zaterdag 8 maart 2008

Niet mijn wil

Het was me het weekje wel. Zeker afgelopen donderdag was er bij ons thuis veel hectiek. Niet zozeer uiterlijk, maar veeleer innerlijk.

Het zou een week van verandering worden. Ik was woensdag uitgenodigd voor een tweede gesprek voor een nieuwe functie binnen de gemeente. Ik was nog de enige interne kandidaat. Dus alles leek in kannen en kruiken.

Aneta zou deze week haar vaste contract krijgen, volgens afspraak tussen haar, het uitzendbureau en het werk waar zij was gedetacheerd. Alles leek in kannen en kruiken.

Maar alles liep anders dan gedacht. Ik kreeg donderdag een telefoontje dat ze niet met mij doorgingen. Ze hadden teveel twijfel of ik zelfstandig genoeg was en of ik kon functioneren in een volledig nieuwe situatie. Ik dacht dat ik duidelijk had gemaakt dat dit twee sterke kanten van mijzelf waren, maar dat bleek niet te zijn overgekomen.

Aneta kwam donderdag bij haar chef. Die had met een telefoontje meegeluisterd. Op basis van dat telefoontje meldde hij haar dat zij niet met haar door zouden gaan. En, zei hij er nog droog achteraan, ik denk dat je niet meer in een telefonische helpdesk moet werken. Terugdenkend aan alle lovende kritiek die Aneta van meet af aan kreeg over haar manier van werken, was dit een domper van heb ik jou daar.

Hoe ga je daar nu als christen mee om. In beide gevallen hadden we de neiging er tegenin te gaan. "Hebben ze niet geluisterd?", "Kon er geen derde gesprek plaatsvinden?", "Is het doorgestoken kaart?", "hebben ze het moedwillig gedaan, omdat ze iets anders van plan waren?" Allemaal gedachten van onrechtvaardigheid gingen door ons heen.
Toch hadden we allebei van tevoren gebeden dat God zijn wil laat zien. Door een deur wijd open te zetten of hem met een duidelijk "nee" te sluiten. In ons beider geval was het laatste aan de orde. Toch blijft het een hard gelag. Zeker voor Aneta die zes maanden dag in dag uit werkte en bijna tien uur onderweg was om acht uur te werken. Dan krijg je allerlei positiviteiten over je heen en word je uiteindelijk om een dergelijke stomme reden weggestuurd. Voor mij was de knal niet zo hard, behalve dan dat de argumenten absoluut niet overkwamen met mijn eigenkennis en -gevoel.

In zo'n bevreemdende situatie komt ons geloof om de hoek kijken. Kan ik zeggen: "dank U God voor uw leiding"? Mag ik tevreden zijn met waar ik nu sta? In deze paasdagen denken we natuurlijk terug aan Jezus die op het zwaarst van de strijd uitsprak dat hij Gods wil wilde doen, niet zijn eigen wil. En hoeveel zin we ook hadden om dat nieuwe aan te gaan, we zijn bereid om die andere weg te gaan. God heeft ongetwijfeld iets veel beters in petto dan wijzelf kunnen bedenken. Ook al weten we nu nog niet hoe en wat. En ondertussen werken we gewoon door en genieten we van wat we mogen meemaken, want dat is zeker niet niks....

dinsdag 19 februari 2008

En dan nu: feesten!!!

Mijn post over Missionaire Liedcultuur heeft op diverse blogs een reactie opgeleverd.

De leukste tot nu toe is een concrete uitwerking van mijn vraag om feestnummers. Johan ter Beek heeft de creatieve pen ter hand genomen en is met het volgende nummer gekomen. Als een "klein kadootje voor de Villa". Met dank neem ik hem hier over.



HET LAATSTE VEL

(refrein)
Denk niet bij het laatste vel, wie na mij komt, wie na mij komt
Denk niet bij het laatste vel, die redt zich wel.
La, la, la, la, laaaaa, la, laaaa, la, la, la
La, la, la ,la, laaaaa. la, la, la, la, laaaa

(couplet1)
Ik zat laatst een te poepen, de hele pot lag vol!
Het bleef ook erg plakken en dat was echt geen lol.
Een regenwoud aan WC papier verdween toen in de pot.
En toen het laatste vel bedrukt was ging de deur weer van het slot.

(refrein)

(couplet2)
Nu praat ik over het milieu, 't is net een scheiterij.
Ik stinkt haast m'n auto uit als ik in die file rij.
Mijn kinderen zullen nooit meer spelen in bossen zoals hier.
Want die zijn gekapt voor meubels en voor WC papier!

(refrein)

(couplet3)
En als je wil geloven, dan lees je in de bijbel:
Gods liefde staat geschreven en wel tot op HET LAATSTE VEL.
En als je dat gelezen hebt en je doet het boek weer dicht...
dan ben je een sukkel als je denkt: ik ben tot niets verplicht.

want... ik... zeg.... (refrein 2-18x met polonaise)


Wie volgt???

zaterdag 16 februari 2008

Missionaire liedcultuur

Terwijl ik nadacht over het "succes"-verhaal van Matthijs Vlaardingerbroek (zie mijn vorige blog), moest ik aan iets anders denken. Ik wilde dat in mijn reactie op zijn weblog zetten, maar ik denk dat het beter is een aparte blog daarover te schrijven.

Het heeft namelijk te maken met de hele discussie over de liedcultuur in de evangelische en charismatische gemeentes (ik mag inmiddels wel kerken zeggen). Daarin neemt de liederenbundel van Opwekking een centrale plek in. In de discussie daarover las ik een lezenswaardige bijdrage van Kees van Zetten in het Friesch Dagblad van dinsdag 12 februari jl. (met dank aan weblog Kole's Queeste).

Van Zetten begint zijn artikel met de opmerking dat zijn kritiek wordt gegeven vanuit betrokkenheid met deze liedcultuur en de mensen erachter. En dat iedereen kan constateren dat deze liedcultuur voor veel mensen een grote zegen is. Dat is voor hem van belang om aan te geven vanuit welke achtergrond de kritiek wordt gegeven. Het citaat waar ik dieper op wil ingaan begint hij met de opmerking dat er genoeg aan te merken is op het opwekkingslied. Daarna gaat hij verder:

"Ik beperk me tot enkele essentiële punten. Het belangrijkste is de ijking aan de grondwet van het kerklied: de psalmen. Er zit behoorlijk wat frictie tussen deze twee. De in de opwekkingsbundel opgenomen psalmen bestaan uit positief gekleurde fragmenten. Op zich kunnen dit goede liederen zijn, maar ze missen een aardedraad. In dit verband leidt de kennelijk gewenste schifting tussen ‘liederen die op God gericht zijn’ en ‘liederen die al te mensgericht zijn’ tot een uiterst merkwaardige discussie. Immers, in de psalmen komen beide kanten aan het woord. Het psalter staat bol van existentieel-menselijke beleving én het goddelijke gegenüber. Het is - Buberiaans gezegd - het boek van de Ontmoeting waar beide partijen elkaar vinden of soms niet.. Wat bijvoorbeeld te denken van psalm 95 en 89 die beginnen met uitbundige lofprijzing en overgaan in een tomeloze klacht?"

Dit citaat raakt me diep. In onze zoektocht naar goede, fijne, positieve teksten waardoor we gezegend worden en we God aanbidden, zijn we de menselijke kant kwijtgeraakt. Ik kan me een zangleider herinneren die zei dat hij bij lied 497 "ik wil leven door uw Geest" niet uit de voeten kon met de zinsnede "Ieder woord schiet te kort en ik voel me verward...", want: als christen kun je toch niet verward zijn, laat staan erover zingen! Hij zong dan maar "verwarmd".

In de cultuur van positivisme lijken onze aanbiddingsliederen te worden meegezogen. Het zijn prachtige liederen, maar gaan maar naar een kant toe: van mij naar God. Dat er daarnaast nog een menselijke kant is met emoties waaruit verdriet, twijfel, woede, angst spreken; dat wordt in die liederen niet (of nauwelijks) meer geuit. De vraag is dan ook of die emoties, die vooral te maken hebben met onze eigen gebrokenheid, uit die gemeentes worden weggeduwd (onder het mom van "we zijn toch overwinnaars?").

Is het tijd voor Opwekking om zich ook eens te richten op andersoortige liederen? In de christelijke liedcultuur mis ik de volksmuziek en de feestmuziek. Ik zou het heel prettig vinden als ik met een gerust hart een Opwekkingslied aan de straat met carnaval zou kunnen afspelen. Want als er al feestmuziek in de bundel is opgenomen, is die erg sterk gericht op de toekomst: wanneer Jezus komt, lopend door de gouden straten. Ik zie al voor me dat de swingende carnavalsoptocht voorbij komt en ik "dansend over de gouden straten" afspeel. Die straten zijn nu echt nog steeds van steen of asfalt, hoor!

Muziek en liederen die gericht zijn op het hier en nu, die de menselijke emotie aan- en uitspreken. Die mensen laat zeggen: "dit lied zegt precies de strijd, pijn en moeite die ik nu voel".

Wordt het tijd om de eerste "Villa"liederen op te nemen in de Opwekkingsbundel?

Mooi werk, moeilijk werk

De afgelopen dagen heeft Matthijs Vlaardingerbroek zich in zijn weblog uitgesproken over het gevaar dat we over ons werk als christenen alleen maar positief nieuws verspreiden.

