Zomaar een ochtend bij een van onze activiteiten. Veel bezoekers en een aantal enthousiaste vrijwilligers. Een van die vrijwilligers komt in gesprek met een vaste bezoeker. Na verloop van tijd trekken ze zich terug in een kleiner kamertje. Enige tijd later gaat de deur weer open en stapt een zeer blije vrijwilliger uit het kamertje, gevolg door een sjokkende bezoeker.
Na afloop bij de evaluatie hoor ik het verhaal. Het was een mooi gesprek met deze bezoeker van buitenlandse komaf. De vrijwilliger leidde het gesprek naar de vraag of de bezoeker 'zijn leven aan Jezus wilde geven'. En dat wilde de bezoeker maar al te graag. Dus heeft hij het zondaarsgebed meegebeden. Halleluja! Er is een nieuwe broer bijgekomen. Wij moesten het enthousiasme enigszins temperen. Dit was de vierde of vijfde keer dat de bezoeker telkens door een andere vrijwilliger 'tot de Heer was geleid'.
Dit gefingeerde, maar op de waarheid gebaseerde, verhaal komen we regelmatig tegen in ons werk. Neem een enthousiaste, meestal evangelische, vrijwilliger en een bezoeker die gewillig is te praten en te bidden en er ontstaat een sfeer waarin de een met de ander gaat bidden. U begrijpt, wij zijn iets voorzichtiger geworden met het bidden voor mensen om tot het geloof te komen.
Het zondaarsgebed werd ingevoerd in een tijd waarin mensen nog massaal naar de kerk gingen en dito werden opgevoed. Kerkgaan was de norm, niet-kerkgaan was de uitzondering. Iedereen wist waarover je sprak als iemand het had over zonde en schuld. In die tijd ontstond dit standaardgebed waarin mensen uitspreken dat zij spijt hebben van hun zonden, zich willen overgeven aan Jezus en vanaf nu een nieuw leven willen leiden. Een prachtig hulpmiddel waardoor in de loop van de jaren veel mensen het geloof in Jezus hebben gevonden.
Het gebed is verworden tot een formulier. Tot een hulpmiddel om iemand over de streep te trekken. Tot geloof komen, daar moeten we mensen naar toe trekken. Er worden indrukwekkende preken gegeven. Aan het einde wordt een oproep gedaan om naar voren te komen. De spreker spreekt met de mensen die naar voren zijn gekomen het zondaarsgebed uit. En voilà, in de volgende rondzendbrief van de spreker staat dat die zondag zoveel mensen als naar voren zijn gekomen tot het geloof zijn gekomen. Wat geweldig. Zoveel mensen. God is aan het werk. Het formulier gebruikt als een graadmeter voor eigen succes. Hoe meer mensen tot geloof komen, hoe beter.
Het standaardgebed uit de 19e eeuw kent een instant-gedachte: als je nu maar dit doet, dan lukt het wel. De mens teruggebracht tot een automaat waar je geld in stopt, waarna er uitkomt wat je zo graag wilt hebben. Mensen zijn niet instant, is mijn ervaring. Iedereen heeft in zijn leven zijn eigen ervaringen gehad. Geen enkel leven is hetzelfde. Net zoals elk mens volledig uniek is.
Geloven is een proces. Waarin God met een mens bezig is. De een staat aan het begin van die weg. De ander is al een aardig eindje op weg. In dat proces tussen God en een individueel persoon worden mensen gebruikt om die persoon dingen te leren. Mensen bijstaan op de weg die zij wandelen met God. Dat zie ik als mijn taak in deze tijd. Dat is een andere benadering dan die ander een formulier te laten uitspreken. Oog hebben voor dat proces leert mij ook om mezelf te zien als klein radertje in het grote geheel dat God wil doen in het leven van een persoon. Er komen veel verschillende mensen op ons pad. Die allemaal op hun manier Godzoekend zijn. De een ver weg, de ander dichtbij. Toch komen ze wekelijks bij ons. Omdat het gezellig is. Maar ook om meer over God te leren kennen. “Moeten we niet meer evangeliseren”, is mij wel eens door andere christenen uit ons team gevraagd. Uiteraard vanuit het wereldbeeld van het formulier. “Dat gebeurt al”, was mijn antwoord. We hebben veel contact met deze mensen. Komen ze op straat tegen, bij een doordeweekse activiteit en op zondag. Door met hen ons leven te delen, zien ze wat het betekent om christen te zijn. En gaan ze daar wellicht ook zelf naar verlangen. En tegelijkertijd komen ze met hun dagelijkse vragen bij ons. Waar wij een antwoord op mogen geven, vanuit onze eigen overtuiging. Maar wel met respect voor het pad dat die persoon aan het lopen is.
Soms past zo'n manier van leren geloven bij onze gedachten over hoe iemand tot het geloof moet komen. Iemand kan op dit moment in een new age sfeer zitten. Of nog verstokt katholiek zijn. Wij hebben dan de neiging om die ander te vertellen dat dit niet goed is. Bij ons komen mensen uit beide achtergronden. Sommigen zitten er nog diep in. Anderen beginnen een andere richting op te lopen. Niet veroordelen, maar naast de ander staan. Dat is onze werkwijze. Langzamerhand laat God zien aan die persoon wat hij of zij moet doen.
Samen op weg gaan. Dat is iets anders dan zomaar in het wilde weg het zondaarsgebed met iemand bidden. Het gaat uit van relatie. Het gaat uit van respect voor de ander. Waarbij we de waarheid niet vergeten te vertellen. Maar waarbij we de keuze wat daarmee te doen bij die ander laten.
Blog van Rick Jansen over leven en werken als kerkelijk pionier in een achterstandswijk
zaterdag 11 juni 2011
zondag 24 april 2011
Rick in Indonesia
Nog zes dagen en dan is het zover. Tussen 30 april en 29 mei ga ik een maand op reis naar Indonesie.
Ik zal er het een en ander over schrijven. Volg het op http://Rickinindonesia.blogspot.com.
Ik zal er het een en ander over schrijven. Volg het op http://Rickinindonesia.blogspot.com.
Missionair of theologisch
Afgelopen donderdag keken wij net als een miljoen andere Nederlanders naar The Passion. Het lijdensverhaal in een modern nederlands jasje met dito artiesten.
We bekeken het met onze tweewekelijkse huisgroep. Prachtig spel, prachtige songs. Maar na afloop keken we elkaar aan en zeiden 'is dit nu alles? Missen we niet wat belangrijke elementen?
Een dag later keken we met wat meer mensen uit Villa Klarendal de Nederlandse vertaling van de film Jesus. Tussendoor spraken we over The Passion. De meesten vonden het een hele mooie vertolking van het lijdensverhaal. Inclusief die liederen die zo meezingbaar waren.
Het zette me weer aan het nadenken. Welke bril zet ik op bij het kijken naar een programma. Theologisch gezien niet geheel zuiver. Missionair gezien zeer aansprekelijk.
We bekeken het met onze tweewekelijkse huisgroep. Prachtig spel, prachtige songs. Maar na afloop keken we elkaar aan en zeiden 'is dit nu alles? Missen we niet wat belangrijke elementen?
Een dag later keken we met wat meer mensen uit Villa Klarendal de Nederlandse vertaling van de film Jesus. Tussendoor spraken we over The Passion. De meesten vonden het een hele mooie vertolking van het lijdensverhaal. Inclusief die liederen die zo meezingbaar waren.
Het zette me weer aan het nadenken. Welke bril zet ik op bij het kijken naar een programma. Theologisch gezien niet geheel zuiver. Missionair gezien zeer aansprekelijk.
donderdag 24 maart 2011
Column Friesch Dagblad 30: Wijk 2.0
Een beetje lezer komt het de laatste tijd tegen. De ambtenaar die nieuw moet werken en al het oude moet afleggen. De school die niet meer ouderwets in de schoolbanken moet zitten met schoolboeken waaruit nog gelezen wordt en schriften waarin nog geschreven wordt. Het werk dat op een andere manier moet worden ingericht aan de normen van de huidige eenentwintigste eeuw. De overheid moet het totaal anders aanpakken en veranderen. Weg met het oude. Op naar het nieuwe. Op naar de toekomst. Op naar 2.0.
Het idealisme van 2010. Alles over naar web 2.0. Weg met oude wegen en structuren. Weg met oude relatievormen. Laat alles nieuw zijn. Laat alles anders zijn. Laat het 2.0 zijn. Het nieuwe leven verbindt mensen langs lijnen van de techniek. Ging het vroeger nog om kennis delen, nu gaat het om relaties. Sociale netwerken. Sociale media. Niet meer het eenrichtingsverkeer van oude media als tv en radio. Op naar de interactiviteit van het nieuwe.
Nieuwe kansen, nieuwe mogelijkheden. Ons ideaal van gelijkheid ingeleid door de kansen van de techniek. Als iedereen toegang heeft tot het web, kan iedereen op gelijke wijze daar gebruik van maken. Nu is het de tijd. Facebook, Hyves. Twitter of Yammer. Ze zorgen voor een nieuw elan dat degenen die ermee werken dolenthousiast maakt. Allerlei toepassingen worden naast elkaar gebruikt om het ons maar zo makkelijk mogelijk te maken. De echte man of vrouw die 2.0 is, is te herkennen aan het smartphoontje dat bijna constant in de hand is en waar constant mee wordt getypt. Niet meer aan het oor, maar aan het scherm.
Alles wordt nieuw. Een bijna utopisch vooruitzicht. Er komt een betere tijd. Die is 2.0. Daar moeten we vooral aan meedoen. Eenzaamheid opgelost. Iedereen achter de interactieve tv waar men de ander kan ontmoeten. Een prachtig voorbeeld zag ik in een zorgprogramma. De verpleegster in het verpleeghuis komt niet meer langs, maar zit in de een studio, waar ze contact onderhoudt met de cliënt. De cliënt heeft een vraag, zet de tv aan op een bepaald kanaal en heeft direct contact met de verpleegster. Met een beweegbare camera kan zij de situatie verkennen en zien hoe de patiënt er bij zit of ligt. Prachtige kansen in een nieuwe tijd.
Ook voor werken in de wijk zijn er nieuwe 2.0 kansen. Glasvezel in de hele wijk en iedereen kan met iedereen contacten. Iedereen zijn eigen website. Hyves gebruiken om met elkaar in contact te komen en zo de sociale cohesie te verbeteren. Een nieuwe manier van leven waarbij je onafhankelijk van tijd of plaats met elkaar in contact bent.
Ik ben er lange tijd enthousiast over geweest. Maar de laatste tijd zie ik ook andere kanten. Wie in een wijk woont en werkt, maakt er van alles mee. Zeker als het om een volksbuurt gaat. Wat drijft mensen om met ons in contact te komen, vroegen wat studenten aan mensen in onze wijk. De wijkbewoners die ons kenden spraken over gezelligheid, warmte en als persoon gerespecteerd worden. Onlangs had ik een eindevaluatie van een stagiaire. Wat hem was opgevallen, was de vraag. Vooral dat er ruimte en respect is. Er wordt gezegd dat je niet hoeft te geloven. En dat wordt in de praktijk gebracht. Dat werd ook bevestigd door een regelmatige bezoeker. Dat spreekt blijkbaar aan. Dat mensen zich gewaardeerd voelen voor wie ze op dat moment zijn. Kan dat ook met moderne middelen? Voor een deel wel. Je kunt uit wat je schrijft, blogt of chat duidelijk maken dat je de ander waardeert.
Maar er is een menselijk aspect dat computers niet kunnen vervangen. Warmte en intimiteit. Een knipoog, een glimlach, een klop op de schouder of een knuffel (een hug). Geen emoticon kan het gevoel daarvan vervangen.
2.0 zal er komen. Als hulpmiddel voor het sociale leven. Techniek kan de sociale verbanden niet vervangen. Anders wordt het uit het scherm, uit het hart.
Het idealisme van 2010. Alles over naar web 2.0. Weg met oude wegen en structuren. Weg met oude relatievormen. Laat alles nieuw zijn. Laat alles anders zijn. Laat het 2.0 zijn. Het nieuwe leven verbindt mensen langs lijnen van de techniek. Ging het vroeger nog om kennis delen, nu gaat het om relaties. Sociale netwerken. Sociale media. Niet meer het eenrichtingsverkeer van oude media als tv en radio. Op naar de interactiviteit van het nieuwe.
Nieuwe kansen, nieuwe mogelijkheden. Ons ideaal van gelijkheid ingeleid door de kansen van de techniek. Als iedereen toegang heeft tot het web, kan iedereen op gelijke wijze daar gebruik van maken. Nu is het de tijd. Facebook, Hyves. Twitter of Yammer. Ze zorgen voor een nieuw elan dat degenen die ermee werken dolenthousiast maakt. Allerlei toepassingen worden naast elkaar gebruikt om het ons maar zo makkelijk mogelijk te maken. De echte man of vrouw die 2.0 is, is te herkennen aan het smartphoontje dat bijna constant in de hand is en waar constant mee wordt getypt. Niet meer aan het oor, maar aan het scherm.
Alles wordt nieuw. Een bijna utopisch vooruitzicht. Er komt een betere tijd. Die is 2.0. Daar moeten we vooral aan meedoen. Eenzaamheid opgelost. Iedereen achter de interactieve tv waar men de ander kan ontmoeten. Een prachtig voorbeeld zag ik in een zorgprogramma. De verpleegster in het verpleeghuis komt niet meer langs, maar zit in de een studio, waar ze contact onderhoudt met de cliënt. De cliënt heeft een vraag, zet de tv aan op een bepaald kanaal en heeft direct contact met de verpleegster. Met een beweegbare camera kan zij de situatie verkennen en zien hoe de patiënt er bij zit of ligt. Prachtige kansen in een nieuwe tijd.
Ook voor werken in de wijk zijn er nieuwe 2.0 kansen. Glasvezel in de hele wijk en iedereen kan met iedereen contacten. Iedereen zijn eigen website. Hyves gebruiken om met elkaar in contact te komen en zo de sociale cohesie te verbeteren. Een nieuwe manier van leven waarbij je onafhankelijk van tijd of plaats met elkaar in contact bent.
Ik ben er lange tijd enthousiast over geweest. Maar de laatste tijd zie ik ook andere kanten. Wie in een wijk woont en werkt, maakt er van alles mee. Zeker als het om een volksbuurt gaat. Wat drijft mensen om met ons in contact te komen, vroegen wat studenten aan mensen in onze wijk. De wijkbewoners die ons kenden spraken over gezelligheid, warmte en als persoon gerespecteerd worden. Onlangs had ik een eindevaluatie van een stagiaire. Wat hem was opgevallen, was de vraag. Vooral dat er ruimte en respect is. Er wordt gezegd dat je niet hoeft te geloven. En dat wordt in de praktijk gebracht. Dat werd ook bevestigd door een regelmatige bezoeker. Dat spreekt blijkbaar aan. Dat mensen zich gewaardeerd voelen voor wie ze op dat moment zijn. Kan dat ook met moderne middelen? Voor een deel wel. Je kunt uit wat je schrijft, blogt of chat duidelijk maken dat je de ander waardeert.
Maar er is een menselijk aspect dat computers niet kunnen vervangen. Warmte en intimiteit. Een knipoog, een glimlach, een klop op de schouder of een knuffel (een hug). Geen emoticon kan het gevoel daarvan vervangen.
2.0 zal er komen. Als hulpmiddel voor het sociale leven. Techniek kan de sociale verbanden niet vervangen. Anders wordt het uit het scherm, uit het hart.
donderdag 24 februari 2011
Column Friesch Dagblad 29: Waar doe ik het voor?
Waar doe ik het voor?
Vrijdagavond tien voor acht loop ik mijn huis uit. Ik neem het boodschappenwagentje mee van de grootgrutter dat bij mijn buurvrouw staat. Met kar en al loop ik richting de supermarkt. Ondertussen kom ik wat mensen tegen die me meewarig dan wel verbaasd aankijken. Bij de supermarkt hoor ik de cassiere aankondigen dat de zaak gaat sluiten. Ik plaats de kar bij het overgebleven brood. De brooddame knikt dat ik het brood kan overhevelen naar mijn kar. Elke week is de lading weer anders. Ditmaal een volledig volle kar. Met die kar vol loop ik al slingerend door de straten. Hij wil niet altijd doen wat ik wil, waardoor ik behoorlijk moet bijsturen. Zo kom ik bij de plaats waar ik een deel van het brood aflever. Voor de zondag is ons kostje gekocht (of beter gezegd: ontvangen). Het brood voor de brunch is binnen. De rest wordt verdeeld onder bekenden in de wijk. Prachtige momenten met zo’n volle kar. Maar er zijn van die momenten dat het anders is. Als er zoals in december volop sneeuw ligt en de kar met geen mogelijkheid door de sneeuw en gladheid komt. Als de ophaaldienst gelijk loopt met de finale van al die talentenshows die de afgelopen vijfeneenhalf jaar het licht zagen aanbreekt. Als het grote pijpenstelen regent en ikzelf met het brood behoorlijk nat regen. Op dat soort momenten schiet er een zinnetje door mijn hoofd: “Waar doe ik het voor?”
Eens in de zoveel weken sta ik in de keuken van Villa Klarendal. Dan is het mijn beurt voor het praktisch werk. ’s Ochtends om kwart voor tien paraat om samen de ochtend te beginnen. Daarna is het aanpoten om alles gereed te krijgen. Tafels sjouwen. Borden en bestek plaatsen. Brood klaarzetten. Beleg uit de (koel)kast halen en op tafel zetten. Koffie en thee zetten. De zaal inrichten voor de viering. Meestal is het werk stipt om elf uur klaar en zijn de bezoekers inmiddels al binnengestroomd. De gastheer verwelkomt de gasten, vertelt wie de praktische mensen zijn en gaat voor in een maaltijdgebed. Iedereen valt aan op het lekkers dat op tafel staat. Ik haal de pan eieren die inmiddels al lang zijn gekookt van het vuur en deel ze stuk voor stuk uit. Over het algemeen tevredenheid. Maar na verloop van tijd wil de ene tafel graag wat meer brood. De andere tafel heeft te weinig kaas (wat wil je als je dat driedubbeldik op je boterham doet). Van de honger gaat men over op de dorst, dus is het ook bijschenken zodat men ook van het natje is voorzien (wat gelukkig in ons nieuwe gebouw selfsevice is geworden). Dan volgt de tijd van de afruiming. De borden wordt gestapeld. Ik sta in de spoelkeuken om de vele borden en het bestek te herplaatsen in de bakken voor de afwasmachine. De eerste bak gaat in de machine en terwijl die zijn noodzakelijke werk doet, gaat de volgende lading in de volgende bak. Gelukkig is de machine zo heet dat het na afloop van de afwas twee minuten wachten is voordat de borden en het bestek al weer droog kunnen worden teruggeplaatst. Ik sta daar samen met een ander te zwoegen. Er lopen mensen langs die wat minder van het werken zijn. Ze maken een ‘lollige’ opmerking. Of ik wel even oppas met die lading borden. Op dat soort momenten schiet het even door me heen: “Waar doe ik het voor?”
Het is zo’n mooi zinnetje waar je zoveel mee zegt. Je hele doen en laten wordt er even door stil gezet. Alles gerelativeerd waar je mee bezig bent. Het zinnetje dat door je heen schiet als je na een hele avond kijken om elf uur de presentatoren van The Voice of Holland hoort afkondigen dat het weer een geweldige avond was en tot volgende week. Het is het gevoel van de man die op mijn sportschool na afloop van de zware krachttraining nog even voor de spiegel staat uit te hijgen om te zien of er al iets aan spieren is aangegroeid. Het is ook voor mijzelf op die sportschool de gedachte die door mij heen gaat als ik na zware weken weer eens op de weegschaal ga staan om te concluderen dat er niets is veranderd.
De relativering maakt soms plaats voor bemoediging. Een vrouw die naar me toe komt om te laten weten hoe zeer ze het waardeert dat ze wekelijks dat brood in handen krijgt. De buurman die laat weten hoe blij hij is met mijn aanwezigheid als ik weer een tijdje bij hem langs ben geweest. De vrouw die na een avond praten over de bijbel zegt te genieten van deze avond. Hoezeer God haar die avond heeft aangeraakt.
Als het me zo aanvliegt denk dan aan onze Grote Herder hangend aan het kruis. Hij hoorde zeker het zinnetje in zijn hoofd toen hij bespot en beschimpt werd. Maar hij ging onvermoeibaar door. Hij had momenten waarop het duister werd om hem heen. Hij liet zich niet van de wijs brengen. Die leidsman wil ik volgen. Ja, daar doe ik het voor!
Vrijdagavond tien voor acht loop ik mijn huis uit. Ik neem het boodschappenwagentje mee van de grootgrutter dat bij mijn buurvrouw staat. Met kar en al loop ik richting de supermarkt. Ondertussen kom ik wat mensen tegen die me meewarig dan wel verbaasd aankijken. Bij de supermarkt hoor ik de cassiere aankondigen dat de zaak gaat sluiten. Ik plaats de kar bij het overgebleven brood. De brooddame knikt dat ik het brood kan overhevelen naar mijn kar. Elke week is de lading weer anders. Ditmaal een volledig volle kar. Met die kar vol loop ik al slingerend door de straten. Hij wil niet altijd doen wat ik wil, waardoor ik behoorlijk moet bijsturen. Zo kom ik bij de plaats waar ik een deel van het brood aflever. Voor de zondag is ons kostje gekocht (of beter gezegd: ontvangen). Het brood voor de brunch is binnen. De rest wordt verdeeld onder bekenden in de wijk. Prachtige momenten met zo’n volle kar. Maar er zijn van die momenten dat het anders is. Als er zoals in december volop sneeuw ligt en de kar met geen mogelijkheid door de sneeuw en gladheid komt. Als de ophaaldienst gelijk loopt met de finale van al die talentenshows die de afgelopen vijfeneenhalf jaar het licht zagen aanbreekt. Als het grote pijpenstelen regent en ikzelf met het brood behoorlijk nat regen. Op dat soort momenten schiet er een zinnetje door mijn hoofd: “Waar doe ik het voor?”
Eens in de zoveel weken sta ik in de keuken van Villa Klarendal. Dan is het mijn beurt voor het praktisch werk. ’s Ochtends om kwart voor tien paraat om samen de ochtend te beginnen. Daarna is het aanpoten om alles gereed te krijgen. Tafels sjouwen. Borden en bestek plaatsen. Brood klaarzetten. Beleg uit de (koel)kast halen en op tafel zetten. Koffie en thee zetten. De zaal inrichten voor de viering. Meestal is het werk stipt om elf uur klaar en zijn de bezoekers inmiddels al binnengestroomd. De gastheer verwelkomt de gasten, vertelt wie de praktische mensen zijn en gaat voor in een maaltijdgebed. Iedereen valt aan op het lekkers dat op tafel staat. Ik haal de pan eieren die inmiddels al lang zijn gekookt van het vuur en deel ze stuk voor stuk uit. Over het algemeen tevredenheid. Maar na verloop van tijd wil de ene tafel graag wat meer brood. De andere tafel heeft te weinig kaas (wat wil je als je dat driedubbeldik op je boterham doet). Van de honger gaat men over op de dorst, dus is het ook bijschenken zodat men ook van het natje is voorzien (wat gelukkig in ons nieuwe gebouw selfsevice is geworden). Dan volgt de tijd van de afruiming. De borden wordt gestapeld. Ik sta in de spoelkeuken om de vele borden en het bestek te herplaatsen in de bakken voor de afwasmachine. De eerste bak gaat in de machine en terwijl die zijn noodzakelijke werk doet, gaat de volgende lading in de volgende bak. Gelukkig is de machine zo heet dat het na afloop van de afwas twee minuten wachten is voordat de borden en het bestek al weer droog kunnen worden teruggeplaatst. Ik sta daar samen met een ander te zwoegen. Er lopen mensen langs die wat minder van het werken zijn. Ze maken een ‘lollige’ opmerking. Of ik wel even oppas met die lading borden. Op dat soort momenten schiet het even door me heen: “Waar doe ik het voor?”
Het is zo’n mooi zinnetje waar je zoveel mee zegt. Je hele doen en laten wordt er even door stil gezet. Alles gerelativeerd waar je mee bezig bent. Het zinnetje dat door je heen schiet als je na een hele avond kijken om elf uur de presentatoren van The Voice of Holland hoort afkondigen dat het weer een geweldige avond was en tot volgende week. Het is het gevoel van de man die op mijn sportschool na afloop van de zware krachttraining nog even voor de spiegel staat uit te hijgen om te zien of er al iets aan spieren is aangegroeid. Het is ook voor mijzelf op die sportschool de gedachte die door mij heen gaat als ik na zware weken weer eens op de weegschaal ga staan om te concluderen dat er niets is veranderd.
De relativering maakt soms plaats voor bemoediging. Een vrouw die naar me toe komt om te laten weten hoe zeer ze het waardeert dat ze wekelijks dat brood in handen krijgt. De buurman die laat weten hoe blij hij is met mijn aanwezigheid als ik weer een tijdje bij hem langs ben geweest. De vrouw die na een avond praten over de bijbel zegt te genieten van deze avond. Hoezeer God haar die avond heeft aangeraakt.
