woensdag 27 mei 2009

Artikel Friesch Dagblad over conferentie Urban Expression

Vorige week woensdag was ik op de conferentie van Urban Expression waarin Stuart Murray sprak onder andere sprak over "Relatie bestaande kerken en de Emerging Church (en andere nieuwe vormen van kerk-zijn)". Aangezien ik toch met een laptop aanwezig was, heb ik het een en ander uit zijn mond opgetekend en verwoord in een artikel dat vandaag in het Friesch Dagblad is gepubliceerd.

Hieronder de tekst van het artikel

______________________________________

Stuart Murray op conferentie van Urban Expression over nieuwe kerkvormen:

Gevestigde kerken spelen vaak thuiswedstrijd

Arnhem - Gevestigde kerken stralen vaak uit: kom maar naar ons. Buitenstaanders moeten maar naar de zondagse dienst komen en zich aanpassen. Deze kerken kunnen leren van nieuwe kerken, stelde Stuart Murray op een conferentie van Urban Expression. Maar de gevestigde kerken hebben nieuwere kerken óók wat te zeggen.

Urban Expression is een organisatie die teams werft en toerust voor zending in de stad. Hierbij richt zij zich op zichzelf financierende teams die pionieren in creatieve en relevante uitdrukkingen van de christelijke gemeente in stedelijke gebieden met weinig of geen kerkelijke presentie. Voor een conferentie die onlangs werd gehouden, was de Britse theoloog Stuart Murray uitgenodigd. Hij zoomde in op wat bestaande kerken en nieuwe kerken voor elkaar kunnen betekenen.

Murray vergeleek bestaande kerken met een sportteam. "Het is algemeen bekend dat een uitwedstrijd intimiderend is voor het bezoekende team. De entourage is onbekend, het publiek op de hand van de ander. Daarom wint een thuisteam vaak."
Nieuwe kerken hebben ontdekt dat de kerk altijd een thuiswedstrijd heeft gespeeld, aldus Murray. "Dat was niet zo erg in een tijd waarin iedereen zich vertrouwd voelde bij de cultuur die een kerkdienst uitstraalde. Tegenwoordig leven we echter in een cultuur waarin het kerkgebouw bijna als buitenaards wordt ervaren, waardoor bezoekers zich daar niet comfortabel voelen." Daarom gaan nieuwe kerken een andere weg: ze proberen dichtbij mensen te komen. "Net zoals Jezus mens werd en naar ons toe kwam (incarnatie)."

Bereik
Binnen gevestigde kerken, vooral bij pinkster- en evangelische gemeenten, heerst het idee dat men iedereen bereikt, zei Murray. "Uit allerlei onderzoeken in Groot-Brittannië blijkt dat dit niet zo is, en dat men slechts een klein deel van de samenleving bereikt." Doordat nieuwere kerken nieuwe groepen bereiken, kan dat gevestigde kerken aan het nadenken zetten over wie zij niet bereiken.
Sommige nieuwe kerken groeien ook door overloop uit de gevestigde kerken. Die mensen voelen zich in de bestaande kerk niet meer thuis, maar voelen zich wel aangetrokken tot een nieuwe kerkvorm. "Het lijkt erop dat gevestigde kerken moeite hebben om mensen die geestelijk volwassen zijn geworden verder te helpen", aldus Murray. In de emerging church-beweging zijn ook mensen welkom die lastige vragen stellen. Zo schrijft bijvoorbeeld iemand dat hij werd achtervolgd door vragen als ‘Waarom is Jezus zo boeiend en de kerk zo suf?’, ‘Waarom is Jezus progressief en laat Hij veel stof opwaaien, en is de kerk vaak conservatief en irrelevant?’, of: ‘Waarom staan christenen bekend om geen-seks-voor-het-huwelijk en SGP-politiek, en niet om liefde en genade?’

Mensen met lastige vragen worden in hun eigen kerken - met name in de evangelische en pinkstergemeenten - vaak niet begrepen. Dat komt omdat deze kerken meer geïnteresseerd zijn in het geven van heldere antwoorden, zonder vragen te stellen, stelde Murray. ‘Emergers’ lijken daarentegen alleen vragen te stellen, zonder antwoorden te verwachten. Daarin kunnen ze volgens Murray van elkaar leren.
Vanuit nieuwe kerkvormen klinkt kritiek op de gevestigde kerken dat er te weinig ruimte zou zijn voor vriendschappen, als gevolg van een teveel aan activiteiten. Nieuwe kerken zetten in op vriendschappen voor het leven. Leven is voor hen de basis van het werk, niet de organisatie. Voor sommige gevestigde kerken lijkt ‘kerk-doen’ belangrijker dan ‘kerk-zijn’, stelde Murray.

Netwerken
Er wordt in Nederland veel nagedacht over samenwerking tussen verschillende kerken. Die samenwerking is grotendeels gestoeld op theologie. In nieuwere kerken komen christenen juist op een organische manier bijeen. Het gaat hen niet in de eerste instantie om de juiste theologie. Voor hen is netwerken belangrijker dan organisatie. "Daarin sluiten ze aan bij de maatschappij, die veel meer een netwerkmaatschappij is geworden en waar instituties sterk aan waarde verloren hebben. In die zin leren nieuwe kerken de bestaande kerken wat het betekent om post-denominationeel te zijn. Er wordt samengewerkt over de institutionele kerkmuren heen."

Murray benadrukte dat nieuwe kerken ook kunnen leren van de gevestigde kerken. Het gevaar bestaat anders dat de nieuwe gemeenschappen arrogant worden, de waarheid in pacht denken te hebben en anderen niet nodig menen te hebben, stelde de theoloog. Vooral als de nieuwe gemeenschappen gaan groeien, blijkt dat er nog veel te leren valt van de gevestigde kerken. Op dit moment is de emerging church-beweging nog deels een tegendraadse beweging. Als de beweging gaat groeien, zal ze tot de conclusie komen dat niet alles in de gevestigde kerk verkeerd is, aldus Murray. De gevestigde kerken bieden stabiliteit en een schat aan tradities rondom aanbidding, bijbellezen en samenkomen. Nieuwe gemeenschappen stellen daar kritische vragen bij en zijn steeds op zoek naar nieuwe manieren en vormen. De gevestigde kerken bieden een rijke schakering aan bronnen op gebied van theologie, pastoraat en kerkgeschiedenis. De emerging church is tenslotte niet de eerste vernieuwende beweging in de kerk, zei Murray.

Het is volgens Murray ook belangrijk dat de gevestigde kerken de emerging church kritisch bevragen. Een belangrijke vraag is hoe die gemeenschappen een balans vinden tussen culturele aanpassing en cultuurkritiek. Veel mensen binnen de emerging church willen (de uitingen van) het geloof aanpassen aan de huidige, postmoderne cultuur: de kerk moet een plaats zijn waar mensen zich thuis voelen.
Het geloof biedt echter ook een uitdaging aan de cultuur, aldus Murray. "Daarbij zal ook de vraag moeten worden gesteld wat binnen de cultuur verkeerd is, en bevraagd moet worden. Anders lopen nieuwere kerken het gevaar om volledig door de postmoderne cultuur te worden opgeslokt."

Ook op het gebied van geloofsoverdracht en leiderschap kunnen nieuwe kerken leren van de gevestigde kerken, volgens Murray. Leiderschap is in veel nieuwe gemeenschappen gericht op vriendschap. Structuren zijn vooral organisch van aard. De vraag is hoe dit gaat verlopen als de kleine groep gaat groeien. Dan moet worden nagedacht over het voorkomen van machtsmisbruik en manipulatie, en over een verantwoordingsstructuur.

Samenwerking
Hoe kan het gesprek tussen gevestigde kerken en nieuwe gemeenschappen het beste worden vormgegeven, vroeg Murray zich af. Hij benadrukte het belang van het vinden van wegen om elkaar open te bevragen. Murray voelt veel voor "gezonde vormen van partnerschap" tussen beide groepen, op zowel lokaal als regionaal niveau. Partnerschappen waarbij de ‘betalende partij’ geen invloed gaat opeisen voor de richting van de nieuwe gemeenschap. Maar waar juist volop ruimte wordt geboden om een eigen richting in te gaan.
De basis daarvoor ligt volgens Murray in de erkenning dat we ons bevinden in een veranderende cultuur en dat we de problemen daarvan aan den lijve ondervinden. "Belangrijk is ook dat nieuwe gemeenschappen en gevestigde kerken erkennen dat ze uiteindelijk toch veel gemeen hebben. Erkennen dat Gods kerk verscheidenheid kent, maakt daar deel van uit. Dan ontstaat er onderlinge ruimte, waarin kerken elkaar kunnen bevestigen, in plaats van elkaar bekritiseren."

woensdag 20 mei 2009

Friesch Dagblad Column 7: Eenzaamheid/gemeenschap

Het is er weer tijd voor...

Vandaag in de krant van het hoge noorden.

Ik werd dit weekend getroffen door een krantenkop in het Nederlands Dagblad. ‘Eenzaamheid in kerk komt hard aan’. Diaconaal consulent Dirk-Albert Prins van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) wordt geciteerd tijdens een afgelopen vrijdag gehouden afscheidssymposium. Volgens de scheidende consulent is in kerkdiensten de ontmoeting met God te strak geregisseerd, terwijl de ontmoeting tussen mensen te weinig wordt georganiseerd.

Het krantenbericht slaat volgens mij de pijnlijke spijker op de kerkelijke kop. Twee weken geleden was ik in mijn eigen pinkstergemeente en afgelopen zondag was ik in een kerkdienst van een gereformeerde gezindte. De stijl is anders, maar de organisatie is vergelijkbaar. Iedereen zit in rijtjes achter elkaar. Gericht op een podium waarop alles gebeurt. De dominee of voorganger, de zang(aanbiddings)leider als extra persoon. Het orgel, de piano of de band. Het samen zingen geeft een zeker gevoel van saamhorigheid. Maar in beide gevallen zit ik op een stoel tussen anderen in. Als ik een vreemde was, zou ik niet weten wie er naast mij zit. De gereformeerde dienst is tot in de puntjes geregeld. Die van de pinkstergemeente ook. En ik weet dat daar zelfs de vrijheid georkestreerd is. In beide gevallen ga ik op in de massa en word anoniem binnen een groter geheel. Dat kan het gevoel van eenzaamheid versterken.

De sterke gerichtheid op het podium heeft onder andere te maken met ons, vaak onbewuste, verlangen om de diensten attractief te maken. Dat mensen wat er gebeurt als mooi ervaren. Een behoorlijk deel van de begroting van kerken en gemeenten gaat op aan de versterking van de attractie. Het podium moet mooi bekleed worden, de versterking moet prachtig klinken, de muziekinstrumenten moeten fraai in het gehoor liggen, de band moet goed op elkaar ingespeeld zijn, de bloemen moeten mooi geschikt zijn, de muurbekleding moet het gevoel geven dat men welkom is.

In die attractie van de kerkdiensten is de kerk onbewust aan het concurreren met andere delen van onze samenleving. Wat is een kerkdienst anders dan een theater waar mensen binnen komen en meekijken naar wat er op het podium wordt gespeeld? Goed, er is iets meer interactiviteit in de kerk. Maar als een spreker een vraag stelt aan de zaal, zal de zaal reageren als een theaterpubliek. Het wordt stil en iedereen kijkt elkaar aan: ‘Heeft-ie het nou tegen ons?’ De kerk legt het qua attractie af tegen het echte theater, omdat veel dingen die in de kerk gebeuren goed bedoeld, maar amateuristisch zijn. En het materieel is over het algemeen niet zo gemakkelijk als in een theater.

Waar ontmoette Jezus zijn mensen? Niet in grote gebouwen of in rijtjes stoelen achter elkaar. Hij kwam ze op straat tegen, nodigde zichzelf uit om bij hen te eten. Veel gemeenschapsaspecten vonden plaats in de huiselijke sfeer. Spontane momenten waarin hij mensen ontmoette en waarin hij met zijn discipelen tot een dieper gesprek kwam. Maaltijden organiseren lijkt daarom het nieuwe modewoord. Dat doen wijzelf ook in ons project. Maar ook daar kan organisatie de bovenhand krijgen boven gemeenschap. Als de organisatie van die maaltijd gaat lijken op die van een restaurant met obers, die al klaar staan om af te ruimen als ik mijn laatste hap naar binnen werk, is de gemeenschap ver te zoeken.

Daadwerkelijke belangstelling is volgens mij de crux. Echt geïnteresseerd zijn in de ander. Mijn eigen gedachten en interesses opzij zetten voor hem of haar. Ruimte geven aan de ander om er te mogen zijn. Te laten merken dat de ander bij ons welkom is.
Daarmee geef ik geen oplossing voor de vorm. Wel voor de inhoud. Want waar organisatie ondergeschikt wordt aan relatie, zullen mensen zich op hun plek voelen en weten dat zij daar thuis mogen zijn.

zondag 10 mei 2009

Samenwerken, kan dat?

Al een tijd is in emerging church kringen de wens hoorbaar dat nieuwe vormen van kerk-zijn mogen samenwerken met oude kerken. Wij zijn nu aan het nadenken over hoe dit mogelijk is. Daar kan ik het achterste van mijn tong nog niet van laten zien. Daarvoor moet de lezer nog wachten tot september.

Er is in ieder geval al iets van zichtbaar en hoorbaar. Afgelopen zondag werden vier nieuwe medewerkers van Villa Klarendal uitgezonden uit hun kerk, de Vrijgemaakt Gereformeerde Koepelkerk. Aangezien wij ons nauw met deze mensen betrokken voelen, werd ons ruimte gegund in de liturgie om de nieuwe medewerkers met open handen te ontvangen.

