Vakantie betekent soms ook: boeken lezen. Een van de boeken die op mijn verlanglijstje stond was "knielen op een bed violen" van Jan Siebelink.
Deze week heb ik het boek gelezen. In het kort komt het boek erop neer dat een man sterk op zoek is naar rust in zijn leven in het licht van de toekomstige eeuwigheid. Op een gegeven moment komt hij in aanraking met een sterk calvinistische sekte. Daarin raakt hij verstrikt. Zijn vrouw zoekt juist om de liefde aan haar man te geven en samen een gelukkig leven in het hier en nu op te bouwen.
In het boek ontspint zich een geschiedenis waarin het zoeken naar de eeuwigheid en de liefde van hier met elkaar vechten. Dat gevecht gaat door tot het einde van het leven van de man. Hij is sterk op zichzelf gericht en als hij met de sekte in aanraking komt, deelt hij dat niet van harte met zijn levensgezellin, maar doet hij alles in het geheim. Hij lijkt bij tijd en wijle helemaal op te gaan in de vraag of hij het waard is om de eeuwigheid met God door te brengen.
Het hele verhaal speelt zich voor en na de oorlog af in Velp, een dorpje naast Arnhem. Soms komen er namen in voor, waardoor ik in staat was in mijn geest bij de gebeurtenissen concrete plekken aan te wijzen.
Afgelopen week was ik in Velp, op de Velleper Donderdag. Terwijl we aan het lopen waren,kwamen we een stand tegen van een kerk waar we af en toe naar toe gaan. Geweldige mogelijkheden om daar op zo'n evenement te staan! Maar wij werden al snel afgeschrikt door een presentatie die in de stand werd getoond. Onderwerp: "tien woorden op de jongste dag".
Je hebt net het boek gelezen en gemerkt hoezeer de zorg voor de eeuwige toekomst een man kan tegenhouden om te genieten van elke dag. En komt dan een stand tegen met een dergelijke boodschap. Wat zal zo iemand dan denken?
Bovendien is het maar de vraag of de toekomst de enige reden moet zijn om ons bezig te houden met de blijde boodschap van Jezus. Is dat alleen een op de toekomst gerichte boodschap of heeft die ook nog iets te zeggen voor hier en nu. Het antwoord van de sekte waar de hoofdpersoon van het boek in terecht kwam was duidelijk. Hou je vooral bezig met de toekomst en zo min mogelijk met de afleidende dingen van hier en nu. Met als gevolg dat de hele omgeving daar negatief door werd beinvloed.
De kerk deed het natuurlijk niet expres, maar het is voor mij wel typerend voor waar kerken mee bezig zijn. De "woelingen" van vandaag wegen niet op tegen de heerlijke toekomst. Maar in die woelingen zijn wel mensen die worden opgeslokt en hier en nu op zoek zijn naar antwoorden voor de vragen van hier en nu. Van brood tussen de kiezen, geld op de plank, een gezonde leefomgeving of de nabije toekomst. Volgens mij zijn we geroepen als christenen ook daar een antwoord op te geven.
Blog van Rick Jansen over leven en werken als kerkelijk pionier in een achterstandswijk
woensdag 5 augustus 2009
Vakantie
Even niets doen. Of dingen doen die je anders niet doet. Rustig in de tuin met een laptop op schoot bijvoorbeeld. En even verder aan niets anders denken dan aan wat er nu gebeurt.
Het heeft even geduurd voordat ik weer in vakantiestemming was. Nog even wat afmaken. Nog hier en daar een vergadering. Maar vooral: het lichaam en de geest laten afkicken van een druk jaar.
Gisteren zag ik een herhaling van een interview van Jeroen Pauw met Theo van Gogh in het programma "vijf jaar later". Onderdeel van het programma was een gesprek met de moeder en zus van Theo. Opvallend onderdeel daarvan was dat Theo wel erg manisch was. Altijd moest hij iets om handen hebben en als hij dat niet had, werd hij humeurig en niet te genieten.
De afgelopen dagen liep ik eerst even met mijn ziel onder de arm. Genieten van de vakantie lukte niet, omdat lichaam en geest niet wilden meewerken. "Ik moet wat doen" was de gedachte die door mijn hoofd heen speelde, maar mijn lichaam wilde niet. Verveling komt dan al snel om de hoek kijken.
Kijkend naar het programma over van Gogh ben ik blij met dat soort vervelende dagen. Even niets moeten, even niets om handen, even aan lummelen, zonder humeurig te worden. En vooral: opladen voor weer een nieuw en ongetwijfeld enerverend jaar.
Het heeft even geduurd voordat ik weer in vakantiestemming was. Nog even wat afmaken. Nog hier en daar een vergadering. Maar vooral: het lichaam en de geest laten afkicken van een druk jaar.
Gisteren zag ik een herhaling van een interview van Jeroen Pauw met Theo van Gogh in het programma "vijf jaar later". Onderdeel van het programma was een gesprek met de moeder en zus van Theo. Opvallend onderdeel daarvan was dat Theo wel erg manisch was. Altijd moest hij iets om handen hebben en als hij dat niet had, werd hij humeurig en niet te genieten.
De afgelopen dagen liep ik eerst even met mijn ziel onder de arm. Genieten van de vakantie lukte niet, omdat lichaam en geest niet wilden meewerken. "Ik moet wat doen" was de gedachte die door mijn hoofd heen speelde, maar mijn lichaam wilde niet. Verveling komt dan al snel om de hoek kijken.
Kijkend naar het programma over van Gogh ben ik blij met dat soort vervelende dagen. Even niets moeten, even niets om handen, even aan lummelen, zonder humeurig te worden. En vooral: opladen voor weer een nieuw en ongetwijfeld enerverend jaar.
woensdag 15 juli 2009
Terugblik op een bewogen jaar - in de wijk
Ook in de wijk waar we werken mochten we veel meemaken. Geweldige dingen, spannende dingen, droevige dingen.
De wekelijkse brunch en viering werd langzamerhand door steeds meer mensen bezocht. Hadden we aan het begin van het seizoen ruim voldoende aan vier tafels (voor ongeveer 20 mensen), aan het einde van het seizoen moesten we alle tafels bezetten en moesten we soms stoelen erbij slepen voor iedereen die kwam. Vooral het maandelijkse voorziet blijkbaar in een behoefte, want dan is het altijd topdrukte. De viering zelf is altijd wat kleiner dan de brunch of het diner. Sommige eters bedanken ons na het eten en gaan huns weegs. Toch is ook het aantal bezoekers van de viering toegenomen ten opzichte van het begin van het seizoen. Tegelijkertijd ben ik er niet rouwig om dat we niet met 30 mensen in een kring in de viering zitten. Met een kleinere groep (meestal rond de 20) kun je makkelijker praten en is de interactie eenvoudiger dan met een grotere groep. Een bepaalde groep bezoekers is duidelijk de diepte in gegaan. Als ik hen hoor spreken ten opzichte van een jaar geleden, is daar duidelijk groei in te zien. Bovendien laten die mensen hun groei zien door meer inzetbaar te worden binnen de Villa.
Vanaf het begin was de leiding over de brunch en viering in handen van vier mensen, waaronder ikzelf. Dat betekende dat we zowel praktisch als geestelijk alles regelden. We hadden een tweewekelijks rooster waarin we om-en-om als echtparen het praktische werk dan wel de viering voorbereidden. Dat is het afgelopen jaar gelukkig ook veranderd. In december werden twee echtparen vanuit de Vrijgemaakte Kerk vrijgemaakt om ons te ondersteunen. Daardoor werd het rooster ineens met de helft verminderd en konden we af en toe deelnemen aan de brunch en viering zonder ons druk te maken over welke voorbereiding dan ook. Een aantal vaste bezoekers deed altijd al mee met het praktische werk, maar werd vanaf maart extra gestimuleerd doordat een van onze teamleden met zwangerschapsverlof ging. Daardoor namen de Villagangers ongeveer de helft van de voorbereidingen van het praktische werk over. Vanaf nu staan elke zondagochtend al alle tafels gedekt.
Wat dat betreft is de gemeenschap binnen ons werk hechter geworden. Mensen zijn meer op elkaar betrokken geraakt. Dat heeft twee oorzaken. Ten eerste kregen we halverwege de maand oktober het trieste bericht dat een van onze vaste bezoekers een hartinfarct had gehad, waardoor hij met spoed naar het ziekenhuis moest gaan. De eerste periode had ik dagelijks contact met de zoon van deze man. Dat leek vrij eenvoudig door de telefoon te gebruiken, maar was achteraf wel intensief, doordat ik daar ook zelf wel mee bezig was. Vanaf dag 1 hebben we de andere bezoekers ervan op de hoogte gebracht en dat resulteerde in een wekelijkse consultatie over hoe het met hem ging. Dat vond ik geweldig hartverwarmend, want welke verbinding hebben Surinaamse, Antilliaanse of Duitse mensen van nature met een autochtone Klarendaller? Doordat ze allemaal betrokken zijn bij de Villa, zijn ze ook meer op elkaar betrokken geworden. Wekelijks werd gebeden voor de man. De doktoren stonden versteld van het -naar verhouding- snelle herstel van de Villaganger.
De huisgroepen
Vanaf februari zijn we begonnen met twee huisgroepen bij mensen thuis. Er was bij een groeiend aantal bezoekers verlangen om meer van de bijbel te leren kennen. We hebben daarom de deelnemers in twee groepen verdeeld en ze uitgenodigd deel te nemen aan die groepen. We hebben ze doelbewust niet bijbelstudiegroep genoemd, omdat dat weer zo erg gericht zou zijn op een aspect. We willen de groepen namelijk ook helpen om voor elkaar te gaan zorgen (gemeenschap) en voor de we ijk rondom hen te zorgen. De groep bij ons aan huis was heel gezellig en ontspannen. Er werd heel wat afgelachen, maar ook met elkaar mee geleefd. Gesprekken werden met de week dieper en persoonlijker. Nu alweer beginnen mensen te vragen wanneer het weer begint. Een prachtige gelegenheid om met mensen om te gaan en hen persoonlijk te leren kennen. En genieten om mensen steeds dichter naar elkaar te zien toe groeien.
Richting gemeentestichting
We hebben ons de afgelopen tijd veel bezig gehouden met een omvormingsproces richting een kerkelijke gemeenschap. Vanaf het begin hebben we geprobeerd mensen die bij ons kwamen te verwijzen naar kerken in de stad. Bezoekers vonden het leuk om dat mee te maken, maar zeiden telkens dat ze 'hun eigen kerk' dan zo misten. En dan hadden ze het over de Villa! Vorig jaar hebben we daarom besloten om richting gemeentestichting te gaan. Dat betekent op termijn uit het Youth for Christ verband stappen. Het hele afgelopen jaar hebben we gesprekken gevoerd met een vertegenwoordiging van de Vrijgemaakt Gereformeerde Kerk in Arnhem om te kijken of zij ons zouden kunnen helpen met het proces van gemeentevorming. Daar zijn we inmiddels een heel eind mee. Er ligt al een boekwerk bij de kerkenraad en bij Youth for Christ die het overgangsproces en het samenwerkingsproces beschrijft. Het betekent in ieder geval niet dat we volledig opgaan in het verband van de vrijgemaakte kerk, waarvoor sommige mensen bang waren. We krijgen de ruimte om ons eigen proces en onze eigen weg naar de toekomst te gaan.
Dat proces heeft wel veel tijd opgeslokt, maar ik zie dat niet als verloren tijd. Daardoor zijn we meer in ons hoofd opgeschoven richting een gemeente. Een van de denkfouten die we moesten erkennen was, dat we in feite al een gemeente waren. Dat was in zekere zin wel een eye-opener.
Mensen-mensen-mensen
Hoe het ook zij, het gaat mij altijd in eerste instantie om de mensen die we tegenkomen. In alles wat we doen zijn zij degenen die we op het oog hebben. God dienen door mensen te dienen zou je kunnen zeggen. We hebben het afgelopen jaar een aantal extra mensen erbij gekregen die ons helpen met dienen. Soms merkte ik dat onze visie mensen te dienen, niet helemaal werd begrepen. Dan hadden we een brunch of diner en dan leek de tijd belangrijker dan de mensen. We hebben dat goed met elkaar gedeeld en tot de conclusie gekomen dat tijd niet zo belangrijk is als mensen. Wij Nederlanders zijn soms zo tijd- of actiegericht, dat mensen daaraan ondergeschikt moeten zijn. Dat is ook zichtbaar in veel kerken. Wij willen te allen tijde juist mensen bovengeschikt en tijd of taak daaraan ondergeschikt maken. Makkelijk gezegd, moeilijk gedaan, vooral als je gewend bent erg op je agenda te leven.
We zien in 'onze mensen' groei. Groei naar God toe, groei naar elkaar toe, groei naar meer hulp in de wijk. Sommigen komen voor de gezelligheid bij ons. Geweldig! Anderen willen meer van het geloof weten. Geweldig! Nog weer anderen willen God beter leren kennen. Geweldig! En weer anderen willen steeds meer met ons meedoen. Geweldig. Je merkt het. Het een is niet beter dan het andere. Als christen ben ik daar wel toe geneigd. Maar ook het feit op zich dat mensen zich thuis voelen is al geweldig. Laat God dan maar het werk in die mensen doen en laat ik dan maar zo werken, dat ik niet een barrière daarvoor vorm.
En nu rust
Terwijl ik dit schrijf zit ik op het gras aan het water te genieten van het mooie weer in ons land. Er mag ook wel eens rust zijn in drukke tijden. Lastig als ik hoor dat eedn man in het ziekenhuis regelmatig naar mij vraagt. Maar ja, rust is toch echt rust. Dus ik laat het met een gerust hart over aan mijn vrienden die nog niet op vakantie zijn geweest of die dat al achter de rug hebben. Vijf weken rust van het werk op het stadhuis; vier weken rust van het werk in de wijk. Tijd om bij te komen, uit te rusten, op te laden en na te denken over de tijd die komen gaat.
Heerlijk die rust; heerlijk dat uitzicht naar nog meer in het komende jaar!
De wekelijkse brunch en viering werd langzamerhand door steeds meer mensen bezocht. Hadden we aan het begin van het seizoen ruim voldoende aan vier tafels (voor ongeveer 20 mensen), aan het einde van het seizoen moesten we alle tafels bezetten en moesten we soms stoelen erbij slepen voor iedereen die kwam. Vooral het maandelijkse voorziet blijkbaar in een behoefte, want dan is het altijd topdrukte. De viering zelf is altijd wat kleiner dan de brunch of het diner. Sommige eters bedanken ons na het eten en gaan huns weegs. Toch is ook het aantal bezoekers van de viering toegenomen ten opzichte van het begin van het seizoen. Tegelijkertijd ben ik er niet rouwig om dat we niet met 30 mensen in een kring in de viering zitten. Met een kleinere groep (meestal rond de 20) kun je makkelijker praten en is de interactie eenvoudiger dan met een grotere groep. Een bepaalde groep bezoekers is duidelijk de diepte in gegaan. Als ik hen hoor spreken ten opzichte van een jaar geleden, is daar duidelijk groei in te zien. Bovendien laten die mensen hun groei zien door meer inzetbaar te worden binnen de Villa.
Vanaf het begin was de leiding over de brunch en viering in handen van vier mensen, waaronder ikzelf. Dat betekende dat we zowel praktisch als geestelijk alles regelden. We hadden een tweewekelijks rooster waarin we om-en-om als echtparen het praktische werk dan wel de viering voorbereidden. Dat is het afgelopen jaar gelukkig ook veranderd. In december werden twee echtparen vanuit de Vrijgemaakte Kerk vrijgemaakt om ons te ondersteunen. Daardoor werd het rooster ineens met de helft verminderd en konden we af en toe deelnemen aan de brunch en viering zonder ons druk te maken over welke voorbereiding dan ook. Een aantal vaste bezoekers deed altijd al mee met het praktische werk, maar werd vanaf maart extra gestimuleerd doordat een van onze teamleden met zwangerschapsverlof ging. Daardoor namen de Villagangers ongeveer de helft van de voorbereidingen van het praktische werk over. Vanaf nu staan elke zondagochtend al alle tafels gedekt.
Wat dat betreft is de gemeenschap binnen ons werk hechter geworden. Mensen zijn meer op elkaar betrokken geraakt. Dat heeft twee oorzaken. Ten eerste kregen we halverwege de maand oktober het trieste bericht dat een van onze vaste bezoekers een hartinfarct had gehad, waardoor hij met spoed naar het ziekenhuis moest gaan. De eerste periode had ik dagelijks contact met de zoon van deze man. Dat leek vrij eenvoudig door de telefoon te gebruiken, maar was achteraf wel intensief, doordat ik daar ook zelf wel mee bezig was. Vanaf dag 1 hebben we de andere bezoekers ervan op de hoogte gebracht en dat resulteerde in een wekelijkse consultatie over hoe het met hem ging. Dat vond ik geweldig hartverwarmend, want welke verbinding hebben Surinaamse, Antilliaanse of Duitse mensen van nature met een autochtone Klarendaller? Doordat ze allemaal betrokken zijn bij de Villa, zijn ze ook meer op elkaar betrokken geworden. Wekelijks werd gebeden voor de man. De doktoren stonden versteld van het -naar verhouding- snelle herstel van de Villaganger.
De huisgroepen
Vanaf februari zijn we begonnen met twee huisgroepen bij mensen thuis. Er was bij een groeiend aantal bezoekers verlangen om meer van de bijbel te leren kennen. We hebben daarom de deelnemers in twee groepen verdeeld en ze uitgenodigd deel te nemen aan die groepen. We hebben ze doelbewust niet bijbelstudiegroep genoemd, omdat dat weer zo erg gericht zou zijn op een aspect. We willen de groepen namelijk ook helpen om voor elkaar te gaan zorgen (gemeenschap) en voor de we ijk rondom hen te zorgen. De groep bij ons aan huis was heel gezellig en ontspannen. Er werd heel wat afgelachen, maar ook met elkaar mee geleefd. Gesprekken werden met de week dieper en persoonlijker. Nu alweer beginnen mensen te vragen wanneer het weer begint. Een prachtige gelegenheid om met mensen om te gaan en hen persoonlijk te leren kennen. En genieten om mensen steeds dichter naar elkaar te zien toe groeien.
Richting gemeentestichting
We hebben ons de afgelopen tijd veel bezig gehouden met een omvormingsproces richting een kerkelijke gemeenschap. Vanaf het begin hebben we geprobeerd mensen die bij ons kwamen te verwijzen naar kerken in de stad. Bezoekers vonden het leuk om dat mee te maken, maar zeiden telkens dat ze 'hun eigen kerk' dan zo misten. En dan hadden ze het over de Villa! Vorig jaar hebben we daarom besloten om richting gemeentestichting te gaan. Dat betekent op termijn uit het Youth for Christ verband stappen. Het hele afgelopen jaar hebben we gesprekken gevoerd met een vertegenwoordiging van de Vrijgemaakt Gereformeerde Kerk in Arnhem om te kijken of zij ons zouden kunnen helpen met het proces van gemeentevorming. Daar zijn we inmiddels een heel eind mee. Er ligt al een boekwerk bij de kerkenraad en bij Youth for Christ die het overgangsproces en het samenwerkingsproces beschrijft. Het betekent in ieder geval niet dat we volledig opgaan in het verband van de vrijgemaakte kerk, waarvoor sommige mensen bang waren. We krijgen de ruimte om ons eigen proces en onze eigen weg naar de toekomst te gaan.
Dat proces heeft wel veel tijd opgeslokt, maar ik zie dat niet als verloren tijd. Daardoor zijn we meer in ons hoofd opgeschoven richting een gemeente. Een van de denkfouten die we moesten erkennen was, dat we in feite al een gemeente waren. Dat was in zekere zin wel een eye-opener.
Mensen-mensen-mensen
Hoe het ook zij, het gaat mij altijd in eerste instantie om de mensen die we tegenkomen. In alles wat we doen zijn zij degenen die we op het oog hebben. God dienen door mensen te dienen zou je kunnen zeggen. We hebben het afgelopen jaar een aantal extra mensen erbij gekregen die ons helpen met dienen. Soms merkte ik dat onze visie mensen te dienen, niet helemaal werd begrepen. Dan hadden we een brunch of diner en dan leek de tijd belangrijker dan de mensen. We hebben dat goed met elkaar gedeeld en tot de conclusie gekomen dat tijd niet zo belangrijk is als mensen. Wij Nederlanders zijn soms zo tijd- of actiegericht, dat mensen daaraan ondergeschikt moeten zijn. Dat is ook zichtbaar in veel kerken. Wij willen te allen tijde juist mensen bovengeschikt en tijd of taak daaraan ondergeschikt maken. Makkelijk gezegd, moeilijk gedaan, vooral als je gewend bent erg op je agenda te leven.
We zien in 'onze mensen' groei. Groei naar God toe, groei naar elkaar toe, groei naar meer hulp in de wijk. Sommigen komen voor de gezelligheid bij ons. Geweldig! Anderen willen meer van het geloof weten. Geweldig! Nog weer anderen willen God beter leren kennen. Geweldig! En weer anderen willen steeds meer met ons meedoen. Geweldig. Je merkt het. Het een is niet beter dan het andere. Als christen ben ik daar wel toe geneigd. Maar ook het feit op zich dat mensen zich thuis voelen is al geweldig. Laat God dan maar het werk in die mensen doen en laat ik dan maar zo werken, dat ik niet een barrière daarvoor vorm.
En nu rust
Terwijl ik dit schrijf zit ik op het gras aan het water te genieten van het mooie weer in ons land. Er mag ook wel eens rust zijn in drukke tijden. Lastig als ik hoor dat eedn man in het ziekenhuis regelmatig naar mij vraagt. Maar ja, rust is toch echt rust. Dus ik laat het met een gerust hart over aan mijn vrienden die nog niet op vakantie zijn geweest of die dat al achter de rug hebben. Vijf weken rust van het werk op het stadhuis; vier weken rust van het werk in de wijk. Tijd om bij te komen, uit te rusten, op te laden en na te denken over de tijd die komen gaat.
Heerlijk die rust; heerlijk dat uitzicht naar nog meer in het komende jaar!
Terugblik op een bewogen jaar - op het stadhuis
Eindelijk weer eens even tijd voor ruimte en reflectie. De laatste rommel op het werk wordt opgeruimd. De computerlessen zijn afgelopen. De huisgroep is gestopt. Vanaf zondag ga ik voor enkele weken op rust. Dat is hard nodig ook. De afgelopen weken kwam er een grote moeheid over me heen, waar ik maar niet van af kom. Tijd voor een terugblik op mijn afgelopen jaar.
Op mijn werk bij de gemeente Arnhem hebben we veel spannende, zware, interessante en veranderende dingen meegemaakt. Voor diegenen die dat niet weten: ik werk fulltime voor de griffie van de gemeente Arnhem (ben dus ambtenaar!) en ben daar verantwoordelijk voor de goede uitvoering van alle facilitaire aangelegenheden rondom de Arnhemse politiek.
Dit seizoen begon al goed tijdens de eerste dagen na de vakantie, toen bleek dat we met haastige spoed de bestaande raadszaal moesten verlaten en tijdelijk overgingen naar de Statenzaal van het provinciehuis. Terwijl het gewone dagelijkse werk doorging, betekende dit afspraken maken, het provinciehuis leren kennen, kennis maken met de naaste collega's op de provincie, ICT-aangelegenheden leren kennen, ons wegwijs maken in het video-opnamesysteem. Op een dag werden alle belangrijke spullen die we maandelijks nodig hadden voor een politieke avond naar het provinciehuis versleept. Zo konden we in een gespreid bedje beginnen met een periode van september tot half februari heen en weer pendelen van het stadhuis naar het provinciehuis.
Had ik tot dat moment alleen nog maar een keer per maand hoeven te werken tijdens de maandagavonden, vanaf dit moment was ik facilitair floormanager op alle avonden. Dat hakte behoorlijk in op mijn vrijetijdsbesteding. Gelukkig kon ik daardoor meer tijd doordeweeks besteden aan de dingen in de wijk.
Half februari kregen we de weg terug van provinciehuis naar het verbouwde stadhuis te verwerken. Gedurende de provinciehuis periode waren we inmiddels aardig op de hoogte geraakt van het wel en wee rond video-opname en -notuleren tijdens politieke vergaderingen. Dat zou dus wel meevallen als we terug waren, was onze verwachting.
