zaterdag 1 januari 2011

Oud en nieuw in de wijk

Het was weer een ouderwetse oudejaarsavond. Voor het eerst in enkele jaren verbleven we weer thuis, omringd door vier van onze vijf kinderen. Natuurlijk doen wij dat anders dan anderen. Daar ben je pionier voor. Dus geen oliebollen of appelflappen, maar wel lekkere andere hapjes. Onze zoons namen twee vrienden mee.

We hadden wat mensen uitgenodigd, maar die kwamen niet vanwege de gladheid. Maakt niet uit. Gezelligheid hangt niet af van het aantal mensen dat er is. Twaalf uur. Even kussen en gelijk naar buiten. Onze zoons hadden vuurwerk gekocht. De honderdvijftigduizendklapper was een klapper. Hij bleef maar doorgaan. Halfeen was de tijd voor het mooiste vuurwerk. Een kwartier lang kijken naar mooie stralen en dito knallers.

Een halfuur later, nadat veel knallers en siervuurwerk de lucht in waren gegaan en zelfs de brandweer eraan te pas moest komen wegens een auto die uitbrandde, werd er aangebeld. Twee meisjes stonden aan de deur. Ze liepen enigszins waggelend van iets teveel ingenomen flesjes bier en wodka naar binnen. Twee meisjes uit de tijd dat onze kinderen nog echt kind waren. Een van hen woonde in onze buurt en samen met haar zus speelde ze vroeger veel met onze kinderen. Na enkele jaren scheidden haar ouders. Haar moeder ging wonen bij haar nieuwe vriendin waar ze later mee trouwde. En nam de kinderen mee, de vader werd alleen achter gelaten. We verloren ze een beetje uit het oog. De laatste tijd zien we de oudste zus weer wat vaker op straat, als ze met man en dochter bij haar vader of opa en oma op bezoek gaat.

De twee zouden maar even blijven. Ze waren komen lopen vanuit de meest ver weg liggende wijk in het noorden van Arnhem. Drie uur waren ze uiteindelijk onderweg geweest. Nu gingen ze even bij bekenden langs, nadat ze een tijd bij opa en oma waren geweest. Het even werden al snel drie uurtjes. Het was ook zo gezellig. De cola in plaats van weer een slok alcohol deed ook wel wat. En in het lijf dat op de dag te weinig had gegeten en teveel had gedronken deden de klaarstaande snacks en kipvleugeltjes hun noodzakelijke ontnuchterende werk. De meest bekende van de twee zei tussen neus en lippen door dat zij vergeten was hoe gezellig en warm het hier was. Om vervolgens weer door te praten over alles wat haar bezig hield. Af en toe vallend over haar woorden door een welbekende oorzaak.

Telefoonnummers werden met de kinderen uitgewisseld. Want ze moesten maar eens met hen meeegaan als ze gingen stappen. En het zou zo leuk zijn om weer eens vaker langs te komen. Geen probleem, de deur staat altijd voor ze open. Op een onverklaarbare manier begon de ander over een kruisje dat zij om haar nek had hangen. Dat was de Here Jezus waar ze zo zielsveel van hield. Prachtig. We gingen er niet verder op in. We voelden aan dat het daar niet de tijd voor was. Maar onthouden doen we het wel. Wie weet houden ze zich aan hun belofte en komen ze weer vaker langs.

Kijk, zo eindigde ook deze oud en nieuw op de ons welbekende manier. Altijd bereid rekening te geven van de hoop die in ons is. Altijd bereid om een op het bot koud lichaam warmte te bieden. Altijd bereid te luisteren naar nieuwe wegen die God ons biedt. Ik zwaaide ze uit. Waarschuwde ze voor de gladheid. Waggelend vervolgden ze hun weg. Op weg naar huis. Op weg naar het bed waar ze deze nachten samen in sliepen (maar we zijn niet....) om hun roes uit te slapen. Ik hoop dat het ze goed gaat.

woensdag 29 december 2010

Column Friesch Dagblad 27: Kerst in de wijk

Al snel na Sinterklaas werd het zichtbaar. Huizen die versierd werden met lampjes. Kaarsen voor de ramen. Kerstmannen, arresleeën of andere verlichte of gekleurde pracht en praal in de tuin. Het was weer aanstaande. De tijd van Kerst was aangebroken.
Het leven is koud. Alles speelt zich af achter de warmte van de huizen waarin wijkbewoners zich verkneukelen in gezelligheid rondom een boom en wat verlichting.

Iedereen is al bezig geweest met de voorbereidingen. Ook bij Villa Klarendal hadden we de prettige last van de Kerst. Wij krijgen jaarlijks kerstpakketten die we mogen uitdelen aan mensen in onze wijk. Dus was onze eerste activiteit direct na Kerst het binnensjouwen van grote en kleine pakketten. Daarna ging het in rap tempo. Bekijken welke mensen we een pakket geven. Lijsten samenstellen met al die mensen. Kijken of er geen dubbelingen in voor komen. Mooie kaartjes maken met informatie over wat we doen en een uitnodiging voor de kerstviering.

De dinsdag en woensdag voor Kerst was gereserveerd voor de ophaalservice. Ons hele gebouw werd grondig in kerstsferen gebracht. Tafels werden aangekleed met gezellige kleedjes die verwezen naar het mooie feest. Kaarsen op tafel, zodat de felle lampen de sfeer niet zouden bederven. Lekkers op tafels dat je alleen met Kerst op tafel zet. Chocolademelk schenken waar we normaal limonade uitgeven. Mensen kwamen binnen. De een bleef twee, drie uur zitten om zijn of haar levensverhaal te vertellen. De ander verlangde in de kou zo naar zijn thuis dat ’ie snel het pakket ophaalde en weer wegging.

In twee dagen werden op die manier 199 pakketten weggewerkt. Allemaal richting mensen die wel iets meer konden gebruiken in deze tijd (en ook in de tijd daarna natuurlijk, maar daarvoor worden -met uitzondering van de voedselbank - nu eenmaal geen pakketten geleverd). Wat een verschil in reacties ook. De een blij verrast en overdonderd door het geheel, wat in alle vormen werd uitgedrukt. De ander met uitspraken als ‘het wordt ook steeds minder’, ‘mag ik twee pakketten in plaats van een’ en non-verbaal uitdrukkend dat zij hij toch wat minder vond. De dankbaarheid en tevredenheid van de een en de hebberigheid en ontevredenheid van de ander.

Met dit soort dagen en bij dit soort gelegenheden komen we de ware mens tegen. Hoezeer je het ook verpakt in gezelligheid, warmte of knusheid. Als het om ontvangen gaat, komt de ware aard al snel boven tafel. Wat is het dan lastig om mensen vriendelijk te woord te staan. ‘Alstublieft, hier is uw mooie pakketje!’ ‘Hm, mooi, het kan er ook niet van af, hè?’ ‘Tja mevrouw, een gegeven paard mogen wij niet in de bek kijken. Wij hebben het ook maar gekregen. Geniet er maar van.’ Waarop de ander met een gebrom het pakketje uit de handen weggriste, snel wegbenend naar de uitgang.

Wie dat meemaakt heeft al snel de neiging het bijltje erbij neer te gooien. Wat een ondankbare mensen. En als die mensen ook nog een bepaalde culturele achtergrond hebben, willen we ook nog het zelfstandig naamwoord voor het land van herkomst erbij noemen. Waar doe je het dan voor, was mijn vraag. Om zelf dankbaarheid terug te krijgen? Wat leuk, fijn, mooi dat jullie dat doen! Of om te geven zonder terug te verwachten? Dat zijn lastige vragen. Want dan blijkt dat niet alleen bij de ontvangers de ware aard naar boven komt, maar ook bij de (door)gevers. Dan blijkt dat ‘oog om oog tand om tand’ makkelijker boven komt drijven dan het moeilijker ‘heb hen onvoorwaardelijk lief’.

En dan zijn wij niet eens in een stal geboren, in een familie afkomstig uit een achterlijke streek, met de vinger nagewezen omdat onze moeder nog voor haar trouwen zwanger was.

zaterdag 4 december 2010

Reactie op mijn column: Bethelkerk als ‘moloch’ is kritiek die geen hout snijdt

De column die ik dinsdag schreef en publiceerde heeft in het noorden van het land veel vragen en kritiek opgeleverd. Een van die reacties is afgelopen donderdag in het Friesch Dagblad als opniniestuk verschenen. Om de lezer een eerlijk beeld te geven hieronder de tekst van deze reactie.

Columnist Rick Jansen schreef kritisch over mensen die hun plaatselijke gemeente verwisselen voor ,,een grote moloch waarvoor ze een half uur moeten rijden”. Grote woorden, vindt Douwe Hellinga, lid van de Bethel in Drachten. Hij richt zich tot Jansen.

