Twee mensen in een kerkdienst. Iedereen is blij ze weer te zien. De een is gezonden om ver weg te gaan om daar missionair werk te doen. De ander is gezonden om een paar straten verder in de aangrenzende wijk missionair werk te doen.
De een komt een keer in de drie jaar om gedurende een halfjaar weer eens thuis te zijn in het land van herkomst.
De ander is thuis in het land en komt een keer in de vier weken in de kerk om weer even de contacten te verversen en om geestelijk opgebouwd te worden.
De een heeft eerst twee jaar nodig gehad om de taal en cultuur van het land waar hij heen was gezonden te leren kennen. Toen hij na die tijd die taal enigszins sprak en de cultuur een beetje begon aan te voelen, kon hij beginnen aan zijn daadwerkelijke werk. Om na een jaar weer te moeten terugkeren naar het land van herkomst voor het driejaarlijkse verlof.
De ander werkt in de samenleving en woont al ettelijke jaren in de wijk waarheen hij gezonden is. In zijn vrije tijd heeft hij de mensen en de cultuur van de wijk leren kennen en waarderen. Er is geen taalbarrière, alhoewel hij wel merkt dat hij bepaalde woorden die een geschoolde achtergrond verraden beter achterwege kan laten, getuige de gefronste wenkbrauwen na het uitspreken ervan.
De een wordt ondersteund vanuit de kerk en heeft een thuisfrontcommissie die alle zaken op gebied van financiën en gebed voor hem regelt. De kerk bidt ook regelmatig voor hem tijdens de kerkdiensten, vooral wanneer er een speciale zendingsdienst is.
De ander heeft in het begin ongebrip moeten overwinnen van gemeenteleden en de leiding van de gemeente, die niet begrepen waarom hij niet meer zou deelnemen aan de activiteiten van de gemeente, omdat hij zich volledig wilde wijden aan het werk in de wijk. Met enige aarzeling heeft men toegestaan hem en zijn gezin uit te zenden naar de wijk, waarbij wel nadrukkelijk werd verklaard dat het "niet de visie van de gemeente was" en dat de gemeente hem daarom niet zou ondersteunen. Ze respecteerden zijn keuze. Bevriende gemeenteleden in de thuiskerk spreken af en toe hun verbazing bij hem uit over hoe weinig er wordt gebeden voor hem en zijn gezin.
De een zit voor het eerst in die drie jaar in de kerkdienst en wordt met zorg en vreugde omringd door de gemeenteleden die hem hebben gemist. Ze zijn blij hem weer te zien. Ze hebben zijn nieuwsbrieven gelezen en zijn nu benieuwd naar zijn persoonlijke verhalen. Hij wordt vanaf de kansel verwelkomd en wordt gevraagd op het podium te vertellen hoe de Heer hem gezegend heeft.
De ander zit er ook bij en mag meeluisteren. Anderen spreken hem aan om te vertellen hoe geweldig zij het vinden dat de ander zo ver weg gaat om daar iets van Gods boodschap te mogen vertellen. Hij beaamt het belang ervan. Hij wordt niet op het podium gevraagd of omringd door verwarmde contacten om hem heen.
De een gaat weer terug na een halfjaar om weer door te ploeteren met de taal en het werk wat toch wel zwaar is als je maar de helft ervan verstaat. Zeker, er komen mensen tot het geloof. Er gebeuren geweldige dingen. Maar de vraag blijft bij hem knagen of hij echt aansluiting heeft gevonden bij de bevolking waar hij naar toe is gestuurd. Hij denkt terug aan de warme contacten en belangstelling van gemeenteleden in zijn thuisland. Die een bepaalde verwachting van hem hebben over hoe fijn en geweldig het is om daar in het verre land het geloof te mogen verkondigen. Hij heeft een hekel aan dat voetstuk en merkt hoezeer het werk hem tegenvalt en niet voldoet aan de romantische verwachtingen die hij ervan had.
Ook de ander ploetert door. Hij wordt maar weinig gebeld door de gemeenteleden. O, zeker, als ze in de kerk zijn, is iedereen zeer belangstellend, voor het moment. En iedereen die hij spreekt wil toch graag eens bij hem langskomen. Maar in het drukke bestaan komt het er gewoon niet van. De relaties in de wijk verstevigen en er ontstaat langzamerhand een wijkkerk waarin mensen uit de wijk warmte en genegenheid vinden. Ook bij hem knaagt het, maar dan meer over het gebrek aan ondersteuning, waardoor hij een gewone fulltimebaan heeft en het andere wijkwerk ernaast moet doen. De mensen willen graag dat hij langskomt. Maar ja, een week van een fulltime werker heeft maar vijf avonden en die zijn al snel gevuld met activiteiten en de noodzakelijke vergaderingen.
Twee mensen. Beiden zijn gezonden. Naar ver weg en naar dichtbij. Daardoor ontstaan verschillende beelden. Bij de een het romantische beeld van ver weg gaan. Bij de ander het beeld van werk doen naast het eigen werk. Ze worden allebei bekeken door anderen. Bij de een als een geweldig werker die grote dingen doet. Bij de ander als een van de velen die in het land werk voor God doet. De een heeft financiële ruimte om het werk te doen, maar mist de aansluiting bij de taal en cultuur om effectief te kunnen werken. De heeft wel voldoende aansluiting bij taal en cultuur en is daarom effectief in het werk, maar mist juist weer die financiële ruimte om daar goed handen en voeten aan te geven.
Twee vormen van eenzaamheid die zo zeer verschillend zijn, maar ook weer raakvlakken hebben. Want beiden ervaren hoe het is om gezonden te zijn. En beiden begrijpen waarom Jezus zegt dat de velden wit zijn om te oogsten, maar dat er zo weinig arbeiders zijn. En degenen die er wel zijn hebben geen tijd om het te doen, omdat ze of hun tijd aan taal of cultuur moeten besteden, of fulltime in de maatschappij moeten werken om brood op de plank te kunnen hebben.
Blog van Rick Jansen over leven en werken als kerkelijk pionier in een achterstandswijk
zaterdag 6 december 2008
vrijdag 5 december 2008
Eten voor de wijk
Dinsdagavond. Voor het eerst sinds tijden ben ik op die avond weer eens vrij. De wekelijkse computerles is afgelopen. Om iedereen daarvan in kennis te stellen loop ik toch nog even naar het wijkcentrum om postertjes op de ramen te plakken waarop de wijkgenoten kenbaar wordt gemaakt dat men in december alleen nog op vrijdag iets in de computerzaal kan doen.
Na afloop kom ik in gesprek met de vrijwillige beheerder die het vuur uit de sloffen loopt voor "haar" wijkcentrum. Ze zit wat onderuitgezakt, met een scheve mond. Het is niet leuk meer, vertelt ze. De beroepskrachten lopen allemaal langs elkaar heen. Sommigen zien je niet eens staan en groeten niet meer. En dan gaat het centrum over een paar jaar ook nog over naar een ander gebouw. Daar gaat ze niet meer mee naar toe. Ze vertelt ook over het jaarlijkse kerstfeest. Dat was altijd een echt feest, want het begon met een flink lopend buffet, georganiseerd door deze supervrijwilliger. Iedereen was er altijd over te spreken. Tot dit jaar. Het feest is haar uit handen genomen door de beroepskrachten. En het eten? Het wordt vervangen door wat hapjes van zeventig cent per stuk. Zoveel zijn vrijwilligers dus nog waard. Er is geen geld meer voor.
Vanavond zag ik de aankondiging op goedgelovig.nl over de primeur van goedgelovig.tv. Reporter Johan toog met camera en in zijn kielzog een Marokkaanse en Turkse Vogelaarbuurters als een christelijk Gert-Jan Dröge naar het GIDS gala op 24 november dat in het teken stond van "Pracht[wijk]jongeren". Prachtige christelijke satire met een knipoog naar de bezoekers.
Maar goed, dat gala zette me aan het denken. Hooggeplaatste christenen met veel geld krijgen een leuke avond aangeboden en in ruil daarvoor brengen ze geld op voor het goede doel, de moderne zielige negertjes uit het donkere Afrika: de pracht[wijk]jongeren.
Voor slechts €2500 kon men een tafel reserveren voor acht gasten, waardoor de goed bedeelde de avond kon doorbrengen met één bekende Nederlander en een lid van één van de organisaties aan de eigen tafel.
De opbrengst natuurlijk bestemd voor zielige "jongeren en integratie in de aandachtswijken".
En natuurlijk kreeg de gast waar voor zijn geld:
* Een avondvullend, multimediaal programma.
* Spreker: Minister André Rouvoet.
* Een uitgebreid diner.
* Informatie over de jongeren en het werken in de aandachtswijken.
* Afwisselende optredens o.a. Daniël Wayenberg.
* Een veiling van bijzondere en ludieke (kunst)items.
Dat is nou eens leuk. Gezellig met elkaar, een bekende Nederlander en een organisatievertegenwoordiger een avond doorbrengen voor die wijken. Gezellig met elkander eten voor de wijk.
Ik ben benieuwd hoeveel mensen van de organisaties nu echt in de wijk wonen en hoeveel er aan de tafels zaten die echt iets konden vertellen over de nood van jongeren in de wijk.
Het contrast is groot. Waar aan de ene kant met een gala kan worden gegeten voor de wijk, is er aan de andere kant geen geld meer voor een jaarlijkse buffetmaaltijd voor het "goud in de wijk". Met een geweldige slogan voor de wijk wordt ergens ver weg van die enge prachtwijken, in een luxueus onderkomen, een avondvullend programma gedraaid voor al die jongens en meisjes onder elkaar.
Wat zou het effect zijn geweest als een dergelijk programma was gedraaid tijdens ons wijk-kerstfeest? Elke tafel bezet met enkele pracht[wijk]vrijwilligers die in geuren en kleuren kunnen vertellen over de moeite en pijn waarmee ze hun vrijwilligerswerk doen, maar ook de vreugde en liefde waarin ze dat werk doen. Dat zou nog eens zoden aan de dijk zetten. Weg met die eeuwige BN-ers en vervang ze voor goede VN-ers aan tafel.
Wie weet komt het er nog eens van om zo'n prachtdiner in prachtwijken te organiseren. Ondertussen zie ik als onderdeel van een van de "ontvangende" organisaties uit naar het bedrag dat van het gala overkomt naar onze Villa Klarendal (die geen The Mall is, dus of wij er van kunnen meegenieten???).
Kunnen we daarvan misschien in de wijk een heel klein multicultureel integratiefeestje mèt eten organiseren...
Na afloop kom ik in gesprek met de vrijwillige beheerder die het vuur uit de sloffen loopt voor "haar" wijkcentrum. Ze zit wat onderuitgezakt, met een scheve mond. Het is niet leuk meer, vertelt ze. De beroepskrachten lopen allemaal langs elkaar heen. Sommigen zien je niet eens staan en groeten niet meer. En dan gaat het centrum over een paar jaar ook nog over naar een ander gebouw. Daar gaat ze niet meer mee naar toe. Ze vertelt ook over het jaarlijkse kerstfeest. Dat was altijd een echt feest, want het begon met een flink lopend buffet, georganiseerd door deze supervrijwilliger. Iedereen was er altijd over te spreken. Tot dit jaar. Het feest is haar uit handen genomen door de beroepskrachten. En het eten? Het wordt vervangen door wat hapjes van zeventig cent per stuk. Zoveel zijn vrijwilligers dus nog waard. Er is geen geld meer voor.
Vanavond zag ik de aankondiging op goedgelovig.nl over de primeur van goedgelovig.tv. Reporter Johan toog met camera en in zijn kielzog een Marokkaanse en Turkse Vogelaarbuurters als een christelijk Gert-Jan Dröge naar het GIDS gala op 24 november dat in het teken stond van "Pracht[wijk]jongeren". Prachtige christelijke satire met een knipoog naar de bezoekers.
Maar goed, dat gala zette me aan het denken. Hooggeplaatste christenen met veel geld krijgen een leuke avond aangeboden en in ruil daarvoor brengen ze geld op voor het goede doel, de moderne zielige negertjes uit het donkere Afrika: de pracht[wijk]jongeren.
Voor slechts €2500 kon men een tafel reserveren voor acht gasten, waardoor de goed bedeelde de avond kon doorbrengen met één bekende Nederlander en een lid van één van de organisaties aan de eigen tafel.
De opbrengst natuurlijk bestemd voor zielige "jongeren en integratie in de aandachtswijken".
En natuurlijk kreeg de gast waar voor zijn geld:
* Een avondvullend, multimediaal programma.
* Spreker: Minister André Rouvoet.
* Een uitgebreid diner.
* Informatie over de jongeren en het werken in de aandachtswijken.
* Afwisselende optredens o.a. Daniël Wayenberg.
* Een veiling van bijzondere en ludieke (kunst)items.
Dat is nou eens leuk. Gezellig met elkaar, een bekende Nederlander en een organisatievertegenwoordiger een avond doorbrengen voor die wijken. Gezellig met elkander eten voor de wijk.
Ik ben benieuwd hoeveel mensen van de organisaties nu echt in de wijk wonen en hoeveel er aan de tafels zaten die echt iets konden vertellen over de nood van jongeren in de wijk.
Het contrast is groot. Waar aan de ene kant met een gala kan worden gegeten voor de wijk, is er aan de andere kant geen geld meer voor een jaarlijkse buffetmaaltijd voor het "goud in de wijk". Met een geweldige slogan voor de wijk wordt ergens ver weg van die enge prachtwijken, in een luxueus onderkomen, een avondvullend programma gedraaid voor al die jongens en meisjes onder elkaar.
Wat zou het effect zijn geweest als een dergelijk programma was gedraaid tijdens ons wijk-kerstfeest? Elke tafel bezet met enkele pracht[wijk]vrijwilligers die in geuren en kleuren kunnen vertellen over de moeite en pijn waarmee ze hun vrijwilligerswerk doen, maar ook de vreugde en liefde waarin ze dat werk doen. Dat zou nog eens zoden aan de dijk zetten. Weg met die eeuwige BN-ers en vervang ze voor goede VN-ers aan tafel.
Wie weet komt het er nog eens van om zo'n prachtdiner in prachtwijken te organiseren. Ondertussen zie ik als onderdeel van een van de "ontvangende" organisaties uit naar het bedrag dat van het gala overkomt naar onze Villa Klarendal (die geen The Mall is, dus of wij er van kunnen meegenieten???).
Kunnen we daarvan misschien in de wijk een heel klein multicultureel integratiefeestje mèt eten organiseren...
dinsdag 2 december 2008
Gemeenschap en samenleving
Een paar weken geleden had ik weer een trieste ervaring van hoever de kerken afstaan van onze samenleving. De kerk waar ik vandaan kom, een locale pinkstergemeente in Arnhem, hield een braderie. Het leek hen leuk en zinvol eigen spullen te verkopen en de opbrengst daarvan aan de gemeente te schenken.
Ik fluisterde de organisator, op een ochtend dat ik ik de gemeente was, in het oor dat zij wellicht de braderie breder bekend zou kunnen maken in de wijk waar de kerk in gehuisvest is. Dat vond ze een prachtig idee. Er werden foldertjes gemaakt en die werden huis-aan-huis verspreid.
Er zijn helaas slechts enkele wijkgenoten gekomen. De reden is voor niemand bekend. De vraag was echter of de gebruikte methode met alle post- en reclamemateriaal wel zo geschikt was. Ik had haar gezegd posters op te hangen in de winkels. Dat werd ook gedaan door de organisator van een straatrommelmarkt. Onze organisator probeerde het alleen bij de grote supermarkten. Waar zij werd geweigerd.
Deze situatie deed mij pijn. Ik merk hoe ver de meeste kerken en gemeenten afstaan van de samenleving en de mensen die hen van dichtbij in de straat meemaken. Voor de meeste wijkbewoners zijn kerkgangers, steeds vaker komend met de auto, alleen maar overlastgevend. Ze zien de kerk alleen als ze uit de auto stappen en snel over straat richting kerk gaan. De kerk, dat is een gesloten gemeenschap, waar alleen maar hoge drempels zijn waar je overheen moet stappen om er binnen te komen.
Dat is voor mij de reden geweest te experimenteren met hoe ik als christen, deel van de grote kerkgemeenschap, onderdeel van de wijkgemeenschap kan zijn. Als de mensen niet meer naar de kerk komen, moet de kerk maar naar de mensen gaan. Toen we langzamerhand wat meer voor onze wijk gingen doen, was dat met een open mind en een open blik naar de mensen en de wijk toe. We wilden geen dubbele agenda hebben waardoor mensen het gevoel zouden hebben dat we activiteiten deden om uiteindelijk mensen te bekeren.
Dichtbij mensen staan en hun noden zien en erkennen, daar begint het mee. We wilden mensen de kans geven om aan ons te wennen. Dat deden we door veel met hen te praten over de dingen die ze meemaken. Dan leer je langzaam maar zeker zo'n wijk wel kennen. Juist mensen die al hun hele leven in de wijk wonen, zijn daar de geschikte mensen voor. Door met enkele van deze buurtgenoten op te trekken, begon onze kennis over de wijk te groeien.
De activiteiten die we deden, verrichtten we als vrijwilligers onder de vlag van een reguliere wijkorganisatie. Er was toen best wel veel onenigheid tussen ons werk en het werk in het wijkcentrum. Wij trokken ons niets aan van die onenigheid en legden contacten met de werkers die we wekelijks tegenkwamen. Daardoor leerden we voor een deel ook de professionals in het wijkcentrum kennen en waarderen. Ik heb daardoor gemerkt hoe goed het is om zoveel mogelijk samen te werken. Door samen voor hetzelfde te staan, werden we deel van het geheel. Deel worden van die organisatie, gaf een gevoel van saamhorigheid. We kwamen niet van buitenaf om "maar even te helpen". Nee, we maakten er deel van uit, wat vertrouwen wekte.
In gesprekken kwam ook af en toe ons geloof naar voren. Doordat we al veel hadden gedaan, was het voor de wijkbewoners niet vreemd om dat te horen. Ze linkten dat daaraan en we merkten dat mensen daardoor meer open stonden voor wat we zeiden. Wij waren al een tijd bereid om ons zonder woorden voor de wijk in te zetten. Mensen die dat met zo'n harde werkers mentaliteit doen, daar wil je wel eens naar luisteren.
Voor veel christenen is een dergelijke vorm van werken wezensvreemd. Wij zijn immers de kerk en wij hebben de waarheid in pacht. Mensen om ons heen moeten op zoek zijn naar de waarheid en zullen getrokken moeten worden naar het gebouw van de kerk toe. We organiseren activiteiten van binnenuit naar buiten, waar we eerst beginnen met bidden, vervolgens gaan we erop uit, nodigen mensen uit om naar ons toe te komen en gaan vervolgens weer terug in de hoop dat mensen onze uitnodiging aannemen om bij ons binnen te komen. Deze methode wordt ook wel inside-out genoemd, een verwijzing van wat we doen: we gaan van binnen naar buiten.
Ons werk in de wijk gaat van het omgekeerde uit. Wij staan "buiten", we begeven ons onder de mensen. Daar ligt ons werkterrein en daar is ook ons thuis. Daar willen wij ook vertrouwd mee raken, zodat de dingen die mensen meemaken ook gelijk zijn aan wat wij meemaken en omgekeerd. Doordat we zo vertrouwd met elkaar zijn is het verschil tussen "binnen" en "buiten" niet zo groot meer. Wijzelf, als ambassadeurs van Christus, zijn immers vetrouwd met de mensen met wie we omgaan. Als er dan mensen zijn die op wat voor manier dan ook interesse tonen voor het geloof, dan nodigen we ze uit voor een brunch en viering bij Villa Klarendal. Doordat wij daar ook zijn, is de Villa voor die bezoekers al een vertrouwde omgeving. We gedragen ons daar niet anders dan op de andere dagen dat we hen tegenkomen. Daardoor is er een natuurlijke en vertrouwelijke weg tussen het wijkwerk en het geloof. Het geloof is daardoor weer tussen de mensen en staat niet ver van hen af.
Daarom vermijden we telkens ook woorden als "kerk" of "gemeente", maar gebruiken bekende woorden als "Villa", "brunch", "diner", "viering" of "ontmoeting".
Interessant daarbij (en een leuke vraag voor de toekomst) is dat sommige vaste bezoekers (gemeenteleden in kerkelijke taal) inmiddels enthousiast mensen uitnodigen voor de Villa, de brunch/diner en viering. En wat vragen ze dan: Kom je ook naar onze kerk, waar we lekker eten? Waarop ik dan moet uitleggen dat die "kerk" Villa Klarendal heet. Ik weet nog niet of het enthousiasme van deze gemeenteleden blokkades zal gaan opwerpen door het woordgebruik, of alleen maar enthousiasmerend zal zijn, omdat de anderen onze leden al zo goed kennen.
Midden in de samenleving staan. Ik blijf het een uitdaging vinden. Om dichtbij mensen te staan en onderdeel uit te maken van hun leven. Om met hen samen te werken en zodoende het vertrouwen te winnen voor een gezamenlijke relatie. Een relatie die ik niet dwangmatig wil aansturen op spreken over het geloof. Maar die ik organisch wil aangaan, waarbij ik in alle spontaniteit mijzelf, de ander en God de kans wil geven om in echte relatie met elkaar te komen. Mijn relatie met hen wil ik niet laten uitgroeien tot "een contact" zoals dat zo mooi in evangelisatietermen wordt gebruikt, maar tot "een vriend" of "een vriendin", waarin de hartsrelatie voorop staat. Dat wordt het contact tussen elkaar ook hartelijk en warm en ontstaat er een gemeenschap waar veel mensen in deze wereld zo naar hunkeren. Zoals een vrouw laatst tegen me zei: "ik heb behoefte aan familie die naar me omziet, voor me zorgt en meeleeft en -denkt met de dingen die ik moeilijk vindt". Waarna ze gelukkig zei dat ze twee redenen heeft om in Arnhem te blijven wonen: de rust voor haar zoons en haar relatie met ons. Zo dichtbij verlang ik naast mensen midden in de samenleving te komen staan.
Ik fluisterde de organisator, op een ochtend dat ik ik de gemeente was, in het oor dat zij wellicht de braderie breder bekend zou kunnen maken in de wijk waar de kerk in gehuisvest is. Dat vond ze een prachtig idee. Er werden foldertjes gemaakt en die werden huis-aan-huis verspreid.
Er zijn helaas slechts enkele wijkgenoten gekomen. De reden is voor niemand bekend. De vraag was echter of de gebruikte methode met alle post- en reclamemateriaal wel zo geschikt was. Ik had haar gezegd posters op te hangen in de winkels. Dat werd ook gedaan door de organisator van een straatrommelmarkt. Onze organisator probeerde het alleen bij de grote supermarkten. Waar zij werd geweigerd.
Deze situatie deed mij pijn. Ik merk hoe ver de meeste kerken en gemeenten afstaan van de samenleving en de mensen die hen van dichtbij in de straat meemaken. Voor de meeste wijkbewoners zijn kerkgangers, steeds vaker komend met de auto, alleen maar overlastgevend. Ze zien de kerk alleen als ze uit de auto stappen en snel over straat richting kerk gaan. De kerk, dat is een gesloten gemeenschap, waar alleen maar hoge drempels zijn waar je overheen moet stappen om er binnen te komen.
Dat is voor mij de reden geweest te experimenteren met hoe ik als christen, deel van de grote kerkgemeenschap, onderdeel van de wijkgemeenschap kan zijn. Als de mensen niet meer naar de kerk komen, moet de kerk maar naar de mensen gaan. Toen we langzamerhand wat meer voor onze wijk gingen doen, was dat met een open mind en een open blik naar de mensen en de wijk toe. We wilden geen dubbele agenda hebben waardoor mensen het gevoel zouden hebben dat we activiteiten deden om uiteindelijk mensen te bekeren.
Dichtbij mensen staan en hun noden zien en erkennen, daar begint het mee. We wilden mensen de kans geven om aan ons te wennen. Dat deden we door veel met hen te praten over de dingen die ze meemaken. Dan leer je langzaam maar zeker zo'n wijk wel kennen. Juist mensen die al hun hele leven in de wijk wonen, zijn daar de geschikte mensen voor. Door met enkele van deze buurtgenoten op te trekken, begon onze kennis over de wijk te groeien.
De activiteiten die we deden, verrichtten we als vrijwilligers onder de vlag van een reguliere wijkorganisatie. Er was toen best wel veel onenigheid tussen ons werk en het werk in het wijkcentrum. Wij trokken ons niets aan van die onenigheid en legden contacten met de werkers die we wekelijks tegenkwamen. Daardoor leerden we voor een deel ook de professionals in het wijkcentrum kennen en waarderen. Ik heb daardoor gemerkt hoe goed het is om zoveel mogelijk samen te werken. Door samen voor hetzelfde te staan, werden we deel van het geheel. Deel worden van die organisatie, gaf een gevoel van saamhorigheid. We kwamen niet van buitenaf om "maar even te helpen". Nee, we maakten er deel van uit, wat vertrouwen wekte.
In gesprekken kwam ook af en toe ons geloof naar voren. Doordat we al veel hadden gedaan, was het voor de wijkbewoners niet vreemd om dat te horen. Ze linkten dat daaraan en we merkten dat mensen daardoor meer open stonden voor wat we zeiden. Wij waren al een tijd bereid om ons zonder woorden voor de wijk in te zetten. Mensen die dat met zo'n harde werkers mentaliteit doen, daar wil je wel eens naar luisteren.
