dinsdag 15 juni 2010

Column Friesch Dagblad 20: Wonen met andere culturen is soms lastig

Ik ga op Wilders stemmen’’, zei ze met een twinkeling in de ogen, ,,die zegt tenminste waar het op staat’’. Een uitspraak van een van onze vaste bezoekers tijdens een gesprekje voorafgaand aan de verkiezingen van 9 juni. Wij waren sprakeloos. Een Surinaamse met een dergelijke uitspraak. Of ze dan wel de gevolgen besefte. Voor haar geen probleem, ze was in Nederland geboren (in het Nederlands Koninkrijk begreep ik later, want ze is van voor 1974 en daarmee geboren in Nederlands-Suriname). Nog wat vragen en antwoorden later staakten we onze pogingen. Ze was er al van overtuigd. Ze zou haar proteststem uitbrengen op de man met het gebleekte haar.

Verbaasd
Voordat ik in deze wijk woonde, zou ik me daarover hebben verbaasd. Elk weldenkend mens, laat staan iemand die zich laat voorstaan op het christelijk geloof, kan toch niet op iemand stemmen met dergelijke radicale uitgangspunten? Sinds ik in onze wijk woon, begrijp ik steeds meer hoe mensen tot zo’n keuze komen.
Op de grachtengordel kom je geen Turkse of Marokkaanse mensen tegen bij wie je culturele verschillen aan den lijve ervaart. Hier wel. Spelen onze, toen nog kleine, kinderen met een stel Turkse meisjes. Het gaat heel leuk en gezellig. Na verloop van tijd komen ze huilend thuis. Ze waren uitgejouwd en gepest. Waarom? Omdat twee andere Turkse kinderen erbij kwamen, gezellig met de anderen Turks begonnen te praten en in het Turks onze kinderen gezellig wegwerkten. Wat doe je dan? Spreken met de ouders. Helaas, nul op het rekest: ach, dat is toch maar kinderspel. Maak je niet zo druk, er is niets aan de hand. Einde verhaal.

Een andere keer is mijn zoon met zijn vrienden aan het voetballen op straat. Komt een (Turks-Nederlandse) buurjongen aangereden met een glimmende auto waarvan afstraalt dat ’ie wel heel duur is. De buurjongen parkeert de bak illegaal op de stoep, stapt uit, loopt op mijn zoon af (terwijl er drie andere Turks-Nederlandse jongeren meespelen) en zegt hem vooral geen bal op zijn auto te schieten, omdat hij anders wel weet wie hij moet aanpakken (en ik zeg het nu in nette bewoordingen).

Mijn zoon, niet op zijn mondje gevallen, zegt hem dat hij geen recht heeft zo te spreken, omdat hijzelf verkeerd geparkeerd staat. Dat valt in het verkeerde Turks-Nederlandse keelgat. De buurjongen zet een sprint in tegen mijn zoon, die hij wel heel erg brutaal vindt. Gelukkig is onze achterpoort open, waar onze zoon in kan vluchten. Nog geen halve minuut later staat de buurjongen aan onze voordeur. Waar die brutale vlegel van onze zoon wel niet is. Dat hij hem niet op zo’n toon mag aanspreken. Wij hebben het verhaal al gehoord van onze zoon. En we vertellen hem dat het wel heel erg lastig is dat iemand die illegaal parkeert, op die manier iemand anders aanspreekt.

Nu richt de woede van de buurjongen zich tot ons. Hij zal ons wel even. Mijn vrouw, met karateachtergrond, niet voor een kleintje vervaard loopt op hem toe met een ‘kom maar op’. Bijna komt het tot een handgemeen, als de vader van de buurjongen tussenbeiden komt en onverstaanbaar (want Turks) de jongen zegt vooral niet te gaan slaan. Wij hebben ineens geen ruzie meer met een persoon, maar met een hele familie. Gelukkig kan het worden gesust. Later horen we uit andere Turkse monden dat dit een ‘rare Turkse familie’ is. Maar wel vreemd dat niemand tussenbeiden komt en ons maar laat begaan.

Nuchter
Twee kleine gebeurtenissen waardoor ik een nuchterder kijk heb gekregen op mijn houding jegens medelanders. Het is soms lastig. Ik kan meevoelen met mijn Nederlandse wijkbewoners. Maar wil niet worden meegesleept met de anti-buitenlanders-sentimenten. Laat niemand zeggen dat wonen met andere culturen makkelijk is. Maar de weg van de minste weerstand is volgens mij niet de juiste weg. Dan zou ook ik uitkomen bij die man met het gebleekte haar.

maandag 24 mei 2010

Opwekking

Ik zit in de tuin en luister naar de laatste geluiden uit Biddinghuizen. Niet vanwege die mooie grote speeltuin, maar vanwege een groot christelijk evenement dat jaarlijks wordt georganiseerd. Veertig jaar lang bestaat nu de Opwekkingsconferentie die tijdens de pinksterdagen wordt gehouden. Als we de getallen mogen geloven, is de benaming van de conferentie sprekend en zichtbaar. Tienduizenden kampeerders en even zoveel dagbezoekers. Wat een geweldig verhaal aan de wereld van deze tijd.

Ik kijk en luister er altijd met een dubbel gevoel naar. Opwekking. Een religieuze opleving van geestelijke vernieuwing binnen de kerk (Wikipedia). Ik kijk en luister naar de geluiden en beelden van de conferentie. En weet niet zeker of dit nu opwekking is. Is dit nu de lang verwachte verandering van onze samenleving? Christelijke kampeerders die samen komen, samen voor een lang weekend de hemel op aarde beleven. Met de bijgeleverde snacktentjes, vooraf gemaakte maaltijden dan wel zelf gekookte campingmaaltijden.

Na zoveel dagen gaan ze met zijn allen weer op weg naar huis, veroorzaken een tijdelijke file. En komen thuis... En dan? Wat is het effect van de samen gezongen liederen, de toespraken in de zovele tenten voor de even zovele leeftijden, de aanbidding en het gezamenlijke gebed? Wat zal ons land ervan merken behalve die tijdelijke files en de mooie beelden en geluiden op radio en tv? Waar begint opwekking? Ver weg of dichtbij?

Ik heb het altijd als een uitdaging gezien om de te beleven geneugten van zo'n conferentie naar mijn eigen omgeving toe te halen. Opwekking niet op de camping met z'n allen, maar tijdens het dagelijkse gangetje naar de supermarkt. Gezongen liederen niet alleen in de tenten met christenen samen, maar op de straten dichtbij huis of in onze tuin.

"Ben je ook op Opwekking geweest" wordt zo "heb je ook opwekking beleefd". Een opwekking die niet merkbaar is in de omgeving van alledag is geen opwekking. Dat is een geestelijk sfeertje van samen gezellig bij elkaar zijn. Dat gevoel kan ook beleefd worden bij een popconcert van allemaal fans die samen de geliefde liederen uitzingen. Of tijdens een jolig, vrolijk feestje thuis of in het café, als we samen die mooie liedjes zingen.

Ik verlang ook naar die opwekking waarin het feest wordt in alle huizen. Mensen letterlijk dansend de straat op gaan. Waarin het onrecht in onze samenleving, in mijn wijk daadwerkelijk buigt voor Jezus. Wanneer het volk weer massaal gaat bidden. Wanneer gebeurt dat? Niet als christenen samen komen om eenmaal per jaar massaal te zingen. Maar als christenen letterlijk uitleven wat ze in het Woord hebben gelezen. Het loflied moet overal klinken. Niet in die mooie gebouwen of die prachtige conferenties. In de stegen en krotten van ons land (ook al worden die krotten steeds mooier). Temidden van alle pijn en moeite zitten christenen niet meer voor hun luxueuze tv-toestellen van de laatste mode, in hun auto's van het mooiste merk of lopen christenen niet meer in merkkleding van honderden euro's. Maar zijn solidair met de mensen om hen heen en laten zien dat Jezus' leven uitleven anders is.

Als wij met onze krakkemikkige stemmen even niet meer zo melodieus de liederen zingen. Er geen band van heb ik jou daar ons begeleid. Maar de waarheid uitgezongen wordt uit het hart. De meest mooie vorm van aanbidding die God wil zien: het loflied diep uit het hart. Ontdaan van alle mooiheid. Maar wel in oprechtheid uitgesproken, uitgezongen of uitgeschreeuwd. Zal het onrecht wijken als wij in onze geestelijke ghetto's blijven hangen? Als wij alleen voor korte acties even de straat opgaan, glossy folders uitdelen (die even snel weer op de grond terecht komen) en zo instant onze boodschap over de schutting gooien?

Die opwekking begint bij onszelf. De opwekking van Jezus die huilde bij het zien van de stad. Die innerlijk bewogen was over de mensen die zonder herder zijn. Proeven mensen onze liefde? Ervaren mensen onze bewogenheid? Of is een conferentie alleen bedoeld om ons een hart onder de riem te steken, zodat we de rest van het jaar er weer tegen te kunnen om te laten zien hoe goed wij als christenen zijn en hoe slecht onze medemens is? Om hen weer even goed te laten weten hoezeer wij in de waarheid en zij in de leugen leven?

God, geef ons een opwekking die verder gaat dan een weekendje kamperen!!! Die ons laat zien hoezeer wijzelf kampeerders zijn op weg naar een ander land. Die zoveel mogelijk andere kampeerders die lijken te zijn vastgeroest op hun camping weer mee op weg kunnen nemen.

Waarom ik het ND (niet) lees

Een tijd geleden werd ik gebeld. Ik had mij nog niet opgegeven bij de site waar je tegenwoordig kunt melden dat je niet wilt worden gestoord door callcenters. Of ik een abonnement wilde hebben op het Nederlands Dagblad. Met allerlei adverterende praat erbij. Ik dacht even na. En ik meldde er nu even geen behoefte aan te hebben.

Veel christenen zullen daarbij vraagtekens hebben. Nieuws is namelijk altijd gekleurd. Daarom is het goed om nieuws te interpreteren vanuit een (orthodox-)christelijke levensbeschouwing.

Ik heb jaren zo gedacht. Was dus lid van allerlei christelijke bladen om mij te scherpen in het nieuws van alledag. EO's Visie in het wirwar van de omroepwereld en om een goede tegenhanger te hebben die goed zicht gaf op wat er in de media gebeurde. het blad van de Belgische CPC om na te denken over tal van vragen die op psychologisch terrein spelen. Denkwijzer van de ChristenUnie om politiek geslepen te worden in een goede richting. En zo las ik nog wel meer nieuws om bij te blijven en vooral het christelijk denken in mij te blijven aansporen.

Voor het ND heb ik mij toen niet als abonnee opgegeven. Ik heb namelijk een denkverandering meegemaakt. Als christen is het belangrijk mij op de hoogte te stellen van wat er in de wereld gebeurt. Te weten en te begrijpen hoe anderen denken. Als ik dat probeer te lezen in een christelijk blad, krijg ik geen objectieve informatie, maar krijg ik door de bril en traditie van de schrijver gekleurd nieuws waardoor mijn denken wordt beïnvloed.

Het kan zijn dat ik ben opgeschoven van jonge christen die het belangrijk vond om zijn denken aan de bijbel te toetsen naar een volwassen christen die daar al mee vertrouwd is en nu in staat is zelf de artikelen die hij leest te scherpen aan dat denken. In ieder geval geniet ik nu van doorwrochte artikelen in seculiere kranten en bladen als de Volkskrant, Elsevier, HP/De Tijd, De Groene Amsterdammer en Vrij Nederland die mij een inzicht verschaffen in de heersende cultuur. Al lezend denk ik hoe ik dat als christen moet interpreteren en hoe de reactie als christen moet zijn.

Lees ik dan helemaal geen christelijke lectuur meer? Jazeker, maar met een andere bril dan vroeger. Nu lees ik het met dezelfde reden als andere tijdschriften. Ik wil de trends zien en doorgronden, zodat ik mensen beter kan begrijpen. Alle bladen die we lezen spreken over een cultuur waarvan uit het is geschreven. Er wordt wel gesproken over 'objectieve journalistiek', maar in de praktijk is die er niet. Iedereen, ook de journalist heeft een denkwereld waarin hij leeft en waar hij zijn artikelen op baseert.

Het is dan ook leuk om vergelijkingen te trekken. Tien tot vijftien jaar geleden was de niet-christelijke pers (en een deel van de pers die dat wel beweerde te zijn) zeer cynisch over dat wat christelijk in ons land was. Zeker over dat wat de evangelische en orthodoxe richtingen betrof. Daardoor trokken die richtingen zich terug in eigen zuilen met eigen kranten, tijdschriften en omroepen. Inmiddels lees ik dat de kranten veel milder zijn over wat er in christelijk Nederland gebeurt. Tegelijkertijd merk ik dat in christelijke kringen nog steeds de angst voor het cynisme van het verleden heerst. Waardoor de maatschappij om ons heen nog steeds met argusogen wordt bekeken. De veranderingen bij de EO van de afgelopen jaren is daarom niet in goede aarde gevallen bij een deel van de achterban van deze omroep. Omdat de achterban niet is meegegroeid met de positieve veranderingen in onze samenleving.

Mijn vrouw werd laatst gebeld door een callcenter (ze was de website vergeten in te vullen). Of we een proefabonnement op het ND wilden. Het leek me een goed moment om me weer eens op de hoogte te stellen van de nieuwsfeiten binnen de kring waar deze krant zich van bedient. Dus zal ik vanaf maandag mij weer op de hoogte stellen van de nieuwsfeiten door de bril van orthodox-christelijk Nederland. Om mij daarnaast als vanouds op zaterdag te laten bijschaven door die grote van oorsprong katholiek-christelijke krant met een grote V.

zondag 23 mei 2010

Pinksteren in Klarendal

Vanochtend vierden we feest. Het Pinksterfeest. Het meest vreemde feest uit de christelijke jaar. Zeker het minst bekende feest dat als nationale feestdag is aangemerkt.