Als het me zo aanvliegt denk dan aan onze Grote Herder hangend aan het kruis. Hij hoorde zeker het zinnetje in zijn hoofd toen hij bespot en beschimpt werd. Maar hij ging onvermoeibaar door. Hij had momenten waarop het duister werd om hem heen. Hij liet zich niet van de wijs brengen. Die leidsman wil ik volgen. Ja, daar doe ik het voor!
maandag 31 januari 2011
Column Friesch Dagblad 28: Ik ben zo arm...
Een vrouw komt met een zielig gezicht bij ons binnen. Wekelijks krijgen we van de plaatselijke bakker het brood dat over is van de afgelopen dag. We mogen dat uitdelen aan mensen die het wat minder hebben in onze wijk. Daarvoor gebruiken we de “Arnhem Card” als richtsnoer: een kaart die iedereen krijgt leeft van een inkomen op het minimumniveau.
Mensen proberen het maar wat graag. Uitproberen in hoeverre wij kunnen worden verleid tot het geven van brood. Het zielige gezicht. Een brekende stem. Een reactie in het Nederlands die erop wijst dat mevrouw in het geheel geen Nederlands spreekt of verstaat. Ons zo benaderen dat we ons bijna schuldig voelen als we haar niets geven.
Gelukkig hebben we wat vrijwilligers die bekend zijn met de persoon in kwestie. En die ook nog van dezelfde afkomst zijn. ‘Ik schaam me voor je’ zegt een van hen tegen deze vrouw. In de woordenvloed die volgt blijkt dat mevrouw wel degelijk bijna vloeiend onze landstaal spreekt, dat ze een goed inkomen heeft en daarom het brood absoluut niet nodig heeft. 'Weet je wel…', zo vervolgt de vrijwilliger haar preek in het Nederlands, ‘dat deze mensen hun vrije tijd opofferen voor mensen die heel weinig geld hebben. Dat ze dat belangeloos doen. En jij maakt daar misbruik van! Zij laten hun geloof spreken in daden. Jij bent geen voorbeeld daarin!’ Beschaamd verdwijnt de vrouw het gebouw uit.
Helaas is dit geen uitzondering in ons werk. Dat geeft ons te denken. Hoe ga je daar nou mee om? Er zijn partijen in den lande die het wel weten. Scheer ze over een kam. De fout van de een is het probleem van ieder ander. Het bewijs dat die hele groep onbetrouwbaar is. Als je een stel mensen uit dezelfde cultuurgroep hetzelfde ziet doen, ben je geneigd het te gaan geloven. Denk aan de uitspraak van die voormalig wethouder over de Marokkaanse jongens. Zet er een woord voor en ze zijn gestigmatiseerd. Gedemoniseerd zouden anderen zeggen.
Wij kiezen er niet voor om op die manier mensen te benaderen. Alhoewel het wel verleidelijk is. We zien steeds vaker dat mensen van allerlei komaf bij ons komen. Om allerlei redenen. Ze zijn eenzaam. Ze zijn op zoek naar warmte. Willen aanspraak hebben. Zoeken naar hoop in dit leven. Ze mogen bij ons komen. Wij benaderen hen niet als de tegenstander, maar als mens. Wij willen dat mensen bij ons weer tot zichzelf komen. Dat we hen accepteren betekent niet, dat we alles zomaar toestaan. We willen de mensen nemen zoals ze zijn, maar de verkeerde kanten (zonde zo je wilt) daarvan niet accepteren.
Dan kom je soms toch tot veralgemenisering van groepen. Want ik constateer wel op dat de ene cultuurgroep is gevoeliger voor de ene zonde, de andere voor een andere. Dat wordt interessant als die groepen bij elkaar komen. Wie is opgevoed in een cultuur die zuinigheid voor alles plaatst, ziet met lede ogen aan dat mensen de helft van hun eten weggooien. Met hetzelfde gemak wordt vervolgens een heel roddelcircuit opgezet over degene die dat doet. Een spiegel voorhouden aan degene die uit een roddelgevoelige cultuur komt doet pijn. En wordt niet altijd begrepen. Want die verspilling is toch een grotere fout dan over anderen praten?
Is dat het misschien waarom Paulus regelmatig tegen de lezers van zijn brieven vraagt om elkaar te verdragen? Niet erop los meppen met de hand of met de mond. Naast elkaar staan en proberen elkaar te begrijpen. En als dat niet helemaal lukt, komt dat andere moeilijke woord om de hoek kijken. Dan komt het aan op elkaar vergeven. Dat willen we nog wel doen met die mensen die ons makkelijk liggen. Maar de mensen die ons dwars zitten, daar gaan we liever een blokje voor om. Liever praten over dan praten met die persoon.
Als we in echt contact komen met de ander, is dit de uitdaging. Begrijpen doen we elkaar waarschijnlijk nooit ten volle. Maar dat geldt ook voor mensen die uit dezelfde cultuur komen. Samen leven is elkaar accepteren. De meerderheid die de minderheid liefheeft. En omgekeerd. Dat is andere taal dan de huidige sfeer in de samenleving. Niet alleen een geregelde samenleving, maar ook een met een hart erin. Zodat iedereen die hier woont tot zijn recht komt.
Mensen proberen het maar wat graag. Uitproberen in hoeverre wij kunnen worden verleid tot het geven van brood. Het zielige gezicht. Een brekende stem. Een reactie in het Nederlands die erop wijst dat mevrouw in het geheel geen Nederlands spreekt of verstaat. Ons zo benaderen dat we ons bijna schuldig voelen als we haar niets geven.
Gelukkig hebben we wat vrijwilligers die bekend zijn met de persoon in kwestie. En die ook nog van dezelfde afkomst zijn. ‘Ik schaam me voor je’ zegt een van hen tegen deze vrouw. In de woordenvloed die volgt blijkt dat mevrouw wel degelijk bijna vloeiend onze landstaal spreekt, dat ze een goed inkomen heeft en daarom het brood absoluut niet nodig heeft. 'Weet je wel…', zo vervolgt de vrijwilliger haar preek in het Nederlands, ‘dat deze mensen hun vrije tijd opofferen voor mensen die heel weinig geld hebben. Dat ze dat belangeloos doen. En jij maakt daar misbruik van! Zij laten hun geloof spreken in daden. Jij bent geen voorbeeld daarin!’ Beschaamd verdwijnt de vrouw het gebouw uit.
Helaas is dit geen uitzondering in ons werk. Dat geeft ons te denken. Hoe ga je daar nou mee om? Er zijn partijen in den lande die het wel weten. Scheer ze over een kam. De fout van de een is het probleem van ieder ander. Het bewijs dat die hele groep onbetrouwbaar is. Als je een stel mensen uit dezelfde cultuurgroep hetzelfde ziet doen, ben je geneigd het te gaan geloven. Denk aan de uitspraak van die voormalig wethouder over de Marokkaanse jongens. Zet er een woord voor en ze zijn gestigmatiseerd. Gedemoniseerd zouden anderen zeggen.
Wij kiezen er niet voor om op die manier mensen te benaderen. Alhoewel het wel verleidelijk is. We zien steeds vaker dat mensen van allerlei komaf bij ons komen. Om allerlei redenen. Ze zijn eenzaam. Ze zijn op zoek naar warmte. Willen aanspraak hebben. Zoeken naar hoop in dit leven. Ze mogen bij ons komen. Wij benaderen hen niet als de tegenstander, maar als mens. Wij willen dat mensen bij ons weer tot zichzelf komen. Dat we hen accepteren betekent niet, dat we alles zomaar toestaan. We willen de mensen nemen zoals ze zijn, maar de verkeerde kanten (zonde zo je wilt) daarvan niet accepteren.
Dan kom je soms toch tot veralgemenisering van groepen. Want ik constateer wel op dat de ene cultuurgroep is gevoeliger voor de ene zonde, de andere voor een andere. Dat wordt interessant als die groepen bij elkaar komen. Wie is opgevoed in een cultuur die zuinigheid voor alles plaatst, ziet met lede ogen aan dat mensen de helft van hun eten weggooien. Met hetzelfde gemak wordt vervolgens een heel roddelcircuit opgezet over degene die dat doet. Een spiegel voorhouden aan degene die uit een roddelgevoelige cultuur komt doet pijn. En wordt niet altijd begrepen. Want die verspilling is toch een grotere fout dan over anderen praten?
Is dat het misschien waarom Paulus regelmatig tegen de lezers van zijn brieven vraagt om elkaar te verdragen? Niet erop los meppen met de hand of met de mond. Naast elkaar staan en proberen elkaar te begrijpen. En als dat niet helemaal lukt, komt dat andere moeilijke woord om de hoek kijken. Dan komt het aan op elkaar vergeven. Dat willen we nog wel doen met die mensen die ons makkelijk liggen. Maar de mensen die ons dwars zitten, daar gaan we liever een blokje voor om. Liever praten over dan praten met die persoon.
Als we in echt contact komen met de ander, is dit de uitdaging. Begrijpen doen we elkaar waarschijnlijk nooit ten volle. Maar dat geldt ook voor mensen die uit dezelfde cultuur komen. Samen leven is elkaar accepteren. De meerderheid die de minderheid liefheeft. En omgekeerd. Dat is andere taal dan de huidige sfeer in de samenleving. Niet alleen een geregelde samenleving, maar ook een met een hart erin. Zodat iedereen die hier woont tot zijn recht komt.
Suc6
Ik ben het deze dagen een aantal keren tegengekomen. Daar moet ik toch een keer iets over schrijven.
Ik las een artikel over de verhouding van succes en vrucht dragen. Wij leven in een samenleving die gericht is op succes. Pas als jij in staat bent tot grootse dingen, ben je iets en heb je het gemaakt. Dat soort verhalen haalt de voorpagina en krijgt een lintje. Dat zijn onze helden.
Vrucht dragen is heel anders. Dat heb je zelf niet geheel in de hand. Goed, in geval van een 'menselijke vrucht' gaat er iets lekkers aan vooraf en heb je er een zekere hand in (en toch vooral wat andere lichaamsdelen waar we over het algemeen maar onterecht wat lacherig en schaamtevol mee omgaan). Maar goed, hoe de vrucht dan groeit, hoe het er uitziet, welke vorm het heeft, het is allemaal niet erg maakbaar. Vruchtbaarheid gaat wel om bereid te zijn jezelf te geven. Die vrucht is niet maakbaar. Die is niet te plannen. Er is geen methode om de beste vrucht voort tr brengen. Behalve (en dat geldt dan weer in de plantenwereld) die van het snoeien en soms kort houden. Dat soort leven is niet zo populair en leidt zeker niet tot het bordes bij de koningin.
Succes komt snel op. Het is er ineens. Sommigen krijgen het succes in de schoot geworpen. Dat heeft niets met duurzaamheid te maken. Dat soort succesnummers zijn van korte duur. Eendagsvliegen in de muziek. X-factor, Idols of Popstar sterretjes die opkomen en met dezelfde vaart weer terugvliegen naar de onbekendheid. Ze hebben er soms een tweede talentenjacht voor nodig om weer in de picture terecht te komen, zoals onlangs gebeurde met Rafaella, Dewi en Sharon Kips. Wie opkomt vanuit een duurzame achtergrond maakt het en is blijvend. Zoals de jarenlange opbouw waar de talentenjacht de doorbraak gaf die blijvend was in het leven van Marco Borsato, René Froger en Hind. Met dat besef zullen de nieuwbakken winnaars van de laatste talentenshows, Ben en Dean Saunders, een langer leven beschoren zijn.
Succes wordt vaak gerelateerd aan dito methodes. Wie in de wereld van de subsidies terecht komt, wordt overspoeld door methodes die hun werking hebben gehad. Ze zijn succesvol en worden ook verkocht. Het had succes in Enschede. Probeer het ook uit in Middelburg.
Weer een artikel dat ik vandaag las constateerde dat evangelischen zijn verwereldlijkt. Het gaat om succes, grote getallen, de beste zijn en natuurlijk: de methodes. Wie in een werelddeel succes heeft met een bepaalde manier van werken, kan de rest van zijn leven slijten aan het verkopen van zijn methode all over the world totdat de hype van de nieuwe methode zich aandient.
Afgelopen vrijdag had ik een gesprek met een stel christenen die wilde leren van wat wij hadden meegemaakt. Zij stonden nog aan het begin, wij waren al veel verder. Wat voor advies kon ik hen geven. De kern van mijn verhaal is dat er geen succesformule bestaat. Ga je Gods werk vangen in een technische methode, dan is het maar de vraag of dat de zegen van God bevordert of tegenhoudt. Wij hebben ons bereid verklaard ons aan God te geven. Wij hebben geprobeerd te luisteren naar zijn stem. Wij zijn bereid geweest om de lange tijd van bevruchting en bevalling mee te maken. Dus als er al een methode is, is het die van de lange adem, de pijn van de bevalling, de moeite van de opvoeding, de blijdschap van de langzame loskoppeling en volwassenwording. Niet een methode in afgemeten Amerikaanse 10-stappenplannen tot succes. Geen kortdurende succesvolle groeiversnellers die zo snel gaan dat we er aan kapot gaan. Geen eendagsvliegen die snel opkomen en weer omlaag duikelen. Geen nadruk op cijfers en aantallen. Samenleven uit liefde voor God en mensen. Om Hem en die mensen te dienen. Niet meer en niet minder dan dat. En als er dan 'succes' komt, die ook weer teruggeven waar die hoort. Bij Degene die het alles is begonnen. Hem de eer te geven, niet onze eigen inbreng.
Ik geloof dat we dan tot onze bestemming komen. Dat is zoveel belangrijker dan het kortdurende succes. Kijk maar naar alle succesnummers in de muziekwereld, de politiek of de zakenwereld. Op een gegeven moment is hun 'momentum' voorbij. Balkenende ging via de achterdeur. Wat waren die Backstreet Boys? Hoezo Bill Gates, geef mij maar een Appletje voor de dorst (liefst in de vorm van die lekkere IPad). Wie succes nastreeft, zal na verloop van tijd zijn tijd hebben gehad. Wie God navolgt en verlangt vrucht te dragen komt tot zijn doel. En kan na verloop van tijd zijn leven weer op een andere plek voortzetten.
Weinig succes? Nou en...! Zo lang je verlangt God te dienen, kom je tot je doel. Dat is niet afhankelijk van geld (ook al verklaren mensen mij voor gek dat ik mijn talenten niet heb 'vermarkt', maar vooral inzet voor niet-rijk-makend-vrijwilligerswerk), een mooi huis (ik kan je zeggen: je kunt gelukkig zijn in een eenvoudig huurhuis), of een goede carrière (ooit wel eens afgevraagd welke carrière God voor jou heeft weggelegd?).
Ik hoop dat jij tot jouw doel komt!
Ik las een artikel over de verhouding van succes en vrucht dragen. Wij leven in een samenleving die gericht is op succes. Pas als jij in staat bent tot grootse dingen, ben je iets en heb je het gemaakt. Dat soort verhalen haalt de voorpagina en krijgt een lintje. Dat zijn onze helden.
Vrucht dragen is heel anders. Dat heb je zelf niet geheel in de hand. Goed, in geval van een 'menselijke vrucht' gaat er iets lekkers aan vooraf en heb je er een zekere hand in (en toch vooral wat andere lichaamsdelen waar we over het algemeen maar onterecht wat lacherig en schaamtevol mee omgaan). Maar goed, hoe de vrucht dan groeit, hoe het er uitziet, welke vorm het heeft, het is allemaal niet erg maakbaar. Vruchtbaarheid gaat wel om bereid te zijn jezelf te geven. Die vrucht is niet maakbaar. Die is niet te plannen. Er is geen methode om de beste vrucht voort tr brengen. Behalve (en dat geldt dan weer in de plantenwereld) die van het snoeien en soms kort houden. Dat soort leven is niet zo populair en leidt zeker niet tot het bordes bij de koningin.
Succes komt snel op. Het is er ineens. Sommigen krijgen het succes in de schoot geworpen. Dat heeft niets met duurzaamheid te maken. Dat soort succesnummers zijn van korte duur. Eendagsvliegen in de muziek. X-factor, Idols of Popstar sterretjes die opkomen en met dezelfde vaart weer terugvliegen naar de onbekendheid. Ze hebben er soms een tweede talentenjacht voor nodig om weer in de picture terecht te komen, zoals onlangs gebeurde met Rafaella, Dewi en Sharon Kips. Wie opkomt vanuit een duurzame achtergrond maakt het en is blijvend. Zoals de jarenlange opbouw waar de talentenjacht de doorbraak gaf die blijvend was in het leven van Marco Borsato, René Froger en Hind. Met dat besef zullen de nieuwbakken winnaars van de laatste talentenshows, Ben en Dean Saunders, een langer leven beschoren zijn.
Succes wordt vaak gerelateerd aan dito methodes. Wie in de wereld van de subsidies terecht komt, wordt overspoeld door methodes die hun werking hebben gehad. Ze zijn succesvol en worden ook verkocht. Het had succes in Enschede. Probeer het ook uit in Middelburg.
Weer een artikel dat ik vandaag las constateerde dat evangelischen zijn verwereldlijkt. Het gaat om succes, grote getallen, de beste zijn en natuurlijk: de methodes. Wie in een werelddeel succes heeft met een bepaalde manier van werken, kan de rest van zijn leven slijten aan het verkopen van zijn methode all over the world totdat de hype van de nieuwe methode zich aandient.
Afgelopen vrijdag had ik een gesprek met een stel christenen die wilde leren van wat wij hadden meegemaakt. Zij stonden nog aan het begin, wij waren al veel verder. Wat voor advies kon ik hen geven. De kern van mijn verhaal is dat er geen succesformule bestaat. Ga je Gods werk vangen in een technische methode, dan is het maar de vraag of dat de zegen van God bevordert of tegenhoudt. Wij hebben ons bereid verklaard ons aan God te geven. Wij hebben geprobeerd te luisteren naar zijn stem. Wij zijn bereid geweest om de lange tijd van bevruchting en bevalling mee te maken. Dus als er al een methode is, is het die van de lange adem, de pijn van de bevalling, de moeite van de opvoeding, de blijdschap van de langzame loskoppeling en volwassenwording. Niet een methode in afgemeten Amerikaanse 10-stappenplannen tot succes. Geen kortdurende succesvolle groeiversnellers die zo snel gaan dat we er aan kapot gaan. Geen eendagsvliegen die snel opkomen en weer omlaag duikelen. Geen nadruk op cijfers en aantallen. Samenleven uit liefde voor God en mensen. Om Hem en die mensen te dienen. Niet meer en niet minder dan dat. En als er dan 'succes' komt, die ook weer teruggeven waar die hoort. Bij Degene die het alles is begonnen. Hem de eer te geven, niet onze eigen inbreng.
Ik geloof dat we dan tot onze bestemming komen. Dat is zoveel belangrijker dan het kortdurende succes. Kijk maar naar alle succesnummers in de muziekwereld, de politiek of de zakenwereld. Op een gegeven moment is hun 'momentum' voorbij. Balkenende ging via de achterdeur. Wat waren die Backstreet Boys? Hoezo Bill Gates, geef mij maar een Appletje voor de dorst (liefst in de vorm van die lekkere IPad). Wie succes nastreeft, zal na verloop van tijd zijn tijd hebben gehad. Wie God navolgt en verlangt vrucht te dragen komt tot zijn doel. En kan na verloop van tijd zijn leven weer op een andere plek voortzetten.
Weinig succes? Nou en...! Zo lang je verlangt God te dienen, kom je tot je doel. Dat is niet afhankelijk van geld (ook al verklaren mensen mij voor gek dat ik mijn talenten niet heb 'vermarkt', maar vooral inzet voor niet-rijk-makend-vrijwilligerswerk), een mooi huis (ik kan je zeggen: je kunt gelukkig zijn in een eenvoudig huurhuis), of een goede carrière (ooit wel eens afgevraagd welke carrière God voor jou heeft weggelegd?).
Ik hoop dat jij tot jouw doel komt!
zondag 16 januari 2011
Ik blog dus ik ben - hij blogt niet meer dus...
Dat zou je toch bijna denken als je mijn blog van de laatste maanden leest. Ik kan de lezer gerust stellen. Er is nog leven in Klarendal. En hoe!
Een paar maanden geleden liep onze brunch en viering helemaal vol. Er kon ook werkelijk niemand meer bij. Als haringen zaten we in een vat. We hoorden van mensen die graag wilden komen, maar niet durfden of konden vanwege de drukte of de overkill aan geluid. Enthousiast pratende mensen. Huilende kinderen. En dat in een gebouw met een geweldige akoestiek.
We hadden er in september in onze nieuwsbrief nog gebed voor gevraagd. God geef ons een gebouw hiervoor. Waar we ruimte krijgen om te groeien en tot rust te komen. Toen diverse mensen gebedsverhoringen kregen en daar heel enthousiast over waren, herhaalden we het in onze eigen brunch en viering. Laten we bidden voor een ander gebouw op zondag.
Het kan verkeren. In tijd van twee weken was daar een nieuw gebouw. Wat wij absoluut niet hadden verwacht. Ik sprak met de beheerder van ons wijkcentrum (waar wijzelf heel vaak komen). Vertelde tussen neus en lippen door van onze problemen op zondag. Dat is toch geen probleem, antwoordde hij. Dan kom je gewoon hier. Dat was niet tegen dovemansoren gesproken. We maakten een contract, spraken het door met ons team en op 5 december (wat een geschenk!) zaten we in het wijkcentrum. De kleine zaal werd vervangen door drie zalen. Een voor brunch en volwassen-viering. Een voor de crèche. En een voor de nieuw in het leven geroepen kinderbijbelclub.
Wat zal het brengen? Komen de mensen wel? Een gevoel van ruim vijf jaar geleden maakte zich van ons meester. En keken uit naar de bezoekers. En of ze kwamen. Sowieso al een hele nieuwe groep kinderen die we al wel op woensdag in de eetclub tegenkwamen, kwam met z'n allen buurten. En zijn sindsdien niet meer weggeweest. En meer mensen uit onze doordeweekse buurtactiviteiten zat klaar om de overgang te vieren. De week daarop keken we helemaal onze ogen uit. Onze gewillige ogen telden dat er zestig mensen aan tafel zaten! Wauw! Geweldig! Waar gaat dat heen?
Dat gevoel begon ons te versterken toen we traditioneel alweer voor het vijfde jaar kestpakketten mochten uitdelen. Iedereen enthousiast. Wat mooi dat we dit deden. Iedereen werd voor de kerstviering uitgenodigd. De gretige ogen van sommige teamleden zagen in hun droom al een kerstviering van 100 tot 120 mensen. Daar moest aan gewerkt worden. De grote zaal waar de kinderen normaal zaten ingericht tot kerstversierde zaal. De eetzaal met voldoende stoelen voor in ieder geval 60 personen. want door de ervaring wijs geworden probeerden mijn vrouw en ik het verwachtingspatroon wat te temperen toen we op kerstavond die zaal inrichtten.
We kwamen met zijn allen weer met de voeten op de grond toen de kerstviering zo'n veertig mensen trok. We hadden ons iets meer rijk gerekend met al die mensen die al eens binnen waren geweest (en die vooral zouden komen) en al die anderen die onder invloed van het rijke kerstpakketten hadden toegezegd te zullen komen. Toch veel mensen die nooit in die andere kleine zaal hadden gepast. Maar terug bij af bij die prachtige getallen van een paar weken eerder.
Een prachtig nieuw gebouw. Geen probleem meer om mensen uit te leggen waar het is. Mensen die in de wacht zaten, kwamen weer. De kinderclub weer van start. Een afwasmachine die na 2 minuten in plaats van 2 uur klaar is. Bezoekers die zichtbaar genieten van de rust die de ruimte met zich mee brengt.
Zegeningen die we in het licht van de getallen al snel vergeten waren. Let vooral op die kleine dingen heet het dan. Absoluut. Want denk je dat wij het erom doen als ik spontaan met de beheerder sprak? Natuurlijk niet. En zijn reactie 'voor jullie wil ik dit wel doen, jullie doen zoveel voor de wijk' kwam ook spontaan. Dan word je stil. Want daar deden we het niet voor, om die erkenning te krijgen. Maar als die erkenning dergelijke gevolgen heeft, kan ik daar alleen maar stil en blij van worden.
Ja, daar word ik stil van. En door de drukte van die afgelopen tijd is die stilte doorgedrongen op het web. Niet omdat ik niet meer leef, of dat Villa Klarendal op sterven na dood is. We leven. God dank! En als er dan zoveel gebeurt onder de hand van een kleiner team met vrijwilligers om ons te ondersteunen, kan dat wel eens stilte op een ander niveau tot gevolg hebben. Het woord uit de mond van Jezus wordt waarheid in Klarendal: de oogst is groot! Bidt u met ons voor meer arbeiders?
