vrijdag 2 september 2016

Interview Rick in EO's Visie: "Het contact met mensen ontstaat spontaan"

Zo af en toe dan vangt een tijdschrift op wat wij in Villa Klarendal aan het doen zijn. In het programmablad Visie van de EO deze week een artikel over hoe wij in de wijk zijn komen wonen en hoe Villa Klarendal is ontstaan.
 
Veel leesplezier hier.
 

donderdag 28 april 2016

Een inclusieve gemeenschap

Ìk werd een tijd geleden getroffen door een woord. INCLUSIEF. Iemand zei tegen mij: "jullie zijn een inclusieve gemeenschap". Ik moest daar even over nadenken. En heb het in het digitale woordenboek opgezocht.

En het klopt. We zijn niet exclusief. Het tegenovergestelde. Waarin mensen worden uitgesloten. Waarin voorwaarden worden gesteld om ergens bij te horen. "Jij mag bij ons horen als je hier en daar aan voldoet". En als je er niet bij hoort, hoor je er niet bij.

Wij denken en doen anders. Iedereen die erbij wil horen, mag erbij komen. En sterker nog: wij kijken over gemeenschapsgrenzen heen. Zo was er eens een kennis die bij ons vrijwilligerswerk wilde doen. Zijn ervaring vanwege opleiding lag op het terrein van groen en jongerenwerk. Hadden we daar nu juist heel weinig werk voor binnen Villa Klarendal. Maar er was wel een plek bij de groengroep van een andere wijkorganisatie. Dus hadden we hem in contact gebracht met die organisatie. En ja hoor: een maand later was hij heel enthousiast aan het werk in het groen van de wijk.

Inclusief werken, dat is dus: niet alleen denken aan jezelf, maar ook aan anderen. Dat is: leven met iedereen die je tegenkomt. Meedenken met wie het moeilijk heeft, ongeacht zijn afkomst, geloof of wat voor geaardheid dan ook.

Als mensen ons vragen van wat voor geloof we zijn, denken ze snel in denominatie. En verwachten ook zo'n antwoord: protestants of katholiek of misschien zelfs pinkstergemeente of baptistengemeente. Maar ik zeg dan steevast: we zijn een WIJKgemeenschap. Als er dan echt iets exclusiefs aan onze gemeenschap is, is dat het een gemeente voor de wijk is. Pastoraat of diaconaat of welke andere religieuze -aat dan ook is niet gericht op de eigen geloofsgemeenschap, maar op de wijk als geheel.

Inclusief. Iedereen mag er bij horen. "Iedereen mag komen zoals hij is", zeggen we altijd tegen elkaar. Met zijn of haar leuke kanten, maar ook met zijn of haar moeilijke kanten. En dan komt de moeilijke kanten van inclusiviteit naar voren. Want je verwelkomt wel makkelijk mensen die makkelijk zijn in de omgang. Maar wat als die ander heel vervelend is, niet doet wat jij normaal vindt, zich heel vreemd opstelt of dingen zegt of doet die helemaal tegen jouw eigen opvoeding of normen ingaan. Dan wordt inclusiviteit moeilijk. Dan is er toch weer de neiging om de ander te corrigeren. Wat op zich niet verkeerd is, want als het slecht gaat met iemand die dat niet door heeft is het juist goed om te corrigeren. Maar mag die ander ook de ruimte krijgen om te veranderen? De tijd krijgen om het anders te gaan aanpakken?

Dan komt de werkelijke waarde van gemeenschap naar voren. Want in een grote exclusieve gemeenschap kun je de ander makkelijk ontlopen. Die mijd je gewoon. Daar heb je toch niets mee? Maar in een kleinere groep is dat moeilijker. Daar kom je die ander toch telkens tegen. Kun je die ander dan toch liefdevol benaderen? Om zelf moeite te doen die ander te aanvaarden zoals hij is?

Leuk woord. Inclusief. Maar in de praktijk van alledag binnen een kleine groep soms heel erg moeilijk. Maar we blijven ervoor gaan.

zaterdag 23 april 2016

Nieuwe wegen in Villa Klarendal

Uit mijn laatste column in Friesch Dagblad blijkt wel dat er veel is veranderd in Villa Klarendal. De basis van de christelijke gemeenschap staat. Er is onderlinge verbondenheid. Er is het verlangen om God te zoeken. Er zijn relaties in de wijk waarin ook leden hun plekje hebben gevonden. 

Als pionierende leidinggevenden worden we nu soms gewezen op vraagstukken waar we geen antwoord op hebben. Waar blijven de roosters voor de komende maanden? Hoe kunnen we mensen helpen verder door te groeien in discipelschap midden in het leven en de wijk? We zien een verlangen naar verdieping waar wij geen antwoord op kunnen geven.

Daarom zijn we nu een proces ingegaan om het leiderschap te vernieuwen en te verbreden. Dat stelt ons voor interessante vragen waar we eerder niet op waren gekomen. Leiderschap heeft immers invloed op de cultuur van de gemeenschap. We zijn nu een inclusieve gemeenschap. Verwacht je van nieuwe leiders dat ze zich ook zo opstellen, of mogen zij hun eigen visie daarop hebben? 

Ook de vraag naar wat leiderschap nu wel of niet is, is interessant. Zijn mensen uit het eigen midden geschikt om leiding te nemen? En heeft een ontkennend antwoord te maken met onze eigen visie op leiderschap? Want veel christenen denken bij leiders aan hoogopgeleide mensen, die gewend zijn aan de vergadertijgerende cultuur in ons land. Kunnen hulpverlening ontvangende mensen geen leiders zijn? 

Het zijn vragen waar we niet uit zijn en waar we op zijn Villa Klarendal's mee omgaan: zoekend en tastend gaan we door op de ingeslagen weg. We hebben mensen uit de gemeenschap onze zoektocht al voorgelegd en weten dat dit nu ook hun zoek(en vooral gebeds)tocht is geworden.

En binnenkort organiseren we een open avond om geïnteresseerden kennis te laten maken met Villa Klarendal. Interesse om deel te worden van Villa Klarendal? 2 Juni staat voorlopig gepland. Neem contact op.

donderdag 31 maart 2016

Column Friesch Dagblad 87 (de laatste): einde van een nieuw begin

Afgelopen jaar vierden we met Villa Klarendal ons 10-jarig bestaan. Tijd om terug te blikken. Is er in die tijd iets veranderd, of is alles hetzelfde gebleven?

We begonnen experimenteel met nauwelijks een voorbeeld in Nederland. En ook nog gemengd: met een team van Youth for Christ doordeweeks en een vrijwilligersteam in de avonduren en in de weekenden.