Voor veel christenen is een dergelijke vorm van werken wezensvreemd. Wij zijn immers de kerk en wij hebben de waarheid in pacht. Mensen om ons heen moeten op zoek zijn naar de waarheid en zullen getrokken moeten worden naar het gebouw van de kerk toe. We organiseren activiteiten van binnenuit naar buiten, waar we eerst beginnen met bidden, vervolgens gaan we erop uit, nodigen mensen uit om naar ons toe te komen en gaan vervolgens weer terug in de hoop dat mensen onze uitnodiging aannemen om bij ons binnen te komen. Deze methode wordt ook wel inside-out genoemd, een verwijzing van wat we doen: we gaan van binnen naar buiten.
Ons werk in de wijk gaat van het omgekeerde uit. Wij staan "buiten", we begeven ons onder de mensen. Daar ligt ons werkterrein en daar is ook ons thuis. Daar willen wij ook vertrouwd mee raken, zodat de dingen die mensen meemaken ook gelijk zijn aan wat wij meemaken en omgekeerd. Doordat we zo vertrouwd met elkaar zijn is het verschil tussen "binnen" en "buiten" niet zo groot meer. Wijzelf, als ambassadeurs van Christus, zijn immers vetrouwd met de mensen met wie we omgaan. Als er dan mensen zijn die op wat voor manier dan ook interesse tonen voor het geloof, dan nodigen we ze uit voor een brunch en viering bij Villa Klarendal. Doordat wij daar ook zijn, is de Villa voor die bezoekers al een vertrouwde omgeving. We gedragen ons daar niet anders dan op de andere dagen dat we hen tegenkomen. Daardoor is er een natuurlijke en vertrouwelijke weg tussen het wijkwerk en het geloof. Het geloof is daardoor weer tussen de mensen en staat niet ver van hen af.
Daarom vermijden we telkens ook woorden als "kerk" of "gemeente", maar gebruiken bekende woorden als "Villa", "brunch", "diner", "viering" of "ontmoeting".
Interessant daarbij (en een leuke vraag voor de toekomst) is dat sommige vaste bezoekers (gemeenteleden in kerkelijke taal) inmiddels enthousiast mensen uitnodigen voor de Villa, de brunch/diner en viering. En wat vragen ze dan: Kom je ook naar onze kerk, waar we lekker eten? Waarop ik dan moet uitleggen dat die "kerk" Villa Klarendal heet. Ik weet nog niet of het enthousiasme van deze gemeenteleden blokkades zal gaan opwerpen door het woordgebruik, of alleen maar enthousiasmerend zal zijn, omdat de anderen onze leden al zo goed kennen.
Midden in de samenleving staan. Ik blijf het een uitdaging vinden. Om dichtbij mensen te staan en onderdeel uit te maken van hun leven. Om met hen samen te werken en zodoende het vertrouwen te winnen voor een gezamenlijke relatie. Een relatie die ik niet dwangmatig wil aansturen op spreken over het geloof. Maar die ik organisch wil aangaan, waarbij ik in alle spontaniteit mijzelf, de ander en God de kans wil geven om in echte relatie met elkaar te komen. Mijn relatie met hen wil ik niet laten uitgroeien tot "een contact" zoals dat zo mooi in evangelisatietermen wordt gebruikt, maar tot "een vriend" of "een vriendin", waarin de hartsrelatie voorop staat. Dat wordt het contact tussen elkaar ook hartelijk en warm en ontstaat er een gemeenschap waar veel mensen in deze wereld zo naar hunkeren. Zoals een vrouw laatst tegen me zei: "ik heb behoefte aan familie die naar me omziet, voor me zorgt en meeleeft en -denkt met de dingen die ik moeilijk vindt". Waarna ze gelukkig zei dat ze twee redenen heeft om in Arnhem te blijven wonen: de rust voor haar zoons en haar relatie met ons. Zo dichtbij verlang ik naast mensen midden in de samenleving te komen staan.
zondag 30 november 2008
Discipelschap: waar begint het?
Ik ben opgegroeid in de gedachten die een zekere meneer Engel ooit heeft beschreven in zijn "schaal van Engel". Daarin werd ons geleerd dat mensen een stel logische stappen nemen richting het geloof. Degene die het meest veraf staat is "-8" en wijst al het bovennatuurlijke af. Vandaar uit loopt de schaal uit op stap "0" waarin de wedergeboorte en persoonlijke levensovergave plaatsvindt. Vervolgens begint het leven van Jezus' volgen, ook wel discipelschap genoemd, wat in die schaal wordt weergegeven in "+" getallen.
Zo lees ik op de website Alles over Jezus volgen: Een discipel is per definitie een overtuigd aanhanger van een school of een individu. In het geval van Jezus waren Zijn discipelen de mensen die Hem volgden toen Hij op aarde was, maar ook de mensen die Hem en Zijn leerstellingen vandaag de dag nog volgen.
Tot voor kort was ik deze mening aangedaan. Je gaat een proces met Jezus aan op het moment dat je gaat geloven en echt bewust kiest om achter Hem aan te gaan.
Door ons huidige werk worden veel ideeën die ik vroeger had behoorlijk door elkaar geschud. Op het gebied van discipelschap zie ik dat we rondom ons een achttal mensen hebben verzameld die bereid zijn om samen met ons achter Jezus aan te gaan en van Hem te leren. Maar wie zijn die mensen?
De een is van oorsprong een hindoe en gaat nog af en toe, omdat haar vader het vraagt, naar de tempel. Tegelijkertijd maakt ze wonderen mee waardoor ze verlangt om Jezus te volgen.
Een ander is helemaal weg van alle soapseries die er maar bestaan en bekijkt alle realityprogramma's die er maar zijn. Ze laat alles daarvoor staan. Toch verlangt ze Jezus te volgen.
Nog weer iemand vliegt van hot naar her en is zo chaotisch als het maar kan. Er is geen afspraak mee te maken. Toch verlangt ze Jezus te volgen.
Een ander loopt met een grote muts om haar hoofd. Ze zegt overtuigd Rastafari te zijn. Tegelijkertijd wil ze heel graag bij de bijbelstudies komen, omdat ze daar zo vreselijk veel van opsteekt. Ze zegt dat ze bij een familie is terecht gekomen waar het warm is en waar ook praktisch wordt nagedacht over de problemen waar ze tegenaan loopt. Ze wil er graag nog veel meer van leren.
Kortom, we zien in onze omgeving allerlei mensen die verlangen Jezus te volgen. We weten niet of ze aanbeland zijn op schaal 0 op de schaal van Engel. Maar of ze daarvoor hangen of daar al overheen zijn, er is een ding dat hen bindt. Ze verlangen om Jezus beter te leren kennen, van Hem te leren en achter Hem aan te gaan.
Dat brengt me bij de vraag of de scherpe indeling in gelovig-ongelovig en het moment waarop bekering en wedergeboorte plaatsvindt voor Jezus wel zo belangrijk is. Als we kijken naar de discipelen die hij om zich heen verzamelde, kwamen ze ook van allerlei achtergrond. De een was een vrijheidsstrijder, de ander een tollenaar, nog weer een een godsdienstleraar en anderen vissers. Wanneer kwam bij hen het moment dat ze tot bekering kwamen? Voor de ene theoloog is dat het moment dat ze achter Jezus aangingen. Voor de ander het moment waarop Jezus op hen blies en zei "ontvang de Heilige Geest". Een derde zegt dat de echte wedergeboorte pas plaatsvond op het moment dat de Heilige Geest over hen kwam.
Met mijn ervaring in het achterhoofd merk ik dat ik die tweedeling niet meer zo belangrijk vind. Vanaf het moment dat mensen interesse tonen om daadwerkelijk achter Jezus aan te gaan, gaan ze die relatie aan. Ze groeien langzaam maar zeker naar een diepere relatie met hem en beginnen steeds meer te leren over wat hij zegt.
Misschien is de scherpe tweedeling ook een oorzaak dat veel christenen bij de wedergeboorte en bekering blijven steken. Dan zijn ze over de grens, omdat ze overtuigd zijn geraakt door een evangelisatieboodschap dat ze hun leven aan Jezus geven. Die boodschap dringt alleen aan op een dergelijke keuze en reikt niet verder dan dat. Als ze dan eenmaal over die streep zijn, worden ze ineens geconfronteerd met een nieuw fenomeen waarvan ze daarvoor nog niet hebben gehoord. Een deel van hen voelt niet de behoefte om daarin mee te gaan. De evangelist had immers aangedrongen op een overgave aan Jezus?
Wat zetten we centraal in ons geloof: de wedergeboorte en bekering, waarbij we een nieuw leven prediken dat vergeven is van zonde en dat uitziet naar de uiteindelijke bevrijding van zonde na dit leven? Of het samen op weg gaan met Jezus, waarin mensen praktisch geleerd wordt om Jezus te volgen in dit leven, waarbij alle aspecten van het geloof al wandelend met elkaar vanzelf ter sprake komen? Wie zal het zeggen?
Zo lees ik op de website Alles over Jezus volgen: Een discipel is per definitie een overtuigd aanhanger van een school of een individu. In het geval van Jezus waren Zijn discipelen de mensen die Hem volgden toen Hij op aarde was, maar ook de mensen die Hem en Zijn leerstellingen vandaag de dag nog volgen.
Tot voor kort was ik deze mening aangedaan. Je gaat een proces met Jezus aan op het moment dat je gaat geloven en echt bewust kiest om achter Hem aan te gaan.
Door ons huidige werk worden veel ideeën die ik vroeger had behoorlijk door elkaar geschud. Op het gebied van discipelschap zie ik dat we rondom ons een achttal mensen hebben verzameld die bereid zijn om samen met ons achter Jezus aan te gaan en van Hem te leren. Maar wie zijn die mensen?
De een is van oorsprong een hindoe en gaat nog af en toe, omdat haar vader het vraagt, naar de tempel. Tegelijkertijd maakt ze wonderen mee waardoor ze verlangt om Jezus te volgen.
Een ander is helemaal weg van alle soapseries die er maar bestaan en bekijkt alle realityprogramma's die er maar zijn. Ze laat alles daarvoor staan. Toch verlangt ze Jezus te volgen.
Nog weer iemand vliegt van hot naar her en is zo chaotisch als het maar kan. Er is geen afspraak mee te maken. Toch verlangt ze Jezus te volgen.
Een ander loopt met een grote muts om haar hoofd. Ze zegt overtuigd Rastafari te zijn. Tegelijkertijd wil ze heel graag bij de bijbelstudies komen, omdat ze daar zo vreselijk veel van opsteekt. Ze zegt dat ze bij een familie is terecht gekomen waar het warm is en waar ook praktisch wordt nagedacht over de problemen waar ze tegenaan loopt. Ze wil er graag nog veel meer van leren.
Kortom, we zien in onze omgeving allerlei mensen die verlangen Jezus te volgen. We weten niet of ze aanbeland zijn op schaal 0 op de schaal van Engel. Maar of ze daarvoor hangen of daar al overheen zijn, er is een ding dat hen bindt. Ze verlangen om Jezus beter te leren kennen, van Hem te leren en achter Hem aan te gaan.
Dat brengt me bij de vraag of de scherpe indeling in gelovig-ongelovig en het moment waarop bekering en wedergeboorte plaatsvindt voor Jezus wel zo belangrijk is. Als we kijken naar de discipelen die hij om zich heen verzamelde, kwamen ze ook van allerlei achtergrond. De een was een vrijheidsstrijder, de ander een tollenaar, nog weer een een godsdienstleraar en anderen vissers. Wanneer kwam bij hen het moment dat ze tot bekering kwamen? Voor de ene theoloog is dat het moment dat ze achter Jezus aangingen. Voor de ander het moment waarop Jezus op hen blies en zei "ontvang de Heilige Geest". Een derde zegt dat de echte wedergeboorte pas plaatsvond op het moment dat de Heilige Geest over hen kwam.
Met mijn ervaring in het achterhoofd merk ik dat ik die tweedeling niet meer zo belangrijk vind. Vanaf het moment dat mensen interesse tonen om daadwerkelijk achter Jezus aan te gaan, gaan ze die relatie aan. Ze groeien langzaam maar zeker naar een diepere relatie met hem en beginnen steeds meer te leren over wat hij zegt.
Misschien is de scherpe tweedeling ook een oorzaak dat veel christenen bij de wedergeboorte en bekering blijven steken. Dan zijn ze over de grens, omdat ze overtuigd zijn geraakt door een evangelisatieboodschap dat ze hun leven aan Jezus geven. Die boodschap dringt alleen aan op een dergelijke keuze en reikt niet verder dan dat. Als ze dan eenmaal over die streep zijn, worden ze ineens geconfronteerd met een nieuw fenomeen waarvan ze daarvoor nog niet hebben gehoord. Een deel van hen voelt niet de behoefte om daarin mee te gaan. De evangelist had immers aangedrongen op een overgave aan Jezus?
Wat zetten we centraal in ons geloof: de wedergeboorte en bekering, waarbij we een nieuw leven prediken dat vergeven is van zonde en dat uitziet naar de uiteindelijke bevrijding van zonde na dit leven? Of het samen op weg gaan met Jezus, waarin mensen praktisch geleerd wordt om Jezus te volgen in dit leven, waarbij alle aspecten van het geloof al wandelend met elkaar vanzelf ter sprake komen? Wie zal het zeggen?
zaterdag 29 november 2008
Een hele andere wereld
Vandaag weer eens naar een van mijn favoriete programma's "de wereld draait door" gekeken. Vandaag zit de documentairemaakster aan tafel die enkele weken geleden ophef veroorzaakte doordat een bepaalde groep jongeren een nogal verwrongen idee heeft over seks.
In het programma doet ze een uitspraak. We zouden eens wat meer aandacht moeten hebben voor jongeren in achterstandswijken. Want ze groeien op in een straatcultuur, waarin jongens en meisjes zich op een bepaalde manier moeten gedragen. Er is een zekere stoerheid, machogedrag, waar ze zich mee staande weten te houden.
Onze wijken. Ze liggen in Nederland. De gemiddelde bewoner van een rijtjeshuis in een nieuwbouwbuurt, een slaapwijk (een wijk waar de mensen elkaar kennen van het in de auto stappen of het uitlaten van de hond) heeft er geen weet van. Die denkt dat alles gaat zoals het bij hem gaat.
Maar nee, het is een andere wereld. Een andere cultuur. Waar je verhalen hoort waar onze oren van klapperen.
Een meisje van vijftien vertelt hoe ze weer eens lekker heeft geneukt met haar vriend.
Een meisje vertelt hoe ze zich gisteren weer helemaal lam heeft gezopen en ik zie het aan de manier waarop ze zich gedraagt.
Twee gezinsleden vertellen hoe er op straat onenigheid was met een Turkse jongen. Nog geen tien minuten later staat zijn hele familie voor de deur om de familie van de gezinsleden eens een lesje te leren. En natuurlijk verdedig je dan je gezin met alles wat in je is tegen die vuile....
In een voetbalwedstrijd geeft de scheidsrechter de bal aan de tegenstander, waarna direct een rel van heb ik jou daar ontstaat. Het is niet eerlijk zoals de scheids fluit. Want die ander was oneerlijk. Met moeite worden ze uit elkaar gehouden. Want koste wat het kost moeten ze winnen.
Dan voel ik de neiging van mijn opvoeding en alles wat in mij is om te moraliseren. Dat moet je niet doen. Dat is niet goed. Weet je wel wat de gevolgen zijn. Maar ik woon hier. En spreek ze misschien een of twee keer per week. Terwijl ze opgroeien in een cultuur die ze dagelijks, elk uur van de dag meemaken. Die cultuur lijkt meester over ze te zijn. Ik sta machteloos tegenover dergelijk geweld.
Wie ben ik om een jongere het genot van een orgasme te ontnemen. Maar ja, ze is zo jong en onervaren en wordt hierdoor zo snel volwassen, en stel je voor dat ze die pil vergeet of de jongen in dat heetste moment geen zin meer heeft om dat ding om zijn piemel te rollen.
Ja, we komen ze tegen, de tienermoedertjes van 16, 17 met een kind. Gisteren nog een meisje van 19 met een dochter van 3. Weliswaar uit een andere wijk in een andere stad, maar uit dezelfde cultuur. Vind je dat niet jammer van je leven, vraag ik. Nee hoor, ik heb een lieve vent (10 jaar ouder, de pedo, zouden wij denken). En een hartstikke lieve dochter die ik soms wel achter het behang wil plakken (ja wat wil je, mijn dochter van die leeftijd is met andere dingen bezig). En mijn moeder was ook zo oud toen ik werd geboren (wauw! oma op 32-jarige leeftijd - als ze zo doorgaan, kan oma nog bet-bet-overgrootmoeder worden, maar ja, in deze wijken wordt men niet zo oud).
Een andere wereld dan waar ik vandaan kom. De verhalen doen me pijn. Want het kan ook zo anders. Kinderen hebben toch ook rust nodig. Aan de andere kant komen ze heel graag bij ons. Schrijven teksten als "de villa is alles voor mij". Zijn zo open, dat ze al die verhalen aan ons vertellen. En dit is nog maar het topje van de ijsberg. Nee, we moeten hier niet moraliseren. Onze taak is mee te leven. Naast ze te staan. Samen met ze optrekken. Ze misschien een beetje laten voelen in hoe wij leven dat er een andere wereld is en een ANDER die je accepteert zoals je bent. Dan moet je niet aankomen met "maar dan wel eerst dit en dat veranderen". Nee, Hij houdt van je zoals je nu bent. Met al dat zuipen, vechten, neuken en ongetwijfeld ook nog snuiven en slikken erbij. Diep achter die facade van stoerheid en alles willen beleven zit een klein kind dat hunkert naar aandacht, liefde en warmte. Dat is niet te vangen in een mooi filmpje, zoals we die kennen van de zielige Afrikaantjes die naar diezelfde dingen hunkeren naast het noodzakelijke eten. Daarom maar even een schrijvend filmpje waarin voor sommigen misschien de koude werkelijkheid rauw op het dak valt.
Een andere wereld, niet ver weg, maar dichtbij. We doen er lacherig over en geinen over de levensliederen die uit het hart meegezongen worden. Het staat misschien toch weer wel ver weg van ons. Maar het is er. En we worden er mee geconfronteerd als er weer eens een rel uitbreekt, een stel supporters met elkaar op de vuist gaat, ergens een mes tussen de ribben wordt gestoken, of weer eens een gezin volledig ontspoort wat uitkomt doordat een van het lichaam gescheiden hoofdje wordt gevonden. Dan klagen we ach en wee en vragen ons af hoe het toch komt.
Misschien komt het wel door het gemis aan gelovigen die deze wijken zo kenmerkt. Dan kan die vreselijke ander die God zo haat welig tieren. Er heerst duisternis, zeggen we dan. Maar denken niet na over de oorzaken ervan. Deze wijken zijn op zoek naar lichtjes in die duisternis. Kinderen die de weg kwijt zijn smachten naar een gids die hen oppakt en hen meeneemt naar de juiste weg.
In het programma doet ze een uitspraak. We zouden eens wat meer aandacht moeten hebben voor jongeren in achterstandswijken. Want ze groeien op in een straatcultuur, waarin jongens en meisjes zich op een bepaalde manier moeten gedragen. Er is een zekere stoerheid, machogedrag, waar ze zich mee staande weten te houden.
Onze wijken. Ze liggen in Nederland. De gemiddelde bewoner van een rijtjeshuis in een nieuwbouwbuurt, een slaapwijk (een wijk waar de mensen elkaar kennen van het in de auto stappen of het uitlaten van de hond) heeft er geen weet van. Die denkt dat alles gaat zoals het bij hem gaat.
Maar nee, het is een andere wereld. Een andere cultuur. Waar je verhalen hoort waar onze oren van klapperen.
Een meisje van vijftien vertelt hoe ze weer eens lekker heeft geneukt met haar vriend.
Een meisje vertelt hoe ze zich gisteren weer helemaal lam heeft gezopen en ik zie het aan de manier waarop ze zich gedraagt.
Twee gezinsleden vertellen hoe er op straat onenigheid was met een Turkse jongen. Nog geen tien minuten later staat zijn hele familie voor de deur om de familie van de gezinsleden eens een lesje te leren. En natuurlijk verdedig je dan je gezin met alles wat in je is tegen die vuile....
In een voetbalwedstrijd geeft de scheidsrechter de bal aan de tegenstander, waarna direct een rel van heb ik jou daar ontstaat. Het is niet eerlijk zoals de scheids fluit. Want die ander was oneerlijk. Met moeite worden ze uit elkaar gehouden. Want koste wat het kost moeten ze winnen.
Dan voel ik de neiging van mijn opvoeding en alles wat in mij is om te moraliseren. Dat moet je niet doen. Dat is niet goed. Weet je wel wat de gevolgen zijn. Maar ik woon hier. En spreek ze misschien een of twee keer per week. Terwijl ze opgroeien in een cultuur die ze dagelijks, elk uur van de dag meemaken. Die cultuur lijkt meester over ze te zijn. Ik sta machteloos tegenover dergelijk geweld.
Wie ben ik om een jongere het genot van een orgasme te ontnemen. Maar ja, ze is zo jong en onervaren en wordt hierdoor zo snel volwassen, en stel je voor dat ze die pil vergeet of de jongen in dat heetste moment geen zin meer heeft om dat ding om zijn piemel te rollen.
Ja, we komen ze tegen, de tienermoedertjes van 16, 17 met een kind. Gisteren nog een meisje van 19 met een dochter van 3. Weliswaar uit een andere wijk in een andere stad, maar uit dezelfde cultuur. Vind je dat niet jammer van je leven, vraag ik. Nee hoor, ik heb een lieve vent (10 jaar ouder, de pedo, zouden wij denken). En een hartstikke lieve dochter die ik soms wel achter het behang wil plakken (ja wat wil je, mijn dochter van die leeftijd is met andere dingen bezig). En mijn moeder was ook zo oud toen ik werd geboren (wauw! oma op 32-jarige leeftijd - als ze zo doorgaan, kan oma nog bet-bet-overgrootmoeder worden, maar ja, in deze wijken wordt men niet zo oud).
Een andere wereld dan waar ik vandaan kom. De verhalen doen me pijn. Want het kan ook zo anders. Kinderen hebben toch ook rust nodig. Aan de andere kant komen ze heel graag bij ons. Schrijven teksten als "de villa is alles voor mij". Zijn zo open, dat ze al die verhalen aan ons vertellen. En dit is nog maar het topje van de ijsberg. Nee, we moeten hier niet moraliseren. Onze taak is mee te leven. Naast ze te staan. Samen met ze optrekken. Ze misschien een beetje laten voelen in hoe wij leven dat er een andere wereld is en een ANDER die je accepteert zoals je bent. Dan moet je niet aankomen met "maar dan wel eerst dit en dat veranderen". Nee, Hij houdt van je zoals je nu bent. Met al dat zuipen, vechten, neuken en ongetwijfeld ook nog snuiven en slikken erbij. Diep achter die facade van stoerheid en alles willen beleven zit een klein kind dat hunkert naar aandacht, liefde en warmte. Dat is niet te vangen in een mooi filmpje, zoals we die kennen van de zielige Afrikaantjes die naar diezelfde dingen hunkeren naast het noodzakelijke eten. Daarom maar even een schrijvend filmpje waarin voor sommigen misschien de koude werkelijkheid rauw op het dak valt.
Een andere wereld, niet ver weg, maar dichtbij. We doen er lacherig over en geinen over de levensliederen die uit het hart meegezongen worden. Het staat misschien toch weer wel ver weg van ons. Maar het is er. En we worden er mee geconfronteerd als er weer eens een rel uitbreekt, een stel supporters met elkaar op de vuist gaat, ergens een mes tussen de ribben wordt gestoken, of weer eens een gezin volledig ontspoort wat uitkomt doordat een van het lichaam gescheiden hoofdje wordt gevonden. Dan klagen we ach en wee en vragen ons af hoe het toch komt.
Misschien komt het wel door het gemis aan gelovigen die deze wijken zo kenmerkt. Dan kan die vreselijke ander die God zo haat welig tieren. Er heerst duisternis, zeggen we dan. Maar denken niet na over de oorzaken ervan. Deze wijken zijn op zoek naar lichtjes in die duisternis. Kinderen die de weg kwijt zijn smachten naar een gids die hen oppakt en hen meeneemt naar de juiste weg.
woensdag 19 november 2008
Samen verder op weg
Als we bezig zijn zoals wij in Arnhem, hebben we te maken met momenten van start, van groei, van doorgroei en van verandering.
We zijn in Villa Klarendal bezig met wat veranderingsprocessen.
Het team
Is de laatste tijd aan verandering onderhevig. Was het kernteam aanvankelijk gebouwd rondom zes mensen, de laatste tijd zijn twee mensen weggegaan en zijn er drie voor in de plaats gekomen. Teamleider Robert heeft plaatsgemaakt voor teamleider Susanne. Meidenwerkster Hester is op zoek naar ander werk en daarvoor in de plaats is tijdelijk, totdat Hester dat nieuwe werk heeft gekregen, Eva als meidenwerkster langszij gekomen. Daar bovenop is Wouter (terug)gekomen die een dag in de week als volwassenenwerker in de wijk werkt. En dan is er Hans die ons als stagiaire is komen versterken voor het hele seizoen gedurende vier dagen per week.
