maandag 31 juli 2017

Wanneer is het geloof nog heel gewoon?


Afgelopen zaterdag was de eerste aflevering. Andries Knevel op zoek naar de tijd dat het geloof nog heel gewoon was. Met een lied dat riekt naar het nostalgische "Het Dorp" van Wim Sonneveld. Zoals het dorp er altijd was, was het geloof er ook altijd. Zoals het dorp veranderde, zo veranderde het geloof. Zoals het dorp van toen er niet meer was, zo was het geloof van toen er ook niet meer.

In het omroepblad van de EO Visie las ik een kort gesprek met Andries Knevel over dit programma "Toen was het geloof nog heel gewoon". Aan het begin van de EO, in 1967, was het geloof nog heel gewoon en gingen hele volksstammen nog naar de kerk. De nostalgie spat van het artikel, en van het programma, af. Het gevoel dat het geloof van vroeger er niet meer is, dat mensenmassa's de kerk hebben verlaten. Dat kerken zijn doorverkocht naar hopelijk eerbare opvolgers, maar soms ook aan onheilige kinderparadijzen.

Een opmerking van Knevel in het omroepblad vind ik opmerkelijk: "Misschien moeten we samenklonteren om te overleven...". In een artikel over de Biblebelt in De Gelderlander lees ik dat veel Reformatorische christenen verdwijnen uit de steden in de Randstad om zich veilig te vestigen op de Biblebelt. Want daar kun je nog van harte christen zijn.

De ontzuiling en de daaropvolgende ontkerkelijking. De welvaart die de noodzaak van kerken heeft verkleind. Wat deden de orthodoxe kerken en evangelische gemeentes als reactie daarop? Ze startten gewoon een nieuwe zuil. Dachten daarmee de ontkerkelijking te kunnen tegengaan. Die zuilen lijken nu ook af te brokkelen en eenzelfde verandering lijkt in die kringen op te treden: mensen verlaten de kerk of gemeente om niet meer terug te keren.

Samenklontering... Wat doet dat met zout? Niet veel goeds vrees ik. Het gaat aan elkaar plakken en heeft een tegengestelde werking. Het zorgt ervoor dat het vies wordt en niet meer gebruikt kan worden. Waarom dan toch daarvoor kiezen? Wellicht uit angst voor het onbekende. Want wat je niet kent, is bedreigend. Als je een kleine minderheid in een grote seculiere meerderheid bent, komen vragen op je af over de zin van je geloof en wat het daar nog allemaal waard is. Maar wat is het geloof nog waard, als het niets meer betekent op de plaatsen waar het nog weinig wordt verkondigd?

Kan het zijn dat juist de verzuiling uiteindelijk de ontkerkelijking heeft veroorzaakt? Binnen de zuil leven is prettig en veilig. Maar het leert je niet om als gelovige midden in het leven te staan. Om te geloven in een wereld waarin de meerderheid niet gelooft, het niets interesseert en zich van God noch gebod iets aantrekt. Kom je buiten de zuil, dan merk je hoe veilig je altijd hebt gelooft en geleefd. En voor velen is de stap uit het geloof makkelijker, omdat het geloof voor hen niets meer betekent in die ongelovige wereld, die net zo gelukkig leeft als jijzelf.

Wij hebben zelf geleerd hoe het ook heel anders kan. Een geloof behouden te midden van een wereld die zich daar niets van aantrekt. Geloof dat niet gebonden is aan een plek, maar dat zich verbindt aan mensen en Degene die er aan de basis staat. Een geloof dat zich verbindt aan de wereld rondom, zonder dat de kern verloren gaat. Toen ik eens geïnterviewd werd door een studente die zelf niet meer naar de kerk ging en vertelde hoe we leefden en werkten, hoe Villa Klarendal zich wil verbinden aan de wijk en het leven van alledag, zei ze spontaan dat ze graag zo'n kerk dichtbij had. Want dan had ze het wel geweten. Dan had ze zich weer aangesloten aan zo'n kerk.

Geloof dat zich compromisloos aansluit bij het leven van mensen. Daar is blijkbaar veel behoefte aan. Dat merken we ook in onze wijk. Mensen blijven toch wekelijks komen en voelen zich verbonden. Door wekelijks te komen, is een spontane gemeenschap ontstaan. Die geen pretenties heeft. Die heel gewoon is. Ook al weten we en beseffen we dat het geloof toen maar ook nu helemaal niet zo gewoon is. De kerk op de heuvel, ver weg van het gepeupel. Of de kerk midden in de wijk, niet herkenbaar door het gebouw, maar door de mensen die zich daaraan verbinden/

maandag 24 juli 2017

Binnen en buiten: stop met het starten van een kerk



Ik vond laatst een leuk filmpje over het kerkdenken rond "binnen" en "buiten", van Church from Scratch een kerk in Southend, Engeland (Engels gesproken).

Om je even aan het nadenken te zetten.

Bekijk het hieronder.




vrijdag 21 juli 2017

Kerkproeverij 2017 - Gedachten over binnen en buiten



Terugkomend op de kerkproeverij 2017 en de gedachten die ik daarover in mijn vorige blog heb geschreven, wil ik nu een verdiepingsslag maken.

Kerkproeverij klinkt, zoals ik in mijn vorige blog beschreef, als een restaurant. Daar kom je van buiten. Je bent er onbekend. Je wordt er aangesproken. Je wordt er bediend. Je krijgt er lekker eten. Je voelt je er al dan niet thuis.

Maar het blijft een restaurant wat niet van jezelf is. Je gaat er weer uit weg. Je gaat weer van binnen naar buiten. En uiteindelijk ga je weer naar huis, waar je echt thuis bent.

De meeste kerkgangers (en hun voorgangers, dominees of pastoors) denken nog steeds in termen van binnen en buiten. Binnen de kerk, daar is het veilig. Daar is het ook heilig. Je bent er thuis. Je bent er bij de Here God. Je bent er samen. Je voelt je er een met je geloofsgenoten.
Buiten daar zijn de ongelovigen. Die niets met God te maken willen hebben (denken wij). Die de kerk (binnen) links laten liggen. Waar het seculiere (het God-loze) plaatsvindt. Daar is het dus onveilig. Daar moet je maar snel uit weg gaan. Zodat je weer snel veilig binnen bent.

Die tegenstelling binnen - buiten zit heel erg diep van binnen. Je maakt deel uit van de kerk en zonder dat je het door hebt, denk je in termen van buiten - binnen. Ik ben het veel tegen gekomen in evangelisatie acties. "We gaan naar buiten om mensen aan te spreken. We willen met mensen in contact komen. Zodat de mensen bij ons binnen komen. En na de actie gaan we weer snel naar binnen om af te wachten hoeveel mensen we van buiten mogen verwelkomen in onze kerkdienst.

Bij Villa Klarendal zeggen we tegenwoordig dat het ons opvalt dat ons denken daarin zo sterk is verandert. We denken niet meer in termen van binnen-buiten of gelovig-ongelovig. Iedereen die bij ons komt is welkom. En ook in ons hoofd is iedereen welkom, zelfs als hij of zij niet komt. We zijn wijkbewoners onder de wijkbewoners. Zeker, wij zijn gelovig. Maar dat vormt geen barrière meer naar onze ongelovige mede Villa Klarendallers.

Hoe werkt dan de sfeer van uitnodiging bij ons? Dat gaat heel natuurlijk. Wijkbewoners komen op onze brunch op zondagochtend (om 11:00 uur, volgens de meeste bezoekers een "christelijke" tijd). Komen ze voor het eerst, dan begroeten we ze. Maar niet overdreven: we wijzen ze waar ze kunnen zitten, geven hen wat de rest ook krijgt en voor de rest kunnen ze zelf al dan niet in gesprek gaan. Doen ze dan niet, dan is de sfeer zo ongedwongen, dat ze rustig kunnen eten zonder lastig gevallen te worden door vervelende vragen.

Die ongedwongenheid en ontspannenheid geeft een sfeer van uitnodiging. Geen dwang. Geen verwachtingen. Je mag komen zoals je bent. Veel gasten die voor het eerst komen, willen graag blijven komen. En vertellen vervolgens aan hun buren, vrienden, kennissen en familieleden waar ze zijn geweest. En nodigen hen ook uit om een keer te komen. Op een heel natuurlijke, organische manier gaat het vuurtje rond.

Als het dan geen restaurant is, waar kun je het dan beter mee vergelijken? Ik denk veeleer aan een vriendengroep of nog meer aan een familie. Aan een vriendengroep, omdat je er voor kiest je erbij aan te sluiten. Maar ook aan een familie, omdat je niet met iedereen bevriend bent, maar de ander wel in zijn waarde laat. Ruimte geeft om zichzelf te zijn en eventueel te blijven waar hij of zij op dat moment is. Niet eisend dat de ander moet veranderen. Maar eerst en vooral vrijblijvend, ontspannen, relaxed en - toch ook - uitnodigend in de zin dat die ander er ook echt mag zijn.

Voor sommige mensen is het uitnodigend om gelikte folders in handen te krijgen en terecht te komen in samenkomsten, waarin de viering lijkt op een popconcert of een theateroptreden. Maar in dergelijke vieringen ben je toeschouwer. Je nodigt anderen wel uit, maar veeleer omdat de entourage zo goed concurreert met wat je gewoon bent. Je bent een gast en je blijft het. Na een tijdje sta je toch weer buiten, opgeladen door de mooie sfeer.

Ik denk dat de reden dat Villa Klarendal aantrekkelijk is voor wijkbewoners, vooral te maken heeft dat het ook onderdeel van de wijk uitmaakt. Doordeweeks zien we elkaar ook. Komen we elkaar op straat tegen of bij andere activiteiten. En in de manier van werken en denken zijn we aangepast aan de wijk: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Geen poespas. Gewoon. Zonder opsmuk. Daar moet je doordeweeks vaak al aan voldoen. Dan moet je goed Nederlands spreken, omdat je anders als tweederangs (want Klarendals) wordt aangezien. En vooral geen schunnige grappen vertellen. In de wereld rondom ons moet je toch een bepaald masker opzetten om begrepen te worden. Maar wie begrijpt en aanvaardt jou nu zoals je bent? Waar mag jij jezelf zijn? Waar kun jij je 'shit' uitspreken zonder dat mensen er al gelijk een oordeel of vooroordeel over uitspreken of je in een hokje stoppen (zoals: de verslaafde, de Surinamer, de Turk, de lesbo, de zwakke, de uitkeringstrekker, de typische Klarendaller met geverfd haar).

