zaterdag 20 september 2008

Er gewoon zijn

We in de wijk al langere tijd bezig met deel van het geheel zijn. Christelijke liedjes op volksliedjes is daar een klein onderdeel van. Maar net zo goed de deelname aan "wijken voor kunst", een jaarlijks kunstproject in de wijk, waar duizenden bezoekers op afkomen. Of de straatschoonmaakdagen waarbij we samen met straat- of wijkgenoten de rommel eens flink opruimen. Een groot deel van onze contextualisatie ligt toch vooral in de momenten dat er geen actie is. Dan zijn we wijkbewoners onder elkaar. Je loopt het huis uit en er is zomaar een gesprekje met een van de buren.

Je maakt door in de wijk te wonen alles mee wat iedere andere bewoner meemaakt. Afgelopen dinsdagnacht waren er weer van die kwibussen die het nodig vonden midden in onze slaaptijd op ons plein keihard ruzie te maken. Daar word je dan even flink door wakkergeschud. De volgende dag is er dan gelijk het onderlinge gesprek met andere buren of zij ook zo waren opgeschrikt.

Vanochtend werd er aangebeld. De buurvrouw met een andere buurvrouw, tevens villabezoekers, broodrondbrengers en voedselbankondersteuner. Ze wilden weten hoe het stond met het brood voor morgen (de brunch in Villa Klarendal). Dan is er dus aan de deur een gesprekje over wat er allemaal aan de hand is. Een andere buurvrouw van Turkse komaf loopt haar deur uit en vraagt waar we gisteren waren. We waren er niet en ze had brood gemaakt. Vervolgens loopt ze terug en geeft ons alledrie Turkse broden. Gewoon zomaar, als buren onder elkaar.

Dat lijkt weinig zoden aan de dijk te zetten. Het zijn in onze wijk echter de momenten waarop dingen snel geregeld worden. Het maandelijkse diner in de Villa wordt niet tijdens een vergadering vastgesteld, maar wordt op straat bepaald tussen twee vrouwen, die vervolgens de anderen weer daarover inlichten. Die schijnbaar onbeduidende momenten, waar een gemiddelde nieuwbouwbewoner al snel aan voorbij zou lopen omdat zijn drukbezette agenda hem geen ruimte biedt, blijken dus gouden momenten te zijn. Op die momenten vinden gesprekken van hart tot hart plaats. Is er ruimte voor uitwisseling. Is er een kans om iets van ons hart aan anderen te tonen.

Zou dat ermee bedoeld zijn toen Zacharia uitsprak dat we de dag der kleine dingen niet mogen verachten?

zaterdag 13 september 2008

Contextualisatie in Nederland

In de vorige blog sprak ik over "contextualisatie". Voor veel lezers een overduidelijk begrip. Voor anderen zal dit de oren doen klapperen.

Contextualisatie is een term die voortkomt uit de zendingswetenschap. Kortweg zou je kunnen zeggen dat we het in contextualisatie gaat om "manieren vinden om de boodschap van het evangelie te laten aansluiten bij de cultuur en gewoonten van de mensen die men wil bereiken" (aldus Tim Keller in CV Koers, september 2006).

Volgens Pater drs. P.J. van Winden, SMA in zijn Doctoraal Scriptie Theologie Over Inculturatie-mogelijkheden in de Romeinse Liturgie, sinds Vaticanum II, met name in Zaïre, Evangelisatie en Context houdt contextualisatie rekening met de veranderende natuur van een cultuur waarover wij zojuist gesproken hebben. In plaats van te spreken over een particuliere cultuur - hetzij modern, hetzij traditioneel -, spreekt het over de 'context' ofwel de situatie waarin het Evangelie moet worden opgenomen.
Contextualisatie is ontvankelijk voor alle veranderingen die plaatsvinden in een particuliere gemeenschap of cultuur, en voor de tussenpersonen die deze veranderingen te weeg brengen. Het begrip impliceert dat men nauwgezet de 'tekenen van de tijd' dient te onderzoeken, in elke gegeven situatie en dat bezien moet worden hoe het Evangelie relevant gemaakt kan worden voor die situatie. De verkondiging van het Evangelie moet 'gecontextualiseerd' worden.


Aangezien Nederland inmiddels als 'zendingsland' bestempeld kan worden, worden nu de eerste voorzichtige pogingen gedaan om ook in ons land te doen aan contextualisatie. In zijn afstudeerscriptie "Nieuwe kerken in een nieuwe context" besteedt Martijn Vellekoop aandacht aan dit onderwerp en komt tot de pijnlijke conclusie dat er wel veel nieuwe kerken zijn gesticht, maar dat er bij gemeentestichters wat betreft contextualisatie sprake is van een ietwat passieve praktijk en een conservatieve houding. Nico-Dirk van Loo concludeert daaruit "dat Martijn pijnlijk duidelijk heeft gemaakt dat er wel veel nieuwe kerken zijn maar weinig vernieuwende, ik zie dat als een serieus probleem."

In zijn onderzoek brengt Martijn Villa Klarendal naar voren als voorbeeld van hoe contextualisatie in de praktijk kan werken. Daarin wordt vooral gerefereerd naar de volksliedjes die zijn omgezet naar christelijke tekst.

Die aandacht is natuurlijk prachtig. Maar het gaat mij er uiteindelijk om dat mensen om ons heen geholpen worden dichter bij Jezus te komen. Contextualisatie kan helpen de spreekwoordelijke stenen en rotsblokken in de hoofden en harten van wijkbewoners weg te halen.

Op mijn andere blog heb ik (voordat ik deze blog begon) twee artikelen geschreven over dit onderwerp:

Contextualisatie in Nederland

Hoe kijken christenen naar hun ongelovige omgeving?

Wellicht interessant deze eens door te nemen.

Contextualisatie: een botsing tussen culturen

De deur is open. De mensen zijn welkom. Iedereen die komt mag zich op zijn gemak voelen. We gaan voor de relatie met onze buurtgenoten.

Dit zijn enkele noties van een van de aspecten waarin we ons bij Villa Klarendal aanpassen aan de cultuur in de wijk (contextualisatie).

In de meeste kerken en christelijke organisaties (en ook in de hoofden van de meeste christenen) staat "waarheid" voorop. We zijn gevoed om de waarheid te verkondigen. Ik ben gepokt en gemazeld om als onderdeel van evangelisatie "apologetiek" toe te passen: logische argumenten voor vragen die mensen kunnen hebben die we tegenkomen.

Door "relatie" en "respect voor de ander" voorop te stellen, zien we interessante ontwikkelingen. Buurtgenoten durven binnen te komen, zonder zich te schamen voor hun eigen geloof. Zo zien we naast elkaar mensen zitten die van Rooms-Katholieke, EBG (genootschap in Suriname), protestants, rastafarische, hindoeïstische, islamitische of niet-gelovige achtergrond zijn. Ze voelen zich thuis, doordat er ruimte wordt gecreëerd voor de mensen zelf. Ze worden niet met de nek aangekeken vanwege hun uiterlijk, hoofddoekje, of ongewassen haar.

Als we mensen uitnodigen is het eerste dat we zeggen, dat ze welkom zijn. Tegelijkertijd zeggen we dat we hier het verhaal uit de bijbel vertellen. Om daar gelijk achteraan te vertellen, dat we ze niet dwingen of manipuleren tot het geloof. Ze mogen zelf ontdekken wat het christelijk geloof inhoudt. Op basis daarvan kunnen ze tot een keuze komen. Vanuit ons gezien willen we God maximaal de ruimte geven om in mensen te werken. Daarbij gaan wij niet het tijdstip bepalen waarop mensen tot bekering moeten komen. Het is immers God zelf die mensen overtuigt van de waarheid. We willen de waarheid verkondigen, maar wel op een manier waardoor mensen elke week weer een ander aspect van het geloof leren kennen.

Tot zover de theorie en de praktijk die we in alle aspecten van ons werk proberen door te voeren. Met de nadruk op "relatie" en "respect voor de ander" komen we soms tot interessante culturele en missionaire vragen. Wat is de verhouding tussen relatie, respect en waarheid als een bezoeker tijdens een viering over bidden plotseling begint over hoe mooi het bidden tot Maria is. Hoe vaak hebben we bezoekers niet horen zeggen dat "alles op hetzelfde neerkomt, want er is toch maar een God". Wat doe je met een bezoekster die haar liefde voor Haile Selassi tentoonspreidde, die toch net zo'n mooi boek had geschreven als de bijbel? Of hoe reageer je op iemand die bij de eerste keer dat hij bij ons kwam al direct vertelde dat hij homo is?
Staat in al die gevallen relatie en respect voorop of de waarheidsverkondiging en de argumentatie over wat waar/goed en niet waar/goed is?

Op die momenten worden we geconfronteerd met onze eigen achtergrond van opvoeding, scholing, cultuur en kerkelijke achtergrond. Dan zijn we al snel geneigd terug te gaan tot alleen maar waarheidsverkondiging en ouderwetse verdediging van het geloof. En denken we mensen te overtuigen van de waarheid door rationele argumenten. Het kan dan zelfs zijn dat we de ander rationeel overtuigen dat ons geloof de waarheid moet zijn. Maar in hoeverre schaadt dit de relatie? Heeft iemand die zijn leven nog niet aan Jezus heeft overgegeven iets aan de overtuiging dat de Mariaverering verkeerd is? Nee dus. En als we daar tegenin gaan, zullen we de ander kwetsen en zullen ze misschien niet meer naar ons toe komen. Want die Villa Klarendal trekt je met stroop, maar als je eenmaal binnen bent, gaan ze je hele levensovertuiging overhoop halen.

Dus proberen we met alle moeite relatie en respect overeind te houden. Sommige overtuigingen hebben we in de loop van de jaren bij bezoekers om zien gaan. En op andere momenten kon er vanuit respect gesproken worden over bidden tot God en tot andere mensen. Het mooie in ons geval is, dat we mensen wekelijks, of zelfs vaker zien. Daardoor ontstaat een vertrouwensrelatie. Mensen voelen zich bij ons thuis. Genieten ervan erbij te horen. Langzamerhand beginnen ze God beter te leren kennen. Soms is er ineens op straat of bij iemand aan de deur een gesprekje waarin van hart tot hart kan worden gesproken over onze overtuigingen.

Laten wij ruimte geven aan mensen, maar ook aan God om in die mensen te werken. Niet te veel zelf werken aan overtuigingen. Het overtuigen komt vanzelf wel. Dan gaan mensen van binnenuit veranderen. En zullen ze gaan verlangen naar een leven met God waarnaar al het andere zich zal gaan keren.

zondag 31 augustus 2008

Oriëntatie in Oriëntalis

Neem een stel Turkse vrouwen uit Klarendal, zet ze samen in een groep Surinaamse en Nederlandse wijkgenoten,stuur ze op weg naar Museumpark Oriëntalis (het openluchtmuseum voor de monotheïstische godsdiensten) en geef ze de kans aan de hand van wat ze zien in gesprek te komen met elkaar.

Dat was gisteren voor ons de opdracht van een busreis die we organiseerden. Overigens konden we de opdracht ook omkeren, want de Turks-Klarendalse vrouwen waren niet het hoofddoel, maar juist de onderlinge uitwisseling op religieuze grond.

Samen zouden we 25 deelnemers meenemen, de Turkse vrouwengroep 25 en Villa Klarendal 25. Zoals dat gaat in Klarendalse afspraken, kwamen er op moment van vertrek enkelen niet opdagen, waardoor het vijftigtal slonk tot zesendertig.

Dat mocht de pret niet drukken. De stemming zat er goed in. In de bus heengaande zat iedereen natuurlijk "in eigen kring" naast elkaar en gescheiden van elkaar. Bij de bus deelden we de naamkaartjes uit. Elk kreeg een van de drie kleuren. De kleur was het teken van de groep waarin men was geplaatst.

Na een gezellig koffie/thee en gebak werden we rond 11.15 enthousiast verwelkomd door de gidsen van de drie groepen. De fraaie verdeling over groepen leek even in het water te vallen doordat een groep aanzienlijk was uitgedund door de niet-komers. Geen nood, ter plekke werden noodverbanden aangelegd en gingen we gezamenlijk op pad.

Aanvankelijk was er nog sprake van luisteren naar de gids, die echter al snel het woord overdroeg aan een van de groepsleden. Met uitzondering van de joodse godsdienst en cultuur waren de moslims en christenen onder ons goed in staat om iets te vertellen over de kernwaarden van het eigen geloof.

Zo hoorden we over de vijf zuilen van de islam, maar ook over hoe die in de praktijk uitwerkten ("bidden lukt niet altijd overdag", "zieken hoeven geen ramadan te houden", "mijn ouders gaan bijna nooit naar de moskee, dus ik ook niet"). En zo konden ook wijzelf als christenen in een nagebouwd bovenzaaltje iets vertellen over de kernwaarden van het christelijk geloof.

Ondertussen gingen de eerste gesprekken onderling van start. Dat niet iedereen in Nederland zo geïnteresseerd is in de religie en cultuur van de ander. Dat we niet allemaal rechtzinnig zijn. Hoe belangrijk het is om ook links en rechts en niet alleen vooruit te kijken.