Een paar maanden geleden liep onze brunch en viering helemaal vol. Er kon ook werkelijk niemand meer bij. Als haringen zaten we in een vat. We hoorden van mensen die graag wilden komen, maar niet durfden of konden vanwege de drukte of de overkill aan geluid. Enthousiast pratende mensen. Huilende kinderen. En dat in een gebouw met een geweldige akoestiek.
We hadden er in september in onze nieuwsbrief nog gebed voor gevraagd. God geef ons een gebouw hiervoor. Waar we ruimte krijgen om te groeien en tot rust te komen. Toen diverse mensen gebedsverhoringen kregen en daar heel enthousiast over waren, herhaalden we het in onze eigen brunch en viering. Laten we bidden voor een ander gebouw op zondag.
Het kan verkeren. In tijd van twee weken was daar een nieuw gebouw. Wat wij absoluut niet hadden verwacht. Ik sprak met de beheerder van ons wijkcentrum (waar wijzelf heel vaak komen). Vertelde tussen neus en lippen door van onze problemen op zondag. Dat is toch geen probleem, antwoordde hij. Dan kom je gewoon hier. Dat was niet tegen dovemansoren gesproken. We maakten een contract, spraken het door met ons team en op 5 december (wat een geschenk!) zaten we in het wijkcentrum. De kleine zaal werd vervangen door drie zalen. Een voor brunch en volwassen-viering. Een voor de crèche. En een voor de nieuw in het leven geroepen kinderbijbelclub.
Wat zal het brengen? Komen de mensen wel? Een gevoel van ruim vijf jaar geleden maakte zich van ons meester. En keken uit naar de bezoekers. En of ze kwamen. Sowieso al een hele nieuwe groep kinderen die we al wel op woensdag in de eetclub tegenkwamen, kwam met z'n allen buurten. En zijn sindsdien niet meer weggeweest. En meer mensen uit onze doordeweekse buurtactiviteiten zat klaar om de overgang te vieren. De week daarop keken we helemaal onze ogen uit. Onze gewillige ogen telden dat er zestig mensen aan tafel zaten! Wauw! Geweldig! Waar gaat dat heen?
Dat gevoel begon ons te versterken toen we traditioneel alweer voor het vijfde jaar kestpakketten mochten uitdelen. Iedereen enthousiast. Wat mooi dat we dit deden. Iedereen werd voor de kerstviering uitgenodigd. De gretige ogen van sommige teamleden zagen in hun droom al een kerstviering van 100 tot 120 mensen. Daar moest aan gewerkt worden. De grote zaal waar de kinderen normaal zaten ingericht tot kerstversierde zaal. De eetzaal met voldoende stoelen voor in ieder geval 60 personen. want door de ervaring wijs geworden probeerden mijn vrouw en ik het verwachtingspatroon wat te temperen toen we op kerstavond die zaal inrichtten.
We kwamen met zijn allen weer met de voeten op de grond toen de kerstviering zo'n veertig mensen trok. We hadden ons iets meer rijk gerekend met al die mensen die al eens binnen waren geweest (en die vooral zouden komen) en al die anderen die onder invloed van het rijke kerstpakketten hadden toegezegd te zullen komen. Toch veel mensen die nooit in die andere kleine zaal hadden gepast. Maar terug bij af bij die prachtige getallen van een paar weken eerder.
Een prachtig nieuw gebouw. Geen probleem meer om mensen uit te leggen waar het is. Mensen die in de wacht zaten, kwamen weer. De kinderclub weer van start. Een afwasmachine die na 2 minuten in plaats van 2 uur klaar is. Bezoekers die zichtbaar genieten van de rust die de ruimte met zich mee brengt.
Zegeningen die we in het licht van de getallen al snel vergeten waren. Let vooral op die kleine dingen heet het dan. Absoluut. Want denk je dat wij het erom doen als ik spontaan met de beheerder sprak? Natuurlijk niet. En zijn reactie 'voor jullie wil ik dit wel doen, jullie doen zoveel voor de wijk' kwam ook spontaan. Dan word je stil. Want daar deden we het niet voor, om die erkenning te krijgen. Maar als die erkenning dergelijke gevolgen heeft, kan ik daar alleen maar stil en blij van worden.
Ja, daar word ik stil van. En door de drukte van die afgelopen tijd is die stilte doorgedrongen op het web. Niet omdat ik niet meer leef, of dat Villa Klarendal op sterven na dood is. We leven. God dank! En als er dan zoveel gebeurt onder de hand van een kleiner team met vrijwilligers om ons te ondersteunen, kan dat wel eens stilte op een ander niveau tot gevolg hebben. Het woord uit de mond van Jezus wordt waarheid in Klarendal: de oogst is groot! Bidt u met ons voor meer arbeiders?
zaterdag 1 januari 2011
Oud en nieuw in de wijk
Het was weer een ouderwetse oudejaarsavond. Voor het eerst in enkele jaren verbleven we weer thuis, omringd door vier van onze vijf kinderen. Natuurlijk doen wij dat anders dan anderen. Daar ben je pionier voor. Dus geen oliebollen of appelflappen, maar wel lekkere andere hapjes. Onze zoons namen twee vrienden mee.
We hadden wat mensen uitgenodigd, maar die kwamen niet vanwege de gladheid. Maakt niet uit. Gezelligheid hangt niet af van het aantal mensen dat er is. Twaalf uur. Even kussen en gelijk naar buiten. Onze zoons hadden vuurwerk gekocht. De honderdvijftigduizendklapper was een klapper. Hij bleef maar doorgaan. Halfeen was de tijd voor het mooiste vuurwerk. Een kwartier lang kijken naar mooie stralen en dito knallers.
Een halfuur later, nadat veel knallers en siervuurwerk de lucht in waren gegaan en zelfs de brandweer eraan te pas moest komen wegens een auto die uitbrandde, werd er aangebeld. Twee meisjes stonden aan de deur. Ze liepen enigszins waggelend van iets teveel ingenomen flesjes bier en wodka naar binnen. Twee meisjes uit de tijd dat onze kinderen nog echt kind waren. Een van hen woonde in onze buurt en samen met haar zus speelde ze vroeger veel met onze kinderen. Na enkele jaren scheidden haar ouders. Haar moeder ging wonen bij haar nieuwe vriendin waar ze later mee trouwde. En nam de kinderen mee, de vader werd alleen achter gelaten. We verloren ze een beetje uit het oog. De laatste tijd zien we de oudste zus weer wat vaker op straat, als ze met man en dochter bij haar vader of opa en oma op bezoek gaat.
De twee zouden maar even blijven. Ze waren komen lopen vanuit de meest ver weg liggende wijk in het noorden van Arnhem. Drie uur waren ze uiteindelijk onderweg geweest. Nu gingen ze even bij bekenden langs, nadat ze een tijd bij opa en oma waren geweest. Het even werden al snel drie uurtjes. Het was ook zo gezellig. De cola in plaats van weer een slok alcohol deed ook wel wat. En in het lijf dat op de dag te weinig had gegeten en teveel had gedronken deden de klaarstaande snacks en kipvleugeltjes hun noodzakelijke ontnuchterende werk. De meest bekende van de twee zei tussen neus en lippen door dat zij vergeten was hoe gezellig en warm het hier was. Om vervolgens weer door te praten over alles wat haar bezig hield. Af en toe vallend over haar woorden door een welbekende oorzaak.
Telefoonnummers werden met de kinderen uitgewisseld. Want ze moesten maar eens met hen meeegaan als ze gingen stappen. En het zou zo leuk zijn om weer eens vaker langs te komen. Geen probleem, de deur staat altijd voor ze open. Op een onverklaarbare manier begon de ander over een kruisje dat zij om haar nek had hangen. Dat was de Here Jezus waar ze zo zielsveel van hield. Prachtig. We gingen er niet verder op in. We voelden aan dat het daar niet de tijd voor was. Maar onthouden doen we het wel. Wie weet houden ze zich aan hun belofte en komen ze weer vaker langs.
Kijk, zo eindigde ook deze oud en nieuw op de ons welbekende manier. Altijd bereid rekening te geven van de hoop die in ons is. Altijd bereid om een op het bot koud lichaam warmte te bieden. Altijd bereid te luisteren naar nieuwe wegen die God ons biedt. Ik zwaaide ze uit. Waarschuwde ze voor de gladheid. Waggelend vervolgden ze hun weg. Op weg naar huis. Op weg naar het bed waar ze deze nachten samen in sliepen (maar we zijn niet....) om hun roes uit te slapen. Ik hoop dat het ze goed gaat.
We hadden wat mensen uitgenodigd, maar die kwamen niet vanwege de gladheid. Maakt niet uit. Gezelligheid hangt niet af van het aantal mensen dat er is. Twaalf uur. Even kussen en gelijk naar buiten. Onze zoons hadden vuurwerk gekocht. De honderdvijftigduizendklapper was een klapper. Hij bleef maar doorgaan. Halfeen was de tijd voor het mooiste vuurwerk. Een kwartier lang kijken naar mooie stralen en dito knallers.
Een halfuur later, nadat veel knallers en siervuurwerk de lucht in waren gegaan en zelfs de brandweer eraan te pas moest komen wegens een auto die uitbrandde, werd er aangebeld. Twee meisjes stonden aan de deur. Ze liepen enigszins waggelend van iets teveel ingenomen flesjes bier en wodka naar binnen. Twee meisjes uit de tijd dat onze kinderen nog echt kind waren. Een van hen woonde in onze buurt en samen met haar zus speelde ze vroeger veel met onze kinderen. Na enkele jaren scheidden haar ouders. Haar moeder ging wonen bij haar nieuwe vriendin waar ze later mee trouwde. En nam de kinderen mee, de vader werd alleen achter gelaten. We verloren ze een beetje uit het oog. De laatste tijd zien we de oudste zus weer wat vaker op straat, als ze met man en dochter bij haar vader of opa en oma op bezoek gaat.
De twee zouden maar even blijven. Ze waren komen lopen vanuit de meest ver weg liggende wijk in het noorden van Arnhem. Drie uur waren ze uiteindelijk onderweg geweest. Nu gingen ze even bij bekenden langs, nadat ze een tijd bij opa en oma waren geweest. Het even werden al snel drie uurtjes. Het was ook zo gezellig. De cola in plaats van weer een slok alcohol deed ook wel wat. En in het lijf dat op de dag te weinig had gegeten en teveel had gedronken deden de klaarstaande snacks en kipvleugeltjes hun noodzakelijke ontnuchterende werk. De meest bekende van de twee zei tussen neus en lippen door dat zij vergeten was hoe gezellig en warm het hier was. Om vervolgens weer door te praten over alles wat haar bezig hield. Af en toe vallend over haar woorden door een welbekende oorzaak.
Telefoonnummers werden met de kinderen uitgewisseld. Want ze moesten maar eens met hen meeegaan als ze gingen stappen. En het zou zo leuk zijn om weer eens vaker langs te komen. Geen probleem, de deur staat altijd voor ze open. Op een onverklaarbare manier begon de ander over een kruisje dat zij om haar nek had hangen. Dat was de Here Jezus waar ze zo zielsveel van hield. Prachtig. We gingen er niet verder op in. We voelden aan dat het daar niet de tijd voor was. Maar onthouden doen we het wel. Wie weet houden ze zich aan hun belofte en komen ze weer vaker langs.
Kijk, zo eindigde ook deze oud en nieuw op de ons welbekende manier. Altijd bereid rekening te geven van de hoop die in ons is. Altijd bereid om een op het bot koud lichaam warmte te bieden. Altijd bereid te luisteren naar nieuwe wegen die God ons biedt. Ik zwaaide ze uit. Waarschuwde ze voor de gladheid. Waggelend vervolgden ze hun weg. Op weg naar huis. Op weg naar het bed waar ze deze nachten samen in sliepen (maar we zijn niet....) om hun roes uit te slapen. Ik hoop dat het ze goed gaat.
woensdag 29 december 2010
Column Friesch Dagblad 27: Kerst in de wijk
Al snel na Sinterklaas werd het zichtbaar. Huizen die versierd werden met lampjes. Kaarsen voor de ramen. Kerstmannen, arresleeën of andere verlichte of gekleurde pracht en praal in de tuin. Het was weer aanstaande. De tijd van Kerst was aangebroken.
Het leven is koud. Alles speelt zich af achter de warmte van de huizen waarin wijkbewoners zich verkneukelen in gezelligheid rondom een boom en wat verlichting.
Iedereen is al bezig geweest met de voorbereidingen. Ook bij Villa Klarendal hadden we de prettige last van de Kerst. Wij krijgen jaarlijks kerstpakketten die we mogen uitdelen aan mensen in onze wijk. Dus was onze eerste activiteit direct na Kerst het binnensjouwen van grote en kleine pakketten. Daarna ging het in rap tempo. Bekijken welke mensen we een pakket geven. Lijsten samenstellen met al die mensen. Kijken of er geen dubbelingen in voor komen. Mooie kaartjes maken met informatie over wat we doen en een uitnodiging voor de kerstviering.
De dinsdag en woensdag voor Kerst was gereserveerd voor de ophaalservice. Ons hele gebouw werd grondig in kerstsferen gebracht. Tafels werden aangekleed met gezellige kleedjes die verwezen naar het mooie feest. Kaarsen op tafel, zodat de felle lampen de sfeer niet zouden bederven. Lekkers op tafels dat je alleen met Kerst op tafel zet. Chocolademelk schenken waar we normaal limonade uitgeven. Mensen kwamen binnen. De een bleef twee, drie uur zitten om zijn of haar levensverhaal te vertellen. De ander verlangde in de kou zo naar zijn thuis dat ’ie snel het pakket ophaalde en weer wegging.
In twee dagen werden op die manier 199 pakketten weggewerkt. Allemaal richting mensen die wel iets meer konden gebruiken in deze tijd (en ook in de tijd daarna natuurlijk, maar daarvoor worden -met uitzondering van de voedselbank - nu eenmaal geen pakketten geleverd). Wat een verschil in reacties ook. De een blij verrast en overdonderd door het geheel, wat in alle vormen werd uitgedrukt. De ander met uitspraken als ‘het wordt ook steeds minder’, ‘mag ik twee pakketten in plaats van een’ en non-verbaal uitdrukkend dat zij hij toch wat minder vond. De dankbaarheid en tevredenheid van de een en de hebberigheid en ontevredenheid van de ander.
Met dit soort dagen en bij dit soort gelegenheden komen we de ware mens tegen. Hoezeer je het ook verpakt in gezelligheid, warmte of knusheid. Als het om ontvangen gaat, komt de ware aard al snel boven tafel. Wat is het dan lastig om mensen vriendelijk te woord te staan. ‘Alstublieft, hier is uw mooie pakketje!’ ‘Hm, mooi, het kan er ook niet van af, hè?’ ‘Tja mevrouw, een gegeven paard mogen wij niet in de bek kijken. Wij hebben het ook maar gekregen. Geniet er maar van.’ Waarop de ander met een gebrom het pakketje uit de handen weggriste, snel wegbenend naar de uitgang.
Wie dat meemaakt heeft al snel de neiging het bijltje erbij neer te gooien. Wat een ondankbare mensen. En als die mensen ook nog een bepaalde culturele achtergrond hebben, willen we ook nog het zelfstandig naamwoord voor het land van herkomst erbij noemen. Waar doe je het dan voor, was mijn vraag. Om zelf dankbaarheid terug te krijgen? Wat leuk, fijn, mooi dat jullie dat doen! Of om te geven zonder terug te verwachten? Dat zijn lastige vragen. Want dan blijkt dat niet alleen bij de ontvangers de ware aard naar boven komt, maar ook bij de (door)gevers. Dan blijkt dat ‘oog om oog tand om tand’ makkelijker boven komt drijven dan het moeilijker ‘heb hen onvoorwaardelijk lief’.
En dan zijn wij niet eens in een stal geboren, in een familie afkomstig uit een achterlijke streek, met de vinger nagewezen omdat onze moeder nog voor haar trouwen zwanger was.
Het leven is koud. Alles speelt zich af achter de warmte van de huizen waarin wijkbewoners zich verkneukelen in gezelligheid rondom een boom en wat verlichting.
Iedereen is al bezig geweest met de voorbereidingen. Ook bij Villa Klarendal hadden we de prettige last van de Kerst. Wij krijgen jaarlijks kerstpakketten die we mogen uitdelen aan mensen in onze wijk. Dus was onze eerste activiteit direct na Kerst het binnensjouwen van grote en kleine pakketten. Daarna ging het in rap tempo. Bekijken welke mensen we een pakket geven. Lijsten samenstellen met al die mensen. Kijken of er geen dubbelingen in voor komen. Mooie kaartjes maken met informatie over wat we doen en een uitnodiging voor de kerstviering.
De dinsdag en woensdag voor Kerst was gereserveerd voor de ophaalservice. Ons hele gebouw werd grondig in kerstsferen gebracht. Tafels werden aangekleed met gezellige kleedjes die verwezen naar het mooie feest. Kaarsen op tafel, zodat de felle lampen de sfeer niet zouden bederven. Lekkers op tafels dat je alleen met Kerst op tafel zet. Chocolademelk schenken waar we normaal limonade uitgeven. Mensen kwamen binnen. De een bleef twee, drie uur zitten om zijn of haar levensverhaal te vertellen. De ander verlangde in de kou zo naar zijn thuis dat ’ie snel het pakket ophaalde en weer wegging.
In twee dagen werden op die manier 199 pakketten weggewerkt. Allemaal richting mensen die wel iets meer konden gebruiken in deze tijd (en ook in de tijd daarna natuurlijk, maar daarvoor worden -met uitzondering van de voedselbank - nu eenmaal geen pakketten geleverd). Wat een verschil in reacties ook. De een blij verrast en overdonderd door het geheel, wat in alle vormen werd uitgedrukt. De ander met uitspraken als ‘het wordt ook steeds minder’, ‘mag ik twee pakketten in plaats van een’ en non-verbaal uitdrukkend dat zij hij toch wat minder vond. De dankbaarheid en tevredenheid van de een en de hebberigheid en ontevredenheid van de ander.
Met dit soort dagen en bij dit soort gelegenheden komen we de ware mens tegen. Hoezeer je het ook verpakt in gezelligheid, warmte of knusheid. Als het om ontvangen gaat, komt de ware aard al snel boven tafel. Wat is het dan lastig om mensen vriendelijk te woord te staan. ‘Alstublieft, hier is uw mooie pakketje!’ ‘Hm, mooi, het kan er ook niet van af, hè?’ ‘Tja mevrouw, een gegeven paard mogen wij niet in de bek kijken. Wij hebben het ook maar gekregen. Geniet er maar van.’ Waarop de ander met een gebrom het pakketje uit de handen weggriste, snel wegbenend naar de uitgang.
Wie dat meemaakt heeft al snel de neiging het bijltje erbij neer te gooien. Wat een ondankbare mensen. En als die mensen ook nog een bepaalde culturele achtergrond hebben, willen we ook nog het zelfstandig naamwoord voor het land van herkomst erbij noemen. Waar doe je het dan voor, was mijn vraag. Om zelf dankbaarheid terug te krijgen? Wat leuk, fijn, mooi dat jullie dat doen! Of om te geven zonder terug te verwachten? Dat zijn lastige vragen. Want dan blijkt dat niet alleen bij de ontvangers de ware aard naar boven komt, maar ook bij de (door)gevers. Dan blijkt dat ‘oog om oog tand om tand’ makkelijker boven komt drijven dan het moeilijker ‘heb hen onvoorwaardelijk lief’.
En dan zijn wij niet eens in een stal geboren, in een familie afkomstig uit een achterlijke streek, met de vinger nagewezen omdat onze moeder nog voor haar trouwen zwanger was.
zaterdag 4 december 2010
Reactie op mijn column: Bethelkerk als ‘moloch’ is kritiek die geen hout snijdt
De column die ik dinsdag schreef en publiceerde heeft in het noorden van het land veel vragen en kritiek opgeleverd. Een van die reacties is afgelopen donderdag in het Friesch Dagblad als opniniestuk verschenen. Om de lezer een eerlijk beeld te geven hieronder de tekst van deze reactie.
Columnist Rick Jansen schreef kritisch over mensen die hun plaatselijke gemeente verwisselen voor ,,een grote moloch waarvoor ze een half uur moeten rijden”. Grote woorden, vindt Douwe Hellinga, lid van de Bethel in Drachten. Hij richt zich tot Jansen.
Beste meneer Rick Jansen,
U schrijft in het Friesch Dagblad over de vraag of een stervende kerk vrucht voortbrengt. Feitelijk komt u aan het slot tot de conclusie dat er alleen hoop is voor de kerk als de gelovigen bereid zijn alle uiterlijkheden, wetten, knellende regels of prachtige diensten en grootse samenkomsten af te leggen. Terug naar de kern. Terug naar de opstanding. Een stervende zwaan als synoniem van een stervende kerk is hopeloos verloren.
Mooi gesproken. Maar waarom bekruipt me nu toch dat onaardige gevoel dat u met die stervende zwaan onder meer de megakerk in het noorden des lands bedoelt? Is dat nu mijn altijd (veel te?) kritische geest?
Ja, u hebt gelijk. Ik behoor bij de mensen die afscheid hebben genomen van de plaatselijke protestantse gemeente. En elke zondag rijd ik niet een half uur maar zelfs drie kwartier (enkele reis) naar de grote moloch (!). Weliswaar in een superzuinig en belastingvrij dieseltje, maar inderdaad, ook daaruit komen onwelriekende, milieuvervuilende dampen. En ja, we worden op het parkeerterrein naar de plek gewezen door professionele parkeerwachten. We genieten van mooie diensten en geweldige toespraken. En zeker, we worden opgebouwd.
Ik heb op internet gelezen dat u leiding geeft aan een missionaire wijkgemeenschap in Arnhem.
Fijn, dat u dat doet voor de Heer. Ik heb de Heer daarvoor bedankt.
Maar waarom die kritiek, beste broeder? Kent u de door u beschreven megakerk? Bent u in de diensten geweest? U mag kritiek hebben natuurlijk, maar vindt u het nu echt noodzakelijk deze kerk te vergelijken met een moloch? U moet toch weten wat er in de Bijbel bedoeld wordt met deze afschuwelijke afgod?
U zet vraagtekens bij mij en alle andere mensen die naar deze kerk rijden. Want u schrijft, ik citeer: ‘Maar is het juist daar niet dat het sterven van de kerk zich ten volle openbaart?’ Daaruit moet ik wel opmaken dat u deze kerk ziet als een stervende zwaan waar niets goeds uit kan voorkomen.
Grote woorden. Misschien kunt u zich eens wat beter laten informeren over het reilen en zeilen van deze megakerk. Dan kunt u meteen worden geïnformeerd over de honderden kinderen in de wekelijkse jeugddiensten, over de honderden vrijwilligers, over de ondersteuningscursussen. En - niet vergeten - de aanpak van de armoedebestrijding. Of horen hoeveel mensen tot levend geloof komen en zich laten dopen. Dat is werkelijke groei!
i Douwe Hellinga is (onbezoldigd) lid van de Vrije Baptistengemeente Bethel in Drachten en woont in St. Annaparochie. Reageren: douwe1@telfort.nl.
Columnist Rick Jansen schreef kritisch over mensen die hun plaatselijke gemeente verwisselen voor ,,een grote moloch waarvoor ze een half uur moeten rijden”. Grote woorden, vindt Douwe Hellinga, lid van de Bethel in Drachten. Hij richt zich tot Jansen.
Beste meneer Rick Jansen,
U schrijft in het Friesch Dagblad over de vraag of een stervende kerk vrucht voortbrengt. Feitelijk komt u aan het slot tot de conclusie dat er alleen hoop is voor de kerk als de gelovigen bereid zijn alle uiterlijkheden, wetten, knellende regels of prachtige diensten en grootse samenkomsten af te leggen. Terug naar de kern. Terug naar de opstanding. Een stervende zwaan als synoniem van een stervende kerk is hopeloos verloren.
Mooi gesproken. Maar waarom bekruipt me nu toch dat onaardige gevoel dat u met die stervende zwaan onder meer de megakerk in het noorden des lands bedoelt? Is dat nu mijn altijd (veel te?) kritische geest?
Ja, u hebt gelijk. Ik behoor bij de mensen die afscheid hebben genomen van de plaatselijke protestantse gemeente. En elke zondag rijd ik niet een half uur maar zelfs drie kwartier (enkele reis) naar de grote moloch (!). Weliswaar in een superzuinig en belastingvrij dieseltje, maar inderdaad, ook daaruit komen onwelriekende, milieuvervuilende dampen. En ja, we worden op het parkeerterrein naar de plek gewezen door professionele parkeerwachten. We genieten van mooie diensten en geweldige toespraken. En zeker, we worden opgebouwd.
Ik heb op internet gelezen dat u leiding geeft aan een missionaire wijkgemeenschap in Arnhem.
Fijn, dat u dat doet voor de Heer. Ik heb de Heer daarvoor bedankt.
