In de tijd van mijn jeugd, de roerige jaren zestig en zeventig, gebeurde het regelmatig dat kerkleiders zich in de openbaarheid uitspraken over misstanden in de samenleving. Als zij spraken, luisterde de maatschappij. De kerk had zich een positie verworven midden in de samenleving. Een belangrijke ethische waakhond die het luisteren waard was.
Inmiddels is dat totaal veranderd. Alle kerken brokkelen af. Letterlijk en figuurlijk. Jaarlijks keren duizenden kerkleden de kerk van hun jeugd de rug toe. De volkskerken van toen zijn niet meer. Zij moeten in tal van plaatsen besluiten de godshuizen te sluiten. Voor degenen die daar hun herinneringen hebben een pijnlijke gebeurtenis. Bij ons in de wijk sluit eind deze maand de laatste kerk de deuren. Deze week kregen we de uitnodiging voor de laatste eucharistieviering. Het laatste avondmaal is aanstaande. Dan sluiten de deuren na meer dan honderd jaar trouwe dienst en dito invloed in de wijksamenleving.
De kerk wordt teruggedrongen naar de marge. De grootte wordt ingeruild voor het kleine. Van de speler waar iedereen naar moet luisteren wordt het een van de groepen die er zijn. Velen vragen zich af wat nog de toekomst van de kerk is. Sommigen kijken hoopvol naar nieuwe missionaire activiteiten. In missionaire actie ligt de toekomst van de kerk lijken ze te zeggen. Anderen leggen zich neer bij de marginale kerk. Geen grote volksbeweging meer. Geen grote woorden en daden. Geen houding van arrogantie meer, maar van nederig de eigen plaats aan de rand innemen.
Daar valt iets voor te zeggen. Kijk naar de geschiedenis en we zien een rol die ver van de macht af lag. Christenen hielden zich op aan de rand van de samenleving. Ze waren solidair met de armen, de verschopten, de outcasts. Opgesloten in de marge groeide de jonge kerk als kool. De Romeinse overheid was als de dood voor de groeiende invloed van die kleine groep. Niet zozeer door hun woorden. Wel doordat zij een oplossing boden voor de arme en verpauperde bevolking.
Is dat niet de plek die de kerk ook heden ten dage past? Jezus identificeerde zich ook met mensen om zich heen. Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel. In de marge kunnen we ons identificeren met mensen die het moeilijk hebben. We bieden hoop in de hopeloosheid. Ik kies voor de kant van het onbeduidende. Op het gevaar af ook zelf als onbeduidend te worden weggezet. Maar de onbeduidende zelf ervaart dat ik hem als mens behandel. En zo help ik hem of haar zijn eigen waarde te hervinden.
Blog van Rick Jansen over leven en werken als kerkelijk pionier in een achterstandswijk
donderdag 8 september 2011
zaterdag 3 september 2011
Aansluiten bij deze wereld: geloven in God die in ons gelooft
In mijn relaties met mensen om mij heen zal ik niet direct beginnen met het geloof in God. Het is echter wel een basis van waaruit ik mensen wil benaderen. God is de basis van mijn leven. Hij is mijn schepper. Hij is ook degene die mij daardoor waarde geeft.
Geloven in God is door veel christenen losgekoppeld van het leven van alledag. Theologische verhandelingen over God vinden daar geen verbinding mee. Ik zie in de bijbel een lijn die dat juist wel doet. Vanaf het eerste vers in het Boek lees ik hoe God zich wil verbinden aan ons als levende wezens. Hij wil een relatie met ons. En hij wil dat wij onderling met elkaar een relatie hebben.
Voor veel christenen is het leven met God losgekoppeld van het leven van alledag. Voor hen is het leven met God het allerbelangrijkst. En dat is te vinden in het leven in de kerk. Buiten de kerk is het maar moeilijk om christen te zijn. Goed, je bent het en je relatie met God verdiep je door persoonlijk de bijbel te lezen en te bidden. Maar daar houdt het bij op. Natuurlijk, wij bidden voor de mensen met wie we contact hebben om ons heen. Maar dat doen we vanuit ons natuurlijke hokje. De ander is niet gelovig en daarom is het lastig met die ander contact te hebben. Die ander ligt immers niet op dezelfde golflengte als wij. Zij zijn met heel andere dingen bezig als wij.
Ik wil die ander graag zien vanuit het perspectief dat God niet elk mens individueel op deze wereld heeft gezet. Hij heeft vanaf het begin het doel gehad om mensen in gemeenschap naast elkaar te zetten. Het was van meet af aan zijn bedoeling dat mensen in nauwe onderlinge relatie met elkaar zouden staan. Wij zien dat later ook als God vanaf Abraham een volk laat ontstaan dat als doel heeft Hem te dienen. Dat volk moet laten zien wat het betekent om volk van God te zijn. God geeft hen zijn wetten. De rest van de wereld kijkt toe hoe dat volk in een goede en harmonieuze verhouding tot elkaar staan.
Daarnaast zie ik hoe God mensen op deze wereld heeft gezet. Die mensen hebben niet alleen een geest, zodat ze direct met hem in contact staan. Zij hebben ook een lichaam waarmee ze dingen kunnen waarnemen en voelen. Zij hebben emotie gekregen om te genieten, maar ook om te huilen of woedend te worden. Kortom, God heeft mensen op deze wereld gezet waar Hij zelf in gelooft. Vanuit die wetenschap benader ik de mensen om mij heen. Zij zijn geen bekeringsobject die zo snel mogelijk de streep over getrokken moeten worden. Zij zijn allereerst mensen die een waardig leven leiden. In dat waardige leven is een streep getrokken. Sommigen zijn emotioneel beschadigd. Anderen zijn psychisch beschadigd. Weer anderen hebben problemen op financieel gebied. Of een probleem op sociaal gebied.
Voor mij staat het probleem van de ander niet centraal. Centraal staat de mens die door God op deze wereld is geplaatst en daardoor waarde heeft. Daarom wil ik die ander benaderen als een waardig persoon waar ik met respect mee om wil gaan. Vanuit dat uitgangspunt wil ik een relatie met die ander aangaan. Met die ander wil ik een weg opgaan waardoor die ander zijn maker gaat leren kennen.
Geloven in God is door veel christenen losgekoppeld van het leven van alledag. Theologische verhandelingen over God vinden daar geen verbinding mee. Ik zie in de bijbel een lijn die dat juist wel doet. Vanaf het eerste vers in het Boek lees ik hoe God zich wil verbinden aan ons als levende wezens. Hij wil een relatie met ons. En hij wil dat wij onderling met elkaar een relatie hebben.
Voor veel christenen is het leven met God losgekoppeld van het leven van alledag. Voor hen is het leven met God het allerbelangrijkst. En dat is te vinden in het leven in de kerk. Buiten de kerk is het maar moeilijk om christen te zijn. Goed, je bent het en je relatie met God verdiep je door persoonlijk de bijbel te lezen en te bidden. Maar daar houdt het bij op. Natuurlijk, wij bidden voor de mensen met wie we contact hebben om ons heen. Maar dat doen we vanuit ons natuurlijke hokje. De ander is niet gelovig en daarom is het lastig met die ander contact te hebben. Die ander ligt immers niet op dezelfde golflengte als wij. Zij zijn met heel andere dingen bezig als wij.
Ik wil die ander graag zien vanuit het perspectief dat God niet elk mens individueel op deze wereld heeft gezet. Hij heeft vanaf het begin het doel gehad om mensen in gemeenschap naast elkaar te zetten. Het was van meet af aan zijn bedoeling dat mensen in nauwe onderlinge relatie met elkaar zouden staan. Wij zien dat later ook als God vanaf Abraham een volk laat ontstaan dat als doel heeft Hem te dienen. Dat volk moet laten zien wat het betekent om volk van God te zijn. God geeft hen zijn wetten. De rest van de wereld kijkt toe hoe dat volk in een goede en harmonieuze verhouding tot elkaar staan.
Daarnaast zie ik hoe God mensen op deze wereld heeft gezet. Die mensen hebben niet alleen een geest, zodat ze direct met hem in contact staan. Zij hebben ook een lichaam waarmee ze dingen kunnen waarnemen en voelen. Zij hebben emotie gekregen om te genieten, maar ook om te huilen of woedend te worden. Kortom, God heeft mensen op deze wereld gezet waar Hij zelf in gelooft. Vanuit die wetenschap benader ik de mensen om mij heen. Zij zijn geen bekeringsobject die zo snel mogelijk de streep over getrokken moeten worden. Zij zijn allereerst mensen die een waardig leven leiden. In dat waardige leven is een streep getrokken. Sommigen zijn emotioneel beschadigd. Anderen zijn psychisch beschadigd. Weer anderen hebben problemen op financieel gebied. Of een probleem op sociaal gebied.
Voor mij staat het probleem van de ander niet centraal. Centraal staat de mens die door God op deze wereld is geplaatst en daardoor waarde heeft. Daarom wil ik die ander benaderen als een waardig persoon waar ik met respect mee om wil gaan. Vanuit dat uitgangspunt wil ik een relatie met die ander aangaan. Met die ander wil ik een weg opgaan waardoor die ander zijn maker gaat leren kennen.
vrijdag 2 september 2011
Aansluiten bij deze wereld: geen hokjesdenken
Op 21 augustus begon ik een reeks. In Idea, het blad van de Evangelische Alliantie in Nederland, was een themanummer gewijd aan "aansluiten bij niet-christenen". Daar wil ik op doordenken vanuit mijn ervaring.
De aanhef is al veranderd. Want volgens mij is dat het eerste waar je bij jezelf op moet letten. Wij zijn er zo goed in. Om mensen in een hokje te plaatsen. Wie ben jij? Gelovig of ongelovig. Christen of niet-christen. Homo of hetero. Man of vrouw. Protestant, katholiek of moslim.
Vanuit de hokjes beoordelen we de ander. Zetten we die ander eigenlijk gevangen. Hij hoort bij de groep van.... En daarmee komt de ander er niet meer uit.
Christenen zitten zonder het zelf te weten ook in een hokje. Ze voelen zich thuis in de kerk, in het kerkelijke leven en in de cultuur die daarmee gepaard gaat. Vanuit dat hokje oordelen we zonder ervan bewust te zijn over anderen buiten dat hokje. Terwijl we zelf in het veilige hokje blijven zitten.
Het is zo belangrijk om los te komen van dit hokjesdenken. Het hokjesdenken heeft in de jaren zestig afgedaan. Toen zijn de zuilen in ons land, de grote vier hokken die ons land bepaalden (de liberalen, de socialisten, de katholieken en de protestanten) met vrij grote snelheid afgebroken. Terwijl de wereld rondom ons ontzuilde en ontkerkelijkte bleven christenen actief in hun eigen zuil. Sterker nog, ze maakten een nieuwe erbij, de evangelisch-reformatorische zuil. Daarmee leek het alsof wij christenen een grote groep waren die invloed hadden op onze samenleving. Want we hadden even de Grootste Omroep van Nederland. Op toogdagen en jongerendagen wisten we het zeker. We betekenden iets in onze samenleving. En daar bovenop kwam die regering met twee christelijke partijen waarvan de premier zelfs op jongerendag en pinksterweekend verscheen.
Maar de wereld om ons heen was al lang veranderd. Die verbaasde zich over die toename van christelijke activiteiten. Maar niet meer dan dat. Mooi. Maar niet meer dan de andere religieuze fenomenen in onze samenleving. Mensen om ons heen zijn niet zo religieus. Ze zijn niet op zoek naar God. Halen hun schouders op bij visjes achterop de auto of de tekst "Jezus redt" op het dak van een boerderij. Want het zegt ze niets. Niet meer dan andere uitingen van religie.
Waar mensen open komen is wanneer ze merken dat christenen oprecht naast hen staan. Niet oordelen, niet preken, maar hun leven uitleven. Christenen die oprechte belangstelling hebben voor het leven van hun naasten. Het heeft mij geholpen om uit mijn pinksterhokje te komen en midden in de wereld te staan. Midden tussen mensen te wonen en te ervaren wat zij ervaren. Niet met een oordeel klaar staan als zij iets doen wat ik niet begrijp. Maar mensen nemen zoals ze op dat moment zijn. Ze oprecht accepteren zoals ze zijn.
Een relatie van hart tot hart. Daar verlang ik naar. Niet vanuit een bekeringsdrang. God zorgt wel voor bekering op de juiste tijd. Niet vanuit een dubbele agenda. Maar vanuit oprechte belangstelling. Zonder hokjesdenken. Dus niet: aansluiten bij niet-christenen, maar: aansluiten bij deze wereld.
De aanhef is al veranderd. Want volgens mij is dat het eerste waar je bij jezelf op moet letten. Wij zijn er zo goed in. Om mensen in een hokje te plaatsen. Wie ben jij? Gelovig of ongelovig. Christen of niet-christen. Homo of hetero. Man of vrouw. Protestant, katholiek of moslim.
Vanuit de hokjes beoordelen we de ander. Zetten we die ander eigenlijk gevangen. Hij hoort bij de groep van.... En daarmee komt de ander er niet meer uit.
Christenen zitten zonder het zelf te weten ook in een hokje. Ze voelen zich thuis in de kerk, in het kerkelijke leven en in de cultuur die daarmee gepaard gaat. Vanuit dat hokje oordelen we zonder ervan bewust te zijn over anderen buiten dat hokje. Terwijl we zelf in het veilige hokje blijven zitten.
Het is zo belangrijk om los te komen van dit hokjesdenken. Het hokjesdenken heeft in de jaren zestig afgedaan. Toen zijn de zuilen in ons land, de grote vier hokken die ons land bepaalden (de liberalen, de socialisten, de katholieken en de protestanten) met vrij grote snelheid afgebroken. Terwijl de wereld rondom ons ontzuilde en ontkerkelijkte bleven christenen actief in hun eigen zuil. Sterker nog, ze maakten een nieuwe erbij, de evangelisch-reformatorische zuil. Daarmee leek het alsof wij christenen een grote groep waren die invloed hadden op onze samenleving. Want we hadden even de Grootste Omroep van Nederland. Op toogdagen en jongerendagen wisten we het zeker. We betekenden iets in onze samenleving. En daar bovenop kwam die regering met twee christelijke partijen waarvan de premier zelfs op jongerendag en pinksterweekend verscheen.