Mensen niet in een hokje stoppen, dus. Ook niet in het hokje gelovig - ongelovig (heilig - heiden). De benadering van mens tot mens. Van hart tot hart. En vooral ook de uitnodiging om mee te doen. Want we zoeken al snel naar wederkerigheid. Iedereen heeft talent en mag dat gebruiken en inzetten voor de Villa, maar ook voor Klarendal. Typerend vond ik een christen die bij mij kwam en vroeg of hij bij 'ons' (lees: Villa Klarendal) vrijwilligerswerk kon doen. Ik legde hem uit dat bij 'ons' wat ons betreft breder was dan alleen 'binnen' Villa Klarendal. 'Ons' en 'binnen' geldt voor Villa Klarendal als: 'heel Klarendal'. Dus al pratend bleek hij een 'groene' achtergrond te hebben. Wetend dat een wijkpartner net bezig was met het starten van een 'Green Team' heb ik hem daar naar door verwezen en binnen twee weken was hij met zijn handen en kennis bezig om met het Green Team bomen en planten in de wijk te verzorgen.

Mensen voelen en weten als je meent wat je zegt. Als wij zeggen dat iedereen mag komen zoals hij is, proeven ze ook dat het zo is. Als wij zeggen dat wij er voor heel Klarendal zijn, ervaren zij het door onze houding en manier van werken. Daarom is de barrière tussen binnen en buiten bij ons volledig opgeheven. Daarom verbazen gasten (de mensen die voor het eerst komen) zich over dat wij een kerk zijn. "Dit voelt niet als een kerk". Dat klopt, we willen ook veel meer een gemeenschap zijn. Wat natuurlijk ooit de bedoeling van een kerk was. Een gemeenschap waar iedereen zich thuis mag voelen. Binnen en buiten is binnenstebuiten.

Kerkproeverij 2017 - Eet smakelijk...?


Laatst las ik het de laatste editie van het blad Ideaz (Praktijkblad van MissieNederland). Ik werd aan het nadenken gezet door het thema van deze editie: "Een cultuur van uitnodiging".

Naar aanleiding van het in Groot-Brittannië ontstane initiatief Back to Church Sunday organiseren Raad van Kerken, IZB en MissieNederland in samenwerking met mediapartners KRO-NCRV en EO een weekend waarin kerkgangers worden gestimuleerd gewoon iemand uit te nodigen om mee te gaan naar de kerk.

De website Kerkproeverij verduidelijkt de reden om iemand uit te nodigen "Om het geloof te 'proeven'. Want waarom zou je datgene wat voor jou waardevol is alleen voor jezelf houden? Maar het hangt van jou af, of jij het durft. Om op je collega, buurman, vriend, of familielid af te stappen en te zeggen: “Hé, ga je met me mee?” Gewoon voor een keertje. Wie weet welke uitwerking het gaat hebben. Het gaat om het uitnodigen, dat we dat weer leren. En inderdaad, misschien zegt diegene: ik kom niet. Maar dan hebben we de uitnodiging wel gedaan. En dat telt."

Waarom komen mensen niet naar onze kerkdiensten?
Het idee is ontsproten uit het gedachtengoed van Michael Harvey, die begon met de vraag: "Waarom komen mensen niet naar onze kerkdiensten toe? Misschien wel omdat er niemand is die hen daarvoor
uitnodigt. Elke zondag bieden kerken een programma aan met weldoordachte toespraken over geloof en leven en muzikale bijdragen waar je ook nog eens zelf actief aan mag deelnemen. Voor dit alles wordt slechts een vrijwillige bijdrage van de bezoekers gevraagd. Vaak kun je na afloop gezellig bijpraten met een kopje koffie of thee. Waarom vinden we het zo moeilijk om daar mensen voor uit te nodigen?"

Met een uitnodiging om eens deel te nemen aan een kerkdienst komt er "verbinding van binnen naar buiten. Sommige mensen zijn door God al voorbereid, ze hebben alleen nog iemand nodig die hen uitnodigt. We doen alsof God niet buiten de kerk actief is, maar daar werkt Hij ook en wij mogen meewerken."

Goed idee...
Laat ik beginnen met dat ik dit aan de ene kant een prachtig plan vind. Waarom? Omdat veel kerkgangers heel sterk in hun eigen kerkelijke bubbel zitten. Ze zijn bezig met wat er binnen de kerk en de christelijke muren gebeurt en hebben geen enkel zicht op wat zich buiten die kerkmuren afspeelt. En als dat wel het geval is, scheiden ze vaak de kerkelijke bubbel van het leven daarbuiten. De kerk is "binnen". De wereld is "buiten". Door mee te doen aan een uitnodiging om eens een kerkdienst bij te wonen, worden kerkleden gestimuleerd om er zelf op uit te gaan. Om over de muren van de kerk te kijken naar wat zij daar aan relaties hebben en zich af te vragen of die relaties wellicht geïnteresseerd zijn om een kerkdienst (of een andere bijeenkomst die verbonden is met de kerk) bij te wonen.

Het restaurant als metafoor
Ja, natuurlijk heb ik er ook mijn vragen bij. Het gevoel dat dit bij mij oproept is die van het restaurant. Er zijn restaurants, die je moet zoeken, die niet uitnodigend zijn, die geen reclame maken, die de houding hebben "een klant... wat interessant". Je komt er binnen, kijkt rond. Niemand die je aanspreekt. Je gaat naar een tafeltje met je gasten. Gaat zitten. Je ziet dat de bedienden heel druk zijn om vooral met elkaar te praten en te lachen. Op een gegeven moment komt een van hen ongeïnteresseerd naar je toe, gooit het menu op tafel en snauwt of je wel wat te drinken wilt hebben. Bij zo'n restaurant wil je zo snel mogelijk weg zijn, ook al is het eten er op en top. De gastvrijheid is abominabel, dus je voelt je er heel erg onprettig bij. Wegwezen!!!

Laatst liep ik in een vreemde stad in een vreemd land waar ze toch onze eigen taal spreken. We waren hongerig en zochten een restaurant. We werden aangesproken door een jonge dame, die ons vriendelijk te woord stond. "Wat leuk dat jullie hier zijn. Op zoek naar een restaurant? Natuurlijk! Wij hebben enkele lekkere gerechten op het menu staan. Wilt u ze zien? We hebben tafeltjes buiten, maar ook binnen. Zal ik even plaats voor u maken op deze gezellige plek? Goed! Wat wilt u alvast drinken?"
Kijk, dat is al heel anders binnenkomen. Wat een welkom! Wat een style. Wat een gastvrijheid. Daar voel je je gelijk op je gemak.

Toch blijft er iets bij mij hangen van "ik ga op bezoek" of "ik ga uit eten". Je komt er en je gaat weer weg. Je bent vooral te gast. Naar een restaurant ga je als je iets speciaals wilt doen. Om een verjaardag te vieren. Of als je op vakantie bent. Dan bezoek je het restaurant.

Thuis komen
Dan denk ik verder aan wat ik nou graag zou willen. Dat heeft te maken met thuis komen. Om de metafoor van het restaurant te verbreden naar eten: ik wil dat mensen zich thuis voelen. Dat ze thuis zijn. Dat ze het gevoel krijgen volledig zichzelf te mogen zijn. Deel uit te maken van een groter gezin. Waar je niet alleen wordt uitgenodigd en bediend. Maar waar je met een gerust hart (bij wijze van spreken) met de voeten op tafel kunt zitten. Waar levens worden gedeeld, lief en leed. Waar niet altijd een diep gesprek is, maar een voortgaand gesprek omdat je elkaar regelmatig ziet. Waar soms gezeur is, omdat je elkaar beu bent. Waar gehuild wordt, omdat je van elkaar houdt, maar elkaar toch pijn doet. Waar je samen kunt lachen om de mooie dingen van het leven die je samen deelt.

Kerk-zijn als huisgezin van God. Waar ook "buitenstaanders" deel van uitmaken.  Samen gezin, een familie vormen. Saamhorigheid, maar ook ruimte om vooral je zelf te zijn.

Lees het vervolg op deze blog.

dinsdag 18 juli 2017

Multicultureel samenleven: Yes we can!


"De multiculturele samenleving is mislukt!". Hoe vaak horen we dit via tv, radio of social media verkondigen. De inwoners van andere culturele achtergronden moeten zich maar aanpassen. Wij doen het niet meer, hebben er geen zin meer in.

Ik heb altijd gezegd dat het ook anders kan. Afgelopen vrijdag had ik een bijeenkomst waarin dit werd bevestigd. Samen met vijf vrouwen van Nederlandse, Hongaarse en Turkse komaf gingen we uit eten in een Iraans restaurant. Samen op pad dus naar een restaurant met een culturele kleur dat geen van ons allen (ikzelf uitgezonderd) kenden.

Gezellig aan tafel. Met een heel hartelijke gastheer. De drankjes werden aangerukt. En het eten, ja natuurlijk was dat halal. De vraag werd door de Turkse dames gesteld, naar bleek omdat hun eigen mensen nogal de neiging hadden om ook het goedkope varkensvlees te verkopen. De Iraanse ober vertelde dat die vraag in Iraanse omgeving eigenlijk enorm onbeleefd is, omdat dit niet hoort. Je moet ervan uitgaan dat de gastheer te vertrouwen is en daarom per definitie halal vlees voorzet. Leuk, het eerste culturele verschil.

We kregen een heerlijke mix van allerlei Iraanse hapjes voorgeschoteld. Voor een ongelofelijk lage prijs. Aan tafel werd het gesprek steeds leuker en interessanter. De ervaringen van vroeger. Wat we het afgelopen seizoen met elkaar hadden beleefd. Samen maaltijden organiseren. Samen op stap naar gebedshuizen. Samen op stap naar vier plekken buiten Arnhem. We dachten nog terug aan het bezoek aan de synagoge in Amsterdam dat zo ruw werd verstoord door de marechaussee die ons vanwege een ernstige terroristische dreiging niet toe liet tot de synagoge. De teleurstelling die dat met zich mee bracht. En het gevoel van afgewezen worden van met name de dames van Turkse afkomst die dachten dat zij de veroorzaker waren.

Het gesprek ging nog dieper. Over leven en vooral dood. Hoe ik als christen dacht dat het na de dood zou verder gaan. Enkele bijna-dood ervaringen van bekenden en van een van de Turkse dames werden gedeeld. Enorme diepe gesprekken die extra lastig waren, omdat ze voor sommigen niet in de moedertaal werden besproken. Na afloop zeiden we tegen elkaar hoe wonderlijk het toch was dat we als mensen van diverse achtergronden toch dergelijke gesprekken konden voeren. "Dat gaan we vaker doen en daarom moeten we doorgaan op de weg die we zijn  ingeslagen", was het gevoel en de conclusie die overheerste.