Halverwege was er een picknick voorzien van spullen die we allemaal afzonderlijk hadden gekocht. Dat was onderling genieten. "Mag ik iets van dat tomatenspul" (een Nederlander die iets typisch Turks vroeg te eten), "lekkere broodjes..." (een Turkse over de broodjes die door een wijkbewoner met liefde waren gesmeerd). En onderling was er geen zicht meer op de verschillen die we onderling zo makkelijk ervaren in het leven van alledag in de wijk.

Reacties van de deelnemers waren allemaal positief. Iedereen wilde met graagte weer zo iets organiseren. En de eerste voorzichtige uitnodiging voor deelname van de Villa Klarendal'ers aan het suikerfeest (aan het einde van de ramadan op 30 september) werd al door een van de deelnemers gegeven. Een ander vond dat ze zo weinig van de joodse cultuur en religie kende. "Dan kunnen we eens samen naar de Arnhemse synagoge gaan", opperde ik. Waarop de rest met opperste verbazing hoorden dat die er ook werkelijk was.

Leukste reactie kwam van een vrijwilliger op het park, verkleed als een Arabier. Het was voor het eerst in de twintig jaar dat hij vrijwilliger was dat hij zo'n grote groep "autochtone oriëntalen" in het park was tegengekomen. Daarin waren we waarschijnlijk weer eens een pionier. Laat staan dat zo'n gemengde groep met elkaar optrok.

Zeer geslaagd! De oriëntatie stopt hierbij niet, maar gaat verder. Morgen gaan de Turkse dames bezig met belangrijke zaken die rond het vasten te maken hebben. En wekelijks komen we de vertegenwoordiger van hen tegen. Op weg naar nog meer relaties met deze groep die op deze dag zo onverwacht enthousiast en open was. Wat trouwens ook gold voor onszelf.

Als je me vraagt: "wat vind je leuker, de tv-uitzending van NOVA afgelopen woensdag of het uitje van gisteren", dan hoef ik niet lang na te denken. TV is snel en vluchtig. Het is er, vraagt aandacht en laat je met de rommel achter. Het uitje biedt kansen om relaties op en uit te bouwen. Dus geef mij maar meer van die oriëntaties. Opdat we in gesprek blijven met elkaar en de wijk er nog meer door wordt opgebouwd.

zaterdag 23 augustus 2008

Authenticiteit

Als christen die in een wijk als Klarendal woont is het allerbelangrijkste om authentiek te zijn. Dingen niet mooier laten voordoen dan ze werkelijk zijn. Zijn wie je bent, dat is het motto. Mensen met maskers op worden snel doorzien. Mensen hebben behoefte aan echte mensen.

Eergisteren werd ik nog eens opgebeld door de actualiteitenrubriek. Ze komen zondag filmen. Of ik niet een verhaal kan vertellen dat ik eerder heb verteld. Over "de barmhartige Marokkaan". Dan kon de verslaggever daar makkelijk naar terugverwijzen. Plompverloren legde de redacteur dit aan me voor. Met natuurlijk de vraag om binnen twee tellen te reageren.

"Daar doe ik niet aan mee", was mijn antwoord. Waarop het bekende redactionele duw- en trekwerk begint. Het zou zo mooi zijn voor de verslaggever. Ik hield voet bij stuk. Want wij houden zondag gewoon een brunch en viering. Die zal specialer zijn, omdat een cameraman, geluidsman en een verslaggever erbij zijn. Maar voor de rest moet het hetzelfde blijven. Als ik dan zogenaamd een verhaaltje ga vertellen, omdat dat op tv zo leuk overkomt, zal dat voor bezoekers het gevoel geven dat mijn bedoelingen niet oprecht zijn en ik alleen maar uit ben op beroemdheid.

Dus: nee, niet naar de pijpen van de tv-cultuur dansen. Ze bedenken maar iets anders. Zodat ik ook daarin authentiek en transparant kan blijven. Het leven van Jezus was ook geen show voor het publiek. Het draaide hem om zijn opdracht. Om die te volvoeren. Hij deed dat door kleine mensen heen. Die uiteindelijk blij mochten zijn dat hun namen in het boek des levens opgetekend staan. Dat is waar ik mij op wil richten. Niet op mijn gezicht of verhaal op de tv, want dat is vluchtig en verdwijnt al weer snel als sneeuw voor de zon.

maandag 18 augustus 2008

Wat wil ik laten zien?

Het was weer zover. Met de de uitkomst van het onderzoek van Martijn Vellekoop naar Gemeentestichting kwamen deze week bij mij wat verzoeken om gezamenlijk optreden op TV of een TV-opname van Villa Klarendal op zondag langs.

Wat wil ik laten zien? was voor mij en onze teamleden een grote vraag. Is het wel interessant genoeg voor een actualiteitenrubriek om een viering met vijf mensen te filmen? Onze neiging tot minderwaardigheid dreef weer eens boven.

Dan komt het erop aan ons weer af te vragen wat de bedoeling ervan ook al weer was. Is het om een mooi groot getal te tonen aan de buitenwereld? Of om Jezus te volgen in een buurt die wat achteraf ligt? Voor mij is het laatste het geval. Jezus begon immers ook niet al te groots. OK, hij had veel mensen die achter hem aan kwamen. Maar die lieten hem na verloop van tijd weer hopeloos alleen.

Of we nu vijf of dertig vaste bezoekers hebben. Dat maakt niet uit. Het gaat niet om de aantallen. Het gaat om relaties. Als die diep zijn en ze krijgen een persoonlijke relatie met Jezus zelf, zal er vanzelf groei ontstaan.
Net zoals we bij Jezus zagen.

Laat ze maar komen. Of niet. Niet groots doen en klein blijken. Maar klein zijn en me daar niet voor schamen. Het gaat om mensen. Niet om aantallen of programma's.

dinsdag 5 augustus 2008

Schreeuw om leven

Soms moet het eruit en kan ik niet anders. Dan lees ik iets en merk ik dat ik er iets over wil zeggen. Niet altijd is dat missionair. Dan plaats ik er iets over op mijn andere blog. Deze keer iets wat deels ook wel met ons werk in Arnhem te maken heeft. Het onrecht dat we zo vaak tegenkomen en waarover christenen zwijgen, behalve als het om seksuele of medisch-ethische zaken gaat. Dan staan we op onze achterste benen.

Lees het op mijn andere blog onder de titel schreeuw om leven.

woensdag 30 juli 2008

Grenzen aan missionair?

Een aantal weken is het hier stil geweest. De reden? Wij zijn op vakantie geweest. Even bijtanken van de drukke tijden die we achter de rug hebben.

Dus hebben we last minute een reis van twee weken geboekt naar ver en warm Turkije. Lekker ver weg, alle drukte uit het hoofd weg, geen polonaise aan ons lijf.

We werden wel geconfronteerd met de vraag of missionair zijn aan grenzen is gehouden. Zo van: zijn we niet meer missionair, als we uit Klarendal weg zijn? De vraag stellen is hem beantwoorden.

Je weet het uit theorie vanuit het bijbelse perspectief: "altijd rekenschap geven van de hoop die in je is". Maar is de praktijk daaraan gewillig?

Zo zaten we al aan het zoveelste flesje of glaasje toen op een terras bij ons hotel een van de medevakantiegangers ons ineens begon te ondervragen of we geloofden in wonderen en of we dat al eens in ons leven hadden meegemaakt. Dat zorgde voor een levendig gesprek, waarin mijn vrouw haar levensverhaal mocht vertellen. De vraagsteller bleek een domineeszoon te zijn met veel kennis... En dan zit je ineens urenlang te spreken over het geloof. En terwijl dat gebeurde, sloten een moeder en dochter die van de stad terug kwamen zich bij ons aan, omdat "dit gesprek hen wel heel erg interesseerde..."

Een gesprek dat uiteindelijk tot diep in de nachtelijke uurtjes doorging. Prachtig, genieten, maar ook achteraf ons afvragen of we dan nooit eens rust mogen hebben. Of leidt ons leven vanuit de rust als vanzelf tot dergelijke gesprekken?

Missionair zijn... het kent geen grenzen. Overal zijn mensen min of meer op zoek naar zekerheden, duidelijkheden en oplossingen voor hun leven. Soms kunnen we dan net een schakeltje zijn in het leven van iemand.

Overigens... de rest van de weken was het weer lekker rustig!!!

vrijdag 11 juli 2008

Spontane bezoekjes

Gisterenavond rond negen uur. Vanaf onze grote speelplaats waar Athletes in Action deze week huis houdt loop ik met een meisje dat vaak in de Villa komt terug naar haar huis. Dat huis ligt iets verder weg van waar wijzelf wonen.

Van daar uit loop ik richting huis. Enkele huizen voordat ik mijn huis bereik klopt een man aan het raam. Hij maakt een gebaar om binnen te komen en een gebaar om te drinken. Hij nodigt me binnen om even gezellig een biertje te drinken. Aan het halvelitertje komen we aan de praat over wat hem bezig houdt en waar hij van geniet. Ik mag enkele CD's horen van beroemde Klarendallers waar ik nog nooit van heb gehoord. Samen genieten van mooie muziek van mooie mensen in een prachtwijk.

Hij blijkt me alleen te kennen van de momenten dat ik met gitaar en al langs loop. Hij begrijpt dat ik ook van muziek moet houden. Als zijn vrouw na verloop van tijd thuis komt moet de muziek weer terug naar normale proporties ("ik hoorde het al op straat"). En ja, zij kent me wel: "dat is die van op de hoek". Mijn drankgezel fleurt extra op: hij is nog buurman ook!!!

Een uur later loop ik de laatste vijftig meter terug naar huis. Ik denk terug aan het gesprek en aan de manier waarop ik naar binnen werd gevraagd. Waar vind je nog dergelijke gastvrijheid waarin je zomaar op een gesprek met nattigheid wordt gevraagd. In de jaren dat ik in brave nieuwbouwbuurten woonde heb ik het in ieder geval niet meegemaakt.

Kijk, ook daarin komt de term prachtmensen in een prachtwijk tot zijn recht.

En hiermee eindigt mijn blog voor deze weken. Morgen gaan we even op rust naar een prachtland (Turkije). Ik wens de achterblijvende lezers een prettige vakantie of sterkte op het werk toe.

dinsdag 8 juli 2008

Hoera, een opwekking?

Het is weer zo ver. We zijn er weer vol van. Zowel ten positieve als ten negatieve. Ergens op het rond der aarde is een opwekking begonnen. Althans, dat beweren de bladen, columnisten, theologen en bloggers die er hun tijd aan spenderen.

Ik verbaas me steeds meer. Want ik lees her en der dat men er even naar toe is gegaan met een team. Misschien ligt het aan mij en mijn geestelijk of maatschappelijk leven, maar ik heb geen tijd of geld om even de oceaan over te steken om zo'n beweging van de Geest te volgen.

Iedereen moet erover horen, iedereen moet ervoor gewaarschuwd worden. Ik was afgelopen week in een gemeente waar de voorganger wat basisprincipes aanreikte om na te gaan of een opwekking van God is. Ergens achter mij fluisterde iemand die niet begreep waarover het ging. De ander zei dat er weer ergens een opwekking was.

Dit is nu al de zoveelste opwekking die ons land opschrikt. Ik had het er laatst met een vriend over. Die zei dat het typisch was voor onze huidige geestelijke cultuur: tegenwoordig volgen de christenen de tekenen, vroeger volgden de tekenen de christenen.

Die tekenen volgen kost het hemels koninkrijk handen met geld. Ik vrees dat er miljoenen aan vlieg-, reis- en verblijfsgeld over de toonbanken vliegt dat beter aan andere dingen besteed zou kunnen worden.

Kwamen christenen in het Nieuwe Testament van heinde en ver om de tekenen van Petrus en Johannes met eigen ogen te aanschouwen? Welnee, ze bleven in hun eigen stad en waren daar gehoorzaam aan God. Met als gevolg dat God ook daar zijn zegen aan de gelovigen gaf.

Hoeveel meer missionaire projecten en hun leiders zouden kunnen worden ondersteund als hedendaagse gelovigen niet meer naar die verre uitingen van de Geest of geest zouden gaan, maar hun geld zinvol zouden besteden. Hoeveel leed zouden gelovigen in ons land bespaard worden als God weer aangeroepen wordt om ons in ons land te zegenen, in plaats van te proberen de tekenen na te bootsen die elders voor komen.

Geen veroordeling, nee zeker niet. Maar wel spijt over zoveel verspilling, zoveel extra CO2 uitstoot en extra taksbetaling over iets waar wij ons misschien helemaal niet mee mogen bemoeien. Als God in een land of streek op een bepaalde manier werkt, wil dat niet zeggen dat Hij het ook precies dezelfde manier bij ons wil doen.

Willen wij God voor ons karretje spannen, of Hem de soevereiniteit geven om te werken zoals Hij het wil. Ik zie in het zoeken naar opwekking veel werking van het eerste. Wat daar gebeurt, moet per se ook hier gebeuren. Liefst met onze eigen naam eronder. Dat mijn naam in Gods boek staat opgeschreven is voor Jezus belangrijker. Zo belangrijk dat dit het eerste is dat hij tegen zijn discipelen zegt als ze terugkomen van een campagne waarin veel werking van Gods Geest was. Keep it simple. Besef wie jezelf bent.

