dinsdag 25 augustus 2009

Ik geloof niet meer in God? 2

Ik heb het ook zelf meegemaakt. Momenten waarop alles onder mij leek te wankelen en alles wat ik had opgebouwd leek te worden weggevaagd.

Mijn vrouw en ik waren getrouwd in de zekerheid dat we zending zouden gaan bedrijven. Vanaf ons trouwen gingen we in gesprek met tal van zendingsorganisaties. Telkens werd het gesprek afgebroken, omdat we in hun ogen (nog) niet geschikt waren. Na verloop van tijd kwamen we in gesprek met een organisatie die wel wat in ons zag. We zouden terug gaan naar België, waar we elkaar hadden leren kennen en waar ikzelf vijf jaar had gewoond. Daar zouden we met moslims gaan werken. Alles leek heel ontspannen te verlopen en alles wees in de richting van dat land. Totdat we een achterban moesten gaan opbouwen. Veel gesprekken, veel gebed, veel nieuwsbrieven over wat we wilden en welke richting we op wilden gaan. Mooie en fraaie reacties, maar geen toezeggingen voor ondersteuning. Anderen kwamen bij ons en vertelden over hoe ze in geloof waren gegaan en hoe God hen altijd had voorzien. Met een klein kind durfden we die stap niet aan en vroegen God om een duidelijk teken. Hij zou voorzien in het geld voor het einde van het jaar. En... het geld kwam er niet.

Op zo'n moment zakt alle geloofsgrond onder de voeten weg. De zekerheid die we hadden dat wij geroepen waren voor de zending weg. Niet ver weg naar dat zendingsland. In geloof het werk opgezegd en dan nu verplicht een uitkering aanvragen. Alles wat we geloofden voor ons eigen leven viel als een kaartenhuis om. We vroegen God nogmaals om duidelijke leiding. Binnen veertien dagen kregen we een nieuw huis aangeboden in een andere stad, Arnhem. Zekerheid was er niet, twijfel bleef, maar op een of andere manier werden we wel door de God die een deur dichtsloeg gevraagd om een andere weg in te slaan. Hij deed niet zoals wij hadden verwacht, maar leidde ons een andere kant op. Dat is een van de kruispunten in ons leven geweest waarbij de vraag was: volg je je eigen ideeën of God, ook al was op dat moment alle begrip voor waar Hij met ons naar toe wilde weggeslagen.

Een ander kruispunt begon zich af te tekenen toen we wel lid werden van een zendingsorganisatie om in onze eigen nieuwe stad zending onder moslims te gaan doen. Afspraken werden gemaakt, maar volgens de leidinggevende voldeden we er niet aan. We werden op een hele gemene manier door die persoon zwart gemaakt en moesten na verloop van tijd erkennen dat de persoonlijke verhoudingen behoorlijk verslechterd waren, waardoor verder gaan geen zin meer had. Weer stonden we op een kruispunt. Ditmaal een psychische vraag. Ons helemaal invreten in alle gemene redeneringen van de ander en ons helemaal laten verbitteren. Of toch weer terug gaan naar die God die we op dat moment absoluut niet begrepen. We kozen voor het tweede, ook al begrepen we er maar weinig van.

Rond dezelfde periode moesten we van kerk veranderen, omdat we ook op dat gebied op een kruispunt terecht kwamen. We werden naar de rand van die kerk geduwd vanwege manipulatieve neigingen van oudsten die we aan de kaak stelden. Het werd ons niet in dank afgenomen. We hebben de problemen bespreekbaar gemaakt en tot de conclusie gekomen dat we dan maar beter afscheid van de kerk konden nemen. Dan sta je weer op een punt van twijfel. Doe je er goed aan? Is dit wat God wil? Waren de dreigementen dat we ons aan Gods wil onttrokken van die anderen terecht? We zijn weg gegaan, maar met de innerlijke wens ons niet door die anderen te laten terneerdrukken. We wilden hen vergeven, ook al hadden wij alle reden om van het te eisen vergeving aan ons te vragen. Door vergeving te schenken ervoeren we dat we vrij van de situatie kwamen. Nu nog kom ik mensen tegen die in diezelfde situatie hebben gezeten en daar nu nog last van hebben, doordat ze de ander niet konden vergeven. Dit soort situaties kan een basis vormen voor twijfel in God. Want Hij kan de ander toch bewegen ons vergeving te vragen? Het gebeurde echter niet en tot nu toe is er niemand bij ons gekomen om die vergeving te vragen. Wij konden het echter los laten.

Zo zijn we nog meer vergelijkbare situaties in ons leven tegengekomen. Doordat het eerder was gebeurd, konden we de kruispuntervaring herkennen. Toch bleef het gevaar van verbittering vanwege onbegrip van de ander, het niet accepteren van ons in ons anders-zijn levensgroot boven die situaties hangen. Vertrouwen in God die ons in al die tijd niet alleen had gelaten, bleef ons op de been houden. Ook al snapten we niet waarom we regelmatig in die situaties terecht moesten komen.

Op sommige "waarom-ervaringen" hebben we antwoord gekregen. Als we naar Belgie waren gegaan, hadden we hier niet Villa Klarendal kunnen beginnen. Zonder sociale dienst en armoede-ervaring hadden we nu niet kunnen meeleven met mensen die bij de Voedselbank komen. Op andere ervaringen hebben we geen antwoord. God staat blijkbaar dingen toe die wij niet begrijpen en Hij verantwoordt zich daar nu nog niet voor. Dan is de vraag: ga je daarover verder filosoferen en proberen alsnog antwoorden te krijgen, of laat je het voor wat het is in het vertrouwen dat God toch het beste met je voor heeft. Wij hebben geleerd voor de tweede weg te kiezen.

Vertrouwen op iemand die je langzamerhand leert kennen terwijl je in een tegengestelde situatie zit is voor mij ook echt geloven. Je daadwerkelijk overgeven in de handen van de bekende Onbekende en met hart en ziel zeggen dat je dat wilt, terwijl je gevoel iets geheel anders zegt. Zo hebben we door al die situaties leren vertrouwen op God die dichtbij en veraf is. Dichtbij omdat Hij ons soms een knipoog gaf. Veraf, omdat Hij soms zo anders is dan wij kunnen bedenken. Die toestaat dat er puinhopen in ons leven ontstaan. Die toestaat dat we pijn in ons leven ervaren. Maar die ons ook ruimte geeft om van die puinhopen en pijn te leren om Hem dichtbij ons te laten komen. Of Hem ver van ons af te stoten.

Geloof is een keuze, zegt men wel eens. Dat is het inderdaad. Maar wel door moeite en pijn heen. Maar als je dat hebt ervaren, leer je ook de positieve dingen te waarderen. Want gelukkig is het leven niet alleen puinhoop of pijn. Daar mag je dan ook naar uitzien.

Ik geloof niet meer in God? 1

Een uitspraak met een uitroepteken die blogger Peter Tuin deze week op zijn weblog deed. Hij geloofde niet meer in God. En gaf daarvoor zo zijn redenen.

De afgelopen jaren is al vaker gesproken over de relatie tussen geloof (het zeker weten) en twijfel (het niet-zo-zeker weten). Professor Kuitert deed veel stof opwaaien met zijn boek "het algemeen betwijfeld christelijk geloof".

Boele Ytsma spreekt in zijn boek "Van de kaart" dat de kathedraal van het zeker weten als een kaartenhuis in elkaar stortte.

Geloof en twijfel. Of geloof en ongeloof? Ik kies bij dit soort uitspraken en boeken toch veel meer voor het eerste. Ik heb ze dan ook gehoord of gezien. Mensen die het allemaal niet meer zo zeker wisten. Die in een vriendenkring van ongelovigen verkeerden en daardoor in twijfel werden gebracht.

In deze blog een eigen kijk op geloof en twijfel. Zoals ik dat zelf zie. En zoals ik dat zelf heb ervaren. Want volgens mij staat boven alles vast dat iedereen momenten zal mee maken waarbij hij of zij zich afvraagt of alles nu wel zo is zoals tot nu toe is geloofd. Twijfel hoort volgens mij bij het leven. Niet meer en niet minder.

Hoe ontstaat twijfel? Op allerlei manieren. Maar eigenlijk is het terug te voeren tot gebeurtenissen of omstandigheden waardoor het geloof dat tot dan toe is beleden tot wankelen wordt gebracht. Veel gelovigen zijn opgegroeid met een geloof in stelligheden. Zekerheden waar je niet om heen kunt gaan. Althans, volgens de mensen die dat geloof propageren.

Geloof bijvoorbeeld in de almachtige God die als soeverein heerser heerst over deze wereld. Een prachtig geloof. Totdat we worden geconfronteerd met leed om ons heen. Met onrechtvaardigheid. Met mensen die macht uitoefenen over anderen. Met de gevolgen van oorlogen die we met eigen ogen voor ons zien. Dan komen vragen over die almachtige God naar boven. Is die God werkelijk zo almachtig zoals in mijn verleden zo stellig is verkondigd? Als dat zo is, waarom grijpt hij dan niet in in dat leed, in die oorlogen, in al dat onrecht?

Geloof in een God die zo liefdevol is dat Hij doet zoals Hij heeft beloofd. Als wij maar in Hem geloven en op Hem vertrouwen, zal Hij zijn beloften aan ons voltrekken. We geloven het met heel ons hart, met heel onze ziel. Iemand om ons heen wordt ziek. We lezen de beloften van God over genezing. En betrekken dat op deze situatie. We bidden, smeken, vasten en zetten dagen apart om te bidden voor de zieke. Na langdurig gebed, smeken en vasten overlijdt de zieke aan zijn ongeneeslijk verklaarde ziekte. God deed niet zoals Hij belooft in zijn Woord. Ligt het aan ons? Is er zonde in de gemeente? Was de ziekte ten diepste een twijfelaar die zich als de golven der zee liet meevoeren? Voor sommigen is een dergelijke situatie een begin van een periode van twijfel over de vraag of God wel is zoals we altijd hebben geloofd.

De theologie, de set van systematische geloofswaarheden die ons is bijgebracht, past op een punt ineens niet meer. Als dat op een punt niet klopt, in hoeverre klopt dat dan wel op die andere punten?

vrijdag 21 augustus 2009

Grote kerken - grote leiders - grote val 3

Hoe kunnen we nu voorkomen dat leiders van christelijke kerken vallen?

Ten eerste zal er een gezonde basis moeten worden gelegd voor een visie op de kerk. Als de kerk wordt gezien als een business die wordt geleid als een bedrijf, kan dat op problemen stuiten. Volgens mij wil God dat wij gemeenschappen stichten waarin mensen sterk op elkaar betrokken zijn. In die gemeenschap is iedereen betrokkenheid op elkaar. Binnen die gemeenschap is de een niet hoger dan de ander, maar zal vanaf het begin moeten worden geleerd dat iedereen een eigen plaats heeft. De voorganger heeft daarin een eigen plaats, maar die is niet hoger of beter dan een andere. Hierin is het belang van dienstbaar leiderschap zichtbaar. De gemeente ziet niet op tegen de dienstknecht, maar beseft dat hij er is om hen te dienen.

Ten tweede moet binnen die gemeenschap ruimte worden gecreëerd voor goed pastoraat. Dat betekent dat iedereen met zijn problemen bij een ander terecht moet kunnen, zonder dat geschokt gereageerd wordt op een bepaald probleem dat zich voordoet. Dat pastoraat moet worden opgezet voor iedereen, inclusief het leiderschap. Daarbij moet worden uitgegaan van de gedachte dat niemand volmaakt is, iedereen problemen heeft waarmee hij of zij kampt en dat dit bij iedereen op elk niveau kan gebeuren.
Door een dergelijke pastorale ruimte komt ook oplossing voor het probleem waar Haggard mee werd geconfronteerd. Na zijn val werd hij overal uitgestoten en werd hij door de Amerikaanse kerk als uitschot beschouwd. Hij was niet meer welkom in welke kerk dan ook.

Een pastorale ruimte moet zijn gebaseerd op daadwerkelijke genade. De diepe liefde die God had voor zijn schepselen dat hij Jezus liet sterven aan het kruis voor ons. Aan dat kruis zijn onze zonden genageld. Ook van die van voorgangers. Ik pleit er niet voor dat voorgangers zo maar mogen zondigen. Maar wel dat zij als gewone mensen worden beschouwd. Dat als preventie niet heeft gewerkt, er ruimte moet zijn om tot genezing te komen, zonder dat er nog een extra straf op volgt van volledige verbanning uit het kerkelijke leven.

Grote kerken - grote leiders - grote val 2

Wat kunnen we van het leven van Ted Haggard leren?

