Het Pinksterfeest markeert de geboorte van de christelijke kerk, zo'n tweeduizend jaar geleden. Ook nu worden er nog nieuwe kerken geplant. Toch voelen veel gelovige mensen zich niet thuis in de bestaande structuren. Ze gaan op zoek naar nieuwe vormen van kerk-zijn. Binnen deze beweging ontstond de emerging church. Hier draait het niet om een bepaalde traditite, activiteit of geloofsbelijdenis. Maar waar draait het dan wel om?
Aldus de aankondiging op de website van het radioprogramma Hoogtij van RTV Oost (=Overijssel). Op pinksterzondag 31 mei tussen 8.00 en 8.30 konden luisteraars in het Oosten van het land luisteren naar een interview met mij over dit onderwerp.
Heeft u deze uitzending gemist? Beluister hem dan alsnog door op de volgende link te klikken:
Uitzending Hoogtij over Emerging Church.
Ik ben benieuwd wat je ervan vond.
Blog van Rick Jansen over leven en werken als kerkelijk pionier in een achterstandswijk
vrijdag 29 mei 2009
woensdag 27 mei 2009
Artikel Friesch Dagblad over conferentie Urban Expression
Vorige week woensdag was ik op de conferentie van Urban Expression waarin Stuart Murray sprak onder andere sprak over "Relatie bestaande kerken en de Emerging Church (en andere nieuwe vormen van kerk-zijn)". Aangezien ik toch met een laptop aanwezig was, heb ik het een en ander uit zijn mond opgetekend en verwoord in een artikel dat vandaag in het Friesch Dagblad is gepubliceerd.
Hieronder de tekst van het artikel
______________________________________
Stuart Murray op conferentie van Urban Expression over nieuwe kerkvormen:
Gevestigde kerken spelen vaak thuiswedstrijd
Arnhem - Gevestigde kerken stralen vaak uit: kom maar naar ons. Buitenstaanders moeten maar naar de zondagse dienst komen en zich aanpassen. Deze kerken kunnen leren van nieuwe kerken, stelde Stuart Murray op een conferentie van Urban Expression. Maar de gevestigde kerken hebben nieuwere kerken óók wat te zeggen.
Urban Expression is een organisatie die teams werft en toerust voor zending in de stad. Hierbij richt zij zich op zichzelf financierende teams die pionieren in creatieve en relevante uitdrukkingen van de christelijke gemeente in stedelijke gebieden met weinig of geen kerkelijke presentie. Voor een conferentie die onlangs werd gehouden, was de Britse theoloog Stuart Murray uitgenodigd. Hij zoomde in op wat bestaande kerken en nieuwe kerken voor elkaar kunnen betekenen.
Murray vergeleek bestaande kerken met een sportteam. "Het is algemeen bekend dat een uitwedstrijd intimiderend is voor het bezoekende team. De entourage is onbekend, het publiek op de hand van de ander. Daarom wint een thuisteam vaak."
Nieuwe kerken hebben ontdekt dat de kerk altijd een thuiswedstrijd heeft gespeeld, aldus Murray. "Dat was niet zo erg in een tijd waarin iedereen zich vertrouwd voelde bij de cultuur die een kerkdienst uitstraalde. Tegenwoordig leven we echter in een cultuur waarin het kerkgebouw bijna als buitenaards wordt ervaren, waardoor bezoekers zich daar niet comfortabel voelen." Daarom gaan nieuwe kerken een andere weg: ze proberen dichtbij mensen te komen. "Net zoals Jezus mens werd en naar ons toe kwam (incarnatie)."
Bereik
Binnen gevestigde kerken, vooral bij pinkster- en evangelische gemeenten, heerst het idee dat men iedereen bereikt, zei Murray. "Uit allerlei onderzoeken in Groot-Brittannië blijkt dat dit niet zo is, en dat men slechts een klein deel van de samenleving bereikt." Doordat nieuwere kerken nieuwe groepen bereiken, kan dat gevestigde kerken aan het nadenken zetten over wie zij niet bereiken.
Sommige nieuwe kerken groeien ook door overloop uit de gevestigde kerken. Die mensen voelen zich in de bestaande kerk niet meer thuis, maar voelen zich wel aangetrokken tot een nieuwe kerkvorm. "Het lijkt erop dat gevestigde kerken moeite hebben om mensen die geestelijk volwassen zijn geworden verder te helpen", aldus Murray. In de emerging church-beweging zijn ook mensen welkom die lastige vragen stellen. Zo schrijft bijvoorbeeld iemand dat hij werd achtervolgd door vragen als ‘Waarom is Jezus zo boeiend en de kerk zo suf?’, ‘Waarom is Jezus progressief en laat Hij veel stof opwaaien, en is de kerk vaak conservatief en irrelevant?’, of: ‘Waarom staan christenen bekend om geen-seks-voor-het-huwelijk en SGP-politiek, en niet om liefde en genade?’
Mensen met lastige vragen worden in hun eigen kerken - met name in de evangelische en pinkstergemeenten - vaak niet begrepen. Dat komt omdat deze kerken meer geïnteresseerd zijn in het geven van heldere antwoorden, zonder vragen te stellen, stelde Murray. ‘Emergers’ lijken daarentegen alleen vragen te stellen, zonder antwoorden te verwachten. Daarin kunnen ze volgens Murray van elkaar leren.
Vanuit nieuwe kerkvormen klinkt kritiek op de gevestigde kerken dat er te weinig ruimte zou zijn voor vriendschappen, als gevolg van een teveel aan activiteiten. Nieuwe kerken zetten in op vriendschappen voor het leven. Leven is voor hen de basis van het werk, niet de organisatie. Voor sommige gevestigde kerken lijkt ‘kerk-doen’ belangrijker dan ‘kerk-zijn’, stelde Murray.
Netwerken
Er wordt in Nederland veel nagedacht over samenwerking tussen verschillende kerken. Die samenwerking is grotendeels gestoeld op theologie. In nieuwere kerken komen christenen juist op een organische manier bijeen. Het gaat hen niet in de eerste instantie om de juiste theologie. Voor hen is netwerken belangrijker dan organisatie. "Daarin sluiten ze aan bij de maatschappij, die veel meer een netwerkmaatschappij is geworden en waar instituties sterk aan waarde verloren hebben. In die zin leren nieuwe kerken de bestaande kerken wat het betekent om post-denominationeel te zijn. Er wordt samengewerkt over de institutionele kerkmuren heen."
Murray benadrukte dat nieuwe kerken ook kunnen leren van de gevestigde kerken. Het gevaar bestaat anders dat de nieuwe gemeenschappen arrogant worden, de waarheid in pacht denken te hebben en anderen niet nodig menen te hebben, stelde de theoloog. Vooral als de nieuwe gemeenschappen gaan groeien, blijkt dat er nog veel te leren valt van de gevestigde kerken. Op dit moment is de emerging church-beweging nog deels een tegendraadse beweging. Als de beweging gaat groeien, zal ze tot de conclusie komen dat niet alles in de gevestigde kerk verkeerd is, aldus Murray. De gevestigde kerken bieden stabiliteit en een schat aan tradities rondom aanbidding, bijbellezen en samenkomen. Nieuwe gemeenschappen stellen daar kritische vragen bij en zijn steeds op zoek naar nieuwe manieren en vormen. De gevestigde kerken bieden een rijke schakering aan bronnen op gebied van theologie, pastoraat en kerkgeschiedenis. De emerging church is tenslotte niet de eerste vernieuwende beweging in de kerk, zei Murray.
Het is volgens Murray ook belangrijk dat de gevestigde kerken de emerging church kritisch bevragen. Een belangrijke vraag is hoe die gemeenschappen een balans vinden tussen culturele aanpassing en cultuurkritiek. Veel mensen binnen de emerging church willen (de uitingen van) het geloof aanpassen aan de huidige, postmoderne cultuur: de kerk moet een plaats zijn waar mensen zich thuis voelen.
Het geloof biedt echter ook een uitdaging aan de cultuur, aldus Murray. "Daarbij zal ook de vraag moeten worden gesteld wat binnen de cultuur verkeerd is, en bevraagd moet worden. Anders lopen nieuwere kerken het gevaar om volledig door de postmoderne cultuur te worden opgeslokt."
Ook op het gebied van geloofsoverdracht en leiderschap kunnen nieuwe kerken leren van de gevestigde kerken, volgens Murray. Leiderschap is in veel nieuwe gemeenschappen gericht op vriendschap. Structuren zijn vooral organisch van aard. De vraag is hoe dit gaat verlopen als de kleine groep gaat groeien. Dan moet worden nagedacht over het voorkomen van machtsmisbruik en manipulatie, en over een verantwoordingsstructuur.
Samenwerking
Hoe kan het gesprek tussen gevestigde kerken en nieuwe gemeenschappen het beste worden vormgegeven, vroeg Murray zich af. Hij benadrukte het belang van het vinden van wegen om elkaar open te bevragen. Murray voelt veel voor "gezonde vormen van partnerschap" tussen beide groepen, op zowel lokaal als regionaal niveau. Partnerschappen waarbij de ‘betalende partij’ geen invloed gaat opeisen voor de richting van de nieuwe gemeenschap. Maar waar juist volop ruimte wordt geboden om een eigen richting in te gaan.
De basis daarvoor ligt volgens Murray in de erkenning dat we ons bevinden in een veranderende cultuur en dat we de problemen daarvan aan den lijve ondervinden. "Belangrijk is ook dat nieuwe gemeenschappen en gevestigde kerken erkennen dat ze uiteindelijk toch veel gemeen hebben. Erkennen dat Gods kerk verscheidenheid kent, maakt daar deel van uit. Dan ontstaat er onderlinge ruimte, waarin kerken elkaar kunnen bevestigen, in plaats van elkaar bekritiseren."
Hieronder de tekst van het artikel
______________________________________
Stuart Murray op conferentie van Urban Expression over nieuwe kerkvormen:
Gevestigde kerken spelen vaak thuiswedstrijd
Arnhem - Gevestigde kerken stralen vaak uit: kom maar naar ons. Buitenstaanders moeten maar naar de zondagse dienst komen en zich aanpassen. Deze kerken kunnen leren van nieuwe kerken, stelde Stuart Murray op een conferentie van Urban Expression. Maar de gevestigde kerken hebben nieuwere kerken óók wat te zeggen.
Urban Expression is een organisatie die teams werft en toerust voor zending in de stad. Hierbij richt zij zich op zichzelf financierende teams die pionieren in creatieve en relevante uitdrukkingen van de christelijke gemeente in stedelijke gebieden met weinig of geen kerkelijke presentie. Voor een conferentie die onlangs werd gehouden, was de Britse theoloog Stuart Murray uitgenodigd. Hij zoomde in op wat bestaande kerken en nieuwe kerken voor elkaar kunnen betekenen.
Murray vergeleek bestaande kerken met een sportteam. "Het is algemeen bekend dat een uitwedstrijd intimiderend is voor het bezoekende team. De entourage is onbekend, het publiek op de hand van de ander. Daarom wint een thuisteam vaak."
Nieuwe kerken hebben ontdekt dat de kerk altijd een thuiswedstrijd heeft gespeeld, aldus Murray. "Dat was niet zo erg in een tijd waarin iedereen zich vertrouwd voelde bij de cultuur die een kerkdienst uitstraalde. Tegenwoordig leven we echter in een cultuur waarin het kerkgebouw bijna als buitenaards wordt ervaren, waardoor bezoekers zich daar niet comfortabel voelen." Daarom gaan nieuwe kerken een andere weg: ze proberen dichtbij mensen te komen. "Net zoals Jezus mens werd en naar ons toe kwam (incarnatie)."
Bereik
Binnen gevestigde kerken, vooral bij pinkster- en evangelische gemeenten, heerst het idee dat men iedereen bereikt, zei Murray. "Uit allerlei onderzoeken in Groot-Brittannië blijkt dat dit niet zo is, en dat men slechts een klein deel van de samenleving bereikt." Doordat nieuwere kerken nieuwe groepen bereiken, kan dat gevestigde kerken aan het nadenken zetten over wie zij niet bereiken.
Sommige nieuwe kerken groeien ook door overloop uit de gevestigde kerken. Die mensen voelen zich in de bestaande kerk niet meer thuis, maar voelen zich wel aangetrokken tot een nieuwe kerkvorm. "Het lijkt erop dat gevestigde kerken moeite hebben om mensen die geestelijk volwassen zijn geworden verder te helpen", aldus Murray. In de emerging church-beweging zijn ook mensen welkom die lastige vragen stellen. Zo schrijft bijvoorbeeld iemand dat hij werd achtervolgd door vragen als ‘Waarom is Jezus zo boeiend en de kerk zo suf?’, ‘Waarom is Jezus progressief en laat Hij veel stof opwaaien, en is de kerk vaak conservatief en irrelevant?’, of: ‘Waarom staan christenen bekend om geen-seks-voor-het-huwelijk en SGP-politiek, en niet om liefde en genade?’
Mensen met lastige vragen worden in hun eigen kerken - met name in de evangelische en pinkstergemeenten - vaak niet begrepen. Dat komt omdat deze kerken meer geïnteresseerd zijn in het geven van heldere antwoorden, zonder vragen te stellen, stelde Murray. ‘Emergers’ lijken daarentegen alleen vragen te stellen, zonder antwoorden te verwachten. Daarin kunnen ze volgens Murray van elkaar leren.
Vanuit nieuwe kerkvormen klinkt kritiek op de gevestigde kerken dat er te weinig ruimte zou zijn voor vriendschappen, als gevolg van een teveel aan activiteiten. Nieuwe kerken zetten in op vriendschappen voor het leven. Leven is voor hen de basis van het werk, niet de organisatie. Voor sommige gevestigde kerken lijkt ‘kerk-doen’ belangrijker dan ‘kerk-zijn’, stelde Murray.
Netwerken
Er wordt in Nederland veel nagedacht over samenwerking tussen verschillende kerken. Die samenwerking is grotendeels gestoeld op theologie. In nieuwere kerken komen christenen juist op een organische manier bijeen. Het gaat hen niet in de eerste instantie om de juiste theologie. Voor hen is netwerken belangrijker dan organisatie. "Daarin sluiten ze aan bij de maatschappij, die veel meer een netwerkmaatschappij is geworden en waar instituties sterk aan waarde verloren hebben. In die zin leren nieuwe kerken de bestaande kerken wat het betekent om post-denominationeel te zijn. Er wordt samengewerkt over de institutionele kerkmuren heen."
Murray benadrukte dat nieuwe kerken ook kunnen leren van de gevestigde kerken. Het gevaar bestaat anders dat de nieuwe gemeenschappen arrogant worden, de waarheid in pacht denken te hebben en anderen niet nodig menen te hebben, stelde de theoloog. Vooral als de nieuwe gemeenschappen gaan groeien, blijkt dat er nog veel te leren valt van de gevestigde kerken. Op dit moment is de emerging church-beweging nog deels een tegendraadse beweging. Als de beweging gaat groeien, zal ze tot de conclusie komen dat niet alles in de gevestigde kerk verkeerd is, aldus Murray. De gevestigde kerken bieden stabiliteit en een schat aan tradities rondom aanbidding, bijbellezen en samenkomen. Nieuwe gemeenschappen stellen daar kritische vragen bij en zijn steeds op zoek naar nieuwe manieren en vormen. De gevestigde kerken bieden een rijke schakering aan bronnen op gebied van theologie, pastoraat en kerkgeschiedenis. De emerging church is tenslotte niet de eerste vernieuwende beweging in de kerk, zei Murray.
Het is volgens Murray ook belangrijk dat de gevestigde kerken de emerging church kritisch bevragen. Een belangrijke vraag is hoe die gemeenschappen een balans vinden tussen culturele aanpassing en cultuurkritiek. Veel mensen binnen de emerging church willen (de uitingen van) het geloof aanpassen aan de huidige, postmoderne cultuur: de kerk moet een plaats zijn waar mensen zich thuis voelen.
Het geloof biedt echter ook een uitdaging aan de cultuur, aldus Murray. "Daarbij zal ook de vraag moeten worden gesteld wat binnen de cultuur verkeerd is, en bevraagd moet worden. Anders lopen nieuwere kerken het gevaar om volledig door de postmoderne cultuur te worden opgeslokt."
Ook op het gebied van geloofsoverdracht en leiderschap kunnen nieuwe kerken leren van de gevestigde kerken, volgens Murray. Leiderschap is in veel nieuwe gemeenschappen gericht op vriendschap. Structuren zijn vooral organisch van aard. De vraag is hoe dit gaat verlopen als de kleine groep gaat groeien. Dan moet worden nagedacht over het voorkomen van machtsmisbruik en manipulatie, en over een verantwoordingsstructuur.
Samenwerking
Hoe kan het gesprek tussen gevestigde kerken en nieuwe gemeenschappen het beste worden vormgegeven, vroeg Murray zich af. Hij benadrukte het belang van het vinden van wegen om elkaar open te bevragen. Murray voelt veel voor "gezonde vormen van partnerschap" tussen beide groepen, op zowel lokaal als regionaal niveau. Partnerschappen waarbij de ‘betalende partij’ geen invloed gaat opeisen voor de richting van de nieuwe gemeenschap. Maar waar juist volop ruimte wordt geboden om een eigen richting in te gaan.
De basis daarvoor ligt volgens Murray in de erkenning dat we ons bevinden in een veranderende cultuur en dat we de problemen daarvan aan den lijve ondervinden. "Belangrijk is ook dat nieuwe gemeenschappen en gevestigde kerken erkennen dat ze uiteindelijk toch veel gemeen hebben. Erkennen dat Gods kerk verscheidenheid kent, maakt daar deel van uit. Dan ontstaat er onderlinge ruimte, waarin kerken elkaar kunnen bevestigen, in plaats van elkaar bekritiseren."
woensdag 20 mei 2009
Friesch Dagblad Column 7: Eenzaamheid/gemeenschap
Het is er weer tijd voor...
Vandaag in de krant van het hoge noorden.
Ik werd dit weekend getroffen door een krantenkop in het Nederlands Dagblad. ‘Eenzaamheid in kerk komt hard aan’. Diaconaal consulent Dirk-Albert Prins van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) wordt geciteerd tijdens een afgelopen vrijdag gehouden afscheidssymposium. Volgens de scheidende consulent is in kerkdiensten de ontmoeting met God te strak geregisseerd, terwijl de ontmoeting tussen mensen te weinig wordt georganiseerd.