Tijdens de kerkdienst, waarbij ikzelf mocht meespelen in de muziekband, werd tijdens de collecte ons lied "De kleine villa in de straten" als samenzanglied gezongen. Ik heb dit inmiddels al een aantal keren verteld en telkens reageerden mijn gespreksdeelnemers met ongeloof. In een vrijgemaakte kerk zo'n lied spelen en zingen, is dat mogelijk. Jazeker, dat is echt gebeurd. Met na afloop applaus. Voor wie het na wil horen: klik op de speler hieronder en ga verder naar 1:21:18 om het begin van het lied te horen.

maandag 27 april 2009

Landen-kookgroep lokaal nieuws

Sinds begin dit jaar bestaat er in onze wijk een "landen-kookgroep". Mede op initiatief van enkele Villabezoekers gestart om elkaars cultuur te waarderen en te leren kennen, is de groep inmiddels uitgegroeid tot een eetgroep waarin mensen met weinig geld gezellig kunnen eten. De groep komt bijeen in het wijkcentrum van Klarendal.

Tweewekelijks kookt een van de landgroepen: Afghanistan - Turkije - Zweden - Bosnië - Suriname - Indonesië - Iran - Marokko - Irak - Nederland.

Het is een gezellige bedoening, waar we ook van elkaar leren. Door samen te koken is er meer begrip voor de diverse achtergronden. En er is waardering vanuit de groep eters die weinig hebben.

Een wijkbewoner die ook veel in de Villa komt heeft RTV Arnhem, de lokale radio- en tv-zender in contact gebracht met deze activiteit. Dat heeft geleid tot de uitzending van een kort item op deze zender.

Klik hieronder om deze uitzending te bekijken.

zaterdag 25 april 2009

Bril-loos

Het is gebeurd. Een man in de kracht van zijn leven is uit ons leven weggerukt. De afgelopen week hebben ik op tv en in de krant veel superlatieven gezien, gehoord en gelezen over Neerlands grootste columnist.

Als zaterdagabonnee van de Volkskrant las ik zijn columns niet dagelijks, maar wekelijks. En dat niet eens trouw, maar zo af en toe als het uitkwam. Wat me opviel was zijn warmte voor de gewone dingen van het leven. Daarin werd hij ook zo geroemd. Mensen hadden het gevoel dat hij dicht bij hen kwam. Ze kenden hem (of dachten hem te kennen) door wat hij vertelde over zijn eigen leven.

Voor mij is hij een voorbeeld als beginnend columnist. De kracht die te vinden is in 600 woorden. Geen uitgebreide lappen tekst, maar alles compact binnen de lijnen opgeschreven.

Zijn werk is echter ook een teken van de tegenwoordige tijd. Geen grote verhalen of ideologieën. Het gewone leven voorop. Voor mij als gelovige een hulp om na te denken over het belang van de gewone dingen. Christenen willen zo graag en zo snel richting het grote en geweldige. Begint dat juist niet bij het gewone en nietige? Zien we de bomen of het bos. Als we een bos willen oogsten, moeten we tijd nemen voor het zaaien van kleine zaadjes waar bomen uit voort komen. Let op die kleine dingen. Dan sta je soms versteld van wat God doet!

dinsdag 21 april 2009

Friesch Dagblad Column 6: Nieuwe wegen voor de kerk

Voor je het weet is er al weer een maand voorbij. Dus weer tijd voor een nieuwe column. Ditmaal over mijn ervaringen en gedachten bij het weekend van het Emerging Netwerk.

Het was de afgelopen weken nogal in het nieuws. Een paar weken geleden werden twee boeken ter doop gehouden (kinderdoop wel te verstaan) die veel verbinding met elkaar hebben. Ploeteren en pionieren van het duo Nico-Dirk van Loo en Martijn Vellekoop en De ontdekking van het Koninkrijk van Daniël de Wolf (ook wel bekend van Jezus in de Millinx). Beide boeken gaan over verandering in de kerk van vandaag. De een met de insteek van hoe vijf pioniers de afgelopen jaren geploeterd en gepionierd hebben om te komen tot nieuwe vormen van kerk-zijn. De ander met een persoonlijk verhaal van twijfel en onzekerheid waarin uiteindelijk de ontdekking van de boodschap van het Koninkrijk wordt ontdekt.

Er is de laatste tijd veel aandacht voor die nieuwe vormen. De kerken lopen leeg. Ook de evangelische beweging kent inmiddels zijn eigen achterdeuren die door allerlei oorzaken tot nu toe niet zichtbaar zijn geweest. Sommige mensen die door de achterdeur van de evangelische gemeenten is vertrokken, wilden graag meer betekenen voor onze maatschappij - maar ze hebben het gevoel dat hun gemeente daarin faalt. Met pijn en verdriet hebben ze de deur van de gemeente achter zich dicht gedaan. Zij lijken elkaar te vinden bij een nieuwe beweging die zich situeert rond het Emerging Netwerk.

Afgelopen weekend was ik betrokken bij een bijeenkomst dat door dat netwerk werd georganiseerd. 27 mensen van allerlei achtergrond en leeftijd trokken een weekend met elkaar op om elkaar te steunen, met elkaar mee te denken en nieuwe moed te verzamelen voor nieuwe wegen die in Nederland aan het ontstaan zijn. Nieuwe wegen met veel nieuwe mogelijkheden. Van mensen die een gezellige wijkkerk starten tot zij die met een stel jongeren samen in de eigen buurt op pad gaat. Van theologische vernieuwers tot mensen met een ‘traditionele’ evangelische gedachtegang. Van mensen die hun weg al helemaal lijken te hebben gevonden tot mensen die nog helemaal op zoek zijn naar welke plek ze moeten innemen. Veel weekendgangers zijn op zoek naar medestanders voor de weg die zij lopen. En velen van hen komen maar weinig christenen in de eigen omgeving tegen die begrijpen waar ze mee bezig zijn, waardoor vereenzaming dreigt. Het weekend was daarom voor iedereen een feest van herkenning, een plek waarin mensen elkaar verhalen konden vertellen en ook een moment waarop de eigen pijn en moeite kon worden gedeeld.

Samen nadenken over de toekomst van kerk-zijn in Nederland is geweldig. Nieuwe ideeën ontstaan. Pijn en teleurstelling maken plaats voor hoop en verwachting. Op enkele plekken worden al nieuwe probeersels uitgedacht en uitgewerkt. Dat geeft ook de ‘emerging burger’ die niet zo pioniersgezind is moed om zelf op de eigen plek of in de eigen omgeving te kijken naar nieuwe mogelijkheden.

Maar ook hier kan weer het gevaar ontstaan waar alle kerkelijke bewegingen tot nu toe mee te maken hebben gehad. Het Emerging Netwerk kan een tegenreactie zijn op de misstanden in de gevestigde kerken in Nederland (zowel de protestantse kerken als de evangelische beweging). Na verloop van tijd kan de goed begonnen beweging institutionaliseren. Of opgaan in allerlei sektarisch of buitenkerkelijk geneuzel waar men andere kerken verre van wil houden. Mijn hoop is gevestigd op vormen van samenwerking tussen ‘oude’ kerken en gemeenten en de nieuwe beweging. De geschiedenis leert ons dat de protestantse beweging werd genoodzaakt uit de Rooms-Katholieke Kerk te stappen en een eigen kerk te stichten, waardoor die sterk anti-katholiek werd. Zowel de evangelische beweging als de pinksterbeweging werden op hun beurt genoodzaakt uit de protestants-liberale kerken te stappen, waardoor zij sterk anti-protestants werden. Een samenwerking tussen oud en nieuw kan ons kerkelijke land een nieuwe weg bieden, die ontdaan is van het anti-karakter dat ons kerkelijke landschap zo vaak heeft verdeeld. Een ‘enge weg’ die naar een hoopvolle toekomst leidt.

vrijdag 17 april 2009

Spanningen doorbroken

Afgelopen zondag. Het is weer heel druk en gezellig tijdens deze paasbrunch. We moeten alle stoelen en tafels bijzetten die we in het pand hebben.

De deur gaat open. "Hallo, daar ben ik weer", komt het van uit de gang. De man die vorige week met veel verve meldde dat hij nooit meer zou komen, komt lachend de Villa binnen met een pan soep. Hij is even vrolijk als altijd. Na afloop meldt hij dat hij het heel gezellig heeft gehad.

Tja, daar heb je dan een nacht voor wakker gelegen, denk ik dan. Aan de andere kant: dat klopt. Want tijdens die nacht is zijn naam regelmatig in een gebed naar boven gezonden.

Wat blijkt nu? Mijn vrouw kwam hem in diezelfde week tegen en hij vertelde zijn verhaal. Zij maakte het af met een kwinkslag, zei hem dat ze hem toch weer verwachtte en vroeg hem een pan met soep voor de paasbrunch te maken. En daarin stemde hij toe.

Ook dat is missionair werken. Ontspanning volgt op spanning. Mensen zijn gelukkig veranderbaar en bereid te vergeven. Ook daar moeten we mee leren omgaan.

donderdag 9 april 2009

Spannende spanningen

Afgelopen zaterdag was ik op een congres over multicultureel gemeente-zijn. Of het nu lag aan dat congres, of dat het een samenloop van omstandigheden was, deze week werd ik een aantal keren geconfronteerd met multiculturele spanningen.

Zondag. We hebben een gezellig diner georganiseerd, waarbij iedereen iets heeft gekookt. We missen wat mensen door vakantie en zwangerschap/bevalling. Een aantal nieuwe medewerkers heeft zich netjes gehouden aan de tijd van opruimen en slaat aan het opruimen. Daarbij wordt geen rekening gehouden met wat mensen die nog aan het eten zijn. Er moet immers opgeruimd worden. Ik heb het zelf niet door, maar er ontstaat wrijving daardoor. Terwijl ik buiten sta, loopt een van die bezoeker kwaad weg, omdat hij het gevoel heeft dat wij de viering belangrijker vinden dan de maaltijd. Even later staan we buiten en komt hij terug om te melden dat hij zich terugtrekt uit de Villa. Pijnlijk. Vervelend. Had het kunnen worden voorkomen? Iets om over na te denken.

Dinsdag. We hebben tachtig paaspakketten gekregen om uit te delen aan oudere mensen.
Een goede bekende die van buitenaf wordt ingevlogen is uren bezig om de adressen en de deelnemers van de paasuitdeelactie aan elkaar te matchen. Ze heeft mooie kaartjes gemaakt met daarop in een markeerstift aangevinkt de adressen. Twee vaste bezoekers komen binnen en vinden dit maar niets. "Verdeel het toch onder onze eigen mensen en die brengen het wel langs". Ze pakken de pakketten en melden dat ze langs hun eigen adressen gaan. Dat doen ze netjes, behalve bij dat ene adres waar tien minuten later een team officieel het pakket komt brengen. Die persoon is al voorzien van een pakket. Is het feit dat ze bij die ene vrouw langsgaan en een pakket afgeven verkeerd, omdat ze zich niet aan de organisatie houden? Ik spreek een van de dames vandaag weer. Waarom toch al die rompslomp en al dat georganiseer voor niets? Het kan toch makkelijker op onze manier? Vanavond spreek ik een van onze teamleden. Die kreeg de kriebels van de houding van de dames. Dat vindt zij dan weer rommelig en ongeorganiseerd.

Er zijn altijd twee manieren om ergens naar te kijken. De meest geëigende manier is om het eigen denken tot norm te verheffen. Voor Nederlanders is dit het "goed organiseren". Voor anderen gaat het om de relatie en de ruimte. Een goed georganiseerde brunch of diner loopt voor Nederlanders gesmeerd als het goed op tijd loopt. Maar is het dan nog gezellig en blijft er nog ruimte over voor gesprek? Wat zou je doen als je in een restaurant op tijd zou worden benaderd? Nederlanders houden van goed georganiseerde acties. Maar wat doe je als mensen de relatie met "hun mensen" prevaleren boven "die lijstjes en kaartjes".

Ik heb in beide gevallen naar beide kanten gepleit voor ruimte. Enerzijds om het goed te organiseren. Anderzijds om ruimte te laten voor de ander om de eigen weg te gaan. Tot nu toe zie ik het alleen maar als een voordeel en als een positief spannend leermoment om dergelijke spanningen tegen te komen. Goed, in het ene geval kostte het mij voor een keer mijn nachtrust. Maar na die nacht besefte ik des te meer hoezeer hier sprake is van monocultureel werken in een multiculturele setting. En hoe belangrijk het is elkaar te leren waarderen of in ieder geval te accepteren, ook al snap je de manieren van de ander totaal niet. Dat is echt leren leven in een gemeenschap. Eenheid in de praktijk proberen uit te werken. Er is werk aan de winkel geloof ik.

zondag 5 april 2009

Een week van toerusting en gesprek

De afgelopen dagen heb ik een paar dagen vrij gehad en genomen om enkele conferenties te bezoeken en wat gesprekken te houden.

DONDERDAG
ging ik halverwege de bijeenkomst van voorgangers en geestelijke leiders in Arnhem, Hart voor Arnhem, samen met tijdelijk teamleider van Villa Klarendal Ikenius Antuma naar een symposium ‘Pionieren voor het Koninkrijk’. Tijdens dit symposium werden twee boeken ter doop gehouden:
* De ontdekking van het Koninkrijk: verslag van een persoonlijke zoektocht (door Daniël de Wolf, uitgeverij Medema)
* Ploeteren & pionieren: nieuwe manieren van kerk zijn (door Martijn Vellekoop en Nico-Dirk van Loo, uitgeverij Ark Media).