Maar waarom die kritiek, beste broeder? Kent u de door u beschreven megakerk? Bent u in de diensten geweest? U mag kritiek hebben natuurlijk, maar vindt u het nu echt noodzakelijk deze kerk te vergelijken met een moloch? U moet toch weten wat er in de Bijbel bedoeld wordt met deze afschuwelijke afgod?
U zet vraagtekens bij mij en alle andere mensen die naar deze kerk rijden. Want u schrijft, ik citeer: ‘Maar is het juist daar niet dat het sterven van de kerk zich ten volle openbaart?’ Daaruit moet ik wel opmaken dat u deze kerk ziet als een stervende zwaan waar niets goeds uit kan voorkomen.
Grote woorden. Misschien kunt u zich eens wat beter laten informeren over het reilen en zeilen van deze megakerk. Dan kunt u meteen worden geïnformeerd over de honderden kinderen in de wekelijkse jeugddiensten, over de honderden vrijwilligers, over de ondersteuningscursussen. En - niet vergeten - de aanpak van de armoedebestrijding. Of horen hoeveel mensen tot levend geloof komen en zich laten dopen. Dat is werkelijke groei!
i Douwe Hellinga is (onbezoldigd) lid van de Vrije Baptistengemeente Bethel in Drachten en woont in St. Annaparochie. Reageren: douwe1@telfort.nl.
dinsdag 30 november 2010
Column Friesch Dagblad 26: Is de kerk stervende?
‘De kerk is dood, leve de Koning’. ‘Laten we zwijgen over de kerk en het weer over God hebben’. Onderzoeken laten de gestage teruggang zien van leden van de katholieke kerk en de grote protestantse fusiekerk, waarin men de PvdA-truc hanteert om minder verlies dan verwacht als winst te omarmen (‘Het ledenverlies neemt de afgelopen jaren licht af!’) Als ik kijk naar de kerkgebouwen die worden afgebroken of worden ingericht als kantoor, woonruimte of gezellige buurtruimte, dan bekruipt mij het gevoel dat ze gelijk hebben. Het loopt af met het geloof. Er zijn meer afhakers dan aanhakers.
Aan de andere kant zijn er prachtige diensten, geweldige samenkomsten, heerlijke grote, volle zalen, kampeermanifestaties met hoge bezoekerscijfers en bijbehorende juichende recensies. Wie dat ziet en meemaakt, krijgt niet het gevoel dat er iets ergs aan de hand is. Cijfers lijken erop te wijzen dat orthodox-gereformeerde kerken, de pinksterkerken en de evangelische gemeenten tegen de tijdgeest in blijven groeien. Daar zijn nog megakerken te vinden van honderden tot duizenden kerkleden. Wie er in zit wordt meegezogen met het positivisme dat de beweging, organisatie of kerk uitstraalt.
Toch ook hier een maar. Een boek dat is uitgekomen met interviews van gemeenteleden die de evangelische gemeenten via de achterdeur hebben verlaten. Mensen die ‘ooit evangelisch’ zijn, zich post-evangelisch noemen, traumatisch zijn van het evangelisch evangelie of uitgekotst zijn door het amateuristisch hogere management dat deze beweging kenmerkt. Bovendien is in de Geestvervulde beweging van geen statistiek sprake, waardoor cijfers slechts giswerk zijn. Daar waar ze wel zijn becijferd of onderzocht komen we een hoog overgangsgeloof tegen. Protestantse kerkleden lopen over naar het meer vrijere evangelie. Er is nauwelijks sprake van gelovigen die uit het niets zich bij de nieuwe kerken aansluiten.
Wat betreft de orthodoxe kerken is ’s lands Grootste Gereformeerde Krant (afgekort ND) zeer happig op verhalen van mensen die aanschoppen tegen de kerk van herkomst, zeker waar het de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt betreft. Deze week nog werden woorden getrokken uit de mond van een kritische, spraakmakende jonge dominee uit die kerk. ‘De Gereformeerde Kerken vrijgemaakt zijn ten dode opgeschreven’, horen we hem verklaren. Niet het geloof is ten dode opgeschreven, maar het systeem dat er van is gemaakt.
De kerk is dood. Het is een vervreemdende uitspraak voor wie midden op de Biblebelt zich bevindt tussen de duizenden gelovigen die dit smaldeel in Nederland kenmerkt. Het roept vraagtekens op voor de Drachtenaren of degene die tientallen kilometers rijden om zich te laten vermaken in de megakerk in het noorden des lands. Maar is het juist daar niet dat het sterven van de kerk zich ten volle openbaart? Ik hoor van kleine kerken die het hoofd nauwelijks boven het water kunnen houden. Leden besluiten het kleine kuddeke te verwisselen voor een grote moloch waar ze een half uur voor moeten rijden. Ze worden er meer opgebouwd, ze genieten van de mooie diensten, de geweldige toespraken. En rijden weer terug naar de plaats van herkomst, opgebouwd zodat ze er weer een week tegen kunnen.
De kerk als gemeenschap. Een boek dat prijkt in mijn boekenkast. Waar is die nog te vinden? Een kerk waar mensen om elkaar geven. Waar het budget niet grotendeels wordt opgeslokt door het mooie podium, de entourage, de filmcamera’s, de beamer of de techniek. Maar door armoedebestrijding, onderlinge zorg, cursussen om elkaar te ondersteunen. Waar het milieu niet wordt vervuild getuige de honderden auto’s die door goed opgeleide parkeerwachten professioneel worden binnengeleid. Maar waar mensen worden opgeleid om elkaar te ondersteunen in hun dagelijkse zorgen en noden.
De kerk is stervende. Maar is het een stervende zwaan of een achtergelaten graankorrel in de grond? De eerste is hopeloos verloren en kunnen we nog met een prachtig requiem, gezang ten grave brengen. Afgelopen. Voorbij. Einde verhaal. De tweede biedt hoop. Een stervende kerk die vrucht voortbrengt. Een kerk die bereid is zijn opgebouwde privileges af te leggen voor een hoopvolle toekomst. De schil van uiterlijkheden, knellende regels en wetten of prachtige diensten en grootse samenkomsten, afgelegd om weer tot de kern te komen van wat de werkelijke groei betekent. Leven uit de dood. De opstanding van de kerk.
Aan de andere kant zijn er prachtige diensten, geweldige samenkomsten, heerlijke grote, volle zalen, kampeermanifestaties met hoge bezoekerscijfers en bijbehorende juichende recensies. Wie dat ziet en meemaakt, krijgt niet het gevoel dat er iets ergs aan de hand is. Cijfers lijken erop te wijzen dat orthodox-gereformeerde kerken, de pinksterkerken en de evangelische gemeenten tegen de tijdgeest in blijven groeien. Daar zijn nog megakerken te vinden van honderden tot duizenden kerkleden. Wie er in zit wordt meegezogen met het positivisme dat de beweging, organisatie of kerk uitstraalt.
Toch ook hier een maar. Een boek dat is uitgekomen met interviews van gemeenteleden die de evangelische gemeenten via de achterdeur hebben verlaten. Mensen die ‘ooit evangelisch’ zijn, zich post-evangelisch noemen, traumatisch zijn van het evangelisch evangelie of uitgekotst zijn door het amateuristisch hogere management dat deze beweging kenmerkt. Bovendien is in de Geestvervulde beweging van geen statistiek sprake, waardoor cijfers slechts giswerk zijn. Daar waar ze wel zijn becijferd of onderzocht komen we een hoog overgangsgeloof tegen. Protestantse kerkleden lopen over naar het meer vrijere evangelie. Er is nauwelijks sprake van gelovigen die uit het niets zich bij de nieuwe kerken aansluiten.
Wat betreft de orthodoxe kerken is ’s lands Grootste Gereformeerde Krant (afgekort ND) zeer happig op verhalen van mensen die aanschoppen tegen de kerk van herkomst, zeker waar het de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt betreft. Deze week nog werden woorden getrokken uit de mond van een kritische, spraakmakende jonge dominee uit die kerk. ‘De Gereformeerde Kerken vrijgemaakt zijn ten dode opgeschreven’, horen we hem verklaren. Niet het geloof is ten dode opgeschreven, maar het systeem dat er van is gemaakt.
De kerk is dood. Het is een vervreemdende uitspraak voor wie midden op de Biblebelt zich bevindt tussen de duizenden gelovigen die dit smaldeel in Nederland kenmerkt. Het roept vraagtekens op voor de Drachtenaren of degene die tientallen kilometers rijden om zich te laten vermaken in de megakerk in het noorden des lands. Maar is het juist daar niet dat het sterven van de kerk zich ten volle openbaart? Ik hoor van kleine kerken die het hoofd nauwelijks boven het water kunnen houden. Leden besluiten het kleine kuddeke te verwisselen voor een grote moloch waar ze een half uur voor moeten rijden. Ze worden er meer opgebouwd, ze genieten van de mooie diensten, de geweldige toespraken. En rijden weer terug naar de plaats van herkomst, opgebouwd zodat ze er weer een week tegen kunnen.
De kerk als gemeenschap. Een boek dat prijkt in mijn boekenkast. Waar is die nog te vinden? Een kerk waar mensen om elkaar geven. Waar het budget niet grotendeels wordt opgeslokt door het mooie podium, de entourage, de filmcamera’s, de beamer of de techniek. Maar door armoedebestrijding, onderlinge zorg, cursussen om elkaar te ondersteunen. Waar het milieu niet wordt vervuild getuige de honderden auto’s die door goed opgeleide parkeerwachten professioneel worden binnengeleid. Maar waar mensen worden opgeleid om elkaar te ondersteunen in hun dagelijkse zorgen en noden.
De kerk is stervende. Maar is het een stervende zwaan of een achtergelaten graankorrel in de grond? De eerste is hopeloos verloren en kunnen we nog met een prachtig requiem, gezang ten grave brengen. Afgelopen. Voorbij. Einde verhaal. De tweede biedt hoop. Een stervende kerk die vrucht voortbrengt. Een kerk die bereid is zijn opgebouwde privileges af te leggen voor een hoopvolle toekomst. De schil van uiterlijkheden, knellende regels en wetten of prachtige diensten en grootse samenkomsten, afgelegd om weer tot de kern te komen van wat de werkelijke groei betekent. Leven uit de dood. De opstanding van de kerk.
zaterdag 13 november 2010
Artikel over nieuwe kerken in Elsevier
In de Elsevier van komende week wordt aandacht geschonken aan verschillende nieuwe kerken. ‘t Is een korte en treffende schets van ontwikkelingen op het vlak van nieuwe kerkvormen. Ondermeer Stars (Eindhoven), Villa Klarendal (Arnhem), Via Nova (Amsterdam), Zingeving op de Zuidas (Amsterdam) en In de praktijk (Den Haag) komen kort aan bod.
zaterdag 6 november 2010
Dualisme of holisme
Ik kom nog even terug op mijn ervaringen van afgelopen woensdag. Ik vond het namelijk een prachtig voorbeeld van dualisme versus holisme. Om dat te begrijpen eerst even een uitleg van deze begrippen.
Sinds de Verlichting is in de westerse kerk een dualistisch denken ingeslopen ten opzichte van het leven in onze samenleving. Het leven in de kerk, het geestelijke leven staat daarbij centraal, maar ook tegenover het leven in deze wereld. God is te vinden in het geestelijke domein. Alles wat daar niet mee te maken heeft, is verdacht, ongeestelijk en kan maar beter worden gemeden.
Daar tegenover staat een nieuwe beweging die in deze wereld het geloof wil uitspreken over alle aspecten van deze wereld. Christenen hebben een taak in deze wereld, die niet alleen beperkt is tot het geestelijke domein. Hun taak is om in de seculiere, niet gelovige, wereld christen te zijn en de principes van het evangelie daarin te laten doordringen. Er is geen tegenstelling tussen de wereld waarin men met het geloof bezig is (het sacrale) en de wereld die helemaal van God los is (het seculiere). Deze wereld is een geheel (holistisch) en mensen moeten als zodanig worden benaderd.
Mijn ervaringen met de twee verhuisdames is een voorbeeld van het laatste. De twee waren beide op zoek naar een huis. Ik kom langs en kan de twee aan elkaar verbinden. Daar zie ik een werking van God in. Hij heeft mij geleid om in de materiële behoeften te voldoen. In dualistische denktermen zou dit een prachtige manier zijn om de twee van het hoofddoel te overtuigen: het evangelie van Jezus. Het gebeuren op zich is minder belangrijk, want het gaat om behoeften in deze wereld. We kunnen maar beter uitzien naar wat gaat komen en ons bezig houden met ons 'zielen'-leven. In holistisch denken is ook de eerste scheppingsopdracht van belang. God schiep ons niet alleen om met Hem te leven, maar ook om met elkaar te leven, met behoeften aan materiële zaken, eten, een positie in de samenleving, gemeenschap met anderen, seksualiteit. Wij zijn geroepen om daar gehoor aan te geven. Als we dat doen, doen we net zozeer Gods wil als wij het evangelie brengen.
Mijn ervaringen in de avond waren een voorbeeld van het dualistische denken. Een geweldige aanbiddingsdienst, waar op zich niets mis mee was. Maar waar wel opmerkingen werden gemaakt, dat we nu God wilden ontmoeten. Die ontmoeting, met andere woorden, kon plaatsvinden door vooral samen te aanbidden (wat dan bedoeld wordt als: samen zingen en bidden). Terwijl ik dat hoorde, bedacht ik me dat ik God die dag in alle aspecten die ik deed al had ontmoet. Tijdens de OR-bijeenkomst, de ontmoeting met de dame, de computerles, het coachingsgesprek en ook nu tijdens deze avond. Maar er werd het gevoel gegeven dat nu de tijd was om God te ontmoeten. In het vervolg van de avond was er een moment waarop mensen voor zich konden laten bidden. Waarin ze de zegen van God mochten ontvangen. Over enkele mensen hadden de leiders een speciaal woord. Ik kreeg het gevoel dat dit DE manier is waarop God werkt. En als Hij bij ons niet zo werkt, er iets mis bij ons was. Maar terwijl ik buiten stond te praten met de rokende dame, was er net zozeer de aanwezigheid van God als binnen. Dat de sfeer deze vrouw niet aansprak was niet erg. Want in mijn ogen werkt God op diverse manieren. Op de manier die op dat moment binnen gaande was. Maar ook op de manier van gesprekken tijdens het roken.
God gaat overal met ons mee en wil ons daar gebruiken. Er hoeft geen heilig gebouw, geweldige sfeer of mooie liederen aan te pas komen vooraleer hij gaat werken. Hij vraagt ons als gelovige in deze wereld te leven. En Hij gebruikt ons ook zonder grote manifestaties of spontane ontmoetingen. Ook als we trouw ons werk doen en dat integer doen. Zonder dat we het weten, stralen we daardoor een beeld uit van wat een christen is. Soms merken we daarvan na verloop van tijd de resultaten. Vaak ook helemaal niet. Toch geloof ik dat zo'n holistisch leven gewenst is. Christenen horen niet alleen in de kerk. Ze moeten naar buiten om daar hun licht uit te stralen en zout te zijn.
Sinds de Verlichting is in de westerse kerk een dualistisch denken ingeslopen ten opzichte van het leven in onze samenleving. Het leven in de kerk, het geestelijke leven staat daarbij centraal, maar ook tegenover het leven in deze wereld. God is te vinden in het geestelijke domein. Alles wat daar niet mee te maken heeft, is verdacht, ongeestelijk en kan maar beter worden gemeden.
Daar tegenover staat een nieuwe beweging die in deze wereld het geloof wil uitspreken over alle aspecten van deze wereld. Christenen hebben een taak in deze wereld, die niet alleen beperkt is tot het geestelijke domein. Hun taak is om in de seculiere, niet gelovige, wereld christen te zijn en de principes van het evangelie daarin te laten doordringen. Er is geen tegenstelling tussen de wereld waarin men met het geloof bezig is (het sacrale) en de wereld die helemaal van God los is (het seculiere). Deze wereld is een geheel (holistisch) en mensen moeten als zodanig worden benaderd.
Mijn ervaringen met de twee verhuisdames is een voorbeeld van het laatste. De twee waren beide op zoek naar een huis. Ik kom langs en kan de twee aan elkaar verbinden. Daar zie ik een werking van God in. Hij heeft mij geleid om in de materiële behoeften te voldoen. In dualistische denktermen zou dit een prachtige manier zijn om de twee van het hoofddoel te overtuigen: het evangelie van Jezus. Het gebeuren op zich is minder belangrijk, want het gaat om behoeften in deze wereld. We kunnen maar beter uitzien naar wat gaat komen en ons bezig houden met ons 'zielen'-leven. In holistisch denken is ook de eerste scheppingsopdracht van belang. God schiep ons niet alleen om met Hem te leven, maar ook om met elkaar te leven, met behoeften aan materiële zaken, eten, een positie in de samenleving, gemeenschap met anderen, seksualiteit. Wij zijn geroepen om daar gehoor aan te geven. Als we dat doen, doen we net zozeer Gods wil als wij het evangelie brengen.
Mijn ervaringen in de avond waren een voorbeeld van het dualistische denken. Een geweldige aanbiddingsdienst, waar op zich niets mis mee was. Maar waar wel opmerkingen werden gemaakt, dat we nu God wilden ontmoeten. Die ontmoeting, met andere woorden, kon plaatsvinden door vooral samen te aanbidden (wat dan bedoeld wordt als: samen zingen en bidden). Terwijl ik dat hoorde, bedacht ik me dat ik God die dag in alle aspecten die ik deed al had ontmoet. Tijdens de OR-bijeenkomst, de ontmoeting met de dame, de computerles, het coachingsgesprek en ook nu tijdens deze avond. Maar er werd het gevoel gegeven dat nu de tijd was om God te ontmoeten. In het vervolg van de avond was er een moment waarop mensen voor zich konden laten bidden. Waarin ze de zegen van God mochten ontvangen. Over enkele mensen hadden de leiders een speciaal woord. Ik kreeg het gevoel dat dit DE manier is waarop God werkt. En als Hij bij ons niet zo werkt, er iets mis bij ons was. Maar terwijl ik buiten stond te praten met de rokende dame, was er net zozeer de aanwezigheid van God als binnen. Dat de sfeer deze vrouw niet aansprak was niet erg. Want in mijn ogen werkt God op diverse manieren. Op de manier die op dat moment binnen gaande was. Maar ook op de manier van gesprekken tijdens het roken.
God gaat overal met ons mee en wil ons daar gebruiken. Er hoeft geen heilig gebouw, geweldige sfeer of mooie liederen aan te pas komen vooraleer hij gaat werken. Hij vraagt ons als gelovige in deze wereld te leven. En Hij gebruikt ons ook zonder grote manifestaties of spontane ontmoetingen. Ook als we trouw ons werk doen en dat integer doen. Zonder dat we het weten, stralen we daardoor een beeld uit van wat een christen is. Soms merken we daarvan na verloop van tijd de resultaten. Vaak ook helemaal niet. Toch geloof ik dat zo'n holistisch leven gewenst is. Christenen horen niet alleen in de kerk. Ze moeten naar buiten om daar hun licht uit te stralen en zout te zijn.
donderdag 4 november 2010
Zomaar een 'vrije' dag
Vandaag had ik een vrije dag. Althans, dat dacht ik. Tussen negen en elf zat ik bij een vergadering van de Ondernemingsraad van de gemeente Arnhem. Er komt weer een grootscheepse organisatieverandering aan en daar moet de medezeggenschap bovenop zitten. Dus had ik een deel van mijn dag ingeruimd voor deze voorbereidende vergadering. Na afloop sprak ik nog wat na met enkele collega's.
De genuttigde koppen koffie werkten op mijn blaas, waardoor ik niet rechtstreeks naar de uitgang liep om naar mijn sportschool te gaan die op het opvolgende to-do-lijstje stond, maar naar het toilet. In de grote ontmoetingsruimte op weg naar die plek zag ik een goede bekende van Villa Klarendal zitten die een tijd lang uit beeld was. Of ik er niet even bij wil komen zitten. Wat ik na de noodzakelijke ontlading deed. Ze vertelde me haar verhaal, dat voor hier privé blijft. Een vraag kwam boven: ze wilde graag van huis ruilen. Of ik niemand wist die een appartement wilde ruilen voor een benedenwoning. Na enige creatieve hoofdbrekens drong bij me door dat een sporadische bezoeker van de Villa al tijden op zoek is naar iemand die haar appartement wil betrekken in ruil voor een benedenwoning. Dus belde ik die persoon en gaf mijn telefoon door aan de ander. Er werd om een uur een afspraak gepland en omdat de straat onbekend was, sprak ik af om rond die tijd als wegwijzer te fungeren.
Drie kwartier later dan gepland reed ik naar de fitnessruimte om een beperkter dan gepland programma af te werken. Na afloop was ik met de fiets net op tijd om mevrouw het adres te tonen. De twee bleken elkaar toch al te kennen.
Na een beleefd afslaan van de koffie racete ik naar huis om daar aangekomen even een werktaak uit te voeren. Niet voor lang, omdat het alweer tijd was om naar mijn computerleerlingen in het wijkcentrum te gaan. Daar aangekomen werd ik in een bezettingsdiscussie gezogen, omdat aan een andere gebruiker van het wijkcentrum onze computerruimte op deze dag permanent was toegezegd. Prachtige discussie wie nu wanneer voorrang had. Uiteindelijk werd voor de andere groep een nieuwe ruimte gevonden waar ze terecht kunnen als wij bij de computers moeten zijn. Dan waren de standaard plichtplegingen van koffie en thee gereed zetten aan de beurt die ik vervolgens naar de zaal bracht.
Een cursist zat al netjes te wachten, die ik volgens afspraak een eindtoets bezorgde waar hij de rest van de les zoet mee was. Ondertussen was ook een nieuwe persoon de zaal binnengekomen, die me vroeg naar de vervolgcursussen. Na een korte uitleg wilde ze zich inschrijven en vulde ze het inschrijfformulier in. Vrijdag zal ze het inschrijfgeld komen betalen en dinsdag start ze de cursus bij twee andere collega-vrijwillige-docenten. Dan hadden de inmiddels tot drie uitgegroeide computerstudenten mijn volle aandacht. Vragen over Excel 2007 wisselden zich af met die over de rekenmachine, het kladblok en het downloaden van MP3-bestanden van internet. Tussendoor nog snel een afspraak verzetten die ik om halfvijf had gepland met de opbouwwerker. En een enthousiast bedanktelefoontje van een van de ruildames die me meldde dat de ruil een feit was. Met dit alles werd het alweer snel halfvier, einde van de les.
De volgende gast diende zich aan. Tussen halfvier en halfvijf stond een coachingsgesprek met de stagiaire van Villa Klarendal gepland. Gesprekken over hoe hij het werk in de wijk ervaart. Veel vragen van zijn kant over het hoe en waarom van bepaalde manieren van werken. Na afloop werden de niet genuttigde koffie en thee en de leeggedronken kopjes van de computerles in de daartoe bestemde plekken achtergelaten. Tijd voor mijzelf. Tijd voor een maaltijd in een leeg huis vanwege een reünie, een dansles en werk van de andere huisgenoten.
Stipt halfacht stond een bezoeker van de Villa aan de deur met wie ik naar een speciale zendingsavond in onze oude kerk zou gaan. Ze zag er enigszins anders uit en al snel zag ik dat ze haar gebit niet in had. Ik vroeg haar of ze niet iets miste, waarop ze verschrikt naar haar mond greep en meldde dat hij thuis nog in de Steradent stond om lekker fris voor de dag te komen. Volgens mij was de gebitsloosheid geen groot probleem, maar ze stond erop om gebitsvol te verschijnen. Dus gingen we om tien voor acht met mijn zoon en het gebit inmiddels weer in de mond op weg naar de avond. Een prachtige avond met veel zingen en aanbidden in een stijl waar mijn gast op een gegeven ogenblik helemaal genoeg van kreeg. Geen nood. Ik kende het gebouw van haver tot gort en leidde haar onopvallend naar de uitgang, waar we een kwartier konden bijkomen met sigaret, frisse lucht en een ontspannen gesprek. Dat deed goed en daarna was de informatie uit Mongolië voor haar niet zo dodelijk vermoeiend als het voorgaande en zaten we met gloeiende oortjes te horen en te kijken naar wat God in dat verre land aan het doen was. De laatste sessie van samen God zoeken was voor mijn gast weer een brug te ver. Ze had behoefte aan rust en een kroket en ik geleidde haar naar buiten, waarna ik de sessie vervolgde.
Elf uur kwamen we thuis. En zo lig ik nu op de bank, terwijl we de nieuwtjes van de dag hebben uitgewisseld en ondertussen wat films hebben bekeken.
Zomaar een 'vrije' dag. Wie aan 'vrij' denkt, denkt aan een lekker-lui-languit-liggen-en-niets-doen. Hier niet dus. Althans, niet vandaag. Maar wel zo'n dag waarvan je achteraf zegt dat 'ie zinvol is besteed. Datzelfde geldt voor de afgelopen dagen als ik zo terug kijk. Leven met Jezus, missionair werk, 'tentenmaker' in Nederland: never a dull moment. Het is een groot avontuur, met elke dag weer iets nieuws.