Beste meneer Rick Jansen,

U schrijft in het Friesch Dagblad over de vraag of een stervende kerk vrucht voortbrengt. Feitelijk komt u aan het slot tot de conclusie dat er alleen hoop is voor de kerk als de gelovigen bereid zijn alle uiterlijkheden, wetten, knellende regels of prachtige diensten en grootse samenkomsten af te leggen. Terug naar de kern. Terug naar de opstanding. Een stervende zwaan als synoniem van een stervende kerk is hopeloos verloren.
Mooi gesproken. Maar waarom bekruipt me nu toch dat onaardige gevoel dat u met die stervende zwaan onder meer de megakerk in het noorden des lands bedoelt? Is dat nu mijn altijd (veel te?) kritische geest?
Ja, u hebt gelijk. Ik behoor bij de mensen die afscheid hebben genomen van de plaatselijke protestantse gemeente. En elke zondag rijd ik niet een half uur maar zelfs drie kwartier (enkele reis) naar de grote moloch (!). Weliswaar in een superzuinig en belastingvrij dieseltje, maar inderdaad, ook daaruit komen onwelriekende, milieuvervuilende dampen. En ja, we worden op het parkeerterrein naar de plek gewezen door professionele parkeerwachten. We genieten van mooie diensten en geweldige toespraken. En zeker, we worden opgebouwd.
Ik heb op internet gelezen dat u leiding geeft aan een missionaire wijkgemeenschap in Arnhem.

Fijn, dat u dat doet voor de Heer. Ik heb de Heer daarvoor bedankt.
Maar waarom die kritiek, beste broeder? Kent u de door u beschreven megakerk? Bent u in de diensten geweest? U mag kritiek hebben natuurlijk, maar vindt u het nu echt noodzakelijk deze kerk te vergelijken met een moloch? U moet toch weten wat er in de Bijbel bedoeld wordt met deze afschuwelijke afgod?

U zet vraagtekens bij mij en alle andere mensen die naar deze kerk rijden. Want u schrijft, ik citeer: ‘Maar is het juist daar niet dat het sterven van de kerk zich ten volle openbaart?’ Daaruit moet ik wel opmaken dat u deze kerk ziet als een stervende zwaan waar niets goeds uit kan voorkomen.

Grote woorden. Misschien kunt u zich eens wat beter laten informeren over het reilen en zeilen van deze megakerk. Dan kunt u meteen worden geïnformeerd over de honderden kinderen in de wekelijkse jeugddiensten, over de honderden vrijwilligers, over de ondersteuningscursussen. En - niet vergeten - de aanpak van de armoedebestrijding. Of horen hoeveel mensen tot levend geloof komen en zich laten dopen. Dat is werkelijke groei!

i Douwe Hellinga is (onbezoldigd) lid van de Vrije Baptistengemeente Bethel in Drachten en woont in St. Annaparochie. Reageren: douwe1@telfort.nl.

dinsdag 30 november 2010

Column Friesch Dagblad 26: Is de kerk stervende?

De kerk is dood, leve de Koning’. ‘Laten we zwijgen over de kerk en het weer over God hebben’. Onderzoeken laten de gestage teruggang zien van leden van de katholieke kerk en de grote protestantse fusiekerk, waarin men de PvdA-truc hanteert om minder verlies dan verwacht als winst te omarmen (‘Het ledenverlies neemt de afgelopen jaren licht af!’) Als ik kijk naar de kerkgebouwen die worden afgebroken of worden ingericht als kantoor, woonruimte of gezellige buurtruimte, dan bekruipt mij het gevoel dat ze gelijk hebben. Het loopt af met het geloof. Er zijn meer afhakers dan aanhakers.

Aan de andere kant zijn er prachtige diensten, geweldige samenkomsten, heerlijke grote, volle zalen, kampeermanifestaties met hoge bezoekerscijfers en bijbehorende juichende recensies. Wie dat ziet en meemaakt, krijgt niet het gevoel dat er iets ergs aan de hand is. Cijfers lijken erop te wijzen dat orthodox-gereformeerde kerken, de pinksterkerken en de evangelische gemeenten tegen de tijdgeest in blijven groeien. Daar zijn nog megakerken te vinden van honderden tot duizenden kerkleden. Wie er in zit wordt meegezogen met het positivisme dat de beweging, organisatie of kerk uitstraalt.

Toch ook hier een maar. Een boek dat is uitgekomen met interviews van gemeenteleden die de evangelische gemeenten via de achterdeur hebben verlaten. Mensen die ‘ooit evangelisch’ zijn, zich post-evangelisch noemen, traumatisch zijn van het evangelisch evangelie of uitgekotst zijn door het amateuristisch hogere management dat deze beweging kenmerkt. Bovendien is in de Geestvervulde beweging van geen statistiek sprake, waardoor cijfers slechts giswerk zijn. Daar waar ze wel zijn becijferd of onderzocht komen we een hoog overgangsgeloof tegen. Protestantse kerkleden lopen over naar het meer vrijere evangelie. Er is nauwelijks sprake van gelovigen die uit het niets zich bij de nieuwe kerken aansluiten.

Wat betreft de orthodoxe kerken is ’s lands Grootste Gereformeerde Krant (afgekort ND) zeer happig op verhalen van mensen die aanschoppen tegen de kerk van herkomst, zeker waar het de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt betreft. Deze week nog werden woorden getrokken uit de mond van een kritische, spraakmakende jonge dominee uit die kerk. ‘De Gereformeerde Kerken vrijgemaakt zijn ten dode opgeschreven’, horen we hem verklaren. Niet het geloof is ten dode opgeschreven, maar het systeem dat er van is gemaakt.

De kerk is dood. Het is een vervreemdende uitspraak voor wie midden op de Biblebelt zich bevindt tussen de duizenden gelovigen die dit smaldeel in Nederland kenmerkt. Het roept vraagtekens op voor de Drachtenaren of degene die tientallen kilometers rijden om zich te laten vermaken in de megakerk in het noorden des lands. Maar is het juist daar niet dat het sterven van de kerk zich ten volle openbaart? Ik hoor van kleine kerken die het hoofd nauwelijks boven het water kunnen houden. Leden besluiten het kleine kuddeke te verwisselen voor een grote moloch waar ze een half uur voor moeten rijden. Ze worden er meer opgebouwd, ze genieten van de mooie diensten, de geweldige toespraken. En rijden weer terug naar de plaats van herkomst, opgebouwd zodat ze er weer een week tegen kunnen.

De kerk als gemeenschap. Een boek dat prijkt in mijn boekenkast. Waar is die nog te vinden? Een kerk waar mensen om elkaar geven. Waar het budget niet grotendeels wordt opgeslokt door het mooie podium, de entourage, de filmcamera’s, de beamer of de techniek. Maar door armoedebestrijding, onderlinge zorg, cursussen om elkaar te ondersteunen. Waar het milieu niet wordt vervuild getuige de honderden auto’s die door goed opgeleide parkeerwachten professioneel worden binnengeleid. Maar waar mensen worden opgeleid om elkaar te ondersteunen in hun dagelijkse zorgen en noden.

De kerk is stervende. Maar is het een stervende zwaan of een achtergelaten graankorrel in de grond? De eerste is hopeloos verloren en kunnen we nog met een prachtig requiem, gezang ten grave brengen. Afgelopen. Voorbij. Einde verhaal. De tweede biedt hoop. Een stervende kerk die vrucht voortbrengt. Een kerk die bereid is zijn opgebouwde privileges af te leggen voor een hoopvolle toekomst. De schil van uiterlijkheden, knellende regels en wetten of prachtige diensten en grootse samenkomsten, afgelegd om weer tot de kern te komen van wat de werkelijke groei betekent. Leven uit de dood. De opstanding van de kerk.

zaterdag 13 november 2010

Artikel over nieuwe kerken in Elsevier

In de Elsevier van komende week wordt aandacht geschonken aan verschillende nieuwe kerken. ‘t Is een korte en treffende schets van ontwikkelingen op het vlak van nieuwe kerkvormen. Ondermeer Stars (Eindhoven), Villa Klarendal (Arnhem), Via Nova (Amsterdam), Zingeving op de Zuidas (Amsterdam) en In de praktijk (Den Haag) komen kort aan bod.

zaterdag 6 november 2010

Dualisme of holisme

Ik kom nog even terug op mijn ervaringen van afgelopen woensdag. Ik vond het namelijk een prachtig voorbeeld van dualisme versus holisme. Om dat te begrijpen eerst even een uitleg van deze begrippen.