De boeken waren de aanleiding, maar het symposium was bedoeld om na te denken over nieuwe vormen van kerk-zijn, die in ons land bekend is geworden als Emerging Church. Leuke discussies waren aan de orde en kritische vragen werden gesteld. Jos Douma, Vrijgemaakt predikant in Haarlem, stelde in zijn toespraak kritisch dat het mensen in de emerging beweging dat het hen gaat om "zoek eerst het Koninkrijk en zijn ge...meentestichting. En vervolgde met een onderkoeld: Ja,
hier zijn de pioniers, de gepassioneerden, de Jezus-freaks, de creatievelingen, de koplopers en de afhakers, de visionairs. En er klinkt dit geluid: ‘De kerk is dood, leve de koning!’


Belangrijk aspect in zijn toespraak was dat het van belang is te beseffen dat het gaat om mensen en niet om manieren. Mensen die zich zowel binnen als buiten de kerk bevinden.

Zowel Douma als Matthijs Vlaardingerbroek benadrukten om meer samen te doen: oude kerken en nieuwe, emerging, initiatieven. Tegelijkertijd werd duidelijk dat emerging church veel meer een gesprek is waarin over vernieuwing wordt nagedacht dan dat er daadwerkelijk aan de slag wordt gegaan. De wens is er wel, maar er zijn maar weinig echte pioniers die durven te ploeteren in de Nederlandse klei. In het boek "Ploeteren en Pionieren" worden vijf voorbeelden aangehaald van mensen die met vallen en opstaan, met geloof en twijfel, daar wel mee aan de slag zijn gegaan. Daarnaast zijn er nog enkele andere voorbeeldprojecten in het land, en daarbij wordt ook Villa Klarendal telkens genoemd,
die uit de klei, het veen of de zandgrond zijn voortgekomen.

In een radiouitzending van Kerk in Beweging noemt Teun van der Leer, directeur van het Baptistenseminarie, deze projecten hoopvolle experimenten in een nieuwe tijd. Hij kijkt uit naar wat er verder gaat komen.

VRIJDAG
Had ik een gesprek met Corjan Matsinger van Youth for Christ. Dit ging over de ervaring die ik heb opgedaan bij Villa Klarendal en of de kennis daarvan wellicht binnen Youth for Christ ten behoeve van andere kerken verder ingezet kan worden. Verder kan ik hier op dit moment nog niets meer over zeggen.

ZATERDAG
Zijn we met zijn drieën vanuit Villa Klarendal bij de toerustingsdag van de International Church Plants (ICP) geweest. ICP is, aldus de website, "een stichting die is voortgekomen uit het werk binnen de ICF (International Christian Fellowship) te Rotterdam. Deze multiculturele gemeente is in 2000 gesticht en telt momenteel zo’n 200 mensen van allerlei nationaliteiten. Oprichter en jarenlang voorganger van ICF Rotterdam was Theo Visser. Hij gaf in 2005 de aanzet tot oprichting van ICP. Sinds voorjaar 2007 zijn concrete activiteiten in gang gezet. Inmiddels heeft Theo zijn leiderschapstaken binnen de ICF neergelegd, om via ICP nader gestalte te geven aan zijn grote passie: multiculturele kerkplanting. ICP heeft een bestuur met mensen vanuit verschillende gereformeerde kerken. Bovendien krijgt de stichting regelmatig feedback van een raad van advies met drie personen die een ruime bestuurlijke, kerkelijke en missionaire ervaring hebben (dr. Henk van den Belt, drs. Marco Vermin, en dr. Stefan Paas)."

Aangezien we binnen Villa Klarendal voor een groot deel bezig zijn met multicultureel werken, sluit de visie van ICP wat dit betreft aan op die van Villa Klarendal. Het was voor mij mooi om eens te confereren met mensen die op gebied van multicultureel werken een zelfde passie hebben.

Een van de workshops ging over gemeenteopbouw. Tot mijn verbazing gebruikte de workshopleider een westers bedrijfsmodel om gemeentegroei te verklaren en uit te leggen. Dat zorgde ervoor dat ik hem bevroeg of er gemeenteopbouwmodellen zijn die gericht zijn op het multiculturele perspectief. Het leek nu namelijk of er maar een vorm van groei was: de groei naar steeds groter. Of een dergelijk model werkt als een gemeente voor een groot deel bestaat uit mensen die afkomstig zijn uit een familie-georiënteerde cultuur is voor mij een vraag. Voor mij is ook een vraag of we in de huidige postmoderne tijd met dergelijke modernistische modellen gemeenten kunnen laten groeien. De workshopleider zag wel heil in het ontstaan van kleinere celgroepen in wijken waar boven een grotere organisatie werd gesteld. Hij zette mij trouwens gelijk terug in een hokje: "ik weet dat de emerging church kritische vragen stelt...". Voor mij zijn dit interessante vragen voor de nabije toekomst.

Wat ik van deze conferentie ook leuk vond was om mij in overwegend gereformeerde achtergronden te kunnen begeven. De stijl en cultuur is anders. De liefde voor God en voor onze medemens en -lander is hetzelfde.

BACK TO THE BASIC
Zo ben ik weer bij de dag van vandaag aangekomen. Vier van onze vijf kinderen zijn op een gemeenteweekend van hun kerk. Mijn vrouw is op rust op een andere plek. Dus zijn mijn jongste dochter en ik vanochtend gaan "shoppen" bij onze kerkelijke buren van de Baptistengemeente Arnhem Centrum. Na afloop daarvan heb ik mijn toespraakje voor vanmiddag (diner en viering bij Villa Klarendal) voorbereid. En straks ga ik een maaltijd maken voor het dinergedeelte voor diezelfde middag.

En daarmee eindigt een halve week van gesprek en conferentie om weer eens bij te tanken voor het werk wat we doen. Fijn om dingen te horen, goed om mensen te spreken, hartverwarmend om medestanders te ontmoeten, genieten om weer eens flink vooruit te denken. Gisteren zei ik in de auto tegen onze reisgenoot dat ik het toch altijd weer prettig vind om terug te zijn in de wijk. Daar hoor ik thuis, daar mag ik genieten van de mensen om ons heen. Straks genieten van de maaltijd en de gesprekken tussendoor. En tijdens de toespraak genieten van het doorgeven ervan en van de vragen en interactie die daar tussendoor ongetwijfeld weer naar boven zullen borrelen. Ik ben weer terug bij de basis. Want hier gebeurt het!

zaterdag 28 maart 2009

genieten in de drukte

Een tijd geleden zei iemand tegen mij hoezeer het hem opviel dat ik ineens weer wat meer blogde. Tja, er was iets meer ruimte in de agenda en dat bood ruimte voor reflectie. Die ruimte is inmiddels al weer ingenomen, waardoor de communicerende vaten nu weer negatief uitvallen ten opzichte van de weblog. Daarom nu maar weer eens een update van al het moois wat we zoal meemaken.

Samen op weg
Terwijl velen erover schrijven en er binnenkort ook weer een symposium over wordt gehouden, zijn we in Villa Klarendal in gesprek met een "oude" kerk om na te gaan op welke manier we een vorm van samenwerking tot stand kunnen brengen. Gemiddeld een keer in de drie weken zijn we als team, afkomstig uit Villa Klarendal en de "oude" kerk aan het bomen over hoe het allemaal tot stand zal kunnen komen. Open gesprekken over tal van vragen over de organisatievorm, de verhouding tussen de oude moeder en het jonge adoptiekind, theologische vragen over doop, avondmaal, bekering en discipelschap. Wat me er vooral bij opvalt is de grote openheid binnen die gesprekken. We kunnen het soms van harte oneens zijn, maar elkaar daarin tegelijkertijd zeer waarderen. Ik wil nog niet uit de school klappen over wat dat allemaal oplevert. Dat kan ook niet, want zover zijn we nog niet. Maar dat het interessante materie oplevert, dat staat buiten kijf.

Huisgroepen
We zijn binnen Villa Klarendal begonnen met de vorming van huisgroepen. Vanuit de brunch en viering en andere contacten in de wijk is door een stel bezoekers de wens geuit om wat dieper op de bijbel in te gaan. We hebben die groep in tweeën verdeeld. Een van die groepen komt nu tweewekelijks bij ons samen. Gemiddeld komen daar zeven mensen: wijzelf, een ander echtpaar dat door de "oude" kerk is vrijgesteld om alle vrijetijdsactiviteiten aan de Villa te besteden, een stagiaire en drie tot vier vaste bezoekers van de brunch en viering. Leuk om mee te experimenteren. Vooral als een persoon heel vaak het woord neemt en vervolgens niet meer te stoppen is. Zoeken naar de juiste werkvorm om hem goed aan het woord te laten komen, maar ook anderen de kans te geven iets te zeggen. Vooral zoeken naar wegen om het gemeenschapsproces te versterken. Zoals het nu gaat, is het heel gezellig en horen we er veel positieve berichten over.

Computerles
We zijn coördinatoren van de computerlessen in het mediatrefpunt. De laatste tijd was er behoorlijk wat animositeit met de kinderwerkers in het wijkcentrum (dat in handen is van de lokale welzijnsinstelling). We hadden in januari nieuwe computers aangeschaft en met het kinderwerk afgesproken dat zij drie oude computers konden overnemen. Dan hoefden de stagiaires niet meer gebruik te maken van de ruimte van het mediatrefpunt. We zijn inmiddels twee maanden verder en er is nog geen schot in de inrichting van de oude computers voor het kinderwerk. Dus zitten de stagiaires zonder toezicht met hun tengels aan de nieuwe computers en worden we steeds weer met allerlei gevolgen daarvan geconfronteerd. Dus hebben we daarover veel tijd voor overleg moeten besteden. Zonde van de kostbare tijd eigenlijk, maar nu toch wel van belang om goede afspraken te maken. Aneta geeft op maandagavond computerles voor beginners, ik geef op dinsdagavond computerles voor mensen die iets meer gevorderd zijn en hetzelfde doe ik nu op vrijdagmiddag. Prachtig om telkens weer te zien hoe mensen langzamerhand steeds meer behendig worden met de computer. We hebben een tijdlang "rust" gehad in het centrum. Les gegeven aan twee tot drie personen. Op vrijdagmiddag begint het nu steeds meer aan te trekken. Met als toppunt afgelopen vrijdag, toen alle acht computers bezet waren en er een ware kakafonie was van mensen die achter de computer zaten of mensen die iets aan elkaar aan het vertellen waren. Iemand zei al dat dit een alternatieve gezellige koffieontmoeting aan het worden was.

Voedselbank
Ligt het nu aan Froger of aan de kredietcrisis? Ik weet het niet, maar de afgelopen maanden is het aantal afnemers van onze wijkuitdeelpunt van de Voedselbank met sprongen omhoog gegaan. In september was het gemiddeld aantal huishoudens dat we bedienden 19. Afgelopen vrijdag maakten we ook bij de Voedselbank een toppunt mee: 43 pakketten. En nog kwamen er mensen die niet (meer) op de lijst stonden. Afgelopen vrijdag waren de twee toppunten voor mij een extra druk. Naast de 7 cursisten bij de computerles (die van 13.30-15.30 uur duurt) werd mijn aandacht voor de voedselbank gevraagd. Normaal gezien begint die om 15.15 uur, omdat we voldoende vrijwilligers hebben die ons ondersteunen. Maar afgelopen vrijdag was een vrijwilliger ziek en een andere op vakantie. Dus werden computerles en voedselbank rond 15.15 uur wel erg door elkaar heen gehaald. Op en neer lopen tussen het uitdelen van de pakketten en de computerzaal waar gretige cursisten hun vragen op mij afvuurden. Ook de Voedselbank is een ruimte waarin we vaak met elkaar gezellig rond de koffie zitten en allerlei verhalen met elkaar delen. Diverse mensen zijn via de Voedselbank terecht gekomen bij de brunch en viering op zondag en zijn daar vaste bezoeker geworden.

Multiculturele maaltijdgroep
Een tijd geleden vroegen enkele Villabezoekers of het niet mogelijk was regelmatig met anderen te gaan koken en daardoor andere culturen te leren kennen. Een jaar later was de "landen-kookgroep" een feit. Mensen van Nederlandse, Iraanse, Iraakse, Surinaamse, Afghaanse, Turkse, Marokkaanse, Bosnische en Indonesische achtergrond werden bij elkaar getrommeld om samen met elkaar maaltijden te bereiden. Aanvankelijk werd dit op maandagavond gedaan. Lastig voor mij, omdat dit veelal voorafging aan de avondvergaderingen van de gemeenteraad. Daardoor kon ik de maaltijden niet altijd uitzitten. Inmiddels zijn we op de dinsdagavond aanbeland en is de maaltijd tussen personen uit diverse landen uitgebreid tot een maaltijd voor mensen die een uitkering hebben en tegen geringe kosten de maaltijd kunnen genieten. Prachtige tijd om mensen van allerlei achtergronden te ontmoeten, met elkaar te praten en elkaar te leren kennen. Iedereen kent nu de namen van elkaar en heeft het niet meer over "die vrouw met de hoofddoek", die "Turk" of die "Nederlander met die gekke staart".