Hoe komt het nu dat dit soort gesprekken blijkbaar wel mogelijk zijn, terwijl de meerderheid van Nederland denkt dat dit absoluut niet mogelijk is? Het heeft te maken met vertrouwen dat we in elkaar hebben gekregen. Twee jaar geleden zijn we begonnen met regelmatig activiteiten te organiseren. Met elkaar naar gebedshuizen gaan. En daar bovenop ook nog met elkaar op reis gaan. Samen werken en samen reizen schept een band. En in het afgelopen jaar hebben we ook een workshop gedaan om elkaar te leren kennen. Iedereen mocht een verhaal vertellen over zichzelf. Daar kwamen hele mooie, maar ook hele aangrijpende verhalen naar boven. Van de oma met veel kleinkinderen, tot de moeder van vier kinderen waarvan de man vroegtijdig was overleden. Door het delen van die verhalen - klein, maar ook groot, oppervlakkig, maar ook heel diepgaand - begon een band te ontstaan. Er werden mensen omhelsd, die moesten huilen om wat ze ervoeren en hadden meegemaakt.

Samenleven begint niet met politieke programma's. Niet met beleidsstukken die van bovenaf door de overheid worden opgelegd. Samenleven begint in het klein. Daar waar mensen elkaar tegenkomen en ontmoeten. In wijken als Klarendal kom je elkaar wel tegen op pleisterplaatsen als het winkelcentrum met de lokale Appie. Maar dan is het nog maar "die vrouw met de hoofddoek" of voorheen "die man met de paardenstaart en baard". Dat is tegenkomen, niet ontmoeten. Dan zie je elkaar, maar ken je elkaar niet. In het elkaar zien kan angst schuilen. Wat je niet begrijpt, maar wel ziet, kan beangstigen. Waarom dragen vrouwen hoofddoeken? Of waarom dragen vrouwen korte rokjes en smalle bloesjes? Dan hebben we al snel een oordeel over die ander. Zonder hem of haar te hebben gesproken.

Ga je met elkaar samenwerken en samen reizen, samen op ontdekkingstocht, dan ontstaat er iets nieuws. Dan moet je iets organiseren. Dan moet je plannen maken. Afspraken maken. En die nakomen. Samen erover praten waarom bepaalde afspraken niet werden nagekomen. Daar leer je van elkaar. Als je samen reist ontstaat een gezamenlijk geheugen. Je zegt tegen elkaar "weet je nog wel, toen we daar naar op reis gingen?" In ons geval denken we terug aan die synagoge en  het gevoel dat we er allemaal bij hadden dat we tweederangs en niet gewild waren. Of aan de busreis terug van Museum Orientalis, toen enkele Turkse vrouwen een dolletje maakten met de buschauffeur en we met zijn allen de slappe lach kregen. Waar de buschauffeur waarschuwde dat er ook nog een man bij was, waarop een van de Turkse vrouwen antwoordde "o, maar dat is Rick, die kent ons wel...". Juist, dat is het dus. Doordat we op stap zijn en thuis aan het werk zijn, kennen we elkaar. En ontstaat er vertrouwen.

De tafelgenoten waren eigenlijk beginnende vriendinnen van me geworden. Toen een van de vrouwen verzuchtte dat het wel erg over de dood ging en ze dat niet leuk vond, begrepen we haar en snapten we ook waarom ze dat zei. Spontaan raakte ik haar arm aan en zei dat het niets uitmaakte en dat we het wel begrepen. Geen terugtrekkende beweging. Geen angst. We voelden ons een met elkaar. We zeiden ook tegen elkaar dat in dit soort gesprekken verschillen verdwenen. De persoon achter de culturele achtergrond kwam naar voren. We zagen niet meer de hoofddoek, de huidskleur, de moeite met de taal. Maar spraken met elkaar van hart tot hart.

Het begint klein en onooglijk. Het is nauwelijks zichtbaar. Het begint misschien met maximaal 20 mensen. Maar die mensen beginnen enthousiast te worden. Vertellen het thuis. Aan hun mannen. Kinderen. Vrienden. Kennissen, En we zien dat de groep zich uitbreidt. Dat weer anderen zich aansluiten bij kerk-moskee-en-synagoge-bezoek. Waarom? Ze hebben ervan gehoord. Zijn enthousiast gemaakt en nieuwsgierig geworden. En zo breidt het olievlekje langzamerhand uit.

De multiculturele samenleving is mislukt? Welnee, het begint langzaam maar zeker vorm te krijgen. We moeten met elkaar door. Niet naast elkaar, maar met elkaar. Samen werken, samen eten, samen spelen, samen reizen, samen op reis naar een nieuw Nederland waar iedereen deel van uitmaakt. Je moet het wel willen. Kan het? YES WE CAN!!!

maandag 10 juli 2017

Uit je bubbel - mijn weg uit de bubbel


Hoe ik uit de bubbel stapte
Was het bij mij anders? Zeker niet. Ook ik verkeerde jarenlang in de christelijke bubbel. Maar altijd wel met de vraag hoe het anders kan. Met name de vraag hoe we aansluiting krijgen bij de wereld rondom ons. 
Ik zat in de christelijke pinksterbubbel (een deelbubbel). Wekelijkse diensten op zondag. Wekelijkse bijbelstudies. Veel onderlinge overleggen. Waardoor de tijd ontbrak om eens om ons heen te kijken. We waren druk om de eigen gemeente draaiende te houden.

De eerste stap  uit de bubbel
Halverwege de jaren negentig was ik lid en oudste van de pinkstergemeente. Als evangelisatiecommissie vroegen we ons af wat we konden betekenen voor de wijk om ons heen. Dat was toen nog een beruchte wijk, het Spijkerkwartier waarin de raamprostitutie was gevestigd. We hadden al veel acties op touw gezet. Een jaarlijkse fakkeltocht door de wijk op kerstavond, waarin we op pleisterplaatsen kerstliedjes zongen. Mooi maar eenmalig. Met zeer kortstondige gesprekken, die soms resulteerden in het bezoek van enkele wijkbewoners aan de kerstdienst (wat ons verheugde: er zat zowaar een ongelovige in de dienst...). Dat het tot die enkele acties en contacten bleef, zorgde bij ons voor onrust. Kon het niet anders? We gingen op zoek naar wat er in de wijk gebeurde. Wellicht konden we in de wijk als kerk iets betekenen.
En zowaar: we kwamen terecht bij de werkgroep Spijkerkwartier. Die tot doel had om acties te organiseren om de prostitutie uit deze woonwijk te laten verdwijnen. Daar hadden we als kerkleden (om een andere reden) wel oren naar. Dus we besloten om ons met twee mensen aan te sluiten bij deze werkgroep.
Wat we kwamen doen en waarom we ons aansloten? Was de vraag van de andere groepsleden. We moesten met de billen bloot. We wilden als wijkgebruiker ons graag aansluiten bij dat wat er al was. En waren ook tegen prostitutie in de wijk. Zo begonnen we mee te werken. Mee te denken om acties te organiseren. Mee te lopen in een demonstratie naar de gemeenteraad om daar onze visie te laten horen.
In die eerste stap stond ik verbaasd. Buiten de bubbel was het goed verkeren. Na afloop van de vergadering een gratis biertje. En vaak al snel een gesprek over het eigen leven en wat daarin verkeerde. Geen boos woord over geloof of de pinkstergemeente, terwijl binnen de pinksterbubbel wel erg angstig naar de buitenwereld werd gekeken, want die moesten niets van ons weten. De eerste stap was gezet. Het was goed verkeren buiten de bubbel. Maar voor 90% was ik nog onderdeel van de bubbel.

Een vervolgstap uit de bubbel
Na enkele jaren leiding te geven aan de pinkstergemeente vonden we de tijd rijp om daarmee te stoppen. Ik kreeg ander werk. En we waren verhuisd naar een wijk waar we langzamerhand meer wilden gaan doen. Waar we het begin mee maakten van gesprekken met mensen buiten onze bubbel tijdens computerlessen die we waren gaan geven.
De computerlessen waren ook bedoeld om de sociale cohesie in de wijk te versterken, dus het eerste halfuur ging op aan gesprekken die over het eigen leven, de wereld om ons heen en onze eigen wereldbeelden. We merkten dat als we open zijn voor de mening van onze cursisten, zij ook geïnteresseerd waren in wat wij dachten. Niet als tactiek, maar als een open gesprek tussen gelijkwaardige gespreksgenoten (ook al waren zij de cursisten en wij de docenten).
Zo werden we voorzichtig al wat meer losgezongen uit onze christelijke bubbel en ingezogen in de bubbel die de wijk Klarendal heette en die heel andere mooie denkbeelden met zich mee bracht. 
Een mooi voorbeeld was dat we werden geconfronteerd met volksliedjes. De Nederlandse volksmuziek schalde door de straten. Van 'het kleine café aan de haven' tot 'Je loog tegen mij'. Van 'Geef mij nu je angst' tot 'De meeste dromen zijn bedrog'. Als we dan vroegen waarom ze dat zo mooi vonden, was het antwoord: "ze geven met hun tekst uitdrukking aan wat ik voel". In mijn gedachten werd de overstap van de bubbel met Opwekkingsliederen naar die van de volksliedjes voorzichtig gemaakt. 

Weg uit de bubbel in een andere bubbel
De computerlessen en andere activiteiten brachten ons tot de gedachten dat onze wijk wellicht een eigen plek nodig had waar ze op een ongedwongen manier konden praten over het geloof. Samen met een ander stel (later echtpaar) gingen we met Youth for Christ in zee om een wijkproject te starten, waarvan een wekelijkse brunch en viering op zondag deel uitmaakte. Dat betekende dat we afscheid namen van de pinksterbubbel en volledig overgingen naar Klarendal. 
Alhoewel... We waren nog steeds in gedachten behoorlijk onderdeel van de bubbel waarin we verkeerden. Immers, wij als christenen zouden wel mee gaan werken om de leefbaarheid in de wijk te bevorderen. Christenen die iets aanboden aan deze wijk. Een soort christelijk ontwikkelingswerk dichtbij. Al doende leert men en werden we soms geconfronteerd met de clash tussen onze bubbel en die van wijkbewoners. Zoals de man die na de brunch vrolijk weg liep en haastig werd ingehaald door een teamgenoot. Waarom hij wegging, want er volgde nog een mooie viering? "Ik mag toch bij jullie mijzelf zijn? Waarom moet ik dan worden verplicht aan die viering mee te doen, als ik het niet wil?" was zijn antwoord. Onderdeel van de nieuwe bubbel was dat iedereen volledig zichzelf mocht zijn zoals hij was. Maar blijkbaar was in ons hoofd de viering net iets belangrijker dan de brunch.