Pinksteren, het feest waarin de krachtelozen kracht kregen. Het moment waarop verbaasd werd uitgeroepen hoe het toch mogelijk was dat ongeletterden ineens andere talen begonnen te spreken. Het feest waarin God het meest dichtbij ons is gekomen.

Vanochtend heb ik gesproken over de krachteloze mensen die uit zichzelf wegliepen voor de moeilijkheden. Maar die bekrachtigd door de Geest tot veel in staat waren. De moedeloze vrienden van Jezus stonden op en begonnen het goede nieuws in vele talen uit te spreken.

Daar bleef het niet bij. Dezelfde dag werden nog eens drieduizend anderen met diezelfde Geest bekrachtigd!

En zelfs daar blijft het niet bij. Ook wij omstanders horen de toespraak van Petrus en ook van ons wordt gevraagd ons om te keren en de Geest te ontvangen. Mijn gebed was en is dat mijn toehoorders met diezelfde Geest bekrachtigd worden. Dat heb ik ook uitgesproken. Nee, nu geen getallen erbij. Ik heb ze niet gehoord of gezien. Maar God doet zijn werk onherroepelijk in mensen. En zal ook deze vraag niet onbeantwoord laten.

De krachteloze mensen om ons heen worden opgeroepen hun krachteloze leven achter zich te laten en veranderd door de Geest krachtige mensen te worden. Opvoeding, gezin, wijk of stad doen daar niet aan toe of af. God ziet het hart aan. Groot nieuws voor die zwakkeren. God bouwt zijn gemeente. Door onze zwakheid heen.

dinsdag 4 mei 2010

Gedachten bij en na het afscheid

Daar stonden we dan rondom de kist. Even daarvoor hadden de kleindochters opa van zijn bed overgeplaatst naar de kist. De kleinzoons en achterkleinzoon hadden het deksel van de kist dichtgeschroefd. Zes mensen (een zoon, vier kleinzoons en een achterkleinzoon) hadden de kist gedragen van het verzorgingshuis naar de auto. Vanuit de auto naar de kerk en terug. Vanuit de auto naar de aula waar we nu zaten. Onder het meest favoriete lied van mijn schoonvader werd de kist naar binnengebracht en hield bijna niemand het droog. Vrijwel iedereen werd door een ander ondersteund bij een opwelling van intens verdriet.

Door allerlei omstandigheden die zo pijnlijk zijn dat ze niet aan een blog kunnen worden toevertrouwd was de diepste wens te worden begraven ingewisseld voor het moeilijke alternatief om hem te cremeren en de as op een andere manier te begraven. Vragen alom over hoe dat moet. Moeilijke familiebeslissingen op een pijnlijk en emotioneel moment.

Daar stonden we dan. Gearmd, omarmd, ondersteund. We moesten afscheid nemen. Het laatste afscheid was er een van kou en warmte tegelijkertijd. De warmte van de oven waar de kist in werd geschoven in een verder koud en kil gebouw. De geur van verbrande lijken bracht ons even terug naar de tijd die we dezer dagen herinneren. Dit keer was het gewild en min of meer weloverwogen. De koffie, thee, broodjes en snacks achteraf waren samen met de condoleances verwarmend.

Het meest verwarmend voor ons bleef de herdenkingsdienst. De dominee die op ons verzoek refereerde aan de hoop die een gelovig christen kan putten uit de weet dat Christus de opgestane is. Dat wij hem zullen volgen. Lees het zelf maar in 1 Corinthiers 15. Wijzelf mochten het Opwekkingslied "Ooit komt er een dag" zingen die diezelfde hoop uitspreekt.

Het overkomt ons allemaal een keer. Dat we een geliefde moeten wegdragen uit dit leven. Dat we pijn, verdriet, rouw en misschien zelfs schuldgevoelens hebben. Dan zijn de geliefden om ons heen de sterke kracht die ons door het lijden heen dragen. Broers, zussen, de overgebleven ouder, andere familieleden en hele goede vrienden. Ook de leden van de kerkelijke gemeenschap. Wij werden verrast door de komst van vier leden van onze Villa-gemeenschap bij wijze van condoleance. De reden van hun komst: om onszelf een hart onder de riem te steken! Bij de herdenkingsdienst kwamen nog eens twee Villa-leden -voor ons onverwacht- langs.

Allemaal de moeite genomen om de oversteek van het Arnhemse Klarendal naar Amersfoort te nemen. Daar werden we warm van. Ze lieten zien dat ze bij ons horen. Dat ze letterlijk meeleefden in goede en slechte dagen. De christelijke gemeenschap die zonder het te hebben uitgesproken de belofte van twee mensen aan het begin van een huwelijk naar elkaar uitleeft. Hartverwarmend. Waar we al jaren aan gewerkt hebben te zien functioneren op een moment dat wijzelf 'de klos' zijn. Op initiatief van mensen die wij tot nu toe onze 'bezoekers' noemden. De bezoekers zijn nabij gekomen. Ze zijn deel gaan uitmaken van ons leven. Ongeacht of dat nu binnen of buiten de wijk plaatsvindt.

woensdag 28 april 2010

Afscheid

Gisteren was ik een blog aan het typen. Toen kregen we het onvermijdelijke nieuws. We waren al twee dagen aan het waken bij mijn schoonvader die de laatste momenten van zijn leven meemaakte.

Even was er ruimte voor ontspanning bij mijn schoonzus. Prompt werden we gebeld. Mijn schoonvader is overleden. Rustig heengegaan terwijl even een paar seconden niemand om hem heen stond.

We hadden het gehoopt. De hele waakzame nacht zagen we hem lijden en snakken naar adem. Af en toe een schrapend en gorgelend geluid, alsof de adem niet meer doorkwam. Dan stonden we al snel weer aan zijn bed om te moeten constateren dat hij na enkele seconden weer rustig verder ademhaalde.

De periode rond het overlijden van zo'n dierbare is onwerkelijk. Hoe zal het zijn? Hoe zal hij heengaan? Vragen waar we geen antwoord op hadden. Vrijwel mijn hele familie had vrij gekregen om de laatste tijd met vader en opa door te maken.

Terwijl hij daar zo lag ging het leven gewoon verder. De tv verkondigde het nieuws van alledag. De kranten gaven het nieuws gewoon door. Op internet ging alles door alsof er niets aan de hand is. En dat geldt voor die miljoenen mensen op de wereld. Daar gaat het leven gewoon door. Voor ons wordt het leven even stilgezet. En voor een persoon zelfs helemaal stilgezet.

Mijn schoonvader ligt nu in zijn slaapkamer opgebaard. We moeten dingen gaan regelen rond de uitvaart en plechtigheid. Een mooie tijd. Een onwerkelijke tijd. Een treurige tijd. Een tijd van vragen zonder antwoorden. Een tijd van "hadden we maar". Een tijd van terugkijken en -denken. Voor alles is een tijd. Ook een tijd van rouwen en afscheid nemen. We nemen die tijd maar even. Met een vakantieperiode erna.

dinsdag 27 april 2010

mooie nieuwe dingen

Soms moet je woekeren met de tijd. Is de tijd zo kostbaar dat er iets aan moet geloven. Dat gold de afgelopen tijd zeker voor deze blog. Geen desinteresse of te weinig nieuws te melden. Integendeel, teveel te doen en te beleven om nog tijd te vinden om eens stil achter de computer te worden.

Een greep uit de afgelopen tijd.

Brunch en Viering
Werkelijk een stortvloed aan mensen zijn ons de afgelopen maanden toegevallen. We beginnen al bijna op een kerk te lijken, met hoogtepunten tijdens Kerst en Pasen, toen we tussen de 45 en 50 mensen mochten ontmoeten. En dat in een zaaltje voor hooguit 35 mensen. Stoelen konden niet worden aangesleept. Tussendoor zien we ook een steeds grotere aanwas van bezoekers. Meestal voor de brunch, maar ook in toenemende mate voor de viering. Mensen geven terug het geweldig te vinden, alleen... een beetje klein. Dus kijken we concreet uit naar iets nieuws waar we in ieder geval de zondagen kunnen doorbrengen.

Voorbereidingen
Veel tijd is gegaan naar bijeenkomsten binnen het "koppelteam": een voorbereidingsteam dat de vriendschap tussen Villa Klarendal en de (Vrijgemaakte) Koepelkerk voorbereidde. Toen die vriendschap eind december werd beklonken, konden aan de uitwerking beginnen. Hoe kunnen we de Villa verder vormgeven en op welke manier speelt de vriendschap daarbij een rol. Een supervisiegroep is ingesteld, die facilitair gaat zorgen voor het werk (boekhouding, PR, nieuwsbrieven) en die de werkers gaat begeleiden. Daarnaast is een leiderschapsteam ingesteld van drie mensen (twee mannen, een vrouw) die de hoofdleiding over de Villa heeft. Verder hebben we gesproken over de meer concrete, alledaagse leiding. En wat de denken van de gevolgen van het loskomen van "moeder" Youth for Christ: het zelfstandig worden van een Villa Klarendal tot de "christelijke wijkgemeenschap Villa Klarendal", die als zodanig is ingeschreven in het register van kerkgenootschappen. En het starten van een stichting met de benodigde statuten. Deze stichting Villa Klarendal zal de welzijnsactiviteiten onder haar hoede nemen. Eind maart kregen we een geboortekaartje van de geboorte van een tweeling: de wijkgemeenschap en de stichting hadden het licht gezien. 1 juli is het formele moment van overdracht, maar (kerkelijke) wijkgemeenschap en stichting staan al klaar.

Bidden in een missionaire omgeving
Een prachtig onderdeel van Villa Klarendal is het regelmatig gebed voor elkaar. Wat zijn er de laatste maanden gebeden verhoord! Verhuizingen die uit de lucht kwamen vallen. Genezingen van mensen. Oplossingen voor geuite problemen. Visa's die plotseling vrijkwamen. Betaald werk na een tijd van werkloosheid. Als we vaste bezoekers vragen wat hen zo opvalt is een van de eerste opmerkingen: onze gebeden worden er verhoord. Daar geniet ik met volle teugen van. We willen voor de 100% gehoorzaam zijn en doen wat God van ons vraagt. We laten daar veel voor schieten. We bidden dat God mensen de ogen opent. Als dan de gebedsverhoren van bezoekers worden verhoord, zien ze concreet voor hun ogen gebeuren dat God een levende God is.

dinsdag 20 april 2010

Column Friesch Dagblad 18: de missionaire gemeente

Er lijkt een nieuw modewoord in christelijk Nederland op te duiken. Hele artikelen worden eraan besteed. Boeken erover gaan als zoete broodjes over de toonbanken van de christelijke boekwinkels. Veel kerken storten er zich met noodzakelijke commissies bovenop. De grootste protestantse kerk is anderhalf jaar bezig om het in tachtig regio’s te promoten. De missionaire kerk, de missionaire gemeente, missionair werk.

Het missionaire werk van de PKN is blijkens een persbericht bedoeld om een einde te maken aan de leegloop van kerken. ‘Met een nieuwe campagne wil de PKN op verschillende manieren nieuwe gelovigen bereiken.’ Speciaal daarvoor is een boek uitgegeven met dertig kansrijke missionaire modellen.

Ik weet niet hoe u het vergaat, maar als ik dit lees krijg ik een tweeledig gevoel. Enerzijds ben ik verheugd dat de grootste protestantse kerk, waar mijn kerkelijke wortels in te vinden zijn, zich bezint op zijn positie in deze wereld. Het is verblijdend dat er nieuw elan wordt gegeven aan het nadenken over wat de eigen gemeente in deze wereld betekent en op welke manier die gemeente voldoet aan haar kernroeping om mensen discipelen te maken. Dat er in het spoor van deze kerk gelijktijdig in andere kerken, van vrijgemaakt tot pinksterbeweging, wordt opgeroepen om het gezellige clubhuisgevoel te verlaten en zich weer bezig te houden met wat er werkelijk toe doet. Wat dat betreft alleen maar lof voor die initiatieven en een verlangen dat dit een daadwerkelijke verandering teweeg brengt.

Dat brengt me tegelijkertijd tot wat twijfels. Want dit is niet de eerste keer dat van bovenaf is geprobeerd om verandering in ons vastgeroeste kerkelijke land te brengen. Ik heb ze helaas bijna allemaal meegemaakt, de programma’s die het heil zouden brengen aan de toekomstige generatie in ons land.

- Evangelism Explosion: dat moesten we doen.

- Discipling A Whole Nation (DAWN): een missionaire strategie om het doel van wereldevangelisatie te verwezenlijken.

- Willow Creek: zorg voor laagdrempelige diensten voor ongelovigen en ze zullen komen!

- Doelgericht leven: in 40 dagen verandert de gemeente en zullen velen zich bij de gemeente aansluiten.

Werkwijzen en methodes die over ons christelijke land werden uitgestrooid en waar we allemaal in volle vaart achteraan liepen. Met in het kielzog het aanschaffen van materiaal van de basisorganisatie en de kosten voor de meestal niet zo goedkope conferenties.