Het "gewone" werk
Tijdens de Villa activiteiten gaan de gewone werkzaamheden door. Voor Aneta betekent dit vier keer per week haar postrondje als postbode van TNT doen, waar twee keer per week een extra wijk bij komt en twee keer per week een huiswerkgroep als huiswerkbegeleider bij een van de middelbare scholen in de stad. Voor mij betekent dit fulltime werken bij de gemeente Arnhem en ervoor zorgen dat de gemeenteraad goed wordt bediend. De afgelopen maanden betekende dit het gewone werk doen en ondertussen allerlei nieuwe activiteiten voorbereiden en uitvoeren zoals video-opnamen, live videouitzendingen, ondersteuning bij technische aangelegenheden, presentaties voorbereiden. Had ik voorheen twee maandagavondvergaderingen per maand, nu is dat elke maandagavond paraat staan om te ondersteunen. Met dinsdagavond-eetgroep-/computeravond, woensdagavond-huisgroep/bidstond/teamoverlegavond en af en toe extra donderdagavondvergaderingen zitten daarmee de avonden in de week voor mij vrij vol. Vaak plof ik dan vrijdagavond zes uur moe op de bank. Waardoor de vrijdagavond nog wel eens wordt ingevuld met een avonddutje.

In dit alles, en dan heb ik het nog niet gehad over allerlei voorbereidingen voor de vieringen, spontane ontmoetingen in wijkcentrum of op straat en natuurlijk ons eigen gezinsleven met onderhouden van relaties, examens, ziektes of verplichte schoolbezoekjes en -gesprekjes van dien, lijken wij heel druk. Toch geniet ik elke keer weer van de activiteiten en de ontmoeting met mensen. En van het feit dat ik die mensen langzamerhand zie groeien in zowel hun persoonlijk leven als in hun geestelijk leven.

Dan kan het gebeuren dat het bloggen een minder grote plaats inneemt. Dat zij dan maar zo.

Friesch Dagblad column 5: Make A Difference

Afgelopen dinsdag is mijn column "Make A Difference" in het Friesch Dagblad verschenen. Reactie van de redacteur: Ik vind dat je een mooi aantrekkelijke manier van schrijven hebt, een aanwinst op pagina 2!

Of jij het hiermee eens bent, kun je hieronder zelf beoordelen.

Afgelopen vrijdag en zaterdag was het weer zo ver. De website kondigde het weer groots aan: ‘Zoveel mogelijk mensen doen in heel Nederland één of twee dagen vrijwilligerswerk. Collega’s, klasgenoten, buren, vrijwilligersorganisaties, clubgenoten, vrienden, teamleden, vrijwilligerscentrales; iedereen die iets in zijn omgeving wil aanpakken, kan meedoen.’

Het is lente, dus tijd voor de jaarlijkse vrijwilligersgekte van Make A Difference Day (MADD). Grote namen, variërend van prins Willem-Alexander, prinses Maxima,dj Sander de Heer, zangeres Willeke Alberti, verslaggever soko soko Quintis Ristie en wel negen bewindslieden, gaan de straat op en de tehuizen in om allerlei activiteiten te ondernemen onder de noemer van vrijwilligerswerk.

Een prachtig initiatief om vrijwilligerswerk te promoten. Een dag waarop iedereen zich langzamerhand verplicht gaat voelen om toch vooral mee te gaan doen. Een dag die het gevoel van kerst in de lente terug lijkt te brengen: samen fijn iets moois voor onze medemens doen.

Ik heb dubbele gevoelens bij dergelijke dagen. Het kan inderdaad een promotie zijn om mensen kennis te laten maken met vrijwilligerswerk en met de organisaties die daarin actief zijn. Het kan een stimulans zijn voor mensen om ook eens verder te kijken en zich zinvol in te zetten in ons land. Aan de andere kant kan zo’n dag voor velen die verder niet betrokken zijn bij vrijwilligerswerk een afkoopsom zijn, die het gevoel van schaamte en schuld afkoopt met een of twee dagen hard werken per jaar.

‘Maak-een-verschil-dag’ kan daarmee gemakkelijk worden geïnterpreteerd als ‘maak één dag het verschil’. Dan kan de rest van het jaar weer worden ingevuld met de dingen die we zelf zo graag doen. Even een bonusje teruggeven in een voor de rest van bonussen overladen leven.

Ik kijk om mij heen en zie nog vele lege plekken. Met tranen in de ogen vertelt een buurtgenoot dat een busreis voor ouderen niet meer doorgaat. Ouderen en gehandicapten kwijnen weg, smachtend naar de door de wmo betaalde thuiszorger die dagelijks snel even de noodzakelijke verzorging komt leveren tegen marktconforme prijzen. Prachtige initiatieven rond Internationale Vrouwendag kunnen niet doorgaan, omdat de integratie blijkbaar geslaagd is. ‘Te druk’ hoor ik uit Turks-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse monden. Een succesvolle eetgroep met kinderen uit diverse culturen dreigt ten onder te gaan, omdat een parttime betaalde medewerkster nu eenmaal moeilijk met twee handen negen monden kan voeden. Het zijn vooral ouderen in de leeftijd van mijn ouders die ik tegenkom als er weer eens een vrijwilligersfeestje in de wijk wordt georganiseerd. Als een hongerige leeuw slokken het werkende leven, de huishoudelijke verplichtingen, de verplichte ritjes naar de vrijetijdsactiviteiten van de kinderen en de zo noodzakelijke sportactiviteiten de tijd van ons leven op.

Maak het verschil. Dat is de letterlijke vertaling van de dag. Het zou zomaar uit de bijbel kunnen komen: ‘Gij geheel anders’. Voor mij is de vraag in hoeverre christenen in deze samenleving ook daadwerkelijk het verschil maken. Net even wat anders zijn dan anderen. Of leven zij net zoals ieder ander en sluiten op die ene dag aan om groots uit te pakken met dat vrijwilligerswerk?

Goed, uit onderzoek blijkt dat christenen nog steeds het leeuwendeel van het vrijwilligerswerk in ons land op zich nemen. Daarin maken ze nog steeds verschil. Vraag blijft of dit christenen van alle leeftijden zijn, of dat het vooral gaat om de christenen die door hun vut of pensioen tijd over hebben, geen pensionado’s zijn en daarom hun rijkelijke vrije tijd vullen met zinvol werk. Ook voor jongeren en mensen in het volle leven staan, die het volgen van Jezus serieus willen nemen, gelden de woorden dat we anders mogen zijn. De keuze is aan ons: ‘Make A Difference Day’ of ‘Make A Difference Every Day’.

woensdag 25 februari 2009

Sociaal werk en evangelisatie

Zo af en toe komt de vraag weer naar boven. Als we het lijstje dat ik zojuist heb gepubliceerd doornemen, is de vraag hoeveel we aan evangelisatie doen. Overstemt het sociaal werk het evangelisatiewerk niet?

Mijn antwoord daarop is dan steevast dat ik daar geen verschil in wil maken. Wij hebben te maken met mensen die ik als een geheel beschouw. De een heeft sociale vragen en wil daar een antwoord op; een volgende heeft financiële vragen en wil daar een antwoord op; een derde kampt met psychologische vragen en wil daar een uitweg voor zoeken; dan zijn er mensen die een maatschappelijk probleem hebben en daarin geholpen willen worden; en er zijn mensen die spirituele/geestelijke vragen hebben en daarop antwoorden willen hebben.

De ene vraag is voor ons niet belangrijker dan de ander. Als dat wel het geval zou zijn, zouden we het gevaar hebben dat we zieltjes winnen, alleen maar sociaal bezig zijn of in het ergste geval brood-christenen, psycho-christenen of computerchristenen krijgen. Dit naar analogie van de rijstchristenen die in de koloniale tijd christen werden om hun honger te stillen.

Door een dergelijke holistische benadering te kiezen in onze omgang met wijkbewoners hebben we geen dubbele agenda. Het gaat ons om de mens zelf in zijn geheel. Een dubbele agenda wordt vaak wel ervaren, als we mensen helpen met als doel om het evangelie te verkondigen. Wij merken dat het helpen van mensen vanuit de benadering van de gehele mens veelal uitmondt in diepere relaties. Binnen die relaties komt vanzelf ons geloof ter sprake. We hoeven daarin niet krampachtig te zoeken naar momenten om het evangelie te brengen. Die komen in de ontspanning van relatievorming vanzelf ter sprake.

De vraag is ook al eens naar voren gekomen of wij dan alleen maar probleemmensen helpen. Dat is gelukkig niet het geval. Sommige wijkbewoners zijn met ons in contact gekomen, doordat wij hen gevraagd hebben ons te helpen. Dan is de aanleiding voor de relatie geen probleem van de ander wat wij oplossen, maar een probleem van ons dat zij oplossen. In die zin geloof ik ook dat we het beste met mensen kunnen omgaan. Niet alleen probleem- of behoeftegericht. Maar ook kijkend naar wat mensen aan ons kunnen geven. Daardoor ontstaat een relatie van wederkerigheid. En kunnen mensen ervaren dat ook zijzelf iets hebben in te brengen.

Sociaal werk in de wijk

Een paar dagen geleden vroeg iemand ons om een lijstje samen te stellen van het sociale werk ("barmhartigheidswerk") dat we met Villa Klarendal in de wijk doen. Hieronder een overzicht daarvan.

Alle leeftijden
- Brunch: ontmoeting tussen mensen van verschillende leeftijden, culturen, achtergronden, pluimage, maaltijd, brood meegeven na afloop, gezelligheid, ergens bij horen.
- Diner: samen voorbereiden van maaltijden, vaste bezoekers ondersteunen in het gezamenlijk organiseren van de maaltijd, begrip kweken voor en genieten van warme maaltijden uit verschillende culturele achtergronden. Voor de rest hetzelfde als de brunch.
- Open deur en hart: ontvangen mensen die aan de deur staan (of die we op straat tegenkomen), omdat er iets is gebeurd dat ze graag willen delen, of zomaar voor een kort praatje. Luisterend oor bieden, waar mogelijk adviseren. In Villa Klarendal, thuis en op straat.

Kinderen en jongeren
- Meidenavond: meiden vinden een veilige plek waar ze vriendschap, een luisterend oor, gezelligheid vinden, en tevens programma’s die hen vormen en helpen volwaardig te leven. thema’s als identiteit, zelfbeeld, seksualiteit, uitgewerkt in spelvormen, creatieve dingen, gesprek.
- Individuele contacten met meiden: ondersteuning, signalering eventuele problemen en hulp daarbij.
- Moslimmeidenclub: gezellige club voor meisjes met islamitische achtergrond, met thema’s als emoties, vriendschap, uitgewerkt in knutselen, spelletjes, gesprek.
- Eetclub: start deze maand, ruimte voor 16 kinderen om samen te eten en spelletjes te doen in tijd tussen school en instuif in wijkcentrum. Bedoeld voor kinderen die anders thuis alleen moeten eten of het niet zo goed hebben thuis.
- Voetbal: samen voetballen als positieve vrijetijdsbesteding, in het contact positieve invloed uitoefenen op jongens, verandering in gedrag en identiteit door positieve bevestiging/ondersteuning, voorbeeldfunctie, sturen in situaties die zich voordoen, positieve gedragsalternatieven aanleren.

Volwassenen
- Brood rondbrengen: niet alleen brood, ook gesprek, luisterend oor, doorverwijzing, hulp bij praktische dingen zoals invullen formulier.
- Voedselbank in wijkcentrum (onder verantwoordelijkheid Voedselbank Arnhem e.o.): ondersteuning bij armoedeprobleem, luisterend oor, doorverwijzing naar andere instanties binnen en buiten de wijk, doorbreken van de sociale isolatie die door armoede-/schuldsituatie is ontstaan.
- Koffie-ochtend: plek voor ontmoeting en onderling contact, activiteiten zoals kaarten maken.
- Huisbezoeken: gesprek, luisterend oor, advies en ondersteuning, doorverwijzing.
- Computerles in wijkcentrum (onder verantwoordelijkheid van mediatrefpunt Klarendal / stichting Rijnstad): les aan zowel beginners als (meer) gevorderden, helpt volwaardiger deel te zijn van de huidige maatschappij, vergroten eigenwaarde en zelfredzaamheid, biedt ook gezelligheid, zorgt voor versterking van de sociale cohesie binnen de wijk (doordat mensen elkaar in de les leren kennen en aan de koffietafel in gesprek komen).
- Straatactiviteiten: schoonmaken van straten, hulp bij gezellige activiteiten op straat, helpen organiseren van barbecue, wijkbewoners bewust maken van milieuproblematiek en de noodzaak de eigen straat schoon te houden, versterking onderlinge sociale contacten.
- Landen kookclub
(onder verantwoordelijkheid van stichting Rijnstad): meedoen aan multiculturele kookclub, mee koken met mensen uit andere culturen, helpen met de praktische uitwerking, mee helpen organiseren van activiteiten, relaties tussen mensen uit diverse culturen versterken, maaltijden voorbereiden voor mensen met een Arnhem Card, ondersteunen van mensen met een armoedeprobleem, begrip kweken tussen wijkbewoners van een andere achtergrond.
- Multireligieuze gesprekken, activiteiten en relatieopbouw: organiseren van reizen en gesprekken die begrip kweken voor de diverse religieuze achtergronden van wijkbewoners. Is tot nu toe eenmalig gebeurd door een gezamenlijke reis van Turkse vrouwengroep en Villa Klarendal naar Museumpark Oriëntalis. Binnenkort voortgezet met gezamenlijk bezoek aan synagoge en mogelijk andere activiteiten. Vanuit deze relaties wordt binnenkort door de Turkse vrouwengroep samen met bezoekers van Villa Klarendal internationale vrouwendag in de wijk georganiseerd.

dinsdag 24 februari 2009

Friesch Dagblad column 4: Feest!