Een keer per maand kwamen we weer terug in de pinksterbubbel. Die we niet verloren hadden, want onze kinderen zaten er nog volop in. Toch bemerkten we dat we vervreemden van die bubbel. En soms namen we bezoekers van de brunch en viering mee (we wilden - Youth for Christ eigen - een brug naar de kerken vormen). Prachtige maar pijnlijke confrontaties tussen bubbels. "Waarom heeft die man een pak aan en een koffer bij zich? O..., dat is de voorganger!"... "Je zit daar in rijtjes achter elkaar. Je groet wel de buurman, maar of je hem kent? Wanneer kun je daar met elkaar praten?"... 

Dieper de bubbel in
Na verloop van tijd trok Youth for Christ zich terug. Wij wilden een zelfstandige christelijke wijkgemeenschap worden. Waar mensen nog meer kerk-zijn op wijkniveau konden ervaren. Samen praten over wat het betekent om kerk in de wijk te zijn. Waar we in de periode van Youth for Christ nog wel eens de christelijke bubbel in werden getrokken doordat we als pioniers door de christelijke media werden bestookt, besloten we tot een mediastilte. Nu was het tijd om nog dieper de wijk in te trekken en de los-vast gemeenschap die op zondag onder de vlag van Youth for Christ was ontstaan, verder uit te bouwen tot een stabielere en hechte gemeenschap die in de wijk van betekenis moest zijn. We trokken al onze vrije tijd uit om dit mogelijk te maken. We namen ook formeel afscheid van de pinksterbubbel door ons uit te schrijven en in een kerkdienst afscheid te nemen. Frappante opmerking van de voorganger: "jullie moesten altijd langs de kantjes lopen en stelden lastige vragen. We vroegen ons af waarom jullie niet gewoon mee deden". Met andere woorden: we begrepen niet dat wij in een bubbel zaten en dat jullie al lang deel uitmaakten van een andere bubbel die veel dichter bij het leven van alledag stond.

In die zoektocht in de wijkbubbel kwamen we tot de conclusie dat samenwerken werkte. In een open, gelijkwaardige relatie samen optrekken met andere wijkbewoners en -organisaties om samen het welzijn van de wijk te zoeken. Dat was natuurlijk waar ik al eerder mee was geconfronteerd in het Spijkerkwartier, maar nu werd dit een werkwijze en cultuur die door ons werd uitgedragen en gesteund. Het betekende dat we een gerespecteerde partner binnen de bubbel van Klarendal werden. 

Ook binnen de gemeenschap werd de tijd die we erin staken beloond. Het kwam niet alleen meer uit ons, onze verlangens en visie werd deel van het geheel. De gemeenschap werd Klarendals. No nonsense. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. En ook als gewoon wel gek is, kijken we daar niet gek van op. Geen eisen vooraf. Kom maar zoals je bent. Praat maar zoals je gewoon doet. Je hoeft je niet beter voor te doen dan je bent. Je bent mooi zoals je nu bent. En wie weet wil God je nog mooier maken.

Volledig thuis in de nieuwe bubbel
Zo voel ik mij nu helemaal thuis in mijn nieuwe bubbel. Anderen komen wel eens onze Villa Klarendal bubbel binnen en krijgen een vervreemdende ervaring. Christenen komen en zeggen tegen ons dat ze ervaren dat ze hier "naakt" komen. Ze hoeven zich niet aan regels (geschreven of ongeschreven) te voldoen. Ze mogen komen als zichzelf. Dat is soms confronterend. Want het christelijke masker (in de ene sub christelijke bubbel vrolijk en blij, in de andere ernstig en stil) of welk ander je gewend bent op te zetten mag af en mensen vragen naar je persoonlijke omstandigheden. Voor sommigen tè confronterend. Voor anderen een verademing. Voor mensen in Klarendal geldt het laatste. En we zien erop toe dat dit niet verandert. 

Die vervreemding kom ik steeds meer bij mezelf tegen als ik weer eens de christelijke bubbel in stap. Na een dag ben ik toch weer blij als ik de grens van Klarendal over stap. Hoe die ervaring is, leg ik in een volgende blog uit.

Uit je bubbel - wat bedoel je?


22 juni werd het aangekondigd. Een congres van de landelijke christelijke organisatie Missie Nederland. Met als titel "Stap uit je bubbel". Dat leek mij een leuk congres om eens naar toe te gaan en om vanuit mijn wijkbubbel weer eens de christelijke bubbel in te stappen.

Bubbel?
Het congres ging uit van de inmiddels geaccepteerde visie dat iedereen in ons land in een bubbel verkeert. Wat bedoelen we daarmee? Op Psyblog.nl lees ik dat het gaat om "meer aandacht geven aan informatie die klopt met hun denkbeeld". Dit wordt versterkt door sociale media waar je langzamerhand je eigen nieuws kunt samenstellen en liken. "Zo verzeker je jezelf ervan dat je alleen met informatie geconfronteerd wordt die klopt met jouw wereldbeeld". Wat niet klopt met jouw wereldbeeld wordt weggezet als "nepnieuws", wat met President Trump nu een hot item is geworden.

Een christelijke bubbel?
Bestaat er zoiets als een christelijke bubbel? Jazeker. Die houdt zich op in allerlei christelijke bladen, tijdschriften en online magazines. EO Visie, de herstart van Uitdaging, Zoeklicht, Oogst, CIP. In omroepen als de EO en Family7. En in Goed Nieuws Radio. Daarin wordt nieuws verspreid, dat christenen interesseert en waar christenen graag meer over weten. Met christelijke conferenties, nieuws uit de christelijke wereld. En met nieuws uit "de wereld" waar christenen graag meer over weten, zoals wat er op medisch-ethisch gebied zich afspeelt in de wereld. 

Onbewust van de bubbel
Wie in een bubbel zit is veelal niet bewust dat hij zich ophoudt in zo'n bubbel. Je voelt je immers prettig en geniet van de dingen die om je heen gebeuren. Maar dat dit "om je heen" maar heel beperkt is, heb je niet door. De wereld om je heen bekijk je door de bril van de bubbel waar je in verkeert. En dat wordt bevestigt door wat je in de media hoort, ziet en leest. Christenen zijn zich dus ook niet bewust dat zij in een bepaalde bubbel verkeren. Ze denken er niet over na. Ze zijn niet gewend om over de muren van hun opgetrokken bubbel te kijken. Verder te kijken dan hun eigen bubbel. 

Uit de bubbel
Wie uit de bubbel stapt, wordt geconfronteerd met veel vraagtekens. Zoals Stefan Paas die in "Vreemdelingen en priesters" beschrijft: "Studenten die uit een van de plaatsen in de bijbelgordel komen, nog een tijdje het geloof weten te behouden in de bubbel van een christelijke studentenvereniging, en dan eindelijk het christelijk collectief moeten verlaten. Niet zelden zijn zij binnen de kortste keren het geloof kwijt. Hun geloof was in hoge mate sociaal ingebed". 


Hè, hè, eindelijk weer een blog

Ik zag dat het al een tijd geleden is dat ik hier mijn laatste blog postte: 1 januari van dit jaar.

Oorzaken? Veel werk die mijn tijd opslokten. Veel vrijetijdsbesteding die veel van mij vroegen. Tja, dan schiet er wel eens iets tussendoor. Zoals deze blog.

Inmiddels is er een verandering opgetreden in mijn werksituatie. Ik ben op weg naar het ZZP'er zijn. En krijg daarvoor fulltime de gelegenheid van mijn werkgever, de gemeente Arnhem.

Dat geeft mij ruimte om minimaal een keer per week een blog op mijn beide blogpagina's plaatsen.

Veel leesplezier met mijn herstarte blog.


zondag 1 januari 2017

Villa Klarendal, 2016 een jaar christelijke wijkgemeenschap

Het jaar is voorbij. Een mooi en enerverend jaar wat mij betreft. Even een moment van terugkijken. Op weer een jaartje missionair in de wijk. Want voordat ik het weet, rijgen de jaren zich aaneen.

Dit jaar bestond Villa Klarendal al 11 jaar!!! Lang voor een pionierende plek. Dat bracht ons dan ook op de vraag of de Villa eigenlijk nog wel een pioniersplek is. De vraag stellen is die ook beantwoorden. Nee dus. En de volgende vraag: zitten wij als leidinggevenden dan nog wel op de juiste plaats. We kwamen tot de conclusie dat er nieuwe mensen nodig waren in de fase waarin het pionieren voorbij is en we op weg gaan naar meer stabiliteit en structuur. Of in ieder geval een andere manier van werken die minder bij ons past. In die verandering zitten we nog steeds. Mooie, spannende, nieuwe tijd. 

Dit zijn allemaal vragen op een hoger abstractieniveau, waar we ons als leidinggevenden mee bezig hielden. Dus ikzelf ook. Maar daar was op de Villa werkvloer weinig van te merken. Dat is zo mooi van die nieuwe fase: er zijn zoveel meer mensen betrokken en werkzaam dat het gewone, dagelijkse leven gewoon doorgaat. Dat is: de wekelijkse brunch en viering.

Praktisch voor de brunch: boodschappen doen, tafels dekken, eten voorbereiden, schoonmaken, afruimen, afwassen. Voor 20 mensen vrij eenvoudig met 2 mensen te doen. Maar tot onze vreugde strijgt het aantal bezoekers van de brunch naar rond 50 per week. Dat vergde aanpassing. Meer structuur in de afwas, niet iedereen brengt meer zijn eigen bordje en kopje langs. We hebben gelukkig heel praktisch ingestelde mensen, die dit snel inzien en dingen kunnen veranderen. Daar hoef ik mij niet tot in detail mee bezig te houden.

De viering is een ander aspect. Waren we eerst met vier "praatjesmakers": mensen die de preek van 10 minuten voorbereidden en de viering deden. Daaarna werden het er drie en na de zomer bleven we met twee over. De eerste zondag van de maand is "viering-vrij": lekker eten en wellicht een andere activiteit daarna. Houden we nog drie vieringen over. Een viering per maand is de kinderviering, waarin kinderen centraal staan en die ook qua inhoud op hen is ingericht. En twee vieringen waarin de kinderen naar hun eigen kinderbijbelclub gaan en de volwassenen kijken, luisteren, nadenken en verwerken over hun eigen verhaal. Na de zomer zijn we begonnen met een gastspreker per maand, wat als mooi effect had dat een 'gastspreker' werd ingevuld door drie eigen mensen en het praatje door een onervaren Villa gemeentelid.