Maar de wereld om ons heen was al lang veranderd. Die verbaasde zich over die toename van christelijke activiteiten. Maar niet meer dan dat. Mooi. Maar niet meer dan de andere religieuze fenomenen in onze samenleving. Mensen om ons heen zijn niet zo religieus. Ze zijn niet op zoek naar God. Halen hun schouders op bij visjes achterop de auto of de tekst "Jezus redt" op het dak van een boerderij. Want het zegt ze niets. Niet meer dan andere uitingen van religie.
Waar mensen open komen is wanneer ze merken dat christenen oprecht naast hen staan. Niet oordelen, niet preken, maar hun leven uitleven. Christenen die oprechte belangstelling hebben voor het leven van hun naasten. Het heeft mij geholpen om uit mijn pinksterhokje te komen en midden in de wereld te staan. Midden tussen mensen te wonen en te ervaren wat zij ervaren. Niet met een oordeel klaar staan als zij iets doen wat ik niet begrijp. Maar mensen nemen zoals ze op dat moment zijn. Ze oprecht accepteren zoals ze zijn.
Een relatie van hart tot hart. Daar verlang ik naar. Niet vanuit een bekeringsdrang. God zorgt wel voor bekering op de juiste tijd. Niet vanuit een dubbele agenda. Maar vanuit oprechte belangstelling. Zonder hokjesdenken. Dus niet: aansluiten bij niet-christenen, maar: aansluiten bij deze wereld.
Deelname aan iftar maaltijd in de wijkmoskee
Onderstaand bericht staat op Klarendal.nl en spreekt voor zich. De foto trouwens ook. Op mijn verjaardag, nadat ik met mijn familie al Chinees had gegeten, was er nog een klein gaatje tijdens het bezoek aan de moskee. Met nog drie anderen vanuit Villa Klarendal aten we in de moskee.
Foto © Paul Clappers - Arnhem.direct
Van 31 augustus t/m 3 september is het Suikerfeest; Het Suikerfeest of het Kleine feest is het islamitisch feest waarop het einde van de maand ramadan gevierd wordt. Het Arabische id-oel-fitr betekent "feestdag ter gelegenheid van het breken (van het vasten)" (bron Wikipedia). De Ramadan is negende maand van de Islamitische maankalender waarin gevast word.
In Klarendal leven veel Islamieten en er is de Ayia Sofia Moskee aan de Sonsbeeksingel. Op initiatief van buurtpastor Geert Rozema vanuit de (nu) Eusebiusparochie (voorheen de Wijngaard) is er eind augustus uitgenodigd de moskee tijdens de Iftar te bezoeken. Dit initiatief werd ondersteund door Rijnstad Participatiewerker van Wijkcentra Klarendal en De Hommel Anja van Hal, Stichting Kruispunt en Villa Klarendal.
De oproep was op de wijkwebsite van Sint Marten en Sonsbeekkwartier gepubliceerd, daar volgde wat discussie. Maar op 23 augustus gingen zo'n twintig bewoners naar de informatieve ontmoetingsavond i.s.m. de Aya Sofia moskee.
De redactie van Klarendal.nl was niet bij, maar laten graag zien hoe de redactie van Arnhem direct dat wél was. Met dank aan Paul Clappers voor o.a. de foto.
Foto © Paul Clappers - Arnhem.direct
Van 31 augustus t/m 3 september is het Suikerfeest; Het Suikerfeest of het Kleine feest is het islamitisch feest waarop het einde van de maand ramadan gevierd wordt. Het Arabische id-oel-fitr betekent "feestdag ter gelegenheid van het breken (van het vasten)" (bron Wikipedia). De Ramadan is negende maand van de Islamitische maankalender waarin gevast word.
In Klarendal leven veel Islamieten en er is de Ayia Sofia Moskee aan de Sonsbeeksingel. Op initiatief van buurtpastor Geert Rozema vanuit de (nu) Eusebiusparochie (voorheen de Wijngaard) is er eind augustus uitgenodigd de moskee tijdens de Iftar te bezoeken. Dit initiatief werd ondersteund door Rijnstad Participatiewerker van Wijkcentra Klarendal en De Hommel Anja van Hal, Stichting Kruispunt en Villa Klarendal.
De oproep was op de wijkwebsite van Sint Marten en Sonsbeekkwartier gepubliceerd, daar volgde wat discussie. Maar op 23 augustus gingen zo'n twintig bewoners naar de informatieve ontmoetingsavond i.s.m. de Aya Sofia moskee.
De redactie van Klarendal.nl was niet bij, maar laten graag zien hoe de redactie van Arnhem direct dat wél was. Met dank aan Paul Clappers voor o.a. de foto.
zondag 21 augustus 2011
Aansluiten bij niet-christenen
Dit weekend heb ik de nieuwe editie van het blad van de Evangelische Alliantie, Idea gelezen. Het heeft als thema "Aansluiten bij niet-christenen, de uitdaging van de omgeving".
In de artikelen ging het vooral over het feit dat we als christenen niet of nauwelijks aansluiten bij de omgeving waar we wonen. We kennen niet-christenen niet echt.
Toen ik dat zo las, dacht ik aan onze eigen ervaringen met Villa Klarendal. Ja, wij hebben veel contact met niet-christenen. Ja, er komen niet-, nog-niet-zo- of andersgelovigen in onze vieringen. Dan komt de vraag al snel boven " hoe doe je dat?".
De komende periode wil ik daar een aantal blogs over schrijven.
In de artikelen ging het vooral over het feit dat we als christenen niet of nauwelijks aansluiten bij de omgeving waar we wonen. We kennen niet-christenen niet echt.
Toen ik dat zo las, dacht ik aan onze eigen ervaringen met Villa Klarendal. Ja, wij hebben veel contact met niet-christenen. Ja, er komen niet-, nog-niet-zo- of andersgelovigen in onze vieringen. Dan komt de vraag al snel boven " hoe doe je dat?".
De komende periode wil ik daar een aantal blogs over schrijven.
dinsdag 9 augustus 2011
Column Friesch Dagblad 35: Een asociale wijk
In welke wijk woon jij? Dat is toch een volksbuurt? Een asociale wijk? Standaardvragen van mensen die horen dat ik in de Arnhemse wijk Klarendal woon. Beelden doemen op in de hoofden van mijn gesprekspartners. Gevaar. Moord en doodslag. Criminaliteit. Slechte leefbaarheid. Een en al steen. Dat ik mijn kinderen hier wil laten opgroeien.
Laatst struinde ik met enkele bezoekers door de wijk. Een van hen zei dat deze wijk haar geen achterstandswijkgevoel gaf. Mooie huizen uit de eerste stadsvernieuwing van de jaren zeventig. Groene tuintjes die zijn aangelegd met wijkbudgetten van de afgelopen jaren. Een totaal vernieuwd straatbeeld in de hoofdstraat van de wijk.
Veel vrienden zijn opgegroeid in middenklassewijken. Mooie blokkenhuizen. Aangeharkte tuinjes. Grasveldjes ertussen. Veel groen in de wijk. De veiligheid wordt bepaald door het beeld dat zij voor ogen hebben. Vandaar de vragen hoe ik het aandurf om in Klarendal te gaan wonen. Vandaar het gevoel dat deze wijk toch geen achterstandswijk meer is.
Zorg voor een mooie omgeving, dachten we. Voor een mooi huis. Een mooie tuin. Als de omgeving gaat lijken op een middenklassewijk, gaan de inwoners zich daar vanzelf naar gedragen. Een misplaatste gedachte. De mooi heringerichte wijk is een volksbuurt gebleven. Een mooi huis met achter de voordeur de waarden en normen van de volksbuurter. Je verandert een mens niet door de buitenkant te veranderen.
Maar... is het wel zoveel beter in die mooie, groene middenklassewijk? Ga daar eens op een vrije zaterdag naar toe. Je vindt er wandelende mensen. Ieder gezin loopt met elkaar. Er wordt gegroet met een hoofdknikje of een beleefd goedendag. Maar daar blijft het bij. Het leven in dit soort wijken speelt zich af achter de voordeur en de hoog opgetrokken schuttingen. Veiligheid en rust boven alles. Ieder voor zich.
Iemand kan daar een week dood in zijn huis liggen zonder dat iemand het door heeft. De buurt kan er geschokt reageren als een bewoner ineens een crimineel blijkt te zijn. Hij was toch zo’n lieve en betrouwbare man? Het wereldbeeld geschokt. Het veilige wijkje herbergt een crimineel. Het sociaal gedachte wijkje blijkt asociaal te zijn.
Ik loop in onze wijk de deur uit en wordt vaak direct aangesproken. Als er iets aan de hand is, hoor ik het al vrij snel. Diepgaande gesprekken worden soms in alle openheid op straat of in het wijkcentrum gevoerd. Wat in de ene wijk achter de voordeur verborgen blijft, ligt bij de andere op straat. Dan vraag ik mij af: waar is de echte asociale wijk?
Laatst struinde ik met enkele bezoekers door de wijk. Een van hen zei dat deze wijk haar geen achterstandswijkgevoel gaf. Mooie huizen uit de eerste stadsvernieuwing van de jaren zeventig. Groene tuintjes die zijn aangelegd met wijkbudgetten van de afgelopen jaren. Een totaal vernieuwd straatbeeld in de hoofdstraat van de wijk.
Veel vrienden zijn opgegroeid in middenklassewijken. Mooie blokkenhuizen. Aangeharkte tuinjes. Grasveldjes ertussen. Veel groen in de wijk. De veiligheid wordt bepaald door het beeld dat zij voor ogen hebben. Vandaar de vragen hoe ik het aandurf om in Klarendal te gaan wonen. Vandaar het gevoel dat deze wijk toch geen achterstandswijk meer is.
Zorg voor een mooie omgeving, dachten we. Voor een mooi huis. Een mooie tuin. Als de omgeving gaat lijken op een middenklassewijk, gaan de inwoners zich daar vanzelf naar gedragen. Een misplaatste gedachte. De mooi heringerichte wijk is een volksbuurt gebleven. Een mooi huis met achter de voordeur de waarden en normen van de volksbuurter. Je verandert een mens niet door de buitenkant te veranderen.
Maar... is het wel zoveel beter in die mooie, groene middenklassewijk? Ga daar eens op een vrije zaterdag naar toe. Je vindt er wandelende mensen. Ieder gezin loopt met elkaar. Er wordt gegroet met een hoofdknikje of een beleefd goedendag. Maar daar blijft het bij. Het leven in dit soort wijken speelt zich af achter de voordeur en de hoog opgetrokken schuttingen. Veiligheid en rust boven alles. Ieder voor zich.
Iemand kan daar een week dood in zijn huis liggen zonder dat iemand het door heeft. De buurt kan er geschokt reageren als een bewoner ineens een crimineel blijkt te zijn. Hij was toch zo’n lieve en betrouwbare man? Het wereldbeeld geschokt. Het veilige wijkje herbergt een crimineel. Het sociaal gedachte wijkje blijkt asociaal te zijn.
Ik loop in onze wijk de deur uit en wordt vaak direct aangesproken. Als er iets aan de hand is, hoor ik het al vrij snel. Diepgaande gesprekken worden soms in alle openheid op straat of in het wijkcentrum gevoerd. Wat in de ene wijk achter de voordeur verborgen blijft, ligt bij de andere op straat. Dan vraag ik mij af: waar is de echte asociale wijk?
dinsdag 2 augustus 2011
Vakantietijd
Ik zit in de tuin. Samen met mijn zoon. Hij een boek. Ik ook, maar dan vanaf een scherm lezend, zonder papier. Zojuist las ik een verhaal in de digitale HP/De Tijd die precies verwoordt wat ik beschouw als het ultieme vakantiegevoel. Hij schrijft het vanuit zijn favoriete vakantieadres: balconia. Gewoon thuis. Thuis zijn, niets hoeven doen terwijl anderen omkomen in wat we tegenwoordig vakantiestress noemen. Twee, drie dagen kwijt zijn aan koffers pakken, op tijd zijn voor het inchecken en, als je ver weg gaat, de eeuwig durende vliegreis die eindigt in een jetlag waar je nog een paar dagen van moet bekomen. En dan spreek ik niet over de noodzakelijke verplichte gezelligheid, omdat we zo leuk met elkaar op vakantie zijn, die zo makkelijk ontaardt in onbegrepen ruzies en zelfs het begin zijn van het einde van relaties.
Nee, dan is balconia een verademing. Natuurlijk, ik ben al op vakantie geweest en nog ver weg ook. Maar nu ieder ander weg is, is het leven hier ook iets oostelijker. Niet meer de druk van deadlines die liefst gisteren af moesten zijn. En 's avonds geen vergaderingen, want iedereen is de hort op. 'in de Villa wordt het stil' zingen we in een versie van een vrij nieuw Opwekkingslied tijdens de maaltijd van Jezus. Ook al zijn veel mensen niet op vakantie, ook daar wordt het rustiger.
Die rust, het niets hoeven doen doet me denken aan een vakantie lang geleden. Een zomer die wel warm was. In alle zomermaanden. Ik was helemaal gek van de top 40 muziek. Dus lag ik in de tuin in een ligstoel die je nu niet meer durft op te zetten. Hitkrant of Popfoto erbij. Radio veronica vanaf de transistor met de muziek. En meegillen als de begintonen van de favoriete 'the air that I breathe' zich aankondigde.
Een ontspannenheid die niet te filmen is. Toch is het maar tijdelijk. Na elke vakantie de onvermijdelijke start van het nieuwe seizoen. Met weer die onvermijdelijke en o zo nodige vergaderingen. Die rust zit 'm ook niet in omstandigheden. Niet in de verre vakantie. Niet in balconia. Die zit van binnen. Of beter gezegd: die kan door iemand aan ons van binnen geleverd worden.