Ik denk dan na over de afgelopen jaren die we nu in Villa Klarendal bezig zijn. Nog geen twee maanden na de eerste brunch en viering zaten we al vol met bijna 30 mensen. Bezoekers vonden het gezellig en leuk en kwamen graag.

Langzamerhand begonnen we hen wat beter te leren kennen en zagen we een driedeling tussen bezoekers. Sommigen genoten werkelijk van het eten en de onderlinge contacten (hoewel sommigen zelfs met het laatste moeite hadden, want de rest was wel heel erg "zwart"). Anderen vonden de bijbelverhalen ook heel mooi. Een derde groep wilde met die bijbelverhalen ook graag iets in hun persoonlijke leven doen.

We zijn nu tweeëneenhalf jaar verder. Vorige week hadden we als team een gezellig etentje waar we allerlei vragen bespraken. Een van de vragen was waarom de laatste tijd veel minder volwassenen komen. Er is namelijk een vaste kern kinderen dat gemiddeld een keer per twee weken komt (de andere week zijn ze een weekendje bij de eigen vader of moeder). Het aantal vaste volwassen bezoekers is geslonken tot een kleine tien mensen.

Mijn antwoord op deze vraag was dat het nieuwtje er voor sommigen ervan af is. Ze hebben het gezien, er is weer iets anders voor in de plaats gekomen waar ze nu al hun tijd in steken (het is zo druk - ik heb een kleinkind - ik ben veel ziek). Waar richten we onze aandacht dan nu op, is de vraag. Laten we die mensen die ooit geweest zijn en die nu minder vaak komen hun eigen gang gaan, of doen we alle moeite om hen erbij te blijven betrekken? Vragen waar we niet direct antwoord op hebben. Voor mijzelf hoef ik niet zo nodig tijd te steken in mensen die niet verder willen. We bieden het aan en ze komen niet (meer).

Was het Jezus zelf niet die een verschil maakte tussen de menigte (de mensen die hem volgden omdat hij zo interessant was en mensen genas) en zijn volgelingen? Hij besteedde een groot deel van zijn tijd aan die laatste groep. Dat waren er uiteindelijk maar twintig of twaalf (afhankelijk van of je vrouwen bij die groep rekent). Toen de menigte zich na verloop van tijd van Hem afkeerde (het nieuwtje was eraf, zijn boodschap was toch wel heel moeilijk), vroeg hij zijn volgelingen of zij die menigte ook niet moesten volgen. Ze bleven en toonden daarmee werkelijk volgeling van Jezus te zijn. Dat aantal volgelingen was maar klein in de ogen van modernistische gemeentegroei experts. Het was toch dat aantal, dat werd uitgezonden en een verandering teweeg bracht in de toenmalige wereld.

In die zin is ons werk in de wijk moeilijk. We moeten namelijk daarmee ook onze eigen wensen en gedachten achter ons laten en niet blijven denken in termen van aantallen, maar leren denken in termen van kwaliteit. Bovendien zien we de mensen die wel komen niet alleen op zondag, maar ook op meerdere dagen in de week. Niet alleen de zondag waarop bijbels onderwijs wordt gegeven is heilig. Ook de dagen waarop we samen werken, samen met mensen op straat kletsen of sociaal werk doen zijn belangrijk om mensen te helpen iets van Jezus' liefde te laten zien.

Tegelijkertijd moeten we dit in het totale perspectief blijven zien. Elke dag spreken we met mensen in onze buurt over belangrijke zaken in het leven (waaronder over het geloof), waar gevestigde kerken jaren zonder succes bezig zijn geweest deze wijk te beëvangeliseren. Regelmatig vinden er clubs plaats waar mensen, kinderen en jongeren, kunnen zien hoe gelovigen reageren en leven. De groep mensen die ons kent groeit met behoorlijke regelmaat. Het grootste deel van deze mensen heeft nog nooit een kerk van binnen gezien. Ik vrees dat ze, naast ons, alleen maar christenen zijn tegengekomen die schreeuwend een "bekeer u" preek afstaken richting het winkelend publiek. Het zal dan ook een tijd duren voordat we met deze groep mensen over het geloof zullen spreken. Maar ik weet dat God werkt in rustige groei en niet met haast of manipulatie. Laat die mensen dus maar rustig genieten van de dingen die we samen met hen of voor hen doen. Wat begint met een positief woordje of een knipoog, kan uiteindelijk uitgroeien tot iemand die er echt voor gaat

Ik wil geen positief nieuws verspreiden, maar ook geen negatief nieuws. Er is een tijd om te genieten van de mooie dingen en de vele mensen die op een activiteit afkomen. Er zijn tijden waarop bepaalde dingen wat minder mensen trekken. Daarom wil ik eerlijke verhalen vertellen. Van genieten van succes tot zweten en tranen op momenten dat het minder gaat. En of dat "minder" nu ook minder is in de ogen van God is dan maar de grote vraag.

Missionair werk: het is vallen en opstaan; lachen en huilen; werken en uitrusten; praten en luisteren. Missionair werk is daarom volgens mij niet anders dan het gewone leven. Als wij maar bereid zijn ons te geven en niet bij de minste geringste tegenslag de oren te laten hangen. Mocht dat wel gebeuren (niets menselijks is ons vreemd), dan willen we opnieuw de ogen en al het andere dat in ons is ten hemel richten om ons nieuwe moed, nieuwe kracht en nieuwe ogen te geven om weer door te gaan.

donderdag 31 januari 2008

Missionair en Deep Throat

Komende zondag wordt door de VPRO en BNN de pornofilm "Deep Throat" uitgezonden. Dit heeft tot grote beroering geleid in ons land. Althans, de minister van Jeugd en Gezin heeft een "moreel appèl" gedaan op de omroepen om de uitzending niet te laten doorgaan. De omroepen hebben gereageerd dat ze de uitzending toch door laten gaan. Daarop heeft de minister verklaard te laten uitzoeken of de film kan worden verboden.

Op zich een interessant gegeven. De politiek is er weer even zoet mee. Maar wat heeft dat te maken met het hoofdonderwerp van deze blog: missionair werken?

Deze manier van doen en reageren lijkt sterk op hoe veel christenen geneigd zijn te reageren als ze het ergens niet mee eens zijn. Als het ze niet lukt om de andersdenkenden te overtuigen van hun gelijk, zetten ze machtsmiddelen in zoals een verbod. Ik denk dat de minister van Jeugd en Gezin, ook nog eens partijleider van de ChristenUnie, daar de plank misslaat. Natuurlijk is dit goed voor de eigen achterban die hiermee niet wordt vervreemd van de eigen minister. Aan de andere kant worden christenen hiermee opnieuw in verband gebracht met hun neiging het eigen gedachtengoed op anderen te leggen.

Christenen zijn zeker in ons land een kleine minderheid. Daarmee zijn we niet minderwaardig. Maar dat moet ons wel aan het nadenken zetten hoe we omgaan met de andere groepen die anders denken dan wij. Staan we moreel boven hen en hebben we daarmee het recht om onzedelijke en in onze ogen immorele uitingen te verbieden? Of staan we naast hen en gaan daarmee het debat met hen aan. Juist in een tijd dat de EO een prachtig programma heeft "40 dagen zonder seks" waarin niet moraliserend wordt gepraat met jongeren op een niet EO-achtige, maar op een jongerenmanier, zenden VPRO en BNN deze film uit. Overigens gebeurt dat ook in een avondvullend programma waarin de hoofdrolspeelster van de film het woord krijgt over wat zij er nu van vindt dat zij erin heeft gespeeld. Seks wordt dus bespreekbaar gemaakt. Enerzijds door de EO, anderzijds door VPRO en BNN. Laat daarna de discussie maar losbarsten over wat de beste manier van seks bedrijven is.

In missionair werk kom ik regelmatig voor dit soort morele vragen te staan.

Hoe gaan we om met jongeren die op zoek zijn naar God, maar in een wel heel erg uitdagend bloesje de bijeenkomsten bezoeken? Sommigen willen hen al gelijk aanspreken op het gevaar van het dragen van die kleding en het eigenlijk liever direct verbieden (waar kijken de jongens naar?). Anderen waarderen de Caraïbische en Latijnsamerikaanse cultuur waar de meisjes vandaan komen en geven hen de ruimte om naar God toe te groeien die hen vanzelf wel zal laten zien wat goed en fout is (ook al blijft het heel moeilijk om mijn mannelijke ogen van die jong-vrouwelijke rondingen af te houden, die op deze manier zo fraai worden geëtaleerd).

Het is nog niet gebeurd, maar wat zou er gebeuren als naar God zoekende homostellen hand in hand bij ons in de Villa zouden komen? Ik denk dat we als team zouden slikken en nog even een extra schietgebedje naar boven zouden doen, zodat we wijsheid krijgen. Maar ik denk dat we dan diezelfde houding zouden moeten hebben: geef ze de vrijheid om te komen, naar God toe te groeien en laat God maar dusdanig in hen werken, zodat Hij aan hen kan doorgeven wat goed en niet goed voor hen is.

