Afgelopen maandag is een voorlopig einde gekomen aan een langdurig proces om te komen tot de bouw van een wijkmoskee in onze wijk Klarendal. Ik was erbij om als gastheer de verwachte grote aanwas van wijkbewoners op te vangen. Hier zal ik geen relaas geven van de politieke aspecten ervan. Daarvoor ben ik als ambtenaar van de griffie, de directe ondersteuning van de gemeenteraad, teveel betrokken.
Het gaat me veeleer om het delen van een gevoel dat me bekroop terwijl ik bij de vergadering aanwezig was. Ik ontving bekende autochtone Klarendallers. Ze zouden het komen horen. Ze spraken met me en zeiden te hopen dat hun wens, geen moskee op die plek ik de wijk, zou worden gehonoreerd. Ik begroette islamitische Klarendallers. Ze hoopten van harte dat hun wens, een eigen mooie moskee op die plek, zou worden gehonoreerd. Ik ontmoette een professionele welzijnswerker van Turks-islamitische afkomst. Hij verhaalde over het onmogelijke dilemma waar deze zaak in terecht was gekomen. De sloop van de school waar diverse generaties wijkbewoners naar toe waren gegaan. Om daar een moskee voor in de plaats te bouwen. Het gevoel wint het van de ratio. Natuurlijk wel een moskee, maar niet op die plaats.
Ik merkte dat ik met mijn medewijkbewoners meeleefde. Ik voelde aan wat zij zo graag wilden. Ik kon meevoelen dat mijn autochtone wijkbewoners toch liever het schoolgebouw wilden behouden voor de wijk. Dat ze geen parkeeroverlast wilden als de moskee negen keer per jaar de deuren voor 500 bezoekers zou openstellen. Dat ze vreesden dat die 500 voor negen keer per jaar al snel zou worden verhoogd tot twee-en-vijftig keer per jaar. Ik kon meevoelen met mijn islamitische wijkbewoners dat ze zo graag een mooi onderkomen wilden hebben in plaats van het armlastige achterafplaatsje waar ze nu samenkomen. Dat ze de vrijheid van godsdienst aanspreken om toch ergens te mogen vieren en bidden. Dat ze al zoveel hadden ingeleverd dat er nu daarvoor gerespecteerd mochten worden. Ik kon meevoelen met mijn professionele welzijnswerker van Turks-islamitische afkomst, dat het een onmogelijke weg zou zijn. Wat er ook zou gebeuren, een van de twee zou die avond teleurgesteld zijn. Beide groepen staan bekend om hun emotionele karakter. Hoe zouden ze met de uitslag omgaan.
Ik voel met ze mee. Ik voel dat ik er tussenin sta. Ik kan, wil en mag (vanwege mijn werk) geen antwoord geven op wat ik ervan vind. Ik gun zowel de een als de ander zijn winst. Vanuit een persoonlijke betrokkenheid en niet vanuit een politieke stellingname. Na afloop leef ik mee met de vreugde van de winnaars die het behoud van hun school ten koste van de moskee voor ogen hadden. Maar leef ik ook mee met de verliezers die er beteuterd bij staan. Na jaren van onderhandelen is er nog niets.
Meeleven wil niet zeggen dat ik het met alles eens was. Zeker niet met de manier van reageren op de ander van mijn autochtone bewoners. Zeker een tijd geleden, toen de imam zijn visie voor het voetlicht bracht en regelmatig uit de zaal werd onderbroken door gehoon uit het publiek. Laat staan dat er zichtbaar contact was tussen beide groepen. Dat was ook deze avond zichtbaar. Beide groepen aan de andere kant van de zaal.
De kogel is door de moskee en niet door de school, zal ik maar zeggen. Het is en blijft een duivels dilemma. Een dilemma dat niet in de politieke arena van discussie en debat, van voor- en tegenstanders, kan worden opgelost. Want ook bij een nieuwe locatie zullen blokkades worden opgeworpen. Omdat mensen bang zijn voor het grote onbekende. Of gesprek iets oplevert weet ik niet. Omdat ik niet weet of beide groepen een open houding naar elkaar zullen hebben. Of de bereidheid de eigen muur jegens de ander neer te halen.
Ik ken en begrijp ze allebei. Maar op het moment dat ik ze iets laat zien van de kant van de ander, ontstaat er onbegrip. Of er een kans is om boven de loopgraven uit te komen tot een voor alle partijen aanvaardbaar alternatief is maar de vraag. De mensen begrijpen en met ze meevoelen betekent niet dat ik ze kan adviseren een bepaalde weg in te slaan. Want op dit moment is dat niet waar ik een weg voor mezelf zie. Maar het stelt me wel voor een lastig parket, omdat ik de persoonlijke relatie met vertegenwoordigers van beide groepen hoog acht. Als de een zich negatief over de ander uitlaat, wil ik een alternatief geluid laten horen. De mens laten zien en niet de collectieve vijand. Als het om dat wederzijdse vijandbeeld gaat, is relatie hoogstnoodzakelijk. Alleen als we mensen persoonlijk kennen, zullen muren vallen. Kan ik daar een rol in spelen? Wie weet...???
Blog van Rick Jansen over leven en werken als kerkelijk pionier in een achterstandswijk
zaterdag 30 januari 2010
donderdag 28 januari 2010
Column Friesch Dagblad 15: Geen alle(zon)daagse dienst
Het heeft even geduurd, maar daar is 'ie dan weer. De volgende column die afgelopen dinsdag in het Friesch Dagblad is gepubliceerd.
Afgelopen zondag kwart voor tien. Ik open de deur van Villa Klarendal. De kinderclubleidster bereidt haar club van tien uur voor. Ik zet koffie en thee. Als de dagleidster en mijn medehelper aankomen, nemen we het dagprogramma door. We hopen op meer kinderen dan de nul of een van de afgelopen weken. De bel gaat. Drie kinderen voor de deur. Zonder bidden heeft God ons gebed al verhoord! Zij bidden met ons mee. ,,We gaan nu bidden, hoor”, zegt een van ons tegen hen, waarop een bij wijze van herkenning haar gevouwen handen laat zien. Weer gaat de bel. Nog twee kinderen staan klaar.
De kinderclub begint. Ik vervolg de verdere voorbereiding van de brunch. Beleg op tafel zetten. Brood netjes en gezellig over de tafels verdelen. De eieren koken. Ondertussen praten we ontspannen over de afgelopen tijd. Om half elf komt de eerste volwassen Iraanse bezoekster met haar dochtertje. Ze nestelt zich op een stoel in een hoekje. Weer de bel. Het is een autochtone bezoeker die zijn scootmobiel in de gang wil parkeren. Ik laat hem afstappen en rijd de gang in. Hij strompelt de Villa binnen. De ene na de andere bezoeker komt binnen, groet de anderen hartelijk en krijgt van ons koffie of thee.
Stipt om elf uur zit iedereen aan tafel. De kinderen van de kinderclub zitten aan een tafel die nog vrij is. De dagleidster verwelkomt iedereen. Na het uitgesproken gebed, werpt iedereen zich op de goedgevulde tafel. Met ei erbij. Een halfuur later zit iedereen voldaan onderuit. We ruimen de tafels van 31 bezoekers af. Even zoveel borden, messen en vorken, de overgebleven resten van ei, brood of beschuit verdwijnen in de afwasmachine of vuilnisbak.
Twaalf uur begint de viering in een kring met ons startlied De kleine villa in de straten. Nog twee liederen. De clubkinderen en crèchekinderen gaan weg of naar de andere ruimte. Tijd voor het ‘praatje’ over Jezus in Nazareth. Iedereen leeft zichtbaar mee. Getroffen door de mooie woorden. Een tijd van gebed volgt, waarin persoonlijke noden worden gedeeld met onze hemelse Papa. Een gezongen zegen als toetje.
Even napraten. De laatste ronde koffie of thee. De goed gebruikte wc krijgt een noodzakelijke schoonmaakbeurt. Een laatste groet en een goede week gewenst. We kijken terug op de brunch en viering. De vervijfvoudiging van de kinderclub. Het grote aantal brunchvierders. De mensen die bewust aan de viering meedoen. Een ruzietje tussen twee bezoekers. Na afloop hangt een jas niet meer op de kapstok. Vergeten de voordeur dicht te doen.
Het is geen alle(zon)daagse kerkdienst. Maar bezoekers die niet of nauwelijks kerkgaand waren, genieten nu van de warme gemeenschap. En ervaren daardoor God in hun leven. Zo mogen we met God meewerken op dit kleine stukje van deze aarde.
Afgelopen zondag kwart voor tien. Ik open de deur van Villa Klarendal. De kinderclubleidster bereidt haar club van tien uur voor. Ik zet koffie en thee. Als de dagleidster en mijn medehelper aankomen, nemen we het dagprogramma door. We hopen op meer kinderen dan de nul of een van de afgelopen weken. De bel gaat. Drie kinderen voor de deur. Zonder bidden heeft God ons gebed al verhoord! Zij bidden met ons mee. ,,We gaan nu bidden, hoor”, zegt een van ons tegen hen, waarop een bij wijze van herkenning haar gevouwen handen laat zien. Weer gaat de bel. Nog twee kinderen staan klaar.
De kinderclub begint. Ik vervolg de verdere voorbereiding van de brunch. Beleg op tafel zetten. Brood netjes en gezellig over de tafels verdelen. De eieren koken. Ondertussen praten we ontspannen over de afgelopen tijd. Om half elf komt de eerste volwassen Iraanse bezoekster met haar dochtertje. Ze nestelt zich op een stoel in een hoekje. Weer de bel. Het is een autochtone bezoeker die zijn scootmobiel in de gang wil parkeren. Ik laat hem afstappen en rijd de gang in. Hij strompelt de Villa binnen. De ene na de andere bezoeker komt binnen, groet de anderen hartelijk en krijgt van ons koffie of thee.
Stipt om elf uur zit iedereen aan tafel. De kinderen van de kinderclub zitten aan een tafel die nog vrij is. De dagleidster verwelkomt iedereen. Na het uitgesproken gebed, werpt iedereen zich op de goedgevulde tafel. Met ei erbij. Een halfuur later zit iedereen voldaan onderuit. We ruimen de tafels van 31 bezoekers af. Even zoveel borden, messen en vorken, de overgebleven resten van ei, brood of beschuit verdwijnen in de afwasmachine of vuilnisbak.
Twaalf uur begint de viering in een kring met ons startlied De kleine villa in de straten. Nog twee liederen. De clubkinderen en crèchekinderen gaan weg of naar de andere ruimte. Tijd voor het ‘praatje’ over Jezus in Nazareth. Iedereen leeft zichtbaar mee. Getroffen door de mooie woorden. Een tijd van gebed volgt, waarin persoonlijke noden worden gedeeld met onze hemelse Papa. Een gezongen zegen als toetje.
Even napraten. De laatste ronde koffie of thee. De goed gebruikte wc krijgt een noodzakelijke schoonmaakbeurt. Een laatste groet en een goede week gewenst. We kijken terug op de brunch en viering. De vervijfvoudiging van de kinderclub. Het grote aantal brunchvierders. De mensen die bewust aan de viering meedoen. Een ruzietje tussen twee bezoekers. Na afloop hangt een jas niet meer op de kapstok. Vergeten de voordeur dicht te doen.
Het is geen alle(zon)daagse kerkdienst. Maar bezoekers die niet of nauwelijks kerkgaand waren, genieten nu van de warme gemeenschap. En ervaren daardoor God in hun leven. Zo mogen we met God meewerken op dit kleine stukje van deze aarde.
vrijdag 1 januari 2010
Nieuwjaar
Zoals iedereen heb ook ik gisteren oud en nieuw gevierd. Het was voor mij altijd een feest van spanning voor het komende. Je wist al lang van tevoren dat klokslag 12 uur de bommen los gingen. En van tevoren zat iedereen zich vol spanning te ontladen aan het eten en drinken van al het ingekochte lekkers.
Het feest is een typering van onze Nederlandse cultuur. Gezellig samenzijn met familie. Lang van tevoren afspreken wie welke hapjes klaarmaakt. Alles punctueel, maar vooral ook: gezellig. Dat typisch Nederlands woordje dat knussigheid, kneuterigheid en warmte moet voorstellen.
Op tv gisteren was het ook weer een typisch Nederlands gebeuren, waarbij de bekende gezichten van het afgelopen jaar de revue passeerden of het gebeuren inleidden. Even had ik het gevoel dat de presentatoren zouden afronden met "...wat is het oordeel van de jury..." of "...jullie waren goed, maar... dat horen we straks..." of "het Nederlandse publiek heeft gesproken...". Beau, Tooske, Gerard (gezellig hè?) kwamen langs op het scherm.
Ook dat beïnvloed ons denken en doen. Die mensen met leeghoofdige frasen en grootsprakige presentaties die vooral Idols of Popstars aandoen. HIJ IS ER WEER... HIER IS....... M-A-R-C-O B-O-R-S-A-T-O!!!!! Gejuich, gejoel, geklap. En vooral: met zijn allen hard meezingen met de bankroete meester. Het gaat immers om die grootsheid. Het gaat erom dat je met zijn allen grote, mooie dingen zegt. Wat je zegt dat maakt niet uit. Als het maar mooi is en het mijn gevoel versterkt. Samen gezellig meezingen versterkt die zo nodige saamhorigheid. Lekker gezellig samen in de kou staan op dat grote plein.
Afijn. Ook wij hebben het jaar uitgeknald. Het enige dat ik uitknalde was per ongeluk de kurk van de champagnefles die gelukkig aan de onderkant van het keukenkastje terecht kwam. Dus geen scherven door de druk van de fles. Mijn kinderen genoten van het (veel en groots) ingekochte vuurwerk. Soms verstoord door buren die voor de lol een vlinder (een keiharde, illegale knaller) gooiden naar een mooie pot, waardoor het siervuurwerk niet omhoog de lucht in, maar opzij de straat in knalde. Ja, dan baal je even met hem. Vooral, omdat er zoveel voor wordt gewaarschuwd om dat soort dingen niet te kopen, laat staan het naar anderen toe te gooien. Maar ja, ook dat is cultuur, denk ik dan. Voorzichtig dacht ik dat die Irakezen de bomaanslagen in Bagdad op deze manier wilden verwerken. Want ze trokken zich niets aan van waarvoor van tevoren zo breeduit in de Nederlandse media werd gewaarschuwd. Weer dacht ik voorzichtig dat ze genoeg leed hadden gezien om te begrijpen dat je ook wel zonder een hand, oog of voet kunt doorleven.