We begonnen in onze wijk de plannen bekend te maken.“Helemaal geen behoefte aan” was de reactie. “Dergelijke zeepkistenchristenen die de wijk wel even zouden bekeren en daarna weer snel doortrekken, pasten niet in hun werkwijze.” Dus gingen we zonder toestemming van de wijk aan de slag.

Met vele jongeren kwamen we in contact tijdens de Youth for Christ tijd. Een deel daarvan kwam ook naar de vieringen. Toch waren die vieringen vrij vaak eenrichtingsverkeer. Wij werkten en vertelden. De bezoekers consumeerden en ontvingen. En vonden het prachtig wat wij allemaal deden. Een restaurant met bediening met daarna vrijwillige pastores die je ook nog geestelijk bedienden. Heerlijk in een woord. Voor de bezoekers.

Maar voor ons was het pezen. ’s Morgens vroeg op zondag klaar staan en als echtpaar om en om het praktische deel dan wel de vieringen verzorgen. Mooi pionieren. Waarbij ik denk aan de momenten dat we voor het eerst werden geconfronteerd met de waterleiding die buiten de deur de hoofdkraan had. Waardoor we tijdens de eerste strenge winter prompt een bevroren waterleiding hadden. Dat werd geïmproviseerd door met jerrycans water vanuit ons huis naar het pandje te sjouwen. En toen we dat eenmaal wisten, lieten we de kraan tijdens vorstmomenten zachtjes druppelen.

Alle tijd werd in die eerste periode opgeslokt door het nieuwe werk. Doordeweeks naast het werk met mensen bezig en voorbereiding voor de praatjes. In het weekend de voorbereidingen voor de zondag en de vieringen. En niet te vergeten de afruiming met het schoonmaken van de wc, die niet altijd erg schoon werd achtergelaten, en het zuigen van de zwarte vloerbedekking die altijd was bedekt met eierresten, wat het zuigen zo heerlijk makkelijk maakte.

Vijf jaar geleden kwam de grote ommekeer. Het project van Youth for Christ werd doorgestart als christelijke wijkgemeenschap, een lokale kerkgemeenschap. We moesten gaan nadenken over echt gemeente-zijn: doop, avondmaal (maaltijd van Jezus), lidmaatschap. Allerlei vragen kwamen boven waar we ons nog nooit over hadden gebogen.

Terugkijkend is er veel ten goede veranderd. Het eerste pionieren onder de vlag van Youth for Christ is voorbij. We hebben er een supervisiegroep naast gekregen om te sparren over het werk. Dat was in die eerste periode niet mogelijk, waardoor we op elkaar als teamleden waren aangewezen. En dat was zeker niet altijd makkelijk.

Verder zien we dat onze plek in de wijk is verdiept. Vroeger moesten we leuren om onszelf bekend te maken en om te kunnen meedoen met activiteiten. Nu merken we steeds vaker dat we bij activiteiten gevraagd worden. “Want jullie zijn belangrijk in de wijk”. Wat een verschil met die eerste periode. We hebben nauw contact met welzijnsorganisaties en met het inloopcentrum van de katholieke kerk. Wat ook komt doordat we midden in de wijk zitten, in het multifunctionele centrum, waar de anderen ook verblijven.

Binnen de gemeenschap zien we ook groei. We hoeven het niet meer alleen te doen. Rondom ons is een “leidersschaps-plus” groep ontstaan van ongeveer tien mensen die zich medeverantwoordelijk voelen voor het werk van Villa Klarendal. Niet alleen meer consumenten, maar steeds meer mensen die op allerlei niveaus meedenken over het wel en wee van onze gemeenschap. Er is eigenaarschap gekomen bij die tien extra.

Zo kom ik tot de conclusie dat er een einde is gekomen aan het nieuwe begin. De eerste periode van puur pionieren is afgelopen. De pioniersgemeenschap heeft plaatsgemaakt voor een continue gemeenschap van ongeveer vijftig mensen die wekelijks bij elkaar komt. Dat is ook de reden dat de redactie heeft gemeend dat aan deze column een einde kan komen. Er komen andere vragen, die horen bij een reguliere kerk of gemeente. Dat wil niet zeggen dat we niet meer pionieren. O, zeker niet. We zien nog heel veel nieuwe uitdagingen. Op gebied van multiculturele contacten. Bij de yuppen in de wijk. Bij de culturele modemensen in de wijk. Allemaal groepen in de wijk die we nog niet bereiken.

En dan spreken we nog niet over nieuwe wijken waar we inmiddels ook een bruggenhoofd in hebben en waar zo maar een nieuwe Villa van start zou kunnen gaan. Wilt u daarover blijvend worden geïnformeerd, surf dan naar mijn blog http://missionairarnhem.blogspot.com of naar http://www.villaklarendal.nl.

Villa Klarendal is ook op facebook en twitter te vinden.

Dus ik neem hier als columnist afscheid van u. Maar blijf gewoon doorgaan in het werk dat ooit is gestart. God verandert niet. Hij staat aan de basis van het werk. Hij zal het ook voortzetten. Met mij. En straks ook zonder mij.