De vieringen worden ook altijd qua inhoud voorbereid. Wat doen we en wie doet wat. Een rooster maken is meestal niet zo interessant. Wat mooi om dan te zien dat voor de tweede helft van het jaar het rooster door een nieuw iemand vanuit de Villa werd gemaakt. De vaste roostermaker viel weg. Een nieuwe kwam er voor in de plaats. Dat geldt voor het nieuwe jaar ook voor de oninteressante, maar o zo belangrijke, taak van de boekhouding.

Een laatste aspect voor het intern gemeenschaps villa gebeuren is de bijbelstudie- en gebedsochtend. Jaren hebben we zonder succes geprobeerd zo'n activiteit op te zetten. Een aantal jaren geleden is het vanuit de wens van enkele mensen uit de villa alsnog van de grond gekomen. En nu komen wekelijks rond de 10 mensen op maandagochtend samen om de bijbel te lezen en samen te bidden voor Villa Klarendal en bepaalde aspecten uit de wijk. Mede door deze bijbelstudies, die geleid worden door mijn vrouw Aneta, zien we dat mensen geestelijk en persoonlijk tot groei komen. Ze leren bidden in het openbaar. Ze leren de bijbel beter kennen en toe te passen.

Toen we begonnen met de "christelijke gemeenschap Villa Klarendal" vroegen we ons af of dit echt een stabiele gemeenschap zou kunnen worden. Als ik zo terug kijk zie ik dat die stabiliteit er is. Er is een vaste groep. Er is onderlinge betrokkenheid. Mensen zorgen voor elkaar. Mensen nemen verantwoordelijkheid voor taken of zijn bereid taken uit te voeren. En we zien ook dat er een ander soort gemeenschap ontstaat, die we "gemengde christelijke gemeenschap" noemen. Een gemeenschap waar iedereen zich bij thuis mag voelen die dat wil. Dat betekent dat we een gemeenschap zijn van gelovigen en ongelovigen die met elkaar optrekken. De ongelovigen zijn niet minder dan de rest en worden geaccepteerd zoals ze zijn. We zullen nooit onder stoelen en banken steken dat voor ons het geloof in Jezus de basis is voor dit werk. Maar daar mogen ongelovigen bij aanwezig zijn en van genieten. We manipuleren of dwingen mensen niet tot het geloof. Mensen mogen komen zoals ze zijn en zich aansluiten als ze dat willen. Wij willen als volgelingen achter Jezus aan gaan en bij die zoektocht mogen ook anderen zich voegen. Samen ontdekken waar Hij ons naar toe leidt.

Ik ben heel erg benieuwd naar een nieuw jaar en wat dat allemaal binnen de Villa gaat brengen. En waar Jezus, waar wij achteraan willen gaan, ons dit jaar naar toe leidt.

vrijdag 2 september 2016

Interview Rick in EO's Visie: "Het contact met mensen ontstaat spontaan"

Zo af en toe dan vangt een tijdschrift op wat wij in Villa Klarendal aan het doen zijn. In het programmablad Visie van de EO deze week een artikel over hoe wij in de wijk zijn komen wonen en hoe Villa Klarendal is ontstaan.
 
Veel leesplezier hier.
 

donderdag 28 april 2016

Een inclusieve gemeenschap

Ìk werd een tijd geleden getroffen door een woord. INCLUSIEF. Iemand zei tegen mij: "jullie zijn een inclusieve gemeenschap". Ik moest daar even over nadenken. En heb het in het digitale woordenboek opgezocht.

En het klopt. We zijn niet exclusief. Het tegenovergestelde. Waarin mensen worden uitgesloten. Waarin voorwaarden worden gesteld om ergens bij te horen. "Jij mag bij ons horen als je hier en daar aan voldoet". En als je er niet bij hoort, hoor je er niet bij.

Wij denken en doen anders. Iedereen die erbij wil horen, mag erbij komen. En sterker nog: wij kijken over gemeenschapsgrenzen heen. Zo was er eens een kennis die bij ons vrijwilligerswerk wilde doen. Zijn ervaring vanwege opleiding lag op het terrein van groen en jongerenwerk. Hadden we daar nu juist heel weinig werk voor binnen Villa Klarendal. Maar er was wel een plek bij de groengroep van een andere wijkorganisatie. Dus hadden we hem in contact gebracht met die organisatie. En ja hoor: een maand later was hij heel enthousiast aan het werk in het groen van de wijk.

Inclusief werken, dat is dus: niet alleen denken aan jezelf, maar ook aan anderen. Dat is: leven met iedereen die je tegenkomt. Meedenken met wie het moeilijk heeft, ongeacht zijn afkomst, geloof of wat voor geaardheid dan ook.

Als mensen ons vragen van wat voor geloof we zijn, denken ze snel in denominatie. En verwachten ook zo'n antwoord: protestants of katholiek of misschien zelfs pinkstergemeente of baptistengemeente. Maar ik zeg dan steevast: we zijn een WIJKgemeenschap. Als er dan echt iets exclusiefs aan onze gemeenschap is, is dat het een gemeente voor de wijk is. Pastoraat of diaconaat of welke andere religieuze -aat dan ook is niet gericht op de eigen geloofsgemeenschap, maar op de wijk als geheel.

Inclusief. Iedereen mag er bij horen. "Iedereen mag komen zoals hij is", zeggen we altijd tegen elkaar. Met zijn of haar leuke kanten, maar ook met zijn of haar moeilijke kanten. En dan komt de moeilijke kanten van inclusiviteit naar voren. Want je verwelkomt wel makkelijk mensen die makkelijk zijn in de omgang. Maar wat als die ander heel vervelend is, niet doet wat jij normaal vindt, zich heel vreemd opstelt of dingen zegt of doet die helemaal tegen jouw eigen opvoeding of normen ingaan. Dan wordt inclusiviteit moeilijk. Dan is er toch weer de neiging om de ander te corrigeren. Wat op zich niet verkeerd is, want als het slecht gaat met iemand die dat niet door heeft is het juist goed om te corrigeren. Maar mag die ander ook de ruimte krijgen om te veranderen? De tijd krijgen om het anders te gaan aanpakken?

Dan komt de werkelijke waarde van gemeenschap naar voren. Want in een grote exclusieve gemeenschap kun je de ander makkelijk ontlopen. Die mijd je gewoon. Daar heb je toch niets mee? Maar in een kleinere groep is dat moeilijker. Daar kom je die ander toch telkens tegen. Kun je die ander dan toch liefdevol benaderen? Om zelf moeite te doen die ander te aanvaarden zoals hij is?

Leuk woord. Inclusief. Maar in de praktijk van alledag binnen een kleine groep soms heel erg moeilijk. Maar we blijven ervoor gaan.

zaterdag 23 april 2016

Nieuwe wegen in Villa Klarendal

Uit mijn laatste column in Friesch Dagblad blijkt wel dat er veel is veranderd in Villa Klarendal. De basis van de christelijke gemeenschap staat. Er is onderlinge verbondenheid. Er is het verlangen om God te zoeken. Er zijn relaties in de wijk waarin ook leden hun plekje hebben gevonden. 

Als pionierende leidinggevenden worden we nu soms gewezen op vraagstukken waar we geen antwoord op hebben. Waar blijven de roosters voor de komende maanden? Hoe kunnen we mensen helpen verder door te groeien in discipelschap midden in het leven en de wijk? We zien een verlangen naar verdieping waar wij geen antwoord op kunnen geven.

Daarom zijn we nu een proces ingegaan om het leiderschap te vernieuwen en te verbreden. Dat stelt ons voor interessante vragen waar we eerder niet op waren gekomen. Leiderschap heeft immers invloed op de cultuur van de gemeenschap. We zijn nu een inclusieve gemeenschap. Verwacht je van nieuwe leiders dat ze zich ook zo opstellen, of mogen zij hun eigen visie daarop hebben? 

Ook de vraag naar wat leiderschap nu wel of niet is, is interessant. Zijn mensen uit het eigen midden geschikt om leiding te nemen? En heeft een ontkennend antwoord te maken met onze eigen visie op leiderschap? Want veel christenen denken bij leiders aan hoogopgeleide mensen, die gewend zijn aan de vergadertijgerende cultuur in ons land. Kunnen hulpverlening ontvangende mensen geen leiders zijn? 

Het zijn vragen waar we niet uit zijn en waar we op zijn Villa Klarendal's mee omgaan: zoekend en tastend gaan we door op de ingeslagen weg. We hebben mensen uit de gemeenschap onze zoektocht al voorgelegd en weten dat dit nu ook hun zoek(en vooral gebeds)tocht is geworden.

En binnenkort organiseren we een open avond om geïnteresseerden kennis te laten maken met Villa Klarendal. Interesse om deel te worden van Villa Klarendal? 2 Juni staat voorlopig gepland. Neem contact op.

donderdag 31 maart 2016

Column Friesch Dagblad 87 (de laatste): einde van een nieuw begin

Afgelopen jaar vierden we met Villa Klarendal ons 10-jarig bestaan. Tijd om terug te blikken. Is er in die tijd iets veranderd, of is alles hetzelfde gebleven?

We begonnen experimenteel met nauwelijks een voorbeeld in Nederland. En ook nog gemengd: met een team van Youth for Christ doordeweeks en een vrijwilligersteam in de avonduren en in de weekenden.

We begonnen in onze wijk de plannen bekend te maken.“Helemaal geen behoefte aan” was de reactie. “Dergelijke zeepkistenchristenen die de wijk wel even zouden bekeren en daarna weer snel doortrekken, pasten niet in hun werkwijze.” Dus gingen we zonder toestemming van de wijk aan de slag.

Met vele jongeren kwamen we in contact tijdens de Youth for Christ tijd. Een deel daarvan kwam ook naar de vieringen. Toch waren die vieringen vrij vaak eenrichtingsverkeer. Wij werkten en vertelden. De bezoekers consumeerden en ontvingen. En vonden het prachtig wat wij allemaal deden. Een restaurant met bediening met daarna vrijwillige pastores die je ook nog geestelijk bedienden. Heerlijk in een woord. Voor de bezoekers.

Maar voor ons was het pezen. ’s Morgens vroeg op zondag klaar staan en als echtpaar om en om het praktische deel dan wel de vieringen verzorgen. Mooi pionieren. Waarbij ik denk aan de momenten dat we voor het eerst werden geconfronteerd met de waterleiding die buiten de deur de hoofdkraan had. Waardoor we tijdens de eerste strenge winter prompt een bevroren waterleiding hadden. Dat werd geïmproviseerd door met jerrycans water vanuit ons huis naar het pandje te sjouwen. En toen we dat eenmaal wisten, lieten we de kraan tijdens vorstmomenten zachtjes druppelen.