Helaas werd die verwachting gelogenstraft. Er was een heel ander systeem ingevoerd, wat we vanaf eind februari, begin maart (natuurlijk allemaal naast het gewone werk) eigen moesten maken. 7 maart werd de nieuwe raadszaal officieel geopend, maar niet voordat alle werkers die het hadden opgebouwd tot 6 maart 's nachts nog alles hadden aangelegd en gereed gemaakt. In twee weken werken hadden we ons het hele videosysteem, DVD-speler, de verbindingen met de beamers, de lichtinstellingen, de geluidstechniek zo goed als mogelijk eigen gemaakt. Vanaf dat moment ben ik weer wekelijks bij de politieke avonden geweest om de politici facilitair te ondersteunen met de zo noodzakelijke techniek. Mijn werk als notulist werd langzamerhand veranderd in die van facilitair regisseur. Elke maandag alle zaken langslopen om te zien of microfoons goed stonden, camera's bediend konden worden, de stoelen en tafels op de juiste plek stonden, de uitzendingen goed overkwamen bij onze internetregisseurs in Rotterdam, beamers goed afgesteld waren, de presentaties goed op het scherm overkwamen, de DVD-recorders het goed deden en naambordjes op de goede plek stonden. Helaas staat techniek voor niets, dus bijna elke maandag was er wel weer een stressmoment als het geluid het niet of zeer slecht deed, een presentatie niet over kwam, een microfoon uit viel, de oplader van de microfoons niet in het stopcontact bleek te zitten, tijdens een belangrijke vergadering de microfoon van de burgemeester haperde en ga zo maar door. Dan werd van mij verwacht snel te handelen zodat de vergadering weer kon doorgaan.
Alsof dat nog niet alles was, werd ik met mijn collega regelmatig ingeschakeld om een digitaal archiefsysteem door te testen, waardoor regelmatig fouten boven tafel kwamen. Een dagdeel of zelfs een dag achter de PC om in eerste instantie testscripts te schrijven (een stap-voor-stap handleiding voor de gebruiker) die we later regelmatig zelf uit testen op weer een nieuwe release van het systeem. En wat zou ik blij zijn geweest als het systeem ook zo zou hebben gewerkt als ik had verwacht. Helaas, techniek staat voor niets, ook in dit systeem...
De veranderingen en wijzigingen moesten allemaal gebeuren tijdens mijn gewone werk. Daar had ik in weken waarin stukken moeten worden verzonden normaal al de handen aan vol. De agenda voorbereiden, de agenda bij elkaar puzzelen, de stukken bij elkaar zoeken, die stukken op internet zetten (waarbij helaas opnieuw de techniek nogal eens haperde) mensen uitnodigen voor vergaderingen, insprekers bij houden en collega's op de hoogte brengen van de nieuwe agenda. Op zich lijkt dat vrij eenvoudig en de kwaliteit is wat dat betreft optimaal geworden. Alleen is het werk behoorlijk tijdrovend, omdat per onderwerp vier handelingen moet worden uitgevoerd: printen uit het digitale archiefsysteem, omzetten van de onderdelen in PDF, samenvoegen van de onderdelen, het geheel op internet plaatsen. Twee keer in de maand betekende dat zeker drie dagen achter elkaar met dat proces bezig zijn. Tja, en als er tussendoor dan ineens een cursus was, een introductie of een vergadering, dan moest dat andere in een wat kortere tijd worden gedaan.
En dan hebben we het niet over allerlei "bij"klusjes die van mij werden gevraagd. Als kenner van het systeem en van de historie moest ik vaak de achtergronden voor beleidsstukken terughalen uit de digitale geschiedenis. Want onderwerpen als "drugsboot De Boei", de verbinding daarvan met het prostitutiebeleid (uitsterfbeleid van de raamprostitutie in het Spijkerkwartier) en de zorgzone (tippelprostitutie in combinatie met gereguleerde zorg voor de heroineverslaafde gebruikers van de zone), de gang van zaken rondom de lening aan Vitesse (waarover dit jaar een onderzoek werd gehouden), de Sonsbeektentoonstelling, Rijnboog en Arnhem Centraal waren zo ingewikkeld en langdurend, dat niemand daarvan nog zicht had op de geschiedenis daarvan. Een aantal keren kwam met name bij de behandeling van De Boei een overzicht dat ik had gemaakt ter sprake. Een leuk momentje van succes.
Dan hebben we het nog niet over de druk die het (mogelijk) aftreden van een wethouder met zich meebrengt. Dat hebben we in dit seizoen twee keer meegemaakt. Eerst in september een wethouder vanwege een forse overschrijding van het budget voor de verbouwing van het Museum voor Moderne Kunst. Daarna in juni een wethouder vanwege het niet goed informeren aan de raad van een behoorlijke verhoging van budget van de succesvolle Sonsbeektentoonstelling. Wat dat laatste betreft werd zwaar naar ons gekeken, omdat een brief niet boven tafel was gekomen. Wij hadden die niet gekregen, ook al hadden wij er gedurende enkele maanden naar gevraagd. Het uitzoekwerk of die brief nu daadwerkelijk niet aan ons was verzonden lag op mijn bordje. Met alle druk van dien.
Een ander druk moment (ook psychisch gezien) was een verzoek tot openbaarmaking van geheime stukken rondom het onderzoek over Vitesse. Het onderzoeksbureau had op eigen initiatief de vertrouwelijke onderdelen digitaal weggelakt, maar zonder na te denken over de effecten daarvan. Daar hadden ook wij geen kaas van gegeten (we gebruiken wel software, ik ben er redelijk goed van op de hoogte, maar de diepte van een specialist is niet aan mij besteed. Met als gevolg dat mij aan het einde van een vertrouwelijk debat werd opgedragen om het desbetreffende stuk goed beveiligd op het net te plaatsen. Waarop een slimme softwarespecialist twee dagen later meldde dat hij het geheime stuk had gekraakt. Dat had behoorlijk wat voeten in de aarde. Die week en de week daarna stond het bij onze afdeling volledig in het teken van uitzoeken hoe dit nu mogelijk was geweest.
Het seizoen is gelukkig ten einde. Ik zal nog ettelijke voorvallen vergeten zijn. Maar tegelijkertijd kan ik zeggen dat ik nog steeds geniet van het werk dat ik doe. De spanning, de veranderlijkheid, de stress, maar ook de lol over het politieke spel, je moet ervan houden. En dat doe ik, nog steeds. Generalist als ik ben, kan ik overal aan ruiken en overal iets van meenemen. Van ICT, techniek en facilitair management.Tot aan alle beleidsonderwerpen die het hele gemeenteveld beslaan van ruimtelijke ordening naar sociale zaken, van cultuur naar de heropbouw van wijken, van welzijn tot economie. Doordat ik zo dicht tegen de politiek aanzit, ken ik alle raadsleden en commissieleden persoonlijk. Dat geeft soms mooie gesprekken. Over gewone dingen van het leven, de problemen die ze tegenkomen, of over het vrijwilligerswerk dat ik doe in vrije tijd. Ook hierin weet ik dat ik op mijn plaats ben, als christen op het werk rond de politiek.
Tegelijkertijd begint het langzamerhand steeds meer bij mij te kriebelen om te overwegen wat minder op het stadhuis te werken en wat meer in de wijk. En daarover vertel ik in mijn volgende blog.
Op mijn werk bij de gemeente Arnhem hebben we veel spannende, zware, interessante en veranderende dingen meegemaakt. Voor diegenen die dat niet weten: ik werk fulltime voor de griffie van de gemeente Arnhem (ben dus ambtenaar!) en ben daar verantwoordelijk voor de goede uitvoering van alle facilitaire aangelegenheden rondom de Arnhemse politiek.
Dit seizoen begon al goed tijdens de eerste dagen na de vakantie, toen bleek dat we met haastige spoed de bestaande raadszaal moesten verlaten en tijdelijk overgingen naar de Statenzaal van het provinciehuis. Terwijl het gewone dagelijkse werk doorging, betekende dit afspraken maken, het provinciehuis leren kennen, kennis maken met de naaste collega's op de provincie, ICT-aangelegenheden leren kennen, ons wegwijs maken in het video-opnamesysteem. Op een dag werden alle belangrijke spullen die we maandelijks nodig hadden voor een politieke avond naar het provinciehuis versleept. Zo konden we in een gespreid bedje beginnen met een periode van september tot half februari heen en weer pendelen van het stadhuis naar het provinciehuis.
Had ik tot dat moment alleen nog maar een keer per maand hoeven te werken tijdens de maandagavonden, vanaf dit moment was ik facilitair floormanager op alle avonden. Dat hakte behoorlijk in op mijn vrijetijdsbesteding. Gelukkig kon ik daardoor meer tijd doordeweeks besteden aan de dingen in de wijk.
Half februari kregen we de weg terug van provinciehuis naar het verbouwde stadhuis te verwerken. Gedurende de provinciehuis periode waren we inmiddels aardig op de hoogte geraakt van het wel en wee rond video-opname en -notuleren tijdens politieke vergaderingen. Dat zou dus wel meevallen als we terug waren, was onze verwachting.
Helaas werd die verwachting gelogenstraft. Er was een heel ander systeem ingevoerd, wat we vanaf eind februari, begin maart (natuurlijk allemaal naast het gewone werk) eigen moesten maken. 7 maart werd de nieuwe raadszaal officieel geopend, maar niet voordat alle werkers die het hadden opgebouwd tot 6 maart 's nachts nog alles hadden aangelegd en gereed gemaakt. In twee weken werken hadden we ons het hele videosysteem, DVD-speler, de verbindingen met de beamers, de lichtinstellingen, de geluidstechniek zo goed als mogelijk eigen gemaakt. Vanaf dat moment ben ik weer wekelijks bij de politieke avonden geweest om de politici facilitair te ondersteunen met de zo noodzakelijke techniek. Mijn werk als notulist werd langzamerhand veranderd in die van facilitair regisseur. Elke maandag alle zaken langslopen om te zien of microfoons goed stonden, camera's bediend konden worden, de stoelen en tafels op de juiste plek stonden, de uitzendingen goed overkwamen bij onze internetregisseurs in Rotterdam, beamers goed afgesteld waren, de presentaties goed op het scherm overkwamen, de DVD-recorders het goed deden en naambordjes op de goede plek stonden. Helaas staat techniek voor niets, dus bijna elke maandag was er wel weer een stressmoment als het geluid het niet of zeer slecht deed, een presentatie niet over kwam, een microfoon uit viel, de oplader van de microfoons niet in het stopcontact bleek te zitten, tijdens een belangrijke vergadering de microfoon van de burgemeester haperde en ga zo maar door. Dan werd van mij verwacht snel te handelen zodat de vergadering weer kon doorgaan.
Alsof dat nog niet alles was, werd ik met mijn collega regelmatig ingeschakeld om een digitaal archiefsysteem door te testen, waardoor regelmatig fouten boven tafel kwamen. Een dagdeel of zelfs een dag achter de PC om in eerste instantie testscripts te schrijven (een stap-voor-stap handleiding voor de gebruiker) die we later regelmatig zelf uit testen op weer een nieuwe release van het systeem. En wat zou ik blij zijn geweest als het systeem ook zo zou hebben gewerkt als ik had verwacht. Helaas, techniek staat voor niets, ook in dit systeem...
De veranderingen en wijzigingen moesten allemaal gebeuren tijdens mijn gewone werk. Daar had ik in weken waarin stukken moeten worden verzonden normaal al de handen aan vol. De agenda voorbereiden, de agenda bij elkaar puzzelen, de stukken bij elkaar zoeken, die stukken op internet zetten (waarbij helaas opnieuw de techniek nogal eens haperde) mensen uitnodigen voor vergaderingen, insprekers bij houden en collega's op de hoogte brengen van de nieuwe agenda. Op zich lijkt dat vrij eenvoudig en de kwaliteit is wat dat betreft optimaal geworden. Alleen is het werk behoorlijk tijdrovend, omdat per onderwerp vier handelingen moet worden uitgevoerd: printen uit het digitale archiefsysteem, omzetten van de onderdelen in PDF, samenvoegen van de onderdelen, het geheel op internet plaatsen. Twee keer in de maand betekende dat zeker drie dagen achter elkaar met dat proces bezig zijn. Tja, en als er tussendoor dan ineens een cursus was, een introductie of een vergadering, dan moest dat andere in een wat kortere tijd worden gedaan.
En dan hebben we het niet over allerlei "bij"klusjes die van mij werden gevraagd. Als kenner van het systeem en van de historie moest ik vaak de achtergronden voor beleidsstukken terughalen uit de digitale geschiedenis. Want onderwerpen als "drugsboot De Boei", de verbinding daarvan met het prostitutiebeleid (uitsterfbeleid van de raamprostitutie in het Spijkerkwartier) en de zorgzone (tippelprostitutie in combinatie met gereguleerde zorg voor de heroineverslaafde gebruikers van de zone), de gang van zaken rondom de lening aan Vitesse (waarover dit jaar een onderzoek werd gehouden), de Sonsbeektentoonstelling, Rijnboog en Arnhem Centraal waren zo ingewikkeld en langdurend, dat niemand daarvan nog zicht had op de geschiedenis daarvan. Een aantal keren kwam met name bij de behandeling van De Boei een overzicht dat ik had gemaakt ter sprake. Een leuk momentje van succes.
Dan hebben we het nog niet over de druk die het (mogelijk) aftreden van een wethouder met zich meebrengt. Dat hebben we in dit seizoen twee keer meegemaakt. Eerst in september een wethouder vanwege een forse overschrijding van het budget voor de verbouwing van het Museum voor Moderne Kunst. Daarna in juni een wethouder vanwege het niet goed informeren aan de raad van een behoorlijke verhoging van budget van de succesvolle Sonsbeektentoonstelling. Wat dat laatste betreft werd zwaar naar ons gekeken, omdat een brief niet boven tafel was gekomen. Wij hadden die niet gekregen, ook al hadden wij er gedurende enkele maanden naar gevraagd. Het uitzoekwerk of die brief nu daadwerkelijk niet aan ons was verzonden lag op mijn bordje. Met alle druk van dien.
Een ander druk moment (ook psychisch gezien) was een verzoek tot openbaarmaking van geheime stukken rondom het onderzoek over Vitesse. Het onderzoeksbureau had op eigen initiatief de vertrouwelijke onderdelen digitaal weggelakt, maar zonder na te denken over de effecten daarvan. Daar hadden ook wij geen kaas van gegeten (we gebruiken wel software, ik ben er redelijk goed van op de hoogte, maar de diepte van een specialist is niet aan mij besteed. Met als gevolg dat mij aan het einde van een vertrouwelijk debat werd opgedragen om het desbetreffende stuk goed beveiligd op het net te plaatsen. Waarop een slimme softwarespecialist twee dagen later meldde dat hij het geheime stuk had gekraakt. Dat had behoorlijk wat voeten in de aarde. Die week en de week daarna stond het bij onze afdeling volledig in het teken van uitzoeken hoe dit nu mogelijk was geweest.
Het seizoen is gelukkig ten einde. Ik zal nog ettelijke voorvallen vergeten zijn. Maar tegelijkertijd kan ik zeggen dat ik nog steeds geniet van het werk dat ik doe. De spanning, de veranderlijkheid, de stress, maar ook de lol over het politieke spel, je moet ervan houden. En dat doe ik, nog steeds. Generalist als ik ben, kan ik overal aan ruiken en overal iets van meenemen. Van ICT, techniek en facilitair management.Tot aan alle beleidsonderwerpen die het hele gemeenteveld beslaan van ruimtelijke ordening naar sociale zaken, van cultuur naar de heropbouw van wijken, van welzijn tot economie. Doordat ik zo dicht tegen de politiek aanzit, ken ik alle raadsleden en commissieleden persoonlijk. Dat geeft soms mooie gesprekken. Over gewone dingen van het leven, de problemen die ze tegenkomen, of over het vrijwilligerswerk dat ik doe in vrije tijd. Ook hierin weet ik dat ik op mijn plaats ben, als christen op het werk rond de politiek.
Tegelijkertijd begint het langzamerhand steeds meer bij mij te kriebelen om te overwegen wat minder op het stadhuis te werken en wat meer in de wijk. En daarover vertel ik in mijn volgende blog.
Friesch Dagblad Column 9: Wie hoort er bij?
Lees mijn nieuwste column onder de titel "Wie hoort er bij?" op de website van het Friesch Dagblad.
Hieronder cursief de letterlijke tekst.
Een van de belangrijke speerpunten die wij bij Villa Klarendal in Arnhem hanteren, is dat bezoekers zich bij ons thuis mogen voelen. Daarvoor hebben we allerlei barrières die dat in de weg staan zo veel mogelijk proberen weg te nemen.
De liederen die we zingen hebben we zo veel mogelijk aangepast aan de sfeer en smaak die in onze wijk bekend is. Maar ook de inhoud van die liederen moet niet al te veel vragen opleveren en is dus aangepast aan de taal en spraak in onze wijk.
Als mensen met ons willen meewerken, gaan we niet eerst een hele lijst van eisen en wensen af om te kijken of ze wel geschikt genoeg zijn. Wijkbewoners mogen met ons meedoen en soms hebben we hen laten deelnemen terwijl ze het nog niet helemaal eens zijn met wat wij verkondigen. De koffie smaakt er niet minder om.
Geen bekeringsdrang
Onlangs hadden we een vrijwilligersavond. Ik keek om me heen en zag dat er mensen van allerlei slag bij zaten. Religieus gezien zaten er naast mensen met een christelijke achtergrond ook mensen met een hindoestaanse, islamitische of religieloze achtergrond. Ze voelen zich zo bij ons thuis dat ze bereid zijn een deel van hun tijd te geven aan ons werk in de wijk. Ze zijn door hun andere achtergrond wat ons betreft niet minder dan andere vrijwilligers. Terwijl ze weten dat wij het werk vanuit een christelijke inspiratie doen, zijn ze bereid met ons mee te werken. En wij zijn bereid hen niet telkens te bestoken met een bekeringsdrang, omdat ze wat ons betreft rustig mogen meedoen, meedraaien en meeluisteren. Dan zal God vanzelf wel in hun leven werken.
Doordat mensen zich thuis voelen, ontstaat er op een natuurlijke manier een nieuwe vorm van gemeenschap. Mensen zijn op elkaar betrokken, vullen elkaar aan, zorgen voor elkaar en dragen daadwerkelijke zorg voor de ander. Een gemeentelid dat in het ziekenhuis ligt, krijgt vrijwel dagelijks bezoek van andere leden. En elke keer als ik weer een gemeentelid tegenkom, willen ze graag weten hoe het met het medelid gaat.
Doordat mensen zich thuis voelen wordt gemeenschap soms breder ervaren dan wij van nature als christenen gewend zijn. De niet- of nog-niet-zo-gelovige bezoekers zijn net zo betrokken op de anderen als de gelovige bezoekers. Dat stelt ons voor interessante vragen als: wanneer is er sprake van christelijke gemeenschap? Wie hoort erbij en wie niet? Moeten we met lidmaatschap beginnen of juist niet?
Drempel
Dat ik deze vragen stel, laat zien dat ik geen antwoord heb op deze vragen. In sommige kerken is lidmaatschap heel duidelijk. Er zijn regels opgesteld voor wie wel en wie niet tot de gemeenschap behoren. Daarmee worden potentiële leden nog even buitengehouden totdat ze ‘zo ver’ zijn dat ze wel kunnen toetreden. Daarmee is duidelijkheid geschapen voor wie binnen en wie buiten zijn. Dat kan een drempel vormen voor mensen die zich graag willen aansluiten, maar nog niet zo ver zijn.
Als ik dan kijk naar Jezus’ gemeenschap met zijn discipelen, vraag ik mij af welk model het dichtst daarbij nadert. Hij nodigde mensen van divers allooi uit. Van vrome gelovigen tot zware heidenen. Die gingen met elkaar op pad om Jezus te volgen. Gedurende hun reis kwamen ze zichzelf regelmatig tegen. Af en toe was er een geweldige gelovige uitspraak, waarbij Jezus ongetwijfeld figuurlijk een sprong in de lucht deed. Waarna hij vervolgens weer met een plof op aarde kon terugkeren, of - nog dieper - hem de moed in de schoenen zonk, door een uitspraak, een vraag of een handeling van een geheel andere aard.
Is dat misschien wat Jezus bedoelde met het onkruid en het koren dat samen opgroeit? Het zou kunnen. Ik heb in ieder geval, om maar met diezelfde vergelijking door te gaan, wel in de afgelopen jaren veel vermeend onkruid zien veranderen in bruikbaar koren. God verandert mensen. Niet doordat wij eraan trekken, maar doordat mensen zich eerst bij ons thuis voelen en daarna bij Hem thuis komen.
Hieronder cursief de letterlijke tekst.
Een van de belangrijke speerpunten die wij bij Villa Klarendal in Arnhem hanteren, is dat bezoekers zich bij ons thuis mogen voelen. Daarvoor hebben we allerlei barrières die dat in de weg staan zo veel mogelijk proberen weg te nemen.
De liederen die we zingen hebben we zo veel mogelijk aangepast aan de sfeer en smaak die in onze wijk bekend is. Maar ook de inhoud van die liederen moet niet al te veel vragen opleveren en is dus aangepast aan de taal en spraak in onze wijk.
Als mensen met ons willen meewerken, gaan we niet eerst een hele lijst van eisen en wensen af om te kijken of ze wel geschikt genoeg zijn. Wijkbewoners mogen met ons meedoen en soms hebben we hen laten deelnemen terwijl ze het nog niet helemaal eens zijn met wat wij verkondigen. De koffie smaakt er niet minder om.
Geen bekeringsdrang
Onlangs hadden we een vrijwilligersavond. Ik keek om me heen en zag dat er mensen van allerlei slag bij zaten. Religieus gezien zaten er naast mensen met een christelijke achtergrond ook mensen met een hindoestaanse, islamitische of religieloze achtergrond. Ze voelen zich zo bij ons thuis dat ze bereid zijn een deel van hun tijd te geven aan ons werk in de wijk. Ze zijn door hun andere achtergrond wat ons betreft niet minder dan andere vrijwilligers. Terwijl ze weten dat wij het werk vanuit een christelijke inspiratie doen, zijn ze bereid met ons mee te werken. En wij zijn bereid hen niet telkens te bestoken met een bekeringsdrang, omdat ze wat ons betreft rustig mogen meedoen, meedraaien en meeluisteren. Dan zal God vanzelf wel in hun leven werken.
Doordat mensen zich thuis voelen, ontstaat er op een natuurlijke manier een nieuwe vorm van gemeenschap. Mensen zijn op elkaar betrokken, vullen elkaar aan, zorgen voor elkaar en dragen daadwerkelijke zorg voor de ander. Een gemeentelid dat in het ziekenhuis ligt, krijgt vrijwel dagelijks bezoek van andere leden. En elke keer als ik weer een gemeentelid tegenkom, willen ze graag weten hoe het met het medelid gaat.
Doordat mensen zich thuis voelen wordt gemeenschap soms breder ervaren dan wij van nature als christenen gewend zijn. De niet- of nog-niet-zo-gelovige bezoekers zijn net zo betrokken op de anderen als de gelovige bezoekers. Dat stelt ons voor interessante vragen als: wanneer is er sprake van christelijke gemeenschap? Wie hoort erbij en wie niet? Moeten we met lidmaatschap beginnen of juist niet?
Drempel
Dat ik deze vragen stel, laat zien dat ik geen antwoord heb op deze vragen. In sommige kerken is lidmaatschap heel duidelijk. Er zijn regels opgesteld voor wie wel en wie niet tot de gemeenschap behoren. Daarmee worden potentiële leden nog even buitengehouden totdat ze ‘zo ver’ zijn dat ze wel kunnen toetreden. Daarmee is duidelijkheid geschapen voor wie binnen en wie buiten zijn. Dat kan een drempel vormen voor mensen die zich graag willen aansluiten, maar nog niet zo ver zijn.
Als ik dan kijk naar Jezus’ gemeenschap met zijn discipelen, vraag ik mij af welk model het dichtst daarbij nadert. Hij nodigde mensen van divers allooi uit. Van vrome gelovigen tot zware heidenen. Die gingen met elkaar op pad om Jezus te volgen. Gedurende hun reis kwamen ze zichzelf regelmatig tegen. Af en toe was er een geweldige gelovige uitspraak, waarbij Jezus ongetwijfeld figuurlijk een sprong in de lucht deed. Waarna hij vervolgens weer met een plof op aarde kon terugkeren, of - nog dieper - hem de moed in de schoenen zonk, door een uitspraak, een vraag of een handeling van een geheel andere aard.
Is dat misschien wat Jezus bedoelde met het onkruid en het koren dat samen opgroeit? Het zou kunnen. Ik heb in ieder geval, om maar met diezelfde vergelijking door te gaan, wel in de afgelopen jaren veel vermeend onkruid zien veranderen in bruikbaar koren. God verandert mensen. Niet doordat wij eraan trekken, maar doordat mensen zich eerst bij ons thuis voelen en daarna bij Hem thuis komen.
zaterdag 4 juli 2009
missionair werk en Wilders III
In hoeverre is het voorgaande nu een antwoord op de PVV van Geert Wilders? Ik denk dat we op een aantal manieren een oplossing bieden voor de problemen die de PVV terecht aan de kaak stelt.