woensdag 30 maart 2016

Interview in Friesch Dagblad vandaag: Pionieren, blijf steeds bij jemissie

Vandaag is een interview met mij, samen met mijn laatste column, verschenen in Friesch Dagblad (http://www.frieschdagblad.nl/index.asp?artID=71046). Lees hieronder de tekst ervan.
Ruim zeven jaar schreef missionair gemeentestichter en buurtpastor Rick Jansen in het Friesch Dagblad over het gemeentestichtingsproject Villa Klarendal in Arnhem. Inmiddels is het een zelfstandige kerkgemeenschap geworden. In zijn laatste column blikt Jansen terug op de afgelopen tien jaar in de Arnhemse achterstandswijk. 
Toen hij met zijn vrouw in Klarendal begon, bestond er nog weinig op dit gebied. ,,Er waren een paar initiatieven van gemeentestichting in Nederland, maar die deden dat op de 'oude manier’: plaats leden van je gemeente in een andere wijk, en begin daar als kerk opnieuw", vertelt Jansen. ,,Er werd vooral van binnen de kerk naar buiten gedacht, in plaats van te beginnen bij de wijk zelf."
Jansen kwam in die tijd twee mensen tegen die op een geheel andere wijze bezig waren: Matthijs Vlaardingerbroek die een christelijke gemeente was begonnen in een volkswijk in Den Haag en Daniel de Wolf die een gemeenschap stichtte in een achterstandswijk in Rotterdam. ,,Bij hen zag ik wat het betekent om kerk en christen in de wijk te zijn. Deel uit te maken van de wijk, en aan te sluiten bij de behoeften die daar leven."
Jansen verdiepte zich ook in de Fresh Expressions in Groot-Brittannië en de emerging church-beweging uit de Verenigde Staten, die beide experimenteerden met nieuwe kerkvormen. Hij was erbij betrokken toen de emerging church-beweging begin 2000 ook overwaaide naar Nederland. ,,Er werd een begin gemaakt van het omploegen van de aarde in christelijk Nederland. Er kwamen mensen op af die interesse hadden om nieuwe vormen van kerk-zijn op te zetten, maar niet wisten hoe ze moesten beginnen. Daar heeft deze beweging een rol in gespeeld. Het motto was: doe het zoveel mogelijk met de gevestigde kerken, maar wacht niet langer, begin met experimenteren."
In de afgelopen tien jaar is de term missionaire gemeente een veelgehoord begrip geworden. In 2012 bestempelde de Protestantse Kerk in Nederland pionieren tot een van haar speerpunten. ,,Na een eerste lichting van pioniers zag je meer initiatieven ontstaan. Naast de PKN zien ook andere kerkverbanden en organisaties missionaire gemeentes niet meer als iets vreemds, maar hebben ook zij dit 'binnengehaald’."
Geen geld
Jansen is blij met de toegenomen aandacht voor pionieren en missionair gemeente-zijn. Wel signaleert hij dat er in het algemeen bij pioniersgemeenten vrij veel geld gaat naar de aanstelling van pioniers. Dat draagt vaak niet bij aan de continuïteit van een nieuw initiatief, ziet hij. ,,Een punt van discussie is hoe snel zo’n nieuwe gemeente zelfstandig is. De PKN ging bij de eerste pioniersplekken uit van een termijn van drie jaar. Al snel was duidelijk dat dat absoluut niet lukte. Ik heb elders gezien dat sommige pioniersplekken weer verdwenen omdat er geen geld meer was voor de aanstelling van de pionier. Een fulltime kracht die de kar trekt is wat mij betreft geen goede ontwikkeling."
Jansens advies is: zorg ervoor dat je met een team verantwoordelijk bent voor een kerkplanting. ,,Eventueel met een parttime betaalde pionier. Juist wanneer je met vrijwilligers werkt, vraag je sneller mensen uit de wijk om mee te helpen, waardoor je doelgroep eerder participeert in de (kerk)gemeenschap."
Bovendien moet je voorkomen dat alleen afgestudeerde theologen in het kerkplantingswerk terecht komen, meent Rick Jansen. ,,Onze ervaring is dat je wel twee jaar nodig hebt om zelf een denkverandering mee te maken. Om niet vanuit je eigen achtergrond in de wijk te werken, maar om echt vanuit de wijk te leren denken. Je moet als het ware je eigen achtergrond vergeten en je helemaal identificeren met de mensen in de wijk. Voor net afgestudeerde theologen, die vooral theoretische scholing hebben gehad, is dat vaak niet gemakkelijk. Het gevaar bestaat dat je toch weer met vieringen begint die te hoog gegrepen zijn, of dat je te veel verwacht van mensen."
Jansen pleit daarom voor een combinatie van theologen en mensen die een baan in de samenleving hebben. Cruciaal is wat hem betreft: wonen in de wijk. ,,Anders ben je geen deel van het geheel, maar een professional die de wijk even binnenkomt, maar ook weer verlaat." 
Geen vreemde
Begin niet zelf met het organiseren van allerlei activiteiten, maar probeer zoveel mogelijk op plekken in de wijk te zijn waar mensen al zijn, adviseert Jansen. ,,Dat scheelt tijd, en het zorgt ervoor dat je op een natuurlijke manier contact krijgt met mensen." Zo werd hij zelf jaren geleden computerdocent in het wijkcentrum in Klarendal. ,,Dat was een bestaande activiteit van een welzijnsorganisatie. Je leert mensen kennen en bent niet meer een vreemde van buitenaf, maar een bekende van binnenuit. Je ontmoet hen. Het gaat over ditjes en datjes, over de dingen uit het dagelijks leven. Van daaruit kom je ook tot diepere gesprekken en raken mensen soms geïnteresseerd om naar Villa Klarendal te komen voor een viering. 
Een valkuil voor elke kerkplanting of pioniersplek is dat die zich na verloop van tijd toch weer meer naar binnen richt. ,,Wij hebben in Villa Klarendal drie speerpunten: de wijk, gemeenschap en leven met God. Geregeld zie je de neiging ontstaan om meer gericht te zijn op gemeenschap en pastoraat, dan op de wijk. Natuurlijk zijn die twee belangrijk, maar je moet niet vergeten dat de wijk net zo belangrijk blijft. Want daar ligt uiteindelijk je missie."

zondag 20 maart 2016

God in Nederland: ervaring met present zijn in de wereld

Ik las vandaag een interview op NieuwWij over het rapport "God in Nederland". Een interessant interview. Een interessant rapport.

Er blijkt in Nederland veel onzekerheid te zijn rondom religie. Daarover zegt de geïnterviewde:
Ik denk niet dat je onzekerheid kunt repareren met een mooie boodschap. Wel kun je mensen laten zien dat jouw traditie, jouw verhalen, heel veel diepgang hebben. Zonder dat je er op uit bent om ze met waarheden te overspoelen. Belangrijker nog is dat kerken gaan doen, present zijn in de wereld. Voordoen heeft meer invloed dan voorschrijven. De pioniersplekken zijn wat dat betreft goed op weg denk ik.

Villa Klarendal bestaat al 10 jaar en kan als zo'n pioniersplek worden gezien die al iets verder op weg is. Midden in de wereld zijn en daar als kerkelijke gemeenschap aanwezig (present) zijn. En nog steeds leren we bij.

Present zijn betekent wat ons betreft: samenwerken met wijkorganisaties. Geen pretenties hebben dat wij het wel even vertellen en doen. Luisteren naar anderen met meer ervaring in de wijk. Ruimte geven aan mensen om ons te leren kennen en met ons te eten. Ruimte geven aan wijkbewoners om alleen met ons te eten en hen niet verplichten om deel te nemen aan onze vieringen. Vieringen die zijn aangepast aan de leef- en denkwereld van wijkbewoners. 

Die ervaringen wil ik graag delen. En heb daar nu ook meer tijd voor. Neem rustig contact op als je er eens iets meer over wilt weten. Ik kom graag iets vertellen. Of laat je graag onze mooie wijk zien!

woensdag 24 februari 2016

Column Friesch Dagblad 86: De naakte waarheid: eng of bevrijdend?