Vandaag is er weer een column geplaatst die ik afgelopen zondag, na afloop van de carnavalsoptocht in onze wijk heb geschreven.

Vrijdagmiddag. Ik zit op het wijkcentrum van onze wijk. Overal gegons van drukke stemmetjes die verraden dat er iets feestelijks in de lucht zit. Dit sinterklaasgevoel gaat gepaard met vrolijke kleren, geschminkte gezichten of grote maskers. De grote verkleedpartij is weer in de wijk. Het carnavalsweekend is ontegenzeggelijk aangebroken.

In deze wijk is het feest niet alleen een kinderfeest, zoals we dat in het gehele land op basisscholen tegenkomen. Het is een feest waaraan veel wijkbewoners lol beleven. Sommigen doordat ze maanden van tevoren aan een praalwagen werken die zondags door de straten rijdt. Anderen doordat ze als prins zijn uitgekozen en hun eigen club mogen vertegenwoordigen.

In die wijk willen wij een gemeenschap van christenen vormen. Toen we daarmee begonnen was een van de vragen hoe we zouden omgaan met dit feest. Aangezien we ervoor kozen om de wijk centraal te zetten en met mensen wilden mee feesten als zij feest vieren, besloten we actief deel te nemen aan dit feest. We hebben daarom voor een carnavalesk alternatief gekozen. Temidden van dit feest, dat gepaard gaat met liters alcohol, zetten we een tafel gereed waarop we (nuchter makende) koffie, thee en frisdrank schonken. Dit ging de eerste jaren gepaard met posters waarop teksten stonden als “heb je het even koud in je carnavalskloffie, drink dan hier hete thee of koffie” of “na een glas of twee, drink je hier lekker koffie of thee”. Zo konden we met een knipoog iets positiefs bijdragen aan dit feest.

Zondagmiddag één uur. We slepen de grootste en meest stevige tafel naar buiten. Er wordt een mooi tafelkleed overheen gedaan. Koffie- en theekannen en karaffen limonade worden naar buiten gesjouwd. De grote soundmachine wordt buiten gezet om een tegenwicht te bieden aan al het mooie carnavalsgezang. We plaatsen onszelf achter de tafel en zijn benieuwd naar wat er gaat gebeuren. Al snel hebben de vele bezoekers die in rijen langs de straat staan wachten op de optocht de gang naar de tafel gevonden. Sommigen leggen geld op de tafel, waarna we uitleggen dat alles gratis is. Een van ons snelt naar binnen om even een A4-tje “gratis” op de tafel te leggen. De CD met Salvador, tot nu toe de enige feestmuziek-achtige christelijke sound die bruikbaar was voor dit soort gelegenheden, is helaas onvindbaar. Kirk Franklin is met zijn R&B muziek natuurlijk niet te vergelijken met de swingende Braziliaans aandoende muziek, maar aanvaardbaar. Onze soundmachine wordt voor deze middag op aanvaardbaar -hoog- niveau aangezet.

De optocht komt langs. Ik wijs regelmatig naar de gratis koffie en thee die klaar staan. De een steekt zijn duim omhoog, de ander zijn flesje bier of kruikje whiskey. Maar ook velen ervaren de kou van de dag en aanvaarden dankbaar de warme drank. Soms moet ik de drank al rennend naast de wagen aanreiken. Ik kom in gesprek met mensen die zich afvragen waarom we dit doen. Als ik het ze uitleg, is de reactie alleen maar positief. Eindelijk christenen die op een positieve manier reageren op waar de wijk van geniet.

Onze activiteit wordt van alle kanten positief gewaardeerd. Het paard in de gang en de balletjes van de koningin worden afgewisseld door de liefde die God geeft. Het wordt gehoord, ook al overstemt de ene boodschap de andere niet. De warmte van de koffie en hopelijk ook de warmte van degenen die het schenken bieden een goed alternatief. Er zijn blijkbaar ook gekke christenen die hun lol niet onder stoelen of banken steken. We hopen dat mensen ervaren dat het hierbij niet gaat om pure lol om de lol te beleven, maar om een vreugde die uit een andere bron afkomstig is. Daarmee kun je een heleboel lol beleven!

dinsdag 27 januari 2009

Friesch Dagblad column 3: Yes, we can!

Yes, we can! Het schalde de afgelopen maanden uit de monden van vele Amerikanen die als een man achter een nieuwe charismatische leider aangingen: Barack Obama. Een droom die een andere charismatische leider veertig jaar geleden uitsprak - ds. Martin Luther King - is afgelopen week uitgekomen tijdens de inauguratie van de eerste, weliswaar gemengde, Afro-Amerikaanse president. De ultieme American dream was uitgekomen.

Een juridisch gelijkwaardige status is echter nog geen volledige gelijkheid. Nog steeds leven meer Afro-Amerikanen onder de armoedegrens dan blanke Amerikanen. En of bevolkingsgroepen ook daadwerkelijk met elkaar leven is maar de vraag.
Datzelfde geldt voor ons eigen land. Wij leven in een land waarin iedereen in staat is om hetzelfde te bereiken. Geen enkel land in ons werelddeel heeft zoveel parlementariërs van vreemde afkomst.

De meeste etnische bevolkingsgroepen leven echter naast elkaar en over het algemeen langs elkaar heen. Een van de grote problemen in de wijk waar wij wonen, de ‘krachtwijk’ Klarendal, is integratie. Het wijkactieplan voor onze wijk schetst dat groepen van verschillende etniciteit (bijvoorbeeld Nederlanders en Turken) sterk langs elkaar heen leven en de neiging hebben zich terug te trekken in de eigen groep. Ontmoetingen zouden nog wel eens tot spanningen kunnen leiden.

Maken christenen hierin het verschil? Ik mag het hopen, maar de vele gesprekken die ik de afgelopen jaren met onze gelovige bevolkingsgroep heb gevoerd doen mij het ergste vrezen. De teneur daarvan lag dicht bij wat Wilders’ PVV in de Kamer verkondigt. Wij moeten immers vrezen voor het grote gevaar van de islam als antichristelijke godsdienst? Opnieuw wordt door de ene groep de andere bestookt vanuit de loopgraven, waardoor de ander slechts doelwit en nauwelijks benaderbaar is.

Dat die vooroordelen er over en weer zijn, hoorde ik afgelopen week tijdens een gesprekje met een Turkse participatiemedewerkster die in onze wijk werkt. Zij vertelde dat Turkse groepen zich in de wijk vooral sterk in eigen kring ophouden. Er is geen aansluiting bij de rest van de Nederlandse cultuur en als dat al wordt geprobeerd, wordt daar afhoudend op gereageerd.

Als christen in de wijk kan ik hier verschillend op reageren. Enerzijds ervaar ik die culturele afstand soms aan den lijve. Als onze kinderen weer eens huilend binnenkomen, omdat de Turkse vriendinnetjes met wie ze eerst gezellig speelden ineens een andere, pesterige, houding kregen op het moment dat er wat andere Turkse vriendinnetjes bijkwamen.

Aan de andere kant geloof ik dat wij als christenen geroepen zijn het verschil te maken. Ging Jezus zelf juist niet over allerlei culturele barrières en vooroordelen heen door zijn omgang met Samaritanen, tollenaars en prostituees?

Toen we enkele maanden geleden op het wijkcentrum met andere vrijwilligers van ons project spraken over de mogelijkheid om samen een reis te maken naar Museumpark Orientalis - het vroegere Bijbels Openluchtmuseum - brak een Turkse vrouw in op ons gesprek. Een Turkse vrouwengroep waar zij deel van uitmaakte, wilde ook graag naar dat museum gaan, maar had er geen geld voor. De volgende week zaten zij en ik samen met een subsidiegever om de tafel en konden we een gezamenlijke reis en verblijf in het museum organiseren. Een groep van ongeveer 35 Turkse, Surinaamse en autochtone Klarendallers werd in drie groepen verdeeld en had een heel gezellige en leerzame dag. De conclusie was dat we er veel van hadden geleerd, dat we elkaar hadden leren kennen en dat het aan de andere kant van de loopgraaf goed toeven en eten was.

Ik heb een droom. Ik verlang dat mensen van allerlei culturele en religieuze achtergronden naast elkaar en met elkaar zullen zitten, lopen en praten, waarbij er geen sprake meer is van angst, afstand of vijandschap, maar van liefde, genegenheid en vriendschap.

Tot degenen die van mening zijn dat dit toch niet mogelijk is, omdat de religieuze en culturele verschillen te groot zijn, zeg ik: yes, we can!

zondag 25 januari 2009

Rust...

Toen we drie jaar en bijna vier maanden geleden begonnen met de brunch en viering van Villa Klarendal, wisten we niet beter. We zouden er met zijn vieren het beste van maken. We maakten een planning waarbij we om en om als echtparen of het programma draaiden of het praktische werk deden. Elke week stonden we klaar en hadden ons programma gereed, of stonden in de startblokken voor een ochtendje aanpoten.

Een keer in de maand was het even anders. Dan hadden we 's ochtends rust en konden we naar de dienst van onze eigen kerken. Maar 's middags was het weer zo ver. Dan was er weer een programma te draaien of het tafel dekken, eten voorbereiden, eten opscheppen, afwassen, opruimen.

Na een jaar en een welverdiende rust van ieder drie weken zonder brunch en viering besloten we telkens een keer in de acht weken een vrije zondag in te lassen. Dan was het andere echtpaar iets drukker, maar werd dat echtpaar ondersteund door andere vrijwilligers en steeds vaker de vaste bezoekers. Dan konden we eens even uitrusten en "niets" doen in onze thuiskerk (zeg maar: even op verlof als zendeling) of even echt helemaal niets doen en wat langer blijven liggen. Die werkwijze hebben we sindsdien met vallen en opstaan tot afgelopen december gecontinueerd, met telkens drie weken vrij in de zomervakanties.

Sinds januari dit jaar hebben we op zondag versterking gekregen van twee echtparen. Daardoor is ons regime behoorlijk verlicht. Van een vrije zondag een keer in de acht weken, zijn we teruggegaan naar een frequentie van een keer in de vijf weken. En doordat er nu meerderen aanwezig zijn, kunnen we eindelijk eens normaal eten en praten met bezoekers zonder de druk van het programma voorbereiden of het praktisch werk doen.

Vanochtend was mijn eerste dag waarop ik even niets hoefde te doen. Niet om halftien vertrekken om samen alles voor te bereiden, maar om kwart voor elf rustig naar de Villa lopen. OK, het was enigszins hectisch toen ik aankwam en er te weinig koffie en koffiemelk bleek te zijn, waardoor ik weer naar huis mocht gaan om die spullen op te halen en een deel van de brunch miste. Maar voor de rest kon ik eens rustig achterover zitten en met mijn disgenoten kletsen en lol maken. In het programma heb ik altijd een vaste muzikale bijdrage, maar dat vond ik nu niet zo zwaar. Het is gewoon genieten om samen met elkaar te zingen en te genieten. Ook al was de canon dusdanig hilarisch dat een enkeling van de groep vond dat ik nu weer hectiek in de rust had teruggebracht.

Maar het is genieten om gewoon aan tafel te zitten en me te laten bedienen door anderen. Te luisteren naar wat iemand anders had voorbereid en daar achteraf over te evalueren en advies te geven wat de volgende keer anders zou kunnen. Te genieten van een maaltijd waarbij alle tafels vol waren en iedereen besefte dat we toch echt een andere ruimte nodig hebben. Te genieten van drie vaste bezoekers die door een misverstand geen inkopen hadden gedaan en nu bezig waren hun verantwoordelijkheid te nemen door zelfstandig een lijst boodschappen op te stellen voor de komende week. Innerlijk lol te hebben van mijn voorzichtig influisteren dat ze dat zo goed deden, dat dit een bevestiging was van mijn gedachte om hen de verantwoordelijkheid te geven voor het keukengebeuren tijdens de brunches en diners. En daarbij de glundering op hun gezichten te zien. Intense innerlijke warmte en bevestiging te ervaren dat mijn theoretische verhandelingen over empowerment niet bij theorie blijven, maar wellicht al snel bewaarheid worden.

Maar bovenal te genieten van de innerlijke rust van het niets hoeven doen en toch aanwezig te mogen zijn bij mensen die me zo aan het hart liggen. Te horen hoe ze graag willen gaan deelnemen aan twee huisgroepen die we over twee weken gaan starten. En met elkaar achteraf te constateren dat we wellicht straks beginnen met twee huisgroepen die elk twaalf leden zullen tellen als iedereen eraan deelneemt. Symbolischer kan het niet. We gaan een nieuwe tijd tegemoet. Misschien van minder actie. Misschien van meer discipelschap. Samen achter Jezus aan. De een al dertig jaar erachter aan. De ander nog maar kort. Maar samen gezin, familie van God. Waarbij de hand niet kan zonder de voet. En de mond niet zonder de neus.

Ik ben benieuwd wat er nog meer voor moois komt aanwaaien de komende tijd...

vrijdag 16 januari 2009

Als een kerk opnieuw begint - Het verdriet van België

In het eerste deel van het handboek "Als een kerk opnieuw begint" gaan de schrijvers in op historische perspectieven omtrent gemeentestichting. Hoofdstuk 4 gaat in op een drietal kerkplantingen in het verleden. In hoofdstuk 5 wordt de naoorlogse gemeentestichting in Nederland bekeken.