Het krantenbericht slaat volgens mij de pijnlijke spijker op de kerkelijke kop. Twee weken geleden was ik in mijn eigen pinkstergemeente en afgelopen zondag was ik in een kerkdienst van een gereformeerde gezindte. De stijl is anders, maar de organisatie is vergelijkbaar. Iedereen zit in rijtjes achter elkaar. Gericht op een podium waarop alles gebeurt. De dominee of voorganger, de zang(aanbiddings)leider als extra persoon. Het orgel, de piano of de band. Het samen zingen geeft een zeker gevoel van saamhorigheid. Maar in beide gevallen zit ik op een stoel tussen anderen in. Als ik een vreemde was, zou ik niet weten wie er naast mij zit. De gereformeerde dienst is tot in de puntjes geregeld. Die van de pinkstergemeente ook. En ik weet dat daar zelfs de vrijheid georkestreerd is. In beide gevallen ga ik op in de massa en word anoniem binnen een groter geheel. Dat kan het gevoel van eenzaamheid versterken.
De sterke gerichtheid op het podium heeft onder andere te maken met ons, vaak onbewuste, verlangen om de diensten attractief te maken. Dat mensen wat er gebeurt als mooi ervaren. Een behoorlijk deel van de begroting van kerken en gemeenten gaat op aan de versterking van de attractie. Het podium moet mooi bekleed worden, de versterking moet prachtig klinken, de muziekinstrumenten moeten fraai in het gehoor liggen, de band moet goed op elkaar ingespeeld zijn, de bloemen moeten mooi geschikt zijn, de muurbekleding moet het gevoel geven dat men welkom is.
In die attractie van de kerkdiensten is de kerk onbewust aan het concurreren met andere delen van onze samenleving. Wat is een kerkdienst anders dan een theater waar mensen binnen komen en meekijken naar wat er op het podium wordt gespeeld? Goed, er is iets meer interactiviteit in de kerk. Maar als een spreker een vraag stelt aan de zaal, zal de zaal reageren als een theaterpubliek. Het wordt stil en iedereen kijkt elkaar aan: ‘Heeft-ie het nou tegen ons?’ De kerk legt het qua attractie af tegen het echte theater, omdat veel dingen die in de kerk gebeuren goed bedoeld, maar amateuristisch zijn. En het materieel is over het algemeen niet zo gemakkelijk als in een theater.
Waar ontmoette Jezus zijn mensen? Niet in grote gebouwen of in rijtjes stoelen achter elkaar. Hij kwam ze op straat tegen, nodigde zichzelf uit om bij hen te eten. Veel gemeenschapsaspecten vonden plaats in de huiselijke sfeer. Spontane momenten waarin hij mensen ontmoette en waarin hij met zijn discipelen tot een dieper gesprek kwam. Maaltijden organiseren lijkt daarom het nieuwe modewoord. Dat doen wijzelf ook in ons project. Maar ook daar kan organisatie de bovenhand krijgen boven gemeenschap. Als de organisatie van die maaltijd gaat lijken op die van een restaurant met obers, die al klaar staan om af te ruimen als ik mijn laatste hap naar binnen werk, is de gemeenschap ver te zoeken.
Daadwerkelijke belangstelling is volgens mij de crux. Echt geïnteresseerd zijn in de ander. Mijn eigen gedachten en interesses opzij zetten voor hem of haar. Ruimte geven aan de ander om er te mogen zijn. Te laten merken dat de ander bij ons welkom is.
Daarmee geef ik geen oplossing voor de vorm. Wel voor de inhoud. Want waar organisatie ondergeschikt wordt aan relatie, zullen mensen zich op hun plek voelen en weten dat zij daar thuis mogen zijn.
Vandaag in de krant van het hoge noorden.
Ik werd dit weekend getroffen door een krantenkop in het Nederlands Dagblad. ‘Eenzaamheid in kerk komt hard aan’. Diaconaal consulent Dirk-Albert Prins van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) wordt geciteerd tijdens een afgelopen vrijdag gehouden afscheidssymposium. Volgens de scheidende consulent is in kerkdiensten de ontmoeting met God te strak geregisseerd, terwijl de ontmoeting tussen mensen te weinig wordt georganiseerd.
Het krantenbericht slaat volgens mij de pijnlijke spijker op de kerkelijke kop. Twee weken geleden was ik in mijn eigen pinkstergemeente en afgelopen zondag was ik in een kerkdienst van een gereformeerde gezindte. De stijl is anders, maar de organisatie is vergelijkbaar. Iedereen zit in rijtjes achter elkaar. Gericht op een podium waarop alles gebeurt. De dominee of voorganger, de zang(aanbiddings)leider als extra persoon. Het orgel, de piano of de band. Het samen zingen geeft een zeker gevoel van saamhorigheid. Maar in beide gevallen zit ik op een stoel tussen anderen in. Als ik een vreemde was, zou ik niet weten wie er naast mij zit. De gereformeerde dienst is tot in de puntjes geregeld. Die van de pinkstergemeente ook. En ik weet dat daar zelfs de vrijheid georkestreerd is. In beide gevallen ga ik op in de massa en word anoniem binnen een groter geheel. Dat kan het gevoel van eenzaamheid versterken.
De sterke gerichtheid op het podium heeft onder andere te maken met ons, vaak onbewuste, verlangen om de diensten attractief te maken. Dat mensen wat er gebeurt als mooi ervaren. Een behoorlijk deel van de begroting van kerken en gemeenten gaat op aan de versterking van de attractie. Het podium moet mooi bekleed worden, de versterking moet prachtig klinken, de muziekinstrumenten moeten fraai in het gehoor liggen, de band moet goed op elkaar ingespeeld zijn, de bloemen moeten mooi geschikt zijn, de muurbekleding moet het gevoel geven dat men welkom is.
In die attractie van de kerkdiensten is de kerk onbewust aan het concurreren met andere delen van onze samenleving. Wat is een kerkdienst anders dan een theater waar mensen binnen komen en meekijken naar wat er op het podium wordt gespeeld? Goed, er is iets meer interactiviteit in de kerk. Maar als een spreker een vraag stelt aan de zaal, zal de zaal reageren als een theaterpubliek. Het wordt stil en iedereen kijkt elkaar aan: ‘Heeft-ie het nou tegen ons?’ De kerk legt het qua attractie af tegen het echte theater, omdat veel dingen die in de kerk gebeuren goed bedoeld, maar amateuristisch zijn. En het materieel is over het algemeen niet zo gemakkelijk als in een theater.
Waar ontmoette Jezus zijn mensen? Niet in grote gebouwen of in rijtjes stoelen achter elkaar. Hij kwam ze op straat tegen, nodigde zichzelf uit om bij hen te eten. Veel gemeenschapsaspecten vonden plaats in de huiselijke sfeer. Spontane momenten waarin hij mensen ontmoette en waarin hij met zijn discipelen tot een dieper gesprek kwam. Maaltijden organiseren lijkt daarom het nieuwe modewoord. Dat doen wijzelf ook in ons project. Maar ook daar kan organisatie de bovenhand krijgen boven gemeenschap. Als de organisatie van die maaltijd gaat lijken op die van een restaurant met obers, die al klaar staan om af te ruimen als ik mijn laatste hap naar binnen werk, is de gemeenschap ver te zoeken.
Daadwerkelijke belangstelling is volgens mij de crux. Echt geïnteresseerd zijn in de ander. Mijn eigen gedachten en interesses opzij zetten voor hem of haar. Ruimte geven aan de ander om er te mogen zijn. Te laten merken dat de ander bij ons welkom is.
Daarmee geef ik geen oplossing voor de vorm. Wel voor de inhoud. Want waar organisatie ondergeschikt wordt aan relatie, zullen mensen zich op hun plek voelen en weten dat zij daar thuis mogen zijn.
zondag 10 mei 2009
Samenwerken, kan dat?
Al een tijd is in emerging church kringen de wens hoorbaar dat nieuwe vormen van kerk-zijn mogen samenwerken met oude kerken. Wij zijn nu aan het nadenken over hoe dit mogelijk is. Daar kan ik het achterste van mijn tong nog niet van laten zien. Daarvoor moet de lezer nog wachten tot september.
Er is in ieder geval al iets van zichtbaar en hoorbaar. Afgelopen zondag werden vier nieuwe medewerkers van Villa Klarendal uitgezonden uit hun kerk, de Vrijgemaakt Gereformeerde Koepelkerk. Aangezien wij ons nauw met deze mensen betrokken voelen, werd ons ruimte gegund in de liturgie om de nieuwe medewerkers met open handen te ontvangen.
Tijdens de kerkdienst, waarbij ikzelf mocht meespelen in de muziekband, werd tijdens de collecte ons lied "De kleine villa in de straten" als samenzanglied gezongen. Ik heb dit inmiddels al een aantal keren verteld en telkens reageerden mijn gespreksdeelnemers met ongeloof. In een vrijgemaakte kerk zo'n lied spelen en zingen, is dat mogelijk. Jazeker, dat is echt gebeurd. Met na afloop applaus. Voor wie het na wil horen: klik op de speler hieronder en ga verder naar 1:21:18 om het begin van het lied te horen.
Er is in ieder geval al iets van zichtbaar en hoorbaar. Afgelopen zondag werden vier nieuwe medewerkers van Villa Klarendal uitgezonden uit hun kerk, de Vrijgemaakt Gereformeerde Koepelkerk. Aangezien wij ons nauw met deze mensen betrokken voelen, werd ons ruimte gegund in de liturgie om de nieuwe medewerkers met open handen te ontvangen.
Tijdens de kerkdienst, waarbij ikzelf mocht meespelen in de muziekband, werd tijdens de collecte ons lied "De kleine villa in de straten" als samenzanglied gezongen. Ik heb dit inmiddels al een aantal keren verteld en telkens reageerden mijn gespreksdeelnemers met ongeloof. In een vrijgemaakte kerk zo'n lied spelen en zingen, is dat mogelijk. Jazeker, dat is echt gebeurd. Met na afloop applaus. Voor wie het na wil horen: klik op de speler hieronder en ga verder naar 1:21:18 om het begin van het lied te horen.
maandag 27 april 2009
Landen-kookgroep lokaal nieuws
Sinds begin dit jaar bestaat er in onze wijk een "landen-kookgroep". Mede op initiatief van enkele Villabezoekers gestart om elkaars cultuur te waarderen en te leren kennen, is de groep inmiddels uitgegroeid tot een eetgroep waarin mensen met weinig geld gezellig kunnen eten. De groep komt bijeen in het wijkcentrum van Klarendal.
Tweewekelijks kookt een van de landgroepen: Afghanistan - Turkije - Zweden - Bosnië - Suriname - Indonesië - Iran - Marokko - Irak - Nederland.
Het is een gezellige bedoening, waar we ook van elkaar leren. Door samen te koken is er meer begrip voor de diverse achtergronden. En er is waardering vanuit de groep eters die weinig hebben.
Een wijkbewoner die ook veel in de Villa komt heeft RTV Arnhem, de lokale radio- en tv-zender in contact gebracht met deze activiteit. Dat heeft geleid tot de uitzending van een kort item op deze zender.
Klik hieronder om deze uitzending te bekijken.
Tweewekelijks kookt een van de landgroepen: Afghanistan - Turkije - Zweden - Bosnië - Suriname - Indonesië - Iran - Marokko - Irak - Nederland.
Het is een gezellige bedoening, waar we ook van elkaar leren. Door samen te koken is er meer begrip voor de diverse achtergronden. En er is waardering vanuit de groep eters die weinig hebben.
Een wijkbewoner die ook veel in de Villa komt heeft RTV Arnhem, de lokale radio- en tv-zender in contact gebracht met deze activiteit. Dat heeft geleid tot de uitzending van een kort item op deze zender.
Klik hieronder om deze uitzending te bekijken.
zaterdag 25 april 2009
Bril-loos
Het is gebeurd. Een man in de kracht van zijn leven is uit ons leven weggerukt. De afgelopen week hebben ik op tv en in de krant veel superlatieven gezien, gehoord en gelezen over Neerlands grootste columnist.
Als zaterdagabonnee van de Volkskrant las ik zijn columns niet dagelijks, maar wekelijks. En dat niet eens trouw, maar zo af en toe als het uitkwam. Wat me opviel was zijn warmte voor de gewone dingen van het leven. Daarin werd hij ook zo geroemd. Mensen hadden het gevoel dat hij dicht bij hen kwam. Ze kenden hem (of dachten hem te kennen) door wat hij vertelde over zijn eigen leven.
Voor mij is hij een voorbeeld als beginnend columnist. De kracht die te vinden is in 600 woorden. Geen uitgebreide lappen tekst, maar alles compact binnen de lijnen opgeschreven.
Zijn werk is echter ook een teken van de tegenwoordige tijd. Geen grote verhalen of ideologieën. Het gewone leven voorop. Voor mij als gelovige een hulp om na te denken over het belang van de gewone dingen. Christenen willen zo graag en zo snel richting het grote en geweldige. Begint dat juist niet bij het gewone en nietige? Zien we de bomen of het bos. Als we een bos willen oogsten, moeten we tijd nemen voor het zaaien van kleine zaadjes waar bomen uit voort komen. Let op die kleine dingen. Dan sta je soms versteld van wat God doet!
Als zaterdagabonnee van de Volkskrant las ik zijn columns niet dagelijks, maar wekelijks. En dat niet eens trouw, maar zo af en toe als het uitkwam. Wat me opviel was zijn warmte voor de gewone dingen van het leven. Daarin werd hij ook zo geroemd. Mensen hadden het gevoel dat hij dicht bij hen kwam. Ze kenden hem (of dachten hem te kennen) door wat hij vertelde over zijn eigen leven.
Voor mij is hij een voorbeeld als beginnend columnist. De kracht die te vinden is in 600 woorden. Geen uitgebreide lappen tekst, maar alles compact binnen de lijnen opgeschreven.
Zijn werk is echter ook een teken van de tegenwoordige tijd. Geen grote verhalen of ideologieën. Het gewone leven voorop. Voor mij als gelovige een hulp om na te denken over het belang van de gewone dingen. Christenen willen zo graag en zo snel richting het grote en geweldige. Begint dat juist niet bij het gewone en nietige? Zien we de bomen of het bos. Als we een bos willen oogsten, moeten we tijd nemen voor het zaaien van kleine zaadjes waar bomen uit voort komen. Let op die kleine dingen. Dan sta je soms versteld van wat God doet!
dinsdag 21 april 2009
Friesch Dagblad Column 6: Nieuwe wegen voor de kerk
Voor je het weet is er al weer een maand voorbij. Dus weer tijd voor een nieuwe column. Ditmaal over mijn ervaringen en gedachten bij het weekend van het Emerging Netwerk.
Het was de afgelopen weken nogal in het nieuws. Een paar weken geleden werden twee boeken ter doop gehouden (kinderdoop wel te verstaan) die veel verbinding met elkaar hebben. Ploeteren en pionieren van het duo Nico-Dirk van Loo en Martijn Vellekoop en De ontdekking van het Koninkrijk van Daniël de Wolf (ook wel bekend van Jezus in de Millinx). Beide boeken gaan over verandering in de kerk van vandaag. De een met de insteek van hoe vijf pioniers de afgelopen jaren geploeterd en gepionierd hebben om te komen tot nieuwe vormen van kerk-zijn. De ander met een persoonlijk verhaal van twijfel en onzekerheid waarin uiteindelijk de ontdekking van de boodschap van het Koninkrijk wordt ontdekt.
Er is de laatste tijd veel aandacht voor die nieuwe vormen. De kerken lopen leeg. Ook de evangelische beweging kent inmiddels zijn eigen achterdeuren die door allerlei oorzaken tot nu toe niet zichtbaar zijn geweest. Sommige mensen die door de achterdeur van de evangelische gemeenten is vertrokken, wilden graag meer betekenen voor onze maatschappij - maar ze hebben het gevoel dat hun gemeente daarin faalt. Met pijn en verdriet hebben ze de deur van de gemeente achter zich dicht gedaan. Zij lijken elkaar te vinden bij een nieuwe beweging die zich situeert rond het Emerging Netwerk.
Afgelopen weekend was ik betrokken bij een bijeenkomst dat door dat netwerk werd georganiseerd. 27 mensen van allerlei achtergrond en leeftijd trokken een weekend met elkaar op om elkaar te steunen, met elkaar mee te denken en nieuwe moed te verzamelen voor nieuwe wegen die in Nederland aan het ontstaan zijn. Nieuwe wegen met veel nieuwe mogelijkheden. Van mensen die een gezellige wijkkerk starten tot zij die met een stel jongeren samen in de eigen buurt op pad gaat. Van theologische vernieuwers tot mensen met een ‘traditionele’ evangelische gedachtegang. Van mensen die hun weg al helemaal lijken te hebben gevonden tot mensen die nog helemaal op zoek zijn naar welke plek ze moeten innemen. Veel weekendgangers zijn op zoek naar medestanders voor de weg die zij lopen. En velen van hen komen maar weinig christenen in de eigen omgeving tegen die begrijpen waar ze mee bezig zijn, waardoor vereenzaming dreigt. Het weekend was daarom voor iedereen een feest van herkenning, een plek waarin mensen elkaar verhalen konden vertellen en ook een moment waarop de eigen pijn en moeite kon worden gedeeld.
Samen nadenken over de toekomst van kerk-zijn in Nederland is geweldig. Nieuwe ideeën ontstaan. Pijn en teleurstelling maken plaats voor hoop en verwachting. Op enkele plekken worden al nieuwe probeersels uitgedacht en uitgewerkt. Dat geeft ook de ‘emerging burger’ die niet zo pioniersgezind is moed om zelf op de eigen plek of in de eigen omgeving te kijken naar nieuwe mogelijkheden.
