zondag 20 januari 2008

Emerging Church NL

Al een tijdlang broeit er iets onder de leden in christelijk Nederland. Er waait een nieuwe wind, die verfrissing, maar zoals altijd ook verwarring geeft. Een wind waardoor dorre takken kapot gaan, oud hout omwaait en die oude, prachtige bomen aan de wortels lijkt te raken.

Die wind heet Emerging Church. Overgewaaid uit het Angelsaksische deel van de wereld en nog maar net postgevat in ons koude kikkerland. Een beweging die in de Engelssprekende wereld veel stof heeft doen opwaaien. Die mensen in ons land enthousiast heeft gemaakt en aan het denken en werken heeft gezet.

Het een versterkt het ander. Toen ik al een tijdje bezig was met missionair werken, kwam ik op het pad van deze beweging. Toen ik er over begon te lezen en te denken, merkte ik dat het aansloot op de manier waarop ik al jaren bezig was. Jezus volgen is een van de credo's. Mensen opzoeken op de plek waar ze zijn. Maar ook: het doorbreken van de muur die door evangelischen is geplaatst tussen evangelisatie en diaconie.

Zo ben ik in deze wind mee gaan waaien, maar dan niet als iemand die met alle winden meewaait. Deze beweging sluit aan op mijn eigen weg met God in deze wereld. En daarom wil ik mijn eigen inbreng geven aan waar God mee bezig is.

Soms is dat lastig, omdat nieuwe bewegingen al snel geassocieerd worden met jonge honden, die alles nieuw willen hebben en de neiging hebben het kerkelijke kind met het door vastroesting vervuilde badwater weg te gooien. Termen die allemaal "post-" in zich bergen lopen mee met die beweging. We zijn het oude vertrouwde voorbij en op zoek naar iets nieuws. Daarom: post-christendom (niet te verwarren met post-christelijk), postmodern, maar ook: post-gereformeerd, post-evangelisch en zelfs post-liberaaltheologisch.

Ik zet deze termen bewust niet om in hyperlinks, omdat elk van deze onderdelen van de emerging church hun eigen zoektocht hebben door het christelijke wereldje, behoorlijk hun neus hebben gestoten tegen vastgeroeste waarden en normen in zowel reformatorische, gereformeerde als evangelische kringen. Dat respect voor die zoektocht wil ik hen gunnen en er geen waardeoordeel aan verbinden, zoals veel van mijn leeftijdsgenoten wel geneigd zijn te doen.

Tja, hoe "post-" ben ik dan, of hoe gaat mijn weg dan?

Het gereformeerd(-synodaal voor de vrijgemaakten onder ons) zijn heb ik afgelegd op het moment dat ik mijn dominee vroeg mij te willen ondersteunen in mijn verlangen om God te dienen onder moslims en hij antwoordde, dat ik dan beter een andere kerk moest zoeken.

Youth for Christ, zoals ik in een eerdere blog verwoordde mijn "moeder"beweging, dacht ik daarna te hebben afgelegd, omdat zij een veel te liberaal-theologisch karakter begon te krijgen en ik weer verder moest groeien, tijdelijk wortelen in de evangelische wereld.

Zo mocht ik een klein decennium verkeren in de kringen van de evangelische (toen Parousia) wereld en mij daaraan met hart en ziel verbinden. Ook daar was uiteindelijk het gebrek aan steun voor mijn verlangen moslims te helpen God te vinden de reden om afscheid te nemen van die wereld.

Om vervolgens een diepe gang te maken door de pinksterwereld van Broederschap en VPE. De ruimte die wij aanvankelijk binnen die gemeente kregen was hartverwarmend en verfrissend. Geen knellende regels en wetjes, maar doen wat je hart (en daarmee God) je ingaf te doen en dat na te streven. Binnen die ruimte heb ik mijn eerste stapjes gezet op de weg van kerk-zijn-in-de-wijk. En heb ik mogen experimenteren met de voorbereiding van de stichting van een nieuwe gemeente in onze woonplaats. Ook van die kerk moesten we in onze actieve dienst afscheid nemen, om vervolgens verder te gaan op de weg in onze wijk waarop we nu lopen.

Tussen al deze periodes in heb ik ook nog enkele post-(voor mijn gevoel toen traumatische) ervaringen gehad met enkele zendingsorganisaties.

Is deze "senior onder de emergers" (zoals sommigen me al benoemen) na een viertal "post-" en enkele andere vergelijkbare ervaringen nu een oude en verbitterde man (jongen nog, in mijn ogen), die alleen aantrapt tegen alles en iedereen die hem heeft dwarsgezeten? Ik durf geen hardop "nee" te zeggen, maar ik denk dat het die richting op gaat. De reden daarvan is dat ik (en als ik "ik" zeg is dat voor een deel ook de gezamenlijke ervaring met mijn vrouw) geleerd heb om Jezus' liefde voor zijn volk (zijn gemeente) te aanvaarden. Te leren vergeven en de minste te zijn in tijden dat men ons niet begreep. Niet voor eigen gelijk te gaan, maar de ander te respecteren, ook al was ik het hartgrondig met hem (of haar) oneens. Te beseffen dat we als christenen leven in een gebroken wereld, waardoor de manier waarop we leven met elkaar ook nogal eens gebroken kan zijn (ik zou zeggen: juist onder christenen).

Dat schrijf ik hier even makkelijk op, maar daar gingen telkens rouwperioden van enkele maanden overheen. Daardoor kan ik de pijn van sommigen die net weggescheurd zijn uit hun geboortekerk (soms letterlijk, soms geestelijk) zo goed begrijpen. De frustratie dat er niet wordt geluisterd, gegooid wordt met bijbelteksten of kerkelijke wetten. Maar houd ik mijn vrienden voor dat ze door dat rouwproces heen moeten gaan. Om daarna te leren die ander te vergeven. Zodat zij niet diezelfde fout jegens de ander maken.

Wat ben ik dan? Beschouw me maar als een christen op weg. Die veel heeft achtergelaten. Die (af en toe) terugkijkend ziet dat de pijn en moeite van als die ervaringen van het verleden er toe hebben bijgedragen dat hij nu is waar hij moet zijn. Die een hart heeft voor zijn Vader, die hem de ruimte heeft gegeven om verder te gaan, soms ver voor de troepen (kerken) uit.

Ik ben de Emerging Church beweging een warm hart toegedaan. Omdat ik nieuwe mogelijkheden zie, buiten alle kerkmuren om. Door wat ik in het verleden heb geleerd, ben ik blij met de (toen nog) gereformeerde kerk, YfC, de evangelische beweging en de pinksterbeweging. Die wil ik niet als afgedaan weggooien. Ik wil juist er tussenin staan. Ben ik daarom weer "teruggekomen" bij YfC, persoonlijk lid geworden van de VPE en nog steeds donateur van evangelische bewegingen? De ouderen in die bewegingen wil ik niet voor het hoofd stoten. Ik wil ze respecteren op de plek waar zij nu staan.

Ik zie een nieuwe tijd waarin jong en oud naast elkaar staan. Waarin onderling respect is voor wat men doet. Waarin christenen binnen de kerk- of gemeentemuren worden opgebouwd om God te dienen. Waarin ook buiten de kerk ruimte is om God te dienen, midden in de samenleving. Waarin de Emerging Church alle vrijheid krijgt om te experimenteren. Waarin de emergers die nu nog wel met hun oude leed kampen daarvan zijn verlost en met een verfrist hart, vol van vergeving samenwerken met de oude kerken die hen aanvankelijk hebben buitengezet.

Een sprookje of een fabeltje? Ik hoop dat Nederland leert om over de kerkmuren heen te kijken. Dat die typisch Nederlandse cultuur, waarin de eigen waarheid boven die van de ander wordt gesteld, doorbroken wordt. Waarin we niet meer bezig zijn met ieder zijn eigen kerkje te spelen, maar waarin we gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor Gods Volk in NL.

Die opkomende kerk, daar ga ik voor!