Gisteren baden we een tijdje met iemand die snakt naar rust en vrede. Dat kunnen wij zelf niet bieden. We kunnen er wel voor bidden. Jezus de ruimte geven om zijn rust over die ander uit te spreken. Verlicht verlieten we de villa weer. Daar kan geen vakantie tegen op. Die rust en verlichting wordt zomaar aangeboden. Maar je moet er wel voor bidden.
Zo biedt de vakantie allerlei perspectieven. Rust in een ander land. Rust in balconia of zu hause. Rust diep van binnen. Prettige vakantietijd!
Nee, dan is balconia een verademing. Natuurlijk, ik ben al op vakantie geweest en nog ver weg ook. Maar nu ieder ander weg is, is het leven hier ook iets oostelijker. Niet meer de druk van deadlines die liefst gisteren af moesten zijn. En 's avonds geen vergaderingen, want iedereen is de hort op. 'in de Villa wordt het stil' zingen we in een versie van een vrij nieuw Opwekkingslied tijdens de maaltijd van Jezus. Ook al zijn veel mensen niet op vakantie, ook daar wordt het rustiger.
Die rust, het niets hoeven doen doet me denken aan een vakantie lang geleden. Een zomer die wel warm was. In alle zomermaanden. Ik was helemaal gek van de top 40 muziek. Dus lag ik in de tuin in een ligstoel die je nu niet meer durft op te zetten. Hitkrant of Popfoto erbij. Radio veronica vanaf de transistor met de muziek. En meegillen als de begintonen van de favoriete 'the air that I breathe' zich aankondigde.
Een ontspannenheid die niet te filmen is. Toch is het maar tijdelijk. Na elke vakantie de onvermijdelijke start van het nieuwe seizoen. Met weer die onvermijdelijke en o zo nodige vergaderingen. Die rust zit 'm ook niet in omstandigheden. Niet in de verre vakantie. Niet in balconia. Die zit van binnen. Of beter gezegd: die kan door iemand aan ons van binnen geleverd worden.
Gisteren baden we een tijdje met iemand die snakt naar rust en vrede. Dat kunnen wij zelf niet bieden. We kunnen er wel voor bidden. Jezus de ruimte geven om zijn rust over die ander uit te spreken. Verlicht verlieten we de villa weer. Daar kan geen vakantie tegen op. Die rust en verlichting wordt zomaar aangeboden. Maar je moet er wel voor bidden.
Zo biedt de vakantie allerlei perspectieven. Rust in een ander land. Rust in balconia of zu hause. Rust diep van binnen. Prettige vakantietijd!
dinsdag 12 juli 2011
Column Friesch Dagblad 34: Beeld van een christen
Vandaag was ik in het huis van mijn zwager. De corporatie had nog een dag nodig voor de renovatie ervan. Dus sloeg ik twee vliegen in een klap: verder gaan met opruimen en de werkers ontvangen.
Ik was precies op de afgesproken tijd ter plekke, maar zag nog geen werker voor de deur. Daarom liep ik snel naar de onderbuurvrouw om te informeren naar de werkers. Ik stelde mij voor en zij begon direct haar verhaal te vertellen. Hoe jammer ze het vond wat er met mijn zwager was gebeurd. Hoe hij bijna als een kluizenaar op die tiende etage leefde. Hoe ze nauwelijks contact met hem had, behalve over het geluid dat hij tot diep in de nacht maakte door op schoenen met niet al te geluidloze hakken en zolen door het huis heen en weer te lopen. Hoe jammer ze het vond dat hij zich daar niets van aantrok. En dat hij verder geen contact zocht.
Hoe vervelend ze het vond om uit de mond van mijn schoonzus een verwijtend ‘o, u bent de klaagster van beneden’ te horen, terwijl zij het beste met hem voor had. Dat zij had getwijfeld om zijn deur al een dag na zijn vermissing in te laten trappen: dat zou toch inbreuk op zijn privacy zijn. Kortom, een echte Utrechtse met het hart op de tong en ook nog op de goede plaats.
Dit hele voorval gaf mij te denken. Zowel mijn zwager als mijn schoonzus belijden gelovig christen te zijn. Dat wist de buurvrouw waarschijnlijk niet. Wat voor beeld zou zij krijgen als zij dat wel wist? Het zou misschien een bevestiging zijn van het beeld dat veel mensen hebben van gelovigen.
Elke gelovige heeft een zwakke kant, waar hij niet graag mee te koop loopt. Excuseren we ons ervoor en zijn we er open over naar onze buren? Of verbloemen we het en leggen kritiek erover terug bij de ander onder het mom dat die ander lastig, vervelend, een klaagster is of, om het een geestelijk sausje te geven, deel is van onze geestelijke strijd.
Ik stond met mijn mond vol tanden. Stamelde wat. Leuk was het niet. Mijn familie heeft een onuitwisbaar beeld achtergelaten. Welk beeld laten wij achter als christenen? In onze eigen omgeving. Of op vakantie. Ik hoop dat mensen door ons worden aangetrokken. Niet omdat wij het zo goed doen.
Maar omdat er iets is in ons leven wat zij missen en waarnaar ze verlangen.
Ik was precies op de afgesproken tijd ter plekke, maar zag nog geen werker voor de deur. Daarom liep ik snel naar de onderbuurvrouw om te informeren naar de werkers. Ik stelde mij voor en zij begon direct haar verhaal te vertellen. Hoe jammer ze het vond wat er met mijn zwager was gebeurd. Hoe hij bijna als een kluizenaar op die tiende etage leefde. Hoe ze nauwelijks contact met hem had, behalve over het geluid dat hij tot diep in de nacht maakte door op schoenen met niet al te geluidloze hakken en zolen door het huis heen en weer te lopen. Hoe jammer ze het vond dat hij zich daar niets van aantrok. En dat hij verder geen contact zocht.
Hoe vervelend ze het vond om uit de mond van mijn schoonzus een verwijtend ‘o, u bent de klaagster van beneden’ te horen, terwijl zij het beste met hem voor had. Dat zij had getwijfeld om zijn deur al een dag na zijn vermissing in te laten trappen: dat zou toch inbreuk op zijn privacy zijn. Kortom, een echte Utrechtse met het hart op de tong en ook nog op de goede plaats.
Dit hele voorval gaf mij te denken. Zowel mijn zwager als mijn schoonzus belijden gelovig christen te zijn. Dat wist de buurvrouw waarschijnlijk niet. Wat voor beeld zou zij krijgen als zij dat wel wist? Het zou misschien een bevestiging zijn van het beeld dat veel mensen hebben van gelovigen.
Elke gelovige heeft een zwakke kant, waar hij niet graag mee te koop loopt. Excuseren we ons ervoor en zijn we er open over naar onze buren? Of verbloemen we het en leggen kritiek erover terug bij de ander onder het mom dat die ander lastig, vervelend, een klaagster is of, om het een geestelijk sausje te geven, deel is van onze geestelijke strijd.
Ik stond met mijn mond vol tanden. Stamelde wat. Leuk was het niet. Mijn familie heeft een onuitwisbaar beeld achtergelaten. Welk beeld laten wij achter als christenen? In onze eigen omgeving. Of op vakantie. Ik hoop dat mensen door ons worden aangetrokken. Niet omdat wij het zo goed doen.
Maar omdat er iets is in ons leven wat zij missen en waarnaar ze verlangen.
donderdag 16 juni 2011
Column Friesch Dagblad 33: Terug in de wijk
Vier weken weg uit onze wijk. Zo lang hebben we het de afgelopen twaalf jaar nooit mogen beleven. Van 30 april tot 29 mei waren mijn vrouw en ik op doorreis naar Indonesië. Het was spannend hoe de mensen met wie we in de wijk contact hebben hierop zouden reageren.
Gelukkig is alles meegevallen en blijken wij niet onmisbaar te zijn. Het werk ging door. Onze taken werden overgenomen door de andere teamleden. Goed, er waren momenten dat we even contact moesten hebben. We waren digitaal te bereiken. Dus konden we voicemails die op de telefoon van Villa Klarendal binnenkwamen doorsturen. En op die manier waren we een kwartier na het gebeuren op de hoogte van een binnenbrand in het wijkcentrum waar we heel veel activiteiten in houden.
Maar voor de rest was onze vakantie toch vooral een rustperiode. Veel dingen zien. Veel dingen beleven. Genieten van het andere en vooral het mooie van dat andere.
Aan alles komt een einde, dus ook aan onze vakantie. Zondagochtend 7.00 uur ’s morgens landden we op koud Schiphol. We vertrokken uit Indonesië met de warmte van 28 graden nog in ons lichaam. We kwamen aan op een vliegveld waar het buiten 8 graden was. De afgelopen weken hebben mijn neus en longen geprotesteerd tegen die onmenselijke koudeverschillen.
Kwart over tien waren we thuis. We besloten de wekelijkse Brunch en Viering van Villa Klarendal ditmaal over te slaan. Tweeëneenhalf uur later ging ik toch even naar de bekende plek toe om onze souvenirs uit te delen na afloop van de viering. Vreugde alom. Wat een directe gebedsverhoring, net na hun gebed voor onze veilige terugreis. Ik ging weer snel naar huis. Mijn oor nog dicht van de landing was nu aan het piepen van al het rumoer rondom mij.
De thuiskomst was ook de start van een nieuwe fase in ons leven. Mijn zwager kreeg tijdens onze vakantie een hersenbloeding en zit nu in een revalidatiecentrum. Wij zijn direct bij hem op bezoek gegaan en zijn gestart met het op- en uitruimen van zijn huis. Wij hebben met de familie afgesproken dat hij na de revalidatieperiode bij ons komt wonen.
De zomervakantie begint hier bijna en is voor ons al afgelopen. Terug in de wijk. In een nieuwe fase. Met frisse moed kunnen we die nieuwe periode ingaan.
Gelukkig is alles meegevallen en blijken wij niet onmisbaar te zijn. Het werk ging door. Onze taken werden overgenomen door de andere teamleden. Goed, er waren momenten dat we even contact moesten hebben. We waren digitaal te bereiken. Dus konden we voicemails die op de telefoon van Villa Klarendal binnenkwamen doorsturen. En op die manier waren we een kwartier na het gebeuren op de hoogte van een binnenbrand in het wijkcentrum waar we heel veel activiteiten in houden.
Maar voor de rest was onze vakantie toch vooral een rustperiode. Veel dingen zien. Veel dingen beleven. Genieten van het andere en vooral het mooie van dat andere.
Aan alles komt een einde, dus ook aan onze vakantie. Zondagochtend 7.00 uur ’s morgens landden we op koud Schiphol. We vertrokken uit Indonesië met de warmte van 28 graden nog in ons lichaam. We kwamen aan op een vliegveld waar het buiten 8 graden was. De afgelopen weken hebben mijn neus en longen geprotesteerd tegen die onmenselijke koudeverschillen.
Kwart over tien waren we thuis. We besloten de wekelijkse Brunch en Viering van Villa Klarendal ditmaal over te slaan. Tweeëneenhalf uur later ging ik toch even naar de bekende plek toe om onze souvenirs uit te delen na afloop van de viering. Vreugde alom. Wat een directe gebedsverhoring, net na hun gebed voor onze veilige terugreis. Ik ging weer snel naar huis. Mijn oor nog dicht van de landing was nu aan het piepen van al het rumoer rondom mij.
De thuiskomst was ook de start van een nieuwe fase in ons leven. Mijn zwager kreeg tijdens onze vakantie een hersenbloeding en zit nu in een revalidatiecentrum. Wij zijn direct bij hem op bezoek gegaan en zijn gestart met het op- en uitruimen van zijn huis. Wij hebben met de familie afgesproken dat hij na de revalidatieperiode bij ons komt wonen.
De zomervakantie begint hier bijna en is voor ons al afgelopen. Terug in de wijk. In een nieuwe fase. Met frisse moed kunnen we die nieuwe periode ingaan.
Culturen in Nederland
Ik was net in Utrecht. Prachtig voorbeeld van de Nederlandse mix van culturen. Eten deden we even bij Charlie Chiu: goed Indonesisch eten in McDonalds outfit.
Naast mij zit een meisje te eten en te studeren. Tussen het eten door observeer ik. Lange blonde krullen. Nagellak. Grote bruine kijkers. Lastig te ontdekken wat de achtergrond van deze knappe dame is. Totdat ze in gesprek komt met een bekende. Ze spreken over vakantie. Ik vang iets op over Marokko en Ramadan. Letterlijk hoor ik de kennis herhalen dat het leuk is om nog net vijf dagen Ramadan mee te pakken tijdens de vakantie naar Marokko. Juist. Waar ik de dame caraibisch inschatte is dit wen moderne, hoofddoekloze Nederlandse van Marokkaanse afkomst. En waarom ik die hoofddoek er nu bij verzin zal wel te maken hebben met mijn eigen bril jegens die bevolkingsgroep.
Andere tafel naast mij. Totaal andere cultuur. Twee studentikoze types die ik zou indelen onder de noemer Nerd. De maaltijd komt, maar het stel gaat volledig op in het uitpakken van zojuist gekochte Magic kaarten. Ze zijn zichtbaar Nederlands maar spreken een totaal andere mix van Engels en onbegrijpelijke taal die te maken heeft met het spel waar ze in beland zijn.
Welkom in Nederland denk ik. Zit ik daar multiculti te eten omringd door dito mensen die ik ofwel niet versta ofwel volledig verkeerd beoordeel op grond van hun uiterlijk. Wat komt mij dat bekend voor.