We willen hiermee laten zien dat het mogelijk is om als mensen samen met elkaar te leven. Dat moslims geen enge mensen zijn, maar mensen van vlees en bloed. Die hun eigen achtergrond meenemen en die we niet kunnen leren kennen dan als we direct met hen in contact komen.
We hebben in de wijk al enkele barrières moeten overwinnen om dit mogelijk te maken. Een wijkbewoner die de keuken beheert van het wijkcentrum moest aanvankelijk niets hebben van "die butenlenders" in "haar" keuken. Daar gaat het alleen van stinken. Ze is nu na enkele maanden toch positiever over "die mensen" en ziet dat niet alle moslims over een kant kunnen worden geschoren.
Door openlijk op te komen voor enerzijds de belangen van autochtone wijkbewoners, maar daarbij de balangen van andere wijkbewoners niet te ontkennen, is er al wat meer begrip gekomen voor elkaars belangen. Het is jammer dat niet op meer plekken mensen met elkaar werken en praten. Een van de klachten over regulier welzijnswerk is dat mensen in groepen bij elkaar worden gestopt. Dan is er een Turkse naaigroep, een Turkse vrouwengroep en nu ook een Turkse computerles. Dat zou veel meer gemengd kunnen worden.
Door in gesprek met moslims te komen, leren mensen elkaar kennen. Die moslim is geen enge persoon meer, maar wordt een vriend. Die enge Nederlander is geen vreemde meer, maar een goede kennis. We kunnen elkaar inmiddels vinden. Als ik een vraag heb over de Turkse cultuur of even vertaling nodig heb voor iemand die geen woord Nederlands spreekt of verstaat (wat ik overigens met man en macht afwijs: dat zou iedereen die in dit land leeft moeten kunnen!), weet ik wie ik kan bellen. Hetzelfde geldt voor mensen van een Marokkaanse, Iraakse, Iraanse of Afghaanse afkomst. Ik heb ook al regelmatig meegemaakt dat ik op straat werd toegezwaaid door een behoofddoekte vrouw die mij kende van de reis naar Oriëntalis. Daarmee worden we bekenden van elkaar die weten wat ze aan elkaar hebben.
Wat dit betreft heb ik het idee dat we nog maar aan het begin staan van wat nog meer mogelijk is in de wijk. Ideeën zat: een reis met moslims naar de synagoge, een multireligieuze gespreksgroep, aan de hand van een maaltijd een multicultureel gesprek over het leven van alledag. Ik ben hier dus niet bezig met een politieke oplossing. Daar is ons werk niet voor. Maar we bieden wel een begin van een maatschappelijke oplossing voor de problemen die de PVV ons schetst. Het kan zijn dat moslims daardoor milder komen te staan ten opzichte van de Nederlandse samenleving. Het kan ook zijn dat ze daardoor kritischer worden ten opzichte van de eigen geloofsbronnen, zoals de Koran. Dat heb ik echter niet voor ogen. Mijn wens is om vanuit respect en medemenselijkheid mensen te nemen zoals ze nu zijn. En met elkaar op weg te gaan, om samen te zien waar we uit komen.
We willen hiermee laten zien dat het mogelijk is om als mensen samen met elkaar te leven. Dat moslims geen enge mensen zijn, maar mensen van vlees en bloed. Die hun eigen achtergrond meenemen en die we niet kunnen leren kennen dan als we direct met hen in contact komen.
We hebben in de wijk al enkele barrières moeten overwinnen om dit mogelijk te maken. Een wijkbewoner die de keuken beheert van het wijkcentrum moest aanvankelijk niets hebben van "die butenlenders" in "haar" keuken. Daar gaat het alleen van stinken. Ze is nu na enkele maanden toch positiever over "die mensen" en ziet dat niet alle moslims over een kant kunnen worden geschoren.
Door openlijk op te komen voor enerzijds de belangen van autochtone wijkbewoners, maar daarbij de balangen van andere wijkbewoners niet te ontkennen, is er al wat meer begrip gekomen voor elkaars belangen. Het is jammer dat niet op meer plekken mensen met elkaar werken en praten. Een van de klachten over regulier welzijnswerk is dat mensen in groepen bij elkaar worden gestopt. Dan is er een Turkse naaigroep, een Turkse vrouwengroep en nu ook een Turkse computerles. Dat zou veel meer gemengd kunnen worden.
Door in gesprek met moslims te komen, leren mensen elkaar kennen. Die moslim is geen enge persoon meer, maar wordt een vriend. Die enge Nederlander is geen vreemde meer, maar een goede kennis. We kunnen elkaar inmiddels vinden. Als ik een vraag heb over de Turkse cultuur of even vertaling nodig heb voor iemand die geen woord Nederlands spreekt of verstaat (wat ik overigens met man en macht afwijs: dat zou iedereen die in dit land leeft moeten kunnen!), weet ik wie ik kan bellen. Hetzelfde geldt voor mensen van een Marokkaanse, Iraakse, Iraanse of Afghaanse afkomst. Ik heb ook al regelmatig meegemaakt dat ik op straat werd toegezwaaid door een behoofddoekte vrouw die mij kende van de reis naar Oriëntalis. Daarmee worden we bekenden van elkaar die weten wat ze aan elkaar hebben.
Wat dit betreft heb ik het idee dat we nog maar aan het begin staan van wat nog meer mogelijk is in de wijk. Ideeën zat: een reis met moslims naar de synagoge, een multireligieuze gespreksgroep, aan de hand van een maaltijd een multicultureel gesprek over het leven van alledag. Ik ben hier dus niet bezig met een politieke oplossing. Daar is ons werk niet voor. Maar we bieden wel een begin van een maatschappelijke oplossing voor de problemen die de PVV ons schetst. Het kan zijn dat moslims daardoor milder komen te staan ten opzichte van de Nederlandse samenleving. Het kan ook zijn dat ze daardoor kritischer worden ten opzichte van de eigen geloofsbronnen, zoals de Koran. Dat heb ik echter niet voor ogen. Mijn wens is om vanuit respect en medemenselijkheid mensen te nemen zoals ze nu zijn. En met elkaar op weg te gaan, om samen te zien waar we uit komen.
missionair werk en Wilders II
Het moet en kan ook anders, dachten we. Niet alleen langs elkaar leven, maar ook: leren met elkaar te leven.
Vanaf dag 1 van Villa Klarendal zijn we begonnen met maaltijden. Daarbij gaven we alle bezoekers ruimte om met ons mee te eten. En een keer per maand was er de mogelijkheid om eigen eten mee te nemen. Al snel kwamen enkele vrouwen met hoofddoeken om bij ons op bezoek. Ze vonden het prettig bij ons en bleven komen. In het begin zaten ze gescheiden aan tafels van de anderen. Doordat ze vaker kwamen, begonnen er gesprekken te ontstaan. Na verloop van tijd werd aan een jonge bezoeker gevraagd wat hij zo leuk vond aan Villa Klarendal. Zijn antwoord was dat hij het zo leuk vond om zijn Marokkaanse buurvrouw te ontmoeten zonder de bekende scheidingen die we in de buurten kennen en met haar te eten en te praten.
Goed, na verloop van tijd stopten de dames met het bezoeken van de brunch en viering. Maar het contact bleef. We hadden tijdens onze eerste kerstviering voor de Meiden Bijbel Club een stel meiden van Turkse, Marokkaanse en Koerdische afkomst op bezoek gehad. Dat resulteerde bijna op een handgemeen tussen de vaste bezoekstertjes van de club en deze groep. We moesten toen deze meiden buiten zetten, maar niet zonder de afspraak er nog eens over door te praten. Dat hebben we na verloop van tijd gedaan en daar zijn goede afspraken uit voort gekomen. Ruim een jaar later kwamen we deze meiden weer tegen en die vroegen ons of we een club voor ze konden organiseren. Na veel nadenken zijn we met die club, de Moslim Meiden Club, begonnen. Drie vrouwelijke werkers, waaronder een van de eerder genoemde vaste Marokkaanse bezoekers, begonnen met deze club. Het was een leuke club met veel mogelijkheden, die uiteindelijk een klein seizoen bij elkaar kwam.
Halverwege dat seizoen vroegen de ouders van deze meiden ons om een gesprek. Tijdens dat gesprek bleek dat zij behoefte hadden aan een club voor hun jongere kinderen. Na wat nadenken zijn we daar ingestapt. Aanvankelijk een "moslim kinder club". Niet lang daarna bleek dat de prinsen zich niet zo behoorlijk gedroegen. Dus is de kinder club omgedoopt in een moslim meisjes club (de M&M's). Die is nu aan het einde van zijn tweede seizoen en de berichten die ik er van terug hoor zijn heel positief.
Inmiddels is er ook al weer voor het tweede seizoen een Meiden Club voor middelbare scholieren geweest. Deze club bestond uit een mengsel van meiden met een Zuidamerikaanse en met een islamitische achtergrond. Op de een of andere manier bleken de meiden elkaar langzamerhand wel te gaan waarderen. Daardoor konden onderling allerlei leuke dingen worden gedaan. En was er geen sprake van scheiding tussen de ene en de andere groep.
Vorig jaar kregen we contact met een Turkse vrouwengroep in het wijkcentrum. Samen met hen hebben we een reis georganiseerd naar Orientalis (voorheen: Bijbels Openluchtmuseum). Daar is door project Kan Wel, en door mij hier en hier over geschreven. We wilden graag iets leren over elkaars cultuur, maar ook over hoe wij daar zelf in stonden. Door alle deelnemers werd dit als heel positief ervaren.
Een tijd geleden waren enkele bezoekers van Villa Klarendal zo enthousiast over het samen eten, dat ze me vroegen of we niet een kookclub samen met mensen uit andere culturen konden organiseren. Nadat ik dit idee met een werker had besproken, werd in november vorig jaar de "Landen Kook Club" gestart. Zie het artikel hierover in de wijkkrant Klarendal van januari 2009. Het werd een succes, waarbij kokers elkaar leerden kennen en waarderen en later voor grotere groepen wijkbewoners begonnen te koken. Zie ook het filmpje van RTV Arnhem hierover.
Vanaf dag 1 van Villa Klarendal zijn we begonnen met maaltijden. Daarbij gaven we alle bezoekers ruimte om met ons mee te eten. En een keer per maand was er de mogelijkheid om eigen eten mee te nemen. Al snel kwamen enkele vrouwen met hoofddoeken om bij ons op bezoek. Ze vonden het prettig bij ons en bleven komen. In het begin zaten ze gescheiden aan tafels van de anderen. Doordat ze vaker kwamen, begonnen er gesprekken te ontstaan. Na verloop van tijd werd aan een jonge bezoeker gevraagd wat hij zo leuk vond aan Villa Klarendal. Zijn antwoord was dat hij het zo leuk vond om zijn Marokkaanse buurvrouw te ontmoeten zonder de bekende scheidingen die we in de buurten kennen en met haar te eten en te praten.
Goed, na verloop van tijd stopten de dames met het bezoeken van de brunch en viering. Maar het contact bleef. We hadden tijdens onze eerste kerstviering voor de Meiden Bijbel Club een stel meiden van Turkse, Marokkaanse en Koerdische afkomst op bezoek gehad. Dat resulteerde bijna op een handgemeen tussen de vaste bezoekstertjes van de club en deze groep. We moesten toen deze meiden buiten zetten, maar niet zonder de afspraak er nog eens over door te praten. Dat hebben we na verloop van tijd gedaan en daar zijn goede afspraken uit voort gekomen. Ruim een jaar later kwamen we deze meiden weer tegen en die vroegen ons of we een club voor ze konden organiseren. Na veel nadenken zijn we met die club, de Moslim Meiden Club, begonnen. Drie vrouwelijke werkers, waaronder een van de eerder genoemde vaste Marokkaanse bezoekers, begonnen met deze club. Het was een leuke club met veel mogelijkheden, die uiteindelijk een klein seizoen bij elkaar kwam.
Halverwege dat seizoen vroegen de ouders van deze meiden ons om een gesprek. Tijdens dat gesprek bleek dat zij behoefte hadden aan een club voor hun jongere kinderen. Na wat nadenken zijn we daar ingestapt. Aanvankelijk een "moslim kinder club". Niet lang daarna bleek dat de prinsen zich niet zo behoorlijk gedroegen. Dus is de kinder club omgedoopt in een moslim meisjes club (de M&M's). Die is nu aan het einde van zijn tweede seizoen en de berichten die ik er van terug hoor zijn heel positief.
Inmiddels is er ook al weer voor het tweede seizoen een Meiden Club voor middelbare scholieren geweest. Deze club bestond uit een mengsel van meiden met een Zuidamerikaanse en met een islamitische achtergrond. Op de een of andere manier bleken de meiden elkaar langzamerhand wel te gaan waarderen. Daardoor konden onderling allerlei leuke dingen worden gedaan. En was er geen sprake van scheiding tussen de ene en de andere groep.
Vorig jaar kregen we contact met een Turkse vrouwengroep in het wijkcentrum. Samen met hen hebben we een reis georganiseerd naar Orientalis (voorheen: Bijbels Openluchtmuseum). Daar is door project Kan Wel, en door mij hier en hier over geschreven. We wilden graag iets leren over elkaars cultuur, maar ook over hoe wij daar zelf in stonden. Door alle deelnemers werd dit als heel positief ervaren.
Een tijd geleden waren enkele bezoekers van Villa Klarendal zo enthousiast over het samen eten, dat ze me vroegen of we niet een kookclub samen met mensen uit andere culturen konden organiseren. Nadat ik dit idee met een werker had besproken, werd in november vorig jaar de "Landen Kook Club" gestart. Zie het artikel hierover in de wijkkrant Klarendal van januari 2009. Het werd een succes, waarbij kokers elkaar leerden kennen en waarderen en later voor grotere groepen wijkbewoners begonnen te koken. Zie ook het filmpje van RTV Arnhem hierover.
missionair werk en Wilders I
Het moest er toch eens van komen. De man is voortdurend in het nieuws. Zijn politieke organisatie wint in polls terrein. Volgens de gegevens vooral in de prachtwijken, waarvan Klarendal er een is. Hoe valt dat te rijmen met het missionaire werk waar wij mee bezig zijn? Hoe gaan we om met opmerkingen die in de richting van de PVV gaan? Dat zijn vragen die mij bezig houden.
Ik ga hier niet een uitsluitend onderzoek houden naar de juistheid van de stellingen waar de PVV voor staat. Ik ga ook geen analyse aan naar de reden waarom in deze wijken de PVV zoveel winst boekt. Ik wil hier vooral vertellen wat wij tegenkomen en hoe we daar mee om gaan.
Allereerst constateer ik dat in de wijk vrij veel moslims wonen. Er wonen ook mensen van een andere achtergrond, maar de moslims vallen het meest op. Het grootste probleem in onze wijk is dat mensen van diverse achtergronden niet met elkaar, maar naast elkaar leven. Ze zien elkaar, ze horen elkaar, maar ze hebben geen echt contact met elkaar.
Wijkbewoners die van jongs af aan in de wijk wonen, de echte Klarendallers, vertellen ons regelmatig dat ze zich niet meer thuis voelen in hun eigen wijk. Het lijkt erop dat de wijk is overgenomen door "die buitenlanders". Voor een deel is dat begrijpelijk. De moslims vieren hun eigen feesten en doen dat over het algemeen niet alleen in huis. Dus op hoogtijdagen als het Suikerfeest, het Offerfeest of tijdens bruiloften is de hele straat in rep en roer van allerlei vrienden en familieleden die met elkaar, op zijn Turks of Marokkaans, feest vieren. Als je niet open staat voor andere culturen is dat bedreigend.
De moslims in onze wijk hebben een andere culturele achtergrond. Zij hebben echter ook een andere volksaard. Ze zijn snel emotioneel en het lijkt alsof ze zich dan niet kunnen inhouden. Een aantal keren heb ik oog in oog gestaan met woedende buren die kwaad waren over een mug waarvan ze een olifant maakten. De mug dreigde ook letterlijk uitgevochten te worden. Gelukkig heb ik dat, vredestichter (of angsthaas zo je wilt) als ik ben, altijd in de minne kunnen schikken. Maar voor buurtbewoners die niet gewend zijn om te praten, maar gelijk op de vuist te gaan, is dat bedreigend. Temeer, omdat de cultuur waar Turken en Marokkanen uit komen niet individualistisch, maar collectivistisch is. Met als gevolg dat als je ruzie hebt met een Turkse persoon, je al snel ruzie hebt met zijn hele familie. En dan spreek ik niet over een gezin van maximaal 4 personen!
Als dit de ervaring is van wijkbewoners met Turken en Marokkanen, is het grote gevaar om ze over een kam te scheren. Ik heb hierboven doelbewust de cultuur van deze bevolkingsgroepen gescheiden van de religieuze achtergrond. Maar voor mensen die daar geen zicht op hebben, is dat een pot nat. Dan krijgt de religieuze achtergrond - de islam - de schuld van de manier waarop mensen zich uiten.
Plagerijtjes, pesterijtjes, omgekeerde discriminatie om vervolgens voor discriminatie te worden uitgemaakt als je er wat van zegt, mensen die op een oneerlijke manier omgaan met de Nederlandse wetten en regels, mensen die in staat zijn als familieleden vrijwel naast elkaar te kunnen wonen, terwijl vrienden van ons in geen jaren in staat waren om in de wijk te komen wonen. Het zijn allemaal dingen die wij aan den lijve ervaren in onze contacten met mensen die een Turkse of Marokkaanse achtergrond hebben. Soms hebben wij ook tegen elkaar gezegd dat we spuugzat waren van die mensen. Soms zeiden we dat tegen maatschappelijk werkers van een allochtone afkomst. Die reageerden nogal lauw dat het "ook maar mensen waren" of schouderophalend niet wisten wat ze moesten zeggen. Dan ben je geneigd de kont tegen de krib te gooien en uit protest op Wilders' PVV te gaan stemmen.
Ik ga hier niet een uitsluitend onderzoek houden naar de juistheid van de stellingen waar de PVV voor staat. Ik ga ook geen analyse aan naar de reden waarom in deze wijken de PVV zoveel winst boekt. Ik wil hier vooral vertellen wat wij tegenkomen en hoe we daar mee om gaan.
Allereerst constateer ik dat in de wijk vrij veel moslims wonen. Er wonen ook mensen van een andere achtergrond, maar de moslims vallen het meest op. Het grootste probleem in onze wijk is dat mensen van diverse achtergronden niet met elkaar, maar naast elkaar leven. Ze zien elkaar, ze horen elkaar, maar ze hebben geen echt contact met elkaar.
Wijkbewoners die van jongs af aan in de wijk wonen, de echte Klarendallers, vertellen ons regelmatig dat ze zich niet meer thuis voelen in hun eigen wijk. Het lijkt erop dat de wijk is overgenomen door "die buitenlanders". Voor een deel is dat begrijpelijk. De moslims vieren hun eigen feesten en doen dat over het algemeen niet alleen in huis. Dus op hoogtijdagen als het Suikerfeest, het Offerfeest of tijdens bruiloften is de hele straat in rep en roer van allerlei vrienden en familieleden die met elkaar, op zijn Turks of Marokkaans, feest vieren. Als je niet open staat voor andere culturen is dat bedreigend.
De moslims in onze wijk hebben een andere culturele achtergrond. Zij hebben echter ook een andere volksaard. Ze zijn snel emotioneel en het lijkt alsof ze zich dan niet kunnen inhouden. Een aantal keren heb ik oog in oog gestaan met woedende buren die kwaad waren over een mug waarvan ze een olifant maakten. De mug dreigde ook letterlijk uitgevochten te worden. Gelukkig heb ik dat, vredestichter (of angsthaas zo je wilt) als ik ben, altijd in de minne kunnen schikken. Maar voor buurtbewoners die niet gewend zijn om te praten, maar gelijk op de vuist te gaan, is dat bedreigend. Temeer, omdat de cultuur waar Turken en Marokkanen uit komen niet individualistisch, maar collectivistisch is. Met als gevolg dat als je ruzie hebt met een Turkse persoon, je al snel ruzie hebt met zijn hele familie. En dan spreek ik niet over een gezin van maximaal 4 personen!
Als dit de ervaring is van wijkbewoners met Turken en Marokkanen, is het grote gevaar om ze over een kam te scheren. Ik heb hierboven doelbewust de cultuur van deze bevolkingsgroepen gescheiden van de religieuze achtergrond. Maar voor mensen die daar geen zicht op hebben, is dat een pot nat. Dan krijgt de religieuze achtergrond - de islam - de schuld van de manier waarop mensen zich uiten.
Plagerijtjes, pesterijtjes, omgekeerde discriminatie om vervolgens voor discriminatie te worden uitgemaakt als je er wat van zegt, mensen die op een oneerlijke manier omgaan met de Nederlandse wetten en regels, mensen die in staat zijn als familieleden vrijwel naast elkaar te kunnen wonen, terwijl vrienden van ons in geen jaren in staat waren om in de wijk te komen wonen. Het zijn allemaal dingen die wij aan den lijve ervaren in onze contacten met mensen die een Turkse of Marokkaanse achtergrond hebben. Soms hebben wij ook tegen elkaar gezegd dat we spuugzat waren van die mensen. Soms zeiden we dat tegen maatschappelijk werkers van een allochtone afkomst. Die reageerden nogal lauw dat het "ook maar mensen waren" of schouderophalend niet wisten wat ze moesten zeggen. Dan ben je geneigd de kont tegen de krib te gooien en uit protest op Wilders' PVV te gaan stemmen.
vrijdag 3 juli 2009
Vrijwilligers zijn betrokken
Elk halfjaar organiseren we binnen Villa Klarendal een vrijwilligersavond. Een avond waarop de betaalde medewerkers de vrijwilligers in het zonnetje zetten. Ik ben nog steeds een vrijwilliger, dus afgelopen woensdag kon ik met een gerust hart achterover zitten en genieten. Genieten van het lekkere eten en van de mensen om ons heen.
Vooral dat laatste doet me veel. Mensen die zich zeer betrokken voelen bij de Villa. We doen dit nu voor het vierde jaar. Dan kijk ik om me heen en zie veel verschuiving. Mensen zijn weer gegaan. Mensen zijn erbij gekomen.
Wat mij vooral goed doet is dat van de 20 mensen inmiddels 7 uit Klarendal zelf komen. Drie van hen waren er ook vorig jaar. Maar toen zaten zij in een hoekje achteraf, kijkend naar al het jonge grut dat zich als vrijwilliger ophield in het Klarendalse. Het meeste "grut" werd toen nog van buitenaf ingevlogen. Zowel qua wijk als van kerkelijke achtergrond.
De drie waren samen met de andere vier nu veel meer het middelpunt van de avond. Ook vier andere vrijwilligers zijn nog woonachtig in Klarendal of bezig daar naar toe te komen. Dat vond ik dus echt kicken. We hebben van tevoren bedacht dat mensen die met ons zouden optrekken ook langzamerhand meer in ons werk zouden gaan doen. Dat hebben we geweten. Nu zijn ze onze boodschappers, tafel dekkers, brood brengers, wassers, salade-makers, workshop-gevers, eetgroepondersteuners en koffieochtend-werkers. De meesten denken ook mee over de toekomst van de Villa. En enkelen regelen samen de maaltijden voor de maandelijkse diners.
Wat daarbij ook interessant is, is dat twee van deze vrijwilligers geen christelijke achtergrond hebben en op dit moment nog niet van zins zijn om dat te veranderen. Tegelijkertijd voelen ze zich met hun eigen achtergrond helemaal thuis in de Villa. Kijk, dan komen we dicht bij waar we willen zijn. Een open huis waarin mensen zich thuis voelen. We bieden ruimte om meer over het geloof te leren kennen. Maar we geven ook ruimte als mensen daar niets over willen weten.
Zo kan ik genieten van de mensen om me heen. En genieten van de vreugde die ze hebben over hun thuis. De Villa is een warm thuis geworden. Een familie waar je bij hoort. De teamleider gaf iedereen een kadootje om uit te pakken. Iedereen kreeg een schaakstuk. We zijn allemaal deel van het spel. De een als pion, de ander als loper, de ander als koning of koningin. Maar binnen het spel dat Villa Klarendal heet, zijn we allemaal belangrijk. Ieder mag op zijn plaats zijn eigen zetten doen.