Kerk en gemeenschap

Gisteren was ik in Utrecht op een netwerkdag voor gemeentestichters. Voor het eerst waren 110 mensen aanwezig uit alle gaten en hoeken van Nederland, zowel geografisch als theologisch, om samen na te denken over het stichten van gemeentes en om van elkaar te leren.

Mooi om te horen hoeveel er al gebeurt. Nog mooier om te merken dat er zoveel belangstelling is voor het onderwerp. Er zijn veel mensen die overwegen op een nieuwe manier een nieuwe kerk of gemeenschap te beginnen.

In gesprekken legde in telkens uit hoe wij bij Villa Klarendal de "brug naar de kerk", die Youth for Christ hoog in het vaandel heeft, proberen te zijn. En hoe wijzelf de naam kerk niet in onze mond nemen, maar vervolgens van onze bezoekers horen dat ons project hun kerk is.

Misschien moeten we ook maar eens af van onze hoge gedachten over wat een kerk moet zijn en terug gaan naar de pure plek waar mensen samen een christelijke gemeenschap vormen, ongeacht de vorm. Door op zo'n manier te leren denken, kunnen we makkelijker afkomen van allerlei "oude gedachten" die wijzelf nog hebben met kerk-zijn.

Een voorbeeld daarvan kwam in een gesprekje naar voren. De vraag van de ander was, waarom mensen wel op sociale projecten, maar niet op de kerkdiensten afkomen. Verder doorvragend, bleek dat zij inmiddels twee Alphacursussen hadden gedraaid met mensen uit de wijk waar zij wonen. De eerste groep komt nog wekelijks in gespreksvorm bij elkaar, maar komt niet op zondag naar de kerkdiensten. De tweede groep komt daar wel. Ik vroeg hen of de momenten waarop de eerste groep samenkomt, in feite niet kan worden beschouwd als een vorm van christelijke gemeenschap (zonder de term kerkdienst in de mond te nemen). Misschien past die gemeenschap niet bij de gedachten die wij hebben over de vorm of inhoud van een kerkdienst. Maar moeten wij bij onze eigen gedachten blijven?

Moeten wij, zoals een van de aanwezigen op deze dag zo treffend zei, onze gedachten, houdingen, theologie en culturele achtergrond door een wasmachine laten gaan, zodat we er los van komen?

Gisterenavond liep ik met wat overgebleven brood van Albert Heijn samen met vaste bezoekers van Villa Klarendal terug naar huis. Zij gingen dat brood nog uitdelen aan mensen in de wijk. Onderweg spraken we over de dingen die ik had meegemaakt. Op dat moment maakte ik gemeenschap mee, die niet onder doet voor elke andere vorm van christelijke gemeenschap. De daarin ervaren onderlinge hartelijkheid, liefde en waardering voor elkaar is niet afhankelijk van tijd, activiteit of vorm.

Ik hoop dat die vernieuwing zich in ons land voortzet, zodat niet-gelovige buren, vrienden en kennissen ruimte krijgen om christelijke gemeenschap van dichtbij mee te maken en er zelfs deel van te gaan uitmaken en daardoor verder groeien tot nieuwe christenen die weer anderen ruimte bieden om deelgenoot te worden van die gemeenschap.

zondag 13 januari 2008

Te oud voor Youth for Christ?

De afgelopen week ben ik woensdag, donderdag en vrijdag op retraite geweest. Wij waren namelijk uitgenodigd voor de stafconferentie van Youth for Christ in Nederland (YfC). De trouwe lezer zal zich afvragen waarom de schrijver ineens bij zo'n stafconferentie verzeild raakt. Welnu, Villa Klarendal, het missionaire project in onze wijk, is onderdeel van die organisatie. Gezien onze betrokkenheid en tijdsbesteding hierbij ziet YfC ons als "kernvrijwilliger" en daarom mochten we meedoen aan de conferentie van vorige week.

Dat is een leuk gegeven, omdat ik YfC al eerder van binnenuit heb leren kennen. Ik was een diaconaal medewerker (dat heet tegenwoordig een "Action Diaconaal Jaar") in het seizoen 1977-1978. Daardoor leer je de sfeer in zo'n organisatie vrij goed kennen.

Wat schetst mijn verbazing? Die sfeer is niet veranderd! Tijdens de afgelopen conferentie werd mij regelmatig gevraagd hoe ik het vond. Mijn antwoord was dat het een "home coming" was. Het leuke was dan ook dat leeftijd er niet toe deed. Door de drie dagen heen had ik verschillende gesprekjes met stafmedewerkers, waarbij de jongste 16 was en de oudste tegen de 40. In plaats van de verwachte generatiekloof, hadden we hele leuke en diepgaande gesprekken. Goed, in een aantal gevallen kon ik putten uit ervaring en de wat jongere gespreksgenoot vertellen wat ik op dat gebied had beleefd. Maar op zo'n moment ervoer ik toch een klik met de ander, ondanks het leeftijdsverschil. De gesprekken waren dan ook niet eenzijdig van: "ik zal het wel effe vertellen", maar veel meer een samen delen van de ervaringen die we hadden meegemaakt. En soms moesten we hartelijk lachen om het feit dat ik diaconaal medewerker was op een moment dat mijn gesprekspartner nog lang niet "in de planning" was.

Ook de voor mij bij YfC vertrouwde combinatie van geestelijk leven en café-achtige afterparties was een verademing. Niet moeilijk doen over het schenken van alcohol. Maar wel binnen de vertrouwde muren duidelijk maken dat er met mate gedronken moet worden. Er werd ook ruimte gemaakt voor de jongsten door een disco (of heet dat tegenwoordig anders?) in te richten. Met alle moderne muzieksoorten die daarbij horen. Samen genieten, dansen en kletsen op de moderne klanken van top 40 muziek. Ik heb staan kijken en genieten van de vreugde die de jongeren er bij hadden. Buiten de zaal kon ik af en toe meedeinen en -zingen met die muziek. Wat prompt tot verbazing van enkele ook-buiten-staande jongeren leidde. Want hun ouders kenden die muziek niet meer, laat staan dat ze de tekst meezongen.

Tja, dan vertelde ik maar weer, dat ik graag dichtbij de mensen wil staan. Dat ik de popmuziek ben blijven volgen. Dat we bij Villa Klarendal veel jongeren over de vloer krijgen. Dat ik ook graag mijn eigen kinderen wil begrijpen. Als je hun muziek niet meer kent of begrijpt, is er geen gesprekstof meer. En ontstaat er een generaatiekloof. Door ook deze cultuur te begrijpen en te accepteren ben ik in staat om naast de jongeren (en ook mijn eigen kinderen) te staan. Natuurlijk doe ik niet aan alles mee. Alhoewel ik die avonden af en toe de kriebels voelde om de dansvloer op te gaan... Gelukkig had een goed excuus: ik was pas ziek geweest.

Ik kijk dus terug op drie prettige dagen binnen YfC verband. De cultuur was als vanouds. De organisatie is met de tijd was meegegroeid. De staf is (gelukkig) niet meer zo "wit" als in de tijd dat ik er nog nauw bij betrokken was (een unicum binnen christelijke organisaties). Ik heb dan ook hartverwarmende gesprekken gevoerd met Antilliaanse en Arubaanse stafmedewerkers.

Het motto is gebleven: Geared to the times, but anchored to the Rock: het geloof in Jezus Christus blijft het uitgangspunt (het ankerpunt), maar in het werk wordt zoveel mogelijk aangesloten op de actuele cultuur. Als ik nu terugdenk aan die eerste jaren bij YfC (1975-1980), denk ik dat ik mijn missionaire instelling niet van een vreemde heb. Ze zeggen niet voor niets: de appel valt niet ver van de boom. Je blijft toch lijken op degene waaruit je geboren bent. En met alle negatieve dingen die er ongetwijfeld over gezegd kunnen worden, ben ik blij dat mijn geestelijke wiegje en kinderbedje bij deze organisatie hebben gestaan.

Ik mocht even bij mama thuis komen.