Maar ook hier kan weer het gevaar ontstaan waar alle kerkelijke bewegingen tot nu toe mee te maken hebben gehad. Het Emerging Netwerk kan een tegenreactie zijn op de misstanden in de gevestigde kerken in Nederland (zowel de protestantse kerken als de evangelische beweging). Na verloop van tijd kan de goed begonnen beweging institutionaliseren. Of opgaan in allerlei sektarisch of buitenkerkelijk geneuzel waar men andere kerken verre van wil houden. Mijn hoop is gevestigd op vormen van samenwerking tussen ‘oude’ kerken en gemeenten en de nieuwe beweging. De geschiedenis leert ons dat de protestantse beweging werd genoodzaakt uit de Rooms-Katholieke Kerk te stappen en een eigen kerk te stichten, waardoor die sterk anti-katholiek werd. Zowel de evangelische beweging als de pinksterbeweging werden op hun beurt genoodzaakt uit de protestants-liberale kerken te stappen, waardoor zij sterk anti-protestants werden. Een samenwerking tussen oud en nieuw kan ons kerkelijke land een nieuwe weg bieden, die ontdaan is van het anti-karakter dat ons kerkelijke landschap zo vaak heeft verdeeld. Een ‘enge weg’ die naar een hoopvolle toekomst leidt.
Het was de afgelopen weken nogal in het nieuws. Een paar weken geleden werden twee boeken ter doop gehouden (kinderdoop wel te verstaan) die veel verbinding met elkaar hebben. Ploeteren en pionieren van het duo Nico-Dirk van Loo en Martijn Vellekoop en De ontdekking van het Koninkrijk van Daniël de Wolf (ook wel bekend van Jezus in de Millinx). Beide boeken gaan over verandering in de kerk van vandaag. De een met de insteek van hoe vijf pioniers de afgelopen jaren geploeterd en gepionierd hebben om te komen tot nieuwe vormen van kerk-zijn. De ander met een persoonlijk verhaal van twijfel en onzekerheid waarin uiteindelijk de ontdekking van de boodschap van het Koninkrijk wordt ontdekt.
Er is de laatste tijd veel aandacht voor die nieuwe vormen. De kerken lopen leeg. Ook de evangelische beweging kent inmiddels zijn eigen achterdeuren die door allerlei oorzaken tot nu toe niet zichtbaar zijn geweest. Sommige mensen die door de achterdeur van de evangelische gemeenten is vertrokken, wilden graag meer betekenen voor onze maatschappij - maar ze hebben het gevoel dat hun gemeente daarin faalt. Met pijn en verdriet hebben ze de deur van de gemeente achter zich dicht gedaan. Zij lijken elkaar te vinden bij een nieuwe beweging die zich situeert rond het Emerging Netwerk.
Afgelopen weekend was ik betrokken bij een bijeenkomst dat door dat netwerk werd georganiseerd. 27 mensen van allerlei achtergrond en leeftijd trokken een weekend met elkaar op om elkaar te steunen, met elkaar mee te denken en nieuwe moed te verzamelen voor nieuwe wegen die in Nederland aan het ontstaan zijn. Nieuwe wegen met veel nieuwe mogelijkheden. Van mensen die een gezellige wijkkerk starten tot zij die met een stel jongeren samen in de eigen buurt op pad gaat. Van theologische vernieuwers tot mensen met een ‘traditionele’ evangelische gedachtegang. Van mensen die hun weg al helemaal lijken te hebben gevonden tot mensen die nog helemaal op zoek zijn naar welke plek ze moeten innemen. Veel weekendgangers zijn op zoek naar medestanders voor de weg die zij lopen. En velen van hen komen maar weinig christenen in de eigen omgeving tegen die begrijpen waar ze mee bezig zijn, waardoor vereenzaming dreigt. Het weekend was daarom voor iedereen een feest van herkenning, een plek waarin mensen elkaar verhalen konden vertellen en ook een moment waarop de eigen pijn en moeite kon worden gedeeld.
Samen nadenken over de toekomst van kerk-zijn in Nederland is geweldig. Nieuwe ideeën ontstaan. Pijn en teleurstelling maken plaats voor hoop en verwachting. Op enkele plekken worden al nieuwe probeersels uitgedacht en uitgewerkt. Dat geeft ook de ‘emerging burger’ die niet zo pioniersgezind is moed om zelf op de eigen plek of in de eigen omgeving te kijken naar nieuwe mogelijkheden.
Maar ook hier kan weer het gevaar ontstaan waar alle kerkelijke bewegingen tot nu toe mee te maken hebben gehad. Het Emerging Netwerk kan een tegenreactie zijn op de misstanden in de gevestigde kerken in Nederland (zowel de protestantse kerken als de evangelische beweging). Na verloop van tijd kan de goed begonnen beweging institutionaliseren. Of opgaan in allerlei sektarisch of buitenkerkelijk geneuzel waar men andere kerken verre van wil houden. Mijn hoop is gevestigd op vormen van samenwerking tussen ‘oude’ kerken en gemeenten en de nieuwe beweging. De geschiedenis leert ons dat de protestantse beweging werd genoodzaakt uit de Rooms-Katholieke Kerk te stappen en een eigen kerk te stichten, waardoor die sterk anti-katholiek werd. Zowel de evangelische beweging als de pinksterbeweging werden op hun beurt genoodzaakt uit de protestants-liberale kerken te stappen, waardoor zij sterk anti-protestants werden. Een samenwerking tussen oud en nieuw kan ons kerkelijke land een nieuwe weg bieden, die ontdaan is van het anti-karakter dat ons kerkelijke landschap zo vaak heeft verdeeld. Een ‘enge weg’ die naar een hoopvolle toekomst leidt.
vrijdag 17 april 2009
Spanningen doorbroken
Afgelopen zondag. Het is weer heel druk en gezellig tijdens deze paasbrunch. We moeten alle stoelen en tafels bijzetten die we in het pand hebben.
De deur gaat open. "Hallo, daar ben ik weer", komt het van uit de gang. De man die vorige week met veel verve meldde dat hij nooit meer zou komen, komt lachend de Villa binnen met een pan soep. Hij is even vrolijk als altijd. Na afloop meldt hij dat hij het heel gezellig heeft gehad.
Tja, daar heb je dan een nacht voor wakker gelegen, denk ik dan. Aan de andere kant: dat klopt. Want tijdens die nacht is zijn naam regelmatig in een gebed naar boven gezonden.
Wat blijkt nu? Mijn vrouw kwam hem in diezelfde week tegen en hij vertelde zijn verhaal. Zij maakte het af met een kwinkslag, zei hem dat ze hem toch weer verwachtte en vroeg hem een pan met soep voor de paasbrunch te maken. En daarin stemde hij toe.
Ook dat is missionair werken. Ontspanning volgt op spanning. Mensen zijn gelukkig veranderbaar en bereid te vergeven. Ook daar moeten we mee leren omgaan.
De deur gaat open. "Hallo, daar ben ik weer", komt het van uit de gang. De man die vorige week met veel verve meldde dat hij nooit meer zou komen, komt lachend de Villa binnen met een pan soep. Hij is even vrolijk als altijd. Na afloop meldt hij dat hij het heel gezellig heeft gehad.
Tja, daar heb je dan een nacht voor wakker gelegen, denk ik dan. Aan de andere kant: dat klopt. Want tijdens die nacht is zijn naam regelmatig in een gebed naar boven gezonden.
Wat blijkt nu? Mijn vrouw kwam hem in diezelfde week tegen en hij vertelde zijn verhaal. Zij maakte het af met een kwinkslag, zei hem dat ze hem toch weer verwachtte en vroeg hem een pan met soep voor de paasbrunch te maken. En daarin stemde hij toe.
Ook dat is missionair werken. Ontspanning volgt op spanning. Mensen zijn gelukkig veranderbaar en bereid te vergeven. Ook daar moeten we mee leren omgaan.
donderdag 9 april 2009
Spannende spanningen
Afgelopen zaterdag was ik op een congres over multicultureel gemeente-zijn. Of het nu lag aan dat congres, of dat het een samenloop van omstandigheden was, deze week werd ik een aantal keren geconfronteerd met multiculturele spanningen.
Zondag. We hebben een gezellig diner georganiseerd, waarbij iedereen iets heeft gekookt. We missen wat mensen door vakantie en zwangerschap/bevalling. Een aantal nieuwe medewerkers heeft zich netjes gehouden aan de tijd van opruimen en slaat aan het opruimen. Daarbij wordt geen rekening gehouden met wat mensen die nog aan het eten zijn. Er moet immers opgeruimd worden. Ik heb het zelf niet door, maar er ontstaat wrijving daardoor. Terwijl ik buiten sta, loopt een van die bezoeker kwaad weg, omdat hij het gevoel heeft dat wij de viering belangrijker vinden dan de maaltijd. Even later staan we buiten en komt hij terug om te melden dat hij zich terugtrekt uit de Villa. Pijnlijk. Vervelend. Had het kunnen worden voorkomen? Iets om over na te denken.
Dinsdag. We hebben tachtig paaspakketten gekregen om uit te delen aan oudere mensen.
Een goede bekende die van buitenaf wordt ingevlogen is uren bezig om de adressen en de deelnemers van de paasuitdeelactie aan elkaar te matchen. Ze heeft mooie kaartjes gemaakt met daarop in een markeerstift aangevinkt de adressen. Twee vaste bezoekers komen binnen en vinden dit maar niets. "Verdeel het toch onder onze eigen mensen en die brengen het wel langs". Ze pakken de pakketten en melden dat ze langs hun eigen adressen gaan. Dat doen ze netjes, behalve bij dat ene adres waar tien minuten later een team officieel het pakket komt brengen. Die persoon is al voorzien van een pakket. Is het feit dat ze bij die ene vrouw langsgaan en een pakket afgeven verkeerd, omdat ze zich niet aan de organisatie houden? Ik spreek een van de dames vandaag weer. Waarom toch al die rompslomp en al dat georganiseer voor niets? Het kan toch makkelijker op onze manier? Vanavond spreek ik een van onze teamleden. Die kreeg de kriebels van de houding van de dames. Dat vindt zij dan weer rommelig en ongeorganiseerd.
Er zijn altijd twee manieren om ergens naar te kijken. De meest geëigende manier is om het eigen denken tot norm te verheffen. Voor Nederlanders is dit het "goed organiseren". Voor anderen gaat het om de relatie en de ruimte. Een goed georganiseerde brunch of diner loopt voor Nederlanders gesmeerd als het goed op tijd loopt. Maar is het dan nog gezellig en blijft er nog ruimte over voor gesprek? Wat zou je doen als je in een restaurant op tijd zou worden benaderd? Nederlanders houden van goed georganiseerde acties. Maar wat doe je als mensen de relatie met "hun mensen" prevaleren boven "die lijstjes en kaartjes".
Ik heb in beide gevallen naar beide kanten gepleit voor ruimte. Enerzijds om het goed te organiseren. Anderzijds om ruimte te laten voor de ander om de eigen weg te gaan. Tot nu toe zie ik het alleen maar als een voordeel en als een positief spannend leermoment om dergelijke spanningen tegen te komen. Goed, in het ene geval kostte het mij voor een keer mijn nachtrust. Maar na die nacht besefte ik des te meer hoezeer hier sprake is van monocultureel werken in een multiculturele setting. En hoe belangrijk het is elkaar te leren waarderen of in ieder geval te accepteren, ook al snap je de manieren van de ander totaal niet. Dat is echt leren leven in een gemeenschap. Eenheid in de praktijk proberen uit te werken. Er is werk aan de winkel geloof ik.
Zondag. We hebben een gezellig diner georganiseerd, waarbij iedereen iets heeft gekookt. We missen wat mensen door vakantie en zwangerschap/bevalling. Een aantal nieuwe medewerkers heeft zich netjes gehouden aan de tijd van opruimen en slaat aan het opruimen. Daarbij wordt geen rekening gehouden met wat mensen die nog aan het eten zijn. Er moet immers opgeruimd worden. Ik heb het zelf niet door, maar er ontstaat wrijving daardoor. Terwijl ik buiten sta, loopt een van die bezoeker kwaad weg, omdat hij het gevoel heeft dat wij de viering belangrijker vinden dan de maaltijd. Even later staan we buiten en komt hij terug om te melden dat hij zich terugtrekt uit de Villa. Pijnlijk. Vervelend. Had het kunnen worden voorkomen? Iets om over na te denken.
Dinsdag. We hebben tachtig paaspakketten gekregen om uit te delen aan oudere mensen.
Een goede bekende die van buitenaf wordt ingevlogen is uren bezig om de adressen en de deelnemers van de paasuitdeelactie aan elkaar te matchen. Ze heeft mooie kaartjes gemaakt met daarop in een markeerstift aangevinkt de adressen. Twee vaste bezoekers komen binnen en vinden dit maar niets. "Verdeel het toch onder onze eigen mensen en die brengen het wel langs". Ze pakken de pakketten en melden dat ze langs hun eigen adressen gaan. Dat doen ze netjes, behalve bij dat ene adres waar tien minuten later een team officieel het pakket komt brengen. Die persoon is al voorzien van een pakket. Is het feit dat ze bij die ene vrouw langsgaan en een pakket afgeven verkeerd, omdat ze zich niet aan de organisatie houden? Ik spreek een van de dames vandaag weer. Waarom toch al die rompslomp en al dat georganiseer voor niets? Het kan toch makkelijker op onze manier? Vanavond spreek ik een van onze teamleden. Die kreeg de kriebels van de houding van de dames. Dat vindt zij dan weer rommelig en ongeorganiseerd.
Er zijn altijd twee manieren om ergens naar te kijken. De meest geëigende manier is om het eigen denken tot norm te verheffen. Voor Nederlanders is dit het "goed organiseren". Voor anderen gaat het om de relatie en de ruimte. Een goed georganiseerde brunch of diner loopt voor Nederlanders gesmeerd als het goed op tijd loopt. Maar is het dan nog gezellig en blijft er nog ruimte over voor gesprek? Wat zou je doen als je in een restaurant op tijd zou worden benaderd? Nederlanders houden van goed georganiseerde acties. Maar wat doe je als mensen de relatie met "hun mensen" prevaleren boven "die lijstjes en kaartjes".
Ik heb in beide gevallen naar beide kanten gepleit voor ruimte. Enerzijds om het goed te organiseren. Anderzijds om ruimte te laten voor de ander om de eigen weg te gaan. Tot nu toe zie ik het alleen maar als een voordeel en als een positief spannend leermoment om dergelijke spanningen tegen te komen. Goed, in het ene geval kostte het mij voor een keer mijn nachtrust. Maar na die nacht besefte ik des te meer hoezeer hier sprake is van monocultureel werken in een multiculturele setting. En hoe belangrijk het is elkaar te leren waarderen of in ieder geval te accepteren, ook al snap je de manieren van de ander totaal niet. Dat is echt leren leven in een gemeenschap. Eenheid in de praktijk proberen uit te werken. Er is werk aan de winkel geloof ik.
zondag 5 april 2009
Een week van toerusting en gesprek
De afgelopen dagen heb ik een paar dagen vrij gehad en genomen om enkele conferenties te bezoeken en wat gesprekken te houden.
DONDERDAG
ging ik halverwege de bijeenkomst van voorgangers en geestelijke leiders in Arnhem, Hart voor Arnhem, samen met tijdelijk teamleider van Villa Klarendal Ikenius Antuma naar een symposium ‘Pionieren voor het Koninkrijk’. Tijdens dit symposium werden twee boeken ter doop gehouden:
* De ontdekking van het Koninkrijk: verslag van een persoonlijke zoektocht (door Daniël de Wolf, uitgeverij Medema)
* Ploeteren & pionieren: nieuwe manieren van kerk zijn (door Martijn Vellekoop en Nico-Dirk van Loo, uitgeverij Ark Media).
De boeken waren de aanleiding, maar het symposium was bedoeld om na te denken over nieuwe vormen van kerk-zijn, die in ons land bekend is geworden als Emerging Church. Leuke discussies waren aan de orde en kritische vragen werden gesteld. Jos Douma, Vrijgemaakt predikant in Haarlem, stelde in zijn toespraak kritisch dat het mensen in de emerging beweging dat het hen gaat om "zoek eerst het Koninkrijk en zijn ge...meentestichting. En vervolgde met een onderkoeld: Ja,
hier zijn de pioniers, de gepassioneerden, de Jezus-freaks, de creatievelingen, de koplopers en de afhakers, de visionairs. En er klinkt dit geluid: ‘De kerk is dood, leve de koning!’
Belangrijk aspect in zijn toespraak was dat het van belang is te beseffen dat het gaat om mensen en niet om manieren. Mensen die zich zowel binnen als buiten de kerk bevinden.
Zowel Douma als Matthijs Vlaardingerbroek benadrukten om meer samen te doen: oude kerken en nieuwe, emerging, initiatieven. Tegelijkertijd werd duidelijk dat emerging church veel meer een gesprek is waarin over vernieuwing wordt nagedacht dan dat er daadwerkelijk aan de slag wordt gegaan. De wens is er wel, maar er zijn maar weinig echte pioniers die durven te ploeteren in de Nederlandse klei. In het boek "Ploeteren en Pionieren" worden vijf voorbeelden aangehaald van mensen die met vallen en opstaan, met geloof en twijfel, daar wel mee aan de slag zijn gegaan. Daarnaast zijn er nog enkele andere voorbeeldprojecten in het land, en daarbij wordt ook Villa Klarendal telkens genoemd,
die uit de klei, het veen of de zandgrond zijn voortgekomen.
In een radiouitzending van Kerk in Beweging noemt Teun van der Leer, directeur van het Baptistenseminarie, deze projecten hoopvolle experimenten in een nieuwe tijd. Hij kijkt uit naar wat er verder gaat komen.
VRIJDAG
Had ik een gesprek met Corjan Matsinger van Youth for Christ. Dit ging over de ervaring die ik heb opgedaan bij Villa Klarendal en of de kennis daarvan wellicht binnen Youth for Christ ten behoeve van andere kerken verder ingezet kan worden. Verder kan ik hier op dit moment nog niets meer over zeggen.
ZATERDAG
Zijn we met zijn drieën vanuit Villa Klarendal bij de toerustingsdag van de International Church Plants (ICP) geweest. ICP is, aldus de website, "een stichting die is voortgekomen uit het werk binnen de ICF (International Christian Fellowship) te Rotterdam. Deze multiculturele gemeente is in 2000 gesticht en telt momenteel zo’n 200 mensen van allerlei nationaliteiten. Oprichter en jarenlang voorganger van ICF Rotterdam was Theo Visser. Hij gaf in 2005 de aanzet tot oprichting van ICP. Sinds voorjaar 2007 zijn concrete activiteiten in gang gezet. Inmiddels heeft Theo zijn leiderschapstaken binnen de ICF neergelegd, om via ICP nader gestalte te geven aan zijn grote passie: multiculturele kerkplanting. ICP heeft een bestuur met mensen vanuit verschillende gereformeerde kerken. Bovendien krijgt de stichting regelmatig feedback van een raad van advies met drie personen die een ruime bestuurlijke, kerkelijke en missionaire ervaring hebben (dr. Henk van den Belt, drs. Marco Vermin, en dr. Stefan Paas)."
