verlaten om vuile handen te maken in de wereld om hen heen. Op zoek naar een missionaris die bereid is het monnikenwerk in het leven van alledag te integreren. Naar een monnik met een missie

zondag 20 januari 2013

Na de kerst

December. Tijd van mooie woorden. Tijd van mooie daden. Warme gevoelens voor alles en iedereen. Want dan moet iedereen toch een goed gevoel krijgen.
Dat ervoeren ook wij in die maand. Iedereen bereid bij te dragen voor 150 kerstpakketten. De ontvangers onder de indruk van al het moois en lekkers. En tijdens de kerstdienst en voorafgaande kerstnachtdienst wilde iedereen dat niemand ontbrak. Iedereen hoort erbij. Hartverwarmend.

Maar ja, de tijd gaat door. Het wordt zo weer oud en nieuw en voor je het weet zitten we alweer in half januari. Maar daarin houdt de armoede, de dakloosheid, de eindeloze schulden en de onduidelijke toekomst gewoon aan. Even een opleving van medemenselijkheid. En dan gaan we weer verder waar we mee bezig waren.

Wij proberen mensen 365 dagen in het jaar ten dienst te zijn. In de warme winterdagen, maar ook in die ijskoude aftermonth januari. Leven gaat door. Medemenselijkheid hopelijk ook. Ik blijf ervoor gaan.

zondag 2 december 2012

Reactie essay Letter & Geest "Gooi open die kerk"

Nog een mooi Artikel van Monique Samuel gisteren in Letter & Geest in Trouw. De titel zegt genoeg: Gooi open die kerk. Daarin pleit zij voor christen 2.0. Lees het artikel door op de link te klikken.

Hieronder mijn reactie op haar essay.

 Mooi geschreven, Monique. Een duidelijke hartenkreet met liefde voor de kerk. Ik herken sommige ervaringen van jou. Ik heb zo mijn bedenkingen over uitingen binnen charismatische kringen, ook al ben ik op en top pinksterchristen. Opgegroeid in de toenmalige Gereformeerde kerk herken ik de moeite en het zoeken dat in die kerk gaande is.

Zelf ben ik nu jaren bezig in onze wijk om daar iets nieuws te doen met Villa Klarendal – http://www.villaklarendal.nl. Maar ook als je van onderop een nieuwe kerk begint, merk je hoe snel je al weer in exclusiviteit -wie hoort erbij en wie niet- terecht komt. Wij willen inclusief werken en leven. We werken in en voor onze wijk -Klarendal Arnhem-. Maken geen onderscheid tussen mensen. Hebben als basisgedachte “je mag komen zoals je bent”, wat ook betekent dat je mag weggaan zoals je bent en wanneer je wilt. Wekelijks hebben wij een “brunch en viering” (op de 1e zondag van de maand een diner). Ook daar weer: mensen mogen komen naar de brunch, maar moeten niet blijven bij de viering. Toch zijn sommigen daar zo enthousiast over, dat ze anderen willen overhalen te blijven. Dat voelt dan weer als dwingen.

Een open kerk waar iedereen welkom is ongeacht afkomst, religie of geaardheid blijft in de praktijk heel lastig. Veel hangt af van ons geloof in God. Hij is immers degene die mensen verandert, niet wij.

Op zoek naar samenhang die zuilen overstijgt

Afgelopen week ben ik op diverse manieren geconfronteerd met uitspraken van Monique Samuel. Bekend geworden als politicologe met een half-Egyptische achtergrond schaamde zij zich de afgelopen jaren niet zich ook overtuigd christen te noemen.

Enkele weken geleden publiceerde het dagblad Trouw een bijlage "Nederland in 2030" waarin diverse mensen hun visie gaven op de toekomst van ons land, gericht op dat richtjaar. Daarin ook een artikel van Monique met als kop "Mensen zijn hun morele kompas kwijtgeraakt".

Zij ziet de huidige crisis als een maatschappelijke crisis die voortkomt uit de ontzuiling, waarvoor niets in de plaats is gekomen. Daarom pleit zij voor eeb zoektocht naar samenhang die de zuilen overstijgt. Mooi is, dat zij de kerk niet afschrijft, maar wel richting geeft geeft aan de hand van 3 basisprincipes.
- God heeft ons gemaakt en is met ons
- hij heeft een doel met ons leven
- wij zijn hier om elkaar lief te hebben
Zij pleit voor een inclusief christendom, waar iedereen zich thuis mag voelen.

Ik vind het zo mooi te zien hoe allerlei christenen in ons land op een andere manier christen en kerk willen zijn. Dat wordt niet altijd herkend door de grote gemene christelijke deler. Omdat ze tot andere keuzes komen. Arie Boomsma in de Linda voor homo's. Monique Samuel door haar keuze uit haar heterohuwelijk te stappen en een lesbische relatie aan te gaan.