Bidt dat God je gebruikt waar je bent op de manier waarop God dat wil. Dat is mijn advies aan mensen die bij ons komen om te leren van hoe wij het doen. Ik wil zelf geen klonen zien van Villa Klarendal, maar een autentieke werking van Gods Geest in elke plaats waar gelovigen Hem willen dienen. Dat is pas echt missionair werk. Zelf de moeite en pijn doorstaan om deel te worden van de eigen omgeving. En wie weet komt daar wel een opwekking uit voort. Maar ik hoop dat dit bij zo weinig mogelijk christenen ter ore komt.

zaterdag 5 juli 2008

ongeplande missionaire bezigheden

Zo af en toe heb je daar wel behoefte aan. Om met de benen op de bank te zitten. Met een goed glas koud bier eens lekker samen tv kijken en de buitenwereld buitensluiten. Gewoon even tot rust komen.

Dat dacht ik afgelopen woensdag. Ik had net mijn yoghurt met muesli als toetje gemaakt en begon het te eten toen de telefoon ging. De jongerenwerker van het jongerencentrum De Mix aan de telefoon. Er was iemand die mij wilde spreken. Hij kwam aan de telefoon.

Het was Frank Mulder. Hij woont met zijn vrouw en zoontje in Utrecht-Overvecht. Ik had hem leren kennen doordat hij samen met andere christenen een woongroep in de wijk willen beginnen. Ze hadden gehoord van ons werk en vroegen advies. Nu is wat wij doen niet helemaal een woongroep, maar ik had toch wat adviesjes meegegeven. Ik ben hen blijven volgen en ben ze vorige maand "live" tegengekomen op een gemeentestichtersdag.

Wat bleek: hij had met een groep van Time To Turn een meerdaagse fietstocht georganiseerd en was in Klarendal aanbeland. Ze zouden ter plekke wat dingen voor de buurt en het jongerencentrum doen en wilde ook graag dat een deel van de groep iets kon horen over mijn ervaringen met werken in de wijk en Villa Klarendal.
Ze wilden in de plaatsen waar ze waren positieve dingen doen. ...hoop te zaaien, het goede nieuws te vertellen, pannenkoeken uit te delen, free hugs te geven, stoep te krijten, kinderen te schminken, liedjes te zingen, tuintjes aan te harken, oude vrouwen over te laten steken, zieken bezoeken, actie te voeren tegen onrecht of andere mooie hoopvolle dingen te doen.. lees ik op de website. Maar ook: positieve, hoopgevende projecten bezoeken.

De andere interessante kant van deze fietstocht was wat ze meenamen: We hebben niks bij ons, geen mobiel, geen geld, geen tent, geen eten. Alleen een fiets, en dingen om uit te delen! Dus we hopen dat mensen ons willen ontvangen. Zo niet, dan trekken we door, op naar de volgende plaats. Dus vroegen ze ook of ze met de groep (12 lui) in Villa Klarendal konden slapen. Na telefonisch overleg met ons YfC teamlid mochten ze er slapen.

OK daar ging mijn vrije avond. Maar ik bedacht me dat dit weer zo'n mooi moment zou kunnen zijn om mijn visie aan jongeren over te brengen. Dus nog geen half uur later was Villa Klarendal vol met zes natgeregende jongeren die dolblij waren om te horen dat ze die nacht konden overnachten in ons gebouw.

Het enige wat ik die avond heb gedaan is mijn verhaal verteld. En ik raakte niet uitgepraat. Althans, ik had mijn verhaal wel gedaan, maar daarna bleven de vragen maar komen. En vrij snel daarna kwam de volgende groep die mijn verhaal ook nog graag wilde oppakken.

Vier uur later, met een tussenstop naar huis om slaapzakken en luchtbedden en een vol brood mee naar de Villa te nemen, keerde ik weer terug naar huis. Moe, maar ook weer vol van de avond. Ik sprak een van de tochtgenoten die in Amsterdam-Slotervaart woont en werkt. Zij zei aan het eind van de avond dat ze toch overwoog om in haar eigen wijk christenen te gaan mobiliseren meer voor de wijk te gaan doen.

De volgende dag is de groep tot nog zeker twee uur in de wijk gebleven om nog allerlei activiteiten te doen. Het enthousiasme was groot, hoorde ik van teamleden terug. Daarvoor wil ik wel een avond ongepland opgeven.

zondag 29 juni 2008

Orientatie in Orientalis

Vorige week vrijdag. Drie vaste bezoekers van Villa Klarendal, tevens vrijwilligers van de Voedselbank, en ik zitten op het wijkcentrum. We bespreken van alles en nog wat. Ineens roept een van ons dat het wel eens leuk zou zijn om eens met de hele groep naar Museumpark Orientalis (voorheen: Bijbels Openluchtmuseum) in Nijmegen te gaan.

Een Nederlandse van Turkse afkomst loopt op dat moment toevallig langs. Ze maakt het wijkcentrum elke week schoon. Ze blijft staan en kijkt verrast. Ze spreekt ons aan. En vertelt dat zij een Turkse vrouwengroep leidt die enkele maanden geleden als afscheid van het seizoen had voorgesteld op naar dit museum te gaan. Helaas, het budget van de groep was op. Er was geen mogelijkheid hier naar toe te gaan.

Dit was een prachtige aangelegenheid eens met een nieuwe groep in de wijk contact te krijgen. Ik vertelde haar dat ik al eens met een projectcoach van "Kan Wel" had gesproken en dat die wellicht financiën hiervoor beschikbaar zouden stellen. Zeker als ze zou horen dat een groep van Turkse, islamitische, afkomst en een groep van Villa Klarendal (op weg naar het christelijk geloof) samen een dergelijke reis zouden organiseren. Ik gaf haar het nummer van deze coach, de vrouw belde met haar en afgelopen donderdag hebben we met deze coach gesproken.

Dus gaan we met maximaal 50 mensen, iedere groep levert er 25, op 30 augustus samen naar Orientalis, met als titel "orientatie in Orientalis". De "Turkse" groep wil zich orienteren op het christelijk geloof. Wij vinden het niet erg om meer kennis op te doen van de islam. En we hebben afgesproken na de reis in ieder geval een keer met elkaar te spreken over de reis. Een opmerking van een van de organisatoren: "het lijkt me leuk jullie te leren kennen. Ik zie jullie wel lopen, maar hierdoor leren we elkaar echt kennen." Een busreis, een museumbezoek en tussendoor een multiculturele picknick.

Het is verbazend waar een enkele opmerking in een niet-religieus wijkcentrum ineens toe kan leiden.

woensdag 25 juni 2008

Midden in de wijkgemeenschap

Gisteren las ik een leuk artikel in het nieuwe blad Bodem met als titel "Een open gemeenschap in de waarheid".

Schrijver Henk Medema vraagt de lezer daarin: "Waarom zouden we de communiteit van de waarheid op een afgesloten pleintje beleven, op een straat met eenrichtingsverkeer, in een doodlopende steeg? Waarom zoeken we de kruispunten van de stad niet op, de stadsuitgangen (Mt22:9), waar zowel bozen als goeden zijn? Waarom houden we het evangelie voor onszelf? Waarom zijn onze christelijke feestjes vaak zo lekker knus, op onszelf gericht?"

Ik las het artikel na afloop van een seizoensafscheidsfeestje van het wijkcentrum waar we gemiddeld drie dagen per week als vrijwilliger verkeren. Ik heb deze feestjes ook altijd als een feest ervaren. Je ontmoet mede-vrijwilligers, enthousiaste wijkbewoners, betrokken medewerkers.

Een gemeenschap binnen een gemeenschap zijn, dat is onze wens binnen de wijk Klarendal. Gisteren was dat op het feestje zichtbaar. Drie bezoekers van de brunch en viering van Villa Klarendal zijn ook vrijwilliger bij de Voedselbank. Dus waren ook zij voor het feest uitgenodigd. Na afloop van de lekkere barbecue, waar ik alleen maar halal (kosjer vlees voor moslims) heb gegeten, was er een bingo. Zoals gewoonlijk viel de eerste bingo op een volle rij. Na tien minuten had een tafelgenoot van ons de eerste bingo. Ze wint normaal gezien nooit iets, dus ze was dolgelukkig! Nu ging de bingo naar twee volle rijen. Na vijf minuten kwam er weer een "bingo" uit de zaal: dezelfde tafelgenoot mocht haar tweede cadeautje ophalen. Nu gingen we voor de volle kaart. Na weer vijf minuten en ettelijke nummers verder kwam de verlossende bingo... Mevrouw mocht haar derde cadeau ophalen. Goed, ze mocht niet meer meedoen, dus er was kans voor een ander om een cadeautje te bemachtigen. Nog geen twee nummers later was het weer prijs: een tweede tafelgenoot van ons had de kaart vol!!! "Wat hebben jullie toch, dat je alles wint?" werd er vervolgens, met enige humor, door sommigen aan ons gevraagd. Nee, we hebben er niet voor gebeden (we zijn geen voetballers - we gunnen de anderen evenveel). We brachten maar met een kwinkslag geroepen dat we "iets magisch" hebben.
Gelukkig waren er nog enkele prijzen over en na nog enkele nummers was een achterbuurvrouw aan de beurt. Na afloop zij ze dat ze ons vooraf toch even aangeraakt had.

Leuke momenten, vooral omdat we ineens op zo'n feest in de picture stonden. En dan niet vanwege de gretigheid waarmee we de cadeautjes voor ieders neus wegkaapten. Maar hopelijk vanwege de humor die we ervan inzagen en dat lieten zien door bijna in een slappe lach te vallen.

Een zichtbare gemeenschap binnen de gemeenschap. Later spraken we nog met enkele wijkbewoners over zaken die de wijk aangaan. En werd er nog lang nagelachen over onze tafelgenoot die bepakt en bezakt het feest verliet.

Wat is dan het missionaire van zo'n gemeenschap tijdens een dergelijk feest? Niet anders dan het missionaire van Jezus tijdens de bruiloft in Kana: er gewoon bij zijn, er deel van uitmaken, genieten van het moment, genieten van het lekkere eten en drinken (of dat nu fris is of iets sterkers) en soms bevraagd worden over een diepere aangelegenheid. Bij ons was gisteren de drank in ieder geval zeker niet op.

zondag 22 juni 2008

missionair verliezerswonden likken

Ik had het nog met niet zoveel woorden gezegd in mijn laatste blog. Wat zou de tegenspeler doen van onze nationale trots. Dus zaten we zaterdag gespannen met z'n allen te kijken naar 120 minuten voetbal. En helaas. De net gekochte gastoeters die onze zoon zo graag wilde hebben kwamen er nauwelijks aan te pas en kunnen nu voor enkele maanden de kast in. De petten, hoeden, vlaggetjes en andere snuisterijen van oranje kleuren kunnen van de muren af. Vanochtend was alleen de eerder beschreven rood-oranje straat nog intact. De rest was bij wijze van rouwverwerking weer van de muren, lantaarnpalen en huizen afgehaald.

Vanochtend was er bij onze brunch ook een tamelijk bedrukte stemming bij het mannelijke bezoekersstel. Een van hen komt altijd al om halfelf langs voor een eerste kopje koffie en was nu bijna een uur later. "Met een kater uit bed gekomen zonder dat er alcohol aan te pas was gekomen, wakker geschrokken en zonder eten of drinken gelijk naar de Villa gesneld". Dan probeer je elkaar op te peppen. "Het is maar een spelletje" is natuurlijk een dooddoener van jewelste. We kwamen niet verder dan "een terechte uitschakeling door een goede tegenstander". Maar de door mij geponeerde optie om het Nederlandse rood-wit-blauw maar om te draaien zodat er een Russische variant voor in de plaats zou komen werd niet in dank overgenomen.

Een spelletje houdt een heel volk, een hele wijk bezig. Overal waar we liepen spraken we mensen die teleurgesteld waren over het team, maar de uitschakeling terecht vonden gezien de sterkte van de een en de zwakte van de grootste kanshebber. Dan moet je niet aankomen met dooddoeners of snelle antwoorden. Dan vragen mensen om medeleven. Dat kan gelukkig makkelijker doordat ook wijzelf hadden meegeleefd. Zo ontstonden toch weer spontane gesprekjes over het leven van alledag. En vooral het leven van de dag na de nacht ervoor. Het bleef nog lang onrustig na die nacht. Maar in onze wijk bleef het, wonderwel, rustig. En zo heb elk nadeel weer z'n voordeel.

vrijdag 20 juni 2008

Missionaire voetbalbeleving

De EK koorts heeft weer toegeslagen. Ineens kleurt "het wijk" oranje. Tot in de diepste vezels is ons weinig nationalistische landje oranjegezind.

Ik loop door de straten en zie al die oranjekleuring door elkaar heen. Het lijkt wel Koninginnedag. Een vrolijk gevoel maakt zich van mij meester. Temeer daar inmiddels het elftal waar het allemaal om te doen is met zijn 22en (alleen Timmer is nog een echte bankzitter) zo'n goede poulewedstrijd heeft gespeeld.