Missionair, dat betekent in deze tijd: naast mensen staan en ruimte geven voor hun anders-denken. Tot hoever dat gaat en wanneer de grens bereikt is waarop je dingen toestaat of moet gaan verbieden? Dat is een prachtig, maar o zo moeilijk spanningsveld, waarop we alleen werkend, experimenterend en biddend het antwoord kunnen vinden.

zondag 27 januari 2008

Motivatie voor het werk

Als reactie op mijn laatste blog schreef Johannes: Ik mis nog een label voor het stukje; liefde! Waarschijnlijk zit dat in al je stukjes, maar in deze proef ik het heel sterk.

Tja, die liefde. Die is er zeker. Toch denk ik dat lezers gemakkelijk het gevoel kunnen krijgen dat het ons wel heel gemakkelijk afgaat. Dat alles bij ons op rolletjes loopt en dat er helemaal niets mis gaat.

Nou, nee dus. Als ik zo terugkijk, is onze motivatie voor dit werk heel vaak op de proef gesteld. In onze relatie met bezoekers, tussen bezoekers onderling, tussen leden van het kernteam, met andere vrijwilligers, maar ook in praktische aangelegenheden. Onduidelijkheden en slechte afspraken onderling, waardoor er wrijving en irritatie ontstond; vrijwilligers die meer kwamen om te eten dat om te helpen terwijl wij als kernteamleden het vuur uit de sloffen liepen; bezoekers die na twee jaar nog steeds aan ons vroegen of we ze thee of koffie konden inschenken; een ruzie tussen twee bezoekers die zeer hoog opliep (gelukkig niet in de Villa zelf gebeurd); de waterleiding die bevroor, waardoor we met jerrycans en thermoskannen water uit ons eigen huis moesten sjouwen; kinderen die zeer irriterend waren en eerder kwamen om te keten dan om leuk mee te doen; moeheid, ziekte of lamlendigheid voorafgaand aan een brunch of diner waardoor we uitgeteld aan een zondag begonnen; kortom: we hebben alle vormen van problemen hebben we meegemaakt, waardoor een goed lopend project menselijkerwijs uiteen kan spatten.

Dan word je teruggeworpen op je motivatie. En komt de vraag naar boven waarvoor je het doet. Is het om eigen eer te behalen? Naar anderen te kunnen vertellen hoe goed het gaat? Of is er Iemand anders die ons tot dit werk heeft geroepen? Na verloop van tijd kwamen we op dat laatste uit.

Ik kan me herinneren dat ik heel vaak geen zin had om te beginnen. Dan sleepte ik me toch maar weer naar het gebouw toe. En vertelde de anderen hoe ik mezelf voelde. We baden vervolgens dat we kracht en nieuwe motivatie mochten krijgen. De ene keer was de lamlendigheid na afloop omgeslagen in vreugde. Mensen die allerlei vragen over het geloof stelden. Die het zo heerlijk gezellig vonden. En letterlijk zeiden dat ze "Gods rust ervaarden". Dan konden we alleen God maar danken dat Hij het opnieuw in ons mogelijk had gemaakt. En keerden we diep tevreden terug naar huis. Andere keren maakten we echter dingen mee, waardoor ons de moed nog verder in de schoenen zonk. Dat we moedeloos waren door allerlei situaties die we meemaakten. Dan legden we die situaties opnieuw terug bij de Here God. En gingen, teleurgesteld, weer terug naar huis. Ik heb daarvan geleerd, dat we niet alles in de hand hebben. Uiteindelijk is God degene die situaties en mensen kan veranderen. Soms werden we dan pas na maanden weer bemoedigd door veranderingen in die situaties of mensen. Maar in andere gevallen moesten we het ook bij God achterlaten zonder resultaat te zien.

In gevallen waarin we als team onderlinge irritaties ervoeren, hadden we de neiging die hard tegenover elkaar uit te spreken. Ook dan kwam weer de motivatievraag naar boven: "waar doe je dit voor...?" En leerden we de ander te respecteren met de eigen gaven, talenten en onzekerheden. We kozen dan voor het team en niet voor onze eigen wensen en gevoelens. Onze stelregel is daarom nu: "We zoeken als team gezamenlijk Gods weg. Als een van de teamleden zich niet kan verenigen met een bepaalde richting, zal dat (nog) niet de weg zijn waarop God ons leidt."

De motivatie moest dus telkens bij God vandaan worden gehaald. Hoezeer enthousiast we ook vaak zijn over ons werk, er blijven toch momenten waarop het enthousiasme ("geestdrift") tot op het nulpunt is gedaald. Dan hebben we een andere, diepere, Geestdrift nodig, die niet uit onszelf komt. Die alleen door die ene Geest kan worden aangewakkerd. Maar als die er is, merken mensen de echtheid van ons geloof. En zullen ze God door ons heen gaan ervaren. Al is dat voor ons gevoel door vallen en opstaan heen.

vrijdag 25 januari 2008

Missionair en diaconaal

Missionair. Dat wordt vaak gelijkgesteld met mensen die het geloof verkondigen. Die de straat op gaan en daar hun geloof uitdragen.

Diaconaal. Dat wordt vaak gelijkgesteld aan mensen die helpen en naast mensen staan. Die de straat op gaan om daar de medemens te ondersteunen.

Dat het een samen kan gaan met het andere, was tot voor kort niet denkbaar. Wie diaconaal was, was er voor mensen en geen haar op zijn hoofd dacht eraan om iets te vertellen over zijn geloof. Wie missionair was, was er om te verkondigen en geen enkel celletje in zijn brein dacht eraan hoe belangrijk het is om naast mensen te staan die het moeilijk hebben.

Gelukkig begint er kentering te komen in die schijnbare tegenstellingen. Want dat zijn ze. Ik zie toch steeds weer hoe die twee onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Missionair betekent niet altijd verkondigen. Diaconaal betekent niet altijd alleen maar helpen.

Ik zag dat deze week weer. Woensdag werd ik gevraagd door een goede bekende uit de buurt om samen met haar een sollicitatiebrief te schrijven voor een vacature die ik haar zelf had opgestuurd. Dan ben je een avond bezig om iemand te helpen verder te komen in de samenleving, te leren een sollicitatiebrief te schrijven en zekerheid te krijgen in de vaardigheid om dat voortaan zelf te doen. Tussentijds en voorafgaand daaraan hadden we korte gesprekjes rondom de koffie. Het ging dan om het leven, maar ook over het geloof. Praktische daden gaan op een natuurlijke manier samen met een gesprekje over het geloof.

Vanmiddag werd ik opgebeld door een vrouw die een wekelijks voedselpakket van ons krijgt. Anderen deelden vandaag de voedselpakketten uit (ik ging naar een oudermiddag van mijn zoon die in opleiding is bij de landmacht in Assen...). Deze vrouw was vrij laat, daarom trok ik snel mijn jas aan en rende twee minuten verder naar de plek waar de voedselpakketten worden uitgedeeld om de anderen te vragen nog iets langer te blijven. Natuurlijk ging ik niet gelijk weg, hadden we een gesprekje over hoe het vandaag ging en wat er goed en fout was gegaan. De vrouw kwam toen ik er nog was en we raakten nog kort in gesprek. Niet over geloof of over God, maar wel over zaken die haar raakten. De geplande vijf minuten werden er twintig. Dan is het belangrijk om niet op de tijd te letten, maar oog te hebben voor degene met wie ik sprak.

Thuisgekomen ging de telefoon. Of we een bekende uit de wijk tien euro konden lenen. Dat wil ik graag eerst met mijn vrouw overleggen. Samen zeiden we dat het voor deze vrouw beter was om een voedselpakket ter waarde van tien euro samen te stellen, omdat zij de neiging heeft naar de fles te grijpen. Ik belde terug met die mededeling, ze was er blij mee en ze zou het morgen op komen halen. Moe van de hele dag plofte ik op de bank neer, wat een dutje tot gevolg had. Dat dutje werd ruw verstoord door geklop op de deur. De vrouw van het telefoongesprek stond voor de deur. Of we haar toch geen tien euro cash konden geven. Nee dus, legde ik uit, dat kan ik voor mijn geweten niet verantwoorden, ook al kon ze duizend keer roepen dat ze het niet aan drank zou uitgeven. Waarna ze zichtbaar teleurgesteld afdroop.

Missionair en diaconaal. Leuke combinatie en toch soms zo moeilijk. Je wilt mensen zoveel geven, maar met de weinige tijd die ons is gegeven, kunnen we maar zo weinig doen. Drie momenten waarop ik deze week op verschillende manieren een steentje kon bijdragen. Twee aanvaardden het in liefde. Voor de derde wachten we morgen af of ze nog komt voor het voedselpakket. Drie momenten waarop ik op verschillende manieren kon laten zien hoe de liefde die ik niet van mijzelf heb gekregen toch praktisch handen en voeten kan worden gegeven. Mensen zien en ervaren dat. En weten daardoor dat Degene die mij drijft niet een Heer is van alleen woorden en daarna "bekijk het maar", maar woord en daad onlosmakelijk aan elkaar verbindt.

Ik hoop dat ze hiermee iets hebben geproefd van onze Schepper die de daad bij het woord voegde en ons met woord en daad voor elkaar en voor de schepping om ons heen op deze aarde plaatste.

Weekend weg om verhalen te delen

In Nederland zoeken steeds meer mensen naar nieuwe kerkvormen, naar manieren om hun geloof een plek te geven in hun leven en verbindingen te leggen met mensen die Jezus niet kennen. In april is er een weekend voor mensen die hiermee bezig zijn of over nadenken.