Bij het lezen van met name het laatste hoofdstuk trof mij in paragraaf 5.3 de vrij summiere beschrijving van gemeentestichting in Zuid-Nederland en met name in België. Ik zie dit als een gemiste kans. Het is opmerkelijk dat alleen deze paragraaf ingaat op gemeentestichting in Zuid-Nederland en België. De net zo summiere slotconclusie is dan ook "het gaat hier, kortom, om een weinig glamoureuze praktijk".
.
De gemiste kans heeft te maken met het feit dat bronnenmateriaal uit België zich concentreert op informatie van twintig jaar geleden. Ik ben daarom eens gaan zoeken op de websites van de grote christelijke bewegingen in ons zuidelijke buurland. Daaruit blijkt dat de afgelopen twintig jaar ongeveer (een zeer ruwe schatting) 50 nieuwe gemeenten zijn ontstaan. Dat staat in schril contrast tot de 8 die de afgelopen jaren volgens het boek en onderzoek van Martijn Vellekoop in Limburg zijn ontstaan.

De afgelopen decennia is met name bij de Belgische Evangelische Zending een werkwijze ontstaan waarbij gemeentestichting voorop staat. Zo lees ik op de website van deze organisatie: De visie van de BEZ-MEB is om iedereen in België te bereiken met het Goede Nieuws door het evangelie te brengen aan alle generaties en bevolkingsgroepen, gemeentes te stichten in iedere stad en dorp. Hiervoor zijn al onze inspanningen gericht op evangelisatie en gemeentestichting. Sommige zendelingen werken als pionier op plaatsen waar nog geen gemeente is. Daar organiseren ze dan acties: verdeling literatuur, concerten en andere evenementen om mensen te leren kennen en zichzelf bekend te maken in de streek. Wie interesse toont in het evangelie, wordt uitgenodigd op bijbelstudies. Na enkele jaren starten de gemeentesamenkomsten en is de gemeente geboren. Andere zendelingen werken samen met een reeds bestaande gemeente om een nieuwe 'dochter' gemeente in de streek op te starten.

Van dit systeem van gemeentestichten kan Nederland veel leren. Een voorbeeld: mijn vrouw heeft in 1983/1984 in een jaarteam aan de basis gestaan van een gemeente in Dilbeek (Brussel). In 1988 zijn daar samenkomsten gestart. Inmiddels is het uitgegroeid tot een gemeente van 100 leden en is vanuit de gemeente een nieuw gemeentestichtingsproject in Asse ontstaan.

Gemeentestichting in België gaat wellicht niet snel. Er is echter wel een werkwijze ontstaan waarbij contextualisatie aan de basis staat. Doordat er in het land weinig andere gemeenten zijn en naar verhouding weinig christenen, is gemeentestichting in het land die van de meest zuivere vorm. Mensen die aan de gemeente worden toegevoegd komen over het algemeen van een RK achtergrond en hebben een duidelijke stap genomen om zich aan te sluiten bij de nieuwe gemeente.

Mijn pleidooi aan de schrijvers is om in de volgende editie een hoofdstuk op te nemen over lessen die wij in Nederland kunnen leren van het werk in België. Aangezien het handboek ongetwijfeld ook in de Vlaamse theologische hogescholen en universiteiten zal worden gebruikt, is het van belang om kennis te hebben van de geschiedenis en lessen van gemeentestichting in het Nederlandstalig deel van ons zuiderland. Wellicht komen we dan tot de conclusie dat men het daar nog niet eens zo slecht doet en dat wij er als "Hollanders" veel van kunnen leren. Het Belgische verdriet van "ploeteren en pionieren" in een omgeving die weinig bereid is om de protestants-evangelische als gelijkwaardig te beschouwen, kan nog wel eens een voorbeeld worden voor ons, zodat we in Nederland-zendingsland het gemeentestichtingswiel niet geheel opnieuw hoeven uit te vinden.

Als de kerk opnieuw begint - "allochtone autochtonen" binnen de Nederlandse macrocontext

In hoofdstuk 18 van het handboek "Als de kerk opnieuw begint" wordt in paragraaf 18.3 een beschrijving gegeven van de Nederlandse "macrocontext": maatschappijbrede veranderingen die gemeentestichting beïnvloeden.

In deze paragraaf wordt de veranderende binding die mensen met elkaar hebben beschreven. Hierin wordt gesproken over de toenemende individualisatie, het steeds gefragmenteerder leven met elkaar, het feit dat steeds meer mensen zich niet langdurig willen binden aan organisaties.

Mensen zijn steeds minder territoriaal gericht en steeds meer gericht op netwerken. Werk en bedrijf slokken een groot deel van de tijd van mensen. Men moet steeds meer keuzes maken over tal van zaken. Er wordt van mensen steeds meer flexibiliteit verwacht. Mensen hebben drukke agenda's, leven vanuit hun agenda en zijn steeds meer moe.

Deze algemene beschrijving van ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving herken ik niet terug in de context van alledag in de wijk waar ik in woon. Tegenover het individualisme viert hier nog steeds het collectivisme hoogtij. Jongeren trekken in groepjes met elkaar op. Volwassenen hebben regelmatig contact met elkaar.

Een typerende beschrijving van de "volksbuurters" vond ik in een artikel in De Volkskrant van 16 augustus 1997 naar aanleiding van een praktisch onderzoek onder de titel "de zelfuitsluiting van de onderklasse". Sindsdien is er nog niet veel veranderd. Enkele citaten hieruit.

Nederland bestaat eigenlijk uit twee naties... De ene natie draait om diploma's en een carrière, de andere om spijbelen en beunen. In de middenklasse-natie stijgt men door subtiele contactuele eigenschappen, in de onderklasse-natie door stoer doen en geweld....
Waar de middenklasse is geïndividualiseerd, kent deze wijk nog een jaren-vijftigachtige saamhorigheid. Getrouwde dochters wonen bij hun moeder in de straat. In het gezin staat altijd een ketel koffie op tafel, waaruit iedereen mag tanken.


Dat er in Nederland een andere wereld bestaat die hele andere normen en waarden heeft dan de middenklasse, wordt niet gezien. Tijdens een evangelisatieactie van Athletes in Action in een dergelijke wijk, speelde een kerklid die wekelijks in de wijk naar de kerk gaat een potje voetbal met buurtgenoten. Zijn reactie was dat hij in een totaal andere wereld terecht kwam met andere normen en waarden dan hijzelf kende.

De verminderde bindingsdrang van de middenklasse is daarom een notie die niet opgaat voor de mensen die wonen in de zogenaamde krachtwijken. Deze mensen zijn juist wel nog steeds territoriaal gericht, houden van hun wijk, zijn er trots op en willen er nog voor gaan.

Ik heb de laatste tijd vrij veel discussies gehad met medechristenen uit de middenklasse, die onze manier van leven in de wijk bewonderenswaardig vonden, maar tegelijkertijd van mening waren dat dit niet voor iedereen is weggelegd. In de aanpassing aan de middenklassecultuur hebben zij in hun scholing geleerd om niet in dezelfde wijk te wonen als waarin je werkt. Dat buurtbewoners echter niet alleen problemen met zich meebrengen, maar ook zeker kunnen zorgen voor een vergroot familiegevoel wordt daarbij al snel terzijde gelegd. In contextdenken in het dan ook interessant eens na te gaan of het gebrek aan kerken en gemeenten in achterstandswijken wellicht te maken heeft met de culturele aanpassing van de christenen uit de middenklasse-natie die zich na enkele jaren wonen in een dergelijke wijk genoodzaakt voelden te verhuizen naar suburbia "waar iedereen toch naar toe wil...".

Concluderend wil ik stellen dat "De Nederlandse macrocontext" niet bestaat. Wellicht richt onderzoek zich op geletterde en gestudeerde landgenoten en wordt de nauwelijks geletterde onderklasse daarin links gelaten. Het zou dan ook interessant zijn om eens te zoeken naar specifieke sociologische onderzoeken over de culturele waarden en normen in de achterstandswijken om zodoende een beeld te creëren van deze specifieke natie binnen onze natie. Opdat gemeentestichting in deze randen van de samenleving een hogere vlucht zal kunnen nemen. Geef de allochtone autochtonen onder ons het recht op een eigen plek die gericht is op de eigen cultuur!

donderdag 15 januari 2009

Vannacht 24:00 uur: Synchroblog ‘Als een kerk opnieuw begint’


Begin december kwam het eerste handboek voor gemeentestichting in Nederland uit: ‘Als een kerk opnieuw begint’ geschreven door Gert Noort, Stefan Paas, Henk de Roest en Sake Stoppels.

Het boek begint met een aantal historische beschouwingen en het hart wordt gevormd door tien casestudies van gemeentestichtende projecten, en de reflectie daarop door de auteurs. Ze sluiten af met aanbevelingen voor beleid en opleiding. Uiteindelijk is het een mooie mix van theorie en boeiende praktijkverhalen.

Over dit boek organiseert het Emerging Netwerk op 15 januari 2009, 24:00 uur een synchroblog. Bij een synchroblog publiceren verschillende bloggers tegelijkertijd over hetzelfde onderwerp een bericht op hun weblog.

Ook ik zal hieraan meedoen. Vandaar dat je vannacht om klokslag 24:00 uur mijn commentaar op het boek zult kunnen lezen. Het complete overzicht wordt z.s.m. gepubliceerd op de website van het Emerging Netwerk.

maandag 12 januari 2009

Buitengaats spreken (2)

Een leuke anekdote van vanochtend was ik nog vergeten in het vuur van de blog. Als voorbeeld voor mijn preek had ik een mandje hyacinthen meegenomen. Ik kom binnen in de kerkzaal en zie als nieuwe versiering een winteropstelling staan met... hyacinthen. Het leek bij elkaar te passen, want de zangleider vond het zo leuk bij elkaar passen en wist niet dat ik het mandje had aangeschaft.

Vanmiddag kreeg ik een mailtje van degene die de bloemen zou verzorgen in de samenkomst. Jeweetwel, van de bloemencommissie. Zij was blijven steken, omdat haar auto dienst weigerde na een nacht in de strenge vrieskou te hebben gestaan. Ze vroeg me naar de tekst van de preek, die ik natuurlijk direct doorstuurde. Niet lang daarna een mailtje terug. Grappig dat ik hyacinthen had meegenomen, want... zij had hyacinthen als bloemen gekocht!

Grappig voorval, stom toeval, bij elkaar gepast, contextuele gevoeligheid, of goddelijke leiding? Weet ik veel. Maar wel komisch en onaangekondigd bij elkaar passend.

zondag 11 januari 2009

Buitengaats spreken

Een keer in de paar maanden zijn wij "vrij" op een zondagse Villa dag. Zo ook vandaag. Die had ik gecombineerd met een spreekbeurt in de kerk waar ik vandaag kom, De Pinksterzending Arnhem Noord.

Als voorbereiding ga ik er altijd even een tijd voor zitten. Gelukkig had ik het onderwerp al langere tijd in het hoofd en had ik er al een tijd op kunnen broeden. Dat betekende gisteren dus een halve dag zitten achter de PC en biddend en schrijvend bezig gaan met de voorbereiding. Na afloop draai ik altijd mijn uitgewerkte preek uit, zo ook gisterenavond. Tot mijn schrik kwamen er witte vellen uit mijn printer. De cartridge was op en ik had geen nieuwe besteld.

Ik bedacht me dat door de voorbereiding de preek toch al goed in mijn hoofd zat. Met de preekervaring tot nu toe (die is in 1983 van start gegaan), moest ik het toch eens zonder papier en vanuit de rust kunnen doen. Dus ik nam mijn eigen uitdaging aan en heb vanochtend volledig zonder papier gesproken. Het was enerzijds onwennig. Ik voelde me toch wat afhankelijker dan anders. Toch had ik het gevoel er goed aan te hebben gedaan. Er kwam ruimte om te zeggen wat ik wilde. Ik hoefde niet van papier op te lezen. En ik wist toch wat ik ongeveer wilde zeggen. Gelukkig bleek er weer een mobiele microfoon (een revers-versie) aanwezig, waardoor ik ook wat mobieler was dan voorheen. Ik merkte dat ik het door mijn "Villa-ervaring" nu prettiger vindt om niet op een plek te blijven staan, maar wat meer van mijn plek te komen. Daardoor kon ik bijvoorbeeld op het beamerscherm (een powerpoint ondersteuning blijf ik altijd prettig vinden) wat concrete dingen aanwijzen. Al met al heb ik een mooie ochtend gehad. En zo te horen kwam de inhoud ook over bij de luisteraars.

Voor wie mijn preek wil nalezen (dit keer geen witte vellen), hij staat online en kan worden gedownload door op deze link te klikken. (in Word)

De begeleidende powerpointpresentatie is te downloaden door op deze link te klikken.

Ben je nieuwsgierig geworden en wil je meer preken van mij lezen of beluisteren, via deze link kom je op een overzichtspagina, waar een behoorlijk aantal preken van de afgelopen jaren (met uitzondering van de toespraakjes in Villa Klarendal) zijn terug te vinden.

Viering in stilte

Afgelopen week was ik drie dagen op de stafconferentie van Youth for Christ. Doordat ik vrij nauw betrokken ben bij het werk van Villa Klarendal was ik als niet-betaalde hier toch voor uitgenodigd.

Donderdagavond was de viering. Deze stond in het teken van Taizé, waarin een ieder zich aan de hand van muziek, film en een verhaal kon toewijden aan God onder de titel "breng de stad tot bloei!"