De nacht werd lang. Deels door degenen die zich niet konden inhouden om spirituele vloeistof naar binnen te werken. Dan worden familieleden emotioneel en moet het leed van het afgelopen jaar, de niet verwerkte jeugd of de plannen die niet zijn uitgekomen weer even met elkaar worden gedeeld. Het ochtendgloren was al zichtbaar toen we ons bed roken. Om er vervolgens na een diepe slaap (voor sommigen roes) na verloop van tijd te ontwaken op een nieuwjaarsdag dat dan al lang bezig was.
Och, telkens zijn het toch ook weer leuke dagen om elkaar te ontmoeten, te spreken of te omhelzen. En al die bijwerkingen neem ik daarbij dan ook maar voor lief. Hoe pijnlijk ze soms ook kunnen zijn.
Hoe ik daarin christen ben? Zoals ik dat altijd ben. Gewoon mezelf. Ik probeer wel altijd de maat te houden, zodat ik er geen dingen uitkraam waar ik later spijt van heb (of zelfs geen weet meer van heb). Sommigen noemen dat saai. Anderen begrijpen het en pakken het op als de rots in de branding (vooral als ze zelf bijna niet meer op de voeten kunnen staan). Nee, geen BOB (ik heb geen rijbewijs en we bleven slapen). Hopelijk wel een baken in onrustige, onvoorspelbare of emotioneel ontladende momenten. Ook al wordt een baken in woelige baren ook wel eens heen en weer geslingerd of behoorlijk op de kop gezet. Maar hij komt altijd weer boven en wijst altijd weer de juiste weg.
Het feest is een typering van onze Nederlandse cultuur. Gezellig samenzijn met familie. Lang van tevoren afspreken wie welke hapjes klaarmaakt. Alles punctueel, maar vooral ook: gezellig. Dat typisch Nederlands woordje dat knussigheid, kneuterigheid en warmte moet voorstellen.
Op tv gisteren was het ook weer een typisch Nederlands gebeuren, waarbij de bekende gezichten van het afgelopen jaar de revue passeerden of het gebeuren inleidden. Even had ik het gevoel dat de presentatoren zouden afronden met "...wat is het oordeel van de jury..." of "...jullie waren goed, maar... dat horen we straks..." of "het Nederlandse publiek heeft gesproken...". Beau, Tooske, Gerard (gezellig hè?) kwamen langs op het scherm.
Ook dat beïnvloed ons denken en doen. Die mensen met leeghoofdige frasen en grootsprakige presentaties die vooral Idols of Popstars aandoen. HIJ IS ER WEER... HIER IS....... M-A-R-C-O B-O-R-S-A-T-O!!!!! Gejuich, gejoel, geklap. En vooral: met zijn allen hard meezingen met de bankroete meester. Het gaat immers om die grootsheid. Het gaat erom dat je met zijn allen grote, mooie dingen zegt. Wat je zegt dat maakt niet uit. Als het maar mooi is en het mijn gevoel versterkt. Samen gezellig meezingen versterkt die zo nodige saamhorigheid. Lekker gezellig samen in de kou staan op dat grote plein.
Afijn. Ook wij hebben het jaar uitgeknald. Het enige dat ik uitknalde was per ongeluk de kurk van de champagnefles die gelukkig aan de onderkant van het keukenkastje terecht kwam. Dus geen scherven door de druk van de fles. Mijn kinderen genoten van het (veel en groots) ingekochte vuurwerk. Soms verstoord door buren die voor de lol een vlinder (een keiharde, illegale knaller) gooiden naar een mooie pot, waardoor het siervuurwerk niet omhoog de lucht in, maar opzij de straat in knalde. Ja, dan baal je even met hem. Vooral, omdat er zoveel voor wordt gewaarschuwd om dat soort dingen niet te kopen, laat staan het naar anderen toe te gooien. Maar ja, ook dat is cultuur, denk ik dan. Voorzichtig dacht ik dat die Irakezen de bomaanslagen in Bagdad op deze manier wilden verwerken. Want ze trokken zich niets aan van waarvoor van tevoren zo breeduit in de Nederlandse media werd gewaarschuwd. Weer dacht ik voorzichtig dat ze genoeg leed hadden gezien om te begrijpen dat je ook wel zonder een hand, oog of voet kunt doorleven.
De nacht werd lang. Deels door degenen die zich niet konden inhouden om spirituele vloeistof naar binnen te werken. Dan worden familieleden emotioneel en moet het leed van het afgelopen jaar, de niet verwerkte jeugd of de plannen die niet zijn uitgekomen weer even met elkaar worden gedeeld. Het ochtendgloren was al zichtbaar toen we ons bed roken. Om er vervolgens na een diepe slaap (voor sommigen roes) na verloop van tijd te ontwaken op een nieuwjaarsdag dat dan al lang bezig was.
Och, telkens zijn het toch ook weer leuke dagen om elkaar te ontmoeten, te spreken of te omhelzen. En al die bijwerkingen neem ik daarbij dan ook maar voor lief. Hoe pijnlijk ze soms ook kunnen zijn.
Hoe ik daarin christen ben? Zoals ik dat altijd ben. Gewoon mezelf. Ik probeer wel altijd de maat te houden, zodat ik er geen dingen uitkraam waar ik later spijt van heb (of zelfs geen weet meer van heb). Sommigen noemen dat saai. Anderen begrijpen het en pakken het op als de rots in de branding (vooral als ze zelf bijna niet meer op de voeten kunnen staan). Nee, geen BOB (ik heb geen rijbewijs en we bleven slapen). Hopelijk wel een baken in onrustige, onvoorspelbare of emotioneel ontladende momenten. Ook al wordt een baken in woelige baren ook wel eens heen en weer geslingerd of behoorlijk op de kop gezet. Maar hij komt altijd weer boven en wijst altijd weer de juiste weg.
zaterdag 26 december 2009
Kerst Villa Klarendal 2009
Het onverwachte is gebeurd. Voor het eerst in het bestaan van Villa Klarendal hebben we gisteren een kerstviering gehouden. De vorige drie jaren hadden mensen andere plannen en wilden daar voorrang aan geven.
Die plannen had men dit jaar ook, maar de kerstviering in hun "eigen Villa" had voorrang.
Wijzelf hoefden niets te doen of voorbereiden. Dus kwamen we rustig om kwart voor elf aan. De zaal was in rijen opgesteld met tafels er tussendoor. Om de haverklap kwamen nieuwe mensen binnen die een plek vonden aan een tafel. Vlak voor wlf uur zat de zaal vol. Mensen waren in de keuken aan het werk. Wij zaten op de tafel waar het toneelspel van de kinderen zou plaatsvinden. Een medewerker werd met kind aan de achterkant van een stel stoelen geplaatst, omdat hij de loop in de weg zat. Even snel geteld zaten er 40 mensen in de zaal. Een deel daarvan was aangetrokken door de spreker van de ochtend: een broer van een van onze vaste bezoekers die al jaren christen is, in Suriname woont en vanwege de ziekte (en inmiddels overlijden en crematie) van zijn vader voor langere tijd in Nederland is. Twee andere zussen, een zwager en een nicht waren meegekomen met de regelmatig bezoekende familieleden.
Het programma was mooi. Het eten lekker en natuurlijk overdadig. Vooral door de eerder genoemde familie die vanwege deze feestelijke gebeurtenis de hele vroege ochtend (vijf uur begonnen) en de dag daarvoor bezig was geweest om roti (Surinaamse hartige pannekoek) te maken.
Het mooiste van de dag was voor mij toch een opmerking van onze vaste bezoekster aan haar broer. Ze waren verheugd over zoveel mensen die de weg naar de Villa hadden gevonden. Daarop verhaalde deze vrouw de momenten dat we met zijn vijven een brunch en viering hadden. Hoe zij teleurgesteld was daarover. En hoe ik vervolgens tegen haar zei dat het Jezus niet uitmaakt voor hoeveel mensen je werk doet, als je het maar uit gehoorzaamheid doet.
Die opmerking was voor mij de vreugde van de dag. Ik zie mensen die gaan begrijpen wat we doen en waarom we dat doen. De zovele gasten zijn geweldig! Maar nog geweldiger zijn die mensen die een steeds grotere inzet tonen om uit liefde voor de Heer die ze bij de Villa (opnieuw) hebben gevonden. En dan maakt het niet uit of ze eten maken, helpen opruimen, een tekst voorlezen of een toneelstuk uitvoeren.
Die plannen had men dit jaar ook, maar de kerstviering in hun "eigen Villa" had voorrang.
Wijzelf hoefden niets te doen of voorbereiden. Dus kwamen we rustig om kwart voor elf aan. De zaal was in rijen opgesteld met tafels er tussendoor. Om de haverklap kwamen nieuwe mensen binnen die een plek vonden aan een tafel. Vlak voor wlf uur zat de zaal vol. Mensen waren in de keuken aan het werk. Wij zaten op de tafel waar het toneelspel van de kinderen zou plaatsvinden. Een medewerker werd met kind aan de achterkant van een stel stoelen geplaatst, omdat hij de loop in de weg zat. Even snel geteld zaten er 40 mensen in de zaal. Een deel daarvan was aangetrokken door de spreker van de ochtend: een broer van een van onze vaste bezoekers die al jaren christen is, in Suriname woont en vanwege de ziekte (en inmiddels overlijden en crematie) van zijn vader voor langere tijd in Nederland is. Twee andere zussen, een zwager en een nicht waren meegekomen met de regelmatig bezoekende familieleden.
Het programma was mooi. Het eten lekker en natuurlijk overdadig. Vooral door de eerder genoemde familie die vanwege deze feestelijke gebeurtenis de hele vroege ochtend (vijf uur begonnen) en de dag daarvoor bezig was geweest om roti (Surinaamse hartige pannekoek) te maken.
Het mooiste van de dag was voor mij toch een opmerking van onze vaste bezoekster aan haar broer. Ze waren verheugd over zoveel mensen die de weg naar de Villa hadden gevonden. Daarop verhaalde deze vrouw de momenten dat we met zijn vijven een brunch en viering hadden. Hoe zij teleurgesteld was daarover. En hoe ik vervolgens tegen haar zei dat het Jezus niet uitmaakt voor hoeveel mensen je werk doet, als je het maar uit gehoorzaamheid doet.
Die opmerking was voor mij de vreugde van de dag. Ik zie mensen die gaan begrijpen wat we doen en waarom we dat doen. De zovele gasten zijn geweldig! Maar nog geweldiger zijn die mensen die een steeds grotere inzet tonen om uit liefde voor de Heer die ze bij de Villa (opnieuw) hebben gevonden. En dan maakt het niet uit of ze eten maken, helpen opruimen, een tekst voorlezen of een toneelstuk uitvoeren.
woensdag 23 december 2009
Prickertjes
Prikkertjes
kort in het gebruik
om lekkers aan te prikken
gebruik het niet verkeerd
want dan doet het pijn
Prickertjes
korte bedenksels
om af en toe iets aan te prikken
wat misschien pijn doet
Nieuwsgierig?
Kijk op prickertjes.blogspot.com om mijn prickertjes te bekijken.
kort in het gebruik
om lekkers aan te prikken
gebruik het niet verkeerd
want dan doet het pijn
Prickertjes
korte bedenksels
om af en toe iets aan te prikken
wat misschien pijn doet
Nieuwsgierig?
Kijk op prickertjes.blogspot.com om mijn prickertjes te bekijken.
Artikelen in Parakleet
De afgelopen periode heb ik twee artikelen geschreven over Kerk-zijn in de 21e eeuw. Deze artikelen zijn gepubliceerd in Parakleet, het officiële orgaan van de Verenigde Pinkster- en Evangeliegemeenten, het kerkverband waar ik persoonlijk lid van ben.
Download hieronder de artikelen:
Deel 1, verschenen in Parakleet 111 (3e kwartaal 2009)
Ontwikkelingen in onze samenleving die het kerk-zijn beïnvloeden.
Deel 2, verschenen in Parakleet 112 (4e kwartaal 2009)
Nieuwe wegen in een postmoderne en postchristelijke wereld.
Ik ben benieuwd wat je ervan vindt.
Download hieronder de artikelen:
Deel 1, verschenen in Parakleet 111 (3e kwartaal 2009)
Ontwikkelingen in onze samenleving die het kerk-zijn beïnvloeden.
Deel 2, verschenen in Parakleet 112 (4e kwartaal 2009)
Nieuwe wegen in een postmoderne en postchristelijke wereld.
Ik ben benieuwd wat je ervan vindt.
zaterdag 19 december 2009
Wat doe jij met Kerst?
Tijd van bezinning. Tijd van contemplatie. Tijd van licht, kaarsjes en kerstboom. Tijd van denken aan meer dan 2000 jaar geleden. Licht in de duisternis. Overal lichtjes in die schijnbaar onophoudelijke duisternis. Warmte in een tijd van kou.
Dit was lange tijd mijn gevoel bij kerst. Het gevoel dat anderen nog steeds hebben bij deze tijd.
Na verloop van tijd is bij mij een kentering gekomen in dit gevoel. In hoeverre is dit geen opgelegd gevoel? Begin december is het er nog niet. En ineens na Sinterklaas moet iedereen zich weer bezig houden met dat licht, die warmte en het "kerst-gevoel". Het gevoel dat we vasthouden tot uiterlijk 6 januari. En daarna pakken we het leven weer op alsof er nooit een Kerst is geweest. Of we ploffen neer op de bank om te verzinken in de lege, nog steeds zo koude januarimaand.
Warmte afhankelijk van sfeer? Licht afhankelijk van kaarsjes of lampjes in de boom? Gezelligheid afhankelijk van een boom, kerstversiering en geuren? Ons schuldgevoel afkopen door een keer per jaar geld geven aan het Leger des Heils, een mooie uitnodiging voor onze kerstdienst, of een pakket voor de daklozen?
Vieren wij dan Kerst? Jazeker! Het mooie moment van de herdenking van de geboorte van Jezus. Voor mijzelf is het niet het belangrijkste feest. Dat lijkt het voor veel mensen wel het geval te zijn. Omdat dit het geval is, zie ik ook de missionaire mogelijkheid van deze tijd. Mensen willen in deze tijd graag meer horen over het geloof. Met hen genieten wij van het feest. En hopen we een gezellige en zinvolle tijd te bieden.
Vanuit deze gedachten is het antwoord op deze vraag als volgt. Afgelopen week hebben we van maandag tot en met woensdag kerstpakketten uitgedeeld die we hadden ontvangen. Mooie momenten om veel mensen te ontvangen in die voor hen speciale sfeer. En voor het eerst vieren we Kerst met Villa Klarendal. Op verzoek van onze vaste bezoekers.
En wat doen wijzelf? In ieder geval geen versiering. We zijn bezig met onze lang voorbereide verfraaiing van ons huis. Verven en intern verhuizen. En verder nieuwerwets Kerst vieren bij familie met lootjes en cadeautjes. Ook daarin hechten we niet aan de ene of andere traditie. Want geloof hangt niet aan die tradities, die sfeer of die lichtjes. En daarom kan ons geloof tijdens deze periode gerust gepaard gaan met die andere kersttraditie.