Sinds de Verlichting is in de westerse kerk een dualistisch denken ingeslopen ten opzichte van het leven in onze samenleving. Het leven in de kerk, het geestelijke leven staat daarbij centraal, maar ook tegenover het leven in deze wereld. God is te vinden in het geestelijke domein. Alles wat daar niet mee te maken heeft, is verdacht, ongeestelijk en kan maar beter worden gemeden.

Daar tegenover staat een nieuwe beweging die in deze wereld het geloof wil uitspreken over alle aspecten van deze wereld. Christenen hebben een taak in deze wereld, die niet alleen beperkt is tot het geestelijke domein. Hun taak is om in de seculiere, niet gelovige, wereld christen te zijn en de principes van het evangelie daarin te laten doordringen. Er is geen tegenstelling tussen de wereld waarin men met het geloof bezig is (het sacrale) en de wereld die helemaal van God los is (het seculiere). Deze wereld is een geheel (holistisch) en mensen moeten als zodanig worden benaderd.

Mijn ervaringen met de twee verhuisdames is een voorbeeld van het laatste. De twee waren beide op zoek naar een huis. Ik kom langs en kan de twee aan elkaar verbinden. Daar zie ik een werking van God in. Hij heeft mij geleid om in de materiële behoeften te voldoen. In dualistische denktermen zou dit een prachtige manier zijn om de twee van het hoofddoel te overtuigen: het evangelie van Jezus. Het gebeuren op zich is minder belangrijk, want het gaat om behoeften in deze wereld. We kunnen maar beter uitzien naar wat gaat komen en ons bezig houden met ons 'zielen'-leven. In holistisch denken is ook de eerste scheppingsopdracht van belang. God schiep ons niet alleen om met Hem te leven, maar ook om met elkaar te leven, met behoeften aan materiële zaken, eten, een positie in de samenleving, gemeenschap met anderen, seksualiteit. Wij zijn geroepen om daar gehoor aan te geven. Als we dat doen, doen we net zozeer Gods wil als wij het evangelie brengen.

Mijn ervaringen in de avond waren een voorbeeld van het dualistische denken. Een geweldige aanbiddingsdienst, waar op zich niets mis mee was. Maar waar wel opmerkingen werden gemaakt, dat we nu God wilden ontmoeten. Die ontmoeting, met andere woorden, kon plaatsvinden door vooral samen te aanbidden (wat dan bedoeld wordt als: samen zingen en bidden). Terwijl ik dat hoorde, bedacht ik me dat ik God die dag in alle aspecten die ik deed al had ontmoet. Tijdens de OR-bijeenkomst, de ontmoeting met de dame, de computerles, het coachingsgesprek en ook nu tijdens deze avond. Maar er werd het gevoel gegeven dat nu de tijd was om God te ontmoeten. In het vervolg van de avond was er een moment waarop mensen voor zich konden laten bidden. Waarin ze de zegen van God mochten ontvangen. Over enkele mensen hadden de leiders een speciaal woord. Ik kreeg het gevoel dat dit DE manier is waarop God werkt. En als Hij bij ons niet zo werkt, er iets mis bij ons was. Maar terwijl ik buiten stond te praten met de rokende dame, was er net zozeer de aanwezigheid van God als binnen. Dat de sfeer deze vrouw niet aansprak was niet erg. Want in mijn ogen werkt God op diverse manieren. Op de manier die op dat moment binnen gaande was. Maar ook op de manier van gesprekken tijdens het roken.

God gaat overal met ons mee en wil ons daar gebruiken. Er hoeft geen heilig gebouw, geweldige sfeer of mooie liederen aan te pas komen vooraleer hij gaat werken. Hij vraagt ons als gelovige in deze wereld te leven. En Hij gebruikt ons ook zonder grote manifestaties of spontane ontmoetingen. Ook als we trouw ons werk doen en dat integer doen. Zonder dat we het weten, stralen we daardoor een beeld uit van wat een christen is. Soms merken we daarvan na verloop van tijd de resultaten. Vaak ook helemaal niet. Toch geloof ik dat zo'n holistisch leven gewenst is. Christenen horen niet alleen in de kerk. Ze moeten naar buiten om daar hun licht uit te stralen en zout te zijn.

donderdag 4 november 2010

Zomaar een 'vrije' dag

Vandaag had ik een vrije dag. Althans, dat dacht ik. Tussen negen en elf zat ik bij een vergadering van de Ondernemingsraad van de gemeente Arnhem. Er komt weer een grootscheepse organisatieverandering aan en daar moet de medezeggenschap bovenop zitten. Dus had ik een deel van mijn dag ingeruimd voor deze voorbereidende vergadering. Na afloop sprak ik nog wat na met enkele collega's.

De genuttigde koppen koffie werkten op mijn blaas, waardoor ik niet rechtstreeks naar de uitgang liep om naar mijn sportschool te gaan die op het opvolgende to-do-lijstje stond, maar naar het toilet. In de grote ontmoetingsruimte op weg naar die plek zag ik een goede bekende van Villa Klarendal zitten die een tijd lang uit beeld was. Of ik er niet even bij wil komen zitten. Wat ik na de noodzakelijke ontlading deed. Ze vertelde me haar verhaal, dat voor hier privé blijft. Een vraag kwam boven: ze wilde graag van huis ruilen. Of ik niemand wist die een appartement wilde ruilen voor een benedenwoning. Na enige creatieve hoofdbrekens drong bij me door dat een sporadische bezoeker van de Villa al tijden op zoek is naar iemand die haar appartement wil betrekken in ruil voor een benedenwoning. Dus belde ik die persoon en gaf mijn telefoon door aan de ander. Er werd om een uur een afspraak gepland en omdat de straat onbekend was, sprak ik af om rond die tijd als wegwijzer te fungeren.

Drie kwartier later dan gepland reed ik naar de fitnessruimte om een beperkter dan gepland programma af te werken. Na afloop was ik met de fiets net op tijd om mevrouw het adres te tonen. De twee bleken elkaar toch al te kennen.

Na een beleefd afslaan van de koffie racete ik naar huis om daar aangekomen even een werktaak uit te voeren. Niet voor lang, omdat het alweer tijd was om naar mijn computerleerlingen in het wijkcentrum te gaan. Daar aangekomen werd ik in een bezettingsdiscussie gezogen, omdat aan een andere gebruiker van het wijkcentrum onze computerruimte op deze dag permanent was toegezegd. Prachtige discussie wie nu wanneer voorrang had. Uiteindelijk werd voor de andere groep een nieuwe ruimte gevonden waar ze terecht kunnen als wij bij de computers moeten zijn. Dan waren de standaard plichtplegingen van koffie en thee gereed zetten aan de beurt die ik vervolgens naar de zaal bracht.

Een cursist zat al netjes te wachten, die ik volgens afspraak een eindtoets bezorgde waar hij de rest van de les zoet mee was. Ondertussen was ook een nieuwe persoon de zaal binnengekomen, die me vroeg naar de vervolgcursussen. Na een korte uitleg wilde ze zich inschrijven en vulde ze het inschrijfformulier in. Vrijdag zal ze het inschrijfgeld komen betalen en dinsdag start ze de cursus bij twee andere collega-vrijwillige-docenten. Dan hadden de inmiddels tot drie uitgegroeide computerstudenten mijn volle aandacht. Vragen over Excel 2007 wisselden zich af met die over de rekenmachine, het kladblok en het downloaden van MP3-bestanden van internet. Tussendoor nog snel een afspraak verzetten die ik om halfvijf had gepland met de opbouwwerker. En een enthousiast bedanktelefoontje van een van de ruildames die me meldde dat de ruil een feit was. Met dit alles werd het alweer snel halfvier, einde van de les.

De volgende gast diende zich aan. Tussen halfvier en halfvijf stond een coachingsgesprek met de stagiaire van Villa Klarendal gepland. Gesprekken over hoe hij het werk in de wijk ervaart. Veel vragen van zijn kant over het hoe en waarom van bepaalde manieren van werken. Na afloop werden de niet genuttigde koffie en thee en de leeggedronken kopjes van de computerles in de daartoe bestemde plekken achtergelaten. Tijd voor mijzelf. Tijd voor een maaltijd in een leeg huis vanwege een reünie, een dansles en werk van de andere huisgenoten.