Aangezien we binnen Villa Klarendal voor een groot deel bezig zijn met multicultureel werken, sluit de visie van ICP wat dit betreft aan op die van Villa Klarendal. Het was voor mij mooi om eens te confereren met mensen die op gebied van multicultureel werken een zelfde passie hebben.
Een van de workshops ging over gemeenteopbouw. Tot mijn verbazing gebruikte de workshopleider een westers bedrijfsmodel om gemeentegroei te verklaren en uit te leggen. Dat zorgde ervoor dat ik hem bevroeg of er gemeenteopbouwmodellen zijn die gericht zijn op het multiculturele perspectief. Het leek nu namelijk of er maar een vorm van groei was: de groei naar steeds groter. Of een dergelijk model werkt als een gemeente voor een groot deel bestaat uit mensen die afkomstig zijn uit een familie-georiënteerde cultuur is voor mij een vraag. Voor mij is ook een vraag of we in de huidige postmoderne tijd met dergelijke modernistische modellen gemeenten kunnen laten groeien. De workshopleider zag wel heil in het ontstaan van kleinere celgroepen in wijken waar boven een grotere organisatie werd gesteld. Hij zette mij trouwens gelijk terug in een hokje: "ik weet dat de emerging church kritische vragen stelt...". Voor mij zijn dit interessante vragen voor de nabije toekomst.
Wat ik van deze conferentie ook leuk vond was om mij in overwegend gereformeerde achtergronden te kunnen begeven. De stijl en cultuur is anders. De liefde voor God en voor onze medemens en -lander is hetzelfde.
BACK TO THE BASIC
Zo ben ik weer bij de dag van vandaag aangekomen. Vier van onze vijf kinderen zijn op een gemeenteweekend van hun kerk. Mijn vrouw is op rust op een andere plek. Dus zijn mijn jongste dochter en ik vanochtend gaan "shoppen" bij onze kerkelijke buren van de Baptistengemeente Arnhem Centrum. Na afloop daarvan heb ik mijn toespraakje voor vanmiddag (diner en viering bij Villa Klarendal) voorbereid. En straks ga ik een maaltijd maken voor het dinergedeelte voor diezelfde middag.
En daarmee eindigt een halve week van gesprek en conferentie om weer eens bij te tanken voor het werk wat we doen. Fijn om dingen te horen, goed om mensen te spreken, hartverwarmend om medestanders te ontmoeten, genieten om weer eens flink vooruit te denken. Gisteren zei ik in de auto tegen onze reisgenoot dat ik het toch altijd weer prettig vind om terug te zijn in de wijk. Daar hoor ik thuis, daar mag ik genieten van de mensen om ons heen. Straks genieten van de maaltijd en de gesprekken tussendoor. En tijdens de toespraak genieten van het doorgeven ervan en van de vragen en interactie die daar tussendoor ongetwijfeld weer naar boven zullen borrelen. Ik ben weer terug bij de basis. Want hier gebeurt het!
DONDERDAG
ging ik halverwege de bijeenkomst van voorgangers en geestelijke leiders in Arnhem, Hart voor Arnhem, samen met tijdelijk teamleider van Villa Klarendal Ikenius Antuma naar een symposium ‘Pionieren voor het Koninkrijk’. Tijdens dit symposium werden twee boeken ter doop gehouden:
* De ontdekking van het Koninkrijk: verslag van een persoonlijke zoektocht (door Daniël de Wolf, uitgeverij Medema)
* Ploeteren & pionieren: nieuwe manieren van kerk zijn (door Martijn Vellekoop en Nico-Dirk van Loo, uitgeverij Ark Media).
De boeken waren de aanleiding, maar het symposium was bedoeld om na te denken over nieuwe vormen van kerk-zijn, die in ons land bekend is geworden als Emerging Church. Leuke discussies waren aan de orde en kritische vragen werden gesteld. Jos Douma, Vrijgemaakt predikant in Haarlem, stelde in zijn toespraak kritisch dat het mensen in de emerging beweging dat het hen gaat om "zoek eerst het Koninkrijk en zijn ge...meentestichting. En vervolgde met een onderkoeld: Ja,
hier zijn de pioniers, de gepassioneerden, de Jezus-freaks, de creatievelingen, de koplopers en de afhakers, de visionairs. En er klinkt dit geluid: ‘De kerk is dood, leve de koning!’
Belangrijk aspect in zijn toespraak was dat het van belang is te beseffen dat het gaat om mensen en niet om manieren. Mensen die zich zowel binnen als buiten de kerk bevinden.
Zowel Douma als Matthijs Vlaardingerbroek benadrukten om meer samen te doen: oude kerken en nieuwe, emerging, initiatieven. Tegelijkertijd werd duidelijk dat emerging church veel meer een gesprek is waarin over vernieuwing wordt nagedacht dan dat er daadwerkelijk aan de slag wordt gegaan. De wens is er wel, maar er zijn maar weinig echte pioniers die durven te ploeteren in de Nederlandse klei. In het boek "Ploeteren en Pionieren" worden vijf voorbeelden aangehaald van mensen die met vallen en opstaan, met geloof en twijfel, daar wel mee aan de slag zijn gegaan. Daarnaast zijn er nog enkele andere voorbeeldprojecten in het land, en daarbij wordt ook Villa Klarendal telkens genoemd,
die uit de klei, het veen of de zandgrond zijn voortgekomen.
In een radiouitzending van Kerk in Beweging noemt Teun van der Leer, directeur van het Baptistenseminarie, deze projecten hoopvolle experimenten in een nieuwe tijd. Hij kijkt uit naar wat er verder gaat komen.
VRIJDAG
Had ik een gesprek met Corjan Matsinger van Youth for Christ. Dit ging over de ervaring die ik heb opgedaan bij Villa Klarendal en of de kennis daarvan wellicht binnen Youth for Christ ten behoeve van andere kerken verder ingezet kan worden. Verder kan ik hier op dit moment nog niets meer over zeggen.
ZATERDAG
Zijn we met zijn drieën vanuit Villa Klarendal bij de toerustingsdag van de International Church Plants (ICP) geweest. ICP is, aldus de website, "een stichting die is voortgekomen uit het werk binnen de ICF (International Christian Fellowship) te Rotterdam. Deze multiculturele gemeente is in 2000 gesticht en telt momenteel zo’n 200 mensen van allerlei nationaliteiten. Oprichter en jarenlang voorganger van ICF Rotterdam was Theo Visser. Hij gaf in 2005 de aanzet tot oprichting van ICP. Sinds voorjaar 2007 zijn concrete activiteiten in gang gezet. Inmiddels heeft Theo zijn leiderschapstaken binnen de ICF neergelegd, om via ICP nader gestalte te geven aan zijn grote passie: multiculturele kerkplanting. ICP heeft een bestuur met mensen vanuit verschillende gereformeerde kerken. Bovendien krijgt de stichting regelmatig feedback van een raad van advies met drie personen die een ruime bestuurlijke, kerkelijke en missionaire ervaring hebben (dr. Henk van den Belt, drs. Marco Vermin, en dr. Stefan Paas)."
Aangezien we binnen Villa Klarendal voor een groot deel bezig zijn met multicultureel werken, sluit de visie van ICP wat dit betreft aan op die van Villa Klarendal. Het was voor mij mooi om eens te confereren met mensen die op gebied van multicultureel werken een zelfde passie hebben.
Een van de workshops ging over gemeenteopbouw. Tot mijn verbazing gebruikte de workshopleider een westers bedrijfsmodel om gemeentegroei te verklaren en uit te leggen. Dat zorgde ervoor dat ik hem bevroeg of er gemeenteopbouwmodellen zijn die gericht zijn op het multiculturele perspectief. Het leek nu namelijk of er maar een vorm van groei was: de groei naar steeds groter. Of een dergelijk model werkt als een gemeente voor een groot deel bestaat uit mensen die afkomstig zijn uit een familie-georiënteerde cultuur is voor mij een vraag. Voor mij is ook een vraag of we in de huidige postmoderne tijd met dergelijke modernistische modellen gemeenten kunnen laten groeien. De workshopleider zag wel heil in het ontstaan van kleinere celgroepen in wijken waar boven een grotere organisatie werd gesteld. Hij zette mij trouwens gelijk terug in een hokje: "ik weet dat de emerging church kritische vragen stelt...". Voor mij zijn dit interessante vragen voor de nabije toekomst.
Wat ik van deze conferentie ook leuk vond was om mij in overwegend gereformeerde achtergronden te kunnen begeven. De stijl en cultuur is anders. De liefde voor God en voor onze medemens en -lander is hetzelfde.
BACK TO THE BASIC
Zo ben ik weer bij de dag van vandaag aangekomen. Vier van onze vijf kinderen zijn op een gemeenteweekend van hun kerk. Mijn vrouw is op rust op een andere plek. Dus zijn mijn jongste dochter en ik vanochtend gaan "shoppen" bij onze kerkelijke buren van de Baptistengemeente Arnhem Centrum. Na afloop daarvan heb ik mijn toespraakje voor vanmiddag (diner en viering bij Villa Klarendal) voorbereid. En straks ga ik een maaltijd maken voor het dinergedeelte voor diezelfde middag.
En daarmee eindigt een halve week van gesprek en conferentie om weer eens bij te tanken voor het werk wat we doen. Fijn om dingen te horen, goed om mensen te spreken, hartverwarmend om medestanders te ontmoeten, genieten om weer eens flink vooruit te denken. Gisteren zei ik in de auto tegen onze reisgenoot dat ik het toch altijd weer prettig vind om terug te zijn in de wijk. Daar hoor ik thuis, daar mag ik genieten van de mensen om ons heen. Straks genieten van de maaltijd en de gesprekken tussendoor. En tijdens de toespraak genieten van het doorgeven ervan en van de vragen en interactie die daar tussendoor ongetwijfeld weer naar boven zullen borrelen. Ik ben weer terug bij de basis. Want hier gebeurt het!
zaterdag 28 maart 2009
genieten in de drukte
Een tijd geleden zei iemand tegen mij hoezeer het hem opviel dat ik ineens weer wat meer blogde. Tja, er was iets meer ruimte in de agenda en dat bood ruimte voor reflectie. Die ruimte is inmiddels al weer ingenomen, waardoor de communicerende vaten nu weer negatief uitvallen ten opzichte van de weblog. Daarom nu maar weer eens een update van al het moois wat we zoal meemaken.
Samen op weg
Terwijl velen erover schrijven en er binnenkort ook weer een symposium over wordt gehouden, zijn we in Villa Klarendal in gesprek met een "oude" kerk om na te gaan op welke manier we een vorm van samenwerking tot stand kunnen brengen. Gemiddeld een keer in de drie weken zijn we als team, afkomstig uit Villa Klarendal en de "oude" kerk aan het bomen over hoe het allemaal tot stand zal kunnen komen. Open gesprekken over tal van vragen over de organisatievorm, de verhouding tussen de oude moeder en het jonge adoptiekind, theologische vragen over doop, avondmaal, bekering en discipelschap. Wat me er vooral bij opvalt is de grote openheid binnen die gesprekken. We kunnen het soms van harte oneens zijn, maar elkaar daarin tegelijkertijd zeer waarderen. Ik wil nog niet uit de school klappen over wat dat allemaal oplevert. Dat kan ook niet, want zover zijn we nog niet. Maar dat het interessante materie oplevert, dat staat buiten kijf.
Huisgroepen
We zijn binnen Villa Klarendal begonnen met de vorming van huisgroepen. Vanuit de brunch en viering en andere contacten in de wijk is door een stel bezoekers de wens geuit om wat dieper op de bijbel in te gaan. We hebben die groep in tweeën verdeeld. Een van die groepen komt nu tweewekelijks bij ons samen. Gemiddeld komen daar zeven mensen: wijzelf, een ander echtpaar dat door de "oude" kerk is vrijgesteld om alle vrijetijdsactiviteiten aan de Villa te besteden, een stagiaire en drie tot vier vaste bezoekers van de brunch en viering. Leuk om mee te experimenteren. Vooral als een persoon heel vaak het woord neemt en vervolgens niet meer te stoppen is. Zoeken naar de juiste werkvorm om hem goed aan het woord te laten komen, maar ook anderen de kans te geven iets te zeggen. Vooral zoeken naar wegen om het gemeenschapsproces te versterken. Zoals het nu gaat, is het heel gezellig en horen we er veel positieve berichten over.
Computerles
We zijn coördinatoren van de computerlessen in het mediatrefpunt. De laatste tijd was er behoorlijk wat animositeit met de kinderwerkers in het wijkcentrum (dat in handen is van de lokale welzijnsinstelling). We hadden in januari nieuwe computers aangeschaft en met het kinderwerk afgesproken dat zij drie oude computers konden overnemen. Dan hoefden de stagiaires niet meer gebruik te maken van de ruimte van het mediatrefpunt. We zijn inmiddels twee maanden verder en er is nog geen schot in de inrichting van de oude computers voor het kinderwerk. Dus zitten de stagiaires zonder toezicht met hun tengels aan de nieuwe computers en worden we steeds weer met allerlei gevolgen daarvan geconfronteerd. Dus hebben we daarover veel tijd voor overleg moeten besteden. Zonde van de kostbare tijd eigenlijk, maar nu toch wel van belang om goede afspraken te maken. Aneta geeft op maandagavond computerles voor beginners, ik geef op dinsdagavond computerles voor mensen die iets meer gevorderd zijn en hetzelfde doe ik nu op vrijdagmiddag. Prachtig om telkens weer te zien hoe mensen langzamerhand steeds meer behendig worden met de computer. We hebben een tijdlang "rust" gehad in het centrum. Les gegeven aan twee tot drie personen. Op vrijdagmiddag begint het nu steeds meer aan te trekken. Met als toppunt afgelopen vrijdag, toen alle acht computers bezet waren en er een ware kakafonie was van mensen die achter de computer zaten of mensen die iets aan elkaar aan het vertellen waren. Iemand zei al dat dit een alternatieve gezellige koffieontmoeting aan het worden was.
Voedselbank
Ligt het nu aan Froger of aan de kredietcrisis? Ik weet het niet, maar de afgelopen maanden is het aantal afnemers van onze wijkuitdeelpunt van de Voedselbank met sprongen omhoog gegaan. In september was het gemiddeld aantal huishoudens dat we bedienden 19. Afgelopen vrijdag maakten we ook bij de Voedselbank een toppunt mee: 43 pakketten. En nog kwamen er mensen die niet (meer) op de lijst stonden. Afgelopen vrijdag waren de twee toppunten voor mij een extra druk. Naast de 7 cursisten bij de computerles (die van 13.30-15.30 uur duurt) werd mijn aandacht voor de voedselbank gevraagd. Normaal gezien begint die om 15.15 uur, omdat we voldoende vrijwilligers hebben die ons ondersteunen. Maar afgelopen vrijdag was een vrijwilliger ziek en een andere op vakantie. Dus werden computerles en voedselbank rond 15.15 uur wel erg door elkaar heen gehaald. Op en neer lopen tussen het uitdelen van de pakketten en de computerzaal waar gretige cursisten hun vragen op mij afvuurden. Ook de Voedselbank is een ruimte waarin we vaak met elkaar gezellig rond de koffie zitten en allerlei verhalen met elkaar delen. Diverse mensen zijn via de Voedselbank terecht gekomen bij de brunch en viering op zondag en zijn daar vaste bezoeker geworden.
Multiculturele maaltijdgroep
Een tijd geleden vroegen enkele Villabezoekers of het niet mogelijk was regelmatig met anderen te gaan koken en daardoor andere culturen te leren kennen. Een jaar later was de "landen-kookgroep" een feit. Mensen van Nederlandse, Iraanse, Iraakse, Surinaamse, Afghaanse, Turkse, Marokkaanse, Bosnische en Indonesische achtergrond werden bij elkaar getrommeld om samen met elkaar maaltijden te bereiden. Aanvankelijk werd dit op maandagavond gedaan. Lastig voor mij, omdat dit veelal voorafging aan de avondvergaderingen van de gemeenteraad. Daardoor kon ik de maaltijden niet altijd uitzitten. Inmiddels zijn we op de dinsdagavond aanbeland en is de maaltijd tussen personen uit diverse landen uitgebreid tot een maaltijd voor mensen die een uitkering hebben en tegen geringe kosten de maaltijd kunnen genieten. Prachtige tijd om mensen van allerlei achtergronden te ontmoeten, met elkaar te praten en elkaar te leren kennen. Iedereen kent nu de namen van elkaar en heeft het niet meer over "die vrouw met de hoofddoek", die "Turk" of die "Nederlander met die gekke staart".
Het "gewone" werk
Tijdens de Villa activiteiten gaan de gewone werkzaamheden door. Voor Aneta betekent dit vier keer per week haar postrondje als postbode van TNT doen, waar twee keer per week een extra wijk bij komt en twee keer per week een huiswerkgroep als huiswerkbegeleider bij een van de middelbare scholen in de stad. Voor mij betekent dit fulltime werken bij de gemeente Arnhem en ervoor zorgen dat de gemeenteraad goed wordt bediend. De afgelopen maanden betekende dit het gewone werk doen en ondertussen allerlei nieuwe activiteiten voorbereiden en uitvoeren zoals video-opnamen, live videouitzendingen, ondersteuning bij technische aangelegenheden, presentaties voorbereiden. Had ik voorheen twee maandagavondvergaderingen per maand, nu is dat elke maandagavond paraat staan om te ondersteunen. Met dinsdagavond-eetgroep-/computeravond, woensdagavond-huisgroep/bidstond/teamoverlegavond en af en toe extra donderdagavondvergaderingen zitten daarmee de avonden in de week voor mij vrij vol. Vaak plof ik dan vrijdagavond zes uur moe op de bank. Waardoor de vrijdagavond nog wel eens wordt ingevuld met een avonddutje.
In dit alles, en dan heb ik het nog niet gehad over allerlei voorbereidingen voor de vieringen, spontane ontmoetingen in wijkcentrum of op straat en natuurlijk ons eigen gezinsleven met onderhouden van relaties, examens, ziektes of verplichte schoolbezoekjes en -gesprekjes van dien, lijken wij heel druk. Toch geniet ik elke keer weer van de activiteiten en de ontmoeting met mensen. En van het feit dat ik die mensen langzamerhand zie groeien in zowel hun persoonlijk leven als in hun geestelijk leven.