"Op zijn zondags gekleed". "Er paasbest uitzien". "Je zondagse gezicht opzetten". Zomaar wat uitdrukkingen over onze eerste dag van de week, waar wij als christenen zoveel waarde aan hechten.

"Er heerst hier geen code zoals in andere kerken". "Het lijkt wel of iedereen maar wat doet". "Ik voel dat ik helemaal mezelf mag zijn. Gewoon, zoals ik praat, als ik een keer baal, als ik lol wil maken". "Ik voel me hier naakt. Mag hier helemaal mezelf zijn". Zomaar wat uitspraken die we de afgelopen jaren bij Villa Klarendal te horen kregen.

Het geeft te denken. De gedragscodes die veel kerken kennen, zijn onderdeel van de cultuur. Niet opgelegd, maar onbewust doe je eraan mee. Want "zo hoort het toch?" Wie naar de kerk gaat, gaat toch mooi gekleed? Want je gaat toch voor de Heer(e)? En Die mag je toch eren met het beste wat je hebt? Maar het beste wat je hebt, wordt blijkbaar materieel ingevuld. En met die mooie buitenkant ontstaat vanzelf een bekleding van jezelf, waardoor je jezelf niet meer laat zien.

"Ik voel mij naakt". Een prachtige uitspraak van een van de bezoekers. Als een Eva die na de zondeval zichzelf en haar man Adam bekijkt en tot haar schrik de naakte waarheid met andere ogen bekijkt. Mooi is dat. Wie bij ons komt, mag zonder poespas of opsmuk zichzelf laten zien. "En wie ben jij?" lijkt de vraag te zijn die onderhuids gesteld wordt. En dat ben je helaas niet gewend als je uit een gemiddelde Nederlandse kerk of gemeente komt.

Daar gaat het meer over vragen als "ben je wel bekeerd", "doe je wel de goede dingen", "zie je er goed uit", "ben je wel vervuld of gedoopt in de Geest". Vragen die de buitenkant en voor een deel de binnenkant raken. Maar die blijkbaar niet het gevoel geven dat je er bij mag horen of totaal jezelf mag zijn. Er is toch vaak sprake van bedekking. Zoals Adam en Eva hun naakte lichaam bedekten met vijgenbladeren, bedekken wij ons met regels en wensen, waardoor wij de naakte waarheid van onszelf niet hoeven te laten zien. In onze wijk komen we veel "probleem"mensen tegen. Die komen ook bij ons. Zij voelen zich vaak in het hokje van "probleem" gezet. Waar zij bij ons zich weer "mens" voelen. Een mens met een probleem.

Ik had het daar deze zondag nog over met mijn mee etende buurtgenoot. Welk mens heeft geen problemen? Iedereen heeft ze. Alleen hebben hoger opgeleiden geleerd ze een plek te geven. Of ze netjes te verstoppen. In die zin is iedereen een "probleem mens". Wat blijkt als je mensen voorstelt een coach te nemen? Hun eerste reactie is: ik heb toch geen probleem? Hoe vaak heb ik in christelijke kerken niet meegemaakt dat iemand geen problemen had, totdat hij ineens verkondigde te gaan scheiden, in zware financiële problemen bleek te zitten of zonder vooraankondiging zich van het leven beroofde.

Wat zou het heerlijk zijn om eens geen masker op te hoeven doen. Te komen zoals je bent. Eng. Maar na verloop van tijd bevrijdend. Met Jezus als voorbeeld: “Kom tot Mij allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal je rust geven.”

woensdag 10 februari 2016

Bijdrage kerken in denken over armoede

Gelezen in Friesch Dagblad 23 januari 2016

Kerken in Nederland geven een waarschuwingssignaal af: er dreigt in ons land een nieuwe verzuiling. Niet met levensovertuiging als onderscheidend element, maar arm en rijk. Het aantal mensen dat in financiële problemen zit en/of heel grote moeite heeft om het huishoudboekje op orde te houden, groeit. De omvang van het probleem is groot; nu zit ruim 10 procent van de Nederlandse huishoudens in de probleemzone en dat percentage groeit. De waarschuwing van de kerken is niet de eerste.

Maatschappelijke organisaties en enkele politieke partijen zeggen het al gedurende een aantal jaren. Maar de waarschuwingen helpen niet - de kloof tussen rijk en arm wordt groter. Er kunnen veel genuanceerde verhalen worden gehouden over wat armoede in Nederland is, over het accepteren van verschillen in inkomens en van welstand. Die verhalen blijken vaak te werken als een gordijn van mist. In het publieke leven, bijvoorbeeld in media en in de politiek, wordt in verhouding weinig aandacht besteed aan de problemen die een stempel drukken op veel gezinnen.

Een kenmerk van de ´oude´ verzuiling was het gebrek aan contact tussen de zuilen. Gereformeerde kinderen speelden niet met katholieke kinderen en kinderen uit socialistische gezinnen speelden met geen van beiden. In de nieuwe verzuiling is ook sprake van het langs elkaar leven van de armen en de rijken. De armen zijn vooral met hun ´kleine´ dingen bezig: kan ik een cadeautje kopen dat mijn kind kan meenemen als het voor een verjaardagsfeestje is uitgenodigd? De andere zuil, die van de welgestelden, bedenkt zo´n vraag niet eens. De beter gesitueerden hebben andere vragen: welke caravan zullen we kopen? Of: wordt het niet weer tijd voor een nieuwe, bijdetijdse jas?

Tussen beide groepen groeien vervreemding en verharding. Er ontstaan over en weer stereotype beelden, waarin van de ´anderen´ vaak een karikatuur wordt gemaakt. De arme kant van Nederland delft in veel opzichten het onderspit. Sociale contacten worden minder, armen nemen steeds minder deel aan de samenleving, ze zijn minder gezond en ontwikkelen wrok en onverschilligheid jegens de samenleving. De gevolgen zijn, zo blijkt steeds weer uit onderzoek, ernstig en langdurig. Kinderen lopen achterstanden op in het meedoen in de samenleving en ze ontwikkelen een gevoel van onmacht, berusting en apathie. En van verzet tegen de heersende klasse. Ook in de politiek. Dagelijks zien ze hun houding gerechtvaardigd; de politiek rekent vooral naar zichzelf en ´doet maar´. De VVD-plannen voor luxe huizen in de duinen zijn een sterk voorbeeld.