Naast mij zit een meisje te eten en te studeren. Tussen het eten door observeer ik. Lange blonde krullen. Nagellak. Grote bruine kijkers. Lastig te ontdekken wat de achtergrond van deze knappe dame is. Totdat ze in gesprek komt met een bekende. Ze spreken over vakantie. Ik vang iets op over Marokko en Ramadan. Letterlijk hoor ik de kennis herhalen dat het leuk is om nog net vijf dagen Ramadan mee te pakken tijdens de vakantie naar Marokko. Juist. Waar ik de dame caraibisch inschatte is dit wen moderne, hoofddoekloze Nederlandse van Marokkaanse afkomst. En waarom ik die hoofddoek er nu bij verzin zal wel te maken hebben met mijn eigen bril jegens die bevolkingsgroep.
Andere tafel naast mij. Totaal andere cultuur. Twee studentikoze types die ik zou indelen onder de noemer Nerd. De maaltijd komt, maar het stel gaat volledig op in het uitpakken van zojuist gekochte Magic kaarten. Ze zijn zichtbaar Nederlands maar spreken een totaal andere mix van Engels en onbegrijpelijke taal die te maken heeft met het spel waar ze in beland zijn.
Welkom in Nederland denk ik. Zit ik daar multiculti te eten omringd door dito mensen die ik ofwel niet versta ofwel volledig verkeerd beoordeel op grond van hun uiterlijk. Wat komt mij dat bekend voor.
zaterdag 11 juni 2011
We zijn er weer
Het was me het maandje wel. De hele maand mei heb ik samen met Aneta, mijn oudstr zoon, een broer en een zus van Aneta en een vriend van die zus Indonesie bezocht.
Een hele maand weg van het gewone gebeuren. Geen werk met maandagse avondwerk. Geen Villa Klarendal met doordeweekse en zondagse activiteiten. Alleen maar reizen, kijken, bezoeken, eten, drinken, praten en genieten. Het enige dat bleef was het bloggen. Een uitlaatklep op het moment dat mijn andere reisgenoten in onze persoonlijke bus sliepen. Niet gevolgd en nog eens nalezen? Http://rickinindonesia.blogspot.com.
Maar goed, aan alles komt een eind, dus ook aan deze enerverende tijd. We gaan sparen voor een terugkeer over viereneenhalf jaar. Vorige week was even een terugkomweek. Gelijk na terugkomst verkouden geworden. Twee dagen ons bezig gehouden met de oudste broer van Aneta die thuis was gebleven en gedurende onze vakantie een hersenbloeding had gekregen. Andere thuiskomst dan gewenst. Hij is rechts verlamd en momenteel in een revalidatiekliniek. We hebben samen besloten dat hij na deze periode bij ons thuis komt wonen. Een extra last, dat wel. Maar we geloven dat God ons ook hier kracht voor zal geven.
Deze week zijn we dan ook weer echt begonnen. Met werk, vrijwilligerswerk en de Villa. Tijdens onze reis is er ook brand geweest in het wijkcentrum. Dat heeft veel effect op ons Villawerk. De computerlessen, de Voedselbank, de
Landenkookgroep en de Brunch en Viering van de Villa zijn allemaal daar. Herverdelen dus. Brunch en viering tijdelijk terug bij de Villa. Voedselbank tijdelijk over naar de Villa. Landenkookgroep naar een ander wijkcentrum. En de computerlessen zijn tot de hernieuwde opening het wijkcentrum opgeschort.
Gek om weer terug in gewone doen te komen. Al snel kwamen de vaste mensen ons opzoeken. Anderen kwamen we op straat tegen. Toch weer wennen en tegelijkertijd blij om er weer te zijn. Alle nieuwtjes, mooi en moeilijk, horen. En vooral horen dat alles gewoon is doorgegaan. Hoera: God gaat door. Geweldig, we zijn niet onmisbaar. Ook al zeiden diverse mensen dat ze ons gemist hadden. We gaan er weer voor. Met frisse moed. En de zon nog tussen onze oren. Wachtend op de komende zomer.
Een hele maand weg van het gewone gebeuren. Geen werk met maandagse avondwerk. Geen Villa Klarendal met doordeweekse en zondagse activiteiten. Alleen maar reizen, kijken, bezoeken, eten, drinken, praten en genieten. Het enige dat bleef was het bloggen. Een uitlaatklep op het moment dat mijn andere reisgenoten in onze persoonlijke bus sliepen. Niet gevolgd en nog eens nalezen? Http://rickinindonesia.blogspot.com.
Maar goed, aan alles komt een eind, dus ook aan deze enerverende tijd. We gaan sparen voor een terugkeer over viereneenhalf jaar. Vorige week was even een terugkomweek. Gelijk na terugkomst verkouden geworden. Twee dagen ons bezig gehouden met de oudste broer van Aneta die thuis was gebleven en gedurende onze vakantie een hersenbloeding had gekregen. Andere thuiskomst dan gewenst. Hij is rechts verlamd en momenteel in een revalidatiekliniek. We hebben samen besloten dat hij na deze periode bij ons thuis komt wonen. Een extra last, dat wel. Maar we geloven dat God ons ook hier kracht voor zal geven.
Deze week zijn we dan ook weer echt begonnen. Met werk, vrijwilligerswerk en de Villa. Tijdens onze reis is er ook brand geweest in het wijkcentrum. Dat heeft veel effect op ons Villawerk. De computerlessen, de Voedselbank, de
Landenkookgroep en de Brunch en Viering van de Villa zijn allemaal daar. Herverdelen dus. Brunch en viering tijdelijk terug bij de Villa. Voedselbank tijdelijk over naar de Villa. Landenkookgroep naar een ander wijkcentrum. En de computerlessen zijn tot de hernieuwde opening het wijkcentrum opgeschort.
Gek om weer terug in gewone doen te komen. Al snel kwamen de vaste mensen ons opzoeken. Anderen kwamen we op straat tegen. Toch weer wennen en tegelijkertijd blij om er weer te zijn. Alle nieuwtjes, mooi en moeilijk, horen. En vooral horen dat alles gewoon is doorgegaan. Hoera: God gaat door. Geweldig, we zijn niet onmisbaar. Ook al zeiden diverse mensen dat ze ons gemist hadden. We gaan er weer voor. Met frisse moed. En de zon nog tussen onze oren. Wachtend op de komende zomer.
Column Friesch Dagblad 32: in Indonesie
Deze maand ben ik op vakantie in Indonesië. Al reizend valt me wel het een en ander op. Een van die dingen is de plek die de kerk inneemt in het land. Kijkend naar de tijd die het christelijk geloof gekregen heeft om in het land te settelen is dat opvallend. De islam is ongeveer in dezelfde tijd aan (ei)land gekomen. Inmiddels wordt het land niet ten onrechte het grootste moslimland ter wereld genoemd. Het percentage christenen is ongeveer 10% van het totaal aantal inwoners. Niet zo slecht voor een moslimland, zou je zo zeggen, maar wel als je beseft dat dit land eigenlijk van oorsprong animistisch en hindoeïstisch was. Het land maakte pas tussen de 13e en 15e eeuw kennis met de islam. Uitgaande van het laatste is dat gelijk met de introductie van het christelijk geloof.
Waarom heeft de islam hier dan wel postgevat en het christelijk geloof niet? Ik ben maar een leek en geen deskundige op dit gebied. Ik lees dat het te maken kan hebben met het handelsbeleid dat de inmiddels islamitisch geworden leiders niet tegen de borst wilde stoten door zending te bedrijven. Het kan ook te maken hebben met de oude manier van zending bedrijven, waarin het kolonialisme en zending hand in hand gingen. Bij zending werd dan geen rekening gehouden met de volksaard, maar werd het christelijk geloof verpakt in westers-culturele uitingsvormen, zoals een stenen gebouw met kerktoren en een kerkklok.
Wat was er gebeurd als het evangelie was verkondigd door middel van Wayang Golek, vraag ik mij af tijdens het bekijken van een Wayangvoorstelling. Het evangelie uitgebeeld in de vorm van Wayangpoppen. We weten het niet, het is niet gebeurd en daarom blijft het gissen.
Met Villa Klarendal, in de culturele omgeving van de volksbuurt Klarendal, willen we met wat we hebben en doen iets laten zien van wat het christelijk geloof betekent. Ik ben hier te gast en kan noch wil een oordeel vellen over hoe het Indonesische christelijke geloof zich heeft ontwikkeld. Ik hoop en bid alleen dat de liefde van God ook hier door mijn geloofsgenoten zal worden uitgedragen.
Hoe moeilijk dat ook kan zijn in een door een ander geloof gedomineerd land.
Waarom heeft de islam hier dan wel postgevat en het christelijk geloof niet? Ik ben maar een leek en geen deskundige op dit gebied. Ik lees dat het te maken kan hebben met het handelsbeleid dat de inmiddels islamitisch geworden leiders niet tegen de borst wilde stoten door zending te bedrijven. Het kan ook te maken hebben met de oude manier van zending bedrijven, waarin het kolonialisme en zending hand in hand gingen. Bij zending werd dan geen rekening gehouden met de volksaard, maar werd het christelijk geloof verpakt in westers-culturele uitingsvormen, zoals een stenen gebouw met kerktoren en een kerkklok.
Wat was er gebeurd als het evangelie was verkondigd door middel van Wayang Golek, vraag ik mij af tijdens het bekijken van een Wayangvoorstelling. Het evangelie uitgebeeld in de vorm van Wayangpoppen. We weten het niet, het is niet gebeurd en daarom blijft het gissen.
Met Villa Klarendal, in de culturele omgeving van de volksbuurt Klarendal, willen we met wat we hebben en doen iets laten zien van wat het christelijk geloof betekent. Ik ben hier te gast en kan noch wil een oordeel vellen over hoe het Indonesische christelijke geloof zich heeft ontwikkeld. Ik hoop en bid alleen dat de liefde van God ook hier door mijn geloofsgenoten zal worden uitgedragen.
Hoe moeilijk dat ook kan zijn in een door een ander geloof gedomineerd land.
Column Friesch Dagblad 31: het zondaarsgebed
Zomaar een ochtend bij een van onze activiteiten. Veel bezoekers en een aantal enthousiaste vrijwilligers. Een van die vrijwilligers komt in gesprek met een vaste bezoeker. Na verloop van tijd trekken ze zich terug in een kleiner kamertje. Enige tijd later gaat de deur weer open en stapt een zeer blije vrijwilliger uit het kamertje, gevolg door een sjokkende bezoeker.
Na afloop bij de evaluatie hoor ik het verhaal. Het was een mooi gesprek met deze bezoeker van buitenlandse komaf. De vrijwilliger leidde het gesprek naar de vraag of de bezoeker 'zijn leven aan Jezus wilde geven'. En dat wilde de bezoeker maar al te graag. Dus heeft hij het zondaarsgebed meegebeden. Halleluja! Er is een nieuwe broer bijgekomen. Wij moesten het enthousiasme enigszins temperen. Dit was de vierde of vijfde keer dat de bezoeker telkens door een andere vrijwilliger 'tot de Heer was geleid'.
Dit gefingeerde, maar op de waarheid gebaseerde, verhaal komen we regelmatig tegen in ons werk. Neem een enthousiaste, meestal evangelische, vrijwilliger en een bezoeker die gewillig is te praten en te bidden en er ontstaat een sfeer waarin de een met de ander gaat bidden. U begrijpt, wij zijn iets voorzichtiger geworden met het bidden voor mensen om tot het geloof te komen.
Het zondaarsgebed werd ingevoerd in een tijd waarin mensen nog massaal naar de kerk gingen en dito werden opgevoed. Kerkgaan was de norm, niet-kerkgaan was de uitzondering. Iedereen wist waarover je sprak als iemand het had over zonde en schuld. In die tijd ontstond dit standaardgebed waarin mensen uitspreken dat zij spijt hebben van hun zonden, zich willen overgeven aan Jezus en vanaf nu een nieuw leven willen leiden. Een prachtig hulpmiddel waardoor in de loop van de jaren veel mensen het geloof in Jezus hebben gevonden.
Het gebed is verworden tot een formulier. Tot een hulpmiddel om iemand over de streep te trekken. Tot geloof komen, daar moeten we mensen naar toe trekken. Er worden indrukwekkende preken gegeven. Aan het einde wordt een oproep gedaan om naar voren te komen. De spreker spreekt met de mensen die naar voren zijn gekomen het zondaarsgebed uit. En voilà, in de volgende rondzendbrief van de spreker staat dat die zondag zoveel mensen als naar voren zijn gekomen tot het geloof zijn gekomen. Wat geweldig. Zoveel mensen. God is aan het werk. Het formulier gebruikt als een graadmeter voor eigen succes. Hoe meer mensen tot geloof komen, hoe beter.
Het standaardgebed uit de 19e eeuw kent een instant-gedachte: als je nu maar dit doet, dan lukt het wel. De mens teruggebracht tot een automaat waar je geld in stopt, waarna er uitkomt wat je zo graag wilt hebben. Mensen zijn niet instant, is mijn ervaring. Iedereen heeft in zijn leven zijn eigen ervaringen gehad. Geen enkel leven is hetzelfde. Net zoals elk mens volledig uniek is.
Geloven is een proces. Waarin God met een mens bezig is. De een staat aan het begin van die weg. De ander is al een aardig eindje op weg. In dat proces tussen God en een individueel persoon worden mensen gebruikt om die persoon dingen te leren. Mensen bijstaan op de weg die zij wandelen met God. Dat zie ik als mijn taak in deze tijd. Dat is een andere benadering dan die ander een formulier te laten uitspreken. Oog hebben voor dat proces leert mij ook om mezelf te zien als klein radertje in het grote geheel dat God wil doen in het leven van een persoon. Er komen veel verschillende mensen op ons pad. Die allemaal op hun manier Godzoekend zijn. De een ver weg, de ander dichtbij. Toch komen ze wekelijks bij ons. Omdat het gezellig is. Maar ook om meer over God te leren kennen. “Moeten we niet meer evangeliseren”, is mij wel eens door andere christenen uit ons team gevraagd. Uiteraard vanuit het wereldbeeld van het formulier. “Dat gebeurt al”, was mijn antwoord. We hebben veel contact met deze mensen. Komen ze op straat tegen, bij een doordeweekse activiteit en op zondag. Door met hen ons leven te delen, zien ze wat het betekent om christen te zijn. En gaan ze daar wellicht ook zelf naar verlangen. En tegelijkertijd komen ze met hun dagelijkse vragen bij ons. Waar wij een antwoord op mogen geven, vanuit onze eigen overtuiging. Maar wel met respect voor het pad dat die persoon aan het lopen is.