Dit was lange tijd mijn gevoel bij kerst. Het gevoel dat anderen nog steeds hebben bij deze tijd.
Na verloop van tijd is bij mij een kentering gekomen in dit gevoel. In hoeverre is dit geen opgelegd gevoel? Begin december is het er nog niet. En ineens na Sinterklaas moet iedereen zich weer bezig houden met dat licht, die warmte en het "kerst-gevoel". Het gevoel dat we vasthouden tot uiterlijk 6 januari. En daarna pakken we het leven weer op alsof er nooit een Kerst is geweest. Of we ploffen neer op de bank om te verzinken in de lege, nog steeds zo koude januarimaand.
Warmte afhankelijk van sfeer? Licht afhankelijk van kaarsjes of lampjes in de boom? Gezelligheid afhankelijk van een boom, kerstversiering en geuren? Ons schuldgevoel afkopen door een keer per jaar geld geven aan het Leger des Heils, een mooie uitnodiging voor onze kerstdienst, of een pakket voor de daklozen?
Vieren wij dan Kerst? Jazeker! Het mooie moment van de herdenking van de geboorte van Jezus. Voor mijzelf is het niet het belangrijkste feest. Dat lijkt het voor veel mensen wel het geval te zijn. Omdat dit het geval is, zie ik ook de missionaire mogelijkheid van deze tijd. Mensen willen in deze tijd graag meer horen over het geloof. Met hen genieten wij van het feest. En hopen we een gezellige en zinvolle tijd te bieden.
Vanuit deze gedachten is het antwoord op deze vraag als volgt. Afgelopen week hebben we van maandag tot en met woensdag kerstpakketten uitgedeeld die we hadden ontvangen. Mooie momenten om veel mensen te ontvangen in die voor hen speciale sfeer. En voor het eerst vieren we Kerst met Villa Klarendal. Op verzoek van onze vaste bezoekers.
En wat doen wijzelf? In ieder geval geen versiering. We zijn bezig met onze lang voorbereide verfraaiing van ons huis. Verven en intern verhuizen. En verder nieuwerwets Kerst vieren bij familie met lootjes en cadeautjes. Ook daarin hechten we niet aan de ene of andere traditie. Want geloof hangt niet aan die tradities, die sfeer of die lichtjes. En daarom kan ons geloof tijdens deze periode gerust gepaard gaan met die andere kersttraditie.
dinsdag 1 december 2009
Column Friesch Dagblad 14: Droom wordt werkelijkheid
Mijn nieuwste column in het Friesch Dagblad is vandaag verschenen. Zie de tekst hieronder.
Komt er nog wat van’, lijken sommige lezers van mijn weblog ‘Missionair in Arnhem’ te zeggen. En ook al zeggen ze het niet, ik voel het zelf soms wel zo. Ik probeer daar regelmatig iets te schrijven over ons leven in de wijk. Maar soms moet ik keuzes maken. Als ik dan kies tussen werken in de wijk of schrijven daarover, is de keuze snel gemaakt.
Vier jaar geleden begon Villa Klarendal officieel. De tweede zondag van oktober 2005 zaten we tijdens die eerste brunch en viering (laatst door ons lokale sufferdje kernachtig samengevat als ‘maaltijdviering’) vol spanning te wachten op wie er zou komen. Er kwamen vijf mensen. We wisten dat een van onze oudere zussen in Nederland, In de Praktijk in de Haagse Spoorwijk, er een jaar over had gedaan om de eerste bezoekers te mogen ontvangen. Dus werden de vijf vol vreugde ontvangen.
De periode daarna verwelkomden we veel nieuwe bezoekers. Velen waren enthousiast over het nieuwe initiatief onder de vlag van Youth for Christ. De brunch was warm en gezellig. Ik hoor nog een opmerking van een bezoekertje of we dit niet elke dag kunnen doen. Want het was er zo rustig en zonder ruzie. Ook de viering vonden velen prachtig. Ze genoten er zichtbaar van. Alleen zagen we wel een verschil tussen mensen. Sommigen vonden het mooi, maar we zagen geen verandering in hun leven. Na de viering ging hun leven verder als altijd. Soms kwamen we ze in de stad tegen als ze met een groepje de gokhal binnen gingen. Anderen wilden het gehoorde in hun leven integreren en gingen, zonder het zelf zo te benoemen, de weg van discipelschap.
De wekelijkse maaltijdviering ging door. Soms zat het boordevol. Op andere momenten, vooral in de zomerperiode, was het heel erg rustig. Voor de eerste Kerstmis vroegen we of we iets met Kerst moesten organiseren. Dat hoefde niet, want iedereen ging naar eigen familie of naar de kerk waar ze weleens met Kerst naar toe gingen.
Na enkele jaren kwam de klad in het bezoekersaantal. ‘Oppassen in Amsterdam’, ‘genieten en oppassen op het pasgeboren kleinkind’, ‘studeren en stage doen om weer werk te krijgen’. De gelijkenis van Jezus over het zaad en de zaaier zagen we voor onze ogen werkelijkheid worden.
Teleurstelling alom. ‘Waar doen we het voor?’, was een veelgehoorde vraag. We zagen echter ook groei in de kleine groep die wel bleef komen. Taken werden van ons overgenomen: de wekelijkse boodschappen, de voedselbank in de wijk, dekken van de tafels, uitdelen van overgebleven brood van de lokale grootgrutter. Met een huisgroep delen we ons leven en praten we samen over de Bijbel.
Die veranderingen leiden tot versterking van de onderlinge gemeenschap. Een ontroostbare bezoeker wordt zichtbaar getroost. Een verjaardag van een ander wordt uitbundig gevierd. Deze zomer zaten de wekelijkse maaltijdvieringen vol. Er werd enthousiast gereageerd op onze vraag of we iets op de komende Eerste Kerstdag zullen doen.
Dit biedt ons interessante vragen. 1. Wat is belangrijker: de statistische groei van het aantal bezoekers of de onmeetbare groei in levens van mensen? 2. Bouwen we op menselijk zand of op goddelijke rots? 3. Hoe bouwen we daarop voort? 4. En last but not least: wie zijn de kundige bouwmeesters om dit mogelijk te maken?
Het vinden van antwoorden op die vragen en de omgang met mensen die zichtbaar Jezus willen volgen vergen veel tijd. Zo veel tijd dat nogal eens de klad komt in het schrijven aan mijn weblog. Maar eerlijk waar: ik maak liever concreet al die ervaringen mee dan dat ik er in mijn studeerkamer alleen maar over droom. Zo af en toe schrijf ik dan toch weer eens over de droom die wel werkelijkheid werd. En die is geen bedrog.
Komt er nog wat van’, lijken sommige lezers van mijn weblog ‘Missionair in Arnhem’ te zeggen. En ook al zeggen ze het niet, ik voel het zelf soms wel zo. Ik probeer daar regelmatig iets te schrijven over ons leven in de wijk. Maar soms moet ik keuzes maken. Als ik dan kies tussen werken in de wijk of schrijven daarover, is de keuze snel gemaakt.
Vier jaar geleden begon Villa Klarendal officieel. De tweede zondag van oktober 2005 zaten we tijdens die eerste brunch en viering (laatst door ons lokale sufferdje kernachtig samengevat als ‘maaltijdviering’) vol spanning te wachten op wie er zou komen. Er kwamen vijf mensen. We wisten dat een van onze oudere zussen in Nederland, In de Praktijk in de Haagse Spoorwijk, er een jaar over had gedaan om de eerste bezoekers te mogen ontvangen. Dus werden de vijf vol vreugde ontvangen.
De periode daarna verwelkomden we veel nieuwe bezoekers. Velen waren enthousiast over het nieuwe initiatief onder de vlag van Youth for Christ. De brunch was warm en gezellig. Ik hoor nog een opmerking van een bezoekertje of we dit niet elke dag kunnen doen. Want het was er zo rustig en zonder ruzie. Ook de viering vonden velen prachtig. Ze genoten er zichtbaar van. Alleen zagen we wel een verschil tussen mensen. Sommigen vonden het mooi, maar we zagen geen verandering in hun leven. Na de viering ging hun leven verder als altijd. Soms kwamen we ze in de stad tegen als ze met een groepje de gokhal binnen gingen. Anderen wilden het gehoorde in hun leven integreren en gingen, zonder het zelf zo te benoemen, de weg van discipelschap.
De wekelijkse maaltijdviering ging door. Soms zat het boordevol. Op andere momenten, vooral in de zomerperiode, was het heel erg rustig. Voor de eerste Kerstmis vroegen we of we iets met Kerst moesten organiseren. Dat hoefde niet, want iedereen ging naar eigen familie of naar de kerk waar ze weleens met Kerst naar toe gingen.
Na enkele jaren kwam de klad in het bezoekersaantal. ‘Oppassen in Amsterdam’, ‘genieten en oppassen op het pasgeboren kleinkind’, ‘studeren en stage doen om weer werk te krijgen’. De gelijkenis van Jezus over het zaad en de zaaier zagen we voor onze ogen werkelijkheid worden.
Teleurstelling alom. ‘Waar doen we het voor?’, was een veelgehoorde vraag. We zagen echter ook groei in de kleine groep die wel bleef komen. Taken werden van ons overgenomen: de wekelijkse boodschappen, de voedselbank in de wijk, dekken van de tafels, uitdelen van overgebleven brood van de lokale grootgrutter. Met een huisgroep delen we ons leven en praten we samen over de Bijbel.
Die veranderingen leiden tot versterking van de onderlinge gemeenschap. Een ontroostbare bezoeker wordt zichtbaar getroost. Een verjaardag van een ander wordt uitbundig gevierd. Deze zomer zaten de wekelijkse maaltijdvieringen vol. Er werd enthousiast gereageerd op onze vraag of we iets op de komende Eerste Kerstdag zullen doen.
Dit biedt ons interessante vragen. 1. Wat is belangrijker: de statistische groei van het aantal bezoekers of de onmeetbare groei in levens van mensen? 2. Bouwen we op menselijk zand of op goddelijke rots? 3. Hoe bouwen we daarop voort? 4. En last but not least: wie zijn de kundige bouwmeesters om dit mogelijk te maken?
Het vinden van antwoorden op die vragen en de omgang met mensen die zichtbaar Jezus willen volgen vergen veel tijd. Zo veel tijd dat nogal eens de klad komt in het schrijven aan mijn weblog. Maar eerlijk waar: ik maak liever concreet al die ervaringen mee dan dat ik er in mijn studeerkamer alleen maar over droom. Zo af en toe schrijf ik dan toch weer eens over de droom die wel werkelijkheid werd. En die is geen bedrog.
maandag 30 november 2009
Contacten in de wijk… hoe doe je dat?
Deze week is een artikel van mij verschenen in Zout Magazine, het magazine van de Vrijgemaakt Gereformeerde Kerk over evangelisatie.
Hieronder volgt de inhoud.
Kerken en christenen verlangen ernaar om meer te doen in de wijk. Veel van hen lopen rond met de vraag hoe ze in contact kunnen komen met mensen om hen heen. Op basis van zijn ervaringen in Klarendal wil Rick hen in dit artikel daarbij te hulp komen.
Een bekende driedeling binnen het missionaire werkveld is ‘belong-believe-behave’; bij een christelijke gemeenschap horen, geloven in Christus en leven als christen. Over de vraag of deze woorden in een bepaalde volgorde horen te staan, en zo ja in welke, is veel discussie. Bij Villa Klarendal mogen mensen zich allereerst thuis voelen (belonging) en zodoende steeds meer van ons geloof leren kennen. Wij kunnen mensen leren kennen door ze te vragen ons te helpen. We zijn afgestapt van het idee dat mensen eerst een bepaalde christelijke groei moeten hebben doorgemaakt (believe) om iets voor ons te doen (behave). We hebben onze buren gevraagd ons praktisch te helpen met koken en boodschappen doen. Een islamitische wijkgenoot is ons als stagiaire komen helpen bij het uitdelen van het brood en bij de moslimmeiden en -meisjesclubs.
Het principe van ‘belonging’ (je eerst thuis voelen) geldt ook omgekeerd voor christenen die in de wijk wonen. Zo lang wij als christenen aan de buitenkant staan en niet meedoen, worden we gezien als buitenstaanders. We horen er niet bij. Van buitenstaanders moeten we bekenden worden. Toen ik een tijd geleden nadacht over werken in de wijk, ben ik lid geworden van een werkgroep voor de wijk. We bepraatten de problemen die in de wijk speelden en hoe we dat konden oplossen. Na afloop hingen we aan de bar met een glas bier. Daar begonnen langzamerhand steeds diepere gesprekken te ontstaan. Door te laten zien dat de wijk ons menens is, werden we opgenomen in de groep. Daardoor werden we gekend en ontstond een sfeer van ons-kent-ons. Een drempel naar persoonlijke gesprekken en vriendschappen was weggehaald. Mijn eerste vraag in de wijk is daarom niet: wat kan de kerk doen? Maar: waar kan ik als christelijke wijkbewoner bij aansluiten? Zodoende zijn we computerdocenten geworden, lid geworden van een creatieve club en zijn we gaan helpen bij het uitdeelpunt van de Voedselbank. Tijdens computerlessen, knutselmiddagen en koffiegesprekken na het ophalen van het voedselpakket leerden we mensen beter en persoonlijker kennen.
Een ander belangrijk punt is onze eigen denkwijze. Christenen die in een wijk contacten leggen, doen dat vaak vanuit een vooropgezet plan. We komen met mensen in contact zodat we iets van het evangelie kunnen delen. Daarmee wordt het werk dat we doen een springplank voor wat we echt belangrijk vinden. Ik heb gemerkt dat mensen met wie we in contact komen het merken als wij dit met een achterliggend doel doen. Daarom is het van belang om te beseffen dat het werk dat we doen even belangrijk is als het verkondigen van het evangelie. Een vrouw die ik een tijd geleden bij de voedselbank ontmoette, haalde de eerste tijd haar pakket alleen maar op. Het was onze taak om haar dat pakket te geven. Na enkele maanden had ze een probleem. Ze kwam direct bij ons met haar probleem. Ze gaf aan dat ze bij ons kwam, omdat ze ons vertrouwde. Ze had de kat uit de boom gekeken en gemerkt dat wij er geen dubbele agenda op na hielden. Het is ook belangrijk mensen te accepteren zoals ze zijn. Wij doen vaak alsof zij een probleem hebben en wij de oplossing: wij bieden daarom onze hulp aan en zij aanvaarden die van harte. Dat er vervolgens weinig verandert komt voor een deel doordat werkers geen deel van het geheel worden. Het blijft ‘ver van mijn bed’. Voor mensen in de wijk is het van belang dat we hen accepteren zoals ze zijn. Met hun voorliefde voor bepaalde muziek, met hun directe omgangsvormen, met hun andere manier van leven. De liefde van God voor de mens die Hij heeft gemaakt mogen we op die manier aan hen doorgeven.