Meer dan 10 procent van de huishoudens heeft dagelijks een financiële strijd en de VVD bedenkt mooie woningplannetjes, voor rijke mensen. De kerken zijn niet de eerste die aandacht vragen voor Nederlanders die niet kunnen meekomen. Maar hun bijdrage is meer dan welkom. De kerken hebben immers een eigen verhaal over verantwoordelijkheid naar mensen zelf en naar andere mensen. En de kerken hebben een verhaal dat nergens anders te krijgen is, namelijk het verhaal van rechtvaardigheid, met als spits barmhartigheid.

donderdag 21 januari 2016

Column Friesch Dagblad 85: Geloof gericht op heel het leven

Wij willen holistisch leven". Dit is nog steeds een van de hoofdwaarden van de christelijke wijkgemeenschap VillaKlarendal. Een term die een beetje ‘eng’ klinkt voor de gemiddelde christen, die het al snel associeert met de New Agebeweging die aan dit begrip een eigen invulling heeft gegeven. ‘Integral mission’ heet het in de zendingswetenschappen en dat komt dichtbij wat wij bedoelen. Het leven in zijn totaliteit als christen leven en elk aspect daarvan als waardevol accepteren. Niet het geestelijke staat centraal, maar alle aspecten van het leven zijn even belangrijk, waarbij het geloof natuurlijk een belangrijke basisvoorwaarde is.

Zo kan het zijn dat mensen bij ons komen met financiële vraagstukken, met moeite op sociaal gebied, met huisvestingsvraagstukken. We vinden het belangrijk, wuiven het niet weg met een geestelijk sausje als ‘we zullen ervoor bidden’. Nee, we bidden ervoor en kijken met mensen hoe de vraagstukken het beste opgelost kunnen worden. En meestal hebben wij niet de oplossing, maar wel een van de instanties met wie we samenwerken.

Ik zie een nieuwe beweging ontstaan die het omgekeerde lijkt te zeggen. Aanbid God met heel je hart (wat betekent: zing liederen en kom in een bepaalde sfeer), laat Hem je leven leiden. En bid Hem voor alles en het zal ook gebeuren. Mooi, prachtig, geweldig dat men zo radicaal wil leven. Maar ook eenzijdig en alleen gericht op het geestelijk/spirituele deel van het leven.

Zo had mijn vrouw last van hevige spierpijn. Een vriend van onze zoons hoorde het en opperde ervoor te bidden. Want dan zou de spierpijn wel weggaan. Tja, maar God heeft het lichaam gemaakt om te werken én te rusten. En spierpijn is een manier van het lichaam om ons te melden dat er even rust moet worden ingebouwd. Door God ingegeven waarschuwingsmechanismen die we niet te vuur en te zwaard als geestelijke strijd met gebed te lijf moeten gaan.

Ik vind dit altijd lastig. Want ik gun mensen een radicale omgang met onze hemelse Vader. En ik zal de laatste zijn om te oordelen over het geloofsleven van anderen. Toch vind ik het jammer dat een nuchtere kijk op het leven van alledag en het besef dat God alles heeft gemaakt tot zijn eer daardoor soms teniet wordt gedaan.

Zo zie ik soms vreemde mengelingen ontstaan. Milieu lijkt voor sommige christenen een tweederangs aangelegenheid. Want God zorgt toch wel voor ons, waarom zouden wij dan nog voor die omgeving moeten zorgen? We ‘praisen’ erop los in onze zondagse samenkomst, terwijl de wijk waar de kerk samenkomt op overlevingsstand staat. En dan bidden we dat ‘die mensen’ snel bij ons binnen mogen komen. Het enige wat de wijk van ons ziet en hoort zijn de zondagse wekkerdiensten waar niet iedereen blij mee is en de auto’s die her en der geparkeerd staan in de toch al overvolle wijk.

Holistisch, integraal leven. Dat is mét mensen leven. Niet naast hen. Oog hebben voor de pijn en moeite van alledag. Dat niet weg praisen en worshippen. Maar samen de pijn ervaren, beleven en kijken hoe het beste hulp kan worden geboden.

zondag 27 december 2015

Na de kerstgedachten

Kerst is een mooie periode om even te bezinnen en na te denken. Ook al zijn het wat mij betreft maar drie dagen.

Soms kan het lezen van kranten daarbij een hulp zijn. Afgelopen donderdag vielen drie kranten bij mij door de bus. De zaterdagkranten van kerst. Allen met kerstbijlagen. 

Het Nederlands Dagblad plaatste een prachtig essay van Rien van den Berg onder de cryptische titel "Midden in het kalifaat een kribbe".

Ik ga het essay niet herhalen, maar pak er wat uit om daar hier verder op door te gaan.

Hij komt tot de interessante conclusie 'ik heb nooit iets gehad met Kerst'. De eerlijkheid gebiedt dat dit niet altid voor mij heeft gegolden. Kerst was voor mij jaren het feest van licht, warmte, liefde, vrede en gezelligheid geweest. Toch begon er langzamerhand iets te knagen. Het uiterlijke vertoon. De koopwoede. De must om die twee dagen tot het meest gezellige van het jaar te maken. De opgelegde lieflijkheid en zoetigheid die ermee gepaard gaan. De overdreven aandacht voor het mindere, die we de rest van het jaar weer terug in de hoek gooien. 

Dus hebben wij als echtpaar besloten dit jaar geen tijd te besteden aan het extra verlichten en optuigen van het huis, wat we na twee weken weer hadden moeten aftuigen. We besloten als Villa Klarendal niets extra's te doen voor het mindere. De traditionele kerstpakkettenactie, met de gebruikelijke hebberigheid erbij, zetten we aan de kraak en ruilden we om voor een nieuwe traditie in de wijk, de herdertjestocht.

Iets doen voor de mindere, dat is een opdracht voor het hele leven, voor 365 dagen in het jaar. Niet voor slechts 2 dagen. Daar willen we graag voor gaan, ook het komend jaar. En liefst mèt de mensen die het minder hebben, niet vóór hen.

Nog een ander citaat uit het essay raakte me:

Een vrouw, niet-gelovig, bezocht in dit dorp (het dorp van de schrijver RJ) twee weken geleden een kerkdienst. Ze moest huilen van geluk omdat ze het gevoel had dat ze thuis kwam. Ze zocht op internet alle liederen bij elkaar die we gezongen hadden en zingt ze de hele dag. Ook bidt ze. Maar ze gelooft niet, zegt ze stellig. Want met God - een heerszuchtige, dominante Man immers - kan en wil ze niet door een deur.