Soms past zo'n manier van leren geloven bij onze gedachten over hoe iemand tot het geloof moet komen. Iemand kan op dit moment in een new age sfeer zitten. Of nog verstokt katholiek zijn. Wij hebben dan de neiging om die ander te vertellen dat dit niet goed is. Bij ons komen mensen uit beide achtergronden. Sommigen zitten er nog diep in. Anderen beginnen een andere richting op te lopen. Niet veroordelen, maar naast de ander staan. Dat is onze werkwijze. Langzamerhand laat God zien aan die persoon wat hij of zij moet doen.
Samen op weg gaan. Dat is iets anders dan zomaar in het wilde weg het zondaarsgebed met iemand bidden. Het gaat uit van relatie. Het gaat uit van respect voor de ander. Waarbij we de waarheid niet vergeten te vertellen. Maar waarbij we de keuze wat daarmee te doen bij die ander laten.
Na afloop bij de evaluatie hoor ik het verhaal. Het was een mooi gesprek met deze bezoeker van buitenlandse komaf. De vrijwilliger leidde het gesprek naar de vraag of de bezoeker 'zijn leven aan Jezus wilde geven'. En dat wilde de bezoeker maar al te graag. Dus heeft hij het zondaarsgebed meegebeden. Halleluja! Er is een nieuwe broer bijgekomen. Wij moesten het enthousiasme enigszins temperen. Dit was de vierde of vijfde keer dat de bezoeker telkens door een andere vrijwilliger 'tot de Heer was geleid'.
Dit gefingeerde, maar op de waarheid gebaseerde, verhaal komen we regelmatig tegen in ons werk. Neem een enthousiaste, meestal evangelische, vrijwilliger en een bezoeker die gewillig is te praten en te bidden en er ontstaat een sfeer waarin de een met de ander gaat bidden. U begrijpt, wij zijn iets voorzichtiger geworden met het bidden voor mensen om tot het geloof te komen.
Het zondaarsgebed werd ingevoerd in een tijd waarin mensen nog massaal naar de kerk gingen en dito werden opgevoed. Kerkgaan was de norm, niet-kerkgaan was de uitzondering. Iedereen wist waarover je sprak als iemand het had over zonde en schuld. In die tijd ontstond dit standaardgebed waarin mensen uitspreken dat zij spijt hebben van hun zonden, zich willen overgeven aan Jezus en vanaf nu een nieuw leven willen leiden. Een prachtig hulpmiddel waardoor in de loop van de jaren veel mensen het geloof in Jezus hebben gevonden.
Het gebed is verworden tot een formulier. Tot een hulpmiddel om iemand over de streep te trekken. Tot geloof komen, daar moeten we mensen naar toe trekken. Er worden indrukwekkende preken gegeven. Aan het einde wordt een oproep gedaan om naar voren te komen. De spreker spreekt met de mensen die naar voren zijn gekomen het zondaarsgebed uit. En voilà, in de volgende rondzendbrief van de spreker staat dat die zondag zoveel mensen als naar voren zijn gekomen tot het geloof zijn gekomen. Wat geweldig. Zoveel mensen. God is aan het werk. Het formulier gebruikt als een graadmeter voor eigen succes. Hoe meer mensen tot geloof komen, hoe beter.
Het standaardgebed uit de 19e eeuw kent een instant-gedachte: als je nu maar dit doet, dan lukt het wel. De mens teruggebracht tot een automaat waar je geld in stopt, waarna er uitkomt wat je zo graag wilt hebben. Mensen zijn niet instant, is mijn ervaring. Iedereen heeft in zijn leven zijn eigen ervaringen gehad. Geen enkel leven is hetzelfde. Net zoals elk mens volledig uniek is.
Geloven is een proces. Waarin God met een mens bezig is. De een staat aan het begin van die weg. De ander is al een aardig eindje op weg. In dat proces tussen God en een individueel persoon worden mensen gebruikt om die persoon dingen te leren. Mensen bijstaan op de weg die zij wandelen met God. Dat zie ik als mijn taak in deze tijd. Dat is een andere benadering dan die ander een formulier te laten uitspreken. Oog hebben voor dat proces leert mij ook om mezelf te zien als klein radertje in het grote geheel dat God wil doen in het leven van een persoon. Er komen veel verschillende mensen op ons pad. Die allemaal op hun manier Godzoekend zijn. De een ver weg, de ander dichtbij. Toch komen ze wekelijks bij ons. Omdat het gezellig is. Maar ook om meer over God te leren kennen. “Moeten we niet meer evangeliseren”, is mij wel eens door andere christenen uit ons team gevraagd. Uiteraard vanuit het wereldbeeld van het formulier. “Dat gebeurt al”, was mijn antwoord. We hebben veel contact met deze mensen. Komen ze op straat tegen, bij een doordeweekse activiteit en op zondag. Door met hen ons leven te delen, zien ze wat het betekent om christen te zijn. En gaan ze daar wellicht ook zelf naar verlangen. En tegelijkertijd komen ze met hun dagelijkse vragen bij ons. Waar wij een antwoord op mogen geven, vanuit onze eigen overtuiging. Maar wel met respect voor het pad dat die persoon aan het lopen is.
Soms past zo'n manier van leren geloven bij onze gedachten over hoe iemand tot het geloof moet komen. Iemand kan op dit moment in een new age sfeer zitten. Of nog verstokt katholiek zijn. Wij hebben dan de neiging om die ander te vertellen dat dit niet goed is. Bij ons komen mensen uit beide achtergronden. Sommigen zitten er nog diep in. Anderen beginnen een andere richting op te lopen. Niet veroordelen, maar naast de ander staan. Dat is onze werkwijze. Langzamerhand laat God zien aan die persoon wat hij of zij moet doen.
Samen op weg gaan. Dat is iets anders dan zomaar in het wilde weg het zondaarsgebed met iemand bidden. Het gaat uit van relatie. Het gaat uit van respect voor de ander. Waarbij we de waarheid niet vergeten te vertellen. Maar waarbij we de keuze wat daarmee te doen bij die ander laten.
zondag 24 april 2011
Rick in Indonesia
Nog zes dagen en dan is het zover. Tussen 30 april en 29 mei ga ik een maand op reis naar Indonesie.
Ik zal er het een en ander over schrijven. Volg het op http://Rickinindonesia.blogspot.com.
Ik zal er het een en ander over schrijven. Volg het op http://Rickinindonesia.blogspot.com.
Missionair of theologisch
Afgelopen donderdag keken wij net als een miljoen andere Nederlanders naar The Passion. Het lijdensverhaal in een modern nederlands jasje met dito artiesten.
We bekeken het met onze tweewekelijkse huisgroep. Prachtig spel, prachtige songs. Maar na afloop keken we elkaar aan en zeiden 'is dit nu alles? Missen we niet wat belangrijke elementen?
Een dag later keken we met wat meer mensen uit Villa Klarendal de Nederlandse vertaling van de film Jesus. Tussendoor spraken we over The Passion. De meesten vonden het een hele mooie vertolking van het lijdensverhaal. Inclusief die liederen die zo meezingbaar waren.
Het zette me weer aan het nadenken. Welke bril zet ik op bij het kijken naar een programma. Theologisch gezien niet geheel zuiver. Missionair gezien zeer aansprekelijk.
We bekeken het met onze tweewekelijkse huisgroep. Prachtig spel, prachtige songs. Maar na afloop keken we elkaar aan en zeiden 'is dit nu alles? Missen we niet wat belangrijke elementen?
Een dag later keken we met wat meer mensen uit Villa Klarendal de Nederlandse vertaling van de film Jesus. Tussendoor spraken we over The Passion. De meesten vonden het een hele mooie vertolking van het lijdensverhaal. Inclusief die liederen die zo meezingbaar waren.
Het zette me weer aan het nadenken. Welke bril zet ik op bij het kijken naar een programma. Theologisch gezien niet geheel zuiver. Missionair gezien zeer aansprekelijk.
donderdag 24 maart 2011
Column Friesch Dagblad 30: Wijk 2.0
Een beetje lezer komt het de laatste tijd tegen. De ambtenaar die nieuw moet werken en al het oude moet afleggen. De school die niet meer ouderwets in de schoolbanken moet zitten met schoolboeken waaruit nog gelezen wordt en schriften waarin nog geschreven wordt. Het werk dat op een andere manier moet worden ingericht aan de normen van de huidige eenentwintigste eeuw. De overheid moet het totaal anders aanpakken en veranderen. Weg met het oude. Op naar het nieuwe. Op naar de toekomst. Op naar 2.0.
Het idealisme van 2010. Alles over naar web 2.0. Weg met oude wegen en structuren. Weg met oude relatievormen. Laat alles nieuw zijn. Laat alles anders zijn. Laat het 2.0 zijn. Het nieuwe leven verbindt mensen langs lijnen van de techniek. Ging het vroeger nog om kennis delen, nu gaat het om relaties. Sociale netwerken. Sociale media. Niet meer het eenrichtingsverkeer van oude media als tv en radio. Op naar de interactiviteit van het nieuwe.
Nieuwe kansen, nieuwe mogelijkheden. Ons ideaal van gelijkheid ingeleid door de kansen van de techniek. Als iedereen toegang heeft tot het web, kan iedereen op gelijke wijze daar gebruik van maken. Nu is het de tijd. Facebook, Hyves. Twitter of Yammer. Ze zorgen voor een nieuw elan dat degenen die ermee werken dolenthousiast maakt. Allerlei toepassingen worden naast elkaar gebruikt om het ons maar zo makkelijk mogelijk te maken. De echte man of vrouw die 2.0 is, is te herkennen aan het smartphoontje dat bijna constant in de hand is en waar constant mee wordt getypt. Niet meer aan het oor, maar aan het scherm.
Alles wordt nieuw. Een bijna utopisch vooruitzicht. Er komt een betere tijd. Die is 2.0. Daar moeten we vooral aan meedoen. Eenzaamheid opgelost. Iedereen achter de interactieve tv waar men de ander kan ontmoeten. Een prachtig voorbeeld zag ik in een zorgprogramma. De verpleegster in het verpleeghuis komt niet meer langs, maar zit in de een studio, waar ze contact onderhoudt met de cliënt. De cliënt heeft een vraag, zet de tv aan op een bepaald kanaal en heeft direct contact met de verpleegster. Met een beweegbare camera kan zij de situatie verkennen en zien hoe de patiënt er bij zit of ligt. Prachtige kansen in een nieuwe tijd.
Ook voor werken in de wijk zijn er nieuwe 2.0 kansen. Glasvezel in de hele wijk en iedereen kan met iedereen contacten. Iedereen zijn eigen website. Hyves gebruiken om met elkaar in contact te komen en zo de sociale cohesie te verbeteren. Een nieuwe manier van leven waarbij je onafhankelijk van tijd of plaats met elkaar in contact bent.
Ik ben er lange tijd enthousiast over geweest. Maar de laatste tijd zie ik ook andere kanten. Wie in een wijk woont en werkt, maakt er van alles mee. Zeker als het om een volksbuurt gaat. Wat drijft mensen om met ons in contact te komen, vroegen wat studenten aan mensen in onze wijk. De wijkbewoners die ons kenden spraken over gezelligheid, warmte en als persoon gerespecteerd worden. Onlangs had ik een eindevaluatie van een stagiaire. Wat hem was opgevallen, was de vraag. Vooral dat er ruimte en respect is. Er wordt gezegd dat je niet hoeft te geloven. En dat wordt in de praktijk gebracht. Dat werd ook bevestigd door een regelmatige bezoeker. Dat spreekt blijkbaar aan. Dat mensen zich gewaardeerd voelen voor wie ze op dat moment zijn. Kan dat ook met moderne middelen? Voor een deel wel. Je kunt uit wat je schrijft, blogt of chat duidelijk maken dat je de ander waardeert.
Maar er is een menselijk aspect dat computers niet kunnen vervangen. Warmte en intimiteit. Een knipoog, een glimlach, een klop op de schouder of een knuffel (een hug). Geen emoticon kan het gevoel daarvan vervangen.
2.0 zal er komen. Als hulpmiddel voor het sociale leven. Techniek kan de sociale verbanden niet vervangen. Anders wordt het uit het scherm, uit het hart.
Het idealisme van 2010. Alles over naar web 2.0. Weg met oude wegen en structuren. Weg met oude relatievormen. Laat alles nieuw zijn. Laat alles anders zijn. Laat het 2.0 zijn. Het nieuwe leven verbindt mensen langs lijnen van de techniek. Ging het vroeger nog om kennis delen, nu gaat het om relaties. Sociale netwerken. Sociale media. Niet meer het eenrichtingsverkeer van oude media als tv en radio. Op naar de interactiviteit van het nieuwe.
Nieuwe kansen, nieuwe mogelijkheden. Ons ideaal van gelijkheid ingeleid door de kansen van de techniek. Als iedereen toegang heeft tot het web, kan iedereen op gelijke wijze daar gebruik van maken. Nu is het de tijd. Facebook, Hyves. Twitter of Yammer. Ze zorgen voor een nieuw elan dat degenen die ermee werken dolenthousiast maakt. Allerlei toepassingen worden naast elkaar gebruikt om het ons maar zo makkelijk mogelijk te maken. De echte man of vrouw die 2.0 is, is te herkennen aan het smartphoontje dat bijna constant in de hand is en waar constant mee wordt getypt. Niet meer aan het oor, maar aan het scherm.