Zijn er veel mensen door tot geloof gekomen? Ik weet het niet, ik ken de cijfers niet. Feit is wel dat de officiële statistieken over kerk(gemeente)bezoek over de hele christelijke marge een daling en geen stijging laten zien. De beloften van al deze programma’s zijn dus niet terug te vinden in de statistieken.

Dan is er dus iets anders aan de hand. In de praktijk bleek slechts een klein deel van de kerk of gemeente enthousiast voor die programma’s. En zelfs als de hele gemeente enthousiast meedeed, zakte het elan in, omdat het programma geen nazorg bood. De 40 dagen waren voorbij. Het waren mooie dagen geweest. We hadden veel geleerd. We gingen weer over tot de orde van de dag.

De gedachtegang achter die programma’s is nog steeds de maakbaarheid van de samenleving. Bied een programma aan dat elders succes heeft en het zal ook in jouw omgeving de gewenste resultaten opleveren.

Bij al die succesverhalen werd vooral ingezoomd op de groei van het aantal bezoekers. De vraag is of die westerse aanname gelijk is aan die van God in de Bijbel. Welk kansrijk missionair model lag ten grondslag aan het ontstaan van de eerste gemeente nadat Petrus zijn toespraak had voltooid? Stelde Jezus een commissie in om de discipelen te laten nadenken over het discipelen te maken?

Ik wens de missionaire gemeente veel heil en zegen toe. Met niet alleen maar een nieuwe stroom van boeken, conferenties en denktanken, maar met een hernieuwd zoeken naar wat God in deze tijd wil gaan doen.

zaterdag 10 april 2010

"Foutje moet kunnen, baas"

Een bekende uitspraak van een programma dat onze kinderen vroeger veel keken en waar wij mee keken. Een klungelige bommenmaker liet zijn bommen meestal iets te vroeg afgaan waardoor weer een deel van de boot of de plek waar hij was in rook opging. Waarna deze uitspraak kwam.

Een paar weken geleden was ik op een conferentie van Gemeentestichting.nl onder de titel Failing Forward.

In onze samenleving is het maken van fouten heel erg mis. Gebeurt dat, dan word je direct afgeserveerd. Dat geldt helaas ook binnen kerken en christelijke kringen. Alles wat gebeurt moet direct volmaakt zijn en perfect. Als we dan een fout maken, dan is het wel heel erg mis.

De conferentie wilde gemeentestichters een hart onder de riem steken om zich vooral niet te schamen voor het maken van fouten. Als we bang zijn om fouten te maken, durven we niet meer te experimenteren. Als dat niet gebeurt, zal gemeentestichten steeds minder gebeuren.

In de week voorafgaand aan de conferentie werd ik geconfronteerd met mijn eigen falen. We hadden een interne mailwisseling binnen het hele team. Een vraag van een van de teamleden prikkelde mij en mijn vrouw. Waardoor wij niet alleen op de vraag zelf reageerden, maar ook op het gevoel dat wijzelf kregen bij die mail. We lazen dingen in de mail en maakten daarbij onze eigen conclusies. Vervolgens reageerden wij vanuit onze conclusies in een antwoordmail aan iedereen. De vrijdag voor de conferentie kwamen we daarom bijeen met de hoofdpersonen. We kwamen tot de conclusie dat vanuit het eigen gevoel en vooroordeel reageren op mails zonder het principe van hoor en wederhoor toe te passen geen goede manier van werken is. In mail zie je niet hoe de ander non-verbaal reageert. Dus maakten we afspraken om als we een gevoel of vragen zouden krijgen bij een mail, niet vanuit dat gevoel zouden mailen. In plaats daarvan is het beter die vragen of dat gevoel telefonisch of in een persoonlijk gesprek aan de ander voor te leggen.

Op de conferentiedag zelf werd ik gevraagd voor het publiek iets te vertellen over mijn ervaringen met falen. Dat kun je hier beluisteren.

Ik kon niet anders dan mijn ervaringen van de week daarvoor voor ogen te nemen. "Wat zou je anders doen" was een van de vragen. Mijn antwoord daarop was om meer te investeren in de relatie met mensen met wie we werken. Toen we begonnen, was ons doel om er voor mensen in de wijk te zijn. Om die mensen te helpen iets te gaan begrijpen van ons geloof. We waren zozeer gericht op de mensen in de wijk, dat we ons eigen team vergaten. We waren een werkteam en niet zozeer tericht op de eigen onderlinge gemeenschap. Nu we de richting van gemeenschapsvorming (gemeentestichting) op gaan, wordt dat stees belangrijker. Dus heb ik mij voorgenomen meer te gaan investeren in de mensen met wie we nauw samenwerken.

Naar elkaar toe konden we zeggen dat we pijn hebben van de fouten. Tegelijkertijd mogen we tegen elkaar zeggen "foutje moet kunnen". En we mogen weten dat ook God dat zelf tegen ons zegt. Dat is vreemd in de cultuur onder Nederlandse protestantse christenen, die sterk zonde- en schuld gericht is. Dat God ruimte geeft aan fouten en missers is een eye opener. En geeft tegelijkertijd ruimte om te mogen werken en experimenteren.

vrijdag 2 april 2010

Interview met een bezoekster

Een tijd geleden hielden we een interview met een bezoekster in Villa Klarendal. Dit interview is eerder gepubliceerd in de nieuwsbrief van november/december, maar is mooi om ook hier te delen.

Hoe oud ben je, en hoe lang woon je al in Klarendal?
Ik ben 40 jaar, en ik woon nu 16 jaar op Klarendal. Sinds de geboorte van mijn dochter.

Sinds wanneer kom je bij Villa Klarendal, en naar welke activiteiten?
Ik kom sinds 2 jaar naar Villa Klarendal. Ik bezoek de brunch & viering en de koffieochtend, en ik ga sinds maart ook naar de huisgroep. Mijn oudste dochter gaat naar de meideninloop, mijn twee andere kinderen nemen deel aan de bijbelclub. Eerst op dinsdag, nu op zondagochtend.

Waarom kom je juist bij die activiteiten?
Ik vind het gezellig, en ik vind het fijn om iets van de kerk te bezoeken. Voor de kinderen vind ik het belangrijk dat ze de verhalen uit de bijbel horen. Ik vind het fijn mensen te ontmoeten, en ergens bij te horen.

Wat vind je van Villa Klarendal?
Ik vind het gezellig, en ik ga met plezier. Voor de verhalen, om me met God bezig te houden. In een andere kerk is het vaak een beetje saai, en ingewikkeld. Hier voel ik me op mijn gemak,hoef ik niet zo lang stil te zitten, en duren de preken niet zo lang.

Wat zou van jou mogen veranderen?
Meer dagjes uit, en dat er niet zoveel nieuwe mensen komen. Het is wel leuk, maar straks is er geen plek meer. Meer activiteiten voor de kinderen zou ook leuk zijn.

Wat wens je Villa Klarendal toe?
Dat het blijft bestaan. Dat het goed draait, maar dat moeten we allemaal samen doen. Dat we veel subsidie krijgen van de gemeente.

dinsdag 30 maart 2010

De moderne ezel


De intocht in Jeruzalem. Hoe beschrijf ik dat in de denk- en leefwereld van de mensen in Klarendal. Dat was voor afgelopen zondag mijn hersenkraker.

Al snel kwam ik terecht bij het voertuig waarop Jezus zich vervoerde. Hij zat op een ezel. Voor ons een onvoorstelbaar vervoermiddel. Voor die tijd een geweldig lastdier. Nee, tegenwoordig willen we alles luxe en mooi hebben.

Dus kwam ik op het idee om de intocht in Jeruzalem te moderniseren. "Wat vind je van deze mooie kar", vroeg ik de aanwezigen. "Nou, daar wil ik wel gebruik van maken" zei een van de bezoekers. Prachtig aanknopingspunt. Stel je voor dat iemand naar je toe komt met deze kar en je wil vervoeren naar de hoofdstad? Je vrienden mogen ook mee. Al rijdend kom je aan op een van de invalswegen van de hoofdstad. Daar staat een menigte klaar. Je doet het raampje open en je hoort van verre dat ze jouw naam roepen. Ze vinden je geweldig. Je ben hun favoriet, hun idol. De limousine gaat, om hen te sparen, voetstaps de hoofdstad binnen.

Op mijn vraag hoe ze dit zouden vinden, antwoordde de hoofdrolspeler dat hij het wel geweldig vond. Zo'n rit en zo'n ontvangst. Dan voelde je jezelf wel belangrijk. En je vrienden met jou.

Het voorbeeld als een trekker. De rest van het verhaal was traditioneel. Met de vraag aan de aanwezigen de verschillen te zoeken.

Zo proberen we met moderne voorbeelden het leven van en met Jezus dichterbij de mensen te brengen.

woensdag 24 maart 2010

Column Friesch Dagblad 17: Langzame en gestage groei

Een halfjaar geleden kochten we op de markt een avocado. Een mooie en lekkere vrucht met een joekel van een pit. Nadat we de vrucht hadden opgegeten, besloten we de pit te bewaren in water. Om eens te kijken wat er mee zou gebeuren. In vier kanten staken we er stokjes in, zodat de pit zou worden gestimuleerd om te gaan groeien. Een aantal maanden gebeurde er zichtbaar niets. Om de andere dag verversten we het water. De pit bleef dicht en vertoonde geen groei. Onze kinderen vroegen ons waarom we die pit toch water bleven geven. Er gebeurde toch niets. Dan konden we toch beter die vieze pit weggooien.

Na ongeveer drie maanden begon het wonder. Aan de kant waarin de pit onder water stond, barstte een puntje van de pit open. Enkele dagen later begon er uit die opening iets kleins te groeien. Na enkele weken bereikte dit kleine dingetje de bodem van het glas waarin we de pit onder water hadden gezet. De eerste wortel was een feit. Niet lang daarna kwam een tweede wortel tevoorschijn en begonnen uit de eerste wortel zijworteltjes te komen. Dit proces ging nog enkele weken verder. De twee worteltjes vulden langzaam maar zeker het hele glas aan de onderkant van de pit. Niet veel later begon er ook aan de bovenkant van de pit iets tevoorschijn te komen. Een klein puntje kwam uit de pit omhoog. Dit begon een kleine week geleden. In die week is het kleine puntje al vijf centimeter gegroeid en wordt het eerste groen zichtbaar.

Onlangs werd ik langdurig bevraagd over ons werk in Klarendal. Ik vertelde dat we twaalf jaar in de wijk wonen, dat we bijna vijf jaar geleden begonnen met de eerste brunch en viering in Villa Klarendal en dat er tegenwoordig 20 tot 35 mensen op onze wekelijkse bijeenkomsten komen. De interviewer vroeg me of ik dan niet beter een andere methode van gemeentestichting kon beginnen, omdat die meer succes heeft.
In dezelfde tijd is daar een kerk van driehonderd mensen ontstaan. Een vraag, die me liet nadenken over mijn eigen beweegredenen. Het duurde dan ook even voordat ik mijn antwoord goed kon verwoorden.

Ik ben opgegroeid in een tijd waarin cijfers, meetbare resultaten en zichtbare groei van het grootste belang werd gezien. Deze visie heeft enige tijd de bovenhand gehad in de zogenaamde gemeentegroeibeweging. We moesten vooral zoeken naar de succesvolle methode. Als we die aan de hand van modellen, gebaseerd op succesvolle voorbeelden, zouden toepassen, konden we ook datzelfde succes in ons werk tegemoet zien.

Mijn antwoord aan de vragensteller was dat wat mij betreft relaties boven methodes gaan. Relaties moeten ontwikkelen en dat gaat niet snel. Ik wil met mensen optrekken, zodat ze door mij heen zien wat er in en met mij gebeurt. Door al lange tijd met mensen in onze wijk op te trekken, zijn er vriendschappen en hartsrelaties ontstaan.

Zij waren niet zo erg gelovig en soms cynisch over mijn geloof. Door hen niet in de steek te laten bij de eerste negatieve of cynische opmerking, maar hen te blijven ontmoeten, ontstond een band. Diversen vonden de weg naar de brunch en viering. Daar hoorden ze meer over het geloof, waar ik ze al eens iets over had verteld. Sommigen zeiden na verloop van tijd uit zichzelf dat ze niet meer alleen voor het brood kwamen. Een kleine groep komt nu bijeen in een huisgroep, waarin nog diepgaander en persoonlijker over het geloof en de gevolgen daarvan voor het leven wordt gesproken.
Er begint iets zichtbaar te worden van groei in de levens van onze mensen. Het groeit zichtbaar nog nauwelijks. Maar zo af en toe geven mensen mij een klein inkijkje in wat God diep van binnen bij hen aan het vestigen is. Dan verbaas ik mij over hoe diep de wortels al zijn uitgeschoten. Ik mag ervoor zorgen dat de omstandigheden goed zijn. Dat er regelmatig vers water is.

De groei wordt diep van binnen door God bewerkt. Ik zie er naar uit om nog meer groen te zien opschieten dat in de jaren daarvoor langzaam maar gestaag wortel heeft geschoten.

woensdag 24 februari 2010

Column Friesch Dagblad 16: Lekker belangrijk

Maandag geschreven, dinsdag in de krant. Als dat niet actueel is, weet ik het niet meer. Vandaag in het Friesch Dagblad verschenen.

De afgelopen weken schoot het geregeld door mijn hoofd heen. Een opmerking die zo heerlijk relativerend kan werken als je denkt dat je met gewichtige zaken bezig bent: lekker belangrijk.