Temidden van die oranjegekleurde vlaggetjes loop ik ineens tegen een straat op waar de kleuren met elkaar vloeken. Oranje en rood passen over het algemeen niet bij elkaar. Ik zie het aan met gemengde gevoelens.
Enerzijds geniet ik van dit vloeken tegen de kleuren. Want het oranje van Nederland hangt zij aan zij met het rood van Turkije. Zij aan zij en door elkaar heen. Is dit het summum van de dubbele nationaliteit? Of moest de rode vlag er toch bij hangen, omdat men wil laten weten dat het rood toch vooral mooier of in ieder geval even mooi is als oranje? Het geeft een gevoel van saamhorigheid. Nederland en Turkije gebroederlijk naast elkaar.


Toch zie ik twee agenten onder de vlaggen staan. Blijkbaar gaan de mensen achter de vlaggen niet zo vredig met elkaar om.

Afijn, dat Turkije meedoet en wint bij het EK, weten we inmiddels in onze wijk. Nadat het land de kwartfinale had gehaald, renden onze buren de straat op. Gasflessen werden leeggezogen met allerlei toeters. Türkye, Türkye!!!, hoor ik over de straten gillen. Auto's rijden af en aan almaar door claxonerend alsof een grootse wedstrijd is gespeeld. Zo ook vanavond weer. Het land is door het oog van de naald richting de halve finale gekropen. Voetbaltechnisch waren we massaal voor de tegenstander. Maar ja, een tegengoal in de 122e minuut en twee Kroatische missers van jewelste en het land is door en dat moet heel Klarendal weten.

Ik gun het mijn buren en geniet van hun uitgelatenheid. Ik ben benieuwd of we morgen vanuit diezelfde huizen dezelfde vreugde te horen krijgen.

Wat daar nu zo missionair aan is? Gewoon: we zijn net zo trots op de prestaties van ons team als de andere buren. En genieten er met volle teugen van. Maar we komen niet direct met opmerkingen als zou dat thuisland van veel andere wijkbewoners maar direct weer naar huis mogen gaan, zoals zoveel andere wijkgenoten wel openlijk te kennen geven. We gunnen onze buren "hun" overwinning. Ook al gaat dat gepaard met pijn in het hart vanwege de abominabele prestatie die "hun" land ervoor heeft geleverd. We kijken uit naar een hopelijk mooiere pot morgenavond.

Als vreemdelingen en bijwoners die zich af en toe toch thuis voelen zullen we gebiologeerd voor het scherm zitten en juichen voor elk doelpunt, behalve als dat wordt gescoord door dat team dat geleid wordt door een andere Nederlander.

zaterdag 7 juni 2008

Christen in het post-christendom tijdperk

Vorige week was Stuart Murray weer in Nederland. Voor een breder publiek van vooral PKN beleidsmakers verkondigde hij zijn boodschap dat we inmiddels in een tijdperk zijn aanbeland van Post-Christendom. Het Christendom, waarin christenen de meerderheid vormden in de samenleving, de cultuur doorspekt was van christelijke uitingen en kerk en staat zeer sterk met elkaar verstrengeld waren, is er niet meer.
Twee gevolgen daarvan, aldus Murray, is dat we als christenen een minderheid zijn geworden en dat we moeten leren om als christenen te leven in de marge van de samenleving.

In nagenoeg dezelfde tijd wordt de regeringspartij de ChristenUnie geconfronteerd met deze harde werkelijkheid. Als christenen een minderheid zijn, is het vreemd en onwennig hoe ze hier mee om moeten gaan als ze weer deel uitmaken van het centrum van de macht, de Nederlandse regering. Aan een onderwerp dat voor de ChristenUnie onbespreekbaar is en waarover afspraken zijn gemaakt in het regeerakkoord, de embryoselectie, wordt nu toch weer getornd. Embryo's met kans op borstkanker zouden moeten worden "uitgeselecteerd" (een mooi woord voor vernietigd of - in de visie van de ChristenUnie die een embryo beschouwd als leven - vermoord).

Ik ga hier niet inhoudelijk in op het onderwerp, omdat dit niet past binnen deze blog. Ik zie hier wel een van de problemen waarmee we als christelijke minderheid in een postchristelijke samenleving worden geconfronteerd. De Volkskrant kopt vanochtend terecht "Het schuurt tussen de Bijbel en de wereld". Regeren doet pijn. De buitenwereld ziet de grote invloed van de partij op de regering. In de laatste weken is de partij vooral beschuldigd van "fundamentalisme, rabiate ethiek en de dictatuur van de minderheid". Een regeringscrisis dreigt, omdat de ChristenUnie niet wil wijken voor het standpunt van de meerderheid van de samenleving.

Hoe stel je jezelf op als minderheid met zo'n geweldige verantwoordelijkheid? Het optreden van de partij is goed voor de achterban. Maar ik vraag mij af of dit de manier is waarop we als marginale groep in de minderheid moeten opereren. Er is volgens mij een uitweg en dat is de volgende.

Het debat over het onderwerp is maatschappelijk losgebarsten. Er worden argumenten voor en tegen naar voren gehaald. Dit is een mooi moment om het gehele onderwerp aan een maatschappelijk debat te onderwerpen. De samenleving heeft er behoefte aan gedegen argumenten te horen waarom er al dan niet aan embryoselectie zou moeten worden gedaan. Dat debat moet niet even in twee weken achter gesloten deuren in de regering worden gevoerd. Laat het eerst maar eens over aan de samenleving. Dan kunnen ook tegenstanders met niet-religieuze argumenten hun zegje doen. De regeringspartijen zouden zich vervolgens moeten committeren aan de uitslag van zo'n debat. Dat kan voor de ChristenUnie een nederlaag betekenen. Hiermee kunnen de partij en andere geloofsgenoten een profetisch geluid laten horen, waarnaar de samenleving al dan niet gehoor aan kan geven. Andere religieuze minderheden die eenzelfde visie aanhangen, zoals moslims en hindoes, kunnen dan ook hun argumenten naar voren brengen.

Hiermee kan recht worden gedaan aan de opdracht van een regeringspartij die als minderheidsgroep een overwegend seculier land bestuurd. Dat zal pijn doen. Maar het zal recht doen aan de positie van het christelijk geloof in de samenleving.

maandag 26 mei 2008

Mooi werk, lastige keuzes

De blog van gisteren heeft blijkbaar geprikkeld, gezien de reactie van Johannes op die blog. Dat brengt me erop ook maar eens de andere kant te laten zien.

Want missionair werk is soms ook keuzes maken. Klaar staan voor mensen als ze iets nodig hebben. Er elke zondag zijn om de tafels te dekken of het in de week daarvoor voorbereide verhaal te vertellen. Die keuzes doen soms pijn. Komt er weer een uitnodiging voor een verjaardag van een familielid. En ja, altijd op zondag. Want op zaterdag zijn de noodzakelijke gymlessen, volleybalwedstrijden, zwemwedstrijden, en alle andere oefeningen die moderne middleclass ouders of hoger hun kinderen aan willen doen. Dan moeten we met pijn in het hart (meer voor de jarige dan voor onszelf, want het is meestal meer van hetzelfde) het verjaardagsfeest afzeggen.

Soms grijpen keuzes ook in op ons gezinsleven. Als de volgende gast zich onaangekondigd uitnodigt voor het eten om direct na het eten geld te vragen voor een pakje sigaretten (komt ze nou voor het eten, de gezelligheid of voor de sigaretten, vragen wij onszelf dan af). Soms laten we zo'n ongenode maar toch zeer welkome gast het woord voeren zodat hij of zij even het hart kan luchten. Soms laten we duidelijk merken dat de gast welkom is om mee te doen aan de gezinsactiviteiten. Dan mag hij of zij gewoon aanschuiven bij de tv-programma's die we die avond bekijken.

Soms zijn er van die spaarzame momenten waarop het ons wel eens teveel wordt. Dan zijn we Klarendallers onder de Klarendallers. Met andere woorden: niet de lieve vrede uithangen en met een sip gezicht de hele avond met spanning in het lijf proberen een gezellige avond met elkaar te hebben. Nee, dan spat het ervan af. Dan kan de buurt ervan mee genieten. En krijg ik wel eens te horen dat ik meer doe voor de buurt dan voor mijn eigen gezin of vrouw. Later wordt dat weer bijgelegd, natuurlijk. Maar op het moment doet dat dan wel pijn. Want ik doe het niet voor mezelf. Ik wil geen eer voor die mooie momenten en de keuzes die ik erin maak.

Mooie keuzes, ja dat zeker. Moeilijke keuzes, ja dat zeker ook. Ik en mijn huis, wij zullen de HERE dienen. Dat was de spreuk die we aan ons huwelijk hebben verbonden. Dat het dienen van de HERE soms in huis pijn doet hoort daarbij. Onze kinderen weten niet beter. We zijn gelukkig vaak genoeg thuis om de normale dingen des levens te doen. Onze kinderen komen als gevolg van overhoren van huiswerk (vooral mijn taak) nog steeds met goede cijfers thuis. Ze zijn door ons leven ook vrij zelfstandig opgevoed.

De keuze om in de wijk te wonen slaat ook weer op hen terug. Er wonen niet alleen maar prettige mensen in de wijk. Er zijn ook etters van mensen (kinderen) die je het bloed onder de nagels vandaan halen. Zoals de laatste tijd waarin een van onze dochters met die etters te maken hebben. Althans, om het in juiste bewoordingen te zeggen: lieve kinderen die ineens in een groepje veranderen in ettertjes. Staan ze eerst gezellig met haar te praten, komen er andere kinderen bij en ineens wordt ze geslagen. Begrijpen ze niet dat het niet normaal is om een ander te slaan. Willen ze weer graag vriendinnen worden, maar heeft mijn dochter het vertrouwen in ze verloren. Gaan ze bij wijze van aandacht trekken met steentjes naar mijn dochter gooien waarbij er eentje op haar hoofd terecht komt.

Dan is het lastig uit te leggen dat ze niet beter weten. Dat ook Jezus die moeite ervoer met de etters rondom hem. Dat hij ze bleef liefhebben, ook al vielen ze hem volledig af. Als mijn dochter dat niet aankan, begrijp ik dat helemaal. Dan staan we om haar heen als gezin in deze lastige wereld. Ze bijt gelukkig van haar af (zij het gelukkig met woorden, maar die kunnen soms ook pijn doen). We willen geen doetjes op de wereld zetten, maar stevige mensen die van aanpakken weten. Bij mijn zoon is het alvast gelukt. Die blijkt geschikt voor het leger. Die heeft zijn weerbaarheidstraining gehad in een prachtwijk met prachtmensen die af en toe in etters veranderen.

zondag 25 mei 2008

Missionair met alles wat in mij is

Evangelisatie of missionair werk. Wat is nou het verschil? Dat vragen sommigen mij af en toe. Om dat te verduidelijken enkele voorbeelden van missionair werk van de afgelopen tijd.

Een vrouw komt tijdens de brunch en viering bijna huilend binnen. Ze meldt dat haar zoon al een tijd niet op school is geweest door allerlei toestanden die ook voor een deel met hemzelf te maken hebben. Ze wil hem graag op een andere school, maar de enige mogelijkheid is op een school waar heel Arnhem van gruwelt. Ze weet het niet meer en is ten einde raad. We proberen haar te kalmeren en hoop te geven. Na afloop van de brunch en viering ga ik naar haar toe om een adres van de school te geven waar mijn dochter positieve ervaringen mee heeft. Ik verzeker haar dat mijn dochter er heel goed is opgevangen. De vrouw is zichtbaar opgelucht dat er meer mogelijkheden zijn dan die ene school.

Een man met zijn begeleider komt bij mij op computerles in het mediatrefpunt Klarendal. Hij zit in een scootmobiel en loopt met moeite daaruit weg. We beginnen te spreken en het blijkt dat hij nogal alleen door het leven gaat. Hij is ook niet altijd goed te verstaan. Of het mogelijk is om bij ons computerles te nemen. Bijkomend probleem is dat de beste man niet kan lezen en schrijven. Gelukkig hebben we een tijd geleden enkele CD's aangeschaft voor mensen die minder geletterd zijn. Wat ons betreft kan hij de computerles volgen, zij het met iets meer begeleiding dan anders. De man geniet zichtbaar van de momenten achter de computer, de gesprekken tussendoor en de oefeningen die hij goed doorloopt. Zelfs met een programma op een CD blijken de oefeningen toch lastig, omdat er veel typoefeningen worden gevraagd. Dus ga ik op zoek naar andere oplossingen. Ik kom terecht bij een organisatie die gehandicapten begeleidt die slechtziend of anderszins gehandicapt zijn. Via hen is het mogelijk de computer spraakgestuurd te maken. Afgelopen week was de begeleider weer meegekomen om advies over de arts die een medische verklaring moet opstellen die voor de verzekering nodig is om het spraakprogramma te bekostigen. Met de week zie ik de man opfleuren. Er is een uitweg uit zijn isolement.