Kernteamuitbreiding
Als vrijwilligers zijn Reinier, Aneta en ik nauw bij de Villa betrokken. Binnenkort komen twee echtparen ons team vrijwillig versterken. Met hen zijn we in gesprek over een gezonde integratie binnen de Villa en welke plek ze willen innemen in het werk.
Bezoekers worden verantwoordelijker
Onder onze vaste bezoekers, die we inmiddels als gemeenteleden beschouwen, komen langzamerhand vier mensen "bovendrijven" die we meer ruimte willen geven om te groeien in leiding geven en verantwoordelijkheid nemen. We hoeven de laatste tijd tijdens onze diners nauwelijks meer een diner te organiseren. Dat wordt onderling door de bezoekers, en met name drie van de vier "bovendrijvers", geregeld.
Samen optrekken
Enkele weken geleden hebben we met de vier groepen: oorspronkelijke (kern)teamleden, nieuwe teamleden, nieuwe vrijwillige teamleden en verantwoordelijke bezoekers een avond gehouden over de Villa. We waren bij elkaar met 15 mensen! Daar waren ook twee mensen bij die met ons mee gaan denken over de gezonde integratie van de eerder genoemde kernvrijwiligers en over nauwere samenwerking tussen Villa Klarendal en de Vrijgemaakt Gereformeerde Kerk.
Maar die avond was het mooi te zien hoe "oud" en "nieuw" dezelfde richting op aan het gaan zijn. Ieder heeft een verlangen om God te zien werken in onze wijk. Of dat nu door geestelijke verandering, gezelligheid, meer eten of een mooi nieuw gebouw gebeurt.
Denk- en bidkracht
Al die nieuwigheden vergen veel denkkracht, wijsheid en gebed. Dat we met elkaar verder willen gaan, staat bovenaan. Dat biedt meer kansen en mogelijkheden. Ik zei het vanavond nog tegen onze huisvriend Michiel: we zijn aanbeland bij de aanstelling van diakenen. Waar we eerst alles allemaal samen deden, zal er nu een periode komen waarin we waarschijnlijk gaan specialiseren. Ik denk aan een kinder- en jongerenteam, een volwassenenteam, een keukenteam... Dan word ik misschien wel meer vrijgesteld van tafels dekken en afwassen om meer aandacht te kunnen besteden aan bezoekers. En hoeven degenen die het programma doen wellicht niet meer eerst een kinder-/jongerenprogramma en daarna een volwassenenprogramma samen te stellen. Waardoor beide groepen op hun niveau beter aandacht krijgen.
Nieuw is niet verkeerd, het oude was ook niet verkeerd
Ik zie uit naar nieuwe kansen en mogelijkheden. Waarin we met nog meer mensen met nog meer wijkbewoners in contact kunnen komen. Deze week was ik bij de start van een lang gekoesterde wens van een aantal vaste bezoekers: een multiculturele kookclub. De vaste bezoekers van Surinaamse afkomst, zaten daar samen met wijkbewoners van Marokkaanse, Iraanse en Iraakse afkomst. En dat zullen niet de laatsten zijn, Ook daar weer: nieuwe kansen, op een andere manier en een andere plek dan we dachten. Gewoon op het wijkcentrum. Maar het gaat wel starten en we gaan zien waar het naar toe leidt.
Als een project vernieuwd, is er gemis en pijn. Je laat iets achter. Maar voor mij is er veel meer het uitzien naar wat God nog meer voor ons in petto heeft. We zijn goed begonnen. Tot hier toe heeft de Here ons geleid. Hij zal dat ook doen naar de toekomst toe. Wie weet wat die nog allemaal zal brengen....
We zijn in Villa Klarendal bezig met wat veranderingsprocessen.
Het team
Is de laatste tijd aan verandering onderhevig. Was het kernteam aanvankelijk gebouwd rondom zes mensen, de laatste tijd zijn twee mensen weggegaan en zijn er drie voor in de plaats gekomen. Teamleider Robert heeft plaatsgemaakt voor teamleider Susanne. Meidenwerkster Hester is op zoek naar ander werk en daarvoor in de plaats is tijdelijk, totdat Hester dat nieuwe werk heeft gekregen, Eva als meidenwerkster langszij gekomen. Daar bovenop is Wouter (terug)gekomen die een dag in de week als volwassenenwerker in de wijk werkt. En dan is er Hans die ons als stagiaire is komen versterken voor het hele seizoen gedurende vier dagen per week.
Kernteamuitbreiding
Als vrijwilligers zijn Reinier, Aneta en ik nauw bij de Villa betrokken. Binnenkort komen twee echtparen ons team vrijwillig versterken. Met hen zijn we in gesprek over een gezonde integratie binnen de Villa en welke plek ze willen innemen in het werk.
Bezoekers worden verantwoordelijker
Onder onze vaste bezoekers, die we inmiddels als gemeenteleden beschouwen, komen langzamerhand vier mensen "bovendrijven" die we meer ruimte willen geven om te groeien in leiding geven en verantwoordelijkheid nemen. We hoeven de laatste tijd tijdens onze diners nauwelijks meer een diner te organiseren. Dat wordt onderling door de bezoekers, en met name drie van de vier "bovendrijvers", geregeld.
Samen optrekken
Enkele weken geleden hebben we met de vier groepen: oorspronkelijke (kern)teamleden, nieuwe teamleden, nieuwe vrijwillige teamleden en verantwoordelijke bezoekers een avond gehouden over de Villa. We waren bij elkaar met 15 mensen! Daar waren ook twee mensen bij die met ons mee gaan denken over de gezonde integratie van de eerder genoemde kernvrijwiligers en over nauwere samenwerking tussen Villa Klarendal en de Vrijgemaakt Gereformeerde Kerk.
Maar die avond was het mooi te zien hoe "oud" en "nieuw" dezelfde richting op aan het gaan zijn. Ieder heeft een verlangen om God te zien werken in onze wijk. Of dat nu door geestelijke verandering, gezelligheid, meer eten of een mooi nieuw gebouw gebeurt.
Denk- en bidkracht
Al die nieuwigheden vergen veel denkkracht, wijsheid en gebed. Dat we met elkaar verder willen gaan, staat bovenaan. Dat biedt meer kansen en mogelijkheden. Ik zei het vanavond nog tegen onze huisvriend Michiel: we zijn aanbeland bij de aanstelling van diakenen. Waar we eerst alles allemaal samen deden, zal er nu een periode komen waarin we waarschijnlijk gaan specialiseren. Ik denk aan een kinder- en jongerenteam, een volwassenenteam, een keukenteam... Dan word ik misschien wel meer vrijgesteld van tafels dekken en afwassen om meer aandacht te kunnen besteden aan bezoekers. En hoeven degenen die het programma doen wellicht niet meer eerst een kinder-/jongerenprogramma en daarna een volwassenenprogramma samen te stellen. Waardoor beide groepen op hun niveau beter aandacht krijgen.
Nieuw is niet verkeerd, het oude was ook niet verkeerd
Ik zie uit naar nieuwe kansen en mogelijkheden. Waarin we met nog meer mensen met nog meer wijkbewoners in contact kunnen komen. Deze week was ik bij de start van een lang gekoesterde wens van een aantal vaste bezoekers: een multiculturele kookclub. De vaste bezoekers van Surinaamse afkomst, zaten daar samen met wijkbewoners van Marokkaanse, Iraanse en Iraakse afkomst. En dat zullen niet de laatsten zijn, Ook daar weer: nieuwe kansen, op een andere manier en een andere plek dan we dachten. Gewoon op het wijkcentrum. Maar het gaat wel starten en we gaan zien waar het naar toe leidt.
Als een project vernieuwd, is er gemis en pijn. Je laat iets achter. Maar voor mij is er veel meer het uitzien naar wat God nog meer voor ons in petto heeft. We zijn goed begonnen. Tot hier toe heeft de Here ons geleid. Hij zal dat ook doen naar de toekomst toe. Wie weet wat die nog allemaal zal brengen....
zondag 16 november 2008
Waar gaan we heen?
Het interessante van missionair werk is de constante vraag wat er vandaag weer gaat gebeuren. In feite weet je nooit wat er de volgende week weer voor spannende of nieuwe dingen gaan gebeuren.
Datzelfde geldt voor mijn eigen leven. Want missionair werk grijpt diep in op dat leven. De laatste tijd begint het bij mij te kriebelen. Het is een gekriebel dat overeen komt met eerdere periodes vlak voordat er zich iets nieuws aandiende. Deze keer heeft het nog meer op mijzelf betrekking.
Ik werk fulltime bij de plaatselijke overheid en daarnaast doen we het werk in onze wijk. Ik geniet van beide plekken en merk dat ik op beide plekken op mijn plaats ben. Toch bekruipt me de laatste tijd de vraag of ik uiteindelijk toch geen keuze moet maken. Om te kiezen tussen twee goeden, waarvan een waarschijnlijk de beste is. Mijn werk vereist veel tijd. En de wijk vraagt ook veel tijd. En tussendoor zijn er ook nog gezinsleden die tijd vragen (en hard nodig hebben).
De laatste tijd heb ik hier en daar gesprekken gevoerd over mijn toekomst. Als ik dat wil, kan ik zonder enig probleem een behoorlijke carrièrestap maken binnen mijn werk. Als ik dat wil, kan ik blijven op mijn huidige functie en daar ook weer nieuwe uitdagingen aangaan. Mijn hart gaat echter uit naar de wijk waarin we wonen en de nood die ik daar ervaar. Dus heb ik gesprekken gevoerd welke mogelijkheden er zijn om op wat voor manier dan ook verder te kunnen gaan in dat werk.
Dat blijkt toch niet zo eenvoudig. Of misschien ook weer wel. "Bouw een vriendenkring op en vraag hen je te gaan ondersteunen", hoor ik uit een gesprek. Leuk voorstel, heb ik al eerder zonder succes geprobeerd. Als ik terugvraag hoe lang het hen heeft gekost voordat ze een beetje redelijk konden leven van die inkomsten, bleek dat al snel ongeveer vijf jaar te zijn. Lastig, want dat is vanaf nu de tijd waarop ik nog studerende kinderen onder de achttien heb.
"Geloof en vertrouw erop, je zult niet teleurgesteld raken", hoor ik ook weer terug. Daar gaat het niet om. Ik geloof zeker dat God het onmogelijke mogelijk kan maken. Maar dan weer mezelf te moeten bewijzen, moeten scoren om te laten zien wat ik allemaal doe, tijd steken om mijzelf te promoten, daar heb ik moeite mee. Het promoten van ons werk, dat is geen probleem. Maar mezelf op de voorgrond zetten, met de gedachte dat daar geld uit te halen is, daar heb ik meer moeite mee.
Heb ik dan een tekort aan vertrouwen, zo vraag ik mij dan af. Daar heeft het niet mee te maken. Wellicht een soort antipathie tegen het oude vertrouwde "vriendenkring-sponsoring-zendingswerk", waarin de mooiste verhalen het meeste geld opbrengen. Ik ken de talloze verhalen van zendelingen in Nederland die geweldig werk deden, maar nauwelijks in staat waren hun gezin van de meest benodigde zaken te voorzien. En o wee, als ze dan iets nieuws hadden, en ze kwamen een sponsor tegen. "O, als ze in staat zijn dat aan te schaffen, dan heroverweeg ik mijn ondersteuning".
Goed, ik ben aan het nadenken en aan het bidden welke weg ik mag gaan. Maar ik wil er geen vijfjarenplan van maken. Zoals God mij in het verleden ruimte heeft gegeven en openingen om nieuwe wegen in te slaan. Zo zal Hij ook deze kriebelingen vanzelf in juist banen leiden. Maar soms wordt het me even teveel en moet ik het hier toch eens van mij afschrijven.
Als jullie dit willen gedenken in jullie dagelijkse gesprekken met Vader...???
Datzelfde geldt voor mijn eigen leven. Want missionair werk grijpt diep in op dat leven. De laatste tijd begint het bij mij te kriebelen. Het is een gekriebel dat overeen komt met eerdere periodes vlak voordat er zich iets nieuws aandiende. Deze keer heeft het nog meer op mijzelf betrekking.
Ik werk fulltime bij de plaatselijke overheid en daarnaast doen we het werk in onze wijk. Ik geniet van beide plekken en merk dat ik op beide plekken op mijn plaats ben. Toch bekruipt me de laatste tijd de vraag of ik uiteindelijk toch geen keuze moet maken. Om te kiezen tussen twee goeden, waarvan een waarschijnlijk de beste is. Mijn werk vereist veel tijd. En de wijk vraagt ook veel tijd. En tussendoor zijn er ook nog gezinsleden die tijd vragen (en hard nodig hebben).
De laatste tijd heb ik hier en daar gesprekken gevoerd over mijn toekomst. Als ik dat wil, kan ik zonder enig probleem een behoorlijke carrièrestap maken binnen mijn werk. Als ik dat wil, kan ik blijven op mijn huidige functie en daar ook weer nieuwe uitdagingen aangaan. Mijn hart gaat echter uit naar de wijk waarin we wonen en de nood die ik daar ervaar. Dus heb ik gesprekken gevoerd welke mogelijkheden er zijn om op wat voor manier dan ook verder te kunnen gaan in dat werk.
Dat blijkt toch niet zo eenvoudig. Of misschien ook weer wel. "Bouw een vriendenkring op en vraag hen je te gaan ondersteunen", hoor ik uit een gesprek. Leuk voorstel, heb ik al eerder zonder succes geprobeerd. Als ik terugvraag hoe lang het hen heeft gekost voordat ze een beetje redelijk konden leven van die inkomsten, bleek dat al snel ongeveer vijf jaar te zijn. Lastig, want dat is vanaf nu de tijd waarop ik nog studerende kinderen onder de achttien heb.
"Geloof en vertrouw erop, je zult niet teleurgesteld raken", hoor ik ook weer terug. Daar gaat het niet om. Ik geloof zeker dat God het onmogelijke mogelijk kan maken. Maar dan weer mezelf te moeten bewijzen, moeten scoren om te laten zien wat ik allemaal doe, tijd steken om mijzelf te promoten, daar heb ik moeite mee. Het promoten van ons werk, dat is geen probleem. Maar mezelf op de voorgrond zetten, met de gedachte dat daar geld uit te halen is, daar heb ik meer moeite mee.
Heb ik dan een tekort aan vertrouwen, zo vraag ik mij dan af. Daar heeft het niet mee te maken. Wellicht een soort antipathie tegen het oude vertrouwde "vriendenkring-sponsoring-zendingswerk", waarin de mooiste verhalen het meeste geld opbrengen. Ik ken de talloze verhalen van zendelingen in Nederland die geweldig werk deden, maar nauwelijks in staat waren hun gezin van de meest benodigde zaken te voorzien. En o wee, als ze dan iets nieuws hadden, en ze kwamen een sponsor tegen. "O, als ze in staat zijn dat aan te schaffen, dan heroverweeg ik mijn ondersteuning".
Goed, ik ben aan het nadenken en aan het bidden welke weg ik mag gaan. Maar ik wil er geen vijfjarenplan van maken. Zoals God mij in het verleden ruimte heeft gegeven en openingen om nieuwe wegen in te slaan. Zo zal Hij ook deze kriebelingen vanzelf in juist banen leiden. Maar soms wordt het me even teveel en moet ik het hier toch eens van mij afschrijven.
Als jullie dit willen gedenken in jullie dagelijkse gesprekken met Vader...???
woensdag 29 oktober 2008
Crisis? Welke crisis?
Een vertaling van een album van een van mijn vroegere favoriete muziekgroepen Supertramp.
Dit hoorde Aneta van de week uitspreken door een van onze computercursisten. We leren die cursisten niet alleen werken met de computer, maar zijn ook praatpaal, met als achterliggend doel de "sociale cohesie te versterken".
Dus hadden ze het over de kredietcrisis die de wereld in spanning houdt. Althans, zo lijkt het als je het nieuws hoort en leest.
Maar goed, onze cursisten zeiden tegen elkaar dat de crisis hen niet raakte. Sterker nog: ze leven al jaren in een kredietcrisis.
En zo is het. Nu de rijken, de grootgrondbezitters van deze maatschappij, het probleem onder ogen moeten zien, is de wereld ervan in de ban. Dat dit in een groot deel van de samenleving al veel langer speelt en dat veel mensen moeten rondkomen van een uitkerinkje met een lening erbij wordt over het algemeen niet aan de grote klok gehangen.
Het is spannend wat er daar veraf bij de diverse beurzen gebeurt. Maar de beurzen van veel gewone mensen in dit land zijn al lang onderuit gegaan. Soms doordat degenen die steen en been klagen zich een extra bonusje konden veroorloven voor de prijs waar een gemiddelde werknemer wel twintig jaar van kan leven. Maar goed, geld moest rollen en vooral in de zakken van de mensen die daar bovenaan stonden.
Als christen die leeft in een wijk waar mensen onderaan de ladder staan, zie ik het onrecht om me heen. Ik kan reageren zoals zoveel christenen doen. We bidden eens voor je en dan gaan we weer ieder zijns weegs. Of ik kan het aan de orde stellen als een onrecht dat over de wereld gaat.
Het is toch van de zotte dat binnen een bedrijf de een van gekkigheid niet weet waar hij zijn geld moet laten en de ander van moeilijkheid niet weet waar hij zijn geld vandaan moet halen.
Helaas is dit in de christelijke wereld niet erg anders. Ik heb me regelmatig groen en geel geërgerd als weer eens iemand een getuigenis gaf over de geweldige dingen die hij had meegemaakt in zijn rondreis door een land aan het andere eind van de wereld. Of een ander gezin dat vrolijk vertelde over wat zij op hun tweede vakantie tijdens de herfst in het buitenland hadden meegemaakt. Dat vertelden ze dan in de gemeente waar mensen zitten die alleen een uitkering hebben en misschien al tien jaar niet op vakantie zijn geweest.
Hoe slaat de crisis die we nu beleven terug op ons christenen? Zijn we zoals we willen zijn "anders dan anderen"? Of laten we ons op dit gebied meeslepen op gebieden waar ook anderen mee bezig zijn?
Zijn we misschien zo in onszelf gekeerd geworden, dat we in een wijk wonen terwijl we (veel) geld op IceSave hebben gezet, terwijl onze buurman bij wijze van spreken ons het brood uit de mond kijkt?
Crisis? Welke crisis? Is een vraag die ook wij ons stellen. Want ik heb met mijn huurhuis en mijn bedrijfsspaarregeling, waar misschien nog net 3000 euro op staat, weinig pijn van de crisis die er nu is. Misschien omdat wij geïnvesteerd hebben in andere dingen dan het behalen van steeds meer geld of een steeds mooier huis.
Daarbij hebben we onszelf lang voor deze crisis de volgende vragen gesteld. Wie "spekken" wij? De bank of onze buurman? Voor welk krediet gaan we? Datgene wat ons alleen maar geld oplevert, of diegene waar we wellicht geen geld meer van terug krijgen? Welke investering doen we? Gaan we voor geld of gaan we voor goud? En dan mag je zelf invullen wat geld of goud is.
Dit hoorde Aneta van de week uitspreken door een van onze computercursisten. We leren die cursisten niet alleen werken met de computer, maar zijn ook praatpaal, met als achterliggend doel de "sociale cohesie te versterken".
Dus hadden ze het over de kredietcrisis die de wereld in spanning houdt. Althans, zo lijkt het als je het nieuws hoort en leest.
Maar goed, onze cursisten zeiden tegen elkaar dat de crisis hen niet raakte. Sterker nog: ze leven al jaren in een kredietcrisis.
En zo is het. Nu de rijken, de grootgrondbezitters van deze maatschappij, het probleem onder ogen moeten zien, is de wereld ervan in de ban. Dat dit in een groot deel van de samenleving al veel langer speelt en dat veel mensen moeten rondkomen van een uitkerinkje met een lening erbij wordt over het algemeen niet aan de grote klok gehangen.
Het is spannend wat er daar veraf bij de diverse beurzen gebeurt. Maar de beurzen van veel gewone mensen in dit land zijn al lang onderuit gegaan. Soms doordat degenen die steen en been klagen zich een extra bonusje konden veroorloven voor de prijs waar een gemiddelde werknemer wel twintig jaar van kan leven. Maar goed, geld moest rollen en vooral in de zakken van de mensen die daar bovenaan stonden.
Als christen die leeft in een wijk waar mensen onderaan de ladder staan, zie ik het onrecht om me heen. Ik kan reageren zoals zoveel christenen doen. We bidden eens voor je en dan gaan we weer ieder zijns weegs. Of ik kan het aan de orde stellen als een onrecht dat over de wereld gaat.
Het is toch van de zotte dat binnen een bedrijf de een van gekkigheid niet weet waar hij zijn geld moet laten en de ander van moeilijkheid niet weet waar hij zijn geld vandaan moet halen.
Helaas is dit in de christelijke wereld niet erg anders. Ik heb me regelmatig groen en geel geërgerd als weer eens iemand een getuigenis gaf over de geweldige dingen die hij had meegemaakt in zijn rondreis door een land aan het andere eind van de wereld. Of een ander gezin dat vrolijk vertelde over wat zij op hun tweede vakantie tijdens de herfst in het buitenland hadden meegemaakt. Dat vertelden ze dan in de gemeente waar mensen zitten die alleen een uitkering hebben en misschien al tien jaar niet op vakantie zijn geweest.
Hoe slaat de crisis die we nu beleven terug op ons christenen? Zijn we zoals we willen zijn "anders dan anderen"? Of laten we ons op dit gebied meeslepen op gebieden waar ook anderen mee bezig zijn?
Zijn we misschien zo in onszelf gekeerd geworden, dat we in een wijk wonen terwijl we (veel) geld op IceSave hebben gezet, terwijl onze buurman bij wijze van spreken ons het brood uit de mond kijkt?
Crisis? Welke crisis? Is een vraag die ook wij ons stellen. Want ik heb met mijn huurhuis en mijn bedrijfsspaarregeling, waar misschien nog net 3000 euro op staat, weinig pijn van de crisis die er nu is. Misschien omdat wij geïnvesteerd hebben in andere dingen dan het behalen van steeds meer geld of een steeds mooier huis.
Daarbij hebben we onszelf lang voor deze crisis de volgende vragen gesteld. Wie "spekken" wij? De bank of onze buurman? Voor welk krediet gaan we? Datgene wat ons alleen maar geld oplevert, of diegene waar we wellicht geen geld meer van terug krijgen? Welke investering doen we? Gaan we voor geld of gaan we voor goud? En dan mag je zelf invullen wat geld of goud is.
donderdag 23 oktober 2008
Kiezen voor gemeenschap
Na een gesprekje van anderhalf uur in de Villa ben ik net thuis. Er wordt aangebeld. Een vriend die ik al lang ken staat aan de deur. Natuurlijk is hij welkom, ook al kunnen we hem alleen maar voor net driekwartier ontvangen. Want dan gaan we op weg naar de tweewekelijkse gebedsavond.
Tijdens de maaltijd die we hem als gast aanbieden, vertelt hij hoe hij geen zin meer heeft om naar zijn kerk te gaan. "Zeker, het zijn hartelijke mensen, die je begroeten alsof je hun broer bent. Maar als de dienst dan is afgelopen en de koffie met lekkers achter de kiezen, mag je wel weer met je pijnlijke voeten alleen terug lopen. Ondertussen vragen ze wel hoe het met je gaat. Als je dan vertelt van je pijnlijke voeten, zijn ze erg bezorgd en leven met je mee. Maar er zal niemand zijn die aanbiedt om mee terug te rijden. Doordeweeks is er ook niemand die naar je omziet. Dan ben je weer moederziel alleen. Ze kunnen wel praten over gemeenschap, maar ze brengen het niet in praktijk."
Een pijnlijk verhaal om aan te horen. Ook al heeft hij het al ettelijke keren verteld. Pijnlijk, omdat broers en zussen van ons zo met elkaar omgaan. Ze hebben waarschijnlijk niet door dat ze zo reageren. Ze zijn oprecht belangstellend en doen dat vanuit het denkraam dat ze zelf kennen. Ik kan de vriend geen ongelijk geven. Als ik in een gemiddelde kerk kom, ervaar ik hetzelfde. Er is onderlinge liefde op het moment dat je er bent. Men vraagt hoe het met je gaat en legt een bemoedigende hand op de schouder. Maar tussentijds door de week heen is er niemand die eens belt hoe het nu met je gaat. De gemeenschap is beperkt tot de momenten dat we elkaar zien.
Binnen Villa Klarendal willen we een gemeenschap zijn in en voor de wijk. Dat betekent dat we ook daadwerkelijk voor mensen willen klaarstaan. Met dat kiezen voor gemeenschap kom je te staan voor interessante vragen. Vooral tot hoever je de mensen in je leven toelaat. Welk percentage van je leven ze mogen innemen. Een voorbeeld uit de afgelopen week laat zien hoe ikzelf wil kiezen voor gemeenschap.