Maar ook veel vernieuwende bewegingen zijn op zoek naar andere wegen waarop God kan werken in deze tijd. Het pleidooi voor samenhang die de zuilen ontstijgt spreekt mij aan. We zitten bewust of onbewust toch in ons eigen kleine hokje. En daar is de evangelische zuil geen uitzondering op.

Ik ben sinds kort secretaris van een oecumenisch platform in onze stad. Als ik dan activiteiten aankondig bij het evangelische Hart voor Arnhem, worden die daar voor kennisgeving aangenomen en naast zich neergelegd. Want uit de oecumenische hoek...

De vriendschap die wij zijn aangegaan met de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt werd in bepaalde kringen met argusogen bekeken. Het paste niet in hun hokje. Maar wat kunnen we veel van elkaar leren. Dat geldt ook voor het gesprek dat we afgelopen dinsdag hadden met het team van de RK kerk in de stad. De pastoor voor de hele parochie en de buurtpastor voor de wijk. Eerst aftastend, kwamen we al snel tot een gesprek van hart tot hart. Want alhoewel verschillend, kunnen we elkaar toch vinden in de basis van het geloof. De een kampend met krimp en veroudering. De ander zoekend naar de weg in deze wereld en wijk.

Ik wil heel graag mensen helpen hun morele kompas terug te vinden. Niet meer top-down, maar door naast de ander te staan. Als een vriend wegwijzer te zijn door samen te ontdekken hoe God in en door de ander wil werken.

Monique Samuel, ik blijf je volgen. En wellicht kunnen we samen eens onze visie op geloven uitwisselen.

dinsdag 27 november 2012

Column Friesch Dagblad 52: Terugtrekken of dienen?


Afgelopen weekend heb ik eindelijk kunnen kijken naar de documentaire "Kamperen met God". Een voor de christelijke pers spraakmakende film over het wel en wee op de christelijke camping De Betteld. In de film zien we hoe de makers diverse mensen volgen die in de kampeerweek een rol hebben. De gezalfde spreker, een enthousiaste medewerker, de betrokken directeur, de beveiligende "guardian angels", bezoekers van de kampeerweek en een tweetal schoonmakers. Op de schoonmakers na zijn alle betrokkenen christen en beleven dat ieder op hun eigen manier.

De film geeft een prachtig sfeerbeeld van wat er zoal in een week op die camping gebeurt. De gelovigen zijn onder elkaar en kunnen ongeremd hun leven met God beleven. De film heeft in christelijke kringen voor veel commotie gezorgd, omdat er veel over genezing wordt gesproken. Dat wil ik daarom buiten beschouwing laten.

Wat ik interessant vind is de manier waarop de zichtbaar niet-gelovige schoonmakers het geheel ondergaan. Ze maken dus schoon. En terwijl op de achtergrond de preken en gebeden goed hoorbaar door de wc's heen klinken zijn de schoonmakers in gesprek over het leven van alledag. We zien ook hoe ze bij de start van de dag met bijbellezen en gebed zichtbaar ongemakkelijk het geestelijke vuur ondergaan. Daarna gaat ieder zijns weegs, ruimt de directeur de kopjes op en lopen de schoonmakers weg richting de schoon te maken faciliteiten.


De enige opmerking die ik tijdens de film uit de mond van de schoonmakers hoor over het hele gebeuren is, dat ze vinden dat 'hun' wel heel anders praten. De "tale pinksterens" die hoorbaar wordt gebezigd staat blijkbaar ver af van de taal van het leven van alledag.


De christenen hebben zichtbaar de week van hun leven. Ze zijn er eens uit. Ze komen tot God. Weg van de boze wereld, in een stukje hemel op aarde. Dat ontlokte bij mij de vraag wat de gelovigen in beeld in de rest van hun leven doen. In hoeverre wordt wat ze hebben gehoord in die week verwerkt in het "gewone" leven in die "boze wereld". Ik ben bang dat een onderzoek dat onlangs van de persen is gerold ons daarop een antwoord geeft. "Christenen onderscheiden zich niet in onze samenleving" is de eindconclusie.