Bij toeval loop ik in de plaatselijke supermarkt een regelmatige bezoeker van de brunch en viering tegen het lijf. Nog voordat ik kan vragen hoe het met hem gaat, begint hij over de problemen die hij met zijn verslaafde zoon heeft die hem de afgelopen week in elkaar geslagen heeft. Hij loopt zichtbaar moeilijk en grijpt regelmatig naar zijn rug. Ik zie een aantal zware boodschappen op de band staan en help hem door ze in de kar te zetten. Ik besluit hem te helpen de boodschappen in te laden in zijn auto en mee te gaan naar zijn huis om het daarna weer uit te laden en op te ruimen. We praten over de situatie met zijn zoon die hij nu uit huis heeft gezet. En drinken een pilsje na afloop in de mooie zelf aangelegde tuin die hij vol trots aan mij laat zien.

Missionair werk heeft eerst en vooral te maken met omgang met mensen. Mensen die wij tegenkomen en die na verloop van tijd zoveel vertrouwen hebben dat ze hun persoonlijke verhaal vertellen. Het blijft wat ons betreft niet bij luisteren, maar we willen actief meezoeken naar een oplossing voor hun probleem. In alledrie de verhalen is nog geen moment het evangelie uitgesproken. Toch zeggen ze alledrie dat ze merken dat we anders zijn. Ze beginnen erover na te denken. Soms willen ze er meer over weten.

In missionair werk willen we oprechte belangstelling hebben voor de mensen die we tegenkomen op de plek waar ze zijn en in de situatie waarin ze verkeren. Zij voelen zich gewaardeerd in hun mens-zijn door een dergelijke benadering. Zij zijn geen "bekeringsobject" waarin alleen het winnen van de ziel belangrijk is en de persoonlijke situatie een aanleiding vormt om het evangelie in kwijt te kunnen. In dat geval zouden we met een dubbele agenda werken. We beschouwen mensen als door God geschapen met een geest, ziel en lichaam, met behoeften op sociaal, financieel, maatschappelijk èn spiritueel (geestelijk) gebied.

Dat laatste is van even groot belang als de andere aspecten. Het hoort onlosmakelijk bij een mensenleven. Maar het is daar ook niet van los te koppelen. Alsof er maar één ding in het leven belangrijk is. Ik zie het leven met God als het belangrijkste in mijn leven, maar alle andere dingen zijn daarom niet minder belangrijk. Het leven met Hem is het ijkpunt waar mijn leven om draait. Op basis daarvan leef ik de rest van mijn leven. Probeer ik een zo oprecht mogelijk leven te leiden. Als mensen erom vragen, zal ik mij niet schamen voor mijn intenties.

Missionair zijn. Dat is mensen weer mens laten zijn. Ze te helpen een mens waardig bestaan te leiden. Als schepsel van God is het zo mooi om iets meer van de Schepper te weten te komen. God wilde immers mensen een waardig bestaan geven. Evangelisatie zonder daden is praten over een Schepper zonder te laten zien dat Hij een realiteit in deze wereld is. We kunnen Hem ervaren door ons leven aan Hem over te geven. Voordat dit gebeurt, kan Hij zich echter ook tonen door de daden van zijn volgelingen .

Daarom wil ik missionair zijn met alles wat in mij is. Met de dingen die ik doe, de houding die ik heb en de woorden die ik spreek. Zodat God in al die aspecten ten volle door mij heen kan werken. "Wat goed dat je dit doet" zeggen mensen soms, ook vandaag weer tijdens een multicultureel ontbijt tijdens het wijkfeest waarvoor we de brunch en viering opschortten. Dan denk ik bij mijzelf: het is God die dit in mij doet en mijn voorbeeld is. Zoals Jezus missionair was in alles wat Hij deed, zo mag ik Hem daarin navolgen. Dat is volgens mij de ware aanbidding: niet alleen op zondag tijdens een prettig gevoel bij een mooi zwijmelend liedje, maar van zondag tot en met zaterdag alles aan Hem geven, zodat Hij alles in mij kan gebruiken waar Hij het voor bestemd heeft.

zondag 27 april 2008

11-13 april: ontmoeting met prachtmensen

Het is alweer twee weken geleden. Een netwerk van mensen die iets nieuws willen met kerk-zijn kwam bijeen in het landelijke Assel, een kloostergemeenschap temidden van het heidelandschap.

Samen met wat vrienden had ik het weekend georganiseerd. Om mensen met eenzelfde visie en verlangen een hart onder de riem te steken en aan te vuren om nieuwe dingen uit te proberen.

Wat doe je dan, tijdens zo'n weekend? Praten, nadenken, meehuilen met mensen die gekwetst zijn, veel lachen, lekker eten en genieten van elkaars verhalen.

Ikzelf ben altijd gewend om op zo'n weekend de leidende rol te hebben. Het was voor mij een verademing dat niet te hoeven doen, omdat drie echtparen die rol opnamen. Dus mocht ik experimenteren met echte emerging leiderschapsprincipes: coachend naast mensen staan en bemoedigen waar dat maar mogelijk was. En vooral: delen uit eigen ervaring. Niet omdat ik zo goed ben, maar omdat ik in mijn leven veel momenten heb meegemaakt van pijn, verwerping, onbegrip bij anderen.

Daar mee om leren gaan is voor mij een les geweest van jaren. Telkens weer op een kruispunt komen waarin ik weer de kans kreeg om te laten zien dat ik Jezus daadwerkelijk wilde vergeven. Op momenten dat medechristenen me pijn deden, leidinggevenden mij aanvielen, leren om de minste te zijn.

Het weekend was vooral een tijd van ontmoeting met mensen die ik heb leren waarderen. Genieten van mensen die zo anders zijn en denken dan ik. Maar tegelijkertijd elkaar herkennen in Degene die ons bindt. Dan vallen alle muren weg. En vinden we elkaar in het verlangen om Jezus te volgen. Met vallen en opstaan. Met geloven en twijfelen. Niet altijd in geloofswaarheden, maar zeker wel in het verlangen van overgave aan degene die we willen volgen.

Juist in de herkenning van de ander ligt een grote waarde. Dat de ander mag ervaren dat hij of zij er gewoon mag zijn. Zonder dat hij of zij zich hoeft te verdedigen. Dat we gewoon eens uitspreken dat het prachtmensen zijn. Dat is wat ik heb meegenomen van dat ene weekend: Nederland is nog vol prachtmensen met een groot verlangen om Jezus te volgen. Binnen of buiten kerkelijke muren. Er is hoop voor christelijk Nederland!

dinsdag 22 april 2008

Mogen mensen erbij horen?

Afgelopen zondag. We hadden samen gepraat over Simon de magiër. Het verhaal van de man die als een soort Uri Geller optrad in de tijd van Handelingen en daar behoorlijk veel aanzien en geld voor terug kreeg. Hoe deze man onder de indruk van de werking van de Heilige Geest kwam en Petrus en Johannes aanbood om voor geld ook die kracht te mogen krijgen. Een van de toepassingen was dat God zoveel groter is dan wij, dat Hij ons helpt als wij het moeilijk hebben en dat Hij zoveel beter werkt dan de manier waarop de krachten van Jomanda en Uri Geller werkt.

Een bezoeker beaamde dat met grote nadruk. Waarop hij begon te vertellen hoe hij op momenten van grote moeite plotseling zijn overleden opa aan het bed zag. Dat hij rust vond in het feit dat hij zonder woorden kan communiceren met zijn moeder. Dat hij dus wel paranormale gaven bezit. De rest van de bezoekers vond het mooi. Dat zijn mooie gaven die God je geeft.

Dat bracht me als degene die de leiding had voor een dilemma. Ik kan nu als een typische man van de kerk gaan vertellen waarom deze gaven zo verkeerd zijn. Of ik laat hem in zijn waarde, omdat hij op dit moment nog niet gelovig is. Ik ervoer het als een moment waarop mijn waarden binnen ons werk weer eens praktisch ter discussie werden gesteld. Reageer ik echt zoals ik dat wil of wil ik zelf mensen overtuigen van mijn gelijk?

Een van onze waarden is dat mensen mogen komen zoals ze zijn. Dus ook mensen met die paranormale "gaven". Natuurlijk geloven wij niet dat dit gaven zijn en dat ze van een andere kant af komen. Maar ook deze mensen zijn welkom om bij ons te komen. Deze bezoeker komt nu wekelijks en vindt het zichtbaar leuk om te komen. Ik wil mensen ruimte geven om Jezus te leren kennen door de verhalen en onze manier van leven en werken heen. Ze mogen stapje voor stapje dichterbij Jezus komen. We willen mensen niet over de streep trekken, maar God de kans geven om in hun leven in te werken. Mensen die behoefte hebben aan een gezellig plekje waar ze zichzelf thuis voelen ("belonging") en die door de tijd dat ze er zijn langzaam maar zeker meer van God leren kennen ("believing").

"God laten werken" betekent voor mij dat ik mensen heel veel ruimte geef. De waarheid vinden komt door het horen en het zien. Wat heeft een paranormaal bezoeker er aan als hij ervan overtuigd wordt dat zijn gaven niet goed zijn, zonder dat hij Jezus leert kennen? De juiste volgorde is dan: iemand mag thuis zijn bij ons (belonging) - iemand leert Jezus kennen (believing) - iemand gaat leren wat Jezus wil en hoe hij zijn leven volgens de bijbel kan inrichten (behaving).

Dus heb ik aangegeven dat wij een andere mening zijn toegedaan over paranormale gaven. En de bezoeker gezegd dat ik daar op een ander moment op terug zal komen. Er ontstond geen discussie over paranormale gaven. De bezoeker werd in zijn waarde gelaten van waar hij op dit moment staat. En we hebben gebeden dat God de kracht van de Heilige Geest aan iedereen zal tonen.

Later hadden we als team een discussie over of ik meer erover had moeten zeggen. De anderen vonden dat ik wat duidelijker had moeten zijn. Achteraf denk ik dat ik de juiste werkwijze heb gekozen.

Hieruit komt de vraag naar voren of mensen zich ook daadwerkelijk bij ons thuis mogen voelen, of dat we terugkeren naar onze oude manier van werken en mensen overtuigen van ons gelijk (of dat van de bijbel) op het moment dat er iets gebeurt dat tegen onze geloofsharen instrijkt.

maandag 31 maart 2008

Voedselbank Klarendal in de wijkkrant

Een maand geleden wilde een redacteur van de wijkkrant ons interviewen over wat we doen bij de Voedselbank. Geen probleem natuurlijk. Hij kwam, praatte, luisterde, stelde vragen, maakte foto's en snoof de sfeer op (gezellig volgens hem). De uitkomst ervan is deze weken te bewonderen op de voorpagina van onze wijkkrant.

Voor wie het wil lezen, klik hier om de wijkkrant te downloaden.

zondag 30 maart 2008

Na Fitna: het is hier rustig

Donderdagavond was het dan zover. De langverwachte film werd op internet uitgezonden. Het bleef overal in Nederland rustig. En ook hier in Klarendal merkten we niets van rellerigheid of opstand van moslims jegens andere bevolkingsgroepen. Een storm in een glas water. Dat is hoe je de hype rondom deze film kunt noemen. Zelf ga ik maar liever voor de uitbreiding van contacten tussen moslims, christenen en andere godsdienstigen langs de weg van gesprek en geleidelijkheid.

Vanochtend was een van onze vaste vriendinnen (met hoofddoek) weer op de brunch en viering. Zij genoot en wij met haar. Iedereen mocht bij wijze van persoonlijk gebed een kaarsje op steken. Zij vroeg aan een van onze teamleden of zij er ook aan mee mocht doen. Ja, natuurlijk! God weet met welk hart mensen tot hem spreken. Er was dus niets zichtbaar van enige spanning. Gelukkig maar!

Op mijn andere weblog heb ik mijn eigen visie op Fitna geschreven. Lees deze blog onder de titel "Fitna? Nou: NEE!"

zaterdag 29 maart 2008

Missionaire aanbiddingsleiders

Ruim een maand geleden schreef ik een post over missionaire liedcultuur.

Daar zijn wat reacties op gekomen, waar ik zelf ook weer op reageerde. Een van de gesprekken ging over de rol van de worship- of aanbiddingsleider.

Johan schreef daarover:
Een groot probleem in veel gemeentes is dat de worshipleader de centrale rol heeft gekregen in een samenkomst. Nu ben ik sowieso niet iemand die voor centrale rollen is, maar in het worship subcultuurtje zijn er speciale spelregels. Zelf heb ik jaren in een landelijke praiseband gespeeld en wij wisten alle trucje om mensen zgn. in aanbidding te krijgen. Inderdaad, alleen zoete teksten, de lieve en goede Jezus, alle zegeningen etc etc.
Was er dan weerstand dan was de toverformule: maak je zelf leeg van je eigen gedachten, en vul je met gods rijkdom. Vergeet je problemen en zie de zegeningen.... en hoppa het volgende opwekkingslied....


Voor mij was zijn reactie erg herkenbaar en reageerde: Ik ben zelf ook jaren ingezet als aanbiddingsleider. Je wist gewoon welke dingen je moest doen om de mensen "gezegend" naar huis te laten gaan. Ik gooide vaak mijn kont tegen de krib en gooide harde en zachte nummers doodleuk door elkaar. Met als reactie van de andere leiders, dat er dan geen opbouw is naar aanbidding. Aanbidding, was dan weer mijn reactie, zit 'm niet in de zachte of harde liedjes. Het zit in je hart. Je komt als het goed is al met aanbidding naar de gemeente toe. Maar nee, we komen pas in aanbidding op het moment dat de juiste emotionele snaar is geraakt. Pas dan ervaren we Gods Geest en is Hij zo duidelijk aanwezig.