Stipt halfacht stond een bezoeker van de Villa aan de deur met wie ik naar een speciale zendingsavond in onze oude kerk zou gaan. Ze zag er enigszins anders uit en al snel zag ik dat ze haar gebit niet in had. Ik vroeg haar of ze niet iets miste, waarop ze verschrikt naar haar mond greep en meldde dat hij thuis nog in de Steradent stond om lekker fris voor de dag te komen. Volgens mij was de gebitsloosheid geen groot probleem, maar ze stond erop om gebitsvol te verschijnen. Dus gingen we om tien voor acht met mijn zoon en het gebit inmiddels weer in de mond op weg naar de avond. Een prachtige avond met veel zingen en aanbidden in een stijl waar mijn gast op een gegeven ogenblik helemaal genoeg van kreeg. Geen nood. Ik kende het gebouw van haver tot gort en leidde haar onopvallend naar de uitgang, waar we een kwartier konden bijkomen met sigaret, frisse lucht en een ontspannen gesprek. Dat deed goed en daarna was de informatie uit Mongolië voor haar niet zo dodelijk vermoeiend als het voorgaande en zaten we met gloeiende oortjes te horen en te kijken naar wat God in dat verre land aan het doen was. De laatste sessie van samen God zoeken was voor mijn gast weer een brug te ver. Ze had behoefte aan rust en een kroket en ik geleidde haar naar buiten, waarna ik de sessie vervolgde.

Elf uur kwamen we thuis. En zo lig ik nu op de bank, terwijl we de nieuwtjes van de dag hebben uitgewisseld en ondertussen wat films hebben bekeken.

Zomaar een 'vrije' dag. Wie aan 'vrij' denkt, denkt aan een lekker-lui-languit-liggen-en-niets-doen. Hier niet dus. Althans, niet vandaag. Maar wel zo'n dag waarvan je achteraf zegt dat 'ie zinvol is besteed. Datzelfde geldt voor de afgelopen dagen als ik zo terug kijk. Leven met Jezus, missionair werk, 'tentenmaker' in Nederland: never a dull moment. Het is een groot avontuur, met elke dag weer iets nieuws.

Column Friesch Dagblad 25: Oh Oh Cherso

Het is een veel gehoorde klacht. Onze samenleving verruwt en verhardt. In de politiek worden de fraaie omgangsvormen inmiddels met voeten getreden. Mevrouw of meneer de voorzitter wordt langszij gezet en de spreker richt zich rechtstreeks tot de spreker. Waarbij de termen “u bent knettergek”, “effe dimmen” of het onlangs gehoorde “ja, dat is huilie huilie, mevrouw…” over het ooit zo gewaardeerde katheder knetteren.

De verruwing en verharding zet zich door in de populariteit van tv-programma’s. ‘Oh oh Cherso’ waarin jongeren uit Den Haag zich tegoed doen aan het uitgaansleven in Chersonissos (Kreta) en alles wat er gebeurt tot en met de niets ontziende nachtscenes live te zien zijn op tv is in korte tijd zeer populair geworden. Typetjes uit de Haagse buurten nemen geen blad voor de mond of voor wat dan ook en gooien alles open en bloot. Een niets ontziende openheid wordt de kijker geboden. En het is razend populair.

In de politiek was het een lang gekoesterde droom. De politiek moest dichterbij het volk komen. De parlementariërs moesten Jip en Janneke taal gaan spreken. Eerst spraken ze een taal die voor het gewone volk niet verstaanbaar was. In allerlei wollige, omfloerste en technische termen werden de onderwerpen voor het voetlicht gebracht. Dat was niet goed. Het moest anders. Ze hebben gekregen waar ze om vroegen. In een Jip en Janneke taal waar de honden geen brood van lusten. En met de vereenvoudiging van de taal kwam ook de verruwing van de omgangsvormen. Het is alsof men denkt dat als er eenvoudige taal wordt gesproken, ook de omgang moet worden vereenvoudigd. We passen ons aan aan wat gangbaar en vooral populair is. Van Oh oh Cherso tot de brutaliteit van Geen Stijl. Politiek nieuwe stijl; politiek Geen Stijl. Blaf de ander af, dan gaat ie vanzelf liggen. Of komt er een reactie en hebben we een leuk debat.

Is al die vervolksing en vereenvoudiging nu een verbetering? Ik weet het niet. Aanpassen aan de mores van het volk is op zijn zachtst gezegd vreemd. De politiek heeft hoe dan ook een voorbeeldfunctie. Als dat voorbeeld dan het gewone leven van het volk imiteert, is dat een teken dat er geen leiders meer zijn in het land. Dat zij het gedrag tenminste goedkeuren.

De media heeft wat dat betreft ook een eigen rol. Gaat het alleen om wat leuk en populair is? Dienen de kijkcijfers het Grote Doel? Typerend was de reactie van mediagoeroe Joop van den Ende met zijn dubbelzinnige uitleg over programma’s als ‘Cherso’. Hij zou uit persoonlijke overtuiging dit soort programma’s willen verbieden. Want welk voorbeeld geeft dit aan jeugd. Leef er maar op los, doe wat je wilt, zeg wat je wilt. Maar goed, een geweldige producer die de tijdgeest aanvoelt en een dergelijk programma uitzendt.

Cherso hoor ik in de verhalen van jongeren in mijn buurt. De man met het bleke haar legt zijn oor zeker dichtbij ons soort wijken, want dat is gewone spreektaal. En een deel van de omgangsvormen vind ik terug in hoe men hier met elkaar omgaat. Joviale klap op de schouder. Een beetje jennen. Een beetje de ander uit de kast lokken.

Jip en Janneke zijn terug. Maar hun taal is niet bedoeld om te jennen, te sarren of de ander vliegen af te vangen. Achter hun taal zit het nieuwsgierige en open gedrag van kinderen die nog vrij en onbevangen in het leven staan. Ik wil een leider zijn die zo in het leven staat. Niet in alles meegaan in hoe men leeft. Net even anders. Sprekend in de taal van het volk. Niet cynisch, rauw en hard. Maar open, liefdevol en onbevangen.

zaterdag 9 oktober 2010

Keuzes maken

Soms word je door het moment van de tijd genoodzaakt keuzes te maken. Dat geldt wat mij betreft zeker voor de afgelopen tijd. Ik vind het leuk om te schrijven en te bloggen. Ik vind het heerlijk om eens rustig te studeren en na te denken.

Soms worden die vrijetijdsbezigheden ondergesneeuwd door belangrijkere dingen. Dan moet je pas op de plaats maken. Een verplichte blog-, schrijf- en studiestop instellen.

Dat is dan jammer, maar als ik dan moet kiezen, kies ik voor wat belangrijker is. Wie mijn blog en columns wat volgt, valt op dat mijn gedachten en vrije tijd de afgelopen periode helemaal in het teken stonden van het thema gemeenschap. In juli ben ik samen met twee anderen aangesteld als leidinggevende van de nieuwe christelijke gemeenschap Villa Klarendal. Een van de anderen ging direct na de aanstelling over tot een welverdiende zwangerschapsverlof, waar ze pas op 1 november van terug zal komen. De eindverantwoordelijkheid voor de Villa lag daardoor de afgelopen tijd bij de andere leidinggevende en ikzelf. Daarnaast hebben we gelukkig nog onze drie echtgenoten en twee anderen met wie we samen het kernteam vormen.

Gezamenlijk zijn we bezig geweest met de verdere vorming van onze gemeenschap. Waar een gemeenschap spontaan uit een project is ontstaan, moet nagedacht worden hoe de gemeenschap in goede banen kan worden geleid. Bij een kerkgemeenschap horen dan ook nog de nieuwe aspecten die daarbij gepaard gaan. En de vragen die daarmee gepaard gaan.

Denk daarbij aan:

Lidmaatschap
Hoe kun je ervoor zorgen dat de gemeenschap aantrekkelijk blijft voor iedereen (inclusief), zodat iedereen die komt zich thuis mag voelen. Tegelijkertijd willen we mensen die verder willen groeien gestimuleerd worden om zich ook daadwerkelijk kunnen aansluiten bij de christelijke gemeenschap. Het is een dilemma om de open gemeenschap te kunnen combineren met een kleinere groep die deel uitmaakt van de christelijke gemeenschap en zich daaraan toewijdt.

Doop
Gaat de nieuwe gemeenschap uit van de kinderdoop of van de volwassenendoop (beter gezegd: doop op geloof). Lastige vragen, omdat we als team uit kerken afkomstig zijn die een van beide dooppraktijken aanhangen met de achterliggende theologie. Het was dan ook als team en als nadenkers gevaarlijk om terecht te komen in de jarenlang durende polemiek die tussen beide groepen aan de gang was. We zijn uiteindelijk samen uit de theologische loopgraven gekropen om te zoeken naar wat werkbaar zou zijn in missionaire situatie waarin Villa Klarendal zich bevindt. Dat we zijn uitgekomen bij de kinderdoop is voor sommigen uit mijn achtergrond lastig te begrijpen, maar wij zien er wegen voor. Op die basis hebben we afgelopen zondag een kinderdoopdienst gehouden. Maar inmiddels zijn er ook verzoeken gekomen voor een volwassenendoop van mensen die geen kerkelijke achtergrond hebben.