Een vaste bezoeker, zeg maar gemeentelid, van de Villa heeft een hartinfarct gehad en ligt in het ziekenhuis. De zoon belde mij twee weken geleden op met het nieuws. Er was geen mogelijkheid om hem te bezoeken en zelfs als dat wel het geval was, was het onnodig want hij werd in slaap gehouden. Daarom besluit ik de zoon dagelijks te bellen om te horen hoe de ontwikkelingen zijn. En om tegelijkertijd hem een steuntje in de rug te bieden. Na verloop van enkele dagen is het gemeentelid ontwaakt uit de diepe, onnatuurlijke slaap. De dag erna vraagt de zoon of ik met hem mee wil gaan.
Zijn vader is nog op de intensive care en is nog nauwelijks aanspreekbaar. Hij waardeert onze aanwezigheid voor zover dat zichtbaar is. Een paar dagen later besluit ik weer naar hem toe te gaan en is hij al een stuk helderder.
Enkele dagen later vraagt de zoon om hulp, omdat hij nog steeds niet weet wat er nu precies is gebeurd. Ik stel hem voor een afspraak met de arts te maken en hij vraagt of ik erbij kan zijn. Dan staat hij niet zo alleen tegenover die geleerde koppen. Gisteren stond ik om twee uur klaar voor de afspraak, die, zoals te doen gewoonlijk in het niet zo bedrijfsmatig werkende ziekenhuis, zonder excuses om half drie begon. De ziektetoestand en de gevolgen werden doorgesproken en we hebben de consequenties onder de loep genomen. De zieke is voorlopig nog niet thuis. Vandaag hebben we in een klein team besproken of het huis regelmatig moet worden schoongemaakt en hoe we omgaan met het hondje dat nu moederziel alleen thuis zit (en natuurlijk wel drie keer per dag door de zoon wordt uitgelaten).
Binnen ons team werd ik gecomplimenteerd voor mijn inzet. Dat blijf ik vreemd vinden. Ik hoef geen compliment voor iets wat ik voor iemand doe die mij aan het hart ligt. Als een goede vriend iets overkomt, heb je toch alles voor hem over? Of zijn onze gemeenteleden in de praktijk toch niet onze vrienden, onze broers of zussen? Wordt gemeenschap met woorden beleden, of blijkt die ook uit onze daden?
Tijdens de maaltijd die we hem als gast aanbieden, vertelt hij hoe hij geen zin meer heeft om naar zijn kerk te gaan. "Zeker, het zijn hartelijke mensen, die je begroeten alsof je hun broer bent. Maar als de dienst dan is afgelopen en de koffie met lekkers achter de kiezen, mag je wel weer met je pijnlijke voeten alleen terug lopen. Ondertussen vragen ze wel hoe het met je gaat. Als je dan vertelt van je pijnlijke voeten, zijn ze erg bezorgd en leven met je mee. Maar er zal niemand zijn die aanbiedt om mee terug te rijden. Doordeweeks is er ook niemand die naar je omziet. Dan ben je weer moederziel alleen. Ze kunnen wel praten over gemeenschap, maar ze brengen het niet in praktijk."
Een pijnlijk verhaal om aan te horen. Ook al heeft hij het al ettelijke keren verteld. Pijnlijk, omdat broers en zussen van ons zo met elkaar omgaan. Ze hebben waarschijnlijk niet door dat ze zo reageren. Ze zijn oprecht belangstellend en doen dat vanuit het denkraam dat ze zelf kennen. Ik kan de vriend geen ongelijk geven. Als ik in een gemiddelde kerk kom, ervaar ik hetzelfde. Er is onderlinge liefde op het moment dat je er bent. Men vraagt hoe het met je gaat en legt een bemoedigende hand op de schouder. Maar tussentijds door de week heen is er niemand die eens belt hoe het nu met je gaat. De gemeenschap is beperkt tot de momenten dat we elkaar zien.
Binnen Villa Klarendal willen we een gemeenschap zijn in en voor de wijk. Dat betekent dat we ook daadwerkelijk voor mensen willen klaarstaan. Met dat kiezen voor gemeenschap kom je te staan voor interessante vragen. Vooral tot hoever je de mensen in je leven toelaat. Welk percentage van je leven ze mogen innemen. Een voorbeeld uit de afgelopen week laat zien hoe ikzelf wil kiezen voor gemeenschap.
Een vaste bezoeker, zeg maar gemeentelid, van de Villa heeft een hartinfarct gehad en ligt in het ziekenhuis. De zoon belde mij twee weken geleden op met het nieuws. Er was geen mogelijkheid om hem te bezoeken en zelfs als dat wel het geval was, was het onnodig want hij werd in slaap gehouden. Daarom besluit ik de zoon dagelijks te bellen om te horen hoe de ontwikkelingen zijn. En om tegelijkertijd hem een steuntje in de rug te bieden. Na verloop van enkele dagen is het gemeentelid ontwaakt uit de diepe, onnatuurlijke slaap. De dag erna vraagt de zoon of ik met hem mee wil gaan.
Zijn vader is nog op de intensive care en is nog nauwelijks aanspreekbaar. Hij waardeert onze aanwezigheid voor zover dat zichtbaar is. Een paar dagen later besluit ik weer naar hem toe te gaan en is hij al een stuk helderder.
Enkele dagen later vraagt de zoon om hulp, omdat hij nog steeds niet weet wat er nu precies is gebeurd. Ik stel hem voor een afspraak met de arts te maken en hij vraagt of ik erbij kan zijn. Dan staat hij niet zo alleen tegenover die geleerde koppen. Gisteren stond ik om twee uur klaar voor de afspraak, die, zoals te doen gewoonlijk in het niet zo bedrijfsmatig werkende ziekenhuis, zonder excuses om half drie begon. De ziektetoestand en de gevolgen werden doorgesproken en we hebben de consequenties onder de loep genomen. De zieke is voorlopig nog niet thuis. Vandaag hebben we in een klein team besproken of het huis regelmatig moet worden schoongemaakt en hoe we omgaan met het hondje dat nu moederziel alleen thuis zit (en natuurlijk wel drie keer per dag door de zoon wordt uitgelaten).
Binnen ons team werd ik gecomplimenteerd voor mijn inzet. Dat blijf ik vreemd vinden. Ik hoef geen compliment voor iets wat ik voor iemand doe die mij aan het hart ligt. Als een goede vriend iets overkomt, heb je toch alles voor hem over? Of zijn onze gemeenteleden in de praktijk toch niet onze vrienden, onze broers of zussen? Wordt gemeenschap met woorden beleden, of blijkt die ook uit onze daden?
woensdag 22 oktober 2008
Ik kan het toch niet...
Een uitspraak die ik veel tegenkom. "Ik kan het toch niet". Nog voordat er iets is begonnen spreekt de man of vrouw die tegenover me zit zich wel heel veel moed in. Mensen zijn door hun verleden, door ouders, zussen of broers of zelfs echtgenoten of kinderen naar beneden getrapt. Daardoor hebben ze de leugen leren geloven. "Jij kunt het toch niet".
Vandaag had ik weer zo'n voorbeeld. We geven elke dinsdag computerles. Vandaag werd een van de cursisten getoetst. Een dertigtal vragen en enkele praktische opdrachten moesten er worden gedaan. Ditmaal kwam de bekende zin niet uit haar mond. Maar na afloop zij ze op een bepaalde toon dat het "toch wel heel erg moeilijk was". Met andere woorden: "Ik kan....". Je begrijpt het wel.
Nu hebben we vaker dat soort situaties meegemaakt. Dus ik knipoogde al naar haar, dat het volgens mij wel zou meevallen. Wat is het dan leuk om mee te maken dat het alombekende zinnetje een voorzichtige draai krijgt op het moment dat ze haar "cijfer" te zien kreeg. Een 8+???? O, dan kan ik het misschien toch...???
Deze dame begon de cursus door tijdens de eerste les wel drie keer in een kwartier te roepen "wat ben ik toch dom, hè?" Na die drie keer heeft ze het nooit meer gezegd. Want daar zijn wij niet van gediend. Er is namelijk niemand dom. Als ik voor het eerst in een auto stap, zegt de rij-instructeur ook niet dat ik dom ben als ik het gaspedaal en de rem verwissel.
Zo zien we in onze wijk dat we door praktisch bezig te zijn ook mensen psychologisch duwtjes in de rug kunnen geven. De dame in kwestie komt steeds enthousiaster naar de cursus en vertelde thuis gelijk dat ze alle vragen mag stellen die ze maar wil. Want we beschouwen haar niet als dom.
Dom, dat is de hooggeleerde persoon die Aneta eens opbelde (toen ze nog helpdeskmedewerker was) met de air van een hooggeleerde en de daarbij gepaard gaande aardappel in de mond. Hij wist wel van alles af en hoefde eigenlijk geen hulp, maar kwam ergens niet uit. Op de vraag welke provider hij had, antwoordde de weledelgestrenge met de overtuiging van een rechtgeaard politicus: "Windows XP!". Kijk, doen alsof je veel weet en er geen enkele kaas van gegeten te hebben, dat is pas DOM. Dat soort mensen, die juist vaak het type zijn voor degene die anderen snel het gevoel geven dat ze dom zijn en niets kunnen, mogen wel eens leren om hulp te vragen zonder zich te schamen en eens rustig te zeggen dat ze het niet snappen.
De rollen zijn vaak omgedraaid. Domme mensen leiden slimme mensen, zodat de dommen als slim worden aangezien en de slimmen voor dom worden versleten. Want wie intelligent slim is, hoeft dat sociaal of emotioneel helemaal niet te zijn. En wie intelligent heel laag zit, kan juist weer sociaal of emotioneel heel slim zijn.
Ik probeer het altijd maar weer te vertellen: laten we elkaar geen etiketje opplakken van "zo ben jij", maar elkaar als mens te respecteren en elkaar zo verder op te bouwen. Zoals een afnemer eens zei bij onze Voedselbank: "ik voel me eindelijk weer eens als mens behandeld".
Vandaag had ik weer zo'n voorbeeld. We geven elke dinsdag computerles. Vandaag werd een van de cursisten getoetst. Een dertigtal vragen en enkele praktische opdrachten moesten er worden gedaan. Ditmaal kwam de bekende zin niet uit haar mond. Maar na afloop zij ze op een bepaalde toon dat het "toch wel heel erg moeilijk was". Met andere woorden: "Ik kan....". Je begrijpt het wel.
Nu hebben we vaker dat soort situaties meegemaakt. Dus ik knipoogde al naar haar, dat het volgens mij wel zou meevallen. Wat is het dan leuk om mee te maken dat het alombekende zinnetje een voorzichtige draai krijgt op het moment dat ze haar "cijfer" te zien kreeg. Een 8+???? O, dan kan ik het misschien toch...???
Deze dame begon de cursus door tijdens de eerste les wel drie keer in een kwartier te roepen "wat ben ik toch dom, hè?" Na die drie keer heeft ze het nooit meer gezegd. Want daar zijn wij niet van gediend. Er is namelijk niemand dom. Als ik voor het eerst in een auto stap, zegt de rij-instructeur ook niet dat ik dom ben als ik het gaspedaal en de rem verwissel.
Zo zien we in onze wijk dat we door praktisch bezig te zijn ook mensen psychologisch duwtjes in de rug kunnen geven. De dame in kwestie komt steeds enthousiaster naar de cursus en vertelde thuis gelijk dat ze alle vragen mag stellen die ze maar wil. Want we beschouwen haar niet als dom.
Dom, dat is de hooggeleerde persoon die Aneta eens opbelde (toen ze nog helpdeskmedewerker was) met de air van een hooggeleerde en de daarbij gepaard gaande aardappel in de mond. Hij wist wel van alles af en hoefde eigenlijk geen hulp, maar kwam ergens niet uit. Op de vraag welke provider hij had, antwoordde de weledelgestrenge met de overtuiging van een rechtgeaard politicus: "Windows XP!". Kijk, doen alsof je veel weet en er geen enkele kaas van gegeten te hebben, dat is pas DOM. Dat soort mensen, die juist vaak het type zijn voor degene die anderen snel het gevoel geven dat ze dom zijn en niets kunnen, mogen wel eens leren om hulp te vragen zonder zich te schamen en eens rustig te zeggen dat ze het niet snappen.
De rollen zijn vaak omgedraaid. Domme mensen leiden slimme mensen, zodat de dommen als slim worden aangezien en de slimmen voor dom worden versleten. Want wie intelligent slim is, hoeft dat sociaal of emotioneel helemaal niet te zijn. En wie intelligent heel laag zit, kan juist weer sociaal of emotioneel heel slim zijn.
Ik probeer het altijd maar weer te vertellen: laten we elkaar geen etiketje opplakken van "zo ben jij", maar elkaar als mens te respecteren en elkaar zo verder op te bouwen. Zoals een afnemer eens zei bij onze Voedselbank: "ik voel me eindelijk weer eens als mens behandeld".
zondag 19 oktober 2008
Hoe weet je wat er speelt?
Ik heb al eerder geschreven over "contextualisatie": "manieren vinden om de boodschap van het evangelie te laten aansluiten bij de cultuur en gewoonten van de mensen die men wil bereiken".
Om dat te bereiken, moet je wel het een en ander doen. Hieronder een kleine opsomming van hoe ik probeer aan te voelen wat er leeft onder mensen die ik tegenkom en waar ik voor werk.
Veel lezen
Om bij te blijven op wat er in christelijk Nederland speelt en om mijzelf ook af en toe wat te laten opbouwen, lees ik het kerkelijk nieuws uit Nederlands Dagblad, Reformatorisch Dagblad, Friesch Dagblad, Trouw, Uitdaging en Ikon-nieuws (die ik "scan" via mijn Google Reader), ben ik geabonneerd op Parakleet, Bodem, Leadership en Idea, en lees ik de belangrijkste emerging blogs.
Voor de algemene informatie over wat er in de wereld en in ons land speelt, lees ik de zaterdageditie van De Volkskrant, Elsevier en af en toe HP De Tijd of Vrij Nederland. Die geven in hun achtergrondinformatie een aardig beeld van de tijd waarin we leven. Daarnaast scan ik het dagelijks nieuws op Volkskrant, Trouw, Telegraaf en NRC via Google Reader om enigszins bij te blijven.
Niet onbelangrijk voor contextualisatie is het regionale nieuws. De Gelderlander probeer ik dagelijks even door te lezen (dat kan dank zij mijn werk bij de gemeente, waar dat toch al voor nodig is). De wijkkrant is natuurlijk een onmisbare bron van nieuws om te weten wat er in de wijk speelt. Dat geldt trouwens ook voor de wijkwebsite http://www.klarendal.nl, die vrij nauwgezet het wijknieuws bijhoudt.
Daarnaast probeer ik ook de jongerencultuur bij te houden, mede dankzij mijn dochters die regelmatig Girlz of Hitkrant aanschaffen.
Op politiek en overheidsgebied lees ik Binnenlands Bestuur, Re.public en DenkWijzer (het achtergrondblad van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie).
Televisie kijken
De tv biedt veel informatie over onze huidige en ontwikkelende cultuur. Naast natuurlijk het journaal, probeer ik dagelijks een van de actualiteitenrubrieken te bekijken en daarnaast Pauw & Witteman en soms "De Wereld draait door". Hoe vreemd dat ook in de ogen van sommigen moge klinken, veel informatie haal ik ook zeker uit de wat plattere programma's als Shownieuws en RTL Boulevard.
Nieuwe populaire programma's probeer ik in ieder geval een keer te zien, zodat ik weet waar het ongeveer over gaat. Big Brother, de Gouden Kooi of Idols / X-factor / Popstars zijn daarbij niet uitgezonderd. Veel van deze programma's kijk ik bij wijze van gemak mee, omdat ze door sommigen in huis worden bekeken. Overigens kijk ik bij sommige programma's ook ongegeneerd genietend mee. Dat geldt met name voor de talentenshows op muziekgebied. De anderen op gebied van schaatsen, dansen, mode, slank worden of gegroepeerd worden op een klein eiland beschouw ik als duizend-in-een-dozijn, waarbij de keuze van de kijker of de keuze van de groep steeds weer op hetzelfde neerkomen.
Op tv probeer ik ook regelmatig documentaires te bekijken. Met name de documentaires van de VPRO en van de NPS zijn daarbij zeer interessant (en overigens door evangelische christenen weinig bekeken).
Als het me enigszins lukt, probeer ik in ieder geval maandelijks even de hitlijsten op TMF te beluisteren. Aangezien muziek een geweldig medium is en blijft, wil ik graag op de hoogte blijven van waar jongeren (en ouderen) naar luisteren,
Overigens ben ik van nature veel meer een liefhebber van radio. Aangezien ik acht uur per dag op mijn werk zit, geen auto rij en vrij veel 's avonds weg ben, schiet dit er de laatste tijd behoorlijk bij in. Vroeger was ik een echte Radio 1 fan en daarvoor stond de radio alleen maar op Radio (Hilversum) 3 of (het oude en echte) Radio Veronica (met zeegeluiden erbij. Wie wil contextualiseren onder jongeren kan niet om het medium radio heen, omdat het nog steeds heel veel impact heeft onder deze leeftijdsgroep.
Veel praten en luisteren
Ik probeer door gesprekken heen te luisteren wat mensen boeit en beweegt. Door met mensen in de wijk te praten en ook daadwerkelijk in ze interesse te hebben en te tonen, krijg ik veel informatie over wat er bij mensen speelt. Het is niet zo dat ik gesprekken "misbruik", maar als ik met mensen spreek en ze vertellen me interessante dingen, dan probeer ik door te vragen. Datzelfde geldt voor andere mensen die ik spreek. Op mijn werk en op andere plekken waar ik kom, krijg ik veel interessante informatie over hoe mensen deze wereld ervaren en hoe ze daarbij religie beschouwen.
Culturele uitingen
Ook in de culturele uitingen is interessante informatie te verkrijgen. Door de drukte en de interesse van onszelf en de wijk om ons heen, gaan we eigenlijk alleen naar de film. Daarbij proberen we films uit te zoeken die momenteel populair zijn en enerzijds te genieten van die films, maar anderzijds te kijken naar wat mensen boeit en beweegt om naar zo'n film toe te gaan. Populaire films die we niet in de bioscoop kunnen bekijken, proberen we wel op tv te zien.
Internet en e-mail
Ook internet is een geweldig medium waar veel te vinden is. Ten behoeve van ons wijkwerk gebruik ik internet eigenlijk alleen om politieke informatie op de websites van diverse ministeries te scannen. Ik besef dat YouTube en diverse forums zeer interessant zijn om te bezoeken. Vooral op forums is interessante informatie te halen, vooral als je in gesprek gaat met bepaalde bevolkingsgroepen waar je weinig van weet. Daarom heb ik me een tijd geleden ingeschreven op de forums vanMaroc.nl, TurkijeForum.nl en (jawel!) de Gaykrant. Maar goed, helaas ontbreekt de tijd om daar verder op mee door te gaan.
Wat betreft e-mail ben ik geabonneerd op diverse e-zines, waarbij de belangrijkste die ik ook werkelijk gebruik of lees zijn: "Interreligieuze werkplaats" en de nieuwsbrief van het Amerikaanse "Leadership Weekly".
Wees niet bang. Lezen, kijken, luisteren en praten zijn voor mij vrijetijdsbestedingen. Daar geniet ik in eerste instantie van. En pas in tweede instantie (ergens in het achterhoofd) gebruik ik ze als hulp om dichter bij mensen in deze wereld te komen en hen te begrijpen.
Om dat te bereiken, moet je wel het een en ander doen. Hieronder een kleine opsomming van hoe ik probeer aan te voelen wat er leeft onder mensen die ik tegenkom en waar ik voor werk.
Veel lezen
Om bij te blijven op wat er in christelijk Nederland speelt en om mijzelf ook af en toe wat te laten opbouwen, lees ik het kerkelijk nieuws uit Nederlands Dagblad, Reformatorisch Dagblad, Friesch Dagblad, Trouw, Uitdaging en Ikon-nieuws (die ik "scan" via mijn Google Reader), ben ik geabonneerd op Parakleet, Bodem, Leadership en Idea, en lees ik de belangrijkste emerging blogs.
Voor de algemene informatie over wat er in de wereld en in ons land speelt, lees ik de zaterdageditie van De Volkskrant, Elsevier en af en toe HP De Tijd of Vrij Nederland. Die geven in hun achtergrondinformatie een aardig beeld van de tijd waarin we leven. Daarnaast scan ik het dagelijks nieuws op Volkskrant, Trouw, Telegraaf en NRC via Google Reader om enigszins bij te blijven.
Niet onbelangrijk voor contextualisatie is het regionale nieuws. De Gelderlander probeer ik dagelijks even door te lezen (dat kan dank zij mijn werk bij de gemeente, waar dat toch al voor nodig is). De wijkkrant is natuurlijk een onmisbare bron van nieuws om te weten wat er in de wijk speelt. Dat geldt trouwens ook voor de wijkwebsite http://www.klarendal.nl, die vrij nauwgezet het wijknieuws bijhoudt.
Daarnaast probeer ik ook de jongerencultuur bij te houden, mede dankzij mijn dochters die regelmatig Girlz of Hitkrant aanschaffen.
Op politiek en overheidsgebied lees ik Binnenlands Bestuur, Re.public en DenkWijzer (het achtergrondblad van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie).
Televisie kijken
De tv biedt veel informatie over onze huidige en ontwikkelende cultuur. Naast natuurlijk het journaal, probeer ik dagelijks een van de actualiteitenrubrieken te bekijken en daarnaast Pauw & Witteman en soms "De Wereld draait door". Hoe vreemd dat ook in de ogen van sommigen moge klinken, veel informatie haal ik ook zeker uit de wat plattere programma's als Shownieuws en RTL Boulevard.
Nieuwe populaire programma's probeer ik in ieder geval een keer te zien, zodat ik weet waar het ongeveer over gaat. Big Brother, de Gouden Kooi of Idols / X-factor / Popstars zijn daarbij niet uitgezonderd. Veel van deze programma's kijk ik bij wijze van gemak mee, omdat ze door sommigen in huis worden bekeken. Overigens kijk ik bij sommige programma's ook ongegeneerd genietend mee. Dat geldt met name voor de talentenshows op muziekgebied. De anderen op gebied van schaatsen, dansen, mode, slank worden of gegroepeerd worden op een klein eiland beschouw ik als duizend-in-een-dozijn, waarbij de keuze van de kijker of de keuze van de groep steeds weer op hetzelfde neerkomen.
Op tv probeer ik ook regelmatig documentaires te bekijken. Met name de documentaires van de VPRO en van de NPS zijn daarbij zeer interessant (en overigens door evangelische christenen weinig bekeken).
Als het me enigszins lukt, probeer ik in ieder geval maandelijks even de hitlijsten op TMF te beluisteren. Aangezien muziek een geweldig medium is en blijft, wil ik graag op de hoogte blijven van waar jongeren (en ouderen) naar luisteren,
Overigens ben ik van nature veel meer een liefhebber van radio. Aangezien ik acht uur per dag op mijn werk zit, geen auto rij en vrij veel 's avonds weg ben, schiet dit er de laatste tijd behoorlijk bij in. Vroeger was ik een echte Radio 1 fan en daarvoor stond de radio alleen maar op Radio (Hilversum) 3 of (het oude en echte) Radio Veronica (met zeegeluiden erbij. Wie wil contextualiseren onder jongeren kan niet om het medium radio heen, omdat het nog steeds heel veel impact heeft onder deze leeftijdsgroep.
Veel praten en luisteren
Ik probeer door gesprekken heen te luisteren wat mensen boeit en beweegt. Door met mensen in de wijk te praten en ook daadwerkelijk in ze interesse te hebben en te tonen, krijg ik veel informatie over wat er bij mensen speelt. Het is niet zo dat ik gesprekken "misbruik", maar als ik met mensen spreek en ze vertellen me interessante dingen, dan probeer ik door te vragen. Datzelfde geldt voor andere mensen die ik spreek. Op mijn werk en op andere plekken waar ik kom, krijg ik veel interessante informatie over hoe mensen deze wereld ervaren en hoe ze daarbij religie beschouwen.
Culturele uitingen
Ook in de culturele uitingen is interessante informatie te verkrijgen. Door de drukte en de interesse van onszelf en de wijk om ons heen, gaan we eigenlijk alleen naar de film. Daarbij proberen we films uit te zoeken die momenteel populair zijn en enerzijds te genieten van die films, maar anderzijds te kijken naar wat mensen boeit en beweegt om naar zo'n film toe te gaan. Populaire films die we niet in de bioscoop kunnen bekijken, proberen we wel op tv te zien.
Internet en e-mail
Ook internet is een geweldig medium waar veel te vinden is. Ten behoeve van ons wijkwerk gebruik ik internet eigenlijk alleen om politieke informatie op de websites van diverse ministeries te scannen. Ik besef dat YouTube en diverse forums zeer interessant zijn om te bezoeken. Vooral op forums is interessante informatie te halen, vooral als je in gesprek gaat met bepaalde bevolkingsgroepen waar je weinig van weet. Daarom heb ik me een tijd geleden ingeschreven op de forums vanMaroc.nl, TurkijeForum.nl en (jawel!) de Gaykrant. Maar goed, helaas ontbreekt de tijd om daar verder op mee door te gaan.