Alles wordt nieuw. Een bijna utopisch vooruitzicht. Er komt een betere tijd. Die is 2.0. Daar moeten we vooral aan meedoen. Eenzaamheid opgelost. Iedereen achter de interactieve tv waar men de ander kan ontmoeten. Een prachtig voorbeeld zag ik in een zorgprogramma. De verpleegster in het verpleeghuis komt niet meer langs, maar zit in de een studio, waar ze contact onderhoudt met de cliënt. De cliënt heeft een vraag, zet de tv aan op een bepaald kanaal en heeft direct contact met de verpleegster. Met een beweegbare camera kan zij de situatie verkennen en zien hoe de patiënt er bij zit of ligt. Prachtige kansen in een nieuwe tijd.
Ook voor werken in de wijk zijn er nieuwe 2.0 kansen. Glasvezel in de hele wijk en iedereen kan met iedereen contacten. Iedereen zijn eigen website. Hyves gebruiken om met elkaar in contact te komen en zo de sociale cohesie te verbeteren. Een nieuwe manier van leven waarbij je onafhankelijk van tijd of plaats met elkaar in contact bent.
Ik ben er lange tijd enthousiast over geweest. Maar de laatste tijd zie ik ook andere kanten. Wie in een wijk woont en werkt, maakt er van alles mee. Zeker als het om een volksbuurt gaat. Wat drijft mensen om met ons in contact te komen, vroegen wat studenten aan mensen in onze wijk. De wijkbewoners die ons kenden spraken over gezelligheid, warmte en als persoon gerespecteerd worden. Onlangs had ik een eindevaluatie van een stagiaire. Wat hem was opgevallen, was de vraag. Vooral dat er ruimte en respect is. Er wordt gezegd dat je niet hoeft te geloven. En dat wordt in de praktijk gebracht. Dat werd ook bevestigd door een regelmatige bezoeker. Dat spreekt blijkbaar aan. Dat mensen zich gewaardeerd voelen voor wie ze op dat moment zijn. Kan dat ook met moderne middelen? Voor een deel wel. Je kunt uit wat je schrijft, blogt of chat duidelijk maken dat je de ander waardeert.
Maar er is een menselijk aspect dat computers niet kunnen vervangen. Warmte en intimiteit. Een knipoog, een glimlach, een klop op de schouder of een knuffel (een hug). Geen emoticon kan het gevoel daarvan vervangen.
2.0 zal er komen. Als hulpmiddel voor het sociale leven. Techniek kan de sociale verbanden niet vervangen. Anders wordt het uit het scherm, uit het hart.
donderdag 24 februari 2011
Column Friesch Dagblad 29: Waar doe ik het voor?
Waar doe ik het voor?
Vrijdagavond tien voor acht loop ik mijn huis uit. Ik neem het boodschappenwagentje mee van de grootgrutter dat bij mijn buurvrouw staat. Met kar en al loop ik richting de supermarkt. Ondertussen kom ik wat mensen tegen die me meewarig dan wel verbaasd aankijken. Bij de supermarkt hoor ik de cassiere aankondigen dat de zaak gaat sluiten. Ik plaats de kar bij het overgebleven brood. De brooddame knikt dat ik het brood kan overhevelen naar mijn kar. Elke week is de lading weer anders. Ditmaal een volledig volle kar. Met die kar vol loop ik al slingerend door de straten. Hij wil niet altijd doen wat ik wil, waardoor ik behoorlijk moet bijsturen. Zo kom ik bij de plaats waar ik een deel van het brood aflever. Voor de zondag is ons kostje gekocht (of beter gezegd: ontvangen). Het brood voor de brunch is binnen. De rest wordt verdeeld onder bekenden in de wijk. Prachtige momenten met zo’n volle kar. Maar er zijn van die momenten dat het anders is. Als er zoals in december volop sneeuw ligt en de kar met geen mogelijkheid door de sneeuw en gladheid komt. Als de ophaaldienst gelijk loopt met de finale van al die talentenshows die de afgelopen vijfeneenhalf jaar het licht zagen aanbreekt. Als het grote pijpenstelen regent en ikzelf met het brood behoorlijk nat regen. Op dat soort momenten schiet er een zinnetje door mijn hoofd: “Waar doe ik het voor?”
Eens in de zoveel weken sta ik in de keuken van Villa Klarendal. Dan is het mijn beurt voor het praktisch werk. ’s Ochtends om kwart voor tien paraat om samen de ochtend te beginnen. Daarna is het aanpoten om alles gereed te krijgen. Tafels sjouwen. Borden en bestek plaatsen. Brood klaarzetten. Beleg uit de (koel)kast halen en op tafel zetten. Koffie en thee zetten. De zaal inrichten voor de viering. Meestal is het werk stipt om elf uur klaar en zijn de bezoekers inmiddels al binnengestroomd. De gastheer verwelkomt de gasten, vertelt wie de praktische mensen zijn en gaat voor in een maaltijdgebed. Iedereen valt aan op het lekkers dat op tafel staat. Ik haal de pan eieren die inmiddels al lang zijn gekookt van het vuur en deel ze stuk voor stuk uit. Over het algemeen tevredenheid. Maar na verloop van tijd wil de ene tafel graag wat meer brood. De andere tafel heeft te weinig kaas (wat wil je als je dat driedubbeldik op je boterham doet). Van de honger gaat men over op de dorst, dus is het ook bijschenken zodat men ook van het natje is voorzien (wat gelukkig in ons nieuwe gebouw selfsevice is geworden). Dan volgt de tijd van de afruiming. De borden wordt gestapeld. Ik sta in de spoelkeuken om de vele borden en het bestek te herplaatsen in de bakken voor de afwasmachine. De eerste bak gaat in de machine en terwijl die zijn noodzakelijke werk doet, gaat de volgende lading in de volgende bak. Gelukkig is de machine zo heet dat het na afloop van de afwas twee minuten wachten is voordat de borden en het bestek al weer droog kunnen worden teruggeplaatst. Ik sta daar samen met een ander te zwoegen. Er lopen mensen langs die wat minder van het werken zijn. Ze maken een ‘lollige’ opmerking. Of ik wel even oppas met die lading borden. Op dat soort momenten schiet het even door me heen: “Waar doe ik het voor?”
Het is zo’n mooi zinnetje waar je zoveel mee zegt. Je hele doen en laten wordt er even door stil gezet. Alles gerelativeerd waar je mee bezig bent. Het zinnetje dat door je heen schiet als je na een hele avond kijken om elf uur de presentatoren van The Voice of Holland hoort afkondigen dat het weer een geweldige avond was en tot volgende week. Het is het gevoel van de man die op mijn sportschool na afloop van de zware krachttraining nog even voor de spiegel staat uit te hijgen om te zien of er al iets aan spieren is aangegroeid. Het is ook voor mijzelf op die sportschool de gedachte die door mij heen gaat als ik na zware weken weer eens op de weegschaal ga staan om te concluderen dat er niets is veranderd.
De relativering maakt soms plaats voor bemoediging. Een vrouw die naar me toe komt om te laten weten hoe zeer ze het waardeert dat ze wekelijks dat brood in handen krijgt. De buurman die laat weten hoe blij hij is met mijn aanwezigheid als ik weer een tijdje bij hem langs ben geweest. De vrouw die na een avond praten over de bijbel zegt te genieten van deze avond. Hoezeer God haar die avond heeft aangeraakt.
Als het me zo aanvliegt denk dan aan onze Grote Herder hangend aan het kruis. Hij hoorde zeker het zinnetje in zijn hoofd toen hij bespot en beschimpt werd. Maar hij ging onvermoeibaar door. Hij had momenten waarop het duister werd om hem heen. Hij liet zich niet van de wijs brengen. Die leidsman wil ik volgen. Ja, daar doe ik het voor!
Vrijdagavond tien voor acht loop ik mijn huis uit. Ik neem het boodschappenwagentje mee van de grootgrutter dat bij mijn buurvrouw staat. Met kar en al loop ik richting de supermarkt. Ondertussen kom ik wat mensen tegen die me meewarig dan wel verbaasd aankijken. Bij de supermarkt hoor ik de cassiere aankondigen dat de zaak gaat sluiten. Ik plaats de kar bij het overgebleven brood. De brooddame knikt dat ik het brood kan overhevelen naar mijn kar. Elke week is de lading weer anders. Ditmaal een volledig volle kar. Met die kar vol loop ik al slingerend door de straten. Hij wil niet altijd doen wat ik wil, waardoor ik behoorlijk moet bijsturen. Zo kom ik bij de plaats waar ik een deel van het brood aflever. Voor de zondag is ons kostje gekocht (of beter gezegd: ontvangen). Het brood voor de brunch is binnen. De rest wordt verdeeld onder bekenden in de wijk. Prachtige momenten met zo’n volle kar. Maar er zijn van die momenten dat het anders is. Als er zoals in december volop sneeuw ligt en de kar met geen mogelijkheid door de sneeuw en gladheid komt. Als de ophaaldienst gelijk loopt met de finale van al die talentenshows die de afgelopen vijfeneenhalf jaar het licht zagen aanbreekt. Als het grote pijpenstelen regent en ikzelf met het brood behoorlijk nat regen. Op dat soort momenten schiet er een zinnetje door mijn hoofd: “Waar doe ik het voor?”
Eens in de zoveel weken sta ik in de keuken van Villa Klarendal. Dan is het mijn beurt voor het praktisch werk. ’s Ochtends om kwart voor tien paraat om samen de ochtend te beginnen. Daarna is het aanpoten om alles gereed te krijgen. Tafels sjouwen. Borden en bestek plaatsen. Brood klaarzetten. Beleg uit de (koel)kast halen en op tafel zetten. Koffie en thee zetten. De zaal inrichten voor de viering. Meestal is het werk stipt om elf uur klaar en zijn de bezoekers inmiddels al binnengestroomd. De gastheer verwelkomt de gasten, vertelt wie de praktische mensen zijn en gaat voor in een maaltijdgebed. Iedereen valt aan op het lekkers dat op tafel staat. Ik haal de pan eieren die inmiddels al lang zijn gekookt van het vuur en deel ze stuk voor stuk uit. Over het algemeen tevredenheid. Maar na verloop van tijd wil de ene tafel graag wat meer brood. De andere tafel heeft te weinig kaas (wat wil je als je dat driedubbeldik op je boterham doet). Van de honger gaat men over op de dorst, dus is het ook bijschenken zodat men ook van het natje is voorzien (wat gelukkig in ons nieuwe gebouw selfsevice is geworden). Dan volgt de tijd van de afruiming. De borden wordt gestapeld. Ik sta in de spoelkeuken om de vele borden en het bestek te herplaatsen in de bakken voor de afwasmachine. De eerste bak gaat in de machine en terwijl die zijn noodzakelijke werk doet, gaat de volgende lading in de volgende bak. Gelukkig is de machine zo heet dat het na afloop van de afwas twee minuten wachten is voordat de borden en het bestek al weer droog kunnen worden teruggeplaatst. Ik sta daar samen met een ander te zwoegen. Er lopen mensen langs die wat minder van het werken zijn. Ze maken een ‘lollige’ opmerking. Of ik wel even oppas met die lading borden. Op dat soort momenten schiet het even door me heen: “Waar doe ik het voor?”
Het is zo’n mooi zinnetje waar je zoveel mee zegt. Je hele doen en laten wordt er even door stil gezet. Alles gerelativeerd waar je mee bezig bent. Het zinnetje dat door je heen schiet als je na een hele avond kijken om elf uur de presentatoren van The Voice of Holland hoort afkondigen dat het weer een geweldige avond was en tot volgende week. Het is het gevoel van de man die op mijn sportschool na afloop van de zware krachttraining nog even voor de spiegel staat uit te hijgen om te zien of er al iets aan spieren is aangegroeid. Het is ook voor mijzelf op die sportschool de gedachte die door mij heen gaat als ik na zware weken weer eens op de weegschaal ga staan om te concluderen dat er niets is veranderd.
De relativering maakt soms plaats voor bemoediging. Een vrouw die naar me toe komt om te laten weten hoe zeer ze het waardeert dat ze wekelijks dat brood in handen krijgt. De buurman die laat weten hoe blij hij is met mijn aanwezigheid als ik weer een tijdje bij hem langs ben geweest. De vrouw die na een avond praten over de bijbel zegt te genieten van deze avond. Hoezeer God haar die avond heeft aangeraakt.
Als het me zo aanvliegt denk dan aan onze Grote Herder hangend aan het kruis. Hij hoorde zeker het zinnetje in zijn hoofd toen hij bespot en beschimpt werd. Maar hij ging onvermoeibaar door. Hij had momenten waarop het duister werd om hem heen. Hij liet zich niet van de wijs brengen. Die leidsman wil ik volgen. Ja, daar doe ik het voor!
maandag 31 januari 2011
Column Friesch Dagblad 28: Ik ben zo arm...
Een vrouw komt met een zielig gezicht bij ons binnen. Wekelijks krijgen we van de plaatselijke bakker het brood dat over is van de afgelopen dag. We mogen dat uitdelen aan mensen die het wat minder hebben in onze wijk. Daarvoor gebruiken we de “Arnhem Card” als richtsnoer: een kaart die iedereen krijgt leeft van een inkomen op het minimumniveau.
Mensen proberen het maar wat graag. Uitproberen in hoeverre wij kunnen worden verleid tot het geven van brood. Het zielige gezicht. Een brekende stem. Een reactie in het Nederlands die erop wijst dat mevrouw in het geheel geen Nederlands spreekt of verstaat. Ons zo benaderen dat we ons bijna schuldig voelen als we haar niets geven.
Gelukkig hebben we wat vrijwilligers die bekend zijn met de persoon in kwestie. En die ook nog van dezelfde afkomst zijn. ‘Ik schaam me voor je’ zegt een van hen tegen deze vrouw. In de woordenvloed die volgt blijkt dat mevrouw wel degelijk bijna vloeiend onze landstaal spreekt, dat ze een goed inkomen heeft en daarom het brood absoluut niet nodig heeft. 'Weet je wel…', zo vervolgt de vrijwilliger haar preek in het Nederlands, ‘dat deze mensen hun vrije tijd opofferen voor mensen die heel weinig geld hebben. Dat ze dat belangeloos doen. En jij maakt daar misbruik van! Zij laten hun geloof spreken in daden. Jij bent geen voorbeeld daarin!’ Beschaamd verdwijnt de vrouw het gebouw uit.