Avondmaal
Een van de basispraktijken van een christelijke gemeente is het herdenken van Jezus' lijden en sterven door de tekenen van brood en wijn. Vanaf het begin stond voor ons vast dat dit sacrament ook binnen Villa Klarendal ingevoerd moest worden. Ook hiervoor geldt weer dat het gezamenlijk vieren als gelovigen van Christus' heilsdaad een uitsluitend fenomeen kan zijn. Grote vraag voor ons was hoe we dit konden invoeren binnen onze viering zonder de zoekers, die niet-gelovigen of de anders-gelovigen die zich bij ons thuis voelen een gevoel van vervreemding krijgen. Het laatste is er nog niet over gezegd. Daarom hou ik de uitkomst van dit gesprek hier nog even onder ons.

De nieuwe gemeenschap lijkt vorm te krijgen. Hoe dan ook moeten we keuzes maken om als gemeenschap te kunnen groeien. Met het grote feest op 25 september en de eerste doopdienst op 3 oktober hebben we ons voor het eerst in het openbaar gemanifesteerd. Alle andere aspecten zullen nu langzamerhand worden ingevoerd. En dat terwijl het oude vertrouwde blijft bestaan.

De reactie van bezoekers is tot nu toe alleen maar positief en enthousiast. Het startfeest en de doopdienst werden met open armen en harten ontvangen. Het mooiste wat ik deze week uit de mond van een van hen hoorde was een eigen vertaling van een gesprek met mijn dochter. Toen die op de vraag van de bezoeker of zij nog wel naar een kerk ging wat weifelend antwoordde, reageerde de bezoeker dat de gemeenschap binnen de kerk zo nodig is, omdat het zo moeilijk is om alleen te geloven. Zo, dat drong diep naar binnen. Ik ben benieuwd hoe dit inzicht verder uitwerkt. In zowel het leven van mijn dochter als in dat van de bezoeker.

Kortom, de moraal van dit hele epistel. We worden hoe dan ook voor keuzes gesteld. Zowel persoonlijk als gemeenschappelijk.

Column Friesch Dagblad 24: Groei van een gemeenschap

In juli vertelde ik over de start van de nieuwe christelijke wijkgemeenschap Villa Klarendal. Starten is het ene. Het daadwerkelijk opbouwen ervan is het andere. De afgelopen weken zijn we hard aan de slag gegaan om allerlei aspecten van die gemeenschap verder uit te bouwen.

Het is prachtig om te zien dat we een vaste kern van bezoekers hebben, met wie we wekelijks of in ieder geval zeer regelmatig contact hebben. Zij voelen zich steeds meer betrokken bij onze gemeenschap. Dat uit zich doordat mensen zich spontaan aanmelden voor activiteiten.

Vorige week zaterdag vierden we het ‘startfeest’ Villa Klarendal als christelijke wijkgemeenschap. Dat was tegelijkertijd een lustrumviering, omdat het op 1 oktober alweer vijf jaar geleden is dat de Villa officieel het leven zag. Dat moest een feestelijk tintje krijgen. We een buurtfeest in een grote buurttuin. We nodigden ongeveer honderdtwintig mensen uit die op wat voor manier dan ook waren betrokken bij onze gemeenschap.

We bestelden barbecuevlees waar moslims en hindoes aan mee konden doen. We zorgden voor een vegetarische variant. Vaste bezoekers grepen onze vraag om ondersteuning van harte aan. Drie mensen stonden tussen elf en drie uur klaar om vier grote bakken groente te snijden voor de salades. Anderen hielpen mee met het versieren van de tuin. Weer anderen sjouwden zich een ongeluk aan stoelen, tafels, partytenten, een barbecue, statafels en vuilnisemmers die belangeloos door de lokale speeltuin ter beschikking werden gesteld.

Tijdens het feest, waar bijna negentig mensen op af kwamen, waren er dan nog de spontane barbecuemannen die behoorlijk werden uitgerookt, de schenkers die de bezoekers van een natje voorzagen en de opscheppers die er voor zorgden dat iedereen werd voorzien van de nodige salades en brood die bij het vlees konden worden genuttigd.

En dan niet te spreken van de noodzakelijke afbrekers die er weer voor zorgden dat alles op een goede manier werd afgebouwd, de rommel werd opgeruimd en de tuin weer in goede orde werd achtergelaten. En dan tenslotte de laatste sjouwers die de ontvangen benodigdheden weer terugbrachten naar de rechtmatige eigenaar.

Een organisatie van jewelste. Maar prachtig om te zien dat bij al die taken die spontaan werden ingevuld nauwelijks enige wanklank werd vernomen. Op het onrechtmatig meenemen van de kleine afscheidsgeschenkjes na, was er niets wat er grandioos mis ging. En dan is het te hopen dat die kleine lichtjes in de duisternis (glow in the dark) ook werkelijk iets gedaan hebben aan de donkerte van de, ongetwijfeld kleine, ontvreemdertjes.

De samenwerking tussen al die mensen heeft het gevoel van saamhorigheid versterkt. En nog voordat we het wisten, konden we hetzelfde huzarenstukje afgelopen zondag nog eens herhalen. Toen vierden we namelijk een (kinder)doop die voor het eerst in onze gemeenschap werd voltrokken. Weer veel mensen die zich spontaan aanboden en die bereid waren een deel van hun tijd te geven aan ‘hun’ Villa. De doopdienst zelf was een prachtige eerste uitwerking van onze wens om daadwerkelijke christelijke gemeenschap te worden, met alle sacramenten van dien.

De gemeenschap wordt versterkt. Het sacrament versterkt de gemeenschap. De groei van de gemeenschap wordt zichtbaar in getal, maar ook op een verdiepende manier. Het zal dan ook niet lang duren voordat we ook dat andere sacrament met brood en wijn (of druivensap) tot ons zullen nemen.

In die groei zien we een bevestiging dat we op een goede weg zijn. Samen met elkaar een gemeenschap worden. Gebaseerd op intermenselijke contacten. Waar iedereen welkom is. Waar de mogelijkheid is tot verdieping. Die niet indruist tegen de relaties in de wijk. Samen voor de wijk. Samen voor elkaar. Samen voor onze Heer. Een drie-in-een samenleving.

woensdag 29 september 2010

Christelijke wijkgemeenschap Villa Klarendal officieel van start


Hoera! Eindelijk zijn we officieel begonnen. Afgelopen zaterdag heeft de Christelijke wijkgemeenschap Villa Klarendal zich officieel gepresenteerd aan de buitenwereld.

Tussen vier en zeven uur organiseerden we een feest voor wijkbewoners, betrokkenen en (oud-)medewerkers en -vrijwilligers.

Een gezellige barbecue onder de bezielende leiding van Theodoor.




mensen verstopt in twee grote tenten die belangeloos werden uitgeleend door bouwspeelplaats De Leuke Linde!



Luisterend naar het welkomstwoord van Marc.


Het bedankje van Susanne aan Robert en Albert Frans van Youth for Christ.





Hun ondersteuningsstokje wordt overgedragen aan de Koepelkerk in de persoon van Wim.








de onthulling van het logo. Door bezoekers Lies en Lisa.

vrijdag 24 september 2010

Column Friesch Dagblad 23: Christelijke gemeenschap

De zomer is altijd weer een prachtig moment om mijn geest te scherpen door het lezen van boeken. Dit jaar heb ik mij volgelezen over alles wat ging over gemeenschap en gemeenschapsvorming. De nieuwe gemeenschap die Villa Klarendal wil zijn, moet namelijk worden vormgegeven. Dan is het wel zo handig te weten hoe dat handen en voeten te geven. Over gemeenschap-zijn is gelukkig veel geschreven, dus de boekenkast stond tijdelijk voller met boeken die uit de bibliotheek naar huis werden gesleept.

Niet alleen boeken zijn volgeschreven. Iedereen lijkt wel een mening te hebben wat christelijke gemeenschap, gemeente-zijn of kerk-zijn betekent. Hoe vaak heb ik niet in de dagelijkse praktijk als voormalig oudste van een pinkstergemeente gehoord dat de gemeente niet meer is wat het hoort te zijn. Men had een ideaal van de christelijke gemeenschap. En dat ideaal moest koste wat het kost worden doorgevoerd.

Tussen die gedachten met idealen en de talloze bladzijden waarop die idealen waren opgetekend, vond ik een schijnbaar onbeduidend en dun boekje met de titel ‘leven met elkander’ van de bekende schrijver Dittrich Bonhoeffer. Een boekje dat hij had opgetekend in 1937. Tamelijk uit de tijd zou je denken. Een dun boekje van ver voor deze tijd. Weg ermee! Ik heb het toch ter hand genomen en kwam tot de conclusie dat de schrijver enkele tijdloze noties schreef over het onderwerp, die zeker actueel te noemen zijn.