Het lijkt erop alsof christenen zich terugtrekken in hun christelijke getto's waar ze zich veilig voelen, om maar zo weinig mogelijk te hoeven doen in die wereld daar buiten. En daar durven we niet uit te komen voor dat wereldveranderende evangelie, waardoor de wereld blijft zoals hij is. Blijft voor mij de vraag: worden wij in onze kerken en christelijke conferenties toegerust om ons terug te trekken uit de wereld of tot dienstbetoon daaraan?

zaterdag 17 november 2012

Onderscheiden christenen zich in onze samenleving (2)

Wat zou het mooi zijn als kerk en maatschappij meer worden gezien als een eenheid. Als het jaarlijkse gebed voor de gemeentewerkers zich niet alleen beperkt tot oudsten, zondagschoolwerkers of kosters, maar ook voor gemeenteleden die belangrijk werk doen in de samenleving, zoals in de politiek, bij de overheid, in de zorg, in het bedrijfsleven. In hoeverre wordt in die kringen in gebedsbijeenkomsten gebeden voor de problemen die mensen op deze plekken tegenkomen? En in hoeverre is er in het pastoraat en op bijbelstudiekringen aandacht voor een christelijke doordenking van vragen die gemeenteleden tegenkomen in hun werk van alledag?

Ik pleit dus voor christenen die meer zichtbaar worden. Die leven en leer met elkaar in relatie brengen, zodat anderen in de samenleving dat ervaren. Het zal nog wel een tijd duren, maar ik heb hoop dat de evangelische/charismatische evenzoveel aandacht krijgen voor de problemen en vragen in de samenleving als de grote, van oorsprong vrijzinnige kerken, oog krijgen voor de noodzaak van leer in de kerk.

Onderscheiden christenen zich in onze samenleving?

Vanavond op TV bij Andries Knevel. Ik vind het zelf een interessant onderwerp, waar ik al veel met mensen over heb gesproken.

Mijn eerste reactie op deze vraag is ontkennend. Kijk ik om me heen, in onze wijk, dan zie ik maar weinig christenen die zich onderscheiden. Je moet ze zoeken met een vergrootglas. Stedelijk kom ik wel een paar christenen tegen die zich onderscheiden. In de politiek en in organisaties. Maar ze zijn eigenlijk maar op een of hooguit twee handen te tellen.

Kijk je dan landelijk, dan is ook daar de "invloed" laat staan "macht" van christenen nauwelijks zichtbaar. Ik heb het dan niet over oude manieren van leven waarin christenen samenliepen met machthebbers en het hele leven bepaalden. Maar over mensen die opinieleiders zijn of invloedrijk.

Vandaag is de top 200 van invloedrijke mensen in ons land verschenen. Lees ik die lijst door, dan is ook daar slechts een handvol mensen te vinden waarvan bekend is dat zij zich onderscheiden als mensen die uitkomen voor hun christelijk geloof. Dat geldt ook voor de mensen die in diezelfde krant worden benoemd als invloedrijke opinieleiders.

Hoe komt dat nu, dat christenen zich maar zo moeilijk onderscheiden in onze samenleving. Ik zie een aantal redenen.

Volksaard
De Nederlandse volksaard kenmerkt zich door de uitspraak "doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg". Wie zijn hoofd boven het maaiveld uitsteekt wordt gewantrouwd. Christenen doen daar onbewust aan mee. Christenen die veelvuldig op tv verschijnen of verder willen reiken dan wat "gewoon" is in hun kerkelijke gemeente, worden gewantrouwd. Loop maar liever mee in het gewone gemeenteleven.

Scheiding kerk en wereld
Met name in evangelische en charismatische/pinkster kringen is lange tijd een wereldmijding gepredikt. Politiek was "heulen met de vijand" of "compromissen sluiten met de duivel". Zelfs stemmen was in een deel van die christelijke groep not done. Of het moest zijn dat je stemde op een "getuigenispartij" die niet echt serieus werd genomen in de "grote" politiek.
Kerk was in die kringen de basis van het leven. Er werd heel duaal gedacht over het leven in de wereld. Daardoor trokken christenen zich terug in hun vertrouwde gemeente en kwamen daar alleen uit om de wereld in te trekken met de boodschap van het evangelie, verkondigd vanaf een zeepkist of met liedjes zingende gelovigen.
Een gemiddeld duaal denkende groep zal zich niet zo snel willen inlaten met nadenken over jezelf onderscheiden in deze samenleving. De enige vorm van onderscheiding is die van het preken tegen de ander. Dat dergelijke vormen van communicatie weinig effect hebben en zelfs een antireactie teweeg brengt, hebben we de afgelopen weken gezien in de media.

Vorige week sprak in met een christen die net zoals ik lid is van de vereniging van pinkstergemeenten en die vanuit dat geloof gemeenteraadslid is geworden. Een prachtig mens die zich wel onderscheidt. Maar vreemd genoeg krijgt zij geen voet aan de grond bij de voorganger van haar pinkstergemeente. Want "wij moeten kerk en staat gescheiden houden". Kerk en leven zijn in de gedachten van deze voorganger blijkbaar gescheiden. Deze seculiere gedachten kom ik veel tegen in deze kringen. Met als gevolg dat gemeenteleden weer vertrekken, omdat ze geen preken horen die aansluiten op het dagelijks leven. En dat de rest genoegen neemt met leerstellige preken die van belang zijn, maar ver weg staan van het leven van alledag.