Vorige week vrijdag kwam de opmerking bij mij op toen we alle rompslomp doornamen die nodig is om de omvorming van een project van Youth for Christ naar een zelfstandige christelijke wijkgemeenschap mogelijk te maken. Vorming van een stichting met alle statuten en huishoudelijke reglementen van dien. Uren overleg over randvoorwaardelijke kleinigheden die formeel en juridisch noodzakelijk worden geacht in onze overgeorganiseerde samenleving.
En wat te denken van alle publiciteit, waarbij ik moet uitleggen wat die omvorming betekent.

Afgelopen woensdag was fractievoorzitter Arie Slob van de ChristenUnie op bezoek in Arnhem. Als onderdeel daarvan bracht hij een bezoek aan Villa Klarendal. Daarvoor moest natuurlijk onze zaal worden heringericht, koffie en thee worden gezet, informatie worden neergelegd, een informatiemap worden samengesteld. Van tevoren had ik met een collega binnen Youth for Christ nagedacht hoe we het beste konden voldoen aan de vraag van het bezoek ‘hoe zijn christelijke organisaties betrokken in de wijk’. Al met al was ik enkele uren bezig met de voorbereidingen. Het moment suprème duurde alles bij elkaar twintig minuten, omdat de programmaonderdelen daarvóór iets waren uitgelopen. Een zeer kort programma waarin we snel konden vertellen wat we deden en hoe we daar in stonden.

De opmerking schoot me na afloop van het bezoek door het hoofd. Om de relatie weer te geven tussen voorbereiding, het moment zelf en mijn vraag of dit het nu allemaal wel waard was.

Donderdag had ik speciaal vrij gepland om te studeren op alle aspecten van het lidmaatschap. Temidden van die studie wordt er aangeklopt en staat (zit, eigenlijk, want hij komt met zijn scootmobiel) een vaste bezoeker van Villa Klarendal aan de deur. Hij heeft een mededeling over zijn aanstaande verhuizing en koppelt daar een bezoekje van anderhalf uur aan vast. De opmerking schoot door mijn hoofd tijdens dit gesprek. Het vloog van de ene activiteit naar de andere. Is die studie nu zo noodzakelijk, of moet ik voorrang geven aan het bezoek?
Uiteindelijk bleef de opmerking steken bij de studie. We hebben altijd aangegeven ‘relatie’ boven al het andere te stellen. Als deze man langskomt op een moment dat ik nooit thuis ben, is dat een uitgelezen moment om weer eens diepgaander de relatie aan te halen.

Vrijdagavond zat ik voor de televisie. Belangstelling voor de politiek is er bij mij met de paplepel ingegoten. Spanning alom. Beelden van de Trèveszaal. Vooral van journalisten die ervoor stonden. Commentaren van iedereen die door de uitzendende media als gezaghebbend kon worden beschouwd. Na een uur kijken naar een huis waar weinig gebeurde en deskundigen die hun zegje erover deden, kwam de opmerking weer bij me op: lekker belangrijk.
De volgende dag moest ik rond tien uur weer elders zijn. Daar was mijn aanwezigheid en helderheid gewenst. Dus werd de nacht langer en kon ik de volgende ochtend vroeg via het nieuws vernemen dat het kabinet om half vier die nacht was gevallen.

Het blijkt telkens een lastige afweging tussen urgent, noodzakelijk of wenselijk in mijn eigen leven, waarin de opmerking een rol speelt. Leuk hoor om al het mooie van ons werk aan nieuwsgierige muskieten met pen, microfoon of camera te verwoorden, maar als die ons hele programma in de war schoppen, is dat programma toch belangrijker dan het vluchtige nieuwsfeit. Ik neem de formele noodzakelijkheden maar even voor lief en beschouw ze als goede hulpmiddelen, om zo snel mogelijk daarna weer bezig te gaan met wat echt belangrijk is.

In een wereld waarin onderlinge relaties worden ondergesneeuwd door formaliteiten en afspraken, wil ik me vooral bezig houden met die relaties. Want juist die zijn zo enorm belangrijk.

zaterdag 13 februari 2010

Een nieuwe weg als wijkgemeenschap

Vorige week heb ik het hier al gemeld via het persbericht van Youth for Christ (YfC). Villa Klarendal wordt een zelfstandige kerkgemeenschap. Over die laatste term hebben we tot gisteren nog allerlei termen de revue laten passeren. Uiteindelijk is het 'christelijke wijkgemeenschap Villa Klarendal' geworden.

Aan een proces van twee jaar bidden, denken, praten en schrijven komt dan een einde, of een nieuw begin. We nemen met pijn in het hart afscheid van 'moeder' YfC. Maar met vreugde gaan we richting een vervolg, waarin we de wijkgemeenschap verder vormgeven.
Voor een deel zijn we tot de conclusie gekomen dat we geen gemeenschap hoefden te stichten, omdat die eigenlijk de afgelopen jaren al is ontstaan. Maar de consequenties van de instelling van een daadwerkelijke christelijke gemeenschap zijn nu wel dat vragen als doop, lidmaatschap en avondmaal moesten of moeten worden beantwoord.

Nieuw in ons land is dat met de verzelfstandiging van Villa Klarendal een nieuwe vorm van samenwerking tussen een 'oude kerk' (de Gereformeerde Kerk 'Vrijgemaakt' - Koepelkerk) en een 'nieuwe kerk' (Villa Klarendal) ontstaat. Dat heeft veel hoofdbrekens gekost. Allereerst om de beweegredenen van de Koepelkerk te doorgronden. Waar nog geen enkele andere 'oude' kerk in ons land zich heeft verbonden aan een nieuwe gemeenteplant, wil juist een kerk uit een kerkverband dat zich altijd afzijdig van samenwerkingsverbanden heeft gehouden zich met ons verbinden. Na die vele gesprekken is de 'vriendschapsband' tussen beide gemeenschappen beklonken. Zoals vrienden vol respect met elkaar omgaan, willen wij met elkaar omgaan. Niet elkaar dwingen de eigen manier van werken en denken over te nemen, maar te leren van elkaar. Villa Klarendal wordt geen kloon van de Koepelkerk. De Koepelkerk wordt niet omgevormd tot een grote Villa Arnhem e.o.

Ik heb veel respect voor de manier waarop de Koepelkerk met dit proces is omgegaan. Rustig samen nadenkend op weg gegaan. Bereid te zijn de eigen cultuur te laten voor wat het is en ruimte te laten voor het nieuwe. In de visie op de vriendschap die we hebben geschreven is ons alle ruimte geboden onze theologie te beschrijven. Deze beschrijving hebben we daarom ook elders gepubliceerd. Er was bij de publicist die ons als eerste hierover wilde interviewen de neiging om juist onze doopvisie (kinderdoop als basis) naar voren te halen. In alle gesprekken is telkens van beide kanten aangegeven dat de doop voor ons niet principieel (vanuit loopgraven) zou worden benaderd, maar open en pragmatisch (hoe kan het sacrament in deze missionaire setting het beste worden ingevuld).

De eerste stap is gezet. Er moet nog veel worden geregeld voordat het 1 juli is. Als reactie op ons heugelijke bericht, kregen we enkele reacties. Een daarvan hoopte dat de Villa "ongemuurd ontmoeten" zal handhaafden. Daar refereerden we gisteren aan toen we bezig gingen met de noodzakelijke formaliteiten om een stichting mogelijk te maken (statuten en een huishoudelijk reglement). Dan loop je het gevaar toch weer terecht te komen in muren rondom een project. Ook hierin is onze visie mooi geformuleerd: "geef de keizer wat des keizers is". Waar dat wettelijk nodig is, worden zaken geformaliseerd. In de praktijk blijven we de open wijkgemeenschap die we nu zijn.

donderdag 4 februari 2010

Villa Klarendal wordt "christelijke wijkgemeenschap"

Vandaag is vanuit Youth for Christ landelijk onderstaand persbericht uitgegaan naar de media in Nederland.

4 februari 2010

Tweede kerk ontstaan uit werk Youth for Christ
Arnhem – Vanuit Villa Klarendal, een wijkproject van Youth for Christ (YfC) in Arnhem, is een christelijke wijkgemeenschap ontstaan. Oorspronkelijk was het project alleen bedoeld als een brug naar de kerk. Maar langzamerhand begonnen bezoekers van de zondagse viering de Villa hun ‘kerk’ te noemen. De wijkgemeenschap gaat nu zelfstandig verder en knoopt een vriendschapsband aan met de Koepelkerk in Arnhem.

“Medio 2010 stapt YfC uit het project”, meldt teamleider Susanne Drop. Wel blijft Drop tot eind 2010 op de loonlijst van YfC staan. Villa Klarendal wordt dus zelfstandig, maar zal intensief gesteund worden door de Koepelkerk, de `Gereformeerde Kerk (Vrijgemaakt)´.

Oud en nieuw
De toekomst van de jonge 'kerk' in Arnhem ligt in de handen van de bezoekers uit de wijk. "Dat willen we ook zo houden," concludeert Susanne. In de viering zullen ze ongetwijfeld de gecoverde liederen van Frans Bauer en verwanten blijven zingen. Ook de praktische betrokkenheid doordeweeks, zoals het uitdelen van brood in de wijk zal blijven, ook al zullen er ook best dingen veranderen.”

Gemeentestichtend
Villa Klarendal is de tweede kerk die uit het werk van YfC voortkomt. Enkele jaren geleden is in Rotterdam al een kerk uit het werk van YfC aldaar ontstaan: Thugz Church. Vanaf begin 2009 is dit werk geen onderdeel meer van YfC en ondersteunen Rotterdamse kerken deze gemeenschap. YfC wil zich blijven richten op missionair jongerenwerk. Zodra er kerken uit dit soort initiatieven voortkomen wordt waar mogelijk aansluiting gezocht bij lokale kerken.

Gedreven
Binnen Youth for Christ (YfC) werken meer dan 4.000 vrijwilligers en 150 medewerkers gedreven aan de ontwikkeling van jongeren. Ongeacht huidskleur, geloof of achtergrond bouwt YfC aan relaties die groei mogelijk maken op sociaal, emotioneel, fysiek en geestelijk vlak. Dat doet YfC door multimediatheater op scholen, creatieve tienerprogramma’s voor kerken en jongerenwerkers in de wijk. In meer dan 30 wijken is YfC actief met YfC|The Mall jongerenwelzijnswerk, dat gesubsidieerde welzijnsactiviteiten uitvoert binnen de kaders van bijvoorbeeld de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

Meer lezen
Meer informatie over de verzelfstandiging van Villa Klarendal is te vinden in een artikel op de website van de landelijke Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt

zaterdag 30 januari 2010

De kogel door de moskee

Afgelopen maandag is een voorlopig einde gekomen aan een langdurig proces om te komen tot de bouw van een wijkmoskee in onze wijk Klarendal. Ik was erbij om als gastheer de verwachte grote aanwas van wijkbewoners op te vangen. Hier zal ik geen relaas geven van de politieke aspecten ervan. Daarvoor ben ik als ambtenaar van de griffie, de directe ondersteuning van de gemeenteraad, teveel betrokken.

Het gaat me veeleer om het delen van een gevoel dat me bekroop terwijl ik bij de vergadering aanwezig was. Ik ontving bekende autochtone Klarendallers. Ze zouden het komen horen. Ze spraken met me en zeiden te hopen dat hun wens, geen moskee op die plek ik de wijk, zou worden gehonoreerd. Ik begroette islamitische Klarendallers. Ze hoopten van harte dat hun wens, een eigen mooie moskee op die plek, zou worden gehonoreerd. Ik ontmoette een professionele welzijnswerker van Turks-islamitische afkomst. Hij verhaalde over het onmogelijke dilemma waar deze zaak in terecht was gekomen. De sloop van de school waar diverse generaties wijkbewoners naar toe waren gegaan. Om daar een moskee voor in de plaats te bouwen. Het gevoel wint het van de ratio. Natuurlijk wel een moskee, maar niet op die plaats.

Ik merkte dat ik met mijn medewijkbewoners meeleefde. Ik voelde aan wat zij zo graag wilden. Ik kon meevoelen dat mijn autochtone wijkbewoners toch liever het schoolgebouw wilden behouden voor de wijk. Dat ze geen parkeeroverlast wilden als de moskee negen keer per jaar de deuren voor 500 bezoekers zou openstellen. Dat ze vreesden dat die 500 voor negen keer per jaar al snel zou worden verhoogd tot twee-en-vijftig keer per jaar. Ik kon meevoelen met mijn islamitische wijkbewoners dat ze zo graag een mooi onderkomen wilden hebben in plaats van het armlastige achterafplaatsje waar ze nu samenkomen. Dat ze de vrijheid van godsdienst aanspreken om toch ergens te mogen vieren en bidden. Dat ze al zoveel hadden ingeleverd dat er nu daarvoor gerespecteerd mochten worden. Ik kon meevoelen met mijn professionele welzijnswerker van Turks-islamitische afkomst, dat het een onmogelijke weg zou zijn. Wat er ook zou gebeuren, een van de twee zou die avond teleurgesteld zijn. Beide groepen staan bekend om hun emotionele karakter. Hoe zouden ze met de uitslag omgaan.

Ik voel met ze mee. Ik voel dat ik er tussenin sta. Ik kan, wil en mag (vanwege mijn werk) geen antwoord geven op wat ik ervan vind. Ik gun zowel de een als de ander zijn winst. Vanuit een persoonlijke betrokkenheid en niet vanuit een politieke stellingname. Na afloop leef ik mee met de vreugde van de winnaars die het behoud van hun school ten koste van de moskee voor ogen hadden. Maar leef ik ook mee met de verliezers die er beteuterd bij staan. Na jaren van onderhandelen is er nog niets.