Tijdens het weekend leer je nieuwe mensen kennen, kun je je hart delen en kun je je laten inspireren door de grote verscheidenheid aan manieren om met je geloof bezig te zijn. Die verscheidenheid varieert van de christelijke kloostertradities tot het bewerken van nummers van Jan Smit.

De hoofdingrediënten van het weekend vormen de diverse bezinningsmomenten en de gezamenlijke maaltijden. Omdat we het belangrijk vinden dat je kunt bouwen aan relaties gaan er maximaal 35 mensen mee. Daarnaast is het programma niet al te vol en hechten we eraan dat mensen niet voor een dagje langskomen, maar er het hele weekend zijn. Het is in principe niet de bedoeling dat er kinderen meegaan.

Data: van vrijdagavond 11 april tot zondagmiddag 13 april 2008
Lokatie: Assel Don Bosco Centrum - De Villa
Prijs: 75 per persoon, inclusief overnachtingen, eten en drinken
Kamers: er zijn eenpersoons en tweepersoonskamers beschikbaar
Aanmelding: per mail bij Rick Jansen
Wil je meer informatie? Neem dan gerust contact op met Nico-Dirk van Loo (078 6228 366) of Rosalie Vellekoop (06 1644 8853). Bij Rick Jansen kun je je opgeven.

woensdag 23 januari 2008

Gemeentestichting versus de kerk

Ik werd vannacht geraakt door wat Jos Douma schreef. Op zijn weblog. Ik las het overigens weer (dank daarvoor) op de weblog van Nico-Dirk van Loo.

De post zegt:

Het is interessant dat Maris verwoordt wat er ook bij mij kriebelt: de hele gemeentestichtingsbeweging en het emerging church gebeuren heeft een geur om zich heen hangen van: 'dit is toch het eigenlijke werk, de gevestigde kerken doen niks anders dan voor zichzelf zorgen en de tuin een beetje bijhouden'. Nu is het ontegenzeggelijk waar dat er in de gevestigde kerken heel veel naarbinnengekeerdheid is die haaks staat op Jezus' verlangen dat nog velen hem zullen leren kennen. En dat wordt terecht pijnlijk aangeraakt door de dynamiek van gemeentestichting en emerging church. Maar andersom is er wel eens wat weinig oog, naar mijn indruk, voor de geestelijke nood en het geestelijke verlangen dat er ook binnen de gevestigde kerken is van gelovigen (maar ook on-gelovigen, bijna-gelovigen, bijna-niet-meer-gelovigen etc.) die verlangen naar een werkelijk kennen van Christus, die verlangen naar echt geestelijke zorg voor hun ziel.

Hier wordt volgens mij een tegenstelling gemaakt die er helemaal niet is. Er zijn mensen in de kerk die op zoek zijn en het moeilijk hebben. En er zijn mensen buiten waar een bepaalde groep ineens veel aandacht voor heeft.

De oplossing voor deze schijnbare tegenstelling ligt in de vergelijking met de medische wetenschap. Als we gemeente-zijn vergelijken met een lichaam, dan zien we in de gezondheidszorg allerlei ontwikkelingen op het gebied van het menselijk lichaam. Doordat veel moeders problemen kregen tijdens de zwangerschap, is er een aparte tak ontstaan binnen de gezondheidszorg die zich bezig ging houden met de situatie van moeder en ongeboren kind. Gelijktijdig met die ontwikkeling ging de ontwikkeling van de gewone gezondheidszorg door.

Ik beschouw de huidige aandacht voor gemeentestichting en Emerging Church als een gevolg van het feit dat de afgelopen jaren weinig is gedaan aan dat werkveld. Gemeentes en kerken lopen steeds meer leeg of vergrijzen. Dat komt omdat er wel veel aandacht is geweest voor de zorg voor de "gewone kerkleden", maar niet voor degenen die daar volledig buiten staan. Daardoor dreigt de kerk in haar zwangerschap dood te gaan. Sterker nog, veel kerken raken niet eens meer zwanger, zijn onvruchtbaar geworden, doordat ze niet meer weten hoe ze mensen zonder geloof moeten bereiken.

Daardoor is nu binnen en buiten de kerkelijke muren een nieuw specialisme aan het ontstaan dat zich richt op de buitenstaanders. Ik hoop dat door dit specialisme zowel de christenen binnen de kerken als zij die daarbuiten opereren kunnen leren hoe zij weer vrucht kunnen gaan dragen. Daar heb je nu eenmaal specialisten voor nodig.

Ik hoop dat de gemeentestichtingsbeweging en de Emerging Church zich niet gaat isoleren van de rest van kerkelijk Nederland. En ik hoop ook niet dat die bewegingen door de kerkelijke wereld wordt buitengezet. Ik hoop op een kruisbestuiving over en weer. Ik zie wel degelijk de nood die er binnen de kerken en vrije kringen in Nederland onder gemeenteleden bestaat. Er zijn weer andere specialisten voor nodig om die gemeenteleden op te vangen en te ondersteunen. Bepaalde onderdelen van het specialisme gemeentestichting zullen zeer bruikbaar blijken voor de andere specialisten. Vooral waar het de kennis van de cultuur buiten de kerkmuren betreft. Want veel gemeenteleden, hoezeer geïsoleerd van de samenleving wellicht, zullen toch door opleiding, werk en hobbies geïnfecteerd worden door het postmoderne denken. Daarom is het goed als de kerkelijk specialisten blijven luisteren naar wat zich in de gemeentestichtingsbeweging afspeelt.

Het lichaam hoort in zijn geheel bij elkaar. Daar hoort ook prenatale zorg bij. Ik mag toch hopen dat de kerken en gemeentes hun handen af houden van de eigen prenatale zorg. Abortussen of miskramen moeten op allerlei manieren worden voorkomen. Van beiden heb ik helaas de afgelopen jaren genoeg voorbeelden gezien en gehoord. Laten we gezamenlijk zorgen voor onze geestelijke kinderen, ook voor hen die nog op weg zijn en nog in de buik van het lichaam van Christus in Nederland aan het groeien zijn - of ze nu een klein net bevrucht eicelletje zijn of een bijna voldragen foetus.

Geef ze de kans te groeien

Een van de zaken die in mijn geest is blijven hangen naar aanleiding van de gemeentestichtersdag van afgelopen zaterdag, is het probleem van gemeentestichters in achterstandswijken om mensen op te leiden tot leiderschap.

Van meet af aan ben ik de mening toegedaan, dat mensen die bij ons komen niet "gepamperd" moeten worden, maar na verloop van tijd een duwtje in de rug nodig hebben om uit hun luie zitzak op te staan. Eind vorig seizoen hielden we daarom een speciale bijeenkomst met enkele vaste bezoekers. We vroegen ze na te denken over wat ze zoal hadden geleerd. En tegelijkertijd daagden we ze uit om in actie te komen, omdat we zagen dat ze veel meer potentie hebben dan zijzelf voor mogelijk hielden.
Enkelen hebben zich dat aangetrokken, geloof ik. Als we nu menskracht tekort komen en van tevoren vragen om mee te helpen met de brunch voor te bereiden, zijn zij bereidwillig om daaraan gehoor te geven.

Daarmee zijn ze nog niet van me af. Ik zei zaterdagavond, tijdens het ophalen van het niet-verkochte brood, maar eens tussen neus en lippen door dat ik graag eens met hen een zondags praatje wilde voorbereiden. Verbazing alom op hun gezichten. "Dat kan jij toch veel beter..." zei een van hen. Jawel, maar ik heb ook iemand gehad die mij voor het blok zette en mij positief wist te stimuleren.

Zondag vertelde ik enkele vaste bezoekers dat wij deze week in de stad een gebedsweek houden en of zij niet daaraan wilden meedoen. Enthousiasme was het antwoord op mijn vraag. Zij wilden wel. Het werd vanavond nog versterkt, doordat mijn vrouw Aneta nog niet helemaal is opgeknapt waardoor de vaste computeravond van een andere bezoekster uitviel. Ik moest haar daar toch over bellen en zei even tussendoor dat ik wel een goed alternatief had voor de computeravond.

Vanavond zaten ze in de zaal. Gedrieën. Nog nooit zo'n gebedsavond meegemaakt. Ze vonden het prachtig en werden uitgedaagd om ook zelf op zo'n nieuwe manier te praten met onze (en hun) Heer.

Dit zijn wat voorbeeldjes van hoe ik op mijn gebrekkige manier probeer de mensen die wij mogen bedienen te stimuleren verder te gaan.

Je kunt op twee manieren omgaan met plantjes. Je kunt ervan genieten, ze water geven, ze mooi voor het raam zetten, vol in de zon (als ze dat aankunnen) en af en toe vieze blaadjes weghalen. Die plantjes blijven leven, maar hebben het gevaar in zich dat ze zo lief, maar ook zo klein blijven. Je kunt ze ook verpotten. Af en toe stoppen in een grotere pot, met verse aarde. Waardoor ze weer de kans krijgen om verder door te groeien. Dat is niet leuk voor het plantje. Want het oude vertrouwde potje maakt plaats voor iets anders. Maar het van oorsprong rotte plantje zal verder doorgroeien door een combinatie van goede verzorging en de ruimte die wordt gegeven voor eigen groei.