Leuke reactie van Arend hierop kwam vandaag: Hmmm, dit ademt niet echt integriteit. Het lijkt of je aanbiddingsleider bent geweest vanuit eigen kracht, en niet vanuit Gods kracht, de kracht van de Geest. Aanbidding bestaat, God wil aanbeden worden. Daar kun je toch integer mee om gaan? Als je "de kont tegen de krib gooit" dan moet je je afvragen voor wie je iets doet.

Ik mag dit soort reacties wel. Vooral omdat ze mijzelf weer eens laten nadenken over mijn beweegredenen. Daarom hieronder mijn visie op het leiden van aanbidding.

Een aanbiddingsleider is eerst en vooral bezig om mensen in aanbidding richting God te brengen. Maar dan is mijn vraag: wat is aanbidding? In de gemiddelde pinkstergemeente is aanbidding het moment waarop de aanbiddingsleider zachte liedjes inzet en mensen helpt om hun gedachten, emoties en alles wat in hen is op God te richten.

Dat is niet verkeerd, maar volgens mij is aanbidding niet beperkt tot dat moment. Het zou een levensmotto moeten zijn dat elke dag ons leven leidt. Aanbidding terwijl je werkt in de manier waarop je werkt en met mensen omgaat. Aanbidding terwijl je je vrije tijd besteedt. Aanbidding terwijl je met je kinderen en vrouw of man omgaat, ook in de meest intieme momenten. Is dat mijn verlangen? God groot te maken in mijn werk, door wat ik verder nog doe? Ik denk dat we dan ook helemaal anders gaan leven. Want kan ik God aanbidden terwijl ik voor de tv hang en een slappe film bekijk (of een erotischer film diep in de nacht terwijl niemand je ziet)?

Terug naar de aanbiddingsleider. In mijn voorbereidingen koos ik vaak liederen waarvan ik dacht dat ze mensen zouden helpen dichtbij God te komen. Dan kreeg ik kritiek van andere aanbiddingsliederen dat je geen harde en zachte liederen door elkaar moest gebruiken, want dan zat er geen opbouw in de dienst.

Er zit een gevaar in het gebruiken van maniertjes en trucjes om mensen dichter bij God te laten komen. Dan zit je dichtbij aanbidding leiden uit eigen kracht. Dan laat je God niet zijn werk doen, maar push je mensen in een bepaalde richting. De "worship" beweging moet met zijn maniertjes en hulpmiddeltjes oppassen voor die valkuil! Er is een 'worship-cultuur' in modern-christelijke kringen aan het ontstaan, die goed is begonnen, maar inmiddels een eigen cultuur is geworden en ik vraag me dan af waar God nog in deze cultuur voor komt.

Mijn pleidooi voor een missionaire liedcultuur was bedoeld om te pleiten voor meer ruimte binnen de moderne christelijke liedcultuur voor liederen die gaan over menselijk falen, angst, onzekerheid en dergelijke. Die gaan vaak niet samen met de gangbare gedachten binnen de worshipcultuur over hoe we mensen in aanbidding tot God kunnen leiden. Zodra je liederen zingt waarin we onze menselijke emoties onder woorden brengen, is de kritiek dat we "mens-gericht" zijn, terwijl aanbidding toch juist "God-gericht" moet zijn.

Ik pleit ervoor dat aanbiddingsleiders mensen onder hun gehoor helpen om hun eigen emoties onder woorden te brengen en ze van daaruit verder te leiden naar een leven van aanbidding. Dan zal een gast in de dienst niet maanden nodig hebben om te begrijpen wat er gezongen wordt, maar gelijk worden aangesproken, omdat er wordt gezongen over dingen die hij herkent in zijn eigen leven. Weg van de worshipcultuur die zo ver af staat van de wereld waarin we leven. Op weg naar een muziekcultuur waarin het leven van alledag bezongen om van daaruit mensen dichter bij Jezus te brengen.

Dat lijkt mij de taak van een missionaire aanbiddingsleider.

maandag 24 maart 2008

De enige waarheid in een postmodern jasje

Gisteren zat ik tijdens onze brunch aan tafel met een wijkbewoonster. Ze laat haar dochter wekelijks naar onze bijbelclub voor kinderen en naar de brunch en viering gaan. Dan leert ze de waarden van het christelijk geloof. Terwijl het gesprek vordert, blijkt dat ze beducht is voor christenen die hun geloof beschouwen als de enige, echte waarheid. Als dat op die manier bij ons wordt verkondigd, wil ze haar dochter niet bij ons houden.

Hoe ga je daar nu mee om. Probleem voor mij is dat ik wel degelijk geloof dat Jezus de weg, de waarheid en het leven is. Dat mijn geloof in Jezus de enige weg is om God te vinden en met Hem te leven. Hoe vertel je dat aan iemand die vanuit een postmoderne visie een allergie heeft voor alles wat "de enige waarheid" propageert.

Ik vertel haar dat ik wel geloof dat Jezus de enige weg naar God is. Maar dat wij dat vertellen vanuit het respect voor iedereen die bij ons komt. Een moslim wordt als moslim gerespecteerd en mag dat wat ons betreft zo blijven. Datzelfde geldt voor alle andere godsdienstige richtingen. Beschouw mij maar als een wegwijzer die vertelt welke kant je op kunt gaan. Dan is het aan de mensen zelf om te besluiten of ze die kant ook opgaan.

Christenen zijn lange tijd geen wegwijzers geweest, maar weg"duwers", zo leg ik uit. Een wegwijzer staat midden op de weg, zichtbaar voor iedereen en laat zien welke kant je op kunt gaan. Een weg"duwer" verplicht iemand, dwingt iemand een weg op te gaan. Die wil dat de ander alleen die ene kant opgaat en zal alles in het werk stellen om dat bij de ander teweeg te brengen.

De weg als wegzijzer tonen maakt mij klein en kwetsbaar. Het kan immers door zowel bezoekers als andere kerken worden uitgelegd als syncretisme: iedereen mag zijn eigen weg kiezen en welke weg je ook kiest, het is een goede weg. Zo bedoel ik het niet. Natuurlijk weet ik dat God ons de weg heeft getoond en dat er een straf is als we die weg niet volgen. De manier waarop we dat uitleggen is daarin van belang. De tijd van donderpreken is voorbij. De tijd van manipulatie om het goede te bewerkstelligen ook (daar ben ik alleen maar bang van geworden). De tijd om de hel te prediken om mensen de hemel in te duwen is voorbij.

De wegwijzer luistert naar waar iemand staat. Heeft respect voor de plek waar die persoon zich op dit moment bevindt. Ik heb al ruim een jaar contact met een jongeman. Hij heeft een ruig leven achter de rug. Vorig jaar nog kwam ik met hem onze lokale grootgrutter binnen om een gratis kerstboom op te halen (die de filiaalhouder ons had beloofd voor al onze bezoekers). Gelijk schoot het hele personeelsbestand in de stress. Naar later bleek was dit de beruchtste kruimeldief van de grootgrutter. Het contact is gebleven en regelmatig hebben we korte gesprekjes gevoerd. Gisteren hadden we een wat langer gesprek. Ineens was er iets in zijn leven gebeurd wat niet meer aan het toeval kon worden overgelaten. Hij vroeg mij of hier misschien sprake was van onzichtbare sturing in zijn leven. Een prachtig moment om even een wegwijzer te zijn. Jazeker, ik geloof dat God het leven van gelovigen en ongelovigen bestuurt. Dat hij momenten in je leven toestaat waardoor je gaat nadenken of er wellicht meer is dan jij denkt. Hij wil er graag nog eens verder over doorpraten. Misschien op een binnenkort te starten bijbelstudie.

Ik had hem een jaar geleden al de weg op kunnen duwen. Dan was er geen persoonlijke relatie ontstaan. Dan was het bij woorden, gesprek en discussie gebleven. Nu was er een vertrouwensband ontstaan op basis waarvan hij dingen durfde te zeggen die hij, volgens zijn verbaasde moeder die erbij zat, nog nooit aan een ander had verteld.

Dat is de waarheid spreken in een postmodern jasje. Niet gelijk je waarheid uitspreken, maar die eerst voorleven. Wegwijzer zijn in daad en in woord. Met pijn, moeite en verdriet leren leven en de onzekerheid van elk moment voor realiteit houden. Je niet groot houden, maar durven de kleinste te zijn. Niet gelijk de grote woorden uitspreken, maar als klein mens leven die vanzelf door God gestuurd mag worden om die woorden te spreken op het moment dat door Hem is uitgekozen. Niet gelijk corrigeren als een bezoekster zegt dat je bij ons mag komen en mag geloven wat je wilt, omdat daar respect heerst. God de ruimte te geven om zichzelf in de loop van de tijd aan de bezoekers bekend te maken. Ik ben vaak ongeduldig en teleurgesteld als mensen het na drie jaar nog niet helemaal hebben begrepen. Dan vraag ik weer om het geduld dat alleen van God kan komen om die mensen lief te hebben zoals ze zijn en daar niet pas mee te komen als ze zijn waar ik ze wil hebben. Mij te geven aan mensen waar andere kerkgangers van zullen zeggen: "maar die zijn nog niet zover!" Met mensen te werken die in andere kerken vanwege hun afkomst, religie of geaardheid geweerd zouden worden.

donderdag 20 maart 2008

Dodelijk vermoeiend enerverend leven

Wie mij kent weet dat ik niet erg graag dagelijks hetzelfde doe in hetzelfde stramien. Sterker nog, zodra iets een routine of een sleur wordt, ben ik weg of begin ik me te vervelen. Soms kan het ook wel eens iets teveel van het goede zijn (voor mijn gevoel dan).

Zondag
Het begon op de eerste dag van de week die wij in gristelijk Nederland zo mooi de dag des Heren noemen. Dan houden we een brunch en viering in Villa Klarendal. Meestal is dat fijn, leuke gesprekken en samen gaan voor een goed verhaal. Dat was deze week ook wel zo, maar er werd een streep doorheen gehaald door allerlei stapelingen van irritaties op die dag. Omdat anderen er bij betrokken zijn, wil ik niet in detail treden over het optreden van hen. Wij waren geïrriteerd en moesten dat met onze teamleden uitspreken. Voor je het weet ben je dan zomaar een uur later klaar met de afsluiting van het programma. Dodelijk vermoeiend is het om irritaties uit te spreken op een manier die niet bijtend overkomt op de ander. Dat is het ook omdat we zo met hart en ziel bezig zijn in dit werk. Als er dan dingen niet goed gaan, lijkt het alsof je weer eens met jezelf wordt geconfronteerd. Je zet jezelf voor de spiegel en vraagt je af of het aan jezelf ligt of aan de ander. Zo'n situatie is na zo'n gesprek niet gelijk uit het hoofd, laat staan uit het gevoel. Dus was er nog een hele dag waarbij hoofd en gevoel met andere dingen bezig waren dan de gewoonlijke zondagmiddagbezigheden.

Maandag
Na een wat onrustige nacht stond ik met letterlijke en figuurlijke pijn in de buik op. Om negen uur werd ik verwacht in een cursus projectmanagement die ik voor mijn werk mag volgen. Aangezien ik altijd een slow-starter ben op de dag, was het met buikpijn en al even weer mezelf erin gooien. Een dodelijk vermoeiend begin dus van de maandagochtend. Gelukkig hadden we vantevoren een leercurve ingevuld waaruit bleek dat er maar weinig studiebollen bij de cursus zitten die er van genieten om vier uur achtereen achter de tafel te zitten om de theorie tot zich te nemen. We werden al snel in de praktijk gegooid om zelf dingen uit te zoeken. Na een maaltijd en een iets langere theoriezit, kregen we huiswerk op voor de volgende keer en mochten we naar huis.