De genuttigde koppen koffie werkten op mijn blaas, waardoor ik niet rechtstreeks naar de uitgang liep om naar mijn sportschool te gaan die op het opvolgende to-do-lijstje stond, maar naar het toilet. In de grote ontmoetingsruimte op weg naar die plek zag ik een goede bekende van Villa Klarendal zitten die een tijd lang uit beeld was. Of ik er niet even bij wil komen zitten. Wat ik na de noodzakelijke ontlading deed. Ze vertelde me haar verhaal, dat voor hier privé blijft. Een vraag kwam boven: ze wilde graag van huis ruilen. Of ik niemand wist die een appartement wilde ruilen voor een benedenwoning. Na enige creatieve hoofdbrekens drong bij me door dat een sporadische bezoeker van de Villa al tijden op zoek is naar iemand die haar appartement wil betrekken in ruil voor een benedenwoning. Dus belde ik die persoon en gaf mijn telefoon door aan de ander. Er werd om een uur een afspraak gepland en omdat de straat onbekend was, sprak ik af om rond die tijd als wegwijzer te fungeren.
Drie kwartier later dan gepland reed ik naar de fitnessruimte om een beperkter dan gepland programma af te werken. Na afloop was ik met de fiets net op tijd om mevrouw het adres te tonen. De twee bleken elkaar toch al te kennen.
Na een beleefd afslaan van de koffie racete ik naar huis om daar aangekomen even een werktaak uit te voeren. Niet voor lang, omdat het alweer tijd was om naar mijn computerleerlingen in het wijkcentrum te gaan. Daar aangekomen werd ik in een bezettingsdiscussie gezogen, omdat aan een andere gebruiker van het wijkcentrum onze computerruimte op deze dag permanent was toegezegd. Prachtige discussie wie nu wanneer voorrang had. Uiteindelijk werd voor de andere groep een nieuwe ruimte gevonden waar ze terecht kunnen als wij bij de computers moeten zijn. Dan waren de standaard plichtplegingen van koffie en thee gereed zetten aan de beurt die ik vervolgens naar de zaal bracht.
Een cursist zat al netjes te wachten, die ik volgens afspraak een eindtoets bezorgde waar hij de rest van de les zoet mee was. Ondertussen was ook een nieuwe persoon de zaal binnengekomen, die me vroeg naar de vervolgcursussen. Na een korte uitleg wilde ze zich inschrijven en vulde ze het inschrijfformulier in. Vrijdag zal ze het inschrijfgeld komen betalen en dinsdag start ze de cursus bij twee andere collega-vrijwillige-docenten. Dan hadden de inmiddels tot drie uitgegroeide computerstudenten mijn volle aandacht. Vragen over Excel 2007 wisselden zich af met die over de rekenmachine, het kladblok en het downloaden van MP3-bestanden van internet. Tussendoor nog snel een afspraak verzetten die ik om halfvijf had gepland met de opbouwwerker. En een enthousiast bedanktelefoontje van een van de ruildames die me meldde dat de ruil een feit was. Met dit alles werd het alweer snel halfvier, einde van de les.
De volgende gast diende zich aan. Tussen halfvier en halfvijf stond een coachingsgesprek met de stagiaire van Villa Klarendal gepland. Gesprekken over hoe hij het werk in de wijk ervaart. Veel vragen van zijn kant over het hoe en waarom van bepaalde manieren van werken. Na afloop werden de niet genuttigde koffie en thee en de leeggedronken kopjes van de computerles in de daartoe bestemde plekken achtergelaten. Tijd voor mijzelf. Tijd voor een maaltijd in een leeg huis vanwege een reünie, een dansles en werk van de andere huisgenoten.
Stipt halfacht stond een bezoeker van de Villa aan de deur met wie ik naar een speciale zendingsavond in onze oude kerk zou gaan. Ze zag er enigszins anders uit en al snel zag ik dat ze haar gebit niet in had. Ik vroeg haar of ze niet iets miste, waarop ze verschrikt naar haar mond greep en meldde dat hij thuis nog in de Steradent stond om lekker fris voor de dag te komen. Volgens mij was de gebitsloosheid geen groot probleem, maar ze stond erop om gebitsvol te verschijnen. Dus gingen we om tien voor acht met mijn zoon en het gebit inmiddels weer in de mond op weg naar de avond. Een prachtige avond met veel zingen en aanbidden in een stijl waar mijn gast op een gegeven ogenblik helemaal genoeg van kreeg. Geen nood. Ik kende het gebouw van haver tot gort en leidde haar onopvallend naar de uitgang, waar we een kwartier konden bijkomen met sigaret, frisse lucht en een ontspannen gesprek. Dat deed goed en daarna was de informatie uit Mongolië voor haar niet zo dodelijk vermoeiend als het voorgaande en zaten we met gloeiende oortjes te horen en te kijken naar wat God in dat verre land aan het doen was. De laatste sessie van samen God zoeken was voor mijn gast weer een brug te ver. Ze had behoefte aan rust en een kroket en ik geleidde haar naar buiten, waarna ik de sessie vervolgde.
Elf uur kwamen we thuis. En zo lig ik nu op de bank, terwijl we de nieuwtjes van de dag hebben uitgewisseld en ondertussen wat films hebben bekeken.
Zomaar een 'vrije' dag. Wie aan 'vrij' denkt, denkt aan een lekker-lui-languit-liggen-en-niets-doen. Hier niet dus. Althans, niet vandaag. Maar wel zo'n dag waarvan je achteraf zegt dat 'ie zinvol is besteed. Datzelfde geldt voor de afgelopen dagen als ik zo terug kijk. Leven met Jezus, missionair werk, 'tentenmaker' in Nederland: never a dull moment. Het is een groot avontuur, met elke dag weer iets nieuws.
Column Friesch Dagblad 25: Oh Oh Cherso
Het is een veel gehoorde klacht. Onze samenleving verruwt en verhardt. In de politiek worden de fraaie omgangsvormen inmiddels met voeten getreden. Mevrouw of meneer de voorzitter wordt langszij gezet en de spreker richt zich rechtstreeks tot de spreker. Waarbij de termen “u bent knettergek”, “effe dimmen” of het onlangs gehoorde “ja, dat is huilie huilie, mevrouw…” over het ooit zo gewaardeerde katheder knetteren.
De verruwing en verharding zet zich door in de populariteit van tv-programma’s. ‘Oh oh Cherso’ waarin jongeren uit Den Haag zich tegoed doen aan het uitgaansleven in Chersonissos (Kreta) en alles wat er gebeurt tot en met de niets ontziende nachtscenes live te zien zijn op tv is in korte tijd zeer populair geworden. Typetjes uit de Haagse buurten nemen geen blad voor de mond of voor wat dan ook en gooien alles open en bloot. Een niets ontziende openheid wordt de kijker geboden. En het is razend populair.
In de politiek was het een lang gekoesterde droom. De politiek moest dichterbij het volk komen. De parlementariërs moesten Jip en Janneke taal gaan spreken. Eerst spraken ze een taal die voor het gewone volk niet verstaanbaar was. In allerlei wollige, omfloerste en technische termen werden de onderwerpen voor het voetlicht gebracht. Dat was niet goed. Het moest anders. Ze hebben gekregen waar ze om vroegen. In een Jip en Janneke taal waar de honden geen brood van lusten. En met de vereenvoudiging van de taal kwam ook de verruwing van de omgangsvormen. Het is alsof men denkt dat als er eenvoudige taal wordt gesproken, ook de omgang moet worden vereenvoudigd. We passen ons aan aan wat gangbaar en vooral populair is. Van Oh oh Cherso tot de brutaliteit van Geen Stijl. Politiek nieuwe stijl; politiek Geen Stijl. Blaf de ander af, dan gaat ie vanzelf liggen. Of komt er een reactie en hebben we een leuk debat.
Is al die vervolksing en vereenvoudiging nu een verbetering? Ik weet het niet. Aanpassen aan de mores van het volk is op zijn zachtst gezegd vreemd. De politiek heeft hoe dan ook een voorbeeldfunctie. Als dat voorbeeld dan het gewone leven van het volk imiteert, is dat een teken dat er geen leiders meer zijn in het land. Dat zij het gedrag tenminste goedkeuren.
De media heeft wat dat betreft ook een eigen rol. Gaat het alleen om wat leuk en populair is? Dienen de kijkcijfers het Grote Doel? Typerend was de reactie van mediagoeroe Joop van den Ende met zijn dubbelzinnige uitleg over programma’s als ‘Cherso’. Hij zou uit persoonlijke overtuiging dit soort programma’s willen verbieden. Want welk voorbeeld geeft dit aan jeugd. Leef er maar op los, doe wat je wilt, zeg wat je wilt. Maar goed, een geweldige producer die de tijdgeest aanvoelt en een dergelijk programma uitzendt.
Cherso hoor ik in de verhalen van jongeren in mijn buurt. De man met het bleke haar legt zijn oor zeker dichtbij ons soort wijken, want dat is gewone spreektaal. En een deel van de omgangsvormen vind ik terug in hoe men hier met elkaar omgaat. Joviale klap op de schouder. Een beetje jennen. Een beetje de ander uit de kast lokken.
Jip en Janneke zijn terug. Maar hun taal is niet bedoeld om te jennen, te sarren of de ander vliegen af te vangen. Achter hun taal zit het nieuwsgierige en open gedrag van kinderen die nog vrij en onbevangen in het leven staan. Ik wil een leider zijn die zo in het leven staat. Niet in alles meegaan in hoe men leeft. Net even anders. Sprekend in de taal van het volk. Niet cynisch, rauw en hard. Maar open, liefdevol en onbevangen.
De verruwing en verharding zet zich door in de populariteit van tv-programma’s. ‘Oh oh Cherso’ waarin jongeren uit Den Haag zich tegoed doen aan het uitgaansleven in Chersonissos (Kreta) en alles wat er gebeurt tot en met de niets ontziende nachtscenes live te zien zijn op tv is in korte tijd zeer populair geworden. Typetjes uit de Haagse buurten nemen geen blad voor de mond of voor wat dan ook en gooien alles open en bloot. Een niets ontziende openheid wordt de kijker geboden. En het is razend populair.
In de politiek was het een lang gekoesterde droom. De politiek moest dichterbij het volk komen. De parlementariërs moesten Jip en Janneke taal gaan spreken. Eerst spraken ze een taal die voor het gewone volk niet verstaanbaar was. In allerlei wollige, omfloerste en technische termen werden de onderwerpen voor het voetlicht gebracht. Dat was niet goed. Het moest anders. Ze hebben gekregen waar ze om vroegen. In een Jip en Janneke taal waar de honden geen brood van lusten. En met de vereenvoudiging van de taal kwam ook de verruwing van de omgangsvormen. Het is alsof men denkt dat als er eenvoudige taal wordt gesproken, ook de omgang moet worden vereenvoudigd. We passen ons aan aan wat gangbaar en vooral populair is. Van Oh oh Cherso tot de brutaliteit van Geen Stijl. Politiek nieuwe stijl; politiek Geen Stijl. Blaf de ander af, dan gaat ie vanzelf liggen. Of komt er een reactie en hebben we een leuk debat.
Is al die vervolksing en vereenvoudiging nu een verbetering? Ik weet het niet. Aanpassen aan de mores van het volk is op zijn zachtst gezegd vreemd. De politiek heeft hoe dan ook een voorbeeldfunctie. Als dat voorbeeld dan het gewone leven van het volk imiteert, is dat een teken dat er geen leiders meer zijn in het land. Dat zij het gedrag tenminste goedkeuren.
De media heeft wat dat betreft ook een eigen rol. Gaat het alleen om wat leuk en populair is? Dienen de kijkcijfers het Grote Doel? Typerend was de reactie van mediagoeroe Joop van den Ende met zijn dubbelzinnige uitleg over programma’s als ‘Cherso’. Hij zou uit persoonlijke overtuiging dit soort programma’s willen verbieden. Want welk voorbeeld geeft dit aan jeugd. Leef er maar op los, doe wat je wilt, zeg wat je wilt. Maar goed, een geweldige producer die de tijdgeest aanvoelt en een dergelijk programma uitzendt.
Cherso hoor ik in de verhalen van jongeren in mijn buurt. De man met het bleke haar legt zijn oor zeker dichtbij ons soort wijken, want dat is gewone spreektaal. En een deel van de omgangsvormen vind ik terug in hoe men hier met elkaar omgaat. Joviale klap op de schouder. Een beetje jennen. Een beetje de ander uit de kast lokken.
Jip en Janneke zijn terug. Maar hun taal is niet bedoeld om te jennen, te sarren of de ander vliegen af te vangen. Achter hun taal zit het nieuwsgierige en open gedrag van kinderen die nog vrij en onbevangen in het leven staan. Ik wil een leider zijn die zo in het leven staat. Niet in alles meegaan in hoe men leeft. Net even anders. Sprekend in de taal van het volk. Niet cynisch, rauw en hard. Maar open, liefdevol en onbevangen.
zaterdag 9 oktober 2010
Keuzes maken
Soms word je door het moment van de tijd genoodzaakt keuzes te maken. Dat geldt wat mij betreft zeker voor de afgelopen tijd. Ik vind het leuk om te schrijven en te bloggen. Ik vind het heerlijk om eens rustig te studeren en na te denken.
Soms worden die vrijetijdsbezigheden ondergesneeuwd door belangrijkere dingen. Dan moet je pas op de plaats maken. Een verplichte blog-, schrijf- en studiestop instellen.
Dat is dan jammer, maar als ik dan moet kiezen, kies ik voor wat belangrijker is. Wie mijn blog en columns wat volgt, valt op dat mijn gedachten en vrije tijd de afgelopen periode helemaal in het teken stonden van het thema gemeenschap. In juli ben ik samen met twee anderen aangesteld als leidinggevende van de nieuwe christelijke gemeenschap Villa Klarendal. Een van de anderen ging direct na de aanstelling over tot een welverdiende zwangerschapsverlof, waar ze pas op 1 november van terug zal komen. De eindverantwoordelijkheid voor de Villa lag daardoor de afgelopen tijd bij de andere leidinggevende en ikzelf. Daarnaast hebben we gelukkig nog onze drie echtgenoten en twee anderen met wie we samen het kernteam vormen.
Gezamenlijk zijn we bezig geweest met de verdere vorming van onze gemeenschap. Waar een gemeenschap spontaan uit een project is ontstaan, moet nagedacht worden hoe de gemeenschap in goede banen kan worden geleid. Bij een kerkgemeenschap horen dan ook nog de nieuwe aspecten die daarbij gepaard gaan. En de vragen die daarmee gepaard gaan.
Denk daarbij aan:
Lidmaatschap
Hoe kun je ervoor zorgen dat de gemeenschap aantrekkelijk blijft voor iedereen (inclusief), zodat iedereen die komt zich thuis mag voelen. Tegelijkertijd willen we mensen die verder willen groeien gestimuleerd worden om zich ook daadwerkelijk kunnen aansluiten bij de christelijke gemeenschap. Het is een dilemma om de open gemeenschap te kunnen combineren met een kleinere groep die deel uitmaakt van de christelijke gemeenschap en zich daaraan toewijdt.
Doop
Gaat de nieuwe gemeenschap uit van de kinderdoop of van de volwassenendoop (beter gezegd: doop op geloof). Lastige vragen, omdat we als team uit kerken afkomstig zijn die een van beide dooppraktijken aanhangen met de achterliggende theologie. Het was dan ook als team en als nadenkers gevaarlijk om terecht te komen in de jarenlang durende polemiek die tussen beide groepen aan de gang was. We zijn uiteindelijk samen uit de theologische loopgraven gekropen om te zoeken naar wat werkbaar zou zijn in missionaire situatie waarin Villa Klarendal zich bevindt. Dat we zijn uitgekomen bij de kinderdoop is voor sommigen uit mijn achtergrond lastig te begrijpen, maar wij zien er wegen voor. Op die basis hebben we afgelopen zondag een kinderdoopdienst gehouden. Maar inmiddels zijn er ook verzoeken gekomen voor een volwassenendoop van mensen die geen kerkelijke achtergrond hebben.
Avondmaal
Een van de basispraktijken van een christelijke gemeente is het herdenken van Jezus' lijden en sterven door de tekenen van brood en wijn. Vanaf het begin stond voor ons vast dat dit sacrament ook binnen Villa Klarendal ingevoerd moest worden. Ook hiervoor geldt weer dat het gezamenlijk vieren als gelovigen van Christus' heilsdaad een uitsluitend fenomeen kan zijn. Grote vraag voor ons was hoe we dit konden invoeren binnen onze viering zonder de zoekers, die niet-gelovigen of de anders-gelovigen die zich bij ons thuis voelen een gevoel van vervreemding krijgen. Het laatste is er nog niet over gezegd. Daarom hou ik de uitkomst van dit gesprek hier nog even onder ons.
De nieuwe gemeenschap lijkt vorm te krijgen. Hoe dan ook moeten we keuzes maken om als gemeenschap te kunnen groeien. Met het grote feest op 25 september en de eerste doopdienst op 3 oktober hebben we ons voor het eerst in het openbaar gemanifesteerd. Alle andere aspecten zullen nu langzamerhand worden ingevoerd. En dat terwijl het oude vertrouwde blijft bestaan.
De reactie van bezoekers is tot nu toe alleen maar positief en enthousiast. Het startfeest en de doopdienst werden met open armen en harten ontvangen. Het mooiste wat ik deze week uit de mond van een van hen hoorde was een eigen vertaling van een gesprek met mijn dochter. Toen die op de vraag van de bezoeker of zij nog wel naar een kerk ging wat weifelend antwoordde, reageerde de bezoeker dat de gemeenschap binnen de kerk zo nodig is, omdat het zo moeilijk is om alleen te geloven. Zo, dat drong diep naar binnen. Ik ben benieuwd hoe dit inzicht verder uitwerkt. In zowel het leven van mijn dochter als in dat van de bezoeker.
Kortom, de moraal van dit hele epistel. We worden hoe dan ook voor keuzes gesteld. Zowel persoonlijk als gemeenschappelijk.
Soms worden die vrijetijdsbezigheden ondergesneeuwd door belangrijkere dingen. Dan moet je pas op de plaats maken. Een verplichte blog-, schrijf- en studiestop instellen.
Dat is dan jammer, maar als ik dan moet kiezen, kies ik voor wat belangrijker is. Wie mijn blog en columns wat volgt, valt op dat mijn gedachten en vrije tijd de afgelopen periode helemaal in het teken stonden van het thema gemeenschap. In juli ben ik samen met twee anderen aangesteld als leidinggevende van de nieuwe christelijke gemeenschap Villa Klarendal. Een van de anderen ging direct na de aanstelling over tot een welverdiende zwangerschapsverlof, waar ze pas op 1 november van terug zal komen. De eindverantwoordelijkheid voor de Villa lag daardoor de afgelopen tijd bij de andere leidinggevende en ikzelf. Daarnaast hebben we gelukkig nog onze drie echtgenoten en twee anderen met wie we samen het kernteam vormen.
Gezamenlijk zijn we bezig geweest met de verdere vorming van onze gemeenschap. Waar een gemeenschap spontaan uit een project is ontstaan, moet nagedacht worden hoe de gemeenschap in goede banen kan worden geleid. Bij een kerkgemeenschap horen dan ook nog de nieuwe aspecten die daarbij gepaard gaan. En de vragen die daarmee gepaard gaan.
Denk daarbij aan:
Lidmaatschap
Hoe kun je ervoor zorgen dat de gemeenschap aantrekkelijk blijft voor iedereen (inclusief), zodat iedereen die komt zich thuis mag voelen. Tegelijkertijd willen we mensen die verder willen groeien gestimuleerd worden om zich ook daadwerkelijk kunnen aansluiten bij de christelijke gemeenschap. Het is een dilemma om de open gemeenschap te kunnen combineren met een kleinere groep die deel uitmaakt van de christelijke gemeenschap en zich daaraan toewijdt.
Doop
Gaat de nieuwe gemeenschap uit van de kinderdoop of van de volwassenendoop (beter gezegd: doop op geloof). Lastige vragen, omdat we als team uit kerken afkomstig zijn die een van beide dooppraktijken aanhangen met de achterliggende theologie. Het was dan ook als team en als nadenkers gevaarlijk om terecht te komen in de jarenlang durende polemiek die tussen beide groepen aan de gang was. We zijn uiteindelijk samen uit de theologische loopgraven gekropen om te zoeken naar wat werkbaar zou zijn in missionaire situatie waarin Villa Klarendal zich bevindt. Dat we zijn uitgekomen bij de kinderdoop is voor sommigen uit mijn achtergrond lastig te begrijpen, maar wij zien er wegen voor. Op die basis hebben we afgelopen zondag een kinderdoopdienst gehouden. Maar inmiddels zijn er ook verzoeken gekomen voor een volwassenendoop van mensen die geen kerkelijke achtergrond hebben.
Avondmaal
Een van de basispraktijken van een christelijke gemeente is het herdenken van Jezus' lijden en sterven door de tekenen van brood en wijn. Vanaf het begin stond voor ons vast dat dit sacrament ook binnen Villa Klarendal ingevoerd moest worden. Ook hiervoor geldt weer dat het gezamenlijk vieren als gelovigen van Christus' heilsdaad een uitsluitend fenomeen kan zijn. Grote vraag voor ons was hoe we dit konden invoeren binnen onze viering zonder de zoekers, die niet-gelovigen of de anders-gelovigen die zich bij ons thuis voelen een gevoel van vervreemding krijgen. Het laatste is er nog niet over gezegd. Daarom hou ik de uitkomst van dit gesprek hier nog even onder ons.
De nieuwe gemeenschap lijkt vorm te krijgen. Hoe dan ook moeten we keuzes maken om als gemeenschap te kunnen groeien. Met het grote feest op 25 september en de eerste doopdienst op 3 oktober hebben we ons voor het eerst in het openbaar gemanifesteerd. Alle andere aspecten zullen nu langzamerhand worden ingevoerd. En dat terwijl het oude vertrouwde blijft bestaan.
De reactie van bezoekers is tot nu toe alleen maar positief en enthousiast. Het startfeest en de doopdienst werden met open armen en harten ontvangen. Het mooiste wat ik deze week uit de mond van een van hen hoorde was een eigen vertaling van een gesprek met mijn dochter. Toen die op de vraag van de bezoeker of zij nog wel naar een kerk ging wat weifelend antwoordde, reageerde de bezoeker dat de gemeenschap binnen de kerk zo nodig is, omdat het zo moeilijk is om alleen te geloven. Zo, dat drong diep naar binnen. Ik ben benieuwd hoe dit inzicht verder uitwerkt. In zowel het leven van mijn dochter als in dat van de bezoeker.
Kortom, de moraal van dit hele epistel. We worden hoe dan ook voor keuzes gesteld. Zowel persoonlijk als gemeenschappelijk.
Column Friesch Dagblad 24: Groei van een gemeenschap
In juli vertelde ik over de start van de nieuwe christelijke wijkgemeenschap Villa Klarendal. Starten is het ene. Het daadwerkelijk opbouwen ervan is het andere. De afgelopen weken zijn we hard aan de slag gegaan om allerlei aspecten van die gemeenschap verder uit te bouwen.
Het is prachtig om te zien dat we een vaste kern van bezoekers hebben, met wie we wekelijks of in ieder geval zeer regelmatig contact hebben. Zij voelen zich steeds meer betrokken bij onze gemeenschap. Dat uit zich doordat mensen zich spontaan aanmelden voor activiteiten.
Vorige week zaterdag vierden we het ‘startfeest’ Villa Klarendal als christelijke wijkgemeenschap. Dat was tegelijkertijd een lustrumviering, omdat het op 1 oktober alweer vijf jaar geleden is dat de Villa officieel het leven zag. Dat moest een feestelijk tintje krijgen. We een buurtfeest in een grote buurttuin. We nodigden ongeveer honderdtwintig mensen uit die op wat voor manier dan ook waren betrokken bij onze gemeenschap.
We bestelden barbecuevlees waar moslims en hindoes aan mee konden doen. We zorgden voor een vegetarische variant. Vaste bezoekers grepen onze vraag om ondersteuning van harte aan. Drie mensen stonden tussen elf en drie uur klaar om vier grote bakken groente te snijden voor de salades. Anderen hielpen mee met het versieren van de tuin. Weer anderen sjouwden zich een ongeluk aan stoelen, tafels, partytenten, een barbecue, statafels en vuilnisemmers die belangeloos door de lokale speeltuin ter beschikking werden gesteld.
Tijdens het feest, waar bijna negentig mensen op af kwamen, waren er dan nog de spontane barbecuemannen die behoorlijk werden uitgerookt, de schenkers die de bezoekers van een natje voorzagen en de opscheppers die er voor zorgden dat iedereen werd voorzien van de nodige salades en brood die bij het vlees konden worden genuttigd.