Voedsel voor de wijk

Kwart voor acht vanavond. Ik zit net aan een warme hap macaroni die mijn dochters met liefde hebben klaargemaakt. Er wordt gebeld. De buurvrouw staat aan de deur. Of ik niet met haar naar Albert Heijn kan gaan om het niet verkochte brood op te halen. De buurvrouw met wie ze altijd samen gaat, is niet thuis.

Twee seconden heb ik nodig om te beslissen. Ik leg mijn bord weg, pak mijn schoenen en trek ze aan. De buurvrouw zegt dat ze alvast op weg gaat. Twee minuten later roept ze of ik nog kom, anders gaat ze alvast. Ik roep terug dat ze alvast mag gaan, wetend hoe snel ze loopt.

Ik gris mijn jas van de kapstok, loop de deur uit en haal haar bij het winkelcentrum in. We lopen samen de winkel in. Die heeft goede zaken gedaan met het brood. We wachten tot de omroepster iedereen oproept met spoed de laatste boodschappen in te laden. Wij laden met toestemming van de verkoopster het weinig overgebleven brood over. De buurvrouw is zichtbaar teleurgesteld. Er is weinig en het is vooral niet zo voedzaam wit brood.

Met een boodschappenwagen en een boodschappentas lopen we terug naar huis. Twee broden of zakken broodjes kunnen we aan de gezinnen aanbieden. Die het met graagte ontvangen. Voor sommigen een welkome aanvulling. Voor anderen een enigszins voedzame aanwinst op hun nauwelijks voedzame weekmenu.

De buurvrouw en ik groeten elkaar. Morgen staat er nog een volle boodschappenkar klaar met overblijfselen van gisterenavond, waarvan de inhoud gebruikt wordt voor de wekelijkse brunch. Wat daar niet aan opgaat, zal worden uitgedeeld aan andere mensen die bij ons bekend zijn.

Ik ga aan de restanten van mijn inmiddels koud geworden macaronibord. Een luxe in vergelijking met het weinige dat sommigen deze zelfde avond hebben ontvangen (wat wellicht het enige is dat ze zullen verorberen).

De liefde en trouw waarmee mijn buurvrouw het brood ophaalt en nog zo laat uitdeelt is voor mij een voorbeeld van missionair bezig zijn. Het geloof, hoe pril dan ook, wordt handen en voeten gegeven en dat merkt deze buurt aan den lijve.

dinsdag 8 januari 2008

Fulltime missionair werker?

Ze gingen voor hun leven naar een ver land. Ze hadden een roeping. Ze zouden het geloof gaan verkondigen, die arme mensen helpen, ondersteuning geven aan wat zwak is. Die roeping, die missie, kwam naar voren in hun beroep. Missionarissen of zendelingen, afhankelijk van de kerkelijke signatuur.

Wie ben ik dat ik mezelf het stempel missionair geef? Als ik van negen tot vijf (meestal later beginnend en later eindigend) zoals veel andere uitverkoren niet-werkloze Nederlanders op mijn kantoor zit, achter mijn PC, omringd door mijn collega's en mijn dagelijkse werk doe?

Is het niet aanmatigend van jezelf te vinden dat je missionair bent? Je bent toch niet anders dan die anderen? Je woont toch gewoon net zoals iedereen in een rijtjeshuis en doet de dingen (meestal) net zoals de anderen om je heen? Je gaat niet naar een ver land, maar blijft in een vertrouwde omgeving (althans: in hetzelfde land). Je kent hier de gebruiken en weet wat mensen bedoelen.

Of is missiewerk ooit verkeerd geïnterpreteerd door het verre werk zo te benoemen (en interessanter te maken) en het werk dichtbij de term evangelisatie te geven? Wat ben je als mensen je vragen wat je doet? Al naar gelang de persoon die ik voor me heb, kan ik antwoorden dat ik ambtenaar ben, vader, echtgenoot, evangelist of missionair werker.

Er is ooit door mensen bedacht dat wie zijn geld zelf verdient geen zendeling, missionaris of missionair werker kan zijn. Tenzij hij ver weg gaat en er de term "tentenmaker" aan is gegeven. Dan werkt hij overdag in zijn beroep in het verre land en is 's avonds de evangelist, de dominee of de christelijke opbouwwerker. En dat tezamen vormt dan de term zendeling (want dat zijn meestal protestants-evangelische gezondenen).

Een prachtig voorbeeld van een "mind-shift" vond ik een tijd geleden in een Engels tijdschrift van de London Institute of Contemporary Christianity (LICC), die een sticker aanboden met de term "I am a fulltime christian worker". Dit doorbrak het denkpatroon dat alleen iemand geestelijk werk doet, die dat fulltime doet. Alleen wie zijn "geestelijk" werk fulltime doet, zal daardoor gezegend worden. Nee, schreef het artikel. We zijn overal christen en zijn op elke plek een evangelist. Of om het in de term van de titel te vangen: we zijn overal missionair werker. Niet alleen wie ver weg gaat is een geroepene en daarmee een gezondene met een missie. Ook wie "achterblijft" en schijnbaar weinig succes of mooie verhalen heeft is gezonden en geroepen om een missie te volbrengen.

Overal waar je werkt kom je mensen tegen die nog niet erg gelovig zijn. Daarvoor kun je een missionair werker zijn. Goed, er wordt geen mooie video van gemaakt. Er kunnen geen mooie, zielige plaatjes worden gemaakt van uitgemergelde, liefst gekleurde, kinderen die aan het gehoor hangen van de gezondene. Maar de opdracht is er niet minder om.

De vraag is: zijn we echt missionaire werkers? Waar we ons ook bevinden? Of zijn we bevangen door het scheidingsduiveltje. Dat zegt dat we op zondag (en voor de goeden onder ons zelfs op een doordeweekse avond) het christelijk geloof beleven. Die ons wijs maakt dat in de tussenliggende dagen vooral ons werk en de leuke dingen belangrijk zijn. Dat die werkzaamheden gescheiden zijn van onze religieuze bezigheden.

Werk, het kan een missie zijn. Waarin het doel van ons leven in uitgeleefd kan worden. Niet om alleen te verkondigen, maar juist door er te zijn en dezelfde dingen te doen. En ze zo te doen dat anderen zich afvragen waarom we het zo doen. De hobby kan zo een hulp zijn om mensen op weg te helpen. Niet op de onwijze manier van de christen voetbaltrainer die met enkele jonge voetballertjes van tevoren moest gaan bidden voor een zegenrijke training (vraag me niet naar de blauwe plekken daarna). Maar door ook daar een andere houding uit te stralen en vooral uit te leven.

Ben ik een fulltime missionair werker? Volmondig: ja. Soms met de frustratie dat ik er nog bij moet werken. Vooral als ik verhalen in mijn missionair (vrijwilligers)werk hoor van mensen die nog zoveel meer in onze wijk willen organiseren en opzetten. Dan jeuken mijn handen, wil ik het werk-bijltje erbij neer gooien en er fulltime voor gaan. Maar zolang er nog behoefte is aan een gezonde financiële ondersteuning van het thuisfront en er geen briefje of andere vorm van leiding uit de hemel neerdwarrelt, wil ik mij toewijden aan mijn dubbele roeping om als missionair ambtenaar (theologisch bestuurskundige of bestuurskundige theoloog zo u wilt) God, mijn gezin, de samenleving en de wijk te dienen.

En daar mag de lezer af en toe van meegenieten.

maandag 7 januari 2008

God werkt anders

Het is de week voor Kerstmis. We ontvangen 10 jongeren in een met kerstpakketten volgepakte kamer. Er is net ruimte voor vijf mensen om te zitten. De andere vijf hangen, staan of zitten bij elkaar op schoot. Ik zit op de tafel, omdat er geen plek meer is (mooie kerstgedachte). In die setting is een normale conversatie met de jongeren uit onze wijk nauwelijks te doen. De een donderjaagt met de ander. Er is geen rust in te vinden. We proberen zo goed en zo kwaad mogelijk te vertellen hoe Maria gebruikt werd door God om Jezus in haar lichaam te laten groeien. En de bereidheid had om daarin toe te staan. Na afloop heb ik een onbevredigend gevoel Alles was zo chaotisch. De jongeren zullen er niets van begrepen hebben.