Alle tijd werd in die eerste periode opgeslokt door het nieuwe werk. Doordeweeks naast het werk met mensen bezig en voorbereiding voor de praatjes. In het weekend de voorbereidingen voor de zondag en de vieringen. En niet te vergeten de afruiming met het schoonmaken van de wc, die niet altijd erg schoon werd achtergelaten, en het zuigen van de zwarte vloerbedekking die altijd was bedekt met eierresten, wat het zuigen zo heerlijk makkelijk maakte.

Vijf jaar geleden kwam de grote ommekeer. Het project van Youth for Christ werd doorgestart als christelijke wijkgemeenschap, een lokale kerkgemeenschap. We moesten gaan nadenken over echt gemeente-zijn: doop, avondmaal (maaltijd van Jezus), lidmaatschap. Allerlei vragen kwamen boven waar we ons nog nooit over hadden gebogen.

Terugkijkend is er veel ten goede veranderd. Het eerste pionieren onder de vlag van Youth for Christ is voorbij. We hebben er een supervisiegroep naast gekregen om te sparren over het werk. Dat was in die eerste periode niet mogelijk, waardoor we op elkaar als teamleden waren aangewezen. En dat was zeker niet altijd makkelijk.

Verder zien we dat onze plek in de wijk is verdiept. Vroeger moesten we leuren om onszelf bekend te maken en om te kunnen meedoen met activiteiten. Nu merken we steeds vaker dat we bij activiteiten gevraagd worden. “Want jullie zijn belangrijk in de wijk”. Wat een verschil met die eerste periode. We hebben nauw contact met welzijnsorganisaties en met het inloopcentrum van de katholieke kerk. Wat ook komt doordat we midden in de wijk zitten, in het multifunctionele centrum, waar de anderen ook verblijven.

Binnen de gemeenschap zien we ook groei. We hoeven het niet meer alleen te doen. Rondom ons is een “leidersschaps-plus” groep ontstaan van ongeveer tien mensen die zich medeverantwoordelijk voelen voor het werk van Villa Klarendal. Niet alleen meer consumenten, maar steeds meer mensen die op allerlei niveaus meedenken over het wel en wee van onze gemeenschap. Er is eigenaarschap gekomen bij die tien extra.

Zo kom ik tot de conclusie dat er een einde is gekomen aan het nieuwe begin. De eerste periode van puur pionieren is afgelopen. De pioniersgemeenschap heeft plaatsgemaakt voor een continue gemeenschap van ongeveer vijftig mensen die wekelijks bij elkaar komt. Dat is ook de reden dat de redactie heeft gemeend dat aan deze column een einde kan komen. Er komen andere vragen, die horen bij een reguliere kerk of gemeente. Dat wil niet zeggen dat we niet meer pionieren. O, zeker niet. We zien nog heel veel nieuwe uitdagingen. Op gebied van multiculturele contacten. Bij de yuppen in de wijk. Bij de culturele modemensen in de wijk. Allemaal groepen in de wijk die we nog niet bereiken.

En dan spreken we nog niet over nieuwe wijken waar we inmiddels ook een bruggenhoofd in hebben en waar zo maar een nieuwe Villa van start zou kunnen gaan. Wilt u daarover blijvend worden geïnformeerd, surf dan naar mijn blog http://missionairarnhem.blogspot.com of naar http://www.villaklarendal.nl.

Villa Klarendal is ook op facebook en twitter te vinden.

Dus ik neem hier als columnist afscheid van u. Maar blijf gewoon doorgaan in het werk dat ooit is gestart. God verandert niet. Hij staat aan de basis van het werk. Hij zal het ook voortzetten. Met mij. En straks ook zonder mij.

woensdag 30 maart 2016

Interview in Friesch Dagblad vandaag: Pionieren, blijf steeds bij jemissie

Vandaag is een interview met mij, samen met mijn laatste column, verschenen in Friesch Dagblad (http://www.frieschdagblad.nl/index.asp?artID=71046). Lees hieronder de tekst ervan.
Ruim zeven jaar schreef missionair gemeentestichter en buurtpastor Rick Jansen in het Friesch Dagblad over het gemeentestichtingsproject Villa Klarendal in Arnhem. Inmiddels is het een zelfstandige kerkgemeenschap geworden. In zijn laatste column blikt Jansen terug op de afgelopen tien jaar in de Arnhemse achterstandswijk. 
Toen hij met zijn vrouw in Klarendal begon, bestond er nog weinig op dit gebied. ,,Er waren een paar initiatieven van gemeentestichting in Nederland, maar die deden dat op de 'oude manier’: plaats leden van je gemeente in een andere wijk, en begin daar als kerk opnieuw", vertelt Jansen. ,,Er werd vooral van binnen de kerk naar buiten gedacht, in plaats van te beginnen bij de wijk zelf."
Jansen kwam in die tijd twee mensen tegen die op een geheel andere wijze bezig waren: Matthijs Vlaardingerbroek die een christelijke gemeente was begonnen in een volkswijk in Den Haag en Daniel de Wolf die een gemeenschap stichtte in een achterstandswijk in Rotterdam. ,,Bij hen zag ik wat het betekent om kerk en christen in de wijk te zijn. Deel uit te maken van de wijk, en aan te sluiten bij de behoeften die daar leven."
Jansen verdiepte zich ook in de Fresh Expressions in Groot-Brittannië en de emerging church-beweging uit de Verenigde Staten, die beide experimenteerden met nieuwe kerkvormen. Hij was erbij betrokken toen de emerging church-beweging begin 2000 ook overwaaide naar Nederland. ,,Er werd een begin gemaakt van het omploegen van de aarde in christelijk Nederland. Er kwamen mensen op af die interesse hadden om nieuwe vormen van kerk-zijn op te zetten, maar niet wisten hoe ze moesten beginnen. Daar heeft deze beweging een rol in gespeeld. Het motto was: doe het zoveel mogelijk met de gevestigde kerken, maar wacht niet langer, begin met experimenteren."
In de afgelopen tien jaar is de term missionaire gemeente een veelgehoord begrip geworden. In 2012 bestempelde de Protestantse Kerk in Nederland pionieren tot een van haar speerpunten. ,,Na een eerste lichting van pioniers zag je meer initiatieven ontstaan. Naast de PKN zien ook andere kerkverbanden en organisaties missionaire gemeentes niet meer als iets vreemds, maar hebben ook zij dit 'binnengehaald’."
Geen geld
Jansen is blij met de toegenomen aandacht voor pionieren en missionair gemeente-zijn. Wel signaleert hij dat er in het algemeen bij pioniersgemeenten vrij veel geld gaat naar de aanstelling van pioniers. Dat draagt vaak niet bij aan de continuïteit van een nieuw initiatief, ziet hij. ,,Een punt van discussie is hoe snel zo’n nieuwe gemeente zelfstandig is. De PKN ging bij de eerste pioniersplekken uit van een termijn van drie jaar. Al snel was duidelijk dat dat absoluut niet lukte. Ik heb elders gezien dat sommige pioniersplekken weer verdwenen omdat er geen geld meer was voor de aanstelling van de pionier. Een fulltime kracht die de kar trekt is wat mij betreft geen goede ontwikkeling."
Jansens advies is: zorg ervoor dat je met een team verantwoordelijk bent voor een kerkplanting. ,,Eventueel met een parttime betaalde pionier. Juist wanneer je met vrijwilligers werkt, vraag je sneller mensen uit de wijk om mee te helpen, waardoor je doelgroep eerder participeert in de (kerk)gemeenschap."
Bovendien moet je voorkomen dat alleen afgestudeerde theologen in het kerkplantingswerk terecht komen, meent Rick Jansen. ,,Onze ervaring is dat je wel twee jaar nodig hebt om zelf een denkverandering mee te maken. Om niet vanuit je eigen achtergrond in de wijk te werken, maar om echt vanuit de wijk te leren denken. Je moet als het ware je eigen achtergrond vergeten en je helemaal identificeren met de mensen in de wijk. Voor net afgestudeerde theologen, die vooral theoretische scholing hebben gehad, is dat vaak niet gemakkelijk. Het gevaar bestaat dat je toch weer met vieringen begint die te hoog gegrepen zijn, of dat je te veel verwacht van mensen."
Jansen pleit daarom voor een combinatie van theologen en mensen die een baan in de samenleving hebben. Cruciaal is wat hem betreft: wonen in de wijk. ,,Anders ben je geen deel van het geheel, maar een professional die de wijk even binnenkomt, maar ook weer verlaat." 
Geen vreemde
Begin niet zelf met het organiseren van allerlei activiteiten, maar probeer zoveel mogelijk op plekken in de wijk te zijn waar mensen al zijn, adviseert Jansen. ,,Dat scheelt tijd, en het zorgt ervoor dat je op een natuurlijke manier contact krijgt met mensen." Zo werd hij zelf jaren geleden computerdocent in het wijkcentrum in Klarendal. ,,Dat was een bestaande activiteit van een welzijnsorganisatie. Je leert mensen kennen en bent niet meer een vreemde van buitenaf, maar een bekende van binnenuit. Je ontmoet hen. Het gaat over ditjes en datjes, over de dingen uit het dagelijks leven. Van daaruit kom je ook tot diepere gesprekken en raken mensen soms geïnteresseerd om naar Villa Klarendal te komen voor een viering. 
Een valkuil voor elke kerkplanting of pioniersplek is dat die zich na verloop van tijd toch weer meer naar binnen richt. ,,Wij hebben in Villa Klarendal drie speerpunten: de wijk, gemeenschap en leven met God. Geregeld zie je de neiging ontstaan om meer gericht te zijn op gemeenschap en pastoraat, dan op de wijk. Natuurlijk zijn die twee belangrijk, maar je moet niet vergeten dat de wijk net zo belangrijk blijft. Want daar ligt uiteindelijk je missie."

zondag 20 maart 2016

God in Nederland: ervaring met present zijn in de wereld

Ik las vandaag een interview op NieuwWij over het rapport "God in Nederland". Een interessant interview. Een interessant rapport.

Er blijkt in Nederland veel onzekerheid te zijn rondom religie. Daarover zegt de geïnterviewde:
Ik denk niet dat je onzekerheid kunt repareren met een mooie boodschap. Wel kun je mensen laten zien dat jouw traditie, jouw verhalen, heel veel diepgang hebben. Zonder dat je er op uit bent om ze met waarheden te overspoelen. Belangrijker nog is dat kerken gaan doen, present zijn in de wereld. Voordoen heeft meer invloed dan voorschrijven. De pioniersplekken zijn wat dat betreft goed op weg denk ik.