Hieronder volgt de inhoud.
Kerken en christenen verlangen ernaar om meer te doen in de wijk. Veel van hen lopen rond met de vraag hoe ze in contact kunnen komen met mensen om hen heen. Op basis van zijn ervaringen in Klarendal wil Rick hen in dit artikel daarbij te hulp komen.
Een bekende driedeling binnen het missionaire werkveld is ‘belong-believe-behave’; bij een christelijke gemeenschap horen, geloven in Christus en leven als christen. Over de vraag of deze woorden in een bepaalde volgorde horen te staan, en zo ja in welke, is veel discussie. Bij Villa Klarendal mogen mensen zich allereerst thuis voelen (belonging) en zodoende steeds meer van ons geloof leren kennen. Wij kunnen mensen leren kennen door ze te vragen ons te helpen. We zijn afgestapt van het idee dat mensen eerst een bepaalde christelijke groei moeten hebben doorgemaakt (believe) om iets voor ons te doen (behave). We hebben onze buren gevraagd ons praktisch te helpen met koken en boodschappen doen. Een islamitische wijkgenoot is ons als stagiaire komen helpen bij het uitdelen van het brood en bij de moslimmeiden en -meisjesclubs.
Het principe van ‘belonging’ (je eerst thuis voelen) geldt ook omgekeerd voor christenen die in de wijk wonen. Zo lang wij als christenen aan de buitenkant staan en niet meedoen, worden we gezien als buitenstaanders. We horen er niet bij. Van buitenstaanders moeten we bekenden worden. Toen ik een tijd geleden nadacht over werken in de wijk, ben ik lid geworden van een werkgroep voor de wijk. We bepraatten de problemen die in de wijk speelden en hoe we dat konden oplossen. Na afloop hingen we aan de bar met een glas bier. Daar begonnen langzamerhand steeds diepere gesprekken te ontstaan. Door te laten zien dat de wijk ons menens is, werden we opgenomen in de groep. Daardoor werden we gekend en ontstond een sfeer van ons-kent-ons. Een drempel naar persoonlijke gesprekken en vriendschappen was weggehaald. Mijn eerste vraag in de wijk is daarom niet: wat kan de kerk doen? Maar: waar kan ik als christelijke wijkbewoner bij aansluiten? Zodoende zijn we computerdocenten geworden, lid geworden van een creatieve club en zijn we gaan helpen bij het uitdeelpunt van de Voedselbank. Tijdens computerlessen, knutselmiddagen en koffiegesprekken na het ophalen van het voedselpakket leerden we mensen beter en persoonlijker kennen.
Een ander belangrijk punt is onze eigen denkwijze. Christenen die in een wijk contacten leggen, doen dat vaak vanuit een vooropgezet plan. We komen met mensen in contact zodat we iets van het evangelie kunnen delen. Daarmee wordt het werk dat we doen een springplank voor wat we echt belangrijk vinden. Ik heb gemerkt dat mensen met wie we in contact komen het merken als wij dit met een achterliggend doel doen. Daarom is het van belang om te beseffen dat het werk dat we doen even belangrijk is als het verkondigen van het evangelie. Een vrouw die ik een tijd geleden bij de voedselbank ontmoette, haalde de eerste tijd haar pakket alleen maar op. Het was onze taak om haar dat pakket te geven. Na enkele maanden had ze een probleem. Ze kwam direct bij ons met haar probleem. Ze gaf aan dat ze bij ons kwam, omdat ze ons vertrouwde. Ze had de kat uit de boom gekeken en gemerkt dat wij er geen dubbele agenda op na hielden. Het is ook belangrijk mensen te accepteren zoals ze zijn. Wij doen vaak alsof zij een probleem hebben en wij de oplossing: wij bieden daarom onze hulp aan en zij aanvaarden die van harte. Dat er vervolgens weinig verandert komt voor een deel doordat werkers geen deel van het geheel worden. Het blijft ‘ver van mijn bed’. Voor mensen in de wijk is het van belang dat we hen accepteren zoals ze zijn. Met hun voorliefde voor bepaalde muziek, met hun directe omgangsvormen, met hun andere manier van leven. De liefde van God voor de mens die Hij heeft gemaakt mogen we op die manier aan hen doorgeven.
zaterdag 21 november 2009
Elke dag een avontuur
De dagen tegenwoordig rijgen zich aaneen door allerlei gebeurtenissen. Soms zijn er weken waarin werkelijk elke dag weer iets gebeurt wat ik onder de noemer "avontuur" schaar. Sommigen daarvan zijn nog zo vers en spannend dat ze nog niet rijp zijn voor publicatie. Maar anderen zijn prachtige voorbeelden van de grote en kleine avonturen van een spannend leven.
Een vrouw komt al maanden bij de Voedselbank haar pakket ophalen. Ze is meestal vrij laat en mompelt dan wat onnavolgbaars. Een prachtige, aparte persoon. Na verloop van tijd hoort ze van me dat wij computerlessen geven. Ze vraagt er naar en wil meer weten. Enkele maanden later begint ze de beginnerscursus en oefent ook op de dagen dat ik de internetinloop verzorg. Op een vrijdagmiddag ben ik op zoek naar de tv-uitzending van een interview met mij tijdens Het Elfde Uur in 2003. Het blijkt niet meer online te staan. Ze vraagt me wat ik doe. Ik leg haar uit dat ik dat interview nog eens terug wil zien. Daarna laat ik haar de andere tv-uitzendingen van de afgelopen jaren zien. Ze wordt steeds enthousiaster. Vertelt over hoe zij haar geloof nu zonder gemeenschap doorleeft. Door het kijken wil ze graag eens naar de wekelijkse brunch en viering in Villa Klarendal komen. De zondag daarna komt ze en is er heel blij mee. Ze wil de week daarna weer komen, maar ze komt niet. Gisteren kwam ik haar weer tegen. Ze excuseerde me ervoor dat ze niet was gekomen. Iets te diep in het glaasje gekeken, maar zondag komt ze weer.
In de rest van mijn werkende leven werk ik bij de gemeentelijke griffie, de ondersteuners van de gemeenteraad. Ook daar pak ik de avontuurlijke kanten op. Een daarvan is het uitzenden van de vergaderingen via internet. We hebben daarvoor contact met een organisatie in Rotterdam. Wekelijks testen we of de apparatuur het nog doet, zodat we op de avond niet voor een avontuurlijke verrassing komen te staan. Zo ook afgelopen maandag. Ik zette alles aan en belde de organisatie. Die ging meekijken op zijn scherm en... zag niets. Het werd al warmer aan mijn kant. Of ik er niets aan kon doen? Een tijd geleden had ik al eens gehoord dat de techniek kon worden gereset en had ik ook gezien hoe dat moest. Dus deed ik dat maar. Geen succes. Het beeld bleef zwart. De man achter de telefoon ging even met zijn collega overleggen. Of ik maar even wilde wachten. Na een kwartier weer telefoon. Of ik toch niet wat snoertjes kon omwisselen. Nu ben ik niet zo technisch, maar dergelijke techniek was dan nog net aan mij besteed. De snoertjes lagen in een kast met heel veel apparatuur die nogal krap op elkaar was geplaatst. Bovendien is alle video- en geluidsapparatuur in een kleine ruimte zonder airconditioning geplaatst, dus ik werd steeds warmer. Met zweet en moeite de snoertjes omgewisseld. Helaas, zonder succes. Er was zwart beeld. De andere kant kwam tot de conclusie dat het apparaat kapot was en dat de uitzending niet doorging. Lastige mededeling als je uitgaat van de uitzending en er wellicht al thuis voor klaar zit. Niets aan te doen. Dan moesten we maar op DVD opnemen en die de volgende dag snel opsturen.
Die avond zaten we klaar voor de vergadering. Tien minuten voor de start ging de telefoon. De organisatie weer aan de telefoon, nu een andere dame. Ze was de uitzending aan het voorbereiden en miste een agenda, die niet opvraagbaar was. Dat klopte, de techniek van onze website haperde. Dus zonden we per email een versie van de agenda. Een beetje vreemd was deze vraag wel, want... er zou toch geen uitzending zijn? De dame aan de andere kant wist nergens van en... had al beeld!!! Tja, dan ben je anderhalf uur bezig om de techniek te fiksen en lukt het niet. En twee uur later doet alles het weer. Techniek staat voor niets, maar zorgt wel voor hoofdbrekende avonturen in de avonduren.
Onze wekelijkse brunch en viering (een keer in de maand diner en viering) is een vast onderdeel van het wekelijkse Villa Klarendal programma. In feite is dat de plek waarop mensen van allerlei activiteiten bij elkaar komen. De andere activiteiten zijn gericht op specifieke groepen als kinderen, meiden, moslimmeiden, jongens of volwassenen. Hier komt alles van zes maanden tot 91 jaar. Het bezoek aan deze brunch en viering is nogal wisselend geweest. Er is een tijd geweest waarin we met zijn allen aan een tafel voor twaalf zaten. En dan waren er nog lege stoelen tussen. Langzamerhand begon de groei door te zetten. Twee weken geleden zaten we bij elkaar. Ik zou het praatje houden, dus was al eerder gekomen. Vanaf halfelf begon de stroom te komen. Twee tafels zaten vol. Twee stoelen moesten plaats maken voor een bank waar drie mensen aan konden zitten. Een derde tafel werd allerijl bijgedekt, want het aantal mensen groeide. Ik zat aan het einde van die tafel. Of ik nog verder kon opschuiven, want er kwamen nog meer mensen binnen. De hele ruimte was boordevol. Ik telde in de gauwigheid 35 mensen die aan de tafel zaten. Wat zat er? Surinamers, Antillianen, Nederlanders, een Turkse vrouw met haar kinderen, een Bulgaar, een man met een verslavingsachtergrond. Zij voelen zich allemaal thuis bij deze brunch en viering. Het is HUN brunch en viering.
Ook dat is een wekelijks avontuur, om te zien hoeveel mensen komen. En soms voor vragen te komen staan waar we niet direct een antwoord op hebben. De wateroverstroming door de gang tijdens de hevige regen van een paar weken geleden. Een brunch en viering zonder water, omdat de leiding was bevroren. Een daklekkage tijdens een hevige hagelstorm. Een nieuw aangeschafte Surinaamse CD wordt aangezet om de verjaardag van een bezoeker te vieren, waarop de Surinaamse gasten vanwege het feest der herkenning opstaan van hun stoel en dansend en swingend door de zaal gaan.
Prachtige mensen, prachtige dingen, een prachtig leven. Elke dag een avontuur. Soms leuk en spannend. Soms teleurstellend en diep treurig. Een telefoontje tijdens een feest van de Voedselbank dat een van onze vaste bezoekers een hartinfarct heeft gekregen. Een hevige ruzie tussen twee vaste bezoekers, waardoor een van de twee besluit niet meer te komen (en inmiddels komt de andere ook niet meer). Soms zo mooi en hartverwarmend. Soms zo moeilijk en hartverscheurend. Soms zo zwaar en pijnlijk dat de nachtrust erbij inschiet. Soms zo moe dat ik van moeheid het ene been niet van het andere kan verzetten. Maar ik wil het avontuur van mijn leven niet missen. Daarom wil ik doorgaan. Uitzien naar een nieuw avontuur van die ochtend, middag of avond. Leven in de wijk is een avontuur. Gecombineerd met mijn werk is het avontuur nog groter. En leven met God is het grootste avontuur. Want soms komen oplossingen voor problemen waar ik soms wakker van lig uit een heel onverwachte hoek.
En gelukkig zijn er van die momenten als dit weekend, waarin weer tijd is om bij te tanken en me op te laden voor de nieuwe avonturen van de komende tijd.
Een vrouw komt al maanden bij de Voedselbank haar pakket ophalen. Ze is meestal vrij laat en mompelt dan wat onnavolgbaars. Een prachtige, aparte persoon. Na verloop van tijd hoort ze van me dat wij computerlessen geven. Ze vraagt er naar en wil meer weten. Enkele maanden later begint ze de beginnerscursus en oefent ook op de dagen dat ik de internetinloop verzorg. Op een vrijdagmiddag ben ik op zoek naar de tv-uitzending van een interview met mij tijdens Het Elfde Uur in 2003. Het blijkt niet meer online te staan. Ze vraagt me wat ik doe. Ik leg haar uit dat ik dat interview nog eens terug wil zien. Daarna laat ik haar de andere tv-uitzendingen van de afgelopen jaren zien. Ze wordt steeds enthousiaster. Vertelt over hoe zij haar geloof nu zonder gemeenschap doorleeft. Door het kijken wil ze graag eens naar de wekelijkse brunch en viering in Villa Klarendal komen. De zondag daarna komt ze en is er heel blij mee. Ze wil de week daarna weer komen, maar ze komt niet. Gisteren kwam ik haar weer tegen. Ze excuseerde me ervoor dat ze niet was gekomen. Iets te diep in het glaasje gekeken, maar zondag komt ze weer.
In de rest van mijn werkende leven werk ik bij de gemeentelijke griffie, de ondersteuners van de gemeenteraad. Ook daar pak ik de avontuurlijke kanten op. Een daarvan is het uitzenden van de vergaderingen via internet. We hebben daarvoor contact met een organisatie in Rotterdam. Wekelijks testen we of de apparatuur het nog doet, zodat we op de avond niet voor een avontuurlijke verrassing komen te staan. Zo ook afgelopen maandag. Ik zette alles aan en belde de organisatie. Die ging meekijken op zijn scherm en... zag niets. Het werd al warmer aan mijn kant. Of ik er niets aan kon doen? Een tijd geleden had ik al eens gehoord dat de techniek kon worden gereset en had ik ook gezien hoe dat moest. Dus deed ik dat maar. Geen succes. Het beeld bleef zwart. De man achter de telefoon ging even met zijn collega overleggen. Of ik maar even wilde wachten. Na een kwartier weer telefoon. Of ik toch niet wat snoertjes kon omwisselen. Nu ben ik niet zo technisch, maar dergelijke techniek was dan nog net aan mij besteed. De snoertjes lagen in een kast met heel veel apparatuur die nogal krap op elkaar was geplaatst. Bovendien is alle video- en geluidsapparatuur in een kleine ruimte zonder airconditioning geplaatst, dus ik werd steeds warmer. Met zweet en moeite de snoertjes omgewisseld. Helaas, zonder succes. Er was zwart beeld. De andere kant kwam tot de conclusie dat het apparaat kapot was en dat de uitzending niet doorging. Lastige mededeling als je uitgaat van de uitzending en er wellicht al thuis voor klaar zit. Niets aan te doen. Dan moesten we maar op DVD opnemen en die de volgende dag snel opsturen.