Dan kan het gebeuren dat het bloggen een minder grote plaats inneemt. Dat zij dan maar zo.
Samen op weg
Terwijl velen erover schrijven en er binnenkort ook weer een symposium over wordt gehouden, zijn we in Villa Klarendal in gesprek met een "oude" kerk om na te gaan op welke manier we een vorm van samenwerking tot stand kunnen brengen. Gemiddeld een keer in de drie weken zijn we als team, afkomstig uit Villa Klarendal en de "oude" kerk aan het bomen over hoe het allemaal tot stand zal kunnen komen. Open gesprekken over tal van vragen over de organisatievorm, de verhouding tussen de oude moeder en het jonge adoptiekind, theologische vragen over doop, avondmaal, bekering en discipelschap. Wat me er vooral bij opvalt is de grote openheid binnen die gesprekken. We kunnen het soms van harte oneens zijn, maar elkaar daarin tegelijkertijd zeer waarderen. Ik wil nog niet uit de school klappen over wat dat allemaal oplevert. Dat kan ook niet, want zover zijn we nog niet. Maar dat het interessante materie oplevert, dat staat buiten kijf.
Huisgroepen
We zijn binnen Villa Klarendal begonnen met de vorming van huisgroepen. Vanuit de brunch en viering en andere contacten in de wijk is door een stel bezoekers de wens geuit om wat dieper op de bijbel in te gaan. We hebben die groep in tweeën verdeeld. Een van die groepen komt nu tweewekelijks bij ons samen. Gemiddeld komen daar zeven mensen: wijzelf, een ander echtpaar dat door de "oude" kerk is vrijgesteld om alle vrijetijdsactiviteiten aan de Villa te besteden, een stagiaire en drie tot vier vaste bezoekers van de brunch en viering. Leuk om mee te experimenteren. Vooral als een persoon heel vaak het woord neemt en vervolgens niet meer te stoppen is. Zoeken naar de juiste werkvorm om hem goed aan het woord te laten komen, maar ook anderen de kans te geven iets te zeggen. Vooral zoeken naar wegen om het gemeenschapsproces te versterken. Zoals het nu gaat, is het heel gezellig en horen we er veel positieve berichten over.
Computerles
We zijn coördinatoren van de computerlessen in het mediatrefpunt. De laatste tijd was er behoorlijk wat animositeit met de kinderwerkers in het wijkcentrum (dat in handen is van de lokale welzijnsinstelling). We hadden in januari nieuwe computers aangeschaft en met het kinderwerk afgesproken dat zij drie oude computers konden overnemen. Dan hoefden de stagiaires niet meer gebruik te maken van de ruimte van het mediatrefpunt. We zijn inmiddels twee maanden verder en er is nog geen schot in de inrichting van de oude computers voor het kinderwerk. Dus zitten de stagiaires zonder toezicht met hun tengels aan de nieuwe computers en worden we steeds weer met allerlei gevolgen daarvan geconfronteerd. Dus hebben we daarover veel tijd voor overleg moeten besteden. Zonde van de kostbare tijd eigenlijk, maar nu toch wel van belang om goede afspraken te maken. Aneta geeft op maandagavond computerles voor beginners, ik geef op dinsdagavond computerles voor mensen die iets meer gevorderd zijn en hetzelfde doe ik nu op vrijdagmiddag. Prachtig om telkens weer te zien hoe mensen langzamerhand steeds meer behendig worden met de computer. We hebben een tijdlang "rust" gehad in het centrum. Les gegeven aan twee tot drie personen. Op vrijdagmiddag begint het nu steeds meer aan te trekken. Met als toppunt afgelopen vrijdag, toen alle acht computers bezet waren en er een ware kakafonie was van mensen die achter de computer zaten of mensen die iets aan elkaar aan het vertellen waren. Iemand zei al dat dit een alternatieve gezellige koffieontmoeting aan het worden was.
Voedselbank
Ligt het nu aan Froger of aan de kredietcrisis? Ik weet het niet, maar de afgelopen maanden is het aantal afnemers van onze wijkuitdeelpunt van de Voedselbank met sprongen omhoog gegaan. In september was het gemiddeld aantal huishoudens dat we bedienden 19. Afgelopen vrijdag maakten we ook bij de Voedselbank een toppunt mee: 43 pakketten. En nog kwamen er mensen die niet (meer) op de lijst stonden. Afgelopen vrijdag waren de twee toppunten voor mij een extra druk. Naast de 7 cursisten bij de computerles (die van 13.30-15.30 uur duurt) werd mijn aandacht voor de voedselbank gevraagd. Normaal gezien begint die om 15.15 uur, omdat we voldoende vrijwilligers hebben die ons ondersteunen. Maar afgelopen vrijdag was een vrijwilliger ziek en een andere op vakantie. Dus werden computerles en voedselbank rond 15.15 uur wel erg door elkaar heen gehaald. Op en neer lopen tussen het uitdelen van de pakketten en de computerzaal waar gretige cursisten hun vragen op mij afvuurden. Ook de Voedselbank is een ruimte waarin we vaak met elkaar gezellig rond de koffie zitten en allerlei verhalen met elkaar delen. Diverse mensen zijn via de Voedselbank terecht gekomen bij de brunch en viering op zondag en zijn daar vaste bezoeker geworden.
Multiculturele maaltijdgroep
Een tijd geleden vroegen enkele Villabezoekers of het niet mogelijk was regelmatig met anderen te gaan koken en daardoor andere culturen te leren kennen. Een jaar later was de "landen-kookgroep" een feit. Mensen van Nederlandse, Iraanse, Iraakse, Surinaamse, Afghaanse, Turkse, Marokkaanse, Bosnische en Indonesische achtergrond werden bij elkaar getrommeld om samen met elkaar maaltijden te bereiden. Aanvankelijk werd dit op maandagavond gedaan. Lastig voor mij, omdat dit veelal voorafging aan de avondvergaderingen van de gemeenteraad. Daardoor kon ik de maaltijden niet altijd uitzitten. Inmiddels zijn we op de dinsdagavond aanbeland en is de maaltijd tussen personen uit diverse landen uitgebreid tot een maaltijd voor mensen die een uitkering hebben en tegen geringe kosten de maaltijd kunnen genieten. Prachtige tijd om mensen van allerlei achtergronden te ontmoeten, met elkaar te praten en elkaar te leren kennen. Iedereen kent nu de namen van elkaar en heeft het niet meer over "die vrouw met de hoofddoek", die "Turk" of die "Nederlander met die gekke staart".
Het "gewone" werk
Tijdens de Villa activiteiten gaan de gewone werkzaamheden door. Voor Aneta betekent dit vier keer per week haar postrondje als postbode van TNT doen, waar twee keer per week een extra wijk bij komt en twee keer per week een huiswerkgroep als huiswerkbegeleider bij een van de middelbare scholen in de stad. Voor mij betekent dit fulltime werken bij de gemeente Arnhem en ervoor zorgen dat de gemeenteraad goed wordt bediend. De afgelopen maanden betekende dit het gewone werk doen en ondertussen allerlei nieuwe activiteiten voorbereiden en uitvoeren zoals video-opnamen, live videouitzendingen, ondersteuning bij technische aangelegenheden, presentaties voorbereiden. Had ik voorheen twee maandagavondvergaderingen per maand, nu is dat elke maandagavond paraat staan om te ondersteunen. Met dinsdagavond-eetgroep-/computeravond, woensdagavond-huisgroep/bidstond/teamoverlegavond en af en toe extra donderdagavondvergaderingen zitten daarmee de avonden in de week voor mij vrij vol. Vaak plof ik dan vrijdagavond zes uur moe op de bank. Waardoor de vrijdagavond nog wel eens wordt ingevuld met een avonddutje.
In dit alles, en dan heb ik het nog niet gehad over allerlei voorbereidingen voor de vieringen, spontane ontmoetingen in wijkcentrum of op straat en natuurlijk ons eigen gezinsleven met onderhouden van relaties, examens, ziektes of verplichte schoolbezoekjes en -gesprekjes van dien, lijken wij heel druk. Toch geniet ik elke keer weer van de activiteiten en de ontmoeting met mensen. En van het feit dat ik die mensen langzamerhand zie groeien in zowel hun persoonlijk leven als in hun geestelijk leven.
Dan kan het gebeuren dat het bloggen een minder grote plaats inneemt. Dat zij dan maar zo.
Friesch Dagblad column 5: Make A Difference
Afgelopen dinsdag is mijn column "Make A Difference" in het Friesch Dagblad verschenen. Reactie van de redacteur: Ik vind dat je een mooi aantrekkelijke manier van schrijven hebt, een aanwinst op pagina 2!
Of jij het hiermee eens bent, kun je hieronder zelf beoordelen.
Afgelopen vrijdag en zaterdag was het weer zo ver. De website kondigde het weer groots aan: ‘Zoveel mogelijk mensen doen in heel Nederland één of twee dagen vrijwilligerswerk. Collega’s, klasgenoten, buren, vrijwilligersorganisaties, clubgenoten, vrienden, teamleden, vrijwilligerscentrales; iedereen die iets in zijn omgeving wil aanpakken, kan meedoen.’
Het is lente, dus tijd voor de jaarlijkse vrijwilligersgekte van Make A Difference Day (MADD). Grote namen, variërend van prins Willem-Alexander, prinses Maxima,dj Sander de Heer, zangeres Willeke Alberti, verslaggever soko soko Quintis Ristie en wel negen bewindslieden, gaan de straat op en de tehuizen in om allerlei activiteiten te ondernemen onder de noemer van vrijwilligerswerk.
Een prachtig initiatief om vrijwilligerswerk te promoten. Een dag waarop iedereen zich langzamerhand verplicht gaat voelen om toch vooral mee te gaan doen. Een dag die het gevoel van kerst in de lente terug lijkt te brengen: samen fijn iets moois voor onze medemens doen.
Ik heb dubbele gevoelens bij dergelijke dagen. Het kan inderdaad een promotie zijn om mensen kennis te laten maken met vrijwilligerswerk en met de organisaties die daarin actief zijn. Het kan een stimulans zijn voor mensen om ook eens verder te kijken en zich zinvol in te zetten in ons land. Aan de andere kant kan zo’n dag voor velen die verder niet betrokken zijn bij vrijwilligerswerk een afkoopsom zijn, die het gevoel van schaamte en schuld afkoopt met een of twee dagen hard werken per jaar.
‘Maak-een-verschil-dag’ kan daarmee gemakkelijk worden geïnterpreteerd als ‘maak één dag het verschil’. Dan kan de rest van het jaar weer worden ingevuld met de dingen die we zelf zo graag doen. Even een bonusje teruggeven in een voor de rest van bonussen overladen leven.
Ik kijk om mij heen en zie nog vele lege plekken. Met tranen in de ogen vertelt een buurtgenoot dat een busreis voor ouderen niet meer doorgaat. Ouderen en gehandicapten kwijnen weg, smachtend naar de door de wmo betaalde thuiszorger die dagelijks snel even de noodzakelijke verzorging komt leveren tegen marktconforme prijzen. Prachtige initiatieven rond Internationale Vrouwendag kunnen niet doorgaan, omdat de integratie blijkbaar geslaagd is. ‘Te druk’ hoor ik uit Turks-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse monden. Een succesvolle eetgroep met kinderen uit diverse culturen dreigt ten onder te gaan, omdat een parttime betaalde medewerkster nu eenmaal moeilijk met twee handen negen monden kan voeden. Het zijn vooral ouderen in de leeftijd van mijn ouders die ik tegenkom als er weer eens een vrijwilligersfeestje in de wijk wordt georganiseerd. Als een hongerige leeuw slokken het werkende leven, de huishoudelijke verplichtingen, de verplichte ritjes naar de vrijetijdsactiviteiten van de kinderen en de zo noodzakelijke sportactiviteiten de tijd van ons leven op.
Maak het verschil. Dat is de letterlijke vertaling van de dag. Het zou zomaar uit de bijbel kunnen komen: ‘Gij geheel anders’. Voor mij is de vraag in hoeverre christenen in deze samenleving ook daadwerkelijk het verschil maken. Net even wat anders zijn dan anderen. Of leven zij net zoals ieder ander en sluiten op die ene dag aan om groots uit te pakken met dat vrijwilligerswerk?
Goed, uit onderzoek blijkt dat christenen nog steeds het leeuwendeel van het vrijwilligerswerk in ons land op zich nemen. Daarin maken ze nog steeds verschil. Vraag blijft of dit christenen van alle leeftijden zijn, of dat het vooral gaat om de christenen die door hun vut of pensioen tijd over hebben, geen pensionado’s zijn en daarom hun rijkelijke vrije tijd vullen met zinvol werk. Ook voor jongeren en mensen in het volle leven staan, die het volgen van Jezus serieus willen nemen, gelden de woorden dat we anders mogen zijn. De keuze is aan ons: ‘Make A Difference Day’ of ‘Make A Difference Every Day’.
Of jij het hiermee eens bent, kun je hieronder zelf beoordelen.
Afgelopen vrijdag en zaterdag was het weer zo ver. De website kondigde het weer groots aan: ‘Zoveel mogelijk mensen doen in heel Nederland één of twee dagen vrijwilligerswerk. Collega’s, klasgenoten, buren, vrijwilligersorganisaties, clubgenoten, vrienden, teamleden, vrijwilligerscentrales; iedereen die iets in zijn omgeving wil aanpakken, kan meedoen.’
Het is lente, dus tijd voor de jaarlijkse vrijwilligersgekte van Make A Difference Day (MADD). Grote namen, variërend van prins Willem-Alexander, prinses Maxima,dj Sander de Heer, zangeres Willeke Alberti, verslaggever soko soko Quintis Ristie en wel negen bewindslieden, gaan de straat op en de tehuizen in om allerlei activiteiten te ondernemen onder de noemer van vrijwilligerswerk.
Een prachtig initiatief om vrijwilligerswerk te promoten. Een dag waarop iedereen zich langzamerhand verplicht gaat voelen om toch vooral mee te gaan doen. Een dag die het gevoel van kerst in de lente terug lijkt te brengen: samen fijn iets moois voor onze medemens doen.
Ik heb dubbele gevoelens bij dergelijke dagen. Het kan inderdaad een promotie zijn om mensen kennis te laten maken met vrijwilligerswerk en met de organisaties die daarin actief zijn. Het kan een stimulans zijn voor mensen om ook eens verder te kijken en zich zinvol in te zetten in ons land. Aan de andere kant kan zo’n dag voor velen die verder niet betrokken zijn bij vrijwilligerswerk een afkoopsom zijn, die het gevoel van schaamte en schuld afkoopt met een of twee dagen hard werken per jaar.
‘Maak-een-verschil-dag’ kan daarmee gemakkelijk worden geïnterpreteerd als ‘maak één dag het verschil’. Dan kan de rest van het jaar weer worden ingevuld met de dingen die we zelf zo graag doen. Even een bonusje teruggeven in een voor de rest van bonussen overladen leven.
Ik kijk om mij heen en zie nog vele lege plekken. Met tranen in de ogen vertelt een buurtgenoot dat een busreis voor ouderen niet meer doorgaat. Ouderen en gehandicapten kwijnen weg, smachtend naar de door de wmo betaalde thuiszorger die dagelijks snel even de noodzakelijke verzorging komt leveren tegen marktconforme prijzen. Prachtige initiatieven rond Internationale Vrouwendag kunnen niet doorgaan, omdat de integratie blijkbaar geslaagd is. ‘Te druk’ hoor ik uit Turks-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse monden. Een succesvolle eetgroep met kinderen uit diverse culturen dreigt ten onder te gaan, omdat een parttime betaalde medewerkster nu eenmaal moeilijk met twee handen negen monden kan voeden. Het zijn vooral ouderen in de leeftijd van mijn ouders die ik tegenkom als er weer eens een vrijwilligersfeestje in de wijk wordt georganiseerd. Als een hongerige leeuw slokken het werkende leven, de huishoudelijke verplichtingen, de verplichte ritjes naar de vrijetijdsactiviteiten van de kinderen en de zo noodzakelijke sportactiviteiten de tijd van ons leven op.
Maak het verschil. Dat is de letterlijke vertaling van de dag. Het zou zomaar uit de bijbel kunnen komen: ‘Gij geheel anders’. Voor mij is de vraag in hoeverre christenen in deze samenleving ook daadwerkelijk het verschil maken. Net even wat anders zijn dan anderen. Of leven zij net zoals ieder ander en sluiten op die ene dag aan om groots uit te pakken met dat vrijwilligerswerk?
Goed, uit onderzoek blijkt dat christenen nog steeds het leeuwendeel van het vrijwilligerswerk in ons land op zich nemen. Daarin maken ze nog steeds verschil. Vraag blijft of dit christenen van alle leeftijden zijn, of dat het vooral gaat om de christenen die door hun vut of pensioen tijd over hebben, geen pensionado’s zijn en daarom hun rijkelijke vrije tijd vullen met zinvol werk. Ook voor jongeren en mensen in het volle leven staan, die het volgen van Jezus serieus willen nemen, gelden de woorden dat we anders mogen zijn. De keuze is aan ons: ‘Make A Difference Day’ of ‘Make A Difference Every Day’.
woensdag 25 februari 2009
Sociaal werk en evangelisatie
Zo af en toe komt de vraag weer naar boven. Als we het lijstje dat ik zojuist heb gepubliceerd doornemen, is de vraag hoeveel we aan evangelisatie doen. Overstemt het sociaal werk het evangelisatiewerk niet?
Mijn antwoord daarop is dan steevast dat ik daar geen verschil in wil maken. Wij hebben te maken met mensen die ik als een geheel beschouw. De een heeft sociale vragen en wil daar een antwoord op; een volgende heeft financiële vragen en wil daar een antwoord op; een derde kampt met psychologische vragen en wil daar een uitweg voor zoeken; dan zijn er mensen die een maatschappelijk probleem hebben en daarin geholpen willen worden; en er zijn mensen die spirituele/geestelijke vragen hebben en daarop antwoorden willen hebben.
De ene vraag is voor ons niet belangrijker dan de ander. Als dat wel het geval zou zijn, zouden we het gevaar hebben dat we zieltjes winnen, alleen maar sociaal bezig zijn of in het ergste geval brood-christenen, psycho-christenen of computerchristenen krijgen. Dit naar analogie van de rijstchristenen die in de koloniale tijd christen werden om hun honger te stillen.