Wat betreft e-mail ben ik geabonneerd op diverse e-zines, waarbij de belangrijkste die ik ook werkelijk gebruik of lees zijn: "Interreligieuze werkplaats" en de nieuwsbrief van het Amerikaanse "Leadership Weekly".
Wees niet bang. Lezen, kijken, luisteren en praten zijn voor mij vrijetijdsbestedingen. Daar geniet ik in eerste instantie van. En pas in tweede instantie (ergens in het achterhoofd) gebruik ik ze als hulp om dichter bij mensen in deze wereld te komen en hen te begrijpen.
vrijdag 17 oktober 2008
Te druk om nog iets te bloggen
Het gebeurt me regelmatig dat de weken voorbij vliegen. Dan moet ik kiezen wat het belangrijkste is. En dan komt deze blog wel eens in de verdrukking.
Een greep uit de activiteiten van de afgelopen tijd.
* wekelijks op zondag de brunch en viering (een keer in de twee weken wordt de viering door mij voorbereid)
* wekelijks wordt ik verwacht op mijn werk 's avonds op de Politieke Maandag van de gemeenteraad aanwezig te zijn. Vroeger om te notuleren; nu om te organiseren en ervoor te zorgen dat alles vlekkeloos verloopt.
* wekelijks op dinsdagavond de computerles die we aan wijkgenoten of mensen van daarbuiten geven. Tussen de drie en de zes mensen komen langs om verder te werken aan hun cursus. Aneta en ik zijn daarbij om hen te begeleiden. Dat betekent switchen tussen allerlei Microsoft Office pakketten en oplossingen bedenken voor problemen die men tegenkomt. Soms zijn de problemen snel oplosbaar, omdat ze op een heel bekend probleem stuiten (er wordt bijvoorbeeld niets opgeslagen, omdat een schijf niet in de drive zit). Op andere momenten kost het iets meer hoofdbrekens om het probleem op te lossen.
Op donderdagen is er om de week een gebedsavond (van 18.00-19.30 met eten; of van 19.00-20.30 zonder eten, maar met een plaatselijke voorganger of dominee) en om de week een bijbelstudie voor vaste bezoekers.
Vrijdagmiddag begint eerst tussen 13.30 en 15.30 met weer twee uur computerles, die wordt afgewisseld met vragen over de Voedselbank en die eindigt met het gezellig bijeen zijn van vrijwilligers en afnemers van de Voedselbank tot ongeveer 18.00 uur.
Naast deze vaste ritmes vindt er zo af en toe nog wel eens iets meer te beleven:
* aanwezig zijn bij een informatieavond over wat er in de wijk wordt gedaan met het geld dat minister Vogelaar beschikbaar heeft gesteld voor onze "prachtwijk".
* maandelijkse teamoverleggen, waarin de stand van zaken binnen Villa Klarendal doorgenomen wordt. Van belang, omdat het kernteam zich langzamerhand verder uitbreidt.
* gesprekken met de dominee van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt over de plannen om samen te gaan werken en de manier waarop dat vormgegeven moet worden.
* overleggen en gezellige avondjes als coördinerend vrijwilliger van de Voedselbank.
* vanaf eind vorige week is daar een dagelijks telefoongesprek met de zoon van een van onze vaste bezoekers bijgekomen, omdat deze bezoeker een hartinfarct heeft gekregen en in het ziekenhuis ligt. De bezoeker heb ik inmiddels ook twee keer samen met de zoon opgezocht.
* telefoongesprekjes met een andere bezoekster die tegen problemen in het onderwijs aan loopt en daar zelf soms geen raad mee weet.
* een interview voor de Stadsomroep Arnhem over Villa Klarendal, dat qua tijd uitloopt, omdat de interviewer technische kennis ontbeert om het opnameapparaatje goed te kunnen afluisteren.
* een door Villa Klarendal, een kringgroep van de Kruiskerk en bewoners van de Rappardstraat georganiseerde straatschoonmaak- en speeldag op zaterdag.
Zo kan het dus gebeuren dat er even twee weken een blogstilte is. Die is er dus niet vanwege een sabbatical, maar omdat er na de activiteiten soms wel weer eens tijd nodig is om zelf even op te laden of uit te rusten. Daar worden vaak de rustige tijden in het weekend voor gebruikt. Bij Albert Heijn, waar ik op zaterdagochtend het brood voor de brunch en viering van zondag ophaal, is inmiddels bekend dat ik niet (zoals de anderen doordeweeks) om acht uur klaar sta voor het brood, maar pas tussen half elf en half twaalf.
Naast al deze activiteiten blijft het contact met wijkbewoners enorm belangrijk. Dat is dan wel weer het voordeel van een wijkbewoner. Want de andere bewoners kom je gewoon op straat tegen. Dan is er weer een gezellig of diepgaander gesprek.
Gelukkig is dit leven mij op het lijf geschreven. Dit geldt gelukkig niet alleen voor mijzelf, maar ook voor vrouw en kinderen. Ik kan me snel terugtrekken als ik weer thuis ben en vindt dan momenten en eigen dingetjes waarvan ik weer tot rust kom.
Er zijn momenten waarop ik echt moe ben. Dan bidt ik voor nieuwe kracht in de wetenschap dat ik het werk ook niet uit mezelf of voor mezelf doe. Na afloop is er dan steevast de rust en zekerheid dat het werk goed is geweest. Vanuit die rust kan er dan nog enkele uurtjes gerust worden voordat de nachtrust daadwerkelijk intreedt.
Om de volgende dag weer met nieuwe moed en kracht aan een nieuwe uitdaging te beginnen.
Een greep uit de activiteiten van de afgelopen tijd.
* wekelijks op zondag de brunch en viering (een keer in de twee weken wordt de viering door mij voorbereid)
* wekelijks wordt ik verwacht op mijn werk 's avonds op de Politieke Maandag van de gemeenteraad aanwezig te zijn. Vroeger om te notuleren; nu om te organiseren en ervoor te zorgen dat alles vlekkeloos verloopt.
* wekelijks op dinsdagavond de computerles die we aan wijkgenoten of mensen van daarbuiten geven. Tussen de drie en de zes mensen komen langs om verder te werken aan hun cursus. Aneta en ik zijn daarbij om hen te begeleiden. Dat betekent switchen tussen allerlei Microsoft Office pakketten en oplossingen bedenken voor problemen die men tegenkomt. Soms zijn de problemen snel oplosbaar, omdat ze op een heel bekend probleem stuiten (er wordt bijvoorbeeld niets opgeslagen, omdat een schijf niet in de drive zit). Op andere momenten kost het iets meer hoofdbrekens om het probleem op te lossen.
Op donderdagen is er om de week een gebedsavond (van 18.00-19.30 met eten; of van 19.00-20.30 zonder eten, maar met een plaatselijke voorganger of dominee) en om de week een bijbelstudie voor vaste bezoekers.
Vrijdagmiddag begint eerst tussen 13.30 en 15.30 met weer twee uur computerles, die wordt afgewisseld met vragen over de Voedselbank en die eindigt met het gezellig bijeen zijn van vrijwilligers en afnemers van de Voedselbank tot ongeveer 18.00 uur.
Naast deze vaste ritmes vindt er zo af en toe nog wel eens iets meer te beleven:
* aanwezig zijn bij een informatieavond over wat er in de wijk wordt gedaan met het geld dat minister Vogelaar beschikbaar heeft gesteld voor onze "prachtwijk".
* maandelijkse teamoverleggen, waarin de stand van zaken binnen Villa Klarendal doorgenomen wordt. Van belang, omdat het kernteam zich langzamerhand verder uitbreidt.
* gesprekken met de dominee van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt over de plannen om samen te gaan werken en de manier waarop dat vormgegeven moet worden.
* overleggen en gezellige avondjes als coördinerend vrijwilliger van de Voedselbank.
* vanaf eind vorige week is daar een dagelijks telefoongesprek met de zoon van een van onze vaste bezoekers bijgekomen, omdat deze bezoeker een hartinfarct heeft gekregen en in het ziekenhuis ligt. De bezoeker heb ik inmiddels ook twee keer samen met de zoon opgezocht.
* telefoongesprekjes met een andere bezoekster die tegen problemen in het onderwijs aan loopt en daar zelf soms geen raad mee weet.
* een interview voor de Stadsomroep Arnhem over Villa Klarendal, dat qua tijd uitloopt, omdat de interviewer technische kennis ontbeert om het opnameapparaatje goed te kunnen afluisteren.
* een door Villa Klarendal, een kringgroep van de Kruiskerk en bewoners van de Rappardstraat georganiseerde straatschoonmaak- en speeldag op zaterdag.
Zo kan het dus gebeuren dat er even twee weken een blogstilte is. Die is er dus niet vanwege een sabbatical, maar omdat er na de activiteiten soms wel weer eens tijd nodig is om zelf even op te laden of uit te rusten. Daar worden vaak de rustige tijden in het weekend voor gebruikt. Bij Albert Heijn, waar ik op zaterdagochtend het brood voor de brunch en viering van zondag ophaal, is inmiddels bekend dat ik niet (zoals de anderen doordeweeks) om acht uur klaar sta voor het brood, maar pas tussen half elf en half twaalf.
Naast al deze activiteiten blijft het contact met wijkbewoners enorm belangrijk. Dat is dan wel weer het voordeel van een wijkbewoner. Want de andere bewoners kom je gewoon op straat tegen. Dan is er weer een gezellig of diepgaander gesprek.
Gelukkig is dit leven mij op het lijf geschreven. Dit geldt gelukkig niet alleen voor mijzelf, maar ook voor vrouw en kinderen. Ik kan me snel terugtrekken als ik weer thuis ben en vindt dan momenten en eigen dingetjes waarvan ik weer tot rust kom.
Er zijn momenten waarop ik echt moe ben. Dan bidt ik voor nieuwe kracht in de wetenschap dat ik het werk ook niet uit mezelf of voor mezelf doe. Na afloop is er dan steevast de rust en zekerheid dat het werk goed is geweest. Vanuit die rust kan er dan nog enkele uurtjes gerust worden voordat de nachtrust daadwerkelijk intreedt.
Om de volgende dag weer met nieuwe moed en kracht aan een nieuwe uitdaging te beginnen.
Wie schrijft die blijft
Enige tijd geleden heb ik in het Friesch Dagblad een artikel geschreven over Villa Klarendal. De redacteur reageerde enthousiast terug dat dit "zo'n leuk geschreven verhaal" was. Vervolgens schreef ik hem terug dat ik, als hij dat wilde, best wel een column voor het blad wilde schrijven.
Tot mijn verbazing werd ik vorige week woensdag gebeld dat het Friesch Dagblad wil ingaan op mijn aanbod. De precieze frequentie is nog niet bekend, ook over de titel moeten we het nog hebben. Maar eind oktober, begin november zal in dit noordelijke dagblad een column van mij gaan verschijnen rondom missionair werk.
Tot mijn verbazing werd ik vorige week woensdag gebeld dat het Friesch Dagblad wil ingaan op mijn aanbod. De precieze frequentie is nog niet bekend, ook over de titel moeten we het nog hebben. Maar eind oktober, begin november zal in dit noordelijke dagblad een column van mij gaan verschijnen rondom missionair werk.
donderdag 2 oktober 2008
Een rustige avond
We hoorden het weer gonzen de afgelopen weken. Diverse vaste bezoekers wilden graag meer van de bijbel weten. Dus spraken we met ze af om tweewekelijks een bijbelstudie te organiseren.
Vorige week hebben we met zijn drieën gebrainstormd. We zouden samen met hen achter Jezus aan gaan. Om samen te leren van Jezus' woorden.
Deze week heeft Hans, onze stagiaire, veel tijd gestoken in het voorbereiden van de eerste avond. Een prachtige studie over waarom Jezus nu wil dat we hem volgen.
Dus zaten we op de afgesproken tijd om zeven uur klaar. Ik had van tevoren al wat mensen gebeld. Die plotseling iets anders te doen hadden of het helemaal waren vergeten. Okee, een zou komen, maar moest nog werken en zou iets later komen. De rest was wel van plan te komen.
Dus niet. We zaten er met zijn drieën. Dus de persoon onderweg maar weer afgebeld. Samen nagedacht over wat we over twee weken doen, als Hans er niet is, zodat hij over een maand wel zijn voorbereidingen kan uitwerken.
Want we stoppen niet en worden niet teleurgesteld. Integendeel. We gaan gewoon door. Wie weet wat er over twee weken gebeurt. En als het weer zo is? Dan gaan we eens nadenken over de vorm, de avond, de werkwijze. En kijken of het wellicht net iets anders, bij iemand thuis of in een kleinere groep moet gebeuren.
Experimenteren blijft leuk. Ook al lijken dit soort situaties verloren of weggegooide tijd. Maar ach, welnee, ik heb eens een extra rustige avond. Morgen zien we twee van de te verwachten personen weer. En delen dan ons leven weer met hen. Die belangrijke andere manier van volgelingschap. Misschien moeten we bijbelstudies ook meer integreren in dat soort manieren van werken. OOk hierin laten we ons leiden en vragen onze Vader om duidelijkheid en creativiteit. En vooral: liefde voor ieder die we tegenkomen.
Zoals degene die vanavond rond elf uur nog even komt binnenstappen, om "nog even gezellig bij te kletsen". En die na twintig minuten weer snel opstapt nadat hij na tien minuten na zijn vraag begrijpt dat we helaas geen extra brood meer in huis hebben. Net zo lastig als die andere vraag vanavond. Verloren tijd of liefde geven aan iemand die alleen maar uit is om iets te krijgen? Of toch ruimte geven aan mensen ondanks hun dubbele bodem en bidden dat Gods liefde in ons bij hen ervaren mag worden?
Korte momenten die diepe vragen nalaten waar ik geen antwoord op heb. Want ook dat is pionieren. Niet altijd de mooie dingen, maar vooral ook vaak: de vragen, de twijfels, de teleurstellingen. En daarna: de overgave, begrijpen dat ik het niet alleen kan doen, het besef dat God dit werk is begonnen en ons als zijn medewerkers hier wil inzetten. Met vallen en opstaan en soms zelfs ondanks ons.
Vorige week hebben we met zijn drieën gebrainstormd. We zouden samen met hen achter Jezus aan gaan. Om samen te leren van Jezus' woorden.
Deze week heeft Hans, onze stagiaire, veel tijd gestoken in het voorbereiden van de eerste avond. Een prachtige studie over waarom Jezus nu wil dat we hem volgen.
Dus zaten we op de afgesproken tijd om zeven uur klaar. Ik had van tevoren al wat mensen gebeld. Die plotseling iets anders te doen hadden of het helemaal waren vergeten. Okee, een zou komen, maar moest nog werken en zou iets later komen. De rest was wel van plan te komen.
Dus niet. We zaten er met zijn drieën. Dus de persoon onderweg maar weer afgebeld. Samen nagedacht over wat we over twee weken doen, als Hans er niet is, zodat hij over een maand wel zijn voorbereidingen kan uitwerken.
Want we stoppen niet en worden niet teleurgesteld. Integendeel. We gaan gewoon door. Wie weet wat er over twee weken gebeurt. En als het weer zo is? Dan gaan we eens nadenken over de vorm, de avond, de werkwijze. En kijken of het wellicht net iets anders, bij iemand thuis of in een kleinere groep moet gebeuren.
Experimenteren blijft leuk. Ook al lijken dit soort situaties verloren of weggegooide tijd. Maar ach, welnee, ik heb eens een extra rustige avond. Morgen zien we twee van de te verwachten personen weer. En delen dan ons leven weer met hen. Die belangrijke andere manier van volgelingschap. Misschien moeten we bijbelstudies ook meer integreren in dat soort manieren van werken. OOk hierin laten we ons leiden en vragen onze Vader om duidelijkheid en creativiteit. En vooral: liefde voor ieder die we tegenkomen.
Zoals degene die vanavond rond elf uur nog even komt binnenstappen, om "nog even gezellig bij te kletsen". En die na twintig minuten weer snel opstapt nadat hij na tien minuten na zijn vraag begrijpt dat we helaas geen extra brood meer in huis hebben. Net zo lastig als die andere vraag vanavond. Verloren tijd of liefde geven aan iemand die alleen maar uit is om iets te krijgen? Of toch ruimte geven aan mensen ondanks hun dubbele bodem en bidden dat Gods liefde in ons bij hen ervaren mag worden?
Korte momenten die diepe vragen nalaten waar ik geen antwoord op heb. Want ook dat is pionieren. Niet altijd de mooie dingen, maar vooral ook vaak: de vragen, de twijfels, de teleurstellingen. En daarna: de overgave, begrijpen dat ik het niet alleen kan doen, het besef dat God dit werk is begonnen en ons als zijn medewerkers hier wil inzetten. Met vallen en opstaan en soms zelfs ondanks ons.
zondag 28 september 2008
Nieuwe wegen 2
Ik kom uit de generatie waarin "vrijzinnigen" en "evangelischen" recht tegenover elkaar stonden. Tot geloof gekomen bij Youth for Christ is mij al snel de waarde van rechtzinnigheid bijgebracht. Het geloof was die van de persoonlijke redding door de kruisdood van Jezus. Daarbij hoorden het onvoorwaardelijk geloof in het letterlijk nemen van de bijbel met alle waarheden van dien: de schepping, zondeval, zondvloed, leven kruisiging en opstanding van Jezus, de wederkomst en alle andere verhalen die daar tussen werden verteld. Onze grote opdracht was natuurlijk de verkondiging van het evangelie aan iedereen die dat maar wilde horen of niet. Alle andere dingen buiten dat evangelie waren voor ons tweederangs en daarover spreken en nadenken stond gelijk aan heulen met de vijand: de moderne theologie of vrijzinnigheid.
Die op zijn beurt moest niets meer hebben van de letterlijke tekst van de bijbel. Alles wat ons lief was werd overboord gegooid: de schepping van twee mensen in zeven dagen, de zondeval, de zondvloed, de verhalen in het Oude Testament, het bestaan van Jezus, de wonderen die Hij deed en de daadwerkelijke opstanding van Hem. De vrijzinnigheid kwam in de preken niet verder dan de politiek aanspreken op allerlei sociale thema's als vrede, gerechtigheid, armoede en ongelijkheid. Die politisering van het evangelie werd daarom al snel in het evangelische jargon het "sociale evangelie" genoemd.
Veel van de dingen die ik toen geloofde zijn niet veranderd. Goed, ik lees de Psalmen niet als letterlijke tekst (ik zal het niet als plicht zien om te bidden voor de vernietiging van mijn vijanden), maar als poëzie waarin de schrijver zijn emoties uit. Of de schepping nu in 7 of 7000 jaar zijn geschapen is voor mij niet meer van levensbelang. En langzamerhand begin ik te zien dat het doel van Jezus' komst op aarde veel verder ging dan alleen de persoonlijke redding van ieder individu. Waar ik "de ander" beschuldigde van een sociaal evangelie, moet ik nu erkennen dat driekwart van de bijbel draait om dat sociale evangelie. De sociale misstanden worden telkens weer door profeten aan het volk Israël voorgehouden.
Ik ben tot een soort combinatie gekomen. Een evangelisch geloof met een sociale bewogenheid voor de mensen om ons heen. In de wijk waar we wonen, kunnen we niet direct aankomen met de persoonlijke redding door Jezus. Daar zijn mijn medebewoners helemaal niet mee bezig. Ze willen een oplossing voor hun armoedeprobleem, voor hun werkloosheidsprobleem, voor hun sociale isolement of voor de rotzooi die op straat ligt. Door met hen na te denken over oplossingen of door direct oplossingen aan te dragen, ontstaat er verlichting waardoor ruimte ontstaat voor de spirituele dimensie van het leven. Die laten we niet schieten zoals de presentietheologie ons voorhoudt. Maar die stellen we niet in alle gevallen direct vooraan om over te praten.
Door deze manier van leven en spreken zijn we een halfjaar geleden uitgenodigd om eens iets te vertellen bij de Raad van Kerken in Arnhem. Prachtig dus, want mijn vroegere "vijanden" waren zeer geïnteresseerd in hoe wij werkten en vanuit welke filosofie wij dat deden. We hebben onze werkwijze daarbij niet onder stoelen of banken geschoven. Aangegeven dat we ons niet schamen voor ons evangelie. Maar dat we ook ruimte geven aan andersdenkenden om bij ons aan tafel te schuiven. Waarbij we niet direct de menselijke overtuigingskracht inzetten om ze direct op dat moment te bekeren. Maar dat we vanuit de ruimte en de relatie werken waardoor (sommige) mensen geïnteresseerd raken over het geloof waarover we vertellen.
De contacten zijn daardoor gelegd. Niet lang na die bijeenkomst met de RvK kreeg ik een uitnodiging in de bus om iets te vertellen over Villa Klarendal. Tussen 25 en 28 september werd in de stad een internationale oecumenische conferentie gehouden met als thema "Zien – Bewogen worden – In beweging komen".
Volgens de folder is het doel daarvan: "bezinning op het begrip barmhartigheid en verdieping in de betekenis van barmhartigheid in onze kerken. Zo kunnen we elkaar helpen deze opdracht in praktijk te brengen. We laten elkaar zien hoe je concreet werkt aan barmhartigheid. Daarbij doet zich de unieke mogelijkheid voor in elkaars keuken te kijken."
Het programma was als volgt: na een algemene inleiding van deken H. Janssen (jazeker, die van Nova...), presenteren buitenlandse delegaties een project uit hun kerkgemeenschap en laat de Arnhemse delegatie projecten in de stad zien. De groep van 50 werd verdeeld in een groep die naar het Kruispunt ging (een project voor daklozen) en een andere groep naar de Voedselbank en... Villa Klarendal.
Dus mocht ik afgelopen vrijdag drie kwartier iets vertellen over onze visie met Villa Klarendal. En waar dat vroeger al snel tot discussies zou hebben geleid, was er nu een gevoel van gezamenlijkheid. Engelsen die de lijn met emerging church en fresh expressions legden; een dominee die vertelde hoe hij in Londen prachtige vergelijkbare (natuurlijk veel grotere) projecten was tegengekomen; en vooral veel respect voor de manier waarop we functioneren.
Door de "need of urgency" in ons land zijn we met zijn allen op zoek naar oplossingen voor de problemen die we tegenkomen. Dat geldt zeker voor de 40 prachtwijken van minister Vogelaar. In die zoektocht vallen ook oude theologische tegenstellingen weg. En ontstaat er een nieuw respect voor de werkwijze van de ander. Op gebied van naast de ander staan vinden wij elkaar. Ik hoop dat het respect voor de spirituele kant van ons werk ook zal blijven en zal groeien.
Dat biedt weer nieuwe kansen!
Die op zijn beurt moest niets meer hebben van de letterlijke tekst van de bijbel. Alles wat ons lief was werd overboord gegooid: de schepping van twee mensen in zeven dagen, de zondeval, de zondvloed, de verhalen in het Oude Testament, het bestaan van Jezus, de wonderen die Hij deed en de daadwerkelijke opstanding van Hem. De vrijzinnigheid kwam in de preken niet verder dan de politiek aanspreken op allerlei sociale thema's als vrede, gerechtigheid, armoede en ongelijkheid. Die politisering van het evangelie werd daarom al snel in het evangelische jargon het "sociale evangelie" genoemd.
Veel van de dingen die ik toen geloofde zijn niet veranderd. Goed, ik lees de Psalmen niet als letterlijke tekst (ik zal het niet als plicht zien om te bidden voor de vernietiging van mijn vijanden), maar als poëzie waarin de schrijver zijn emoties uit. Of de schepping nu in 7 of 7000 jaar zijn geschapen is voor mij niet meer van levensbelang. En langzamerhand begin ik te zien dat het doel van Jezus' komst op aarde veel verder ging dan alleen de persoonlijke redding van ieder individu. Waar ik "de ander" beschuldigde van een sociaal evangelie, moet ik nu erkennen dat driekwart van de bijbel draait om dat sociale evangelie. De sociale misstanden worden telkens weer door profeten aan het volk Israël voorgehouden.
Ik ben tot een soort combinatie gekomen. Een evangelisch geloof met een sociale bewogenheid voor de mensen om ons heen. In de wijk waar we wonen, kunnen we niet direct aankomen met de persoonlijke redding door Jezus. Daar zijn mijn medebewoners helemaal niet mee bezig. Ze willen een oplossing voor hun armoedeprobleem, voor hun werkloosheidsprobleem, voor hun sociale isolement of voor de rotzooi die op straat ligt. Door met hen na te denken over oplossingen of door direct oplossingen aan te dragen, ontstaat er verlichting waardoor ruimte ontstaat voor de spirituele dimensie van het leven. Die laten we niet schieten zoals de presentietheologie ons voorhoudt. Maar die stellen we niet in alle gevallen direct vooraan om over te praten.
Door deze manier van leven en spreken zijn we een halfjaar geleden uitgenodigd om eens iets te vertellen bij de Raad van Kerken in Arnhem. Prachtig dus, want mijn vroegere "vijanden" waren zeer geïnteresseerd in hoe wij werkten en vanuit welke filosofie wij dat deden. We hebben onze werkwijze daarbij niet onder stoelen of banken geschoven. Aangegeven dat we ons niet schamen voor ons evangelie. Maar dat we ook ruimte geven aan andersdenkenden om bij ons aan tafel te schuiven. Waarbij we niet direct de menselijke overtuigingskracht inzetten om ze direct op dat moment te bekeren. Maar dat we vanuit de ruimte en de relatie werken waardoor (sommige) mensen geïnteresseerd raken over het geloof waarover we vertellen.