Villa Klarendal bestaat al 10 jaar en kan als zo'n pioniersplek worden gezien die al iets verder op weg is. Midden in de wereld zijn en daar als kerkelijke gemeenschap aanwezig (present) zijn. En nog steeds leren we bij.

Present zijn betekent wat ons betreft: samenwerken met wijkorganisaties. Geen pretenties hebben dat wij het wel even vertellen en doen. Luisteren naar anderen met meer ervaring in de wijk. Ruimte geven aan mensen om ons te leren kennen en met ons te eten. Ruimte geven aan wijkbewoners om alleen met ons te eten en hen niet verplichten om deel te nemen aan onze vieringen. Vieringen die zijn aangepast aan de leef- en denkwereld van wijkbewoners. 

Die ervaringen wil ik graag delen. En heb daar nu ook meer tijd voor. Neem rustig contact op als je er eens iets meer over wilt weten. Ik kom graag iets vertellen. Of laat je graag onze mooie wijk zien!

woensdag 24 februari 2016

Column Friesch Dagblad 86: De naakte waarheid: eng of bevrijdend?

"Op zijn zondags gekleed". "Er paasbest uitzien". "Je zondagse gezicht opzetten". Zomaar wat uitdrukkingen over onze eerste dag van de week, waar wij als christenen zoveel waarde aan hechten.

"Er heerst hier geen code zoals in andere kerken". "Het lijkt wel of iedereen maar wat doet". "Ik voel dat ik helemaal mezelf mag zijn. Gewoon, zoals ik praat, als ik een keer baal, als ik lol wil maken". "Ik voel me hier naakt. Mag hier helemaal mezelf zijn". Zomaar wat uitspraken die we de afgelopen jaren bij Villa Klarendal te horen kregen.

Het geeft te denken. De gedragscodes die veel kerken kennen, zijn onderdeel van de cultuur. Niet opgelegd, maar onbewust doe je eraan mee. Want "zo hoort het toch?" Wie naar de kerk gaat, gaat toch mooi gekleed? Want je gaat toch voor de Heer(e)? En Die mag je toch eren met het beste wat je hebt? Maar het beste wat je hebt, wordt blijkbaar materieel ingevuld. En met die mooie buitenkant ontstaat vanzelf een bekleding van jezelf, waardoor je jezelf niet meer laat zien.

"Ik voel mij naakt". Een prachtige uitspraak van een van de bezoekers. Als een Eva die na de zondeval zichzelf en haar man Adam bekijkt en tot haar schrik de naakte waarheid met andere ogen bekijkt. Mooi is dat. Wie bij ons komt, mag zonder poespas of opsmuk zichzelf laten zien. "En wie ben jij?" lijkt de vraag te zijn die onderhuids gesteld wordt. En dat ben je helaas niet gewend als je uit een gemiddelde Nederlandse kerk of gemeente komt.

Daar gaat het meer over vragen als "ben je wel bekeerd", "doe je wel de goede dingen", "zie je er goed uit", "ben je wel vervuld of gedoopt in de Geest". Vragen die de buitenkant en voor een deel de binnenkant raken. Maar die blijkbaar niet het gevoel geven dat je er bij mag horen of totaal jezelf mag zijn. Er is toch vaak sprake van bedekking. Zoals Adam en Eva hun naakte lichaam bedekten met vijgenbladeren, bedekken wij ons met regels en wensen, waardoor wij de naakte waarheid van onszelf niet hoeven te laten zien. In onze wijk komen we veel "probleem"mensen tegen. Die komen ook bij ons. Zij voelen zich vaak in het hokje van "probleem" gezet. Waar zij bij ons zich weer "mens" voelen. Een mens met een probleem.

Ik had het daar deze zondag nog over met mijn mee etende buurtgenoot. Welk mens heeft geen problemen? Iedereen heeft ze. Alleen hebben hoger opgeleiden geleerd ze een plek te geven. Of ze netjes te verstoppen. In die zin is iedereen een "probleem mens". Wat blijkt als je mensen voorstelt een coach te nemen? Hun eerste reactie is: ik heb toch geen probleem? Hoe vaak heb ik in christelijke kerken niet meegemaakt dat iemand geen problemen had, totdat hij ineens verkondigde te gaan scheiden, in zware financiële problemen bleek te zitten of zonder vooraankondiging zich van het leven beroofde.

Wat zou het heerlijk zijn om eens geen masker op te hoeven doen. Te komen zoals je bent. Eng. Maar na verloop van tijd bevrijdend. Met Jezus als voorbeeld: “Kom tot Mij allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal je rust geven.”

woensdag 10 februari 2016

Bijdrage kerken in denken over armoede

Gelezen in Friesch Dagblad 23 januari 2016

Kerken in Nederland geven een waarschuwingssignaal af: er dreigt in ons land een nieuwe verzuiling. Niet met levensovertuiging als onderscheidend element, maar arm en rijk. Het aantal mensen dat in financiële problemen zit en/of heel grote moeite heeft om het huishoudboekje op orde te houden, groeit. De omvang van het probleem is groot; nu zit ruim 10 procent van de Nederlandse huishoudens in de probleemzone en dat percentage groeit. De waarschuwing van de kerken is niet de eerste.

Maatschappelijke organisaties en enkele politieke partijen zeggen het al gedurende een aantal jaren. Maar de waarschuwingen helpen niet - de kloof tussen rijk en arm wordt groter. Er kunnen veel genuanceerde verhalen worden gehouden over wat armoede in Nederland is, over het accepteren van verschillen in inkomens en van welstand. Die verhalen blijken vaak te werken als een gordijn van mist. In het publieke leven, bijvoorbeeld in media en in de politiek, wordt in verhouding weinig aandacht besteed aan de problemen die een stempel drukken op veel gezinnen.

Een kenmerk van de ´oude´ verzuiling was het gebrek aan contact tussen de zuilen. Gereformeerde kinderen speelden niet met katholieke kinderen en kinderen uit socialistische gezinnen speelden met geen van beiden. In de nieuwe verzuiling is ook sprake van het langs elkaar leven van de armen en de rijken. De armen zijn vooral met hun ´kleine´ dingen bezig: kan ik een cadeautje kopen dat mijn kind kan meenemen als het voor een verjaardagsfeestje is uitgenodigd? De andere zuil, die van de welgestelden, bedenkt zo´n vraag niet eens. De beter gesitueerden hebben andere vragen: welke caravan zullen we kopen? Of: wordt het niet weer tijd voor een nieuwe, bijdetijdse jas?

Tussen beide groepen groeien vervreemding en verharding. Er ontstaan over en weer stereotype beelden, waarin van de ´anderen´ vaak een karikatuur wordt gemaakt. De arme kant van Nederland delft in veel opzichten het onderspit. Sociale contacten worden minder, armen nemen steeds minder deel aan de samenleving, ze zijn minder gezond en ontwikkelen wrok en onverschilligheid jegens de samenleving. De gevolgen zijn, zo blijkt steeds weer uit onderzoek, ernstig en langdurig. Kinderen lopen achterstanden op in het meedoen in de samenleving en ze ontwikkelen een gevoel van onmacht, berusting en apathie. En van verzet tegen de heersende klasse. Ook in de politiek. Dagelijks zien ze hun houding gerechtvaardigd; de politiek rekent vooral naar zichzelf en ´doet maar´. De VVD-plannen voor luxe huizen in de duinen zijn een sterk voorbeeld.

Meer dan 10 procent van de huishoudens heeft dagelijks een financiële strijd en de VVD bedenkt mooie woningplannetjes, voor rijke mensen. De kerken zijn niet de eerste die aandacht vragen voor Nederlanders die niet kunnen meekomen. Maar hun bijdrage is meer dan welkom. De kerken hebben immers een eigen verhaal over verantwoordelijkheid naar mensen zelf en naar andere mensen. En de kerken hebben een verhaal dat nergens anders te krijgen is, namelijk het verhaal van rechtvaardigheid, met als spits barmhartigheid.

donderdag 21 januari 2016

Column Friesch Dagblad 85: Geloof gericht op heel het leven

Wij willen holistisch leven". Dit is nog steeds een van de hoofdwaarden van de christelijke wijkgemeenschap VillaKlarendal. Een term die een beetje ‘eng’ klinkt voor de gemiddelde christen, die het al snel associeert met de New Agebeweging die aan dit begrip een eigen invulling heeft gegeven. ‘Integral mission’ heet het in de zendingswetenschappen en dat komt dichtbij wat wij bedoelen. Het leven in zijn totaliteit als christen leven en elk aspect daarvan als waardevol accepteren. Niet het geestelijke staat centraal, maar alle aspecten van het leven zijn even belangrijk, waarbij het geloof natuurlijk een belangrijke basisvoorwaarde is.

Zo kan het zijn dat mensen bij ons komen met financiële vraagstukken, met moeite op sociaal gebied, met huisvestingsvraagstukken. We vinden het belangrijk, wuiven het niet weg met een geestelijk sausje als ‘we zullen ervoor bidden’. Nee, we bidden ervoor en kijken met mensen hoe de vraagstukken het beste opgelost kunnen worden. En meestal hebben wij niet de oplossing, maar wel een van de instanties met wie we samenwerken.

Ik zie een nieuwe beweging ontstaan die het omgekeerde lijkt te zeggen. Aanbid God met heel je hart (wat betekent: zing liederen en kom in een bepaalde sfeer), laat Hem je leven leiden. En bid Hem voor alles en het zal ook gebeuren. Mooi, prachtig, geweldig dat men zo radicaal wil leven. Maar ook eenzijdig en alleen gericht op het geestelijk/spirituele deel van het leven.

Zo had mijn vrouw last van hevige spierpijn. Een vriend van onze zoons hoorde het en opperde ervoor te bidden. Want dan zou de spierpijn wel weggaan. Tja, maar God heeft het lichaam gemaakt om te werken én te rusten. En spierpijn is een manier van het lichaam om ons te melden dat er even rust moet worden ingebouwd. Door God ingegeven waarschuwingsmechanismen die we niet te vuur en te zwaard als geestelijke strijd met gebed te lijf moeten gaan.

Ik vind dit altijd lastig. Want ik gun mensen een radicale omgang met onze hemelse Vader. En ik zal de laatste zijn om te oordelen over het geloofsleven van anderen. Toch vind ik het jammer dat een nuchtere kijk op het leven van alledag en het besef dat God alles heeft gemaakt tot zijn eer daardoor soms teniet wordt gedaan.