Een deel van de groei ligt bij die plantjes zelf. Maar misschien gaan sommige klein gebleven plantjes dood, omdat ze niet meer verder kunnen groeien en ze niet in staat zijn zelf van pot te veranderen. Doordat de verzorger teveel gericht is op de verzorging van die lieve, kleine, breekbare plantjes.

Zijn wij planters die alleen bezig zijn met het in de goede pot plaatsen van de plantjes en die te verzorgen? Of kijken we verder naar mogelijkheden om onze plantjes de ruime te bieden zover te groeien, dat ze stevige bomen worden die ook weer zelf vruchten gaan voortbrengen?

zondag 20 januari 2008

Emerging Church NL

Al een tijdlang broeit er iets onder de leden in christelijk Nederland. Er waait een nieuwe wind, die verfrissing, maar zoals altijd ook verwarring geeft. Een wind waardoor dorre takken kapot gaan, oud hout omwaait en die oude, prachtige bomen aan de wortels lijkt te raken.

Die wind heet Emerging Church. Overgewaaid uit het Angelsaksische deel van de wereld en nog maar net postgevat in ons koude kikkerland. Een beweging die in de Engelssprekende wereld veel stof heeft doen opwaaien. Die mensen in ons land enthousiast heeft gemaakt en aan het denken en werken heeft gezet.

Het een versterkt het ander. Toen ik al een tijdje bezig was met missionair werken, kwam ik op het pad van deze beweging. Toen ik er over begon te lezen en te denken, merkte ik dat het aansloot op de manier waarop ik al jaren bezig was. Jezus volgen is een van de credo's. Mensen opzoeken op de plek waar ze zijn. Maar ook: het doorbreken van de muur die door evangelischen is geplaatst tussen evangelisatie en diaconie.

Zo ben ik in deze wind mee gaan waaien, maar dan niet als iemand die met alle winden meewaait. Deze beweging sluit aan op mijn eigen weg met God in deze wereld. En daarom wil ik mijn eigen inbreng geven aan waar God mee bezig is.

Soms is dat lastig, omdat nieuwe bewegingen al snel geassocieerd worden met jonge honden, die alles nieuw willen hebben en de neiging hebben het kerkelijke kind met het door vastroesting vervuilde badwater weg te gooien. Termen die allemaal "post-" in zich bergen lopen mee met die beweging. We zijn het oude vertrouwde voorbij en op zoek naar iets nieuws. Daarom: post-christendom (niet te verwarren met post-christelijk), postmodern, maar ook: post-gereformeerd, post-evangelisch en zelfs post-liberaaltheologisch.

Ik zet deze termen bewust niet om in hyperlinks, omdat elk van deze onderdelen van de emerging church hun eigen zoektocht hebben door het christelijke wereldje, behoorlijk hun neus hebben gestoten tegen vastgeroeste waarden en normen in zowel reformatorische, gereformeerde als evangelische kringen. Dat respect voor die zoektocht wil ik hen gunnen en er geen waardeoordeel aan verbinden, zoals veel van mijn leeftijdsgenoten wel geneigd zijn te doen.

Tja, hoe "post-" ben ik dan, of hoe gaat mijn weg dan?

Het gereformeerd(-synodaal voor de vrijgemaakten onder ons) zijn heb ik afgelegd op het moment dat ik mijn dominee vroeg mij te willen ondersteunen in mijn verlangen om God te dienen onder moslims en hij antwoordde, dat ik dan beter een andere kerk moest zoeken.

Youth for Christ, zoals ik in een eerdere blog verwoordde mijn "moeder"beweging, dacht ik daarna te hebben afgelegd, omdat zij een veel te liberaal-theologisch karakter begon te krijgen en ik weer verder moest groeien, tijdelijk wortelen in de evangelische wereld.

Zo mocht ik een klein decennium verkeren in de kringen van de evangelische (toen Parousia) wereld en mij daaraan met hart en ziel verbinden. Ook daar was uiteindelijk het gebrek aan steun voor mijn verlangen moslims te helpen God te vinden de reden om afscheid te nemen van die wereld.

Om vervolgens een diepe gang te maken door de pinksterwereld van Broederschap en VPE. De ruimte die wij aanvankelijk binnen die gemeente kregen was hartverwarmend en verfrissend. Geen knellende regels en wetjes, maar doen wat je hart (en daarmee God) je ingaf te doen en dat na te streven. Binnen die ruimte heb ik mijn eerste stapjes gezet op de weg van kerk-zijn-in-de-wijk. En heb ik mogen experimenteren met de voorbereiding van de stichting van een nieuwe gemeente in onze woonplaats. Ook van die kerk moesten we in onze actieve dienst afscheid nemen, om vervolgens verder te gaan op de weg in onze wijk waarop we nu lopen.

Tussen al deze periodes in heb ik ook nog enkele post-(voor mijn gevoel toen traumatische) ervaringen gehad met enkele zendingsorganisaties.

Is deze "senior onder de emergers" (zoals sommigen me al benoemen) na een viertal "post-" en enkele andere vergelijkbare ervaringen nu een oude en verbitterde man (jongen nog, in mijn ogen), die alleen aantrapt tegen alles en iedereen die hem heeft dwarsgezeten? Ik durf geen hardop "nee" te zeggen, maar ik denk dat het die richting op gaat. De reden daarvan is dat ik (en als ik "ik" zeg is dat voor een deel ook de gezamenlijke ervaring met mijn vrouw) geleerd heb om Jezus' liefde voor zijn volk (zijn gemeente) te aanvaarden. Te leren vergeven en de minste te zijn in tijden dat men ons niet begreep. Niet voor eigen gelijk te gaan, maar de ander te respecteren, ook al was ik het hartgrondig met hem (of haar) oneens. Te beseffen dat we als christenen leven in een gebroken wereld, waardoor de manier waarop we leven met elkaar ook nogal eens gebroken kan zijn (ik zou zeggen: juist onder christenen).

Dat schrijf ik hier even makkelijk op, maar daar gingen telkens rouwperioden van enkele maanden overheen. Daardoor kan ik de pijn van sommigen die net weggescheurd zijn uit hun geboortekerk (soms letterlijk, soms geestelijk) zo goed begrijpen. De frustratie dat er niet wordt geluisterd, gegooid wordt met bijbelteksten of kerkelijke wetten. Maar houd ik mijn vrienden voor dat ze door dat rouwproces heen moeten gaan. Om daarna te leren die ander te vergeven. Zodat zij niet diezelfde fout jegens de ander maken.

Wat ben ik dan? Beschouw me maar als een christen op weg. Die veel heeft achtergelaten. Die (af en toe) terugkijkend ziet dat de pijn en moeite van als die ervaringen van het verleden er toe hebben bijgedragen dat hij nu is waar hij moet zijn. Die een hart heeft voor zijn Vader, die hem de ruimte heeft gegeven om verder te gaan, soms ver voor de troepen (kerken) uit.

Ik ben de Emerging Church beweging een warm hart toegedaan. Omdat ik nieuwe mogelijkheden zie, buiten alle kerkmuren om. Door wat ik in het verleden heb geleerd, ben ik blij met de (toen nog) gereformeerde kerk, YfC, de evangelische beweging en de pinksterbeweging. Die wil ik niet als afgedaan weggooien. Ik wil juist er tussenin staan. Ben ik daarom weer "teruggekomen" bij YfC, persoonlijk lid geworden van de VPE en nog steeds donateur van evangelische bewegingen? De ouderen in die bewegingen wil ik niet voor het hoofd stoten. Ik wil ze respecteren op de plek waar zij nu staan.

Ik zie een nieuwe tijd waarin jong en oud naast elkaar staan. Waarin onderling respect is voor wat men doet. Waarin christenen binnen de kerk- of gemeentemuren worden opgebouwd om God te dienen. Waarin ook buiten de kerk ruimte is om God te dienen, midden in de samenleving. Waarin de Emerging Church alle vrijheid krijgt om te experimenteren. Waarin de emergers die nu nog wel met hun oude leed kampen daarvan zijn verlost en met een verfrist hart, vol van vergeving samenwerken met de oude kerken die hen aanvankelijk hebben buitengezet.

Een sprookje of een fabeltje? Ik hoop dat Nederland leert om over de kerkmuren heen te kijken. Dat die typisch Nederlandse cultuur, waarin de eigen waarheid boven die van de ander wordt gesteld, doorbroken wordt. Waarin we niet meer bezig zijn met ieder zijn eigen kerkje te spelen, maar waarin we gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor Gods Volk in NL.

Die opkomende kerk, daar ga ik voor!

Kerk en gemeenschap

Gisteren was ik in Utrecht op een netwerkdag voor gemeentestichters. Voor het eerst waren 110 mensen aanwezig uit alle gaten en hoeken van Nederland, zowel geografisch als theologisch, om samen na te denken over het stichten van gemeentes en om van elkaar te leren.

Mooi om te horen hoeveel er al gebeurt. Nog mooier om te merken dat er zoveel belangstelling is voor het onderwerp. Er zijn veel mensen die overwegen op een nieuwe manier een nieuwe kerk of gemeenschap te beginnen.

In gesprekken legde in telkens uit hoe wij bij Villa Klarendal de "brug naar de kerk", die Youth for Christ hoog in het vaandel heeft, proberen te zijn. En hoe wijzelf de naam kerk niet in onze mond nemen, maar vervolgens van onze bezoekers horen dat ons project hun kerk is.