De contacten zijn daardoor gelegd. Niet lang na die bijeenkomst met de RvK kreeg ik een uitnodiging in de bus om iets te vertellen over Villa Klarendal. Tussen 25 en 28 september werd in de stad een internationale oecumenische conferentie gehouden met als thema "Zien – Bewogen worden – In beweging komen".
Volgens de folder is het doel daarvan: "bezinning op het begrip barmhartigheid en verdieping in de betekenis van barmhartigheid in onze kerken. Zo kunnen we elkaar helpen deze opdracht in praktijk te brengen. We laten elkaar zien hoe je concreet werkt aan barmhartigheid. Daarbij doet zich de unieke mogelijkheid voor in elkaars keuken te kijken."
Het programma was als volgt: na een algemene inleiding van deken H. Janssen (jazeker, die van Nova...), presenteren buitenlandse delegaties een project uit hun kerkgemeenschap en laat de Arnhemse delegatie projecten in de stad zien. De groep van 50 werd verdeeld in een groep die naar het Kruispunt ging (een project voor daklozen) en een andere groep naar de Voedselbank en... Villa Klarendal.
Dus mocht ik afgelopen vrijdag drie kwartier iets vertellen over onze visie met Villa Klarendal. En waar dat vroeger al snel tot discussies zou hebben geleid, was er nu een gevoel van gezamenlijkheid. Engelsen die de lijn met emerging church en fresh expressions legden; een dominee die vertelde hoe hij in Londen prachtige vergelijkbare (natuurlijk veel grotere) projecten was tegengekomen; en vooral veel respect voor de manier waarop we functioneren.
Door de "need of urgency" in ons land zijn we met zijn allen op zoek naar oplossingen voor de problemen die we tegenkomen. Dat geldt zeker voor de 40 prachtwijken van minister Vogelaar. In die zoektocht vallen ook oude theologische tegenstellingen weg. En ontstaat er een nieuw respect voor de werkwijze van de ander. Op gebied van naast de ander staan vinden wij elkaar. Ik hoop dat het respect voor de spirituele kant van ons werk ook zal blijven en zal groeien.
Dat biedt weer nieuwe kansen!
zaterdag 27 september 2008
Nieuwe wegen
Villa Klarendal bestaat volgende week precies drie jaar. Een prachtige tijd, die voor mijn gevoel eerder zes dan drie jaren zijn geweest. Vanaf het begin verlangden we dat mensen vanuit de wijk zouden instromen in reguliere Arnhemse kerken. Vanaf vrijwel hetzelfde begin zeiden Arnhemse voorgangers en dominees ons dat we maar beter gelijk de weg van gemeentestichting op konden gaan. Maar ja, we waren (en zijn) Youth for Christ en hadden de visie om een brug naar de kerk te zijn.
In de afgelopen jaren hebben we met veel vrienden en bekenden gepraat over kerk-zijn en gediscussieerd over wanneer een gemeenschap zich daadwerkelijk kerk in de bijbelse zin van het woord mag noemen. Daarover zijn inmiddels een aantal studies uitgebracht. Dit heeft onze geest gescherpt en heeft ons tot nadenken gezet.
Iets anders dat ons tot nadenken zette, en wat ik ook al vaker op deze blog en in interviews en artikelen heb laten vallen, is dat onze "vaste bezoekers" al na enkele maanden aan anderen begonnen te vertellen hoe fijn, leuk en gezellig Villa Klarendal was, "hun kerk"!
Daar hebben we jarenlang omheen gepraat. Maar aan het einde van het afgelopen seizoen hebben we de knoop doorgehakt: we willen op weg gaan naar de vorming van een kerkelijke gemeenschap Villa Klarendal, waaronder alle activiteiten die we nu uitvoeren vallen. Vrijwel gelijktijdig met dit besluit, kwamen we weer eens in gesprek met de dominee van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt (GKV), die meldde dat zij zochten naar wegen om in Klarendal een nieuwe gemeente te stichten en dit liefst samen met ons wilden doen.
Dit is een spannende nieuwe weg die we inslaan. Spannend, omdat we van het project-pad aflopen richting een christelijke gemeenschap. Natuurlijk was die er al vanaf het begin, maar voor de meesten betekent dit in het hoofd en handelen een hele andere weg. Spannend, omdat we zullen samenwerken met mensen van een bestaande kerk die hun eigen achtergrond meenemen. Dat betekent dus veel tijd besteden aan elkaar leren kennen en samen de visie ontdekken die God in ons hart heeft gelegd voor deze wijk. Bij de interessante vraagstukken zal ongetwijfeld de doop langskomen, met onze baptisten-, pinkster-, evangelische -, Nederlands Gereformeerde of Vrijgemaakt Gereformeerde achtergrond. Die vraagstukken zullen we vooral met een missionaire insteek behandelen als gemeenschap die dichtbij wijkbewoners staat en wil blijven staan.
De samenwerking met GKV sluit overigens samenwerking met andere kerken niet uit. Het nieuwe van de Villa betekent in mijn ogen dat er wellicht nog meer medewerkers uit andere kerken (op verzoek van hun oudsten of leidinggevenden) kunnen worden uitgezonden naar onze wijk.
Net na de zomer hebben we bijvoorbeeld ook een gesprek gehad met de leiding van de Vereniging voor Pinkster- en Evangeliegemeenten (VPE), waarvan ik sinds de start van Villa Klarendal lid ben geworden. Ik merk dat mijn wijkwerk verder gaat dan alleen de wijk Klarendal: ik krijg steeds meer vragen van groepen christenen in den lande om hen te adviseren en te ondersteunen. Ik zou dat graag voor een deel van de week willen doen, maar om dat te doen naast mijn 40-urige werkweek bij de gemeente Arnhem en alle activiteiten met en voor buurtgenoten in de wijk, wordt me wel heel erg veel. Dit gesprek met de VPE zal in de loop van het jaar met een kleine groep VPE-leden, die zich met het werk van Villa Klarendal verwant voelt, worden voortgezet.
Een van de eerste dingen waar we als Villa Klarendal naar uit zullen gaan kijken zal een gemeentebouwer zijn: iemand, bij voorkeur een gezin, die de visie van Villa Klarendal wil oppikken en met zijn/hun ervaring de ontstane gemeenschap verder kan uitbouwen.
De reden dat ik dit nu pas op mijn blog schrijf is, dat het nu via onze nieuwsbrief wereldkundig is gemaakt. Deze nieuwsbrief kun u lezen door op deze link te klikken (hij opent in Acrobat Reader).
Laat maar eens weten wat je hiervan vindt.
In de afgelopen jaren hebben we met veel vrienden en bekenden gepraat over kerk-zijn en gediscussieerd over wanneer een gemeenschap zich daadwerkelijk kerk in de bijbelse zin van het woord mag noemen. Daarover zijn inmiddels een aantal studies uitgebracht. Dit heeft onze geest gescherpt en heeft ons tot nadenken gezet.
Iets anders dat ons tot nadenken zette, en wat ik ook al vaker op deze blog en in interviews en artikelen heb laten vallen, is dat onze "vaste bezoekers" al na enkele maanden aan anderen begonnen te vertellen hoe fijn, leuk en gezellig Villa Klarendal was, "hun kerk"!
Daar hebben we jarenlang omheen gepraat. Maar aan het einde van het afgelopen seizoen hebben we de knoop doorgehakt: we willen op weg gaan naar de vorming van een kerkelijke gemeenschap Villa Klarendal, waaronder alle activiteiten die we nu uitvoeren vallen. Vrijwel gelijktijdig met dit besluit, kwamen we weer eens in gesprek met de dominee van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt (GKV), die meldde dat zij zochten naar wegen om in Klarendal een nieuwe gemeente te stichten en dit liefst samen met ons wilden doen.
Dit is een spannende nieuwe weg die we inslaan. Spannend, omdat we van het project-pad aflopen richting een christelijke gemeenschap. Natuurlijk was die er al vanaf het begin, maar voor de meesten betekent dit in het hoofd en handelen een hele andere weg. Spannend, omdat we zullen samenwerken met mensen van een bestaande kerk die hun eigen achtergrond meenemen. Dat betekent dus veel tijd besteden aan elkaar leren kennen en samen de visie ontdekken die God in ons hart heeft gelegd voor deze wijk. Bij de interessante vraagstukken zal ongetwijfeld de doop langskomen, met onze baptisten-, pinkster-, evangelische -, Nederlands Gereformeerde of Vrijgemaakt Gereformeerde achtergrond. Die vraagstukken zullen we vooral met een missionaire insteek behandelen als gemeenschap die dichtbij wijkbewoners staat en wil blijven staan.
De samenwerking met GKV sluit overigens samenwerking met andere kerken niet uit. Het nieuwe van de Villa betekent in mijn ogen dat er wellicht nog meer medewerkers uit andere kerken (op verzoek van hun oudsten of leidinggevenden) kunnen worden uitgezonden naar onze wijk.
Net na de zomer hebben we bijvoorbeeld ook een gesprek gehad met de leiding van de Vereniging voor Pinkster- en Evangeliegemeenten (VPE), waarvan ik sinds de start van Villa Klarendal lid ben geworden. Ik merk dat mijn wijkwerk verder gaat dan alleen de wijk Klarendal: ik krijg steeds meer vragen van groepen christenen in den lande om hen te adviseren en te ondersteunen. Ik zou dat graag voor een deel van de week willen doen, maar om dat te doen naast mijn 40-urige werkweek bij de gemeente Arnhem en alle activiteiten met en voor buurtgenoten in de wijk, wordt me wel heel erg veel. Dit gesprek met de VPE zal in de loop van het jaar met een kleine groep VPE-leden, die zich met het werk van Villa Klarendal verwant voelt, worden voortgezet.
Een van de eerste dingen waar we als Villa Klarendal naar uit zullen gaan kijken zal een gemeentebouwer zijn: iemand, bij voorkeur een gezin, die de visie van Villa Klarendal wil oppikken en met zijn/hun ervaring de ontstane gemeenschap verder kan uitbouwen.
De reden dat ik dit nu pas op mijn blog schrijf is, dat het nu via onze nieuwsbrief wereldkundig is gemaakt. Deze nieuwsbrief kun u lezen door op deze link te klikken (hij opent in Acrobat Reader).
Laat maar eens weten wat je hiervan vindt.
zaterdag 20 september 2008
Heb uw "vijanden" lief
De afgelopen jaren heb ik veel discussies met christenen gehad over de verhouding met moslims. In die gesprekken merkte ik hoe veel christenen moslims zagen door de ogen van de terroristische beelden die gedurende die jaren over de televisie te zien zijn geweest. Met het vallen van de Muur zochten christenen een nieuwe vijand en een nieuwe antichrist en vonden die in de aanhangers van (in hun ogen) Mohammed.
Achter dat vijandbeeld zit een geschiedenis van eeuwen waarin moslims en christenen elkaar bestookten met geschriften waarin alleen maar negatieve noties en geloofsverdediging werden geuit. Door al die geschriften zijn christenen en moslims in hun hoofd bezig met een loopgravenoorlog jegens elkander.
Door die vijandbeelden gebeurt het maar sporadisch dat christenen en moslims in alle openheid met elkaar in gesprek gaan. Waar dat gesprek heeft plaatsgevonden, is dat over het algemeen geannexeerd door de oecumenische beweging die uitging van de gezamenlijke basis van christendom en islam en van een meerwegenleer op zoek naar Jahweh, de Here God of Allah. Hier en daar waren beginnende relaties tussen moslims en christenen op basis van het eigen geloof, grotendeels ondersteund door de Stichting Evangelie & Moslims onder de prachtige slogan Bouwen aan respect, met passie voor waarheid.
Zodra vermeende vijanden met elkaar in gesprek komen, worden allengs de vijandelijke muren geslecht. Die ander met die vreemde godsdienst is niet zo eng als we ooit gedacht hadden. Ze blijken soms zelfs nog hartelijker dan wij ooit hadden bedacht....
Ook in wijken als Klarendal is het gesprek en de relatie met moslims een moeilijk te nemen hindernis. Er wordt wel gesproken, maar het gesprek blijft formeel en komt niet verder naar een hart-tot-hart relatie. Deze problemen ervoeren wijzelf ook. Dat was een van de redenen om samen met een Turkse vrouwengroep een reis te organiseren naar museumpark Oriëntalis.
Na afloop van die reis was iedereen, zowel de islamitische, de christelijke, als de niet-gelovige reisgenoten enthousiast over de gezamenlijke reis. En we besloten snel nog nieuwe activiteiten en gesprekken te organiseren. Dat gebeurde nog sneller dan verwacht. Vorige week vrijdag vroeg de medeorganisator ons om deze week langs te komen om samen met hen te eten. Dus gingen we afgelopen woensdag met negen Villa-gangers naar de moskee om samen met de moslims van de maaltijd na de ramadan te genieten.
Vooral bij de vrouwen (mannen en vrouwen aten traditioneel gescheiden) werd veel gesproken over het belang van de ramadan, de reden waarom er gedurende deze maand gezamenlijk werd gegeten, hoe dit werd georganiseerd en vooral hoe men de ramadanmaand persoonlijk ervoer. De relaties waren allerhartelijkst en iedereen genoot van het lekkere eten, maar vooral van de onderlinge gesprekken van hart tot hart. De moslimvrouwen weten dat we christenen zijn die ons licht niet ergens onder willen verbergen. Maar door onze oprechte belangstelling voor hun geloof, is er ruimte ontstaan voor meer.
Zo gaat de reis verder. Waarschijnlijk worden we voor het Id-al-Fitr (Suiker-)feest uitgenodigd. We hebben ook met hen afgesproken om met de hele groep een keer naar de Arnhemse Synagoge te gaan (en ik hoorde al dat ook andere wijkbewoners daar mee naar toe willen gaan). Over de joodse religie en cultuur hebben we allemaal nog maar weinig kennis. Bovendien kan een bezoek aan en een gesprek in de synagoge helpen om in onze stad de moeizame relatie tussen moslims en joden enigszins te verbeteren.
Buiten de loopgraven blijken moslims ineens mensen te zijn met hun eigen zwaktes en twijfels. Wij gaan hier zien hoe God ons helpt om met deze groep een gezonde relatie op te bouwen. Natuurlijk komt ook hier weer de contextualisatie om de hoek kijken. Al was het maar doordat we op onze brunches en diners "halal" producten aanbieden, geen bekende scheldwoorden op onze buurtgenoten loslaten, en hen respecteren voor het geloof dat zij nu in ons land willen doorleven. We gaan op zoek naar de barmhartige Marokkaan of Turk die onze naaste kan zijn en naar manieren om een naaste te zijn voor hem of haar.
Achter dat vijandbeeld zit een geschiedenis van eeuwen waarin moslims en christenen elkaar bestookten met geschriften waarin alleen maar negatieve noties en geloofsverdediging werden geuit. Door al die geschriften zijn christenen en moslims in hun hoofd bezig met een loopgravenoorlog jegens elkander.
Door die vijandbeelden gebeurt het maar sporadisch dat christenen en moslims in alle openheid met elkaar in gesprek gaan. Waar dat gesprek heeft plaatsgevonden, is dat over het algemeen geannexeerd door de oecumenische beweging die uitging van de gezamenlijke basis van christendom en islam en van een meerwegenleer op zoek naar Jahweh, de Here God of Allah. Hier en daar waren beginnende relaties tussen moslims en christenen op basis van het eigen geloof, grotendeels ondersteund door de Stichting Evangelie & Moslims onder de prachtige slogan Bouwen aan respect, met passie voor waarheid.
Zodra vermeende vijanden met elkaar in gesprek komen, worden allengs de vijandelijke muren geslecht. Die ander met die vreemde godsdienst is niet zo eng als we ooit gedacht hadden. Ze blijken soms zelfs nog hartelijker dan wij ooit hadden bedacht....
Ook in wijken als Klarendal is het gesprek en de relatie met moslims een moeilijk te nemen hindernis. Er wordt wel gesproken, maar het gesprek blijft formeel en komt niet verder naar een hart-tot-hart relatie. Deze problemen ervoeren wijzelf ook. Dat was een van de redenen om samen met een Turkse vrouwengroep een reis te organiseren naar museumpark Oriëntalis.
Na afloop van die reis was iedereen, zowel de islamitische, de christelijke, als de niet-gelovige reisgenoten enthousiast over de gezamenlijke reis. En we besloten snel nog nieuwe activiteiten en gesprekken te organiseren. Dat gebeurde nog sneller dan verwacht. Vorige week vrijdag vroeg de medeorganisator ons om deze week langs te komen om samen met hen te eten. Dus gingen we afgelopen woensdag met negen Villa-gangers naar de moskee om samen met de moslims van de maaltijd na de ramadan te genieten.
Vooral bij de vrouwen (mannen en vrouwen aten traditioneel gescheiden) werd veel gesproken over het belang van de ramadan, de reden waarom er gedurende deze maand gezamenlijk werd gegeten, hoe dit werd georganiseerd en vooral hoe men de ramadanmaand persoonlijk ervoer. De relaties waren allerhartelijkst en iedereen genoot van het lekkere eten, maar vooral van de onderlinge gesprekken van hart tot hart. De moslimvrouwen weten dat we christenen zijn die ons licht niet ergens onder willen verbergen. Maar door onze oprechte belangstelling voor hun geloof, is er ruimte ontstaan voor meer.
Zo gaat de reis verder. Waarschijnlijk worden we voor het Id-al-Fitr (Suiker-)feest uitgenodigd. We hebben ook met hen afgesproken om met de hele groep een keer naar de Arnhemse Synagoge te gaan (en ik hoorde al dat ook andere wijkbewoners daar mee naar toe willen gaan). Over de joodse religie en cultuur hebben we allemaal nog maar weinig kennis. Bovendien kan een bezoek aan en een gesprek in de synagoge helpen om in onze stad de moeizame relatie tussen moslims en joden enigszins te verbeteren.
Buiten de loopgraven blijken moslims ineens mensen te zijn met hun eigen zwaktes en twijfels. Wij gaan hier zien hoe God ons helpt om met deze groep een gezonde relatie op te bouwen. Natuurlijk komt ook hier weer de contextualisatie om de hoek kijken. Al was het maar doordat we op onze brunches en diners "halal" producten aanbieden, geen bekende scheldwoorden op onze buurtgenoten loslaten, en hen respecteren voor het geloof dat zij nu in ons land willen doorleven. We gaan op zoek naar de barmhartige Marokkaan of Turk die onze naaste kan zijn en naar manieren om een naaste te zijn voor hem of haar.
Er gewoon zijn
We in de wijk al langere tijd bezig met deel van het geheel zijn. Christelijke liedjes op volksliedjes is daar een klein onderdeel van. Maar net zo goed de deelname aan "wijken voor kunst", een jaarlijks kunstproject in de wijk, waar duizenden bezoekers op afkomen. Of de straatschoonmaakdagen waarbij we samen met straat- of wijkgenoten de rommel eens flink opruimen. Een groot deel van onze contextualisatie ligt toch vooral in de momenten dat er geen actie is. Dan zijn we wijkbewoners onder elkaar. Je loopt het huis uit en er is zomaar een gesprekje met een van de buren.
Je maakt door in de wijk te wonen alles mee wat iedere andere bewoner meemaakt. Afgelopen dinsdagnacht waren er weer van die kwibussen die het nodig vonden midden in onze slaaptijd op ons plein keihard ruzie te maken. Daar word je dan even flink door wakkergeschud. De volgende dag is er dan gelijk het onderlinge gesprek met andere buren of zij ook zo waren opgeschrikt.
Vanochtend werd er aangebeld. De buurvrouw met een andere buurvrouw, tevens villabezoekers, broodrondbrengers en voedselbankondersteuner. Ze wilden weten hoe het stond met het brood voor morgen (de brunch in Villa Klarendal). Dan is er dus aan de deur een gesprekje over wat er allemaal aan de hand is. Een andere buurvrouw van Turkse komaf loopt haar deur uit en vraagt waar we gisteren waren. We waren er niet en ze had brood gemaakt. Vervolgens loopt ze terug en geeft ons alledrie Turkse broden. Gewoon zomaar, als buren onder elkaar.
Dat lijkt weinig zoden aan de dijk te zetten. Het zijn in onze wijk echter de momenten waarop dingen snel geregeld worden. Het maandelijkse diner in de Villa wordt niet tijdens een vergadering vastgesteld, maar wordt op straat bepaald tussen twee vrouwen, die vervolgens de anderen weer daarover inlichten. Die schijnbaar onbeduidende momenten, waar een gemiddelde nieuwbouwbewoner al snel aan voorbij zou lopen omdat zijn drukbezette agenda hem geen ruimte biedt, blijken dus gouden momenten te zijn. Op die momenten vinden gesprekken van hart tot hart plaats. Is er ruimte voor uitwisseling. Is er een kans om iets van ons hart aan anderen te tonen.
Zou dat ermee bedoeld zijn toen Zacharia uitsprak dat we de dag der kleine dingen niet mogen verachten?
Je maakt door in de wijk te wonen alles mee wat iedere andere bewoner meemaakt. Afgelopen dinsdagnacht waren er weer van die kwibussen die het nodig vonden midden in onze slaaptijd op ons plein keihard ruzie te maken. Daar word je dan even flink door wakkergeschud. De volgende dag is er dan gelijk het onderlinge gesprek met andere buren of zij ook zo waren opgeschrikt.
Vanochtend werd er aangebeld. De buurvrouw met een andere buurvrouw, tevens villabezoekers, broodrondbrengers en voedselbankondersteuner. Ze wilden weten hoe het stond met het brood voor morgen (de brunch in Villa Klarendal). Dan is er dus aan de deur een gesprekje over wat er allemaal aan de hand is. Een andere buurvrouw van Turkse komaf loopt haar deur uit en vraagt waar we gisteren waren. We waren er niet en ze had brood gemaakt. Vervolgens loopt ze terug en geeft ons alledrie Turkse broden. Gewoon zomaar, als buren onder elkaar.
Dat lijkt weinig zoden aan de dijk te zetten. Het zijn in onze wijk echter de momenten waarop dingen snel geregeld worden. Het maandelijkse diner in de Villa wordt niet tijdens een vergadering vastgesteld, maar wordt op straat bepaald tussen twee vrouwen, die vervolgens de anderen weer daarover inlichten. Die schijnbaar onbeduidende momenten, waar een gemiddelde nieuwbouwbewoner al snel aan voorbij zou lopen omdat zijn drukbezette agenda hem geen ruimte biedt, blijken dus gouden momenten te zijn. Op die momenten vinden gesprekken van hart tot hart plaats. Is er ruimte voor uitwisseling. Is er een kans om iets van ons hart aan anderen te tonen.
Zou dat ermee bedoeld zijn toen Zacharia uitsprak dat we de dag der kleine dingen niet mogen verachten?
zaterdag 13 september 2008
Contextualisatie in Nederland
In de vorige blog sprak ik over "contextualisatie". Voor veel lezers een overduidelijk begrip. Voor anderen zal dit de oren doen klapperen.
Contextualisatie is een term die voortkomt uit de zendingswetenschap. Kortweg zou je kunnen zeggen dat we het in contextualisatie gaat om "manieren vinden om de boodschap van het evangelie te laten aansluiten bij de cultuur en gewoonten van de mensen die men wil bereiken" (aldus Tim Keller in CV Koers, september 2006).
Volgens Pater drs. P.J. van Winden, SMA in zijn Doctoraal Scriptie Theologie Over Inculturatie-mogelijkheden in de Romeinse Liturgie, sinds Vaticanum II, met name in Zaïre, Evangelisatie en Context houdt contextualisatie rekening met de veranderende natuur van een cultuur waarover wij zojuist gesproken hebben. In plaats van te spreken over een particuliere cultuur - hetzij modern, hetzij traditioneel -, spreekt het over de 'context' ofwel de situatie waarin het Evangelie moet worden opgenomen.
Contextualisatie is ontvankelijk voor alle veranderingen die plaatsvinden in een particuliere gemeenschap of cultuur, en voor de tussenpersonen die deze veranderingen te weeg brengen. Het begrip impliceert dat men nauwgezet de 'tekenen van de tijd' dient te onderzoeken, in elke gegeven situatie en dat bezien moet worden hoe het Evangelie relevant gemaakt kan worden voor die situatie. De verkondiging van het Evangelie moet 'gecontextualiseerd' worden.
Aangezien Nederland inmiddels als 'zendingsland' bestempeld kan worden, worden nu de eerste voorzichtige pogingen gedaan om ook in ons land te doen aan contextualisatie. In zijn afstudeerscriptie "Nieuwe kerken in een nieuwe context" besteedt Martijn Vellekoop aandacht aan dit onderwerp en komt tot de pijnlijke conclusie dat er wel veel nieuwe kerken zijn gesticht, maar dat er bij gemeentestichters wat betreft contextualisatie sprake is van een ietwat passieve praktijk en een conservatieve houding. Nico-Dirk van Loo concludeert daaruit "dat Martijn pijnlijk duidelijk heeft gemaakt dat er wel veel nieuwe kerken zijn maar weinig vernieuwende, ik zie dat als een serieus probleem."