Ten eerste vraag ik mij af of het zoeken naar grote kerken met mega getallen aan leden wel zo belangrijk is. Is dit een bijbelse opdracht, of een menselijke, cultureel bepaalde, gedachte? Is the American dream, waarbij mensen met een kleine afkomst opstijgen tot zeer grote hoogte, ingeslopen in het kerkelijk leven? Ook de gemeentegroeibeweging is sterk beïnvloed door de gedachte dat als een kerk groot wordt, het gezegend is door God. Daarbij denk ik aan de aandacht die is gegeven aan de kerkgroei van Paul Yongghi Cho in Zuid-Korea, het gedachtengoed van de doelgerichte gemeente van Rick Warren of de seeker-friendly services van Bill Hybels' Willow Creek. Allemaal prachtige voorbeelden van hoe God werkt in de wereld, maar waarin die manier van werken op dat kleine stukje van de aarde als norm werd gehanteerd voor de groei van andere gemeenten in andere delen van de aarde. Wil God op die manier werken in deze wereld? Of wil hij dat we hoe dan ook het evangelie verkondigen, ongeacht de resultaten?

Ten tweede zie ik het gevaar van mensen op een voetstuk zetten ten opzichte van "gewone" gemeenteleden. De dominee, voorganger, predikant wordt grote gaven toegedicht die hem maken zoals hij nu is. Een groot deel daarvan is echter beeldvorming. Want de vraag is of die persoon ook in zijn persoonlijk leven daadwerkelijk zo groot is als hij wordt afgeschilderd.
Onbewust wordt een predikant in een dergelijk keurslijf gedrukt waar hij uiteindelijk niet meer uit zal kunnen. Dan krijg je wat ook artiesten langzamerhand gaan ervaren. Ze worden in een keurslijf van het door hen verzonnen personage gedrongen en daar moeten ze naar leven, of ze dat nu willen of niet. Dan krijgen die mensen te maken met twee personages in hun leven. Het personage van het openbare leven en het personage van het persoonlijk leven. Het personage van het openbare leven slokt het personage van het persoonlijk leven op, waardoor de persoon zelf niet meer weet wie hij is. In het geval van Haggard was het zelfs zo erg dat het personage van het persoonlijk leven zelfs niet door zijn vrouw werd gekend. Hij had zijn problemen zo ver weg gestopt, dat zijn vrouw niet wist waar hij mee streed.

Ten derde vraag ik mij af wat een gemeenschap betekent voor een voorganger. Als een voorganger niet in staat is zijn problemen voor te leggen aan de gemeenschap waar hij deel van uit maakt, vraag ik mij af of hij werkelijk deel van die gemeenschap uit maakt. Veel voorgangers vertellen dan ook dat zij hun problemen niet durven te delen binnen hun gemeenschap. Daarmee bouwen ze onbewust een muur rondom zich heen waardoor anderen denken dat ze een groot geestelijk leider zijn. De vraag is of er ruimte binnen de christelijke gemeenschap kan worden geschapen om pastoraat aan voorgangers te geven.

Grote kerken - grote leiders - grote val 1

Deze week zag in een Netwerkuitzending over Ted Haggard. Deze man was tot 2005 een van de grootste Amerikaanse predikanten. Wat getallen uit die uitzending: hij was predikant van een kerk van 14.000 leden. Hij was tv-predikant met een bereik van 35 miljoen kijkers. Hij stond in direct contact met de toenmalige president van de Verenigde Staten, George W. Bush.

Bij dat soort getallen en gegevens zou menig predikant in Nederland stik jaloers worden. We verlangen naar gemeentegroei en denken aan grote getallen en een groot bereik. Als je de cijfers van het bereik van Haggard las, zou je al snel denken dat hij een succesvol prediker was.

Aan de buitenkant was hij dat ook. Hij had een groot bereik, grote invloed, veel mensen die luisterden als hij wat zei. Met dat succes kwam echter ook het gevaar om de hoek kijken. In hoeverre kon en mocht hij nog zichzelf zijn? Met zoveel mensen om hem heen werd hij op een voetstuk gezet. Hij was immers zo'n geweldige spreker, zo'n goede leider, een man met zoveel invloed, een man met zoveel boeken op zijn naam.

Toen kwamen in zijn leven problemen. Waar kon hij ze kwijt? Hij vertelt in het interview dat hij daar zelf mee probeerde te strijden. Hij bracht ze niet in de openbaarheid. Had niemand om dit te delen. Dus bleven zijn problemen geheim. De reden waarom hij die problemen niet aan de buitenwereld openbaarde: hij was toch een man die zoveel mensen moest leiden en iemand die zo'n grote invloed had. Dan kon je toch niet als een zwak man erkennen dat ook jij met problemen kampte?

De uitbraak van het probleem lag op de loer. Niemand die ervan wist. De grote prediker moest de grote prediker blijven. De strijd werd heviger. Enerzijds moest hij de strijd staken en werd hij erdoor overwonnen. Anderzijds moest hij zijn grote werk blijven voortzetten.

Totdat zijn problemen wel aan het licht kwamen. Met een grote knal werd in de media bericht dat de grote prediker dingen deed waar hij zelf tegen preekte. De val was groot. Alles werd hem afgenomen. Hij werd verbannen van werk, kerk en niemand die hem meer aan keek.

dinsdag 18 augustus 2009

Een verscheidenheid aan mensen

Dat ik theorie en praktijk graag in elkaar wil laten overlopen, is voor mij een feit. Ik ben zowel een dromer (een man met visie in beleidstaal) als een doener. Niet alleen maar praten, denken en opschrijven in mooie nota's. Ook concreet actie ondernemen en direct met mensen in contact komen. Dat geldt ook voor wat ik schreef in mijn blog over Wilders, Elatik en politiek-correcte taal. Ik wil dromen over in gesprek komen met mensen, maar dat ook in daden omzetten.

Soms krijgen we daarvan bevestiging uit onverwachte hoek. Gisteren was ik na een vakantie van vier weken weer voor het eerst bij onze wekelijkse brunch en viering. Twee tafels zaten redelijk vol met vaste bezoekers. Terwijl we zaten te eten, kwam er ineens een man in uniform binnen. Grapjes over en weer, een enkeling keek verschrikt op. De wijkagent kwam voor het eerst kijken hoe het er op zondag bij ons toe gaat. Hij kwam in gesprek met enkelen van ons. Vroeg aan een ander hoe het met hem ging.

Later buiten, in een een-op-een kennismakingsgesprekje, zei hij dat hij er al veel over had gehoord en dat hij de zondagse brunch nu eens met eigen ogen wilde gadeslaan. Spontaan zei hij dat het hem opviel dat wij zo'n verscheidenheid aan mensen trekken. Ik betrok het eerst op zijn beroep en dacht dat hij bedoelde dat ook (ex-)criminelen bij ons welkom waren. Hij verduidelijkte zichzelf dat het hem opviel dat er zowel jongeren als ouderen en mensen van allerlei culturele achtergrond bij elkaar waren.

Ik keek even in gedachten door de zaal heen en zag inderdaad onze vaste Surinaamse groep, het stel autochtone Klarendallers (waarvan de jongste elf en de oudste al in de negentig is!), de Drent die hier is blijven plakken, de Bulgaarse buurman, de Iraanse vrouw met haar dochtertje, de Turkse vrouw met haar twee kinderen, het stel zichtbaar in andere wijken opgegroeide Nederlanders. En iedereen zat door elkaar heen en praatte met elkaar. Niet meer langs elkaar heen lopen en veraf van elkaar zijn. Maar door eten en daarna vieren (voor wie dat wil) elkaar persoonlijk leren kennen en van harte met elkaar mee leven.

Wij ontvangen een verscheidenheid aan mensen. Ik zag het als een compliment en bedankte hem daarvoor. Later heb ik het compliment ook aan de anderen doorgegeven. Want daar mogen de anderen van meegenieten. Wij maken samen de Villa. De verscheidenheid aan mensen ontvangen we niet alleen. We stimuleren ze ook om mee te doen, actief te worden, te participeren. Niet alleen binnen de Villa, maar liefst ook in andere activiteiten in de wijk.

Mooi zo'n compliment. En dan had de diender een zomerse brunch meegemaakt, waarbij tal van mensen afwezig waren vanwege andere afspraken en zomerse activiteiten. Dan had hij nog wat mensen van andere achtergronden gezien. Maar goed. dit bleek al interessant genoeg.

Als reactie zongen we samen het kinderopwekkingslied "God houdt van de hele wereld" waarin duidelijk wordt dat God van iedereen houdt, ongeacht zijn culturele afkomst. Dat zongen we met heel ons hart.

Wilders, Elatik en politiek-correcte taal

Gisteren zag ik een uitzending van Knevel en van den Brink. Een van de gesprekspartners was Fatima Elatik, stadsdeelvoorzitter van het Amsterdamse Zeeburg.

Een geweldig gesprek met een bevlogen politica die er in alles voor uit durft te komen dat ze moslima is en tegelijkertijd de westerse waarden aanhangt. Het gesprek ging vooral over Geert Wilders en de vraag of zij hem nu echt met Hitler had vergeleken.

In deze komkommertijd een goede manier om een man en zijn beweging op een andere manier onder de loep te nemen dan de ongecensureerde manier waarop hij tot nu toe ruimte krijgt in de media.

Wilders, aldus Elatik, zet een Nederlandse bevolkingsgroep op een niet-Nederlandse manier te kijk, zonder eerlijk de politieke discussie aan te gaan. Ze zei het onomfloerst, op een manier die we weinig in het politieke jargon tegenkomen. Je zou kunnen zeggen dat ze de man met eigen middelen benaderde. Jammer dat Wilders tot nu toe dit soort discussies heeft gemeden en niet bereid is verantwoording af te leggen voor het door hem gevoerde beleid.

Opvallend in het gesprek waren de sussende woorden van Knevel, die maar kwam met de opmerking dat "we zo in Nederland niet met elkaar omgaan". Terwijl ik dat hoorde, vroeg ik mij af in hoeverre Knevel Nederland kent. In zijn omgeving van bovenmodaal verdienende (en in zijn geval zelfs boven-Balkenende) mensen is dit misschien de manier van leven. In wijken zoals Klarendal ben je een sul als je op een politiek-correcte manier probeert te discussiëren. Daar laat je duidelijk je mening zien en horen. Dan weten mensen tenminste wat ze aan je hebben en waar je staat.

"Zo gaan we niet met elkaar om" betekent dus in feite: "zo gaan we als HBO+ in onze buitenwijken of beter niet met elkaar om". Zo'n opmerking sluit echter een bepaalde bevolkingsgroep uit, die andere standaarden kent en zich begrepen voelt door Geert en voorheen door hun Pim. Die zullen zich aangesproken voelen door de manier waarop Fatima haar visie verwoordde.

Voor het overige geef ik haar gelijk, met uitzondering van de vergelijking met Hitler. Mensen mogen niet in een onpersoonlijke groep worden geduwd, waarover alleen maar negatieve dingen worden gezegd. Dat er meer mensen van Turkse en Marokkaanse afkomst het criminele pad op gaan is een onomstotelijk feit. Zijn daarmee alle mensen van die afkomst crimineel? Het is duidelijk dat een deel van deze bevolkingsgroep zich aangetrokken voelt tot radicalere bewegingen. Moet de gehele bevolkingsgroep daar dan onder lijden?

Een moslim krijgt een gezicht als je hem of haar persoonlijk leert kennen. Dus is de oplossing voor het probleem niet de groep demoniseren, criminelen onder hen terug sturen en hen als niet-Nederlands blijven uitsluiten. De oplossing ligt in het bouwen van onderlinge relaties. Dan zullen mensen elkaar leren kennen. Dan zal er waardering komen voor de leefwijze van de ander. Dan zal blijken dat die ander niet eens zoveel anders is dan wij dachten. Achter de hoofddoek, de djellaba, de man op het gebedskleed zit een mens met angsten, vragen en persoonlijke verhalen. Door de relatie met die mens centraal te stellen en niet de theorie, ideologie of godsdienst die hij aanhangt, komt er ruimte voor nieuws.

En dat blijkt in ons land juist erg moeilijk. Net bleek uit een onderzoek naar waar bewonersinitiatieven in Vogelaarwijken aan besteed worden, dat er maar weinig geld gaat integratieprojecten. Wie weet gaan wij daar het een en ander in veranderen.

maandag 17 augustus 2009

Vakantiestress

Ik zit buiten op het terras van het restaurant waar ik zojuist een driegangenmenu heb verorberd. Met de laatste restjes van een liter wijn die mijn zoon en ik erbij hebben besteld ben ik naar buiten gegaan om het menu eens rustig op me te laten inwerken met een prettige nadronk en een klein sigaartje erbij.
Ik ben alleen achtergebleven op het terras, omdat mijn zoon, moe van de wandeling en de grotere hoeveelheid alcohol, al naar de kamer is gegaan.

Uit de bus naast het hotel stappen vier mensen uit. Twee stellen die met elkaar op vakantie zijn. Ze zetten zich naast mij op het terras. Er ontstaat een gesprek, waarvan ik maar flarden versta. “Jij verdedigde die kok”… “Hoe kon ik ook anders”… “Ik vond het niet leuk…”… “dat doe je altijd…”…
Na enkele minuten schuift de vrouw van het ruzie makende stel haar stoel achteruit en loopt met een opmerking “…zo hoeft het niet meer voor mij…” snelbenend het terras af, de anderen verbijsterd achter latend.