Die avond zaten we klaar voor de vergadering. Tien minuten voor de start ging de telefoon. De organisatie weer aan de telefoon, nu een andere dame. Ze was de uitzending aan het voorbereiden en miste een agenda, die niet opvraagbaar was. Dat klopte, de techniek van onze website haperde. Dus zonden we per email een versie van de agenda. Een beetje vreemd was deze vraag wel, want... er zou toch geen uitzending zijn? De dame aan de andere kant wist nergens van en... had al beeld!!! Tja, dan ben je anderhalf uur bezig om de techniek te fiksen en lukt het niet. En twee uur later doet alles het weer. Techniek staat voor niets, maar zorgt wel voor hoofdbrekende avonturen in de avonduren.
Onze wekelijkse brunch en viering (een keer in de maand diner en viering) is een vast onderdeel van het wekelijkse Villa Klarendal programma. In feite is dat de plek waarop mensen van allerlei activiteiten bij elkaar komen. De andere activiteiten zijn gericht op specifieke groepen als kinderen, meiden, moslimmeiden, jongens of volwassenen. Hier komt alles van zes maanden tot 91 jaar. Het bezoek aan deze brunch en viering is nogal wisselend geweest. Er is een tijd geweest waarin we met zijn allen aan een tafel voor twaalf zaten. En dan waren er nog lege stoelen tussen. Langzamerhand begon de groei door te zetten. Twee weken geleden zaten we bij elkaar. Ik zou het praatje houden, dus was al eerder gekomen. Vanaf halfelf begon de stroom te komen. Twee tafels zaten vol. Twee stoelen moesten plaats maken voor een bank waar drie mensen aan konden zitten. Een derde tafel werd allerijl bijgedekt, want het aantal mensen groeide. Ik zat aan het einde van die tafel. Of ik nog verder kon opschuiven, want er kwamen nog meer mensen binnen. De hele ruimte was boordevol. Ik telde in de gauwigheid 35 mensen die aan de tafel zaten. Wat zat er? Surinamers, Antillianen, Nederlanders, een Turkse vrouw met haar kinderen, een Bulgaar, een man met een verslavingsachtergrond. Zij voelen zich allemaal thuis bij deze brunch en viering. Het is HUN brunch en viering.
Ook dat is een wekelijks avontuur, om te zien hoeveel mensen komen. En soms voor vragen te komen staan waar we niet direct een antwoord op hebben. De wateroverstroming door de gang tijdens de hevige regen van een paar weken geleden. Een brunch en viering zonder water, omdat de leiding was bevroren. Een daklekkage tijdens een hevige hagelstorm. Een nieuw aangeschafte Surinaamse CD wordt aangezet om de verjaardag van een bezoeker te vieren, waarop de Surinaamse gasten vanwege het feest der herkenning opstaan van hun stoel en dansend en swingend door de zaal gaan.
Prachtige mensen, prachtige dingen, een prachtig leven. Elke dag een avontuur. Soms leuk en spannend. Soms teleurstellend en diep treurig. Een telefoontje tijdens een feest van de Voedselbank dat een van onze vaste bezoekers een hartinfarct heeft gekregen. Een hevige ruzie tussen twee vaste bezoekers, waardoor een van de twee besluit niet meer te komen (en inmiddels komt de andere ook niet meer). Soms zo mooi en hartverwarmend. Soms zo moeilijk en hartverscheurend. Soms zo zwaar en pijnlijk dat de nachtrust erbij inschiet. Soms zo moe dat ik van moeheid het ene been niet van het andere kan verzetten. Maar ik wil het avontuur van mijn leven niet missen. Daarom wil ik doorgaan. Uitzien naar een nieuw avontuur van die ochtend, middag of avond. Leven in de wijk is een avontuur. Gecombineerd met mijn werk is het avontuur nog groter. En leven met God is het grootste avontuur. Want soms komen oplossingen voor problemen waar ik soms wakker van lig uit een heel onverwachte hoek.
En gelukkig zijn er van die momenten als dit weekend, waarin weer tijd is om bij te tanken en me op te laden voor de nieuwe avonturen van de komende tijd.
vrijdag 20 november 2009
Denken, plannen en doen
Ik ben de afgelopen paar jaar veel in contact gekomen met mensen die graag willen werken zoals wij met Villa Klarendal werken. Heel vaak blijkt dan dat ze wel met plannen lopen, maar niet weten hoe ze dat moeten oppakken.
Een ander probleem is dat veel jongeren een HBO- of een wetenschappelijke opleiding hebben. Daarin wordt ze geleerd om eerst je plannen op papier te zetten, er samen over te brainstormen en ze daarna uit te voeren.
Onlangs kwam ik een vrouw tegen die geniet van het samenzijn en -werken in de Villa. Toen ik haar vroeg waarom ze zich zo thuis voelt, zei ze dat het bij ons zo ongedwongen toe gaat. Ze gaf als tegenvoorbeeld een ander project in de wijk, waarin op een HBO- of WO-manier wordt gewerkt. Dus, was haar conclusie, komt van al dat praten, denken en plannen maar heel weinig terecht.
Dat gevoel bekruipt mij helaas ook als ik kijk naar alle symposia die de afgelopen jaren rondom het Emerging Netwerk zijn gehouden. Allemaal prachtige mensen die (vooral natuurlijk uit de VS) komen, hun verhaal vertellen en waar we allemaal heel enthousiast over worden. Maar bij mij blijft de vraag hoeveel mensen op die dagen nu concreet aan de slag gaan met wat ze hebben gehoord.
Ik denk aan mijn eigen generatie. Toen we jong waren hadden we allemaal mooie plannen en ideeën. We zouden het allemaal anders doen. Maar ja. We gingen trouwen. Kregen mooie banen. Kregen kinderen. Waren druk met van alles en nog wat. Dus werd er niet gekozen voor die mooie plannen, maar verdween het gros van de idealen doordat carrière en huisje-boompje-beestje belangrijker werden. Want je moet toch rond komen, voor je gezin zorgen, een huis kopen en hoger op komen?
Ik vrees dat de nieuwe golf van idealen die nu over ons land stroomt straks weer als sneeuw voor de zon verdwijnt als de studenten en pas-werkenden de flow omhoog in de arbeidsmarkt te pakken hebben.
Dat je, zoals ik heb gedaan, niet kiest voor een carrière, maar voor idealen, wordt als vreemd gezien. Het wordt ook als vreemd gezien dat wij als gezin niet zijn verhuisd naar een huisje-boompje-beestje huis in een nieuwbouwbuurt waar het veilig spelen voor kinderen is (zeggen ze), maar zijn verhuisd naar onze mooiekrachtwijk Klarendal.
Ook onze leeftijdsgenoten hadden hun Shane Claibornes, Paul Viera's en Tom Wrights. Maar ze hebben niet radicaal gekozen voor een andere levensstijl. Ze hebben zich aangepast aan de geldende normen in de cultuur.
Is het mogelijk idealen in de praktijk te brengen en deze vast te houden? Ja, dat kan. Maar dan moet je in je leven wel radicale keuzes maken, die niet iedereen altijd zal begrijpen. Zelfs christenen zullen je vreemd aankijken.
Een ander probleem is dat veel jongeren een HBO- of een wetenschappelijke opleiding hebben. Daarin wordt ze geleerd om eerst je plannen op papier te zetten, er samen over te brainstormen en ze daarna uit te voeren.
Onlangs kwam ik een vrouw tegen die geniet van het samenzijn en -werken in de Villa. Toen ik haar vroeg waarom ze zich zo thuis voelt, zei ze dat het bij ons zo ongedwongen toe gaat. Ze gaf als tegenvoorbeeld een ander project in de wijk, waarin op een HBO- of WO-manier wordt gewerkt. Dus, was haar conclusie, komt van al dat praten, denken en plannen maar heel weinig terecht.
Dat gevoel bekruipt mij helaas ook als ik kijk naar alle symposia die de afgelopen jaren rondom het Emerging Netwerk zijn gehouden. Allemaal prachtige mensen die (vooral natuurlijk uit de VS) komen, hun verhaal vertellen en waar we allemaal heel enthousiast over worden. Maar bij mij blijft de vraag hoeveel mensen op die dagen nu concreet aan de slag gaan met wat ze hebben gehoord.
Ik denk aan mijn eigen generatie. Toen we jong waren hadden we allemaal mooie plannen en ideeën. We zouden het allemaal anders doen. Maar ja. We gingen trouwen. Kregen mooie banen. Kregen kinderen. Waren druk met van alles en nog wat. Dus werd er niet gekozen voor die mooie plannen, maar verdween het gros van de idealen doordat carrière en huisje-boompje-beestje belangrijker werden. Want je moet toch rond komen, voor je gezin zorgen, een huis kopen en hoger op komen?
Ik vrees dat de nieuwe golf van idealen die nu over ons land stroomt straks weer als sneeuw voor de zon verdwijnt als de studenten en pas-werkenden de flow omhoog in de arbeidsmarkt te pakken hebben.
Dat je, zoals ik heb gedaan, niet kiest voor een carrière, maar voor idealen, wordt als vreemd gezien. Het wordt ook als vreemd gezien dat wij als gezin niet zijn verhuisd naar een huisje-boompje-beestje huis in een nieuwbouwbuurt waar het veilig spelen voor kinderen is (zeggen ze), maar zijn verhuisd naar onze mooiekrachtwijk Klarendal.
Ook onze leeftijdsgenoten hadden hun Shane Claibornes, Paul Viera's en Tom Wrights. Maar ze hebben niet radicaal gekozen voor een andere levensstijl. Ze hebben zich aangepast aan de geldende normen in de cultuur.
Is het mogelijk idealen in de praktijk te brengen en deze vast te houden? Ja, dat kan. Maar dan moet je in je leven wel radicale keuzes maken, die niet iedereen altijd zal begrijpen. Zelfs christenen zullen je vreemd aankijken.
zondag 15 november 2009
Een gemeenschap die sterker wordt
Vier jaar zijn we nu bezig met Villa Klarendal. Vanaf het begin was het onze visie om in de wijk een gemeenschap van christenen te zien ontstaan. De eerste jaren ervoer ik deze gemeenschap als los zand. Iedereen ging zijns (en vooral haars) weegs na afloop van de brunch en viering. Wat er tussentijds doordeweeks gebeurde was niet bekend voor iedereen.
Een aantal gebeurtenissen de afgelopen periode laten zien dat onze groep van een stel "vaste bezoekers" aan het groeien is naar een hechte gemeenschap.
Een paar weken geleden werd een van de leden 60 jaar. Lang van tevoren zei een van de anderen dat ze het zo leuk leek om haar te verrassen met een overval door een stel vaste bezoekers. De een maakte een taart, de ander kocht een mooi kado, ik schreef een lied. met tien mensen stonden we voor de deur en verrasten de 60-jarige met lied en mensen. Een uur was ze buiten zinnen hoe mooi ze het vond om zo verrast te worden.
De vorige jaren werd in de Villa geen kerst gevierd. Als we ernaar vroegen, bleek iedereen weer eigen plannen te hebben om de kerst in te vullen. Dus deden we er niets aan. Een paar weken geleden begonnen al de eerste vragen of we dit jaar wel iets met kerst zouden gaan doen. Dat zouden ze zo mooi vinden om in de eigen gemeenschap te vieren. Toen we daar vanochtend voor het eerst officieel naar vroegen, werd er alleen maar enthousiast op gereageerd.
We willen graag het "samen-gevoel" in de wijk, maar vooral in onze groep versterken. Als we daarin worden bevestigd, is dat alleen maar verheugend. En ik moet ook zelf zeggen, dat ik met diverse mensen het gevoel deel dat ik deel uitmaak van hun leven. Afgelopen week zei iemand op donderdagavond dat ze me inmiddels elke dag had gezien. En grapte erna dat dat "wel heel erg veel is". Dat is niet alleen planmatige gemeenschapsvorming, maar vooral organische gemeenschapsvorming. Mensen die eerst niets met elkaar te maken hebben, komen bij de brunch en viering, gaan samen op stap, helpen bij de voedselbank, doen de boodschappen samen, helpen samen het brood uitdelen, dekken samen de tafel. En tussendoor komen we ze in de wijk tegen tijdens de gewone boodschappen of als ze door de wijk heen lopen. Zelf willen ze steeds meer doen en betekenen. Daardoor ontstaat een gemeenschap die op elkaar betrokken wil zijn.
Ik ben benieuwd waar dat verder naar toe leidt.
Een aantal gebeurtenissen de afgelopen periode laten zien dat onze groep van een stel "vaste bezoekers" aan het groeien is naar een hechte gemeenschap.
Een paar weken geleden werd een van de leden 60 jaar. Lang van tevoren zei een van de anderen dat ze het zo leuk leek om haar te verrassen met een overval door een stel vaste bezoekers. De een maakte een taart, de ander kocht een mooi kado, ik schreef een lied. met tien mensen stonden we voor de deur en verrasten de 60-jarige met lied en mensen. Een uur was ze buiten zinnen hoe mooi ze het vond om zo verrast te worden.
De vorige jaren werd in de Villa geen kerst gevierd. Als we ernaar vroegen, bleek iedereen weer eigen plannen te hebben om de kerst in te vullen. Dus deden we er niets aan. Een paar weken geleden begonnen al de eerste vragen of we dit jaar wel iets met kerst zouden gaan doen. Dat zouden ze zo mooi vinden om in de eigen gemeenschap te vieren. Toen we daar vanochtend voor het eerst officieel naar vroegen, werd er alleen maar enthousiast op gereageerd.
We willen graag het "samen-gevoel" in de wijk, maar vooral in onze groep versterken. Als we daarin worden bevestigd, is dat alleen maar verheugend. En ik moet ook zelf zeggen, dat ik met diverse mensen het gevoel deel dat ik deel uitmaak van hun leven. Afgelopen week zei iemand op donderdagavond dat ze me inmiddels elke dag had gezien. En grapte erna dat dat "wel heel erg veel is". Dat is niet alleen planmatige gemeenschapsvorming, maar vooral organische gemeenschapsvorming. Mensen die eerst niets met elkaar te maken hebben, komen bij de brunch en viering, gaan samen op stap, helpen bij de voedselbank, doen de boodschappen samen, helpen samen het brood uitdelen, dekken samen de tafel. En tussendoor komen we ze in de wijk tegen tijdens de gewone boodschappen of als ze door de wijk heen lopen. Zelf willen ze steeds meer doen en betekenen. Daardoor ontstaat een gemeenschap die op elkaar betrokken wil zijn.