Misschien moeten we ook maar eens af van onze hoge gedachten over wat een kerk moet zijn en terug gaan naar de pure plek waar mensen samen een christelijke gemeenschap vormen, ongeacht de vorm. Door op zo'n manier te leren denken, kunnen we makkelijker afkomen van allerlei "oude gedachten" die wijzelf nog hebben met kerk-zijn.

Een voorbeeld daarvan kwam in een gesprekje naar voren. De vraag van de ander was, waarom mensen wel op sociale projecten, maar niet op de kerkdiensten afkomen. Verder doorvragend, bleek dat zij inmiddels twee Alphacursussen hadden gedraaid met mensen uit de wijk waar zij wonen. De eerste groep komt nog wekelijks in gespreksvorm bij elkaar, maar komt niet op zondag naar de kerkdiensten. De tweede groep komt daar wel. Ik vroeg hen of de momenten waarop de eerste groep samenkomt, in feite niet kan worden beschouwd als een vorm van christelijke gemeenschap (zonder de term kerkdienst in de mond te nemen). Misschien past die gemeenschap niet bij de gedachten die wij hebben over de vorm of inhoud van een kerkdienst. Maar moeten wij bij onze eigen gedachten blijven?

Moeten wij, zoals een van de aanwezigen op deze dag zo treffend zei, onze gedachten, houdingen, theologie en culturele achtergrond door een wasmachine laten gaan, zodat we er los van komen?

Gisterenavond liep ik met wat overgebleven brood van Albert Heijn samen met vaste bezoekers van Villa Klarendal terug naar huis. Zij gingen dat brood nog uitdelen aan mensen in de wijk. Onderweg spraken we over de dingen die ik had meegemaakt. Op dat moment maakte ik gemeenschap mee, die niet onder doet voor elke andere vorm van christelijke gemeenschap. De daarin ervaren onderlinge hartelijkheid, liefde en waardering voor elkaar is niet afhankelijk van tijd, activiteit of vorm.

Ik hoop dat die vernieuwing zich in ons land voortzet, zodat niet-gelovige buren, vrienden en kennissen ruimte krijgen om christelijke gemeenschap van dichtbij mee te maken en er zelfs deel van te gaan uitmaken en daardoor verder groeien tot nieuwe christenen die weer anderen ruimte bieden om deelgenoot te worden van die gemeenschap.

zondag 13 januari 2008

Te oud voor Youth for Christ?

De afgelopen week ben ik woensdag, donderdag en vrijdag op retraite geweest. Wij waren namelijk uitgenodigd voor de stafconferentie van Youth for Christ in Nederland (YfC). De trouwe lezer zal zich afvragen waarom de schrijver ineens bij zo'n stafconferentie verzeild raakt. Welnu, Villa Klarendal, het missionaire project in onze wijk, is onderdeel van die organisatie. Gezien onze betrokkenheid en tijdsbesteding hierbij ziet YfC ons als "kernvrijwilliger" en daarom mochten we meedoen aan de conferentie van vorige week.

Dat is een leuk gegeven, omdat ik YfC al eerder van binnenuit heb leren kennen. Ik was een diaconaal medewerker (dat heet tegenwoordig een "Action Diaconaal Jaar") in het seizoen 1977-1978. Daardoor leer je de sfeer in zo'n organisatie vrij goed kennen.

Wat schetst mijn verbazing? Die sfeer is niet veranderd! Tijdens de afgelopen conferentie werd mij regelmatig gevraagd hoe ik het vond. Mijn antwoord was dat het een "home coming" was. Het leuke was dan ook dat leeftijd er niet toe deed. Door de drie dagen heen had ik verschillende gesprekjes met stafmedewerkers, waarbij de jongste 16 was en de oudste tegen de 40. In plaats van de verwachte generatiekloof, hadden we hele leuke en diepgaande gesprekken. Goed, in een aantal gevallen kon ik putten uit ervaring en de wat jongere gespreksgenoot vertellen wat ik op dat gebied had beleefd. Maar op zo'n moment ervoer ik toch een klik met de ander, ondanks het leeftijdsverschil. De gesprekken waren dan ook niet eenzijdig van: "ik zal het wel effe vertellen", maar veel meer een samen delen van de ervaringen die we hadden meegemaakt. En soms moesten we hartelijk lachen om het feit dat ik diaconaal medewerker was op een moment dat mijn gesprekspartner nog lang niet "in de planning" was.

Ook de voor mij bij YfC vertrouwde combinatie van geestelijk leven en café-achtige afterparties was een verademing. Niet moeilijk doen over het schenken van alcohol. Maar wel binnen de vertrouwde muren duidelijk maken dat er met mate gedronken moet worden. Er werd ook ruimte gemaakt voor de jongsten door een disco (of heet dat tegenwoordig anders?) in te richten. Met alle moderne muzieksoorten die daarbij horen. Samen genieten, dansen en kletsen op de moderne klanken van top 40 muziek. Ik heb staan kijken en genieten van de vreugde die de jongeren er bij hadden. Buiten de zaal kon ik af en toe meedeinen en -zingen met die muziek. Wat prompt tot verbazing van enkele ook-buiten-staande jongeren leidde. Want hun ouders kenden die muziek niet meer, laat staan dat ze de tekst meezongen.

Tja, dan vertelde ik maar weer, dat ik graag dichtbij de mensen wil staan. Dat ik de popmuziek ben blijven volgen. Dat we bij Villa Klarendal veel jongeren over de vloer krijgen. Dat ik ook graag mijn eigen kinderen wil begrijpen. Als je hun muziek niet meer kent of begrijpt, is er geen gesprekstof meer. En ontstaat er een generaatiekloof. Door ook deze cultuur te begrijpen en te accepteren ben ik in staat om naast de jongeren (en ook mijn eigen kinderen) te staan. Natuurlijk doe ik niet aan alles mee. Alhoewel ik die avonden af en toe de kriebels voelde om de dansvloer op te gaan... Gelukkig had een goed excuus: ik was pas ziek geweest.

Ik kijk dus terug op drie prettige dagen binnen YfC verband. De cultuur was als vanouds. De organisatie is met de tijd was meegegroeid. De staf is (gelukkig) niet meer zo "wit" als in de tijd dat ik er nog nauw bij betrokken was (een unicum binnen christelijke organisaties). Ik heb dan ook hartverwarmende gesprekken gevoerd met Antilliaanse en Arubaanse stafmedewerkers.

Het motto is gebleven: Geared to the times, but anchored to the Rock: het geloof in Jezus Christus blijft het uitgangspunt (het ankerpunt), maar in het werk wordt zoveel mogelijk aangesloten op de actuele cultuur. Als ik nu terugdenk aan die eerste jaren bij YfC (1975-1980), denk ik dat ik mijn missionaire instelling niet van een vreemde heb. Ze zeggen niet voor niets: de appel valt niet ver van de boom. Je blijft toch lijken op degene waaruit je geboren bent. En met alle negatieve dingen die er ongetwijfeld over gezegd kunnen worden, ben ik blij dat mijn geestelijke wiegje en kinderbedje bij deze organisatie hebben gestaan.

Ik mocht even bij mama thuis komen.

Voedsel voor de wijk

Kwart voor acht vanavond. Ik zit net aan een warme hap macaroni die mijn dochters met liefde hebben klaargemaakt. Er wordt gebeld. De buurvrouw staat aan de deur. Of ik niet met haar naar Albert Heijn kan gaan om het niet verkochte brood op te halen. De buurvrouw met wie ze altijd samen gaat, is niet thuis.

Twee seconden heb ik nodig om te beslissen. Ik leg mijn bord weg, pak mijn schoenen en trek ze aan. De buurvrouw zegt dat ze alvast op weg gaat. Twee minuten later roept ze of ik nog kom, anders gaat ze alvast. Ik roep terug dat ze alvast mag gaan, wetend hoe snel ze loopt.

Ik gris mijn jas van de kapstok, loop de deur uit en haal haar bij het winkelcentrum in. We lopen samen de winkel in. Die heeft goede zaken gedaan met het brood. We wachten tot de omroepster iedereen oproept met spoed de laatste boodschappen in te laden. Wij laden met toestemming van de verkoopster het weinig overgebleven brood over. De buurvrouw is zichtbaar teleurgesteld. Er is weinig en het is vooral niet zo voedzaam wit brood.

Met een boodschappenwagen en een boodschappentas lopen we terug naar huis. Twee broden of zakken broodjes kunnen we aan de gezinnen aanbieden. Die het met graagte ontvangen. Voor sommigen een welkome aanvulling. Voor anderen een enigszins voedzame aanwinst op hun nauwelijks voedzame weekmenu.

De buurvrouw en ik groeten elkaar. Morgen staat er nog een volle boodschappenkar klaar met overblijfselen van gisterenavond, waarvan de inhoud gebruikt wordt voor de wekelijkse brunch. Wat daar niet aan opgaat, zal worden uitgedeeld aan andere mensen die bij ons bekend zijn.

Ik ga aan de restanten van mijn inmiddels koud geworden macaronibord. Een luxe in vergelijking met het weinige dat sommigen deze zelfde avond hebben ontvangen (wat wellicht het enige is dat ze zullen verorberen).