De man van het andere stel loopt de vrouw achterna. Na enkele minuten komt hij terug en vraagt de andere man naar haar toe te gaan, omdat ze met hem wil spreken. Het tweede stel zit alleen op het terras. Ze wisselen blikken uit en fluisteren over wat er is gebeurd. Net vandaag aangekomen, was dit wel het laatste wat ze hadden verwacht. Ze halen nog wat drank voor de noodzakelijke dorstlessing na zo’n mentaal en lichamelijk inspannende gebeurtenis.

Ze zitten al een tijdje op het terras als de andere twee weer terug komen. Uit non-verbale communicatie merk ik op dat het probleem nog bij lange na niet is opgelost. De anderen bestellen voor hen een drankje erbij. De spanning is in de stilte sterk voelbaar. De anderen proberen met een verluchtigend ditje of datje het gesprek weer ergens anders op te brengen. Het lukt niet en de vrouw van het ruzie makend stel opent het gesprek weer over het onderwerp. Nu spreekt zij niet tot haar vriend, maar tot de anderen. Hoezeer hij het toch allemaal verkeerd heeft gedaan. Dat dit niet de eerste keer is. Dat het een opeenstapeling is van gebeurtenissen. Het voorwerp van gesprek zit er enkele minuten sprakeloos bij en laat het over zich heen komen. Totdat hij niet meer kan en zichzelf wel moet verdedigen. Dat de ander ook schuld heeft en dingen heeft gedaan waar hij pijn van heeft.

Dan verandert het gesprek in de derde persoonsvorm ineens in de tweede persoonsvorm. De twee spreken elkaar aan. Althans, zo lijkt het. Maar al gauw wordt er niet meer geluisterd, maar door elkaar heen gesproken. Het lijkt een discussie zoals ik die wel eens heb bekeken tijdens een politiek praatprogramma. Geen van beiden stopt en heeft geen oor meer voor de mening van de ander. In dit geval is er ook geen discussieleider die het gesprek in banen leidt.

Na verloop van tijd is alles gezegd en valt de stilte weer. De vrouw van het stel doorbreekt de stilte met de mededeling dat wat haar betreft de vakantie is afgelopen en dat zij morgen huiswaarts keert. De anderen kijken verschrikt en zien zichtbaar hun geplande gezellige vakantie met zijn viertjes in duigen vallen. Ach, proberen ze nog, het zijn maar drie dagen. Zou ze er niet een nachtje over slapen. Na een tijd gaan ze naborrelen en spreken af dat ze het morgen weer bespreken.

Ik blijf alleen op het terras over. De wijn is bijna op. Zeer tegen mijn gewoonte heb ik inmiddels al meer dan een sigaartje gerookt. Ik laat het op mij inwerken. Hier is een stel dat zijn problemen niet heeft uitgepraat. Dat alles maar verstopt onder de deken van de lieve vrede. Totdat onder die deken van lieve vrede en nauwelijks meer vrede te vinden is en een afschuwelijke stank boven komt drijven. Ik besef getuige te zijn geweest van wat men ook wel vakantiestress noemt. Er wordt vakantie gehouden. Mensen komen tot rust. Men is uit zijn gewone doen. En men gaat langer dan te doen gebruikelijk met de ander om. Dan komt plotseling boven wat zolang verstopt is geweest. Ik ben benieuwd hoe het zal eindigen.

De volgende dagen zie ik de twee stellen tijdens het ontbijt zitten en eten alsof er niets aan de hand is geweest. De lieve vrede is nu in een deken van de driedaagse vakantie verpakt. Onderhuids is voor de goede observator noch steeds de spanning zichtbaar die op die avond in het donker zo sterk aan de oppervlakte tot ontbranding kwam. Die ontploffing leek een storm in een glas water. Maar ja, net zoals bij een brand kan het onder de oppervlakte blijven smeulen, totdat het ineens weer met zuurstof in aanraking komt.

Hoe lang het duurt voordat het hier op een alles ontwrichtende bosbrand zal uitlopen weet ik niet en zal ik ook niet te weten komen. Ik was alleen maar een observant van een tijdelijke oprisping van het smeulend vuurtje, dat met een deken van de korte vakantie tijdelijk weer onder de oppervlakte werd geduwd.

dinsdag 11 augustus 2009

Friesch Dagblad column 10: De trein van het leven die doordendert

Kwart over tien ‘s ochtends. Ik zit in de trein van Nijmegen naar Roosendaal. Zojuist heb ik de snelbus vanuit Arnhem naar Nijmegen moeten nemen vanwege werkzaamheden op het spoor. U raadt het al, ik ben onderweg naar een vakantieadres. Na Roosendaal is het overstappen op de trein richting Vlissingen. Overstappen in Goes op een bus naar Terneuzen en vandaar uit naar eindbestemming Sas van Gent. Genoeg ruimte en tijd om een column te schrijven met dank aan allerlei nieuwigheden als een minilaptop en mobiel internet.

Vakantie is altijd een mooie tijd voor wat ik mijmeren noem. Rustig nadenken en mijn gedachten laten gaan over van alles en nog wat. Ik mijmer over wat er is geweest het afgelopen jaar. In onze wijk is weer veel gebeurd. Van een man die in het ziekenhuis moest worden opgenomen, waardoor ik nog meer als dominee werd ingezet. Een gesprek met diezelfde man een halfjaar later aan de vooravond van een zware operatie aan de aorta om met hem na te gaan wat er moest gebeuren als hij niet levend uit de operatie zou komen.

Maar ook leuke momenten van mensen die genieten van elke zondagse activiteit die we organiseren. Of een gasfornuis-ruil van een echtpaar dat een nieuw fornuis kreeg, waardoor wij hun tweedehands konden overnemen en wij vervolgens weer een ander gelukkig konden maken die al drie jaar niet meer had kunnen koken. Het geluk vooral van de laatste die enkele dagen later verrukt belde dat ze elke dag kon koken.
Mensen die we nieuw mochten begroeten. En voor het eerst zit onze zondagse brunch en viering ook in de zomer vol. Mooie nieuwe ontwikkelingen.

Heden
De trein rijdt Oss binnen en ik denk aan alle dingen die ik nu hoor. Voor de media is de zomer een welwillend moment om allerlei vage informatie breeduit te behandelen. Van zielige militairen waarvan we niet weten hoeveel van hen er tengevolge van uitzendingen ziek zijn geworden. Tot de breed uitgemeten scoop over het nieuwe programma van de EO Loopt een man over het water..., wat eerst met man en macht door directie en makers werd verdedigd, maar vervolgens na wel heel veel kritiek en lidmaatschapsopzeggingen werd gestopt. Caberetier Guido Weijers in alle staten in allerlei programma’s zichtbaar.
Presentator Arie Boomsma in minder staten, maar wel in vertwijfeling of de EO nu de juiste plek is om zijn toekomst, dromen en ideeën uit te voeren.

Zomer is ook het moment om persoonlijk eens rustig te acclimatiseren en uit te rusten van de drukte van het afgelopen jaar. Het kostte mij ruim een week om in de gewilde zomerstemming terecht te komen vanwege allerlei laatste vergaderingen en afspraken die ik moest nakomen. Maar ook lichamelijk moest ik toch even afkicken.

Toekomst
Ik nader Den Bosch. Hoe zal het in de komende tijd gaan. Er staat veel te gebeuren. Ik besef zelf dat ik op een kruispunt sta. Moet ik gemeenteambtenaar blijven? Of moet ik al mijn werkbare leven inzetten voor het wijkwerk, wat langzamerhand ook kerkenwerk aan het worden is? Of moet ik de frequentie van mijn columns-schrijven vergroten?

Drie van mijn kinderen gaan iets heel anders ondernemen. Een vierde zit op uitzending in Afganistan. Hoe zal het met ze verder gaan?

Ik zit in de trein met eindbestemming Roosendaal. Dat is niet mijn uiteindelijke eindbestemming. Daarvoor moet ik nog drie keer overstappen. Zo is het ook in mijn leven. Een tijdlang ben ik met mensen op reis in een bepaald werk, maar na verloop van tijd moet ik weer overstappen. Moet ik dit jaar de overstap wagen? Ik moet denken aan een lied van Guus Meeuwis dat ik heb vertaald, Kedeng, kedeng. Hij heeft het over een trein die richting zijn geliefde gaat. Ik heb het over het leven dat net een spoor lijkt. Je stapt op de trein en het dendert maar door. De trein van het leven gaat ook steeds maar door. Als je niet uitstapt, bewust geniet van het zicht ondertussen, nader je op een gegeven moment je eindbestemming en vraag je jezelf af wat je leven heeft gebracht. Sommigen schrikken daarvan en vragen zich af waarom ze niet vaker uitgestapt zijn om te genieten van de omgeving van de trein.

Hoe zat dat ook al weer met die spreuk dat God ons geen kalme reis, maar wel een behouden aankomst heeft beloofd?

zaterdag 8 augustus 2009

christenen en/in de media 3

Media bepalen voor een deel onze cultuur. Voor een ander deel zijn de media een uiting van onze cultuur. Christenen lopen het gevaar achter die media aan te lopen. Waar "de wereld" celebrities kent, is dat in de EO-wereld niet anders. Op de EO-jongerendag is zichtbaar wanneer een coryfee langskomt. Dan is er ineens een groepering van jongeren rond die persoon. Maar is er aandacht voor die nerd in de groep die zo nodig mee moest naar de EO-jongerendag en die maar mee moest, omdat we hem niet konden weigeren?

In de huidige cultuur moet alles vooral leuk en gezellig zijn. Fijn samen naar het pretpark. Even gezellig met elkaar samenkomen. Daarin loopt de media achter de cultuur aan. Kijk maar naar de EO die de gezinsdag heeft verschoven naar een pretpark inclusief een, goedkopere, entreeprijs. Het moet toch vooral betaalbaar, maar ook leuk en gezellig zijn.

Maar wat als het niet leuk en gezellig is? Als er ineens tegenslag is. Dan komen de levensvragen boven. Dan denken we dat God niet meer bij ons is. Want Hij wil toch vooral dat wij het leuk en gezellig hebben hier in dit leven? Dat God boven onze cultuur staat en anders is dan anderen, komt niet in ons op. Een tijd geleden hoorde ik dat een gemeente voor een vrouw bad, die met kanker kampte. Dat God haar zou genezen. Dat gebeurde niet, het werd erger. De vrouw en de gemeente wisten niet wat ze moesten doen. De gebeden, tijden van vasten en smeken werden niet verhoord. Zij stierf. De gemeente in vertwijfeling achter latend.

Ook hierin zijn we behept door de invloed van onze cultuur. Kunnen we hierin anders zijn als christenen? Dat we enerzijds deel uitmaken van onze cultuur, er volop aan mee doen en dat we daar tegelijkertijd een tegencultuur in vormen. Een tegenwicht in een cultuur van oppervlakkigheid, haast en snelheid.

Waarom maakt de EO op primetime geen praatprogramma van een uur? Omdat dit niet meer kan of mag, omdat dit weinig kijkcijfers trekt. Dus moet ook de EO programma's maken die de grootst mogelijke kijkcijfers trekken en worden die praatprogramma's verschoven naar de randen van de dag. Toch hebben mensen juist in het leven van alledag behoefte aan die diepgang van langere gesprekken en ware interesse. Die kunnen christenen bieden in hun omgeving. Maar hebben christenen daar wel tijd voor? Of nemen ze die tijd daarvoor? Of is de onvermijdelijke tijdsdruk zodanig dat een gesprek van enkele uren niet meer tot de mogelijkheden behoort? Worden wij net zoals de rest van onze samenleving geleefd door de agenda? Die agenda laat overigens vrij veel tijd voor de tv. Nee, nu geen gesprek, want GTST, het journaal of de serie die ik volg gaat nu even voor. Gaat het slecht met je? Wat jammer, maar nu eerst oog voor de wereld.

Relaties aangaan en anders leven betekent keuzes maken. Keuzes voor diepgang versus oppervlakkigheid. Keuzes voor gemaakte interesse versus daadwerkelijke interesse (en dus meer tijd nemen). Keuzes voor langdurige relaties, waarin geïnvesteerd moet worden. Maar waarvoor ook gekozen moet worden. Ook als die ander eens niet zo lief is voor ons. En als we het hartgrondig met elkaar oneens zijn.

Ik hoop in de toekomst meer christenen in de media tegen te komen die het verschil maken. Niet omdat ze zo nodig een interessant programma moeten maken, met een dito salariëring. Maar omdat de media ze opmerkt en ze zo interessant vinden dat ze niet anders moeten dan ze te interviewen. We hebben ook in deze tijd opiniemleiders nodig die een ander geluid in de media brengen. Dat het ook anders kan dan de gangbare cultuur ons voorschrijft. De wereld om ons heen heeft daar behoefte aan. Zeker als blijkt dat die mensen dat belangeloos voor de mensen om hen heen doen.

christenen en/in de media 2

Nederland verandert alleen als christenen in gemeenschap in hun omgeving werkelijk verschil maken. Anders zijn dan anderen, maar niet zo anders dat ze een soort Amish in eigen omgeving worden. Christenen met liefde voor hun eigen omgeving, die zich voor die omgeving inzetten.