Voor mij niet dus, want mijn werk voor de gemeenteraad brengt soms met zich mee dat ik kan worden opgeroepen om stand-by te staan als er speciale vergaderingen zijn. Die was er dus maandagavond: de gemeenteraad van Arnhem moest een besluit nemen of er wel of niet moest worden ingestemd met een dwangakkoord om Arnhems trots Vitesse een schuld van ruim 12 miljoen euro kwijt te schelden. Goed, ik was er die avond, die al goed begon doordat mijn collega's pizza hadden besteld, maar mij daarbij voor het gemak waren vergeten. De jas die ik net had uitgedaan moest ik weer snel aandoen om zelf even mijn maaltijd bij elkaar te sprokkelen (op kosten van de baas, dat wel). Een halfuur later zat ik in pizzageuren een Thaise afhaalmaaltijd te verorberen. Terwijl ik dat deed kreeg ik mijn instructies voor die avond. Of ik de computer dichtbij de raadzaal kon bedienen. Bij die zaal was het een drukte van jewelste. Vanaf 18.00 uur kwamen de gasten binnen die bij de ingang als kaf van het koren werden gescheiden. Supporters en andere lieden die zich niet van tevoren hadden opgegeven door de deuren naar de hal. Bobo's, ambtenaren en andere hoogwaardigheidsbekleders met de lift naar de zaal of de publieke tribune voor de elite. Twee gescheiden werelden met twee verschillende redenen om te komen. De supporters met de bekende spreekkoren om hun cluppie een hart onder de riem te steken. De raadzaal en de publieke tribune om het vuur van het debat over het onderwerp mee te maken of om te horen hoe de Arnhemse Tweede Kamer zich zou uitspreken over het dilemma "spuiten of slikken" (of zoals een raadslid later in het openbaar verklaarde "in dit besluit moesten we een keuze maken tussen wurgen of verdrinken"). Drie uur later, waarbinnen ik tot wel tweemaal toe mijn taak mocht verrichten en voor de rest betaald rondliep om de sfeer op te snuiven, was de klus geklaard. De ruiten sneuvelden niet, de spreekkoren werden vervangen door lofliederen op het cluppie en haar redders, de redder der redders wuifde het voetvolk als een Ceauscescu toe. Dodelijk vermoeid sloften mijn collega en ik naar de kelder waar we nog mochten nagenieten van wat zo mooi "een hapje en een drankje" wordt genoemd. Net zomin als ik een oordeel vel over teamleden, zal ik een oordeel vellen over de besluitvorming van die avond. De entourage was prachtig. Over de uitkomst mag ieder het zijne zeggen.
Na zo'n avond leg ik niet direct mijn hoofd in het kussen en moest er even onthaast worden. Aneta geeft elke maandagavond een computerles in de wijk, waar ik haar in ondersteun als ik geen avondwerk heb. Dus praatten we even na over haar belevenissen en die van mij. Nog een drankje wordt dan ter hand genomen en door de keel gegoten, waarna de aangename rust toch de overhand nam.

Dinsdag
De slow-starter liet zich niet eerder dan tien uur op het stadhuis zien de volgende ochtend. Die dag stond natuurlijk in het teken van terugkijken op de vorige dag die door ons tot in de puntjes was georganiseerd. En over de consequenties van de besluitvorming die voor ons weer nieuw werk met zich meebracht, waardoor een collega al weer een hele dag zoet was om griffies in andere steden te bellen voor advies over de inrichting van een raadsonderzoek (een uitgeklede soort parlementaire enquete). Eigenlijk was de maandagavond gereserveerd voor een gewone politieke avond. Onder druk van het gevaar van een faillissement van ons lokale sportieve suffertje moest die avond op stel en sprong worden verplaatst naar de dinsdag. Dus werd de rest van de dag ingeruimd voor het organiseren en voorbereiden van de avond, tussen alle hectische gesprekken over voetbalperikelen door. Aneta had overdag ook nog een sollicitatiegesprek, dus werd er tussendoor ook nog eens op die manier contact gelegd met mijn thuisfront. De pizza en Thai werd die avond vervangen door een gezonde vegetarische maaltijd waarvoor we even buitengaats mochten gaan. De rest van de avond werd besteed met het aanhoren en gelijktijdig aan de laptop toevertrouwen van meningen en standpunten over zes verschillende onderwerpen variërend van de visie over cultuureducatie, de begroting van de lokale sociale werkplaats tot discussies over de opvang voor dak- en thuislozen. Interessant genoeg om mijn hoofd erbij te houden (wat toch wel nodig was, anders weet niemand over een paar weken meer wat erover gezegd is), maar, je raadt het al, dodelijk vermoeiend, omdat ik van zeven uur tot halfelf bijna aan een stuk door de concentratie vast moest houden, moest luisteren en moest schrijven. Na het bijeen harken van alle belangrijke overgebleven papieren, naambordjes, EHBO-dozen en mijn laptop, kon ik genieten van een rustig wandelingetje naar huis, alwaar ik neerzeeg en evenals de vorige dag met een hapje en drankje mijn ei kwijt kon en mocht horen hoe Aneta de dag met sollicitatie, boodschappen doen en de tweede computercursus van de week (weer zonder mij) was doorgekomen. Na zo'n supergeconcentreerde avond, voorafgegaan door een enerverende andere avond en een persoonlijk vermoeiende dag daarvoor, bemerkte ik terwijl ik probeerde te slapen dat mijn lichaam protesteerde tegen mijn enerverende leven. Met een gepiep in mijn hoofd probeerde mijn lichaam de dodelijke vermoeidheid kwijt te raken.

Woensdag
Gelukkig was de moeheid er de volgende ochtend al redelijk uit geslapen. Om ongeveer dezelfde tijd als de dag daarvoor tengevolge van een verplichte wandeling omdat dochterlief haar fiets nog bij de fietsdokter had staan en zij bijgevolg mijn fiets maar had meegenomen. De dagelijkse rituelen van computer aanzetten, inloggen, koffie halen en bijpraten waren er bijna niet bij, want ik zat nog maar net of een collega vroeg me om die dag wat brieven te versturen die van belang waren voor een bijeenkomst die we volgende week weer houden. Daardoor kon ik pas tegen twaalf uur een start maken met het uitwerken van de verslagen van de avond daarvoor. Dat doe ik het liefst direct de dag erna, omdat de inhoud van de vergaderingen dan nog vers in mijn hoofd zitten. Nog voor ik aan het einde van mijn eerste verslag was, werd ik gestoord door mijn chef die me vroeg welk drinken hij voor mij kon meenemen. Dat noopte mij ertoe op de klok te kijken, waardoor ik tot de ontdekking kwam dat het alweer tijd was voor een regelmatig een-op-een gesprek met hem. Verslag moest aan de kant en we konden driekwartier aan de klets over onszelf, het werk en alles wat daartussen zat. Daarna lonkte het verslag weer en zag ik in mijn tas mijn brooddoos nog liggen. Het gebeurt nogal eens dat de inhoud daarvan wordt opgegeten terwijl ik bezig ben met zo'n verslag en dat deed ik toen ook maar weer eens. Niet zo gezond voor lijf en leden, maar ik bedacht me dat ik mijn pauze op een andere keer wel weer zou inhalen. Om en nabij halfzes, later dan gepland, liep ik terug naar huis. Daar zat mijn wekelijkse woensdag-eet-vriend Michiel klaar om samen met mij aan te vallen. Aneta had al naar het werk gebeld op het moment dat ik al weg was en besefte dat de tijd tussen werk en thuiskomen langer zou duren omdat ik nog steeds niet de loopsnelheid van een fiets heb kunnen halen. Het is altijd genieten om met mijn eetvriend te dineren, want we spreken over van alles en nog wat: wat we meemaken, waar we over nadenken, frustraties, moeilijkheden of gewone leuke dingen. Om zeven uur vielen zijn ogen bijna dicht van al het lekkers en de intensieve gesprekken en moest hij snel opstappen om zijn volgende afspraak te halen. Niet lang daarna trok ik ook mijn jas weer aan om naar een kort overleg te gaan van de Voedselbank, waarvan ik in onze wijk de coördinator ben. Een prettig fietstochtje eindigde in een dorpje naast Arnhem waar ik met koffie en koek werd ontvangen. Gelukkig een kort overleg, want al vijf kwartier later kon ik de terugtocht alweer ondernemen. De bank was thuis gewillig, evenals de computer die ik gedurende een korte tijd mocht raadplegen. Nadat Aneta rond halftwaalf vertrok voor haar regelmatige vliegmeerdaagse, stapte ik iets na twaalven het bed in om snel in slaap te kunnen sukkelen.

Donderdag
En zo zijn we aanbeland in de dag van vandaag die het uitwerken van de rest van de verslagen op het werk met zich meebracht. Daar had ik toch nog een groot deel van de dag voor nodig, naast allerlei kleine klusjes, telefoontjes en andere kleinigheden waardoor de dag vol loopt met zaken waardoor ik achteraf me afvraag wat ik nu zoal heb gedaan. Een verlate vraag van een collega over adressen uit het verleden en of ik mogelijk mensen ken die aan een activiteit over een paar weken mee kunnen doen zorgde n ervoor dat ik pas rond zes uur moest bellen naar Villa Klarendal dat ik later zou komen. Eens in de twee weken bidden we namelijk samen met wijkbewoners voor de wijk. En eenmaal per maand begint dat met een gezamenlijke maaltijd. Dus door wind en regen naar huis gereden, mijn tas en paasgeschenk van het werk daar achter gelaten, mijn dochter voorzien van een euro voor de meidenclub op het wijkcentrum en weer snel door naar Villa Klarendal. Het was weer een gezellige maaltijd, waarin we konden meeleven met het leven van een van de wijkbewoners die haar belevenissen van de afgelopen periode vertelde. Daarna baden we voor de activiteiten die we in de wijk mogen doen.

Heb je nog wel een leven?
Waarom schrijf ik dit nu? Misschien om een inkijkje te geven in mijn leven. De manier te laten zien waarop ik geniet van alles wat ik doe. De frustratie die ik soms heb om meer in de wijk te kunnen doen en te worden tegengehouden door de hectiek van alle dag. De vragen die soms door mijn hoofd heen spelen als "wat heeft het allemaal voor zin", "waar doe ik het allemaal toch voor". Ik raad niet iedereen aan te leven zoals wij dat doen. Ik ben bang dat ik in dit verhaaltje nog zeker een aantal dingen ben vergeten die tussendoor gebeuren. De moderne media zorgen ervoor dat je altijd overal bereikbaar bent. Waardoor het wijkcentrum telefonisch met een vraag komt. Waardoor we per mail het verslag van de computerlesvergadering krijgen. Waardoor een teamlid per mail of sms een vraag stelt die ik per ommegaande in enkele minuten beantwoord.

In dit soort weken mis ik mijn vrienden in de wijk. Het werk roept me en ik weet dat daar een deel van mijn taak ligt. Afgelopen maandag in de pauze tijdens de cursus liep ik naar de boekhandel om de "Waarom Pasen" DVD te kopen. Die gaan we uitdelen aan onze vrienden en vaste bezoekers van de Villa. Later sms'te een teamgenoot dat zij de DVD's al via internet had besteld. Ik was weer eens te snel geweest. Een dag later bedachten we dat de eigen gekochte DVD's als paaspresentje konden worden uitgedeeld aan collega's. Dat heb ik vandaag ook gedaan. Mooie reacties daarop. Geef mensen eens iets extra's en ze glunderen. Vooral degenen die op afdelingen werken waar ze alleen maar als voetveeg worden behandeld. Op het werk mis ik mijn wijk en al de dingen die ik daar zou kunnen doen of opzetten. Maar tegelijkertijd weet ik dat mijn werk ook weer een plek is waar mensen zijn die mij nodig hebben. En bij de Voedselbank, de computerles, het wijkcentrum....

De titel van de blog lijkt erg aanmatigend. Alsof het in het leven alleen maar gaat om veel werk te verzetten. Leuk als je ziek bent, door ouderdom niets meer kunt doen, of aan een chronische aandoening leidt. Het leven draait niet om het doen van veel werk. Ook wij zijn weleens ziek. Gelukkig kennen wij ook periodes waarin de druk allemaal ineens voorbij is. In mei, als de computerlessen stoppen, in juni als de laatste vergadering voorbij is. Dan is er het andere genieten van de rust...

Rust en drukte, ze horen beide bij het leven. Het enerverende leven dat we leiden doen we niet vanwege het enerverende aspect ervan. We doen het, omdat we de Here God willen dienen. De ene mag dat doen vanuit de studeerkamer in de boeken of achter de computer. Wij mogen dat doen in Villa Klarendal, computercursussen, Voedselbank, wijkcentrum, het gemeentehuis en in alle functies en vrijwilligerstaken die Aneta tot nu toe heeft uitgevoerd. De taak staat niet voorop: God staat voorop. Zoals Jezus bereid was te gaan. Zo mogen ook wij gaan.

...ook al is dat soms dodelijk vermoeiend. Maar ja, wat zei Jezus in Gethsemane en op Golgotha?

zaterdag 8 maart 2008

Niet mijn wil

Het was me het weekje wel. Zeker afgelopen donderdag was er bij ons thuis veel hectiek. Niet zozeer uiterlijk, maar veeleer innerlijk.

Het zou een week van verandering worden. Ik was woensdag uitgenodigd voor een tweede gesprek voor een nieuwe functie binnen de gemeente. Ik was nog de enige interne kandidaat. Dus alles leek in kannen en kruiken.

Aneta zou deze week haar vaste contract krijgen, volgens afspraak tussen haar, het uitzendbureau en het werk waar zij was gedetacheerd. Alles leek in kannen en kruiken.

Maar alles liep anders dan gedacht. Ik kreeg donderdag een telefoontje dat ze niet met mij doorgingen. Ze hadden teveel twijfel of ik zelfstandig genoeg was en of ik kon functioneren in een volledig nieuwe situatie. Ik dacht dat ik duidelijk had gemaakt dat dit twee sterke kanten van mijzelf waren, maar dat bleek niet te zijn overgekomen.

Aneta kwam donderdag bij haar chef. Die had met een telefoontje meegeluisterd. Op basis van dat telefoontje meldde hij haar dat zij niet met haar door zouden gaan. En, zei hij er nog droog achteraan, ik denk dat je niet meer in een telefonische helpdesk moet werken. Terugdenkend aan alle lovende kritiek die Aneta van meet af aan kreeg over haar manier van werken, was dit een domper van heb ik jou daar.