En dan niet te spreken van de noodzakelijke afbrekers die er weer voor zorgden dat alles op een goede manier werd afgebouwd, de rommel werd opgeruimd en de tuin weer in goede orde werd achtergelaten. En dan tenslotte de laatste sjouwers die de ontvangen benodigdheden weer terugbrachten naar de rechtmatige eigenaar.
Een organisatie van jewelste. Maar prachtig om te zien dat bij al die taken die spontaan werden ingevuld nauwelijks enige wanklank werd vernomen. Op het onrechtmatig meenemen van de kleine afscheidsgeschenkjes na, was er niets wat er grandioos mis ging. En dan is het te hopen dat die kleine lichtjes in de duisternis (glow in the dark) ook werkelijk iets gedaan hebben aan de donkerte van de, ongetwijfeld kleine, ontvreemdertjes.
De samenwerking tussen al die mensen heeft het gevoel van saamhorigheid versterkt. En nog voordat we het wisten, konden we hetzelfde huzarenstukje afgelopen zondag nog eens herhalen. Toen vierden we namelijk een (kinder)doop die voor het eerst in onze gemeenschap werd voltrokken. Weer veel mensen die zich spontaan aanboden en die bereid waren een deel van hun tijd te geven aan ‘hun’ Villa. De doopdienst zelf was een prachtige eerste uitwerking van onze wens om daadwerkelijke christelijke gemeenschap te worden, met alle sacramenten van dien.
De gemeenschap wordt versterkt. Het sacrament versterkt de gemeenschap. De groei van de gemeenschap wordt zichtbaar in getal, maar ook op een verdiepende manier. Het zal dan ook niet lang duren voordat we ook dat andere sacrament met brood en wijn (of druivensap) tot ons zullen nemen.
In die groei zien we een bevestiging dat we op een goede weg zijn. Samen met elkaar een gemeenschap worden. Gebaseerd op intermenselijke contacten. Waar iedereen welkom is. Waar de mogelijkheid is tot verdieping. Die niet indruist tegen de relaties in de wijk. Samen voor de wijk. Samen voor elkaar. Samen voor onze Heer. Een drie-in-een samenleving.
Het is prachtig om te zien dat we een vaste kern van bezoekers hebben, met wie we wekelijks of in ieder geval zeer regelmatig contact hebben. Zij voelen zich steeds meer betrokken bij onze gemeenschap. Dat uit zich doordat mensen zich spontaan aanmelden voor activiteiten.
Vorige week zaterdag vierden we het ‘startfeest’ Villa Klarendal als christelijke wijkgemeenschap. Dat was tegelijkertijd een lustrumviering, omdat het op 1 oktober alweer vijf jaar geleden is dat de Villa officieel het leven zag. Dat moest een feestelijk tintje krijgen. We een buurtfeest in een grote buurttuin. We nodigden ongeveer honderdtwintig mensen uit die op wat voor manier dan ook waren betrokken bij onze gemeenschap.
We bestelden barbecuevlees waar moslims en hindoes aan mee konden doen. We zorgden voor een vegetarische variant. Vaste bezoekers grepen onze vraag om ondersteuning van harte aan. Drie mensen stonden tussen elf en drie uur klaar om vier grote bakken groente te snijden voor de salades. Anderen hielpen mee met het versieren van de tuin. Weer anderen sjouwden zich een ongeluk aan stoelen, tafels, partytenten, een barbecue, statafels en vuilnisemmers die belangeloos door de lokale speeltuin ter beschikking werden gesteld.
Tijdens het feest, waar bijna negentig mensen op af kwamen, waren er dan nog de spontane barbecuemannen die behoorlijk werden uitgerookt, de schenkers die de bezoekers van een natje voorzagen en de opscheppers die er voor zorgden dat iedereen werd voorzien van de nodige salades en brood die bij het vlees konden worden genuttigd.
En dan niet te spreken van de noodzakelijke afbrekers die er weer voor zorgden dat alles op een goede manier werd afgebouwd, de rommel werd opgeruimd en de tuin weer in goede orde werd achtergelaten. En dan tenslotte de laatste sjouwers die de ontvangen benodigdheden weer terugbrachten naar de rechtmatige eigenaar.
Een organisatie van jewelste. Maar prachtig om te zien dat bij al die taken die spontaan werden ingevuld nauwelijks enige wanklank werd vernomen. Op het onrechtmatig meenemen van de kleine afscheidsgeschenkjes na, was er niets wat er grandioos mis ging. En dan is het te hopen dat die kleine lichtjes in de duisternis (glow in the dark) ook werkelijk iets gedaan hebben aan de donkerte van de, ongetwijfeld kleine, ontvreemdertjes.
De samenwerking tussen al die mensen heeft het gevoel van saamhorigheid versterkt. En nog voordat we het wisten, konden we hetzelfde huzarenstukje afgelopen zondag nog eens herhalen. Toen vierden we namelijk een (kinder)doop die voor het eerst in onze gemeenschap werd voltrokken. Weer veel mensen die zich spontaan aanboden en die bereid waren een deel van hun tijd te geven aan ‘hun’ Villa. De doopdienst zelf was een prachtige eerste uitwerking van onze wens om daadwerkelijke christelijke gemeenschap te worden, met alle sacramenten van dien.
De gemeenschap wordt versterkt. Het sacrament versterkt de gemeenschap. De groei van de gemeenschap wordt zichtbaar in getal, maar ook op een verdiepende manier. Het zal dan ook niet lang duren voordat we ook dat andere sacrament met brood en wijn (of druivensap) tot ons zullen nemen.
In die groei zien we een bevestiging dat we op een goede weg zijn. Samen met elkaar een gemeenschap worden. Gebaseerd op intermenselijke contacten. Waar iedereen welkom is. Waar de mogelijkheid is tot verdieping. Die niet indruist tegen de relaties in de wijk. Samen voor de wijk. Samen voor elkaar. Samen voor onze Heer. Een drie-in-een samenleving.
woensdag 29 september 2010
Christelijke wijkgemeenschap Villa Klarendal officieel van start

Hoera! Eindelijk zijn we officieel begonnen. Afgelopen zaterdag heeft de Christelijke wijkgemeenschap Villa Klarendal zich officieel gepresenteerd aan de buitenwereld.
Tussen vier en zeven uur organiseerden we een feest voor wijkbewoners, betrokkenen en (oud-)medewerkers en -vrijwilligers.
Een gezellige barbecue onder de bezielende leiding van Theodoor.
mensen verstopt in twee grote tenten die belangeloos werden uitgeleend door bouwspeelplaats De Leuke Linde!
Luisterend naar het welkomstwoord van Marc.
Het bedankje van Susanne aan Robert en Albert Frans van Youth for Christ.
Hun ondersteuningsstokje wordt overgedragen aan de Koepelkerk in de persoon van Wim.
de onthulling van het logo. Door bezoekers Lies en Lisa.
vrijdag 24 september 2010
Column Friesch Dagblad 23: Christelijke gemeenschap
De zomer is altijd weer een prachtig moment om mijn geest te scherpen door het lezen van boeken. Dit jaar heb ik mij volgelezen over alles wat ging over gemeenschap en gemeenschapsvorming. De nieuwe gemeenschap die Villa Klarendal wil zijn, moet namelijk worden vormgegeven. Dan is het wel zo handig te weten hoe dat handen en voeten te geven. Over gemeenschap-zijn is gelukkig veel geschreven, dus de boekenkast stond tijdelijk voller met boeken die uit de bibliotheek naar huis werden gesleept.
Niet alleen boeken zijn volgeschreven. Iedereen lijkt wel een mening te hebben wat christelijke gemeenschap, gemeente-zijn of kerk-zijn betekent. Hoe vaak heb ik niet in de dagelijkse praktijk als voormalig oudste van een pinkstergemeente gehoord dat de gemeente niet meer is wat het hoort te zijn. Men had een ideaal van de christelijke gemeenschap. En dat ideaal moest koste wat het kost worden doorgevoerd.
Tussen die gedachten met idealen en de talloze bladzijden waarop die idealen waren opgetekend, vond ik een schijnbaar onbeduidend en dun boekje met de titel ‘leven met elkander’ van de bekende schrijver Dittrich Bonhoeffer. Een boekje dat hij had opgetekend in 1937. Tamelijk uit de tijd zou je denken. Een dun boekje van ver voor deze tijd. Weg ermee! Ik heb het toch ter hand genomen en kwam tot de conclusie dat de schrijver enkele tijdloze noties schreef over het onderwerp, die zeker actueel te noemen zijn.
Temidden van alle hooggestemde idealen komt de schrijver tot de conclusie dat ‘christelijke gemeenschap (hij noemt het nog ouderwets ‘broederschap’) geen ideaal is, maar goddelijke werkelijkheid…’.
Mensen hebben een diep verlangen naar gemeenschap. Als ze in een gemeenschap terechtkomen, blijkt al snel dat die niet voldoet aan onze idealen. Wat gebeurt er dan? Er start een klaagzang over de slechte ervaringen of het gebrek aan gemeenschapszin. Gelovigen die zich meer dan gemiddeld hebben ingezet zullen het wel kennen. Waar we in echt gesprek en samenwerking met mensen komen, ontstaat teleurstelling, pijn, of onbegrip. We worden gefrustreerd, omdat de ander niet voldoet aan ons wensbeeld.
We lezen of horen Psalm 133: ‘Hoe goed is het, hoe heerlijk als broeders bijeen te wonen! Goed als olie op het hoofd die neervalt op de baard, de baard van Aäron, en neervalt op de hals van zijn gewaad, als de dauw van de Hermon die neervalt op de bergen van Sion. Daar geeft de HEER zijn zegen: leven voor altijd.’
En we komen tot een eigen vertaling van de psalm.
Hoe goed is het, hoe heerlijk als broeders bijeen te wonen? Ik betwijfel het. De olie op het hoofd die neervalt op de baard van Aäron en de hals van zijn gewaad lijkt in brand te zijn gestoken, met alle gevolgen van dien. De dauw op de Hermon lijkt zodanig te zijn verdampt dat er Russische branden op ontstaan die niet te blussen zijn. En de zegen van de HEER? Die lijkt te zijn vervangen voor een vloek. Als ik zo voor altijd moet leven, hoeft het niet meer voor mij….
De conclusie van Bonhoeffer is, dat de ware gemeenschap pas begint waar wij teleurgesteld, moegestreden, afgemat of gepijnigd zijn. En wij onze broeders of zusters die daarvoor hebben gezorgd leren te verdragen en te vergeven. Weg idealen. Weg allerlei romantische gedachten. Helemaal tot op de bodem van ons eigen kunnen de ander tegemoet treden en vergeven. Samen op de knieen of in ieder geval in gebed en daar elkaars hart uitstorten.
Om zijn woorden in eigen woorden te citeren: de zondige medegelovige is nog altijd degene met wie ik het geloof in het verlossingswerk van Christus deel. Danken dat wij samen mogen leven in de vergevende liefde van Jezus Christus. Leren dat wij nooit van eigen woorden en daden kunnen leven, omdat die alleen maar teleurstellen of pijn doen. Waar de ochtendmist van menselijke idealen verdwijnt, breekt de zon van de daadwerkelijke christelijke gemeenschap in al zijn felheid door.
Niet alleen boeken zijn volgeschreven. Iedereen lijkt wel een mening te hebben wat christelijke gemeenschap, gemeente-zijn of kerk-zijn betekent. Hoe vaak heb ik niet in de dagelijkse praktijk als voormalig oudste van een pinkstergemeente gehoord dat de gemeente niet meer is wat het hoort te zijn. Men had een ideaal van de christelijke gemeenschap. En dat ideaal moest koste wat het kost worden doorgevoerd.
Tussen die gedachten met idealen en de talloze bladzijden waarop die idealen waren opgetekend, vond ik een schijnbaar onbeduidend en dun boekje met de titel ‘leven met elkander’ van de bekende schrijver Dittrich Bonhoeffer. Een boekje dat hij had opgetekend in 1937. Tamelijk uit de tijd zou je denken. Een dun boekje van ver voor deze tijd. Weg ermee! Ik heb het toch ter hand genomen en kwam tot de conclusie dat de schrijver enkele tijdloze noties schreef over het onderwerp, die zeker actueel te noemen zijn.
Temidden van alle hooggestemde idealen komt de schrijver tot de conclusie dat ‘christelijke gemeenschap (hij noemt het nog ouderwets ‘broederschap’) geen ideaal is, maar goddelijke werkelijkheid…’.
Mensen hebben een diep verlangen naar gemeenschap. Als ze in een gemeenschap terechtkomen, blijkt al snel dat die niet voldoet aan onze idealen. Wat gebeurt er dan? Er start een klaagzang over de slechte ervaringen of het gebrek aan gemeenschapszin. Gelovigen die zich meer dan gemiddeld hebben ingezet zullen het wel kennen. Waar we in echt gesprek en samenwerking met mensen komen, ontstaat teleurstelling, pijn, of onbegrip. We worden gefrustreerd, omdat de ander niet voldoet aan ons wensbeeld.
We lezen of horen Psalm 133: ‘Hoe goed is het, hoe heerlijk als broeders bijeen te wonen! Goed als olie op het hoofd die neervalt op de baard, de baard van Aäron, en neervalt op de hals van zijn gewaad, als de dauw van de Hermon die neervalt op de bergen van Sion. Daar geeft de HEER zijn zegen: leven voor altijd.’
En we komen tot een eigen vertaling van de psalm.
Hoe goed is het, hoe heerlijk als broeders bijeen te wonen? Ik betwijfel het. De olie op het hoofd die neervalt op de baard van Aäron en de hals van zijn gewaad lijkt in brand te zijn gestoken, met alle gevolgen van dien. De dauw op de Hermon lijkt zodanig te zijn verdampt dat er Russische branden op ontstaan die niet te blussen zijn. En de zegen van de HEER? Die lijkt te zijn vervangen voor een vloek. Als ik zo voor altijd moet leven, hoeft het niet meer voor mij….
De conclusie van Bonhoeffer is, dat de ware gemeenschap pas begint waar wij teleurgesteld, moegestreden, afgemat of gepijnigd zijn. En wij onze broeders of zusters die daarvoor hebben gezorgd leren te verdragen en te vergeven. Weg idealen. Weg allerlei romantische gedachten. Helemaal tot op de bodem van ons eigen kunnen de ander tegemoet treden en vergeven. Samen op de knieen of in ieder geval in gebed en daar elkaars hart uitstorten.
Om zijn woorden in eigen woorden te citeren: de zondige medegelovige is nog altijd degene met wie ik het geloof in het verlossingswerk van Christus deel. Danken dat wij samen mogen leven in de vergevende liefde van Jezus Christus. Leren dat wij nooit van eigen woorden en daden kunnen leven, omdat die alleen maar teleurstellen of pijn doen. Waar de ochtendmist van menselijke idealen verdwijnt, breekt de zon van de daadwerkelijke christelijke gemeenschap in al zijn felheid door.
maandag 30 augustus 2010
Relevante christenen (2): het verschil maken
Een tijdje geleden begon ik met een blog over 'relevante christenen'. Nu, na mijn vakantie, wil ik daarmee verder gaan.
Laatst was ik in de stad en zag een marktkraam met boeken staan. Ik dacht aan dit thema en ging er bij zitten om te observeren hoe mensen reageerden. Driekwart zag het niet eens en liep voorbij. Af en toe spraken de mannen bij de stand mensen aan. Aan de hand van een foldertje. Af en toe leidde dat tot een gesprekje, maar meestal nam men het foldertje aan zonder er verder op in te gaan. Want de stijl is hetzelfde als de krantenjongens die je onder het mom van een gratis krant aanbieden een abonnement willen aansmeren. Veel van de folders komen dan ook uiteindelijk op de straat terecht. "Weet u waar u naar toe gaat?" vraagt het foldertje. Het foldertje weet het in ieder geval wel...
jaren geleden was ik niet tevreden over de manier waarop evangelisatie werd gedaan in mijn toenmalige gemeente in Arnhem. We deden een soort standaard, waarbij een ding voorop stond: mensen moesten naar de kerk worden getrokken. Er was een stramien dat herkenbaar is in veel kerken. Je organiseert een actie op een dag. Van tevoren wordt in de kerk gebeden en verlangd om veel mensen te ontmoeten. '...dat we maar veel contacten mogen ontmoeten'. Na een tijd van voorbereiding die per keer verschillend was, maar over het algemeen lang duurde, gingen we 'naar buiten'. We deden de actie op allerlei manieren, maar vooral om mensen tegen te komen en met hen te praten. Waar was het op gericht? Om mensen het evangelie te vertellen. Negen van de tien keer waren mensen niet zo geïnteresseerd. We waren dan ook zeer blij als we een keer wel een gesprek hadden. En hoopten die 'contacten' weer te mogen tegenkomen in de kerkdienst waar we ze voor uitnodigden. Op de zondag keken we dan uit en merkten dat niemand van de contacten was gekomen. Teleurstelling alom.
Die manier van werken wordt tegenwoordig ook wel inside-out genoemd: je gaat van binnen naar buiten om mensen van buiten naar binnen te trekken. Omdat ik merkte dat dit niet werkte, ben ik verder gaan denken en experimenteren. We gingen kijken naar onze omgeving, omdat we verlangden naar structureel contact en niet incidenteel contact. We kwamen terecht bij de werkgroep Spijkerkwartier, die de wijk waar onze kerk in stond wilde verbeteren en zich hard maakte voor de verwijdering van de prostitutie uit deze woonwijk. Wij sloten ons aan als gebruiker van de wijk (niemand van de gemeente woonde er) en gingen meedenken over hoe we de wijk konden verbeteren. We zagen aanknopingspunten. Ook wij waren, vanuit een heel ander gezichtspunt, niet erg blij over prostitutie. We gingen mee met acties en bedachten ludieke vormen om de gemeenteraad van ons gelijk te overtuigen.
Terwijl we zo bezig waren met nadenken, gebeurde het na de vergadering regelmatig dat we een biertje dronken. Aan de bar kregen we dan een diepgaander gesprek. Doordat we niet meer 'van buiten' kwamen, meer deel van het geheel werden, raakten we met elkaar vertrouwd en op basis daarvan ontstonden die gesprekken. Gesprekken die we na de volgende vergadering weer konden verder zetten. In de onderlinge contacten leren mensen ons kennen. Daarin, juist in dat eenvoudige, kunnen we relevant zijn, HET VERSCHIL MAKEN.
Laatst was ik in de stad en zag een marktkraam met boeken staan. Ik dacht aan dit thema en ging er bij zitten om te observeren hoe mensen reageerden. Driekwart zag het niet eens en liep voorbij. Af en toe spraken de mannen bij de stand mensen aan. Aan de hand van een foldertje. Af en toe leidde dat tot een gesprekje, maar meestal nam men het foldertje aan zonder er verder op in te gaan. Want de stijl is hetzelfde als de krantenjongens die je onder het mom van een gratis krant aanbieden een abonnement willen aansmeren. Veel van de folders komen dan ook uiteindelijk op de straat terecht. "Weet u waar u naar toe gaat?" vraagt het foldertje. Het foldertje weet het in ieder geval wel...
jaren geleden was ik niet tevreden over de manier waarop evangelisatie werd gedaan in mijn toenmalige gemeente in Arnhem. We deden een soort standaard, waarbij een ding voorop stond: mensen moesten naar de kerk worden getrokken. Er was een stramien dat herkenbaar is in veel kerken. Je organiseert een actie op een dag. Van tevoren wordt in de kerk gebeden en verlangd om veel mensen te ontmoeten. '...dat we maar veel contacten mogen ontmoeten'. Na een tijd van voorbereiding die per keer verschillend was, maar over het algemeen lang duurde, gingen we 'naar buiten'. We deden de actie op allerlei manieren, maar vooral om mensen tegen te komen en met hen te praten. Waar was het op gericht? Om mensen het evangelie te vertellen. Negen van de tien keer waren mensen niet zo geïnteresseerd. We waren dan ook zeer blij als we een keer wel een gesprek hadden. En hoopten die 'contacten' weer te mogen tegenkomen in de kerkdienst waar we ze voor uitnodigden. Op de zondag keken we dan uit en merkten dat niemand van de contacten was gekomen. Teleurstelling alom.
Die manier van werken wordt tegenwoordig ook wel inside-out genoemd: je gaat van binnen naar buiten om mensen van buiten naar binnen te trekken. Omdat ik merkte dat dit niet werkte, ben ik verder gaan denken en experimenteren. We gingen kijken naar onze omgeving, omdat we verlangden naar structureel contact en niet incidenteel contact. We kwamen terecht bij de werkgroep Spijkerkwartier, die de wijk waar onze kerk in stond wilde verbeteren en zich hard maakte voor de verwijdering van de prostitutie uit deze woonwijk. Wij sloten ons aan als gebruiker van de wijk (niemand van de gemeente woonde er) en gingen meedenken over hoe we de wijk konden verbeteren. We zagen aanknopingspunten. Ook wij waren, vanuit een heel ander gezichtspunt, niet erg blij over prostitutie. We gingen mee met acties en bedachten ludieke vormen om de gemeenteraad van ons gelijk te overtuigen.
Terwijl we zo bezig waren met nadenken, gebeurde het na de vergadering regelmatig dat we een biertje dronken. Aan de bar kregen we dan een diepgaander gesprek. Doordat we niet meer 'van buiten' kwamen, meer deel van het geheel werden, raakten we met elkaar vertrouwd en op basis daarvan ontstonden die gesprekken. Gesprekken die we na de volgende vergadering weer konden verder zetten. In de onderlinge contacten leren mensen ons kennen. Daarin, juist in dat eenvoudige, kunnen we relevant zijn, HET VERSCHIL MAKEN.
woensdag 11 augustus 2010
Column Friesch Dagblad 22: Rust
Vakantie. Een tijd van uitrusten. Tot jezelf komen. Nieuwe kracht opdoen na een drukke periode.
We gaan op vakantie. Liggen dagelijks aan het strand en lezen boeken of tijdschriften. Even het lichaam rust gunnen en de geest andere literatuur of lectuur, waardoor ook die rust of nieuwe kracht krijgt. Weer anderen gaan naar nieuwe streken om avontuur te beleven. Gaan ver weg om te ontdekken dat ze in een hotel of appartement zitten met heel veel landgenoten. Nieuwe gerechten uitproberen. Mooie gebieden ontdekken die zo anders zijn dan in het land van herkomst, dat de verbazing over dat gans andere de drukte en onrust van het leven van alledag doet vergeten.
Na een week in het dichtbije maar toch zo verre Antwerpen, besluit ik de rest van mijn vakantie te besteden in eigen huis. De rust in die omgeving is dusdanig, dat een boerengezin dat ooit bij ons op bezoek was zich afvroeg hoe wij het hier konden uithouden. Want ja, een stadswijk in de zomer is bij lange na niet te vergelijken met het boerenerf op het platteland.
Geluiden zijn er voldoende. Zittend in mijn huiskamer, hoor ik de geluiden van spelende kinderen en dat van motoren van de werkers die in enkele weken een mooie nieuwe straat voor ons huis bouwen. Als de bouwers zijn verdwenen, blijft het geluid van mensen hoorbaar. De motoren maken plaats voor groepjes vrouwen het bankje voor ons huis bezetten. De hangplek wordt om en om ingenomen door Turkse en Surinaamse vrouwen met dito geluiden. De kinderen ondertussen lijken energiepillen te hebben geslikt, want hun gegil, geren, gelach en soms ook gehuil gaat door tot nadat het donker is geworden (en dat is laat in de zomer). Bij een gezellige barbecue die naar goede Turkse gewoonte rond negen uur 's avonds begint is het al snel tot na het middernachtelijk uur als de kinderstemmen verstommen.
Soms maken die kinderstemmen dan plaats voor de wat oudere jeugd die het bljjkbaar te warm vindt om onder of op de dekens te rusten van de dag die achter hen ligt. Of ze hebben een groot deel van de dag vervangen voor de nacht, getuige ook mijn kinderen die over het algemeen niet voor het middaguur beginnen aan het ontbijt. En die jongeren denken dan niet aan het pleintje waardoor geluiden versterkt worden. Welnee, de auto scheurt door de straat. Stopt met gierende remmen. De deur opent en de muziek komt ons als een housefestival tegemoet. En daar moet men natuurlijk bovenuit kunnen praten, wat soms gezellige taferelen geeft.
Gisteren nog werd de rust op een andere manier verstoord. Geluiden van sirenes gingen door de buurt. Ambulance, brandweer en politie reden door de wijk. Als rechtgeaarde wijkbewoner vloog ik op de plek van onheil af. Waar het geluid van nieuwsgierige mensen de straat vulde. Een binnenbrandje veroorzaakte de commotie en zorgde voor heel wat zomerse geluiden en bijbehorende geuren.