Daar hebben we geen Boomsma of Knevel voor nodig. Daar worden christenen op hun zijnswijze van elke dag terug geworpen. Als we daarin laten zien dat het anders kan, zullen mensen om hen heen zich verbazen. Zijn dat christenen. En dan in positieve zin. Dan zullen de niet-zo-christelijke media zicht krijgen voor die vernieuwingsbeweging. Niet propagandistisch op de tv en verder niets in het leven van alledag, maar het leven van alledag centraal stellen en de tv volgt ons vanzelf.

Wijzelf hebben inmiddels al wat ervaring met media. Wij hebben geleerd daar sterke eisen bij te stellen. Waarom? Vanwege dat centralistische gedoe van die media. Als ze komen, moet alles in het teken van hen staan. Als ze er zijn, nemen ze alle aandacht voor zichzelf op. En als de opnamen achter de rug zijn, zijn ze van de aardbodem verdwenen, op weg naar de volgende spectaculaire uitzending. Christenen moeten niet alle tijd verdoen met dergelijke op hypes gerichte uitzendingen. Die zijn vluchtig en oppervlakkig. Mensen hebben behoefte aan diepgang, echte interesse en duurzaamheid.

Diepgang, omdat de wereld om ons heen toch al zo oppervlakkig is.
Echte interesse, omdat veel mensen niet anders reageren dat de media: even aandacht, maar niet uit belangstelling voor de persoon zelf.
Duurzaamheid, omdat we leven in een wegwerpmaatschappij. Waar niet alleen materialen worden weggeworpen als ze niet meer nodig zijn, maar ook mensen. Relaties zijn steeds meer onderhevig aan dat gebrek aan duurzaamheid. Als ik je niet meer nodig heb, zet ik je aan de kant.

Leven christenen zo anders? Zijn de mooie liedjes en de sfeer in onze kerken gericht op een werkelijk verlangen naar diepgang, of verlangen we oppervlakkig naar sfeer en aansprekende muziek? Ruzies onderling gaan vaak over muziekkeuze. Als ik als aanbiddingsleider eens een Johannes de Heer lied uitkoos, moest je eens de gezichten en opmerkingen van jongere muzikanten zien en horen. Oubollig en saai...
Is er echte belangstelling voor onze medemens? Of vluchten we met een "God zegen je" weg bij het eerste moment dat iemand "slecht" zegt als we hem vragen hoe het met hem gaat? En weten wij hoe het werkelijk met hem gaat, of vinden we dat ene gesprekje in de maand na de dienst al goed genoeg?
Zijn onze relaties in de kerk duurzaam? Of werpen we die weg als we het niet eens zijn met die ander? En verdwijnen weer naar de volgende kerk die meer voldoet aan ons ideaal van de ware kerk?

Christenen en/in de media 1

"Loopt een man op het water..." heeft de gemoederen in deze komkommertijd behoorlijk bezig gehouden. Zelfs zo zeer dat de EO het programma uit de lucht heeft genomen.

Vandaag las ik een artikel daarover in het Reformatorisch Dagblad onder de titel "Vroege Kerk groeide in stilte", waarin prof. dr. A. van de Beek, hoogleraar symboliek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam wordt geïnterviewd. Normaal gezien ben ik niet zo'n liefhebber van de meningen in deze krant, omdat die vooral erg conservatief van aard zijn. Deze keer vond ik er wat interessante noties in.

Een citaat wil ik u niet onthouden:

„Er moest weer een programma komen om de niet-christelijke Nederlander te bereiken. Een spraakmakend programma, dat is een omroep aan zichzelf verplicht. Een volgend programma zal nog weer spraakmakender zijn. Zo gaat dat. Maar de Vroege Kerk is niet gegroeid door grote evangelisatiecampagnes of iets van dien aard. Die groeide in stilte. Doordat christenen opvielen – door hun vreemdelingschap, door wat zij deden, voor elkaar, voor de ander, de wees en de weduwe. „Ziet, hoe lief zij elkander hebben.” Meer niet. Laat dát dan zien als omroep.”
„Of nee, toch niet ook”, corrigeert de Veenendaalse theoloog –die momenteel een sabbatical heeft– zichzelf meteen weer. „Dat moet de EO, of het RD, eigenlijk niet doen. Het zou beter zijn als De Telegraaf zoiets zou oppikken, of de AVRO. „Kijk, dit is een gemeenschap van christenen.” Christenen moeten alles vermijden wat ook maar enigszins riekt naar, laat ik zeggen, propaganda voor de club. Ze leven hun boodschap: Wij zijn van Christus, wij behoren Hém toe.”


Interessante vraag. Voor veel christenen in de EO de voorloper die aan de wereld laat zien hoe christenen zijn en reageren. Het is en blijft echter een omroep en geen kerk. De omroep moet programma's maken die aanspreken en een groot publiek bereiken. Het ware christelijke leven is niet te vinden in de programma's van de EO. Ook niet op toogdagen of geweldige manifestaties als de EO-Gezinsdag, Evadagen of de EO-jongerendag. Die vindt plaats in het leven van alle dag. In een gemeenschap van christenen die in dst leven het verschil maakt.

Ik vrees dat dit verschil er niet is. De dertigduizend van de EO-jongerendag, maken ze het verschil in hun dagelijks leven? Of dat geweldige aantal van meer dan 50.000 op de Opwekkingsconferentie, zijn ze anders in het dagelijkse leven? Of komen ze even voor een dag of een weekend kicken, om daarna een heel jaar weer af te kicken, op weg naar de nieuwe pinksterconferentie?

donderdag 6 augustus 2009

Zinkt een man in het water...

Een man is aan het vissen met zijn vrienden op het multimediale water. Plotseling bedenken ze hoe goed het zou zijn een programma te maken over een man die over het water loopt. Ze vinden het een geweldig idee. Samen beginnen ze het idee uit te werken en op een dag durven ze de stap aan en stapt een van hen op het water.

Tot hun verbazing blijft de man op het water lopen. Ze beseffen dat dit alleen kan door samen met die andere man over het water te lopen. De voorbereidingen verlopen vlekkeloos en degene die met het programma meewerkt, doet goed zijn best. Ze zijn bereid tot het uiterste te gaan en nemen alles weg wat hen kan tegenhouden verder te lopen.

Het wordt in de multimediazee bekend dat het programma wordt gemaakt en dat de maker al begonnen is op de zee te lopen. Er steekt een grote storm van protest op uit de omgeving van de mannen. Het lijkt alsof de zee onstuitbaar is. Toch blijft de man op het water lopen, kijkend naar die andere man en wetend dat die hem vast houdt.

De storm houdt aan. Regen- en hagelbuien van boze brieven en emails komen op de man af. Hoe is het toch mogelijk dat juist hij dit doet. Heeft hij geen oog voor de gevaren om hem heen? Weet hij niet hoe gevaarlijk het is om op dat water te lopen? Is hij niet op de hoogte van de manier waarop de zee de man belachelijk kan maken? Dit is nog nooit vertoond, te gek voor woorden, keer maar liever op de schreden terug voordat het mis gaat.

Plotseling krijgt de man oog voor de gevaren van de omgeving. Het water is onstuimig. De regen afgewisseld door hagel komt striemend op hem neer. De zee onder hem is erg diep. Het bootje met zijn vrienden is wel erg ver van hem verwijderd. Geen oog meer voor de man die hem op de zee heeft geholpen. Alleen maar oog voor de gevaren om hem heen.

Plotseling begint de man te zinken. Hij kan zich niet meer staande houden. De omstandigheden worden hem te zwaar. De regen van protest te zwaar. Wie zal hem redden uit de diepe zee die onder hem ligt? Hij beseft dat hij zijn missie moet stop zetten, maar is al te ver van het bootje verwijderd om nog zelfstandig naar dat bootje toe te zwemmen. Hij kan zich niet meer staande houden. En zinkt steeds dieper de zee in. Wie kan hem nu nog redden?

En zoals bij elke gelijkenis komt er geen oplossing of uitleg. Wie oren heeft die hore. Wie is de man die op het water loopt en wie is degene die in het water zinkt?

Een hedendaagse gelijkenis gebaseerd op "Loopt een man op het water...".

woensdag 5 augustus 2009

knielen op een bed violen

Vakantie betekent soms ook: boeken lezen. Een van de boeken die op mijn verlanglijstje stond was "knielen op een bed violen" van Jan Siebelink.

Deze week heb ik het boek gelezen. In het kort komt het boek erop neer dat een man sterk op zoek is naar rust in zijn leven in het licht van de toekomstige eeuwigheid. Op een gegeven moment komt hij in aanraking met een sterk calvinistische sekte. Daarin raakt hij verstrikt. Zijn vrouw zoekt juist om de liefde aan haar man te geven en samen een gelukkig leven in het hier en nu op te bouwen.

In het boek ontspint zich een geschiedenis waarin het zoeken naar de eeuwigheid en de liefde van hier met elkaar vechten. Dat gevecht gaat door tot het einde van het leven van de man. Hij is sterk op zichzelf gericht en als hij met de sekte in aanraking komt, deelt hij dat niet van harte met zijn levensgezellin, maar doet hij alles in het geheim. Hij lijkt bij tijd en wijle helemaal op te gaan in de vraag of hij het waard is om de eeuwigheid met God door te brengen.

Het hele verhaal speelt zich voor en na de oorlog af in Velp, een dorpje naast Arnhem. Soms komen er namen in voor, waardoor ik in staat was in mijn geest bij de gebeurtenissen concrete plekken aan te wijzen.

Afgelopen week was ik in Velp, op de Velleper Donderdag. Terwijl we aan het lopen waren,kwamen we een stand tegen van een kerk waar we af en toe naar toe gaan. Geweldige mogelijkheden om daar op zo'n evenement te staan! Maar wij werden al snel afgeschrikt door een presentatie die in de stand werd getoond. Onderwerp: "tien woorden op de jongste dag".

Je hebt net het boek gelezen en gemerkt hoezeer de zorg voor de eeuwige toekomst een man kan tegenhouden om te genieten van elke dag. En komt dan een stand tegen met een dergelijke boodschap. Wat zal zo iemand dan denken?

Bovendien is het maar de vraag of de toekomst de enige reden moet zijn om ons bezig te houden met de blijde boodschap van Jezus. Is dat alleen een op de toekomst gerichte boodschap of heeft die ook nog iets te zeggen voor hier en nu. Het antwoord van de sekte waar de hoofdpersoon van het boek in terecht kwam was duidelijk. Hou je vooral bezig met de toekomst en zo min mogelijk met de afleidende dingen van hier en nu. Met als gevolg dat de hele omgeving daar negatief door werd beinvloed.

De kerk deed het natuurlijk niet expres, maar het is voor mij wel typerend voor waar kerken mee bezig zijn. De "woelingen" van vandaag wegen niet op tegen de heerlijke toekomst. Maar in die woelingen zijn wel mensen die worden opgeslokt en hier en nu op zoek zijn naar antwoorden voor de vragen van hier en nu. Van brood tussen de kiezen, geld op de plank, een gezonde leefomgeving of de nabije toekomst. Volgens mij zijn we geroepen als christenen ook daar een antwoord op te geven.

Vakantie

Even niets doen. Of dingen doen die je anders niet doet. Rustig in de tuin met een laptop op schoot bijvoorbeeld. En even verder aan niets anders denken dan aan wat er nu gebeurt.

Het heeft even geduurd voordat ik weer in vakantiestemming was. Nog even wat afmaken. Nog hier en daar een vergadering. Maar vooral: het lichaam en de geest laten afkicken van een druk jaar.

Gisteren zag ik een herhaling van een interview van Jeroen Pauw met Theo van Gogh in het programma "vijf jaar later". Onderdeel van het programma was een gesprek met de moeder en zus van Theo. Opvallend onderdeel daarvan was dat Theo wel erg manisch was. Altijd moest hij iets om handen hebben en als hij dat niet had, werd hij humeurig en niet te genieten.

De afgelopen dagen liep ik eerst even met mijn ziel onder de arm. Genieten van de vakantie lukte niet, omdat lichaam en geest niet wilden meewerken. "Ik moet wat doen" was de gedachte die door mijn hoofd heen speelde, maar mijn lichaam wilde niet. Verveling komt dan al snel om de hoek kijken.

Kijkend naar het programma over van Gogh ben ik blij met dat soort vervelende dagen. Even niets moeten, even niets om handen, even aan lummelen, zonder humeurig te worden. En vooral: opladen voor weer een nieuw en ongetwijfeld enerverend jaar.

woensdag 15 juli 2009

Terugblik op een bewogen jaar - in de wijk

Ook in de wijk waar we werken mochten we veel meemaken. Geweldige dingen, spannende dingen, droevige dingen.

De wekelijkse brunch en viering werd langzamerhand door steeds meer mensen bezocht. Hadden we aan het begin van het seizoen ruim voldoende aan vier tafels (voor ongeveer 20 mensen), aan het einde van het seizoen moesten we alle tafels bezetten en moesten we soms stoelen erbij slepen voor iedereen die kwam. Vooral het maandelijkse voorziet blijkbaar in een behoefte, want dan is het altijd topdrukte. De viering zelf is altijd wat kleiner dan de brunch of het diner. Sommige eters bedanken ons na het eten en gaan huns weegs. Toch is ook het aantal bezoekers van de viering toegenomen ten opzichte van het begin van het seizoen. Tegelijkertijd ben ik er niet rouwig om dat we niet met 30 mensen in een kring in de viering zitten. Met een kleinere groep (meestal rond de 20) kun je makkelijker praten en is de interactie eenvoudiger dan met een grotere groep. Een bepaalde groep bezoekers is duidelijk de diepte in gegaan. Als ik hen hoor spreken ten opzichte van een jaar geleden, is daar duidelijk groei in te zien. Bovendien laten die mensen hun groei zien door meer inzetbaar te worden binnen de Villa.