En zo mogen we langzaam maar zeker samen verder komen in het spel. Totdat onze tegenstander in deze wijk volledig schaakmat is gezet. Ik vrees dat dat nog wel even zal duren. Maar ondertussen zie ik uit naar de nieuwe mensen die we mogen meenemen om deel te nemen aan onze kant van het spel.
Vooral dat laatste doet me veel. Mensen die zich zeer betrokken voelen bij de Villa. We doen dit nu voor het vierde jaar. Dan kijk ik om me heen en zie veel verschuiving. Mensen zijn weer gegaan. Mensen zijn erbij gekomen.
Wat mij vooral goed doet is dat van de 20 mensen inmiddels 7 uit Klarendal zelf komen. Drie van hen waren er ook vorig jaar. Maar toen zaten zij in een hoekje achteraf, kijkend naar al het jonge grut dat zich als vrijwilliger ophield in het Klarendalse. Het meeste "grut" werd toen nog van buitenaf ingevlogen. Zowel qua wijk als van kerkelijke achtergrond.
De drie waren samen met de andere vier nu veel meer het middelpunt van de avond. Ook vier andere vrijwilligers zijn nog woonachtig in Klarendal of bezig daar naar toe te komen. Dat vond ik dus echt kicken. We hebben van tevoren bedacht dat mensen die met ons zouden optrekken ook langzamerhand meer in ons werk zouden gaan doen. Dat hebben we geweten. Nu zijn ze onze boodschappers, tafel dekkers, brood brengers, wassers, salade-makers, workshop-gevers, eetgroepondersteuners en koffieochtend-werkers. De meesten denken ook mee over de toekomst van de Villa. En enkelen regelen samen de maaltijden voor de maandelijkse diners.
Wat daarbij ook interessant is, is dat twee van deze vrijwilligers geen christelijke achtergrond hebben en op dit moment nog niet van zins zijn om dat te veranderen. Tegelijkertijd voelen ze zich met hun eigen achtergrond helemaal thuis in de Villa. Kijk, dan komen we dicht bij waar we willen zijn. Een open huis waarin mensen zich thuis voelen. We bieden ruimte om meer over het geloof te leren kennen. Maar we geven ook ruimte als mensen daar niets over willen weten.
Zo kan ik genieten van de mensen om me heen. En genieten van de vreugde die ze hebben over hun thuis. De Villa is een warm thuis geworden. Een familie waar je bij hoort. De teamleider gaf iedereen een kadootje om uit te pakken. Iedereen kreeg een schaakstuk. We zijn allemaal deel van het spel. De een als pion, de ander als loper, de ander als koning of koningin. Maar binnen het spel dat Villa Klarendal heet, zijn we allemaal belangrijk. Ieder mag op zijn plaats zijn eigen zetten doen.
En zo mogen we langzaam maar zeker samen verder komen in het spel. Totdat onze tegenstander in deze wijk volledig schaakmat is gezet. Ik vrees dat dat nog wel even zal duren. Maar ondertussen zie ik uit naar de nieuwe mensen die we mogen meenemen om deel te nemen aan onze kant van het spel.
dinsdag 16 juni 2009
Friesch Dagblad Column 8: Humor
Mijn volgende column is te bewonderen in het Friesch Dagblad vandaag. Maar natuurlijk gewoontegetrouw ook hier door te lezen.
Humor is een geweldig en door christenen te veel vergeten middel
'Lachen is gezond', ‘Een vrolijk hart brengt een lach op het gezicht, een verdrietig hart pijnigt de geest’ en ‘Een vrolijk hart bevordert een goede gezondheid, een sombere geest verzwakt het lichaam’.
Drie spreuken die gaan over het belang van lachen en humor. Om ons heen is het soms kommer en kwel en lijkt het alsof iedereen problemen heeft. De kredietcrisis grijpt om zich heen en het Journaal pepert het ons allemaal nog even extra in. Het is een moeilijke tijd en daar moeten we vooral van doordrongen zijn.
Juist in deze tijd zoeken mensen naar enige ontspanning uit de druk van de tijd. Ze kijken op televisie vooral naar ontspannende programma’s. Er komen nieuwe tv-kanalen als Comedy Channel bij. We hebben even tijd voor de noodzakelijke verlichting nodig en komen tot rust bij die lachwekkende programma’s.
Wijsvinger
Christenen vragen zich soms af waarom hun medelanders nu juist naar dat soort afleiding zoeken en niet verder zoeken dan hun afleidende neus lang is. Met een figuurlijke priemende wijsvinger spreken ze smalend over ‘het volk dat alleen brood en spelen wil’. Om vervolgens de games, de spelletjes, de kluchten of de showprogramma’s af te doen als nietszeggend en onnuttig.
Gelovigen wijzen echter op een splinter, terwijl ze een balk in het eigen oog hebben als hen een humoristische spiegel wordt voor gehouden. Dan is alles ach en wee. Want die ongelovigen spreken beledigend over het eigen geloof. Om vervolgens al verdedigend tot aan de hoogste rechter het eigen gelijk over het recht om beledigd te mogen zijn te behalen.
Wat is Theo van Gogh toen hij nog leefde vaak door christenen verguisd om zijn afschuwwekkende uitspraken over Jezus. Hoezeer hebben christenen zich geërgerd over toneelstukken waarin God als een ezel werd voorgesteld. Om dan maar niet te spreken over spotprenten waarin de christelijke religie openlijk werd bespot.
Is humor niet juist een geweldig en door christenen te veel vergeten middel? Om anderen iets te leren. Maar ook om onszelf een spiegel voor te houden. Sommige geloven staan bekend om hun kunst van zelfspot. Sommige joodse groepen kennen een geweldige humor waarin het eigen leven van een lachwekkend randje wordt voorzien. Een gezond en volwassen geloof is het geloof dat zichzelf van een afstandje durft te bezien en daarvan de humor inziet.
Luisteren naar de spot en satire over het geloof is van zoveel meer waarde. Want over
het algemeen heeft die spot niet de kern van het geloof op het oog, maar de uitingen daarvan. De menselijke kant van de religie, waar helaas, naast veel goeds, heel veel kwaads uit is voort gekomen.
Synodes
De positie van pastores en dominees, kerkenraden en synodes, of de behandeling van vraagstukken die zover van de vragen van deze tijd af staan dat een buitenstaander niet anders kan doen dan er met grote vraagtekens een spottende satire over te houden.
Tegenover een volwassen geloof dat zichzelf met humor van een afstandje kan bezien, staat een angstig, onzeker, naar emancipatie smachtend geloof dat door achterstand allerlei wegen aangrijpt om maar te bewijzen dat het eigen geloof het enig ware geloof is. Waarin men ter verdediging al snel in fundamentalisme vervalt, dat alleen maar hamert, eist, verwacht, of in het slechtste geval terroriseert, zonder ook maar een vleugje van zelfspot.
Dan denken we al snel aan die terroristen die er alles voor over hebben om hun gelijk te halen, zelfs hun eigen leven. Want die zijn fanatiek en eng. Nu zie ik christenen niet als terroristen, maar een geloof waarin de humor wordt uitgebannen als een nietszeggende of onnodige bezigheid, loopt al snel het gevaar een enghartige religie te worden.
‘Een vrolijk hart bevordert een goede gezondheid’. Wat zou er gebeuren als christenen het vrolijke hart niet alleen met de mond - als zondaar met hele noten of handuitstrekkend met praise - belijden, maar daadwerkelijk gaan beleven en uitleven in het leven rondom hen heen. Ik zou zo zeggen: ‘Laat ze eens lachen!’ En lach dan vooral om uzelf!
Humor is een geweldig en door christenen te veel vergeten middel
'Lachen is gezond', ‘Een vrolijk hart brengt een lach op het gezicht, een verdrietig hart pijnigt de geest’ en ‘Een vrolijk hart bevordert een goede gezondheid, een sombere geest verzwakt het lichaam’.
Drie spreuken die gaan over het belang van lachen en humor. Om ons heen is het soms kommer en kwel en lijkt het alsof iedereen problemen heeft. De kredietcrisis grijpt om zich heen en het Journaal pepert het ons allemaal nog even extra in. Het is een moeilijke tijd en daar moeten we vooral van doordrongen zijn.
Juist in deze tijd zoeken mensen naar enige ontspanning uit de druk van de tijd. Ze kijken op televisie vooral naar ontspannende programma’s. Er komen nieuwe tv-kanalen als Comedy Channel bij. We hebben even tijd voor de noodzakelijke verlichting nodig en komen tot rust bij die lachwekkende programma’s.
Wijsvinger
Christenen vragen zich soms af waarom hun medelanders nu juist naar dat soort afleiding zoeken en niet verder zoeken dan hun afleidende neus lang is. Met een figuurlijke priemende wijsvinger spreken ze smalend over ‘het volk dat alleen brood en spelen wil’. Om vervolgens de games, de spelletjes, de kluchten of de showprogramma’s af te doen als nietszeggend en onnuttig.
Gelovigen wijzen echter op een splinter, terwijl ze een balk in het eigen oog hebben als hen een humoristische spiegel wordt voor gehouden. Dan is alles ach en wee. Want die ongelovigen spreken beledigend over het eigen geloof. Om vervolgens al verdedigend tot aan de hoogste rechter het eigen gelijk over het recht om beledigd te mogen zijn te behalen.
Wat is Theo van Gogh toen hij nog leefde vaak door christenen verguisd om zijn afschuwwekkende uitspraken over Jezus. Hoezeer hebben christenen zich geërgerd over toneelstukken waarin God als een ezel werd voorgesteld. Om dan maar niet te spreken over spotprenten waarin de christelijke religie openlijk werd bespot.
Is humor niet juist een geweldig en door christenen te veel vergeten middel? Om anderen iets te leren. Maar ook om onszelf een spiegel voor te houden. Sommige geloven staan bekend om hun kunst van zelfspot. Sommige joodse groepen kennen een geweldige humor waarin het eigen leven van een lachwekkend randje wordt voorzien. Een gezond en volwassen geloof is het geloof dat zichzelf van een afstandje durft te bezien en daarvan de humor inziet.
Luisteren naar de spot en satire over het geloof is van zoveel meer waarde. Want over
het algemeen heeft die spot niet de kern van het geloof op het oog, maar de uitingen daarvan. De menselijke kant van de religie, waar helaas, naast veel goeds, heel veel kwaads uit is voort gekomen.
Synodes
De positie van pastores en dominees, kerkenraden en synodes, of de behandeling van vraagstukken die zover van de vragen van deze tijd af staan dat een buitenstaander niet anders kan doen dan er met grote vraagtekens een spottende satire over te houden.
Tegenover een volwassen geloof dat zichzelf met humor van een afstandje kan bezien, staat een angstig, onzeker, naar emancipatie smachtend geloof dat door achterstand allerlei wegen aangrijpt om maar te bewijzen dat het eigen geloof het enig ware geloof is. Waarin men ter verdediging al snel in fundamentalisme vervalt, dat alleen maar hamert, eist, verwacht, of in het slechtste geval terroriseert, zonder ook maar een vleugje van zelfspot.
Dan denken we al snel aan die terroristen die er alles voor over hebben om hun gelijk te halen, zelfs hun eigen leven. Want die zijn fanatiek en eng. Nu zie ik christenen niet als terroristen, maar een geloof waarin de humor wordt uitgebannen als een nietszeggende of onnodige bezigheid, loopt al snel het gevaar een enghartige religie te worden.
‘Een vrolijk hart bevordert een goede gezondheid’. Wat zou er gebeuren als christenen het vrolijke hart niet alleen met de mond - als zondaar met hele noten of handuitstrekkend met praise - belijden, maar daadwerkelijk gaan beleven en uitleven in het leven rondom hen heen. Ik zou zo zeggen: ‘Laat ze eens lachen!’ En lach dan vooral om uzelf!
zondag 14 juni 2009
Rondwandeling door Klarendal
Gisteren heb ik met Paul Abspoel een middag uitgetrokken om samen door mijn wijk Klarendal te lopen en te praten over de visie die wij hebben voor onze wijk.
Van tevoren even lekker koffie drinken in Villa Klarendal en dan er op uit om een sightseeing door deze mooie wijk te maken. Gelukkig was het een mooie dag en dan heb je de zonnige kant van de mensen mee. En dat hebben we geweten...
Stop nummer een was onze Sint Janskerk, een mooie kerk die beeldbepalend is in de wijk. Voordat ik het wist, stonden we in de kerk te praten met de koster die niet-zo-wijkgericht is als ik getuige het feit dat ze in Twello woont en niet in de wijk.
We stappen de kerk uit en worden van veraf begroet door andere bekenden van me die wel echt in de wijk wonen en het laten zien met het biertje in de hand voor hun huis. Een van hen verhaalt hoe God in zijn leven werkt.
Een klein kwartiertje vol gesprek over deze mooie wijk lopen we verder door de wijk en komen op een gegeven moment vermoeid door de zware stappen omhoog (ja, het gaat hier echt steil omhoog!) bij een snackbar aan. De eigenaar is genegen voor een gesprek terwijl wij ons ijsje opeten. Over multiculturaliteit en oorlog.
We lopen weer verder en komen terecht bij de mooie speeltuin De Leuke Linde. Waarempel weer een gesprek met een oud-raadslid dat deze speeltuin heeft helpen opbouwen en daarvoor afspraken heeft gemaakt met de joodse gemeenschap om de begraafplaats alleen te overdekken met gras. De kinderen spelen dus op de graven van de overleden joden. Gelukkig dat niet iedereen dat weet.
We eindigen bij restaurant Goed Proeven waar we de titel aan ons lichaam laten gebeuren met een Palmpje. Het tweede wordt ons aangeboden door een gezin met wie we al relaxend aan de praat raken en waar het gaat over opvoeden en mooie mensen.
Klarendal heeft zich gisteren weer van zijn goede kant laten zien. Ze heeft bevestigd wat ik altijd over de wijk gezegd. Het is een mooie wijk met mooie mensen! Ik voel me er thuis en mag af en toe wat mee geven. Maar net zo vaak krijg ik er ook weer wat van terug. Dat was gisteren weer zo heerlijk het geval.
Paul heeft inmiddels zijn kant van de wandeling beschreven in twee stukjes. Lees ze hier (deel 1) en hier (deel 2). Bekijk ook de fotoblog die hij heeft gemaakt.
Van tevoren even lekker koffie drinken in Villa Klarendal en dan er op uit om een sightseeing door deze mooie wijk te maken. Gelukkig was het een mooie dag en dan heb je de zonnige kant van de mensen mee. En dat hebben we geweten...
Stop nummer een was onze Sint Janskerk, een mooie kerk die beeldbepalend is in de wijk. Voordat ik het wist, stonden we in de kerk te praten met de koster die niet-zo-wijkgericht is als ik getuige het feit dat ze in Twello woont en niet in de wijk.
We stappen de kerk uit en worden van veraf begroet door andere bekenden van me die wel echt in de wijk wonen en het laten zien met het biertje in de hand voor hun huis. Een van hen verhaalt hoe God in zijn leven werkt.
Een klein kwartiertje vol gesprek over deze mooie wijk lopen we verder door de wijk en komen op een gegeven moment vermoeid door de zware stappen omhoog (ja, het gaat hier echt steil omhoog!) bij een snackbar aan. De eigenaar is genegen voor een gesprek terwijl wij ons ijsje opeten. Over multiculturaliteit en oorlog.
We lopen weer verder en komen terecht bij de mooie speeltuin De Leuke Linde. Waarempel weer een gesprek met een oud-raadslid dat deze speeltuin heeft helpen opbouwen en daarvoor afspraken heeft gemaakt met de joodse gemeenschap om de begraafplaats alleen te overdekken met gras. De kinderen spelen dus op de graven van de overleden joden. Gelukkig dat niet iedereen dat weet.
We eindigen bij restaurant Goed Proeven waar we de titel aan ons lichaam laten gebeuren met een Palmpje. Het tweede wordt ons aangeboden door een gezin met wie we al relaxend aan de praat raken en waar het gaat over opvoeden en mooie mensen.
Klarendal heeft zich gisteren weer van zijn goede kant laten zien. Ze heeft bevestigd wat ik altijd over de wijk gezegd. Het is een mooie wijk met mooie mensen! Ik voel me er thuis en mag af en toe wat mee geven. Maar net zo vaak krijg ik er ook weer wat van terug. Dat was gisteren weer zo heerlijk het geval.
Paul heeft inmiddels zijn kant van de wandeling beschreven in twee stukjes. Lees ze hier (deel 1) en hier (deel 2). Bekijk ook de fotoblog die hij heeft gemaakt.
maandag 1 juni 2009
belong-believe-behave
Ik ben langzamerhand de weg opgegaan waarin ik mensen van harte verwelkom die nog helemaal niet geloven en zich daar ook niet naar gedragen. We komen allerlei prachtige mensen tegen.
Soms wordt ons systeem echter mooi omgegooid door onverwachte omstandigheden. Mensen die zich nogal uitzonderlijk gedragen door bijvoorbeeld uitgesproken hebberigheid, of een alles-voor-zichzelf mentaliteit.
We zitten gezellig aan tafel en iemand neemt een brood. Vervolgens wordt de jampot gepakt en daaruit een behoorlijke klodder op het broodje gesmeerd waardoor het broodje wordt omgetoverd tot een fraai taartje. De mensen rondom kijken de ogen uit.
Tijdens een diner scheppen enkele mensen hun bord zodanig vol dat het eten er bijna van af valt.
Nog voordat de laatsten beginnen aan het opscheppen van de maaltijd, staan er al weer mensen in de rij die zich voordringen om hun tweede ronde op te scheppen.
Iemand komt om kwart voor elf met een zeer geërgerd gezicht binnen, schuift aan tafel, snauwt naar een ander waarom het eten nog niet begint en eist zijn koffie voor zich op. Als een ander iets zegt van de gedragingen voelt de persoon zich zeer gepikeerd, pakt brood en beleg en begint ongegeneerd met eten, terwijl de maaltijd nog niet is begonnen.
Zomaar een aantal voorbeelden van de afgelopen maanden van mensen die zich bij ons thuis voelen. Vraag is of dat thuis zijn gepaard mag gaan met een ongeregeld leven zonder enige regels, of dat we toch paal en perk mogen stellen aan de mensen die komen. Oftewel: mogen we van mensen die zich thuis voelen een bepaalde vorm van fatsoen verwachten?
Dat lijkt me wel. Anders kan iedereen maar aanmodderen en wordt een brunch en viering of welke activiteit dan ook wordt georganiseerd een ongeregeld zooitje. Daarmee loop ik wel tegen de driedeling belong-believe-behave aan. Want van sommigen die zich bij ons thuis voelen (= belong), maar nog niet geloven (= believe) vragen we wel zich te houden aan bepaalde fatsoensnormen of door ons opgestelde regels (= behave). Waardoor we de lijn krijgen dat van sommige mensen de driedeling belong-behave-believe mag worden verwacht. Doordat ze zich thuis voelen, mogen ze zich houden aan de regels die thuis hanteert. Voor sommigen zullen die regels de weg naar het geloof doorkruisen. Zeker als we mensen de wacht aanzeggen als ze zich moedwillig niet willen gedragen in gezelschap van andere huisgenoten.
Maar goed, dan geven we prioriteit aan die andere huisgenoten en hopen en bidden dat er een tijd komt dat diegene tot inkeer komt en toch terugkomt om zich aan te passen aan de regels van het huis.
Soms wordt ons systeem echter mooi omgegooid door onverwachte omstandigheden. Mensen die zich nogal uitzonderlijk gedragen door bijvoorbeeld uitgesproken hebberigheid, of een alles-voor-zichzelf mentaliteit.
We zitten gezellig aan tafel en iemand neemt een brood. Vervolgens wordt de jampot gepakt en daaruit een behoorlijke klodder op het broodje gesmeerd waardoor het broodje wordt omgetoverd tot een fraai taartje. De mensen rondom kijken de ogen uit.
Tijdens een diner scheppen enkele mensen hun bord zodanig vol dat het eten er bijna van af valt.
Nog voordat de laatsten beginnen aan het opscheppen van de maaltijd, staan er al weer mensen in de rij die zich voordringen om hun tweede ronde op te scheppen.
Iemand komt om kwart voor elf met een zeer geërgerd gezicht binnen, schuift aan tafel, snauwt naar een ander waarom het eten nog niet begint en eist zijn koffie voor zich op. Als een ander iets zegt van de gedragingen voelt de persoon zich zeer gepikeerd, pakt brood en beleg en begint ongegeneerd met eten, terwijl de maaltijd nog niet is begonnen.
Zomaar een aantal voorbeelden van de afgelopen maanden van mensen die zich bij ons thuis voelen. Vraag is of dat thuis zijn gepaard mag gaan met een ongeregeld leven zonder enige regels, of dat we toch paal en perk mogen stellen aan de mensen die komen. Oftewel: mogen we van mensen die zich thuis voelen een bepaalde vorm van fatsoen verwachten?
Dat lijkt me wel. Anders kan iedereen maar aanmodderen en wordt een brunch en viering of welke activiteit dan ook wordt georganiseerd een ongeregeld zooitje. Daarmee loop ik wel tegen de driedeling belong-believe-behave aan. Want van sommigen die zich bij ons thuis voelen (= belong), maar nog niet geloven (= believe) vragen we wel zich te houden aan bepaalde fatsoensnormen of door ons opgestelde regels (= behave). Waardoor we de lijn krijgen dat van sommige mensen de driedeling belong-behave-believe mag worden verwacht. Doordat ze zich thuis voelen, mogen ze zich houden aan de regels die thuis hanteert. Voor sommigen zullen die regels de weg naar het geloof doorkruisen. Zeker als we mensen de wacht aanzeggen als ze zich moedwillig niet willen gedragen in gezelschap van andere huisgenoten.
Maar goed, dan geven we prioriteit aan die andere huisgenoten en hopen en bidden dat er een tijd komt dat diegene tot inkeer komt en toch terugkomt om zich aan te passen aan de regels van het huis.
zaterdag 30 mei 2009
In gesprek
Zaterdag is altijd zo'n mooie dag om even te reflecteren. Wat is er nou die week weer allemaal gebeurd.
Een van de dingen die ik deze week weer zo leuk vond was om regelmatig in gesprek te zijn. Niet datgene waardoor een ander je niet kan bereiken, maar juist met de ander in contact zijn.
Dinsdagavond bestaat ons leven 's avonds uit het lesgeven, dat steevast met een kwartiertje tot een halfuurtje uitwisselen leidt. Uitwisselen over wat er weer eens is gebeurd. Het leek vrij rustig te beginnen, totdat een cursist van maandag (een cursus die Aneta alleen doet) binnenstapte. Die zat op haar praatstoel, waardoor het gesprek over het halfuurtje heen ging. En ze deelde het een en ander over haar leven.
Woensdagavond is inmiddels een keer per twee weken ingeruimd voor een huisgroep bij ons aan huis. Begint eerst met een maaltijd met onze stagiaire, waarbij we samen lekker diep in gesprek gaan. De avond kwamen we maar niet uitgesproken. Wijzelf, de stagiaire, twee nieuwe medewerkers en vier vaste bezoekers. Diep gaan over wat de Heilige Geest voor ons betekent. Woorden als groei, blijdschap en vrijheid gingen over tafel. En we ervoeren dat het geen sociaal wenselijke antwoorden waren. Maar het ging ook over ergernissen tijdens de afgelopen brunch. En over hoe je daar als christen op kunt reageren. Dat ging nogal diep en daardoor werd het zeer persoonlijk. Ook al ging het om een nogal hilarisch onderwerp waar we eigenlijk allemaal wel de humor van inzagen gezien de vele lachsalvo's van de avond. Na het lange gesprek was het tijd afscheid te nemen van de jaarstagiaire die per 1 juni bij ons stopt. Ook weer met een lach en een traan, maar nu gepaard gaande met een CD en een ander afscheidscadeautje.
Donderdag kwam tijdens een uitgebreidere lunchpauze van het werk een interviewster langs die me dinsdag had gevraagd of ik een interview wilde afnemen over Emerging Church. Na wat afstemming met wat vrienden in het Emerging Netwerk, nam ik de vraag aan en zijn we driekwartier in gesprek geraakt met de microfoon onder de neus. Het blijft een onding voor een goed gesprek, maar volgens mij is het er wel uitgekomen. Soms denk ik wel: hoe komt dit over, maar dat laat ik aan de goede luisteraar over.
Vrijdag eerst weer computerles, waar we nu weer twee vaste cursisten hebben. De cursist die vorige week in tranen binnenkwam, omdat ze niets kon onthouden vertelde nu trots dat ze er toch steeds meer van begrijpt. Met een extra complimentje begon ze helemaal te gloeien. Toch wel jammer dat mensen van de leeftijd van mijn moeder nog dergelijke onzekerheden bezitten dat ze die complimenten van mensen in de leeftijd van hun kinderen nodig hebben. Maar ze was wel eerlijk dat ze het even niet zag zitten. Dan ben je wel in gesprek, zij het op een ander level.