Meeleven wil niet zeggen dat ik het met alles eens was. Zeker niet met de manier van reageren op de ander van mijn autochtone bewoners. Zeker een tijd geleden, toen de imam zijn visie voor het voetlicht bracht en regelmatig uit de zaal werd onderbroken door gehoon uit het publiek. Laat staan dat er zichtbaar contact was tussen beide groepen. Dat was ook deze avond zichtbaar. Beide groepen aan de andere kant van de zaal.

De kogel is door de moskee en niet door de school, zal ik maar zeggen. Het is en blijft een duivels dilemma. Een dilemma dat niet in de politieke arena van discussie en debat, van voor- en tegenstanders, kan worden opgelost. Want ook bij een nieuwe locatie zullen blokkades worden opgeworpen. Omdat mensen bang zijn voor het grote onbekende. Of gesprek iets oplevert weet ik niet. Omdat ik niet weet of beide groepen een open houding naar elkaar zullen hebben. Of de bereidheid de eigen muur jegens de ander neer te halen.

Ik ken en begrijp ze allebei. Maar op het moment dat ik ze iets laat zien van de kant van de ander, ontstaat er onbegrip. Of er een kans is om boven de loopgraven uit te komen tot een voor alle partijen aanvaardbaar alternatief is maar de vraag. De mensen begrijpen en met ze meevoelen betekent niet dat ik ze kan adviseren een bepaalde weg in te slaan. Want op dit moment is dat niet waar ik een weg voor mezelf zie. Maar het stelt me wel voor een lastig parket, omdat ik de persoonlijke relatie met vertegenwoordigers van beide groepen hoog acht. Als de een zich negatief over de ander uitlaat, wil ik een alternatief geluid laten horen. De mens laten zien en niet de collectieve vijand. Als het om dat wederzijdse vijandbeeld gaat, is relatie hoogstnoodzakelijk. Alleen als we mensen persoonlijk kennen, zullen muren vallen. Kan ik daar een rol in spelen? Wie weet...???

donderdag 28 januari 2010

Column Friesch Dagblad 15: Geen alle(zon)daagse dienst

Het heeft even geduurd, maar daar is 'ie dan weer. De volgende column die afgelopen dinsdag in het Friesch Dagblad is gepubliceerd.

Afgelopen zondag kwart voor tien. Ik open de deur van Villa Klarendal. De kinderclubleidster bereidt haar club van tien uur voor. Ik zet koffie en thee. Als de dagleidster en mijn medehelper aankomen, nemen we het dagprogramma door. We hopen op meer kinderen dan de nul of een van de afgelopen weken. De bel gaat. Drie kinderen voor de deur. Zonder bidden heeft God ons gebed al verhoord! Zij bidden met ons mee. ,,We gaan nu bidden, hoor”, zegt een van ons tegen hen, waarop een bij wijze van herkenning haar gevouwen handen laat zien. Weer gaat de bel. Nog twee kinderen staan klaar.

De kinderclub begint. Ik vervolg de verdere voorbereiding van de brunch. Beleg op tafel zetten. Brood netjes en gezellig over de tafels verdelen. De eieren koken. Ondertussen praten we ontspannen over de afgelopen tijd. Om half elf komt de eerste volwassen Iraanse bezoekster met haar dochtertje. Ze nestelt zich op een stoel in een hoekje. Weer de bel. Het is een autochtone bezoeker die zijn scootmobiel in de gang wil parkeren. Ik laat hem afstappen en rijd de gang in. Hij strompelt de Villa binnen. De ene na de andere bezoeker komt binnen, groet de anderen hartelijk en krijgt van ons koffie of thee.

Stipt om elf uur zit iedereen aan tafel. De kinderen van de kinderclub zitten aan een tafel die nog vrij is. De dagleidster verwelkomt iedereen. Na het uitgesproken gebed, werpt iedereen zich op de goedgevulde tafel. Met ei erbij. Een halfuur later zit iedereen voldaan onderuit. We ruimen de tafels van 31 bezoekers af. Even zoveel borden, messen en vorken, de overgebleven resten van ei, brood of beschuit verdwijnen in de afwasmachine of vuilnisbak.

Twaalf uur begint de viering in een kring met ons startlied De kleine villa in de straten. Nog twee liederen. De clubkinderen en crèchekinderen gaan weg of naar de andere ruimte. Tijd voor het ‘praatje’ over Jezus in Nazareth. Iedereen leeft zichtbaar mee. Getroffen door de mooie woorden. Een tijd van gebed volgt, waarin persoonlijke noden worden gedeeld met onze hemelse Papa. Een gezongen zegen als toetje.

Even napraten. De laatste ronde koffie of thee. De goed gebruikte wc krijgt een noodzakelijke schoonmaakbeurt. Een laatste groet en een goede week gewenst. We kijken terug op de brunch en viering. De vervijfvoudiging van de kinderclub. Het grote aantal brunchvierders. De mensen die bewust aan de viering meedoen. Een ruzietje tussen twee bezoekers. Na afloop hangt een jas niet meer op de kapstok. Vergeten de voordeur dicht te doen.

Het is geen alle(zon)daagse kerkdienst. Maar bezoekers die niet of nauwelijks kerkgaand waren, genieten nu van de warme gemeenschap. En ervaren daardoor God in hun leven. Zo mogen we met God meewerken op dit kleine stukje van deze aarde.

vrijdag 1 januari 2010

Nieuwjaar

Zoals iedereen heb ook ik gisteren oud en nieuw gevierd. Het was voor mij altijd een feest van spanning voor het komende. Je wist al lang van tevoren dat klokslag 12 uur de bommen los gingen. En van tevoren zat iedereen zich vol spanning te ontladen aan het eten en drinken van al het ingekochte lekkers.

Het feest is een typering van onze Nederlandse cultuur. Gezellig samenzijn met familie. Lang van tevoren afspreken wie welke hapjes klaarmaakt. Alles punctueel, maar vooral ook: gezellig. Dat typisch Nederlands woordje dat knussigheid, kneuterigheid en warmte moet voorstellen.

Op tv gisteren was het ook weer een typisch Nederlands gebeuren, waarbij de bekende gezichten van het afgelopen jaar de revue passeerden of het gebeuren inleidden. Even had ik het gevoel dat de presentatoren zouden afronden met "...wat is het oordeel van de jury..." of "...jullie waren goed, maar... dat horen we straks..." of "het Nederlandse publiek heeft gesproken...". Beau, Tooske, Gerard (gezellig hè?) kwamen langs op het scherm.

Ook dat beïnvloed ons denken en doen. Die mensen met leeghoofdige frasen en grootsprakige presentaties die vooral Idols of Popstars aandoen. HIJ IS ER WEER... HIER IS....... M-A-R-C-O B-O-R-S-A-T-O!!!!! Gejuich, gejoel, geklap. En vooral: met zijn allen hard meezingen met de bankroete meester. Het gaat immers om die grootsheid. Het gaat erom dat je met zijn allen grote, mooie dingen zegt. Wat je zegt dat maakt niet uit. Als het maar mooi is en het mijn gevoel versterkt. Samen gezellig meezingen versterkt die zo nodige saamhorigheid. Lekker gezellig samen in de kou staan op dat grote plein.

Afijn. Ook wij hebben het jaar uitgeknald. Het enige dat ik uitknalde was per ongeluk de kurk van de champagnefles die gelukkig aan de onderkant van het keukenkastje terecht kwam. Dus geen scherven door de druk van de fles. Mijn kinderen genoten van het (veel en groots) ingekochte vuurwerk. Soms verstoord door buren die voor de lol een vlinder (een keiharde, illegale knaller) gooiden naar een mooie pot, waardoor het siervuurwerk niet omhoog de lucht in, maar opzij de straat in knalde. Ja, dan baal je even met hem. Vooral, omdat er zoveel voor wordt gewaarschuwd om dat soort dingen niet te kopen, laat staan het naar anderen toe te gooien. Maar ja, ook dat is cultuur, denk ik dan. Voorzichtig dacht ik dat die Irakezen de bomaanslagen in Bagdad op deze manier wilden verwerken. Want ze trokken zich niets aan van waarvoor van tevoren zo breeduit in de Nederlandse media werd gewaarschuwd. Weer dacht ik voorzichtig dat ze genoeg leed hadden gezien om te begrijpen dat je ook wel zonder een hand, oog of voet kunt doorleven.

De nacht werd lang. Deels door degenen die zich niet konden inhouden om spirituele vloeistof naar binnen te werken. Dan worden familieleden emotioneel en moet het leed van het afgelopen jaar, de niet verwerkte jeugd of de plannen die niet zijn uitgekomen weer even met elkaar worden gedeeld. Het ochtendgloren was al zichtbaar toen we ons bed roken. Om er vervolgens na een diepe slaap (voor sommigen roes) na verloop van tijd te ontwaken op een nieuwjaarsdag dat dan al lang bezig was.

Och, telkens zijn het toch ook weer leuke dagen om elkaar te ontmoeten, te spreken of te omhelzen. En al die bijwerkingen neem ik daarbij dan ook maar voor lief. Hoe pijnlijk ze soms ook kunnen zijn.

Hoe ik daarin christen ben? Zoals ik dat altijd ben. Gewoon mezelf. Ik probeer wel altijd de maat te houden, zodat ik er geen dingen uitkraam waar ik later spijt van heb (of zelfs geen weet meer van heb). Sommigen noemen dat saai. Anderen begrijpen het en pakken het op als de rots in de branding (vooral als ze zelf bijna niet meer op de voeten kunnen staan). Nee, geen BOB (ik heb geen rijbewijs en we bleven slapen). Hopelijk wel een baken in onrustige, onvoorspelbare of emotioneel ontladende momenten. Ook al wordt een baken in woelige baren ook wel eens heen en weer geslingerd of behoorlijk op de kop gezet. Maar hij komt altijd weer boven en wijst altijd weer de juiste weg.

zaterdag 26 december 2009

Kerst Villa Klarendal 2009

Het onverwachte is gebeurd. Voor het eerst in het bestaan van Villa Klarendal hebben we gisteren een kerstviering gehouden. De vorige drie jaren hadden mensen andere plannen en wilden daar voorrang aan geven.

Die plannen had men dit jaar ook, maar de kerstviering in hun "eigen Villa" had voorrang.

Wijzelf hoefden niets te doen of voorbereiden. Dus kwamen we rustig om kwart voor elf aan. De zaal was in rijen opgesteld met tafels er tussendoor. Om de haverklap kwamen nieuwe mensen binnen die een plek vonden aan een tafel. Vlak voor wlf uur zat de zaal vol. Mensen waren in de keuken aan het werk. Wij zaten op de tafel waar het toneelspel van de kinderen zou plaatsvinden. Een medewerker werd met kind aan de achterkant van een stel stoelen geplaatst, omdat hij de loop in de weg zat. Even snel geteld zaten er 40 mensen in de zaal. Een deel daarvan was aangetrokken door de spreker van de ochtend: een broer van een van onze vaste bezoekers die al jaren christen is, in Suriname woont en vanwege de ziekte (en inmiddels overlijden en crematie) van zijn vader voor langere tijd in Nederland is. Twee andere zussen, een zwager en een nicht waren meegekomen met de regelmatig bezoekende familieleden.

Het programma was mooi. Het eten lekker en natuurlijk overdadig. Vooral door de eerder genoemde familie die vanwege deze feestelijke gebeurtenis de hele vroege ochtend (vijf uur begonnen) en de dag daarvoor bezig was geweest om roti (Surinaamse hartige pannekoek) te maken.

Het mooiste van de dag was voor mij toch een opmerking van onze vaste bezoekster aan haar broer. Ze waren verheugd over zoveel mensen die de weg naar de Villa hadden gevonden. Daarop verhaalde deze vrouw de momenten dat we met zijn vijven een brunch en viering hadden. Hoe zij teleurgesteld was daarover. En hoe ik vervolgens tegen haar zei dat het Jezus niet uitmaakt voor hoeveel mensen je werk doet, als je het maar uit gehoorzaamheid doet.

Die opmerking was voor mij de vreugde van de dag. Ik zie mensen die gaan begrijpen wat we doen en waarom we dat doen. De zovele gasten zijn geweldig! Maar nog geweldiger zijn die mensen die een steeds grotere inzet tonen om uit liefde voor de Heer die ze bij de Villa (opnieuw) hebben gevonden. En dan maakt het niet uit of ze eten maken, helpen opruimen, een tekst voorlezen of een toneelstuk uitvoeren.

woensdag 23 december 2009

Prickertjes

Prikkertjes
kort in het gebruik
om lekkers aan te prikken
gebruik het niet verkeerd
want dan doet het pijn

Prickertjes
korte bedenksels
om af en toe iets aan te prikken
wat misschien pijn doet

Nieuwsgierig?
Kijk op prickertjes.blogspot.com om mijn prickertjes te bekijken.

Artikelen in Parakleet

De afgelopen periode heb ik twee artikelen geschreven over Kerk-zijn in de 21e eeuw. Deze artikelen zijn gepubliceerd in Parakleet, het officiële orgaan van de Verenigde Pinkster- en Evangeliegemeenten, het kerkverband waar ik persoonlijk lid van ben.

Download hieronder de artikelen:

Deel 1, verschenen in Parakleet 111 (3e kwartaal 2009)
Ontwikkelingen in onze samenleving die het kerk-zijn beïnvloeden.

Deel 2, verschenen in Parakleet 112 (4e kwartaal 2009)
Nieuwe wegen in een postmoderne en postchristelijke wereld.