Vanaf het begin was de leiding over de brunch en viering in handen van vier mensen, waaronder ikzelf. Dat betekende dat we zowel praktisch als geestelijk alles regelden. We hadden een tweewekelijks rooster waarin we om-en-om als echtparen het praktische werk dan wel de viering voorbereidden. Dat is het afgelopen jaar gelukkig ook veranderd. In december werden twee echtparen vanuit de Vrijgemaakte Kerk vrijgemaakt om ons te ondersteunen. Daardoor werd het rooster ineens met de helft verminderd en konden we af en toe deelnemen aan de brunch en viering zonder ons druk te maken over welke voorbereiding dan ook. Een aantal vaste bezoekers deed altijd al mee met het praktische werk, maar werd vanaf maart extra gestimuleerd doordat een van onze teamleden met zwangerschapsverlof ging. Daardoor namen de Villagangers ongeveer de helft van de voorbereidingen van het praktische werk over. Vanaf nu staan elke zondagochtend al alle tafels gedekt.

Wat dat betreft is de gemeenschap binnen ons werk hechter geworden. Mensen zijn meer op elkaar betrokken geraakt. Dat heeft twee oorzaken. Ten eerste kregen we halverwege de maand oktober het trieste bericht dat een van onze vaste bezoekers een hartinfarct had gehad, waardoor hij met spoed naar het ziekenhuis moest gaan. De eerste periode had ik dagelijks contact met de zoon van deze man. Dat leek vrij eenvoudig door de telefoon te gebruiken, maar was achteraf wel intensief, doordat ik daar ook zelf wel mee bezig was. Vanaf dag 1 hebben we de andere bezoekers ervan op de hoogte gebracht en dat resulteerde in een wekelijkse consultatie over hoe het met hem ging. Dat vond ik geweldig hartverwarmend, want welke verbinding hebben Surinaamse, Antilliaanse of Duitse mensen van nature met een autochtone Klarendaller? Doordat ze allemaal betrokken zijn bij de Villa, zijn ze ook meer op elkaar betrokken geworden. Wekelijks werd gebeden voor de man. De doktoren stonden versteld van het -naar verhouding- snelle herstel van de Villaganger.

De huisgroepen
Vanaf februari zijn we begonnen met twee huisgroepen bij mensen thuis. Er was bij een groeiend aantal bezoekers verlangen om meer van de bijbel te leren kennen. We hebben daarom de deelnemers in twee groepen verdeeld en ze uitgenodigd deel te nemen aan die groepen. We hebben ze doelbewust niet bijbelstudiegroep genoemd, omdat dat weer zo erg gericht zou zijn op een aspect. We willen de groepen namelijk ook helpen om voor elkaar te gaan zorgen (gemeenschap) en voor de we ijk rondom hen te zorgen. De groep bij ons aan huis was heel gezellig en ontspannen. Er werd heel wat afgelachen, maar ook met elkaar mee geleefd. Gesprekken werden met de week dieper en persoonlijker. Nu alweer beginnen mensen te vragen wanneer het weer begint. Een prachtige gelegenheid om met mensen om te gaan en hen persoonlijk te leren kennen. En genieten om mensen steeds dichter naar elkaar te zien toe groeien.

Richting gemeentestichting
We hebben ons de afgelopen tijd veel bezig gehouden met een omvormingsproces richting een kerkelijke gemeenschap. Vanaf het begin hebben we geprobeerd mensen die bij ons kwamen te verwijzen naar kerken in de stad. Bezoekers vonden het leuk om dat mee te maken, maar zeiden telkens dat ze 'hun eigen kerk' dan zo misten. En dan hadden ze het over de Villa! Vorig jaar hebben we daarom besloten om richting gemeentestichting te gaan. Dat betekent op termijn uit het Youth for Christ verband stappen. Het hele afgelopen jaar hebben we gesprekken gevoerd met een vertegenwoordiging van de Vrijgemaakt Gereformeerde Kerk in Arnhem om te kijken of zij ons zouden kunnen helpen met het proces van gemeentevorming. Daar zijn we inmiddels een heel eind mee. Er ligt al een boekwerk bij de kerkenraad en bij Youth for Christ die het overgangsproces en het samenwerkingsproces beschrijft. Het betekent in ieder geval niet dat we volledig opgaan in het verband van de vrijgemaakte kerk, waarvoor sommige mensen bang waren. We krijgen de ruimte om ons eigen proces en onze eigen weg naar de toekomst te gaan.
Dat proces heeft wel veel tijd opgeslokt, maar ik zie dat niet als verloren tijd. Daardoor zijn we meer in ons hoofd opgeschoven richting een gemeente. Een van de denkfouten die we moesten erkennen was, dat we in feite al een gemeente waren. Dat was in zekere zin wel een eye-opener.

Mensen-mensen-mensen
Hoe het ook zij, het gaat mij altijd in eerste instantie om de mensen die we tegenkomen. In alles wat we doen zijn zij degenen die we op het oog hebben. God dienen door mensen te dienen zou je kunnen zeggen. We hebben het afgelopen jaar een aantal extra mensen erbij gekregen die ons helpen met dienen. Soms merkte ik dat onze visie mensen te dienen, niet helemaal werd begrepen. Dan hadden we een brunch of diner en dan leek de tijd belangrijker dan de mensen. We hebben dat goed met elkaar gedeeld en tot de conclusie gekomen dat tijd niet zo belangrijk is als mensen. Wij Nederlanders zijn soms zo tijd- of actiegericht, dat mensen daaraan ondergeschikt moeten zijn. Dat is ook zichtbaar in veel kerken. Wij willen te allen tijde juist mensen bovengeschikt en tijd of taak daaraan ondergeschikt maken. Makkelijk gezegd, moeilijk gedaan, vooral als je gewend bent erg op je agenda te leven.
We zien in 'onze mensen' groei. Groei naar God toe, groei naar elkaar toe, groei naar meer hulp in de wijk. Sommigen komen voor de gezelligheid bij ons. Geweldig! Anderen willen meer van het geloof weten. Geweldig! Nog weer anderen willen God beter leren kennen. Geweldig! En weer anderen willen steeds meer met ons meedoen. Geweldig. Je merkt het. Het een is niet beter dan het andere. Als christen ben ik daar wel toe geneigd. Maar ook het feit op zich dat mensen zich thuis voelen is al geweldig. Laat God dan maar het werk in die mensen doen en laat ik dan maar zo werken, dat ik niet een barrière daarvoor vorm.

En nu rust
Terwijl ik dit schrijf zit ik op het gras aan het water te genieten van het mooie weer in ons land. Er mag ook wel eens rust zijn in drukke tijden. Lastig als ik hoor dat eedn man in het ziekenhuis regelmatig naar mij vraagt. Maar ja, rust is toch echt rust. Dus ik laat het met een gerust hart over aan mijn vrienden die nog niet op vakantie zijn geweest of die dat al achter de rug hebben. Vijf weken rust van het werk op het stadhuis; vier weken rust van het werk in de wijk. Tijd om bij te komen, uit te rusten, op te laden en na te denken over de tijd die komen gaat.

Heerlijk die rust; heerlijk dat uitzicht naar nog meer in het komende jaar!

Terugblik op een bewogen jaar - op het stadhuis

Eindelijk weer eens even tijd voor ruimte en reflectie. De laatste rommel op het werk wordt opgeruimd. De computerlessen zijn afgelopen. De huisgroep is gestopt. Vanaf zondag ga ik voor enkele weken op rust. Dat is hard nodig ook. De afgelopen weken kwam er een grote moeheid over me heen, waar ik maar niet van af kom. Tijd voor een terugblik op mijn afgelopen jaar.

Op mijn werk bij de gemeente Arnhem hebben we veel spannende, zware, interessante en veranderende dingen meegemaakt. Voor diegenen die dat niet weten: ik werk fulltime voor de griffie van de gemeente Arnhem (ben dus ambtenaar!) en ben daar verantwoordelijk voor de goede uitvoering van alle facilitaire aangelegenheden rondom de Arnhemse politiek.

Dit seizoen begon al goed tijdens de eerste dagen na de vakantie, toen bleek dat we met haastige spoed de bestaande raadszaal moesten verlaten en tijdelijk overgingen naar de Statenzaal van het provinciehuis. Terwijl het gewone dagelijkse werk doorging, betekende dit afspraken maken, het provinciehuis leren kennen, kennis maken met de naaste collega's op de provincie, ICT-aangelegenheden leren kennen, ons wegwijs maken in het video-opnamesysteem. Op een dag werden alle belangrijke spullen die we maandelijks nodig hadden voor een politieke avond naar het provinciehuis versleept. Zo konden we in een gespreid bedje beginnen met een periode van september tot half februari heen en weer pendelen van het stadhuis naar het provinciehuis.

Had ik tot dat moment alleen nog maar een keer per maand hoeven te werken tijdens de maandagavonden, vanaf dit moment was ik facilitair floormanager op alle avonden. Dat hakte behoorlijk in op mijn vrijetijdsbesteding. Gelukkig kon ik daardoor meer tijd doordeweeks besteden aan de dingen in de wijk.

Half februari kregen we de weg terug van provinciehuis naar het verbouwde stadhuis te verwerken. Gedurende de provinciehuis periode waren we inmiddels aardig op de hoogte geraakt van het wel en wee rond video-opname en -notuleren tijdens politieke vergaderingen. Dat zou dus wel meevallen als we terug waren, was onze verwachting.

Helaas werd die verwachting gelogenstraft. Er was een heel ander systeem ingevoerd, wat we vanaf eind februari, begin maart (natuurlijk allemaal naast het gewone werk) eigen moesten maken. 7 maart werd de nieuwe raadszaal officieel geopend, maar niet voordat alle werkers die het hadden opgebouwd tot 6 maart 's nachts nog alles hadden aangelegd en gereed gemaakt. In twee weken werken hadden we ons het hele videosysteem, DVD-speler, de verbindingen met de beamers, de lichtinstellingen, de geluidstechniek zo goed als mogelijk eigen gemaakt. Vanaf dat moment ben ik weer wekelijks bij de politieke avonden geweest om de politici facilitair te ondersteunen met de zo noodzakelijke techniek. Mijn werk als notulist werd langzamerhand veranderd in die van facilitair regisseur. Elke maandag alle zaken langslopen om te zien of microfoons goed stonden, camera's bediend konden worden, de stoelen en tafels op de juiste plek stonden, de uitzendingen goed overkwamen bij onze internetregisseurs in Rotterdam, beamers goed afgesteld waren, de presentaties goed op het scherm overkwamen, de DVD-recorders het goed deden en naambordjes op de goede plek stonden. Helaas staat techniek voor niets, dus bijna elke maandag was er wel weer een stressmoment als het geluid het niet of zeer slecht deed, een presentatie niet over kwam, een microfoon uit viel, de oplader van de microfoons niet in het stopcontact bleek te zitten, tijdens een belangrijke vergadering de microfoon van de burgemeester haperde en ga zo maar door. Dan werd van mij verwacht snel te handelen zodat de vergadering weer kon doorgaan.

Alsof dat nog niet alles was, werd ik met mijn collega regelmatig ingeschakeld om een digitaal archiefsysteem door te testen, waardoor regelmatig fouten boven tafel kwamen. Een dagdeel of zelfs een dag achter de PC om in eerste instantie testscripts te schrijven (een stap-voor-stap handleiding voor de gebruiker) die we later regelmatig zelf uit testen op weer een nieuwe release van het systeem. En wat zou ik blij zijn geweest als het systeem ook zo zou hebben gewerkt als ik had verwacht. Helaas, techniek staat voor niets, ook in dit systeem...

De veranderingen en wijzigingen moesten allemaal gebeuren tijdens mijn gewone werk. Daar had ik in weken waarin stukken moeten worden verzonden normaal al de handen aan vol. De agenda voorbereiden, de agenda bij elkaar puzzelen, de stukken bij elkaar zoeken, die stukken op internet zetten (waarbij helaas opnieuw de techniek nogal eens haperde) mensen uitnodigen voor vergaderingen, insprekers bij houden en collega's op de hoogte brengen van de nieuwe agenda. Op zich lijkt dat vrij eenvoudig en de kwaliteit is wat dat betreft optimaal geworden. Alleen is het werk behoorlijk tijdrovend, omdat per onderwerp vier handelingen moet worden uitgevoerd: printen uit het digitale archiefsysteem, omzetten van de onderdelen in PDF, samenvoegen van de onderdelen, het geheel op internet plaatsen. Twee keer in de maand betekende dat zeker drie dagen achter elkaar met dat proces bezig zijn. Tja, en als er tussendoor dan ineens een cursus was, een introductie of een vergadering, dan moest dat andere in een wat kortere tijd worden gedaan.