Voor velen is deze beschrijving een spookbeeld, waardoor hun idee van rust wordt verstoord. Hoe kun je daarin leven? Het is waar. Je moet er tegen kunnen. We schrikken niet meer wakker van een schreeuwende jongere in het nachtelijk uur. We kijken niet meer op van een man die wat teveel in zijn glaasje heeft gekeken. 's ochtends vroeg blijkt dat de stad de natuur niet heeft uitgebannen. Gekwetter bezorgt sommige gezinsleden een natuurlijke wekker. Wat zij niet in dank afnemen.
Midden in de stad zit ik nu veel met een boek in huis of in de tuin. Afgesloten van de rest van de wereld met toch de geluiden van alledag om mij heen. Ik hou van de stad. Ik hou van haar geluiden. Ik hou van haar geuren. Ik hou van de rust die daar toch soms in te vinden is. Wie zijn rust zoekt in uiterlijke omstandigheden, komt hier bedrogen uit. Wie de rust zoekt in de binnenkamer of in de binnentuin, zal verbaasd zijn hoezeer de innerlijke rust ook in deze omgeving te vinden is. Ik zou zo zeggen: geniet ervan!
We gaan op vakantie. Liggen dagelijks aan het strand en lezen boeken of tijdschriften. Even het lichaam rust gunnen en de geest andere literatuur of lectuur, waardoor ook die rust of nieuwe kracht krijgt. Weer anderen gaan naar nieuwe streken om avontuur te beleven. Gaan ver weg om te ontdekken dat ze in een hotel of appartement zitten met heel veel landgenoten. Nieuwe gerechten uitproberen. Mooie gebieden ontdekken die zo anders zijn dan in het land van herkomst, dat de verbazing over dat gans andere de drukte en onrust van het leven van alledag doet vergeten.
Na een week in het dichtbije maar toch zo verre Antwerpen, besluit ik de rest van mijn vakantie te besteden in eigen huis. De rust in die omgeving is dusdanig, dat een boerengezin dat ooit bij ons op bezoek was zich afvroeg hoe wij het hier konden uithouden. Want ja, een stadswijk in de zomer is bij lange na niet te vergelijken met het boerenerf op het platteland.
Geluiden zijn er voldoende. Zittend in mijn huiskamer, hoor ik de geluiden van spelende kinderen en dat van motoren van de werkers die in enkele weken een mooie nieuwe straat voor ons huis bouwen. Als de bouwers zijn verdwenen, blijft het geluid van mensen hoorbaar. De motoren maken plaats voor groepjes vrouwen het bankje voor ons huis bezetten. De hangplek wordt om en om ingenomen door Turkse en Surinaamse vrouwen met dito geluiden. De kinderen ondertussen lijken energiepillen te hebben geslikt, want hun gegil, geren, gelach en soms ook gehuil gaat door tot nadat het donker is geworden (en dat is laat in de zomer). Bij een gezellige barbecue die naar goede Turkse gewoonte rond negen uur 's avonds begint is het al snel tot na het middernachtelijk uur als de kinderstemmen verstommen.
Soms maken die kinderstemmen dan plaats voor de wat oudere jeugd die het bljjkbaar te warm vindt om onder of op de dekens te rusten van de dag die achter hen ligt. Of ze hebben een groot deel van de dag vervangen voor de nacht, getuige ook mijn kinderen die over het algemeen niet voor het middaguur beginnen aan het ontbijt. En die jongeren denken dan niet aan het pleintje waardoor geluiden versterkt worden. Welnee, de auto scheurt door de straat. Stopt met gierende remmen. De deur opent en de muziek komt ons als een housefestival tegemoet. En daar moet men natuurlijk bovenuit kunnen praten, wat soms gezellige taferelen geeft.
Gisteren nog werd de rust op een andere manier verstoord. Geluiden van sirenes gingen door de buurt. Ambulance, brandweer en politie reden door de wijk. Als rechtgeaarde wijkbewoner vloog ik op de plek van onheil af. Waar het geluid van nieuwsgierige mensen de straat vulde. Een binnenbrandje veroorzaakte de commotie en zorgde voor heel wat zomerse geluiden en bijbehorende geuren.
Voor velen is deze beschrijving een spookbeeld, waardoor hun idee van rust wordt verstoord. Hoe kun je daarin leven? Het is waar. Je moet er tegen kunnen. We schrikken niet meer wakker van een schreeuwende jongere in het nachtelijk uur. We kijken niet meer op van een man die wat teveel in zijn glaasje heeft gekeken. 's ochtends vroeg blijkt dat de stad de natuur niet heeft uitgebannen. Gekwetter bezorgt sommige gezinsleden een natuurlijke wekker. Wat zij niet in dank afnemen.
Midden in de stad zit ik nu veel met een boek in huis of in de tuin. Afgesloten van de rest van de wereld met toch de geluiden van alledag om mij heen. Ik hou van de stad. Ik hou van haar geluiden. Ik hou van haar geuren. Ik hou van de rust die daar toch soms in te vinden is. Wie zijn rust zoekt in uiterlijke omstandigheden, komt hier bedrogen uit. Wie de rust zoekt in de binnenkamer of in de binnentuin, zal verbaasd zijn hoezeer de innerlijke rust ook in deze omgeving te vinden is. Ik zou zo zeggen: geniet ervan!
dinsdag 13 juli 2010
Column Friesch Dagblad 21: het kind gaat zijn eigen weg
De leegloop, verkoop en sloop van kerken is hot nieuws in de media. De kerk verdwijnt uit het normale leven van alledag. Het lijkt alsof kerken alleen maar verdwijnen. Dat er op een andere manier ook mooie en nieuwe gemeenschappen ontstaan komt daardoor niet ter sprake. Gelukkig gebeurt het nog steeds. Dat er nieuwe christelijke gemeenschappen ontstaan in een tijd van kerkverlating. Soms gewild en van tevoren gepland. Soms spontaan als gevolg van activiteiten die christenen ondernemen in hun eigen omgeving.
Dat laatste is het geval bij Villa Klarendal, het project van Youth for Christ (YfC) dat ik in oktober vijf jaar geleden samen met drie anderen opzette. Een project bedoeld om als christenen van betekenis te zijn in de eigen omgeving. Samen zouden we optrekken om de wijk te dienen met alle gaven die we hadden. Met computerlessen, voedselbank, kinder- en jongerenwerk, samenwerking met andere organisaties in de wijk, een brunch en viering waar mensen meer over ons geloof zouden horen. De brunch en viering was de plek waar we mensen mee naar toenamen als ze in de andere activiteiten belangstelling toonden voor ons geloof. Al snel waren er tussen de tien en vijfentwintig mensen uit de wijk die de wekelijkse vieringen bezochten. Het was een gezellig gebeuren, een vrijblijvend onderzoek naar het geloof van die christenwijkbewoners. Die vrijblijvendheid bleek ook tijdens hoogtijdagen als Kerst en Pasen en tijdens de zomervakantie. Dan was er geen behoefte aan een groot feest of dunde het bezoekersaantal dusdanig uit dat je ze op twee handen kon tellen.
De bezoekers zouden we meenemen naar kerken in de stad om ze kennis te laten maken met ‘de kerk in Arnhem’. Na het bezoek aan enkele kerken, reageerden bezoekers steevast dat het wel leuk was, maar dat ze iets misten: ‘hun kerk’, de Villa.
Na drie jaar besloten we daarom toe te werken naar verzelfstandiging van Villa Klarendal. We zouden gaan werken aan gemeentestichting. We gingen op zoek naar een kerk waarmee we konden samenwerken en kwamen terecht bij de gereformeerd-vrijgemaakte Koepelkerk. In gesprekken die we daarna voerden, kwamen we tot interessante ontdekkingen. De eerste was dat we niet meer hoefden te werken aan gemeentestichting, omdat de gemeenschap al bestond. Een groep die voor elkaar zorgt, regelmatig rondom Gods woord bijeenkomt en maaltijden met elkaar houdt. We dachten ook na over wat bij een christelijke gemeenschap hoort: doop, lidmaatschap, avondmaal en structurele zorg voor elkaar.
Op 1 juli was het zover. De verzelfstandiging was een feit. De formaliteiten rond de inschrijving van een kerkgemeenschap en een daarnaast functionerende stichting zijn afgerond. Een driekoppig leiderschap is aangesteld. Een toezichthoudende groep is in functie. Een bankrekening is aangevraagd. Officieel is Villa Klarendal, wijkproject van YfC, omgevormd tot ‘christelijke wijkgemeenschap Villa Klarendal’. Het kind is groter geworden en gaat een nieuwe fase in. De moeder wordt bedankt. Het kind gaat zijn eigen weg. Met grote en kleine vrienden.
Ieders rol verandert. Bezoekers en teamleden worden leden. Kernteamleden, onder wie ikzelf, worden leidinggevende. En misschien worden lezers vrienden. Neem gerust contact op om meer betrokken te worden.
Dat laatste is het geval bij Villa Klarendal, het project van Youth for Christ (YfC) dat ik in oktober vijf jaar geleden samen met drie anderen opzette. Een project bedoeld om als christenen van betekenis te zijn in de eigen omgeving. Samen zouden we optrekken om de wijk te dienen met alle gaven die we hadden. Met computerlessen, voedselbank, kinder- en jongerenwerk, samenwerking met andere organisaties in de wijk, een brunch en viering waar mensen meer over ons geloof zouden horen. De brunch en viering was de plek waar we mensen mee naar toenamen als ze in de andere activiteiten belangstelling toonden voor ons geloof. Al snel waren er tussen de tien en vijfentwintig mensen uit de wijk die de wekelijkse vieringen bezochten. Het was een gezellig gebeuren, een vrijblijvend onderzoek naar het geloof van die christenwijkbewoners. Die vrijblijvendheid bleek ook tijdens hoogtijdagen als Kerst en Pasen en tijdens de zomervakantie. Dan was er geen behoefte aan een groot feest of dunde het bezoekersaantal dusdanig uit dat je ze op twee handen kon tellen.
De bezoekers zouden we meenemen naar kerken in de stad om ze kennis te laten maken met ‘de kerk in Arnhem’. Na het bezoek aan enkele kerken, reageerden bezoekers steevast dat het wel leuk was, maar dat ze iets misten: ‘hun kerk’, de Villa.
Na drie jaar besloten we daarom toe te werken naar verzelfstandiging van Villa Klarendal. We zouden gaan werken aan gemeentestichting. We gingen op zoek naar een kerk waarmee we konden samenwerken en kwamen terecht bij de gereformeerd-vrijgemaakte Koepelkerk. In gesprekken die we daarna voerden, kwamen we tot interessante ontdekkingen. De eerste was dat we niet meer hoefden te werken aan gemeentestichting, omdat de gemeenschap al bestond. Een groep die voor elkaar zorgt, regelmatig rondom Gods woord bijeenkomt en maaltijden met elkaar houdt. We dachten ook na over wat bij een christelijke gemeenschap hoort: doop, lidmaatschap, avondmaal en structurele zorg voor elkaar.
Op 1 juli was het zover. De verzelfstandiging was een feit. De formaliteiten rond de inschrijving van een kerkgemeenschap en een daarnaast functionerende stichting zijn afgerond. Een driekoppig leiderschap is aangesteld. Een toezichthoudende groep is in functie. Een bankrekening is aangevraagd. Officieel is Villa Klarendal, wijkproject van YfC, omgevormd tot ‘christelijke wijkgemeenschap Villa Klarendal’. Het kind is groter geworden en gaat een nieuwe fase in. De moeder wordt bedankt. Het kind gaat zijn eigen weg. Met grote en kleine vrienden.
Ieders rol verandert. Bezoekers en teamleden worden leden. Kernteamleden, onder wie ikzelf, worden leidinggevende. En misschien worden lezers vrienden. Neem gerust contact op om meer betrokken te worden.
donderdag 8 juli 2010
Relevante christenen (1)
Veel van wat wij in Klarendal doen heeft te maken met relevantie. Hoe kan ik in deze tijd, in deze omgeving zo leven en werken dat mensen die we tegenkomen interesse krijgen voor wat we doen.
Relevantie is een synoniem voor 'Ter zake doende' of 'belangwekkend'. De vraag in deze tijd is of wij voor mensen die niets met het geloof van doen hebben ter zake doen of belangwekkend zijn.
Als het gaat om christenen, halen veel mensen de schouders op. Uitvloeisel van een beweging die lange tijd de hoofdrol heeft gespeeld in ons land. Die af en toe nog wat wil zeggen. Maar als die iets zegt, hoort men het aan, gaat dit het ene oor in, het andere oor uit en gaat men over tot de orde van de dag.
Christenen. Dat zijn vooral conservatieven, die alles bij het oude willen houden. Die anderen willen beknotten in hun vrijheid. Betutteling, dat was tijdens de vorige regering vooral het gevoel over de regering waarin twee christelijke partijen betrokken waren.
Christenen zelf hebben ook wel ideeën over relevant zijn. Maar dat is vaak gelijk aan wat anderen denken over die regering. We willen vooral anderen betuttelen en beperken. Zo kwam ik op een forum van forum.fok.nl de volgende beschrijving van een ongetwijfeld zeer overtuigde christen tegen.
Zéér toegewijdde Gristenen bestempelen alles wat niet relevant is met hun Bijbelse propaganda als duivels en heidens.
Werkt bij mij ook zo'n über Christelijke oude doos. Altijd maar op me kafferen als ik 'Gvd' (afgekort RJ) zeg of wanneer ik ook maar iets doe wat háár niet bevalt. Okee, ze doet nooit letterlijk vloeken of politieke/bijbelse incorrecte dingen, wél is ze constant gefrustreerd/geïrriteerd, hartstikke bot en zeikt over letterlijk alles. Maar alles wat zij doet is natuurlijk we goed, zo lang het maar volgens het testamentje is, ook al is dit nadelig voor andere mensen om d'r heen.
Gelovigen. 
We begrijpen het, schrijver, zo niet. Maar zo is het ons christenen wel met de paplepel ingegoten. Als we maar in het openbaar bidden, niet vloeken, anderen erop wijzen dat vloeken niet goed is, ons houden aan Gods wetten en anderen daarop wijzen, zijn we relevant. Het moet blijkbaar anders. Maar hoe?
Relevantie is een synoniem voor 'Ter zake doende' of 'belangwekkend'. De vraag in deze tijd is of wij voor mensen die niets met het geloof van doen hebben ter zake doen of belangwekkend zijn.
Als het gaat om christenen, halen veel mensen de schouders op. Uitvloeisel van een beweging die lange tijd de hoofdrol heeft gespeeld in ons land. Die af en toe nog wat wil zeggen. Maar als die iets zegt, hoort men het aan, gaat dit het ene oor in, het andere oor uit en gaat men over tot de orde van de dag.
Christenen. Dat zijn vooral conservatieven, die alles bij het oude willen houden. Die anderen willen beknotten in hun vrijheid. Betutteling, dat was tijdens de vorige regering vooral het gevoel over de regering waarin twee christelijke partijen betrokken waren.
Christenen zelf hebben ook wel ideeën over relevant zijn. Maar dat is vaak gelijk aan wat anderen denken over die regering. We willen vooral anderen betuttelen en beperken. Zo kwam ik op een forum van forum.fok.nl de volgende beschrijving van een ongetwijfeld zeer overtuigde christen tegen.
Zéér toegewijdde Gristenen bestempelen alles wat niet relevant is met hun Bijbelse propaganda als duivels en heidens.
Werkt bij mij ook zo'n über Christelijke oude doos. Altijd maar op me kafferen als ik 'Gvd' (afgekort RJ) zeg of wanneer ik ook maar iets doe wat háár niet bevalt. Okee, ze doet nooit letterlijk vloeken of politieke/bijbelse incorrecte dingen, wél is ze constant gefrustreerd/geïrriteerd, hartstikke bot en zeikt over letterlijk alles. Maar alles wat zij doet is natuurlijk we goed, zo lang het maar volgens het testamentje is, ook al is dit nadelig voor andere mensen om d'r heen.
We begrijpen het, schrijver, zo niet. Maar zo is het ons christenen wel met de paplepel ingegoten. Als we maar in het openbaar bidden, niet vloeken, anderen erop wijzen dat vloeken niet goed is, ons houden aan Gods wetten en anderen daarop wijzen, zijn we relevant. Het moet blijkbaar anders. Maar hoe?
dinsdag 6 juli 2010
Nog meer feest!
Afgelopen donderdag was het 1 juli. Voor sommigen de overgang naar een mooie zomermaand. Wij hebben jaren toegewerkt naar deze datum. In allerlei gesprekken kwam de datum het afgelopen jaar steeds ter sprake. Wat moest er niet allemaal gebeuren voor die datum. Af en toe werd het ons bang te moede. Zou alles wel lukken?
Statuten werden gemaakt. Aanvragen gedaan voor een stichting en een kerkgenootschap. Afspraken over financiën. Aanvraag voor een bankrekening die je vervolgens niet vertrouwen en wel tien keer een uitdraai van de papieren moet krijgen (ze zullen denken: een nieuwe kerk, dat geloof je toch niet?). Overdrachtsafspraken met Youth for Christ. Doordenken van lidmaatschap, doop, avondmaal. Gesprekken met bezoekers die moeten worden duidelijk gemaakt dat het komende vertrek van Susanne per 1 januari niet het einde van de wereld is. Gesprekken onderling over het leiderschap van Villa Klarendal. De pers die weer op de stoep staat als Youth for Christ bericht dat er vanuit die organisatie een nieuwe kerk los komt.
Af en toe vroeg ik me af of ik nu nog alleen bezig was met besturen of met de mensen in de wijk. Overigens was en is dat besturen heerlijk. Een goede sfeer met veel humor waar we van alles werd gedeeld, de makkelijke en moeilijke dingen. Tijdens deze gesprekken waren we daadwerkelijk bezig op leiderschapsniveau een vriendschap te bouwen tussen Villa Klarendal en de Koepelkerk in Arnhem.
Dus was het ook afgelopen zondag weer feest. Zonder logo, maar wel met een kaartje op de muur werd duidelijk gemaakt dat we nu dezelfde naam hebben, maar met een andere bijnaam. "Youth for Christ project" is nu "christelijke wijkgemeenschap" geworden. Een wijkgemeenschap op weg. Een samen opgaan van allerlei mensen die samen Jezus willen volgen in deze wijk. En die er voor deze wijk willen zijn om de wijk te dienen.
Als dat geen feest is?
Statuten werden gemaakt. Aanvragen gedaan voor een stichting en een kerkgenootschap. Afspraken over financiën. Aanvraag voor een bankrekening die je vervolgens niet vertrouwen en wel tien keer een uitdraai van de papieren moet krijgen (ze zullen denken: een nieuwe kerk, dat geloof je toch niet?). Overdrachtsafspraken met Youth for Christ. Doordenken van lidmaatschap, doop, avondmaal. Gesprekken met bezoekers die moeten worden duidelijk gemaakt dat het komende vertrek van Susanne per 1 januari niet het einde van de wereld is. Gesprekken onderling over het leiderschap van Villa Klarendal. De pers die weer op de stoep staat als Youth for Christ bericht dat er vanuit die organisatie een nieuwe kerk los komt.
Af en toe vroeg ik me af of ik nu nog alleen bezig was met besturen of met de mensen in de wijk. Overigens was en is dat besturen heerlijk. Een goede sfeer met veel humor waar we van alles werd gedeeld, de makkelijke en moeilijke dingen. Tijdens deze gesprekken waren we daadwerkelijk bezig op leiderschapsniveau een vriendschap te bouwen tussen Villa Klarendal en de Koepelkerk in Arnhem.
Dus was het ook afgelopen zondag weer feest. Zonder logo, maar wel met een kaartje op de muur werd duidelijk gemaakt dat we nu dezelfde naam hebben, maar met een andere bijnaam. "Youth for Christ project" is nu "christelijke wijkgemeenschap" geworden. Een wijkgemeenschap op weg. Een samen opgaan van allerlei mensen die samen Jezus willen volgen in deze wijk. En die er voor deze wijk willen zijn om de wijk te dienen.
Als dat geen feest is?
Wijkfeest 2
Het werd dus een leuke en gezellige dag nu bijna twee weken geleden. Lekker eten. Gezellig kletsen tijdens het ontbijten. Tussendoor gein trappen met iedereen die we kennen. Kleine gesprekjes met politici die ik natuurlijk net weer anders moest aanspreken, zij het dat ik op mijn zonnige vrijetijdskloffie liep en zij op hun volksvertegenwoordigende outfit (sommigen met pak aan bij dertig graden in de zon!!!).
En daarna moest ik snel naar het wijkcentrum om daar een deel van de hapjes te halen die een van de wijkbewoners had gemaakt. Tenminste... dat hadden we afgesproken. Hij zou het ter plekke koken en bakken. Hadden we daarvoor een keukentje gehuurd voor vijfhonderd euro. Telefoontje van meneer. Hij was ziek geworden. Wist hij de dag daarvoor ook al, maar toen had hij geen puf om te bellen of zo.
Fijn, leuk, driekwart van het eten niet aanwezig. Snel terug naar de stand om daar te improoviseren. Met ut otootje van een van de teamleden naar de zieke man om de ingredienten van pannenkoeken te halen. Dan zouden we naast de Iraanse en Afghaanse hapjes en broodjes maar snel pannenkoeken bakken. Dure pannenkoeken, dat wel met zo'n enorme keuken. Maar goed, al met al voor 35 euro verkocht aan hapjes. Jammer dat de tafel precies naast het grote podium stond. Lekker praten met mensen dus. En niemand durfde met die grote boxen over te steken. De pannenkoekactie was dus een goede zet, want ineens kwam er een stroom, vooral jonge, mensen onze kant op.
Wijkfeest. Deel zijn van het geheel. Een keer per jaar. Maar in de rest van het jaar zijn we ook in die wijk. Ook als het net even minder gaat. We kijken terug op een leuk feest. Kijk en geniet mee hieronder met een filmpje van het feest. En kijk maar of je bekenden ziet. Af en toe worden wij of andere mensen van de Villa gespot tijdens het eten. En de muziek op het podium speelde zich echt af op vijf meter naast onze stand!
En daarna moest ik snel naar het wijkcentrum om daar een deel van de hapjes te halen die een van de wijkbewoners had gemaakt. Tenminste... dat hadden we afgesproken. Hij zou het ter plekke koken en bakken. Hadden we daarvoor een keukentje gehuurd voor vijfhonderd euro. Telefoontje van meneer. Hij was ziek geworden. Wist hij de dag daarvoor ook al, maar toen had hij geen puf om te bellen of zo.
Fijn, leuk, driekwart van het eten niet aanwezig. Snel terug naar de stand om daar te improoviseren. Met ut otootje van een van de teamleden naar de zieke man om de ingredienten van pannenkoeken te halen. Dan zouden we naast de Iraanse en Afghaanse hapjes en broodjes maar snel pannenkoeken bakken. Dure pannenkoeken, dat wel met zo'n enorme keuken. Maar goed, al met al voor 35 euro verkocht aan hapjes. Jammer dat de tafel precies naast het grote podium stond. Lekker praten met mensen dus. En niemand durfde met die grote boxen over te steken. De pannenkoekactie was dus een goede zet, want ineens kwam er een stroom, vooral jonge, mensen onze kant op.
Wijkfeest. Deel zijn van het geheel. Een keer per jaar. Maar in de rest van het jaar zijn we ook in die wijk. Ook als het net even minder gaat. We kijken terug op een leuk feest. Kijk en geniet mee hieronder met een filmpje van het feest. En kijk maar of je bekenden ziet. Af en toe worden wij of andere mensen van de Villa gespot tijdens het eten. En de muziek op het podium speelde zich echt af op vijf meter naast onze stand!
zaterdag 26 juni 2010
Wijkfeest
Vandaag zijn we in de ban van een jaarlijks terugkerend feestmoment. Om 10.00 uur vanochtend begint het ontbijt op de speeltuin in de wijk waar alle wijkbewoners voor uitgenodigd zijn.
Wij laten daar ook ons gezicht zien en zullen ons lichaam laten versterken door wat de speeltuin heeft ingekocht.
De rest van de dag deel ik lekkere hapjes uit die leden van de Landen Kookgroep heeft gemaakt.
Het wordt weer een gezellige dag met veel gesprekjes, veel lol en ongetwijfeld ontmoeten van veel wijkbewoners, waarvan Villa Klarendal een steeds belangrijker onderdeel van uitmaakt.
Wij laten daar ook ons gezicht zien en zullen ons lichaam laten versterken door wat de speeltuin heeft ingekocht.
De rest van de dag deel ik lekkere hapjes uit die leden van de Landen Kookgroep heeft gemaakt.
Het wordt weer een gezellige dag met veel gesprekjes, veel lol en ongetwijfeld ontmoeten van veel wijkbewoners, waarvan Villa Klarendal een steeds belangrijker onderdeel van uitmaakt.
dinsdag 15 juni 2010
Column Friesch Dagblad 20: Wonen met andere culturen is soms lastig
Ik ga op Wilders stemmen’’, zei ze met een twinkeling in de ogen, ,,die zegt tenminste waar het op staat’’. Een uitspraak van een van onze vaste bezoekers tijdens een gesprekje voorafgaand aan de verkiezingen van 9 juni. Wij waren sprakeloos. Een Surinaamse met een dergelijke uitspraak. Of ze dan wel de gevolgen besefte. Voor haar geen probleem, ze was in Nederland geboren (in het Nederlands Koninkrijk begreep ik later, want ze is van voor 1974 en daarmee geboren in Nederlands-Suriname). Nog wat vragen en antwoorden later staakten we onze pogingen. Ze was er al van overtuigd. Ze zou haar proteststem uitbrengen op de man met het gebleekte haar.