Vandaag, twee weken na kerstmis. Ik vraag aan de bezoekers wat ze hebben geleerd over God. Zo ook een van de bezoekers van de jongerenbijeenkomst voor Kerst. Hij is nog maar een keer geweest. Dat was die ene keer. Ik denk bij mezelf dat hij nog niet veel heeft geleerd. Dus zeg hem dat hij ook mag opschrijven wat hij graag wil leren. Als we gaan delen wat er is opgeschreven, komen we bij hem uit. Hij heeft geleerd dat God hem kan gebruiken, net zoals Maria.

Ik ben stil. Mijn gedachten over chaos verdwijnen. God werkt ondanks al die omstandigheden heen en kan het binnenste bij iemand raken! God heeft mij gebruikt in al mijn machteloosheid om temidden van de chaos een jongere iets te leren over hoe Hij werkt. Hoe zwakker ik ben, des te sterker kan God werken. Dat geeft hoop voor al die andere momenten van chaos en verwarring in verleden en toekomst.

Dan denk ik terug aan de tekst waarin God zegt: "Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet Mijn wegen".

maandag 24 december 2007

Blogloos of levenloos?

Een reactie van Paul triggerde me vandaag: Hé Rick - een post uit oktober en nog geen reacties.

Ja, dat was mijn laatste post. Sindsdien lijk ik van de blog-aardbodem verdwenen. "Lijkt", want niets is minder waar. Maar ja, waar gewerkt wordt, moeten keuzes worden gemaakt. Even terugkijkend naar oktober tot nu toe zie ik weken achtereen werken voor de baas (met alle begrotingsrituelen van dien), computerles geven, extra lessen invallen voor Aneta die tussentijds een aantal weken op vlieg-vakantie ging, tweewekelijkse gebedsavonden bij Villa Klarendal, teamoverleggen, gezellige uitjes, coördinatieoverleggen met de Voedselbank, gezellige gesprekjes met buurtbewoners, tussendoor een tweeweekse drukte doordat Hilversum bij Klarendal op de stoep stond en onze telefoon roodgloeiend stond. Daardoor verviel een rustig weekend tussendoor tot een overbezet weekend met live radio en van tevoren opgenomen tv.

Bloggend kijk ik terug op een hectische periode, waarin me weer duidelijk wordt waar ik ook al weer mee bezig ben. We willen graag veel voor onze wijk betekenen. En daardoor heen iets van Gods liefde laten zien. Tv en radio kunnen daarbij hulpmiddelen zijn, maar zijn toch ook maar tijdelijke vehikels die een tijdlang al je tijd opvreten om je vrij snel daarna weer helemaal vergeten te zijn. Nee, het gaat om de mensen die we dagelijks op straat tegenkomen. Die zuchtend achter de computer zitten, omdat het ze nog niet lukt. Maar die na veel ondersteuning en lessen later tot de conclusie komen dat ze meer kunnen dan ze zelf dachten. Die daardoor meer vertrouwen in zichzelf krijgen en nieuwe dingen gaan ondernemen. Mensen die eerst alleen maar thuis zaten en door ons te leren kennen nieuwe moed hebben gekregen om meer te ondernemen dan ze zelf ooit bedacht hadden. Die ons nu aan de mouw trekken om toch vooral snel nieuwe dingen te kunnen ondernemen.

In dat alles kun je wel eens vermoeid raken. Was het Jezus zelf niet die ooit verzuchtte dat de Zoon des Mensen zelfs geen kussen heeft om op te slapen (en denk nou niet te vroom over die opmerking - hij was gewoon moe). Zo hebben we wel eens op de bank gelegen en gedacht: waar doen we het allemaal toch voor. Dan kijk je naar anderen die allerlei leuke dingen voor zichzelf en hun gezin organiseren. Maar goed, bij die moeheid komt ook de tevredenheid dat we op Gods weg wandelen. En worden we bemoedigd door nieuwe christenen of mensen die langzaam op pad zijn die richting op te lopen.

Dat gaat niet altijd zo snel als wij zouden willen. Je zou al die mensen liefst nog vandaag binnen zien komen en over de streep trekken. Vandaag zei een van de medewerkers nog dat hij het vreemd vond dat we 199 kerstpakketten deze week hebben uitgedeeld (jazeker!!!), maar dat toch niemand naar de maaltijd en viering is gekomen. Mijn gedachte is daarbij dat zo'n kerstpakket misschien een eerste kennismaking is die wellicht over enkele maanden een vervolg krijgt. Nee, snelle resultaten zien we niet. Maar wat we zien gebeuren is daardoor wel degelijk. Mensen lopen wekelijks met ons mee. Zien ons in onze dagelijkse bedoening. En zullen ongetwijfeld onze ruzies hebben gehoord als de dingen thuis weer eens niet gingen zoals wijzelf wensten. Maar zagen ons dan ook weer de volgende dag rustig met elkaar optrekken. Niets menselijks is ons vreemd. Daar willen we ons ook niet voor schamen. Maar dat we elkaar vergeven, is toch wel heel vreemd.

Dus gaan we verder op ons missionaire pad. Soms lijkt dat pad weinig missionair, omdat we zo praktisch bezig zijn. Maar het ene is niet los te zien van het andere. Een mens heeft materiële behoeften. Dus delen we voedselpakketten uit. Een mens wil verder in dit digitale tijdperk. Dus geven we computerles. Een mens wil een luisterend oor. Dus zijn wij zijn of haar oor. Een mens wil soms zijn frustraties uiten. Dan proberen we hem zo goed en zo kwaad het kan te helpen. Een mens weet niet hoe hij zijn problemen kan uiten, dus gaat hij tijdens een viering rotzooien. Dan moeten wij hem soms de deur wijzen. Fijne dingen, moeilijke dingen. Gezellige momenten, stomvervelende momenten. De tv ploeg binnen (wauw!); een slaande ruzie buiten (oef!).

Missionair werk. Succes verzekerd? No way. Wij zijn mensen en werken met mensen. Wij stellen teleur en mensen stellen ons teleur. Wij hebben verwachtingen die niet uitkomen. Daar moeten we ook psychisch overheen komen. Want ook een missionair werker of hoe je mij dan ook noemt is maar een mens. En deze mens mag ook weer verder gaan. Met vallen en opstaan. Onder druk en in rust. In goede en in slechte tijden. Soms blogloos, maar nooit levenloos. En ik zal de laatste zijn die zegt dat dit dankzij mijn inspanning is. God gaat door en geeft nieuwe kracht!

maandag 29 oktober 2007

Verhalen delen rond Emerging NL

Verhalen delen rond emerging church in Nederland, dat is waar we ruimte voor willen maken tijdens een weekend in april 2008. Het gaat dan om onze persoonlijke verhalen, de verhalen van critici en natuurlijk de verbinding met Gods grote verhaal.

Het weekend is eerst en vooral bedoeld voor mensen die bezig zijn met het starten van nieuwe kerken en zoeken naar nieuwe kerkvormen. Daarnaast zouden we het leuk vinden als er ook mensen meegaan die dit overwegen.

Momenteel worden de eerste stappen gezet voor de praktische organisatie. Over de exacte datum, het programma, de lokatie en het maximale aantal deelnemers zijn we aan het nadenken. Er zal in ieder geval veel ruimte zijn voor informele gesprekken en verstilde spiritualiteit. Deze vooraankondiging is bedoeld om je te laten weten dat dit eraan komt en om je uit te nodigen suggesties te doen voor de invulling.