In zijn onderzoek brengt Martijn Villa Klarendal naar voren als voorbeeld van hoe contextualisatie in de praktijk kan werken. Daarin wordt vooral gerefereerd naar de volksliedjes die zijn omgezet naar christelijke tekst.
Die aandacht is natuurlijk prachtig. Maar het gaat mij er uiteindelijk om dat mensen om ons heen geholpen worden dichter bij Jezus te komen. Contextualisatie kan helpen de spreekwoordelijke stenen en rotsblokken in de hoofden en harten van wijkbewoners weg te halen.
Op mijn andere blog heb ik (voordat ik deze blog begon) twee artikelen geschreven over dit onderwerp:
Contextualisatie in Nederland
Hoe kijken christenen naar hun ongelovige omgeving?
Wellicht interessant deze eens door te nemen.
Contextualisatie is een term die voortkomt uit de zendingswetenschap. Kortweg zou je kunnen zeggen dat we het in contextualisatie gaat om "manieren vinden om de boodschap van het evangelie te laten aansluiten bij de cultuur en gewoonten van de mensen die men wil bereiken" (aldus Tim Keller in CV Koers, september 2006).
Volgens Pater drs. P.J. van Winden, SMA in zijn Doctoraal Scriptie Theologie Over Inculturatie-mogelijkheden in de Romeinse Liturgie, sinds Vaticanum II, met name in Zaïre, Evangelisatie en Context houdt contextualisatie rekening met de veranderende natuur van een cultuur waarover wij zojuist gesproken hebben. In plaats van te spreken over een particuliere cultuur - hetzij modern, hetzij traditioneel -, spreekt het over de 'context' ofwel de situatie waarin het Evangelie moet worden opgenomen.
Contextualisatie is ontvankelijk voor alle veranderingen die plaatsvinden in een particuliere gemeenschap of cultuur, en voor de tussenpersonen die deze veranderingen te weeg brengen. Het begrip impliceert dat men nauwgezet de 'tekenen van de tijd' dient te onderzoeken, in elke gegeven situatie en dat bezien moet worden hoe het Evangelie relevant gemaakt kan worden voor die situatie. De verkondiging van het Evangelie moet 'gecontextualiseerd' worden.
Aangezien Nederland inmiddels als 'zendingsland' bestempeld kan worden, worden nu de eerste voorzichtige pogingen gedaan om ook in ons land te doen aan contextualisatie. In zijn afstudeerscriptie "Nieuwe kerken in een nieuwe context" besteedt Martijn Vellekoop aandacht aan dit onderwerp en komt tot de pijnlijke conclusie dat er wel veel nieuwe kerken zijn gesticht, maar dat er bij gemeentestichters wat betreft contextualisatie sprake is van een ietwat passieve praktijk en een conservatieve houding. Nico-Dirk van Loo concludeert daaruit "dat Martijn pijnlijk duidelijk heeft gemaakt dat er wel veel nieuwe kerken zijn maar weinig vernieuwende, ik zie dat als een serieus probleem."
In zijn onderzoek brengt Martijn Villa Klarendal naar voren als voorbeeld van hoe contextualisatie in de praktijk kan werken. Daarin wordt vooral gerefereerd naar de volksliedjes die zijn omgezet naar christelijke tekst.
Die aandacht is natuurlijk prachtig. Maar het gaat mij er uiteindelijk om dat mensen om ons heen geholpen worden dichter bij Jezus te komen. Contextualisatie kan helpen de spreekwoordelijke stenen en rotsblokken in de hoofden en harten van wijkbewoners weg te halen.
Op mijn andere blog heb ik (voordat ik deze blog begon) twee artikelen geschreven over dit onderwerp:
Contextualisatie in Nederland
Hoe kijken christenen naar hun ongelovige omgeving?
Wellicht interessant deze eens door te nemen.
Contextualisatie: een botsing tussen culturen
De deur is open. De mensen zijn welkom. Iedereen die komt mag zich op zijn gemak voelen. We gaan voor de relatie met onze buurtgenoten.
Dit zijn enkele noties van een van de aspecten waarin we ons bij Villa Klarendal aanpassen aan de cultuur in de wijk (contextualisatie).
In de meeste kerken en christelijke organisaties (en ook in de hoofden van de meeste christenen) staat "waarheid" voorop. We zijn gevoed om de waarheid te verkondigen. Ik ben gepokt en gemazeld om als onderdeel van evangelisatie "apologetiek" toe te passen: logische argumenten voor vragen die mensen kunnen hebben die we tegenkomen.
Door "relatie" en "respect voor de ander" voorop te stellen, zien we interessante ontwikkelingen. Buurtgenoten durven binnen te komen, zonder zich te schamen voor hun eigen geloof. Zo zien we naast elkaar mensen zitten die van Rooms-Katholieke, EBG (genootschap in Suriname), protestants, rastafarische, hindoeïstische, islamitische of niet-gelovige achtergrond zijn. Ze voelen zich thuis, doordat er ruimte wordt gecreëerd voor de mensen zelf. Ze worden niet met de nek aangekeken vanwege hun uiterlijk, hoofddoekje, of ongewassen haar.
Als we mensen uitnodigen is het eerste dat we zeggen, dat ze welkom zijn. Tegelijkertijd zeggen we dat we hier het verhaal uit de bijbel vertellen. Om daar gelijk achteraan te vertellen, dat we ze niet dwingen of manipuleren tot het geloof. Ze mogen zelf ontdekken wat het christelijk geloof inhoudt. Op basis daarvan kunnen ze tot een keuze komen. Vanuit ons gezien willen we God maximaal de ruimte geven om in mensen te werken. Daarbij gaan wij niet het tijdstip bepalen waarop mensen tot bekering moeten komen. Het is immers God zelf die mensen overtuigt van de waarheid. We willen de waarheid verkondigen, maar wel op een manier waardoor mensen elke week weer een ander aspect van het geloof leren kennen.
Tot zover de theorie en de praktijk die we in alle aspecten van ons werk proberen door te voeren. Met de nadruk op "relatie" en "respect voor de ander" komen we soms tot interessante culturele en missionaire vragen. Wat is de verhouding tussen relatie, respect en waarheid als een bezoeker tijdens een viering over bidden plotseling begint over hoe mooi het bidden tot Maria is. Hoe vaak hebben we bezoekers niet horen zeggen dat "alles op hetzelfde neerkomt, want er is toch maar een God". Wat doe je met een bezoekster die haar liefde voor Haile Selassi tentoonspreidde, die toch net zo'n mooi boek had geschreven als de bijbel? Of hoe reageer je op iemand die bij de eerste keer dat hij bij ons kwam al direct vertelde dat hij homo is?
Staat in al die gevallen relatie en respect voorop of de waarheidsverkondiging en de argumentatie over wat waar/goed en niet waar/goed is?
Op die momenten worden we geconfronteerd met onze eigen achtergrond van opvoeding, scholing, cultuur en kerkelijke achtergrond. Dan zijn we al snel geneigd terug te gaan tot alleen maar waarheidsverkondiging en ouderwetse verdediging van het geloof. En denken we mensen te overtuigen van de waarheid door rationele argumenten. Het kan dan zelfs zijn dat we de ander rationeel overtuigen dat ons geloof de waarheid moet zijn. Maar in hoeverre schaadt dit de relatie? Heeft iemand die zijn leven nog niet aan Jezus heeft overgegeven iets aan de overtuiging dat de Mariaverering verkeerd is? Nee dus. En als we daar tegenin gaan, zullen we de ander kwetsen en zullen ze misschien niet meer naar ons toe komen. Want die Villa Klarendal trekt je met stroop, maar als je eenmaal binnen bent, gaan ze je hele levensovertuiging overhoop halen.
Dus proberen we met alle moeite relatie en respect overeind te houden. Sommige overtuigingen hebben we in de loop van de jaren bij bezoekers om zien gaan. En op andere momenten kon er vanuit respect gesproken worden over bidden tot God en tot andere mensen. Het mooie in ons geval is, dat we mensen wekelijks, of zelfs vaker zien. Daardoor ontstaat een vertrouwensrelatie. Mensen voelen zich bij ons thuis. Genieten ervan erbij te horen. Langzamerhand beginnen ze God beter te leren kennen. Soms is er ineens op straat of bij iemand aan de deur een gesprekje waarin van hart tot hart kan worden gesproken over onze overtuigingen.
Laten wij ruimte geven aan mensen, maar ook aan God om in die mensen te werken. Niet te veel zelf werken aan overtuigingen. Het overtuigen komt vanzelf wel. Dan gaan mensen van binnenuit veranderen. En zullen ze gaan verlangen naar een leven met God waarnaar al het andere zich zal gaan keren.
Dit zijn enkele noties van een van de aspecten waarin we ons bij Villa Klarendal aanpassen aan de cultuur in de wijk (contextualisatie).
In de meeste kerken en christelijke organisaties (en ook in de hoofden van de meeste christenen) staat "waarheid" voorop. We zijn gevoed om de waarheid te verkondigen. Ik ben gepokt en gemazeld om als onderdeel van evangelisatie "apologetiek" toe te passen: logische argumenten voor vragen die mensen kunnen hebben die we tegenkomen.
Door "relatie" en "respect voor de ander" voorop te stellen, zien we interessante ontwikkelingen. Buurtgenoten durven binnen te komen, zonder zich te schamen voor hun eigen geloof. Zo zien we naast elkaar mensen zitten die van Rooms-Katholieke, EBG (genootschap in Suriname), protestants, rastafarische, hindoeïstische, islamitische of niet-gelovige achtergrond zijn. Ze voelen zich thuis, doordat er ruimte wordt gecreëerd voor de mensen zelf. Ze worden niet met de nek aangekeken vanwege hun uiterlijk, hoofddoekje, of ongewassen haar.
Als we mensen uitnodigen is het eerste dat we zeggen, dat ze welkom zijn. Tegelijkertijd zeggen we dat we hier het verhaal uit de bijbel vertellen. Om daar gelijk achteraan te vertellen, dat we ze niet dwingen of manipuleren tot het geloof. Ze mogen zelf ontdekken wat het christelijk geloof inhoudt. Op basis daarvan kunnen ze tot een keuze komen. Vanuit ons gezien willen we God maximaal de ruimte geven om in mensen te werken. Daarbij gaan wij niet het tijdstip bepalen waarop mensen tot bekering moeten komen. Het is immers God zelf die mensen overtuigt van de waarheid. We willen de waarheid verkondigen, maar wel op een manier waardoor mensen elke week weer een ander aspect van het geloof leren kennen.
Tot zover de theorie en de praktijk die we in alle aspecten van ons werk proberen door te voeren. Met de nadruk op "relatie" en "respect voor de ander" komen we soms tot interessante culturele en missionaire vragen. Wat is de verhouding tussen relatie, respect en waarheid als een bezoeker tijdens een viering over bidden plotseling begint over hoe mooi het bidden tot Maria is. Hoe vaak hebben we bezoekers niet horen zeggen dat "alles op hetzelfde neerkomt, want er is toch maar een God". Wat doe je met een bezoekster die haar liefde voor Haile Selassi tentoonspreidde, die toch net zo'n mooi boek had geschreven als de bijbel? Of hoe reageer je op iemand die bij de eerste keer dat hij bij ons kwam al direct vertelde dat hij homo is?
Staat in al die gevallen relatie en respect voorop of de waarheidsverkondiging en de argumentatie over wat waar/goed en niet waar/goed is?
Op die momenten worden we geconfronteerd met onze eigen achtergrond van opvoeding, scholing, cultuur en kerkelijke achtergrond. Dan zijn we al snel geneigd terug te gaan tot alleen maar waarheidsverkondiging en ouderwetse verdediging van het geloof. En denken we mensen te overtuigen van de waarheid door rationele argumenten. Het kan dan zelfs zijn dat we de ander rationeel overtuigen dat ons geloof de waarheid moet zijn. Maar in hoeverre schaadt dit de relatie? Heeft iemand die zijn leven nog niet aan Jezus heeft overgegeven iets aan de overtuiging dat de Mariaverering verkeerd is? Nee dus. En als we daar tegenin gaan, zullen we de ander kwetsen en zullen ze misschien niet meer naar ons toe komen. Want die Villa Klarendal trekt je met stroop, maar als je eenmaal binnen bent, gaan ze je hele levensovertuiging overhoop halen.
Dus proberen we met alle moeite relatie en respect overeind te houden. Sommige overtuigingen hebben we in de loop van de jaren bij bezoekers om zien gaan. En op andere momenten kon er vanuit respect gesproken worden over bidden tot God en tot andere mensen. Het mooie in ons geval is, dat we mensen wekelijks, of zelfs vaker zien. Daardoor ontstaat een vertrouwensrelatie. Mensen voelen zich bij ons thuis. Genieten ervan erbij te horen. Langzamerhand beginnen ze God beter te leren kennen. Soms is er ineens op straat of bij iemand aan de deur een gesprekje waarin van hart tot hart kan worden gesproken over onze overtuigingen.
Laten wij ruimte geven aan mensen, maar ook aan God om in die mensen te werken. Niet te veel zelf werken aan overtuigingen. Het overtuigen komt vanzelf wel. Dan gaan mensen van binnenuit veranderen. En zullen ze gaan verlangen naar een leven met God waarnaar al het andere zich zal gaan keren.
zondag 31 augustus 2008
Oriëntatie in Oriëntalis
Neem een stel Turkse vrouwen uit Klarendal, zet ze samen in een groep Surinaamse en Nederlandse wijkgenoten,stuur ze op weg naar Museumpark Oriëntalis (het openluchtmuseum voor de monotheïstische godsdiensten) en geef ze de kans aan de hand van wat ze zien in gesprek te komen met elkaar.
Dat was gisteren voor ons de opdracht van een busreis die we organiseerden. Overigens konden we de opdracht ook omkeren, want de Turks-Klarendalse vrouwen waren niet het hoofddoel, maar juist de onderlinge uitwisseling op religieuze grond.
Samen zouden we 25 deelnemers meenemen, de Turkse vrouwengroep 25 en Villa Klarendal 25. Zoals dat gaat in Klarendalse afspraken, kwamen er op moment van vertrek enkelen niet opdagen, waardoor het vijftigtal slonk tot zesendertig.
Dat mocht de pret niet drukken. De stemming zat er goed in. In de bus heengaande zat iedereen natuurlijk "in eigen kring" naast elkaar en gescheiden van elkaar. Bij de bus deelden we de naamkaartjes uit. Elk kreeg een van de drie kleuren. De kleur was het teken van de groep waarin men was geplaatst.
Na een gezellig koffie/thee en gebak werden we rond 11.15 enthousiast verwelkomd door de gidsen van de drie groepen. De fraaie verdeling over groepen leek even in het water te vallen doordat een groep aanzienlijk was uitgedund door de niet-komers. Geen nood, ter plekke werden noodverbanden aangelegd en gingen we gezamenlijk op pad.
Aanvankelijk was er nog sprake van luisteren naar de gids, die echter al snel het woord overdroeg aan een van de groepsleden. Met uitzondering van de joodse godsdienst en cultuur waren de moslims en christenen onder ons goed in staat om iets te vertellen over de kernwaarden van het eigen geloof.
Zo hoorden we over de vijf zuilen van de islam, maar ook over hoe die in de praktijk uitwerkten ("bidden lukt niet altijd overdag", "zieken hoeven geen ramadan te houden", "mijn ouders gaan bijna nooit naar de moskee, dus ik ook niet"). En zo konden ook wijzelf als christenen in een nagebouwd bovenzaaltje iets vertellen over de kernwaarden van het christelijk geloof.
Ondertussen gingen de eerste gesprekken onderling van start. Dat niet iedereen in Nederland zo geïnteresseerd is in de religie en cultuur van de ander. Dat we niet allemaal rechtzinnig zijn. Hoe belangrijk het is om ook links en rechts en niet alleen vooruit te kijken.
Halverwege was er een picknick voorzien van spullen die we allemaal afzonderlijk hadden gekocht. Dat was onderling genieten. "Mag ik iets van dat tomatenspul" (een Nederlander die iets typisch Turks vroeg te eten), "lekkere broodjes..." (een Turkse over de broodjes die door een wijkbewoner met liefde waren gesmeerd). En onderling was er geen zicht meer op de verschillen die we onderling zo makkelijk ervaren in het leven van alledag in de wijk.
Reacties van de deelnemers waren allemaal positief. Iedereen wilde met graagte weer zo iets organiseren. En de eerste voorzichtige uitnodiging voor deelname van de Villa Klarendal'ers aan het suikerfeest (aan het einde van de ramadan op 30 september) werd al door een van de deelnemers gegeven. Een ander vond dat ze zo weinig van de joodse cultuur en religie kende. "Dan kunnen we eens samen naar de Arnhemse synagoge gaan", opperde ik. Waarop de rest met opperste verbazing hoorden dat die er ook werkelijk was.
Leukste reactie kwam van een vrijwilliger op het park, verkleed als een Arabier. Het was voor het eerst in de twintig jaar dat hij vrijwilliger was dat hij zo'n grote groep "autochtone oriëntalen" in het park was tegengekomen. Daarin waren we waarschijnlijk weer eens een pionier. Laat staan dat zo'n gemengde groep met elkaar optrok.
Zeer geslaagd! De oriëntatie stopt hierbij niet, maar gaat verder. Morgen gaan de Turkse dames bezig met belangrijke zaken die rond het vasten te maken hebben. En wekelijks komen we de vertegenwoordiger van hen tegen. Op weg naar nog meer relaties met deze groep die op deze dag zo onverwacht enthousiast en open was. Wat trouwens ook gold voor onszelf.
Als je me vraagt: "wat vind je leuker, de tv-uitzending van NOVA afgelopen woensdag of het uitje van gisteren", dan hoef ik niet lang na te denken. TV is snel en vluchtig. Het is er, vraagt aandacht en laat je met de rommel achter. Het uitje biedt kansen om relaties op en uit te bouwen. Dus geef mij maar meer van die oriëntaties. Opdat we in gesprek blijven met elkaar en de wijk er nog meer door wordt opgebouwd.
Dat was gisteren voor ons de opdracht van een busreis die we organiseerden. Overigens konden we de opdracht ook omkeren, want de Turks-Klarendalse vrouwen waren niet het hoofddoel, maar juist de onderlinge uitwisseling op religieuze grond.
Samen zouden we 25 deelnemers meenemen, de Turkse vrouwengroep 25 en Villa Klarendal 25. Zoals dat gaat in Klarendalse afspraken, kwamen er op moment van vertrek enkelen niet opdagen, waardoor het vijftigtal slonk tot zesendertig.
Dat mocht de pret niet drukken. De stemming zat er goed in. In de bus heengaande zat iedereen natuurlijk "in eigen kring" naast elkaar en gescheiden van elkaar. Bij de bus deelden we de naamkaartjes uit. Elk kreeg een van de drie kleuren. De kleur was het teken van de groep waarin men was geplaatst.
Na een gezellig koffie/thee en gebak werden we rond 11.15 enthousiast verwelkomd door de gidsen van de drie groepen. De fraaie verdeling over groepen leek even in het water te vallen doordat een groep aanzienlijk was uitgedund door de niet-komers. Geen nood, ter plekke werden noodverbanden aangelegd en gingen we gezamenlijk op pad.
Aanvankelijk was er nog sprake van luisteren naar de gids, die echter al snel het woord overdroeg aan een van de groepsleden. Met uitzondering van de joodse godsdienst en cultuur waren de moslims en christenen onder ons goed in staat om iets te vertellen over de kernwaarden van het eigen geloof.
Zo hoorden we over de vijf zuilen van de islam, maar ook over hoe die in de praktijk uitwerkten ("bidden lukt niet altijd overdag", "zieken hoeven geen ramadan te houden", "mijn ouders gaan bijna nooit naar de moskee, dus ik ook niet"). En zo konden ook wijzelf als christenen in een nagebouwd bovenzaaltje iets vertellen over de kernwaarden van het christelijk geloof.
Ondertussen gingen de eerste gesprekken onderling van start. Dat niet iedereen in Nederland zo geïnteresseerd is in de religie en cultuur van de ander. Dat we niet allemaal rechtzinnig zijn. Hoe belangrijk het is om ook links en rechts en niet alleen vooruit te kijken.
Halverwege was er een picknick voorzien van spullen die we allemaal afzonderlijk hadden gekocht. Dat was onderling genieten. "Mag ik iets van dat tomatenspul" (een Nederlander die iets typisch Turks vroeg te eten), "lekkere broodjes..." (een Turkse over de broodjes die door een wijkbewoner met liefde waren gesmeerd). En onderling was er geen zicht meer op de verschillen die we onderling zo makkelijk ervaren in het leven van alledag in de wijk.
Reacties van de deelnemers waren allemaal positief. Iedereen wilde met graagte weer zo iets organiseren. En de eerste voorzichtige uitnodiging voor deelname van de Villa Klarendal'ers aan het suikerfeest (aan het einde van de ramadan op 30 september) werd al door een van de deelnemers gegeven. Een ander vond dat ze zo weinig van de joodse cultuur en religie kende. "Dan kunnen we eens samen naar de Arnhemse synagoge gaan", opperde ik. Waarop de rest met opperste verbazing hoorden dat die er ook werkelijk was.
Leukste reactie kwam van een vrijwilliger op het park, verkleed als een Arabier. Het was voor het eerst in de twintig jaar dat hij vrijwilliger was dat hij zo'n grote groep "autochtone oriëntalen" in het park was tegengekomen. Daarin waren we waarschijnlijk weer eens een pionier. Laat staan dat zo'n gemengde groep met elkaar optrok.
Zeer geslaagd! De oriëntatie stopt hierbij niet, maar gaat verder. Morgen gaan de Turkse dames bezig met belangrijke zaken die rond het vasten te maken hebben. En wekelijks komen we de vertegenwoordiger van hen tegen. Op weg naar nog meer relaties met deze groep die op deze dag zo onverwacht enthousiast en open was. Wat trouwens ook gold voor onszelf.
Als je me vraagt: "wat vind je leuker, de tv-uitzending van NOVA afgelopen woensdag of het uitje van gisteren", dan hoef ik niet lang na te denken. TV is snel en vluchtig. Het is er, vraagt aandacht en laat je met de rommel achter. Het uitje biedt kansen om relaties op en uit te bouwen. Dus geef mij maar meer van die oriëntaties. Opdat we in gesprek blijven met elkaar en de wijk er nog meer door wordt opgebouwd.
zaterdag 23 augustus 2008
Authenticiteit
Als christen die in een wijk als Klarendal woont is het allerbelangrijkste om authentiek te zijn. Dingen niet mooier laten voordoen dan ze werkelijk zijn. Zijn wie je bent, dat is het motto. Mensen met maskers op worden snel doorzien. Mensen hebben behoefte aan echte mensen.
Eergisteren werd ik nog eens opgebeld door de actualiteitenrubriek. Ze komen zondag filmen. Of ik niet een verhaal kan vertellen dat ik eerder heb verteld. Over "de barmhartige Marokkaan". Dan kon de verslaggever daar makkelijk naar terugverwijzen. Plompverloren legde de redacteur dit aan me voor. Met natuurlijk de vraag om binnen twee tellen te reageren.
"Daar doe ik niet aan mee", was mijn antwoord. Waarop het bekende redactionele duw- en trekwerk begint. Het zou zo mooi zijn voor de verslaggever. Ik hield voet bij stuk. Want wij houden zondag gewoon een brunch en viering. Die zal specialer zijn, omdat een cameraman, geluidsman en een verslaggever erbij zijn. Maar voor de rest moet het hetzelfde blijven. Als ik dan zogenaamd een verhaaltje ga vertellen, omdat dat op tv zo leuk overkomt, zal dat voor bezoekers het gevoel geven dat mijn bedoelingen niet oprecht zijn en ik alleen maar uit ben op beroemdheid.
Dus: nee, niet naar de pijpen van de tv-cultuur dansen. Ze bedenken maar iets anders. Zodat ik ook daarin authentiek en transparant kan blijven. Het leven van Jezus was ook geen show voor het publiek. Het draaide hem om zijn opdracht. Om die te volvoeren. Hij deed dat door kleine mensen heen. Die uiteindelijk blij mochten zijn dat hun namen in het boek des levens opgetekend staan. Dat is waar ik mij op wil richten. Niet op mijn gezicht of verhaal op de tv, want dat is vluchtig en verdwijnt al weer snel als sneeuw voor de zon.
Eergisteren werd ik nog eens opgebeld door de actualiteitenrubriek. Ze komen zondag filmen. Of ik niet een verhaal kan vertellen dat ik eerder heb verteld. Over "de barmhartige Marokkaan". Dan kon de verslaggever daar makkelijk naar terugverwijzen. Plompverloren legde de redacteur dit aan me voor. Met natuurlijk de vraag om binnen twee tellen te reageren.
"Daar doe ik niet aan mee", was mijn antwoord. Waarop het bekende redactionele duw- en trekwerk begint. Het zou zo mooi zijn voor de verslaggever. Ik hield voet bij stuk. Want wij houden zondag gewoon een brunch en viering. Die zal specialer zijn, omdat een cameraman, geluidsman en een verslaggever erbij zijn. Maar voor de rest moet het hetzelfde blijven. Als ik dan zogenaamd een verhaaltje ga vertellen, omdat dat op tv zo leuk overkomt, zal dat voor bezoekers het gevoel geven dat mijn bedoelingen niet oprecht zijn en ik alleen maar uit ben op beroemdheid.