Wat zou het mooi zijn als kerk en maatschappij meer worden gezien als een eenheid. Als het jaarlijkse gebed voor de gemeentewerkers zich niet alleen beperkt tot oudsten, zondagschoolwerkers of kosters, maar

Urban Expression op TV over "zijn christenen zichtbaar"

Villa Klarendal is onder andere lid van Urban Expression Nederland.

Coördinator Oeds Blok zal op Zaterdag 17 november in het programma "Door de wereld" (18.30u Nederland 2) met Andries Knevel spreken over de uitkomst van een EO-onderzoek over de vraag of christenen zichtbaar zijn in de samenleving. En over hoe zij zich kunnen onderscheiden.

Kijken dus, of later kijken naar Uitzending gemist.

Meer informatie Kijk op de site van Door de Wereld

Youtube filmpje samenwerken of zelf werken

Oeds Blok, coördinator vanUrban Expression Nederland was afgelopen donderdag bij mij om samen door te praten over het werk van deze beweging die in alle 40 "Vogelaar-"wijken gemeentes te stichten.

na afloop vroeg hij me om kort iets in zijn camera te vertellen over mijn ervaringen. Dat is een verhaaltje geworden over samenwerken met anderen in de wijk of zelf iets opzetten.

Kijk hier naar het Youtube filmpje

Vertel me gerust wat je ervan vindt.

dinsdag 30 oktober 2012

Column Friesch Dagblad 51: een leven van compassie

Politiek”, zegt mijn buurvrouw smalend, ,,ik heb er niets mee. Ik ga niet stemmen. Het zijn allemaal zakkenvullers”. Mijn democratische hart bloedt. Ik zit aan tafel met wat buurtgenoten tijdens onze wekelijkse brunch van Villa Klarendal. Hier ontmoeten twee werelden elkaar. De wereld van mijn werk, waar ik dag in dag uit bezig ben met politiek en ik veel politici keihard voor weinig zie werken. En de wereld van de wijk, die te maken heeft met de gevolgen van politieke besluiten, die niet altijd gunstig uitvallen voor het persoonlijke leven van alledag van wijkbewoners.

De verkiezingen zijn geweest. Veel mensen hebben landelijk wel gestemd. En met vuur, want twee tegenstanders zijn als grootste partijen uit de bus gekomen. Geen regering met die ander leken de veelal strategische kiezers te willen zeggen. Nu is het tijd voor een regering met onze standpunten zeiden de winnaars na afloop. Om vervolgens de dag erna doodleuk tot de conclusie te komen dat er maar een coalitie mogelijk is: die tussen twee gedoodverfde tegenstanders. Ineens prachtige woorden van politieke leiders naar elkaar die tot de dag ervoor elkaar nog in de haren vlogen. Wie begrijpt dat nog? Vind je het vreemd dat de gewone man cynisch wordt over het politieke gebeuren.

Nee, van mij zul je hierover geen waardeoordeel horen. Het is tijd voor een tegengeluid. Nu het regeringsakkoord op tafel ligt, zien we een beleid komen dat enerzijds medemenselijk blijft, maar aan de andere kant het beleid voortzet van het vorige minderheidskabinet. Op veel punten is de menselijke maat ver te zoeken. Een beleid van ‘zoek het zelf maar uit’. Goed voor mensen die geleerd hebben om te gaan met verantwoordelijkheid. Lastig voor mensen die altijd in de pamperhoek hebben gezeten. Die moeten nu ineens op eigen benen staan, wat hen nooit is geleerd.

Begrijp me goed, ik geloof in mensen die hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Maar de nieuwe manier van denken slaat door. Getuigt van een hardvochtigheid waarin mensen verworden tot een nummer. Als je niet doet wat ik zeg, word je gekort of krijg je helemaal geen uitkering.

Een tijd geleden hoorde ik over het handvest van compassie. Dat sprak mij aan. Een oproep om mededogen centraal te zetten in ons denken van alledag. Om anderen en niet onszelf voor het voetlicht te zetten. De waardigheid van de ander voor ogen te hebben. Mooie woorden, die zo moeilijk in het leven tot uitvoering kunnen worden gebracht. Het woord prijkt groots op de vloer van de Arnhemse raadzaal. Ik hoop dat het niet bij woorden blijft. Dat die compassie zal doordringen in de Nederlandse samenleving. Samen optrekken. Niet tegen elkaar, maar met elkaar. Elkaar benaderend met respect en mededogen.