Ik ben benieuwd wat je ervan vindt.

zaterdag 19 december 2009

Wat doe jij met Kerst?

Tijd van bezinning. Tijd van contemplatie. Tijd van licht, kaarsjes en kerstboom. Tijd van denken aan meer dan 2000 jaar geleden. Licht in de duisternis. Overal lichtjes in die schijnbaar onophoudelijke duisternis. Warmte in een tijd van kou.

Dit was lange tijd mijn gevoel bij kerst. Het gevoel dat anderen nog steeds hebben bij deze tijd.

Na verloop van tijd is bij mij een kentering gekomen in dit gevoel. In hoeverre is dit geen opgelegd gevoel? Begin december is het er nog niet. En ineens na Sinterklaas moet iedereen zich weer bezig houden met dat licht, die warmte en het "kerst-gevoel". Het gevoel dat we vasthouden tot uiterlijk 6 januari. En daarna pakken we het leven weer op alsof er nooit een Kerst is geweest. Of we ploffen neer op de bank om te verzinken in de lege, nog steeds zo koude januarimaand.

Warmte afhankelijk van sfeer? Licht afhankelijk van kaarsjes of lampjes in de boom? Gezelligheid afhankelijk van een boom, kerstversiering en geuren? Ons schuldgevoel afkopen door een keer per jaar geld geven aan het Leger des Heils, een mooie uitnodiging voor onze kerstdienst, of een pakket voor de daklozen?

Vieren wij dan Kerst? Jazeker! Het mooie moment van de herdenking van de geboorte van Jezus. Voor mijzelf is het niet het belangrijkste feest. Dat lijkt het voor veel mensen wel het geval te zijn. Omdat dit het geval is, zie ik ook de missionaire mogelijkheid van deze tijd. Mensen willen in deze tijd graag meer horen over het geloof. Met hen genieten wij van het feest. En hopen we een gezellige en zinvolle tijd te bieden.

Vanuit deze gedachten is het antwoord op deze vraag als volgt. Afgelopen week hebben we van maandag tot en met woensdag kerstpakketten uitgedeeld die we hadden ontvangen. Mooie momenten om veel mensen te ontvangen in die voor hen speciale sfeer. En voor het eerst vieren we Kerst met Villa Klarendal. Op verzoek van onze vaste bezoekers.

En wat doen wijzelf? In ieder geval geen versiering. We zijn bezig met onze lang voorbereide verfraaiing van ons huis. Verven en intern verhuizen. En verder nieuwerwets Kerst vieren bij familie met lootjes en cadeautjes. Ook daarin hechten we niet aan de ene of andere traditie. Want geloof hangt niet aan die tradities, die sfeer of die lichtjes. En daarom kan ons geloof tijdens deze periode gerust gepaard gaan met die andere kersttraditie.

dinsdag 1 december 2009

Column Friesch Dagblad 14: Droom wordt werkelijkheid

Mijn nieuwste column in het Friesch Dagblad is vandaag verschenen. Zie de tekst hieronder.

Komt er nog wat van’, lijken sommige lezers van mijn weblog ‘Missionair in Arnhem’ te zeggen. En ook al zeggen ze het niet, ik voel het zelf soms wel zo. Ik probeer daar regelmatig iets te schrijven over ons leven in de wijk. Maar soms moet ik keuzes maken. Als ik dan kies tussen werken in de wijk of schrijven daarover, is de keuze snel gemaakt.

Vier jaar geleden begon Villa Klarendal officieel. De tweede zondag van oktober 2005 zaten we tijdens die eerste brunch en viering (laatst door ons lokale sufferdje kernachtig samengevat als ‘maaltijdviering’) vol spanning te wachten op wie er zou komen. Er kwamen vijf mensen. We wisten dat een van onze oudere zussen in Nederland, In de Praktijk in de Haagse Spoorwijk, er een jaar over had gedaan om de eerste bezoekers te mogen ontvangen. Dus werden de vijf vol vreugde ontvangen.

De periode daarna verwelkomden we veel nieuwe bezoekers. Velen waren enthousiast over het nieuwe initiatief onder de vlag van Youth for Christ. De brunch was warm en gezellig. Ik hoor nog een opmerking van een bezoekertje of we dit niet elke dag kunnen doen. Want het was er zo rustig en zonder ruzie. Ook de viering vonden velen prachtig. Ze genoten er zichtbaar van. Alleen zagen we wel een verschil tussen mensen. Sommigen vonden het mooi, maar we zagen geen verandering in hun leven. Na de viering ging hun leven verder als altijd. Soms kwamen we ze in de stad tegen als ze met een groepje de gokhal binnen gingen. Anderen wilden het gehoorde in hun leven integreren en gingen, zonder het zelf zo te benoemen, de weg van discipelschap.

De wekelijkse maaltijdviering ging door. Soms zat het boordevol. Op andere momenten, vooral in de zomerperiode, was het heel erg rustig. Voor de eerste Kerstmis vroegen we of we iets met Kerst moesten organiseren. Dat hoefde niet, want iedereen ging naar eigen familie of naar de kerk waar ze weleens met Kerst naar toe gingen.
Na enkele jaren kwam de klad in het bezoekersaantal. ‘Oppassen in Amsterdam’, ‘genieten en oppassen op het pasgeboren kleinkind’, ‘studeren en stage doen om weer werk te krijgen’. De gelijkenis van Jezus over het zaad en de zaaier zagen we voor onze ogen werkelijkheid worden.

Teleurstelling alom. ‘Waar doen we het voor?’, was een veelgehoorde vraag. We zagen echter ook groei in de kleine groep die wel bleef komen. Taken werden van ons overgenomen: de wekelijkse boodschappen, de voedselbank in de wijk, dekken van de tafels, uitdelen van overgebleven brood van de lokale grootgrutter. Met een huisgroep delen we ons leven en praten we samen over de Bijbel.

Die veranderingen leiden tot versterking van de onderlinge gemeenschap. Een ontroostbare bezoeker wordt zichtbaar getroost. Een verjaardag van een ander wordt uitbundig gevierd. Deze zomer zaten de wekelijkse maaltijdvieringen vol. Er werd enthousiast gereageerd op onze vraag of we iets op de komende Eerste Kerstdag zullen doen.

Dit biedt ons interessante vragen. 1. Wat is belangrijker: de statistische groei van het aantal bezoekers of de onmeetbare groei in levens van mensen? 2. Bouwen we op menselijk zand of op goddelijke rots? 3. Hoe bouwen we daarop voort? 4. En last but not least: wie zijn de kundige bouwmeesters om dit mogelijk te maken?

Het vinden van antwoorden op die vragen en de omgang met mensen die zichtbaar Jezus willen volgen vergen veel tijd. Zo veel tijd dat nogal eens de klad komt in het schrijven aan mijn weblog. Maar eerlijk waar: ik maak liever concreet al die ervaringen mee dan dat ik er in mijn studeerkamer alleen maar over droom. Zo af en toe schrijf ik dan toch weer eens over de droom die wel werkelijkheid werd. En die is geen bedrog.

maandag 30 november 2009

Contacten in de wijk… hoe doe je dat?

Deze week is een artikel van mij verschenen in Zout Magazine, het magazine van de Vrijgemaakt Gereformeerde Kerk over evangelisatie.

Hieronder volgt de inhoud.

Kerken en christenen verlangen ernaar om meer te doen in de wijk. Veel van hen lopen rond met de vraag hoe ze in contact kunnen komen met mensen om hen heen. Op basis van zijn ervaringen in Klarendal wil Rick hen in dit artikel daarbij te hulp komen.

Een bekende driedeling binnen het missionaire werkveld is ‘belong-believe-behave’; bij een christelijke gemeenschap horen, geloven in Christus en leven als christen. Over de vraag of deze woorden in een bepaalde volgorde horen te staan, en zo ja in welke, is veel discussie. Bij Villa Klarendal mogen mensen zich allereerst thuis voelen (belonging) en zodoende steeds meer van ons geloof leren kennen. Wij kunnen mensen leren kennen door ze te vragen ons te helpen. We zijn afgestapt van het idee dat mensen eerst een bepaalde christelijke groei moeten hebben doorgemaakt (believe) om iets voor ons te doen (behave). We hebben onze buren gevraagd ons praktisch te helpen met koken en boodschappen doen. Een islamitische wijkgenoot is ons als stagiaire komen helpen bij het uitdelen van het brood en bij de moslimmeiden en -meisjesclubs.

Het principe van ‘belonging’ (je eerst thuis voelen) geldt ook omgekeerd voor christenen die in de wijk wonen. Zo lang wij als christenen aan de buitenkant staan en niet meedoen, worden we gezien als buitenstaanders. We horen er niet bij. Van buitenstaanders moeten we bekenden worden. Toen ik een tijd geleden nadacht over werken in de wijk, ben ik lid geworden van een werkgroep voor de wijk. We bepraatten de problemen die in de wijk speelden en hoe we dat konden oplossen. Na afloop hingen we aan de bar met een glas bier. Daar begonnen langzamerhand steeds diepere gesprekken te ontstaan. Door te laten zien dat de wijk ons menens is, werden we opgenomen in de groep. Daardoor werden we gekend en ontstond een sfeer van ons-kent-ons. Een drempel naar persoonlijke gesprekken en vriendschappen was weggehaald. Mijn eerste vraag in de wijk is daarom niet: wat kan de kerk doen? Maar: waar kan ik als christelijke wijkbewoner bij aansluiten? Zodoende zijn we computerdocenten geworden, lid geworden van een creatieve club en zijn we gaan helpen bij het uitdeelpunt van de Voedselbank. Tijdens computerlessen, knutselmiddagen en koffiegesprekken na het ophalen van het voedselpakket leerden we mensen beter en persoonlijker kennen.

Een ander belangrijk punt is onze eigen denkwijze. Christenen die in een wijk contacten leggen, doen dat vaak vanuit een vooropgezet plan. We komen met mensen in contact zodat we iets van het evangelie kunnen delen. Daarmee wordt het werk dat we doen een springplank voor wat we echt belangrijk vinden. Ik heb gemerkt dat mensen met wie we in contact komen het merken als wij dit met een achterliggend doel doen. Daarom is het van belang om te beseffen dat het werk dat we doen even belangrijk is als het verkondigen van het evangelie. Een vrouw die ik een tijd geleden bij de voedselbank ontmoette, haalde de eerste tijd haar pakket alleen maar op. Het was onze taak om haar dat pakket te geven. Na enkele maanden had ze een probleem. Ze kwam direct bij ons met haar probleem. Ze gaf aan dat ze bij ons kwam, omdat ze ons vertrouwde. Ze had de kat uit de boom gekeken en gemerkt dat wij er geen dubbele agenda op na hielden. Het is ook belangrijk mensen te accepteren zoals ze zijn. Wij doen vaak alsof zij een probleem hebben en wij de oplossing: wij bieden daarom onze hulp aan en zij aanvaarden die van harte. Dat er vervolgens weinig verandert komt voor een deel doordat werkers geen deel van het geheel worden. Het blijft ‘ver van mijn bed’. Voor mensen in de wijk is het van belang dat we hen accepteren zoals ze zijn. Met hun voorliefde voor bepaalde muziek, met hun directe omgangsvormen, met hun andere manier van leven. De liefde van God voor de mens die Hij heeft gemaakt mogen we op die manier aan hen doorgeven.

zaterdag 21 november 2009

Elke dag een avontuur

De dagen tegenwoordig rijgen zich aaneen door allerlei gebeurtenissen. Soms zijn er weken waarin werkelijk elke dag weer iets gebeurt wat ik onder de noemer "avontuur" schaar. Sommigen daarvan zijn nog zo vers en spannend dat ze nog niet rijp zijn voor publicatie. Maar anderen zijn prachtige voorbeelden van de grote en kleine avonturen van een spannend leven.

Een vrouw komt al maanden bij de Voedselbank haar pakket ophalen. Ze is meestal vrij laat en mompelt dan wat onnavolgbaars. Een prachtige, aparte persoon. Na verloop van tijd hoort ze van me dat wij computerlessen geven. Ze vraagt er naar en wil meer weten. Enkele maanden later begint ze de beginnerscursus en oefent ook op de dagen dat ik de internetinloop verzorg. Op een vrijdagmiddag ben ik op zoek naar de tv-uitzending van een interview met mij tijdens Het Elfde Uur in 2003. Het blijkt niet meer online te staan. Ze vraagt me wat ik doe. Ik leg haar uit dat ik dat interview nog eens terug wil zien. Daarna laat ik haar de andere tv-uitzendingen van de afgelopen jaren zien. Ze wordt steeds enthousiaster. Vertelt over hoe zij haar geloof nu zonder gemeenschap doorleeft. Door het kijken wil ze graag eens naar de wekelijkse brunch en viering in Villa Klarendal komen. De zondag daarna komt ze en is er heel blij mee. Ze wil de week daarna weer komen, maar ze komt niet. Gisteren kwam ik haar weer tegen. Ze excuseerde me ervoor dat ze niet was gekomen. Iets te diep in het glaasje gekeken, maar zondag komt ze weer.