Door een dergelijke holistische benadering te kiezen in onze omgang met wijkbewoners hebben we geen dubbele agenda. Het gaat ons om de mens zelf in zijn geheel. Een dubbele agenda wordt vaak wel ervaren, als we mensen helpen met als doel om het evangelie te verkondigen. Wij merken dat het helpen van mensen vanuit de benadering van de gehele mens veelal uitmondt in diepere relaties. Binnen die relaties komt vanzelf ons geloof ter sprake. We hoeven daarin niet krampachtig te zoeken naar momenten om het evangelie te brengen. Die komen in de ontspanning van relatievorming vanzelf ter sprake.
De vraag is ook al eens naar voren gekomen of wij dan alleen maar probleemmensen helpen. Dat is gelukkig niet het geval. Sommige wijkbewoners zijn met ons in contact gekomen, doordat wij hen gevraagd hebben ons te helpen. Dan is de aanleiding voor de relatie geen probleem van de ander wat wij oplossen, maar een probleem van ons dat zij oplossen. In die zin geloof ik ook dat we het beste met mensen kunnen omgaan. Niet alleen probleem- of behoeftegericht. Maar ook kijkend naar wat mensen aan ons kunnen geven. Daardoor ontstaat een relatie van wederkerigheid. En kunnen mensen ervaren dat ook zijzelf iets hebben in te brengen.
Mijn antwoord daarop is dan steevast dat ik daar geen verschil in wil maken. Wij hebben te maken met mensen die ik als een geheel beschouw. De een heeft sociale vragen en wil daar een antwoord op; een volgende heeft financiële vragen en wil daar een antwoord op; een derde kampt met psychologische vragen en wil daar een uitweg voor zoeken; dan zijn er mensen die een maatschappelijk probleem hebben en daarin geholpen willen worden; en er zijn mensen die spirituele/geestelijke vragen hebben en daarop antwoorden willen hebben.
De ene vraag is voor ons niet belangrijker dan de ander. Als dat wel het geval zou zijn, zouden we het gevaar hebben dat we zieltjes winnen, alleen maar sociaal bezig zijn of in het ergste geval brood-christenen, psycho-christenen of computerchristenen krijgen. Dit naar analogie van de rijstchristenen die in de koloniale tijd christen werden om hun honger te stillen.
Door een dergelijke holistische benadering te kiezen in onze omgang met wijkbewoners hebben we geen dubbele agenda. Het gaat ons om de mens zelf in zijn geheel. Een dubbele agenda wordt vaak wel ervaren, als we mensen helpen met als doel om het evangelie te verkondigen. Wij merken dat het helpen van mensen vanuit de benadering van de gehele mens veelal uitmondt in diepere relaties. Binnen die relaties komt vanzelf ons geloof ter sprake. We hoeven daarin niet krampachtig te zoeken naar momenten om het evangelie te brengen. Die komen in de ontspanning van relatievorming vanzelf ter sprake.
De vraag is ook al eens naar voren gekomen of wij dan alleen maar probleemmensen helpen. Dat is gelukkig niet het geval. Sommige wijkbewoners zijn met ons in contact gekomen, doordat wij hen gevraagd hebben ons te helpen. Dan is de aanleiding voor de relatie geen probleem van de ander wat wij oplossen, maar een probleem van ons dat zij oplossen. In die zin geloof ik ook dat we het beste met mensen kunnen omgaan. Niet alleen probleem- of behoeftegericht. Maar ook kijkend naar wat mensen aan ons kunnen geven. Daardoor ontstaat een relatie van wederkerigheid. En kunnen mensen ervaren dat ook zijzelf iets hebben in te brengen.
Sociaal werk in de wijk
Een paar dagen geleden vroeg iemand ons om een lijstje samen te stellen van het sociale werk ("barmhartigheidswerk") dat we met Villa Klarendal in de wijk doen. Hieronder een overzicht daarvan.
Alle leeftijden
- Brunch: ontmoeting tussen mensen van verschillende leeftijden, culturen, achtergronden, pluimage, maaltijd, brood meegeven na afloop, gezelligheid, ergens bij horen.
- Diner: samen voorbereiden van maaltijden, vaste bezoekers ondersteunen in het gezamenlijk organiseren van de maaltijd, begrip kweken voor en genieten van warme maaltijden uit verschillende culturele achtergronden. Voor de rest hetzelfde als de brunch.
- Open deur en hart: ontvangen mensen die aan de deur staan (of die we op straat tegenkomen), omdat er iets is gebeurd dat ze graag willen delen, of zomaar voor een kort praatje. Luisterend oor bieden, waar mogelijk adviseren. In Villa Klarendal, thuis en op straat.
Kinderen en jongeren
- Meidenavond: meiden vinden een veilige plek waar ze vriendschap, een luisterend oor, gezelligheid vinden, en tevens programma’s die hen vormen en helpen volwaardig te leven. thema’s als identiteit, zelfbeeld, seksualiteit, uitgewerkt in spelvormen, creatieve dingen, gesprek.
- Individuele contacten met meiden: ondersteuning, signalering eventuele problemen en hulp daarbij.
- Moslimmeidenclub: gezellige club voor meisjes met islamitische achtergrond, met thema’s als emoties, vriendschap, uitgewerkt in knutselen, spelletjes, gesprek.
- Eetclub: start deze maand, ruimte voor 16 kinderen om samen te eten en spelletjes te doen in tijd tussen school en instuif in wijkcentrum. Bedoeld voor kinderen die anders thuis alleen moeten eten of het niet zo goed hebben thuis.
- Voetbal: samen voetballen als positieve vrijetijdsbesteding, in het contact positieve invloed uitoefenen op jongens, verandering in gedrag en identiteit door positieve bevestiging/ondersteuning, voorbeeldfunctie, sturen in situaties die zich voordoen, positieve gedragsalternatieven aanleren.
Volwassenen
- Brood rondbrengen: niet alleen brood, ook gesprek, luisterend oor, doorverwijzing, hulp bij praktische dingen zoals invullen formulier.
- Voedselbank in wijkcentrum (onder verantwoordelijkheid Voedselbank Arnhem e.o.): ondersteuning bij armoedeprobleem, luisterend oor, doorverwijzing naar andere instanties binnen en buiten de wijk, doorbreken van de sociale isolatie die door armoede-/schuldsituatie is ontstaan.
- Koffie-ochtend: plek voor ontmoeting en onderling contact, activiteiten zoals kaarten maken.
- Huisbezoeken: gesprek, luisterend oor, advies en ondersteuning, doorverwijzing.
- Computerles in wijkcentrum (onder verantwoordelijkheid van mediatrefpunt Klarendal / stichting Rijnstad): les aan zowel beginners als (meer) gevorderden, helpt volwaardiger deel te zijn van de huidige maatschappij, vergroten eigenwaarde en zelfredzaamheid, biedt ook gezelligheid, zorgt voor versterking van de sociale cohesie binnen de wijk (doordat mensen elkaar in de les leren kennen en aan de koffietafel in gesprek komen).
- Straatactiviteiten: schoonmaken van straten, hulp bij gezellige activiteiten op straat, helpen organiseren van barbecue, wijkbewoners bewust maken van milieuproblematiek en de noodzaak de eigen straat schoon te houden, versterking onderlinge sociale contacten.
- Landen kookclub (onder verantwoordelijkheid van stichting Rijnstad): meedoen aan multiculturele kookclub, mee koken met mensen uit andere culturen, helpen met de praktische uitwerking, mee helpen organiseren van activiteiten, relaties tussen mensen uit diverse culturen versterken, maaltijden voorbereiden voor mensen met een Arnhem Card, ondersteunen van mensen met een armoedeprobleem, begrip kweken tussen wijkbewoners van een andere achtergrond.
- Multireligieuze gesprekken, activiteiten en relatieopbouw: organiseren van reizen en gesprekken die begrip kweken voor de diverse religieuze achtergronden van wijkbewoners. Is tot nu toe eenmalig gebeurd door een gezamenlijke reis van Turkse vrouwengroep en Villa Klarendal naar Museumpark Oriëntalis. Binnenkort voortgezet met gezamenlijk bezoek aan synagoge en mogelijk andere activiteiten. Vanuit deze relaties wordt binnenkort door de Turkse vrouwengroep samen met bezoekers van Villa Klarendal internationale vrouwendag in de wijk georganiseerd.
Alle leeftijden
- Brunch: ontmoeting tussen mensen van verschillende leeftijden, culturen, achtergronden, pluimage, maaltijd, brood meegeven na afloop, gezelligheid, ergens bij horen.
- Diner: samen voorbereiden van maaltijden, vaste bezoekers ondersteunen in het gezamenlijk organiseren van de maaltijd, begrip kweken voor en genieten van warme maaltijden uit verschillende culturele achtergronden. Voor de rest hetzelfde als de brunch.
- Open deur en hart: ontvangen mensen die aan de deur staan (of die we op straat tegenkomen), omdat er iets is gebeurd dat ze graag willen delen, of zomaar voor een kort praatje. Luisterend oor bieden, waar mogelijk adviseren. In Villa Klarendal, thuis en op straat.
Kinderen en jongeren
- Meidenavond: meiden vinden een veilige plek waar ze vriendschap, een luisterend oor, gezelligheid vinden, en tevens programma’s die hen vormen en helpen volwaardig te leven. thema’s als identiteit, zelfbeeld, seksualiteit, uitgewerkt in spelvormen, creatieve dingen, gesprek.
- Individuele contacten met meiden: ondersteuning, signalering eventuele problemen en hulp daarbij.
- Moslimmeidenclub: gezellige club voor meisjes met islamitische achtergrond, met thema’s als emoties, vriendschap, uitgewerkt in knutselen, spelletjes, gesprek.
- Eetclub: start deze maand, ruimte voor 16 kinderen om samen te eten en spelletjes te doen in tijd tussen school en instuif in wijkcentrum. Bedoeld voor kinderen die anders thuis alleen moeten eten of het niet zo goed hebben thuis.
- Voetbal: samen voetballen als positieve vrijetijdsbesteding, in het contact positieve invloed uitoefenen op jongens, verandering in gedrag en identiteit door positieve bevestiging/ondersteuning, voorbeeldfunctie, sturen in situaties die zich voordoen, positieve gedragsalternatieven aanleren.
Volwassenen
- Brood rondbrengen: niet alleen brood, ook gesprek, luisterend oor, doorverwijzing, hulp bij praktische dingen zoals invullen formulier.
- Voedselbank in wijkcentrum (onder verantwoordelijkheid Voedselbank Arnhem e.o.): ondersteuning bij armoedeprobleem, luisterend oor, doorverwijzing naar andere instanties binnen en buiten de wijk, doorbreken van de sociale isolatie die door armoede-/schuldsituatie is ontstaan.
- Koffie-ochtend: plek voor ontmoeting en onderling contact, activiteiten zoals kaarten maken.
- Huisbezoeken: gesprek, luisterend oor, advies en ondersteuning, doorverwijzing.
- Computerles in wijkcentrum (onder verantwoordelijkheid van mediatrefpunt Klarendal / stichting Rijnstad): les aan zowel beginners als (meer) gevorderden, helpt volwaardiger deel te zijn van de huidige maatschappij, vergroten eigenwaarde en zelfredzaamheid, biedt ook gezelligheid, zorgt voor versterking van de sociale cohesie binnen de wijk (doordat mensen elkaar in de les leren kennen en aan de koffietafel in gesprek komen).
- Straatactiviteiten: schoonmaken van straten, hulp bij gezellige activiteiten op straat, helpen organiseren van barbecue, wijkbewoners bewust maken van milieuproblematiek en de noodzaak de eigen straat schoon te houden, versterking onderlinge sociale contacten.
- Landen kookclub (onder verantwoordelijkheid van stichting Rijnstad): meedoen aan multiculturele kookclub, mee koken met mensen uit andere culturen, helpen met de praktische uitwerking, mee helpen organiseren van activiteiten, relaties tussen mensen uit diverse culturen versterken, maaltijden voorbereiden voor mensen met een Arnhem Card, ondersteunen van mensen met een armoedeprobleem, begrip kweken tussen wijkbewoners van een andere achtergrond.
- Multireligieuze gesprekken, activiteiten en relatieopbouw: organiseren van reizen en gesprekken die begrip kweken voor de diverse religieuze achtergronden van wijkbewoners. Is tot nu toe eenmalig gebeurd door een gezamenlijke reis van Turkse vrouwengroep en Villa Klarendal naar Museumpark Oriëntalis. Binnenkort voortgezet met gezamenlijk bezoek aan synagoge en mogelijk andere activiteiten. Vanuit deze relaties wordt binnenkort door de Turkse vrouwengroep samen met bezoekers van Villa Klarendal internationale vrouwendag in de wijk georganiseerd.
dinsdag 24 februari 2009
Friesch Dagblad column 4: Feest!
Vandaag is er weer een column geplaatst die ik afgelopen zondag, na afloop van de carnavalsoptocht in onze wijk heb geschreven.
Vrijdagmiddag. Ik zit op het wijkcentrum van onze wijk. Overal gegons van drukke stemmetjes die verraden dat er iets feestelijks in de lucht zit. Dit sinterklaasgevoel gaat gepaard met vrolijke kleren, geschminkte gezichten of grote maskers. De grote verkleedpartij is weer in de wijk. Het carnavalsweekend is ontegenzeggelijk aangebroken.
In deze wijk is het feest niet alleen een kinderfeest, zoals we dat in het gehele land op basisscholen tegenkomen. Het is een feest waaraan veel wijkbewoners lol beleven. Sommigen doordat ze maanden van tevoren aan een praalwagen werken die zondags door de straten rijdt. Anderen doordat ze als prins zijn uitgekozen en hun eigen club mogen vertegenwoordigen.
In die wijk willen wij een gemeenschap van christenen vormen. Toen we daarmee begonnen was een van de vragen hoe we zouden omgaan met dit feest. Aangezien we ervoor kozen om de wijk centraal te zetten en met mensen wilden mee feesten als zij feest vieren, besloten we actief deel te nemen aan dit feest. We hebben daarom voor een carnavalesk alternatief gekozen. Temidden van dit feest, dat gepaard gaat met liters alcohol, zetten we een tafel gereed waarop we (nuchter makende) koffie, thee en frisdrank schonken. Dit ging de eerste jaren gepaard met posters waarop teksten stonden als “heb je het even koud in je carnavalskloffie, drink dan hier hete thee of koffie” of “na een glas of twee, drink je hier lekker koffie of thee”. Zo konden we met een knipoog iets positiefs bijdragen aan dit feest.
Zondagmiddag één uur. We slepen de grootste en meest stevige tafel naar buiten. Er wordt een mooi tafelkleed overheen gedaan. Koffie- en theekannen en karaffen limonade worden naar buiten gesjouwd. De grote soundmachine wordt buiten gezet om een tegenwicht te bieden aan al het mooie carnavalsgezang. We plaatsen onszelf achter de tafel en zijn benieuwd naar wat er gaat gebeuren. Al snel hebben de vele bezoekers die in rijen langs de straat staan wachten op de optocht de gang naar de tafel gevonden. Sommigen leggen geld op de tafel, waarna we uitleggen dat alles gratis is. Een van ons snelt naar binnen om even een A4-tje “gratis” op de tafel te leggen. De CD met Salvador, tot nu toe de enige feestmuziek-achtige christelijke sound die bruikbaar was voor dit soort gelegenheden, is helaas onvindbaar. Kirk Franklin is met zijn R&B muziek natuurlijk niet te vergelijken met de swingende Braziliaans aandoende muziek, maar aanvaardbaar. Onze soundmachine wordt voor deze middag op aanvaardbaar -hoog- niveau aangezet.
De optocht komt langs. Ik wijs regelmatig naar de gratis koffie en thee die klaar staan. De een steekt zijn duim omhoog, de ander zijn flesje bier of kruikje whiskey. Maar ook velen ervaren de kou van de dag en aanvaarden dankbaar de warme drank. Soms moet ik de drank al rennend naast de wagen aanreiken. Ik kom in gesprek met mensen die zich afvragen waarom we dit doen. Als ik het ze uitleg, is de reactie alleen maar positief. Eindelijk christenen die op een positieve manier reageren op waar de wijk van geniet.
Onze activiteit wordt van alle kanten positief gewaardeerd. Het paard in de gang en de balletjes van de koningin worden afgewisseld door de liefde die God geeft. Het wordt gehoord, ook al overstemt de ene boodschap de andere niet. De warmte van de koffie en hopelijk ook de warmte van degenen die het schenken bieden een goed alternatief. Er zijn blijkbaar ook gekke christenen die hun lol niet onder stoelen of banken steken. We hopen dat mensen ervaren dat het hierbij niet gaat om pure lol om de lol te beleven, maar om een vreugde die uit een andere bron afkomstig is. Daarmee kun je een heleboel lol beleven!
Vrijdagmiddag. Ik zit op het wijkcentrum van onze wijk. Overal gegons van drukke stemmetjes die verraden dat er iets feestelijks in de lucht zit. Dit sinterklaasgevoel gaat gepaard met vrolijke kleren, geschminkte gezichten of grote maskers. De grote verkleedpartij is weer in de wijk. Het carnavalsweekend is ontegenzeggelijk aangebroken.
In deze wijk is het feest niet alleen een kinderfeest, zoals we dat in het gehele land op basisscholen tegenkomen. Het is een feest waaraan veel wijkbewoners lol beleven. Sommigen doordat ze maanden van tevoren aan een praalwagen werken die zondags door de straten rijdt. Anderen doordat ze als prins zijn uitgekozen en hun eigen club mogen vertegenwoordigen.
In die wijk willen wij een gemeenschap van christenen vormen. Toen we daarmee begonnen was een van de vragen hoe we zouden omgaan met dit feest. Aangezien we ervoor kozen om de wijk centraal te zetten en met mensen wilden mee feesten als zij feest vieren, besloten we actief deel te nemen aan dit feest. We hebben daarom voor een carnavalesk alternatief gekozen. Temidden van dit feest, dat gepaard gaat met liters alcohol, zetten we een tafel gereed waarop we (nuchter makende) koffie, thee en frisdrank schonken. Dit ging de eerste jaren gepaard met posters waarop teksten stonden als “heb je het even koud in je carnavalskloffie, drink dan hier hete thee of koffie” of “na een glas of twee, drink je hier lekker koffie of thee”. Zo konden we met een knipoog iets positiefs bijdragen aan dit feest.