Ik ben benieuwd waar dat verder naar toe leidt.
woensdag 11 november 2009
Column Friesch Dagblad 13: Evangeliserende atheïsten
Ik kwam onlangs tijdens het zappen terecht bij de laatste woorden van schrijver Kluun in het programma Pauw & Witteman. De schrijver, bekend om zijn roman Komt een vrouw bij de dokter heeft in het kader van de Maand van de Spiritualiteit een essay geschreven onder de titel God is gek. In het boekwerkje beschrijft hij de zendingsdrang van de moderne godsongelovigen en een behoefte om van christenen een eendimensionaal en karikaturaal beeld te schetsen en om creationisten af te schilderen als dogmatici die Darwin niet hebben begrepen.
Pauw & Witteman vlogen er snel op in. Of hij toch niet kon bewijzen dat hij gelijk had. Hij zat direct in het beklaagdenbankje. Zijn pleidooi om gelovigen in de media en de pers niet steeds zodanig het vuur aan de schenen te leggen, dat zij zich almaar moeten verdedigen, werd gepareerd met het kenmerkende cynisme waar vooral Pauw zich in interviews gemakkelijk aan overgeeft.
Kluuns constatering is terecht; ik heb dat zelf ook op veel momenten zo ervaren. ChristenUnie in de regering? Dat zal een super-christelijke regering worden, waarin het hele leven naar christelijk-ethische normen wordt hervormd. Een betuttelende regering, zo lazen we in de media. Youth for Christ haalt een aanbesteding voor algemeen jongerenwerk binnen in het stadsdeel De Baarsjes? Dan gaan ze vast en zeker evangeliseren. Zieltjes winnen voor de eigen religie. Dat kan niet, want ons land is een liberaal land, waarin jongerenwerk neutraal wordt aangeboden. Aanbieders van jongerenwerk mogen vooral geen zending uit gemeenschapsgeld bekostigen, aldus de vereniging van jongerenwerkers. Een subsidie van het Scharlaken Koord in Haarlem werd om diezelfde reden op de helling gezet.
Alleen christenen brengen hun goede nieuws en willen anderen daarvan overtuigen. Zij zijn eerst en vooral bezig om hun eigen ideologie op de voorgrond te plaatsen en moeten daarvan worden weerhouden.
Wat doen we nu met al die andere ideologieën, die vinden dat zij de waarheid in pacht hebben? Ik zou zo zeggen: op dezelfde manier behandelen. Maar dat blijkt toch van een andere orde. Een korte Google-zoektocht naar subsidiëring van yoga-cursussen levert een fraai overzicht op van een groot aantal plekken waarin het evangelie van de hindoes wordt verkondigd. Dat is niet het geval, zal de subsidiegever antwoorden. Zij scheiden de cursussen van de religie. Dat deze stellingname in de praktijk niet juist is, blijkt uit een cursus Aikido die mij als gemeenteambtenaar enkele jaren geleden op het werk werd aangeboden. Een groot deel van de cursus bestond uit een theoretische verhandeling over nut en noodzaak van de cursus. Een half dagdeel hindoeïstische evangelisatie. Betaald van gemeenschapsgeld.
Neutraal welzijnswerk in een achterstandswijk, ontdaan van alle religieuze achtergronden. Dat is de wens van het overwegend (links- of rechts-) liberale volksdeel in De Baarsjes. Neutraal omroepwerk, dat is de wens die veel werd gehoord in de tijd dat datzelfde volksdeel de paarse coalitie bemande. Dat zijn prachtige voorbeelden van de tunnelvisie die moderne atheïsten tentoonspreiden. Er is maar één waarheid en dat is de eigen waarheid. Wie zich niet aan die waarheid houdt, moet daar vooral door overtuigd worden. In de brede zin van het woord is dit niet anders dan ‘evangeliseren’: atheïsten vertellen anderen de goede boodschap van de god-loze boodschap in het openbare leven. En dat toch veelal op kosten van de gemeenschap.
De richting die de laatste tijd wordt ingeslagen, is dat iedereen zich te allen tijde moet conformeren aan de waarheid die op dit moment in het merendeel van ons land wordt beleden. Daarmee komen we in ons land in de gevarenzone van de ondertitel van het boek van Kluun: ‘Dictatuur van het atheïsme’.
Pauw & Witteman vlogen er snel op in. Of hij toch niet kon bewijzen dat hij gelijk had. Hij zat direct in het beklaagdenbankje. Zijn pleidooi om gelovigen in de media en de pers niet steeds zodanig het vuur aan de schenen te leggen, dat zij zich almaar moeten verdedigen, werd gepareerd met het kenmerkende cynisme waar vooral Pauw zich in interviews gemakkelijk aan overgeeft.
Kluuns constatering is terecht; ik heb dat zelf ook op veel momenten zo ervaren. ChristenUnie in de regering? Dat zal een super-christelijke regering worden, waarin het hele leven naar christelijk-ethische normen wordt hervormd. Een betuttelende regering, zo lazen we in de media. Youth for Christ haalt een aanbesteding voor algemeen jongerenwerk binnen in het stadsdeel De Baarsjes? Dan gaan ze vast en zeker evangeliseren. Zieltjes winnen voor de eigen religie. Dat kan niet, want ons land is een liberaal land, waarin jongerenwerk neutraal wordt aangeboden. Aanbieders van jongerenwerk mogen vooral geen zending uit gemeenschapsgeld bekostigen, aldus de vereniging van jongerenwerkers. Een subsidie van het Scharlaken Koord in Haarlem werd om diezelfde reden op de helling gezet.
Alleen christenen brengen hun goede nieuws en willen anderen daarvan overtuigen. Zij zijn eerst en vooral bezig om hun eigen ideologie op de voorgrond te plaatsen en moeten daarvan worden weerhouden.
Wat doen we nu met al die andere ideologieën, die vinden dat zij de waarheid in pacht hebben? Ik zou zo zeggen: op dezelfde manier behandelen. Maar dat blijkt toch van een andere orde. Een korte Google-zoektocht naar subsidiëring van yoga-cursussen levert een fraai overzicht op van een groot aantal plekken waarin het evangelie van de hindoes wordt verkondigd. Dat is niet het geval, zal de subsidiegever antwoorden. Zij scheiden de cursussen van de religie. Dat deze stellingname in de praktijk niet juist is, blijkt uit een cursus Aikido die mij als gemeenteambtenaar enkele jaren geleden op het werk werd aangeboden. Een groot deel van de cursus bestond uit een theoretische verhandeling over nut en noodzaak van de cursus. Een half dagdeel hindoeïstische evangelisatie. Betaald van gemeenschapsgeld.
Neutraal welzijnswerk in een achterstandswijk, ontdaan van alle religieuze achtergronden. Dat is de wens van het overwegend (links- of rechts-) liberale volksdeel in De Baarsjes. Neutraal omroepwerk, dat is de wens die veel werd gehoord in de tijd dat datzelfde volksdeel de paarse coalitie bemande. Dat zijn prachtige voorbeelden van de tunnelvisie die moderne atheïsten tentoonspreiden. Er is maar één waarheid en dat is de eigen waarheid. Wie zich niet aan die waarheid houdt, moet daar vooral door overtuigd worden. In de brede zin van het woord is dit niet anders dan ‘evangeliseren’: atheïsten vertellen anderen de goede boodschap van de god-loze boodschap in het openbare leven. En dat toch veelal op kosten van de gemeenschap.
De richting die de laatste tijd wordt ingeslagen, is dat iedereen zich te allen tijde moet conformeren aan de waarheid die op dit moment in het merendeel van ons land wordt beleden. Daarmee komen we in ons land in de gevarenzone van de ondertitel van het boek van Kluun: ‘Dictatuur van het atheïsme’.
donderdag 22 oktober 2009
Een andere focus
Een teamavond onlangs. Om ons te richten op God werd een bijbelgedeelte voorgelezen. Lucas 5:1-11. Het voor christenen bekende gedeelte waarin Jezus eerst een grote groep mensen toespreekt, het zo vol wordt dat hij een schip leent van een visser om vanaf dat schip verder te spreken, na afloop van de toespraak de vissers vraag om vissen te vangen, de vissers de netten niet aangesleept krijgen van de hoeveelheid vis en de vissers zo overweldigd zijn dat ze hun werk neerleggen en Jezus volgen. Tot zover de hoofdlijn, die zo overbekend is.
Op de avond werd ons gevraagd wat we hierin zo mooi vinden. Iedereen was net zoals de vissers overweldigd van de vissen. Toegepast op ons eigen werk en leven vroegen we ons af waarom wij niet zo'n grote hoeveelheid vissen mogen vangen. En dat toegepast op mensen in de wijk.
Tijdens het gebed erachteraan begon het me te dagen. Focussen we ons wel op het juiste beeld? Er zijn drie gebeurtenissen die in het gedeelte belangrijk zijn, waar we drie reacties op kunnen hebben:
- de toespraak van Jezus tot de menigte - wat zou het mooi zijn om zelf ook tot een dergelijke menigte te kunnen spreken
- het vangen van de vissen - wat zou het mooi zijn om zelf, vanwege onze gehoorzaamheid, zoveel vissen (=mensen) te mogen vangen
- vissers die volgelingen van Jezus worden - wag zou het mooi zijn als wij mensen zodanig aanspreken dat ze alles achterlaten en achter Jezus aangaan
Ging het Jezus zelf nu om de menigte, het vangen van de grote hoeveelheid vis of om de vissers die alles achterlieten om hem te volgen. Volgens mij is Jezus veel verheugder over de vissers die hem radicaal volgden, dan over die grote hoeveelheid vissen die werden gevangen. Sterker nog, de vissen waren zijn hulpmiddel om de vissers hem te laten volgen.
Zo focussen we onszelf veelal op het verkeerde. Het middel staat centraal. niet het doel. De vissen worden belangrijker dan de vissers. We richten ons op het wonder en laten de verwonderde van verwondering achter.
Ik hoop dat ik mijn netten in gehoorzaamheid zo sleep, dat ik veel vissen mag vangen, zodat nog meer mensen Jezus zullen volgen.
Op de avond werd ons gevraagd wat we hierin zo mooi vinden. Iedereen was net zoals de vissers overweldigd van de vissen. Toegepast op ons eigen werk en leven vroegen we ons af waarom wij niet zo'n grote hoeveelheid vissen mogen vangen. En dat toegepast op mensen in de wijk.
Tijdens het gebed erachteraan begon het me te dagen. Focussen we ons wel op het juiste beeld? Er zijn drie gebeurtenissen die in het gedeelte belangrijk zijn, waar we drie reacties op kunnen hebben:
- de toespraak van Jezus tot de menigte - wat zou het mooi zijn om zelf ook tot een dergelijke menigte te kunnen spreken
- het vangen van de vissen - wat zou het mooi zijn om zelf, vanwege onze gehoorzaamheid, zoveel vissen (=mensen) te mogen vangen
- vissers die volgelingen van Jezus worden - wag zou het mooi zijn als wij mensen zodanig aanspreken dat ze alles achterlaten en achter Jezus aangaan
Ging het Jezus zelf nu om de menigte, het vangen van de grote hoeveelheid vis of om de vissers die alles achterlieten om hem te volgen. Volgens mij is Jezus veel verheugder over de vissers die hem radicaal volgden, dan over die grote hoeveelheid vissen die werden gevangen. Sterker nog, de vissen waren zijn hulpmiddel om de vissers hem te laten volgen.
Zo focussen we onszelf veelal op het verkeerde. Het middel staat centraal. niet het doel. De vissen worden belangrijker dan de vissers. We richten ons op het wonder en laten de verwonderde van verwondering achter.
Ik hoop dat ik mijn netten in gehoorzaamheid zo sleep, dat ik veel vissen mag vangen, zodat nog meer mensen Jezus zullen volgen.
zaterdag 17 oktober 2009
Huisgroep in Klarendal
Een week geleden begonnen we in Villa Klarendal met een tweede seizoen huisgroepen. Geen bijbelstudiegroep, geen celgroep, maar een groep bij iemand aan huis. Met een stel mensen bij elkaar komen die samen op zoek gaan om Jezus te volgen.
Het was spannend. In een ander huis, omdat dat van ons "under construction" is. Een huis ook op een heuvel (dat kan in deze omgeving). En op deze avond regende het pijpenstelen. Ik liep naar onze buurvrouw met wie ik had afgesproken om mee te lopen. Ze stond al vol verwachting en met alles erop en eraan klaar om weg te gaan. Met paraplu's en regenkleding slopen we de heuvel op.
Daar aangekomen bleken er al wat mensen te zijn aangekomen, die al langer met de huiseigenaren hadden gegeten. Na ons ging nog een aantal keren de bel. Iedereen die we verwachtten was gekomen! Een avond met tien mensen.
Een interessante avond over stille tijd. Niet de tijd voor de kruisiging of tussen kruisiging en opstanding, zoals een enkeling opperde. Maar een tijd waarin je tot jezelf komt om het hoofd en hart omhoog te plaatsen. Het interessantste experiment van de avond was een opdracht om zelf het eerste deel van het evangelie van Johannes door te lezen en eigen gedachten erover op te schrijven. De eerste momenten waren giebelig en lacherig. Een enkeling merkte op dat zij geen lezer is. Een ander heeft zijn leesbril vergeten. We opperden de gastheer om de voorleesbijbel aan te zetten (een voorgelezen bijbel op internet). Na enkele minuten werd het stil als de bijbel via internet wordt voorgelezen. De minuten erna werden gebruikt door iedereen om te lezen en schrijven (behalve de brilloze).
Wat mooi om vervolgens te horen hoe iedereen weer wat anders uit de tekst haalt. Samen kom je verder. Ook in het lezen van de bijbel. De tips van de studie ervoor werden opgepakt.
Mensen groeien naar grotere hoogtes. Ze kwamen bij ons met nauwelijks tot geen kennis over wat dan ook over de bijbel of het geloof. Nu zaten ze hier en lieten zien hoezeer ze de afgelopen jaren waren gegroeid. God is aan het werk. Hij laat zijn werk niet in de steek. Op naar de volgende huisgroepavond komende woensdag!
Het was spannend. In een ander huis, omdat dat van ons "under construction" is. Een huis ook op een heuvel (dat kan in deze omgeving). En op deze avond regende het pijpenstelen. Ik liep naar onze buurvrouw met wie ik had afgesproken om mee te lopen. Ze stond al vol verwachting en met alles erop en eraan klaar om weg te gaan. Met paraplu's en regenkleding slopen we de heuvel op.
Daar aangekomen bleken er al wat mensen te zijn aangekomen, die al langer met de huiseigenaren hadden gegeten. Na ons ging nog een aantal keren de bel. Iedereen die we verwachtten was gekomen! Een avond met tien mensen.