Temidden van alle hooggestemde idealen komt de schrijver tot de conclusie dat ‘christelijke gemeenschap (hij noemt het nog ouderwets ‘broederschap’) geen ideaal is, maar goddelijke werkelijkheid…’.

Mensen hebben een diep verlangen naar gemeenschap. Als ze in een gemeenschap terechtkomen, blijkt al snel dat die niet voldoet aan onze idealen. Wat gebeurt er dan? Er start een klaagzang over de slechte ervaringen of het gebrek aan gemeenschapszin. Gelovigen die zich meer dan gemiddeld hebben ingezet zullen het wel kennen. Waar we in echt gesprek en samenwerking met mensen komen, ontstaat teleurstelling, pijn, of onbegrip. We worden gefrustreerd, omdat de ander niet voldoet aan ons wensbeeld.

We lezen of horen Psalm 133: ‘Hoe goed is het, hoe heerlijk als broeders bijeen te wonen! Goed als olie op het hoofd die neervalt op de baard, de baard van Aäron, en neervalt op de hals van zijn gewaad, als de dauw van de Hermon die neervalt op de bergen van Sion. Daar geeft de HEER zijn zegen: leven voor altijd.’
En we komen tot een eigen vertaling van de psalm.
Hoe goed is het, hoe heerlijk als broeders bijeen te wonen? Ik betwijfel het. De olie op het hoofd die neervalt op de baard van Aäron en de hals van zijn gewaad lijkt in brand te zijn gestoken, met alle gevolgen van dien. De dauw op de Hermon lijkt zodanig te zijn verdampt dat er Russische branden op ontstaan die niet te blussen zijn. En de zegen van de HEER? Die lijkt te zijn vervangen voor een vloek. Als ik zo voor altijd moet leven, hoeft het niet meer voor mij….

De conclusie van Bonhoeffer is, dat de ware gemeenschap pas begint waar wij teleurgesteld, moegestreden, afgemat of gepijnigd zijn. En wij onze broeders of zusters die daarvoor hebben gezorgd leren te verdragen en te vergeven. Weg idealen. Weg allerlei romantische gedachten. Helemaal tot op de bodem van ons eigen kunnen de ander tegemoet treden en vergeven. Samen op de knieen of in ieder geval in gebed en daar elkaars hart uitstorten.

Om zijn woorden in eigen woorden te citeren: de zondige medegelovige is nog altijd degene met wie ik het geloof in het verlossingswerk van Christus deel. Danken dat wij samen mogen leven in de vergevende liefde van Jezus Christus. Leren dat wij nooit van eigen woorden en daden kunnen leven, omdat die alleen maar teleurstellen of pijn doen. Waar de ochtendmist van menselijke idealen verdwijnt, breekt de zon van de daadwerkelijke christelijke gemeenschap in al zijn felheid door.

maandag 30 augustus 2010

Relevante christenen (2): het verschil maken

Een tijdje geleden begon ik met een blog over 'relevante christenen'. Nu, na mijn vakantie, wil ik daarmee verder gaan.

Laatst was ik in de stad en zag een marktkraam met boeken staan. Ik dacht aan dit thema en ging er bij zitten om te observeren hoe mensen reageerden. Driekwart zag het niet eens en liep voorbij. Af en toe spraken de mannen bij de stand mensen aan. Aan de hand van een foldertje. Af en toe leidde dat tot een gesprekje, maar meestal nam men het foldertje aan zonder er verder op in te gaan. Want de stijl is hetzelfde als de krantenjongens die je onder het mom van een gratis krant aanbieden een abonnement willen aansmeren. Veel van de folders komen dan ook uiteindelijk op de straat terecht. "Weet u waar u naar toe gaat?" vraagt het foldertje. Het foldertje weet het in ieder geval wel...

jaren geleden was ik niet tevreden over de manier waarop evangelisatie werd gedaan in mijn toenmalige gemeente in Arnhem. We deden een soort standaard, waarbij een ding voorop stond: mensen moesten naar de kerk worden getrokken. Er was een stramien dat herkenbaar is in veel kerken. Je organiseert een actie op een dag. Van tevoren wordt in de kerk gebeden en verlangd om veel mensen te ontmoeten. '...dat we maar veel contacten mogen ontmoeten'. Na een tijd van voorbereiding die per keer verschillend was, maar over het algemeen lang duurde, gingen we 'naar buiten'. We deden de actie op allerlei manieren, maar vooral om mensen tegen te komen en met hen te praten. Waar was het op gericht? Om mensen het evangelie te vertellen. Negen van de tien keer waren mensen niet zo geïnteresseerd. We waren dan ook zeer blij als we een keer wel een gesprek hadden. En hoopten die 'contacten' weer te mogen tegenkomen in de kerkdienst waar we ze voor uitnodigden. Op de zondag keken we dan uit en merkten dat niemand van de contacten was gekomen. Teleurstelling alom.

Die manier van werken wordt tegenwoordig ook wel inside-out genoemd: je gaat van binnen naar buiten om mensen van buiten naar binnen te trekken. Omdat ik merkte dat dit niet werkte, ben ik verder gaan denken en experimenteren. We gingen kijken naar onze omgeving, omdat we verlangden naar structureel contact en niet incidenteel contact. We kwamen terecht bij de werkgroep Spijkerkwartier, die de wijk waar onze kerk in stond wilde verbeteren en zich hard maakte voor de verwijdering van de prostitutie uit deze woonwijk. Wij sloten ons aan als gebruiker van de wijk (niemand van de gemeente woonde er) en gingen meedenken over hoe we de wijk konden verbeteren. We zagen aanknopingspunten. Ook wij waren, vanuit een heel ander gezichtspunt, niet erg blij over prostitutie. We gingen mee met acties en bedachten ludieke vormen om de gemeenteraad van ons gelijk te overtuigen.

Terwijl we zo bezig waren met nadenken, gebeurde het na de vergadering regelmatig dat we een biertje dronken. Aan de bar kregen we dan een diepgaander gesprek. Doordat we niet meer 'van buiten' kwamen, meer deel van het geheel werden, raakten we met elkaar vertrouwd en op basis daarvan ontstonden die gesprekken. Gesprekken die we na de volgende vergadering weer konden verder zetten. In de onderlinge contacten leren mensen ons kennen. Daarin, juist in dat eenvoudige, kunnen we relevant zijn, HET VERSCHIL MAKEN.

woensdag 11 augustus 2010

Column Friesch Dagblad 22: Rust

Vakantie. Een tijd van uitrusten. Tot jezelf komen. Nieuwe kracht opdoen na een drukke periode.
We gaan op vakantie. Liggen dagelijks aan het strand en lezen boeken of tijdschriften. Even het lichaam rust gunnen en de geest andere literatuur of lectuur, waardoor ook die rust of nieuwe kracht krijgt. Weer anderen gaan naar nieuwe streken om avontuur te beleven. Gaan ver weg om te ontdekken dat ze in een hotel of appartement zitten met heel veel landgenoten. Nieuwe gerechten uitproberen. Mooie gebieden ontdekken die zo anders zijn dan in het land van herkomst, dat de verbazing over dat gans andere de drukte en onrust van het leven van alledag doet vergeten.

Na een week in het dichtbije maar toch zo verre Antwerpen, besluit ik de rest van mijn vakantie te besteden in eigen huis. De rust in die omgeving is dusdanig, dat een boerengezin dat ooit bij ons op bezoek was zich afvroeg hoe wij het hier konden uithouden. Want ja, een stadswijk in de zomer is bij lange na niet te vergelijken met het boerenerf op het platteland.

Geluiden zijn er voldoende. Zittend in mijn huiskamer, hoor ik de geluiden van spelende kinderen en dat van motoren van de werkers die in enkele weken een mooie nieuwe straat voor ons huis bouwen. Als de bouwers zijn verdwenen, blijft het geluid van mensen hoorbaar. De motoren maken plaats voor groepjes vrouwen het bankje voor ons huis bezetten. De hangplek wordt om en om ingenomen door Turkse en Surinaamse vrouwen met dito geluiden. De kinderen ondertussen lijken energiepillen te hebben geslikt, want hun gegil, geren, gelach en soms ook gehuil gaat door tot nadat het donker is geworden (en dat is laat in de zomer). Bij een gezellige barbecue die naar goede Turkse gewoonte rond negen uur 's avonds begint is het al snel tot na het middernachtelijk uur als de kinderstemmen verstommen.

Soms maken die kinderstemmen dan plaats voor de wat oudere jeugd die het bljjkbaar te warm vindt om onder of op de dekens te rusten van de dag die achter hen ligt. Of ze hebben een groot deel van de dag vervangen voor de nacht, getuige ook mijn kinderen die over het algemeen niet voor het middaguur beginnen aan het ontbijt. En die jongeren denken dan niet aan het pleintje waardoor geluiden versterkt worden. Welnee, de auto scheurt door de straat. Stopt met gierende remmen. De deur opent en de muziek komt ons als een housefestival tegemoet. En daar moet men natuurlijk bovenuit kunnen praten, wat soms gezellige taferelen geeft.