Hoe ga je daar nu als christen mee om. In beide gevallen hadden we de neiging er tegenin te gaan. "Hebben ze niet geluisterd?", "Kon er geen derde gesprek plaatsvinden?", "Is het doorgestoken kaart?", "hebben ze het moedwillig gedaan, omdat ze iets anders van plan waren?" Allemaal gedachten van onrechtvaardigheid gingen door ons heen.
Toch hadden we allebei van tevoren gebeden dat God zijn wil laat zien. Door een deur wijd open te zetten of hem met een duidelijk "nee" te sluiten. In ons beider geval was het laatste aan de orde. Toch blijft het een hard gelag. Zeker voor Aneta die zes maanden dag in dag uit werkte en bijna tien uur onderweg was om acht uur te werken. Dan krijg je allerlei positiviteiten over je heen en word je uiteindelijk om een dergelijke stomme reden weggestuurd. Voor mij was de knal niet zo hard, behalve dan dat de argumenten absoluut niet overkwamen met mijn eigenkennis en -gevoel.

In zo'n bevreemdende situatie komt ons geloof om de hoek kijken. Kan ik zeggen: "dank U God voor uw leiding"? Mag ik tevreden zijn met waar ik nu sta? In deze paasdagen denken we natuurlijk terug aan Jezus die op het zwaarst van de strijd uitsprak dat hij Gods wil wilde doen, niet zijn eigen wil. En hoeveel zin we ook hadden om dat nieuwe aan te gaan, we zijn bereid om die andere weg te gaan. God heeft ongetwijfeld iets veel beters in petto dan wijzelf kunnen bedenken. Ook al weten we nu nog niet hoe en wat. En ondertussen werken we gewoon door en genieten we van wat we mogen meemaken, want dat is zeker niet niks....

dinsdag 19 februari 2008

En dan nu: feesten!!!

Mijn post over Missionaire Liedcultuur heeft op diverse blogs een reactie opgeleverd.

De leukste tot nu toe is een concrete uitwerking van mijn vraag om feestnummers. Johan ter Beek heeft de creatieve pen ter hand genomen en is met het volgende nummer gekomen. Als een "klein kadootje voor de Villa". Met dank neem ik hem hier over.



HET LAATSTE VEL

(refrein)
Denk niet bij het laatste vel, wie na mij komt, wie na mij komt
Denk niet bij het laatste vel, die redt zich wel.
La, la, la, la, laaaaa, la, laaaa, la, la, la
La, la, la ,la, laaaaa. la, la, la, la, laaaa

(couplet1)
Ik zat laatst een te poepen, de hele pot lag vol!
Het bleef ook erg plakken en dat was echt geen lol.
Een regenwoud aan WC papier verdween toen in de pot.
En toen het laatste vel bedrukt was ging de deur weer van het slot.

(refrein)

(couplet2)
Nu praat ik over het milieu, 't is net een scheiterij.
Ik stinkt haast m'n auto uit als ik in die file rij.
Mijn kinderen zullen nooit meer spelen in bossen zoals hier.
Want die zijn gekapt voor meubels en voor WC papier!

(refrein)

(couplet3)
En als je wil geloven, dan lees je in de bijbel:
Gods liefde staat geschreven en wel tot op HET LAATSTE VEL.
En als je dat gelezen hebt en je doet het boek weer dicht...
dan ben je een sukkel als je denkt: ik ben tot niets verplicht.

want... ik... zeg.... (refrein 2-18x met polonaise)


Wie volgt???

zaterdag 16 februari 2008

Missionaire liedcultuur

Terwijl ik nadacht over het "succes"-verhaal van Matthijs Vlaardingerbroek (zie mijn vorige blog), moest ik aan iets anders denken. Ik wilde dat in mijn reactie op zijn weblog zetten, maar ik denk dat het beter is een aparte blog daarover te schrijven.

Het heeft namelijk te maken met de hele discussie over de liedcultuur in de evangelische en charismatische gemeentes (ik mag inmiddels wel kerken zeggen). Daarin neemt de liederenbundel van Opwekking een centrale plek in. In de discussie daarover las ik een lezenswaardige bijdrage van Kees van Zetten in het Friesch Dagblad van dinsdag 12 februari jl. (met dank aan weblog Kole's Queeste).

Van Zetten begint zijn artikel met de opmerking dat zijn kritiek wordt gegeven vanuit betrokkenheid met deze liedcultuur en de mensen erachter. En dat iedereen kan constateren dat deze liedcultuur voor veel mensen een grote zegen is. Dat is voor hem van belang om aan te geven vanuit welke achtergrond de kritiek wordt gegeven. Het citaat waar ik dieper op wil ingaan begint hij met de opmerking dat er genoeg aan te merken is op het opwekkingslied. Daarna gaat hij verder:

"Ik beperk me tot enkele essentiële punten. Het belangrijkste is de ijking aan de grondwet van het kerklied: de psalmen. Er zit behoorlijk wat frictie tussen deze twee. De in de opwekkingsbundel opgenomen psalmen bestaan uit positief gekleurde fragmenten. Op zich kunnen dit goede liederen zijn, maar ze missen een aardedraad. In dit verband leidt de kennelijk gewenste schifting tussen ‘liederen die op God gericht zijn’ en ‘liederen die al te mensgericht zijn’ tot een uiterst merkwaardige discussie. Immers, in de psalmen komen beide kanten aan het woord. Het psalter staat bol van existentieel-menselijke beleving én het goddelijke gegenüber. Het is - Buberiaans gezegd - het boek van de Ontmoeting waar beide partijen elkaar vinden of soms niet.. Wat bijvoorbeeld te denken van psalm 95 en 89 die beginnen met uitbundige lofprijzing en overgaan in een tomeloze klacht?"

Dit citaat raakt me diep. In onze zoektocht naar goede, fijne, positieve teksten waardoor we gezegend worden en we God aanbidden, zijn we de menselijke kant kwijtgeraakt. Ik kan me een zangleider herinneren die zei dat hij bij lied 497 "ik wil leven door uw Geest" niet uit de voeten kon met de zinsnede "Ieder woord schiet te kort en ik voel me verward...", want: als christen kun je toch niet verward zijn, laat staan erover zingen! Hij zong dan maar "verwarmd".

In de cultuur van positivisme lijken onze aanbiddingsliederen te worden meegezogen. Het zijn prachtige liederen, maar gaan maar naar een kant toe: van mij naar God. Dat er daarnaast nog een menselijke kant is met emoties waaruit verdriet, twijfel, woede, angst spreken; dat wordt in die liederen niet (of nauwelijks) meer geuit. De vraag is dan ook of die emoties, die vooral te maken hebben met onze eigen gebrokenheid, uit die gemeentes worden weggeduwd (onder het mom van "we zijn toch overwinnaars?").

Is het tijd voor Opwekking om zich ook eens te richten op andersoortige liederen? In de christelijke liedcultuur mis ik de volksmuziek en de feestmuziek. Ik zou het heel prettig vinden als ik met een gerust hart een Opwekkingslied aan de straat met carnaval zou kunnen afspelen. Want als er al feestmuziek in de bundel is opgenomen, is die erg sterk gericht op de toekomst: wanneer Jezus komt, lopend door de gouden straten. Ik zie al voor me dat de swingende carnavalsoptocht voorbij komt en ik "dansend over de gouden straten" afspeel. Die straten zijn nu echt nog steeds van steen of asfalt, hoor!

Muziek en liederen die gericht zijn op het hier en nu, die de menselijke emotie aan- en uitspreken. Die mensen laat zeggen: "dit lied zegt precies de strijd, pijn en moeite die ik nu voel".

Wordt het tijd om de eerste "Villa"liederen op te nemen in de Opwekkingsbundel?

Mooi werk, moeilijk werk

De afgelopen dagen heeft Matthijs Vlaardingerbroek zich in zijn weblog uitgesproken over het gevaar dat we over ons werk als christenen alleen maar positief nieuws verspreiden.

Ik denk dan na over de afgelopen jaren die we nu in Villa Klarendal bezig zijn. Nog geen twee maanden na de eerste brunch en viering zaten we al vol met bijna 30 mensen. Bezoekers vonden het gezellig en leuk en kwamen graag.

Langzamerhand begonnen we hen wat beter te leren kennen en zagen we een driedeling tussen bezoekers. Sommigen genoten werkelijk van het eten en de onderlinge contacten (hoewel sommigen zelfs met het laatste moeite hadden, want de rest was wel heel erg "zwart"). Anderen vonden de bijbelverhalen ook heel mooi. Een derde groep wilde met die bijbelverhalen ook graag iets in hun persoonlijke leven doen.

We zijn nu tweeëneenhalf jaar verder. Vorige week hadden we als team een gezellig etentje waar we allerlei vragen bespraken. Een van de vragen was waarom de laatste tijd veel minder volwassenen komen. Er is namelijk een vaste kern kinderen dat gemiddeld een keer per twee weken komt (de andere week zijn ze een weekendje bij de eigen vader of moeder). Het aantal vaste volwassen bezoekers is geslonken tot een kleine tien mensen.

Mijn antwoord op deze vraag was dat het nieuwtje er voor sommigen ervan af is. Ze hebben het gezien, er is weer iets anders voor in de plaats gekomen waar ze nu al hun tijd in steken (het is zo druk - ik heb een kleinkind - ik ben veel ziek). Waar richten we onze aandacht dan nu op, is de vraag. Laten we die mensen die ooit geweest zijn en die nu minder vaak komen hun eigen gang gaan, of doen we alle moeite om hen erbij te blijven betrekken? Vragen waar we niet direct antwoord op hebben. Voor mijzelf hoef ik niet zo nodig tijd te steken in mensen die niet verder willen. We bieden het aan en ze komen niet (meer).

Was het Jezus zelf niet die een verschil maakte tussen de menigte (de mensen die hem volgden omdat hij zo interessant was en mensen genas) en zijn volgelingen? Hij besteedde een groot deel van zijn tijd aan die laatste groep. Dat waren er uiteindelijk maar twintig of twaalf (afhankelijk van of je vrouwen bij die groep rekent). Toen de menigte zich na verloop van tijd van Hem afkeerde (het nieuwtje was eraf, zijn boodschap was toch wel heel moeilijk), vroeg hij zijn volgelingen of zij die menigte ook niet moesten volgen. Ze bleven en toonden daarmee werkelijk volgeling van Jezus te zijn. Dat aantal volgelingen was maar klein in de ogen van modernistische gemeentegroei experts. Het was toch dat aantal, dat werd uitgezonden en een verandering teweeg bracht in de toenmalige wereld.

In die zin is ons werk in de wijk moeilijk. We moeten namelijk daarmee ook onze eigen wensen en gedachten achter ons laten en niet blijven denken in termen van aantallen, maar leren denken in termen van kwaliteit. Bovendien zien we de mensen die wel komen niet alleen op zondag, maar ook op meerdere dagen in de week. Niet alleen de zondag waarop bijbels onderwijs wordt gegeven is heilig. Ook de dagen waarop we samen werken, samen met mensen op straat kletsen of sociaal werk doen zijn belangrijk om mensen te helpen iets van Jezus' liefde te laten zien.

Tegelijkertijd moeten we dit in het totale perspectief blijven zien. Elke dag spreken we met mensen in onze buurt over belangrijke zaken in het leven (waaronder over het geloof), waar gevestigde kerken jaren zonder succes bezig zijn geweest deze wijk te beëvangeliseren. Regelmatig vinden er clubs plaats waar mensen, kinderen en jongeren, kunnen zien hoe gelovigen reageren en leven. De groep mensen die ons kent groeit met behoorlijke regelmaat. Het grootste deel van deze mensen heeft nog nooit een kerk van binnen gezien. Ik vrees dat ze, naast ons, alleen maar christenen zijn tegengekomen die schreeuwend een "bekeer u" preek afstaken richting het winkelend publiek. Het zal dan ook een tijd duren voordat we met deze groep mensen over het geloof zullen spreken. Maar ik weet dat God werkt in rustige groei en niet met haast of manipulatie. Laat die mensen dus maar rustig genieten van de dingen die we samen met hen of voor hen doen. Wat begint met een positief woordje of een knipoog, kan uiteindelijk uitgroeien tot iemand die er echt voor gaat

Ik wil geen positief nieuws verspreiden, maar ook geen negatief nieuws. Er is een tijd om te genieten van de mooie dingen en de vele mensen die op een activiteit afkomen. Er zijn tijden waarop bepaalde dingen wat minder mensen trekken. Daarom wil ik eerlijke verhalen vertellen. Van genieten van succes tot zweten en tranen op momenten dat het minder gaat. En of dat "minder" nu ook minder is in de ogen van God is dan maar de grote vraag.

Missionair werk: het is vallen en opstaan; lachen en huilen; werken en uitrusten; praten en luisteren. Missionair werk is daarom volgens mij niet anders dan het gewone leven. Als wij maar bereid zijn ons te geven en niet bij de minste geringste tegenslag de oren te laten hangen. Mocht dat wel gebeuren (niets menselijks is ons vreemd), dan willen we opnieuw de ogen en al het andere dat in ons is ten hemel richten om ons nieuwe moed, nieuwe kracht en nieuwe ogen te geven om weer door te gaan.