En toen de Voedselbank. op een gegeven moment zaten we met negen mensen om de tafel. Grotendeels afnemers die even verhaal willen halen, maar ook enkelen die inmiddels weet dat wij hier wekelijks zijn, vast bezoeker zijn bij de Villa en/of cursist bij de computerles en even een bakje komen doen. De vrouw op de praatstoel van dinsdag (die van maandag overkomt) was er nu ook weer. Ik heb haar later uitgenodigd voor de brunch en viering, waar ze graag naar toe wil komen. Het hilarische onderwerp van woensdag kwam ook weer over tafel. Met dezelfde lachsalvo's erbij.
Ja, we zijn in de wijk op allerlei manieren met mensen in gesprek zijn. Het gaat ons dan ook niet alleen om dat ene moment van de zondag. Dat is een mooi ijkmoment waarin we tijdens het eten elkaar de verhalen van de week vertellen. Die verhalen nemen we mee naar de viering, wanneer we daarover in gesprek gaan met onze Vriend en Heer. Maar het verhaal krijgt een vervolg tijdens computerles, huisgroep of Voedselbank. Of zelfs midden op straat.
Mensen op zoek naar een luisterend oor. Mensen op zoek naar een plek om echte gemeenschap te ervaren. Daarbij gaat het niet om de fysieke plek, maar om de mensen met wie je het beleeft. Mensen lopen vaak door onze activiteiten heen. We hebben nauw contact met de mensen die de huisgroep bezoeken. Dat zien we als een van onze kernmomenten met hen. Maar we komen ze op de brunch en viering en bij de Voedselbank als medewerker of afnemer ook weer tegen. En op dat moment is er gelukkig geen verschil tussen wie medewerker of afnemer is. Behalve natuurlijk als men onverhoopt een keer misbruik van de relaties probeert te maken. Maar dat is gelukkig slechts sporadisch voorgekomen. Dan moet duidelijk worden gemaakt dat ze weliswaar de zelfde personen voor zich hebben, maar dat die personen toch ook weer een andere rol hebben dan op die andere momenten.
Afijn, we zijn op allerlei niveaus en met verschillende mensen in gesprek. Dat is maar wat ik wilde vertellen. En dat dit gesprek niet beperkt blijft tot twee uurtjes op de eerste dag in de week, maar door de week heen door gaat. Waardoor het christelijke woord gemeenschap een andere dimensie krijgt. Ook met de nog niet-zo-christelijke mensen. In een woord: heerlijk!
Een van de dingen die ik deze week weer zo leuk vond was om regelmatig in gesprek te zijn. Niet datgene waardoor een ander je niet kan bereiken, maar juist met de ander in contact zijn.
Dinsdagavond bestaat ons leven 's avonds uit het lesgeven, dat steevast met een kwartiertje tot een halfuurtje uitwisselen leidt. Uitwisselen over wat er weer eens is gebeurd. Het leek vrij rustig te beginnen, totdat een cursist van maandag (een cursus die Aneta alleen doet) binnenstapte. Die zat op haar praatstoel, waardoor het gesprek over het halfuurtje heen ging. En ze deelde het een en ander over haar leven.
Woensdagavond is inmiddels een keer per twee weken ingeruimd voor een huisgroep bij ons aan huis. Begint eerst met een maaltijd met onze stagiaire, waarbij we samen lekker diep in gesprek gaan. De avond kwamen we maar niet uitgesproken. Wijzelf, de stagiaire, twee nieuwe medewerkers en vier vaste bezoekers. Diep gaan over wat de Heilige Geest voor ons betekent. Woorden als groei, blijdschap en vrijheid gingen over tafel. En we ervoeren dat het geen sociaal wenselijke antwoorden waren. Maar het ging ook over ergernissen tijdens de afgelopen brunch. En over hoe je daar als christen op kunt reageren. Dat ging nogal diep en daardoor werd het zeer persoonlijk. Ook al ging het om een nogal hilarisch onderwerp waar we eigenlijk allemaal wel de humor van inzagen gezien de vele lachsalvo's van de avond. Na het lange gesprek was het tijd afscheid te nemen van de jaarstagiaire die per 1 juni bij ons stopt. Ook weer met een lach en een traan, maar nu gepaard gaande met een CD en een ander afscheidscadeautje.
Donderdag kwam tijdens een uitgebreidere lunchpauze van het werk een interviewster langs die me dinsdag had gevraagd of ik een interview wilde afnemen over Emerging Church. Na wat afstemming met wat vrienden in het Emerging Netwerk, nam ik de vraag aan en zijn we driekwartier in gesprek geraakt met de microfoon onder de neus. Het blijft een onding voor een goed gesprek, maar volgens mij is het er wel uitgekomen. Soms denk ik wel: hoe komt dit over, maar dat laat ik aan de goede luisteraar over.
Vrijdag eerst weer computerles, waar we nu weer twee vaste cursisten hebben. De cursist die vorige week in tranen binnenkwam, omdat ze niets kon onthouden vertelde nu trots dat ze er toch steeds meer van begrijpt. Met een extra complimentje begon ze helemaal te gloeien. Toch wel jammer dat mensen van de leeftijd van mijn moeder nog dergelijke onzekerheden bezitten dat ze die complimenten van mensen in de leeftijd van hun kinderen nodig hebben. Maar ze was wel eerlijk dat ze het even niet zag zitten. Dan ben je wel in gesprek, zij het op een ander level.
En toen de Voedselbank. op een gegeven moment zaten we met negen mensen om de tafel. Grotendeels afnemers die even verhaal willen halen, maar ook enkelen die inmiddels weet dat wij hier wekelijks zijn, vast bezoeker zijn bij de Villa en/of cursist bij de computerles en even een bakje komen doen. De vrouw op de praatstoel van dinsdag (die van maandag overkomt) was er nu ook weer. Ik heb haar later uitgenodigd voor de brunch en viering, waar ze graag naar toe wil komen. Het hilarische onderwerp van woensdag kwam ook weer over tafel. Met dezelfde lachsalvo's erbij.
Ja, we zijn in de wijk op allerlei manieren met mensen in gesprek zijn. Het gaat ons dan ook niet alleen om dat ene moment van de zondag. Dat is een mooi ijkmoment waarin we tijdens het eten elkaar de verhalen van de week vertellen. Die verhalen nemen we mee naar de viering, wanneer we daarover in gesprek gaan met onze Vriend en Heer. Maar het verhaal krijgt een vervolg tijdens computerles, huisgroep of Voedselbank. Of zelfs midden op straat.
Mensen op zoek naar een luisterend oor. Mensen op zoek naar een plek om echte gemeenschap te ervaren. Daarbij gaat het niet om de fysieke plek, maar om de mensen met wie je het beleeft. Mensen lopen vaak door onze activiteiten heen. We hebben nauw contact met de mensen die de huisgroep bezoeken. Dat zien we als een van onze kernmomenten met hen. Maar we komen ze op de brunch en viering en bij de Voedselbank als medewerker of afnemer ook weer tegen. En op dat moment is er gelukkig geen verschil tussen wie medewerker of afnemer is. Behalve natuurlijk als men onverhoopt een keer misbruik van de relaties probeert te maken. Maar dat is gelukkig slechts sporadisch voorgekomen. Dan moet duidelijk worden gemaakt dat ze weliswaar de zelfde personen voor zich hebben, maar dat die personen toch ook weer een andere rol hebben dan op die andere momenten.
Afijn, we zijn op allerlei niveaus en met verschillende mensen in gesprek. Dat is maar wat ik wilde vertellen. En dat dit gesprek niet beperkt blijft tot twee uurtjes op de eerste dag in de week, maar door de week heen door gaat. Waardoor het christelijke woord gemeenschap een andere dimensie krijgt. Ook met de nog niet-zo-christelijke mensen. In een woord: heerlijk!
vrijdag 29 mei 2009
Interview Emerging Church bij Radio Oost
Het Pinksterfeest markeert de geboorte van de christelijke kerk, zo'n tweeduizend jaar geleden. Ook nu worden er nog nieuwe kerken geplant. Toch voelen veel gelovige mensen zich niet thuis in de bestaande structuren. Ze gaan op zoek naar nieuwe vormen van kerk-zijn. Binnen deze beweging ontstond de emerging church. Hier draait het niet om een bepaalde traditite, activiteit of geloofsbelijdenis. Maar waar draait het dan wel om?
Aldus de aankondiging op de website van het radioprogramma Hoogtij van RTV Oost (=Overijssel). Op pinksterzondag 31 mei tussen 8.00 en 8.30 konden luisteraars in het Oosten van het land luisteren naar een interview met mij over dit onderwerp.
Heeft u deze uitzending gemist? Beluister hem dan alsnog door op de volgende link te klikken:
Uitzending Hoogtij over Emerging Church.
Ik ben benieuwd wat je ervan vond.
Aldus de aankondiging op de website van het radioprogramma Hoogtij van RTV Oost (=Overijssel). Op pinksterzondag 31 mei tussen 8.00 en 8.30 konden luisteraars in het Oosten van het land luisteren naar een interview met mij over dit onderwerp.
Heeft u deze uitzending gemist? Beluister hem dan alsnog door op de volgende link te klikken:
Uitzending Hoogtij over Emerging Church.
Ik ben benieuwd wat je ervan vond.
woensdag 27 mei 2009
Artikel Friesch Dagblad over conferentie Urban Expression
Vorige week woensdag was ik op de conferentie van Urban Expression waarin Stuart Murray sprak onder andere sprak over "Relatie bestaande kerken en de Emerging Church (en andere nieuwe vormen van kerk-zijn)". Aangezien ik toch met een laptop aanwezig was, heb ik het een en ander uit zijn mond opgetekend en verwoord in een artikel dat vandaag in het Friesch Dagblad is gepubliceerd.
Hieronder de tekst van het artikel
______________________________________
Stuart Murray op conferentie van Urban Expression over nieuwe kerkvormen:
Gevestigde kerken spelen vaak thuiswedstrijd
Arnhem - Gevestigde kerken stralen vaak uit: kom maar naar ons. Buitenstaanders moeten maar naar de zondagse dienst komen en zich aanpassen. Deze kerken kunnen leren van nieuwe kerken, stelde Stuart Murray op een conferentie van Urban Expression. Maar de gevestigde kerken hebben nieuwere kerken óók wat te zeggen.
Urban Expression is een organisatie die teams werft en toerust voor zending in de stad. Hierbij richt zij zich op zichzelf financierende teams die pionieren in creatieve en relevante uitdrukkingen van de christelijke gemeente in stedelijke gebieden met weinig of geen kerkelijke presentie. Voor een conferentie die onlangs werd gehouden, was de Britse theoloog Stuart Murray uitgenodigd. Hij zoomde in op wat bestaande kerken en nieuwe kerken voor elkaar kunnen betekenen.
Murray vergeleek bestaande kerken met een sportteam. "Het is algemeen bekend dat een uitwedstrijd intimiderend is voor het bezoekende team. De entourage is onbekend, het publiek op de hand van de ander. Daarom wint een thuisteam vaak."
Nieuwe kerken hebben ontdekt dat de kerk altijd een thuiswedstrijd heeft gespeeld, aldus Murray. "Dat was niet zo erg in een tijd waarin iedereen zich vertrouwd voelde bij de cultuur die een kerkdienst uitstraalde. Tegenwoordig leven we echter in een cultuur waarin het kerkgebouw bijna als buitenaards wordt ervaren, waardoor bezoekers zich daar niet comfortabel voelen." Daarom gaan nieuwe kerken een andere weg: ze proberen dichtbij mensen te komen. "Net zoals Jezus mens werd en naar ons toe kwam (incarnatie)."
Bereik
Binnen gevestigde kerken, vooral bij pinkster- en evangelische gemeenten, heerst het idee dat men iedereen bereikt, zei Murray. "Uit allerlei onderzoeken in Groot-Brittannië blijkt dat dit niet zo is, en dat men slechts een klein deel van de samenleving bereikt." Doordat nieuwere kerken nieuwe groepen bereiken, kan dat gevestigde kerken aan het nadenken zetten over wie zij niet bereiken.
Sommige nieuwe kerken groeien ook door overloop uit de gevestigde kerken. Die mensen voelen zich in de bestaande kerk niet meer thuis, maar voelen zich wel aangetrokken tot een nieuwe kerkvorm. "Het lijkt erop dat gevestigde kerken moeite hebben om mensen die geestelijk volwassen zijn geworden verder te helpen", aldus Murray. In de emerging church-beweging zijn ook mensen welkom die lastige vragen stellen. Zo schrijft bijvoorbeeld iemand dat hij werd achtervolgd door vragen als ‘Waarom is Jezus zo boeiend en de kerk zo suf?’, ‘Waarom is Jezus progressief en laat Hij veel stof opwaaien, en is de kerk vaak conservatief en irrelevant?’, of: ‘Waarom staan christenen bekend om geen-seks-voor-het-huwelijk en SGP-politiek, en niet om liefde en genade?’
Mensen met lastige vragen worden in hun eigen kerken - met name in de evangelische en pinkstergemeenten - vaak niet begrepen. Dat komt omdat deze kerken meer geïnteresseerd zijn in het geven van heldere antwoorden, zonder vragen te stellen, stelde Murray. ‘Emergers’ lijken daarentegen alleen vragen te stellen, zonder antwoorden te verwachten. Daarin kunnen ze volgens Murray van elkaar leren.
Vanuit nieuwe kerkvormen klinkt kritiek op de gevestigde kerken dat er te weinig ruimte zou zijn voor vriendschappen, als gevolg van een teveel aan activiteiten. Nieuwe kerken zetten in op vriendschappen voor het leven. Leven is voor hen de basis van het werk, niet de organisatie. Voor sommige gevestigde kerken lijkt ‘kerk-doen’ belangrijker dan ‘kerk-zijn’, stelde Murray.
Netwerken
Er wordt in Nederland veel nagedacht over samenwerking tussen verschillende kerken. Die samenwerking is grotendeels gestoeld op theologie. In nieuwere kerken komen christenen juist op een organische manier bijeen. Het gaat hen niet in de eerste instantie om de juiste theologie. Voor hen is netwerken belangrijker dan organisatie. "Daarin sluiten ze aan bij de maatschappij, die veel meer een netwerkmaatschappij is geworden en waar instituties sterk aan waarde verloren hebben. In die zin leren nieuwe kerken de bestaande kerken wat het betekent om post-denominationeel te zijn. Er wordt samengewerkt over de institutionele kerkmuren heen."
Murray benadrukte dat nieuwe kerken ook kunnen leren van de gevestigde kerken. Het gevaar bestaat anders dat de nieuwe gemeenschappen arrogant worden, de waarheid in pacht denken te hebben en anderen niet nodig menen te hebben, stelde de theoloog. Vooral als de nieuwe gemeenschappen gaan groeien, blijkt dat er nog veel te leren valt van de gevestigde kerken. Op dit moment is de emerging church-beweging nog deels een tegendraadse beweging. Als de beweging gaat groeien, zal ze tot de conclusie komen dat niet alles in de gevestigde kerk verkeerd is, aldus Murray. De gevestigde kerken bieden stabiliteit en een schat aan tradities rondom aanbidding, bijbellezen en samenkomen. Nieuwe gemeenschappen stellen daar kritische vragen bij en zijn steeds op zoek naar nieuwe manieren en vormen. De gevestigde kerken bieden een rijke schakering aan bronnen op gebied van theologie, pastoraat en kerkgeschiedenis. De emerging church is tenslotte niet de eerste vernieuwende beweging in de kerk, zei Murray.
Het is volgens Murray ook belangrijk dat de gevestigde kerken de emerging church kritisch bevragen. Een belangrijke vraag is hoe die gemeenschappen een balans vinden tussen culturele aanpassing en cultuurkritiek. Veel mensen binnen de emerging church willen (de uitingen van) het geloof aanpassen aan de huidige, postmoderne cultuur: de kerk moet een plaats zijn waar mensen zich thuis voelen.
Het geloof biedt echter ook een uitdaging aan de cultuur, aldus Murray. "Daarbij zal ook de vraag moeten worden gesteld wat binnen de cultuur verkeerd is, en bevraagd moet worden. Anders lopen nieuwere kerken het gevaar om volledig door de postmoderne cultuur te worden opgeslokt."
Ook op het gebied van geloofsoverdracht en leiderschap kunnen nieuwe kerken leren van de gevestigde kerken, volgens Murray. Leiderschap is in veel nieuwe gemeenschappen gericht op vriendschap. Structuren zijn vooral organisch van aard. De vraag is hoe dit gaat verlopen als de kleine groep gaat groeien. Dan moet worden nagedacht over het voorkomen van machtsmisbruik en manipulatie, en over een verantwoordingsstructuur.
Samenwerking
Hoe kan het gesprek tussen gevestigde kerken en nieuwe gemeenschappen het beste worden vormgegeven, vroeg Murray zich af. Hij benadrukte het belang van het vinden van wegen om elkaar open te bevragen. Murray voelt veel voor "gezonde vormen van partnerschap" tussen beide groepen, op zowel lokaal als regionaal niveau. Partnerschappen waarbij de ‘betalende partij’ geen invloed gaat opeisen voor de richting van de nieuwe gemeenschap. Maar waar juist volop ruimte wordt geboden om een eigen richting in te gaan.
De basis daarvoor ligt volgens Murray in de erkenning dat we ons bevinden in een veranderende cultuur en dat we de problemen daarvan aan den lijve ondervinden. "Belangrijk is ook dat nieuwe gemeenschappen en gevestigde kerken erkennen dat ze uiteindelijk toch veel gemeen hebben. Erkennen dat Gods kerk verscheidenheid kent, maakt daar deel van uit. Dan ontstaat er onderlinge ruimte, waarin kerken elkaar kunnen bevestigen, in plaats van elkaar bekritiseren."
Hieronder de tekst van het artikel
______________________________________
Stuart Murray op conferentie van Urban Expression over nieuwe kerkvormen:
Gevestigde kerken spelen vaak thuiswedstrijd
Arnhem - Gevestigde kerken stralen vaak uit: kom maar naar ons. Buitenstaanders moeten maar naar de zondagse dienst komen en zich aanpassen. Deze kerken kunnen leren van nieuwe kerken, stelde Stuart Murray op een conferentie van Urban Expression. Maar de gevestigde kerken hebben nieuwere kerken óók wat te zeggen.
Urban Expression is een organisatie die teams werft en toerust voor zending in de stad. Hierbij richt zij zich op zichzelf financierende teams die pionieren in creatieve en relevante uitdrukkingen van de christelijke gemeente in stedelijke gebieden met weinig of geen kerkelijke presentie. Voor een conferentie die onlangs werd gehouden, was de Britse theoloog Stuart Murray uitgenodigd. Hij zoomde in op wat bestaande kerken en nieuwe kerken voor elkaar kunnen betekenen.
Murray vergeleek bestaande kerken met een sportteam. "Het is algemeen bekend dat een uitwedstrijd intimiderend is voor het bezoekende team. De entourage is onbekend, het publiek op de hand van de ander. Daarom wint een thuisteam vaak."
Nieuwe kerken hebben ontdekt dat de kerk altijd een thuiswedstrijd heeft gespeeld, aldus Murray. "Dat was niet zo erg in een tijd waarin iedereen zich vertrouwd voelde bij de cultuur die een kerkdienst uitstraalde. Tegenwoordig leven we echter in een cultuur waarin het kerkgebouw bijna als buitenaards wordt ervaren, waardoor bezoekers zich daar niet comfortabel voelen." Daarom gaan nieuwe kerken een andere weg: ze proberen dichtbij mensen te komen. "Net zoals Jezus mens werd en naar ons toe kwam (incarnatie)."
Bereik
Binnen gevestigde kerken, vooral bij pinkster- en evangelische gemeenten, heerst het idee dat men iedereen bereikt, zei Murray. "Uit allerlei onderzoeken in Groot-Brittannië blijkt dat dit niet zo is, en dat men slechts een klein deel van de samenleving bereikt." Doordat nieuwere kerken nieuwe groepen bereiken, kan dat gevestigde kerken aan het nadenken zetten over wie zij niet bereiken.
Sommige nieuwe kerken groeien ook door overloop uit de gevestigde kerken. Die mensen voelen zich in de bestaande kerk niet meer thuis, maar voelen zich wel aangetrokken tot een nieuwe kerkvorm. "Het lijkt erop dat gevestigde kerken moeite hebben om mensen die geestelijk volwassen zijn geworden verder te helpen", aldus Murray. In de emerging church-beweging zijn ook mensen welkom die lastige vragen stellen. Zo schrijft bijvoorbeeld iemand dat hij werd achtervolgd door vragen als ‘Waarom is Jezus zo boeiend en de kerk zo suf?’, ‘Waarom is Jezus progressief en laat Hij veel stof opwaaien, en is de kerk vaak conservatief en irrelevant?’, of: ‘Waarom staan christenen bekend om geen-seks-voor-het-huwelijk en SGP-politiek, en niet om liefde en genade?’
Mensen met lastige vragen worden in hun eigen kerken - met name in de evangelische en pinkstergemeenten - vaak niet begrepen. Dat komt omdat deze kerken meer geïnteresseerd zijn in het geven van heldere antwoorden, zonder vragen te stellen, stelde Murray. ‘Emergers’ lijken daarentegen alleen vragen te stellen, zonder antwoorden te verwachten. Daarin kunnen ze volgens Murray van elkaar leren.
Vanuit nieuwe kerkvormen klinkt kritiek op de gevestigde kerken dat er te weinig ruimte zou zijn voor vriendschappen, als gevolg van een teveel aan activiteiten. Nieuwe kerken zetten in op vriendschappen voor het leven. Leven is voor hen de basis van het werk, niet de organisatie. Voor sommige gevestigde kerken lijkt ‘kerk-doen’ belangrijker dan ‘kerk-zijn’, stelde Murray.
Netwerken
Er wordt in Nederland veel nagedacht over samenwerking tussen verschillende kerken. Die samenwerking is grotendeels gestoeld op theologie. In nieuwere kerken komen christenen juist op een organische manier bijeen. Het gaat hen niet in de eerste instantie om de juiste theologie. Voor hen is netwerken belangrijker dan organisatie. "Daarin sluiten ze aan bij de maatschappij, die veel meer een netwerkmaatschappij is geworden en waar instituties sterk aan waarde verloren hebben. In die zin leren nieuwe kerken de bestaande kerken wat het betekent om post-denominationeel te zijn. Er wordt samengewerkt over de institutionele kerkmuren heen."
Murray benadrukte dat nieuwe kerken ook kunnen leren van de gevestigde kerken. Het gevaar bestaat anders dat de nieuwe gemeenschappen arrogant worden, de waarheid in pacht denken te hebben en anderen niet nodig menen te hebben, stelde de theoloog. Vooral als de nieuwe gemeenschappen gaan groeien, blijkt dat er nog veel te leren valt van de gevestigde kerken. Op dit moment is de emerging church-beweging nog deels een tegendraadse beweging. Als de beweging gaat groeien, zal ze tot de conclusie komen dat niet alles in de gevestigde kerk verkeerd is, aldus Murray. De gevestigde kerken bieden stabiliteit en een schat aan tradities rondom aanbidding, bijbellezen en samenkomen. Nieuwe gemeenschappen stellen daar kritische vragen bij en zijn steeds op zoek naar nieuwe manieren en vormen. De gevestigde kerken bieden een rijke schakering aan bronnen op gebied van theologie, pastoraat en kerkgeschiedenis. De emerging church is tenslotte niet de eerste vernieuwende beweging in de kerk, zei Murray.
Het is volgens Murray ook belangrijk dat de gevestigde kerken de emerging church kritisch bevragen. Een belangrijke vraag is hoe die gemeenschappen een balans vinden tussen culturele aanpassing en cultuurkritiek. Veel mensen binnen de emerging church willen (de uitingen van) het geloof aanpassen aan de huidige, postmoderne cultuur: de kerk moet een plaats zijn waar mensen zich thuis voelen.
Het geloof biedt echter ook een uitdaging aan de cultuur, aldus Murray. "Daarbij zal ook de vraag moeten worden gesteld wat binnen de cultuur verkeerd is, en bevraagd moet worden. Anders lopen nieuwere kerken het gevaar om volledig door de postmoderne cultuur te worden opgeslokt."
Ook op het gebied van geloofsoverdracht en leiderschap kunnen nieuwe kerken leren van de gevestigde kerken, volgens Murray. Leiderschap is in veel nieuwe gemeenschappen gericht op vriendschap. Structuren zijn vooral organisch van aard. De vraag is hoe dit gaat verlopen als de kleine groep gaat groeien. Dan moet worden nagedacht over het voorkomen van machtsmisbruik en manipulatie, en over een verantwoordingsstructuur.