Na een hele verhandeling concludeert van den Berg:

Ineens denk ik: ik hoop nu nog maar één ding. Dat ze in de wereld van leugenachtig licht en suikerwerkmuziek op een verloren moment een deur binnenstapt, zoals ze die twee weken geleden binnenstapte. En dat ze dan mensen bij elkaar ziet, en dat ze zich er thuis voelt, opnieuw. En dat zij dan een dominee tegenkomt die in de donkerte van de dagen de weg van Jezus durft te gaan, die het aandurft klein en weerloos voor de kudde te gaan staan, en maar gewoon vertelt.

Wat me hierin aanspreekt is, dat ik de reactie van de vrouw herken. Mensen voelen zich in deze tijd verweesd. Alleen, zonder zekerheden om hen heen. De kerk is zo vaak de plek waar mooie verhalen worden verteld, maar waar ook dogma's boven de liefde lijken te worden gesteld. Die komen hard over. Zonder liefde voor de persoon.

Liefde en warmte zijn er ineens weer tijdens de kerstdagen. Om vervolgens daarna weer te worden ingewisseld voor de dominantie van leiders, kerkenraden of andere mensen die menen de waarheid in pacht te hebben. 

De herkenning is dat we dit regelmatig terughoren. "Het is of ik hier thuis kom" als mensen de brunch van Villa Klarendal binnenstappen. En "ik vind het zo mooi en saamhorig hier, maar ik geloof er niets van". "Wat doe je hier dan?" is dan vaak de niet, en soms wel, uitgesproken reactie in kerken. Want wie hier komt, moet toch geloven? En kerkmensen die bij ons binnenstappen voelen zich onzeker. Er lijkt geen regel te heersen. Alleen "kom zoals je bent...", wat betekent dat je jezelf mag laten zien. En dat voelt, zoals iemand onlangs zei, alsof je naakt bent. Je mag jezelf tonen. Weg met de zelfgemaakte geestelijke bladeren. Terug naar je oorsprong. 

Ruimte om thuis te komen. Om tot rust te komen. Weg uit de drukte, pijn, onzekerheid, geweld van alledag. Luisterend naar de waarheid uit de bijbel. Iedereen mag ervan genieten. Zich openstellen voor de liefde die Jezus geeft. Met de houding van Jezus zitten we gelijkwaardig aan tafel. Allemaal naakte mensen met ieder de pijn die het leven hen heeft aangedaan. Jezus is mijn pijn binnengekomen en heeft hem van mij overgenomen. Wat niet wil zeggen dat ik die pijn niet meer voel. En vanuit die ervaring proberen we mensen tegemoet te treden. Ongekunsteld, zonder theater of podium. Soms moe van de week. Soms moe van de eigen zwakheden waar ruzie in het gezin, met de buren, of depressie uit voort komen. En daar dan maar gewoon voor uit komen. Sorry, nu even niet, nu ben ik moe. Geen gekunstelde lach, waar iedereen het leed doorheen ervaart.

Kom met je naakte zelf. Nu en alle andere 364 (en komend jaar zelfs 366) dagen.

woensdag 16 december 2015

Column Friesch Dagblad 84: De nare smaak van spreken over Parijs

13 november 2015 staat in ons geheugen gegrift. Opnieuw is er een toon toegevoegd aan het negatieve akkoord wat over de islam wordt uitgespeeld. Die moslims moeten zich nu maar eens uitspreken. Er wordt verantwoording gevraagd van mensen die hetzelfde geloof aanhangen als die terroristen die Parijs hebben aangevallen.

Ik heb met gemengde gevoelens gekeken naar de berichtgeving over Parijs. In het begin was ik nog geïnteresseerd, benieuwd naar de achtergronden. Maar toen mijn lokale dagblad al voor de zevende dag op rij met zwarte randen nieuws uit Parijs bracht, begon ik mij af te vragen wat voor nieuwsgaring dit nu was. Vrije nieuwsgaring of loutere propaganda? Want alles wat maar enigszins nuancerend was, werd geweerd of naar andere pagina’s gedirigeerd.

Het was duidelijk: die moslims, die moslims toch, wat deden ze ons aan? Waar hadden wij dit aan te danken? We hadden ze toch alle ruimte geboden, waarom maakten ze daar dan zo misbruik van?
Het bekende dubbele gevoel wat de goede lezer van mij kent bekroop mij weer. Want: vrij? Er lijkt zich een teneur af te tekenen waarin de moslim een tweederangs burger wordt. Iemand die bij de gratie van onze tolerantie hier mag wonen, maar voor de rest met heel veel argwaan wordt bekeken en benaderd. Enige tijd geleden organiseerde de gemeente Arnhem een gesprek over samen in Arnhem waarin groepen bewoners met elkaar in gesprek gingen over radicalisering. Met name de moslims spraken van de pijn die zij ervoeren over het tweederangs burger zijn. Goed opgeleid en enthousiast solliciterend naar een plekje op de arbeidsmarkt worden zij af geserveerd.

Een prachtig voorbeeld was een jongeman met lange baard en djellaba. Hij begon te spreken over zijn passies en liefde voor jongeren. Over zijn identificatie met moslims terwijl hij geen moslim is. Mar hij werd er wel vaak op straat over aangesproken. Hij ziet er toch uit als een moslim?
De hokjes doorbreken. Niet denken in termen van "jij bent zo en denkt zo, omdat je er zo anders uitziet, die andere achternaam draagt of dat andere geloof aanhangt". Ik was blij met die ene andere noot die tijdens de vele gesprekken werd gespeeld. Nationale knuffelmoslim Ali Bouali sprak zich uit als moslim en over het belachelijke daarvan. Want we hadden hem toch al aanvaard als rapper en nationaal humorist? Waarom dan nog verantwoording?

Gisteren kwamen de Nederlandse bisschoppen met de brief ‘Herbergzaam Nederland’, waar indringend werd ingegaan op de vluchtelingenvraagstuk dat voor sommigen direct verbonden is met de komst van ‘grote groepen moslims naar ons land’. De bisschoppen schrijven: ‘Goed samenleven is een verantwoordelijkheid van ons allemaal. Wij én de vluchtelingen hebben verplichtingen tegenover elkaar. Om in de vervulling van deze wederzijdse plichten vruchtbaar met elkaar op te trekken, dienen we de weg van de dialoog te bewandelen. Vanuit onze gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor zo’n dialoog kunnen we op zoek gaan naar goede oplossingen met respect voor iedere medemens’.