En dan hebben we het niet over allerlei "bij"klusjes die van mij werden gevraagd. Als kenner van het systeem en van de historie moest ik vaak de achtergronden voor beleidsstukken terughalen uit de digitale geschiedenis. Want onderwerpen als "drugsboot De Boei", de verbinding daarvan met het prostitutiebeleid (uitsterfbeleid van de raamprostitutie in het Spijkerkwartier) en de zorgzone (tippelprostitutie in combinatie met gereguleerde zorg voor de heroineverslaafde gebruikers van de zone), de gang van zaken rondom de lening aan Vitesse (waarover dit jaar een onderzoek werd gehouden), de Sonsbeektentoonstelling, Rijnboog en Arnhem Centraal waren zo ingewikkeld en langdurend, dat niemand daarvan nog zicht had op de geschiedenis daarvan. Een aantal keren kwam met name bij de behandeling van De Boei een overzicht dat ik had gemaakt ter sprake. Een leuk momentje van succes.

Dan hebben we het nog niet over de druk die het (mogelijk) aftreden van een wethouder met zich meebrengt. Dat hebben we in dit seizoen twee keer meegemaakt. Eerst in september een wethouder vanwege een forse overschrijding van het budget voor de verbouwing van het Museum voor Moderne Kunst. Daarna in juni een wethouder vanwege het niet goed informeren aan de raad van een behoorlijke verhoging van budget van de succesvolle Sonsbeektentoonstelling. Wat dat laatste betreft werd zwaar naar ons gekeken, omdat een brief niet boven tafel was gekomen. Wij hadden die niet gekregen, ook al hadden wij er gedurende enkele maanden naar gevraagd. Het uitzoekwerk of die brief nu daadwerkelijk niet aan ons was verzonden lag op mijn bordje. Met alle druk van dien.

Een ander druk moment (ook psychisch gezien) was een verzoek tot openbaarmaking van geheime stukken rondom het onderzoek over Vitesse. Het onderzoeksbureau had op eigen initiatief de vertrouwelijke onderdelen digitaal weggelakt, maar zonder na te denken over de effecten daarvan. Daar hadden ook wij geen kaas van gegeten (we gebruiken wel software, ik ben er redelijk goed van op de hoogte, maar de diepte van een specialist is niet aan mij besteed. Met als gevolg dat mij aan het einde van een vertrouwelijk debat werd opgedragen om het desbetreffende stuk goed beveiligd op het net te plaatsen. Waarop een slimme softwarespecialist twee dagen later meldde dat hij het geheime stuk had gekraakt. Dat had behoorlijk wat voeten in de aarde. Die week en de week daarna stond het bij onze afdeling volledig in het teken van uitzoeken hoe dit nu mogelijk was geweest.

Het seizoen is gelukkig ten einde. Ik zal nog ettelijke voorvallen vergeten zijn. Maar tegelijkertijd kan ik zeggen dat ik nog steeds geniet van het werk dat ik doe. De spanning, de veranderlijkheid, de stress, maar ook de lol over het politieke spel, je moet ervan houden. En dat doe ik, nog steeds. Generalist als ik ben, kan ik overal aan ruiken en overal iets van meenemen. Van ICT, techniek en facilitair management.Tot aan alle beleidsonderwerpen die het hele gemeenteveld beslaan van ruimtelijke ordening naar sociale zaken, van cultuur naar de heropbouw van wijken, van welzijn tot economie. Doordat ik zo dicht tegen de politiek aanzit, ken ik alle raadsleden en commissieleden persoonlijk. Dat geeft soms mooie gesprekken. Over gewone dingen van het leven, de problemen die ze tegenkomen, of over het vrijwilligerswerk dat ik doe in vrije tijd. Ook hierin weet ik dat ik op mijn plaats ben, als christen op het werk rond de politiek.

Tegelijkertijd begint het langzamerhand steeds meer bij mij te kriebelen om te overwegen wat minder op het stadhuis te werken en wat meer in de wijk. En daarover vertel ik in mijn volgende blog.

Friesch Dagblad Column 9: Wie hoort er bij?

Lees mijn nieuwste column onder de titel "Wie hoort er bij?" op de website van het Friesch Dagblad.

Hieronder cursief de letterlijke tekst.

Een van de belangrijke speerpunten die wij bij Villa Klarendal in Arnhem hanteren, is dat bezoekers zich bij ons thuis mogen voelen. Daarvoor hebben we allerlei barrières die dat in de weg staan zo veel mogelijk proberen weg te nemen.
De liederen die we zingen hebben we zo veel mogelijk aangepast aan de sfeer en smaak die in onze wijk bekend is. Maar ook de inhoud van die liederen moet niet al te veel vragen opleveren en is dus aangepast aan de taal en spraak in onze wijk.

Als mensen met ons willen meewerken, gaan we niet eerst een hele lijst van eisen en wensen af om te kijken of ze wel geschikt genoeg zijn. Wijkbewoners mogen met ons meedoen en soms hebben we hen laten deelnemen terwijl ze het nog niet helemaal eens zijn met wat wij verkondigen. De koffie smaakt er niet minder om.

Geen bekeringsdrang
Onlangs hadden we een vrijwilligersavond. Ik keek om me heen en zag dat er mensen van allerlei slag bij zaten. Religieus gezien zaten er naast mensen met een christelijke achtergrond ook mensen met een hindoestaanse, islamitische of religieloze achtergrond. Ze voelen zich zo bij ons thuis dat ze bereid zijn een deel van hun tijd te geven aan ons werk in de wijk. Ze zijn door hun andere achtergrond wat ons betreft niet minder dan andere vrijwilligers. Terwijl ze weten dat wij het werk vanuit een christelijke inspiratie doen, zijn ze bereid met ons mee te werken. En wij zijn bereid hen niet telkens te bestoken met een bekeringsdrang, omdat ze wat ons betreft rustig mogen meedoen, meedraaien en meeluisteren. Dan zal God vanzelf wel in hun leven werken.

Doordat mensen zich thuis voelen, ontstaat er op een natuurlijke manier een nieuwe vorm van gemeenschap. Mensen zijn op elkaar betrokken, vullen elkaar aan, zorgen voor elkaar en dragen daadwerkelijke zorg voor de ander. Een gemeentelid dat in het ziekenhuis ligt, krijgt vrijwel dagelijks bezoek van andere leden. En elke keer als ik weer een gemeentelid tegenkom, willen ze graag weten hoe het met het medelid gaat.

Doordat mensen zich thuis voelen wordt gemeenschap soms breder ervaren dan wij van nature als christenen gewend zijn. De niet- of nog-niet-zo-gelovige bezoekers zijn net zo betrokken op de anderen als de gelovige bezoekers. Dat stelt ons voor interessante vragen als: wanneer is er sprake van christelijke gemeenschap? Wie hoort erbij en wie niet? Moeten we met lidmaatschap beginnen of juist niet?

Drempel
Dat ik deze vragen stel, laat zien dat ik geen antwoord heb op deze vragen. In sommige kerken is lidmaatschap heel duidelijk. Er zijn regels opgesteld voor wie wel en wie niet tot de gemeenschap behoren. Daarmee worden potentiële leden nog even buitengehouden totdat ze ‘zo ver’ zijn dat ze wel kunnen toetreden. Daarmee is duidelijkheid geschapen voor wie binnen en wie buiten zijn. Dat kan een drempel vormen voor mensen die zich graag willen aansluiten, maar nog niet zo ver zijn.

Als ik dan kijk naar Jezus’ gemeenschap met zijn discipelen, vraag ik mij af welk model het dichtst daarbij nadert. Hij nodigde mensen van divers allooi uit. Van vrome gelovigen tot zware heidenen. Die gingen met elkaar op pad om Jezus te volgen. Gedurende hun reis kwamen ze zichzelf regelmatig tegen. Af en toe was er een geweldige gelovige uitspraak, waarbij Jezus ongetwijfeld figuurlijk een sprong in de lucht deed. Waarna hij vervolgens weer met een plof op aarde kon terugkeren, of - nog dieper - hem de moed in de schoenen zonk, door een uitspraak, een vraag of een handeling van een geheel andere aard.

Is dat misschien wat Jezus bedoelde met het onkruid en het koren dat samen opgroeit? Het zou kunnen. Ik heb in ieder geval, om maar met diezelfde vergelijking door te gaan, wel in de afgelopen jaren veel vermeend onkruid zien veranderen in bruikbaar koren. God verandert mensen. Niet doordat wij eraan trekken, maar doordat mensen zich eerst bij ons thuis voelen en daarna bij Hem thuis komen.

zaterdag 4 juli 2009

missionair werk en Wilders III

In hoeverre is het voorgaande nu een antwoord op de PVV van Geert Wilders? Ik denk dat we op een aantal manieren een oplossing bieden voor de problemen die de PVV terecht aan de kaak stelt.

We willen hiermee laten zien dat het mogelijk is om als mensen samen met elkaar te leven. Dat moslims geen enge mensen zijn, maar mensen van vlees en bloed. Die hun eigen achtergrond meenemen en die we niet kunnen leren kennen dan als we direct met hen in contact komen.

We hebben in de wijk al enkele barrières moeten overwinnen om dit mogelijk te maken. Een wijkbewoner die de keuken beheert van het wijkcentrum moest aanvankelijk niets hebben van "die butenlenders" in "haar" keuken. Daar gaat het alleen van stinken. Ze is nu na enkele maanden toch positiever over "die mensen" en ziet dat niet alle moslims over een kant kunnen worden geschoren.

Door openlijk op te komen voor enerzijds de belangen van autochtone wijkbewoners, maar daarbij de balangen van andere wijkbewoners niet te ontkennen, is er al wat meer begrip gekomen voor elkaars belangen. Het is jammer dat niet op meer plekken mensen met elkaar werken en praten. Een van de klachten over regulier welzijnswerk is dat mensen in groepen bij elkaar worden gestopt. Dan is er een Turkse naaigroep, een Turkse vrouwengroep en nu ook een Turkse computerles. Dat zou veel meer gemengd kunnen worden.

Door in gesprek met moslims te komen, leren mensen elkaar kennen. Die moslim is geen enge persoon meer, maar wordt een vriend. Die enge Nederlander is geen vreemde meer, maar een goede kennis. We kunnen elkaar inmiddels vinden. Als ik een vraag heb over de Turkse cultuur of even vertaling nodig heb voor iemand die geen woord Nederlands spreekt of verstaat (wat ik overigens met man en macht afwijs: dat zou iedereen die in dit land leeft moeten kunnen!), weet ik wie ik kan bellen. Hetzelfde geldt voor mensen van een Marokkaanse, Iraakse, Iraanse of Afghaanse afkomst. Ik heb ook al regelmatig meegemaakt dat ik op straat werd toegezwaaid door een behoofddoekte vrouw die mij kende van de reis naar Oriëntalis. Daarmee worden we bekenden van elkaar die weten wat ze aan elkaar hebben.

Wat dit betreft heb ik het idee dat we nog maar aan het begin staan van wat nog meer mogelijk is in de wijk. Ideeën zat: een reis met moslims naar de synagoge, een multireligieuze gespreksgroep, aan de hand van een maaltijd een multicultureel gesprek over het leven van alledag. Ik ben hier dus niet bezig met een politieke oplossing. Daar is ons werk niet voor. Maar we bieden wel een begin van een maatschappelijke oplossing voor de problemen die de PVV ons schetst. Het kan zijn dat moslims daardoor milder komen te staan ten opzichte van de Nederlandse samenleving. Het kan ook zijn dat ze daardoor kritischer worden ten opzichte van de eigen geloofsbronnen, zoals de Koran. Dat heb ik echter niet voor ogen. Mijn wens is om vanuit respect en medemenselijkheid mensen te nemen zoals ze nu zijn. En met elkaar op weg te gaan, om samen te zien waar we uit komen.

missionair werk en Wilders II

Het moet en kan ook anders, dachten we. Niet alleen langs elkaar leven, maar ook: leren met elkaar te leven.

Vanaf dag 1 van Villa Klarendal zijn we begonnen met maaltijden. Daarbij gaven we alle bezoekers ruimte om met ons mee te eten. En een keer per maand was er de mogelijkheid om eigen eten mee te nemen. Al snel kwamen enkele vrouwen met hoofddoeken om bij ons op bezoek. Ze vonden het prettig bij ons en bleven komen. In het begin zaten ze gescheiden aan tafels van de anderen. Doordat ze vaker kwamen, begonnen er gesprekken te ontstaan. Na verloop van tijd werd aan een jonge bezoeker gevraagd wat hij zo leuk vond aan Villa Klarendal. Zijn antwoord was dat hij het zo leuk vond om zijn Marokkaanse buurvrouw te ontmoeten zonder de bekende scheidingen die we in de buurten kennen en met haar te eten en te praten.