Helaas is dit geen uitzondering in ons werk. Dat geeft ons te denken. Hoe ga je daar nou mee om? Er zijn partijen in den lande die het wel weten. Scheer ze over een kam. De fout van de een is het probleem van ieder ander. Het bewijs dat die hele groep onbetrouwbaar is. Als je een stel mensen uit dezelfde cultuurgroep hetzelfde ziet doen, ben je geneigd het te gaan geloven. Denk aan de uitspraak van die voormalig wethouder over de Marokkaanse jongens. Zet er een woord voor en ze zijn gestigmatiseerd. Gedemoniseerd zouden anderen zeggen.
Wij kiezen er niet voor om op die manier mensen te benaderen. Alhoewel het wel verleidelijk is. We zien steeds vaker dat mensen van allerlei komaf bij ons komen. Om allerlei redenen. Ze zijn eenzaam. Ze zijn op zoek naar warmte. Willen aanspraak hebben. Zoeken naar hoop in dit leven. Ze mogen bij ons komen. Wij benaderen hen niet als de tegenstander, maar als mens. Wij willen dat mensen bij ons weer tot zichzelf komen. Dat we hen accepteren betekent niet, dat we alles zomaar toestaan. We willen de mensen nemen zoals ze zijn, maar de verkeerde kanten (zonde zo je wilt) daarvan niet accepteren.
Dan kom je soms toch tot veralgemenisering van groepen. Want ik constateer wel op dat de ene cultuurgroep is gevoeliger voor de ene zonde, de andere voor een andere. Dat wordt interessant als die groepen bij elkaar komen. Wie is opgevoed in een cultuur die zuinigheid voor alles plaatst, ziet met lede ogen aan dat mensen de helft van hun eten weggooien. Met hetzelfde gemak wordt vervolgens een heel roddelcircuit opgezet over degene die dat doet. Een spiegel voorhouden aan degene die uit een roddelgevoelige cultuur komt doet pijn. En wordt niet altijd begrepen. Want die verspilling is toch een grotere fout dan over anderen praten?
Is dat het misschien waarom Paulus regelmatig tegen de lezers van zijn brieven vraagt om elkaar te verdragen? Niet erop los meppen met de hand of met de mond. Naast elkaar staan en proberen elkaar te begrijpen. En als dat niet helemaal lukt, komt dat andere moeilijke woord om de hoek kijken. Dan komt het aan op elkaar vergeven. Dat willen we nog wel doen met die mensen die ons makkelijk liggen. Maar de mensen die ons dwars zitten, daar gaan we liever een blokje voor om. Liever praten over dan praten met die persoon.
Als we in echt contact komen met de ander, is dit de uitdaging. Begrijpen doen we elkaar waarschijnlijk nooit ten volle. Maar dat geldt ook voor mensen die uit dezelfde cultuur komen. Samen leven is elkaar accepteren. De meerderheid die de minderheid liefheeft. En omgekeerd. Dat is andere taal dan de huidige sfeer in de samenleving. Niet alleen een geregelde samenleving, maar ook een met een hart erin. Zodat iedereen die hier woont tot zijn recht komt.
Mensen proberen het maar wat graag. Uitproberen in hoeverre wij kunnen worden verleid tot het geven van brood. Het zielige gezicht. Een brekende stem. Een reactie in het Nederlands die erop wijst dat mevrouw in het geheel geen Nederlands spreekt of verstaat. Ons zo benaderen dat we ons bijna schuldig voelen als we haar niets geven.
Gelukkig hebben we wat vrijwilligers die bekend zijn met de persoon in kwestie. En die ook nog van dezelfde afkomst zijn. ‘Ik schaam me voor je’ zegt een van hen tegen deze vrouw. In de woordenvloed die volgt blijkt dat mevrouw wel degelijk bijna vloeiend onze landstaal spreekt, dat ze een goed inkomen heeft en daarom het brood absoluut niet nodig heeft. 'Weet je wel…', zo vervolgt de vrijwilliger haar preek in het Nederlands, ‘dat deze mensen hun vrije tijd opofferen voor mensen die heel weinig geld hebben. Dat ze dat belangeloos doen. En jij maakt daar misbruik van! Zij laten hun geloof spreken in daden. Jij bent geen voorbeeld daarin!’ Beschaamd verdwijnt de vrouw het gebouw uit.
Helaas is dit geen uitzondering in ons werk. Dat geeft ons te denken. Hoe ga je daar nou mee om? Er zijn partijen in den lande die het wel weten. Scheer ze over een kam. De fout van de een is het probleem van ieder ander. Het bewijs dat die hele groep onbetrouwbaar is. Als je een stel mensen uit dezelfde cultuurgroep hetzelfde ziet doen, ben je geneigd het te gaan geloven. Denk aan de uitspraak van die voormalig wethouder over de Marokkaanse jongens. Zet er een woord voor en ze zijn gestigmatiseerd. Gedemoniseerd zouden anderen zeggen.
Wij kiezen er niet voor om op die manier mensen te benaderen. Alhoewel het wel verleidelijk is. We zien steeds vaker dat mensen van allerlei komaf bij ons komen. Om allerlei redenen. Ze zijn eenzaam. Ze zijn op zoek naar warmte. Willen aanspraak hebben. Zoeken naar hoop in dit leven. Ze mogen bij ons komen. Wij benaderen hen niet als de tegenstander, maar als mens. Wij willen dat mensen bij ons weer tot zichzelf komen. Dat we hen accepteren betekent niet, dat we alles zomaar toestaan. We willen de mensen nemen zoals ze zijn, maar de verkeerde kanten (zonde zo je wilt) daarvan niet accepteren.
Dan kom je soms toch tot veralgemenisering van groepen. Want ik constateer wel op dat de ene cultuurgroep is gevoeliger voor de ene zonde, de andere voor een andere. Dat wordt interessant als die groepen bij elkaar komen. Wie is opgevoed in een cultuur die zuinigheid voor alles plaatst, ziet met lede ogen aan dat mensen de helft van hun eten weggooien. Met hetzelfde gemak wordt vervolgens een heel roddelcircuit opgezet over degene die dat doet. Een spiegel voorhouden aan degene die uit een roddelgevoelige cultuur komt doet pijn. En wordt niet altijd begrepen. Want die verspilling is toch een grotere fout dan over anderen praten?
Is dat het misschien waarom Paulus regelmatig tegen de lezers van zijn brieven vraagt om elkaar te verdragen? Niet erop los meppen met de hand of met de mond. Naast elkaar staan en proberen elkaar te begrijpen. En als dat niet helemaal lukt, komt dat andere moeilijke woord om de hoek kijken. Dan komt het aan op elkaar vergeven. Dat willen we nog wel doen met die mensen die ons makkelijk liggen. Maar de mensen die ons dwars zitten, daar gaan we liever een blokje voor om. Liever praten over dan praten met die persoon.
Als we in echt contact komen met de ander, is dit de uitdaging. Begrijpen doen we elkaar waarschijnlijk nooit ten volle. Maar dat geldt ook voor mensen die uit dezelfde cultuur komen. Samen leven is elkaar accepteren. De meerderheid die de minderheid liefheeft. En omgekeerd. Dat is andere taal dan de huidige sfeer in de samenleving. Niet alleen een geregelde samenleving, maar ook een met een hart erin. Zodat iedereen die hier woont tot zijn recht komt.
Suc6
Ik ben het deze dagen een aantal keren tegengekomen. Daar moet ik toch een keer iets over schrijven.
Ik las een artikel over de verhouding van succes en vrucht dragen. Wij leven in een samenleving die gericht is op succes. Pas als jij in staat bent tot grootse dingen, ben je iets en heb je het gemaakt. Dat soort verhalen haalt de voorpagina en krijgt een lintje. Dat zijn onze helden.
Vrucht dragen is heel anders. Dat heb je zelf niet geheel in de hand. Goed, in geval van een 'menselijke vrucht' gaat er iets lekkers aan vooraf en heb je er een zekere hand in (en toch vooral wat andere lichaamsdelen waar we over het algemeen maar onterecht wat lacherig en schaamtevol mee omgaan). Maar goed, hoe de vrucht dan groeit, hoe het er uitziet, welke vorm het heeft, het is allemaal niet erg maakbaar. Vruchtbaarheid gaat wel om bereid te zijn jezelf te geven. Die vrucht is niet maakbaar. Die is niet te plannen. Er is geen methode om de beste vrucht voort tr brengen. Behalve (en dat geldt dan weer in de plantenwereld) die van het snoeien en soms kort houden. Dat soort leven is niet zo populair en leidt zeker niet tot het bordes bij de koningin.
Succes komt snel op. Het is er ineens. Sommigen krijgen het succes in de schoot geworpen. Dat heeft niets met duurzaamheid te maken. Dat soort succesnummers zijn van korte duur. Eendagsvliegen in de muziek. X-factor, Idols of Popstar sterretjes die opkomen en met dezelfde vaart weer terugvliegen naar de onbekendheid. Ze hebben er soms een tweede talentenjacht voor nodig om weer in de picture terecht te komen, zoals onlangs gebeurde met Rafaella, Dewi en Sharon Kips. Wie opkomt vanuit een duurzame achtergrond maakt het en is blijvend. Zoals de jarenlange opbouw waar de talentenjacht de doorbraak gaf die blijvend was in het leven van Marco Borsato, René Froger en Hind. Met dat besef zullen de nieuwbakken winnaars van de laatste talentenshows, Ben en Dean Saunders, een langer leven beschoren zijn.
Succes wordt vaak gerelateerd aan dito methodes. Wie in de wereld van de subsidies terecht komt, wordt overspoeld door methodes die hun werking hebben gehad. Ze zijn succesvol en worden ook verkocht. Het had succes in Enschede. Probeer het ook uit in Middelburg.
Weer een artikel dat ik vandaag las constateerde dat evangelischen zijn verwereldlijkt. Het gaat om succes, grote getallen, de beste zijn en natuurlijk: de methodes. Wie in een werelddeel succes heeft met een bepaalde manier van werken, kan de rest van zijn leven slijten aan het verkopen van zijn methode all over the world totdat de hype van de nieuwe methode zich aandient.
Afgelopen vrijdag had ik een gesprek met een stel christenen die wilde leren van wat wij hadden meegemaakt. Zij stonden nog aan het begin, wij waren al veel verder. Wat voor advies kon ik hen geven. De kern van mijn verhaal is dat er geen succesformule bestaat. Ga je Gods werk vangen in een technische methode, dan is het maar de vraag of dat de zegen van God bevordert of tegenhoudt. Wij hebben ons bereid verklaard ons aan God te geven. Wij hebben geprobeerd te luisteren naar zijn stem. Wij zijn bereid geweest om de lange tijd van bevruchting en bevalling mee te maken. Dus als er al een methode is, is het die van de lange adem, de pijn van de bevalling, de moeite van de opvoeding, de blijdschap van de langzame loskoppeling en volwassenwording. Niet een methode in afgemeten Amerikaanse 10-stappenplannen tot succes. Geen kortdurende succesvolle groeiversnellers die zo snel gaan dat we er aan kapot gaan. Geen eendagsvliegen die snel opkomen en weer omlaag duikelen. Geen nadruk op cijfers en aantallen. Samenleven uit liefde voor God en mensen. Om Hem en die mensen te dienen. Niet meer en niet minder dan dat. En als er dan 'succes' komt, die ook weer teruggeven waar die hoort. Bij Degene die het alles is begonnen. Hem de eer te geven, niet onze eigen inbreng.
Ik geloof dat we dan tot onze bestemming komen. Dat is zoveel belangrijker dan het kortdurende succes. Kijk maar naar alle succesnummers in de muziekwereld, de politiek of de zakenwereld. Op een gegeven moment is hun 'momentum' voorbij. Balkenende ging via de achterdeur. Wat waren die Backstreet Boys? Hoezo Bill Gates, geef mij maar een Appletje voor de dorst (liefst in de vorm van die lekkere IPad). Wie succes nastreeft, zal na verloop van tijd zijn tijd hebben gehad. Wie God navolgt en verlangt vrucht te dragen komt tot zijn doel. En kan na verloop van tijd zijn leven weer op een andere plek voortzetten.
Weinig succes? Nou en...! Zo lang je verlangt God te dienen, kom je tot je doel. Dat is niet afhankelijk van geld (ook al verklaren mensen mij voor gek dat ik mijn talenten niet heb 'vermarkt', maar vooral inzet voor niet-rijk-makend-vrijwilligerswerk), een mooi huis (ik kan je zeggen: je kunt gelukkig zijn in een eenvoudig huurhuis), of een goede carrière (ooit wel eens afgevraagd welke carrière God voor jou heeft weggelegd?).
Ik hoop dat jij tot jouw doel komt!
Ik las een artikel over de verhouding van succes en vrucht dragen. Wij leven in een samenleving die gericht is op succes. Pas als jij in staat bent tot grootse dingen, ben je iets en heb je het gemaakt. Dat soort verhalen haalt de voorpagina en krijgt een lintje. Dat zijn onze helden.
Vrucht dragen is heel anders. Dat heb je zelf niet geheel in de hand. Goed, in geval van een 'menselijke vrucht' gaat er iets lekkers aan vooraf en heb je er een zekere hand in (en toch vooral wat andere lichaamsdelen waar we over het algemeen maar onterecht wat lacherig en schaamtevol mee omgaan). Maar goed, hoe de vrucht dan groeit, hoe het er uitziet, welke vorm het heeft, het is allemaal niet erg maakbaar. Vruchtbaarheid gaat wel om bereid te zijn jezelf te geven. Die vrucht is niet maakbaar. Die is niet te plannen. Er is geen methode om de beste vrucht voort tr brengen. Behalve (en dat geldt dan weer in de plantenwereld) die van het snoeien en soms kort houden. Dat soort leven is niet zo populair en leidt zeker niet tot het bordes bij de koningin.