Zo zie ik soms vreemde mengelingen ontstaan. Milieu lijkt voor sommige christenen een tweederangs aangelegenheid. Want God zorgt toch wel voor ons, waarom zouden wij dan nog voor die omgeving moeten zorgen? We ‘praisen’ erop los in onze zondagse samenkomst, terwijl de wijk waar de kerk samenkomt op overlevingsstand staat. En dan bidden we dat ‘die mensen’ snel bij ons binnen mogen komen. Het enige wat de wijk van ons ziet en hoort zijn de zondagse wekkerdiensten waar niet iedereen blij mee is en de auto’s die her en der geparkeerd staan in de toch al overvolle wijk.

Holistisch, integraal leven. Dat is mét mensen leven. Niet naast hen. Oog hebben voor de pijn en moeite van alledag. Dat niet weg praisen en worshippen. Maar samen de pijn ervaren, beleven en kijken hoe het beste hulp kan worden geboden.

zondag 27 december 2015

Na de kerstgedachten

Kerst is een mooie periode om even te bezinnen en na te denken. Ook al zijn het wat mij betreft maar drie dagen.

Soms kan het lezen van kranten daarbij een hulp zijn. Afgelopen donderdag vielen drie kranten bij mij door de bus. De zaterdagkranten van kerst. Allen met kerstbijlagen. 

Het Nederlands Dagblad plaatste een prachtig essay van Rien van den Berg onder de cryptische titel "Midden in het kalifaat een kribbe".

Ik ga het essay niet herhalen, maar pak er wat uit om daar hier verder op door te gaan.

Hij komt tot de interessante conclusie 'ik heb nooit iets gehad met Kerst'. De eerlijkheid gebiedt dat dit niet altid voor mij heeft gegolden. Kerst was voor mij jaren het feest van licht, warmte, liefde, vrede en gezelligheid geweest. Toch begon er langzamerhand iets te knagen. Het uiterlijke vertoon. De koopwoede. De must om die twee dagen tot het meest gezellige van het jaar te maken. De opgelegde lieflijkheid en zoetigheid die ermee gepaard gaan. De overdreven aandacht voor het mindere, die we de rest van het jaar weer terug in de hoek gooien. 

Dus hebben wij als echtpaar besloten dit jaar geen tijd te besteden aan het extra verlichten en optuigen van het huis, wat we na twee weken weer hadden moeten aftuigen. We besloten als Villa Klarendal niets extra's te doen voor het mindere. De traditionele kerstpakkettenactie, met de gebruikelijke hebberigheid erbij, zetten we aan de kraak en ruilden we om voor een nieuwe traditie in de wijk, de herdertjestocht.

Iets doen voor de mindere, dat is een opdracht voor het hele leven, voor 365 dagen in het jaar. Niet voor slechts 2 dagen. Daar willen we graag voor gaan, ook het komend jaar. En liefst mèt de mensen die het minder hebben, niet vóór hen.

Nog een ander citaat uit het essay raakte me:

Een vrouw, niet-gelovig, bezocht in dit dorp (het dorp van de schrijver RJ) twee weken geleden een kerkdienst. Ze moest huilen van geluk omdat ze het gevoel had dat ze thuis kwam. Ze zocht op internet alle liederen bij elkaar die we gezongen hadden en zingt ze de hele dag. Ook bidt ze. Maar ze gelooft niet, zegt ze stellig. Want met God - een heerszuchtige, dominante Man immers - kan en wil ze niet door een deur.

Na een hele verhandeling concludeert van den Berg:

Ineens denk ik: ik hoop nu nog maar één ding. Dat ze in de wereld van leugenachtig licht en suikerwerkmuziek op een verloren moment een deur binnenstapt, zoals ze die twee weken geleden binnenstapte. En dat ze dan mensen bij elkaar ziet, en dat ze zich er thuis voelt, opnieuw. En dat zij dan een dominee tegenkomt die in de donkerte van de dagen de weg van Jezus durft te gaan, die het aandurft klein en weerloos voor de kudde te gaan staan, en maar gewoon vertelt.

Wat me hierin aanspreekt is, dat ik de reactie van de vrouw herken. Mensen voelen zich in deze tijd verweesd. Alleen, zonder zekerheden om hen heen. De kerk is zo vaak de plek waar mooie verhalen worden verteld, maar waar ook dogma's boven de liefde lijken te worden gesteld. Die komen hard over. Zonder liefde voor de persoon.

Liefde en warmte zijn er ineens weer tijdens de kerstdagen. Om vervolgens daarna weer te worden ingewisseld voor de dominantie van leiders, kerkenraden of andere mensen die menen de waarheid in pacht te hebben. 

De herkenning is dat we dit regelmatig terughoren. "Het is of ik hier thuis kom" als mensen de brunch van Villa Klarendal binnenstappen. En "ik vind het zo mooi en saamhorig hier, maar ik geloof er niets van". "Wat doe je hier dan?" is dan vaak de niet, en soms wel, uitgesproken reactie in kerken. Want wie hier komt, moet toch geloven? En kerkmensen die bij ons binnenstappen voelen zich onzeker. Er lijkt geen regel te heersen. Alleen "kom zoals je bent...", wat betekent dat je jezelf mag laten zien. En dat voelt, zoals iemand onlangs zei, alsof je naakt bent. Je mag jezelf tonen. Weg met de zelfgemaakte geestelijke bladeren. Terug naar je oorsprong. 

Ruimte om thuis te komen. Om tot rust te komen. Weg uit de drukte, pijn, onzekerheid, geweld van alledag. Luisterend naar de waarheid uit de bijbel. Iedereen mag ervan genieten. Zich openstellen voor de liefde die Jezus geeft. Met de houding van Jezus zitten we gelijkwaardig aan tafel. Allemaal naakte mensen met ieder de pijn die het leven hen heeft aangedaan. Jezus is mijn pijn binnengekomen en heeft hem van mij overgenomen. Wat niet wil zeggen dat ik die pijn niet meer voel. En vanuit die ervaring proberen we mensen tegemoet te treden. Ongekunsteld, zonder theater of podium. Soms moe van de week. Soms moe van de eigen zwakheden waar ruzie in het gezin, met de buren, of depressie uit voort komen. En daar dan maar gewoon voor uit komen. Sorry, nu even niet, nu ben ik moe. Geen gekunstelde lach, waar iedereen het leed doorheen ervaart.

Kom met je naakte zelf. Nu en alle andere 364 (en komend jaar zelfs 366) dagen.

woensdag 16 december 2015

Column Friesch Dagblad 84: De nare smaak van spreken over Parijs

13 november 2015 staat in ons geheugen gegrift. Opnieuw is er een toon toegevoegd aan het negatieve akkoord wat over de islam wordt uitgespeeld. Die moslims moeten zich nu maar eens uitspreken. Er wordt verantwoording gevraagd van mensen die hetzelfde geloof aanhangen als die terroristen die Parijs hebben aangevallen.

Ik heb met gemengde gevoelens gekeken naar de berichtgeving over Parijs. In het begin was ik nog geïnteresseerd, benieuwd naar de achtergronden. Maar toen mijn lokale dagblad al voor de zevende dag op rij met zwarte randen nieuws uit Parijs bracht, begon ik mij af te vragen wat voor nieuwsgaring dit nu was. Vrije nieuwsgaring of loutere propaganda? Want alles wat maar enigszins nuancerend was, werd geweerd of naar andere pagina’s gedirigeerd.

Het was duidelijk: die moslims, die moslims toch, wat deden ze ons aan? Waar hadden wij dit aan te danken? We hadden ze toch alle ruimte geboden, waarom maakten ze daar dan zo misbruik van?
Het bekende dubbele gevoel wat de goede lezer van mij kent bekroop mij weer. Want: vrij? Er lijkt zich een teneur af te tekenen waarin de moslim een tweederangs burger wordt. Iemand die bij de gratie van onze tolerantie hier mag wonen, maar voor de rest met heel veel argwaan wordt bekeken en benaderd. Enige tijd geleden organiseerde de gemeente Arnhem een gesprek over samen in Arnhem waarin groepen bewoners met elkaar in gesprek gingen over radicalisering. Met name de moslims spraken van de pijn die zij ervoeren over het tweederangs burger zijn. Goed opgeleid en enthousiast solliciterend naar een plekje op de arbeidsmarkt worden zij af geserveerd.

Een prachtig voorbeeld was een jongeman met lange baard en djellaba. Hij begon te spreken over zijn passies en liefde voor jongeren. Over zijn identificatie met moslims terwijl hij geen moslim is. Mar hij werd er wel vaak op straat over aangesproken. Hij ziet er toch uit als een moslim?
De hokjes doorbreken. Niet denken in termen van "jij bent zo en denkt zo, omdat je er zo anders uitziet, die andere achternaam draagt of dat andere geloof aanhangt". Ik was blij met die ene andere noot die tijdens de vele gesprekken werd gespeeld. Nationale knuffelmoslim Ali Bouali sprak zich uit als moslim en over het belachelijke daarvan. Want we hadden hem toch al aanvaard als rapper en nationaal humorist? Waarom dan nog verantwoording?

Gisteren kwamen de Nederlandse bisschoppen met de brief ‘Herbergzaam Nederland’, waar indringend werd ingegaan op de vluchtelingenvraagstuk dat voor sommigen direct verbonden is met de komst van ‘grote groepen moslims naar ons land’. De bisschoppen schrijven: ‘Goed samenleven is een verantwoordelijkheid van ons allemaal. Wij én de vluchtelingen hebben verplichtingen tegenover elkaar. Om in de vervulling van deze wederzijdse plichten vruchtbaar met elkaar op te trekken, dienen we de weg van de dialoog te bewandelen. Vanuit onze gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor zo’n dialoog kunnen we op zoek gaan naar goede oplossingen met respect voor iedere medemens’.

In Arnhem zijn we al met die dialoog bezig. De afgelopen maanden zijn wij, christenen en moslims in onze wijk, begonnen met bezoeken aan de plaatselijke moskee, kerk en synagoge. Om in gesprek met elkaar te komen. Niet veroordelend of vingerwijzend. Maar open en eerlijk. Als een kind dat verwonderd kijkt naar die mooie zeepbel, keken wij naar al het moois dat deze wereld heeft voortgebracht. Met de verschillen ontdekten we veel overeenkomsten. Die boden aanleiding voor verder gesprek. Elkaar onbevooroordeeld tegemoet treden om open te horen wat die ander bezig houdt. Is dat niet veel mooier?