Een interessante avond over stille tijd. Niet de tijd voor de kruisiging of tussen kruisiging en opstanding, zoals een enkeling opperde. Maar een tijd waarin je tot jezelf komt om het hoofd en hart omhoog te plaatsen. Het interessantste experiment van de avond was een opdracht om zelf het eerste deel van het evangelie van Johannes door te lezen en eigen gedachten erover op te schrijven. De eerste momenten waren giebelig en lacherig. Een enkeling merkte op dat zij geen lezer is. Een ander heeft zijn leesbril vergeten. We opperden de gastheer om de voorleesbijbel aan te zetten (een voorgelezen bijbel op internet). Na enkele minuten werd het stil als de bijbel via internet wordt voorgelezen. De minuten erna werden gebruikt door iedereen om te lezen en schrijven (behalve de brilloze).
Wat mooi om vervolgens te horen hoe iedereen weer wat anders uit de tekst haalt. Samen kom je verder. Ook in het lezen van de bijbel. De tips van de studie ervoor werden opgepakt.
Mensen groeien naar grotere hoogtes. Ze kwamen bij ons met nauwelijks tot geen kennis over wat dan ook over de bijbel of het geloof. Nu zaten ze hier en lieten zien hoezeer ze de afgelopen jaren waren gegroeid. God is aan het werk. Hij laat zijn werk niet in de steek. Op naar de volgende huisgroepavond komende woensdag!
dinsdag 13 oktober 2009
De druppel en de gloeiende plaat
"is jouw werk niet een druppel op de gloeiende plaat?" Een tijd geleden stelde een journalist deze vraag aan mij.
Hij komt weer in me op nu ik vandaag in het computerlokaal zit. Acht computers staan opgesteld. Achter twee computers zitten wijkbewoners die de computer beter willen leren kennen. Achter twee andere computers zitten twee docenten die de leerlingen een op een kunnen begeleiden.
Onbegrijpelijk in deze tijd van efficiency. Zonde van de tijd, zeggen sommigen. je moet toch het maximale uit je tijd en apparatuur halen.
Wat is belangrijker? De druppel of de gloeiende plaat? De meesten concentreren zich zozeer op de gloeiende plaat, dat ze de kracht van de druppel niet meer kunnen onderscheiden. Want ondanks de wellicht in bedrijfskundig opzicht inefficiënte een-op-een-benadering, zitten er vandaag wel twee mensen die verder komen dan waar ze mee gekomen zijn. Door de gesprekken heen ontstaat een band met deze mensen. Door er altijd te zijn, ongeacht het aantal, wordt duidelijk dat wij dit doen voor de mensen zelf en niet voor de roem of voor het succes.
Dat geeft stof tot nadenken en gesprek. En zelfs als dat niet het geval is, is het goed. Mens zijn met mensen en hen te helpen iets verder te komen is dankbaarder dan je denkt. Ik doe iets voor hen, maar krijg er ook iets voor terug. De blijdschap, verwondering en dankbaarheid van dat kleine aantal is ook heel wat waard.
En soms is het ook lekker rustig om in een stil moment even een weblog tussendoor te schrijven en de eigen mails bij te werken.
Hij komt weer in me op nu ik vandaag in het computerlokaal zit. Acht computers staan opgesteld. Achter twee computers zitten wijkbewoners die de computer beter willen leren kennen. Achter twee andere computers zitten twee docenten die de leerlingen een op een kunnen begeleiden.
Onbegrijpelijk in deze tijd van efficiency. Zonde van de tijd, zeggen sommigen. je moet toch het maximale uit je tijd en apparatuur halen.
Wat is belangrijker? De druppel of de gloeiende plaat? De meesten concentreren zich zozeer op de gloeiende plaat, dat ze de kracht van de druppel niet meer kunnen onderscheiden. Want ondanks de wellicht in bedrijfskundig opzicht inefficiënte een-op-een-benadering, zitten er vandaag wel twee mensen die verder komen dan waar ze mee gekomen zijn. Door de gesprekken heen ontstaat een band met deze mensen. Door er altijd te zijn, ongeacht het aantal, wordt duidelijk dat wij dit doen voor de mensen zelf en niet voor de roem of voor het succes.
Dat geeft stof tot nadenken en gesprek. En zelfs als dat niet het geval is, is het goed. Mens zijn met mensen en hen te helpen iets verder te komen is dankbaarder dan je denkt. Ik doe iets voor hen, maar krijg er ook iets voor terug. De blijdschap, verwondering en dankbaarheid van dat kleine aantal is ook heel wat waard.
En soms is het ook lekker rustig om in een stil moment even een weblog tussendoor te schrijven en de eigen mails bij te werken.
zondag 11 oktober 2009
Het leven delen
We verlangen ons leven te delen. Mensen die dichtbij ons wonen zozeer te kennen dat er een nieuwe gemeenschap ontstaat. Die wens staat op ons hart gegrift. Het leven om ons heen is sterk individualistisch. Iedereen gaat voor zijn eigen leven en houdt maar weinig rekening met de ander.
Vorige week waren we 25 jaar getrouwd. We hebben genoten van een week waarin we eigenlijk een tweede huwelijksreis maakten. Toen we terugkwamen kregen we een verrassing. Het werd al aangekondigd. We mochten niet eerder dan vijf uur op het maandelijkse diner komen.
Toen we aankwamen werden we tegemoet gezongen door een groot aantal bekenden met wie we regelmatig optrekken. Iedereen genoot van het feit dat wij jubileerden. En wensten ons het grote geluk voor de toekomst toe.
We hadden zelf geen feest gevierd. Toch was dit feest een verrassing die we niet hadden verwacht. Een feest georganiseerd door degenen met wie wij ons leven willen delen. Die nu iets voor ons wilden terug doen. Samen leven is geven en nemen. Niet alleen maar geven. Soms ook ontvangen. Vroeger zeiden we dat zoiets niet nodig is. Want we genoten meer om te geven dan te ontvangen. Maar nu hebben we geleerd om ook te ontvangen. Te genieten van de moeite die anderen hebben gedaan om iets speciaals voor ons te doen. We hebben genoten van het feest van het delen van ons leven.
Vorige week waren we 25 jaar getrouwd. We hebben genoten van een week waarin we eigenlijk een tweede huwelijksreis maakten. Toen we terugkwamen kregen we een verrassing. Het werd al aangekondigd. We mochten niet eerder dan vijf uur op het maandelijkse diner komen.
Toen we aankwamen werden we tegemoet gezongen door een groot aantal bekenden met wie we regelmatig optrekken. Iedereen genoot van het feit dat wij jubileerden. En wensten ons het grote geluk voor de toekomst toe.
We hadden zelf geen feest gevierd. Toch was dit feest een verrassing die we niet hadden verwacht. Een feest georganiseerd door degenen met wie wij ons leven willen delen. Die nu iets voor ons wilden terug doen. Samen leven is geven en nemen. Niet alleen maar geven. Soms ook ontvangen. Vroeger zeiden we dat zoiets niet nodig is. Want we genoten meer om te geven dan te ontvangen. Maar nu hebben we geleerd om ook te ontvangen. Te genieten van de moeite die anderen hebben gedaan om iets speciaals voor ons te doen. We hebben genoten van het feest van het delen van ons leven.
Column Friesch Dagblad 12: kerkelijke landschapsontwikkeling
Afgelopen week waren mijn vrouw en ik voor het eerst sinds 25 jaar weer op het waddeneiland Vlieland om ons zilveren jubileum te vieren met een tweede huwelijksreis.
Wie naar zo’n eiland gaat, gaat daar vooral om de natuur naar toe. Een beetje eilandganger verdiept zich ook een beetje in de achtergrond van het eiland. Zo kwam ik erachter dat pas begin vorige eeuw een begin is gemaakt met de aanleg van bossen. Daarvoor was het eiland volledig natuurlijk (organisch) ontstaan en ontwikkeld tot hoe het er op dat moment uitzag. Het was een eiland midden in zee, temidden van de natuur van wind, zee en regen en overgeleverd aan die schepping. Het eiland werd regelmatig overspoeld door de zee tijdens zware stormen. Zelfs een heel dorp werd opgeslokt door de zee.
Om het eiland te redden en een toekomst te geven, werd besloten menselijk in te grijpen. Bomen werden geplant om het eiland houvast tegeven, dammen en ribben werden aangelegd om de zee tegen te houden, verharde wegen en fietspaden werden aangelegd om vervoer op het eiland te verbeteren.
Dit deed mij denken aan de kerk van vroeger, van nu en in de toekomst. De kerk is organisch ontstaan. Door de Heilige Geest ontstond iets geheel nieuws. In het bijbelboek Handelingen zien we hoe die kerk zich organisch verder ontwikkelt. Er gebeuren dingen, de apostelen herkennen de hand van God, waarop zij verder kunnen werken. Tegelijkertijd is er sprake van menselijk ingrijpen. Als mensen in de eerste kerk klagen, wordt er door de leiders van die kerk ingegrepen en gezocht naar diakenen die een deel van de dienst van de apostelen kunnen overnemen.
In de kerk van tegenwoordig komen we dezelfde vragen tegen. In sommige kerken staat het menselijk ingrijpen centraal. Beslissingen worden genomen op basis van rationele en financiële afwegingen. De toekomst moet met beleid gemaakt worden. En zo af en toe wordt er ook nog wel gebeden daarvoor. In andere kerken voelt men veel meer voor de organische ontwikkeling. Er wordt tot God gebeden en gezocht naar Gods wil voor de eigen kerk. Er wordt geen beslissing genomen vooraleer men zeker weet dat die beslissing overeenkomt met die wil van God. Beleid en menselijk ingrijpen wordt in tegenstelling gezien met het geloof in God en het vertrouwen dat Hij ons leven leidt.
Wie door het kerkelijke landschap loopt, moet kunnen genieten van de prachtige wildernis die onder invloed van God zelf, maar ook van onvoorziene omstandigheden zijn ontstaan. Het werk van God zelf moet er te proeven zijn. De echtheid van het geloof moet er worden ervaren. Het ideaal van een dusdanig menselijk ingrijpen in de kerk, dat God wordt ervaren en er toch richting wordt gegeven aan de toekomst is prachtig, maar niet altijd haalbaar. Hier en daar zien we dat voorbij is gegaan aan de menselijke en goddelijke maat. Er is een landschap ontstaan dat is ontsierd door verbodsborden.
Geestelijke hoogbouw
In andere gevallen kan er niet meer van de natuurlijke werking worden genoten, omdat er allemaal geestelijke hoogbouw is gepleegd. Het moest het allemaal groots zijn en geweldig. Er zijn ook landschappen die worden overwoekerd door de natuur. De gedachte God alleen zijn werk te laten doen en zelf de handen ervan af te houden, zorgt voor een ongestructureerd kerklandschap. Wie de bijbel doorleest ziet, dat God te allen tijde wil samenwerken met zijn bouwmeesters aan de grond, zodat er iets moois wordt opgebouwd.
Kan er een landschap ontstaan waarin het mooie van Gods natuurlijk ingrijpen en kundig menselijk ingrijpen kan samengaan? Ik hoop het van harte. Niet door al die andere landschappen af te schaffen. Daarin voelen mensen zich thuis. Maar wellicht door nieuwe biotopen te laten ontwikkelen waar meer van die samenwerking kan ontstaan.
Wie naar zo’n eiland gaat, gaat daar vooral om de natuur naar toe. Een beetje eilandganger verdiept zich ook een beetje in de achtergrond van het eiland. Zo kwam ik erachter dat pas begin vorige eeuw een begin is gemaakt met de aanleg van bossen. Daarvoor was het eiland volledig natuurlijk (organisch) ontstaan en ontwikkeld tot hoe het er op dat moment uitzag. Het was een eiland midden in zee, temidden van de natuur van wind, zee en regen en overgeleverd aan die schepping. Het eiland werd regelmatig overspoeld door de zee tijdens zware stormen. Zelfs een heel dorp werd opgeslokt door de zee.
Om het eiland te redden en een toekomst te geven, werd besloten menselijk in te grijpen. Bomen werden geplant om het eiland houvast tegeven, dammen en ribben werden aangelegd om de zee tegen te houden, verharde wegen en fietspaden werden aangelegd om vervoer op het eiland te verbeteren.
Dit deed mij denken aan de kerk van vroeger, van nu en in de toekomst. De kerk is organisch ontstaan. Door de Heilige Geest ontstond iets geheel nieuws. In het bijbelboek Handelingen zien we hoe die kerk zich organisch verder ontwikkelt. Er gebeuren dingen, de apostelen herkennen de hand van God, waarop zij verder kunnen werken. Tegelijkertijd is er sprake van menselijk ingrijpen. Als mensen in de eerste kerk klagen, wordt er door de leiders van die kerk ingegrepen en gezocht naar diakenen die een deel van de dienst van de apostelen kunnen overnemen.
In de kerk van tegenwoordig komen we dezelfde vragen tegen. In sommige kerken staat het menselijk ingrijpen centraal. Beslissingen worden genomen op basis van rationele en financiële afwegingen. De toekomst moet met beleid gemaakt worden. En zo af en toe wordt er ook nog wel gebeden daarvoor. In andere kerken voelt men veel meer voor de organische ontwikkeling. Er wordt tot God gebeden en gezocht naar Gods wil voor de eigen kerk. Er wordt geen beslissing genomen vooraleer men zeker weet dat die beslissing overeenkomt met die wil van God. Beleid en menselijk ingrijpen wordt in tegenstelling gezien met het geloof in God en het vertrouwen dat Hij ons leven leidt.
Wie door het kerkelijke landschap loopt, moet kunnen genieten van de prachtige wildernis die onder invloed van God zelf, maar ook van onvoorziene omstandigheden zijn ontstaan. Het werk van God zelf moet er te proeven zijn. De echtheid van het geloof moet er worden ervaren. Het ideaal van een dusdanig menselijk ingrijpen in de kerk, dat God wordt ervaren en er toch richting wordt gegeven aan de toekomst is prachtig, maar niet altijd haalbaar. Hier en daar zien we dat voorbij is gegaan aan de menselijke en goddelijke maat. Er is een landschap ontstaan dat is ontsierd door verbodsborden.
Geestelijke hoogbouw
In andere gevallen kan er niet meer van de natuurlijke werking worden genoten, omdat er allemaal geestelijke hoogbouw is gepleegd. Het moest het allemaal groots zijn en geweldig. Er zijn ook landschappen die worden overwoekerd door de natuur. De gedachte God alleen zijn werk te laten doen en zelf de handen ervan af te houden, zorgt voor een ongestructureerd kerklandschap. Wie de bijbel doorleest ziet, dat God te allen tijde wil samenwerken met zijn bouwmeesters aan de grond, zodat er iets moois wordt opgebouwd.