Samenwerking
Hoe kan het gesprek tussen gevestigde kerken en nieuwe gemeenschappen het beste worden vormgegeven, vroeg Murray zich af. Hij benadrukte het belang van het vinden van wegen om elkaar open te bevragen. Murray voelt veel voor "gezonde vormen van partnerschap" tussen beide groepen, op zowel lokaal als regionaal niveau. Partnerschappen waarbij de ‘betalende partij’ geen invloed gaat opeisen voor de richting van de nieuwe gemeenschap. Maar waar juist volop ruimte wordt geboden om een eigen richting in te gaan.
De basis daarvoor ligt volgens Murray in de erkenning dat we ons bevinden in een veranderende cultuur en dat we de problemen daarvan aan den lijve ondervinden. "Belangrijk is ook dat nieuwe gemeenschappen en gevestigde kerken erkennen dat ze uiteindelijk toch veel gemeen hebben. Erkennen dat Gods kerk verscheidenheid kent, maakt daar deel van uit. Dan ontstaat er onderlinge ruimte, waarin kerken elkaar kunnen bevestigen, in plaats van elkaar bekritiseren."
woensdag 20 mei 2009
Friesch Dagblad Column 7: Eenzaamheid/gemeenschap
Het is er weer tijd voor...
Vandaag in de krant van het hoge noorden.
Ik werd dit weekend getroffen door een krantenkop in het Nederlands Dagblad. ‘Eenzaamheid in kerk komt hard aan’. Diaconaal consulent Dirk-Albert Prins van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) wordt geciteerd tijdens een afgelopen vrijdag gehouden afscheidssymposium. Volgens de scheidende consulent is in kerkdiensten de ontmoeting met God te strak geregisseerd, terwijl de ontmoeting tussen mensen te weinig wordt georganiseerd.
Het krantenbericht slaat volgens mij de pijnlijke spijker op de kerkelijke kop. Twee weken geleden was ik in mijn eigen pinkstergemeente en afgelopen zondag was ik in een kerkdienst van een gereformeerde gezindte. De stijl is anders, maar de organisatie is vergelijkbaar. Iedereen zit in rijtjes achter elkaar. Gericht op een podium waarop alles gebeurt. De dominee of voorganger, de zang(aanbiddings)leider als extra persoon. Het orgel, de piano of de band. Het samen zingen geeft een zeker gevoel van saamhorigheid. Maar in beide gevallen zit ik op een stoel tussen anderen in. Als ik een vreemde was, zou ik niet weten wie er naast mij zit. De gereformeerde dienst is tot in de puntjes geregeld. Die van de pinkstergemeente ook. En ik weet dat daar zelfs de vrijheid georkestreerd is. In beide gevallen ga ik op in de massa en word anoniem binnen een groter geheel. Dat kan het gevoel van eenzaamheid versterken.
De sterke gerichtheid op het podium heeft onder andere te maken met ons, vaak onbewuste, verlangen om de diensten attractief te maken. Dat mensen wat er gebeurt als mooi ervaren. Een behoorlijk deel van de begroting van kerken en gemeenten gaat op aan de versterking van de attractie. Het podium moet mooi bekleed worden, de versterking moet prachtig klinken, de muziekinstrumenten moeten fraai in het gehoor liggen, de band moet goed op elkaar ingespeeld zijn, de bloemen moeten mooi geschikt zijn, de muurbekleding moet het gevoel geven dat men welkom is.
In die attractie van de kerkdiensten is de kerk onbewust aan het concurreren met andere delen van onze samenleving. Wat is een kerkdienst anders dan een theater waar mensen binnen komen en meekijken naar wat er op het podium wordt gespeeld? Goed, er is iets meer interactiviteit in de kerk. Maar als een spreker een vraag stelt aan de zaal, zal de zaal reageren als een theaterpubliek. Het wordt stil en iedereen kijkt elkaar aan: ‘Heeft-ie het nou tegen ons?’ De kerk legt het qua attractie af tegen het echte theater, omdat veel dingen die in de kerk gebeuren goed bedoeld, maar amateuristisch zijn. En het materieel is over het algemeen niet zo gemakkelijk als in een theater.
Waar ontmoette Jezus zijn mensen? Niet in grote gebouwen of in rijtjes stoelen achter elkaar. Hij kwam ze op straat tegen, nodigde zichzelf uit om bij hen te eten. Veel gemeenschapsaspecten vonden plaats in de huiselijke sfeer. Spontane momenten waarin hij mensen ontmoette en waarin hij met zijn discipelen tot een dieper gesprek kwam. Maaltijden organiseren lijkt daarom het nieuwe modewoord. Dat doen wijzelf ook in ons project. Maar ook daar kan organisatie de bovenhand krijgen boven gemeenschap. Als de organisatie van die maaltijd gaat lijken op die van een restaurant met obers, die al klaar staan om af te ruimen als ik mijn laatste hap naar binnen werk, is de gemeenschap ver te zoeken.
Daadwerkelijke belangstelling is volgens mij de crux. Echt geïnteresseerd zijn in de ander. Mijn eigen gedachten en interesses opzij zetten voor hem of haar. Ruimte geven aan de ander om er te mogen zijn. Te laten merken dat de ander bij ons welkom is.
Daarmee geef ik geen oplossing voor de vorm. Wel voor de inhoud. Want waar organisatie ondergeschikt wordt aan relatie, zullen mensen zich op hun plek voelen en weten dat zij daar thuis mogen zijn.
Vandaag in de krant van het hoge noorden.
Ik werd dit weekend getroffen door een krantenkop in het Nederlands Dagblad. ‘Eenzaamheid in kerk komt hard aan’. Diaconaal consulent Dirk-Albert Prins van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) wordt geciteerd tijdens een afgelopen vrijdag gehouden afscheidssymposium. Volgens de scheidende consulent is in kerkdiensten de ontmoeting met God te strak geregisseerd, terwijl de ontmoeting tussen mensen te weinig wordt georganiseerd.
Het krantenbericht slaat volgens mij de pijnlijke spijker op de kerkelijke kop. Twee weken geleden was ik in mijn eigen pinkstergemeente en afgelopen zondag was ik in een kerkdienst van een gereformeerde gezindte. De stijl is anders, maar de organisatie is vergelijkbaar. Iedereen zit in rijtjes achter elkaar. Gericht op een podium waarop alles gebeurt. De dominee of voorganger, de zang(aanbiddings)leider als extra persoon. Het orgel, de piano of de band. Het samen zingen geeft een zeker gevoel van saamhorigheid. Maar in beide gevallen zit ik op een stoel tussen anderen in. Als ik een vreemde was, zou ik niet weten wie er naast mij zit. De gereformeerde dienst is tot in de puntjes geregeld. Die van de pinkstergemeente ook. En ik weet dat daar zelfs de vrijheid georkestreerd is. In beide gevallen ga ik op in de massa en word anoniem binnen een groter geheel. Dat kan het gevoel van eenzaamheid versterken.
De sterke gerichtheid op het podium heeft onder andere te maken met ons, vaak onbewuste, verlangen om de diensten attractief te maken. Dat mensen wat er gebeurt als mooi ervaren. Een behoorlijk deel van de begroting van kerken en gemeenten gaat op aan de versterking van de attractie. Het podium moet mooi bekleed worden, de versterking moet prachtig klinken, de muziekinstrumenten moeten fraai in het gehoor liggen, de band moet goed op elkaar ingespeeld zijn, de bloemen moeten mooi geschikt zijn, de muurbekleding moet het gevoel geven dat men welkom is.
In die attractie van de kerkdiensten is de kerk onbewust aan het concurreren met andere delen van onze samenleving. Wat is een kerkdienst anders dan een theater waar mensen binnen komen en meekijken naar wat er op het podium wordt gespeeld? Goed, er is iets meer interactiviteit in de kerk. Maar als een spreker een vraag stelt aan de zaal, zal de zaal reageren als een theaterpubliek. Het wordt stil en iedereen kijkt elkaar aan: ‘Heeft-ie het nou tegen ons?’ De kerk legt het qua attractie af tegen het echte theater, omdat veel dingen die in de kerk gebeuren goed bedoeld, maar amateuristisch zijn. En het materieel is over het algemeen niet zo gemakkelijk als in een theater.
Waar ontmoette Jezus zijn mensen? Niet in grote gebouwen of in rijtjes stoelen achter elkaar. Hij kwam ze op straat tegen, nodigde zichzelf uit om bij hen te eten. Veel gemeenschapsaspecten vonden plaats in de huiselijke sfeer. Spontane momenten waarin hij mensen ontmoette en waarin hij met zijn discipelen tot een dieper gesprek kwam. Maaltijden organiseren lijkt daarom het nieuwe modewoord. Dat doen wijzelf ook in ons project. Maar ook daar kan organisatie de bovenhand krijgen boven gemeenschap. Als de organisatie van die maaltijd gaat lijken op die van een restaurant met obers, die al klaar staan om af te ruimen als ik mijn laatste hap naar binnen werk, is de gemeenschap ver te zoeken.
Daadwerkelijke belangstelling is volgens mij de crux. Echt geïnteresseerd zijn in de ander. Mijn eigen gedachten en interesses opzij zetten voor hem of haar. Ruimte geven aan de ander om er te mogen zijn. Te laten merken dat de ander bij ons welkom is.
Daarmee geef ik geen oplossing voor de vorm. Wel voor de inhoud. Want waar organisatie ondergeschikt wordt aan relatie, zullen mensen zich op hun plek voelen en weten dat zij daar thuis mogen zijn.
zondag 10 mei 2009
Samenwerken, kan dat?
Al een tijd is in emerging church kringen de wens hoorbaar dat nieuwe vormen van kerk-zijn mogen samenwerken met oude kerken. Wij zijn nu aan het nadenken over hoe dit mogelijk is. Daar kan ik het achterste van mijn tong nog niet van laten zien. Daarvoor moet de lezer nog wachten tot september.
Er is in ieder geval al iets van zichtbaar en hoorbaar. Afgelopen zondag werden vier nieuwe medewerkers van Villa Klarendal uitgezonden uit hun kerk, de Vrijgemaakt Gereformeerde Koepelkerk. Aangezien wij ons nauw met deze mensen betrokken voelen, werd ons ruimte gegund in de liturgie om de nieuwe medewerkers met open handen te ontvangen.
Tijdens de kerkdienst, waarbij ikzelf mocht meespelen in de muziekband, werd tijdens de collecte ons lied "De kleine villa in de straten" als samenzanglied gezongen. Ik heb dit inmiddels al een aantal keren verteld en telkens reageerden mijn gespreksdeelnemers met ongeloof. In een vrijgemaakte kerk zo'n lied spelen en zingen, is dat mogelijk. Jazeker, dat is echt gebeurd. Met na afloop applaus. Voor wie het na wil horen: klik op de speler hieronder en ga verder naar 1:21:18 om het begin van het lied te horen.
Er is in ieder geval al iets van zichtbaar en hoorbaar. Afgelopen zondag werden vier nieuwe medewerkers van Villa Klarendal uitgezonden uit hun kerk, de Vrijgemaakt Gereformeerde Koepelkerk. Aangezien wij ons nauw met deze mensen betrokken voelen, werd ons ruimte gegund in de liturgie om de nieuwe medewerkers met open handen te ontvangen.
Tijdens de kerkdienst, waarbij ikzelf mocht meespelen in de muziekband, werd tijdens de collecte ons lied "De kleine villa in de straten" als samenzanglied gezongen. Ik heb dit inmiddels al een aantal keren verteld en telkens reageerden mijn gespreksdeelnemers met ongeloof. In een vrijgemaakte kerk zo'n lied spelen en zingen, is dat mogelijk. Jazeker, dat is echt gebeurd. Met na afloop applaus. Voor wie het na wil horen: klik op de speler hieronder en ga verder naar 1:21:18 om het begin van het lied te horen.
maandag 27 april 2009
Landen-kookgroep lokaal nieuws
Sinds begin dit jaar bestaat er in onze wijk een "landen-kookgroep". Mede op initiatief van enkele Villabezoekers gestart om elkaars cultuur te waarderen en te leren kennen, is de groep inmiddels uitgegroeid tot een eetgroep waarin mensen met weinig geld gezellig kunnen eten. De groep komt bijeen in het wijkcentrum van Klarendal.
Tweewekelijks kookt een van de landgroepen: Afghanistan - Turkije - Zweden - Bosnië - Suriname - Indonesië - Iran - Marokko - Irak - Nederland.
Het is een gezellige bedoening, waar we ook van elkaar leren. Door samen te koken is er meer begrip voor de diverse achtergronden. En er is waardering vanuit de groep eters die weinig hebben.
Een wijkbewoner die ook veel in de Villa komt heeft RTV Arnhem, de lokale radio- en tv-zender in contact gebracht met deze activiteit. Dat heeft geleid tot de uitzending van een kort item op deze zender.
Klik hieronder om deze uitzending te bekijken.
Tweewekelijks kookt een van de landgroepen: Afghanistan - Turkije - Zweden - Bosnië - Suriname - Indonesië - Iran - Marokko - Irak - Nederland.
Het is een gezellige bedoening, waar we ook van elkaar leren. Door samen te koken is er meer begrip voor de diverse achtergronden. En er is waardering vanuit de groep eters die weinig hebben.
Een wijkbewoner die ook veel in de Villa komt heeft RTV Arnhem, de lokale radio- en tv-zender in contact gebracht met deze activiteit. Dat heeft geleid tot de uitzending van een kort item op deze zender.
Klik hieronder om deze uitzending te bekijken.
zaterdag 25 april 2009
Bril-loos
Het is gebeurd. Een man in de kracht van zijn leven is uit ons leven weggerukt. De afgelopen week hebben ik op tv en in de krant veel superlatieven gezien, gehoord en gelezen over Neerlands grootste columnist.
Als zaterdagabonnee van de Volkskrant las ik zijn columns niet dagelijks, maar wekelijks. En dat niet eens trouw, maar zo af en toe als het uitkwam. Wat me opviel was zijn warmte voor de gewone dingen van het leven. Daarin werd hij ook zo geroemd. Mensen hadden het gevoel dat hij dicht bij hen kwam. Ze kenden hem (of dachten hem te kennen) door wat hij vertelde over zijn eigen leven.
Voor mij is hij een voorbeeld als beginnend columnist. De kracht die te vinden is in 600 woorden. Geen uitgebreide lappen tekst, maar alles compact binnen de lijnen opgeschreven.
Zijn werk is echter ook een teken van de tegenwoordige tijd. Geen grote verhalen of ideologieën. Het gewone leven voorop. Voor mij als gelovige een hulp om na te denken over het belang van de gewone dingen. Christenen willen zo graag en zo snel richting het grote en geweldige. Begint dat juist niet bij het gewone en nietige? Zien we de bomen of het bos. Als we een bos willen oogsten, moeten we tijd nemen voor het zaaien van kleine zaadjes waar bomen uit voort komen. Let op die kleine dingen. Dan sta je soms versteld van wat God doet!
Als zaterdagabonnee van de Volkskrant las ik zijn columns niet dagelijks, maar wekelijks. En dat niet eens trouw, maar zo af en toe als het uitkwam. Wat me opviel was zijn warmte voor de gewone dingen van het leven. Daarin werd hij ook zo geroemd. Mensen hadden het gevoel dat hij dicht bij hen kwam. Ze kenden hem (of dachten hem te kennen) door wat hij vertelde over zijn eigen leven.
Voor mij is hij een voorbeeld als beginnend columnist. De kracht die te vinden is in 600 woorden. Geen uitgebreide lappen tekst, maar alles compact binnen de lijnen opgeschreven.
Zijn werk is echter ook een teken van de tegenwoordige tijd. Geen grote verhalen of ideologieën. Het gewone leven voorop. Voor mij als gelovige een hulp om na te denken over het belang van de gewone dingen. Christenen willen zo graag en zo snel richting het grote en geweldige. Begint dat juist niet bij het gewone en nietige? Zien we de bomen of het bos. Als we een bos willen oogsten, moeten we tijd nemen voor het zaaien van kleine zaadjes waar bomen uit voort komen. Let op die kleine dingen. Dan sta je soms versteld van wat God doet!
dinsdag 21 april 2009
Friesch Dagblad Column 6: Nieuwe wegen voor de kerk
Voor je het weet is er al weer een maand voorbij. Dus weer tijd voor een nieuwe column. Ditmaal over mijn ervaringen en gedachten bij het weekend van het Emerging Netwerk.
Het was de afgelopen weken nogal in het nieuws. Een paar weken geleden werden twee boeken ter doop gehouden (kinderdoop wel te verstaan) die veel verbinding met elkaar hebben. Ploeteren en pionieren van het duo Nico-Dirk van Loo en Martijn Vellekoop en De ontdekking van het Koninkrijk van Daniël de Wolf (ook wel bekend van Jezus in de Millinx). Beide boeken gaan over verandering in de kerk van vandaag. De een met de insteek van hoe vijf pioniers de afgelopen jaren geploeterd en gepionierd hebben om te komen tot nieuwe vormen van kerk-zijn. De ander met een persoonlijk verhaal van twijfel en onzekerheid waarin uiteindelijk de ontdekking van de boodschap van het Koninkrijk wordt ontdekt.
Er is de laatste tijd veel aandacht voor die nieuwe vormen. De kerken lopen leeg. Ook de evangelische beweging kent inmiddels zijn eigen achterdeuren die door allerlei oorzaken tot nu toe niet zichtbaar zijn geweest. Sommige mensen die door de achterdeur van de evangelische gemeenten is vertrokken, wilden graag meer betekenen voor onze maatschappij - maar ze hebben het gevoel dat hun gemeente daarin faalt. Met pijn en verdriet hebben ze de deur van de gemeente achter zich dicht gedaan. Zij lijken elkaar te vinden bij een nieuwe beweging die zich situeert rond het Emerging Netwerk.
Afgelopen weekend was ik betrokken bij een bijeenkomst dat door dat netwerk werd georganiseerd. 27 mensen van allerlei achtergrond en leeftijd trokken een weekend met elkaar op om elkaar te steunen, met elkaar mee te denken en nieuwe moed te verzamelen voor nieuwe wegen die in Nederland aan het ontstaan zijn. Nieuwe wegen met veel nieuwe mogelijkheden. Van mensen die een gezellige wijkkerk starten tot zij die met een stel jongeren samen in de eigen buurt op pad gaat. Van theologische vernieuwers tot mensen met een ‘traditionele’ evangelische gedachtegang. Van mensen die hun weg al helemaal lijken te hebben gevonden tot mensen die nog helemaal op zoek zijn naar welke plek ze moeten innemen. Veel weekendgangers zijn op zoek naar medestanders voor de weg die zij lopen. En velen van hen komen maar weinig christenen in de eigen omgeving tegen die begrijpen waar ze mee bezig zijn, waardoor vereenzaming dreigt. Het weekend was daarom voor iedereen een feest van herkenning, een plek waarin mensen elkaar verhalen konden vertellen en ook een moment waarop de eigen pijn en moeite kon worden gedeeld.
Samen nadenken over de toekomst van kerk-zijn in Nederland is geweldig. Nieuwe ideeën ontstaan. Pijn en teleurstelling maken plaats voor hoop en verwachting. Op enkele plekken worden al nieuwe probeersels uitgedacht en uitgewerkt. Dat geeft ook de ‘emerging burger’ die niet zo pioniersgezind is moed om zelf op de eigen plek of in de eigen omgeving te kijken naar nieuwe mogelijkheden.
Maar ook hier kan weer het gevaar ontstaan waar alle kerkelijke bewegingen tot nu toe mee te maken hebben gehad. Het Emerging Netwerk kan een tegenreactie zijn op de misstanden in de gevestigde kerken in Nederland (zowel de protestantse kerken als de evangelische beweging). Na verloop van tijd kan de goed begonnen beweging institutionaliseren. Of opgaan in allerlei sektarisch of buitenkerkelijk geneuzel waar men andere kerken verre van wil houden. Mijn hoop is gevestigd op vormen van samenwerking tussen ‘oude’ kerken en gemeenten en de nieuwe beweging. De geschiedenis leert ons dat de protestantse beweging werd genoodzaakt uit de Rooms-Katholieke Kerk te stappen en een eigen kerk te stichten, waardoor die sterk anti-katholiek werd. Zowel de evangelische beweging als de pinksterbeweging werden op hun beurt genoodzaakt uit de protestants-liberale kerken te stappen, waardoor zij sterk anti-protestants werden. Een samenwerking tussen oud en nieuw kan ons kerkelijke land een nieuwe weg bieden, die ontdaan is van het anti-karakter dat ons kerkelijke landschap zo vaak heeft verdeeld. Een ‘enge weg’ die naar een hoopvolle toekomst leidt.
Het was de afgelopen weken nogal in het nieuws. Een paar weken geleden werden twee boeken ter doop gehouden (kinderdoop wel te verstaan) die veel verbinding met elkaar hebben. Ploeteren en pionieren van het duo Nico-Dirk van Loo en Martijn Vellekoop en De ontdekking van het Koninkrijk van Daniël de Wolf (ook wel bekend van Jezus in de Millinx). Beide boeken gaan over verandering in de kerk van vandaag. De een met de insteek van hoe vijf pioniers de afgelopen jaren geploeterd en gepionierd hebben om te komen tot nieuwe vormen van kerk-zijn. De ander met een persoonlijk verhaal van twijfel en onzekerheid waarin uiteindelijk de ontdekking van de boodschap van het Koninkrijk wordt ontdekt.
Er is de laatste tijd veel aandacht voor die nieuwe vormen. De kerken lopen leeg. Ook de evangelische beweging kent inmiddels zijn eigen achterdeuren die door allerlei oorzaken tot nu toe niet zichtbaar zijn geweest. Sommige mensen die door de achterdeur van de evangelische gemeenten is vertrokken, wilden graag meer betekenen voor onze maatschappij - maar ze hebben het gevoel dat hun gemeente daarin faalt. Met pijn en verdriet hebben ze de deur van de gemeente achter zich dicht gedaan. Zij lijken elkaar te vinden bij een nieuwe beweging die zich situeert rond het Emerging Netwerk.
Afgelopen weekend was ik betrokken bij een bijeenkomst dat door dat netwerk werd georganiseerd. 27 mensen van allerlei achtergrond en leeftijd trokken een weekend met elkaar op om elkaar te steunen, met elkaar mee te denken en nieuwe moed te verzamelen voor nieuwe wegen die in Nederland aan het ontstaan zijn. Nieuwe wegen met veel nieuwe mogelijkheden. Van mensen die een gezellige wijkkerk starten tot zij die met een stel jongeren samen in de eigen buurt op pad gaat. Van theologische vernieuwers tot mensen met een ‘traditionele’ evangelische gedachtegang. Van mensen die hun weg al helemaal lijken te hebben gevonden tot mensen die nog helemaal op zoek zijn naar welke plek ze moeten innemen. Veel weekendgangers zijn op zoek naar medestanders voor de weg die zij lopen. En velen van hen komen maar weinig christenen in de eigen omgeving tegen die begrijpen waar ze mee bezig zijn, waardoor vereenzaming dreigt. Het weekend was daarom voor iedereen een feest van herkenning, een plek waarin mensen elkaar verhalen konden vertellen en ook een moment waarop de eigen pijn en moeite kon worden gedeeld.
Samen nadenken over de toekomst van kerk-zijn in Nederland is geweldig. Nieuwe ideeën ontstaan. Pijn en teleurstelling maken plaats voor hoop en verwachting. Op enkele plekken worden al nieuwe probeersels uitgedacht en uitgewerkt. Dat geeft ook de ‘emerging burger’ die niet zo pioniersgezind is moed om zelf op de eigen plek of in de eigen omgeving te kijken naar nieuwe mogelijkheden.
Maar ook hier kan weer het gevaar ontstaan waar alle kerkelijke bewegingen tot nu toe mee te maken hebben gehad. Het Emerging Netwerk kan een tegenreactie zijn op de misstanden in de gevestigde kerken in Nederland (zowel de protestantse kerken als de evangelische beweging). Na verloop van tijd kan de goed begonnen beweging institutionaliseren. Of opgaan in allerlei sektarisch of buitenkerkelijk geneuzel waar men andere kerken verre van wil houden. Mijn hoop is gevestigd op vormen van samenwerking tussen ‘oude’ kerken en gemeenten en de nieuwe beweging. De geschiedenis leert ons dat de protestantse beweging werd genoodzaakt uit de Rooms-Katholieke Kerk te stappen en een eigen kerk te stichten, waardoor die sterk anti-katholiek werd. Zowel de evangelische beweging als de pinksterbeweging werden op hun beurt genoodzaakt uit de protestants-liberale kerken te stappen, waardoor zij sterk anti-protestants werden. Een samenwerking tussen oud en nieuw kan ons kerkelijke land een nieuwe weg bieden, die ontdaan is van het anti-karakter dat ons kerkelijke landschap zo vaak heeft verdeeld. Een ‘enge weg’ die naar een hoopvolle toekomst leidt.
vrijdag 17 april 2009
Spanningen doorbroken
Afgelopen zondag. Het is weer heel druk en gezellig tijdens deze paasbrunch. We moeten alle stoelen en tafels bijzetten die we in het pand hebben.