Dit weekend is een initiatief van Diana en Nico-Dirk van Loo, Eveline en Dave Hund, Lindsey en Matthijs Vlaardingerbroek, Rick en Aneta Jansen en Rosalie en Martijn Vellekoop. We hopen met dit weekend het gesprek rond emerging church in Nederland verder op gang te helpen en elkaar te bemoedigen.

woensdag 17 oktober 2007

(Villa) Klarendal op radio en tv


‘Durf te geloven in je wijk’ is de titel van een campagne waarin NCRV-programma’s en internet de Arnhemse wijk Klarendal volgen, waarin wij wonen en werken met Villa Klarendal. Het kabinet wil er een prachtwijk van maken en de NCRV legt dat proces de komende jaren vast.

Van zondag 21 oktober tot en met 4 november in tal van radio- en televisieprogramma’s en op de website www.jewijk.ncrv.nl staat het leven in Klarendal centraal. De programma’s komen vanuit Hilversum en de tijdelijke NCRV-Studio Klarendal.

Hoe gaan mensen er met elkaar om en waar lopen zij tegenaan? De NCRV kiest voor de bewoners van Klarendal in hun strijd voor een betere wijk en volgt wat bewoners, bestuurders, maatschappelijke organisaties en woningcorporaties doen om de kwaliteit van leven in de wijk te vergroten.

Ook Villa Klarendal krijgt in de programmering een plekje. In de programma's hieronder die vet zijn gemaakt zullen wij (vooral Rick en enkele wijkbewoners) onze opwachting maken. Dat gebeurt in de programma's die hieronder vet zijn gemaakt.

Zondag 21 oktober: Schepper & Co (Radio 5, 15.02 uur) presenteert vanuit Studio Klarendal een onderzoek naar de rol van kerk en moskee in probleemwijken.
Beluister hier de uitzending

Maandag 22 oktober: Schepper & Co tv (Ned. 2, 17.09) staat in het teken van de rol van kerk en moskee in de wijk.
Bekijk hier de uitzending

Vrijdag 27 oktober: Netwerk (Ned. 2, 20.25 uur), reportage uit de wijk.

Zaterdag 28 oktober: Cappuccino (Radio 2, 09.05 uur) heeft Klarendallers op de koffie.

Maandag 29 oktober: Schepper & Co tv (Ned. 2, 17.09) Kerk in een probleemwijk (herhaling van 22 oktober)
Dokument (Ned. 2, 22.55 uur). Frans Bromet met een documentaire over opgroeien in Klarendal. Waarschijnlijk zullen onze drie jongste kinderen hierin te zien zijn.
Casa Luna (Radio 1, 0.02 uur) ontvangt socioloog Jan Willem Duyvendak. Een goed gesprek over wijken en thuisgevoel.

Woensdag 31 oktober: Netwerk (Ned. 2, 20.25 uur), een reportage uit de wijk. Op Ned. 1 wordt een show uitgezonden rond het thema Durf te geloven in je wijk, gepresenteerd door Caroline Tensen. Onze twee jongste dochters zullen hierin te zien en te horen zijn

Zaterdag 3 november: Rondom Tien (Ned. 2, 21.05 uur) sluit de campagne af met een debat over probleemwijken.

Zondag 4 november: Het Derde Testament (Nederland 2, 19.40 uur)
"Rick is te gast, die twee jaar geleden is begonnen met Villa Klarendal. Hij heeft zes bekende meezingers bewerkt tot liederen voor de ‘kerkdienst’. Op zondagen is er ’s ochtends eerst een brunch en daarna de viering. Ricks doel met de liederen is om mensen vertrouwd te maken met het geloof. Als ze voor het eerst komen, hoeven ze niet meteen onbekende liederen te leren. Enkele bewerkte nummers zijn ‘Geef Hem nu je angst’ van André Hazes en ‘Bij God is geen bedrog’ van Marco Borsato."

woensdag 10 oktober 2007

Kijk naar een missionair project

Villa Klarendal, ons missionair project in de Arnhemse wijk Klarendal, is niet zomaar uit de lucht komen vallen. Daar zijn jaren van hard werken, gewoon tussen mensen leven en bidden voor de wijk aan vooraf gegaan.

Daar wil ik graag over vertellen. Gelukkig ben ik niet de enige. Voordat we begonnen, kregen we hulp van wat mensen. Een daarvan was Matthijs Vlaardingerbroek, die zeven jaar geleden met zijn vrouw Lindsey het project In de Praktijk in de Haagse Spoorwijk is gestart. Net zoals wij hebben ook zij een brunch en viering (zij waren eerder!). Een paar maanden geleden was ik er eens op bezoek. Leuk om dan te zien dat de werkwijze nagenoeg hetzelfde is.

Afgelopen zondag werd Matthijs geïnterviewd voor het NCRV-programma Het Derde Testament. Je kunt die uitzending hier nog eens bekijken.

Door toedoen van Matthijs komt een tv-ploeg van dit programma ook over twee weken een ochtend naar Villa Klarendal toe. Ditmaal met als speciaal item de volksliedjes die wij omzetten naar liedjes met een christelijke tekst. Je zult er nog wel meer over horen.

woensdag 26 september 2007

Groot, groter, grootst


Je verwacht het niet, maar ook op de satirische site Goedgelovig.nl vindt op dit moment een discussie plaats over het nut en de zegen van Megakerken. Onder de titel Groot, groter, grootst werd gewag gemaakt van de wens van de oudstenraad van de kerk van dominee Orlando Bottenbley (door een van de bezoekers plagend Bot en Blij genoemd) om een kerk voor 5000 mensen te bouwen. Daarna barstte de discussie los over dit fenomeen.

Wat ruist daar langs de wolken?

Ik ben in deze periode bezig een boek te schrijven. Of hij ooit wordt uitgegeven, weet ik op dit moment nog niet.

Al schrijvend krijg je af en toe een brainwave. Zo ook deze. Als we spreken over rekening houden met de mensen die we tegenkomen, heeft dat ook gevolgen voor de liederen die we zingen. Die zijn vaak heel mooi voor ingewijden, maar voor buitenstaanders soms echt niet te volgen.

Daarom hieronder een denkbeeldig gedachtenspel van een zoekende niet-gelovige in een kerk waar "Daar ruist langs de wolken" wordt gezongen.

Daar ruist langs de wolken een lieflijke naam: ik zie in gedachten een stel wolken. Wat was ruisen ook al weer? Een lieflijke naam? Hangt dat dan achter een vliegtuigje net zoals een reclameboodschap? Bij lieflijk denk ik aan een vlinder of zo.

…die hemel en aarde verenigt tezaam: daar snap ik dus helemaal niets van! Hoe kan een lieflijke naam nou hemel en aarde verenigen. Wat is de hemel trouwens?

Geen naam is er zoeter en beter voor ’t hart: is die naam dan een snoepje of een dropje? Klene ken ik van de reclame. Wordt dat dan met die naam bedoeld? “Beter voor ’t hart” maakt het voor mij niet veel duidelijker. Een naam die zoet is en beter voor het hart? Snoep en hart- en vaatziekten gaan toch meestal niet goed samen? Is het Becel in snoepvorm of zo?

Hij balsemt de wonden en heelt alle smart: balsemen? Dat doe je toch bij doden? Over welke wonden heeft het lied het? Wat is dat: smart? Ik ken wel smartlappen, maar ik weet niet of dat iets met die naam te maken heeft.

Kent gij, kent gij die naam nog niet: nee, dus, ik ben al de hele tijd aan het zoeken, maar ik kom er maar niet achter wat er wordt bedoeld.

…die naam draagt mijn Heiland, mijn lust en mijn lied: nou ben ik nog geen steek verder. Wat is dat: Heiland. Waar ligt dat dan precies? Dicht bij Engeland of zo? Of is dat op de Veluwe of in Drenthe, waar veel hei ligt? En dat er lust in voorkomt, komt mij ook wat vreemd over. Het is toch hier een kerk en geen lustoord? En OK, ze zijn hier aan het zingen, maar wat wordt dan precies bedoeld met "mijn lied".

dinsdag 18 september 2007

Kunst in Villa Klarendal



"Kunst uit de container" stond er afgelopen zaterdag en zondag pontificaal bij onze deur. We zouden afvalkunst gaan presenteren.