Gisteren nog werd de rust op een andere manier verstoord. Geluiden van sirenes gingen door de buurt. Ambulance, brandweer en politie reden door de wijk. Als rechtgeaarde wijkbewoner vloog ik op de plek van onheil af. Waar het geluid van nieuwsgierige mensen de straat vulde. Een binnenbrandje veroorzaakte de commotie en zorgde voor heel wat zomerse geluiden en bijbehorende geuren.

Voor velen is deze beschrijving een spookbeeld, waardoor hun idee van rust wordt verstoord. Hoe kun je daarin leven? Het is waar. Je moet er tegen kunnen. We schrikken niet meer wakker van een schreeuwende jongere in het nachtelijk uur. We kijken niet meer op van een man die wat teveel in zijn glaasje heeft gekeken. 's ochtends vroeg blijkt dat de stad de natuur niet heeft uitgebannen. Gekwetter bezorgt sommige gezinsleden een natuurlijke wekker. Wat zij niet in dank afnemen.

Midden in de stad zit ik nu veel met een boek in huis of in de tuin. Afgesloten van de rest van de wereld met toch de geluiden van alledag om mij heen. Ik hou van de stad. Ik hou van haar geluiden. Ik hou van haar geuren. Ik hou van de rust die daar toch soms in te vinden is. Wie zijn rust zoekt in uiterlijke omstandigheden, komt hier bedrogen uit. Wie de rust zoekt in de binnenkamer of in de binnentuin, zal verbaasd zijn hoezeer de innerlijke rust ook in deze omgeving te vinden is. Ik zou zo zeggen: geniet ervan!

dinsdag 13 juli 2010

Column Friesch Dagblad 21: het kind gaat zijn eigen weg

De leegloop, verkoop en sloop van kerken is hot nieuws in de media. De kerk verdwijnt uit het normale leven van alledag. Het lijkt alsof kerken alleen maar verdwijnen. Dat er op een andere manier ook mooie en nieuwe gemeenschappen ontstaan komt daardoor niet ter sprake. Gelukkig gebeurt het nog steeds. Dat er nieuwe christelijke gemeenschappen ontstaan in een tijd van kerkverlating. Soms gewild en van tevoren gepland. Soms spontaan als gevolg van activiteiten die christenen ondernemen in hun eigen omgeving.

Dat laatste is het geval bij Villa Klarendal, het project van Youth for Christ (YfC) dat ik in oktober vijf jaar geleden samen met drie anderen opzette. Een project bedoeld om als christenen van betekenis te zijn in de eigen omgeving. Samen zouden we optrekken om de wijk te dienen met alle gaven die we hadden. Met computerlessen, voedselbank, kinder- en jongerenwerk, samenwerking met andere organisaties in de wijk, een brunch en viering waar mensen meer over ons geloof zouden horen. De brunch en viering was de plek waar we mensen mee naar toenamen als ze in de andere activiteiten belangstelling toonden voor ons geloof. Al snel waren er tussen de tien en vijfentwintig mensen uit de wijk die de wekelijkse vieringen bezochten. Het was een gezellig gebeuren, een vrijblijvend onderzoek naar het geloof van die christenwijkbewoners. Die vrijblijvendheid bleek ook tijdens hoogtijdagen als Kerst en Pasen en tijdens de zomervakantie. Dan was er geen behoefte aan een groot feest of dunde het bezoekersaantal dusdanig uit dat je ze op twee handen kon tellen.

De bezoekers zouden we meenemen naar kerken in de stad om ze kennis te laten maken met ‘de kerk in Arnhem’. Na het bezoek aan enkele kerken, reageerden bezoekers steevast dat het wel leuk was, maar dat ze iets misten: ‘hun kerk’, de Villa.

Na drie jaar besloten we daarom toe te werken naar verzelfstandiging van Villa Klarendal. We zouden gaan werken aan gemeentestichting. We gingen op zoek naar een kerk waarmee we konden samenwerken en kwamen terecht bij de gereformeerd-vrijgemaakte Koepelkerk. In gesprekken die we daarna voerden, kwamen we tot interessante ontdekkingen. De eerste was dat we niet meer hoefden te werken aan gemeentestichting, omdat de gemeenschap al bestond. Een groep die voor elkaar zorgt, regelmatig rondom Gods woord bijeenkomt en maaltijden met elkaar houdt. We dachten ook na over wat bij een christelijke gemeenschap hoort: doop, lidmaatschap, avondmaal en structurele zorg voor elkaar.

Op 1 juli was het zover. De verzelfstandiging was een feit. De formaliteiten rond de inschrijving van een kerkgemeenschap en een daarnaast functionerende stichting zijn afgerond. Een driekoppig leiderschap is aangesteld. Een toezichthoudende groep is in functie. Een bankrekening is aangevraagd. Officieel is Villa Klarendal, wijkproject van YfC, omgevormd tot ‘christelijke wijkgemeenschap Villa Klarendal’. Het kind is groter geworden en gaat een nieuwe fase in. De moeder wordt bedankt. Het kind gaat zijn eigen weg. Met grote en kleine vrienden.

Ieders rol verandert. Bezoekers en teamleden worden leden. Kernteamleden, onder wie ikzelf, worden leidinggevende. En misschien worden lezers vrienden. Neem gerust contact op om meer betrokken te worden.

donderdag 8 juli 2010

Relevante christenen (1)

Veel van wat wij in Klarendal doen heeft te maken met relevantie. Hoe kan ik in deze tijd, in deze omgeving zo leven en werken dat mensen die we tegenkomen interesse krijgen voor wat we doen.

Relevantie is een synoniem voor 'Ter zake doende' of 'belangwekkend'. De vraag in deze tijd is of wij voor mensen die niets met het geloof van doen hebben ter zake doen of belangwekkend zijn.

Als het gaat om christenen, halen veel mensen de schouders op. Uitvloeisel van een beweging die lange tijd de hoofdrol heeft gespeeld in ons land. Die af en toe nog wat wil zeggen. Maar als die iets zegt, hoort men het aan, gaat dit het ene oor in, het andere oor uit en gaat men over tot de orde van de dag.

Christenen. Dat zijn vooral conservatieven, die alles bij het oude willen houden. Die anderen willen beknotten in hun vrijheid. Betutteling, dat was tijdens de vorige regering vooral het gevoel over de regering waarin twee christelijke partijen betrokken waren.

Christenen zelf hebben ook wel ideeën over relevant zijn. Maar dat is vaak gelijk aan wat anderen denken over die regering. We willen vooral anderen betuttelen en beperken. Zo kwam ik op een forum van forum.fok.nl de volgende beschrijving van een ongetwijfeld zeer overtuigde christen tegen.

Zéér toegewijdde Gristenen bestempelen alles wat niet relevant is met hun Bijbelse propaganda als duivels en heidens.
Werkt bij mij ook zo'n über Christelijke oude doos. Altijd maar op me kafferen als ik 'Gvd' (afgekort RJ) zeg of wanneer ik ook maar iets doe wat háár niet bevalt. Okee, ze doet nooit letterlijk vloeken of politieke/bijbelse incorrecte dingen, wél is ze constant gefrustreerd/geïrriteerd, hartstikke bot en zeikt over letterlijk alles. Maar alles wat zij doet is natuurlijk we goed, zo lang het maar volgens het testamentje is, ook al is dit nadelig voor andere mensen om d'r heen. Gelovigen.


We begrijpen het, schrijver, zo niet. Maar zo is het ons christenen wel met de paplepel ingegoten. Als we maar in het openbaar bidden, niet vloeken, anderen erop wijzen dat vloeken niet goed is, ons houden aan Gods wetten en anderen daarop wijzen, zijn we relevant. Het moet blijkbaar anders. Maar hoe?

dinsdag 6 juli 2010

Nog meer feest!

Afgelopen donderdag was het 1 juli. Voor sommigen de overgang naar een mooie zomermaand. Wij hebben jaren toegewerkt naar deze datum. In allerlei gesprekken kwam de datum het afgelopen jaar steeds ter sprake. Wat moest er niet allemaal gebeuren voor die datum. Af en toe werd het ons bang te moede. Zou alles wel lukken?