Dus: nee, niet naar de pijpen van de tv-cultuur dansen. Ze bedenken maar iets anders. Zodat ik ook daarin authentiek en transparant kan blijven. Het leven van Jezus was ook geen show voor het publiek. Het draaide hem om zijn opdracht. Om die te volvoeren. Hij deed dat door kleine mensen heen. Die uiteindelijk blij mochten zijn dat hun namen in het boek des levens opgetekend staan. Dat is waar ik mij op wil richten. Niet op mijn gezicht of verhaal op de tv, want dat is vluchtig en verdwijnt al weer snel als sneeuw voor de zon.
maandag 18 augustus 2008
Wat wil ik laten zien?
Het was weer zover. Met de de uitkomst van het onderzoek van Martijn Vellekoop naar Gemeentestichting kwamen deze week bij mij wat verzoeken om gezamenlijk optreden op TV of een TV-opname van Villa Klarendal op zondag langs.
Wat wil ik laten zien? was voor mij en onze teamleden een grote vraag. Is het wel interessant genoeg voor een actualiteitenrubriek om een viering met vijf mensen te filmen? Onze neiging tot minderwaardigheid dreef weer eens boven.
Dan komt het erop aan ons weer af te vragen wat de bedoeling ervan ook al weer was. Is het om een mooi groot getal te tonen aan de buitenwereld? Of om Jezus te volgen in een buurt die wat achteraf ligt? Voor mij is het laatste het geval. Jezus begon immers ook niet al te groots. OK, hij had veel mensen die achter hem aan kwamen. Maar die lieten hem na verloop van tijd weer hopeloos alleen.
Of we nu vijf of dertig vaste bezoekers hebben. Dat maakt niet uit. Het gaat niet om de aantallen. Het gaat om relaties. Als die diep zijn en ze krijgen een persoonlijke relatie met Jezus zelf, zal er vanzelf groei ontstaan.
Net zoals we bij Jezus zagen.
Laat ze maar komen. Of niet. Niet groots doen en klein blijken. Maar klein zijn en me daar niet voor schamen. Het gaat om mensen. Niet om aantallen of programma's.
Wat wil ik laten zien? was voor mij en onze teamleden een grote vraag. Is het wel interessant genoeg voor een actualiteitenrubriek om een viering met vijf mensen te filmen? Onze neiging tot minderwaardigheid dreef weer eens boven.
Dan komt het erop aan ons weer af te vragen wat de bedoeling ervan ook al weer was. Is het om een mooi groot getal te tonen aan de buitenwereld? Of om Jezus te volgen in een buurt die wat achteraf ligt? Voor mij is het laatste het geval. Jezus begon immers ook niet al te groots. OK, hij had veel mensen die achter hem aan kwamen. Maar die lieten hem na verloop van tijd weer hopeloos alleen.
Of we nu vijf of dertig vaste bezoekers hebben. Dat maakt niet uit. Het gaat niet om de aantallen. Het gaat om relaties. Als die diep zijn en ze krijgen een persoonlijke relatie met Jezus zelf, zal er vanzelf groei ontstaan.
Net zoals we bij Jezus zagen.
Laat ze maar komen. Of niet. Niet groots doen en klein blijken. Maar klein zijn en me daar niet voor schamen. Het gaat om mensen. Niet om aantallen of programma's.
dinsdag 5 augustus 2008
Schreeuw om leven
Soms moet het eruit en kan ik niet anders. Dan lees ik iets en merk ik dat ik er iets over wil zeggen. Niet altijd is dat missionair. Dan plaats ik er iets over op mijn andere blog. Deze keer iets wat deels ook wel met ons werk in Arnhem te maken heeft. Het onrecht dat we zo vaak tegenkomen en waarover christenen zwijgen, behalve als het om seksuele of medisch-ethische zaken gaat. Dan staan we op onze achterste benen.
Lees het op mijn andere blog onder de titel schreeuw om leven.
Lees het op mijn andere blog onder de titel schreeuw om leven.
woensdag 30 juli 2008
Grenzen aan missionair?
Een aantal weken is het hier stil geweest. De reden? Wij zijn op vakantie geweest. Even bijtanken van de drukke tijden die we achter de rug hebben.
Dus hebben we last minute een reis van twee weken geboekt naar ver en warm Turkije. Lekker ver weg, alle drukte uit het hoofd weg, geen polonaise aan ons lijf.
We werden wel geconfronteerd met de vraag of missionair zijn aan grenzen is gehouden. Zo van: zijn we niet meer missionair, als we uit Klarendal weg zijn? De vraag stellen is hem beantwoorden.
Je weet het uit theorie vanuit het bijbelse perspectief: "altijd rekenschap geven van de hoop die in je is". Maar is de praktijk daaraan gewillig?
Zo zaten we al aan het zoveelste flesje of glaasje toen op een terras bij ons hotel een van de medevakantiegangers ons ineens begon te ondervragen of we geloofden in wonderen en of we dat al eens in ons leven hadden meegemaakt. Dat zorgde voor een levendig gesprek, waarin mijn vrouw haar levensverhaal mocht vertellen. De vraagsteller bleek een domineeszoon te zijn met veel kennis... En dan zit je ineens urenlang te spreken over het geloof. En terwijl dat gebeurde, sloten een moeder en dochter die van de stad terug kwamen zich bij ons aan, omdat "dit gesprek hen wel heel erg interesseerde..."
Een gesprek dat uiteindelijk tot diep in de nachtelijke uurtjes doorging. Prachtig, genieten, maar ook achteraf ons afvragen of we dan nooit eens rust mogen hebben. Of leidt ons leven vanuit de rust als vanzelf tot dergelijke gesprekken?
Missionair zijn... het kent geen grenzen. Overal zijn mensen min of meer op zoek naar zekerheden, duidelijkheden en oplossingen voor hun leven. Soms kunnen we dan net een schakeltje zijn in het leven van iemand.
Overigens... de rest van de weken was het weer lekker rustig!!!
Dus hebben we last minute een reis van twee weken geboekt naar ver en warm Turkije. Lekker ver weg, alle drukte uit het hoofd weg, geen polonaise aan ons lijf.
We werden wel geconfronteerd met de vraag of missionair zijn aan grenzen is gehouden. Zo van: zijn we niet meer missionair, als we uit Klarendal weg zijn? De vraag stellen is hem beantwoorden.
Je weet het uit theorie vanuit het bijbelse perspectief: "altijd rekenschap geven van de hoop die in je is". Maar is de praktijk daaraan gewillig?
Zo zaten we al aan het zoveelste flesje of glaasje toen op een terras bij ons hotel een van de medevakantiegangers ons ineens begon te ondervragen of we geloofden in wonderen en of we dat al eens in ons leven hadden meegemaakt. Dat zorgde voor een levendig gesprek, waarin mijn vrouw haar levensverhaal mocht vertellen. De vraagsteller bleek een domineeszoon te zijn met veel kennis... En dan zit je ineens urenlang te spreken over het geloof. En terwijl dat gebeurde, sloten een moeder en dochter die van de stad terug kwamen zich bij ons aan, omdat "dit gesprek hen wel heel erg interesseerde..."
Een gesprek dat uiteindelijk tot diep in de nachtelijke uurtjes doorging. Prachtig, genieten, maar ook achteraf ons afvragen of we dan nooit eens rust mogen hebben. Of leidt ons leven vanuit de rust als vanzelf tot dergelijke gesprekken?
Missionair zijn... het kent geen grenzen. Overal zijn mensen min of meer op zoek naar zekerheden, duidelijkheden en oplossingen voor hun leven. Soms kunnen we dan net een schakeltje zijn in het leven van iemand.
Overigens... de rest van de weken was het weer lekker rustig!!!
vrijdag 11 juli 2008
Spontane bezoekjes
Gisterenavond rond negen uur. Vanaf onze grote speelplaats waar Athletes in Action deze week huis houdt loop ik met een meisje dat vaak in de Villa komt terug naar haar huis. Dat huis ligt iets verder weg van waar wijzelf wonen.
Van daar uit loop ik richting huis. Enkele huizen voordat ik mijn huis bereik klopt een man aan het raam. Hij maakt een gebaar om binnen te komen en een gebaar om te drinken. Hij nodigt me binnen om even gezellig een biertje te drinken. Aan het halvelitertje komen we aan de praat over wat hem bezig houdt en waar hij van geniet. Ik mag enkele CD's horen van beroemde Klarendallers waar ik nog nooit van heb gehoord. Samen genieten van mooie muziek van mooie mensen in een prachtwijk.
Hij blijkt me alleen te kennen van de momenten dat ik met gitaar en al langs loop. Hij begrijpt dat ik ook van muziek moet houden. Als zijn vrouw na verloop van tijd thuis komt moet de muziek weer terug naar normale proporties ("ik hoorde het al op straat"). En ja, zij kent me wel: "dat is die van op de hoek". Mijn drankgezel fleurt extra op: hij is nog buurman ook!!!
Een uur later loop ik de laatste vijftig meter terug naar huis. Ik denk terug aan het gesprek en aan de manier waarop ik naar binnen werd gevraagd. Waar vind je nog dergelijke gastvrijheid waarin je zomaar op een gesprek met nattigheid wordt gevraagd. In de jaren dat ik in brave nieuwbouwbuurten woonde heb ik het in ieder geval niet meegemaakt.
Kijk, ook daarin komt de term prachtmensen in een prachtwijk tot zijn recht.
En hiermee eindigt mijn blog voor deze weken. Morgen gaan we even op rust naar een prachtland (Turkije). Ik wens de achterblijvende lezers een prettige vakantie of sterkte op het werk toe.
Van daar uit loop ik richting huis. Enkele huizen voordat ik mijn huis bereik klopt een man aan het raam. Hij maakt een gebaar om binnen te komen en een gebaar om te drinken. Hij nodigt me binnen om even gezellig een biertje te drinken. Aan het halvelitertje komen we aan de praat over wat hem bezig houdt en waar hij van geniet. Ik mag enkele CD's horen van beroemde Klarendallers waar ik nog nooit van heb gehoord. Samen genieten van mooie muziek van mooie mensen in een prachtwijk.
Hij blijkt me alleen te kennen van de momenten dat ik met gitaar en al langs loop. Hij begrijpt dat ik ook van muziek moet houden. Als zijn vrouw na verloop van tijd thuis komt moet de muziek weer terug naar normale proporties ("ik hoorde het al op straat"). En ja, zij kent me wel: "dat is die van op de hoek". Mijn drankgezel fleurt extra op: hij is nog buurman ook!!!
Een uur later loop ik de laatste vijftig meter terug naar huis. Ik denk terug aan het gesprek en aan de manier waarop ik naar binnen werd gevraagd. Waar vind je nog dergelijke gastvrijheid waarin je zomaar op een gesprek met nattigheid wordt gevraagd. In de jaren dat ik in brave nieuwbouwbuurten woonde heb ik het in ieder geval niet meegemaakt.
Kijk, ook daarin komt de term prachtmensen in een prachtwijk tot zijn recht.
En hiermee eindigt mijn blog voor deze weken. Morgen gaan we even op rust naar een prachtland (Turkije). Ik wens de achterblijvende lezers een prettige vakantie of sterkte op het werk toe.
dinsdag 8 juli 2008
Hoera, een opwekking?
Het is weer zo ver. We zijn er weer vol van. Zowel ten positieve als ten negatieve. Ergens op het rond der aarde is een opwekking begonnen. Althans, dat beweren de bladen, columnisten, theologen en bloggers die er hun tijd aan spenderen.
Ik verbaas me steeds meer. Want ik lees her en der dat men er even naar toe is gegaan met een team. Misschien ligt het aan mij en mijn geestelijk of maatschappelijk leven, maar ik heb geen tijd of geld om even de oceaan over te steken om zo'n beweging van de Geest te volgen.
Iedereen moet erover horen, iedereen moet ervoor gewaarschuwd worden. Ik was afgelopen week in een gemeente waar de voorganger wat basisprincipes aanreikte om na te gaan of een opwekking van God is. Ergens achter mij fluisterde iemand die niet begreep waarover het ging. De ander zei dat er weer ergens een opwekking was.
Dit is nu al de zoveelste opwekking die ons land opschrikt. Ik had het er laatst met een vriend over. Die zei dat het typisch was voor onze huidige geestelijke cultuur: tegenwoordig volgen de christenen de tekenen, vroeger volgden de tekenen de christenen.
Die tekenen volgen kost het hemels koninkrijk handen met geld. Ik vrees dat er miljoenen aan vlieg-, reis- en verblijfsgeld over de toonbanken vliegt dat beter aan andere dingen besteed zou kunnen worden.
Kwamen christenen in het Nieuwe Testament van heinde en ver om de tekenen van Petrus en Johannes met eigen ogen te aanschouwen? Welnee, ze bleven in hun eigen stad en waren daar gehoorzaam aan God. Met als gevolg dat God ook daar zijn zegen aan de gelovigen gaf.
Hoeveel meer missionaire projecten en hun leiders zouden kunnen worden ondersteund als hedendaagse gelovigen niet meer naar die verre uitingen van de Geest of geest zouden gaan, maar hun geld zinvol zouden besteden. Hoeveel leed zouden gelovigen in ons land bespaard worden als God weer aangeroepen wordt om ons in ons land te zegenen, in plaats van te proberen de tekenen na te bootsen die elders voor komen.
Geen veroordeling, nee zeker niet. Maar wel spijt over zoveel verspilling, zoveel extra CO2 uitstoot en extra taksbetaling over iets waar wij ons misschien helemaal niet mee mogen bemoeien. Als God in een land of streek op een bepaalde manier werkt, wil dat niet zeggen dat Hij het ook precies dezelfde manier bij ons wil doen.
Willen wij God voor ons karretje spannen, of Hem de soevereiniteit geven om te werken zoals Hij het wil. Ik zie in het zoeken naar opwekking veel werking van het eerste. Wat daar gebeurt, moet per se ook hier gebeuren. Liefst met onze eigen naam eronder. Dat mijn naam in Gods boek staat opgeschreven is voor Jezus belangrijker. Zo belangrijk dat dit het eerste is dat hij tegen zijn discipelen zegt als ze terugkomen van een campagne waarin veel werking van Gods Geest was. Keep it simple. Besef wie jezelf bent.
Bidt dat God je gebruikt waar je bent op de manier waarop God dat wil. Dat is mijn advies aan mensen die bij ons komen om te leren van hoe wij het doen. Ik wil zelf geen klonen zien van Villa Klarendal, maar een autentieke werking van Gods Geest in elke plaats waar gelovigen Hem willen dienen. Dat is pas echt missionair werk. Zelf de moeite en pijn doorstaan om deel te worden van de eigen omgeving. En wie weet komt daar wel een opwekking uit voort. Maar ik hoop dat dit bij zo weinig mogelijk christenen ter ore komt.
Ik verbaas me steeds meer. Want ik lees her en der dat men er even naar toe is gegaan met een team. Misschien ligt het aan mij en mijn geestelijk of maatschappelijk leven, maar ik heb geen tijd of geld om even de oceaan over te steken om zo'n beweging van de Geest te volgen.
Iedereen moet erover horen, iedereen moet ervoor gewaarschuwd worden. Ik was afgelopen week in een gemeente waar de voorganger wat basisprincipes aanreikte om na te gaan of een opwekking van God is. Ergens achter mij fluisterde iemand die niet begreep waarover het ging. De ander zei dat er weer ergens een opwekking was.
Dit is nu al de zoveelste opwekking die ons land opschrikt. Ik had het er laatst met een vriend over. Die zei dat het typisch was voor onze huidige geestelijke cultuur: tegenwoordig volgen de christenen de tekenen, vroeger volgden de tekenen de christenen.
Die tekenen volgen kost het hemels koninkrijk handen met geld. Ik vrees dat er miljoenen aan vlieg-, reis- en verblijfsgeld over de toonbanken vliegt dat beter aan andere dingen besteed zou kunnen worden.
Kwamen christenen in het Nieuwe Testament van heinde en ver om de tekenen van Petrus en Johannes met eigen ogen te aanschouwen? Welnee, ze bleven in hun eigen stad en waren daar gehoorzaam aan God. Met als gevolg dat God ook daar zijn zegen aan de gelovigen gaf.
Hoeveel meer missionaire projecten en hun leiders zouden kunnen worden ondersteund als hedendaagse gelovigen niet meer naar die verre uitingen van de Geest of geest zouden gaan, maar hun geld zinvol zouden besteden. Hoeveel leed zouden gelovigen in ons land bespaard worden als God weer aangeroepen wordt om ons in ons land te zegenen, in plaats van te proberen de tekenen na te bootsen die elders voor komen.
Geen veroordeling, nee zeker niet. Maar wel spijt over zoveel verspilling, zoveel extra CO2 uitstoot en extra taksbetaling over iets waar wij ons misschien helemaal niet mee mogen bemoeien. Als God in een land of streek op een bepaalde manier werkt, wil dat niet zeggen dat Hij het ook precies dezelfde manier bij ons wil doen.
Willen wij God voor ons karretje spannen, of Hem de soevereiniteit geven om te werken zoals Hij het wil. Ik zie in het zoeken naar opwekking veel werking van het eerste. Wat daar gebeurt, moet per se ook hier gebeuren. Liefst met onze eigen naam eronder. Dat mijn naam in Gods boek staat opgeschreven is voor Jezus belangrijker. Zo belangrijk dat dit het eerste is dat hij tegen zijn discipelen zegt als ze terugkomen van een campagne waarin veel werking van Gods Geest was. Keep it simple. Besef wie jezelf bent.
Bidt dat God je gebruikt waar je bent op de manier waarop God dat wil. Dat is mijn advies aan mensen die bij ons komen om te leren van hoe wij het doen. Ik wil zelf geen klonen zien van Villa Klarendal, maar een autentieke werking van Gods Geest in elke plaats waar gelovigen Hem willen dienen. Dat is pas echt missionair werk. Zelf de moeite en pijn doorstaan om deel te worden van de eigen omgeving. En wie weet komt daar wel een opwekking uit voort. Maar ik hoop dat dit bij zo weinig mogelijk christenen ter ore komt.
zaterdag 5 juli 2008
ongeplande missionaire bezigheden
Zo af en toe heb je daar wel behoefte aan. Om met de benen op de bank te zitten. Met een goed glas koud bier eens lekker samen tv kijken en de buitenwereld buitensluiten. Gewoon even tot rust komen.
Dat dacht ik afgelopen woensdag. Ik had net mijn yoghurt met muesli als toetje gemaakt en begon het te eten toen de telefoon ging. De jongerenwerker van het jongerencentrum De Mix aan de telefoon. Er was iemand die mij wilde spreken. Hij kwam aan de telefoon.
Het was Frank Mulder. Hij woont met zijn vrouw en zoontje in Utrecht-Overvecht. Ik had hem leren kennen doordat hij samen met andere christenen een woongroep in de wijk willen beginnen. Ze hadden gehoord van ons werk en vroegen advies. Nu is wat wij doen niet helemaal een woongroep, maar ik had toch wat adviesjes meegegeven. Ik ben hen blijven volgen en ben ze vorige maand "live" tegengekomen op een gemeentestichtersdag.
Wat bleek: hij had met een groep van Time To Turn een meerdaagse fietstocht georganiseerd en was in Klarendal aanbeland. Ze zouden ter plekke wat dingen voor de buurt en het jongerencentrum doen en wilde ook graag dat een deel van de groep iets kon horen over mijn ervaringen met werken in de wijk en Villa Klarendal.
Ze wilden in de plaatsen waar ze waren positieve dingen doen. ...hoop te zaaien, het goede nieuws te vertellen, pannenkoeken uit te delen, free hugs te geven, stoep te krijten, kinderen te schminken, liedjes te zingen, tuintjes aan te harken, oude vrouwen over te laten steken, zieken bezoeken, actie te voeren tegen onrecht of andere mooie hoopvolle dingen te doen.. lees ik op de website. Maar ook: positieve, hoopgevende projecten bezoeken.
De andere interessante kant van deze fietstocht was wat ze meenamen: We hebben niks bij ons, geen mobiel, geen geld, geen tent, geen eten. Alleen een fiets, en dingen om uit te delen! Dus we hopen dat mensen ons willen ontvangen. Zo niet, dan trekken we door, op naar de volgende plaats. Dus vroegen ze ook of ze met de groep (12 lui) in Villa Klarendal konden slapen. Na telefonisch overleg met ons YfC teamlid mochten ze er slapen.
OK daar ging mijn vrije avond. Maar ik bedacht me dat dit weer zo'n mooi moment zou kunnen zijn om mijn visie aan jongeren over te brengen. Dus nog geen half uur later was Villa Klarendal vol met zes natgeregende jongeren die dolblij waren om te horen dat ze die nacht konden overnachten in ons gebouw.
Het enige wat ik die avond heb gedaan is mijn verhaal verteld. En ik raakte niet uitgepraat. Althans, ik had mijn verhaal wel gedaan, maar daarna bleven de vragen maar komen. En vrij snel daarna kwam de volgende groep die mijn verhaal ook nog graag wilde oppakken.
Vier uur later, met een tussenstop naar huis om slaapzakken en luchtbedden en een vol brood mee naar de Villa te nemen, keerde ik weer terug naar huis. Moe, maar ook weer vol van de avond. Ik sprak een van de tochtgenoten die in Amsterdam-Slotervaart woont en werkt. Zij zei aan het eind van de avond dat ze toch overwoog om in haar eigen wijk christenen te gaan mobiliseren meer voor de wijk te gaan doen.
De volgende dag is de groep tot nog zeker twee uur in de wijk gebleven om nog allerlei activiteiten te doen. Het enthousiasme was groot, hoorde ik van teamleden terug. Daarvoor wil ik wel een avond ongepland opgeven.
Dat dacht ik afgelopen woensdag. Ik had net mijn yoghurt met muesli als toetje gemaakt en begon het te eten toen de telefoon ging. De jongerenwerker van het jongerencentrum De Mix aan de telefoon. Er was iemand die mij wilde spreken. Hij kwam aan de telefoon.
Het was Frank Mulder. Hij woont met zijn vrouw en zoontje in Utrecht-Overvecht. Ik had hem leren kennen doordat hij samen met andere christenen een woongroep in de wijk willen beginnen. Ze hadden gehoord van ons werk en vroegen advies. Nu is wat wij doen niet helemaal een woongroep, maar ik had toch wat adviesjes meegegeven. Ik ben hen blijven volgen en ben ze vorige maand "live" tegengekomen op een gemeentestichtersdag.
Wat bleek: hij had met een groep van Time To Turn een meerdaagse fietstocht georganiseerd en was in Klarendal aanbeland. Ze zouden ter plekke wat dingen voor de buurt en het jongerencentrum doen en wilde ook graag dat een deel van de groep iets kon horen over mijn ervaringen met werken in de wijk en Villa Klarendal.
Ze wilden in de plaatsen waar ze waren positieve dingen doen. ...hoop te zaaien, het goede nieuws te vertellen, pannenkoeken uit te delen, free hugs te geven, stoep te krijten, kinderen te schminken, liedjes te zingen, tuintjes aan te harken, oude vrouwen over te laten steken, zieken bezoeken, actie te voeren tegen onrecht of andere mooie hoopvolle dingen te doen.. lees ik op de website. Maar ook: positieve, hoopgevende projecten bezoeken.
De andere interessante kant van deze fietstocht was wat ze meenamen: We hebben niks bij ons, geen mobiel, geen geld, geen tent, geen eten. Alleen een fiets, en dingen om uit te delen! Dus we hopen dat mensen ons willen ontvangen. Zo niet, dan trekken we door, op naar de volgende plaats. Dus vroegen ze ook of ze met de groep (12 lui) in Villa Klarendal konden slapen. Na telefonisch overleg met ons YfC teamlid mochten ze er slapen.
OK daar ging mijn vrije avond. Maar ik bedacht me dat dit weer zo'n mooi moment zou kunnen zijn om mijn visie aan jongeren over te brengen. Dus nog geen half uur later was Villa Klarendal vol met zes natgeregende jongeren die dolblij waren om te horen dat ze die nacht konden overnachten in ons gebouw.
Het enige wat ik die avond heb gedaan is mijn verhaal verteld. En ik raakte niet uitgepraat. Althans, ik had mijn verhaal wel gedaan, maar daarna bleven de vragen maar komen. En vrij snel daarna kwam de volgende groep die mijn verhaal ook nog graag wilde oppakken.
Vier uur later, met een tussenstop naar huis om slaapzakken en luchtbedden en een vol brood mee naar de Villa te nemen, keerde ik weer terug naar huis. Moe, maar ook weer vol van de avond. Ik sprak een van de tochtgenoten die in Amsterdam-Slotervaart woont en werkt. Zij zei aan het eind van de avond dat ze toch overwoog om in haar eigen wijk christenen te gaan mobiliseren meer voor de wijk te gaan doen.
De volgende dag is de groep tot nog zeker twee uur in de wijk gebleven om nog allerlei activiteiten te doen. Het enthousiasme was groot, hoorde ik van teamleden terug. Daarvoor wil ik wel een avond ongepland opgeven.
Abonneren op:
Posts (Atom)