In de rest van mijn werkende leven werk ik bij de gemeentelijke griffie, de ondersteuners van de gemeenteraad. Ook daar pak ik de avontuurlijke kanten op. Een daarvan is het uitzenden van de vergaderingen via internet. We hebben daarvoor contact met een organisatie in Rotterdam. Wekelijks testen we of de apparatuur het nog doet, zodat we op de avond niet voor een avontuurlijke verrassing komen te staan. Zo ook afgelopen maandag. Ik zette alles aan en belde de organisatie. Die ging meekijken op zijn scherm en... zag niets. Het werd al warmer aan mijn kant. Of ik er niets aan kon doen? Een tijd geleden had ik al eens gehoord dat de techniek kon worden gereset en had ik ook gezien hoe dat moest. Dus deed ik dat maar. Geen succes. Het beeld bleef zwart. De man achter de telefoon ging even met zijn collega overleggen. Of ik maar even wilde wachten. Na een kwartier weer telefoon. Of ik toch niet wat snoertjes kon omwisselen. Nu ben ik niet zo technisch, maar dergelijke techniek was dan nog net aan mij besteed. De snoertjes lagen in een kast met heel veel apparatuur die nogal krap op elkaar was geplaatst. Bovendien is alle video- en geluidsapparatuur in een kleine ruimte zonder airconditioning geplaatst, dus ik werd steeds warmer. Met zweet en moeite de snoertjes omgewisseld. Helaas, zonder succes. Er was zwart beeld. De andere kant kwam tot de conclusie dat het apparaat kapot was en dat de uitzending niet doorging. Lastige mededeling als je uitgaat van de uitzending en er wellicht al thuis voor klaar zit. Niets aan te doen. Dan moesten we maar op DVD opnemen en die de volgende dag snel opsturen.
Die avond zaten we klaar voor de vergadering. Tien minuten voor de start ging de telefoon. De organisatie weer aan de telefoon, nu een andere dame. Ze was de uitzending aan het voorbereiden en miste een agenda, die niet opvraagbaar was. Dat klopte, de techniek van onze website haperde. Dus zonden we per email een versie van de agenda. Een beetje vreemd was deze vraag wel, want... er zou toch geen uitzending zijn? De dame aan de andere kant wist nergens van en... had al beeld!!! Tja, dan ben je anderhalf uur bezig om de techniek te fiksen en lukt het niet. En twee uur later doet alles het weer. Techniek staat voor niets, maar zorgt wel voor hoofdbrekende avonturen in de avonduren.

Onze wekelijkse brunch en viering (een keer in de maand diner en viering) is een vast onderdeel van het wekelijkse Villa Klarendal programma. In feite is dat de plek waarop mensen van allerlei activiteiten bij elkaar komen. De andere activiteiten zijn gericht op specifieke groepen als kinderen, meiden, moslimmeiden, jongens of volwassenen. Hier komt alles van zes maanden tot 91 jaar. Het bezoek aan deze brunch en viering is nogal wisselend geweest. Er is een tijd geweest waarin we met zijn allen aan een tafel voor twaalf zaten. En dan waren er nog lege stoelen tussen. Langzamerhand begon de groei door te zetten. Twee weken geleden zaten we bij elkaar. Ik zou het praatje houden, dus was al eerder gekomen. Vanaf halfelf begon de stroom te komen. Twee tafels zaten vol. Twee stoelen moesten plaats maken voor een bank waar drie mensen aan konden zitten. Een derde tafel werd allerijl bijgedekt, want het aantal mensen groeide. Ik zat aan het einde van die tafel. Of ik nog verder kon opschuiven, want er kwamen nog meer mensen binnen. De hele ruimte was boordevol. Ik telde in de gauwigheid 35 mensen die aan de tafel zaten. Wat zat er? Surinamers, Antillianen, Nederlanders, een Turkse vrouw met haar kinderen, een Bulgaar, een man met een verslavingsachtergrond. Zij voelen zich allemaal thuis bij deze brunch en viering. Het is HUN brunch en viering.
Ook dat is een wekelijks avontuur, om te zien hoeveel mensen komen. En soms voor vragen te komen staan waar we niet direct een antwoord op hebben. De wateroverstroming door de gang tijdens de hevige regen van een paar weken geleden. Een brunch en viering zonder water, omdat de leiding was bevroren. Een daklekkage tijdens een hevige hagelstorm. Een nieuw aangeschafte Surinaamse CD wordt aangezet om de verjaardag van een bezoeker te vieren, waarop de Surinaamse gasten vanwege het feest der herkenning opstaan van hun stoel en dansend en swingend door de zaal gaan.

Prachtige mensen, prachtige dingen, een prachtig leven. Elke dag een avontuur. Soms leuk en spannend. Soms teleurstellend en diep treurig. Een telefoontje tijdens een feest van de Voedselbank dat een van onze vaste bezoekers een hartinfarct heeft gekregen. Een hevige ruzie tussen twee vaste bezoekers, waardoor een van de twee besluit niet meer te komen (en inmiddels komt de andere ook niet meer). Soms zo mooi en hartverwarmend. Soms zo moeilijk en hartverscheurend. Soms zo zwaar en pijnlijk dat de nachtrust erbij inschiet. Soms zo moe dat ik van moeheid het ene been niet van het andere kan verzetten. Maar ik wil het avontuur van mijn leven niet missen. Daarom wil ik doorgaan. Uitzien naar een nieuw avontuur van die ochtend, middag of avond. Leven in de wijk is een avontuur. Gecombineerd met mijn werk is het avontuur nog groter. En leven met God is het grootste avontuur. Want soms komen oplossingen voor problemen waar ik soms wakker van lig uit een heel onverwachte hoek.

En gelukkig zijn er van die momenten als dit weekend, waarin weer tijd is om bij te tanken en me op te laden voor de nieuwe avonturen van de komende tijd.

vrijdag 20 november 2009

Denken, plannen en doen

Ik ben de afgelopen paar jaar veel in contact gekomen met mensen die graag willen werken zoals wij met Villa Klarendal werken. Heel vaak blijkt dan dat ze wel met plannen lopen, maar niet weten hoe ze dat moeten oppakken.

Een ander probleem is dat veel jongeren een HBO- of een wetenschappelijke opleiding hebben. Daarin wordt ze geleerd om eerst je plannen op papier te zetten, er samen over te brainstormen en ze daarna uit te voeren.

Onlangs kwam ik een vrouw tegen die geniet van het samenzijn en -werken in de Villa. Toen ik haar vroeg waarom ze zich zo thuis voelt, zei ze dat het bij ons zo ongedwongen toe gaat. Ze gaf als tegenvoorbeeld een ander project in de wijk, waarin op een HBO- of WO-manier wordt gewerkt. Dus, was haar conclusie, komt van al dat praten, denken en plannen maar heel weinig terecht.

Dat gevoel bekruipt mij helaas ook als ik kijk naar alle symposia die de afgelopen jaren rondom het Emerging Netwerk zijn gehouden. Allemaal prachtige mensen die (vooral natuurlijk uit de VS) komen, hun verhaal vertellen en waar we allemaal heel enthousiast over worden. Maar bij mij blijft de vraag hoeveel mensen op die dagen nu concreet aan de slag gaan met wat ze hebben gehoord.

Ik denk aan mijn eigen generatie. Toen we jong waren hadden we allemaal mooie plannen en ideeën. We zouden het allemaal anders doen. Maar ja. We gingen trouwen. Kregen mooie banen. Kregen kinderen. Waren druk met van alles en nog wat. Dus werd er niet gekozen voor die mooie plannen, maar verdween het gros van de idealen doordat carrière en huisje-boompje-beestje belangrijker werden. Want je moet toch rond komen, voor je gezin zorgen, een huis kopen en hoger op komen?

Ik vrees dat de nieuwe golf van idealen die nu over ons land stroomt straks weer als sneeuw voor de zon verdwijnt als de studenten en pas-werkenden de flow omhoog in de arbeidsmarkt te pakken hebben.

Dat je, zoals ik heb gedaan, niet kiest voor een carrière, maar voor idealen, wordt als vreemd gezien. Het wordt ook als vreemd gezien dat wij als gezin niet zijn verhuisd naar een huisje-boompje-beestje huis in een nieuwbouwbuurt waar het veilig spelen voor kinderen is (zeggen ze), maar zijn verhuisd naar onze mooiekrachtwijk Klarendal.

Ook onze leeftijdsgenoten hadden hun Shane Claibornes, Paul Viera's en Tom Wrights. Maar ze hebben niet radicaal gekozen voor een andere levensstijl. Ze hebben zich aangepast aan de geldende normen in de cultuur.

Is het mogelijk idealen in de praktijk te brengen en deze vast te houden? Ja, dat kan. Maar dan moet je in je leven wel radicale keuzes maken, die niet iedereen altijd zal begrijpen. Zelfs christenen zullen je vreemd aankijken.

zondag 15 november 2009

Een gemeenschap die sterker wordt

Vier jaar zijn we nu bezig met Villa Klarendal. Vanaf het begin was het onze visie om in de wijk een gemeenschap van christenen te zien ontstaan. De eerste jaren ervoer ik deze gemeenschap als los zand. Iedereen ging zijns (en vooral haars) weegs na afloop van de brunch en viering. Wat er tussentijds doordeweeks gebeurde was niet bekend voor iedereen.

Een aantal gebeurtenissen de afgelopen periode laten zien dat onze groep van een stel "vaste bezoekers" aan het groeien is naar een hechte gemeenschap.

Een paar weken geleden werd een van de leden 60 jaar. Lang van tevoren zei een van de anderen dat ze het zo leuk leek om haar te verrassen met een overval door een stel vaste bezoekers. De een maakte een taart, de ander kocht een mooi kado, ik schreef een lied. met tien mensen stonden we voor de deur en verrasten de 60-jarige met lied en mensen. Een uur was ze buiten zinnen hoe mooi ze het vond om zo verrast te worden.

De vorige jaren werd in de Villa geen kerst gevierd. Als we ernaar vroegen, bleek iedereen weer eigen plannen te hebben om de kerst in te vullen. Dus deden we er niets aan. Een paar weken geleden begonnen al de eerste vragen of we dit jaar wel iets met kerst zouden gaan doen. Dat zouden ze zo mooi vinden om in de eigen gemeenschap te vieren. Toen we daar vanochtend voor het eerst officieel naar vroegen, werd er alleen maar enthousiast op gereageerd.

We willen graag het "samen-gevoel" in de wijk, maar vooral in onze groep versterken. Als we daarin worden bevestigd, is dat alleen maar verheugend. En ik moet ook zelf zeggen, dat ik met diverse mensen het gevoel deel dat ik deel uitmaak van hun leven. Afgelopen week zei iemand op donderdagavond dat ze me inmiddels elke dag had gezien. En grapte erna dat dat "wel heel erg veel is". Dat is niet alleen planmatige gemeenschapsvorming, maar vooral organische gemeenschapsvorming. Mensen die eerst niets met elkaar te maken hebben, komen bij de brunch en viering, gaan samen op stap, helpen bij de voedselbank, doen de boodschappen samen, helpen samen het brood uitdelen, dekken samen de tafel. En tussendoor komen we ze in de wijk tegen tijdens de gewone boodschappen of als ze door de wijk heen lopen. Zelf willen ze steeds meer doen en betekenen. Daardoor ontstaat een gemeenschap die op elkaar betrokken wil zijn.

Ik ben benieuwd waar dat verder naar toe leidt.

woensdag 11 november 2009

Column Friesch Dagblad 13: Evangeliserende atheïsten

Ik kwam onlangs tijdens het zappen terecht bij de laatste woorden van schrijver Kluun in het programma Pauw & Witteman. De schrijver, bekend om zijn roman Komt een vrouw bij de dokter heeft in het kader van de Maand van de Spiritualiteit een essay geschreven onder de titel God is gek. In het boekwerkje beschrijft hij de zendingsdrang van de moderne godsongelovigen en een behoefte om van christenen een eendimensionaal en karikaturaal beeld te schetsen en om creationisten af te schilderen als dogmatici die Darwin niet hebben begrepen.

Pauw & Witteman vlogen er snel op in. Of hij toch niet kon bewijzen dat hij gelijk had. Hij zat direct in het beklaagdenbankje. Zijn pleidooi om gelovigen in de media en de pers niet steeds zodanig het vuur aan de schenen te leggen, dat zij zich almaar moeten verdedigen, werd gepareerd met het kenmerkende cynisme waar vooral Pauw zich in interviews gemakkelijk aan overgeeft.

Kluuns constatering is terecht; ik heb dat zelf ook op veel momenten zo ervaren. ChristenUnie in de regering? Dat zal een super-christelijke regering worden, waarin het hele leven naar christelijk-ethische normen wordt hervormd. Een betuttelende regering, zo lazen we in de media. Youth for Christ haalt een aanbesteding voor algemeen jongerenwerk binnen in het stadsdeel De Baarsjes? Dan gaan ze vast en zeker evangeliseren. Zieltjes winnen voor de eigen religie. Dat kan niet, want ons land is een liberaal land, waarin jongerenwerk neutraal wordt aangeboden. Aanbieders van jongerenwerk mogen vooral geen zending uit gemeenschapsgeld bekostigen, aldus de vereniging van jongerenwerkers. Een subsidie van het Scharlaken Koord in Haarlem werd om diezelfde reden op de helling gezet.

Alleen christenen brengen hun goede nieuws en willen anderen daarvan overtuigen. Zij zijn eerst en vooral bezig om hun eigen ideologie op de voorgrond te plaatsen en moeten daarvan worden weerhouden.

Wat doen we nu met al die andere ideologieën, die vinden dat zij de waarheid in pacht hebben? Ik zou zo zeggen: op dezelfde manier behandelen. Maar dat blijkt toch van een andere orde. Een korte Google-zoektocht naar subsidiëring van yoga-cursussen levert een fraai overzicht op van een groot aantal plekken waarin het evangelie van de hindoes wordt verkondigd. Dat is niet het geval, zal de subsidiegever antwoorden. Zij scheiden de cursussen van de religie. Dat deze stellingname in de praktijk niet juist is, blijkt uit een cursus Aikido die mij als gemeenteambtenaar enkele jaren geleden op het werk werd aangeboden. Een groot deel van de cursus bestond uit een theoretische verhandeling over nut en noodzaak van de cursus. Een half dagdeel hindoeïstische evangelisatie. Betaald van gemeenschapsgeld.