Kan er een landschap ontstaan waarin het mooie van Gods natuurlijk ingrijpen en kundig menselijk ingrijpen kan samengaan? Ik hoop het van harte. Niet door al die andere landschappen af te schaffen. Daarin voelen mensen zich thuis. Maar wellicht door nieuwe biotopen te laten ontwikkelen waar meer van die samenwerking kan ontstaan.
dinsdag 8 september 2009
Column Friesch Dagblad 11: Midlifecrisis en Abraham zien
Deze week staat in de NCRV-gids een interview met mij (in de rubriek ‘Samen op de wereld’ op pagina 15). Bij de persoonlijke beschrijving staat het kort en krachtig: Rick Jansen (50).
Op het moment van het interview drie weken geleden was ik negenenveertig, maar inmiddels ben ik een leeftijdsgrens overgegaan waarbij ik iets met Abraham heb. Een grens waar veel aandacht aan wordt geschonken. Een groot feest (niet voor mij). Een pop voor het huis (dus ook niet voor mij). Mijn dochter vroeg me of ik al iets van een midlifecrisis begon te voelen.
Mijn antwoord was ontkennend. Afgelopen week vertelde ik in een groep mijn levensverhaal. Het duurde drie kwartier. Dan had ik nog grote stukken overgeslagen. Daarna had mijn vrouw (een jaar jonger dan ik) dezelfde tijd nodig om haar verhaal, met bijna vijfentwintig jaar samen leven, te vertellen. Veel gedaan, vaak veranderd, veel meegemaakt. Veel toppen, veel dalen. In zware armoede, in veel zegeningen. Dromen waargemaakt, maar ook veel teleurstellingen tegengekomen. Een enerverend leven volgens de toehoorders.
Mensen met een midlifecrisis kijken terug en vragen zichzelf af of dit nu alles is. Het leven lijkt leeg en de bereikte dingen weinig zeggend. In die zin heb ik geen midlifecrisis nodig, omdat ik tussendoor genoeg crises heb gehad. Tijdens jarenlange werkloosheid mezelf afvragend of ik nog wel aan betaald werk zou komen. Tijdens een langdurige zoektocht na afloop van een theologische studie tegen een blok van afwijzingen aanlopend bij alle sollicitaties in wat wel geestelijk werk wordt genoemd. Alle mensen om me heen maatschappelijke carrière zien maken, terwijl ik met mijn gezin met vijf kinderen elk dubbeltje moest omdraaien.
Tegenover dergelijke crises stonden momenten van vreugde en blijdschap. Ik was baanloos, niet werkloos. In allerlei werk in kerk en in evangelisatiewerk (omringd met veel complimenten, maar onbezoldigd) kon ik ervaring opdoen. Nieuw werk opzetten, relaties opbouwen met moslims, leiding geven in besturen, nieuwe kerken beginnen. Terugkijkend zie ik hoe God mijn leven leidde ten tijde van werkloosheid, mij op tijd werk gaf toen mijn oudste kind naar de basisschool ging en een duurdere tijd aanbrak en ons een nieuw huis gaf in een wijk waar wij door Hem gebruikt konden worden.
Mijn ervaring met werkloosheid en armoede bemoedigen nu afnemers bij de Voedselbank als ik hen dat vertel (...als jij eruit bent gekomen...). Mijn ervaring met leiding geven en nieuwe dingen opzetten, komt nu goed van pas in het werk wat ik (nog steeds onbezoldigd) in de wijk doe. De ervaring in de omgang met moslims kan ik nu inzetten voor het wijkwerk waarin we veelvuldig moslims tegenkomen.
Ik kijk dus met een gerust hart terug op mijn leven tot nu toe. Ook op de dingen die schijnbaar missers waren. De scheve schaatsen, de teleurstellingen, de pijn en moeite in mijn leven hebben mij gevormd tot de persoon die ik nu ben. Daardoor kan ik het leven nu aan. Daardoor kan ik situaties doorzien. Daardoor kan ik met mensen samenwerken die mijn kinderen konden zijn.
Tevreden met verleden en heden blik ik vooruit. Ik hoef geen ander werk. Ik hoef geen andere, jongere, uitvoering van mijn huidige spetter, omdat de rimpels de uiterlijke schoonheid vervagen. Ik hoef mij niet onnatuurlijk jong te gedragen of te kleden. Ik ben tevreden met hoe ik eruit zie (ook al moet ik het aanbod van mijn werkgever voor goedkope fitness nu eens snel ter hand gaan nemen).
Ik weet dat mijn enerverende leven tot nu toe in de toekomst niet anders zal verlopen. Er zullen weer veranderingen komen, weer teleurstellingen. Ik zie ze met een gerust hart tegemoet. Deze Abraham blikt met een Jacobitische uitspraak terug op zijn leven: ‘tot hiertoe heeft de Here mij geholpen’. En gaat weer vrolijk verder met zijn leven.
Op het moment van het interview drie weken geleden was ik negenenveertig, maar inmiddels ben ik een leeftijdsgrens overgegaan waarbij ik iets met Abraham heb. Een grens waar veel aandacht aan wordt geschonken. Een groot feest (niet voor mij). Een pop voor het huis (dus ook niet voor mij). Mijn dochter vroeg me of ik al iets van een midlifecrisis begon te voelen.
Mijn antwoord was ontkennend. Afgelopen week vertelde ik in een groep mijn levensverhaal. Het duurde drie kwartier. Dan had ik nog grote stukken overgeslagen. Daarna had mijn vrouw (een jaar jonger dan ik) dezelfde tijd nodig om haar verhaal, met bijna vijfentwintig jaar samen leven, te vertellen. Veel gedaan, vaak veranderd, veel meegemaakt. Veel toppen, veel dalen. In zware armoede, in veel zegeningen. Dromen waargemaakt, maar ook veel teleurstellingen tegengekomen. Een enerverend leven volgens de toehoorders.
Mensen met een midlifecrisis kijken terug en vragen zichzelf af of dit nu alles is. Het leven lijkt leeg en de bereikte dingen weinig zeggend. In die zin heb ik geen midlifecrisis nodig, omdat ik tussendoor genoeg crises heb gehad. Tijdens jarenlange werkloosheid mezelf afvragend of ik nog wel aan betaald werk zou komen. Tijdens een langdurige zoektocht na afloop van een theologische studie tegen een blok van afwijzingen aanlopend bij alle sollicitaties in wat wel geestelijk werk wordt genoemd. Alle mensen om me heen maatschappelijke carrière zien maken, terwijl ik met mijn gezin met vijf kinderen elk dubbeltje moest omdraaien.
Tegenover dergelijke crises stonden momenten van vreugde en blijdschap. Ik was baanloos, niet werkloos. In allerlei werk in kerk en in evangelisatiewerk (omringd met veel complimenten, maar onbezoldigd) kon ik ervaring opdoen. Nieuw werk opzetten, relaties opbouwen met moslims, leiding geven in besturen, nieuwe kerken beginnen. Terugkijkend zie ik hoe God mijn leven leidde ten tijde van werkloosheid, mij op tijd werk gaf toen mijn oudste kind naar de basisschool ging en een duurdere tijd aanbrak en ons een nieuw huis gaf in een wijk waar wij door Hem gebruikt konden worden.
Mijn ervaring met werkloosheid en armoede bemoedigen nu afnemers bij de Voedselbank als ik hen dat vertel (...als jij eruit bent gekomen...). Mijn ervaring met leiding geven en nieuwe dingen opzetten, komt nu goed van pas in het werk wat ik (nog steeds onbezoldigd) in de wijk doe. De ervaring in de omgang met moslims kan ik nu inzetten voor het wijkwerk waarin we veelvuldig moslims tegenkomen.
Ik kijk dus met een gerust hart terug op mijn leven tot nu toe. Ook op de dingen die schijnbaar missers waren. De scheve schaatsen, de teleurstellingen, de pijn en moeite in mijn leven hebben mij gevormd tot de persoon die ik nu ben. Daardoor kan ik het leven nu aan. Daardoor kan ik situaties doorzien. Daardoor kan ik met mensen samenwerken die mijn kinderen konden zijn.
Tevreden met verleden en heden blik ik vooruit. Ik hoef geen ander werk. Ik hoef geen andere, jongere, uitvoering van mijn huidige spetter, omdat de rimpels de uiterlijke schoonheid vervagen. Ik hoef mij niet onnatuurlijk jong te gedragen of te kleden. Ik ben tevreden met hoe ik eruit zie (ook al moet ik het aanbod van mijn werkgever voor goedkope fitness nu eens snel ter hand gaan nemen).
Ik weet dat mijn enerverende leven tot nu toe in de toekomst niet anders zal verlopen. Er zullen weer veranderingen komen, weer teleurstellingen. Ik zie ze met een gerust hart tegemoet. Deze Abraham blikt met een Jacobitische uitspraak terug op zijn leven: ‘tot hiertoe heeft de Here mij geholpen’. En gaat weer vrolijk verder met zijn leven.
zaterdag 5 september 2009
Interview NCRV-gids
Voor wie geen lid is van de NCRV-gids: deze week staat op pagina 15 van deze televisiegids een kort interview met mij in het teken van de NCRV-motto "Samen op de wereld".
Doel van deze interviews: "dagelijks geven mensen het NCRV-motto "Samen op de wereld" op allerlei manieren handen en voeten. De NCRV-gids vraagt iedere week een persoon te reageren op twee woorden uit het rijtje Dromen, Durven, Denken en Doen."
Hieronder de tekst van het interview.
Rick Jansen (50) werkt bij de gemeente Arnhem en is één van de coördinatoren van Villa Klarendal, een geloofsgemeenschap die begon onder de vleugels van Youth for Chirst en nu zelfstandig verder gaat.
Dromen
Dromers zijn meestal geen uitvoerders maar in mijn geval is dat anders, denk ik. Als je niet meer droomt dan ben je vooral rationeel en zakelijk bezig en verwateren je idealen en verlangens. Het leven bestaat niet uit hapklare brokken. Natuurlijk is het organiseren en regelen van praktische zaken een voorwaarde maar je moet ook een visie hebben.
Ik droom van een kerk die midden in de samenleving staat en over een jaar of vijf is uitgegroeid tot een vanzelfsprekende plek in deze wijk. Een plaats waar iedereen welkom is, ook mensen die niet geloven of cynisch of teleurgesteld zijn. Voor mij was de kerk een instituut geworden, een nogal doodse plek waar ik weinig beleefde. In onze gemeenschap ervaar ik een open sfeer. We lopen met elkaar op en zien wel waar we uitkomen. De bijbel is belangrijk maar ik vind het verhaal van mensen van minstens zo’n grote betekenis. Ik hoop, bid en droom dat we een nieuw soort kerk kunnen zijn die een brug vormt naar de wijk en de samenleving.
Doen
Vroeger had ik veel last van fobieën. Door middel van het gebed zijn ze verdwenen. God heeft dat gedaan, zo heb ik dat echt ervaren. Toen ben ik opnieuw tot geloof gekomen en is er voor mij letterlijk een nieuw leven begonnen. God heeft mij persoonlijk op deze nieuwe weg gezet en dus leef ik nu met Hem. Jezus is voor mij gestorven en dat wil ik in de praktijk vertalen. Ik wil als christen in mijn wijk aanwezig zijn. Heel praktisch door voedsel uit te delen en een plek te creëren waar mensen zichzelf kunnen zijn. Onze kerk is laagdrempelig en staat dicht bij de ervaringen van mensen. Op zondag brunchen we eerst met zijn allen en nemen we de zaken van alledag door. Daarna zingen we en bidden we. De viering is heel laagdrempelig. Kom maar en eet mee en luister en vertel, zeg ik altijd. Later kun je nog wel besluiten of je je hier echt thuis voelt en of je meer wilt weten over het geloof. Evangelisatie in de traditionele zin van het woord is niet onze prioriteit. Naast een dromer ben ik toch vooral ook een doener: Een kerk moet een plek zijn waar mensen geholpen worden, waar voedsel voor de maag en voor de geest wordt geboden.
Doel van deze interviews: "dagelijks geven mensen het NCRV-motto "Samen op de wereld" op allerlei manieren handen en voeten. De NCRV-gids vraagt iedere week een persoon te reageren op twee woorden uit het rijtje Dromen, Durven, Denken en Doen."
Hieronder de tekst van het interview.
Rick Jansen (50) werkt bij de gemeente Arnhem en is één van de coördinatoren van Villa Klarendal, een geloofsgemeenschap die begon onder de vleugels van Youth for Chirst en nu zelfstandig verder gaat.
Dromen
Dromers zijn meestal geen uitvoerders maar in mijn geval is dat anders, denk ik. Als je niet meer droomt dan ben je vooral rationeel en zakelijk bezig en verwateren je idealen en verlangens. Het leven bestaat niet uit hapklare brokken. Natuurlijk is het organiseren en regelen van praktische zaken een voorwaarde maar je moet ook een visie hebben.
Ik droom van een kerk die midden in de samenleving staat en over een jaar of vijf is uitgegroeid tot een vanzelfsprekende plek in deze wijk. Een plaats waar iedereen welkom is, ook mensen die niet geloven of cynisch of teleurgesteld zijn. Voor mij was de kerk een instituut geworden, een nogal doodse plek waar ik weinig beleefde. In onze gemeenschap ervaar ik een open sfeer. We lopen met elkaar op en zien wel waar we uitkomen. De bijbel is belangrijk maar ik vind het verhaal van mensen van minstens zo’n grote betekenis. Ik hoop, bid en droom dat we een nieuw soort kerk kunnen zijn die een brug vormt naar de wijk en de samenleving.
Doen
Vroeger had ik veel last van fobieën. Door middel van het gebed zijn ze verdwenen. God heeft dat gedaan, zo heb ik dat echt ervaren. Toen ben ik opnieuw tot geloof gekomen en is er voor mij letterlijk een nieuw leven begonnen. God heeft mij persoonlijk op deze nieuwe weg gezet en dus leef ik nu met Hem. Jezus is voor mij gestorven en dat wil ik in de praktijk vertalen. Ik wil als christen in mijn wijk aanwezig zijn. Heel praktisch door voedsel uit te delen en een plek te creëren waar mensen zichzelf kunnen zijn. Onze kerk is laagdrempelig en staat dicht bij de ervaringen van mensen. Op zondag brunchen we eerst met zijn allen en nemen we de zaken van alledag door. Daarna zingen we en bidden we. De viering is heel laagdrempelig. Kom maar en eet mee en luister en vertel, zeg ik altijd. Later kun je nog wel besluiten of je je hier echt thuis voelt en of je meer wilt weten over het geloof. Evangelisatie in de traditionele zin van het woord is niet onze prioriteit. Naast een dromer ben ik toch vooral ook een doener: Een kerk moet een plek zijn waar mensen geholpen worden, waar voedsel voor de maag en voor de geest wordt geboden.
Abonneren op:
Posts (Atom)