Goed, na verloop van tijd stopten de dames met het bezoeken van de brunch en viering. Maar het contact bleef. We hadden tijdens onze eerste kerstviering voor de Meiden Bijbel Club een stel meiden van Turkse, Marokkaanse en Koerdische afkomst op bezoek gehad. Dat resulteerde bijna op een handgemeen tussen de vaste bezoekstertjes van de club en deze groep. We moesten toen deze meiden buiten zetten, maar niet zonder de afspraak er nog eens over door te praten. Dat hebben we na verloop van tijd gedaan en daar zijn goede afspraken uit voort gekomen. Ruim een jaar later kwamen we deze meiden weer tegen en die vroegen ons of we een club voor ze konden organiseren. Na veel nadenken zijn we met die club, de Moslim Meiden Club, begonnen. Drie vrouwelijke werkers, waaronder een van de eerder genoemde vaste Marokkaanse bezoekers, begonnen met deze club. Het was een leuke club met veel mogelijkheden, die uiteindelijk een klein seizoen bij elkaar kwam.

Halverwege dat seizoen vroegen de ouders van deze meiden ons om een gesprek. Tijdens dat gesprek bleek dat zij behoefte hadden aan een club voor hun jongere kinderen. Na wat nadenken zijn we daar ingestapt. Aanvankelijk een "moslim kinder club". Niet lang daarna bleek dat de prinsen zich niet zo behoorlijk gedroegen. Dus is de kinder club omgedoopt in een moslim meisjes club (de M&M's). Die is nu aan het einde van zijn tweede seizoen en de berichten die ik er van terug hoor zijn heel positief.

Inmiddels is er ook al weer voor het tweede seizoen een Meiden Club voor middelbare scholieren geweest. Deze club bestond uit een mengsel van meiden met een Zuidamerikaanse en met een islamitische achtergrond. Op de een of andere manier bleken de meiden elkaar langzamerhand wel te gaan waarderen. Daardoor konden onderling allerlei leuke dingen worden gedaan. En was er geen sprake van scheiding tussen de ene en de andere groep.

Vorig jaar kregen we contact met een Turkse vrouwengroep in het wijkcentrum. Samen met hen hebben we een reis georganiseerd naar Orientalis (voorheen: Bijbels Openluchtmuseum). Daar is door project Kan Wel, en door mij hier en hier over geschreven. We wilden graag iets leren over elkaars cultuur, maar ook over hoe wij daar zelf in stonden. Door alle deelnemers werd dit als heel positief ervaren.

Een tijd geleden waren enkele bezoekers van Villa Klarendal zo enthousiast over het samen eten, dat ze me vroegen of we niet een kookclub samen met mensen uit andere culturen konden organiseren. Nadat ik dit idee met een werker had besproken, werd in november vorig jaar de "Landen Kook Club" gestart. Zie het artikel hierover in de wijkkrant Klarendal van januari 2009. Het werd een succes, waarbij kokers elkaar leerden kennen en waarderen en later voor grotere groepen wijkbewoners begonnen te koken. Zie ook het filmpje van RTV Arnhem hierover.

missionair werk en Wilders I

Het moest er toch eens van komen. De man is voortdurend in het nieuws. Zijn politieke organisatie wint in polls terrein. Volgens de gegevens vooral in de prachtwijken, waarvan Klarendal er een is. Hoe valt dat te rijmen met het missionaire werk waar wij mee bezig zijn? Hoe gaan we om met opmerkingen die in de richting van de PVV gaan? Dat zijn vragen die mij bezig houden.

Ik ga hier niet een uitsluitend onderzoek houden naar de juistheid van de stellingen waar de PVV voor staat. Ik ga ook geen analyse aan naar de reden waarom in deze wijken de PVV zoveel winst boekt. Ik wil hier vooral vertellen wat wij tegenkomen en hoe we daar mee om gaan.

Allereerst constateer ik dat in de wijk vrij veel moslims wonen. Er wonen ook mensen van een andere achtergrond, maar de moslims vallen het meest op. Het grootste probleem in onze wijk is dat mensen van diverse achtergronden niet met elkaar, maar naast elkaar leven. Ze zien elkaar, ze horen elkaar, maar ze hebben geen echt contact met elkaar.

Wijkbewoners die van jongs af aan in de wijk wonen, de echte Klarendallers, vertellen ons regelmatig dat ze zich niet meer thuis voelen in hun eigen wijk. Het lijkt erop dat de wijk is overgenomen door "die buitenlanders". Voor een deel is dat begrijpelijk. De moslims vieren hun eigen feesten en doen dat over het algemeen niet alleen in huis. Dus op hoogtijdagen als het Suikerfeest, het Offerfeest of tijdens bruiloften is de hele straat in rep en roer van allerlei vrienden en familieleden die met elkaar, op zijn Turks of Marokkaans, feest vieren. Als je niet open staat voor andere culturen is dat bedreigend.

De moslims in onze wijk hebben een andere culturele achtergrond. Zij hebben echter ook een andere volksaard. Ze zijn snel emotioneel en het lijkt alsof ze zich dan niet kunnen inhouden. Een aantal keren heb ik oog in oog gestaan met woedende buren die kwaad waren over een mug waarvan ze een olifant maakten. De mug dreigde ook letterlijk uitgevochten te worden. Gelukkig heb ik dat, vredestichter (of angsthaas zo je wilt) als ik ben, altijd in de minne kunnen schikken. Maar voor buurtbewoners die niet gewend zijn om te praten, maar gelijk op de vuist te gaan, is dat bedreigend. Temeer, omdat de cultuur waar Turken en Marokkanen uit komen niet individualistisch, maar collectivistisch is. Met als gevolg dat als je ruzie hebt met een Turkse persoon, je al snel ruzie hebt met zijn hele familie. En dan spreek ik niet over een gezin van maximaal 4 personen!

Als dit de ervaring is van wijkbewoners met Turken en Marokkanen, is het grote gevaar om ze over een kam te scheren. Ik heb hierboven doelbewust de cultuur van deze bevolkingsgroepen gescheiden van de religieuze achtergrond. Maar voor mensen die daar geen zicht op hebben, is dat een pot nat. Dan krijgt de religieuze achtergrond - de islam - de schuld van de manier waarop mensen zich uiten.

Plagerijtjes, pesterijtjes, omgekeerde discriminatie om vervolgens voor discriminatie te worden uitgemaakt als je er wat van zegt, mensen die op een oneerlijke manier omgaan met de Nederlandse wetten en regels, mensen die in staat zijn als familieleden vrijwel naast elkaar te kunnen wonen, terwijl vrienden van ons in geen jaren in staat waren om in de wijk te komen wonen. Het zijn allemaal dingen die wij aan den lijve ervaren in onze contacten met mensen die een Turkse of Marokkaanse achtergrond hebben. Soms hebben wij ook tegen elkaar gezegd dat we spuugzat waren van die mensen. Soms zeiden we dat tegen maatschappelijk werkers van een allochtone afkomst. Die reageerden nogal lauw dat het "ook maar mensen waren" of schouderophalend niet wisten wat ze moesten zeggen. Dan ben je geneigd de kont tegen de krib te gooien en uit protest op Wilders' PVV te gaan stemmen.

vrijdag 3 juli 2009

Vrijwilligers zijn betrokken

Elk halfjaar organiseren we binnen Villa Klarendal een vrijwilligersavond. Een avond waarop de betaalde medewerkers de vrijwilligers in het zonnetje zetten. Ik ben nog steeds een vrijwilliger, dus afgelopen woensdag kon ik met een gerust hart achterover zitten en genieten. Genieten van het lekkere eten en van de mensen om ons heen.

Vooral dat laatste doet me veel. Mensen die zich zeer betrokken voelen bij de Villa. We doen dit nu voor het vierde jaar. Dan kijk ik om me heen en zie veel verschuiving. Mensen zijn weer gegaan. Mensen zijn erbij gekomen.

Wat mij vooral goed doet is dat van de 20 mensen inmiddels 7 uit Klarendal zelf komen. Drie van hen waren er ook vorig jaar. Maar toen zaten zij in een hoekje achteraf, kijkend naar al het jonge grut dat zich als vrijwilliger ophield in het Klarendalse. Het meeste "grut" werd toen nog van buitenaf ingevlogen. Zowel qua wijk als van kerkelijke achtergrond.

De drie waren samen met de andere vier nu veel meer het middelpunt van de avond. Ook vier andere vrijwilligers zijn nog woonachtig in Klarendal of bezig daar naar toe te komen. Dat vond ik dus echt kicken. We hebben van tevoren bedacht dat mensen die met ons zouden optrekken ook langzamerhand meer in ons werk zouden gaan doen. Dat hebben we geweten. Nu zijn ze onze boodschappers, tafel dekkers, brood brengers, wassers, salade-makers, workshop-gevers, eetgroepondersteuners en koffieochtend-werkers. De meesten denken ook mee over de toekomst van de Villa. En enkelen regelen samen de maaltijden voor de maandelijkse diners.

Wat daarbij ook interessant is, is dat twee van deze vrijwilligers geen christelijke achtergrond hebben en op dit moment nog niet van zins zijn om dat te veranderen. Tegelijkertijd voelen ze zich met hun eigen achtergrond helemaal thuis in de Villa. Kijk, dan komen we dicht bij waar we willen zijn. Een open huis waarin mensen zich thuis voelen. We bieden ruimte om meer over het geloof te leren kennen. Maar we geven ook ruimte als mensen daar niets over willen weten.

Zo kan ik genieten van de mensen om me heen. En genieten van de vreugde die ze hebben over hun thuis. De Villa is een warm thuis geworden. Een familie waar je bij hoort. De teamleider gaf iedereen een kadootje om uit te pakken. Iedereen kreeg een schaakstuk. We zijn allemaal deel van het spel. De een als pion, de ander als loper, de ander als koning of koningin. Maar binnen het spel dat Villa Klarendal heet, zijn we allemaal belangrijk. Ieder mag op zijn plaats zijn eigen zetten doen.

En zo mogen we langzaam maar zeker samen verder komen in het spel. Totdat onze tegenstander in deze wijk volledig schaakmat is gezet. Ik vrees dat dat nog wel even zal duren. Maar ondertussen zie ik uit naar de nieuwe mensen die we mogen meenemen om deel te nemen aan onze kant van het spel.

dinsdag 16 juni 2009

Friesch Dagblad Column 8: Humor

Mijn volgende column is te bewonderen in het Friesch Dagblad vandaag. Maar natuurlijk gewoontegetrouw ook hier door te lezen.

Humor is een geweldig en door christenen te veel vergeten middel

'Lachen is gezond', ‘Een vrolijk hart brengt een lach op het gezicht, een verdrietig hart pijnigt de geest’ en ‘Een vrolijk hart bevordert een goede gezondheid, een sombere geest verzwakt het lichaam’.

Drie spreuken die gaan over het belang van lachen en humor. Om ons heen is het soms kommer en kwel en lijkt het alsof iedereen problemen heeft. De kredietcrisis grijpt om zich heen en het Journaal pepert het ons allemaal nog even extra in. Het is een moeilijke tijd en daar moeten we vooral van doordrongen zijn.

Juist in deze tijd zoeken mensen naar enige ontspanning uit de druk van de tijd. Ze kijken op televisie vooral naar ontspannende programma’s. Er komen nieuwe tv-kanalen als Comedy Channel bij. We hebben even tijd voor de noodzakelijke verlichting nodig en komen tot rust bij die lachwekkende programma’s.

Wijsvinger
Christenen vragen zich soms af waarom hun medelanders nu juist naar dat soort afleiding zoeken en niet verder zoeken dan hun afleidende neus lang is. Met een figuurlijke priemende wijsvinger spreken ze smalend over ‘het volk dat alleen brood en spelen wil’. Om vervolgens de games, de spelletjes, de kluchten of de showprogramma’s af te doen als nietszeggend en onnuttig.

Gelovigen wijzen echter op een splinter, terwijl ze een balk in het eigen oog hebben als hen een humoristische spiegel wordt voor gehouden. Dan is alles ach en wee. Want die ongelovigen spreken beledigend over het eigen geloof. Om vervolgens al verdedigend tot aan de hoogste rechter het eigen gelijk over het recht om beledigd te mogen zijn te behalen.

Wat is Theo van Gogh toen hij nog leefde vaak door christenen verguisd om zijn afschuwwekkende uitspraken over Jezus. Hoezeer hebben christenen zich geërgerd over toneelstukken waarin God als een ezel werd voorgesteld. Om dan maar niet te spreken over spotprenten waarin de christelijke religie openlijk werd bespot.

Is humor niet juist een geweldig en door christenen te veel vergeten middel? Om anderen iets te leren. Maar ook om onszelf een spiegel voor te houden. Sommige geloven staan bekend om hun kunst van zelfspot. Sommige joodse groepen kennen een geweldige humor waarin het eigen leven van een lachwekkend randje wordt voorzien. Een gezond en volwassen geloof is het geloof dat zichzelf van een afstandje durft te bezien en daarvan de humor inziet.

Luisteren naar de spot en satire over het geloof is van zoveel meer waarde. Want over
het algemeen heeft die spot niet de kern van het geloof op het oog, maar de uitingen daarvan. De menselijke kant van de religie, waar helaas, naast veel goeds, heel veel kwaads uit is voort gekomen.

Synodes
De positie van pastores en dominees, kerkenraden en synodes, of de behandeling van vraagstukken die zover van de vragen van deze tijd af staan dat een buitenstaander niet anders kan doen dan er met grote vraagtekens een spottende satire over te houden.