Neutraal welzijnswerk in een achterstandswijk, ontdaan van alle religieuze achtergronden. Dat is de wens van het overwegend (links- of rechts-) liberale volksdeel in De Baarsjes. Neutraal omroepwerk, dat is de wens die veel werd gehoord in de tijd dat datzelfde volksdeel de paarse coalitie bemande. Dat zijn prachtige voorbeelden van de tunnelvisie die moderne atheïsten tentoonspreiden. Er is maar één waarheid en dat is de eigen waarheid. Wie zich niet aan die waarheid houdt, moet daar vooral door overtuigd worden. In de brede zin van het woord is dit niet anders dan ‘evangeliseren’: atheïsten vertellen anderen de goede boodschap van de god-loze boodschap in het openbare leven. En dat toch veelal op kosten van de gemeenschap.

De richting die de laatste tijd wordt ingeslagen, is dat iedereen zich te allen tijde moet conformeren aan de waarheid die op dit moment in het merendeel van ons land wordt beleden. Daarmee komen we in ons land in de gevarenzone van de ondertitel van het boek van Kluun: ‘Dictatuur van het atheïsme’.

donderdag 22 oktober 2009

Een andere focus

Een teamavond onlangs. Om ons te richten op God werd een bijbelgedeelte voorgelezen. Lucas 5:1-11. Het voor christenen bekende gedeelte waarin Jezus eerst een grote groep mensen toespreekt, het zo vol wordt dat hij een schip leent van een visser om vanaf dat schip verder te spreken, na afloop van de toespraak de vissers vraag om vissen te vangen, de vissers de netten niet aangesleept krijgen van de hoeveelheid vis en de vissers zo overweldigd zijn dat ze hun werk neerleggen en Jezus volgen. Tot zover de hoofdlijn, die zo overbekend is.

Op de avond werd ons gevraagd wat we hierin zo mooi vinden. Iedereen was net zoals de vissers overweldigd van de vissen. Toegepast op ons eigen werk en leven vroegen we ons af waarom wij niet zo'n grote hoeveelheid vissen mogen vangen. En dat toegepast op mensen in de wijk.

Tijdens het gebed erachteraan begon het me te dagen. Focussen we ons wel op het juiste beeld? Er zijn drie gebeurtenissen die in het gedeelte belangrijk zijn, waar we drie reacties op kunnen hebben:
- de toespraak van Jezus tot de menigte - wat zou het mooi zijn om zelf ook tot een dergelijke menigte te kunnen spreken
- het vangen van de vissen - wat zou het mooi zijn om zelf, vanwege onze gehoorzaamheid, zoveel vissen (=mensen) te mogen vangen
- vissers die volgelingen van Jezus worden - wag zou het mooi zijn als wij mensen zodanig aanspreken dat ze alles achterlaten en achter Jezus aangaan

Ging het Jezus zelf nu om de menigte, het vangen van de grote hoeveelheid vis of om de vissers die alles achterlieten om hem te volgen. Volgens mij is Jezus veel verheugder over de vissers die hem radicaal volgden, dan over die grote hoeveelheid vissen die werden gevangen. Sterker nog, de vissen waren zijn hulpmiddel om de vissers hem te laten volgen.

Zo focussen we onszelf veelal op het verkeerde. Het middel staat centraal. niet het doel. De vissen worden belangrijker dan de vissers. We richten ons op het wonder en laten de verwonderde van verwondering achter.

Ik hoop dat ik mijn netten in gehoorzaamheid zo sleep, dat ik veel vissen mag vangen, zodat nog meer mensen Jezus zullen volgen.

zaterdag 17 oktober 2009

Huisgroep in Klarendal

Een week geleden begonnen we in Villa Klarendal met een tweede seizoen huisgroepen. Geen bijbelstudiegroep, geen celgroep, maar een groep bij iemand aan huis. Met een stel mensen bij elkaar komen die samen op zoek gaan om Jezus te volgen.

Het was spannend. In een ander huis, omdat dat van ons "under construction" is. Een huis ook op een heuvel (dat kan in deze omgeving). En op deze avond regende het pijpenstelen. Ik liep naar onze buurvrouw met wie ik had afgesproken om mee te lopen. Ze stond al vol verwachting en met alles erop en eraan klaar om weg te gaan. Met paraplu's en regenkleding slopen we de heuvel op.

Daar aangekomen bleken er al wat mensen te zijn aangekomen, die al langer met de huiseigenaren hadden gegeten. Na ons ging nog een aantal keren de bel. Iedereen die we verwachtten was gekomen! Een avond met tien mensen.

Een interessante avond over stille tijd. Niet de tijd voor de kruisiging of tussen kruisiging en opstanding, zoals een enkeling opperde. Maar een tijd waarin je tot jezelf komt om het hoofd en hart omhoog te plaatsen. Het interessantste experiment van de avond was een opdracht om zelf het eerste deel van het evangelie van Johannes door te lezen en eigen gedachten erover op te schrijven. De eerste momenten waren giebelig en lacherig. Een enkeling merkte op dat zij geen lezer is. Een ander heeft zijn leesbril vergeten. We opperden de gastheer om de voorleesbijbel aan te zetten (een voorgelezen bijbel op internet). Na enkele minuten werd het stil als de bijbel via internet wordt voorgelezen. De minuten erna werden gebruikt door iedereen om te lezen en schrijven (behalve de brilloze).

Wat mooi om vervolgens te horen hoe iedereen weer wat anders uit de tekst haalt. Samen kom je verder. Ook in het lezen van de bijbel. De tips van de studie ervoor werden opgepakt.

Mensen groeien naar grotere hoogtes. Ze kwamen bij ons met nauwelijks tot geen kennis over wat dan ook over de bijbel of het geloof. Nu zaten ze hier en lieten zien hoezeer ze de afgelopen jaren waren gegroeid. God is aan het werk. Hij laat zijn werk niet in de steek. Op naar de volgende huisgroepavond komende woensdag!

dinsdag 13 oktober 2009

De druppel en de gloeiende plaat

"is jouw werk niet een druppel op de gloeiende plaat?" Een tijd geleden stelde een journalist deze vraag aan mij.

Hij komt weer in me op nu ik vandaag in het computerlokaal zit. Acht computers staan opgesteld. Achter twee computers zitten wijkbewoners die de computer beter willen leren kennen. Achter twee andere computers zitten twee docenten die de leerlingen een op een kunnen begeleiden.

Onbegrijpelijk in deze tijd van efficiency. Zonde van de tijd, zeggen sommigen. je moet toch het maximale uit je tijd en apparatuur halen.

Wat is belangrijker? De druppel of de gloeiende plaat? De meesten concentreren zich zozeer op de gloeiende plaat, dat ze de kracht van de druppel niet meer kunnen onderscheiden. Want ondanks de wellicht in bedrijfskundig opzicht inefficiënte een-op-een-benadering, zitten er vandaag wel twee mensen die verder komen dan waar ze mee gekomen zijn. Door de gesprekken heen ontstaat een band met deze mensen. Door er altijd te zijn, ongeacht het aantal, wordt duidelijk dat wij dit doen voor de mensen zelf en niet voor de roem of voor het succes.

Dat geeft stof tot nadenken en gesprek. En zelfs als dat niet het geval is, is het goed. Mens zijn met mensen en hen te helpen iets verder te komen is dankbaarder dan je denkt. Ik doe iets voor hen, maar krijg er ook iets voor terug. De blijdschap, verwondering en dankbaarheid van dat kleine aantal is ook heel wat waard.

En soms is het ook lekker rustig om in een stil moment even een weblog tussendoor te schrijven en de eigen mails bij te werken.

zondag 11 oktober 2009

Het leven delen

We verlangen ons leven te delen. Mensen die dichtbij ons wonen zozeer te kennen dat er een nieuwe gemeenschap ontstaat. Die wens staat op ons hart gegrift. Het leven om ons heen is sterk individualistisch. Iedereen gaat voor zijn eigen leven en houdt maar weinig rekening met de ander.

Vorige week waren we 25 jaar getrouwd. We hebben genoten van een week waarin we eigenlijk een tweede huwelijksreis maakten. Toen we terugkwamen kregen we een verrassing. Het werd al aangekondigd. We mochten niet eerder dan vijf uur op het maandelijkse diner komen.

Toen we aankwamen werden we tegemoet gezongen door een groot aantal bekenden met wie we regelmatig optrekken. Iedereen genoot van het feit dat wij jubileerden. En wensten ons het grote geluk voor de toekomst toe.

We hadden zelf geen feest gevierd. Toch was dit feest een verrassing die we niet hadden verwacht. Een feest georganiseerd door degenen met wie wij ons leven willen delen. Die nu iets voor ons wilden terug doen. Samen leven is geven en nemen. Niet alleen maar geven. Soms ook ontvangen. Vroeger zeiden we dat zoiets niet nodig is. Want we genoten meer om te geven dan te ontvangen. Maar nu hebben we geleerd om ook te ontvangen. Te genieten van de moeite die anderen hebben gedaan om iets speciaals voor ons te doen. We hebben genoten van het feest van het delen van ons leven.

Column Friesch Dagblad 12: kerkelijke landschapsontwikkeling

Afgelopen week waren mijn vrouw en ik voor het eerst sinds 25 jaar weer op het waddeneiland Vlieland om ons zilveren jubileum te vieren met een tweede huwelijksreis.

Wie naar zo’n eiland gaat, gaat daar vooral om de natuur naar toe. Een beetje eilandganger verdiept zich ook een beetje in de achtergrond van het eiland. Zo kwam ik erachter dat pas begin vorige eeuw een begin is gemaakt met de aanleg van bossen. Daarvoor was het eiland volledig natuurlijk (organisch) ontstaan en ontwikkeld tot hoe het er op dat moment uitzag. Het was een eiland midden in zee, temidden van de natuur van wind, zee en regen en overgeleverd aan die schepping. Het eiland werd regelmatig overspoeld door de zee tijdens zware stormen. Zelfs een heel dorp werd opgeslokt door de zee.

Om het eiland te redden en een toekomst te geven, werd besloten menselijk in te grijpen. Bomen werden geplant om het eiland houvast tegeven, dammen en ribben werden aangelegd om de zee tegen te houden, verharde wegen en fietspaden werden aangelegd om vervoer op het eiland te verbeteren.

Dit deed mij denken aan de kerk van vroeger, van nu en in de toekomst. De kerk is organisch ontstaan. Door de Heilige Geest ontstond iets geheel nieuws. In het bijbelboek Handelingen zien we hoe die kerk zich organisch verder ontwikkelt. Er gebeuren dingen, de apostelen herkennen de hand van God, waarop zij verder kunnen werken. Tegelijkertijd is er sprake van menselijk ingrijpen. Als mensen in de eerste kerk klagen, wordt er door de leiders van die kerk ingegrepen en gezocht naar diakenen die een deel van de dienst van de apostelen kunnen overnemen.

In de kerk van tegenwoordig komen we dezelfde vragen tegen. In sommige kerken staat het menselijk ingrijpen centraal. Beslissingen worden genomen op basis van rationele en financiële afwegingen. De toekomst moet met beleid gemaakt worden. En zo af en toe wordt er ook nog wel gebeden daarvoor. In andere kerken voelt men veel meer voor de organische ontwikkeling. Er wordt tot God gebeden en gezocht naar Gods wil voor de eigen kerk. Er wordt geen beslissing genomen vooraleer men zeker weet dat die beslissing overeenkomt met die wil van God. Beleid en menselijk ingrijpen wordt in tegenstelling gezien met het geloof in God en het vertrouwen dat Hij ons leven leidt.

Wie door het kerkelijke landschap loopt, moet kunnen genieten van de prachtige wildernis die onder invloed van God zelf, maar ook van onvoorziene omstandigheden zijn ontstaan. Het werk van God zelf moet er te proeven zijn. De echtheid van het geloof moet er worden ervaren. Het ideaal van een dusdanig menselijk ingrijpen in de kerk, dat God wordt ervaren en er toch richting wordt gegeven aan de toekomst is prachtig, maar niet altijd haalbaar. Hier en daar zien we dat voorbij is gegaan aan de menselijke en goddelijke maat. Er is een landschap ontstaan dat is ontsierd door verbodsborden.

Geestelijke hoogbouw
In andere gevallen kan er niet meer van de natuurlijke werking worden genoten, omdat er allemaal geestelijke hoogbouw is gepleegd. Het moest het allemaal groots zijn en geweldig. Er zijn ook landschappen die worden overwoekerd door de natuur. De gedachte God alleen zijn werk te laten doen en zelf de handen ervan af te houden, zorgt voor een ongestructureerd kerklandschap. Wie de bijbel doorleest ziet, dat God te allen tijde wil samenwerken met zijn bouwmeesters aan de grond, zodat er iets moois wordt opgebouwd.

Kan er een landschap ontstaan waarin het mooie van Gods natuurlijk ingrijpen en kundig menselijk ingrijpen kan samengaan? Ik hoop het van harte. Niet door al die andere landschappen af te schaffen. Daarin voelen mensen zich thuis. Maar wellicht door nieuwe biotopen te laten ontwikkelen waar meer van die samenwerking kan ontstaan.