Omdat onze deur niet zo erg in het zicht ligt, moest er een trekker voor de deur staan of zitten. Dus zat ik bij wijze van artisticiteit bij de deur om vooral onze eigengemaakte liedjes ten gehore te brengen.



Veel mensen kwamen langs en waren enthousiast over wat ze zagen. We hadden zelfs een tafel ingericht met materiaal waar gasten iets van konden maken. Op een gegeven moment zag ik steeds meer kinderen met eigengemaakte sieraden de deur uitgaan.

Niets is waardeloos, alles is bruikbaar. Dat is ons devies.

Dat geldt voor het materiaal dat we gebruiken, maar ook voor de mensen die we ontmoetten. Niemand is waardeloos, iedereen is bruikbaar.
Dat geldt ook voor het brood dat we uitdelen en de producten die we in kratten aan Voedselbankafnemers overdragen. OK, na een bepaalde datum wordt voedsel minder bruikbaar. Maar rond de "over tijd datum" (en zelfs nog daarna, afhankelijk van het product) is het nog goed te eten.

Afval uit de container. Gelukkig niet rechtstreeks eruit geplukt (geeft zo'n heerlijke geur), maar gebruikt voordat het de container ingedonderd zou worden.

Zo kan kunst ook nog missionair zijn. En attractief. We zullen zien wie we de komende tijd gaan tegenkomen.

Wil je een sfeerimpressie bekijken, klik dan door naar:

Fotopagina Wijken voor Kunst Villa Klarendal


vrijdag 14 september 2007

Meedoen aan een attractief programma

Zo af en toe krijgen we als steeds bekender project in de wijk een aanbod dat we niet kunnen afslaan.

Vanuit de organisatie van "Wijken voor kunst" kregen we de vraag of we dit jaar mee wilden doen met deze manifestatie. Deze activiteit wordt georganiseerd door zeer creatieve wijkbewoners. Zij schrijven er zelf over:
gedurende twee dagen openen kunstenaars in de Arnhemse wijken Klarendal, Sint Marten en Sonsbeekkwartier de deuren van hun atelier van 12.00 uur tot 18.00 uur en tonen zij samen met andere creatieve buurtbewoners en kunstinstellingen hun werk op verschillende plekken. Over de wijken ligt gedurende het weekend een netwerk van exposities. Op 75 lokaties laten ruim 130 deelnemers en even zoveel kinderen uit de wijk iets zien of horen.
De organisatoren hoopten dat wij nu ook zouden aanhaken bij deze kunstzinnige wijkactiviteit.

Dat aanbod konden we natuurlijk niet afslaan. Met name Hester Siegers, de meest creatieve figuur binnen ons kernteam, daarbij ondersteund door Rina -een christen wijkbewoner die ook sieradenmaker is en haar sieraden ook zal tentoonstellen- is vervolgens aan de slag gegaan met kinderen die op onze kinder bijbel club komen. Samen hebben ze van afvalmateriaal mooie kunststukjes gemaakt.

Morgen om 13.00 uur openen we de deuren en hopen op die dag en op zondag veel mensen van binnen en buiten de wijk te ontvangen in ons gebouw.

Zo zie je hoe het ook mogelijk is om incarnationeel leven (leven zoals Jezus: Hij was onder de mensen en deelde hun leven) in een wijk kan samengaan met een attractieve instelling (we vragen mensen om bij ons te komen en te zien hoe mooi we iets hebben gemaakt).

Klik op het onderstaande fotootje om te zien wat er allemaal in Villa Klarendal te verwachten is dit weekend.

woensdag 12 september 2007

Missionaire megakerk discussie

Inmiddels is mijn artikel over de mogelijkheid voor megakerken om missionair te zijn overgenomen op de weblog van Matthijs Vlaardingerbroek.

Daar wordt nu een beginnend bloggesprek over het onderwerp gevoerd. Lees het artikel en de reacties door op de bovenstaande link te klikken.

maandag 10 september 2007

Kan een megakerk missionair zijn?

Leuke vraag boven een artikel dat ik laatst las in Outreach & Evangelism. De vraag geldt met name voor Amerika, maar kan ook voor ons land van toepassing zijn. In Amerika zijn namelijk nogal wat megakerken, die ettelijke duizenden leden hebben die ook zondags met elkaar naar de kerk gaan. In Nederland zijn de Bethelkerk in Drachten (voorganger Orlando Bottenbley) en De Meerkerk in Hoofddorp (voorganger Wigle Tamboer) exponenten van dit soort kerken. Maar ook grote christelijke manifestaties als EO Jongerendag, EO Gezinsdag, Soul Survival of XNoizz Flevo zijn volgens mij hiervan voorbeelden in Nederland, omdat ze op een zelfde manier zijn opgezet en hetzelfde nastreven. Ze zijn groots opgezet, hebben een geweldige organisatie, zijn zeer professioneel in hun entourage, kortom voor het oog zeer gelikte kerken. En ze trekken daardoor veel, heel veel mensen.

In kringen waarin ik de laatste paar jaar verkeer worden dit soort kerken en manifestaties als exponent gezien van de tanende kerk. De laatste restjes van het Christendom, waarin alles draaide om macht, eer, positie en grootsheid. Ze zijn niet gericht om te zijn zoals Jezus dat was, die bereid was om alles af te leggen, zodat hij naast ons en onder ons kon zijn (incarnationeel, in het Engels "incarnational"), maar ze zijn attractief ("attractional"). Ze zeggen niet: "ga uit en verkondig", maar "kom en zie".

De schrijver van het artikel was van meet af aan cynisch over de komst van dergelijke megakerken. Mensen zouden uiteindelijk zoeken naar echte gemeenschap, zich afkeren van het consumentengedrag waar deze kerken zich op richtten. Tot zijn verbazing bestaan deze kerken nog steeds. Vanuit missionair oogpunt vreemd, maar toch ook niet. De schrijver, zelf missioloog, zag twee realiteiten in de megakerk:
1. Een groot deel van het succes van deze kerken ligt in haar bekwaamheid om binnen onze cultuur te contextualizeren, een basisprincipe van de missiologie.
2. Megakerken zijn groot, wat in onze cultuur gelijk staat aan succes—en mensen reageren daarop.

Een ander aspect hiervan noemt de schrijver de "celebrity-factor" (in Nederland zouden we dat de "BN'er factor" kunnen noemen). Elke Amerikaanse megakerk is locaal, regionaal en nationaal bekend vanwege haar charismatische leiderschap, geweldige communicatie en vrijwel altijd haar zeer goed bekende leider. Dit begint in Nederland dezelfde vormen aan te nemen, kijk vooral naar de manier waarop Orlando Bottenbley wordt behandeld. De meeste leiders van megakerken, aldus de schrijver, hebben de bekwaamheid mensen om hen heen te inspireren om grote dingen na t streven en hebben een dusdanig spreektalent dat ze door kunnen dringen in de levens van mensen. Als die kerken groeien en de status van megakerk krijgen, worden deze leiders "celebrities" wat hen een ingang geeft om nog meer mensen te bereiken met het evangelie.

Interessant is dat de schrijver hierna tot de conclusie komt, dat al deze kerken "attractional" zijn: zij gaan uit van het principe "Kom en zie", ze nodigen mensen uit om bij hen te komen. Dit staat in contrast met de visie van huisgemeenten en "emerging churches" die van mening zijn dat Jezus ons opdraagt om "uit te gaan en te verkondigen". De schrijver waarschuwt ons echter om hiermee het kind van "Kom en Zie" met het badwater weg te gooien. Want Jezus was meer dan een Galilees timmermannetje, dat in zijn samenleving alleen maar een boodschap had tegen die tegen de eigen cultuur inging. Hij is ook de verheerlijkte Koning die het waard is om alle lofprijs te ontvangen, zelfs de lofprijs van duizenden. En is het niet zo dat ook de evangeliën erover spreken dat de menigten (duizenden) hem volgden?