Aan het einde was er ruimte voor elke deelnemer om zelf een vorm van aanbidding of gebed te kiezen: iets schilderen, een kaars opsteken, voor je laten bidden, of iets dergelijks.

Terwijl dat aan de gang was kreeg ik een drang om een pen te halen en iets te schrijven op mijn papier. Toen ik daaraan gehoor gaf, schoot er binnen tien minuten een gedicht uit mijn pen. Volgens mij een goed gedicht dat aansluit bij het thema van die avond. Hieronder de uitkomst van de pennevrucht, die ook goed past binnen het thema van mijn weblog.

Temidden van...

Temidden van
grijs en zwart
groeit een plantje
als een kleine start

Temidden van
rook en vuur
klotst het water
zo rein en puur

Temidden van
veel verkeer
vliegt een vogel
steeds heen en weer

Temidden van
angst en vrees
staat een Man
van bloed en vlees

Temidden van
gewapend beton
staat een kerk
als een koele bron

Temidden van
een stad in kou
ontstaat een vuurtje
van hoop en trouw

Temidden van
veel geld en macht
voel ik mij zwak
maar krijg ik kracht

Temidden van
dood en pijn
mag ik bij U komen
mag ik mezelf zijn

dinsdag 6 januari 2009

Empowerment en het volgen van Jezus

Dat wij mensen in onze wijk tegenkomen die door onze houding kracht krijgen om hun leven op te pakken, is prachtig. Waarschijnlijk worden ze ook nog eens extra aangetrokken door het licht dat straalt.

Mijn verlangen is echter dat mensen de Man achter ons leren kennen. Dat hun leven nog een dimensie extra wordt verdiept. Het leven van alledag is belangrijk. Dat leven wil ik niet tegenover het leven met God stellen. Een leven met God doorspekt als het goed is het leven van alledag. Mijn doel in onze wijk is niet om mensen alleen maar bij God te brengen. Mijn doel is dat mensen alle aspecten van het leven met God gaan zien door ons heen. Dat is niet alleen maar bidden, bijbel lezen, kennis hebben van de waarheid van de bijbel, of alle theologische waarheden kunnen opdreunen.

Het betekent ook dat mensen zien dat een christen een ander leven heeft, terwijl hij het leven zelf niet afwijst. Ik verlang er niet naar mij uit het leven terug te trekken in mijn eigen kleine hoekje, maar er midden tussenin te staan.

Geloven is een levensstijl. Een leven dat in al zijn aspecten is doorspekt met de relatie en het geloof in God. Christen zijn in de wijk kan mensen helpen om te verlangen ook zo'n leven te gaan leiden. We nemen ze mee op pad, helpen ze in hun leven en ondersteunen ze waar dat mogelijk is. Het volgen van Jezus begint dan ook niet op het moment dat zij een keuze voor Jezus hebben gemaakt, maar op het moment dat ze ons leren kennen en verlangen om daar meer van af te weten.

Daardoor kan het gebeuren dat mensen in het samen volgen van Jezus krachtiger worden. Wellicht in eerste instantie niet doordat ze daadwerkelijk Jezus volgen, maar doordat ze een volgeling van Jezus volgen. Die volgeling stimuleert ze, ondersteunt ze en helpt ze in hun leven. Daardoor worden ze bekrachtigd om hun eigen leven op te pakken. In de groei naar een relatie ontstaat dan langzaam maar zeker een verlangen om meer te weten en te leren van "de leraar van de leraar". Dan willen mensen direct van Jezus leren en worden van een volgeling van de volgeling, een volgeling van de Meester zelf. In de relatie met die Meester worden mensen nog meer krachtig, doordat ze niet met een schepsel te maken hebben die hen bemoedigt, maar met de Maker die hen zelf vertelt dat Hij ze een waardig schepsel vindt die Hij van zoveel waarde vond, dat Hij ze eigenhandig op deze wereld boetseerde.

Veel christenen maken een tegenstelling tussen de relatie met God en de relatie met vrienden van God. Volgens mij is die tegenstelling onnatuurlijk. Ook door de relatie die mensen hebben met een vriend van God, kunnen ze al kracht ontvangen. In de relatie met God zelf (die voor iedereen weer anders is!) vinden mensen echter een nieuwe dimensie die een slag dieper gaat. Daarom accepteer ik dat mensen de eerste periode veel met mij omgaan en, zo je wilt, mij volgen. Maar ik verlang er wel naar dat ze hun Maker zelf leren kennen. Zodat ze die diepere dimensie leren kennen en daardoor empowered worden. Een Geestvervuld leven betekent een empowering in je leven waar je "U" tegen zegt. Dat leven biedt kracht om anderen te bekrachtigen en te stimuleren die Geest niet uit de tweede hand, maar uit de eerste hand te leren kennen.

Empowerment: de praktijk tot nu toe

Vanuit de theorie die ik de vorige posts heb beschreven naar de praktijk van alledag. Ik verlang in ons werk mensen dusdanig te bekrachtigen dat zij zelf hun leven kunnen oppakken. Van daaruit kunnen ze ook gezamenlijk leren om iets voor hun eigen omgeving te betekenen.

Wij hebben tot nu toe geen bewuste strategie daarvoor opgezet, maar mensen "organisch" ondersteund zonder dat we er erg in hadden. Door hun reacties begon me iets te dagen en werd ik mij bewust van het belang van "empowerment".

Een buurvrouw vertelde dat haar leven bestond uit werken-boodschappen doen-thuis zijn. Op straat sprak ze niemand aan. Als we haar tegenkwamen, keek ze alleen maar naar de grond. Ze durfde niemand aan te spreken. Na verloop van tijd begonnen we op straat met haar te praten. Eerst over hoe het met haar ging. Later steeds meer over persoonlijke dingen. Toen we uiteindelijk Villa Klarendal startte, was ze een van de eersten die voor aan de rij stond om mee te doen. Nu is ze bijna niet meer thuis, omdat ze zoveel wil doen voor de omgeving. Wat is het veranderend motief geweest waardoor ze kracht heeft gekregen? Doordat wij haar als mens behandelden, kreeg zij haar eigenwaarde weer terug. Doordat wij haar serieus namen en met haar meedachten, kreeg ze kracht om zelf plannen te gaan bedenken.

Een vrouw op de computerles had een vraag. Voorafgaan aan die vraag zei ze "het zal wel dom zijn, maar ik heb een vraag". Dat ritueel herhaalde zich in een les nog een aantal keren. Totdat we haar vertelden dat wat ons betreft geen vraag te dom is. Dat sowieso niemand dom is. Dat de een goed is in het een en de ander in iets anders. Dat de computer te vergelijken is met een auto of een naaimachine: een instrument waarin je vaardigheid moet krijgen. De een kent het in tien lessen, de ander is nog bang na veertig lessen. De week erna kwam ze vrolijk bij de les en stelde vragen tot en met. Ze vertelde dat ze tegen haar man en kinderen had gezegd dat ze hier helemaal zichzelf mocht zijn. Dat ze geen domme vrouw of moeder was.

Een vrouw is van westers-allochtone afkomst. Ze woont al vijftien jaar in ons land. Ze had een probleem met de school van haar zoon en kwam niet meer uit de ingewikkeldheid binnen het onderwijssysteem. Toen haar zoon al bijna drie maanden niet op school was geweest, vroeg ze ons om hulp. Aangezien wij zelf ervaring hadden met speciaal onderwijs, hebben wij haar bemoedigd te zoeken naar een goede speciale school en raadden de school aan waar onze dochter op zat. Ik heb haar adressen en telefoonnummers gegeven en geadviseerd hoe ze het zou kunnen aanpakken. Maar haar wel aangeraden het zelf te doen. De zoon werd binnen twee weken aangenomen op de school. Aan het einde van de proefperiode was ze bang dat haar zoon weer van school af moest en vroeg me mee te gaan naar het gesprek, ter ondersteuning. De donkere wolken die ze voor zich zag verdwenen als sneeuw voor de zon. De school had zich met alle kracht ingespannen om de zoon op school te houden. We kregen een kerstkaartje waarin ze ons bedankte en aangaf hoeveel steun ze aan ons had gehad. De steun was belangrijk. De belangrijkste stappen zette ze zelf.

Een vrouw was een come-and-go klant bij onze voedselbank. Ze kwam, haalde haar pakket en rende weer weg. Duidelijk beschaamd voor de noodzaak deel te nemen aan een dergelijke bank. Op een dag waren er teveel dingen in haar leven gebeurd. Ze moest haar ei kwijt. Ze praatte honderduit over wat ze had meegemaakt. Ik mocht een luisterend oor zijn voor haar. Daarna bleef ze af en toe praten en vertelde over haar leven. Af en toe mocht ik haar iets adviseren. Ze deed op het wijkcentrum een cursus "leven met weinig geld". Na verloop van tijd deed ze een prachtige uitspraak: "bij jullie voel ik me geen nummer". Die mensgerichtheid van ons gaf haar moed om haar leven weer op te pakken. Het is inmiddels al een jaar geleden dat ze voor het laatst haar pakket heeft opgehaald. Haar leven staat weer in de steigers.

Voorbeelden waarin we mensen mochten helpen om zelf weer op te staan en hun leven op te pakken. Voor veel christenen is dit wezensvreemd. Voor hen is het leven zonder God waardeloos en een niet-christen zal met zijn zonde niet in staat zijn tot enig goed. Laat staan zijn leven weer te kunnen oppakken. De bovenstaande voorbeelden geven aan dat wij als christenen zowel medegelovigen als anders-gelovigen een steun en hand kunnen zijn. Niet met als doel om hen van ons afhankelijk te maken, maar juist om ze te helpen hun leven zelfstandig te leren oppakken.

De negatieve kant van het leven bestaat zeker. Mensen lopen tegen instanties op. Zijn verwond door het leven. Zien geen uitweg meer. De vraag is of de juiste houding hierop degene is die lange tijd heeft geheerst: pamperen, er lief mee om te gaan, ervoor te zorgen. Dan zijn we als ouders die omgaan met hun babies. De mensen die we tegenkomen zijn echter geen babies meer. Die hebben al een leven opgebouwd. Veel mensen om hen heen en veel instanties zijn gewend te bemoederen, zich met alles te bemoeien en als een bemoeizuchtige moeder alles uit handen te nemen zodat het goed met het kind gaat. Uit ervaring weet ik hoe moeilijk het is van de bemoeizuchtige (lief bedoelde) zorg en een eigen weg in te slaan. Door teveel te bemoederen ontnemen we mensen hun waardigheid. Van bemoeizucht naar ondersteuning. Het kind moet snel uit de luiers, moet leren lopen, moet de samenleving leren kennen, moet daarin kunnen leven, moet eigenstandig beslissingen kunnen nemen (ook de foute!) en moet leren als een zelfstandige volwassene door het leven te gaan.

Die groei van kind naar volwassenheid, moet de normale manier van doen worden in hulpverlening en welzijnsland. Weg met de pampers. Ondersteun ze met zelfstandige beslissingen en help ze de consequenties te zien van hun daden. Heb ze lief als een ouder, maar wel als een ouder die zijn kindje kan loslaten en ruimte kan geven om een eigen leven op te bouwen.

zaterdag 3 januari 2009

Empowerment: wat zegt de bijbel?

Nu we enigszins hebben bekeken wat empowerment betekent, wil ik me richten op christenen. Is het, zoals christenen mij vertelden, dat dit niet in de bijbel voorkomt en dat je daarom niet met dergelijke termen moet inlaten?

In de bijbel zien we allereerst waar we vandaan komen: God is de schepper van hemel en aarde en specifiek ook van ons mensen. Wij worden beelddragers van Hem genoemd. Wij zijn geschapen naar zijn beeld.

Door onze wens om onze eigen weg te gaan is de directe relatie met God doorbroken. Daardoor zien we dat mensen geen goed beeld meer van zichzelf hebben. Zaken als minderwaardigheid zijn direct terug te voeren op het feit dat we ons teveel op onszelf hebben gericht en niet meer op de maker van ons leven.

Door Jezus is er ruimte gekomen om de relatie met God weer te herstellen. Door het herstel van die relatie komen wij ook weer in een goede verhouding tot onszelf. Op diverse plekken in het Nieuwe Testament komen we teksten tegen waardoor blijkt dat we door God te leren kennen, ook weer in die nieuwe verhouding tot onszelf komen te staan. Er is geen sprake van zelfverwerkelijking, maar we komen terug in de verhouding waartoe we bedoeld waren.

Als we in de bijbel lezen over "kracht" krijgen en onszelf verbeteren, is dat vrijwel altijd in relatie met God zelf. Zo geeft de bekende tekst uit Jesaja 40 weer: Hij geeft de vermoeide kracht, de machteloze geeft hij macht in overvloed. Jonge strijders worden moe en raken uitgeput, zelfs sterke helden struikelen, maar wie hoopt op de HEER krijgt nieuwe kracht: hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar,
hij loopt, maar wordt niet moe, hij rent, maar raakt niet uitgeput.

Christenen die lezen over empowerment zullen ook al snel terecht komen bij de opmerking dat wij uit onszelf niet in staat zijn om onszelf te verbeteren. Een bekende term in christelijk Nederland is dat je niet iets "uit eigen kracht" moet doen: als je iets doet zonder God daarbij te betrekken, zal dat krachteloos en nutteloos blijken. Ik geloof enerzijds dat op basis van het kennen van God mensen daadwerkelijk empowered kunnen worden. God leeft dichtbij ons en geeft ons nieuw leven om het niet allemaal meer zelf te hoeven doen, maar vanuit dat nieuwe leven te gaan leven.