De liefde en trouw waarmee mijn buurvrouw het brood ophaalt en nog zo laat uitdeelt is voor mij een voorbeeld van missionair bezig zijn. Het geloof, hoe pril dan ook, wordt handen en voeten gegeven en dat merkt deze buurt aan den lijve.

dinsdag 8 januari 2008

Fulltime missionair werker?

Ze gingen voor hun leven naar een ver land. Ze hadden een roeping. Ze zouden het geloof gaan verkondigen, die arme mensen helpen, ondersteuning geven aan wat zwak is. Die roeping, die missie, kwam naar voren in hun beroep. Missionarissen of zendelingen, afhankelijk van de kerkelijke signatuur.

Wie ben ik dat ik mezelf het stempel missionair geef? Als ik van negen tot vijf (meestal later beginnend en later eindigend) zoals veel andere uitverkoren niet-werkloze Nederlanders op mijn kantoor zit, achter mijn PC, omringd door mijn collega's en mijn dagelijkse werk doe?

Is het niet aanmatigend van jezelf te vinden dat je missionair bent? Je bent toch niet anders dan die anderen? Je woont toch gewoon net zoals iedereen in een rijtjeshuis en doet de dingen (meestal) net zoals de anderen om je heen? Je gaat niet naar een ver land, maar blijft in een vertrouwde omgeving (althans: in hetzelfde land). Je kent hier de gebruiken en weet wat mensen bedoelen.

Of is missiewerk ooit verkeerd geïnterpreteerd door het verre werk zo te benoemen (en interessanter te maken) en het werk dichtbij de term evangelisatie te geven? Wat ben je als mensen je vragen wat je doet? Al naar gelang de persoon die ik voor me heb, kan ik antwoorden dat ik ambtenaar ben, vader, echtgenoot, evangelist of missionair werker.

Er is ooit door mensen bedacht dat wie zijn geld zelf verdient geen zendeling, missionaris of missionair werker kan zijn. Tenzij hij ver weg gaat en er de term "tentenmaker" aan is gegeven. Dan werkt hij overdag in zijn beroep in het verre land en is 's avonds de evangelist, de dominee of de christelijke opbouwwerker. En dat tezamen vormt dan de term zendeling (want dat zijn meestal protestants-evangelische gezondenen).

Een prachtig voorbeeld van een "mind-shift" vond ik een tijd geleden in een Engels tijdschrift van de London Institute of Contemporary Christianity (LICC), die een sticker aanboden met de term "I am a fulltime christian worker". Dit doorbrak het denkpatroon dat alleen iemand geestelijk werk doet, die dat fulltime doet. Alleen wie zijn "geestelijk" werk fulltime doet, zal daardoor gezegend worden. Nee, schreef het artikel. We zijn overal christen en zijn op elke plek een evangelist. Of om het in de term van de titel te vangen: we zijn overal missionair werker. Niet alleen wie ver weg gaat is een geroepene en daarmee een gezondene met een missie. Ook wie "achterblijft" en schijnbaar weinig succes of mooie verhalen heeft is gezonden en geroepen om een missie te volbrengen.

Overal waar je werkt kom je mensen tegen die nog niet erg gelovig zijn. Daarvoor kun je een missionair werker zijn. Goed, er wordt geen mooie video van gemaakt. Er kunnen geen mooie, zielige plaatjes worden gemaakt van uitgemergelde, liefst gekleurde, kinderen die aan het gehoor hangen van de gezondene. Maar de opdracht is er niet minder om.

De vraag is: zijn we echt missionaire werkers? Waar we ons ook bevinden? Of zijn we bevangen door het scheidingsduiveltje. Dat zegt dat we op zondag (en voor de goeden onder ons zelfs op een doordeweekse avond) het christelijk geloof beleven. Die ons wijs maakt dat in de tussenliggende dagen vooral ons werk en de leuke dingen belangrijk zijn. Dat die werkzaamheden gescheiden zijn van onze religieuze bezigheden.

Werk, het kan een missie zijn. Waarin het doel van ons leven in uitgeleefd kan worden. Niet om alleen te verkondigen, maar juist door er te zijn en dezelfde dingen te doen. En ze zo te doen dat anderen zich afvragen waarom we het zo doen. De hobby kan zo een hulp zijn om mensen op weg te helpen. Niet op de onwijze manier van de christen voetbaltrainer die met enkele jonge voetballertjes van tevoren moest gaan bidden voor een zegenrijke training (vraag me niet naar de blauwe plekken daarna). Maar door ook daar een andere houding uit te stralen en vooral uit te leven.

Ben ik een fulltime missionair werker? Volmondig: ja. Soms met de frustratie dat ik er nog bij moet werken. Vooral als ik verhalen in mijn missionair (vrijwilligers)werk hoor van mensen die nog zoveel meer in onze wijk willen organiseren en opzetten. Dan jeuken mijn handen, wil ik het werk-bijltje erbij neer gooien en er fulltime voor gaan. Maar zolang er nog behoefte is aan een gezonde financiële ondersteuning van het thuisfront en er geen briefje of andere vorm van leiding uit de hemel neerdwarrelt, wil ik mij toewijden aan mijn dubbele roeping om als missionair ambtenaar (theologisch bestuurskundige of bestuurskundige theoloog zo u wilt) God, mijn gezin, de samenleving en de wijk te dienen.

En daar mag de lezer af en toe van meegenieten.

maandag 7 januari 2008

God werkt anders

Het is de week voor Kerstmis. We ontvangen 10 jongeren in een met kerstpakketten volgepakte kamer. Er is net ruimte voor vijf mensen om te zitten. De andere vijf hangen, staan of zitten bij elkaar op schoot. Ik zit op de tafel, omdat er geen plek meer is (mooie kerstgedachte). In die setting is een normale conversatie met de jongeren uit onze wijk nauwelijks te doen. De een donderjaagt met de ander. Er is geen rust in te vinden. We proberen zo goed en zo kwaad mogelijk te vertellen hoe Maria gebruikt werd door God om Jezus in haar lichaam te laten groeien. En de bereidheid had om daarin toe te staan. Na afloop heb ik een onbevredigend gevoel Alles was zo chaotisch. De jongeren zullen er niets van begrepen hebben.

Vandaag, twee weken na kerstmis. Ik vraag aan de bezoekers wat ze hebben geleerd over God. Zo ook een van de bezoekers van de jongerenbijeenkomst voor Kerst. Hij is nog maar een keer geweest. Dat was die ene keer. Ik denk bij mezelf dat hij nog niet veel heeft geleerd. Dus zeg hem dat hij ook mag opschrijven wat hij graag wil leren. Als we gaan delen wat er is opgeschreven, komen we bij hem uit. Hij heeft geleerd dat God hem kan gebruiken, net zoals Maria.

Ik ben stil. Mijn gedachten over chaos verdwijnen. God werkt ondanks al die omstandigheden heen en kan het binnenste bij iemand raken! God heeft mij gebruikt in al mijn machteloosheid om temidden van de chaos een jongere iets te leren over hoe Hij werkt. Hoe zwakker ik ben, des te sterker kan God werken. Dat geeft hoop voor al die andere momenten van chaos en verwarring in verleden en toekomst.

Dan denk ik terug aan de tekst waarin God zegt: "Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet Mijn wegen".

maandag 24 december 2007

Blogloos of levenloos?

Een reactie van Paul triggerde me vandaag: Hé Rick - een post uit oktober en nog geen reacties.

Ja, dat was mijn laatste post. Sindsdien lijk ik van de blog-aardbodem verdwenen. "Lijkt", want niets is minder waar. Maar ja, waar gewerkt wordt, moeten keuzes worden gemaakt. Even terugkijkend naar oktober tot nu toe zie ik weken achtereen werken voor de baas (met alle begrotingsrituelen van dien), computerles geven, extra lessen invallen voor Aneta die tussentijds een aantal weken op vlieg-vakantie ging, tweewekelijkse gebedsavonden bij Villa Klarendal, teamoverleggen, gezellige uitjes, coördinatieoverleggen met de Voedselbank, gezellige gesprekjes met buurtbewoners, tussendoor een tweeweekse drukte doordat Hilversum bij Klarendal op de stoep stond en onze telefoon roodgloeiend stond. Daardoor verviel een rustig weekend tussendoor tot een overbezet weekend met live radio en van tevoren opgenomen tv.

Bloggend kijk ik terug op een hectische periode, waarin me weer duidelijk wordt waar ik ook al weer mee bezig ben. We willen graag veel voor onze wijk betekenen. En daardoor heen iets van Gods liefde laten zien. Tv en radio kunnen daarbij hulpmiddelen zijn, maar zijn toch ook maar tijdelijke vehikels die een tijdlang al je tijd opvreten om je vrij snel daarna weer helemaal vergeten te zijn. Nee, het gaat om de mensen die we dagelijks op straat tegenkomen. Die zuchtend achter de computer zitten, omdat het ze nog niet lukt. Maar die na veel ondersteuning en lessen later tot de conclusie komen dat ze meer kunnen dan ze zelf dachten. Die daardoor meer vertrouwen in zichzelf krijgen en nieuwe dingen gaan ondernemen. Mensen die eerst alleen maar thuis zaten en door ons te leren kennen nieuwe moed hebben gekregen om meer te ondernemen dan ze zelf ooit bedacht hadden. Die ons nu aan de mouw trekken om toch vooral snel nieuwe dingen te kunnen ondernemen.