Volgens de schrijver liggen "Ga en verkondig" en "Kom en zie" in elkaars verlengde. Als we mensen stimuleren om naar hun vrienden, kennissen, buren te gaan, stellen we hen vaak voor om hen uit te nodigen voor een samenkomst in de kerk. Zelfs emerging churches of huiskerken hebben daarmee toch iets van "Kom en zie": we houden toch bijeenkomsten, ook al beginnen die anders dan een reguliere kerkdienst, bijvoorbeeld met een maaltijd. Een leuke vondst vond ik de opmerking van de schrijver: "I believe that attractional can be missional if the result is incarnational and not extractional" (ik geloof dat attractief missionair kan zijn als het resultaat incarnationeel en niet extractioneel is). Met andere woorden: mensen door attractie naar de kerk lokken kan een cultureel geschikte strategie zijn als ongeschikte motieven niet worden aangesproken. Mensen die tot geloof komen moeten gestimuleerd worden weer hun cultuur in te trekken (door een incarnatie en ambassadeur van Christus in de samenleving te worden) en niet uit hun eigen cultuur worden getrokken om terecht te komen in een christelijke subcultuur (hen trekken uit -extracting- de wereld rondom hen om ze te brengen in "McMega kerkwereld"). Dat moet zichtbaar worden doordat de voorganger zelf het voorbeeld geeft van een leven dat incarnationeel is (door bijvoorbeeld in de preek erop te wijzen dat hijzelf regelmatig met ongelovige vrienden contact heeft).

Laten we wel wezen, onze samenleving is consumentgericht. Dat was niet anders in de tijd van Jezus. Soms gaat Jezus in op de behoeften van zijn toehoorders. Hij laat ze niet zitten met een lege maag, maar vult ze, alle vijfduizend. Hij wist dat veel van hen Hem alleen zochten om wat Hij deed. Tegelijkertijd gebruikte hij die gebeurtenissen als een uitdaging om hen aan te spreken op hun diepere verlangen naar meer en hen de juiste kant op te wijzen. De vraag is niet "bestaat consumentengedrag?" of "hoe moeten kerken consumenten aanspreken", maar moet veeleer zijn: "Wat moeten kerken doen met consumenten (buitenkerkelijken) als de bijbel ons oproept tot een leven van opoffering en dienst?" En hier raken we een punt, waar elk christelijk werk uiteindelijk op komt. Hoe zorgen we er voor dat de mensen die we bereiken niet klein blijven, volgzaam blijven, alleen maar blijven eten van wat ze lekker vinden. Hoe helpen we mensen van consumenten daadwerkelijke discipelen te worden.

Leuke vraag, die megakerken. Ikzelf voel me er absoluut niet in thuis. Maar toch heeft dit artikel me aan het nadenken gezet. Er is een bepaald slag mensen die er wel door geraakt wordt. In Nederland zijn het toch vooral de randkerkelijke mensen die hierdoor getrokken worden. Dat is natuurlijk net zo goed een missionaire groep. Als we kijken naar de landelijke EO-dagen, zien we hoe dagbladen en andere media (als ze er al aandacht aan besteden) zich verbazen over de aantrekkingskracht van dit soort dagen. Ook in Nederland is bij dergelijke manifestaties de grote vraag wat de bezoekers ermee doen. Ik zie veel jongeren naar voren gaan. Maar in hoeverre hebben dergelijke bijeenkomsten een dusdanige impact op de bezoekers dat ze bereid zijn hun eigen omgeving in te gaan om daar echt christen te zijn. Kijkend naar de impact die christenen hebben op hun samenleving trek ik het belang van die bijeenkomsten in twijfel. Jongeren en ouderen kicken op die samenkomsten. Het is zo heerlijk om met zoveel christenen samen te komen. "Ik ging helemaal uit mijn dak" is een veel gehoord statement. Maar het dak ging er daarna weer snel op, vrees ik, want we klommen met zijn allen weer snel in onze auto's terug naar onze christelijke buitenwijken waar we samen feestvieren in onze christelijke pinkster- gereformeerde- of evangelische subculturen.

Leer mensen om incarnationeel te leven, en er is niets mis met grote samenkomsten. Maar als ze er alleen maar zijn als een subculturele vervanging voor Lowlands of Pinkpop (Xnoizz Flevo) of grote popconcerten (EO Jongerendag), die alleen maar uit zijn op "er jezelf lekker bij voelen", schaf ze dan maar snel af.

Leuke vragen. Ben benieuwd wat jij ervan vindt.

Hoe groot zijt Gij

Bij Villa Klarendal gebruiken we voor het zingen een liedbundel die we zelf hebben samengesteld. Er staan oude liederen, moderne Opwekkingsliederen en door ons "vertaalde" volksliederen en populaire Nederlandse liedjes in.

Een van de liederen is het oude Johannes De Heer Lied "Hoe groot zijt Gij": een lied met drie coupletten die langs schepping - menswording en kruisiging van Jezus - wederkomst van Jezus het evangelie langsgaat om in het refrein te herhalen dat als wij ons dat bedenken, wij niets anders kunnen uitroepen dan dat God enorm groot is.

Langzamerhand is dit lied een van de liederen geworden die regelmatig gezongen wordt. Voor een aantal bezoekers heeft het een emotionele waarde, omdat ze bijvoorbeeld terugdenken aan het verleden. Voor een van de vaste bezoekers heeft dit lied een dergelijke waarde, omdat het werd gezongen tijdens de begrafenis van haar broer.

Vandaag is deze bezoekster aanwezig, maar ik heb het lied niet op mijn lijstje staan, dus we zullen het niet zingen. Soms laat ik de "liturgie" afhangen van de sfeer van het moment. Als ik het laatste lied van de dag aankondig, vraagt een meisje, ook een vaste bezoekster, of ze na dit lied nog een verzoeknummer mag opgeven. Ik sta het haar toe. Terwijl we dat lied zingen, zit ze hevig in ons liedboekje te bladeren. Na afloop van het zingen vraag ik welk lied ze heeft uitgezocht. Ze noemt het nummer, ik sla het op, en wat blijkt: ... het is het nummer waar die andere bezoekster zo van houdt!

Ik complimenteer dit meisje. Wat leuk dat je dit voor deze mevrouw hebt uitgezocht. Want ja, ik denk mijn pappenheimers te kennen en dit liedje zal ze eigenlijk wel als oubollig beschouwen. Tot mijn grote verbazing reageert het meisje direct "maar ik vind dit een heel mooi lied!" We zingen het samen en tijdens het zingen ervan zie ik dat het meisje ook daadwerkelijk de daad bij het woord voegt. Stil en ingetogen, maar met volle borst zingt ze: "Hoe groot zijt Gij".

Daar word ik dan van binnen stil van. En tegelijkertijd heel erg warm. Soms denken we dat iets niet past bij een bepaalde groep. "Die zal wel niet....", denken we dan. Waarna we weer eens beschaamd worden door de manier waarop God in mensen werkt. Zet je eigen gedachten opzij. Ik zorg voor hen. Soms door een eenvoudig kinderliedje "God kent jou vanaf het begin" dat een oudere dame van in de vijftig dag in dag uit 's ochtends blijkt te zingen. Soms door een lied dat aan het begin van de vorige eeuw is geschreven in de woorden van die tijd, maar die toch de harten van kinderen en jongeren raken die, ver weg van de kerkelijke wereld, toch op zoek zijn naar de warmte die alleen God kan geven.

Ik kan niet anders. Met een heel ander hart zing ik vandaag "Hoe groot zijt Gij", terwijl ik zie hoe God een Nederlands meisje van dertien en een Antilliaanse vrouw van in de vijftig samenbindt rondom het zingen ditzelfde oude lied in onze vertrouwde Villa Klarendal.

De vakantie is voorbij, ook voor ons

Het is tot de afgelopen week bij ons komkommertijd geweest. Zondags hadden we een toeloop van hooguit tien mensen, wat gezien de opkomst van de afgelopen jaren erg weinig was. Mooi, je kon wat persoonlijker gesprekken voeren, maar toch misten we mensen.