Zondagmiddag één uur. We slepen de grootste en meest stevige tafel naar buiten. Er wordt een mooi tafelkleed overheen gedaan. Koffie- en theekannen en karaffen limonade worden naar buiten gesjouwd. De grote soundmachine wordt buiten gezet om een tegenwicht te bieden aan al het mooie carnavalsgezang. We plaatsen onszelf achter de tafel en zijn benieuwd naar wat er gaat gebeuren. Al snel hebben de vele bezoekers die in rijen langs de straat staan wachten op de optocht de gang naar de tafel gevonden. Sommigen leggen geld op de tafel, waarna we uitleggen dat alles gratis is. Een van ons snelt naar binnen om even een A4-tje “gratis” op de tafel te leggen. De CD met Salvador, tot nu toe de enige feestmuziek-achtige christelijke sound die bruikbaar was voor dit soort gelegenheden, is helaas onvindbaar. Kirk Franklin is met zijn R&B muziek natuurlijk niet te vergelijken met de swingende Braziliaans aandoende muziek, maar aanvaardbaar. Onze soundmachine wordt voor deze middag op aanvaardbaar -hoog- niveau aangezet.
De optocht komt langs. Ik wijs regelmatig naar de gratis koffie en thee die klaar staan. De een steekt zijn duim omhoog, de ander zijn flesje bier of kruikje whiskey. Maar ook velen ervaren de kou van de dag en aanvaarden dankbaar de warme drank. Soms moet ik de drank al rennend naast de wagen aanreiken. Ik kom in gesprek met mensen die zich afvragen waarom we dit doen. Als ik het ze uitleg, is de reactie alleen maar positief. Eindelijk christenen die op een positieve manier reageren op waar de wijk van geniet.
Onze activiteit wordt van alle kanten positief gewaardeerd. Het paard in de gang en de balletjes van de koningin worden afgewisseld door de liefde die God geeft. Het wordt gehoord, ook al overstemt de ene boodschap de andere niet. De warmte van de koffie en hopelijk ook de warmte van degenen die het schenken bieden een goed alternatief. Er zijn blijkbaar ook gekke christenen die hun lol niet onder stoelen of banken steken. We hopen dat mensen ervaren dat het hierbij niet gaat om pure lol om de lol te beleven, maar om een vreugde die uit een andere bron afkomstig is. Daarmee kun je een heleboel lol beleven!
dinsdag 27 januari 2009
Friesch Dagblad column 3: Yes, we can!
Yes, we can! Het schalde de afgelopen maanden uit de monden van vele Amerikanen die als een man achter een nieuwe charismatische leider aangingen: Barack Obama. Een droom die een andere charismatische leider veertig jaar geleden uitsprak - ds. Martin Luther King - is afgelopen week uitgekomen tijdens de inauguratie van de eerste, weliswaar gemengde, Afro-Amerikaanse president. De ultieme American dream was uitgekomen.
Een juridisch gelijkwaardige status is echter nog geen volledige gelijkheid. Nog steeds leven meer Afro-Amerikanen onder de armoedegrens dan blanke Amerikanen. En of bevolkingsgroepen ook daadwerkelijk met elkaar leven is maar de vraag.
Datzelfde geldt voor ons eigen land. Wij leven in een land waarin iedereen in staat is om hetzelfde te bereiken. Geen enkel land in ons werelddeel heeft zoveel parlementariërs van vreemde afkomst.
De meeste etnische bevolkingsgroepen leven echter naast elkaar en over het algemeen langs elkaar heen. Een van de grote problemen in de wijk waar wij wonen, de ‘krachtwijk’ Klarendal, is integratie. Het wijkactieplan voor onze wijk schetst dat groepen van verschillende etniciteit (bijvoorbeeld Nederlanders en Turken) sterk langs elkaar heen leven en de neiging hebben zich terug te trekken in de eigen groep. Ontmoetingen zouden nog wel eens tot spanningen kunnen leiden.
Maken christenen hierin het verschil? Ik mag het hopen, maar de vele gesprekken die ik de afgelopen jaren met onze gelovige bevolkingsgroep heb gevoerd doen mij het ergste vrezen. De teneur daarvan lag dicht bij wat Wilders’ PVV in de Kamer verkondigt. Wij moeten immers vrezen voor het grote gevaar van de islam als antichristelijke godsdienst? Opnieuw wordt door de ene groep de andere bestookt vanuit de loopgraven, waardoor de ander slechts doelwit en nauwelijks benaderbaar is.
Dat die vooroordelen er over en weer zijn, hoorde ik afgelopen week tijdens een gesprekje met een Turkse participatiemedewerkster die in onze wijk werkt. Zij vertelde dat Turkse groepen zich in de wijk vooral sterk in eigen kring ophouden. Er is geen aansluiting bij de rest van de Nederlandse cultuur en als dat al wordt geprobeerd, wordt daar afhoudend op gereageerd.
Als christen in de wijk kan ik hier verschillend op reageren. Enerzijds ervaar ik die culturele afstand soms aan den lijve. Als onze kinderen weer eens huilend binnenkomen, omdat de Turkse vriendinnetjes met wie ze eerst gezellig speelden ineens een andere, pesterige, houding kregen op het moment dat er wat andere Turkse vriendinnetjes bijkwamen.
Aan de andere kant geloof ik dat wij als christenen geroepen zijn het verschil te maken. Ging Jezus zelf juist niet over allerlei culturele barrières en vooroordelen heen door zijn omgang met Samaritanen, tollenaars en prostituees?
Toen we enkele maanden geleden op het wijkcentrum met andere vrijwilligers van ons project spraken over de mogelijkheid om samen een reis te maken naar Museumpark Orientalis - het vroegere Bijbels Openluchtmuseum - brak een Turkse vrouw in op ons gesprek. Een Turkse vrouwengroep waar zij deel van uitmaakte, wilde ook graag naar dat museum gaan, maar had er geen geld voor. De volgende week zaten zij en ik samen met een subsidiegever om de tafel en konden we een gezamenlijke reis en verblijf in het museum organiseren. Een groep van ongeveer 35 Turkse, Surinaamse en autochtone Klarendallers werd in drie groepen verdeeld en had een heel gezellige en leerzame dag. De conclusie was dat we er veel van hadden geleerd, dat we elkaar hadden leren kennen en dat het aan de andere kant van de loopgraaf goed toeven en eten was.
Ik heb een droom. Ik verlang dat mensen van allerlei culturele en religieuze achtergronden naast elkaar en met elkaar zullen zitten, lopen en praten, waarbij er geen sprake meer is van angst, afstand of vijandschap, maar van liefde, genegenheid en vriendschap.
Tot degenen die van mening zijn dat dit toch niet mogelijk is, omdat de religieuze en culturele verschillen te groot zijn, zeg ik: yes, we can!
Een juridisch gelijkwaardige status is echter nog geen volledige gelijkheid. Nog steeds leven meer Afro-Amerikanen onder de armoedegrens dan blanke Amerikanen. En of bevolkingsgroepen ook daadwerkelijk met elkaar leven is maar de vraag.
Datzelfde geldt voor ons eigen land. Wij leven in een land waarin iedereen in staat is om hetzelfde te bereiken. Geen enkel land in ons werelddeel heeft zoveel parlementariërs van vreemde afkomst.
De meeste etnische bevolkingsgroepen leven echter naast elkaar en over het algemeen langs elkaar heen. Een van de grote problemen in de wijk waar wij wonen, de ‘krachtwijk’ Klarendal, is integratie. Het wijkactieplan voor onze wijk schetst dat groepen van verschillende etniciteit (bijvoorbeeld Nederlanders en Turken) sterk langs elkaar heen leven en de neiging hebben zich terug te trekken in de eigen groep. Ontmoetingen zouden nog wel eens tot spanningen kunnen leiden.
Maken christenen hierin het verschil? Ik mag het hopen, maar de vele gesprekken die ik de afgelopen jaren met onze gelovige bevolkingsgroep heb gevoerd doen mij het ergste vrezen. De teneur daarvan lag dicht bij wat Wilders’ PVV in de Kamer verkondigt. Wij moeten immers vrezen voor het grote gevaar van de islam als antichristelijke godsdienst? Opnieuw wordt door de ene groep de andere bestookt vanuit de loopgraven, waardoor de ander slechts doelwit en nauwelijks benaderbaar is.
Dat die vooroordelen er over en weer zijn, hoorde ik afgelopen week tijdens een gesprekje met een Turkse participatiemedewerkster die in onze wijk werkt. Zij vertelde dat Turkse groepen zich in de wijk vooral sterk in eigen kring ophouden. Er is geen aansluiting bij de rest van de Nederlandse cultuur en als dat al wordt geprobeerd, wordt daar afhoudend op gereageerd.
Als christen in de wijk kan ik hier verschillend op reageren. Enerzijds ervaar ik die culturele afstand soms aan den lijve. Als onze kinderen weer eens huilend binnenkomen, omdat de Turkse vriendinnetjes met wie ze eerst gezellig speelden ineens een andere, pesterige, houding kregen op het moment dat er wat andere Turkse vriendinnetjes bijkwamen.
Aan de andere kant geloof ik dat wij als christenen geroepen zijn het verschil te maken. Ging Jezus zelf juist niet over allerlei culturele barrières en vooroordelen heen door zijn omgang met Samaritanen, tollenaars en prostituees?
Toen we enkele maanden geleden op het wijkcentrum met andere vrijwilligers van ons project spraken over de mogelijkheid om samen een reis te maken naar Museumpark Orientalis - het vroegere Bijbels Openluchtmuseum - brak een Turkse vrouw in op ons gesprek. Een Turkse vrouwengroep waar zij deel van uitmaakte, wilde ook graag naar dat museum gaan, maar had er geen geld voor. De volgende week zaten zij en ik samen met een subsidiegever om de tafel en konden we een gezamenlijke reis en verblijf in het museum organiseren. Een groep van ongeveer 35 Turkse, Surinaamse en autochtone Klarendallers werd in drie groepen verdeeld en had een heel gezellige en leerzame dag. De conclusie was dat we er veel van hadden geleerd, dat we elkaar hadden leren kennen en dat het aan de andere kant van de loopgraaf goed toeven en eten was.
Ik heb een droom. Ik verlang dat mensen van allerlei culturele en religieuze achtergronden naast elkaar en met elkaar zullen zitten, lopen en praten, waarbij er geen sprake meer is van angst, afstand of vijandschap, maar van liefde, genegenheid en vriendschap.
Tot degenen die van mening zijn dat dit toch niet mogelijk is, omdat de religieuze en culturele verschillen te groot zijn, zeg ik: yes, we can!
zondag 25 januari 2009
Rust...
Toen we drie jaar en bijna vier maanden geleden begonnen met de brunch en viering van Villa Klarendal, wisten we niet beter. We zouden er met zijn vieren het beste van maken. We maakten een planning waarbij we om en om als echtparen of het programma draaiden of het praktische werk deden. Elke week stonden we klaar en hadden ons programma gereed, of stonden in de startblokken voor een ochtendje aanpoten.
Een keer in de maand was het even anders. Dan hadden we 's ochtends rust en konden we naar de dienst van onze eigen kerken. Maar 's middags was het weer zo ver. Dan was er weer een programma te draaien of het tafel dekken, eten voorbereiden, eten opscheppen, afwassen, opruimen.
Na een jaar en een welverdiende rust van ieder drie weken zonder brunch en viering besloten we telkens een keer in de acht weken een vrije zondag in te lassen. Dan was het andere echtpaar iets drukker, maar werd dat echtpaar ondersteund door andere vrijwilligers en steeds vaker de vaste bezoekers. Dan konden we eens even uitrusten en "niets" doen in onze thuiskerk (zeg maar: even op verlof als zendeling) of even echt helemaal niets doen en wat langer blijven liggen. Die werkwijze hebben we sindsdien met vallen en opstaan tot afgelopen december gecontinueerd, met telkens drie weken vrij in de zomervakanties.
Sinds januari dit jaar hebben we op zondag versterking gekregen van twee echtparen. Daardoor is ons regime behoorlijk verlicht. Van een vrije zondag een keer in de acht weken, zijn we teruggegaan naar een frequentie van een keer in de vijf weken. En doordat er nu meerderen aanwezig zijn, kunnen we eindelijk eens normaal eten en praten met bezoekers zonder de druk van het programma voorbereiden of het praktisch werk doen.
Vanochtend was mijn eerste dag waarop ik even niets hoefde te doen. Niet om halftien vertrekken om samen alles voor te bereiden, maar om kwart voor elf rustig naar de Villa lopen. OK, het was enigszins hectisch toen ik aankwam en er te weinig koffie en koffiemelk bleek te zijn, waardoor ik weer naar huis mocht gaan om die spullen op te halen en een deel van de brunch miste. Maar voor de rest kon ik eens rustig achterover zitten en met mijn disgenoten kletsen en lol maken. In het programma heb ik altijd een vaste muzikale bijdrage, maar dat vond ik nu niet zo zwaar. Het is gewoon genieten om samen met elkaar te zingen en te genieten. Ook al was de canon dusdanig hilarisch dat een enkeling van de groep vond dat ik nu weer hectiek in de rust had teruggebracht.
Maar het is genieten om gewoon aan tafel te zitten en me te laten bedienen door anderen. Te luisteren naar wat iemand anders had voorbereid en daar achteraf over te evalueren en advies te geven wat de volgende keer anders zou kunnen. Te genieten van een maaltijd waarbij alle tafels vol waren en iedereen besefte dat we toch echt een andere ruimte nodig hebben. Te genieten van drie vaste bezoekers die door een misverstand geen inkopen hadden gedaan en nu bezig waren hun verantwoordelijkheid te nemen door zelfstandig een lijst boodschappen op te stellen voor de komende week. Innerlijk lol te hebben van mijn voorzichtig influisteren dat ze dat zo goed deden, dat dit een bevestiging was van mijn gedachte om hen de verantwoordelijkheid te geven voor het keukengebeuren tijdens de brunches en diners. En daarbij de glundering op hun gezichten te zien. Intense innerlijke warmte en bevestiging te ervaren dat mijn theoretische verhandelingen over empowerment niet bij theorie blijven, maar wellicht al snel bewaarheid worden.
Maar bovenal te genieten van de innerlijke rust van het niets hoeven doen en toch aanwezig te mogen zijn bij mensen die me zo aan het hart liggen. Te horen hoe ze graag willen gaan deelnemen aan twee huisgroepen die we over twee weken gaan starten. En met elkaar achteraf te constateren dat we wellicht straks beginnen met twee huisgroepen die elk twaalf leden zullen tellen als iedereen eraan deelneemt. Symbolischer kan het niet. We gaan een nieuwe tijd tegemoet. Misschien van minder actie. Misschien van meer discipelschap. Samen achter Jezus aan. De een al dertig jaar erachter aan. De ander nog maar kort. Maar samen gezin, familie van God. Waarbij de hand niet kan zonder de voet. En de mond niet zonder de neus.
Ik ben benieuwd wat er nog meer voor moois komt aanwaaien de komende tijd...
Een keer in de maand was het even anders. Dan hadden we 's ochtends rust en konden we naar de dienst van onze eigen kerken. Maar 's middags was het weer zo ver. Dan was er weer een programma te draaien of het tafel dekken, eten voorbereiden, eten opscheppen, afwassen, opruimen.
Na een jaar en een welverdiende rust van ieder drie weken zonder brunch en viering besloten we telkens een keer in de acht weken een vrije zondag in te lassen. Dan was het andere echtpaar iets drukker, maar werd dat echtpaar ondersteund door andere vrijwilligers en steeds vaker de vaste bezoekers. Dan konden we eens even uitrusten en "niets" doen in onze thuiskerk (zeg maar: even op verlof als zendeling) of even echt helemaal niets doen en wat langer blijven liggen. Die werkwijze hebben we sindsdien met vallen en opstaan tot afgelopen december gecontinueerd, met telkens drie weken vrij in de zomervakanties.
Sinds januari dit jaar hebben we op zondag versterking gekregen van twee echtparen. Daardoor is ons regime behoorlijk verlicht. Van een vrije zondag een keer in de acht weken, zijn we teruggegaan naar een frequentie van een keer in de vijf weken. En doordat er nu meerderen aanwezig zijn, kunnen we eindelijk eens normaal eten en praten met bezoekers zonder de druk van het programma voorbereiden of het praktisch werk doen.
Vanochtend was mijn eerste dag waarop ik even niets hoefde te doen. Niet om halftien vertrekken om samen alles voor te bereiden, maar om kwart voor elf rustig naar de Villa lopen. OK, het was enigszins hectisch toen ik aankwam en er te weinig koffie en koffiemelk bleek te zijn, waardoor ik weer naar huis mocht gaan om die spullen op te halen en een deel van de brunch miste. Maar voor de rest kon ik eens rustig achterover zitten en met mijn disgenoten kletsen en lol maken. In het programma heb ik altijd een vaste muzikale bijdrage, maar dat vond ik nu niet zo zwaar. Het is gewoon genieten om samen met elkaar te zingen en te genieten. Ook al was de canon dusdanig hilarisch dat een enkeling van de groep vond dat ik nu weer hectiek in de rust had teruggebracht.
Maar het is genieten om gewoon aan tafel te zitten en me te laten bedienen door anderen. Te luisteren naar wat iemand anders had voorbereid en daar achteraf over te evalueren en advies te geven wat de volgende keer anders zou kunnen. Te genieten van een maaltijd waarbij alle tafels vol waren en iedereen besefte dat we toch echt een andere ruimte nodig hebben. Te genieten van drie vaste bezoekers die door een misverstand geen inkopen hadden gedaan en nu bezig waren hun verantwoordelijkheid te nemen door zelfstandig een lijst boodschappen op te stellen voor de komende week. Innerlijk lol te hebben van mijn voorzichtig influisteren dat ze dat zo goed deden, dat dit een bevestiging was van mijn gedachte om hen de verantwoordelijkheid te geven voor het keukengebeuren tijdens de brunches en diners. En daarbij de glundering op hun gezichten te zien. Intense innerlijke warmte en bevestiging te ervaren dat mijn theoretische verhandelingen over empowerment niet bij theorie blijven, maar wellicht al snel bewaarheid worden.