Tegenover een volwassen geloof dat zichzelf met humor van een afstandje kan bezien, staat een angstig, onzeker, naar emancipatie smachtend geloof dat door achterstand allerlei wegen aangrijpt om maar te bewijzen dat het eigen geloof het enig ware geloof is. Waarin men ter verdediging al snel in fundamentalisme vervalt, dat alleen maar hamert, eist, verwacht, of in het slechtste geval terroriseert, zonder ook maar een vleugje van zelfspot.

Dan denken we al snel aan die terroristen die er alles voor over hebben om hun gelijk te halen, zelfs hun eigen leven. Want die zijn fanatiek en eng. Nu zie ik christenen niet als terroristen, maar een geloof waarin de humor wordt uitgebannen als een nietszeggende of onnodige bezigheid, loopt al snel het gevaar een enghartige religie te worden.

‘Een vrolijk hart bevordert een goede gezondheid’. Wat zou er gebeuren als christenen het vrolijke hart niet alleen met de mond - als zondaar met hele noten of handuitstrekkend met praise - belijden, maar daadwerkelijk gaan beleven en uitleven in het leven rondom hen heen. Ik zou zo zeggen: ‘Laat ze eens lachen!’ En lach dan vooral om uzelf!

zondag 14 juni 2009

Rondwandeling door Klarendal

Gisteren heb ik met Paul Abspoel een middag uitgetrokken om samen door mijn wijk Klarendal te lopen en te praten over de visie die wij hebben voor onze wijk.

Van tevoren even lekker koffie drinken in Villa Klarendal en dan er op uit om een sightseeing door deze mooie wijk te maken. Gelukkig was het een mooie dag en dan heb je de zonnige kant van de mensen mee. En dat hebben we geweten...

Stop nummer een was onze Sint Janskerk, een mooie kerk die beeldbepalend is in de wijk. Voordat ik het wist, stonden we in de kerk te praten met de koster die niet-zo-wijkgericht is als ik getuige het feit dat ze in Twello woont en niet in de wijk.

We stappen de kerk uit en worden van veraf begroet door andere bekenden van me die wel echt in de wijk wonen en het laten zien met het biertje in de hand voor hun huis. Een van hen verhaalt hoe God in zijn leven werkt.

Een klein kwartiertje vol gesprek over deze mooie wijk lopen we verder door de wijk en komen op een gegeven moment vermoeid door de zware stappen omhoog (ja, het gaat hier echt steil omhoog!) bij een snackbar aan. De eigenaar is genegen voor een gesprek terwijl wij ons ijsje opeten. Over multiculturaliteit en oorlog.

We lopen weer verder en komen terecht bij de mooie speeltuin De Leuke Linde. Waarempel weer een gesprek met een oud-raadslid dat deze speeltuin heeft helpen opbouwen en daarvoor afspraken heeft gemaakt met de joodse gemeenschap om de begraafplaats alleen te overdekken met gras. De kinderen spelen dus op de graven van de overleden joden. Gelukkig dat niet iedereen dat weet.

We eindigen bij restaurant Goed Proeven waar we de titel aan ons lichaam laten gebeuren met een Palmpje. Het tweede wordt ons aangeboden door een gezin met wie we al relaxend aan de praat raken en waar het gaat over opvoeden en mooie mensen.

Klarendal heeft zich gisteren weer van zijn goede kant laten zien. Ze heeft bevestigd wat ik altijd over de wijk gezegd. Het is een mooie wijk met mooie mensen! Ik voel me er thuis en mag af en toe wat mee geven. Maar net zo vaak krijg ik er ook weer wat van terug. Dat was gisteren weer zo heerlijk het geval.

Paul heeft inmiddels zijn kant van de wandeling beschreven in twee stukjes. Lees ze hier (deel 1) en hier (deel 2). Bekijk ook de fotoblog die hij heeft gemaakt.

maandag 1 juni 2009

belong-believe-behave

Ik ben langzamerhand de weg opgegaan waarin ik mensen van harte verwelkom die nog helemaal niet geloven en zich daar ook niet naar gedragen. We komen allerlei prachtige mensen tegen.

Soms wordt ons systeem echter mooi omgegooid door onverwachte omstandigheden. Mensen die zich nogal uitzonderlijk gedragen door bijvoorbeeld uitgesproken hebberigheid, of een alles-voor-zichzelf mentaliteit.

We zitten gezellig aan tafel en iemand neemt een brood. Vervolgens wordt de jampot gepakt en daaruit een behoorlijke klodder op het broodje gesmeerd waardoor het broodje wordt omgetoverd tot een fraai taartje. De mensen rondom kijken de ogen uit.
Tijdens een diner scheppen enkele mensen hun bord zodanig vol dat het eten er bijna van af valt.
Nog voordat de laatsten beginnen aan het opscheppen van de maaltijd, staan er al weer mensen in de rij die zich voordringen om hun tweede ronde op te scheppen.
Iemand komt om kwart voor elf met een zeer geërgerd gezicht binnen, schuift aan tafel, snauwt naar een ander waarom het eten nog niet begint en eist zijn koffie voor zich op. Als een ander iets zegt van de gedragingen voelt de persoon zich zeer gepikeerd, pakt brood en beleg en begint ongegeneerd met eten, terwijl de maaltijd nog niet is begonnen.

Zomaar een aantal voorbeelden van de afgelopen maanden van mensen die zich bij ons thuis voelen. Vraag is of dat thuis zijn gepaard mag gaan met een ongeregeld leven zonder enige regels, of dat we toch paal en perk mogen stellen aan de mensen die komen. Oftewel: mogen we van mensen die zich thuis voelen een bepaalde vorm van fatsoen verwachten?

Dat lijkt me wel. Anders kan iedereen maar aanmodderen en wordt een brunch en viering of welke activiteit dan ook wordt georganiseerd een ongeregeld zooitje. Daarmee loop ik wel tegen de driedeling belong-believe-behave aan. Want van sommigen die zich bij ons thuis voelen (= belong), maar nog niet geloven (= believe) vragen we wel zich te houden aan bepaalde fatsoensnormen of door ons opgestelde regels (= behave). Waardoor we de lijn krijgen dat van sommige mensen de driedeling belong-behave-believe mag worden verwacht. Doordat ze zich thuis voelen, mogen ze zich houden aan de regels die thuis hanteert. Voor sommigen zullen die regels de weg naar het geloof doorkruisen. Zeker als we mensen de wacht aanzeggen als ze zich moedwillig niet willen gedragen in gezelschap van andere huisgenoten.

Maar goed, dan geven we prioriteit aan die andere huisgenoten en hopen en bidden dat er een tijd komt dat diegene tot inkeer komt en toch terugkomt om zich aan te passen aan de regels van het huis.

zaterdag 30 mei 2009

In gesprek

Zaterdag is altijd zo'n mooie dag om even te reflecteren. Wat is er nou die week weer allemaal gebeurd.

Een van de dingen die ik deze week weer zo leuk vond was om regelmatig in gesprek te zijn. Niet datgene waardoor een ander je niet kan bereiken, maar juist met de ander in contact zijn.

Dinsdagavond bestaat ons leven 's avonds uit het lesgeven, dat steevast met een kwartiertje tot een halfuurtje uitwisselen leidt. Uitwisselen over wat er weer eens is gebeurd. Het leek vrij rustig te beginnen, totdat een cursist van maandag (een cursus die Aneta alleen doet) binnenstapte. Die zat op haar praatstoel, waardoor het gesprek over het halfuurtje heen ging. En ze deelde het een en ander over haar leven.

Woensdagavond is inmiddels een keer per twee weken ingeruimd voor een huisgroep bij ons aan huis. Begint eerst met een maaltijd met onze stagiaire, waarbij we samen lekker diep in gesprek gaan. De avond kwamen we maar niet uitgesproken. Wijzelf, de stagiaire, twee nieuwe medewerkers en vier vaste bezoekers. Diep gaan over wat de Heilige Geest voor ons betekent. Woorden als groei, blijdschap en vrijheid gingen over tafel. En we ervoeren dat het geen sociaal wenselijke antwoorden waren. Maar het ging ook over ergernissen tijdens de afgelopen brunch. En over hoe je daar als christen op kunt reageren. Dat ging nogal diep en daardoor werd het zeer persoonlijk. Ook al ging het om een nogal hilarisch onderwerp waar we eigenlijk allemaal wel de humor van inzagen gezien de vele lachsalvo's van de avond. Na het lange gesprek was het tijd afscheid te nemen van de jaarstagiaire die per 1 juni bij ons stopt. Ook weer met een lach en een traan, maar nu gepaard gaande met een CD en een ander afscheidscadeautje.

Donderdag kwam tijdens een uitgebreidere lunchpauze van het werk een interviewster langs die me dinsdag had gevraagd of ik een interview wilde afnemen over Emerging Church. Na wat afstemming met wat vrienden in het Emerging Netwerk, nam ik de vraag aan en zijn we driekwartier in gesprek geraakt met de microfoon onder de neus. Het blijft een onding voor een goed gesprek, maar volgens mij is het er wel uitgekomen. Soms denk ik wel: hoe komt dit over, maar dat laat ik aan de goede luisteraar over.

Vrijdag eerst weer computerles, waar we nu weer twee vaste cursisten hebben. De cursist die vorige week in tranen binnenkwam, omdat ze niets kon onthouden vertelde nu trots dat ze er toch steeds meer van begrijpt. Met een extra complimentje begon ze helemaal te gloeien. Toch wel jammer dat mensen van de leeftijd van mijn moeder nog dergelijke onzekerheden bezitten dat ze die complimenten van mensen in de leeftijd van hun kinderen nodig hebben. Maar ze was wel eerlijk dat ze het even niet zag zitten. Dan ben je wel in gesprek, zij het op een ander level.

En toen de Voedselbank. op een gegeven moment zaten we met negen mensen om de tafel. Grotendeels afnemers die even verhaal willen halen, maar ook enkelen die inmiddels weet dat wij hier wekelijks zijn, vast bezoeker zijn bij de Villa en/of cursist bij de computerles en even een bakje komen doen. De vrouw op de praatstoel van dinsdag (die van maandag overkomt) was er nu ook weer. Ik heb haar later uitgenodigd voor de brunch en viering, waar ze graag naar toe wil komen. Het hilarische onderwerp van woensdag kwam ook weer over tafel. Met dezelfde lachsalvo's erbij.

Ja, we zijn in de wijk op allerlei manieren met mensen in gesprek zijn. Het gaat ons dan ook niet alleen om dat ene moment van de zondag. Dat is een mooi ijkmoment waarin we tijdens het eten elkaar de verhalen van de week vertellen. Die verhalen nemen we mee naar de viering, wanneer we daarover in gesprek gaan met onze Vriend en Heer. Maar het verhaal krijgt een vervolg tijdens computerles, huisgroep of Voedselbank. Of zelfs midden op straat.

Mensen op zoek naar een luisterend oor. Mensen op zoek naar een plek om echte gemeenschap te ervaren. Daarbij gaat het niet om de fysieke plek, maar om de mensen met wie je het beleeft. Mensen lopen vaak door onze activiteiten heen. We hebben nauw contact met de mensen die de huisgroep bezoeken. Dat zien we als een van onze kernmomenten met hen. Maar we komen ze op de brunch en viering en bij de Voedselbank als medewerker of afnemer ook weer tegen. En op dat moment is er gelukkig geen verschil tussen wie medewerker of afnemer is. Behalve natuurlijk als men onverhoopt een keer misbruik van de relaties probeert te maken. Maar dat is gelukkig slechts sporadisch voorgekomen. Dan moet duidelijk worden gemaakt dat ze weliswaar de zelfde personen voor zich hebben, maar dat die personen toch ook weer een andere rol hebben dan op die andere momenten.

Afijn, we zijn op allerlei niveaus en met verschillende mensen in gesprek. Dat is maar wat ik wilde vertellen. En dat dit gesprek niet beperkt blijft tot twee uurtjes op de eerste dag in de week, maar door de week heen door gaat. Waardoor het christelijke woord gemeenschap een andere dimensie krijgt. Ook met de nog niet-zo-christelijke mensen. In een woord: heerlijk!

vrijdag 29 mei 2009

Interview Emerging Church bij Radio Oost

Het Pinksterfeest markeert de geboorte van de christelijke kerk, zo'n tweeduizend jaar geleden. Ook nu worden er nog nieuwe kerken geplant. Toch voelen veel gelovige mensen zich niet thuis in de bestaande structuren. Ze gaan op zoek naar nieuwe vormen van kerk-zijn. Binnen deze beweging ontstond de emerging church. Hier draait het niet om een bepaalde traditite, activiteit of geloofsbelijdenis. Maar waar draait het dan wel om?

Aldus de aankondiging op de website van het radioprogramma Hoogtij van RTV Oost (=Overijssel). Op pinksterzondag 31 mei tussen 8.00 en 8.30 konden luisteraars in het Oosten van het land luisteren naar een interview met mij over dit onderwerp.

Heeft u deze uitzending gemist? Beluister hem dan alsnog door op de volgende link te klikken:

Uitzending Hoogtij over Emerging Church.

Ik ben benieuwd wat je ervan vond.