In Arnhem zijn we al met die dialoog bezig. De afgelopen maanden zijn wij, christenen en moslims in onze wijk, begonnen met bezoeken aan de plaatselijke moskee, kerk en synagoge. Om in gesprek met elkaar te komen. Niet veroordelend of vingerwijzend. Maar open en eerlijk. Als een kind dat verwonderd kijkt naar die mooie zeepbel, keken wij naar al het moois dat deze wereld heeft voortgebracht. Met de verschillen ontdekten we veel overeenkomsten. Die boden aanleiding voor verder gesprek. Elkaar onbevooroordeeld tegemoet treden om open te horen wat die ander bezig houdt. Is dat niet veel mooier?

dinsdag 17 november 2015

Column Friesch Dagblad 83: De vreemde kerk

Deze periode zijn twee nieuwe boeken uitgekomen over kerk-zijn in deze tijd.

Vrijdag 13 november werd er een symposium gehouden naar aanleiding van het uitkomen van het boek "Vreemdelingen en priesters" van Stefan Paas die als ondertitel "Christelijke missie in een postchristelijke samenleving" mee kreeg.

Ook theoloog Erik Borgman heeft een boek uitgebracht onder de titel "Waar blijft de kerk?" met als ondertitel "Gedachten over opbouw in tijden van afbraak". Ik las onlangs een interview hierover met beide schrijvers. Interessant dat deze twee theologische kanten uitkomen bij ongeveer dezelfde noties.

Protestant Paas concludeert "Met streven naar succes hoeft de kerk zich niet bezig te houden" en "de kerk is altijd een minderheid geweest, en ik denk dat dit ook bijbels is." Christenen die zich bevinden in de zogenaamde Bible Belt merken dat nog niet zo erg, maar Paas merkte door te verhuizen naar Amsterdam "dat we in een bijna geheel geseculariseerde cultuur leven." De oplossing? Niet de droom om de hele cultuur te transformeren. Maar leven in ballingschap die de vrede voor de stad zoekt en God vertegenwoordigt in een seculiere context.

Katholiek Borgman ziet een kerk die in afbraak is. De opbouw van de nieuwe kerk moet los zijn van plannenmakerij, efficiency en denken in problemen en oplossingen. Niet meer denken in maakbaarheid. Hij wil leren van de kerk van de vluchtelingengemeenschap in Calais. Ze hebben niets. En in die omstandigheden ontstaat een kerk. Zij vragen zich niet af wat de zin van de kerk is, waar het goed voor is. Nee, het is goed. Hij noemt het mooie voorbeeld van de gelijkenis van het mosterdzaadje. Wij denken dat wij ervoor moeten zorgen dat het mosterdzaadje een boom wordt. Dat is het niet. Het koninkrijk van God is een struik waar de vogels nestelen. De ene keer zijn wij de struik, de andere keer de vogels die erin nestelen.
 
Kerk-zijn in deze nieuwe tijd. Het houdt mij ook bezig. Veel van wat deze twee theologen zeggen, komt mij bekend voor. Een succesloze kerk die oploopt met de mensen in de wijk. Waar succes niet gemeten wordt aan het aantal mensen dat een formuliergebedje heeft opgezegd of een keer kopje onder is gegaan. Pretentieloos aan de kant naast mensen die aan de kant staan. Niet "wij zullen dat wel even voor je doen", maar "zullen we samen eens kijken of het mogelijk is."

Het verbaast mij hoeveel moois er gebeurt als je de ogen opent voor wat er in de wijk gebeurt. Mensen met het hart op de juiste plaats. Niet gericht naar boven, maar wel op de medemens in nood. En niet alleen gericht op nood, maar op de medemens zelf die een nood heeft. Laatst nog een gesprek met een onderzoekster. Die zich verbaasde over deze kerk in de wijk. Ze vond het jammer dat zo'n kerk niet in haar dorp bestond. Dan zou ze het wel weten. Dan zou ze net zoals velen bij ons een niet-zo-gelovige kerkganger worden.

Lees hier het interview met Stefan Paas in De Nieuwe Koers

Recensie over het boek "Waar blijft de kerk?" van Erik Borgman in NieuwWij

donderdag 22 oktober 2015

Over de grens

In de zomer heb ik meegedaan aan een essaywedstrijd voor het tijdschrift Volzin. Thema was "Over de grens.

Helaas, ik ben niet geselecteerd. Toch wil ik jullie de tekst niet onthouden. Vandaar hieronder het hele essay.

"Over de grens" is voor mij een van mijn levensmotto's. Voor zover ik kan nagaan ben ik altijd geïnteresseerd geweest in grenzen en vooral in hoe het aan de andere kant van die grens aan toe ging.

De eerste grens was die van mijn moeder. Ik ging naar de lagere school en mijn moeder was met mij meegelopen om mij de kortste route te laten zien. Nadat zij dat een aantal dagen had gedaan, mocht ik de route zelf lopen. Mijn moeder, stipt als ze was, wist precies hoeveel minuten deze korte en veilige route duurde. Na enkele weken kwam ik later thuis. Ik trof een bijna hyperventilerende moeder aan die in alle paniek aan me vroeg waar ik toch was gebleven. Ik antwoordde stoïcijns "ik heb een andere weg genomen, die andere werd mij te saai".

Ik kan me als de dag van gisteren herinneren hoe we vijf jaar geleden afscheid namen van de kerk waar we meer dan vijftien jaar lid van waren geweest. De voorganger van de pinkstergemeente haalde enkele anekdotes aan om ons als echtpaar te beschrijven. Een opmerking zal ik nooit vergeten: "jullie moesten gangbare wegen altijd bevragen. Jullie liepen altijd langs de grens van het toelaatbare. En als jullie dat goed vonden, staken jullie die grens ook nog over. Ik heb me vaak afgevraagd waarom jullie dit deden en waarom jullie niet gewoon in de pas liepen met dat wat normaal wordt gevonden in onze gemeente."

Grenzen. Ze worden getrokken. Door wie? Door anderen. Het grootste deel van de mensheid is tevreden met die grenzen, kan ermee leven, heeft er geen moeite mee. Waarom zou je die grenzen bevragen? Ik ben toch tevreden met hoe het nu is? Toch zijn er altijd mensen die de grenzen wel bevragen. Die graag aan de grens staan. Die graag willen ontdekken wat er achter die grens nog meer is. Onze geschiedenis staat juist bol van mensen die grensoverschrijdend gedrag vertoonden. Alleen heten ze tegenwoordig niet probleemgevallen maar helden. De grote ontdekkingsreizigers gingen op pad in de verwachting dat ze nieuwe landen zouden ontdekken. En dat deden ze!