Succes komt snel op. Het is er ineens. Sommigen krijgen het succes in de schoot geworpen. Dat heeft niets met duurzaamheid te maken. Dat soort succesnummers zijn van korte duur. Eendagsvliegen in de muziek. X-factor, Idols of Popstar sterretjes die opkomen en met dezelfde vaart weer terugvliegen naar de onbekendheid. Ze hebben er soms een tweede talentenjacht voor nodig om weer in de picture terecht te komen, zoals onlangs gebeurde met Rafaella, Dewi en Sharon Kips. Wie opkomt vanuit een duurzame achtergrond maakt het en is blijvend. Zoals de jarenlange opbouw waar de talentenjacht de doorbraak gaf die blijvend was in het leven van Marco Borsato, René Froger en Hind. Met dat besef zullen de nieuwbakken winnaars van de laatste talentenshows, Ben en Dean Saunders, een langer leven beschoren zijn.
Succes wordt vaak gerelateerd aan dito methodes. Wie in de wereld van de subsidies terecht komt, wordt overspoeld door methodes die hun werking hebben gehad. Ze zijn succesvol en worden ook verkocht. Het had succes in Enschede. Probeer het ook uit in Middelburg.
Weer een artikel dat ik vandaag las constateerde dat evangelischen zijn verwereldlijkt. Het gaat om succes, grote getallen, de beste zijn en natuurlijk: de methodes. Wie in een werelddeel succes heeft met een bepaalde manier van werken, kan de rest van zijn leven slijten aan het verkopen van zijn methode all over the world totdat de hype van de nieuwe methode zich aandient.
Afgelopen vrijdag had ik een gesprek met een stel christenen die wilde leren van wat wij hadden meegemaakt. Zij stonden nog aan het begin, wij waren al veel verder. Wat voor advies kon ik hen geven. De kern van mijn verhaal is dat er geen succesformule bestaat. Ga je Gods werk vangen in een technische methode, dan is het maar de vraag of dat de zegen van God bevordert of tegenhoudt. Wij hebben ons bereid verklaard ons aan God te geven. Wij hebben geprobeerd te luisteren naar zijn stem. Wij zijn bereid geweest om de lange tijd van bevruchting en bevalling mee te maken. Dus als er al een methode is, is het die van de lange adem, de pijn van de bevalling, de moeite van de opvoeding, de blijdschap van de langzame loskoppeling en volwassenwording. Niet een methode in afgemeten Amerikaanse 10-stappenplannen tot succes. Geen kortdurende succesvolle groeiversnellers die zo snel gaan dat we er aan kapot gaan. Geen eendagsvliegen die snel opkomen en weer omlaag duikelen. Geen nadruk op cijfers en aantallen. Samenleven uit liefde voor God en mensen. Om Hem en die mensen te dienen. Niet meer en niet minder dan dat. En als er dan 'succes' komt, die ook weer teruggeven waar die hoort. Bij Degene die het alles is begonnen. Hem de eer te geven, niet onze eigen inbreng.
Ik geloof dat we dan tot onze bestemming komen. Dat is zoveel belangrijker dan het kortdurende succes. Kijk maar naar alle succesnummers in de muziekwereld, de politiek of de zakenwereld. Op een gegeven moment is hun 'momentum' voorbij. Balkenende ging via de achterdeur. Wat waren die Backstreet Boys? Hoezo Bill Gates, geef mij maar een Appletje voor de dorst (liefst in de vorm van die lekkere IPad). Wie succes nastreeft, zal na verloop van tijd zijn tijd hebben gehad. Wie God navolgt en verlangt vrucht te dragen komt tot zijn doel. En kan na verloop van tijd zijn leven weer op een andere plek voortzetten.
Weinig succes? Nou en...! Zo lang je verlangt God te dienen, kom je tot je doel. Dat is niet afhankelijk van geld (ook al verklaren mensen mij voor gek dat ik mijn talenten niet heb 'vermarkt', maar vooral inzet voor niet-rijk-makend-vrijwilligerswerk), een mooi huis (ik kan je zeggen: je kunt gelukkig zijn in een eenvoudig huurhuis), of een goede carrière (ooit wel eens afgevraagd welke carrière God voor jou heeft weggelegd?).
Ik hoop dat jij tot jouw doel komt!
zondag 16 januari 2011
Ik blog dus ik ben - hij blogt niet meer dus...
Dat zou je toch bijna denken als je mijn blog van de laatste maanden leest. Ik kan de lezer gerust stellen. Er is nog leven in Klarendal. En hoe!
Een paar maanden geleden liep onze brunch en viering helemaal vol. Er kon ook werkelijk niemand meer bij. Als haringen zaten we in een vat. We hoorden van mensen die graag wilden komen, maar niet durfden of konden vanwege de drukte of de overkill aan geluid. Enthousiast pratende mensen. Huilende kinderen. En dat in een gebouw met een geweldige akoestiek.
We hadden er in september in onze nieuwsbrief nog gebed voor gevraagd. God geef ons een gebouw hiervoor. Waar we ruimte krijgen om te groeien en tot rust te komen. Toen diverse mensen gebedsverhoringen kregen en daar heel enthousiast over waren, herhaalden we het in onze eigen brunch en viering. Laten we bidden voor een ander gebouw op zondag.
Het kan verkeren. In tijd van twee weken was daar een nieuw gebouw. Wat wij absoluut niet hadden verwacht. Ik sprak met de beheerder van ons wijkcentrum (waar wijzelf heel vaak komen). Vertelde tussen neus en lippen door van onze problemen op zondag. Dat is toch geen probleem, antwoordde hij. Dan kom je gewoon hier. Dat was niet tegen dovemansoren gesproken. We maakten een contract, spraken het door met ons team en op 5 december (wat een geschenk!) zaten we in het wijkcentrum. De kleine zaal werd vervangen door drie zalen. Een voor brunch en volwassen-viering. Een voor de crèche. En een voor de nieuw in het leven geroepen kinderbijbelclub.
Wat zal het brengen? Komen de mensen wel? Een gevoel van ruim vijf jaar geleden maakte zich van ons meester. En keken uit naar de bezoekers. En of ze kwamen. Sowieso al een hele nieuwe groep kinderen die we al wel op woensdag in de eetclub tegenkwamen, kwam met z'n allen buurten. En zijn sindsdien niet meer weggeweest. En meer mensen uit onze doordeweekse buurtactiviteiten zat klaar om de overgang te vieren. De week daarop keken we helemaal onze ogen uit. Onze gewillige ogen telden dat er zestig mensen aan tafel zaten! Wauw! Geweldig! Waar gaat dat heen?
Dat gevoel begon ons te versterken toen we traditioneel alweer voor het vijfde jaar kestpakketten mochten uitdelen. Iedereen enthousiast. Wat mooi dat we dit deden. Iedereen werd voor de kerstviering uitgenodigd. De gretige ogen van sommige teamleden zagen in hun droom al een kerstviering van 100 tot 120 mensen. Daar moest aan gewerkt worden. De grote zaal waar de kinderen normaal zaten ingericht tot kerstversierde zaal. De eetzaal met voldoende stoelen voor in ieder geval 60 personen. want door de ervaring wijs geworden probeerden mijn vrouw en ik het verwachtingspatroon wat te temperen toen we op kerstavond die zaal inrichtten.
We kwamen met zijn allen weer met de voeten op de grond toen de kerstviering zo'n veertig mensen trok. We hadden ons iets meer rijk gerekend met al die mensen die al eens binnen waren geweest (en die vooral zouden komen) en al die anderen die onder invloed van het rijke kerstpakketten hadden toegezegd te zullen komen. Toch veel mensen die nooit in die andere kleine zaal hadden gepast. Maar terug bij af bij die prachtige getallen van een paar weken eerder.
Een prachtig nieuw gebouw. Geen probleem meer om mensen uit te leggen waar het is. Mensen die in de wacht zaten, kwamen weer. De kinderclub weer van start. Een afwasmachine die na 2 minuten in plaats van 2 uur klaar is. Bezoekers die zichtbaar genieten van de rust die de ruimte met zich mee brengt.
Zegeningen die we in het licht van de getallen al snel vergeten waren. Let vooral op die kleine dingen heet het dan. Absoluut. Want denk je dat wij het erom doen als ik spontaan met de beheerder sprak? Natuurlijk niet. En zijn reactie 'voor jullie wil ik dit wel doen, jullie doen zoveel voor de wijk' kwam ook spontaan. Dan word je stil. Want daar deden we het niet voor, om die erkenning te krijgen. Maar als die erkenning dergelijke gevolgen heeft, kan ik daar alleen maar stil en blij van worden.
Ja, daar word ik stil van. En door de drukte van die afgelopen tijd is die stilte doorgedrongen op het web. Niet omdat ik niet meer leef, of dat Villa Klarendal op sterven na dood is. We leven. God dank! En als er dan zoveel gebeurt onder de hand van een kleiner team met vrijwilligers om ons te ondersteunen, kan dat wel eens stilte op een ander niveau tot gevolg hebben. Het woord uit de mond van Jezus wordt waarheid in Klarendal: de oogst is groot! Bidt u met ons voor meer arbeiders?
Een paar maanden geleden liep onze brunch en viering helemaal vol. Er kon ook werkelijk niemand meer bij. Als haringen zaten we in een vat. We hoorden van mensen die graag wilden komen, maar niet durfden of konden vanwege de drukte of de overkill aan geluid. Enthousiast pratende mensen. Huilende kinderen. En dat in een gebouw met een geweldige akoestiek.
We hadden er in september in onze nieuwsbrief nog gebed voor gevraagd. God geef ons een gebouw hiervoor. Waar we ruimte krijgen om te groeien en tot rust te komen. Toen diverse mensen gebedsverhoringen kregen en daar heel enthousiast over waren, herhaalden we het in onze eigen brunch en viering. Laten we bidden voor een ander gebouw op zondag.
Het kan verkeren. In tijd van twee weken was daar een nieuw gebouw. Wat wij absoluut niet hadden verwacht. Ik sprak met de beheerder van ons wijkcentrum (waar wijzelf heel vaak komen). Vertelde tussen neus en lippen door van onze problemen op zondag. Dat is toch geen probleem, antwoordde hij. Dan kom je gewoon hier. Dat was niet tegen dovemansoren gesproken. We maakten een contract, spraken het door met ons team en op 5 december (wat een geschenk!) zaten we in het wijkcentrum. De kleine zaal werd vervangen door drie zalen. Een voor brunch en volwassen-viering. Een voor de crèche. En een voor de nieuw in het leven geroepen kinderbijbelclub.
Wat zal het brengen? Komen de mensen wel? Een gevoel van ruim vijf jaar geleden maakte zich van ons meester. En keken uit naar de bezoekers. En of ze kwamen. Sowieso al een hele nieuwe groep kinderen die we al wel op woensdag in de eetclub tegenkwamen, kwam met z'n allen buurten. En zijn sindsdien niet meer weggeweest. En meer mensen uit onze doordeweekse buurtactiviteiten zat klaar om de overgang te vieren. De week daarop keken we helemaal onze ogen uit. Onze gewillige ogen telden dat er zestig mensen aan tafel zaten! Wauw! Geweldig! Waar gaat dat heen?
Dat gevoel begon ons te versterken toen we traditioneel alweer voor het vijfde jaar kestpakketten mochten uitdelen. Iedereen enthousiast. Wat mooi dat we dit deden. Iedereen werd voor de kerstviering uitgenodigd. De gretige ogen van sommige teamleden zagen in hun droom al een kerstviering van 100 tot 120 mensen. Daar moest aan gewerkt worden. De grote zaal waar de kinderen normaal zaten ingericht tot kerstversierde zaal. De eetzaal met voldoende stoelen voor in ieder geval 60 personen. want door de ervaring wijs geworden probeerden mijn vrouw en ik het verwachtingspatroon wat te temperen toen we op kerstavond die zaal inrichtten.
We kwamen met zijn allen weer met de voeten op de grond toen de kerstviering zo'n veertig mensen trok. We hadden ons iets meer rijk gerekend met al die mensen die al eens binnen waren geweest (en die vooral zouden komen) en al die anderen die onder invloed van het rijke kerstpakketten hadden toegezegd te zullen komen. Toch veel mensen die nooit in die andere kleine zaal hadden gepast. Maar terug bij af bij die prachtige getallen van een paar weken eerder.
Een prachtig nieuw gebouw. Geen probleem meer om mensen uit te leggen waar het is. Mensen die in de wacht zaten, kwamen weer. De kinderclub weer van start. Een afwasmachine die na 2 minuten in plaats van 2 uur klaar is. Bezoekers die zichtbaar genieten van de rust die de ruimte met zich mee brengt.
Zegeningen die we in het licht van de getallen al snel vergeten waren. Let vooral op die kleine dingen heet het dan. Absoluut. Want denk je dat wij het erom doen als ik spontaan met de beheerder sprak? Natuurlijk niet. En zijn reactie 'voor jullie wil ik dit wel doen, jullie doen zoveel voor de wijk' kwam ook spontaan. Dan word je stil. Want daar deden we het niet voor, om die erkenning te krijgen. Maar als die erkenning dergelijke gevolgen heeft, kan ik daar alleen maar stil en blij van worden.
Ja, daar word ik stil van. En door de drukte van die afgelopen tijd is die stilte doorgedrongen op het web. Niet omdat ik niet meer leef, of dat Villa Klarendal op sterven na dood is. We leven. God dank! En als er dan zoveel gebeurt onder de hand van een kleiner team met vrijwilligers om ons te ondersteunen, kan dat wel eens stilte op een ander niveau tot gevolg hebben. Het woord uit de mond van Jezus wordt waarheid in Klarendal: de oogst is groot! Bidt u met ons voor meer arbeiders?
Abonneren op:
Posts (Atom)