Tegelijkertijd geloof ik dat God ons niet alleen maar met negatieve ogen bekijkt. De notie dat we allemaal zondaars zijn en daarom niet tot enig goeds in staat, is volgens mij maar voor een deel waar. Ik zie niet-gelovigen die vanuit een innerlijke kracht in staat zijn om heel veel te doen. Vanuit mijn geloof ga ik er van uit dat die kracht door God in hun is gelegd. Hij heeft iedereen geschapen naar zijn evenbeeld. Die innerlijke kracht heeft elk mens. Als ik dus als gelovige mensen probeer te helpen, dan hoop ik dat ik ze kan wijzen op het nieuwe leven dat ze in God kunnen vinden. Daardoor kunnen ze als veranderde mensen gaan leven. Tegelijkertijd merk ik dat ook mensen die nog niet zo ver zijn, al kracht krijgen doordat ik hen als mens benader en ondersteun. Door naast hen te staan en hen als mens te benaderen, krijgen ze kracht om hun mens-zijn te aanvaarden en van daaruit meer moed te putten om hun leven weer op te pakken.

Mijn eigen ervaring vanuit een leven van minderwaardigheid naar een leven vanuit kracht, is gebaseerd op de erkenning dat ik een nieuwe schepping ben en dat ik vanuit het leven met God nieuwe bronnen in mezelf mag aanboren. Ik hoef mezelf niet minderwaardig te voelen, omdat God mij heeft aanvaard zoals ik ben. Op basis van zijn liefde mag ik nu nieuwe kracht putten voor het leven dat ik nu leef.

donderdag 1 januari 2009

Nieuwjaarsperikelen

En zo werd het ineens 2009. Ons gezin had zich de afgelopen dagen nogal verdeeld om met zijn allen in Amersfoort te komen om daar met familie het knalfeest te vieren. Een zoon werd zondag al opgehaald, omdat hij de familie zou meehelpen met klusjes. Mijn oudste dochter ging dinsdag na afloop van haar vakantiewerk direct door naar de familie. Mijn oudste zoon werd gisteren door de familie opgehaald, omdat hij graag al overdag wat vuurwerk wilde afsteken en zo kon de hele lading knallers worden meegenomen. Mijn vrouw en overige kinderen reden met een goede huisvriend mee naar Amersfoort. Ikzelf wachtte eerst de afloop van de Voedselbank af en reed toen met een sneltreinvaart (met trein en al) richting Amersfoort. Ditmaal geen vreugdevuren onderweg van allerlei jongeren die in de biblebelt hun frustraties afreageerden op oude huizen of stallen.

De Oudejaarsavond werd gevuld met tv kijken, en spontaan zingen aan de hand van YouTube karaoke muziek waarbij de boxen het bijna begaven en een al lang een doorgebrande bas sterk hoorbaar werd. Maar goed, al zingend met R&B nummers, Backstreet Boys en Kelly Family, dat heeft toch wel wat.

Tja en toen werd het al snel twaalf uur. Prachtig vuurwerk met vooral heel veel moois dat de lucht in werd geschoten. Ik stond naast mijn zwager die geen zwager mag heten (vul dat zelf maar in) die iets minder haar heeft dan ikzelf. Het vuurwerk ging zo laag dat ik bang was om de nacht te eindigen met de gladde knikker van die nietzozwager. Gelukkig bleek het alleen te gaan om neerdalend stof en karton van al dat moois.

Binnengekomen sprak onze nicht (die ooit neef was) ons aan en met betraande ogen en nogal emotioneel (dat doet ze nou altijd als er iets teveel drank door de keel is gegaan) vertelde ze hoe trots ze is op ons als echtpaar. Hoezeer ze bij ons de warmte tegenkomt die ze bij haar eigen familie zo mist. Hoezeer ze ons respecteert voor het feit dat we consequent ons leven leiden zonder ons iets van anderen aan te trekken. En hoezeer ze het waardeert dat ze altijd bij ons en onze familie (vooral onze dochter en zoon) terecht kan.

Mijn vrouw houdt nooit van dit soort complimenten en deed alle moeite om de complimenten af te wimpelen op Degene waar we het allemaal aan te danken hebben. Want, zeggen we altijd tegen elkaar, wat we tot nu toe `bereikt` hebben, hadden we nooit kunnen bereiken zonder de hulp van Hem. Een goed huwelijk, vertrouwen onder elkaar, al zeker vier van de vijf kinderen die bewust de Heer willen dienen, een prachtig werk waarin we mogen worden ingezet. Zonder Zijn hulp en steun was dat alles allang verdwenen als sneeuw voor de zon. `Tot hiertoe heeft de HERE ons geholpen` zou hierbij een mooie uitspraak kunnen zijn. Maar hierbij geldt zeker ook onze lijfspreuk die onze trouwtekst was en boven onze deur en ons leven hangt `Ik en mijn huis, wij zullen de HERE dienen`. Ik heb de complimenten aanvaard en op zijn waarde geschat. Onze nicht gekust, omarmd, bemoedigd en getroost.

En zo mochten we het Nieuwe Jaar ingaan zoals we die hadden afgerond. Met onze Vader ver weg en toch dichtbij mogen we mensen helpen, bemoedigen, troosten en opbouwen, of ze nu ver weg zijn of heel erg dichtbij.

Ook voor alle lezers wens ik dat 2009 zo´n door God gebruikt en gezegend nieuwjaar zal worden.

Aldus wenste hij, nog steeds in Amersfoort, net een uur uit bed en bekomen van alle lekkere maaltijden en drank die gisteren door de keel in de maag zijn terechtgekomen. De koffie is daarbij een wonderwel hulpmiddel!

woensdag 31 december 2008

Empowerment: verdere uitwerking

Gezien de eerder genoemde definitie is empowerment toe te passen in diverse sectoren in de samenleving. Dat blijkt ook uit de literatuur en de diverse websites die hierover gaan. Ik ben informatie tegengekomen waarin empowerment wordt ingezet in de personeelswetenschappen (zelfsturende teams, employability), volkshuisvesting (doordat corporaties hun sociale taak weer gaan opnemen), bestuurskunde (in relatie tot participatie van burgers) of de ontwikkelingssamenwerking (versterking van de lokale bevolking). Ik wil me hier richten op de buurt- en wijkontwikkeling.

In alle vormen van empowerment gaat het er om dat wijkbewoners hun eigen capaciteiten ontdekken, gaan ontwikkelen en gaan inzetten ten behoeve van de wijk waarin ze wonen.
Dat is een geheel andere benadering dan tot voor kort werd gehanteerd. De hulpverlening en welzijnssector was altijd sterk gericht op de problemen van de wijk en de problemen waar mensen in die wijk mee te maken hadden. Door een te sterke gerichtheid op die problemen ontstond een afhankelijkheidsrelatie waardoor welzijnswerkers altijd aanwezig moesten blijven om het werk te doen.

In de benadering van empowerment wordt een geheel andere bril opgezet. In het onderzoek van het Verwey Jonker Instituut "Goud in de buurt" wordt van een van de meest gebruikte benaderingen, de Asset-Based Community Development (ABCD-benadering), gezegd: "niet de problemen, maar de mogelijkheden van bewoners staan centraal. De grondleggers van de methode... zijn ervan overtuigd dat je buurten en wijken opbouwt door je te richten op de positieve kwaliteiten en capaciteiten van mensen in de buurt... Je moet met andere woorden niet beginnen bij de problemen (het halflege glas), maar bij de potenties, bij de verborgen mogelijkheden die er onder buurtbewoners schuilgaan (het halfvolle glas) en zo werken aan in economisch, cultureel en sociaal opzicht vitale buurten."

In hetzelfde onderzoek wordt een drie stappen genoemd in de opbouw van een buurtbenadering op basis van empowerment:

* empowerment van individuele buurtbewoners (inventariseren en ontwikkelen van talent)
* versterken van onderlinge netwerken
* ontwikkelen en mobiliseren van steun voor gezamenlijke activiteiten die bijdragen aan bewonersdoelen

Dit maakt empowerment in mijn ogen zowel interessant als lastig. Het begint met een psychologische benadering, vervolgens komen sociologische en organisatiekundige aspecten aan de orde. In de uitwerking staat of valt daarom de rol van de professional in het geheel.

In sommige experimenten gingen opbouwwerkers met vragenlijsten langs de deuren om bewonerstalenten aan te boren. Daardoor hadden bewoners het gevoel dat die opbouwwerkers "van buiten naar binnen" probeerden te komen. Door angst voor instituties en professionals kwam dit niet van de grond. Conclusie was dat de "presentiebenadering" beter werkt: professionals bouwen rustig contacten op met buurtbewoners, waardoor die vanuit het opgebouwde vertrouwen zicht geven op hun eigen capaciteiten.

Een groot probleem daarbij is dat een groot deel van de welzijnssector in de wijken afhankelijk is van subsidie van de (veelal lokale) overheid. Die verwacht snelle en afrekenbare resultaten. Het opbouwen van relaties duurt over het algemeen enkele jaren. Binnen die periode is het lastig te meten of er iets veranderd is in de wijk door de aanwezigheid van de professional.

Wie weet, zijn andere, niet-gesubsidieerde, groepen zoals gemeentestichtende projecten beter in staat om mensen individueel te helpen in hun empowermentproces.

dinsdag 30 december 2008

Friesch Dagblad column 2: Gezonden

Mijn tweede column is vandaag in Friesch Dagblad gepubliceerd onder de titel "Gezonden". Hieronder de tekst.

‘Wat voor werk doe je?’ Dit is een van de standaardvragen die we in Nederland stellen als we iemand willen leren kennen. Over het algemeen is zo’n vraag goed te beantwoorden. Want wij weten wel welk werk we doen.

Lastiger wordt het als je zoals ik full time werk doet in de maatschappij en daarnaast in je vrije tijd bezig bent in de wijk waar ik woon. Hoe benoem je dat dan? Voor de een ben ik een vrijwilliger die zich naast zijn werk zinvol inzet. Voor de ander ben ik de leek, die, weliswaar afgestudeerd, niet-betaald geestelijk werk doet.

Een tijd geleden had ik een leuk gesprekje tijdens het zendingscongres op de Opwekkingsconferentie. Iemand sprak me aan en vroeg me of ik iets met zending heb. Ik dacht even een paar seconden na en kreeg een brainwave, die ik ook gelijk als antwoord gaf. ‘Jazeker, ik ben zendeling in Nederland, een tentenmaker’. Voor de terminologie van zendingswerkers zeer begrijpelijk. Wie naar de zending gaat, kan dat op twee manieren doen. De een gaat en doet zijn zendingswerk full time. De ander gaat als werker in de samenleving waar hij naar toe wordt gestuurd en doet in vrije tijd het geestelijke werk. De laatste wordt een ‘tentenmaker’ genoemd, een uitdrukking die verwijst naar de apostel Paulus die om in zijn levensonderhoud te voorzien tenten maakte.

De reactie van degene met wie ik sprak, was interessant. Eerst fronste zij haar wenkbrauwen en begreep niet helemaal wat ik bedoelde. Enkele seconden later kreeg ze het door. Nederland is een zendingsland geworden, waarin het gros van de inwoners weinig weet meer heeft van het Evangelie. Dan zijn daar ook weer zendelingen nodig die het Evangelie op een manier brengen die begrijpelijk is voor de gewone man.

Aan de andere kant is het de vraag of dat nu echt wel nodig is. Ondanks dat ons land een echt zendingsland is geworden, wonen er nog duizenden christenen die het Evangelie wel kennen en in staat zouden moeten zijn om hun buren, vrienden, kennissen en collega’s te vertellen van het Evangelie. Daar hebben we een probleem te pakken waar veel christenen toch mee kampen. Ze voelen zich onprettig bij de gedachte dat ze ineens het geloof moeten verkondigen.

Dat heeft wellicht te maken met de onnatuurlijke scheiding die we ook in Nederland hebben gemaakt tussen ‘geestelijken’ en ‘leken’. Als we over kennis van de bijbel spreken, kijken we al snel naar de pastoor, de dominee, de voorganger of welke titel we dan ook geven aan de gestudeerde klasse die ons inlicht over hoe we vanuit de bijbel moeten leven.

Naast deze geestelijken is er nog een groep die ‘full time christelijk werk’ doet, veelal onder de vlag van een christelijke organisatie. Zij zijn afgescheiden van de rest van de christenen en het lijkt alsof dit werk zoveel mooier is dan alle andere werk.

In Engeland is onlangs een button uitgebracht met daarop de tekst I am a FTCW: ik ben een full time christelijk werker. Gedachte daarachter is dat we een omslag in ons denken als christenen moeten krijgen. Elke christen is een voltijds christelijk werker. Waar je ook bent, wat je ook doet, overal ben je door God geroepen om licht in deze wereld te zijn.

Juist door dicht bij mensen te staan, kunnen christenen het verschil maken. Als we een levenshouding hebben die tegenovergesteld is aan de graaicultuur die de laatste tijd zo in het nieuws is. Als we ons niet druk maken om onze materiële bezittingen, maar daadwerkelijke interesse tonen in de mensen die we tegenkomen. Dat kleine lichtje in dat kleine hoekje heeft geen opdracht om in dat kleine hoekje te blijven zitten, maar om zijn vuurtje in de eigen omgeving op te lichten, zodat het anderen aansteekt om het Licht van de wereld weer terug in ons land te brengen.