In dat alles kun je wel eens vermoeid raken. Was het Jezus zelf niet die ooit verzuchtte dat de Zoon des Mensen zelfs geen kussen heeft om op te slapen (en denk nou niet te vroom over die opmerking - hij was gewoon moe). Zo hebben we wel eens op de bank gelegen en gedacht: waar doen we het allemaal toch voor. Dan kijk je naar anderen die allerlei leuke dingen voor zichzelf en hun gezin organiseren. Maar goed, bij die moeheid komt ook de tevredenheid dat we op Gods weg wandelen. En worden we bemoedigd door nieuwe christenen of mensen die langzaam op pad zijn die richting op te lopen.

Dat gaat niet altijd zo snel als wij zouden willen. Je zou al die mensen liefst nog vandaag binnen zien komen en over de streep trekken. Vandaag zei een van de medewerkers nog dat hij het vreemd vond dat we 199 kerstpakketten deze week hebben uitgedeeld (jazeker!!!), maar dat toch niemand naar de maaltijd en viering is gekomen. Mijn gedachte is daarbij dat zo'n kerstpakket misschien een eerste kennismaking is die wellicht over enkele maanden een vervolg krijgt. Nee, snelle resultaten zien we niet. Maar wat we zien gebeuren is daardoor wel degelijk. Mensen lopen wekelijks met ons mee. Zien ons in onze dagelijkse bedoening. En zullen ongetwijfeld onze ruzies hebben gehoord als de dingen thuis weer eens niet gingen zoals wijzelf wensten. Maar zagen ons dan ook weer de volgende dag rustig met elkaar optrekken. Niets menselijks is ons vreemd. Daar willen we ons ook niet voor schamen. Maar dat we elkaar vergeven, is toch wel heel vreemd.

Dus gaan we verder op ons missionaire pad. Soms lijkt dat pad weinig missionair, omdat we zo praktisch bezig zijn. Maar het ene is niet los te zien van het andere. Een mens heeft materiële behoeften. Dus delen we voedselpakketten uit. Een mens wil verder in dit digitale tijdperk. Dus geven we computerles. Een mens wil een luisterend oor. Dus zijn wij zijn of haar oor. Een mens wil soms zijn frustraties uiten. Dan proberen we hem zo goed en zo kwaad het kan te helpen. Een mens weet niet hoe hij zijn problemen kan uiten, dus gaat hij tijdens een viering rotzooien. Dan moeten wij hem soms de deur wijzen. Fijne dingen, moeilijke dingen. Gezellige momenten, stomvervelende momenten. De tv ploeg binnen (wauw!); een slaande ruzie buiten (oef!).

Missionair werk. Succes verzekerd? No way. Wij zijn mensen en werken met mensen. Wij stellen teleur en mensen stellen ons teleur. Wij hebben verwachtingen die niet uitkomen. Daar moeten we ook psychisch overheen komen. Want ook een missionair werker of hoe je mij dan ook noemt is maar een mens. En deze mens mag ook weer verder gaan. Met vallen en opstaan. Onder druk en in rust. In goede en in slechte tijden. Soms blogloos, maar nooit levenloos. En ik zal de laatste zijn die zegt dat dit dankzij mijn inspanning is. God gaat door en geeft nieuwe kracht!

maandag 29 oktober 2007

Verhalen delen rond Emerging NL

Verhalen delen rond emerging church in Nederland, dat is waar we ruimte voor willen maken tijdens een weekend in april 2008. Het gaat dan om onze persoonlijke verhalen, de verhalen van critici en natuurlijk de verbinding met Gods grote verhaal.

Het weekend is eerst en vooral bedoeld voor mensen die bezig zijn met het starten van nieuwe kerken en zoeken naar nieuwe kerkvormen. Daarnaast zouden we het leuk vinden als er ook mensen meegaan die dit overwegen.

Momenteel worden de eerste stappen gezet voor de praktische organisatie. Over de exacte datum, het programma, de lokatie en het maximale aantal deelnemers zijn we aan het nadenken. Er zal in ieder geval veel ruimte zijn voor informele gesprekken en verstilde spiritualiteit. Deze vooraankondiging is bedoeld om je te laten weten dat dit eraan komt en om je uit te nodigen suggesties te doen voor de invulling.

Dit weekend is een initiatief van Diana en Nico-Dirk van Loo, Eveline en Dave Hund, Lindsey en Matthijs Vlaardingerbroek, Rick en Aneta Jansen en Rosalie en Martijn Vellekoop. We hopen met dit weekend het gesprek rond emerging church in Nederland verder op gang te helpen en elkaar te bemoedigen.

woensdag 17 oktober 2007

(Villa) Klarendal op radio en tv


‘Durf te geloven in je wijk’ is de titel van een campagne waarin NCRV-programma’s en internet de Arnhemse wijk Klarendal volgen, waarin wij wonen en werken met Villa Klarendal. Het kabinet wil er een prachtwijk van maken en de NCRV legt dat proces de komende jaren vast.

Van zondag 21 oktober tot en met 4 november in tal van radio- en televisieprogramma’s en op de website www.jewijk.ncrv.nl staat het leven in Klarendal centraal. De programma’s komen vanuit Hilversum en de tijdelijke NCRV-Studio Klarendal.

Hoe gaan mensen er met elkaar om en waar lopen zij tegenaan? De NCRV kiest voor de bewoners van Klarendal in hun strijd voor een betere wijk en volgt wat bewoners, bestuurders, maatschappelijke organisaties en woningcorporaties doen om de kwaliteit van leven in de wijk te vergroten.

Ook Villa Klarendal krijgt in de programmering een plekje. In de programma's hieronder die vet zijn gemaakt zullen wij (vooral Rick en enkele wijkbewoners) onze opwachting maken. Dat gebeurt in de programma's die hieronder vet zijn gemaakt.

Zondag 21 oktober: Schepper & Co (Radio 5, 15.02 uur) presenteert vanuit Studio Klarendal een onderzoek naar de rol van kerk en moskee in probleemwijken.
Beluister hier de uitzending

Maandag 22 oktober: Schepper & Co tv (Ned. 2, 17.09) staat in het teken van de rol van kerk en moskee in de wijk.
Bekijk hier de uitzending

Vrijdag 27 oktober: Netwerk (Ned. 2, 20.25 uur), reportage uit de wijk.

Zaterdag 28 oktober: Cappuccino (Radio 2, 09.05 uur) heeft Klarendallers op de koffie.

Maandag 29 oktober: Schepper & Co tv (Ned. 2, 17.09) Kerk in een probleemwijk (herhaling van 22 oktober)
Dokument (Ned. 2, 22.55 uur). Frans Bromet met een documentaire over opgroeien in Klarendal. Waarschijnlijk zullen onze drie jongste kinderen hierin te zien zijn.
Casa Luna (Radio 1, 0.02 uur) ontvangt socioloog Jan Willem Duyvendak. Een goed gesprek over wijken en thuisgevoel.

Woensdag 31 oktober: Netwerk (Ned. 2, 20.25 uur), een reportage uit de wijk. Op Ned. 1 wordt een show uitgezonden rond het thema Durf te geloven in je wijk, gepresenteerd door Caroline Tensen. Onze twee jongste dochters zullen hierin te zien en te horen zijn

Zaterdag 3 november: Rondom Tien (Ned. 2, 21.05 uur) sluit de campagne af met een debat over probleemwijken.

Zondag 4 november: Het Derde Testament (Nederland 2, 19.40 uur)
"Rick is te gast, die twee jaar geleden is begonnen met Villa Klarendal. Hij heeft zes bekende meezingers bewerkt tot liederen voor de ‘kerkdienst’. Op zondagen is er ’s ochtends eerst een brunch en daarna de viering. Ricks doel met de liederen is om mensen vertrouwd te maken met het geloof. Als ze voor het eerst komen, hoeven ze niet meteen onbekende liederen te leren. Enkele bewerkte nummers zijn ‘Geef Hem nu je angst’ van André Hazes en ‘Bij God is geen bedrog’ van Marco Borsato."

woensdag 10 oktober 2007

Kijk naar een missionair project

Villa Klarendal, ons missionair project in de Arnhemse wijk Klarendal, is niet zomaar uit de lucht komen vallen. Daar zijn jaren van hard werken, gewoon tussen mensen leven en bidden voor de wijk aan vooraf gegaan.

Daar wil ik graag over vertellen. Gelukkig ben ik niet de enige. Voordat we begonnen, kregen we hulp van wat mensen. Een daarvan was Matthijs Vlaardingerbroek, die zeven jaar geleden met zijn vrouw Lindsey het project In de Praktijk in de Haagse Spoorwijk is gestart. Net zoals wij hebben ook zij een brunch en viering (zij waren eerder!). Een paar maanden geleden was ik er eens op bezoek. Leuk om dan te zien dat de werkwijze nagenoeg hetzelfde is.

Afgelopen zondag werd Matthijs geïnterviewd voor het NCRV-programma Het Derde Testament. Je kunt die uitzending hier nog eens bekijken.

Door toedoen van Matthijs komt een tv-ploeg van dit programma ook over twee weken een ochtend naar Villa Klarendal toe. Ditmaal met als speciaal item de volksliedjes die wij omzetten naar liedjes met een christelijke tekst. Je zult er nog wel meer over horen.