Maar bovenal te genieten van de innerlijke rust van het niets hoeven doen en toch aanwezig te mogen zijn bij mensen die me zo aan het hart liggen. Te horen hoe ze graag willen gaan deelnemen aan twee huisgroepen die we over twee weken gaan starten. En met elkaar achteraf te constateren dat we wellicht straks beginnen met twee huisgroepen die elk twaalf leden zullen tellen als iedereen eraan deelneemt. Symbolischer kan het niet. We gaan een nieuwe tijd tegemoet. Misschien van minder actie. Misschien van meer discipelschap. Samen achter Jezus aan. De een al dertig jaar erachter aan. De ander nog maar kort. Maar samen gezin, familie van God. Waarbij de hand niet kan zonder de voet. En de mond niet zonder de neus.
Ik ben benieuwd wat er nog meer voor moois komt aanwaaien de komende tijd...
vrijdag 16 januari 2009
Als een kerk opnieuw begint - Het verdriet van België
In het eerste deel van het handboek "Als een kerk opnieuw begint" gaan de schrijvers in op historische perspectieven omtrent gemeentestichting. Hoofdstuk 4 gaat in op een drietal kerkplantingen in het verleden. In hoofdstuk 5 wordt de naoorlogse gemeentestichting in Nederland bekeken.
Bij het lezen van met name het laatste hoofdstuk trof mij in paragraaf 5.3 de vrij summiere beschrijving van gemeentestichting in Zuid-Nederland en met name in België. Ik zie dit als een gemiste kans. Het is opmerkelijk dat alleen deze paragraaf ingaat op gemeentestichting in Zuid-Nederland en België. De net zo summiere slotconclusie is dan ook "het gaat hier, kortom, om een weinig glamoureuze praktijk".
.
De gemiste kans heeft te maken met het feit dat bronnenmateriaal uit België zich concentreert op informatie van twintig jaar geleden. Ik ben daarom eens gaan zoeken op de websites van de grote christelijke bewegingen in ons zuidelijke buurland. Daaruit blijkt dat de afgelopen twintig jaar ongeveer (een zeer ruwe schatting) 50 nieuwe gemeenten zijn ontstaan. Dat staat in schril contrast tot de 8 die de afgelopen jaren volgens het boek en onderzoek van Martijn Vellekoop in Limburg zijn ontstaan.
De afgelopen decennia is met name bij de Belgische Evangelische Zending een werkwijze ontstaan waarbij gemeentestichting voorop staat. Zo lees ik op de website van deze organisatie: De visie van de BEZ-MEB is om iedereen in België te bereiken met het Goede Nieuws door het evangelie te brengen aan alle generaties en bevolkingsgroepen, gemeentes te stichten in iedere stad en dorp. Hiervoor zijn al onze inspanningen gericht op evangelisatie en gemeentestichting. Sommige zendelingen werken als pionier op plaatsen waar nog geen gemeente is. Daar organiseren ze dan acties: verdeling literatuur, concerten en andere evenementen om mensen te leren kennen en zichzelf bekend te maken in de streek. Wie interesse toont in het evangelie, wordt uitgenodigd op bijbelstudies. Na enkele jaren starten de gemeentesamenkomsten en is de gemeente geboren. Andere zendelingen werken samen met een reeds bestaande gemeente om een nieuwe 'dochter' gemeente in de streek op te starten.
Van dit systeem van gemeentestichten kan Nederland veel leren. Een voorbeeld: mijn vrouw heeft in 1983/1984 in een jaarteam aan de basis gestaan van een gemeente in Dilbeek (Brussel). In 1988 zijn daar samenkomsten gestart. Inmiddels is het uitgegroeid tot een gemeente van 100 leden en is vanuit de gemeente een nieuw gemeentestichtingsproject in Asse ontstaan.
Gemeentestichting in België gaat wellicht niet snel. Er is echter wel een werkwijze ontstaan waarbij contextualisatie aan de basis staat. Doordat er in het land weinig andere gemeenten zijn en naar verhouding weinig christenen, is gemeentestichting in het land die van de meest zuivere vorm. Mensen die aan de gemeente worden toegevoegd komen over het algemeen van een RK achtergrond en hebben een duidelijke stap genomen om zich aan te sluiten bij de nieuwe gemeente.
Mijn pleidooi aan de schrijvers is om in de volgende editie een hoofdstuk op te nemen over lessen die wij in Nederland kunnen leren van het werk in België. Aangezien het handboek ongetwijfeld ook in de Vlaamse theologische hogescholen en universiteiten zal worden gebruikt, is het van belang om kennis te hebben van de geschiedenis en lessen van gemeentestichting in het Nederlandstalig deel van ons zuiderland. Wellicht komen we dan tot de conclusie dat men het daar nog niet eens zo slecht doet en dat wij er als "Hollanders" veel van kunnen leren. Het Belgische verdriet van "ploeteren en pionieren" in een omgeving die weinig bereid is om de protestants-evangelische als gelijkwaardig te beschouwen, kan nog wel eens een voorbeeld worden voor ons, zodat we in Nederland-zendingsland het gemeentestichtingswiel niet geheel opnieuw hoeven uit te vinden.
Bij het lezen van met name het laatste hoofdstuk trof mij in paragraaf 5.3 de vrij summiere beschrijving van gemeentestichting in Zuid-Nederland en met name in België. Ik zie dit als een gemiste kans. Het is opmerkelijk dat alleen deze paragraaf ingaat op gemeentestichting in Zuid-Nederland en België. De net zo summiere slotconclusie is dan ook "het gaat hier, kortom, om een weinig glamoureuze praktijk".
.
De gemiste kans heeft te maken met het feit dat bronnenmateriaal uit België zich concentreert op informatie van twintig jaar geleden. Ik ben daarom eens gaan zoeken op de websites van de grote christelijke bewegingen in ons zuidelijke buurland. Daaruit blijkt dat de afgelopen twintig jaar ongeveer (een zeer ruwe schatting) 50 nieuwe gemeenten zijn ontstaan. Dat staat in schril contrast tot de 8 die de afgelopen jaren volgens het boek en onderzoek van Martijn Vellekoop in Limburg zijn ontstaan.
De afgelopen decennia is met name bij de Belgische Evangelische Zending een werkwijze ontstaan waarbij gemeentestichting voorop staat. Zo lees ik op de website van deze organisatie: De visie van de BEZ-MEB is om iedereen in België te bereiken met het Goede Nieuws door het evangelie te brengen aan alle generaties en bevolkingsgroepen, gemeentes te stichten in iedere stad en dorp. Hiervoor zijn al onze inspanningen gericht op evangelisatie en gemeentestichting. Sommige zendelingen werken als pionier op plaatsen waar nog geen gemeente is. Daar organiseren ze dan acties: verdeling literatuur, concerten en andere evenementen om mensen te leren kennen en zichzelf bekend te maken in de streek. Wie interesse toont in het evangelie, wordt uitgenodigd op bijbelstudies. Na enkele jaren starten de gemeentesamenkomsten en is de gemeente geboren. Andere zendelingen werken samen met een reeds bestaande gemeente om een nieuwe 'dochter' gemeente in de streek op te starten.
Van dit systeem van gemeentestichten kan Nederland veel leren. Een voorbeeld: mijn vrouw heeft in 1983/1984 in een jaarteam aan de basis gestaan van een gemeente in Dilbeek (Brussel). In 1988 zijn daar samenkomsten gestart. Inmiddels is het uitgegroeid tot een gemeente van 100 leden en is vanuit de gemeente een nieuw gemeentestichtingsproject in Asse ontstaan.
Gemeentestichting in België gaat wellicht niet snel. Er is echter wel een werkwijze ontstaan waarbij contextualisatie aan de basis staat. Doordat er in het land weinig andere gemeenten zijn en naar verhouding weinig christenen, is gemeentestichting in het land die van de meest zuivere vorm. Mensen die aan de gemeente worden toegevoegd komen over het algemeen van een RK achtergrond en hebben een duidelijke stap genomen om zich aan te sluiten bij de nieuwe gemeente.
Mijn pleidooi aan de schrijvers is om in de volgende editie een hoofdstuk op te nemen over lessen die wij in Nederland kunnen leren van het werk in België. Aangezien het handboek ongetwijfeld ook in de Vlaamse theologische hogescholen en universiteiten zal worden gebruikt, is het van belang om kennis te hebben van de geschiedenis en lessen van gemeentestichting in het Nederlandstalig deel van ons zuiderland. Wellicht komen we dan tot de conclusie dat men het daar nog niet eens zo slecht doet en dat wij er als "Hollanders" veel van kunnen leren. Het Belgische verdriet van "ploeteren en pionieren" in een omgeving die weinig bereid is om de protestants-evangelische als gelijkwaardig te beschouwen, kan nog wel eens een voorbeeld worden voor ons, zodat we in Nederland-zendingsland het gemeentestichtingswiel niet geheel opnieuw hoeven uit te vinden.
Als de kerk opnieuw begint - "allochtone autochtonen" binnen de Nederlandse macrocontext
In hoofdstuk 18 van het handboek "Als de kerk opnieuw begint" wordt in paragraaf 18.3 een beschrijving gegeven van de Nederlandse "macrocontext": maatschappijbrede veranderingen die gemeentestichting beïnvloeden.
In deze paragraaf wordt de veranderende binding die mensen met elkaar hebben beschreven. Hierin wordt gesproken over de toenemende individualisatie, het steeds gefragmenteerder leven met elkaar, het feit dat steeds meer mensen zich niet langdurig willen binden aan organisaties.
Mensen zijn steeds minder territoriaal gericht en steeds meer gericht op netwerken. Werk en bedrijf slokken een groot deel van de tijd van mensen. Men moet steeds meer keuzes maken over tal van zaken. Er wordt van mensen steeds meer flexibiliteit verwacht. Mensen hebben drukke agenda's, leven vanuit hun agenda en zijn steeds meer moe.
Deze algemene beschrijving van ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving herken ik niet terug in de context van alledag in de wijk waar ik in woon. Tegenover het individualisme viert hier nog steeds het collectivisme hoogtij. Jongeren trekken in groepjes met elkaar op. Volwassenen hebben regelmatig contact met elkaar.
Een typerende beschrijving van de "volksbuurters" vond ik in een artikel in De Volkskrant van 16 augustus 1997 naar aanleiding van een praktisch onderzoek onder de titel "de zelfuitsluiting van de onderklasse". Sindsdien is er nog niet veel veranderd. Enkele citaten hieruit.
Nederland bestaat eigenlijk uit twee naties... De ene natie draait om diploma's en een carrière, de andere om spijbelen en beunen. In de middenklasse-natie stijgt men door subtiele contactuele eigenschappen, in de onderklasse-natie door stoer doen en geweld....
Waar de middenklasse is geïndividualiseerd, kent deze wijk nog een jaren-vijftigachtige saamhorigheid. Getrouwde dochters wonen bij hun moeder in de straat. In het gezin staat altijd een ketel koffie op tafel, waaruit iedereen mag tanken.
Dat er in Nederland een andere wereld bestaat die hele andere normen en waarden heeft dan de middenklasse, wordt niet gezien. Tijdens een evangelisatieactie van Athletes in Action in een dergelijke wijk, speelde een kerklid die wekelijks in de wijk naar de kerk gaat een potje voetbal met buurtgenoten. Zijn reactie was dat hij in een totaal andere wereld terecht kwam met andere normen en waarden dan hijzelf kende.
De verminderde bindingsdrang van de middenklasse is daarom een notie die niet opgaat voor de mensen die wonen in de zogenaamde krachtwijken. Deze mensen zijn juist wel nog steeds territoriaal gericht, houden van hun wijk, zijn er trots op en willen er nog voor gaan.
Ik heb de laatste tijd vrij veel discussies gehad met medechristenen uit de middenklasse, die onze manier van leven in de wijk bewonderenswaardig vonden, maar tegelijkertijd van mening waren dat dit niet voor iedereen is weggelegd. In de aanpassing aan de middenklassecultuur hebben zij in hun scholing geleerd om niet in dezelfde wijk te wonen als waarin je werkt. Dat buurtbewoners echter niet alleen problemen met zich meebrengen, maar ook zeker kunnen zorgen voor een vergroot familiegevoel wordt daarbij al snel terzijde gelegd. In contextdenken in het dan ook interessant eens na te gaan of het gebrek aan kerken en gemeenten in achterstandswijken wellicht te maken heeft met de culturele aanpassing van de christenen uit de middenklasse-natie die zich na enkele jaren wonen in een dergelijke wijk genoodzaakt voelden te verhuizen naar suburbia "waar iedereen toch naar toe wil...".
Concluderend wil ik stellen dat "De Nederlandse macrocontext" niet bestaat. Wellicht richt onderzoek zich op geletterde en gestudeerde landgenoten en wordt de nauwelijks geletterde onderklasse daarin links gelaten. Het zou dan ook interessant zijn om eens te zoeken naar specifieke sociologische onderzoeken over de culturele waarden en normen in de achterstandswijken om zodoende een beeld te creëren van deze specifieke natie binnen onze natie. Opdat gemeentestichting in deze randen van de samenleving een hogere vlucht zal kunnen nemen. Geef de allochtone autochtonen onder ons het recht op een eigen plek die gericht is op de eigen cultuur!
In deze paragraaf wordt de veranderende binding die mensen met elkaar hebben beschreven. Hierin wordt gesproken over de toenemende individualisatie, het steeds gefragmenteerder leven met elkaar, het feit dat steeds meer mensen zich niet langdurig willen binden aan organisaties.
Mensen zijn steeds minder territoriaal gericht en steeds meer gericht op netwerken. Werk en bedrijf slokken een groot deel van de tijd van mensen. Men moet steeds meer keuzes maken over tal van zaken. Er wordt van mensen steeds meer flexibiliteit verwacht. Mensen hebben drukke agenda's, leven vanuit hun agenda en zijn steeds meer moe.
Deze algemene beschrijving van ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving herken ik niet terug in de context van alledag in de wijk waar ik in woon. Tegenover het individualisme viert hier nog steeds het collectivisme hoogtij. Jongeren trekken in groepjes met elkaar op. Volwassenen hebben regelmatig contact met elkaar.
Een typerende beschrijving van de "volksbuurters" vond ik in een artikel in De Volkskrant van 16 augustus 1997 naar aanleiding van een praktisch onderzoek onder de titel "de zelfuitsluiting van de onderklasse". Sindsdien is er nog niet veel veranderd. Enkele citaten hieruit.
Nederland bestaat eigenlijk uit twee naties... De ene natie draait om diploma's en een carrière, de andere om spijbelen en beunen. In de middenklasse-natie stijgt men door subtiele contactuele eigenschappen, in de onderklasse-natie door stoer doen en geweld....
Waar de middenklasse is geïndividualiseerd, kent deze wijk nog een jaren-vijftigachtige saamhorigheid. Getrouwde dochters wonen bij hun moeder in de straat. In het gezin staat altijd een ketel koffie op tafel, waaruit iedereen mag tanken.
Dat er in Nederland een andere wereld bestaat die hele andere normen en waarden heeft dan de middenklasse, wordt niet gezien. Tijdens een evangelisatieactie van Athletes in Action in een dergelijke wijk, speelde een kerklid die wekelijks in de wijk naar de kerk gaat een potje voetbal met buurtgenoten. Zijn reactie was dat hij in een totaal andere wereld terecht kwam met andere normen en waarden dan hijzelf kende.
De verminderde bindingsdrang van de middenklasse is daarom een notie die niet opgaat voor de mensen die wonen in de zogenaamde krachtwijken. Deze mensen zijn juist wel nog steeds territoriaal gericht, houden van hun wijk, zijn er trots op en willen er nog voor gaan.
Ik heb de laatste tijd vrij veel discussies gehad met medechristenen uit de middenklasse, die onze manier van leven in de wijk bewonderenswaardig vonden, maar tegelijkertijd van mening waren dat dit niet voor iedereen is weggelegd. In de aanpassing aan de middenklassecultuur hebben zij in hun scholing geleerd om niet in dezelfde wijk te wonen als waarin je werkt. Dat buurtbewoners echter niet alleen problemen met zich meebrengen, maar ook zeker kunnen zorgen voor een vergroot familiegevoel wordt daarbij al snel terzijde gelegd. In contextdenken in het dan ook interessant eens na te gaan of het gebrek aan kerken en gemeenten in achterstandswijken wellicht te maken heeft met de culturele aanpassing van de christenen uit de middenklasse-natie die zich na enkele jaren wonen in een dergelijke wijk genoodzaakt voelden te verhuizen naar suburbia "waar iedereen toch naar toe wil...".
Concluderend wil ik stellen dat "De Nederlandse macrocontext" niet bestaat. Wellicht richt onderzoek zich op geletterde en gestudeerde landgenoten en wordt de nauwelijks geletterde onderklasse daarin links gelaten. Het zou dan ook interessant zijn om eens te zoeken naar specifieke sociologische onderzoeken over de culturele waarden en normen in de achterstandswijken om zodoende een beeld te creëren van deze specifieke natie binnen onze natie. Opdat gemeentestichting in deze randen van de samenleving een hogere vlucht zal kunnen nemen. Geef de allochtone autochtonen onder ons het recht op een eigen plek die gericht is op de eigen cultuur!
donderdag 15 januari 2009
Vannacht 24:00 uur: Synchroblog ‘Als een kerk opnieuw begint’
Begin december kwam het eerste handboek voor gemeentestichting in Nederland uit: ‘Als een kerk opnieuw begint’ geschreven door Gert Noort, Stefan Paas, Henk de Roest en Sake Stoppels.
Het boek begint met een aantal historische beschouwingen en het hart wordt gevormd door tien casestudies van gemeentestichtende projecten, en de reflectie daarop door de auteurs. Ze sluiten af met aanbevelingen voor beleid en opleiding. Uiteindelijk is het een mooie mix van theorie en boeiende praktijkverhalen.
Over dit boek organiseert het Emerging Netwerk op 15 januari 2009, 24:00 uur een synchroblog. Bij een synchroblog publiceren verschillende bloggers tegelijkertijd over hetzelfde onderwerp een bericht op hun weblog.
Ook ik zal hieraan meedoen. Vandaar dat je vannacht om klokslag 24:00 uur mijn commentaar op het boek zult kunnen lezen. Het complete overzicht wordt z.s.m. gepubliceerd op de website van het Emerging Netwerk.
Abonneren op:
Posts (Atom)