Vandaag waren we voorbereid op een zelfde aantal bezoekers. Want je weet niet hoeveel je kunt verwachten. We hebben drie tafels gedekt met aan elke tafel vier borden en twee aan de uiteinden (voor de niet-zo-snelle rekenaars: veertien mensen).

We beginnen met zijn vieren. Eenbezoekster waarvan we weten dat ze de afgelopen weken kampte met rugklachten komt binnen. We begroeten haar allerhartelijkst, omdat we blij zijn haar weer terug te zien. Vier kinderen, waarvan we drie ook al zeker vijf weken niet meer hebben gezien (en waarvan we van een zelfs hebben gehoord dat ze de laatste tijd niet meer in de weekenden bij haar stiefgezin is geweest) stuiven als volgende binnen. Vervolgens een moeder met twee kinderen die ook al zeker vier weken uit de Villarunning is geweest. Dan komt nog een vrouw die al zeker tien weken uit ons beeld is verdwenen. We zijn verheugd haar weer te zien. En vlak voordat we gaan bidden komt er iemand die de laatste tijd wel vaker komt. De een na laatst binnengekomen vrouw en deze vrouw gaan tegenover elkaar zitten en maken met elkaar kennis. Ze zijn inmiddels allebei vaste bezoekers van Villa Klarendal, maar hebben elkaar nog niet ontmoet.

We vallen na het bidden op het brood en lekkers aan. Voor wie goed kan tellen, weet dat onze tafels nu vol zitten met mensen. Er kan eigenlijk niemand meer bij. Een paar minuten later komt er een man die we ook al zeker zo'n tien weken niet meer hebben gezien. Hij schuift een stoel bij aan de tafel. Een bord en bestek worden voor hem geregeld. Nauwelijks is hij gaan zitten of weer een vaste bezoekster dient zich aan. Het ritueel herhaalt zich en zij schuift bij de tafel aan. Tenslotte komt ook iemand die wekelijks komt nog binnen. Ook voor haar wordt weer extra bijgezet. Er wordt zelfs heen en weer geschoven zodat zij op een stoel kan zitten om haar rugpijn te verzachten.

Het is duidelijk. De komkommertijd is voorbij. De tijd van stilte en rust is ook bij Villa Klarendal van de baan. 17 mensen zitten gezellig aan de tafel om met elkaar een brunch te genieten en samen te praten over de dingen die hen bezig houden. En daarna spreken we nog een tijd over de verloren zoon, de oudste zoon en een vader en hoe God van ons vraagt om juist Hem op de eerste plaats in ons leven te zetten.

maandag 23 juli 2007

Het was toch komkommertijd?

Daar sta ik dan. Om 9.30 uur met de telefoon in de hand. Aan de andere kant een van de oudsten van mijn oude Pinkstergemeente. Ik zou vandaag toch komen? Om te spreken? Ik sta met een mond vol tanden. Nee, ik weet van niets. Nee, de persoon die mij zou vragen heeft dat niet gedaan. Probleem dus. Ik denk snel na. Op de achtergrond hoor ik Aneta zeggen: "dan pak je toch iets uit de oude doos...". Mijn hersenen ratelen als een gek. Inderdaad heb ik voldoende materiaal om uit te kunnen putten. En een van die preken gaat voor een deel over iets waar ik de laatste tijd veel over aan het nadenken ben. Ik neem een besluit. Ik kom eraan.

Ik zet snel computer en printer aan en zoek als een hazewind de preek die door me heen schoot. Ik print hem uit. De bijbelteksten zijn nog in NBG versie. De belangrijkste vorm ik snel om tot de NBV vertaling. De preek rolt uit mijn printer. Ik sluit de computer af, zet de printer uit en ga zo snel als ik kan met de fiets (blijkbaar heeft een van de kinderen mijn fiets genomen, dus die van Aneta gepakt...) richting de oude gemeente. Mijn plannen voor vandaag in de war geschopt. Niet rustig achterover in een andere gemeente. Aan het werk in mijn vakantie.

In de gemeente aangekomen hadden ze voor de zekerheid nog een tweede spreker geregeld. Ik leg uit dat het niet hoeft en dat ik al weet waar ik over wil spreken. Verontschuldigingen tot en met. Ik stel ze gerust. Het is geen probleem. Ik pak nog snel een onderlegger voor mijn printblaadjes mee, zodat ik gedurende de zangdienst achter in de zaal de preek enigszins kan aanpassen aan de actualiteit. En ik bid ondertussen dat God me de juiste woorden zal geven.

Zo kan het gebeuren dat ik vanochtend achter het katheder sta te vertellen over net zoals Jezus leven in deze wereld. Dat we net zoals Hij bereid moeten zijn om midden in deze wereld een licht te zijn. Om ons te vereenzelvigen met de mensen om ons heen. Om een "incarnational" leven te leiden.

God helpt ons, elke dag. Ook op dit soort momenten. Nee, in komkommertijd geen herhaling van programma's, maar een wijziging daarvan. Na afloop van de dienst hoor ik van diverse mensen dat de preek hen nieuwe inzichten heeft gegeven, dat de preek een antwoord op hun vragen is. Op zo'n moment kijk ik omhoog en kan alleen maar stamelen: dank U Heer.

zaterdag 21 juli 2007

Komkommertijd???

Even een postje tussendoor. Vaste lezers zullen de posts gemist hebben. Dat kom, omdat ik bewust even afstand heb genomen van de dagelijkse en wekelijkse missionaire praktijk. Dat wil zeggen: even er tussenuit. Vorige week naar Drenthe geweest en een ander dagritme aangenomen. Lekker veel bijlezen om weer eens flink bij te tanken.

Thuisgekomen merk je dat missionair zijn deel uitmaakt van je dagelijkse ritme. Het is een levenswijze, geen maniertje. Tussen de vakantieperikelen thuis door heb ik in de wijk gewoon gesprekjes met buren. Twee vaste bezoeksters, tevens straatgenoten, gesproken over van alles wat ze bezig houdt. Samen praten over buren die wij ook goed kennen, waarvan de vrouw net een TIA heeft gehad en weer thuis is. Kleine gesprekjes met onze buurvrouw die gedurende het jaar twee keer per week ons huis schoonmaakt. Een buurjongen die me binnenvraagt, omdat hij iets wil weten over de computer en terwijl we dat proberen te fiksen een gesprekje over Cat Stevens die Yusuf Islam is geworden (de buurjongen is net zoals hij moslim geworden). Een andere buurjongen die met weer een halve liter bier in zijn hand (ik heb geen idee de hoeveelste) over zijn problemen praat. Een van de andere bekenden van de Villa die me vol blijdschap vertelt dat ze de volgende dag voor drie weken naar Gran Canaria gaat.

Het lijken op het oog onbenullige momentopnamen. Deze tijd wordt in de media "komkommertijd" genoemd. Sommigen zullen dit komkommergesprekjes noemen. Tot nu toe heb ik gemerkt dat juist dit soort momenten voor buurtgenoten zo belangrijk zijn. Je bent een oor voor ze. En het kost maar zo weinig tijd. Ik ben oprecht blij voor de vakantie op Gran Canaria. Ik leef echt mee met de problemen, al walg ik van die liters alcohol. Ik denk mee met de moslimjongen en vertel hem dat Cat Stevens creatief dezelfde weg is gegaan als de christelijke bekeerlingen Elly en Rikkert (ook al gun ik zowel de buurjongen als Yusuf Islam de vrijheid van het leven met Jezus). Ik voel mee met de pijn van de buurman die al jaren dag in dag uit voor zijn gehandicapte vrouw zorgt en nu een dag voor zijn verjaardag moet toezien hoe zijn vrouw lijdt onder de gevolgen van een TIA.

Tegelijkertijd wil ik me midden in die wijk kunnen terugtrekken om 'ns even tot rust te komen van een enerverend jaar.