De deur gaat open. "Hallo, daar ben ik weer", komt het van uit de gang. De man die vorige week met veel verve meldde dat hij nooit meer zou komen, komt lachend de Villa binnen met een pan soep. Hij is even vrolijk als altijd. Na afloop meldt hij dat hij het heel gezellig heeft gehad.
Tja, daar heb je dan een nacht voor wakker gelegen, denk ik dan. Aan de andere kant: dat klopt. Want tijdens die nacht is zijn naam regelmatig in een gebed naar boven gezonden.
Wat blijkt nu? Mijn vrouw kwam hem in diezelfde week tegen en hij vertelde zijn verhaal. Zij maakte het af met een kwinkslag, zei hem dat ze hem toch weer verwachtte en vroeg hem een pan met soep voor de paasbrunch te maken. En daarin stemde hij toe.
Ook dat is missionair werken. Ontspanning volgt op spanning. Mensen zijn gelukkig veranderbaar en bereid te vergeven. Ook daar moeten we mee leren omgaan.
De deur gaat open. "Hallo, daar ben ik weer", komt het van uit de gang. De man die vorige week met veel verve meldde dat hij nooit meer zou komen, komt lachend de Villa binnen met een pan soep. Hij is even vrolijk als altijd. Na afloop meldt hij dat hij het heel gezellig heeft gehad.
Tja, daar heb je dan een nacht voor wakker gelegen, denk ik dan. Aan de andere kant: dat klopt. Want tijdens die nacht is zijn naam regelmatig in een gebed naar boven gezonden.
Wat blijkt nu? Mijn vrouw kwam hem in diezelfde week tegen en hij vertelde zijn verhaal. Zij maakte het af met een kwinkslag, zei hem dat ze hem toch weer verwachtte en vroeg hem een pan met soep voor de paasbrunch te maken. En daarin stemde hij toe.
Ook dat is missionair werken. Ontspanning volgt op spanning. Mensen zijn gelukkig veranderbaar en bereid te vergeven. Ook daar moeten we mee leren omgaan.
donderdag 9 april 2009
Spannende spanningen
Afgelopen zaterdag was ik op een congres over multicultureel gemeente-zijn. Of het nu lag aan dat congres, of dat het een samenloop van omstandigheden was, deze week werd ik een aantal keren geconfronteerd met multiculturele spanningen.
Zondag. We hebben een gezellig diner georganiseerd, waarbij iedereen iets heeft gekookt. We missen wat mensen door vakantie en zwangerschap/bevalling. Een aantal nieuwe medewerkers heeft zich netjes gehouden aan de tijd van opruimen en slaat aan het opruimen. Daarbij wordt geen rekening gehouden met wat mensen die nog aan het eten zijn. Er moet immers opgeruimd worden. Ik heb het zelf niet door, maar er ontstaat wrijving daardoor. Terwijl ik buiten sta, loopt een van die bezoeker kwaad weg, omdat hij het gevoel heeft dat wij de viering belangrijker vinden dan de maaltijd. Even later staan we buiten en komt hij terug om te melden dat hij zich terugtrekt uit de Villa. Pijnlijk. Vervelend. Had het kunnen worden voorkomen? Iets om over na te denken.
Dinsdag. We hebben tachtig paaspakketten gekregen om uit te delen aan oudere mensen.
Een goede bekende die van buitenaf wordt ingevlogen is uren bezig om de adressen en de deelnemers van de paasuitdeelactie aan elkaar te matchen. Ze heeft mooie kaartjes gemaakt met daarop in een markeerstift aangevinkt de adressen. Twee vaste bezoekers komen binnen en vinden dit maar niets. "Verdeel het toch onder onze eigen mensen en die brengen het wel langs". Ze pakken de pakketten en melden dat ze langs hun eigen adressen gaan. Dat doen ze netjes, behalve bij dat ene adres waar tien minuten later een team officieel het pakket komt brengen. Die persoon is al voorzien van een pakket. Is het feit dat ze bij die ene vrouw langsgaan en een pakket afgeven verkeerd, omdat ze zich niet aan de organisatie houden? Ik spreek een van de dames vandaag weer. Waarom toch al die rompslomp en al dat georganiseer voor niets? Het kan toch makkelijker op onze manier? Vanavond spreek ik een van onze teamleden. Die kreeg de kriebels van de houding van de dames. Dat vindt zij dan weer rommelig en ongeorganiseerd.
Er zijn altijd twee manieren om ergens naar te kijken. De meest geëigende manier is om het eigen denken tot norm te verheffen. Voor Nederlanders is dit het "goed organiseren". Voor anderen gaat het om de relatie en de ruimte. Een goed georganiseerde brunch of diner loopt voor Nederlanders gesmeerd als het goed op tijd loopt. Maar is het dan nog gezellig en blijft er nog ruimte over voor gesprek? Wat zou je doen als je in een restaurant op tijd zou worden benaderd? Nederlanders houden van goed georganiseerde acties. Maar wat doe je als mensen de relatie met "hun mensen" prevaleren boven "die lijstjes en kaartjes".
Ik heb in beide gevallen naar beide kanten gepleit voor ruimte. Enerzijds om het goed te organiseren. Anderzijds om ruimte te laten voor de ander om de eigen weg te gaan. Tot nu toe zie ik het alleen maar als een voordeel en als een positief spannend leermoment om dergelijke spanningen tegen te komen. Goed, in het ene geval kostte het mij voor een keer mijn nachtrust. Maar na die nacht besefte ik des te meer hoezeer hier sprake is van monocultureel werken in een multiculturele setting. En hoe belangrijk het is elkaar te leren waarderen of in ieder geval te accepteren, ook al snap je de manieren van de ander totaal niet. Dat is echt leren leven in een gemeenschap. Eenheid in de praktijk proberen uit te werken. Er is werk aan de winkel geloof ik.
Zondag. We hebben een gezellig diner georganiseerd, waarbij iedereen iets heeft gekookt. We missen wat mensen door vakantie en zwangerschap/bevalling. Een aantal nieuwe medewerkers heeft zich netjes gehouden aan de tijd van opruimen en slaat aan het opruimen. Daarbij wordt geen rekening gehouden met wat mensen die nog aan het eten zijn. Er moet immers opgeruimd worden. Ik heb het zelf niet door, maar er ontstaat wrijving daardoor. Terwijl ik buiten sta, loopt een van die bezoeker kwaad weg, omdat hij het gevoel heeft dat wij de viering belangrijker vinden dan de maaltijd. Even later staan we buiten en komt hij terug om te melden dat hij zich terugtrekt uit de Villa. Pijnlijk. Vervelend. Had het kunnen worden voorkomen? Iets om over na te denken.
Dinsdag. We hebben tachtig paaspakketten gekregen om uit te delen aan oudere mensen.
Een goede bekende die van buitenaf wordt ingevlogen is uren bezig om de adressen en de deelnemers van de paasuitdeelactie aan elkaar te matchen. Ze heeft mooie kaartjes gemaakt met daarop in een markeerstift aangevinkt de adressen. Twee vaste bezoekers komen binnen en vinden dit maar niets. "Verdeel het toch onder onze eigen mensen en die brengen het wel langs". Ze pakken de pakketten en melden dat ze langs hun eigen adressen gaan. Dat doen ze netjes, behalve bij dat ene adres waar tien minuten later een team officieel het pakket komt brengen. Die persoon is al voorzien van een pakket. Is het feit dat ze bij die ene vrouw langsgaan en een pakket afgeven verkeerd, omdat ze zich niet aan de organisatie houden? Ik spreek een van de dames vandaag weer. Waarom toch al die rompslomp en al dat georganiseer voor niets? Het kan toch makkelijker op onze manier? Vanavond spreek ik een van onze teamleden. Die kreeg de kriebels van de houding van de dames. Dat vindt zij dan weer rommelig en ongeorganiseerd.
Er zijn altijd twee manieren om ergens naar te kijken. De meest geëigende manier is om het eigen denken tot norm te verheffen. Voor Nederlanders is dit het "goed organiseren". Voor anderen gaat het om de relatie en de ruimte. Een goed georganiseerde brunch of diner loopt voor Nederlanders gesmeerd als het goed op tijd loopt. Maar is het dan nog gezellig en blijft er nog ruimte over voor gesprek? Wat zou je doen als je in een restaurant op tijd zou worden benaderd? Nederlanders houden van goed georganiseerde acties. Maar wat doe je als mensen de relatie met "hun mensen" prevaleren boven "die lijstjes en kaartjes".
Ik heb in beide gevallen naar beide kanten gepleit voor ruimte. Enerzijds om het goed te organiseren. Anderzijds om ruimte te laten voor de ander om de eigen weg te gaan. Tot nu toe zie ik het alleen maar als een voordeel en als een positief spannend leermoment om dergelijke spanningen tegen te komen. Goed, in het ene geval kostte het mij voor een keer mijn nachtrust. Maar na die nacht besefte ik des te meer hoezeer hier sprake is van monocultureel werken in een multiculturele setting. En hoe belangrijk het is elkaar te leren waarderen of in ieder geval te accepteren, ook al snap je de manieren van de ander totaal niet. Dat is echt leren leven in een gemeenschap. Eenheid in de praktijk proberen uit te werken. Er is werk aan de winkel geloof ik.
zondag 5 april 2009
Een week van toerusting en gesprek
De afgelopen dagen heb ik een paar dagen vrij gehad en genomen om enkele conferenties te bezoeken en wat gesprekken te houden.
DONDERDAG
ging ik halverwege de bijeenkomst van voorgangers en geestelijke leiders in Arnhem, Hart voor Arnhem, samen met tijdelijk teamleider van Villa Klarendal Ikenius Antuma naar een symposium ‘Pionieren voor het Koninkrijk’. Tijdens dit symposium werden twee boeken ter doop gehouden:
* De ontdekking van het Koninkrijk: verslag van een persoonlijke zoektocht (door Daniël de Wolf, uitgeverij Medema)
* Ploeteren & pionieren: nieuwe manieren van kerk zijn (door Martijn Vellekoop en Nico-Dirk van Loo, uitgeverij Ark Media).
De boeken waren de aanleiding, maar het symposium was bedoeld om na te denken over nieuwe vormen van kerk-zijn, die in ons land bekend is geworden als Emerging Church. Leuke discussies waren aan de orde en kritische vragen werden gesteld. Jos Douma, Vrijgemaakt predikant in Haarlem, stelde in zijn toespraak kritisch dat het mensen in de emerging beweging dat het hen gaat om "zoek eerst het Koninkrijk en zijn ge...meentestichting. En vervolgde met een onderkoeld: Ja,
hier zijn de pioniers, de gepassioneerden, de Jezus-freaks, de creatievelingen, de koplopers en de afhakers, de visionairs. En er klinkt dit geluid: ‘De kerk is dood, leve de koning!’
Belangrijk aspect in zijn toespraak was dat het van belang is te beseffen dat het gaat om mensen en niet om manieren. Mensen die zich zowel binnen als buiten de kerk bevinden.
Zowel Douma als Matthijs Vlaardingerbroek benadrukten om meer samen te doen: oude kerken en nieuwe, emerging, initiatieven. Tegelijkertijd werd duidelijk dat emerging church veel meer een gesprek is waarin over vernieuwing wordt nagedacht dan dat er daadwerkelijk aan de slag wordt gegaan. De wens is er wel, maar er zijn maar weinig echte pioniers die durven te ploeteren in de Nederlandse klei. In het boek "Ploeteren en Pionieren" worden vijf voorbeelden aangehaald van mensen die met vallen en opstaan, met geloof en twijfel, daar wel mee aan de slag zijn gegaan. Daarnaast zijn er nog enkele andere voorbeeldprojecten in het land, en daarbij wordt ook Villa Klarendal telkens genoemd,
die uit de klei, het veen of de zandgrond zijn voortgekomen.
In een radiouitzending van Kerk in Beweging noemt Teun van der Leer, directeur van het Baptistenseminarie, deze projecten hoopvolle experimenten in een nieuwe tijd. Hij kijkt uit naar wat er verder gaat komen.
VRIJDAG
Had ik een gesprek met Corjan Matsinger van Youth for Christ. Dit ging over de ervaring die ik heb opgedaan bij Villa Klarendal en of de kennis daarvan wellicht binnen Youth for Christ ten behoeve van andere kerken verder ingezet kan worden. Verder kan ik hier op dit moment nog niets meer over zeggen.
ZATERDAG
Zijn we met zijn drieën vanuit Villa Klarendal bij de toerustingsdag van de International Church Plants (ICP) geweest. ICP is, aldus de website, "een stichting die is voortgekomen uit het werk binnen de ICF (International Christian Fellowship) te Rotterdam. Deze multiculturele gemeente is in 2000 gesticht en telt momenteel zo’n 200 mensen van allerlei nationaliteiten. Oprichter en jarenlang voorganger van ICF Rotterdam was Theo Visser. Hij gaf in 2005 de aanzet tot oprichting van ICP. Sinds voorjaar 2007 zijn concrete activiteiten in gang gezet. Inmiddels heeft Theo zijn leiderschapstaken binnen de ICF neergelegd, om via ICP nader gestalte te geven aan zijn grote passie: multiculturele kerkplanting. ICP heeft een bestuur met mensen vanuit verschillende gereformeerde kerken. Bovendien krijgt de stichting regelmatig feedback van een raad van advies met drie personen die een ruime bestuurlijke, kerkelijke en missionaire ervaring hebben (dr. Henk van den Belt, drs. Marco Vermin, en dr. Stefan Paas)."
Aangezien we binnen Villa Klarendal voor een groot deel bezig zijn met multicultureel werken, sluit de visie van ICP wat dit betreft aan op die van Villa Klarendal. Het was voor mij mooi om eens te confereren met mensen die op gebied van multicultureel werken een zelfde passie hebben.
Een van de workshops ging over gemeenteopbouw. Tot mijn verbazing gebruikte de workshopleider een westers bedrijfsmodel om gemeentegroei te verklaren en uit te leggen. Dat zorgde ervoor dat ik hem bevroeg of er gemeenteopbouwmodellen zijn die gericht zijn op het multiculturele perspectief. Het leek nu namelijk of er maar een vorm van groei was: de groei naar steeds groter. Of een dergelijk model werkt als een gemeente voor een groot deel bestaat uit mensen die afkomstig zijn uit een familie-georiënteerde cultuur is voor mij een vraag. Voor mij is ook een vraag of we in de huidige postmoderne tijd met dergelijke modernistische modellen gemeenten kunnen laten groeien. De workshopleider zag wel heil in het ontstaan van kleinere celgroepen in wijken waar boven een grotere organisatie werd gesteld. Hij zette mij trouwens gelijk terug in een hokje: "ik weet dat de emerging church kritische vragen stelt...". Voor mij zijn dit interessante vragen voor de nabije toekomst.
Wat ik van deze conferentie ook leuk vond was om mij in overwegend gereformeerde achtergronden te kunnen begeven. De stijl en cultuur is anders. De liefde voor God en voor onze medemens en -lander is hetzelfde.
BACK TO THE BASIC
Zo ben ik weer bij de dag van vandaag aangekomen. Vier van onze vijf kinderen zijn op een gemeenteweekend van hun kerk. Mijn vrouw is op rust op een andere plek. Dus zijn mijn jongste dochter en ik vanochtend gaan "shoppen" bij onze kerkelijke buren van de Baptistengemeente Arnhem Centrum. Na afloop daarvan heb ik mijn toespraakje voor vanmiddag (diner en viering bij Villa Klarendal) voorbereid. En straks ga ik een maaltijd maken voor het dinergedeelte voor diezelfde middag.
En daarmee eindigt een halve week van gesprek en conferentie om weer eens bij te tanken voor het werk wat we doen. Fijn om dingen te horen, goed om mensen te spreken, hartverwarmend om medestanders te ontmoeten, genieten om weer eens flink vooruit te denken. Gisteren zei ik in de auto tegen onze reisgenoot dat ik het toch altijd weer prettig vind om terug te zijn in de wijk. Daar hoor ik thuis, daar mag ik genieten van de mensen om ons heen. Straks genieten van de maaltijd en de gesprekken tussendoor. En tijdens de toespraak genieten van het doorgeven ervan en van de vragen en interactie die daar tussendoor ongetwijfeld weer naar boven zullen borrelen. Ik ben weer terug bij de basis. Want hier gebeurt het!
DONDERDAG
ging ik halverwege de bijeenkomst van voorgangers en geestelijke leiders in Arnhem, Hart voor Arnhem, samen met tijdelijk teamleider van Villa Klarendal Ikenius Antuma naar een symposium ‘Pionieren voor het Koninkrijk’. Tijdens dit symposium werden twee boeken ter doop gehouden:
* De ontdekking van het Koninkrijk: verslag van een persoonlijke zoektocht (door Daniël de Wolf, uitgeverij Medema)
* Ploeteren & pionieren: nieuwe manieren van kerk zijn (door Martijn Vellekoop en Nico-Dirk van Loo, uitgeverij Ark Media).
De boeken waren de aanleiding, maar het symposium was bedoeld om na te denken over nieuwe vormen van kerk-zijn, die in ons land bekend is geworden als Emerging Church. Leuke discussies waren aan de orde en kritische vragen werden gesteld. Jos Douma, Vrijgemaakt predikant in Haarlem, stelde in zijn toespraak kritisch dat het mensen in de emerging beweging dat het hen gaat om "zoek eerst het Koninkrijk en zijn ge...meentestichting. En vervolgde met een onderkoeld: Ja,
hier zijn de pioniers, de gepassioneerden, de Jezus-freaks, de creatievelingen, de koplopers en de afhakers, de visionairs. En er klinkt dit geluid: ‘De kerk is dood, leve de koning!’
Belangrijk aspect in zijn toespraak was dat het van belang is te beseffen dat het gaat om mensen en niet om manieren. Mensen die zich zowel binnen als buiten de kerk bevinden.
Zowel Douma als Matthijs Vlaardingerbroek benadrukten om meer samen te doen: oude kerken en nieuwe, emerging, initiatieven. Tegelijkertijd werd duidelijk dat emerging church veel meer een gesprek is waarin over vernieuwing wordt nagedacht dan dat er daadwerkelijk aan de slag wordt gegaan. De wens is er wel, maar er zijn maar weinig echte pioniers die durven te ploeteren in de Nederlandse klei. In het boek "Ploeteren en Pionieren" worden vijf voorbeelden aangehaald van mensen die met vallen en opstaan, met geloof en twijfel, daar wel mee aan de slag zijn gegaan. Daarnaast zijn er nog enkele andere voorbeeldprojecten in het land, en daarbij wordt ook Villa Klarendal telkens genoemd,
die uit de klei, het veen of de zandgrond zijn voortgekomen.
In een radiouitzending van Kerk in Beweging noemt Teun van der Leer, directeur van het Baptistenseminarie, deze projecten hoopvolle experimenten in een nieuwe tijd. Hij kijkt uit naar wat er verder gaat komen.
VRIJDAG
Had ik een gesprek met Corjan Matsinger van Youth for Christ. Dit ging over de ervaring die ik heb opgedaan bij Villa Klarendal en of de kennis daarvan wellicht binnen Youth for Christ ten behoeve van andere kerken verder ingezet kan worden. Verder kan ik hier op dit moment nog niets meer over zeggen.
ZATERDAG
Zijn we met zijn drieën vanuit Villa Klarendal bij de toerustingsdag van de International Church Plants (ICP) geweest. ICP is, aldus de website, "een stichting die is voortgekomen uit het werk binnen de ICF (International Christian Fellowship) te Rotterdam. Deze multiculturele gemeente is in 2000 gesticht en telt momenteel zo’n 200 mensen van allerlei nationaliteiten. Oprichter en jarenlang voorganger van ICF Rotterdam was Theo Visser. Hij gaf in 2005 de aanzet tot oprichting van ICP. Sinds voorjaar 2007 zijn concrete activiteiten in gang gezet. Inmiddels heeft Theo zijn leiderschapstaken binnen de ICF neergelegd, om via ICP nader gestalte te geven aan zijn grote passie: multiculturele kerkplanting. ICP heeft een bestuur met mensen vanuit verschillende gereformeerde kerken. Bovendien krijgt de stichting regelmatig feedback van een raad van advies met drie personen die een ruime bestuurlijke, kerkelijke en missionaire ervaring hebben (dr. Henk van den Belt, drs. Marco Vermin, en dr. Stefan Paas)."
Aangezien we binnen Villa Klarendal voor een groot deel bezig zijn met multicultureel werken, sluit de visie van ICP wat dit betreft aan op die van Villa Klarendal. Het was voor mij mooi om eens te confereren met mensen die op gebied van multicultureel werken een zelfde passie hebben.
Een van de workshops ging over gemeenteopbouw. Tot mijn verbazing gebruikte de workshopleider een westers bedrijfsmodel om gemeentegroei te verklaren en uit te leggen. Dat zorgde ervoor dat ik hem bevroeg of er gemeenteopbouwmodellen zijn die gericht zijn op het multiculturele perspectief. Het leek nu namelijk of er maar een vorm van groei was: de groei naar steeds groter. Of een dergelijk model werkt als een gemeente voor een groot deel bestaat uit mensen die afkomstig zijn uit een familie-georiënteerde cultuur is voor mij een vraag. Voor mij is ook een vraag of we in de huidige postmoderne tijd met dergelijke modernistische modellen gemeenten kunnen laten groeien. De workshopleider zag wel heil in het ontstaan van kleinere celgroepen in wijken waar boven een grotere organisatie werd gesteld. Hij zette mij trouwens gelijk terug in een hokje: "ik weet dat de emerging church kritische vragen stelt...". Voor mij zijn dit interessante vragen voor de nabije toekomst.
Wat ik van deze conferentie ook leuk vond was om mij in overwegend gereformeerde achtergronden te kunnen begeven. De stijl en cultuur is anders. De liefde voor God en voor onze medemens en -lander is hetzelfde.
BACK TO THE BASIC
Zo ben ik weer bij de dag van vandaag aangekomen. Vier van onze vijf kinderen zijn op een gemeenteweekend van hun kerk. Mijn vrouw is op rust op een andere plek. Dus zijn mijn jongste dochter en ik vanochtend gaan "shoppen" bij onze kerkelijke buren van de Baptistengemeente Arnhem Centrum. Na afloop daarvan heb ik mijn toespraakje voor vanmiddag (diner en viering bij Villa Klarendal) voorbereid. En straks ga ik een maaltijd maken voor het dinergedeelte voor diezelfde middag.
En daarmee eindigt een halve week van gesprek en conferentie om weer eens bij te tanken voor het werk wat we doen. Fijn om dingen te horen, goed om mensen te spreken, hartverwarmend om medestanders te ontmoeten, genieten om weer eens flink vooruit te denken. Gisteren zei ik in de auto tegen onze reisgenoot dat ik het toch altijd weer prettig vind om terug te zijn in de wijk. Daar hoor ik thuis, daar mag ik genieten van de mensen om ons heen. Straks genieten van de maaltijd en de gesprekken tussendoor. En tijdens de toespraak genieten van het doorgeven ervan en van de vragen en interactie die daar tussendoor ongetwijfeld weer naar boven zullen borrelen. Ik ben weer terug bij de basis. Want hier gebeurt het!
zaterdag 28 maart 2009
genieten in de drukte
Een tijd geleden zei iemand tegen mij hoezeer het hem opviel dat ik ineens weer wat meer blogde. Tja, er was iets meer ruimte in de agenda en dat bood ruimte voor reflectie. Die ruimte is inmiddels al weer ingenomen, waardoor de communicerende vaten nu weer negatief uitvallen ten opzichte van de weblog. Daarom nu maar weer eens een update van al het moois wat we zoal meemaken.