Statuten werden gemaakt. Aanvragen gedaan voor een stichting en een kerkgenootschap. Afspraken over financiën. Aanvraag voor een bankrekening die je vervolgens niet vertrouwen en wel tien keer een uitdraai van de papieren moet krijgen (ze zullen denken: een nieuwe kerk, dat geloof je toch niet?). Overdrachtsafspraken met Youth for Christ. Doordenken van lidmaatschap, doop, avondmaal. Gesprekken met bezoekers die moeten worden duidelijk gemaakt dat het komende vertrek van Susanne per 1 januari niet het einde van de wereld is. Gesprekken onderling over het leiderschap van Villa Klarendal. De pers die weer op de stoep staat als Youth for Christ bericht dat er vanuit die organisatie een nieuwe kerk los komt.

Af en toe vroeg ik me af of ik nu nog alleen bezig was met besturen of met de mensen in de wijk. Overigens was en is dat besturen heerlijk. Een goede sfeer met veel humor waar we van alles werd gedeeld, de makkelijke en moeilijke dingen. Tijdens deze gesprekken waren we daadwerkelijk bezig op leiderschapsniveau een vriendschap te bouwen tussen Villa Klarendal en de Koepelkerk in Arnhem.

Dus was het ook afgelopen zondag weer feest. Zonder logo, maar wel met een kaartje op de muur werd duidelijk gemaakt dat we nu dezelfde naam hebben, maar met een andere bijnaam. "Youth for Christ project" is nu "christelijke wijkgemeenschap" geworden. Een wijkgemeenschap op weg. Een samen opgaan van allerlei mensen die samen Jezus willen volgen in deze wijk. En die er voor deze wijk willen zijn om de wijk te dienen.

Als dat geen feest is?

Wijkfeest 2

Het werd dus een leuke en gezellige dag nu bijna twee weken geleden. Lekker eten. Gezellig kletsen tijdens het ontbijten. Tussendoor gein trappen met iedereen die we kennen. Kleine gesprekjes met politici die ik natuurlijk net weer anders moest aanspreken, zij het dat ik op mijn zonnige vrijetijdskloffie liep en zij op hun volksvertegenwoordigende outfit (sommigen met pak aan bij dertig graden in de zon!!!).

En daarna moest ik snel naar het wijkcentrum om daar een deel van de hapjes te halen die een van de wijkbewoners had gemaakt. Tenminste... dat hadden we afgesproken. Hij zou het ter plekke koken en bakken. Hadden we daarvoor een keukentje gehuurd voor vijfhonderd euro. Telefoontje van meneer. Hij was ziek geworden. Wist hij de dag daarvoor ook al, maar toen had hij geen puf om te bellen of zo.

Fijn, leuk, driekwart van het eten niet aanwezig. Snel terug naar de stand om daar te improoviseren. Met ut otootje van een van de teamleden naar de zieke man om de ingredienten van pannenkoeken te halen. Dan zouden we naast de Iraanse en Afghaanse hapjes en broodjes maar snel pannenkoeken bakken. Dure pannenkoeken, dat wel met zo'n enorme keuken. Maar goed, al met al voor 35 euro verkocht aan hapjes. Jammer dat de tafel precies naast het grote podium stond. Lekker praten met mensen dus. En niemand durfde met die grote boxen over te steken. De pannenkoekactie was dus een goede zet, want ineens kwam er een stroom, vooral jonge, mensen onze kant op.

Wijkfeest. Deel zijn van het geheel. Een keer per jaar. Maar in de rest van het jaar zijn we ook in die wijk. Ook als het net even minder gaat. We kijken terug op een leuk feest. Kijk en geniet mee hieronder met een filmpje van het feest. En kijk maar of je bekenden ziet. Af en toe worden wij of andere mensen van de Villa gespot tijdens het eten. En de muziek op het podium speelde zich echt af op vijf meter naast onze stand!

zaterdag 26 juni 2010

Wijkfeest

Vandaag zijn we in de ban van een jaarlijks terugkerend feestmoment. Om 10.00 uur vanochtend begint het ontbijt op de speeltuin in de wijk waar alle wijkbewoners voor uitgenodigd zijn.
Wij laten daar ook ons gezicht zien en zullen ons lichaam laten versterken door wat de speeltuin heeft ingekocht.
De rest van de dag deel ik lekkere hapjes uit die leden van de Landen Kookgroep heeft gemaakt.

Het wordt weer een gezellige dag met veel gesprekjes, veel lol en ongetwijfeld ontmoeten van veel wijkbewoners, waarvan Villa Klarendal een steeds belangrijker onderdeel van uitmaakt.

dinsdag 15 juni 2010

Column Friesch Dagblad 20: Wonen met andere culturen is soms lastig

Ik ga op Wilders stemmen’’, zei ze met een twinkeling in de ogen, ,,die zegt tenminste waar het op staat’’. Een uitspraak van een van onze vaste bezoekers tijdens een gesprekje voorafgaand aan de verkiezingen van 9 juni. Wij waren sprakeloos. Een Surinaamse met een dergelijke uitspraak. Of ze dan wel de gevolgen besefte. Voor haar geen probleem, ze was in Nederland geboren (in het Nederlands Koninkrijk begreep ik later, want ze is van voor 1974 en daarmee geboren in Nederlands-Suriname). Nog wat vragen en antwoorden later staakten we onze pogingen. Ze was er al van overtuigd. Ze zou haar proteststem uitbrengen op de man met het gebleekte haar.

Verbaasd
Voordat ik in deze wijk woonde, zou ik me daarover hebben verbaasd. Elk weldenkend mens, laat staan iemand die zich laat voorstaan op het christelijk geloof, kan toch niet op iemand stemmen met dergelijke radicale uitgangspunten? Sinds ik in onze wijk woon, begrijp ik steeds meer hoe mensen tot zo’n keuze komen.
Op de grachtengordel kom je geen Turkse of Marokkaanse mensen tegen bij wie je culturele verschillen aan den lijve ervaart. Hier wel. Spelen onze, toen nog kleine, kinderen met een stel Turkse meisjes. Het gaat heel leuk en gezellig. Na verloop van tijd komen ze huilend thuis. Ze waren uitgejouwd en gepest. Waarom? Omdat twee andere Turkse kinderen erbij kwamen, gezellig met de anderen Turks begonnen te praten en in het Turks onze kinderen gezellig wegwerkten. Wat doe je dan? Spreken met de ouders. Helaas, nul op het rekest: ach, dat is toch maar kinderspel. Maak je niet zo druk, er is niets aan de hand. Einde verhaal.

Een andere keer is mijn zoon met zijn vrienden aan het voetballen op straat. Komt een (Turks-Nederlandse) buurjongen aangereden met een glimmende auto waarvan afstraalt dat ’ie wel heel duur is. De buurjongen parkeert de bak illegaal op de stoep, stapt uit, loopt op mijn zoon af (terwijl er drie andere Turks-Nederlandse jongeren meespelen) en zegt hem vooral geen bal op zijn auto te schieten, omdat hij anders wel weet wie hij moet aanpakken (en ik zeg het nu in nette bewoordingen).

Mijn zoon, niet op zijn mondje gevallen, zegt hem dat hij geen recht heeft zo te spreken, omdat hijzelf verkeerd geparkeerd staat. Dat valt in het verkeerde Turks-Nederlandse keelgat. De buurjongen zet een sprint in tegen mijn zoon, die hij wel heel erg brutaal vindt. Gelukkig is onze achterpoort open, waar onze zoon in kan vluchten. Nog geen halve minuut later staat de buurjongen aan onze voordeur. Waar die brutale vlegel van onze zoon wel niet is. Dat hij hem niet op zo’n toon mag aanspreken. Wij hebben het verhaal al gehoord van onze zoon. En we vertellen hem dat het wel heel erg lastig is dat iemand die illegaal parkeert, op die manier iemand anders aanspreekt.

Nu richt de woede van de buurjongen zich tot ons. Hij zal ons wel even. Mijn vrouw, met karateachtergrond, niet voor een kleintje vervaard loopt op hem toe met een ‘kom maar op’. Bijna komt het tot een handgemeen, als de vader van de buurjongen tussenbeiden komt en onverstaanbaar (want Turks) de jongen zegt vooral niet te gaan slaan. Wij hebben ineens geen ruzie meer met een persoon, maar met een hele familie. Gelukkig kan het worden gesust. Later horen we uit andere Turkse monden dat dit een ‘rare Turkse familie’ is. Maar wel vreemd dat niemand tussenbeiden komt en ons maar laat begaan.

Nuchter
Twee kleine gebeurtenissen waardoor ik een nuchterder kijk heb gekregen op mijn houding jegens medelanders. Het is soms lastig. Ik kan meevoelen met mijn Nederlandse wijkbewoners. Maar wil niet worden meegesleept met de anti-buitenlanders-sentimenten. Laat niemand zeggen dat wonen met andere culturen makkelijk is. Maar de weg van de minste weerstand is volgens mij niet de juiste weg. Dan zou ook ik uitkomen bij die man met het gebleekte haar.