Verbaasd
Voordat ik in deze wijk woonde, zou ik me daarover hebben verbaasd. Elk weldenkend mens, laat staan iemand die zich laat voorstaan op het christelijk geloof, kan toch niet op iemand stemmen met dergelijke radicale uitgangspunten? Sinds ik in onze wijk woon, begrijp ik steeds meer hoe mensen tot zo’n keuze komen.
Op de grachtengordel kom je geen Turkse of Marokkaanse mensen tegen bij wie je culturele verschillen aan den lijve ervaart. Hier wel. Spelen onze, toen nog kleine, kinderen met een stel Turkse meisjes. Het gaat heel leuk en gezellig. Na verloop van tijd komen ze huilend thuis. Ze waren uitgejouwd en gepest. Waarom? Omdat twee andere Turkse kinderen erbij kwamen, gezellig met de anderen Turks begonnen te praten en in het Turks onze kinderen gezellig wegwerkten. Wat doe je dan? Spreken met de ouders. Helaas, nul op het rekest: ach, dat is toch maar kinderspel. Maak je niet zo druk, er is niets aan de hand. Einde verhaal.
Een andere keer is mijn zoon met zijn vrienden aan het voetballen op straat. Komt een (Turks-Nederlandse) buurjongen aangereden met een glimmende auto waarvan afstraalt dat ’ie wel heel duur is. De buurjongen parkeert de bak illegaal op de stoep, stapt uit, loopt op mijn zoon af (terwijl er drie andere Turks-Nederlandse jongeren meespelen) en zegt hem vooral geen bal op zijn auto te schieten, omdat hij anders wel weet wie hij moet aanpakken (en ik zeg het nu in nette bewoordingen).
Mijn zoon, niet op zijn mondje gevallen, zegt hem dat hij geen recht heeft zo te spreken, omdat hijzelf verkeerd geparkeerd staat. Dat valt in het verkeerde Turks-Nederlandse keelgat. De buurjongen zet een sprint in tegen mijn zoon, die hij wel heel erg brutaal vindt. Gelukkig is onze achterpoort open, waar onze zoon in kan vluchten. Nog geen halve minuut later staat de buurjongen aan onze voordeur. Waar die brutale vlegel van onze zoon wel niet is. Dat hij hem niet op zo’n toon mag aanspreken. Wij hebben het verhaal al gehoord van onze zoon. En we vertellen hem dat het wel heel erg lastig is dat iemand die illegaal parkeert, op die manier iemand anders aanspreekt.
Nu richt de woede van de buurjongen zich tot ons. Hij zal ons wel even. Mijn vrouw, met karateachtergrond, niet voor een kleintje vervaard loopt op hem toe met een ‘kom maar op’. Bijna komt het tot een handgemeen, als de vader van de buurjongen tussenbeiden komt en onverstaanbaar (want Turks) de jongen zegt vooral niet te gaan slaan. Wij hebben ineens geen ruzie meer met een persoon, maar met een hele familie. Gelukkig kan het worden gesust. Later horen we uit andere Turkse monden dat dit een ‘rare Turkse familie’ is. Maar wel vreemd dat niemand tussenbeiden komt en ons maar laat begaan.
Nuchter
Twee kleine gebeurtenissen waardoor ik een nuchterder kijk heb gekregen op mijn houding jegens medelanders. Het is soms lastig. Ik kan meevoelen met mijn Nederlandse wijkbewoners. Maar wil niet worden meegesleept met de anti-buitenlanders-sentimenten. Laat niemand zeggen dat wonen met andere culturen makkelijk is. Maar de weg van de minste weerstand is volgens mij niet de juiste weg. Dan zou ook ik uitkomen bij die man met het gebleekte haar.
Verbaasd
Voordat ik in deze wijk woonde, zou ik me daarover hebben verbaasd. Elk weldenkend mens, laat staan iemand die zich laat voorstaan op het christelijk geloof, kan toch niet op iemand stemmen met dergelijke radicale uitgangspunten? Sinds ik in onze wijk woon, begrijp ik steeds meer hoe mensen tot zo’n keuze komen.
Op de grachtengordel kom je geen Turkse of Marokkaanse mensen tegen bij wie je culturele verschillen aan den lijve ervaart. Hier wel. Spelen onze, toen nog kleine, kinderen met een stel Turkse meisjes. Het gaat heel leuk en gezellig. Na verloop van tijd komen ze huilend thuis. Ze waren uitgejouwd en gepest. Waarom? Omdat twee andere Turkse kinderen erbij kwamen, gezellig met de anderen Turks begonnen te praten en in het Turks onze kinderen gezellig wegwerkten. Wat doe je dan? Spreken met de ouders. Helaas, nul op het rekest: ach, dat is toch maar kinderspel. Maak je niet zo druk, er is niets aan de hand. Einde verhaal.
Een andere keer is mijn zoon met zijn vrienden aan het voetballen op straat. Komt een (Turks-Nederlandse) buurjongen aangereden met een glimmende auto waarvan afstraalt dat ’ie wel heel duur is. De buurjongen parkeert de bak illegaal op de stoep, stapt uit, loopt op mijn zoon af (terwijl er drie andere Turks-Nederlandse jongeren meespelen) en zegt hem vooral geen bal op zijn auto te schieten, omdat hij anders wel weet wie hij moet aanpakken (en ik zeg het nu in nette bewoordingen).
Mijn zoon, niet op zijn mondje gevallen, zegt hem dat hij geen recht heeft zo te spreken, omdat hijzelf verkeerd geparkeerd staat. Dat valt in het verkeerde Turks-Nederlandse keelgat. De buurjongen zet een sprint in tegen mijn zoon, die hij wel heel erg brutaal vindt. Gelukkig is onze achterpoort open, waar onze zoon in kan vluchten. Nog geen halve minuut later staat de buurjongen aan onze voordeur. Waar die brutale vlegel van onze zoon wel niet is. Dat hij hem niet op zo’n toon mag aanspreken. Wij hebben het verhaal al gehoord van onze zoon. En we vertellen hem dat het wel heel erg lastig is dat iemand die illegaal parkeert, op die manier iemand anders aanspreekt.
Nu richt de woede van de buurjongen zich tot ons. Hij zal ons wel even. Mijn vrouw, met karateachtergrond, niet voor een kleintje vervaard loopt op hem toe met een ‘kom maar op’. Bijna komt het tot een handgemeen, als de vader van de buurjongen tussenbeiden komt en onverstaanbaar (want Turks) de jongen zegt vooral niet te gaan slaan. Wij hebben ineens geen ruzie meer met een persoon, maar met een hele familie. Gelukkig kan het worden gesust. Later horen we uit andere Turkse monden dat dit een ‘rare Turkse familie’ is. Maar wel vreemd dat niemand tussenbeiden komt en ons maar laat begaan.
Nuchter
Twee kleine gebeurtenissen waardoor ik een nuchterder kijk heb gekregen op mijn houding jegens medelanders. Het is soms lastig. Ik kan meevoelen met mijn Nederlandse wijkbewoners. Maar wil niet worden meegesleept met de anti-buitenlanders-sentimenten. Laat niemand zeggen dat wonen met andere culturen makkelijk is. Maar de weg van de minste weerstand is volgens mij niet de juiste weg. Dan zou ook ik uitkomen bij die man met het gebleekte haar.
maandag 24 mei 2010
Opwekking
Ik zit in de tuin en luister naar de laatste geluiden uit Biddinghuizen. Niet vanwege die mooie grote speeltuin, maar vanwege een groot christelijk evenement dat jaarlijks wordt georganiseerd. Veertig jaar lang bestaat nu de Opwekkingsconferentie die tijdens de pinksterdagen wordt gehouden. Als we de getallen mogen geloven, is de benaming van de conferentie sprekend en zichtbaar. Tienduizenden kampeerders en even zoveel dagbezoekers. Wat een geweldig verhaal aan de wereld van deze tijd.
Ik kijk en luister er altijd met een dubbel gevoel naar. Opwekking. Een religieuze opleving van geestelijke vernieuwing binnen de kerk (Wikipedia). Ik kijk en luister naar de geluiden en beelden van de conferentie. En weet niet zeker of dit nu opwekking is. Is dit nu de lang verwachte verandering van onze samenleving? Christelijke kampeerders die samen komen, samen voor een lang weekend de hemel op aarde beleven. Met de bijgeleverde snacktentjes, vooraf gemaakte maaltijden dan wel zelf gekookte campingmaaltijden.
Na zoveel dagen gaan ze met zijn allen weer op weg naar huis, veroorzaken een tijdelijke file. En komen thuis... En dan? Wat is het effect van de samen gezongen liederen, de toespraken in de zovele tenten voor de even zovele leeftijden, de aanbidding en het gezamenlijke gebed? Wat zal ons land ervan merken behalve die tijdelijke files en de mooie beelden en geluiden op radio en tv? Waar begint opwekking? Ver weg of dichtbij?
Ik heb het altijd als een uitdaging gezien om de te beleven geneugten van zo'n conferentie naar mijn eigen omgeving toe te halen. Opwekking niet op de camping met z'n allen, maar tijdens het dagelijkse gangetje naar de supermarkt. Gezongen liederen niet alleen in de tenten met christenen samen, maar op de straten dichtbij huis of in onze tuin.
"Ben je ook op Opwekking geweest" wordt zo "heb je ook opwekking beleefd". Een opwekking die niet merkbaar is in de omgeving van alledag is geen opwekking. Dat is een geestelijk sfeertje van samen gezellig bij elkaar zijn. Dat gevoel kan ook beleefd worden bij een popconcert van allemaal fans die samen de geliefde liederen uitzingen. Of tijdens een jolig, vrolijk feestje thuis of in het café, als we samen die mooie liedjes zingen.
Ik verlang ook naar die opwekking waarin het feest wordt in alle huizen. Mensen letterlijk dansend de straat op gaan. Waarin het onrecht in onze samenleving, in mijn wijk daadwerkelijk buigt voor Jezus. Wanneer het volk weer massaal gaat bidden. Wanneer gebeurt dat? Niet als christenen samen komen om eenmaal per jaar massaal te zingen. Maar als christenen letterlijk uitleven wat ze in het Woord hebben gelezen. Het loflied moet overal klinken. Niet in die mooie gebouwen of die prachtige conferenties. In de stegen en krotten van ons land (ook al worden die krotten steeds mooier). Temidden van alle pijn en moeite zitten christenen niet meer voor hun luxueuze tv-toestellen van de laatste mode, in hun auto's van het mooiste merk of lopen christenen niet meer in merkkleding van honderden euro's. Maar zijn solidair met de mensen om hen heen en laten zien dat Jezus' leven uitleven anders is.
Als wij met onze krakkemikkige stemmen even niet meer zo melodieus de liederen zingen. Er geen band van heb ik jou daar ons begeleid. Maar de waarheid uitgezongen wordt uit het hart. De meest mooie vorm van aanbidding die God wil zien: het loflied diep uit het hart. Ontdaan van alle mooiheid. Maar wel in oprechtheid uitgesproken, uitgezongen of uitgeschreeuwd. Zal het onrecht wijken als wij in onze geestelijke ghetto's blijven hangen? Als wij alleen voor korte acties even de straat opgaan, glossy folders uitdelen (die even snel weer op de grond terecht komen) en zo instant onze boodschap over de schutting gooien?
Die opwekking begint bij onszelf. De opwekking van Jezus die huilde bij het zien van de stad. Die innerlijk bewogen was over de mensen die zonder herder zijn. Proeven mensen onze liefde? Ervaren mensen onze bewogenheid? Of is een conferentie alleen bedoeld om ons een hart onder de riem te steken, zodat we de rest van het jaar er weer tegen te kunnen om te laten zien hoe goed wij als christenen zijn en hoe slecht onze medemens is? Om hen weer even goed te laten weten hoezeer wij in de waarheid en zij in de leugen leven?
God, geef ons een opwekking die verder gaat dan een weekendje kamperen!!! Die ons laat zien hoezeer wijzelf kampeerders zijn op weg naar een ander land. Die zoveel mogelijk andere kampeerders die lijken te zijn vastgeroest op hun camping weer mee op weg kunnen nemen.
Ik kijk en luister er altijd met een dubbel gevoel naar. Opwekking. Een religieuze opleving van geestelijke vernieuwing binnen de kerk (Wikipedia). Ik kijk en luister naar de geluiden en beelden van de conferentie. En weet niet zeker of dit nu opwekking is. Is dit nu de lang verwachte verandering van onze samenleving? Christelijke kampeerders die samen komen, samen voor een lang weekend de hemel op aarde beleven. Met de bijgeleverde snacktentjes, vooraf gemaakte maaltijden dan wel zelf gekookte campingmaaltijden.
Na zoveel dagen gaan ze met zijn allen weer op weg naar huis, veroorzaken een tijdelijke file. En komen thuis... En dan? Wat is het effect van de samen gezongen liederen, de toespraken in de zovele tenten voor de even zovele leeftijden, de aanbidding en het gezamenlijke gebed? Wat zal ons land ervan merken behalve die tijdelijke files en de mooie beelden en geluiden op radio en tv? Waar begint opwekking? Ver weg of dichtbij?
Ik heb het altijd als een uitdaging gezien om de te beleven geneugten van zo'n conferentie naar mijn eigen omgeving toe te halen. Opwekking niet op de camping met z'n allen, maar tijdens het dagelijkse gangetje naar de supermarkt. Gezongen liederen niet alleen in de tenten met christenen samen, maar op de straten dichtbij huis of in onze tuin.
"Ben je ook op Opwekking geweest" wordt zo "heb je ook opwekking beleefd". Een opwekking die niet merkbaar is in de omgeving van alledag is geen opwekking. Dat is een geestelijk sfeertje van samen gezellig bij elkaar zijn. Dat gevoel kan ook beleefd worden bij een popconcert van allemaal fans die samen de geliefde liederen uitzingen. Of tijdens een jolig, vrolijk feestje thuis of in het café, als we samen die mooie liedjes zingen.
Ik verlang ook naar die opwekking waarin het feest wordt in alle huizen. Mensen letterlijk dansend de straat op gaan. Waarin het onrecht in onze samenleving, in mijn wijk daadwerkelijk buigt voor Jezus. Wanneer het volk weer massaal gaat bidden. Wanneer gebeurt dat? Niet als christenen samen komen om eenmaal per jaar massaal te zingen. Maar als christenen letterlijk uitleven wat ze in het Woord hebben gelezen. Het loflied moet overal klinken. Niet in die mooie gebouwen of die prachtige conferenties. In de stegen en krotten van ons land (ook al worden die krotten steeds mooier). Temidden van alle pijn en moeite zitten christenen niet meer voor hun luxueuze tv-toestellen van de laatste mode, in hun auto's van het mooiste merk of lopen christenen niet meer in merkkleding van honderden euro's. Maar zijn solidair met de mensen om hen heen en laten zien dat Jezus' leven uitleven anders is.
Als wij met onze krakkemikkige stemmen even niet meer zo melodieus de liederen zingen. Er geen band van heb ik jou daar ons begeleid. Maar de waarheid uitgezongen wordt uit het hart. De meest mooie vorm van aanbidding die God wil zien: het loflied diep uit het hart. Ontdaan van alle mooiheid. Maar wel in oprechtheid uitgesproken, uitgezongen of uitgeschreeuwd. Zal het onrecht wijken als wij in onze geestelijke ghetto's blijven hangen? Als wij alleen voor korte acties even de straat opgaan, glossy folders uitdelen (die even snel weer op de grond terecht komen) en zo instant onze boodschap over de schutting gooien?
Die opwekking begint bij onszelf. De opwekking van Jezus die huilde bij het zien van de stad. Die innerlijk bewogen was over de mensen die zonder herder zijn. Proeven mensen onze liefde? Ervaren mensen onze bewogenheid? Of is een conferentie alleen bedoeld om ons een hart onder de riem te steken, zodat we de rest van het jaar er weer tegen te kunnen om te laten zien hoe goed wij als christenen zijn en hoe slecht onze medemens is? Om hen weer even goed te laten weten hoezeer wij in de waarheid en zij in de leugen leven?
God, geef ons een opwekking die verder gaat dan een weekendje kamperen!!! Die ons laat zien hoezeer wijzelf kampeerders zijn op weg naar een ander land. Die zoveel mogelijk andere kampeerders die lijken te zijn vastgeroest op hun camping weer mee op weg kunnen nemen.
Waarom ik het ND (niet) lees
Een tijd geleden werd ik gebeld. Ik had mij nog niet opgegeven bij de site waar je tegenwoordig kunt melden dat je niet wilt worden gestoord door callcenters. Of ik een abonnement wilde hebben op het Nederlands Dagblad. Met allerlei adverterende praat erbij. Ik dacht even na. En ik meldde er nu even geen behoefte aan te hebben.
Veel christenen zullen daarbij vraagtekens hebben. Nieuws is namelijk altijd gekleurd. Daarom is het goed om nieuws te interpreteren vanuit een (orthodox-)christelijke levensbeschouwing.
Ik heb jaren zo gedacht. Was dus lid van allerlei christelijke bladen om mij te scherpen in het nieuws van alledag. EO's Visie in het wirwar van de omroepwereld en om een goede tegenhanger te hebben die goed zicht gaf op wat er in de media gebeurde. het blad van de Belgische CPC om na te denken over tal van vragen die op psychologisch terrein spelen. Denkwijzer van de ChristenUnie om politiek geslepen te worden in een goede richting. En zo las ik nog wel meer nieuws om bij te blijven en vooral het christelijk denken in mij te blijven aansporen.
Voor het ND heb ik mij toen niet als abonnee opgegeven. Ik heb namelijk een denkverandering meegemaakt. Als christen is het belangrijk mij op de hoogte te stellen van wat er in de wereld gebeurt. Te weten en te begrijpen hoe anderen denken. Als ik dat probeer te lezen in een christelijk blad, krijg ik geen objectieve informatie, maar krijg ik door de bril en traditie van de schrijver gekleurd nieuws waardoor mijn denken wordt beïnvloed.
Het kan zijn dat ik ben opgeschoven van jonge christen die het belangrijk vond om zijn denken aan de bijbel te toetsen naar een volwassen christen die daar al mee vertrouwd is en nu in staat is zelf de artikelen die hij leest te scherpen aan dat denken. In ieder geval geniet ik nu van doorwrochte artikelen in seculiere kranten en bladen als de Volkskrant, Elsevier, HP/De Tijd, De Groene Amsterdammer en Vrij Nederland die mij een inzicht verschaffen in de heersende cultuur. Al lezend denk ik hoe ik dat als christen moet interpreteren en hoe de reactie als christen moet zijn.
Lees ik dan helemaal geen christelijke lectuur meer? Jazeker, maar met een andere bril dan vroeger. Nu lees ik het met dezelfde reden als andere tijdschriften. Ik wil de trends zien en doorgronden, zodat ik mensen beter kan begrijpen. Alle bladen die we lezen spreken over een cultuur waarvan uit het is geschreven. Er wordt wel gesproken over 'objectieve journalistiek', maar in de praktijk is die er niet. Iedereen, ook de journalist heeft een denkwereld waarin hij leeft en waar hij zijn artikelen op baseert.
Het is dan ook leuk om vergelijkingen te trekken. Tien tot vijftien jaar geleden was de niet-christelijke pers (en een deel van de pers die dat wel beweerde te zijn) zeer cynisch over dat wat christelijk in ons land was. Zeker over dat wat de evangelische en orthodoxe richtingen betrof. Daardoor trokken die richtingen zich terug in eigen zuilen met eigen kranten, tijdschriften en omroepen. Inmiddels lees ik dat de kranten veel milder zijn over wat er in christelijk Nederland gebeurt. Tegelijkertijd merk ik dat in christelijke kringen nog steeds de angst voor het cynisme van het verleden heerst. Waardoor de maatschappij om ons heen nog steeds met argusogen wordt bekeken. De veranderingen bij de EO van de afgelopen jaren is daarom niet in goede aarde gevallen bij een deel van de achterban van deze omroep. Omdat de achterban niet is meegegroeid met de positieve veranderingen in onze samenleving.
Mijn vrouw werd laatst gebeld door een callcenter (ze was de website vergeten in te vullen). Of we een proefabonnement op het ND wilden. Het leek me een goed moment om me weer eens op de hoogte te stellen van de nieuwsfeiten binnen de kring waar deze krant zich van bedient. Dus zal ik vanaf maandag mij weer op de hoogte stellen van de nieuwsfeiten door de bril van orthodox-christelijk Nederland. Om mij daarnaast als vanouds op zaterdag te laten bijschaven door die grote van oorsprong katholiek-christelijke krant met een grote V.
Veel christenen zullen daarbij vraagtekens hebben. Nieuws is namelijk altijd gekleurd. Daarom is het goed om nieuws te interpreteren vanuit een (orthodox-)christelijke levensbeschouwing.
Ik heb jaren zo gedacht. Was dus lid van allerlei christelijke bladen om mij te scherpen in het nieuws van alledag. EO's Visie in het wirwar van de omroepwereld en om een goede tegenhanger te hebben die goed zicht gaf op wat er in de media gebeurde. het blad van de Belgische CPC om na te denken over tal van vragen die op psychologisch terrein spelen. Denkwijzer van de ChristenUnie om politiek geslepen te worden in een goede richting. En zo las ik nog wel meer nieuws om bij te blijven en vooral het christelijk denken in mij te blijven aansporen.
Voor het ND heb ik mij toen niet als abonnee opgegeven. Ik heb namelijk een denkverandering meegemaakt. Als christen is het belangrijk mij op de hoogte te stellen van wat er in de wereld gebeurt. Te weten en te begrijpen hoe anderen denken. Als ik dat probeer te lezen in een christelijk blad, krijg ik geen objectieve informatie, maar krijg ik door de bril en traditie van de schrijver gekleurd nieuws waardoor mijn denken wordt beïnvloed.
Het kan zijn dat ik ben opgeschoven van jonge christen die het belangrijk vond om zijn denken aan de bijbel te toetsen naar een volwassen christen die daar al mee vertrouwd is en nu in staat is zelf de artikelen die hij leest te scherpen aan dat denken. In ieder geval geniet ik nu van doorwrochte artikelen in seculiere kranten en bladen als de Volkskrant, Elsevier, HP/De Tijd, De Groene Amsterdammer en Vrij Nederland die mij een inzicht verschaffen in de heersende cultuur. Al lezend denk ik hoe ik dat als christen moet interpreteren en hoe de reactie als christen moet zijn.
Lees ik dan helemaal geen christelijke lectuur meer? Jazeker, maar met een andere bril dan vroeger. Nu lees ik het met dezelfde reden als andere tijdschriften. Ik wil de trends zien en doorgronden, zodat ik mensen beter kan begrijpen. Alle bladen die we lezen spreken over een cultuur waarvan uit het is geschreven. Er wordt wel gesproken over 'objectieve journalistiek', maar in de praktijk is die er niet. Iedereen, ook de journalist heeft een denkwereld waarin hij leeft en waar hij zijn artikelen op baseert.
Het is dan ook leuk om vergelijkingen te trekken. Tien tot vijftien jaar geleden was de niet-christelijke pers (en een deel van de pers die dat wel beweerde te zijn) zeer cynisch over dat wat christelijk in ons land was. Zeker over dat wat de evangelische en orthodoxe richtingen betrof. Daardoor trokken die richtingen zich terug in eigen zuilen met eigen kranten, tijdschriften en omroepen. Inmiddels lees ik dat de kranten veel milder zijn over wat er in christelijk Nederland gebeurt. Tegelijkertijd merk ik dat in christelijke kringen nog steeds de angst voor het cynisme van het verleden heerst. Waardoor de maatschappij om ons heen nog steeds met argusogen wordt bekeken. De veranderingen bij de EO van de afgelopen jaren is daarom niet in goede aarde gevallen bij een deel van de achterban van deze omroep. Omdat de achterban niet is meegegroeid met de positieve veranderingen in onze samenleving.
Mijn vrouw werd laatst gebeld door een callcenter (ze was de website vergeten in te vullen). Of we een proefabonnement op het ND wilden. Het leek me een goed moment om me weer eens op de hoogte te stellen van de nieuwsfeiten binnen de kring waar deze krant zich van bedient. Dus zal ik vanaf maandag mij weer op de hoogte stellen van de nieuwsfeiten door de bril van orthodox-christelijk Nederland. Om mij daarnaast als vanouds op zaterdag te laten bijschaven door die grote van oorsprong katholiek-christelijke krant met een grote V.
Abonneren op:
Posts (Atom)