We zijn er met zijn allen veel beter op geworden. Zij baanden wegen, letterlijk en figuurlijk door ze op kaarten aan te geven, waar anderen gebruik van konden maken. De uitvinders en wetenschappers gingen grenzen over waar niet iedereen blij mee was. Ze kwamen tot conclusies die de grens overschreed van de religieuze machthebbers van hun tijd. Met gevangenisstraf of zelfs de dood tot gevolg. Maar door dat grensoverschrijdend gedrag weten we nu meer van de wereld dan 1000 jaar geleden.

Grenzen zijn getrokken. En we ervaren nog steeds de gevolgen ervan. De grenzen van het huidige Midden-Oosten zijn door de toenmalige westerse mogendheden getrokken zonder enige rekening te houden met bevolkingsgroepen die zich achter die landen waren gehuisvest. Tot op de dag van vandaag hebben we last van die onnatuurlijke grenzen. De oorlogen volgen elkaar op. De oplossing van de wereld (en vooral van het westen) voor dat fenomeen is om de grenzen over te trekken en bevolkingsgroepen die volgens ons grensoverschrijdend gedrag vertonen te bestoken met onze bommen.

We willen maar wat graag laten zien waar wat ons betreft de grens ligt. Het zijn meestal de machthebbers die de grenzen trekken. Op politiek vlak de letterlijke grens tussen landen. Maar ook op moreel niveau door wetten in te voeren. Op religieus vlak door de spreekbuis van God te zijn op aarde. Door naast de wetten die in de heilige boeken zijn opgetekend, eigen sociale wetten op te leggen die men nodig acht om de gemeente ordelijk te houden. Op de werkvloer door leidinggevenden die een cultuur invoeren die men wenselijk acht. Soms door een bureaucratisch stelsel in te voeren, waarbinnen de werknemer de grenzen in acht moet nemen. En wee je gebeente als je als werknemer de procedure omzeilt of veronachtzaamd. Dan wacht je een sanctie of op zijn slechtst ontslag.

Ik zie een paradox in de grenzen. We trekken grenzen waarachter wij ons veilig voelen. We willen uit veilig bestuur grenzen trekken, zodat we goed weten wat er onder ons bestuur gebeurt. Toch brengt vernieuwing verbetering. Zonder de ontdekkers leefden we nog steeds in de Middeleeuwen. Zonder de ontdekkingsreizigers hadden we geen Gouden Eeuw gekend en waren we nu niet zo rijk geweest. Toch worden pioniers, ontdekkers en uitvinders over het algemeen niet op handen gedragen, maar wordt met afgrijzen gekeken naar het grensoverschrijdend gedrag dat ze vertonen. Dat geldt zeker voor Nederland waarin een overdreven gelijkheidsideaal heerst en waarin iedereen die zich onderscheidt zo snel mogelijk tot gewoon mens moet worden gekleineerd. Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg. Maar wat als "gek" (lees: de grenzen zoeken) voor mij "normaal" is? Met de kennis van nu worden al die gekken van toen onze geschiedkundige helden.

Over de normale mensen van toen lees je geen woord meer. Voor de hedendaagse ontdekkingsreiziger heeft de westerse wereld een nieuw woord uitgevonden: "economische vluchteling". Zoals vroeger ontdekkingsreizigers met pijn en moeite geld uit eigen omgeving bijeen kon sprokkelen, zo krijgt de hedendaagse ontdekkingsreiziger een zak met geld mee van de eigen omgeving (waar ze vaak jaren voor gespaard hebben) om op ontdekkingsreis te gaan naar een land dat hen voorspoed en rijkdom zal geven. Alleen: de rollen lijken omgekeerd. Waar de ontdekkingsreiziger uit het verleden vaak met open armen werd ontvangen, wordt de hedendaagse versie benaderd als een crimineel, die zo snel mogelijk weer moet worden teruggestuurd. En waar onze geschiedenisboeken ons leren dat de vroegere ontdekkingsreiziger soms terecht oorlog moest voeren tegen de wilde bevolking die zij wilden overmeesteren, worden we nu met blijkbaar het tegenovergestelde beeld geconfronteerd. De ontdekkingsreiziger is de gehate man en het is zeer terecht dat het ontvangende land er alles aan doet om de grenzen voor hem te sluiten.

Weer zo'n paradox. De ontdekkingsreiziger van toen werd gevolgd door een koloniale machthebber die het land van ontdekking ontdeed van zijn rijkdom om er zelf rijk van te worden. De Gouden Eeuw hebben we te danken aan de ontdekkingsreiziger, maar ook aan de landen waar hij naar toe ging. Of hij nu met open armen of met wapens werd begroet. De rijkdommen van het land werden door ons meegenomen. Wij werden er rijk van. Nu komen nieuwe ontdekkingsreizigers uit de landen die wij ontdekt en geëxploiteerd hebben naar ons toe. Weinig open armen, nog net geen wapens, maar zeker geen gastvrijheid. Want die "economische vluchtelingen" komen teren op onze rijkdom.

"Onze" rijkdom? De economische ontdekkingsreiziger, die werd gevolgd door de economische machthebber, die werd gevolgd door de economische vluchteling. De grensbewaker en de ontdekkingsreiziger. Het waren vaak elkaars tegengestelden. De een kon niet leven met de ander. En omgekeerd. Nieuwe dingen waren verkeerd, fout, eng, gevaarlijk, zondig, kwaad voor de grensbewaker naar gelang zijn herkomst. Die grenzen moesten worden overschreden voor de ontdekkingsreiziger.

Hier sta ik, ik kan niet anders, aldus ontdekkingsreiziger Luther ten overstaan van zijn Rooms-Katholieke grensbewaker. Een zwart-wit tegenstelling werd geponeerd. Of je gaat de grens over, of je blijft binnen de veilige grens. Het kan ook anders. Maar daar heb je wel iets voor nodig. Moedige mensen. De grensbewaker die over zijn eigen grenzen heen gaat. Die beseft welke voordelen de ontdekkingsreiziger met zich mee brengt. De ontdekkingsreiziger die beseft dat niet iedereen een behoefte aan nieuwe dingen heeft als hij. Een kerk die zijn vernieuwers niet vraagt binnen de grenzen te blijven, maar ze stimuleert en ondersteunt in het vinden van nieuwe wegen. De politiek die moed heeft de angst van zijn burgers te weerstaan en de ontdekkingsreizigers niet aan de grens laat staan, maar ze ruimte geeft binnen de eigen grenzen.

Samen over de grens naar een wereld die wij nu nog niet kennen. Samen op zoek naar het nieuwe dat de vernieuwers ons zullen bieden. Op weg naar een nieuwe wereld waarin grensbewakers en ontdekkingsreizigers samen over de grens gaan. Misschien is het gras achter die grens wel groener dan het hier en nu is.