Samen op weg
Terwijl velen erover schrijven en er binnenkort ook weer een symposium over wordt gehouden, zijn we in Villa Klarendal in gesprek met een "oude" kerk om na te gaan op welke manier we een vorm van samenwerking tot stand kunnen brengen. Gemiddeld een keer in de drie weken zijn we als team, afkomstig uit Villa Klarendal en de "oude" kerk aan het bomen over hoe het allemaal tot stand zal kunnen komen. Open gesprekken over tal van vragen over de organisatievorm, de verhouding tussen de oude moeder en het jonge adoptiekind, theologische vragen over doop, avondmaal, bekering en discipelschap. Wat me er vooral bij opvalt is de grote openheid binnen die gesprekken. We kunnen het soms van harte oneens zijn, maar elkaar daarin tegelijkertijd zeer waarderen. Ik wil nog niet uit de school klappen over wat dat allemaal oplevert. Dat kan ook niet, want zover zijn we nog niet. Maar dat het interessante materie oplevert, dat staat buiten kijf.
Huisgroepen
We zijn binnen Villa Klarendal begonnen met de vorming van huisgroepen. Vanuit de brunch en viering en andere contacten in de wijk is door een stel bezoekers de wens geuit om wat dieper op de bijbel in te gaan. We hebben die groep in tweeën verdeeld. Een van die groepen komt nu tweewekelijks bij ons samen. Gemiddeld komen daar zeven mensen: wijzelf, een ander echtpaar dat door de "oude" kerk is vrijgesteld om alle vrijetijdsactiviteiten aan de Villa te besteden, een stagiaire en drie tot vier vaste bezoekers van de brunch en viering. Leuk om mee te experimenteren. Vooral als een persoon heel vaak het woord neemt en vervolgens niet meer te stoppen is. Zoeken naar de juiste werkvorm om hem goed aan het woord te laten komen, maar ook anderen de kans te geven iets te zeggen. Vooral zoeken naar wegen om het gemeenschapsproces te versterken. Zoals het nu gaat, is het heel gezellig en horen we er veel positieve berichten over.
Computerles
We zijn coördinatoren van de computerlessen in het mediatrefpunt. De laatste tijd was er behoorlijk wat animositeit met de kinderwerkers in het wijkcentrum (dat in handen is van de lokale welzijnsinstelling). We hadden in januari nieuwe computers aangeschaft en met het kinderwerk afgesproken dat zij drie oude computers konden overnemen. Dan hoefden de stagiaires niet meer gebruik te maken van de ruimte van het mediatrefpunt. We zijn inmiddels twee maanden verder en er is nog geen schot in de inrichting van de oude computers voor het kinderwerk. Dus zitten de stagiaires zonder toezicht met hun tengels aan de nieuwe computers en worden we steeds weer met allerlei gevolgen daarvan geconfronteerd. Dus hebben we daarover veel tijd voor overleg moeten besteden. Zonde van de kostbare tijd eigenlijk, maar nu toch wel van belang om goede afspraken te maken. Aneta geeft op maandagavond computerles voor beginners, ik geef op dinsdagavond computerles voor mensen die iets meer gevorderd zijn en hetzelfde doe ik nu op vrijdagmiddag. Prachtig om telkens weer te zien hoe mensen langzamerhand steeds meer behendig worden met de computer. We hebben een tijdlang "rust" gehad in het centrum. Les gegeven aan twee tot drie personen. Op vrijdagmiddag begint het nu steeds meer aan te trekken. Met als toppunt afgelopen vrijdag, toen alle acht computers bezet waren en er een ware kakafonie was van mensen die achter de computer zaten of mensen die iets aan elkaar aan het vertellen waren. Iemand zei al dat dit een alternatieve gezellige koffieontmoeting aan het worden was.
Voedselbank
Ligt het nu aan Froger of aan de kredietcrisis? Ik weet het niet, maar de afgelopen maanden is het aantal afnemers van onze wijkuitdeelpunt van de Voedselbank met sprongen omhoog gegaan. In september was het gemiddeld aantal huishoudens dat we bedienden 19. Afgelopen vrijdag maakten we ook bij de Voedselbank een toppunt mee: 43 pakketten. En nog kwamen er mensen die niet (meer) op de lijst stonden. Afgelopen vrijdag waren de twee toppunten voor mij een extra druk. Naast de 7 cursisten bij de computerles (die van 13.30-15.30 uur duurt) werd mijn aandacht voor de voedselbank gevraagd. Normaal gezien begint die om 15.15 uur, omdat we voldoende vrijwilligers hebben die ons ondersteunen. Maar afgelopen vrijdag was een vrijwilliger ziek en een andere op vakantie. Dus werden computerles en voedselbank rond 15.15 uur wel erg door elkaar heen gehaald. Op en neer lopen tussen het uitdelen van de pakketten en de computerzaal waar gretige cursisten hun vragen op mij afvuurden. Ook de Voedselbank is een ruimte waarin we vaak met elkaar gezellig rond de koffie zitten en allerlei verhalen met elkaar delen. Diverse mensen zijn via de Voedselbank terecht gekomen bij de brunch en viering op zondag en zijn daar vaste bezoeker geworden.
Multiculturele maaltijdgroep
Een tijd geleden vroegen enkele Villabezoekers of het niet mogelijk was regelmatig met anderen te gaan koken en daardoor andere culturen te leren kennen. Een jaar later was de "landen-kookgroep" een feit. Mensen van Nederlandse, Iraanse, Iraakse, Surinaamse, Afghaanse, Turkse, Marokkaanse, Bosnische en Indonesische achtergrond werden bij elkaar getrommeld om samen met elkaar maaltijden te bereiden. Aanvankelijk werd dit op maandagavond gedaan. Lastig voor mij, omdat dit veelal voorafging aan de avondvergaderingen van de gemeenteraad. Daardoor kon ik de maaltijden niet altijd uitzitten. Inmiddels zijn we op de dinsdagavond aanbeland en is de maaltijd tussen personen uit diverse landen uitgebreid tot een maaltijd voor mensen die een uitkering hebben en tegen geringe kosten de maaltijd kunnen genieten. Prachtige tijd om mensen van allerlei achtergronden te ontmoeten, met elkaar te praten en elkaar te leren kennen. Iedereen kent nu de namen van elkaar en heeft het niet meer over "die vrouw met de hoofddoek", die "Turk" of die "Nederlander met die gekke staart".
Het "gewone" werk
Tijdens de Villa activiteiten gaan de gewone werkzaamheden door. Voor Aneta betekent dit vier keer per week haar postrondje als postbode van TNT doen, waar twee keer per week een extra wijk bij komt en twee keer per week een huiswerkgroep als huiswerkbegeleider bij een van de middelbare scholen in de stad. Voor mij betekent dit fulltime werken bij de gemeente Arnhem en ervoor zorgen dat de gemeenteraad goed wordt bediend. De afgelopen maanden betekende dit het gewone werk doen en ondertussen allerlei nieuwe activiteiten voorbereiden en uitvoeren zoals video-opnamen, live videouitzendingen, ondersteuning bij technische aangelegenheden, presentaties voorbereiden. Had ik voorheen twee maandagavondvergaderingen per maand, nu is dat elke maandagavond paraat staan om te ondersteunen. Met dinsdagavond-eetgroep-/computeravond, woensdagavond-huisgroep/bidstond/teamoverlegavond en af en toe extra donderdagavondvergaderingen zitten daarmee de avonden in de week voor mij vrij vol. Vaak plof ik dan vrijdagavond zes uur moe op de bank. Waardoor de vrijdagavond nog wel eens wordt ingevuld met een avonddutje.
In dit alles, en dan heb ik het nog niet gehad over allerlei voorbereidingen voor de vieringen, spontane ontmoetingen in wijkcentrum of op straat en natuurlijk ons eigen gezinsleven met onderhouden van relaties, examens, ziektes of verplichte schoolbezoekjes en -gesprekjes van dien, lijken wij heel druk. Toch geniet ik elke keer weer van de activiteiten en de ontmoeting met mensen. En van het feit dat ik die mensen langzamerhand zie groeien in zowel hun persoonlijk leven als in hun geestelijk leven.
Dan kan het gebeuren dat het bloggen een minder grote plaats inneemt. Dat zij dan maar zo.
Samen op weg
Terwijl velen erover schrijven en er binnenkort ook weer een symposium over wordt gehouden, zijn we in Villa Klarendal in gesprek met een "oude" kerk om na te gaan op welke manier we een vorm van samenwerking tot stand kunnen brengen. Gemiddeld een keer in de drie weken zijn we als team, afkomstig uit Villa Klarendal en de "oude" kerk aan het bomen over hoe het allemaal tot stand zal kunnen komen. Open gesprekken over tal van vragen over de organisatievorm, de verhouding tussen de oude moeder en het jonge adoptiekind, theologische vragen over doop, avondmaal, bekering en discipelschap. Wat me er vooral bij opvalt is de grote openheid binnen die gesprekken. We kunnen het soms van harte oneens zijn, maar elkaar daarin tegelijkertijd zeer waarderen. Ik wil nog niet uit de school klappen over wat dat allemaal oplevert. Dat kan ook niet, want zover zijn we nog niet. Maar dat het interessante materie oplevert, dat staat buiten kijf.
Huisgroepen
We zijn binnen Villa Klarendal begonnen met de vorming van huisgroepen. Vanuit de brunch en viering en andere contacten in de wijk is door een stel bezoekers de wens geuit om wat dieper op de bijbel in te gaan. We hebben die groep in tweeën verdeeld. Een van die groepen komt nu tweewekelijks bij ons samen. Gemiddeld komen daar zeven mensen: wijzelf, een ander echtpaar dat door de "oude" kerk is vrijgesteld om alle vrijetijdsactiviteiten aan de Villa te besteden, een stagiaire en drie tot vier vaste bezoekers van de brunch en viering. Leuk om mee te experimenteren. Vooral als een persoon heel vaak het woord neemt en vervolgens niet meer te stoppen is. Zoeken naar de juiste werkvorm om hem goed aan het woord te laten komen, maar ook anderen de kans te geven iets te zeggen. Vooral zoeken naar wegen om het gemeenschapsproces te versterken. Zoals het nu gaat, is het heel gezellig en horen we er veel positieve berichten over.
Computerles
We zijn coördinatoren van de computerlessen in het mediatrefpunt. De laatste tijd was er behoorlijk wat animositeit met de kinderwerkers in het wijkcentrum (dat in handen is van de lokale welzijnsinstelling). We hadden in januari nieuwe computers aangeschaft en met het kinderwerk afgesproken dat zij drie oude computers konden overnemen. Dan hoefden de stagiaires niet meer gebruik te maken van de ruimte van het mediatrefpunt. We zijn inmiddels twee maanden verder en er is nog geen schot in de inrichting van de oude computers voor het kinderwerk. Dus zitten de stagiaires zonder toezicht met hun tengels aan de nieuwe computers en worden we steeds weer met allerlei gevolgen daarvan geconfronteerd. Dus hebben we daarover veel tijd voor overleg moeten besteden. Zonde van de kostbare tijd eigenlijk, maar nu toch wel van belang om goede afspraken te maken. Aneta geeft op maandagavond computerles voor beginners, ik geef op dinsdagavond computerles voor mensen die iets meer gevorderd zijn en hetzelfde doe ik nu op vrijdagmiddag. Prachtig om telkens weer te zien hoe mensen langzamerhand steeds meer behendig worden met de computer. We hebben een tijdlang "rust" gehad in het centrum. Les gegeven aan twee tot drie personen. Op vrijdagmiddag begint het nu steeds meer aan te trekken. Met als toppunt afgelopen vrijdag, toen alle acht computers bezet waren en er een ware kakafonie was van mensen die achter de computer zaten of mensen die iets aan elkaar aan het vertellen waren. Iemand zei al dat dit een alternatieve gezellige koffieontmoeting aan het worden was.
Voedselbank
Ligt het nu aan Froger of aan de kredietcrisis? Ik weet het niet, maar de afgelopen maanden is het aantal afnemers van onze wijkuitdeelpunt van de Voedselbank met sprongen omhoog gegaan. In september was het gemiddeld aantal huishoudens dat we bedienden 19. Afgelopen vrijdag maakten we ook bij de Voedselbank een toppunt mee: 43 pakketten. En nog kwamen er mensen die niet (meer) op de lijst stonden. Afgelopen vrijdag waren de twee toppunten voor mij een extra druk. Naast de 7 cursisten bij de computerles (die van 13.30-15.30 uur duurt) werd mijn aandacht voor de voedselbank gevraagd. Normaal gezien begint die om 15.15 uur, omdat we voldoende vrijwilligers hebben die ons ondersteunen. Maar afgelopen vrijdag was een vrijwilliger ziek en een andere op vakantie. Dus werden computerles en voedselbank rond 15.15 uur wel erg door elkaar heen gehaald. Op en neer lopen tussen het uitdelen van de pakketten en de computerzaal waar gretige cursisten hun vragen op mij afvuurden. Ook de Voedselbank is een ruimte waarin we vaak met elkaar gezellig rond de koffie zitten en allerlei verhalen met elkaar delen. Diverse mensen zijn via de Voedselbank terecht gekomen bij de brunch en viering op zondag en zijn daar vaste bezoeker geworden.
Multiculturele maaltijdgroep
Een tijd geleden vroegen enkele Villabezoekers of het niet mogelijk was regelmatig met anderen te gaan koken en daardoor andere culturen te leren kennen. Een jaar later was de "landen-kookgroep" een feit. Mensen van Nederlandse, Iraanse, Iraakse, Surinaamse, Afghaanse, Turkse, Marokkaanse, Bosnische en Indonesische achtergrond werden bij elkaar getrommeld om samen met elkaar maaltijden te bereiden. Aanvankelijk werd dit op maandagavond gedaan. Lastig voor mij, omdat dit veelal voorafging aan de avondvergaderingen van de gemeenteraad. Daardoor kon ik de maaltijden niet altijd uitzitten. Inmiddels zijn we op de dinsdagavond aanbeland en is de maaltijd tussen personen uit diverse landen uitgebreid tot een maaltijd voor mensen die een uitkering hebben en tegen geringe kosten de maaltijd kunnen genieten. Prachtige tijd om mensen van allerlei achtergronden te ontmoeten, met elkaar te praten en elkaar te leren kennen. Iedereen kent nu de namen van elkaar en heeft het niet meer over "die vrouw met de hoofddoek", die "Turk" of die "Nederlander met die gekke staart".
Het "gewone" werk
Tijdens de Villa activiteiten gaan de gewone werkzaamheden door. Voor Aneta betekent dit vier keer per week haar postrondje als postbode van TNT doen, waar twee keer per week een extra wijk bij komt en twee keer per week een huiswerkgroep als huiswerkbegeleider bij een van de middelbare scholen in de stad. Voor mij betekent dit fulltime werken bij de gemeente Arnhem en ervoor zorgen dat de gemeenteraad goed wordt bediend. De afgelopen maanden betekende dit het gewone werk doen en ondertussen allerlei nieuwe activiteiten voorbereiden en uitvoeren zoals video-opnamen, live videouitzendingen, ondersteuning bij technische aangelegenheden, presentaties voorbereiden. Had ik voorheen twee maandagavondvergaderingen per maand, nu is dat elke maandagavond paraat staan om te ondersteunen. Met dinsdagavond-eetgroep-/computeravond, woensdagavond-huisgroep/bidstond/teamoverlegavond en af en toe extra donderdagavondvergaderingen zitten daarmee de avonden in de week voor mij vrij vol. Vaak plof ik dan vrijdagavond zes uur moe op de bank. Waardoor de vrijdagavond nog wel eens wordt ingevuld met een avonddutje.
In dit alles, en dan heb ik het nog niet gehad over allerlei voorbereidingen voor de vieringen, spontane ontmoetingen in wijkcentrum of op straat en natuurlijk ons eigen gezinsleven met onderhouden van relaties, examens, ziektes of verplichte schoolbezoekjes en -gesprekjes van dien, lijken wij heel druk. Toch geniet ik elke keer weer van de activiteiten en de ontmoeting met mensen. En van het feit dat ik die mensen langzamerhand zie groeien in zowel hun persoonlijk leven als in hun geestelijk leven.
Dan kan het gebeuren dat het bloggen een minder grote plaats inneemt. Dat zij dan maar zo.
Friesch Dagblad column 5: Make A Difference
Afgelopen dinsdag is mijn column "Make A Difference" in het Friesch Dagblad verschenen. Reactie van de redacteur: Ik vind dat je een mooi aantrekkelijke manier van schrijven hebt, een aanwinst op pagina 2!
Of jij het hiermee eens bent, kun je hieronder zelf beoordelen.
Afgelopen vrijdag en zaterdag was het weer zo ver. De website kondigde het weer groots aan: ‘Zoveel mogelijk mensen doen in heel Nederland één of twee dagen vrijwilligerswerk. Collega’s, klasgenoten, buren, vrijwilligersorganisaties, clubgenoten, vrienden, teamleden, vrijwilligerscentrales; iedereen die iets in zijn omgeving wil aanpakken, kan meedoen.’
Het is lente, dus tijd voor de jaarlijkse vrijwilligersgekte van Make A Difference Day (MADD). Grote namen, variërend van prins Willem-Alexander, prinses Maxima,dj Sander de Heer, zangeres Willeke Alberti, verslaggever soko soko Quintis Ristie en wel negen bewindslieden, gaan de straat op en de tehuizen in om allerlei activiteiten te ondernemen onder de noemer van vrijwilligerswerk.
Een prachtig initiatief om vrijwilligerswerk te promoten. Een dag waarop iedereen zich langzamerhand verplicht gaat voelen om toch vooral mee te gaan doen. Een dag die het gevoel van kerst in de lente terug lijkt te brengen: samen fijn iets moois voor onze medemens doen.
Ik heb dubbele gevoelens bij dergelijke dagen. Het kan inderdaad een promotie zijn om mensen kennis te laten maken met vrijwilligerswerk en met de organisaties die daarin actief zijn. Het kan een stimulans zijn voor mensen om ook eens verder te kijken en zich zinvol in te zetten in ons land. Aan de andere kant kan zo’n dag voor velen die verder niet betrokken zijn bij vrijwilligerswerk een afkoopsom zijn, die het gevoel van schaamte en schuld afkoopt met een of twee dagen hard werken per jaar.
‘Maak-een-verschil-dag’ kan daarmee gemakkelijk worden geïnterpreteerd als ‘maak één dag het verschil’. Dan kan de rest van het jaar weer worden ingevuld met de dingen die we zelf zo graag doen. Even een bonusje teruggeven in een voor de rest van bonussen overladen leven.
Ik kijk om mij heen en zie nog vele lege plekken. Met tranen in de ogen vertelt een buurtgenoot dat een busreis voor ouderen niet meer doorgaat. Ouderen en gehandicapten kwijnen weg, smachtend naar de door de wmo betaalde thuiszorger die dagelijks snel even de noodzakelijke verzorging komt leveren tegen marktconforme prijzen. Prachtige initiatieven rond Internationale Vrouwendag kunnen niet doorgaan, omdat de integratie blijkbaar geslaagd is. ‘Te druk’ hoor ik uit Turks-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse monden. Een succesvolle eetgroep met kinderen uit diverse culturen dreigt ten onder te gaan, omdat een parttime betaalde medewerkster nu eenmaal moeilijk met twee handen negen monden kan voeden. Het zijn vooral ouderen in de leeftijd van mijn ouders die ik tegenkom als er weer eens een vrijwilligersfeestje in de wijk wordt georganiseerd. Als een hongerige leeuw slokken het werkende leven, de huishoudelijke verplichtingen, de verplichte ritjes naar de vrijetijdsactiviteiten van de kinderen en de zo noodzakelijke sportactiviteiten de tijd van ons leven op.
Maak het verschil. Dat is de letterlijke vertaling van de dag. Het zou zomaar uit de bijbel kunnen komen: ‘Gij geheel anders’. Voor mij is de vraag in hoeverre christenen in deze samenleving ook daadwerkelijk het verschil maken. Net even wat anders zijn dan anderen. Of leven zij net zoals ieder ander en sluiten op die ene dag aan om groots uit te pakken met dat vrijwilligerswerk?
Goed, uit onderzoek blijkt dat christenen nog steeds het leeuwendeel van het vrijwilligerswerk in ons land op zich nemen. Daarin maken ze nog steeds verschil. Vraag blijft of dit christenen van alle leeftijden zijn, of dat het vooral gaat om de christenen die door hun vut of pensioen tijd over hebben, geen pensionado’s zijn en daarom hun rijkelijke vrije tijd vullen met zinvol werk. Ook voor jongeren en mensen in het volle leven staan, die het volgen van Jezus serieus willen nemen, gelden de woorden dat we anders mogen zijn. De keuze is aan ons: ‘Make A Difference Day’ of ‘Make A Difference Every Day’.
Of jij het hiermee eens bent, kun je hieronder zelf beoordelen.
Afgelopen vrijdag en zaterdag was het weer zo ver. De website kondigde het weer groots aan: ‘Zoveel mogelijk mensen doen in heel Nederland één of twee dagen vrijwilligerswerk. Collega’s, klasgenoten, buren, vrijwilligersorganisaties, clubgenoten, vrienden, teamleden, vrijwilligerscentrales; iedereen die iets in zijn omgeving wil aanpakken, kan meedoen.’
Het is lente, dus tijd voor de jaarlijkse vrijwilligersgekte van Make A Difference Day (MADD). Grote namen, variërend van prins Willem-Alexander, prinses Maxima,dj Sander de Heer, zangeres Willeke Alberti, verslaggever soko soko Quintis Ristie en wel negen bewindslieden, gaan de straat op en de tehuizen in om allerlei activiteiten te ondernemen onder de noemer van vrijwilligerswerk.
Een prachtig initiatief om vrijwilligerswerk te promoten. Een dag waarop iedereen zich langzamerhand verplicht gaat voelen om toch vooral mee te gaan doen. Een dag die het gevoel van kerst in de lente terug lijkt te brengen: samen fijn iets moois voor onze medemens doen.
Ik heb dubbele gevoelens bij dergelijke dagen. Het kan inderdaad een promotie zijn om mensen kennis te laten maken met vrijwilligerswerk en met de organisaties die daarin actief zijn. Het kan een stimulans zijn voor mensen om ook eens verder te kijken en zich zinvol in te zetten in ons land. Aan de andere kant kan zo’n dag voor velen die verder niet betrokken zijn bij vrijwilligerswerk een afkoopsom zijn, die het gevoel van schaamte en schuld afkoopt met een of twee dagen hard werken per jaar.
‘Maak-een-verschil-dag’ kan daarmee gemakkelijk worden geïnterpreteerd als ‘maak één dag het verschil’. Dan kan de rest van het jaar weer worden ingevuld met de dingen die we zelf zo graag doen. Even een bonusje teruggeven in een voor de rest van bonussen overladen leven.
Ik kijk om mij heen en zie nog vele lege plekken. Met tranen in de ogen vertelt een buurtgenoot dat een busreis voor ouderen niet meer doorgaat. Ouderen en gehandicapten kwijnen weg, smachtend naar de door de wmo betaalde thuiszorger die dagelijks snel even de noodzakelijke verzorging komt leveren tegen marktconforme prijzen. Prachtige initiatieven rond Internationale Vrouwendag kunnen niet doorgaan, omdat de integratie blijkbaar geslaagd is. ‘Te druk’ hoor ik uit Turks-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse monden. Een succesvolle eetgroep met kinderen uit diverse culturen dreigt ten onder te gaan, omdat een parttime betaalde medewerkster nu eenmaal moeilijk met twee handen negen monden kan voeden. Het zijn vooral ouderen in de leeftijd van mijn ouders die ik tegenkom als er weer eens een vrijwilligersfeestje in de wijk wordt georganiseerd. Als een hongerige leeuw slokken het werkende leven, de huishoudelijke verplichtingen, de verplichte ritjes naar de vrijetijdsactiviteiten van de kinderen en de zo noodzakelijke sportactiviteiten de tijd van ons leven op.
Maak het verschil. Dat is de letterlijke vertaling van de dag. Het zou zomaar uit de bijbel kunnen komen: ‘Gij geheel anders’. Voor mij is de vraag in hoeverre christenen in deze samenleving ook daadwerkelijk het verschil maken. Net even wat anders zijn dan anderen. Of leven zij net zoals ieder ander en sluiten op die ene dag aan om groots uit te pakken met dat vrijwilligerswerk?
Goed, uit onderzoek blijkt dat christenen nog steeds het leeuwendeel van het vrijwilligerswerk in ons land op zich nemen. Daarin maken ze nog steeds verschil. Vraag blijft of dit christenen van alle leeftijden zijn, of dat het vooral gaat om de christenen die door hun vut of pensioen tijd over hebben, geen pensionado’s zijn en daarom hun rijkelijke vrije tijd vullen met zinvol werk. Ook voor jongeren en mensen in het volle leven staan, die het volgen van Jezus serieus willen nemen, gelden de woorden dat we anders mogen zijn. De keuze is aan ons: ‘Make A Difference Day’ of ‘Make A Difference Every Day’.
Abonneren op:
Posts (Atom)